4e raadsvergadering 25 april 2024
Tekst van het document
2024 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 4e vergadering – 25 april 2024 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 25 april 2024 te 10.00 uur. Voorzitter: mevrouw Dijksma, burgemeester, afgewisseld door de heer Zwanenberg en de heer Bosch.
Aanwezig zijn de leden: Aït Daoua, Al-Saqaff, Bode, Bosch, Chirino, Claasen, Dada-Anthonij,
Dekkers, Deldjou Fard, Dijkstra, Fattal, Van der Graaf, Heijne, Hessel, Van Heuven, Te Hoonte, Hornsveld, Kleinrensink, Koning, Maas, Meerding, Nolten, Paalman, De Pagter, Passier, Peters,
Ramaker, Raaijmakers, Sasbrink, Snijder, Stam, Van Steeg, Stellinga, Stylianou, Sungur, Talhaoui, Vasters, Vermeulen, Van Vliet, De Vries, Van der Wilt, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels.
Aanwezig zijn de wethouders: Van Hooijdonk, Oosters, Schilderman, Streefland, Voortman en De Vries.
Griffier: mevrouw Van Hall. Afwezig is het lid: Bos.
1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Zij verwelkomt mevrouw Chirino met haar terugkeer in de raad. Bericht van verhindering is ontvangen van de heren De Pagter en Bos. Meike Hellevoort is met zwangerschapsverlof. Haar vervanger, Fred Claasen, zal vanmiddag beëdigd worden. Hetzelfde geldt voor de beëdiging van mevrouw Veerbeek. Zij geeft het woord aan de heer Sungur voor een mededeling.
De heer Sungur (DENK) is enige tijd afwezig geweest, omdat vanuit de raad in het openbaar onjuiste beschuldigingen over hem zijn geuit. De betrokkenen hebben hem daarna geen sociale en psycho-
logische veiligheid in de raad geboden. In de afgelopen weken heeft hij veel steun ontvangen van de inwoners van de stad. Dat heeft hem gesterkt om vandaag weer aanwezig te zijn. De zaak is echter
niet afgedaan. Zolang het onrecht niet is hersteld, is hij in het belang van een veilige werkomgeving genoodzaakt om vervolgstappen te nemen.
De voorzitter schorst hierop de vergadering voor enkele ogenblikken.
Raadsvergadering van 25 april 2024
2
Na hervatting van de vergadering merkt de voorzitter op dat er een onderzoek is gedaan naar het
gebeurde. Daarna zijn er gesprekken gevoerd, die ook op dit moment nog gaande zijn. Zij hoopt dat het mogelijk is om de ruimte te nemen om de gesprekken af te ronden, in een omgeving die voor iedereen veilig voelt. 2. Vaststellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Ingekomen stukken. Over de ingekomen stukken wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld.
4. Opheffing geheimhouding. De voorzitter stelt voor om, conform artikel 89, lid 4 van de Gemeentewet, de door het college
opgelegde geheimhouding van de documenten zoals vermeld in de bij de agenda gevoegde bijlage, op te heffen.
Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van de voorzitter besloten. 5. Notulen raadsvergadering 28 maart 2024. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. De voorzitter stelt voor om de geheimhouding van het verslag op te heffen op het moment waarop alle stukken die in de besloten vergadering aan de orde zijn gekomen, openbaar zijn geworden.
De heer Te Hoonte (VVD) meent dat alles al openbaar is, zodat de geheimhouding kan vervallen. De voorzitter concludeert dat de raad daarmee instemt. 6. Notulen vragenuur 7, 14, 21, 28 maart 2024 en 4 en 11 april 2024. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 7. Actuele moties. Dit agendapunt wordt in de middagvergadering behandeld. 8. Raadsvoorstel Benoeming Wijkcontactpersoon Oost. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. De voorzitter wenst de heer Snijder veel succes in deze rol.
Raadsvergadering van 25 april 2024
3
(Applaus.) 9. Raadsvoorstel Benoeming lid Referendumcommissie. Dit agendapunt wordt in de middagvergadering behandeld. 10. Raadsvoorstel Herbenoeming leden Raad van Toezicht NUOVO en SPO Utrecht. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 11. Raadsvoorstel Zienswijze programma- en productbegroting Afvalverwijdering Utrecht (AVU) 2025 en begrotingswijziging 2024.
Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 12. Spoeddebat Stopzetting samenwerking in Aardgasvrij Overvecht-Noord (deel 1). De heer Bosch (UtrechtNu!) memoreert dat is voorgesteld om bij agendapunt 12 direct aansluitend te stemmen over de voorstellen.
De voorzitter antwoordt dat het verzoek duidelijk is. Het is aan de raad om dat te honoreren. Zij meldt dat het debat op verzoek van de agenderende leden is verdeeld in twee delen. Bij
agendapunt 12 wordt gesproken over de vraag of een onderzoek een goede vervolgstap is. De
beraadslaging zal worden afgesloten met een stemming over ingediende voorstellen. Hierna volgt agendapunt 13, zijnde deel 2 van het spoeddebat.
De heer Te Hoonte (VVD) meent dat de moties van de heer Dijkstra in het eerste deel ingediend zouden worden.
De voorzitter antwoordt dat het de bedoeling was van de agenderende fracties dat het eerste deel over het onderzoek gaat.
De heer Te Hoonte (VVD) is een van de agenderende fracties. Het is de bedoeling om te stemmen
over alle moties, om op basis daarvan te bepalen of in tweede termijn een speciale motie zal worden ingediend.
De voorzitter zegt dat de fracties zelf bepalen welke moties zij in welke termijn indienen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt de knip op zich logisch. Bij punt 12 is het de bedoeling om terug te kijken en op dat punt wil hij eventueel ook een motie indienen. Bij punt 13 gaat het om de conclusies voor de toekomst.
De voorzitter concludeert dat er geen bezwaar is tegen de opsplitsing in twee delen. Het is aan de
fracties om te beslissen welke moties in welk deel worden ingediend. Zij geeft als eerste het woord aan de fractie van het CDA.
Raadsvergadering van 25 april 2024
4
Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft door het debat in de commissie meer vragen gekregen dan antwoorden. Daarom is het belangrijk om aan waarheidsvinding te doen. Het project heeft inmiddels 4 mil-
joen gekost. De controlerende taak van de raad staat hierbij centraal. Daarom dient zij mede namens VVD, UtrechtNu!, PvdD, EenUtrecht, Utrecht Solidair en Horizon motie 150 in (Verzoek tot initiatief van een raadsenquête).
De heer Peters (D66) deelt het belang van waarheidsvinding. Bij een raadsenquête kan Eneco echter niet onder ede verhoord worden.
Mevrouw Zwinkels (CDA) is blij om te horen dat ook D66 de onderste steen boven wil hebben. Blijkens de Gemeentewet kunnen alleen overheidspartijen of personen die aan de gemeente
verbonden zijn, onder ede gehoord worden. Wel kunnen partijen worden uitgenodigd om op
vrijwillige basis mee te werken. Een van de partijen heeft aangegeven om onder ede mee te willen werken.
De heer Peters (D66) vraagt of een van die partijen Eneco is. Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat het een andere partij is dan Eneco. De heer Peters (D66) vraagt waarom dan een raadsenquête wordt gevraagd als de input op vrijwillige basis wordt geleverd. Dan is het wellicht zinvoller om de rekenkamer een onderzoek te laten doen. Hij gaat ervan uit dat het college naar waarheid heeft gesproken en dus niet onder ede gehoord hoeft te worden.
Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft niet gezegd dat Eneco niet onder ede gehoord wil worden. Eneco is er juist bij gebaat om het eerlijke verhaal te vertellen. Voorts zegt zij dat pas na vervolgvragen een
tweede deel van de waarheid naar boven kwam vanuit het college. Bij de voorbereiding van het debat is gebleken dat er verschillende versies zijn van woningcorporaties, Eneco en gemeente. Dat is aanleiding genoeg om dit instrument in te zetten.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt waarom het CDA het allerzwaarste middel inzet. Hij memoreert dat een dergelijk voorstel van de PvdA op een ander dossier destijds is weggestemd.
