3e raadsvergadering 27 maart 2025
Tekst van het document
De heer Aït Daoua (D66) Is het hier niet helemaal mee eens. De gemeente Utrecht heeft geen aparte
pagina voor de deurbelcamera's en Amsterdam wel. Er is wel een aparte pagina voor camera’s in het
algemeen. Het grote verschil is dat op de site van Amsterdam stap voor stap wordt uitgelegd wat wel kan en wat niet kan met volledige en toegankelijke informatie. In Utrecht is de informatie meer gericht op de juridische kaders. Dat is abstracter en minder praktisch.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat de informatie beschikbaar is op
www.utrecht.nl/camerasenprivacy. Deze informatie kan natuurlijk altijd getweakt worden. Voor het
apart lanceren voor sites is geen dekking. Het college heeft ook geen mensen beschikbaar om dit te doen. Wat de burgemeester betreft is dit de site voor deze informatie. Deze kan aangescherpt worden, maar dat is het dan ook.
Raadsvergadering van 27 maart 2025
24
De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat een onderdeel van de motie is dat er actief over
gecommuniceerd zou kunnen worden. Hij deelt met de heer Aït Daoua dat deze deurbelcamera’s in toenemende mate een onwenselijke situatie met zich meebrengen. Ziet de burgemeester daar dan iets in?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit veronderstelt dat de gemeente dit niet gedaan zou hebben. In de brief van 27 februari 2024 wordt uitgebreid opgesomd wat de gemeente naar
aanleiding van de motie van de heer Koning allemaal gedaan heeft. Als dat niet genoeg is, moet de raad op zoek gaan naar geld en communicatiemedewerkers die ingehuurd kunnen worden.
De heer Bosch (UtrechtNu) vraagt of de gemeente mensen weleens aanspreekt wanneer zij de
openbare weg filmen of dat het alleen maar bij websites blijft en een oproep om beelden te delen wanneer het de gemeente uitkomt.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat de gemeente informatie geeft, maar geen boa heeft achter iedere private deurbelcamera. Dit heeft ook geen prioriteit, mede omdat de raad een aantal andere stevige prioriteiten stelt. Soms komen daar nieuwe bij. Er zijn niet steeds maar nieuwe
mensen beschikbaar. De gemeente doet actief wat ze kan doen aan het verstrekken van informatie, maar er is geen grote wettelijke rol voor de gemeente om deze zaken op te pakken. Als de raad dit wil, moet ze het college veel extra middelen geven.
Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt waar mensen, die zorgen hebben over camera’s die misschien ook wel voor hun deur filmen, dat kunnen melden. Gebeurt er dan ook iets met die meldingen?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit altijd gemeld kan worden. De gemeente heeft
een vrij stevig systeem waarin online melding gedaan kan worden. Die worden ook opgevolgd. Als mensen hier zorgen over hebben, kan dat uiteraard gemeld worden.
De voorzitter constateert dat er verder geen vragen meer zijn. Vanavond zal er gestemd worden over de motie.
De voorzitter schorst daarop de vergadering voor enkele ogenblikken.
(Bij heropening van de vergadering heeft mevrouw Al-Saqaff het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) De voorzitter heropent de vergadering en meldt dat eerst agendapunt 24 behandeld zal worden, omdat er over agendapunt 21 nog nader beraad nodig is.
24. Raadsvoorstel Zienswijze Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Programma- en productbegroting 2026 AVU
Mevrouw Heijne (GroenLinks) vertelt dat eind dit jaar de aanbestedingen van textiel aflopen. Eind
2026 lopen de aanbestedingen van het gft en het grofvuil en het gewone restafval af. Daarom wil GroenLinks twee zaken meenemen in de ingediende zienswijze. Allereerst wil de fractie dat
duurzaamheids- en sociale criteria een onderscheidend principe worden bij de aanbestedingen van
Raadsvergadering van 27 maart 2025
25
de AVU. De fractie wil daarom dat de AVU de raad informeert over hoe de aanbestedingen eruitzien
en hoe wordt gestuurd op deze principes. Daarom dient mevrouw Heijne amendement 83 (Sociale en
duurzame aanbestedingen) in, mede namens CDA, Volt, PvdD, PvdA, ChristenUnie en EenUtrecht, dat het genoemde als strekking heeft.
De heer Vasters (D66) stelt vast dat de gemeente op dit moment ook al voorwaarden heeft op
duurzaamheid en sociale criteria bij aanbestedingen. Volgens dit voorstel zou er meer gewerkt
worden met een vast bedrag waaraan aanbieders zouden moeten voldoen en zou er niet gekozen worden voor de laagste prijs. Hij vraagt of dit correct is. Mevrouw Heijne (GroenLinks) bevestigt dit. De heer Vasters (D66) vraagt wat GroenLinks zegt tegen inwoners die tegen hogere kosten en een hogere afvalstoffenheffing aanlopen.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat deze kosten horen bij de aanbestedingen. Als die daar
nu kennelijk nog niet genoeg in zijn opgenomen, dan zou het een afwegingen kunnen zijn dat je die daar nu in laat terugkomen. Er zou geargumenteerd kunnen worden dat het meewegen van social
return in deze aanbestedingen een kostenbesparing oplevert op andere punten. Duurzaamheid wil
men allemaal. Als dit op korte termijn extra kosten met zich meebrengt, wijst mevrouw Heijne op de baten die dit op de lange termijn met zich meebrengt.
De heer Vasters (D66) is het eens met de duurzame criteria, maar als deze er al zijn en de gemeente
door dit amendement tegen hoge kosten aanloopt, dan wordt er wat D66 betreft niet de juiste keuze gemaakt.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) stelt vast dat zij hierin van mening verschillen. GroenLinks ziet dat het duurzamer en socialer kan. Als hiervoor andere afwegingen gemaakt moeten worden, dan vindt de
fractie het belangrijk dat de raad goed geïnformeerd wordt over hoe er wordt gestuurd op sociale en duurzaamheidscriteria. Dan kan dat gesprek later nog gevoerd worden.
De voorzitter constateert dat geen van de andere leden nog het woord wenst en geeft het woord aan wethouder Schilderman.
Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat een aantal zaken waarschijnlijk lastiger zal zijn bij de komende aanbesteding, zeker wat betreft textiel. Het is daarom logisch dat de gemeenteraad
tijdig geïnformeerd wil worden over wat hier een rol in speelt en wil bekijken hoe invulling gegeven
kan worden aan de eis die in eerdere aanbestedingen gold, zoals duurzaamheid en social return. De wethouder geeft de motie dan ook een positief oordeel.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Vanavond zal over het amendement en het raadsvoorstel gestemd worden.
26. Raadsvoorstel Aanpassing Regeling Risicovolle Projecten. Mevrouw Ramaker (VVD) ziet graag dat de raad bij substantiële projecten minstens twee keer per
Raadsvergadering van 27 maart 2025
26
jaar een voortgangsrapportage ontvangt. De fractie wil voorkomen dat kosten in heikele situaties komen, zoals bij de Uithoflijn gebeurde. Ze ziet dat graag zwart op wit. Daarom dient mevrouw
Ramaker amendement 84 (Bij substantiële investeringen, elk jaar minstens twee keer de voortgang
rapporteren) in, mede namens de fracties van PvdD, EenUtrecht en ChristenUnie, dat deze strekking heeft.
