3e raadsvergadering 28 maart 2024
Tekst van het document
De heer Stam (PvdA) dient mede namens EenUtrecht en UtrechtNu! motie 118 (Kunst en cultuur voor eenieder) in, die het college opdraagt om:
1. Verplicht te stellen dat elke door de gemeente Utrecht gesubsidieerde culturele aanbieder een aantrekkelijk aanbod biedt voor U-pas-houders;
2. Te toetsen in welke mate het aanbod voor U-pashouders wordt benut; 3. De raad hierover uiterlijk in Q4 van dit jaar te informeren.
De heer Van Vliet (D66) informeert wat de PvdA exact beoogt met deze motie, dat gesubsidieerde
cultuuraanbieders een passend aanbod organiseren voor de minder bedeelden of dat dit passende aanbod vanuit cultuuraanbieders door bezoekers betaald kunnen worden met de U-pas?
De heer Stam (PvdA) pleit voor toegankelijke cultuur voor iedereen. De bestaande regelingen zijn niet toereikend. De (grotere) instellingen moeten kijken hoe buiten de U-pas om men makkelijker gebruik kan maken van cultuur. Voor de U-pas is er immers slechts een beperkt budget.
De heer Van Vliet (D66) constateert dat met deze motie de PvdA het budget van de U-pas niet wenst te verhogen.
De heer Stam (PvdA) denkt dat dit mooi zou zijn, maar de motie kijkt naar hetgeen mogelijk is binnen de bestaande regelingen.
Mevrouw De Vries (PvdD) vindt het een sympathieke motie, maar hoort van de PvdA graag wat de consequentie zou zijn als niet aan de gevraagde verplichting kan worden voldaan.
De heer Stam (PvdA) antwoordt dat hij dit bij het college laat. Het gaat niet om sancties, maar instellingen die het niet doen, kunnen daarop aangesproken worden.
Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) vraagt aan de heer Stam of hij voor het U-pasbudget ook een bepaald kortingspercentage voorziet.
De heer Stam (PvdA) denkt dat dit lastig is, al is hij er wel voor. Er zijn namelijk veel verschillende
soorten cultuuraanbieders. Voor kleinere cultuuraanbieders is 50% korting meer dan voor grotere
Raadsvergadering van 28 maart 2024
24
cultuuraanbieders. Mevrouw Oosters (wethouder) bedankt de PvdA voor het initiëren van dit debat. Zij reageert
allereerst op de vraag over de inzet op cultuurparticipatie in wijken waar minder aanbod is. De
wethouder zegt toe om bij de subsidiëring en uitvoering voorrang te geven aan buurten in de stad waar cultuuraanbod mist, en daarbij specifiek de Pijler Diversiteit meenemen.
Zij reageert op motie 118 over kunst en cultuur en eenieder. De gedachte achter de motie is helder: het is wenselijk dat het cultuuraanbod zo toegankelijk mogelijk is. Het college spant zich hier dan
ook sterk voor in. Deze motie roept echter op om dergelijke kortingen verplicht te stellen voor een
aantal regelingen die al zijn ingegaan of waar de aanvragen reeds voor lopen en waarvoor dus al een budget is vastgesteld. De kleine aanbieders worden hiermee geraakt, en daarom ontraadt zij de motie. Om tegemoet te komen aan deze zoekvraag, zegt de wethouder toe de raad een brief te
sturen met een inventarisatie van het U-Pasaanbod op het vlak van cultuur, in hoeverre daarvan
gebruik wordt gemaakt, welke cultuuraanbieders al wel een passend aanbod hebben voor mensen
met een kleine portemonnee en welke nog niet, en welke interventies de gemeente kan doen om dit aanbod te vergroten.
De heer Stam (PvdA) trekt motie 118 in na de gedane toezegging. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. 24. Afrondende besluitvorming na debat over Herijking Initiatievenfonds De heer Van Steeg (CDA) blikt terug op een goed debat over de Herijking Initiatievenfonds. Dit is een belangrijk fonds om initiatieven vanuit de Utrechtse samenleving te stimuleren. Het CDA denkt
echter dat er nog meer kan worden gedaan om de bekendheid op het stadskantoor en in de buurten te vergroten. Grote evenementen zouden bovendien op een andere manier gefinancierd moeten
worden. Daarom dient het CDA mede namens Utrecht Solidair motie 119 (Stimuleer initiatief vanuit de wijk) in, die het college opdraagt om:
1. Het Initiatievenfonds voornamelijk in te zetten voor wijk- en buurtinitiatieven;
2. De nadere regel Initiatievenfonds, artikel 10B, lid c hierop op termijn aan te passen zodat financiering van deze stadsbrede evenementen niet via het Initiatievenfonds plaatsvindt;
3. De kennis over het Initiatievenfonds onder ambtenaren te vergroten, zodat bekendheid in de wijk verder worden gestimuleerd;
4. En de raad over uitvoering te informeren bij de jaarlijkse voortgangsbrief over het Initiatievenfonds.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of de evenementen die uit het Initiatievenfonds worden ondersteund (waaronder de Maartensparade, Keti Koti en Pride) door de gemeente niet meer ondersteund dienen te worden.
De heer Van Steeg (CDA) denkt dat voor een aantal evenementen het Initiatievenfonds niet het geschikte middel is.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt wat de dekking voor de grote evenementen dan is.
Raadsvergadering van 28 maart 2024
25
De heer Van Steeg (CDA) geeft aan die dekking niet te hebben. De motie zou echter niet tot extra financiële kosten hoeven te leiden.
Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat zij mede namens de PvdA spreekt.
Ze is blij met de focus op kinderen en jongeren en ziet uit naar de campagnes.
Ze benadrukt dat geld uit het Initiatievenfonds alleen gebruikt mag worden voor aanvragen via dit
fonds. Zij vraagt de wethouder toe te zeggen dat vanaf het moment dat wordt gewerkt met wijk- en buurtbudgetten, aanvragen niet meer vanuit het Initiatievenfonds, maar vanuit het
programmabudget bekostigd moeten worden, in lijn met de eerder aangenomen moties. Mevrouw Oosters (wethouder) reageert op motie 119 over het Initiatievenfonds. Het idee is begrijpelijk, maar het overgrote deel van het Initiatievenfonds gaat reeds naar buurt- en
wijkinitiatieven, ook de stadsbrede initiatieven. Stadsbrede evenementen doen een beroep op dit
fonds en dit gaat om onmisbare evenementen. Daarnaast zijn ook deze evenementen initiatieven van bewoners. En hoewel het Initiatievenfonds geen vergaarbak mag worden voor alle evenementen, is dit fonds ook een mooi middel voor de grootschalige evenementen. In het Initiatievenfonds is
immers de optie opgenomen om stadsbrede evenementen te stimuleren. Zij ontraadt de motie. De heer Bosch (EenUtrecht) constateert dat evenementen als de Canal Pride en de Dodenherdenking in de financiële problemen kunnen komen wanneer deze motie wordt aangenomen. Mevrouw Oosters (wethouder) bevestigt dat. De heer Van Steeg (CDA) benadrukt dat dit expliciet niet in de motie staat. Mevrouw Oosters (wethouder) wijst op het dictum, waarin staat dat deze evenementen geen
aanvraag meer kunnen doen voor een bijdrage uit het Initiatievenfonds. Zij kunnen dan dus geen financiering meer krijgen. En het college heeft geen geld op de plank liggen voor dergelijke evenementen.
De wethouder heeft een vraag ontvangen van D66. Mevrouw Van der Wilt heeft gelijk: het college onderzoekt hoe buurtbudgetten vanuit de lijn van verschillende organisatieonderdelen
georganiseerd kunnen worden. Het Initiatievenfonds is hier niet het enige middel voor. Oefening met het Initiatievenfonds blijft gehandhaafd. Het college komt daarmee tegemoet aan een wens van veel bewoners om met het buurtbudget te kunnen werken. Op dit moment is men nog niet zover dat al gezegd kan worden welke onderdelen in het buurtbudget zullen worden opgenomen. Zij heeft al
toegezegd dat zij in Q4 komt met een uitwerking van de onderdelen die in het buurtbudget zullen worden vervat. Dit is echter geen aanleiding om nu reeds te stoppen met het financieren van initiatieven vanuit het Initiatievenfonds.