Mevrouw Zwinkels (CDA) wil geen vergelijking maken met allerlei voorgaande dossiers. Zij zit sinds 2018 in de gemeenteraad, maar heeft een dergelijke situatie nog nooit meegemaakt.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of mevrouw Zwinkels heeft overwogen of een andere vorm niet beter zou passen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) is verbaasd over het standpunt van de PvdA. Waarom zou nu niet voor dit middel moeten worden gekozen? Bovendien wordt een lichte variant van het middel voorgesteld.
De heer Van der Zweth (PvdA) herhaalt dat dit het allerzwaarste middel is. Hij pleit ervoor om in de raad naar een ander middel te zoeken. Is mevrouw Zwinkels daartoe bereid?
Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat de bereidheid er altijd is. Zij vindt het jammer dat er nu een
Raadsvergadering van 25 april 2024
5
technische discussie volgt over het instrument. De raad heeft dit instrument tot zijn beschikking en
moet er in het kader van de controlerende taak gebruik van maken. Zij vindt het vreemd dat de PvdA niet ingaat op de inhoud en alleen over de vorm valt.
De heer Bosch (UtrechtNu!) wijst op het persbericht van gisteren dat Utrecht een warmtebedrijf gaat oprichten. Daar is in het debat niet over gesproken. Hoe denkt het CDA daarover?
Mevrouw Zwinkels (CDA) is van dat bericht geschrokken. De raad moet dat soort besluiten nemen,
maar blijkbaar wordt vanuit het college of het stadskantoor een dergelijk bericht publiek gemaakt. De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt dit bericht van het college niet te rijmen met de reactie van het college in de commissie.
Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat in de commissie de suggestie werd gedaan voor een warmte-
bedrijf. Nadere navraag leverde geen details op, omdat daar nog een verkenning voor loopt. Het is
dan vreemd om het in een persbericht aan te kondigen. Inwoners krijgen daardoor de indruk dat de raad niets te vertellen heeft.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat de raad een aantal instrumenten tot zijn beschikking heeft, maar dat goed afgewogen moet worden wanneer welk instrument wordt ingezet. Er is een
debat gevoerd, er staat een RIB gepland en er wordt nog geëvalueerd. Is het niet verstandiger om dat af te wachten en dan te kijken welk instrument passend is?
Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft in het eerste commissiedebat al aangekondigd dat zij denkt aan een
vorm van een raadsenquête. In de motie zijn verschillende doelen beschreven die uit het debat naar
boven kwamen. De inbreng van de heer Van der Graaf had wat haar betreft in de commissie geleverd moeten worden.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) meent dat het debat niet ging over de instrumenten die ingezet kunnen worden. Hij pleit ervoor om de tijd te nemen en de instrumenten te wegen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat de raadsenquête de gelegenheid biedt om het onderzoek op een gedegen manier te doen. Het biedt juist mogelijkheden om als raadsleden betrokken te zijn.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) leest in de motie allerlei vragen over feiten. De motie loopt op de zaken vooruit en maakt het groter dan nodig is.
Mevrouw Zwinkels (CDA) is verbaasd over dit antwoord. Zij vraagt te onderzoeken wat er is gebeurd en wat daaruit geleerd kan worden. Zij constateert dat de ChristenUnie een andere opvatting heeft over de rol van raadsleden.
De heer Te Hoonte (VVD) vindt het kwalijk dat na zeven jaar het aardgasvrije project in Overvecht
strandt. De VVD heeft zich vanaf het begin afgevraagd of dit de juiste plek was en heeft de afgelopen zeven jaar voorstellen gedaan om het project realistischer en overzichtelijker te maken. Op die
voorstellen is keer op keer negatief gereageerd door de wethouder. Die houding was ook in het
commissiedebat weer te zien. Tussen de commissiebehandeling en het raadsdebat is weer nieuwe
Raadsvergadering van 25 april 2024
6
informatie bekendgemaakt, zoals over het warmtebedrijf. Hij wil graag van de wethouder horen of in het college is overwogen dat dit niet het juiste moment was.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) heeft in de brief toezeggingen gelezen die in het debat gedaan zijn. In het debat is vooruitgekeken. Er is bijvoorbeeld een toezegging gedaan over integrale warmtesystemen. De brief is geschreven om de raad tegemoet te komen.
De heer Te Hoonte (VVD) wijst op de lengte van de brief en kan zich niet voorstellen dat die in een paar dagen is opgesteld. Hij vraagt zich af of het college wilde dat de samenwerking met Eneco
klapte. Daarvoor is factfinding nodig. De brief over het warmtebedrijf is gebaseerd op een wet die nog niet bij de Tweede Kamer in behandeling is, terwijl de Raad van State onlangs negatief heeft geadviseerd over publiek eigendom van warmtebedrijven.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) wijst op een motie uit 2020 waarin de raad aan het college heeft gevraagd om deze weg in te slaan en de mogelijkheden te onderzoeken.
De heer Te Hoonte (VVD) verwacht dat het college de politieke gevoeligheid van dossiers inschat en
de processen van de raad respecteert. In 2018 heeft hij gevraagd om de Klopvaart eruit te halen. Als dat dan bestuurlijk wordt vastgesteld, moet dat gedeeld worden met de raad. Ook bij het bericht over het warmtebedrijf had overwogen moeten worden of het daarvoor nu het moment is.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) reageert op de uitspraak over de verstoorde verhoudingen tussen
gemeente en Eneco. Op het ene dossier kun je nu eenmaal prima samenwerken en op het andere gaat dat lastiger. Dat is in de raad niet anders.
De heer Te Hoonte (VVD) constateert dat het college gevraagd heeft om het warmtenet te mogen kopen van Eneco. Eneco heeft daarop in een brief gereageerd, waarin ook iets werd gezegd over Overvecht-Noord. Sindsdien lijkt de relatie behoorlijk verstoord.
De heer Peters (D66) reageert op de vraag van de VVD over het bewust laten klappen van de
samenwerking met Eneco. Waarop baseert de VVD dat betaalbaarheid voor bewoners niet de doorslag heeft gegeven?
De heer Te Hoonte (VVD) denkt dat betaalbaarheid ook een rol heeft gespeeld. Volgens hem is factfinding nodig om het vertrouwen van de raad in dit proces te herstellen.
De heer Peters (D66) vraagt waar de sterke verdachtmakingen van de VVD vandaan komen. De heer Te Hoonte (VVD) heeft geen verdachtmakingen geuit. Hij constateert dat er in de week
waarin het spoeddebat wordt gevoerd, een brief komt van een publiek warmtebedrijf. Hij kan zich voorstellen dat dit invloed kan hebben op de samenwerking bij een grootschalige investering.
Hij vervolgt zijn betoog. Het gaat hem vooral om het feit dat het respect voor de processen van de raad soms ontbreekt. Daarom steunt de VVD het voorstel voor een raadsenquête. Die biedt de
mogelijkheid aan het college om gedegen en goed voorbereid en gericht op feiten vraagtekens weg te halen en te werken aan het herstel van vertrouwen in dit proces bij de inwoners en de raad. Hij
doet een dringende oproep aan de coalitiepartijen om deze motie te steunen, in het bijzonder aan de
Raadsvergadering van 25 april 2024
7
PvdA, die onlangs een meldpunt heeft geopend over de stadsverwarming. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de heer Te Hoonte ruimte ziet voor een andere vorm van onderzoek.
De heer Te Hoonte (VVD) vindt het belangrijk dat het een onderzoek van de raad is en dat raadsleden in dat proces een belangrijke rol spelen. De Gemeentewet biedt daartoe maar één middel. Hij is bereid om in gesprek te gaan, maar meent dat er geen ander middel beschikbaar is.