Mevrouw Schilderman (wethouder) zal herhalen wat zij in de commissie heeft aangegeven. Uit de evaluatie kwam naar voren dat zowel het college als de raad de wens had om minder vaak
rapportages uit te voeren. Ze kan zich voorstellen om bij een project met de omvang van de
Uithoflijn juist vaker voortgangsrapportages te maken. De wethouder heeft aangegeven dat bij de
start van zo’n project in het startdocument vastgelegd kan worden dat er vaker rapportages gemaakt moeten worden dan alleen de voortgangsrapportages. De verordening voorziet hierin met
tussenrapportages. Dit kan door de raad per project vastgesteld worden. Hiermee kan voldaan
worden aan deze behoefte. In het amendement wordt voorgesteld om altijd meer rapportages te
maken doen bij substantiële investeringen, maar de wethouder stelt dat lastig te definiëren is wat precies "substantieel" is. Het amendement is niet nodig, omdat dit al besloten kan worden bij het begin van een project.
Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat de raad nog nooit een tussenrapportage heeft gehad. Dit ligt ook bij het college van B en W. Los daarvan vraagt ze wat het uitmaakt om het wel toe te voegen.
Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat er dan iets in de verordening wordt opgenomen waarvan niet helemaal duidelijk zal zijn wat ermee bedoeld wordt. Er wordt gesproken over substantiële investeringen die voor de gemeente Utrecht financieel beoordeeld worden
als zeer risicovol. De hele regeling risicovolle projecten is daarvoor. Dan ontstaat er een discussie
over welke subcategorie de VVD hier bedoelt. Daarom adviseert de wethouder om dit amendement niet aan te nemen en dit gewoon aan het begin van een project in het startdocument te besluiten. Daar kan een afspraak gemaakt worden waar het college aan te houden is.
Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat de VVD het nu bij de raad neerlegt in plaats van bij het
college. Ze stelt dat het verschil tussen een tussenrapportage en een voortgangsrapportage niet
duidelijk is. Om te voorkomen dat deze discussie bij een startdocument ontstaat, dient ze nu dit amendement in.
Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat een startdocument het moment is om deze
discussie te voeren. Dan stelt de raad namelijk vast wat voor soort project het is en aan wat voor
soort informatie ze behoefte heeft. Het is aan de raad om dit vast te stellen en dit kan het beste op dat moment.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Vanavond zal over het amendement en het raadsvoorstel gestemd worden.
27. Afrondende besluitvorming na debat over Onderzoek besluitvorming De Machinerie Mevrouw Ramaker (VVD) heeft een punt van orde. De VVD zal zo om een reflectie vragen. Na deze reflectie zou de fractie een moment schorsing willen hebben.
Raadsvergadering van 27 maart 2025
27
De voorzitter merkt op dat zij zal schorsen na het antwoord van de wethouder. Mevrouw Ramaker (VVD) vertelt dat de VVD om een onafhankelijk onderzoek had gevraagd naar de wisselwerking tussen college en de raad. Dat de ontwikkeling van De Machinerie gevoelig lag, was
wethouder Oosters bekend. Zij was in de vorige periode namelijk raadslid namens Student & Starter. Krap een halfjaar na installatie informeerden haar ambtenaren haar dat de deelnemers aan de
ontwikkeling van De Machinerie gingen stoppen. Waarom zij niet eerder bij haar ambtenaren navraag heeft gedaan over De Machinerie wekt bij de VVD de indruk dat de wethouder zich laat leiden in
plaats van te leiden. Als de tijd teruggedraaid kon worden, hoe zou de wethouder dan bij een politiek risicovol project als De Machinerie gehandeld hebben? De fractie hoort graag een reflectie.
Mevrouw Assen (PvdA) maakt uit deze vraag op dat de VVD niet alle aanbevelingen en conclusies uit het rapport meeneemt, bijvoorbeeld het oordeel van de raad zelf en de oorzaak dat De Machinerie niet door is gegaan. De oorlog in Oekraïne had hier een groot effect op. Hoe weegt de VVD dat?
Mevrouw Ramaker (VVD) antwoordt dat hierover in de commissie uitgebreid is gesproken. De VVD heeft diverse malen gevraagd naar de rol van de wethouder in dit dossier. De VVD wilde graag
antwoord hebben op de vraag waarom de wethouder zich in het najaar liet informeren en waarom ze niet zelf actief voor de zomer om informatie heeft gevraagd. Daar wil de fractie nu graag een reflectie op van de wethouder.
Mevrouw Assen (PvdA) heeft dit hele debat teruggekeken. Ook toen zag ze de VVD niet reflecteren
op het oordeel uit rapport over de raad zelf. De raad had haar blik laten vertroebelen door een focus op de subsidie voor een specifieke organisatie.
Mevrouw Ramaker (VVD) heeft wel op dit oordeel gereflecteerd. Ze heeft aangegeven niet heel blij te zijn met het rapport, omdat de raad zelf niet door de onafhankelijke onderzoekers gevraagd is naar de reflectie zelf. Ze had graag ook zelf haar reflectie willen geven. Die ontbreekt nu in het rapport. Mevrouw Assen (PvdA) bevestigt dat de VVD dit heel vaak heeft aangekaart en uiteindelijk een
onafhankelijk onderzoek heeft gekregen. Nu is de VVD het niet eens met alle conclusies. Vindt ze het rapport daarom niet goed?
Mevrouw Ramaker (VVD) antwoordt dat de VVD na het eerste rapport om een tweede rapport heeft
gevraagd over de wisselwerking tussen de raad en het college. In dat tweede rapport is de raad zelf
niet ondervraagd over haar visie daarop. Alleen de wethouder en de concerndirecteur zijn gevraagd. De heer Bosch (UtrechtNu!) was eigenlijk niet van plan om hierover te spreken, maar gaat dit nu toch doen, zeker na de interruptie van de PvdA net. De oorlog in Oekraïne wordt er opeens bijgehaald.
Het zou onbetaalbaar zijn geworden. Dit is een valse voorstelling van zaken. De raad, bijvoorbeeld in de personen van de heer De Pagter en de heer Bosch zelf, heeft al ruim voor het begin van de oorlog benoemd dat de bouwkosten onrealistisch waren, dat het te duur zou worden en dat het project op de klippen zou lopen. De conclusie uit het rapport doet dan ook geen enkel recht aan wat de raad allemaal heeft ingebracht. De heer Bosch is het er absoluut niet mee eens dat men zich daar nu achter verschuilt. Hij zou de notulen nog weleens aan de PvdA willen laten lezen. Er zijn ook
Raadsvergadering van 27 maart 2025
28
schriftelijke vragen gesteld en moties ingediend. Mevrouw Assen (PvdA) wil hier geen interruptietijd aan besteden, maar wordt nu persoonlijk aangesproken.
De voorzitter antwoordt dat dit een politiek debat is. Er wordt op de bijdrage van mevrouw Assen gereageerd. Daar mag zij in haar eigen tijd weer op reageren. Dit is geen persoonlijk feit.
Mevrouw Assen (PvdA) was bij al deze debatten aanwezig. Er was inderdaad al lang kritiek. De heer
Bosch en de heer De Pagter hebben niet voorzien dat de bouwkosten zouden stijgen als gevolg van de oorlog in Oekraïne.
De heer Bosch (UtrechtNu!) antwoordt dat hij in 2018 nog niet wist dat Rusland Oekraïne in zou vallen. Hij had echter wel toen al benoemd dat de bouwkosten onrealistisch waren, vanwege de
stijgende bouwkosten. Dat is diverse malen aangekaart. Hier is een onafhankelijk onderzoek naar uitgevoerd. Toen bleek dat het versoberd moest worden en dat allerlei dingen te duur waren
begroot, omdat men daar een filmwalhalla wilde maken voor het door mevrouw Assen zo geliefde ’t Hoogt.