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dit vervelend, want twee aangenomen moties in het verleden beoogden iets anders. Kan de wethouder toezeggen dat in de voor Q4 toegezegde brief wordt
opgenomen dat er een einde komt aan de financiering uit het Initiatievenfonds en dat de financiering via de bestaande budgetten gaat lopen? Tot aan Q4 is er dan nog gelegenheid om te oefenen, maar daarna houdt het op, conform de twee aangenomen motie.
Mevrouw Oosters (wethouder) zal daar in de bedoelde brief nader op ingaan.
Raadsvergadering van 28 maart 2024
26
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over de motie vindt vanavond plaats.
25. Afrondende besluitvorming na debat over Besluitvorming en informatieverschaffing rondom Festival Verknipt.
De heer Van Vliet (D66) heeft een punt van orde. De uitgewerkte moties zijn pas na de lunch ingediend, waardoor er te weinig tijd was om deze goed te doorgronden. Hij roept aan alle
raadsleden op om hier rekening mee te houden, zodat er een goed en inhoudelijk debat kan worden gevoerd.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) constateert dat de huidige situatie omtrent festivals in de
gemeente Utrecht getuigt van onbehoorlijk bestuur. Binnen de huidige behandelingstermijn voor
aanvragen voor evenementvergunningen bestaat er niet voldoende ruimte voor het doorlopen van de bezwaarprocedure vóórdat het evenement plaatsvindt. En evenementenleges zijn bij lange na niet
kostendekkend zijn. Daarom dient hij mede namens Utrecht Solidair en Partij voor de Dieren motie 120 (Geef Tanden aan Bezwaarprocedures Evenementen) in, die het college opdraagt om zo snel
mogelijk de indieningstermijn voor evenementen te verlengen naar 35 weken en eventuele daaraan gerelateerde kosten te dekken uit een verhoging van de leges.
Hij dient mede namens Utrecht Solidair en Partij voor de Dieren motie 121 (Onderzoek Bezwaartermijnen) in, die het college opdraagt om:
1. Te onderzoeken of en zo ja hoe de indieningstermijn voor evenementen zo kan worden
verlengd dat voldoende ruimte bestaat voor het doorlopen van bezwaarprocedures, zonder dat daarbij de veiligheid in het gedrang komt;
2. De raad hier uiterlijk in Q3 2024 over te informeren. De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat binnenkort de locatieprofielen worden besproken. Waarom brengt de heer Bos dit onderwerp niet dan aan de orde?
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat hij de indieningstermijn voor evenementen los ziet van de locatieprofielen.
De heer Snijder (Student & Starter) reageert dat er best veel participatie door de hele stad heeft plaatsgevonden, ook om de locatieprofielen op te stellen. Waarom dan niet op dat moment? De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft hier vandaag de behoefte aan en beschouwt de locatieprofielen als een ander aspect.
Hij wil het vertrouwen van de Utrechters in de overheid herstellen. Daarom dient hij mede namens Utrecht Solidair motie 122 (Publiceren Vergunningsaanvragen) in, die het college opdraagt om zo snel mogelijk te starten met het publiceren van alle vergunningsaanvragen voorevenementen en eventuele daaraan gerelateerde kosten te dekken uit een verhoging van de leges.
Hij zet zich ervoor in dat geluidsmetingen daadwerkelijk objectief worden uitgevoerd door het
inschakelen van onafhankelijke instanties. Daarom dient hij mede namens Utrecht Solidair motie 123 (Onafhankelijke Geluidsmetingen), die het college opdraagt om geluidsmetingen voor festivals
Raadsvergadering van 28 maart 2024
27
voortaan door onafhankelijke instituties uit te laten voeren en eventuele daaraan gerelateerde kosten te dekken uit een verhoging van de leges.
Tot slot ziet hij graag dat het college reflecteert op hoe de informatieverschaffing richting de raad verlopen is. Hoe kan het college voortaan wel vertrouwd worden wanneer het gaat om informatieverschaffing rondom geluidsproblematiek?
Mevrouw Sasbrink (PvdD) constateert dat evenementen niet voor iedereen een mooi feestje is. Flora
en fauna hebben hier zelf geen stem in, maar worden wel onder de voet gelopen. Ook omwonenden en parkgebruikers ervaren hinder van evenementen. Als de vergunningverlening open is, kunnen
mensen hier tijdig bezwaar tegen maken. Wanneer blijkt dat er iets schort aan de afspraken over het evenement, is er nog tijd om aanpassingen te maken. De aanvraagtermijn moet langer worden. Daarom is Partij voor de Dieren mede-indiener van motie van moties 120 en 121. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Oosters. Mevrouw Oosters (wethouder) dankt de raad voor de behandeling van dit onderwerp, zowel in de raad als in de commissie. Het gaat hier om een complex en belangrijk onderwerp.
Zij reageert op 120 over het verlengen van de vergunningproceduretermijn. Eerder heeft de
wethouder daarover gezegd dat het eerder laten aanvragen van een evenementenvergunning niet per definitie zal leiden tot het eerder vergunnen van het evenement. Het verlenen van de vergunning is namelijk afhankelijk van de actualiteit. De indieningstermijn van een omgevingsvergunning is
wettelijk vastgelegd en kan niet worden verruimd. Omwonenden moeten bezwaar kunnen maken tegen een evenement als zij het daarmee oneens zijn en daarom is er de mogelijkheid van zienswijze, bezwaar of voorlopige voorziening. Zij ontraadt de motie.
Dat brengt de wethouder bij motie 121. Daarvoor gelden dezelfde appreciatie en motivering als voor motie 120.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat voor de mogelijkheden om bezwaar te maken tegen een evenement voldoende tijd nodig is om deze te doorlopen.
Mevrouw Oosters (wethouder) reageert dat de zienswijze tijdig kan worden ingediend. Een
bezwaarprocedure is echter wel gebonden aan een soms lastig tijdspad. Met de voorlopige voorziening is er een mogelijkheid om een uitspraak te vragen van de rechter als de bezwaarprocedure in de knel komt.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) stelt dat in de praktijk bij een voorlopige voorziening de rechter vaak wijst op de gedane investeringen.
Mevrouw Oosters (wethouder) legt uit dat een rechter tevens andere argumenten gebruikt bij de
voorlopige voorziening. Soms wordt de voorziening afgewezen op inhoudelijke gronden. Er zal een
betere manier moeten komen om dit in te richten, maar het verlengen van de aanvraagtermijn is niet de oplossing omdat dit niet leidt tot een eerdere vergunningverlening.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wijst erop dat inzetten op verlenging van de
Raadsvergadering van 28 maart 2024
28
vergunningproceduretermijn zal leiden tot een eerdere vergunningaanvraag, waarmee burgers ook eerder in bezwaar kunnen gaan.
Mevrouw Oosters (wethouder) ontkent dit, want bezwaar wordt gemaakt tegen de verlening van een
vergunning. De aanvraag zelf is geen besluit van een overheid. Kennis van actuele zaken is nodig om de vergunning te kunnen verlenen.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat te makkelijk. De actualiteitswaarde is minder relevant en bij vergunningverlening kan men goed vooruitkijken.
Mevrouw Oosters (wethouder) deelt die mening niet. De actualiteitswaarde is een belangrijk onderdeel van vergunningverlening.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) benadrukt dat mensen langer de tijd hebben om in bezwaar te gaan als de vergunning eerder wordt verleend.
Mevrouw Oosters (wethouder) ziet niet dat het verlengen van de aanvraagtermijn gaat leiden tot een eerdere verlening van de vergunning.