De heer Van der Zweth (PvdA) wijst op de rekenkamer, die het onderzoek zou kunnen doen. Staat de VVD daarvoor open?
De heer Te Hoonte (VVD) geeft de voorkeur aan een raadsenquête. Als er een motie wordt ingediend
voor een onderzoek door de rekenkamer, zal hij daarop reageren en die beoordelen. De rekenkamer kan zelfstandig bepalen welke onderzoeken hij doet.
De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat een verzoek bij de rekenkamer kan worden neergelegd. Wellicht kan in de schorsing worden gezocht naar overeenstemming.
De heer Te Hoonte (VVD) vindt het belangrijk dat er een signaal komt vanuit de voltallige coalitie dat
het proces niet goed is gelopen en dat de uitkomst niet goed is. Hij wacht de inbreng van die fracties af.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) heeft een andere analyse dan de VVD van wat er is gebeurd. De
wethouder is op pad gestuurd met duidelijke kaders. Zij zal hier in haar inbreng verder op ingaan. De heer Snijder (Student & Starter) is bereid om het gesprek te voeren, hoewel hij de analyse van CDA en VVD niet helemaal deelt. Hij had die uitnodiging graag eerder in het proces ontvangen.
De heer Te Hoonte (VVD) memoreert dat er zeven uur lang is vergaderd over dit punt. Een groot deel van de coalitiefracties heeft de vragen die nu gesteld worden, niet in het commissiedebat gesteld. De heer Bosch (UtrechtNu!) verwijst naar het commissiedebat, waar de coalitiepartijen geen mond
open hebben gedaan. Hij weet uit eigen ervaring dat stadsverwarming een waardeloos product is. Hij betwijfelt of de gemeente inderdaad, zoals de wethouder zei, warme contacten heeft met Eneco.
Communicatie met bewoners is toegezegd onder voorbehoud dat de agenda het toelaat. Communicatie en zelfreflectie blijven terugkerende thema’s bij deze wethouder. Nu oppert de PvdA om de
rekenkamer voor haar karretje te spannen, maar onlangs wilde de coalitie niet eens betalen voor een extra onderzoek door de rekenkamer.
De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat hij een poging heeft gedaan om te bewerkstelligen dat er iets gebeurt, dat het niet oppositie tegen coalitie is.
De heer Bosch (UtrechtNu!) ziet bij de PvdA, sinds die in de coalitie zit, veel pogingen om wethouder Van Hooijdonk uit de wind te houden. Waarom wil de PvdA geen raadsenquête?
Raadsvergadering van 25 april 2024
8
De heer Van der Zweth (PvdA) concludeert dat de heer Bosch de deur dicht smijt. Dan gebeurt er niets.
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt wie keer op keer de deur dicht gooit. Een groot deel van de oppositie vraagt om een raadsenquête. Zo’n zwaar middel vraag je niet zomaar.
De heer Van der Zweth (PvdA) doet een poging om ergens te komen, maar moet helaas constateren dat die niet wordt opgepakt.
De heer Bosch (UtrechtNu!) kan garanderen dat hij, als hij ooit in een coalitie komt, zich niet in alle bochten zal wringen, zoals de PvdA nu doet.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) sluit zich aan bij de vorige sprekers. Ook zonder onderzoek is het zeer
aannemelijk dat op 29 februari jl., toen twee moties over de lokale warmte-initiatieven van bewoners zijn weggestemd, de wethouder al twijfels had over de goede afloop. Zij heeft dat toen niet met de raad gedeeld.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) memoreert dat er eerder brieven zijn ontvangen dat de afloop onzeker was.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat de wethouder heeft gezegd dat pas in de week van 18 maart 2024 duidelijk werd dat het niet goed zou aflopen. Het is echter niet aannemelijk dat er dan drie weken eerder geen twijfel zou zijn. Die twijfel is niet gedeeld.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) reageert dat het project een pilot was. Het kenmerk van een pilot is dat die wel of niet kan slagen, maar niet dat het een rechte weg naar een einddoel is.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) onderschrijft dat een pilot kan slagen of niet. In januari is het project
aangepast om het misschien alsnog te redden. Partijen hebben daarover verschillende meningen en daarom is een raadsenquête zo belangrijk.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) meent dat er op dit moment een andere situatie is, dat het speelveld opnieuw moet worden bekeken en dat alle opties open moeten worden gehouden.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zal bij agendapunt 13 een voorstel hieromtrent doen. Een van de
moties op 29 februari stelde voor om nader onderzoek te doen naar alternatieven. Dat was een
opening om die route niet af te sluiten. Nadat de moties zijn weggestemd, zijn beide initiatieven overigens gestopt. De wethouder had op dat moment de mogelijke slechte afloop met de raad moeten delen.
De heer Te Hoonte (VVD) voegt toe dat dit specifiek had moeten gebeuren voor de Klopvaartbuurt, die bestuurlijk op 24 januari 2024 buiten scope was gezet. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het daarmee eens. Mevrouw Passier (Volt) memoreert dat er zeven jaar is gewerkt aan een plan om Overvecht van het
Raadsvergadering van 25 april 2024
9
gas af te krijgen. Waarom heeft dat zo lang geduurd en wat kan Utrecht leren van dit proces voor de
toekomst en de energietransitie? Volt betwijfelt of een raadsenquête een passend middel is en of die
antwoorden kan geven op de vragen die over de hele periode bestaan. Een raadsenquête is een goed middel voor waarheidsvinding en om te kunnen oordelen over het handelen van de wethouder. Volt
was onaangenaam verrast door het recente bericht over het warmtebedrijf. Welke overwegingen zijn er om deze stap te zetten? Er heeft nog geen evaluatie plaatsgevonden.
De heer Peters (D66) verzoekt om een korte schorsing voor overleg over zijn inbreng. De voorzitter stelt voor om eerst de PvdD het woord te geven. De heer Van Heuven (PvdD) vond de debatten over het aardgasvrij maken van Overvecht-Noord heel frustrerend. De beantwoording van de wethouder was ongrijpbaar en relativerend. Er is 3 miljoen
uitgegeven, er is geen huis aardgasvrij gemaakt en er is een belangrijk klimaatdoel geschrapt. In het debat is gevraagd waarom Eneco onverwacht een persbericht uitstuurde. De wethouder had nog
geen contact opgenomen met Eneco. De PvdD wil van Eneco, woningcorporaties en lokale initiatieven horen wat er is misgegaan. Daarom dient zij de motie mede in. Het doel is vooral te leren van de
gemaakte fouten, want heel Utrecht moet van het gas af, een pittige klus. De raadsenquête moet
binnen enkele maanden worden afgerond. Als fracties kiezen voor een andere vorm van onderzoek, zal de PvdD, hoe jammer zij dat ook vindt, hiermee instemmen, omdat de andere betrokkenen gehoord moeten worden.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) onderschrijft dat het belangrijk is om te evalueren en lessen te trekken. In de commissie is gesproken over een serie RIB’s, waarin alle partijen konden worden gehoord. Waarom kiest de PvdD nu dan toch voor een raadsenquête?
De heer Van Heuven (PvdD) meent dat het idee van de RIB’s van de heer Peters kwam. Hij ziet een defensieve houding bij de coalitiepartijen. Zij zijn blijkbaar bang voor een raadsenquête. Dat is jammer.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) vindt het verschil tussen een RIB en een raadsenquête groot. Wat gaat er precies gebeuren bij een raadsenquête?
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat dit precies in de motie staat. Het gaat om vragen die ook GroenLinks beantwoord wil zien.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) denkt dat GroenLinks hetzelfde wil als de PvdD, maar dat de manier waarop is verschilt.
De heer Van Heuven (PvdD) ziet geen wezenlijk verschil. De heer Peters (D66) zegt dat bij een raadsenquête ambtenaren onder ede worden verhoord. Dat
betekent dat aan de woorden van de wethouder in het commissiedebat geen geloof wordt gehecht. Dat is een teken van wantrouwen.