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe de heer Bosch reflecteert op de reflectie in dat onafhankelijk
onderzoek op dat precies datgene wat de heer Bosch nu doet het project parten heeft gespeeld. De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt het grappig dat het feit dat de gemeenteraad kritisch is geweest het project parten zou hebben gespeeld. De raad heeft gezegd dat de bouwkosten te hoog waren en
zaken te rooskleurig werden voorgesteld. Men had een roze bril op. Nu wordt er gedaan alsof het
mislukt is, doordat de heer Bosch het over ’t Hoogt heeft gehad. Het is mislukt, omdat het vanaf het begin al een mislukt proces was en een waardeloos iets waar de gemeenschap helemaal niets aan had.
Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat men het hiermee oneens kan zijn. De PvdA was dat niet. Nu
worden alleen conclusies van een onafhankelijk onderzoek gedeeld wanneer partijen het ermee eens zijn. Dat is een vreemde gang van zaken.
De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt dat dit onjuist is. Politiek had hij al vastgesteld dat het project niet
goed was. Dit is toen bevestigd. Nu is er een ander onderzoekje uitgevoerd, waarin, zoals mevrouw
Ramakers al zei, slechts een aantal mensen gehoord is. Oud-raadsleden of raadsleden die ermee te maken hadden zijn niet gehoord. Toch worden er conclusies over raadsleden getrokken. De heer Bosch was niet uitgenodigd om een keer koffie te drinken met mevrouw Van Engelshoven.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat er vandaag gesproken wordt over een onderzoek naar
bestuurlijk handelen rondom De Machinerie en de wijze waarop dit college daarmee is omgegaan.
Met motie 18 heeft de raad expliciet gevraagd om een onafhankelijk onderzoek, juist omdat eerdere analyses op de raad waren gericht en de rol van het college onvoldoende in beeld kwam. Het
zogenaamde onderzoek blijkt nu uitgevoerd te zijn door twee onderzoekers, van wie er een een prominent lid is van D66. De heer Bos verwacht dat er nu hetzelfde gebeurt als bij de PvdA
gebeurde: hij zal geïnterrumpeerd worden. D66 zat in het vorige college en zit in huidige college.
Raadsvergadering van 27 maart 2025
29
Een wethouder van D66-huize was tijdens het vorige college verantwoordelijk voor het
cultuurdossier waar De Machinerie onder valt. Dan speelt er niet alleen een belangenconflict, maar al
helemaal de schijn daarvan. Juist in politiek gevoelige kwesties moet je extra zorgvuldig zijn. De heer Bos weet dit uit ervaring. Dan vermijd je niet alleen belangenverstrengeling, maar ook de schijn van partijdigheid.
Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) maakt bezwaar tegen dit soort insinuaties. Je mag uitgaan van de professionaliteit van een dergelijke commissie. Als de raadsleden over vijf of tien jaar een beroep
gaan uitoefenen, mag ook van hen verwacht worden dat zij hun werk professioneel doen. Ze werpt de beschuldigingen van de heer Bos verre van zich.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt het geen beschuldiging als hij stelt dat er een schijn van belangenverstrengeling is. Hij daagt mevrouw Hornsveld uit om te zeggen wat daar een beschuldiging aan is.
Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) stelt dat de heer Bos iets insinueert en dat dat iets betekent. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat de schijn van belangenverstrengeling alleen al de insinuatie is. Als die bestaat, moet je hem voorkomen.
Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) maakt hieruit op dat alle raadsleden hierna nooit meer iets kunnen doen dat te maken heeft met de overheid.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat er voldoende onderzoeksorganisaties zijn en
voldoende personeelsleden binnen onderzoeksorganisaties die een dergelijk onderzoek zouden
kunnen uitvoeren. Voorkomen moet worden dat de schijn van belangenverstrengeling ontstaat. Dan moet je dus niet zo dicht tegen het politiek bestuur van de stad aan zitten en zo dicht tegen
partijpolitiek. De schijn van de belangenverstrengeling bestaat hier en daar moet de politiek zich verre van houden.
De raad kreeg nu een rapport dat voelde als "wij van WC-Eend adviseren WC-Eend". Wanneer hier
vervolgens terechte vragen over gesteld worden, antwoordt de wethouder dat er aan alle regels is
voldaan, alsof dat voldoende is. Die houding is ronduit teleurstelling en laat zien dat het college, met name wethouder Oosters, de kern van het probleem niet begrijpt of niet wil begrijpen. Het
vertrouwen van de raad en de inwoners wordt namelijk geschonden als de raad geen actieve
openheid en reflectie toont. Daarom vraagt de heer Bos wederom met klem aan de wethouder om te reflecteren op de uitbestedingsprocedure, hoe zij is omgegaan met de mogelijke belangenverstrengeling en waarom zij de raad hierover niet heeft geïnformeerd.
De heer Van Steeg (CDA) is eveneens vanaf het begin kritisch geweest op De Machinerie. Het was te
veel een prestigeproject en te weinig een project van Utrecht als stad. Het was te weinig duidelijk wie de verantwoordelijkheid had om het project verder te brengen. Er is ook onvoldoende snel
bijgestuurd door het college. Wat het CDA betreft had al eerder gestopt moeten worden met de
verdere ontwikkeling van De Machinerie. De fractie heeft de wethouder ervoor gecomplimenteerd dat er uiteindelijk gestopt is. Het heeft wel geleid tot het ongemakkelijke debat dat recent is gevoerd. In het rapport wordt wel heel makkelijk gewezen naar de raad, terwijl de raad in steeds grotere
meerderheid kritisch werd op hoe het project werd aangestuurd. Daar was alle reden toe. Daarom
Raadsvergadering van 27 maart 2025
30
ontstond daarvoor een meerderheid. Men moest zich eerder de vraag stellen of er niet eerder gestopt had moeten worden met De Machinerie.
Mevrouw Oosters (wethouder) vindt het goed dat er nu gesproken wordt over het rapport waar de
raad om heeft gevraagd. De VVD vroeg om een reflectie. Het is nog altijd jammer dat dit project niet door is gegaan. Dat vindt het college, een deel van de raad en nog veel meer partijen in de stad. Het was een mooie toevoeging geweest aan het aanbod van film- en beeldcultuur. Dat heeft niet door
kunnen gaan. Met de kennis van nu had de wethouder bij de start van haar termijn al veel meer en veel eerder willen weten over de uitdagingen die het traject kende. Haar informatiepositie was niet
goed. Dat is ook in het rapport beschreven. Dit heeft de wethouder hersteld. Hier heeft het college
ook van geleerd. Helaas had dat niet uitgemaakt voor de uitkomst van het traject, omdat betrokken partijen gezamenlijk tot de uitkomst kwamen. De lessen uit het traject kan het college echter zeker
meenemen voor andere grote culture projecten, zoals het Berlijnplein. De raad nam de lessen uit het rapport al heel sterk mee in het commissiegesprek dat de wethouder met de raad had.