Dan de motie 122 over het publiceren van vergunningaanvragen. De wethouder deelt mede dat alle aanvragen van de evenementenvergunningen reeds worden gepubliceerd op www.overheid.nl. Dat
geldt tevens voor de omgevingsvergunningen. Een overzicht van alle evenementenvergunningen en de aanvragen en de status daarvan zijn terug te vinden op www.utrecht.nl/evenementen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt op welke termijn deze worden gepubliceerd. Mevrouw Oosters (wethouder) reageert dat omgevingsvergunningaanvragen binnen een dag worden gepubliceerd. Zij hecht eraan dat dit tijdig gebeurt en zal dit nogmaals nagaan.
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt om een toezegging dat omgevingsvergunningaanvragen worden gepubliceerd voordat het evenement plaatsvindt.
Mevrouw Oosters (wethouder) heeft begrepen dat omgevingsvergunningaanvragen binnen een dag worden gepubliceerd. Zij zal dit nogmaals nagaan. In elk geval kan zij toezeggen dat
omgevingsvergunningaanvragen altijd zullen worden gepubliceerd voordat het evenement plaatsvindt.
Zij reageert op motie 123 over de onafhankelijke geluidsmetingen. Een organisator meet aan de hand van een geluidsplan dat wordt opgesteld door een deskundig geluidsbureau. Dit wordt
meegenomen in de toetsing van de vergunningaanvraag. Bij grote evenementen hangt de gemeente
zelf meerdere geluidsmeters op om te monitoren of aan de geluidsnormen van de vergunning wordt voldaan. Na het evenementen kunnen meetgegevens opgevraagd worden om te controleren of aan de normen is voldaan. Wanneer de geluidsnormen eens zijn overschreden, zal het college hier strenger op handhaven voor een volgend evenement. Zij ontraadt de motie.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft het over een onafhankelijk bureau dat geluidsmetingen doet tijdens het evenement.
Raadsvergadering van 28 maart 2024
29
Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat de gemeente dit reeds doet. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) informeert naar de financiële implicaties van motie 123. Mevrouw Oosters (wethouder) vindt het lastig om dit in te schatten. De kans is echter groot dat inhuurkosten voor een groot evenement brengen aanzienlijke financiële implicaties heeft.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat dit kosten bespaart aan de zijde van de gemeente, Het lijkt mevrouw Oosters (wethouder) niet functioneel als de gemeente stopt met het doen van geluidsmetingen. Ook zou dit de omwonenden niet helpen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) hoort graag van de wethouder of er reeds is opgetreden als gevolg van een overschreden geluidsnorm. Worden de geluidsnormen gehandhaafd door de gemeente? Bewoners beweren vaak het tegendeel.
Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat de gemeente vaak bijstuurt en handhaaft bij grote
muziekevenementen. Zij benadrukt dat de gemeente, als vergunningverlenende partij, niet partijdig optreedt als het gaat om het handhaven van de geluidsnormen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt de wethouder om een toezegging om hier binnenkort meer informatie over te verstrekken, zodat het vertrouwen kan worden geborgd.
Mevrouw Oosters (wethouder) behandelt de geluidsnormen graag tijdens de bespreking van de locatieprofielen.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) had nog een vraag gesteld. Hij hoort van de wethouder graag een reflectie op de informatieverschaffing richting de raad. Hoe kan het college voortaan wel worden vertrouwd als het gaat om informatieverschaffing rondom geluidsproblematiek?
Mevrouw Oosters (wethouder) vindt dit een ingewikkelde vraag. De mondelinge vragen over Verknipt Festival zijn door het college naar eer en geweten beantwoord. Het college zal dit blijven doen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt om een korte schorsing, zodat hij zijn motie kan voorbereiden.
De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan de heer Bos. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft ten slotte nog een motie. Hij constateert namelijk dat het college tijdens de beantwoording van de mondelinge vragen over Festival Verknipt niet heeft
geïnformeerd dat de vergunningen voor deze festivals onterecht niet geweigerd waren. Daarom dient hij motie 124 (Motie van Treurnis) in, waarbij de raad zijn treurnis uitspreekt over de handelswijze
van het college, het informeren van de raad, alsook het niet vroegtijdig signaleren van de gebrekkige motivatie voor de gehanteerde meetwijze.
Raadsvergadering van 28 maart 2024
30
Mevrouw Oosters (wethouder) wijst erop dat zij eerder in de commissie en op schriftelijke vragen naar eer en geweten heeft geantwoord. Zij heeft geenszins verkeerde informatie verstrekt met de kennis waarover zij op dat moment beschikte. Zij geeft de motie daarmee oordeel raad.
De heer Van Vliet (D66) stelt dat de wethouder reeds bij het commissiedebat haar uiterste best heeft gedaan om naar eer en geweten te beantwoorden.
De voorzitter constateert dat de raad direct over motie 124 wenst te stemmen en schorst hierop kort de vergadering.
Na hervatting van de schorsing deelt de voorzitter mede dat mevrouw Fattal ziek naar huis is gegaan.
Aan de orde is de stemming over de actuele motie 124 (Motie van Treurnis). Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft ook haar frustraties over het evenementenbeleid van de gemeente en hoe er is omgegaan met de locatieprofielen, maar deze motie is totaal niet op zijn plaats.
Over motie 124 wordt bij handopsteken gestemd, waarna de voorzitter constateert dat het lid van de fractie van Stadsbelang Utrecht ervoor gestemd heeft en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over de overige moties vindt vanavond plaats.
(Mevrouw Dijksma draagt hierna het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw AlSaqaff) 26. Afrondende besluitvorming na debat over Tijdelijk beheer leegstand. De heer Stam (PvdA) dient mede namens VVD, D66, GroenLinks, ChristenUnie, EenUtrecht, Student & Starter, UtrechtNu! en Utrecht Solidair motie 125 (Maatschappelijk & Betaalbaar Tijdelijk Leegstandsbeheer) in, die het college opdraagt om:
1. Leegstandsbeheer goed te borgen en in de periode 6 tot 24 maanden waar mogelijk bruikleen te gebruiken;
2. Hiervoor meerdere beheerpartijen te selecteren middels een aanbesteding en alleen daarvan af te wijken als er slechts één geschikte kandidaat is;
3. In de aanbesteding de mogelijkheid op te nemen kleine panden uit te zonderen;
4. Bij de aanbestedingsprocedure maatschappelijk en buurtgerichte invullingen van leegstand goed te borgen en zwaar mee te wegen.
De heer Te Hoonte (VVD) onderstreept het belang van het voorstel van de PvdA, die hij mede indient. Voor de voortgang van de vergadering is van tevoren gesproken over de gezamenlijke oplossing en dit betekent dat niet alles in het voorstel per definitie de keuze van de VVD is.
Raadsvergadering van 28 maart 2024
31
Mevrouw Sasbrink (PvdD) constateert dat de gemeente voor het beheer van tijdelijke leegstand
momenteel een contract heeft met een anti-kraakorganisatie met winstoogmerk en dat de raad zich eerder heeft uitgesproken een kraakvriendelijke stad te willen zijn en streeft naar
huisvesting in plaats van woningmarkt. Volkshuisvesting is verworden tot een woningmarkt. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht, BIJ1 en GroenLinks motie 126 in, die het college opdraagt om: 1. In kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om in de selectie van organisaties met wie samengewerkt wordt voor leegstandsbeheer, een criterium op te nemen ten aanzien van
het niet hebben van een winstoogmerk en het niet afnemen van de rechten van huurders;
2. De raad hierover gelijktijdig met de aanbestedingsleidraad voor tijdelijk beheer Leegstand te informeren.
Mevrouw Zwinkels (CDA) wil van de PvdD weten waarom zij denkt dat anti-kraakorganisaties
schuldig zijn aan de woningmarktproblematiek. Anti-kraakorganisaties zorgen juist voor tijdelijke invulling van een pand.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) legt uit dat anti-kraakorganisaties als doel hebben om winst te maken op leegstand en geen rechten geven aan huurders. Deze organisaties laten huurders betalen, maar huurders krijgen hier niet de rechten voor terug die zij in een normale huurovereenkomst wel
zouden hebben. De gemeente zou alleen contracten aan moeten gaan met organisaties die als doel hebben om op een maatschappelijke manier de leegstand te beheren en niet om daaraan te verdienen.