De heer Van Heuven (PvdD) heeft niets gezegd over wantrouwen. Hij wil graag weten wat er is
Raadsvergadering van 25 april 2024
10
misgegaan, daarbij zelf het initiatief nemen en niet afhankelijk zijn van de rekenkamer.
De wethouder heeft gezegd dat de samenwerking met Eneco altijd heel spannend is, maar zij zet
toch al haar kaarten op Eneco. De lokale initiatieven werden niet omarmd, maar de wethouder zag vorige week deze initiatieven toch ineens als een mogelijkheid. Als dit eerder was gebeurd, was Overvecht mogelijk al een stuk verder gekomen.
De heer Peters (D66) is evenals de andere fracties verrast en teleurgesteld over de ontwikkelingen
rondom Overvecht-Noord. Er zijn beloftes gedaan aan de bewoners, maar na een lang proces zitten zij met veel vragen en zorgen. Hij wil graag dat de wethouder samen met Eneco kritisch reflecteert op de gang van zaken. Hij dient motie 151in (Verzoek aan de Rekenkamer voor een diepgaand onderzoek naar het project Aardgasvrij Overvecht-Noord).
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat de kosten van een raadsenquête voor rekening van het college
komen. Een onderzoek van de rekenkamer brengt de kosten ten laste van de raadsorganen. Is de
heer Peters bereid om de kosten van een rekenkameronderzoek ten laste van het college te brengen? De heer Peters (D66) meent dat het een kwestie van prioriteiten is. Hij stelt voor om dit bij de Voorjaarsnota te bespreken. Hij staat open voor suggesties die de heer Te Hoonte aandraagt.
De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat te mager. Hij wil een bevestiging dat de kosten voor rekening van het college komen.
De heer Peters (D66) wil kijken wat daarin mogelijk is. Mevrouw Zwinkels (CDA) deelt de zorg van de VVD. Zij vraagt hoeveel doorlooptijd de rekenkamer hiervoor gaat nemen en ten koste waarvan.
De heer Peters (D66) reageert dat de raad wellicht een prioritering aan de rekenkamer kan mee-
geven. De doorlooptijd moet uiteraard zo kort mogelijk zijn, zodat de lessen in het vervolgtraject kunnen worden toegepast.
Mevrouw Zwinkels (CDA) wil graag weten hoe snel de rekenkamer dit kan doen en ten koste waarvan. De heer Peters (D66) heeft contact gehad met de rekenkamer, maar er is niet gesproken over priori-
tering. Het is wel belangrijk dat een brede meerderheid van de raad de motie steunt. Hij wil de motie in stemming brengen als die een meerderheid haalt.
Mevrouw Passier (Volt) vindt het onwenselijk dat dit onderzoek ten koste zou gaan van andere
onderzoeken. In de motie wordt gevraagd om de raad actief te betrekken bij het onderzoek. Volt vindt juist de onafhankelijkheid van de rekenkamer belangrijk.
De heer Peters (D66) vindt de rekenkamer juist een geschikt orgaan vanwege de onafhankelijkheid. Er zou een begeleidingscommissie vanuit de raad kunnen meekijken met het onderzoek.
Mevrouw Passier (Volt) vindt begeleiden iets anders dan meekijken. Welke rol ziet hij voor de raad?
Raadsvergadering van 25 april 2024
11
De heer Peters (D66) denkt dat de raad als suggestie kan meegeven wie er geïnterviewd moet worden en welke vragen er in de raad leven.
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat raadsleden niet meer in de rekenkamer zitting mogen nemen. In hoeverre botst dat met het instellen van een begeleidingscommissie?
De heer Peters (D66) heeft dat nog niet uitgezocht, maar vindt het een terecht punt. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt waarom alleen D66 onder de motie staat. De heer Peters (D66) heeft de motie pas kort geleden opgesteld. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of de heer Peters denkt dat de raad bij een raadsenquête niet objectief is. Vertrouwt hij de raad als die zelf een onderzoek doet? De heer Peters (D66) vertrouwt de raad zeker. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt waarom dan de rekenkamer ingeschakeld moet worden. De heer Peters (D66) is tegen een raadsenquête omdat het het zwaarste instrument is. Mensen
worden onder ede verhoord en dat zijn alleen de mensen op het stadskantoor. Hij wil juist ook het
verhaal van Eneco en de andere betrokken partijen horen. Die kun je niet onder ede verhoren en dus kun je beter de rekenkamer verzoeken om interviews te houden.
De heer Van Heuven (PvdD) vindt het een defensief en ontwijkend antwoord. Hij roept op om het niet af te schuiven op de rekenkamer.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt de heer Peters waarom hij bang is voor een raadsenquête. De heer Peters (D66) is er niet bang voor, maar vindt het een te zwaar instrument, waarbij maar één partij onder ede verhoord kan worden.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vindt de raadsenquête juist een goed instrument. Zij vindt het
jammer dat de coalitiepartijen zo defensief reageren op het voorstel voor een raadsenquête. Dat voedt haar wantrouwen.
De heer Peters (D66) heeft zijn gevoelens en mening uitgesproken. Ook de rekenkamer kan alles via Woo-verzoeken boven tafel krijgen.
De heer Sungur (DENK) vraagt opheldering over de uitspraak dat de heer Peters de motie alleen in stemming wil brengen als die een meerderheid haalt.
De heer Peters (D66) stelt voor om straks kort te schorsen. De heer Sungur (DENK) is blij dat het idee van een warmtenet voor Overvecht is gestrand. DENK was vanaf het begin tegen. Het is teleurstellend dat het zo veel jaren en zo veel miljoenen heeft gekost
Raadsvergadering van 25 april 2024
12
om tot dit resultaat te komen. Hij steunt het voorstel in de CDA-motie. De heer Paalman (Horizon) steunt de motie van het CDA. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) steunt eveneens de motie van het CDA. Mevrouw Heijne (GroenLinks) spreekt van een ingewikkeld proces. Om de opgave toch te realiseren, is het belangrijk om te evalueren. De gemeente en Eneco moeten dat samen doen. Ook is het belangrijk om lessen te trekken en om bij andere gemeenten te kijken.
De heer Te Hoonte (VVD) concludeert dat GroenLinks het voorstel voor een raadsenquête steunt. Mevrouw Heijne (GroenLinks) wijst op haar interruptie waaruit het tegendeel blijkt. Bij een raads-
enquête is de onderliggende gedachte dat er fouten zijn gemaakt. Dat is volgens GroenLinks niet het geval.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat een groot deel van de vragen van zijn fractie zijn
beantwoord. De ChristenUnie vindt het een goede keus om de stekker eruit te trekken. Betaalbaar-
heid voor de inwoners was en is een randvoorwaarde. Daar kon niet aan voldaan worden. Er moeten zeker lessen worden getrokken, maar een raadsenquête vindt hij een te zwaar middel.
De heer Snijder (Student & Starter) zegt dat veel vragen zijn beantwoord. Ook hij vindt een raadsenquête een te zwaar middel en niet zorgvuldig genoeg.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt wat er niet zorgvuldig is aan een raadsenquête. De heer Snijder (Student & Starter) vindt het belangrijk om tot een goed besluit te komen in een gezamenlijke afweging.
Mevrouw Zwinkels (CDA) wijst op het debat van zeven uur, waar die afweging gemaakt had kunnen worden.
De heer Snijder (Student & Starter) heeft ook inbreng geleverd in het debat. Gebleken is echter dat bepaalde partijen vooraf richting hadden gekozen en niet open stonden voor een constructief gesprek.
Mevrouw Zwinkels (CDA) reageert dat er vanuit het CDA wél ruimte was voor een open en constructief debat.