Stadsbelang Utrecht stelde vragen over het rapport en de onderzoekers. Dit is in het commissiedebat behandeld. Het is natuurlijk helder dat er in Nederland gelukkig veel regels en kaders zijn waar
bestuurders en politici aan moeten voldoen wanneer zij uit hun functie treden. Er zijn afkoelperiodes en bepaalde werkvelden waar je terecht mag komen. Hier houdt men zich gelukkig ook aan. Deze specifieke onderzoeker heeft dat ook gedaan. Het college heeft in de uitvraag naar een extern
onderzoek gezocht naar een extern bureau dat gerenommeerd is op het gebied van de relatie tussen cultuur en politiek. Blueyard is zo’n bureau. Dat heeft zelf de onderzoekers aangewezen die hierbij pasten. Dit is een juiste manier waarop de gemeente een extern onderzoek kan uitvragen. De wethouder gaat dus niet mee in de aantijging van een schijn van belangenverstrengeling.
Ook het CDA had wat zorgen over wat er in het rapport stond. Er zijn juist ook heel veel leerpunten voor het college en de gemeentelijke organisatie, bijvoorbeeld over de informatiepositie van de
wethouder en over hoe de gemeente het intern geregeld had met De Machinerie. Dit was de waarde van het externe onderzoek. De wethouder hoopt dat eenieder hier zijn lessen uit trekt.
De voorzitter constateert dat er geen vragen zijn aan de wethouder en schorst op verzoek van de heer Bos de vergadering.
Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Bos. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft met aandacht geluisterd naar de reactie van de wethouder. Wat hem opvalt, is dat er nu weer wordt gewezen op procedures, regels en formele
onafhankelijkheid. Niemand van het college staat werkelijk stil bij wat er hier op het spel staat:
vertrouwen en daadwerkelijke onafhankelijkheid. De regels zijn gevolgd, maar dat is niet het punt. Het punt is dat er geen enkel signaal is afgegeven dat het college begrijpt hoe politiek gevoelig dit ligt. Er is geen enkele erkenning van de schijn van belangenverstrengeling, laat staan van
belangenverstrengeling, hoe onbedoeld misschien ook. Van die onbedoelde belangenverstrengeling
weet de heer Bos genoeg af. Er is geen enkele poging gedaan om de raad serieus te nemen. Zelfs nu, nadat de raad herhaaldelijk haar zorgen heeft uitgesproken, weigert de wethouder verder te
reflecteren. Dat is geen leiderschap. Dat is bestuurlijke gemakzucht. Hiermee bestaat in Utrecht een
lange traditie, een traditie die het huidige college voortzet. Daarnaast heeft wethouder Oosters in het verleden meermaals steken laten vallen wat betreft de informatievoorziening naar de raad. Zij lijkt
hiervan niet geleerd te hebben. Het college heeft de raad zelf in deze positie gemanoeuvreerd. Als er
Raadsvergadering van 27 maart 2025
31
geen ruimte is voor zelfreflectie rest de raad weinig anders dan het uitspreken van een motie van
wantrouwen. Hierop dient de heer Bos motie 150 (Wij van WC-eend …) in. Hierin wordt uitgesproken
dat de handelswijze van de wethouder, betreffende het uitbesteden van het onafhankelijk onderzoek, het informeren van de raad alsook de reflectie op het gehele proces onaanvaardbaar is en wordt het vertrouwen in wethouder Oosters opgezegd.
De voorzitter merkt op dat de traditie bestaat dat er, wanneer de positie van een bestuurder ter
discussie staat, meteen gestemd wordt. Hieraan voorafgaand moet er kort geschorst worden. Eerst zal er echter gelegenheid zijn om de heer Bos te interrumperen.
Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) merkt op dat er inmiddels twee onderzoeken zijn geweest. Uit het eerste onderzoek kwam niks. Er kwam een tweede onderzoek, dat GroenLinks niet eens hard nodig
vond. Ook hier kwam niks essentieels uit. De conclusies zijn dat zowel de raad als het college weinig te verwijten is. Zij vindt het dan ook beschamend dat de heer Bos dit nu uit de kast trekt.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft geen vraag gehoord. Hij hoort een mening van een raadslid dat haar eigen wethouder dekt. Maar wat hij eerder benoemde, is wel gebeurd.
De heer Snijder (Student & Starter) vindt het schandalig wat de heer Bos doet. Het ergste is dat de
integriteit van een onafhankelijk onderzoeker in twijfel wordt getrokken. Hij hoopt dat de heer Bos beseft wat hij doet met deze woorden, in deze raadszaal, maar ook wat ze betekenen voor het
vertrouwen dat mensen in elkaar moeten hebben en in de instituties. Hij kan er niet bij. Hij vraagt de heer Bos om er nog één keer goed op te reflecteren. Misschien komt hierdoor het bewustzijn dat dit niet de manier is.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft gezegd. Het college had, als het echt zorgvuldig had
gewerkt, gekeken wie de onderzoekers waren. Het is heel simpel. Dan hadden ze enige schijn van
belangenverstrengeling kunnen voorkomen. Dat is niet gedaan, met als gevolg dat de heer Bos zich genoodzaakt voelt om een motie van wantrouwen in te dienen. Hij zou hier graag een hoofdelijke stemming over willen.
Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat een onafhankelijk onderzoeksbureau zelf een onderzoeker instelt. Wat valt het college dan te verwijten?
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat het college gewoon moet checken met wie het
zaken doet. Dat mens is koud een paar maanden uit de afkoelperiode en haar wordt gevraagd dit dossier te beoordelen.
De voorzitter merkt op dat de bewoording "dat mens" in deze raadszaal niet op deze manier gebruikt hoeft te worden. De wethouder mag nog reageren.
Mevrouw Oosters (wethouder) baalt hier enorm van. Waar het ook over gaat, dit wil je niet als
bestuurder. Het gaat over een traject waar inderdaad veel over te zeggen was, veel over is gezegd en waar de raad en het college goed over hebben kunnen reflecteren. De wethouder vindt dat er mooie
lessen uit getrokken zijn die in volgende trajecten meegenomen kunnen worden. Een van die lessen was niet dat een onafhankelijk onderzoeker niet onafhankelijk zou zijn. Daarom blijft de wethouder
Raadsvergadering van 27 maart 2025
32
bij haar eerdere woorden. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter heropent de vergadering en deelt mee dat zal worden overgegaan tot hoofdelijke stemming over de ingediende motie.
Aan de orde is de stemming over motie 150 (Wij van WC-eend …). Over motie 150 wordt hoofdelijk gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de motie is verworpen met 1 tegen 37 stemmen.
Voor het amendement heeft gestemd het lid Bos. Tegen het amendement hebben gestemd de leden Stellinga, Van Steeg, Dekkers, Sungur, Geleijns,
Al-Saqaff, Raaijmakers, Bosch, De Pagter, Van Vliet, Heijne, Van Heuven, Peters, Sasbrink, De Vries, Dada-Anthonij, Hornsveld, Dijkstra, Van der Wilt, Meerding, Claasen, Fattal, Aït Daoua, Van der Zweth, Hellevoort, Ramaker, Kleinrensink, Te Hoonte, Assen, Bode, Zwinkels, Vasters, Passier, Chirino, Maas, Snijder en Koning.
De voorzitter stelt daarop aan de orde de voorzetting van de behandeling van: 21. Raadsvoorstel Vaststellen voorkeursmodel Kop Amsterdamsestraatweg - Oude Daalstraat De heer Dekkers (GroenLinks) heeft in de middagpauze met een aantal mensen overlegd. De indieners van de amendementen zullen deze handhaven en dus in stemming laten brengen.