De heer Te Hoonte (VVD) wijst op motie 125, waarin wordt gevraagd om een bruikleenovereenkomst. Met motie 126 verdwijnt de door de gemeente gewenste professionaliteit in de woningmarkt.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) legt uit dat met haar motie wordt meegenomen hoe de rechten van de
huurders en gebruikers beschermd kunnen worden. Motie 126 beoogt daarnaast om het geld dat overblijft in deze organisaties te besteden aan de maatschappelijke missie.
De heer Te Hoonte (VVD) reageert dat er reeds een commerciële organisatie is die dit tot een half
jaar doet. De Partij voor de Dieren lijkt een haat te hebben tegen mensen die winst maken, terwijl hier ook gewoon toegevoegde voor wordt geleverd.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) wijst erop dat er mensen zijn die een overeenkomst hebben met deze antikraakorganisaties en die daardoor in onzekerheid leven en in een pand zitten dat slecht wordt onderhouden, terwijl zij hier wel voor moeten betalen.
De heer Te Hoonte (VVD) benadrukt dat het hier gaat om maatschappelijk vastgoed van de
gemeente. De anti-kraakorganisaties hebben niet de opdracht om dat vastgoed te onderhouden. Mevrouw Sasbrink (PvdD) reageert dat de mensen die tijdelijk van dit vastgoed gebruik wensen te
maken alleen zouden moeten betalen voor de onkosten van de organisaties. Het verdienmodel van deze organisaties deugt niet.
Mevrouw Zwinkels (CDA) dient motie 127 (Een ontmoetingsplek in de buurt) in, die het college opdraagt om:
Raadsvergadering van 28 maart 2024
32
1. Bij één van de drie lopende buurtagenda’s een proef op te zetten, in samenspraak met en/of op initiatief van bewoners, waarbij leegstaand vastgoed wordt ingezet als een (tijdelijke) ontmoetingsplek in de buurt;
2. Na een periode van 5 maanden te evalueren of het proefproject geslaagd is (en hoe de
onderlinge afspraken binnen de gemeente en de ervaringen van gebruikers zijn verlopen);
3. De gemeenteraad te informeren of het proefproject aanleiding geeft voor verlenging (zodat het voor een periode langer dan zes maanden kan worden gecontinueerd) en uitbreiding (ook op andere locaties met dit idee gaan werken).
De heer Zwanenberg (GroenLinks) ziet graag dat Utrecht een levendige stad is met een rijk cultureel klimaat met veel buurtinitiatieven. Omdat de ruimte schaars is, moeten leegstaande panden zo veel mogelijk worden benut. Daarom is GroenLinks mede indiener van moties 125 en 126.
Mevrouw Zwinkels (CDA) hoort graag hoe men onder zowel motie 125 als 126 kan staan. Motie 125 roept namelijk op om samen te werken met de anti-kraakorganisaties en motie 126 beoogt het tegenovergestelde.
De heer Zwanenberg (GroenLinks) vindt het lastig om dat aan een CDA'er uit te leggen. Motie 125
sluit aan bij wat GroenLinks al heel lang wil voor Utrecht. En het keurmerk voor anti-kraakbureaus van de Partij voor de Dieren is tevens wenselijk.
Mevrouw Zwinkels (CDA) constateert dat het wel meevalt om iets uit te leggen aan een CDA'er. Zij steunt motie 125.
De heer Te Hoonte (VVD) krijgt het idee dat de opvattingen van de heer Zwanenberg breder gaan dan het gemeentelijk vastgoed.
De heer Zwanenberg (GroenLinks) stelt dat het hem hier specifiek gaat om gemeentelijk vastgoed. De heer De Vries (wethouder) begint zijn beantwoording bij motie 125. Hij zou dictumpunten 2, 3 en 4 direct kunnen overnemen, maar dictumpunt 1 roept een aantal overwegingen op. Daarin staat: "waar mogelijk in bruikleen te gebruiken". Het uitgangsbeheer bij tijdelijk beheer leegstand is
kostprijs dekkende huur, tenzij hier afgewogen van kon worden afgeweken. Dit zal echter weinig voorkomen. In bruikleen gebruiken komt dus alleen heel incidenteel voor. Hij kan de motie toch positief overnemen.
De heer Stam (PvdA) vraagt of binnen het beleidsdomein Vastgoed er ook een leegstandsreserve kan zijn.
De heer De Vries (wethouder) legt uit dat de bestaande leegstandsreserve Vastgoed reeds bestemd is. Dictumpunt 1 is daarmee ongedekt.
De heer Stam (PvdA) vraagt of deze reserve na twee jaar nog steeds bestemd is. De heer De Vries (wethouder) neemt de motie positief over, mede om de reden dat die reserve na twee jaar niet meer bestemd is.
Raadsvergadering van 28 maart 2024
33
Met motie 126 wordt er gevraagd om een criterium op te nemen ten aanzien van het niet hebben van een winstoogmerk. Dit kan niet en daarom ontraadt de wethouder de motie. Het wel of niet hebben van een winstoogmerk is niet toegestaan vanuit de aanbestedingswetgeving en het non-
discriminatiebeginsel. Verder zijn de rechten van een bruiklener anders dan die van een huurder. Hij ontraadt de motie.
Hij reageert op motie 127. Dit is een sympathieke, zij het hypothetische motie. De koppeling met de buurtagenda is fijn, maar in de buurten waar op dit moment een buurtagenda actief is, zijn er geen panden die vragen om tijdelijk gebruik. Daarnaast ligt de basis voor de activiteiten die worden
ondersteund vanuit de buurtagenda bij de mensen in de desbetreffende buurt. Ten slotte merkt de wethouder op dat de buurtbewoners elkaar op verschillende manieren en plekken ontmoeten.
Bijvoorbeeld de Alexandertuin in Kanaleneiland is vanuit de buurtagenda ontwikkeld. In Leidsche Rijn is er een buurtvitrine gekomen en in Pijlsweerd was er een buurtfeest in de Houtstraat. Hij ontraadt de motie.
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt hoe tijdelijk "tijdelijk" is. De heer De Vries (wethouder) legt uit dat het college een leegstandsaanpak hanteert tot zes
maanden. Hoe tijdelijk is tijdelijk? In de praktijk staan panden door ontwikkelingen langer leeg. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt wat er misgaat als motie 127 wordt aangenomen. De heer De Vries (wethouder) wijst erop dat de dictumpunten vrij concreet zijn. Het college wordt
bijvoorbeeld opgedragen om bij een van de drie lopende buurtagenda's een proef op te zetten. Hij vindt dat dit echt uit de bewoners zelf moet komen. Daarnaast wordt gesteld dat leegstaand vastgoed moet worden ingezet als tijdelijke ontmoetingsplek voor de buurt, terwijl er in de buurtagenda-buurten op dit moment geen tijdelijk leegstaand vastgoed beschikbaar is.
De heer Stam (PvdA) merkt op dat de wethouder erg snel langs onderzoeksmotie 126 ging. Hij
ontraadde deze motie omdat het onderzoek geen zin zou hebben. Waarom kan het college geen brief sturen waarin wordt onderbouwd waarom motie 126 niet zou kunnen?
De heer De Vries (wethouder) stelt dat hij die onderbouwing net in beantwoording gegeven heeft. De heer Stam (PvdA) vindt het non-discriminatiebeginsel een vrij stevige onderbouwing van de
situatie. Het zou fijn zijn om alsnog een brief van het college te krijgen, zodat hij weet waarop hij stuurt.