De heer Van der Zweth (PvdA) betreurt de gang van zaken in Overvecht-Noord, waardoor de transitie vertraging oploopt. Er kon niet worden voldaan aan de eis van betaalbaarheid. Ook is de PvdA
verbaasd over de gebrekkige communicatie tussen gemeente en Eneco. Om die reden wil de PvdA
evalueren wat er is gebeurd door middel van een onderzoek van de rekenkamer. Het zou fijn zijn als een meerderheid in de raad dat voorstel steunt.
De heer Van Heuven (PvdD) ziet een coalitie die een voorstel indient en van de oppositie verwacht dat
Raadsvergadering van 25 april 2024
13
die aansluit. Dat is volgens hem niet tot elkaar komen. De heer Van der Zweth (PvdA) ziet een oppositie die een voorstel indient en die niet wil bewegen om tot elkaar te komen.
De heer Van Heuven (PvdD) constateert dat de coalitie evenmin beweegt. De heer Van der Zweth (PvdA) wijst op zijn eerdere argumenten. Als de fracties niet tot elkaar komen, halen beide moties het niet.
De heer Paalman (Horizon) verwacht dat Eneco in de raadsenquête ook een eerlijke inbreng levert. De heer Van der Zweth (PvdA) deelt die verwachting niet. Hij zal het voorstel voor een raadsenquête niet steunen. Er ligt een alternatief en hij is benieuwd of het lukt om tot elkaar te komen.
De heer Te Hoonte (VVD) hoort een dreiging van de PvdA dat, als de raadsenquête in stemming
wordt gebracht, zij niet meer voor het rekenkameronderzoek stemt. Kan de heer Van der Zweth dat uitleggen?
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat een verzoek aan de rekenkamer kan worden gedaan, maar wel met een ruime meerderheid.
De heer Te Hoonte (VVD) heeft behoefte aan schorsing. De voorzitter stelt voor om eerst de wethouder het woord te geven voor de beantwoording. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) benadrukt dat het een enorme teleurstelling is dat het niet gelukt is om een aantrekkelijk aanbod te maken voor de inwoners in Overvecht. Ook de manier
waarop dat naar buiten is gekomen, was buitengewoon ongelukkig. Doorgaan met het proces levert grote financiële risico’s op voor de gemeente en de inwoners. Dit probleem speelt niet alleen in Utrecht.
De ingediende moties krijgen beide oordeel raad. Het college is sowieso van plan om een evaluatie te doen, ook om zich op het vervolg te beraden.
De heer Peters (D66) vraagt of de samenwerking met andere partijen in die evaluatie wordt betrokken en of er met die partijen zal worden gewerkt aan een set afspraken om dit soort problemen te voorkomen.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt bevestigend. Zij zal de resultaten hiervan terugkoppelen naar de raad.
Het college heeft altijd gezegd dat de afloop onzeker was en dat de betaalbaarheid een vraagstuk
was. In november is aan de raad bericht dat het er niet goed uitzag en dat, mocht het niet lukken,
gezocht zou worden naar een alternatief. Dat was de stand in februari ook nog. Met de initiatieven
was er geen aantrekkelijk alternatief. De overwegingen daarvan zijn gedeeld met de raad en zijn nog steeds valide. De omslag is in maart gekomen.
Raadsvergadering van 25 april 2024
14
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder de raad op 29 februari niet uitdrukkelijker had moeten waarschuwen.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft bij herhaling gezegd, in elke brief, dat er geen zekerheid was. In februari waren er geen andere inzichten dan in november.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt het antwoord ongelofelijk teleurstellend. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt wanneer de wethouder zelfreflectie gaat toepassen. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt naar eer en geweten met feitelijke antwoorden op feitelijke vragen.
De samenwerking met Eneco was goed tot de woensdag waarop het persbericht uitkwam. Daarover is met Eneco gesproken.
De heer Bosch (UtrechtNu!) meent dat de wethouder in het debat vorige week iets anders zei. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) weerspreekt dat. Zij heeft gezegd dat zij de donderdag na het persbericht met Eneco heeft gesproken.
In reactie op de vragen over het warmtebedrijf zegt zij dat dit al langer in de pen zit en al eerder in
brieven is aangekondigd. Het is een samenloop van omstandigheden dat de brief op dat moment is gestuurd. Het streven was om de brief te sturen vóór het werkbezoek van de raad, op de woensdag na het reces. De raad moet een besluit nemen over het warmtebedrijf.
In reactie op de vraag van de heer Van Heuven zegt zij dat er een Eneco-netwerk ligt. Elk netwerk
wat daarnaast wordt gelegd, is een vorm van inefficiëntie. Daarom was het niet de primaire keuze. Mevrouw Zwinkels (CDA) zit vol verbazing te luisteren. Is het werkelijk toeval dat de brief over het warmtebedrijf een dag voor dit debat naar buiten wordt gebracht, nota bene met een interview? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) komt dan bij de vraag van de heer Te Hoonte. De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt het ongehoord dat de wethouder niet reageert op de vraag. De voorzitter meent dat de wethouder juist was begonnen met een reactie. Zij stelt voor dat de wethouder haar beantwoording vervolgt.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vervolgt dat de heer Te Hoonte heeft gevraagd hoe hierover in
het college gesproken is. Het is in het college besproken en het college heeft stilgestaan bij de vraag of de brief nu moest worden verzonden of na het debat. De afweging was dat het goed was om de brief voor het debat te versturen, zodat de raad die bij het debat kon betrekken.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de wethouder zich kan voorstellen dat een aankondiging van de brief eleganter was geweest.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft geprobeerd zich te verplaatsen in de raad. De inschatting was dat de raad de informatie liever een dag eerder had dan een dag later. De raad kan hier nog
Raadsvergadering van 25 april 2024
15
ruimschoots over debatteren. Mevrouw Zwinkels (CDA) drukt het college op het hart om andere afwegingen te maken. De heer Te Hoonte (VVD) concludeert dat het college bewust heeft besloten om de brief te versturen, inclusief de communicatiestrategie van een nieuwsbericht met een quote van de wethouder.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zegt dat de raad volledig in positie is om over de brief te debatteren. Het gaat om een raadsbesluit.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vindt dat de wethouder de raad en heel Utrecht schoffeert. De voorzitter verzoekt mevrouw Hessel zich te onthouden van persoonlijke kwalificaties. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) maakt haar excuses. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan mevrouw Zwinkels. Mevrouw Zwinkels (CDA) wil de motie inzake de raadsenquête in stemming brengen. Mocht die het
niet halen, dan zal het CDA, samen met alle partijen die de CDA-motie hebben ondertekend en Volt, de motie van D66 inzake het rekenkameronderzoek steunen.
Aan de orde is de stemming over motie 150 (Verzoek tot initiatief van een raadsenquête). Over motie 150 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van CDA, DENK, EenUtrecht, Horizon, PvdD, Utrecht Solidair, UtrechtNu!, Volt en VVD ervoor gestemd hebben en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de motie is verworpen met 18 tegen 24 stemmen.
Aan de orde is de stemming over motie 151 (Verzoek aan de Rekenkamer voor een diepgaand onderzoek naar het project Aardgasvrij Overvecht-Noord).
Over motie 151 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de motie met algemene stemmen is aangenomen.
13. Spoeddebat Stopzetting samenwerking in Aardgasvrij Overvecht-Noord (deel 2). De heer Bosch (UtrechtNu!) dient een motie van wantrouwen in tegen de wethouder (motie152, Motie van wantrouwen).
De heer Dijkstra (EenUtrecht) dient twee moties in: motie 153 (Gemeenteraad te laat gewaarschuwd over serieuze risico’s warmtenet Eneco) en motie 154 (Lokale energie-initiatieven nu serieus opnemen in scenario’s energietransitie).
Raadsvergadering van 25 april 2024
16
De heer Peters (D66) vindt dat het nu tijd is om vooruit te kijken, samen met de bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties van Overvecht-Noord. Gezocht moet worden naar alter-
natieve duurzame energieoplossingen die haalbaar en betaalbaar zijn. Ook moet onderzocht worden hoe het obstakel van de investering kan worden weggenomen. Een publiek warmtebedrijf kan een oplossing bieden. Daar wordt op een later moment over gesproken. Flexibiliteit en aanpassings-
vermogen zijn essentieel en daarom moet pragmatisch worden gekeken naar oplossingen. Daarom dient hij motie 155 in (Zonder dogma’s kijken naar nieuwe plannen).