Met betrekking tot het amendement over het fietspad had hij de wethouder om de toezegging
gevraagd dat voor de nota van uitgangspunten een voorstel uitgewerkt wordt waarin er geen fietspad door het park komt, maar wel fietsroutes over het bestaande fietspad en verdunning door
bijvoorbeeld fietsroutes door de Oude Daalstraat en de Berkstraat te gebruiken, zodat er aansluiting is op de routes op de Noord. De wethouder heeft gezegd die toezegging alleen te kunnen doen als
die toezegging gevraagd wordt namens een meerderheid van de raad. Zonder afbreuk te willen doen aan het in stemming brengen van het amendement, heeft de heer Dekkers de meerderheid om deze toezegging te vragen.
De heer Vasters (D66) begrijpt de voordelen in het amendement van de VVD. Tegelijkertijd is het de
wens van D66 om geen verdere vertraging op te lopen in dit project dat al zo veel jaren loopt. Kan de wethouder nader toelichten of de wensen uit het amendement ook kunnen worden doorgevoerd zonder veel extra doorlooptijd? Als dat niet mogelijk is, hoort de fractie dat ook graag.
De heer Te Hoonte (VVD) ziet die vertraging niet. Als men nu aan de slag gaat met de nota van uitgangspunten kan dit allemaal meegenomen worden. De VVD denkt dat er bijvoorbeeld een
subamendement kan komen als partijen het anders willen zien. Dat werk ligt dan bij die fracties en niet bij de fractie die het nu ingediend heeft.
De heer Eerenberg (wethouder) zegt het door de heer Dekkers gevraagde toe. Van het amendement
Raadsvergadering van 27 maart 2025
33
van de VVD wordt dan een soort onderzoeksvariant gemaakt. Voordat er een nota van
uitgangspunten gemaakt wordt, wenst de raad dit te wegen. De wethouder vindt dit een wat gruizelige manier van besluiten nemen, maar het college kan met die route uit de voeten.
De heer Te Hoonte (VVD) maakt een punt van orde. Er is om een toezegging gevraagd en er is een amendement. Het kan niet zo zijn dat een toezegging een interpretatie van een amendement is.
De heer Dekkers (GroenLinks) heeft de wethouder misschien verkeerd verstaan. Hij heeft gezegd dat de raad voor de nota van uitgangspunten een uitspraak zou moeten doen. Volgens hem kan dit gewoon bij de nota van uitgangspunten gebeuren.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de heer Te Hoonte gelijk heeft, maar hij probeert
samenvattend duidelijk te maken wat hij denkt dat hij heeft gehoord. Dat is de onderzoeksvariant
van de opdracht. De onderzoeksvariant kan. Dan krijgt de raad bij de nota van uitgangspunten de uitwerking. Dan kan de raad kiezen wat ze doet.
De heer Van der Zweth (PvdA) maakt een punt van orde. Het is helder wat de wethouder toezegt. Maar als het amendement wordt aangenomen, is dat natuurlijk geldig. Dat gaat verder dan de toezegging. Wordt het amendement niet aangenomen, dan is de toezegging er.
De voorzitter merkt op dat amendementen simpelweg gelden. Dat is iets anders dan een motie. De wethouder weet dit.
De heer Eerenberg (wethouder) bevestigt dit. Men zou het elkaar makkelijker kunnen maken als men de volgende keer een subamendement maakt of een tweede amendement. Dan zijn leden voor het een of het ander en staat het duidelijk op papier.
In antwoord op de vraag van D66 geeft de wethouder aan dat het, als de raad een andere variant
uitgezocht wil hebben en het college hard doorwerkt, in een halfjaar kan. De wethouder vindt dat de
buurt hier nog op bevraagd zou moeten worden. De zomervakantie zit er nog tussen. Dan komt men aan het einde van deze raadsperiode. Het kan, maar het kost dus veel tijd.
De heer Te Hoonte (VVD) kan er niet bij dat de planning van de nota van uitganspunten opeens verandert als de raad nu een besluit neemt dat net iets anders is dan het college wil. Of er is al
doorgewerkt aan wat er nu aan de raad wordt voorgesteld, wat voor vertraging zorgt, of de variant kan gewoon worden uitgewerkt in de planning die er nu ligt. Dan is er geen vertraging.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat er niet een al uitgewerkt iets bestaat. Die suggestie
moet ook niet gedaan worden. In het amendement wordt een hele rits dingen opgesomd waarvoor
gekozen wordt in de nota van uitgangspunten. Hij wilde eens gaan puzzelen om te kijken wat er kon. Als de raad nu zegt dat er acht dingen in de nota van uitgangspunten moeten komen, weet hij niet of dat precies kan. Er wordt bijvoorbeeld een functie geprojecteerd op de niet te slopen huizen. De
wethouder weet niet of het dan goed gaat met bijvoorbeeld de bevoorrading. Daarom vraagt hij de raad of die, als die een bepaalde variant interessant vindt, aan het college wil vragen die bepaalde
variant te onderzoeken. Dan kan dat in het totaal van het uitgezochte gewogen worden. Hij probeert niks te zeggen over intenties, of over wat er wel of niet in wiens bureaus ligt.
Raadsvergadering van 27 maart 2025
34
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat dit in zorgvuldigheid gewogen kan worden bij de nota van
uitgangspunten. Als er net iets aangepast moet worden ten opzichte van de fase ervoor, gebeurt dat gewoon. Dat gebeurt bij deelgebied 6. Dat gebeurt overal. Het is dus echt niet zo dat er geen ruimte is richting de nota van uitgangspunten.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat hij bij deelgebied 6 is teruggegaan naar de raad met een aantal scenario's. Daar heeft de raad toen een keus in gemaakt. Dat is de favoriete manier van werken van de wethouder. Het is ingewikkeld als de raad acht dingen noemt die ze vandaag wil
besluiten, de wethouder daar op basis van stedenbouwkundige argumenten van mag afwijken en dan de nota van uitgangspunten mag voorleggen. Dan doen raad en college het samen niet goed genoeg. Dan wil de wethouder een keer bij de raad terugkomen om zijn huiswerk in te leveren, zodat de raad het kan wegen.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Vanavond zal gestemd worden over het voorstel en de moties.
(Mevrouw Dijksma draagt daarop het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw AlSaqaff.) 28. Afrondende besluitvorming na debat over Evaluatie burgerberaad jaarwisseling De heer Van Heuven (PvdD) begint met fantastisch nieuws en complimenten aan de VVD. Die partij is landelijk namelijk nu ook voor een vuurwerkverbod, waarmee een vuurwerkverbod in de Tweede
Kamer in zicht komt. Men is er nog niet, maar wanneer dit het geval is, zou dit goed zijn voor mens, dier, hulpverleners en iedereen die voor een vuurwerkverbod is.
De heer Bosch (UtrechtNu!) feliciteert de heer Van Heuven, maar merkt op dat hij er nog niet is. Er zou namelijk ook nog een Europees vuurwerkverbod moeten komen.
De heer Van Heuven (PvdD) zou een Europees verbod ook prima vinden, maar er is geen land dat zo slecht met vuurwerk omgaat als Nederland. Als men er hier mee stopt, is men er Europees ook al bijna.
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of de heer Van Heuven weet dat er voor miljoenen aan vuurwerk uit het buitenland komt.
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat hij dit weet. Dit vuurwerk komt hierheen. Als dit hier niet meer mag worden afgestoken, hoopt hij dat de gedragsverandering, die zo goed is voor zo veel, er eindelijk komt.