De heer De Vries (wethouder) stelt voor om het hierbij te houden en geen mensen extra aan het werk te zetten.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) legt uit dat motie 126 beoogt om de mogelijkheden die er wel zijn in kaart te brengen. Wat kan de gemeente doen om zo veel mogelijk tegemoet te komen aan het niet schenden van de rechten van gebruikers en huurders? Kan de wethouder aangeven welke mogelijkheden er wél zijn?
De heer De Vries (wethouder) kan de oproep meenemen om te onderzoeken hoe de aanbesteding zo
Raadsvergadering van 28 maart 2024
34
kostenefficiënt mogelijk kan. Dit is echter iets anders dan het wegnemen van het winstoogmerk. De raad wordt geïnformeerd over deze kostenefficiënte wanneer de raad wordt geïnformeerd over de aanbestedingen.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) zal motie 126 intrekken en een nieuwe motie indienen. De heer De Vries (wethouder) adviseert in dat geval uit de motie ook de passage over de rechten van de huurders te schrappen. Hij is net ingegaan op het verschil tussen bruikleen en huur en op de rechten die mensen hebben.
Mevrouw Zwinkels (CDA) ontvangt van de wethouder graag de toezegging dat als de – vooralsnog
hypothetische - situatie zich voordoet dat leegstaand vastgoed kan worden ingezet als een tijdelijke ontmoetingsplek in de buurt, hij de raad daarover informeert. De heer De Vries (wethouder) kan dat zeker toezeggen. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan mevrouw Sasbrink.
(Mevrouw Al-Saqaff draagt hierna het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Dijksma.) Mevrouw Sasbrink (PvdD) dient mede namens EenUtrecht, BIJ1, PvdA en GroenLinks motie 128 (Stop het verdienen aan de wooncrisis) in, die het college opdraagt om:
1. In kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn om in de selectie van organisaties met wie samengewerkt wordt voor leegstandsbeheer, een criterium op te nemen ten aanzien van zo kostenefficiënt mogelijk en het niet afnemen van de rechten van bruikleners;
2. De raad hierover gelijktijdig met de aanbestedingsleidraad voor tijdelijk beheer Leegstand te informeren.
De heer De Vries (wethouder) kan motie 128 positief adviseren. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over de moties vindt vanavond plaats.
27. Afrondende besluitvorming na debat over Segregatie in het onderwijs. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) constateert dat de segregatiemonitor laat zien dat er sprake is van onderwijssegregatie in Utrecht, groter dan gemiddeld in Nederland. Kinderen van verschillende
achtergronden komen elkaar hierdoor steeds minder tegen. Door de segregatie in het onderwijs is op bepaalde plekken een concentratie van leerlingen met allerlei problemen, zoals armoede,
taalachterstanden en leer- en ontwikkelproblemen. Het bestrijden van onderwijssegregatie is een
wettelijke taak van de gemeente; Daarom dient zij mede namens EenUtrecht en GroenLinks motie 129 (Pak onderwijssegregatie aan) in, die het college opdraagt om:
1. Met schoolbesturen aanvullend op de UOA een integrale visie te ontwikkelen op het
Raadsvergadering van 28 maart 2024
35
tegengaan van segregatie en te komen met een bijbehorend plan van aanpak,
2. Daarbij op meerdere terreinen de strijd tegen onderwijssegregatie aan te gaan, bijvoorbeeld door middel van het scholenaanbod, onderwijshuisvesting en gebiedsontwikkelingen; 3. In deze aanpak concrete en meetbare doelen op te stellen voor het tegengaan van onderwijssegregatie in Utrecht;
4. Bij de eerstvolgende segregatiemonitor de effecten van beleid te monitoren, De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het goed om segregatie aan te pakken, maar dit is gebeurt reeds. Deze motie vraagt om extra onderzoek en extra middelen. Hoe kijkt de PvdA daarnaar?
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wijst erop dat het aanpakken van segregatie en het opstellen van concrete doelen rondom segregatie wettelijke taken zijn. De Onderwijsinspectie heeft hierop gehamerd. De PvdA ziet een hoge urgentie als het gaat om aanpakken van segregatie.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt hoe de PvdA dit van plan is te gaan dekken. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat de punten in de motie meegenomen moeten worden als expliciete doelstellingen. De motie roept op om de zaak integraal te bekijken. Dit hoeft geen extra geld te kosten.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) concludeert dat de motie een oproep is om het beleid en de monitoring aan te scherpen, maar dat er geen extra beleid bovenop komt.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) reageert dat het extra beleid is dat niets hoeft te kosten. Mevrouw Van der Wilt (D66) hoort graag van de PvdA waarom zij nu, in het licht van de bespreking van de Utrechtse Onderwijsagenda, deze motie indient zonder dekking.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat de raad lang op de Segregatiemonitor hebben moeten wachten. De bespreking van de Utrechtse Onderwijsagenda is geen reden om niet nu aandacht te vragen voor segregatie.
Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat de middelen en het draagvlak vanuit de scholen bij de UOA ligt. De PvdA geeft wellicht een verkeerde weergave van de chronologie.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat de integrale aanpak tevens bij het Stadskantoor zelf ligt. Gebiedsontwikkelingen vinden bovendien ook plaats buiten het onderwijs.
De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat woonsegregatie niet wordt benoemd in het voorstel. Ziet de PvdA dit ook als onderdeel van de segregatieproblematiek?
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) bevestigt dat de helft van onderwijssegregatie door woonsegregatie wordt veroorzaakt.
De heer Snijder (Student & Starter) vraagt aan de PvdA of zij denkt dat dit onderwerp dan ook bij de
Raadsvergadering van 28 maart 2024
36
portefeuille Wonen thuishoort. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat integraliteit ook betekent dat het domeinoverstijgend is.
Zij constateert dat de segregatiemonitor laat zien dat er sprake is van onderwijssegregatie in Utrecht, groter dan gemiddeld in Nederland en dat aanmeldbeleid kan worden ingezet om segregatie tegen te gaan. Daarom dient zij mede namens GroenLinks en EenUtrecht motie 130 (Segregatie tegengaan door het aanmeldbeleid) in, die het college opdraagt om:
1. Tegengaan van segregatie op te nemen als één van de doelstellingen van het centraal aanmeldbeleid en het belang daarvan ook richting ouders en scholen uit te dragen;
2. In overleg met schoolbesturen te verkennen hoe het aanmeldbeleid op subwijkniveau ingezet kan worden om meer gemengde scholen te krijgen;
3. Hierover te rapporteren in de jaarlijkse monitor aanmeldbeleid. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat het aanmeldbeleid op dit moment, zoals eerder voorgesteld door de PvdA, segregatie in de hand werkt. Erkent mevrouw Raaijmakers dit?
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) erkent dit niet. Het gaat hier om het verbeteren van het aanmeldbeleid en niet op het repareren ervan.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat in de RIB naar voren kwam dat het aanmeldbeleid segregatie in de hand werkt. Hoe kijkt de PvdA daarnaar?
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) deelt die opvatting niet. Het aanmeldbeleid heeft segregatie juist bestreden.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt of met deze motie het huidige aanmeldbeleid enkel transparanter wordt en of het voor ouders moeilijker inzichtelijker wordt op welke scholen worden geplaatst.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) reageert dat het tegengaan van segregatie vanaf het begin een doel had moeten zijn. Het aanmeldbeleid moet hiervoor worden gebruikt.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) benadrukt hoe fijn het is voor ouders om een school te kiezen die bij hen past. Er is een politieke wens om scholen zo gemengd mogelijk te laten zijn. Is de PvdA het ermee eens dat het doel van gemengde scholen nooit de vrije schoolkeuze onder druk mag zetten?