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de pragmatische blik betekent dat eerder genoemde opties toch haalbaar zijn.
De heer Peters (D66) reageert dat de warmtetransitie continu in beweging is. Daarom moet gekeken worden of alle aannames uit het verleden nog kloppen of moeten worden herijkt. Daarbij liggen alle opties op tafel.
De voorzitter schorst de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Van Hooijdonk. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) laat het oordeel over de moties 152 en 153 aan de raad. Motie 154 moet zij ontraden, omdat in het dictum twee zaken door elkaar worden gehaald: de manier waarop je een alternatief organiseert en wat dat alternatief precies is. Dat is niet automatisch
gekoppeld. In de brief die gisteren is gestuurd, is beschreven hoe een en ander gaat. Initiatieven worden serieus genomen en er wordt gekeken naar alternatieven.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt de term “serieus op te nemen” in het dictum een neutrale term. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zegt dat een alternatief en een initiatief twee verschillende dingen zijn. Initiatieven worden serieus genomen en alternatieven worden onderzocht. De
gemeenteraad weegt wat in het belang van bewoners het beste alternatief is en wat de rol van initiatieven daarbij kan zijn.
Motie 155 legt het vervolg goed vast. Het college komt in Q4 met beslisinformatie naar de raad. Zij kan de motie overnemen of positief adviseren.
De heer Peters (D66) trekt daarop motie 155 in. De voorzitter stelt voor om meteen te stemmen over motie 152 en vanavond over de overige moties te stemmen.
De heer Te Hoonte (VVD) vindt de motie van de heer Dijkstra ook over de vertrouwenssfeer gaan en wil ook die nu in stemming brengen. Wel verzoekt hij om een schorsing voor fractieberaad. Mevrouw Zwinkels (CDA) sluit zich aan bij het verzoek om schorsing. De voorzitter schorst hierop de vergadering.
Raadsvergadering van 25 april 2024
17
Na hervatting van de vergadering wordt overgegaan tot de stemmingen. Aan de orde is de stemming over motie 152 (Motie van wantrouwen). De heer Van Heuven (PvdD) vindt de manier waarop de wethouder in dit dossier met de raad heeft
gecommuniceerd niet goed. Het is niet voor de eerste keer en daarom stemt de PvdD voor de motie. Mevrouw Meerding (VVD) is blij dat er een rekenkameronderzoek komt. De VVD heeft niet het volste vertrouwen in de wethouder en steunt daarom de motie.
Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft in het debat de feiten boven tafel willen krijgen. Zij is echter onaan-
genaam verrast door de houding en reactie van de wethouder, bijvoorbeeld over het persbericht. Dit versterkt het beeld dat de raad buitenspel wordt gezet en de oppositie niet serieus wordt genomen. Het CDA ziet hierin een patroon. Daarom steunt zij de motie.
De heer Paalman (Horizon) zal de motie niet steunen, omdat hij op zoek is naar antwoorden en niet naar afrekeningen.
Over motie 152 wordt digitaal gestemd, waarbij de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van CDA, DENK, EenUtrecht, PvdD, Utrecht Solidair, UtrechtNu! en VVD ervoor stemmen en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
Aan de orde is de stemming over motie 153 (Gemeenteraad te laat gewaarschuwd over serieuze risico’s warmtenet Eneco).
De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat de gang van zaken rond het debat van 29 februari te veel vragen oproept en steunt daarom de motie.
De heer Van Heuven (PvdD) stemt in met de inhoud van de motie. Mevrouw Passier (Volt) sluit zich aan bij de VVD. Over motie 153 wordt digitaal gestemd, waarbij de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van CDA, DENK, VVD, PvdD, BIJ1, Volt, EenUtrecht, Utrecht Solidair, UtrechtNu! en Horizon ervoor stemmen en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen. De voorzitter schorst hierna de vergadering voor de lunchpauze. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: Beëdiging tijdelijk raadslid GroenLinks. De voorzitter merkt op dat Fred Claasen benoemd zal worden als tijdelijk raadslid; hij vervangt Meike Hellevoort van de fractie van GroenLinks. Ze geeft het woord aan de voorzitter van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven, de heer Te Hoonte.
Raadsvergadering van 25 april 2024
18
Proces-verbaal van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven van Fred Claasen. De heer Te Hoonte (voorzitter commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven) leest het proces-
verbaal voor. De commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven, bestaande uit de raadsleden David Bosch, Rick van der Zweth en hijzelf, heeft onderzoek gedaan naar de geloofsbrieven van Fred
Claasen, die op 1 april 2024 benoemd is verklaard als lid van de gemeenteraad. De commissie is tot de conclusie gekomen dat hij voldoet aan de wettelijke vereisten voor het raadslidmaatschap. Ook
heeft hij geen functies die onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap. De commissie adviseert de raad daarom Fred Claasen toe te laten als lid van de gemeenteraad van Utrecht.
Bij acclamatie wordt overeenkomstig het advies van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven besloten.
Fred Claasen legt daarop in handen van de voorzitter de in de Gemeentewet voorgeschreven belofte af.
De voorzitter feliciteert Fred Claasen met zijn benoeming.
(Applaus.)
9. Raadsvoorstel Benoeming lid Referendumcommissie Utrecht. De voorzitter merkt op dat Alyssa Uitdewilligen Bos te kennen heeft gegeven haar lidmaatschap van de Referendumcommissie te willen neerleggen. Zij is vandaag verhinderd, dus er zal afscheid van
haar genomen worden in de raadsvergadering van 6 juni. Nu wordt overgegaan tot de benoeming van een nieuw lid van de Referendumcommissie. Zij geeft het woord aan de voorzitter van de sollicitatiecommissie, die de voordracht zal toelichten.
Mevrouw Kleinrensink (voorzitter sollicitatiecommissie) merkt op dat de sollicitatiecommissie van de CPR eerder met een aantal potentiële leden voor de Referendumcommissie heeft gesproken. Toen waren er veel meer echt goede kandidaten dan plekken. Nu komt er alsnog een plek vrij omdat
Alyssa Uitdewilligen Bos gaat stoppen. Namens de CPR en de sollicitatiecommissie wil zij Alyssa graag bedanken, maar dat zal later uitgebreider gebeuren.
De sollicitatiecommissie beveelt de raad van harte aan om Marion Veerbeek als opvolger van Alyssa te benoemen en daarmee het team van de Referendumcommissie verder te versterken met iemand die al op veel plekken ervaring heeft met referenda en referendumverordeningen. De commissie denkt dat Marion Verbeek een heel mooie aanvulling van het team is. Zij wenst haar alvast veel succes.
Bij acclamatie wordt overeenkomstig de aanbeveling van de sollicitatiecommissie besloten. Marion Veerbeek legt daarop in handen van de voorzitter de in de Gemeentewet voorgeschreven belofte af.
De voorzitter feliciteert Marion Veerbeek met haar benoeming en wenst haar veel succes.
(Applaus.)