De Partij voor de Dieren is een groot voorstander van het burgerberaad en ziet graag zo snel
mogelijk een nieuw beraad. De fractie denkt dat er veel meer mogelijkheden zijn dan alleen datgene waarvan het college nu denkt dat het niet mogelijk is. De fractie zou graag zien dat de
standaardparticipatietrajecten, waarvan er zo veel plaatsvinden, soms voor veel geld, eens in de
vorm van een burgerberaad plaatsvinden. EenUtrecht dient hier zo mede namens de PvdD een motie over in.
De PvdD is blij dat er in Utrecht eindelijk een afsteekverbod voor vuurwerk is. Er moet helderder
Raadsvergadering van 27 maart 2025
35
gecommuniceerd worden dat dit verbod er is en dat de gemeente hier streng op let. De
burgemeester zegde toe dat de brief over de jaarwisseling 2025 in het vierde kwartaal komt. De
PvdD-fractie zou die graag wat eerder krijgen, zodat deze geagendeerd kan worden in commissie en raad. De burgemeester zegt altijd dat het derde kwartaal niet bestaat, maar de heer Van Heuven vraagt of de brief in september naar de raad kan komen.
Het afsteekverbod is een nieuwe en ook veel leukere traditie. Wie nog vuurwerk afsteekt, is in
overtreding en daarmee asociaal. Om de nieuwe traditie kracht bij te zetten, zijn wel alternatieven
nodig. Er was budget voor één jaar. Daarom dient de heer Van Heuven motie 151 (Nieuwe traditie, leuke alternatieven) in, mede namens de fracties van D66, Student & Starter, EenUtrecht en Volt. Hierin wordt het college verzocht om bij de Voorjaarsnota 2025 inzichtelijk te maken hoe de
alternatieve viering van Oud en Nieuw in 2025, en liefst ook de komende jaren, op een haalbare manier kan worden voortgezet.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de heer Van Heuven met zijn motie vraagt om inzichtelijk te
maken hoe je dat zou kunnen doen zonder dat daar budget voor gereserveerd wordt of dat hij vraagt hoe dat gedaan kan worden en hier meteen budget voor te reserveren in de Voorjaarsnota.
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat het college vaak zegt dat alles wat het doet nu eenmaal geld kost. Hij vindt het prima om een campagne op te zetten zonder dat het geld kost, maar het
college zal waarschijnlijk zeggen dat hier budget voor nodig is. Er is nu geen budget. De indieners willen inzichtelijk hebben hoe de alternatieve viering door kan gaan en zo recht te doen aan het burgerberaad.
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de heer Van Heuven het over campagnes heeft, maar dat in de motie gesproken wordt over de alternatieve viering. Hij lijkt dus te verwachten dat hier budget vrijgemaakt voor moet worden met een plan over de vormgeving over de alternatieve viering.
De heer Van Heuven (PvdD) hoopt in ieder geval dat de alternatieve vieringen doorgezet kunnen worden, want de gedragsverandering is nodig. De steun voor het vuurwerkverbod kan hiermee
vergroot worden. Hij denkt inderdaad dat hier geld voor nodig is. Voor een aftelmoment en leuke
dingen in de stad zal geld nodig zijn. Hoe dat verdeeld wordt en met welke activiteiten de gemeente verder wil gaan kan later dit jaar nog vormgegeven worden. Hij zou nu inderdaad graag zien dat er budget voor vrijgemaakt wordt.
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat helder is dat er een budgetschuif voorgesteld wordt. Dan is de vraag waarvan dit betaald wordt.
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat het in Utrecht altijd een heel gedoe is om geld om te
buigen en dat er altijd een alternatief gegeven moet worden. Andere gemeentes doen dit niet altijd zo. Daar wordt weleens aan een college gevraagd om inzichtelijk te maken hoe iets gedaan kan worden wat de raad belangrijk vindt. Dit is wat de heer Van Heuven nu doet. Hij hoopt dat het
college budget kan vinden. Mocht het ten koste gaan van iets wat de raad wil behouden, dan kan bij de Voorjaarsnota een integrale afweging gemaakt worden.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vertelt dat het college geen geld ziet om in 2026 een burgerberaad te organiseren. De Werkgroep 030 schrijft dat het kapitaalvernietiging zou zijn als niet wordt
Raadsvergadering van 27 maart 2025
36
doorgegaan met het leerproces om middels burgerberaden de democratie dichter bij de Utrechtse
burger te brengen. Hoe kan dit tot vaste waarde van de lokale democratie gemaakt worden? Dat kan
alleen als het regelmatig en zichtbaar georganiseerd wordt. Alleen dan wordt de kloof tussen burger en politiek gedicht, wordt er opnieuw vertrouwen in de overheid opgebouwd en wordt de
gemeenschapskracht in de samenleving gesteund. Daarom dient de heer Dijkstra motie 152
(Burgerberaad als vaste waarde in de Utrechtse democratie) in, mede namens de fracties van Volt en
PvdD. Hierin wordt het college opgedragen om bij de Voorjaarsnota 2025 een voorstel te doen hoe in de begroting 2026 voldoende ruimte kan worden vrijgemaakt voor het organiseren van een tweede burgerberaad in 2026 en onder meer uit te zoeken of, qua aanpak, financiering gevonden kan worden door een ingepland participatietraject in de vorm van een burgerberaad te laten plaatsvinden.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) merkt op dat men naar een ravijnjaar toe gaat. Ook GroenLinks geeft
veel om burgerberaden, maar vraagt waar het budget van EenUtrecht van af mag. EenUtrecht geeft ook om een flinke sociale basis, groen in de straat en andere soorten participatie in de stad, dus waar wil EenUtrecht het geld vandaan halen?
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat EenUtrecht ook staat voor het versterken van de
participatie en de democratie in de stad. De gemeente heeft daar tot nu toe niet expliciet geld voor
vrijgemaakt. Er kan 0,05% vrijgemaakt worden voor het versterken voor de democratie. Dat lijkt heel weinig, maar is toch een miljoen. Een deel daarvan kan besteed worden aan een burgerberaad. Als dat niet gebeurt, spoelt de stad onder de voeten van het bestuur weg.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) deelt dit met EenUtrecht en zou ook graag tonnen steken in het verbeteren van de democratie, maar vraagt nogmaals waar dat geld van af moet.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat hij vorig jaar een tegenbegroting had ingediend met 100 miljoen aan wijzigingen. Misschien is een deel daarvan niet te onderbouwen, maar het is uitgesloten dat die hele 100 miljoen niet te onderbouwen is. Bij deze Voorjaarsnota zal hij weer laten zien dat
een deel van die 100 miljoen te vinden en te verschuiven is. EenUtrecht kiest ervoor om 1 miljoen, 0,05% van de begroting, te besteden aan het versterken van de democratie. Een deel daarvan kan hieraan worden besteed. Dit is een suggestie voor het college.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat er een verandering van traditie met vuurwerk nodig is. Het debat is
volop in beweging. De heer Van Steeg wil dat hier zo veel mogelijk draagvlak voor is. De motie die hij indient, had hij vorig jaar ook al ingediend toen de resultaten van het burgerberaad werden
besproken. De heer Van Steeg motie 153 (Organiseer nu wel aftelmomenten met siervuurwerk) in.
Hierin wordt het college opgedragen om bij de verdere ontwikkeling van "Utrecht Uitgelicht" door de stad met ondernemers aftelmomenten met siervuurwerk te organiseren en na de jaarwisseling te evalueren hoe dit heeft bijgedragen aan het draagvlak voor de nieuwe viering van Oud en Nieuw. Mevrouw Meerding (VVD) was van plan geen inbreng te houden, maar werd ingehaald door het nieuws. De landelijke VVD is namelijk voor een landelijk vuurwerkverbod. Mevrouw Meerding benadrukt dat dit onder voorwaarden is. Een van die voorwaarden is dat er effectief wordt
gehandhaafd door gemeentes. Dit is gelukkig in lijn met wat mevrouw Meerding eerder in de commissie zei.