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) reageert dat het geen politieke wens is om kinderen elkaar te laten ontmoeten. Het is een wettelijke taak om segregatie tegen te gaan en kinderen mogen niet in
bubbels opgroeien. Vrije schoolkeuze is inderdaad een wettelijk recht, en daar doet deze motie niets aan af.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) is van mening dat alle kinderen samen op moeten kunnen groeien
en dat mensen van verschillende achtergronden en culturen elkaar ontmoeten. De segregatiemonitor laat zien dat Utrecht boven het landelijk gemiddelde zit, wat reden is tot zorg. Op dit moment komt het faciliteren en stimuleren van gemengde scholen nog niet terug in beleid of in een
afwegingskader voor regelingen van de gemeente. Daarom dient zij mede namens PvdA en
Raadsvergadering van 28 maart 2024
37
EenUtrecht motie 131 (Aandacht Gemengde Scholen) in, die het college opdraagt om:
1. De ambitie om te komen tot meer gemengde scholen expliciet en structureel terug te laten komen in het Utrechtse onderwijsbeleid.;
2. De totstandkoming van gemengde scholen te stimuleren en te ondersteunen door
kennisdeling, en bij de geplande kansenwerkplaatsen het tegengaan van segregatie en aandacht voor gemengde scholen expliciet mee te nemen;
3. Te onderzoeken op welke manieren we gemengde scholen, die nu net buiten sommige regelingen vallen, toch kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld door ruimte te geven aan
schoolbesturen bij de verdeling van onderwijssubsidies of een lobby naar het Rijk om
aandacht te vragen voor scholen met een grote spreiding van de leerlingenpopulatie en hierover de raad te informeren in de onderwijsbrief.
Mevrouw Van der Wilt (D66) wil weten of dictumpunt 3 gevolgen heeft voor de subsidies en verdeling van de financiën over scholen in de gemeente.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) onderschrijft het principe van ongelijk investeren voor gelijke
kansen. Van welke invloed dictumpunt 3 is, is vooralsnog niet helder. De motie roept alleen op om te onderzoeken hoe de scholen beter geholpen kunnen worden.
De heer Eerenberg (wethouder) reageert op motie 129 over het verstevigd aanpakken van
onderwijssegregatie. Zijn de acties die in de Onderwijsagenda staan voldoende en, zo nee, wat moet
er dan meer en ten koste van wat? Als de PvdA vooruit wil lopen op de Onderwijsagenda, ontraadt de wethouder de motie.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de wethouder erkent dat segregatie domeinoverstijgend dient te worden aangevlogen.
De heer Eerenberg (wethouder) erkent dat, maar in de Onderwijsagenda in segregatie een van de
kernpijlers. Bij de Onderwijsagenda kan het debat dan in de volle breedte worden gevoerd, ook over onderwerpen anders dan het onderwijs.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) reageert dat scholen en ouders ieder hun eigen belang hebben, terwijl de gemeente het publiek belang dient.
De heer Eerenberg (wethouder) stelt dat de raad vanuit de Onderwijsagenda alles kan en mag
inbrengen over dit onderwerp. Doen alsof de gemeente door deze motie begint met het tegengaan
van segregatie daarmee doet de raad geen recht aan de vele gesprekken die het college reeds voert en aan de samenwerkingsverbanden die er reeds bestaan.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) stelt dat de gemeente gaat over haar eigen agenda. De onderwijsagenda gaat over veel meer thema's.
De heer Eerenberg (wethouder) reageert op motie 130 over het tegengaan van segregatie via het
aanmeldbeleid. Hij ontraadt deze motie, want dit beïnvloedt de vrije onderwijskeuze en zal niet goed vallen bij de schoolbesturen.
Raadsvergadering van 28 maart 2024
38
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) geeft aan dat de motie oproept om mogelijkheden te verkennen en dat er reeds in andere gemeenten met segregatie afnemend aanmeldbeleid wordt geoefend.
De heer Eerenberg (wethouder) stelt dat het eerste dictumpunt stellig is en geen ruimte laat voor verkenningsmogelijkheden.
Dat brengt de wethouder bij motie 131. Hij kan deze motie positief adviseren. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over de moties vindt vanavond plaats.
28. Initiatiefvoorstel "Open uitnodiging Gemeenschapsraad". De heer Dijkstra (EenUtrecht) licht zijn initiatiefvoorstel toe. Vaststelling van het initiatiefvoorstel
creëert een kader voor een open uitnodiging tot actief burgerschap en eigenaarschap van Utrechters voor hun wijk/buurt in hun eigen gemeenschapsraad. Gemeenschapsraden met als ambitie om de Utrechters in hun eigen buurt of (sub-)wijk als leefgemeenschap meer zeggenschap te geven. Het initiatiefvoorstel beoogt Utrechters actief en open uit te nodigen om met een eigen voorstel te
komen tot een gemeenschapsraad voor hun wijk/buurt. Daarmee kunnen zij beter opkomen voor hun wijk/buurt, waar nodig ondersteund door de gemeente. Elke wijk/buurt bepaalt zelf wat het beste lokaal past.
Dit opkomen voor hun buurt kunnen zij doen met gebruikmaking van een zestal “rechten”: a. Visierecht
b. Adviesrecht
c. Recht op inzicht in de lokale begroting d. Lokaal budgetrecht
e. Regie op het lokale initiatievenfonds f. Recht op ondersteuning
Het gaat niet om een minigemeenteraad per buurt of wijk, maar om een gemeenschapsraad die opkomt voor een buurt of wijk. Het is dus geen nieuw vertegenwoordigend orgaan. De gemeenschapsraden dienen zo veel mogelijk op zoek te gaan naar draagvlak;
Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat de eisen aan representativiteit in de strekt ter vervanging ontbreken.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat de representativiteit/diversiteit in meningen wordt gevonden wanneer men op zoek gaat naar draagvlak. Het zou een te grote claim zijn om na te streven dat gemeenschapsraden de buurt representatief vertegenwoordigen.
Mevrouw Oosters (wethouder) bedankt de heer Dijkstra voor zijn initiatiefvoorstel en de strekt ter vervanging, die snel is geleverd. Het voorstel is in lijn met de visie van het college op
bewonersorganisaties in buurten. De aanpassing ten aanzien van het draagvlak en de rechten van de gemeenschapsraad maken echter dat het college het initiatiefvoorstel ontraadt.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt het spijtig dat het college niet meegaat in zijn energie en enthousiasme.
Raadsvergadering van 28 maart 2024
39
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over het initiatiefvoorstel vindt vanavond plaats.
29. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling GGDrU. Mevrouw Ramaker (VVD) dient mede namens Partij voor de Dieren, EenUtrecht en Utrecht Solidair amendement 26 (Evaluatie Gemeenschappelijke Regeling GGD regio Utrecht) in:
Beslispunt 1onder a van het ontwerp raadsbesluit Zienswijze ontwerp wijzigingsbesluit
gemeenschappelijke regeling GGDrU d.d. 28 maart 2024, kenmerk 12069822 als volgt te wijzigen: "De raad belang hecht aan periodieke evaluatie op de taakuitvoering door de GGDrU in relatie tot het functioneren van het samenwerkingsverband in iedere raadsperiode. De evaluatie dient zo gepland te worden dat de raad in de laatste periode voor de raadswissel de evaluatie kan behandelen. De zienswijzebrief dient dienovereenkomstig gewijzigd te worden."
De voorzitter adviseert de raad om voorstellen voorafgaand aan de vergadering in te dienen. Zij schorst hierop de vergadering.
Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Eerenberg voor een reactie op amendement 26.
De heer Eerenberg (wethouder) constateert dat dit een goed amendement is. Hij kan het amendement van een positief advies voorzien.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over het amendement en het voorstel vindt vanavond plaats.