Raadsvergadering van 25 april 2024
19
7. Actuele moties. Actuele motie 146, Samen aan het roer in het sociaal domein! Mevrouw Van der Wilt (D66) constateert dat de raad met amendement "Borgen positie raad in sturing
voorzieningen sociale domein" heeft uitgesproken beter te willen kunnen sturen op de opdrachten in het sociale domein. Voor goede (bij)sturing is een startpunt nodig in de vorm van duidelijke
(streef)doelen. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht, PvdA, Volt en Student & Starter motie 146 (Samen aan het roer in het sociaal domein!) in, die het college oproept om:
1. In de opdrachten voor iedere ontwikkelopgave alsnog te komen met concrete, voor de raad navolgbare, doelen (bijv. streefcijfers en concrete afspraken);
2. Daarbij in ieder geval op te nemen dat de opdrachtnemers binnen deze uitvraag op een gelijkwaardige manier moeten samenwerken met andere (informele) partners en bewonersinitiatieven in de wijk;
3. Aanvullend op te nemen dat iedere opdrachtnemer met bovenstaande partijen moet komen tot werkbare (financiële) afspraken en vormen om deze gelijkwaardige samenwerking te en
stimuleren, bij voorkeur middels een wijkbudget gekoppeld aan wijkopgaves zoals genoemd in de raadsbrief;
4. Te zorgen dat deze aanvullende afspraken geconcretiseerd worden in het eerste jaar na de
opdrachtgunning en hierna worden gedeeld met de raad in het licht van amendement "Borgen positie raad in sturing voorzieningen sociale domein".
Actuele motie 147, Overgangsjaar Sociale basis. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat de nota van uitgangspunten Sociale Basis vaag is en geen
concrete doelen heeft. Daarnaast ging het uit van het een-op-een verlengen van huidige contracten zonder de afspraak dat lokale gemeenschapsorganisaties een deel van die opdracht zelf sturen en zelfstandig zouden kunnen uitvoeren. Inmiddels is er interesse van derden om een deel van de
opdracht te gaan doen. Ook zijn de ontwikkelopgaven niet voldoende uitgewerkt. Daarom dient hij motie 147 (Overgangsjaar Sociale basis) in, die het college opdraagt om:
1. Alle opdrachten in de Sociale basis met de bestaande uitvoeringspartners met een overbruggingsjaar te verlengen;
2. De ontwikkelopgaven in de komende periode, samen met partners in de stad, concreet uit te
werken en als kaders uiterlijk Q4 2024 aan de gemeenteraad ter besluitvorming voor te leggen, als basis voor de opdrachten Sociale basis vanaf 2026.
Actuele motie 148, Streef naar 30% zelfsturend bij opdrachten Sociale basis. De heer Dijkstra (EenUtrecht) constateert dat in de afgelopen tien jaar in Utrecht vele tientallen
burger- en buurtorganisaties (BBO's) zijn gestart die een deel van het sociaal werk in de Sociale basis zelf zijn gaan doen, in eigen regie en soms volledig zelfsturend. Dit laat zien dat de samenleving
zich organiseert van consumerend naar zelfsturend. Daarom dient hij motie 148 (Streef naar 30%
zelfsturend bij opdrachten Sociale basis) in, die het college opdraagt om bij opdrachten in de Sociale basis op te nemen dat de opdrachtnemer zich maximaal inzet om binnen vijf jaar minimaal 30% van
de omzet over te dragen aan lokale burger- en buurtorganisaties actief in de Utrechtse gemeenschap die de bijbehorende taken zelfstandig en zelfsturend uitvoeren.
Raadsvergadering van 25 april 2024
20
Mevrouw Voortman (wethouder) reageert op motie 146 over samen aan het roer staan in het sociaal domein. De langdurige looptijd van de opdrachten is tien jaar en daarom is het niet mogelijk om voor de hele periode in de overeenkomsten concrete doelen met streefcijfers op te nemen. Het
college is wel van plan om een jaarcyclus in de overeenkomsten een expliciete plek te geven. In de
jaarcyclus staat een plan centraal met resultaten en indicatoren. Zij ontraadt de motie op dictumpunt 3, want het college wil dat opdrachtgevers en opdrachtnemers met formele en informele partners uit
de wijk afspraken maken op wijkniveau over resultaten en de bijdragen daaraan. Eventuele financiële afspraken dienen echter via de gemeente te lopen, zodat er meer kan worden gestuurd. Het college staat positief tegenover dictumpunt 4, behalve dat een deel van de ontwikkelopgaven mogelijk niet
reeds in het eerste jaar geconcretiseerd wordt. Het college is voornemens om de concretisering van de doelen in de jaarcyclus in de eerste jaren van de overeenkomst te implementeren.
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt waartoe de nota met doelen dient. De wethouder zegt nu dat er voor een periode van tien jaar geen concrete doelen kunnen worden opgesteld.
Mevrouw Voortman (wethouder) reageert dat de uitwerking van de doelen per jaar en in de evaluatiemomenten dient te worden gerealiseerd.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) hoort enerzijds dat de wethouder financiële afspraken via de gemeente wil laten lopen, maar dat anderzijds de financiële afspraken niet aan de voorkant gemaakt mogen worden. Spreekt dit elkaar niet tegen?
Mevrouw Voortman (wethouder) benadrukt dat er aan de voorkant reeds financiële afspraken worden gemaakt. Het gaat hier echter om de uitwerking van de doelen. Het college stuurt stevig aan de voorkant, maakt jaarplannen en organiseert evaluatiemomenten.
Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft met de motie beoogd dat de financiële afspraken gezamenlijk
moeten worden gemaakt. Er dient een concrete oplossing te komen die het mogelijk maakt dat de samenwerking daadwerkelijk gelijkwaardig wordt.
Mevrouw Voortman (wethouder) constateert dat D66 en de wethouder het op dit punt deels eens zijn. Het is echter niet wenselijk om tien jaar van tevoren alle afspraken volledig in te richten. Toekomstige gemeenteraden zullen er ook grip op moeten hebben.
De wethouder ontraadt motie 147 over het overbruggingsjaar van de Sociale basis. Het college onderzoekt op dit moment de onderdelen gemeenschapskracht, informatie, onafhankelijke
cliëntondersteuning, hulp bij financiën en sociale raadslieden. De raad wordt hierover uiterlijk voor het zomerreces geïnformeerd. Dit kan betekenen dat er een overbruggingsjaar zal zijn, want er is interesse van andere partijen. Dictumpunt 2 wordt ontraden omdat de afspraak is dat de raad de
kaders vaststelt. Dit wordt gedaan met de Nota van Uitgangspunten. Het college stelt de opdracht op als basis voor de gunning van opdrachten aan aanbieders. Daarnaast zijn er evaluaties toegezegd, die via amendementen zijn opgenomen in het raadsbesluit.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of het voor de samenhang verstandig is om voor alle opdrachten een Sociale basis te hanteren
Raadsvergadering van 25 april 2024
21
Mevrouw Voortman (wethouder) denkt van niet.
Zij reageert op motie 148 over het streven van 30% zelfsturend bij opdrachten Sociale basis. Het
college heeft geconstateerd dat dit niet past bij de behoefte aan gelijkwaardige samenwerking. De samenwerking tussen bewonersinitiatieven en betaalde beroepskrachten heeft meerwaarde.
Daarnaast worden bewonersinitiatieven via andere regelingen door de gemeente gefinancierd. Het
college is voornemens om budget uit de opdrachten, breder dan de sociale basis, te halen voor de
ondersteuning van groepsgericht werken in de sociale basis. Dit wordt gefinancierd via de gemeente aan een initiatief of een bewonersorganisatie. Het college staat de ondersteuning van bewonersorganisaties dus voor, maar niet op de wijze die EenUtrecht voorstelt. Actuele motie 149, Aflossen van studieschuld via IKB-budget. De heer Sungur (DENK) constateert dat het Rijk vanaf 2025 werknemers de mogelijkheid biedt om
maximaal € 2.000 per jaar van hun Individueel Keuze Budget (IKB) in te zetten voor het aflossen van hun studieschuld, onder gebruikmaking van de fiscale Werkkostenregeling. Het Rijk wil met deze
regeling een aantrekkelijke werkgever zijn en blijven voor jonge werknemers. Een aanzienlijk aantal werknemers van de gemeente Utrecht heeft immers een studieschuld heeft DUO. Het is belangrijk
om als gemeente een aantrekkelijke werkgever te blijven voor jong talent, dat essentieel is voor een dynamische en innovatieve publieke sector. Daarom dient hij mede namens Student & Starter motie 149 (Aflossen van studieschuld via IKB budget) in, die het college opdraagt om:
1. Te onderzoeken hoe een vergelijkbare regeling, zoals toegepast door het Rijk, geïmplementeerd
kan worden voor de werknemers van de gemeente Utrecht, waarbij werknemers een deel van hun jaarlijkse IKB kunnen gebruiken voor het aflossen van hun studieschuld;
2. Indien de implementatie als gemeente niet mogelijk is, dan dit idee mee te nemen naar de eerst volgende CAO onderhandelingen voor de gemeenten.