Raadsvergadering van 27 maart 2025
37
De heer Maas (Volt) is, zoals bekend, een groot voorstander van burgerberaden. Volt betreurt het
enorm dat er geen budget is voor dit jaar. De fractie roept de wethouder op om bij de Voorjaarsnota met een voorstel te komen. Daarom steunt ze met kracht de moties van EenUtrecht en van de PvdD. De wethouder heeft toegezegd om in Q1 van 2026 met een brief te komen over een toekomstig
beraad. Gezien de agenda betekent dit dat er alleen nog 22 januari een commissievergadering is om dit te bespreken. De brief zou twee weken voor die tijd al binnen moeten zijn. De heer Maas vraagt de wethouder om toe te zeggen deze brief al in Q4 van 2025 te versturen.
Mevrouw Oosters (wethouder) begint met motie 151, van de PvdD, over de komende jaarwisselingen. De wethouder had de motie verwacht en had bedacht dat ze best de mogelijkheden inzichtelijk kon maken, maar ze raakte toch in de war bij het interruptiedebat met de heer Van der Zweth. De
wethouder kan de motie niet positief adviseren als er wordt verwacht dat er budget vrijgemaakt
wordt. Hiermee zou ze vooruitlopen op de Voorjaarsnota. Zaken inzichtelijk maken kan echter wel. De heer Van Heuven (PvdD) vindt het prima om te beginnen met het inzichtelijk maken. Mocht dit bij of na de Voorjaarsnota verder aangekleed worden, is dat natuurlijk ook goed.
Mevrouw Oosters (wethouder) houdt zich aan de letterlijke tekst van de motie. Daarin wordt
gevraagd om inzichtelijk te maken hoe de viering voortgezet kan worden. Ze kan de motie dan ook positief adviseren.
In motie 152, van EenUtrecht, wordt vrij letterlijk wel gevraagd om budget vrij te maken bij de
Voorjaarsnota. Ook de wethouder vindt burgerberaden een belangrijk middel. Daar wil het college mee aan de slag. Het is ook bezig met een onderzoek naar een goed onderwerp voor een volgend
burgerberaad. In de motie wordt echter opgeroepen om nu al het budget vrij te maken. Dit kan de wethouder niet positief adviseren, want hiermee zou ze vooruitlopen op de Voorjaarsnota. De begroting is krap. Ze ontraadt motie 152 dan ook.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder niet deelt dat het verstandig zou zijn dat er in
de begroting van 2 miljard op z’n minst een klein beetje geld gereserveerd wordt voor het versterken van de lokale democratie.
Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat het college dit gelukkig doet op heel veel verschillende wijzen. Het zou bijna zonde zijn om het versterken van de democratie alleen in het burgerberaad te
vatten. Ze begrijpt dat de heer Dijkstra juist dit wil. Het college is bezig met het onderzoek naar het nieuwe onderwerp. De wethouder zegt toe in Q4 van dit jaar, in plaats van in Q1 van volgend jaar, een brief te sturen over het volgende burgerberaad. Ze wil niet vooruitlopen op de integrale afweging.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder ook ziet dat dit haaks staat op de aanbeveling van de Werkgroep 030 en dat hiermee de continuïteit verandert.
Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat ze dit niet zo zou willen zeggen. De continuïteit
verdwijnt niet. Er is geëxperimenteerd met het burgerberaad. De raad is nu nog bezig met de
afrondende besluitvorming hierover. Het college is al bezig met een volgend onderwerp. Er is dus
sprake van continuïteit. Er moet bekeken worden hoe dit wordt georganiseerd, maar de wethouder
Raadsvergadering van 27 maart 2025
38
loopt niet vooruit op een integrale afweging. De heer Dijkstra (EenUtrecht) ziet het gebeuren dat het eens in de vier, vijf jaar gebeurt. Dat is geen continuïteit. Dat zal niet beklijven bij burgers.
Mevrouw Oosters (wethouder) zou het zonde vinden om het maar eens in de vier, vijf jaar te doen en wil dan ook bekijken hoe het vaker gedaan kan worden. Met de huidige financiële situatie is het
realistische antwoord dat het college er niet voor de komende Voorjaarsnota op vooruit kan lopen. De heer Maas (Volt) merkt op dat in het dictum van de motie staat dat financiering onder meer gezocht zou kunnen worden bij een reeds ingepland participatietraject. Dan is het in feite
budgetneutraal. Dat geld wordt namelijk sowieso uitgegeven. De raad maakt alleen een iets andere keuze in wat ermee wordt gedaan. Hoe ziet de wethouder dit?
Mevrouw Oosters (wethouder) ziet dit als een kansrijke zoekrichting voor een volgend burgerberaad. Ze denkt echter dat er eerst een onderwerp nodig is om echt het gesprek met collega's aan te gaan, bijvoorbeeld over hoe die participatiebudgetten zijn ingedeeld en of daarvoor een burgerberaad
ingezet kan worden. Hier is het college mee bezig. Ook dit soort gesprekken worden gevoerd, want hoe meer kosten er bespaard kunnen worden, hoe beter.
De heer Maas (Volt) hoort hier een toezegging in. Het lijkt of de wethouder zegt haar best te doen om het zo te doen. Dan is er nog maar een heel klein beetje nodig om de motie uit te voeren.
Mevrouw Oosters (wethouder) vindt het interessant wat de heer Maas in haar woorden hoort. Ze zegt
wat ze eerder al heeft gecommuniceerd: de gemeente is bezig met het onderzoek naar onderwerpen. De raad krijgt in Q4 de brief over een eventueel volgend burgerberaad, met daarbij de onderwerpen. Dat kan er op dit moment toegezegd worden en dat is niet het vrijmaken van een half miljoen bij de Voorjaarsnota.
De heer Van Heuven (PvdD) hoorde eveneens bijna de toezegging. Er is al grootschalige participatie geweest en er komt nog meer. De Omgevingsvisie Overvecht kostte meer dan een miljoen. Als men
dit van tevoren wist, had men een burgerberaad kunnen doen en participatie kunnen organiseren. De wethouder kan dan dus wel eerder dan in Q4 kijken wat voor soort participatietrajecten er sowieso komen en erop terugkomen welke er in de vorm van een beraad kunnen.
Mevrouw Oosters (wethouder) is het hiermee eens. Dit gaat het college ook doen. In de brief worden zaken genoemd als zorg voor elkaar en consumptie en duurzaamheid. Daarnaast wordt er in de afdeling Ruimte gekeken welke trajecten er aankomen en welke zich eventueel lenen voor een
burgerberaad. Daarbij wordt dan ook zeker gekeken naar de budgetten die er zijn voor participatie.
De wethouder kan dit echter niet toezeggen, want zover is men simpelweg nog niet. Dat is echt een heel andere vraag dan nu al vooruitlopen op de Voorjaarsnota.
In de laatste motie, van het CDA, wordt gevraagd om de vuurwerkshow terug te brengen. Het
burgerberaad heeft in al haar wijsheid aan de raad geadviseerd om wel een centraal aftelmoment te organiseren, maar dat geen vuurwerkshow te laten zijn. Het lijkt de wethouder onverstandig om in het eerste jaar van het burgerberaad al zo af te wijken van het advies. Daarom ontraadt ze deze motie.