30. Raadsvoorstel Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid. Mevrouw Bode (Volt) constateert dat de Studietoeslag een landelijke regeling is voor studenten met een medische beperking en dat deze regeling moet door gemeentes worden uitgevoerd. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft als een van haar wettelijke taken het "Verstrekken
van studiefinanciering en tegemoetkoming schoolkosten". De Studietoeslag zou echter ook door
DUO uitgevoerd kunnen worden, omdat dit past bij de andere wettelijke taken van deze organisatie. Daarom dient Volt mede namens EenUtrecht motie 132 (Lobby studietoeslag door DUO) in, die het college opdraagt om:
1. Een lobby te starten bij het Rijk om de uitvoering van de studietoeslag bij DUO te beleggen; 2. Hierover de raad uiterlijk Q2 2024, voorafgaand aan de commissiebehandeling van de Voorjaarsnota te informeren.
Zij stelt dat een betere, integrale samenwerking bij de gemeente essentieel is om armoedebeleid efficiënter en effectiever te laten zijn. Daarom dient Volt mede namens EenUtrecht, VVD en CDA motie 133 (Verbeter integrale samenwerking) in, die het college opdraagt om:
1. Met een aanvulling te komen over concrete maatregelen ter verbetering en borging van de interne samenwerking;
2. Hierover de raad uiterlijk Q2 2024, voorafgaand aan de commissiebehandeling van de Voorjaarsnota te informeren.
Een inkomen net boven de Utrechtse armoedegrens betekent niet dat iemand goed kan rondkomen,
Raadsvergadering van 28 maart 2024
40
laat staan meedoen. Financiële stress is bovendien een katalysator voor andere problemen, zoals slechtere gezondheid, mindere school-/werkprestaties en minder vermogen tot het nemen van
verstandige beslissingen, waardoor de kosten voor de maatschappij uiteindelijk groter zijn. Daarom dient Volt mede namens EenUtrecht motie 134 (Onderzoek verhoging inkomensgrens armoederegelingen) in, die het college opdraagt:
1. Te onderzoeken wat de consequenties zijn van het ophogen van de inkomensgrenzen voor armoederegelingen tot 135%;
2. De raad hierover uiterlijk Q3 2024 te informeren. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) dient mede namens Utrecht Solidair amendement 27 (Utrecht blijft een vangnet voor alle Utrechters) in met het dictum:
Beslispunt 1 onder a. sub i van het ontwerp raadsbesluit Beleidsnota Financiële
bestaanszekerheid ‘Gelijke kansen voor een zeker bestaan’ 2024-2028 d.d. 28 januari 2024, kenmerk 11958034 als volgt te wijzigen:
"i. Gezinnen met minderjarige kinderen en jongeren en een brede groep alleenstaanden tot AOW-
leeftijd met zorg (waaronder onder meer alleenstaanden met kinderen, met verslavingsproblematiek en/of gezondheidsproblemen en studenten). Hierbij wordt 70% van de €900.000 extra inzet ‘meer budget voor kinderen (sport en cultuur)’ ingezet op gezinnen en 30% op de hierboven benoemde groep alleenstaanden. Deze verdeling van extra inzet wordt tevens verwerkt in de beleidsnota."
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat de €900.000 deels is bestemd voor sport en cultuur. Dit zou volgens Stichting leergeld meer gespreid moeten worden over diverse thema's. Hoe kijkt D66
daarnaar? Met andere woorden, waarom doet D66 niet een voorstel om de €900.000 breder in te zetten dan alleen sport en cultuur?
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) reageert dat dit om een ander voorstel zou vragen en dat zij daar momenteel geen antwoord op heeft.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) informeert naar de overwegingen van D66 rondom het budget voor sport en cultuur voor kinderen in armoede. De 30-70 verdeling lijkt wat lukraak, zeker met een amendement.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) reageert dat van de bijzondere bijstand ook incidentele medische
kosten in mindering worden gebracht. Dit is de basis en die moet voor iedereen op orde zijn. Met de gekozen verhouding dient de gemeente tegemoet te komen aan de groep die kwetsbaar is en in het rood staat.
De heer Snijder (Student & Starter) constateert dat D66 hier voorstelt om budget voor kinderen in armoede voor sport en cultuur foor 30% te schrappen.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) merkt op dat er reeds veel wordt gedaan voor gezinnen met kinderen. Het korten op dit sport- en cultuurbudget klinkt dus heftig, maar is dat niet. Dit is de minst slechte optie van alle slechte opties.
De heer Snijder (Student & Starter) hoort van D66 graag hoe deze kinderen dan wel gestimuleerd kunnen worden in hun sport en cultuur.
Raadsvergadering van 28 maart 2024
41
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) antwoordt dat er via Onderwijs en Jeugd veel wordt gedaan op het gebied van sport en cultuur.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) dient mede namens Volt, UtrechtNu! en Utrecht Solidair amendement 28 (Help minima met complexe zorgvraag) in, met het dictum:
Beslispunt 4 aan het ontwerp raadsbesluit Beleidsnota Financiële Bestaanszekerheid ‘Gelijke
kansen voor een zeker bestaan’ 2024-2028, 14-03-2-2024 kenmerk 11958034 toe te voegen: 5. "Gemeente Utrecht geen stadsbrede zorgpolis in het leven zal roepen en zich financieel zal inzetten voor minima met een complexe zorgvraag via de bijzondere bijstand en de
beleidsnota en de toelichtende tekst, overal waar relevant, dienovereenkomstig aan te passen."
De heer Van Steeg (CDA) dient mede namens VVD, EenUtrecht en Utrecht Solidair amendement 29 in, met het dictum:
Aan beslispunt 1 van het ontwerp raadsbesluit nota Financiële bestaanszekerheid d.d. 28 maart 2024, kenmerk 11958034 de volgende zinssnede toe te voegen:
"Met dien verstande dat op pagina 23 bij Mensbeeld wordt toegevoegd: “Wij willen dat inwoners weer bij kunnen dragen aan de Utrechtse samenleving”. En dit ook te verwerken op andere passages in de beleidsnota die hierop betrekking hebben (waaronder p. 22)."
Kinderen in armoede leven door stress vaak minder gezond dan andere kinderen en hebben een kleinere leefwereld, waardoor zij later kans hebben om in armoede te blijven. Wanneer zoveel mogelijk kinderen kunnen sporten, voorkomt dit op latere leeftijd gezondheidsproblemen en
zorgkosten. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht en PvdA motie 135 (Meer kinderen laten meedoen aan sport en cultuur) in, die het college opdraagt om:
1. Het gereserveerde bedrag zo in te zetten dat het ten goede komt aan het vergroten van de sport- en cultuurdeelname van kinderen die opgroeien in armoede;
2. Een doel te formuleren dat de U-pas door alle sportverenigingen wordt geaccepteerd;
3. In samenwerking met fondsen als Leergeld, Jeugdeducatiefonds en Jeugdfonds Sport en Cultuur te kijken hoe sport- en cultuurdeelname van kinderen met minder geld ook voor andere sportvormen kan worden vergroot en hiervoor een centrale vindplek in de stad te creëren;
4. En dit mee te nemen in het Uitvoeringsprogramma.
Hij constateert dat het college met de nota Financiële Bestaanszekerheid voorstellen doet om de
financiële bestaanszekerheid van inwoners te versterken en dat financiële bestaanszekerheid voor een belangrijk deel wordt geborgd door wettelijke rechten die door de gemeente worden
georganiseerd. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht motie 136 (Benut mogelijkheden in de buurt) in, die het college opdraagt:
1. Met organisaties betrokken bij de uitvoering van de nota Financiële Bestaanszekerheid een strategie tot stand te brengen om meer lokale inzamelinitiatieven tot stand te brengen; 2. Hiervoor in de uitvoeringsprogramma een concreet voorstel te doen.