Mevrouw Streefland (wethouder) kan motie 149 overnemen. De raad kan hierover uiterlijk in Q1 2025 worden geïnformeerd. Het college onderstreept het belang van het behouden van jonge talenten. Wel zal er gekeken moeten worden naar de huidige voorziening, vooral gezien de aanstaande bezuinigingen.
De heer Sungur (DENK) brengt de motie wel in stemming, ondanks het feit dat die is overgenomen. Aannemen van de motie zou namelijk een krachtig signaal zijn vanuit de raad.
De voorzitter merkt op dat over de actuele moties vanavond gestemd zal worden. 14. Raadsvoorstel Wijziging Ontwikkelingskader Detailhandel 2012, APV Utrecht 2010, standplaatsen en legesverordening gemeente Utrecht 2024.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) legt uit dat er met voorliggend raadsvoorstel vergunning wordt verleend op basis van onder meer selectie op duurzaamheid en binding met de wijk. Wat echter opvalt, is dat de onderdelen duurzaamheid en klimaat nog nauwelijks uitgewerkt zijn. Het benoemen van aspecten waarop ondernemers kunnen verduurzamen, kan hen inspireren en helpen hierover na te gaan denken. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht motie 156 (Onder verduurzamen valt ook plantaardig en gezond) in, die het college opdraagt:
Raadsvergadering van 25 april 2024
22
bij de uitwerking van de selectiecriteria in deze conceptwerkwijze in ieder geval gezondheid en de
eiwittransitie van dierlijk naar plantaardig expliciet te benoemen, bijvoorbeeld bij de thema’s achter Verduurzamen bedrijfsvoering:
- (1) klimaat, waaronder ook de transitie naar plantaardige voeding;
- (2) en gezonde leefomgeving voor mens en dier en gezonde voeding.
Zij dient mede namens EenUtrecht amendement 32 (Verkoop geen levende dieren op de standplaatsen) in, met het dictum:
Aan beslispunt 1.a. i de woorden "uitgezonderd levende dieren", toe te voegen waardoor het komt te luiden:
i. Food, uitgezonderd levende dieren, en bloemen/planten op dagstandplaatsen bij winkelgebieden.
De heer Peters (D66) vraagt of er van de Partij voor de Dieren nog oesters en mosselen verkocht mogen worden bij de viskraam.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) bevestigt dat dit onder het amendement valt. De heer Peters (D66) vraagt zich af hoe wenselijk dat is. Mevrouw Sasbrink (PvdD) reageert dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat ook
mossels en oesters stress, angst en pijn ervaren. Het is de vraag of de gemeente dat moet willen faciliteren.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) acht het van groot belang dat in het vervolgproces alles goed gaat voor de standplaatshouders. De uitleg in het raadsvoorstel wijkt toch af van wat er in het uitvoeringsplan
staat. De VVD vraagt daarom om een toezegging dat de raad een brief ontvangt over de aanstaande wijzigingen bij de uitvoering van de selectiecriteria op subcriteriumniveau. De beoordeling van de
selectiecriteria dient goed geregeld te worden en daarom dient zij mede namens Volt, EenUtrecht,
UtrechtNu!, ChristenUnie, Utrecht Solidair en D66 motie 157 (Betrek de wijk bij binding met de wijk)
in, die het college opdraagt om in de nadere regel op te nemen dat er een inspanningsverplichting is vanuit het college om in ieder geval een branchevertegenwoordiger en wijkbewoners aan de beoordelingscommissie toe te voegen.
De heer Peters (D66) constateert dat het college in het coalitieakkoord als doel heeft gesteld om
meer kansen te bieden aan (horeca)ondernemers in de verschillende centra buiten de binnenstad.
Ruimte voor ondernemerschap is essentieel om de wijken en buurten levendiger te maken en daarom dient hij mede namens EenUtrecht en Student & Starter motie 158 (Stimuleer ondernemerschap) in, die het college opdraagt:
1. Om toekomstige standplaatshouders de mogelijkheid te geven hun standplaats aantrekkelijk in te richten met meubilair en groen;
2. Hierbij een benadering te hanteren bij de handhaving op het plaatsen van meubilair en groen die ruimte biedt voor sfeerbevordering en lokale dynamiek, mits dit niet leidt tot significante belemmeringen of overlast. Dit houdt in: a.
Het toestaan van enige flexibiliteit in de positionering van meubilair, zolang deze bijdragen
aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van de standplaats, zonder dat de openbare orde en veiligheid in het geding komen;
Raadsvergadering van 25 april 2024
23
b. Kenbaar te maken dat het meubilair openbaar toegankelijk dient te zijn;
c. Te waarborgen dat deze inrichtingen geen hinder of belemmeringen veroorzaken in de openbare ruimte en conform zijn met de geldende veiligheids- en orderegels;
d. Te voorzien in duidelijke communicatie naar de ondernemers onder welke omstandigheden handhaving zal optreden;
e. Na een jaar een evaluatie uit te voeren over de effectiviteit en impact van deze flexibiliteit op de lokale sfeer en veiligheid.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of de extra ruimte voor inrichting geldt binnen de vierkante meters van de standplaats zelf.
De heer Peters (D66) bevestigt dit. Op een paar centimeters extra voor een picknick- of statafel zou niet gehandhaafd moeten worden.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) hoort van D66 hoe zij denkt over het stellen van duidelijke regels voor de bestemde ruimte van standplaatsen.
De heer Peters (D66) wil voorkomen dat er, net als bij de terrassen, op elke centimeter gehandhaafd gaat worden.
De heer Bosch (UtrechtNu!) benadrukt allereerst dat het onderwerp van de standplaatshouders zijn partij niet onberoerd heeft gelaten. Hij dient allereerst (hoewel EenUtrecht eigenlijk pleit voor een vergunning voor standplaatshouders van 25 jaar) mede namens de VVD, Volt, GroenLinks,
ChristenUnie, D66, CDA en PvdA amendement 33 (Langere vergunningsduur standplaatshouders) in, met het dictum:
Aan beslispunt 2 van het raadsbesluit "Wijziging Ontwikkelingskader Detailhandel 2012, APV Utrecht 2010, standplaatsen en legesverordening gemeente Utrecht 2024" toe te voegen:
"e. Met dien verstande dat in de Nadere regel artikel 5.13 APV 2010 een vergunningsduur van 15 jaar wordt opgenomen inclusief een onderbouwing daarvan op basis van de in dit amendement genoemde overwegingen."
Hij dient mede namens Utrecht Solidair amendement 34 (Niet-verrijdbare verkoopinrichtingen standplaatshouders) in, met het dictum:
Aanpassing van Artikel 5.13 van de APV 2010, ‘standplaatsen’ in het ontwerp raadsbesluit
'Ontwikkelingskader Detailhandel 2012', paragraaf V.4, d.d. 25 april 2024, kenmerk 11832801, als volgt:
a. Deze bouwsels nog vijf jaar binnen de duur van een nieuwe vergunning te laten
voortduren/gedogen, zodat deze standhouders nog enige tijd hebben om financieel het vaste bouwsel aan te passen aan de eisen van een omgevingsvergunning;
b. Indien een standplaatsvergunning is verkregen op deze plek, een omgevingsvergunning te
verlenen en een redelijke periode te bieden om het bouwsel aan te passen aan de voorwaarden van de omgevingsvergunning;