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) is trots dat met de voorliggende nota het ruimhartige
armoedebeleid waar Utrecht om bekend staat kan worden voortgezet. Zij constateert echter dat het
college met deze nota voornemens is de Regeling Tegemoetkoming Zorgkosten (RTZ) af te schaffen
en dat de afschaffing van de RTZ direct negatieve financiële consequenties heeft voor Utrechters met
Raadsvergadering van 28 maart 2024
42
hoge zorgkosten en een laag inkomen. Daarom dient zij mede namens PvdA en CDA motie 137 (Extra steun bij zorgkosten) in, die het college opdraagt:
1. De gevolgen van deze nota voor mensen met hoge zorgkosten goed te monitoren en met voorstellen te komen om bij te sturen indien groepen langdurig in de rode cijfers staan;
2. Een deel van de extra investering in de bijzondere bijstand specifiek in te zetten voor een regeling voor mensen met een inkomen tot 125% van het sociaal minimum met zorgkosten, waarbij een brede definitie van ‘zorgkosten’ gehanteerd wordt, die zo nodig jaarlijks kan worden aangevraagd en ook voor permanente zorgkosten kan worden ingezet.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) vraagt wat er wordt bedoeld met "langdurig in het rood staan". Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) reageert dat het hier vooral gaat om goede monitoring. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) vraagt wat de groep die reeds in het rood staat nu heeft aan monitoring.
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) verwijst naar het tweede dictumpunt. Omdat niet alles kan worden opgelost, is monitoring op de lange termijn noodzakelijk.
De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat bestaanszekerheid cruciaal is voor een gezonde stad en
gezonde inwoners. De PvdD is daarom ook blij met de stappen die de wethouder heeft genomen om
tot deze nota te komen. Wat echter mist, is een aanpak voor huisdieren van gezinnen die in armoede leven. Dat wordt niet aangekaart in deze nota, terwijl er bij een echt goed armoedebeleid tevens oog
is voor huisdieren uit armere gezinnen. De PvdD komt op een later moment met concrete voorstellen op dit punt.
De voorzitter constateert dat daarmee een einde is gekomen aan de eerste termijn van de raad. Zij
deelt mede dat de raadsvergadering om 20.00 uur zal worden hervat. Wethouder Voortman zal dan namens het college antwoorden.
De voorzitter schorst hierop de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en verleent het woord aan wethouder Voortman. Mevrouw Voortman (wethouder) dankt de raad voor de waarderende woorden voor de nota. Op de bestaanszekerheid zal de komende tijd blijvend worden ingezet.
Zij begint met motie 132 (Lobby studietoeslag door DUO). Zij lobbyt graag op dit punt, maar het kan natuurlijk ook helpen als raadsleden hun partijgenoten in de Tweede Kamer inzetten. Zij ontraadt de motie vanwege het tweede punt in het dictum, waarin wordt gesteld dat het college daar al voor de behandeling van de Voorjaarsnota op moet terugkomen. Een lobby kan binnen een dergelijk krap tijdskader niet succesvol uitgevoerd worden. Zij zegt wel toe dat het college zal lobbyen.
Mevrouw Bode (Volt) snapt dat de lobby niet al zal zijn afgerond in het tweede kwartaal. Het gaat
Raadsvergadering van 28 maart 2024
43
erom dat de lobby zo snel mogelijk wordt opgestart. Daarover kan dat een terugkoppeling komen in het tweede kwartaal. Dat is het doel van de motie.
Mevrouw Voortman (wethouder) zegt toe dat zij binnenkort met de mensen van de lobbyafdeling zal spreken over de bedoelde lobby. Zij kan nu echter niet zomaar zeggen wat zij op dit punt zal gaan doen. Het hangt ook af van gelegenheden die zich voordoen.
Ook motie 133 (Verbeter integrale samenwerking) moet zij ontraden. Het college is al aan de slag met de aanbeveling van de Rekenkamer. De nota is ook tot stand gekomen samen met andere
organisatieonderdelen en met de stad. Dat zal ook gelden voor het uitvoeringsprogramma. Motie 133 gaat over de aansturing van het ambtelijk apparaat. Op dat punt is zij als wethouder al terughoudend, maar de raad gaat daar nog minder over.
Motie 134 (Onderzoek verhoging inkomensgrens armoederegelingen) ontraadt zij omdat het daarin
gevraagde al is uitgevoerd. In de beleidsnota staat op bladzijde 66 wat de consequenties zijn van het ophogen van de inkomensgrens voor armoederegelingen tot 135%: dat kost 1,7 miljoen extra. De motie is daarmee overbodig geworden.
Mevrouw Bode (Volt) stelt dat de motie absoluut niet overbodig is. In de nota wordt weliswaar
gezegd wat de kosten zijn, maar er staat verder niets over de uitwerking. Zij verwacht dat de motie vrij eenvoudig uit te voeren is. Het gaat om de toelichting. Hoe is de kostenopbouw, wat zijn de afwegingen en wat wordt er wel en niet gedaan? De motie lijkt haar erg nuttig. Mevrouw Voortman (wethouder) denkt daar anders over.
Amendement 27 (Utrecht blijft een vangnet voor alle Utrechters) moet zij ontraden. Vanwege het
principe "ongelijk investeren voor gelijke kansen" wordt er juist voor gekozen om te investeren, om generatiearmoede te doorbreken. Daar wil zij vol op inzetten. Bovendien zullen alleenstaanden met deze verdeling per maand niet heel veel meer extra overhouden. Zij zullen slechts € 1,55 extra
overhouden, dus dat is echt een schot hagel. Zij zet het geld liever in, conform het coalitieakkoord, om echt te focussen op het bestrijden van kinderarmoede. Het amendement doet afbreuk aan die
ambitie. Dat vindt zij niet verstandig, gelet op alles wat bekend is over waar opgroeien in armoede toe leidt.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) merkt op dat in het coalitieakkoord ook staat dat elke Utrechter
tegenslag kan overkomen. De gemeente is er voor iedereen die steun nodig heeft. De aandacht van haar fractie gaat vooral uit naar Utrechters met wie het niet goed gaat. Met de ambities en
maatregelen die in het coalitieakkoord zijn geformuleerd, wordt het principe van "ongelijk investeren voor gelijke kansen" toegepast. Dit houdt in dat de middelen die de gemeente beschikbaar heeft, gaan naar de mensen die deze middelen het hardste nodig hebben. De groep waarop in het
amendement wordt gedoeld, is een groep die het het hardst nodig heeft. Hoe kijkt de wethouder daarnaar?
Mevrouw Voortman (wethouder) deelt dat niet. Wethouder Oosters heeft vandaag heel duidelijk aangegeven wat het belang is van het ervoor zorgen dat kinderen meer kunnen sporten en aan
cultuur kunnen doen. Daar ligt de prioriteit. Dat is ook wat het coalitieakkoord uitspreekt. Daarop wordt ingezet. Om die reden ontraadt zij het amendement.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) begrijpt dat de wethouder eigenlijk zegt: deze mensen met
Raadsvergadering van 28 maart 2024
44
zorgkosten en een kleine portemonnee vallen niet onder de mensen die het geld het meest nodig hebben.
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat zij dit niet zegt. In het coalitieakkoord is afgesproken dat er gefocust wordt. Als je iedereen een heel klein beetje geeft, namelijk € 1,55, dan heeft dat geen impact. Daarvoor zou de D66-fratie andere voorstellen moeten doen.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) stelt dat zij het laatste heeft gedaan in september, via het indienen
van motie 301, die ook is overgenomen. Daarin staat expliciet dat geen enkele groep in het rood zou mogen komen. Waarom is dat dan niet gebeurd?
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat ervoor is gekozen om de euro's in te zetten op de plekken waar ze de meeste impact hebben. Het opgroeien in armoede werkt op tal van terreinen door. Zij is daar in de commissie al uitgebreid op ingegaan. Dat is voor het college het allerbelangrijkste. Kennelijk wil amendement 27 daar iets aan afdoen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) hoort de wethouder spreken over cultuur en sport, maar het gaat
ook om mensen die vaak geen eten hebben. Zij denkt dat kinderen weinig aan sport kunnen doen op een lege maag. Iedereen kent de piramide van Maslow. Moet niet aan de daarin genoemde behoeftes worden voldaan? Wat heeft een kind aan sport als de moeder geen kind is, maar wel honger heeft? Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat er gekeken moet worden naar het hele