Raadsvergadering van 27 maart 2025
39
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de meerderheid van het burgerberaad adviseert om juist wel
vuurwerkzones te richten, maar dat dit geen gekwalificeerde meerderheid haalde. Ziet de wethouder ook een discrepantie met de praktijk van Oud en Nieuw van het afgelopen jaar?
Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat het burgerberaad zelf heeft besloten welke
stemmenmeerderheid er zou moeten zijn om uiteindelijk een advies aan de raad voor te leggen. De
voorgelegde adviezen zijn dus ook echt adviezen die het aan de raad had willen voorleggen. Daarom wil de wethouder niet te veel terugblikken op de andere adviezen, maar juist kijken naar wat er ligt.
Daar heeft de raad ook mee ingestemd. Dit vindt de wethouder goed. Daarnaast werd er gevraagd of
ze een discrepantie zag. Er werd vuurwerk afgestoken op 31 december en 1 januari. Dit is besproken
met de raad. Het is goed aan om te bouwen aan de verandering van een traditie. Daar moet wat meer tijd overheen gaan. Er moet niet nu al worden teruggegrepen op wat men deed.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat de traditieverandering hiermee juist in gang wordt gezet. Het vuurwerkverbod wordt behouden op deze manier.
Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat het burgerberaad een ander advies heeft gegeven. Dat heeft een centraal aftelmoment zonder vuurwerk geadviseerd. Hier wil de wethouder bij blijven.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) kreeg de vraag of de brief in Q3 kon komen in plaats van Q4. Ze
verzoekt de raad om de brief in oktober te mogen versturen. Dat is het begin van Q4, maar dat redt het college beter dan september.
De heer Van Heuven (PvdD) kent niet de hele agenda van de commissie VBF uit zijn hoofd, maar hoort van een collega-raadslid dat dit niet op tijd zou zijn.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) stelt dat een commissie sowieso een onderwerp kan agenderen. Dan komt de brief er vanzelf bij.
De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat de commissie wel informatie nodig heeft om te weten wat ze wil agenderen en bespreken.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) suggereert dat de commissie ‘Jaarwisseling 2025’ agendeert. Die brief komt in oktober. Die hoeft niet heel veel eerder te komen. Het onderwerp kan geagendeerd
worden en daarna komt de brief. Het debat kan vervolgens ruim op tijd gevoerd worden. Hier gaat het de heer Van Heuven om en dit begrijpt de burgemeester.
De voorzitter concludeert dat de brief op tijd binnen moet zijn, zodat raadsleden zich daarop kunnen voorbereiden.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) heeft tot slot een opmerking. De actualiteit vraagt om een reactie. De burgemeester is zeer verheugd met het standpunt dat de landelijke VVD heeft ingenomen. Ze
begrijpt de voorwaarden die hierbij worden gesteld. Ze gaat ervan uit dat veel burgemeesters dit ter hand willen nemen. Het komt nog op een paar stemmen aan. De burgemeester kijkt naar de heer Sungur om zijn invloed in Den Haag aan te wenden. Hij vraagt het vaak andersom.
Raadsvergadering van 27 maart 2025
40
De heer Sungur spreekt heel toevallig straks een Kamerlid, de heer El Abassi. Hij zegt toe met hem hierover te spreken.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) merkt op dat men hier ongetwijfeld nog over komt te spreken. Dit is een bijzonder moment na een jarenlange discussie. Dat wilde ze niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Ook de besluitvorming in de raad heeft hier een klein beetje invloed op gehad. Dit soort signalen helpen.
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt waarom de burgemeester de landelijke politiek hier binnenhaalt. Dan kan hij nu ook wel een debat agenderen om hierover te discussiëren. Nu is er een mededeling waar de raad niet op kan reageren.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit landelijke nieuws een directe relatie heeft met de effectiviteit van de handhaving van iets wat men in Utrecht doet. Daarom is dit relevant.
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of de burgemeester met dit vuurwerkverbod wel de Poolse klappers kan handhaven.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) zegt niet dat hiermee alle problemen opgelost kunnen worden,
maar de eenduidigheid die hiermee dichterbij komt, gaat wel helpen, ook landelijk, in de vraag wat er wel mag en wat niet. Ook hier zal er tijd nodig zijn om de traditie te veranderen, maar het is wel een belangrijk punt.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Vanavond zal gestemd worden over het voorstel en de moties.
(Mevrouw Al-Saqaff draagt daarop het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Dijksma.) 29. Afrondende besluitvorming na debat over Beantwoording Schriftelijke vragen Passen al deze projecten wel in het mobiliteitsplan 2040?
Mevrouw Zwinkels (CDA) dient mede namens EenUtrecht, UtrechtNu! en Volt motie 154 (Overzicht van geplande mobiliteitsprojecten) in, die het college opdraagt om:
1. Een openbaar overzicht te maken (met eventueel geheime bedragen) waarin de diverse grote mobiliteitsprojecten staan beschreven en gescoord op diverse criteria en principes uit het mobiliteitsplan, zodat navolgbaar is waarom én hoe wij deze projecten uitvoeren;
2. Daarbij ook de status per project op te nemen die de raad in staat stelt om bij te sturen,
bijvoorbeeld door tijdig duidelijk te maken wanneer de aanbesteding naar verwachting gaat starten en daarmee er ook contractuele verplichtingen gaan gelden.
De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor een reactie op de motie. Mevrouw Maatoug (wethouder) begrijpt dat de raad langjarig op mobiliteit wenst bij te sturen en initiatief wenst te nemen. De plannen van het college omtrent mobiliteit zijn soms niet goed te
Raadsvergadering van 27 maart 2025
41
vinden omdat informatie op meerdere plekken beschikbaar is. Zij heeft toegezegd een sessie te
organiseren over inzicht in de mobiliteitsprojecten. Daarnaast wordt er in 2025, zoals in elk jaar, ondersteuning gegeven aan de gehele raad om tegenbegrotingen te maken. Zij moet motie 154 echter ontraden, want een aparte bijlage met mobiliteitsplannen helpt niet in het volgen van de
plannen. De budgetten staan op verschillende plekken vermeld en een extra overzicht maakt dat niet toegankelijker.
Mevrouw Zwinkels (CDA) benadrukt dat de raad behoefte heeft om meer inzicht in en overzicht te
krijgen van de mobiliteitsprojecten. Zij vraagt de wethouder daarom om toch toe te zeggen om dit overzicht aan te leveren.
Mevrouw Maatoug (wethouder) begrijpt die behoefte goed, en dat is waarom de programmering van de fysieke investeringsprojecten, die worden gedekt uit het financieel overzicht
Meerjarenprogramma Bereikbaarheid, genoemd worden in een bijlage. Dit betreft vertrouwelijke informatie waar de raad kennis van kan nemen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) constateert dat de wethouder niet bereid is om toe te zeggen een navolgbaar overzicht met mobiliteitsprojecten aan te leveren. Het financieel overzicht
Meerjarenprogramma Bereikbaarheid kon bovendien niet worden aangeleverd door ambtenaren. Mevrouw Maatoug (wethouder) denkt dat, omdat de informatie reeds op diverse plekken is te vinden, het niet helpt bij de volgbaarheid om nog een extra overzicht op te stellen. Dit vergroot enkel het probleem in plaats van dat het zorgt voor een oplossing.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Vanavond zal gestemd zal worden over de motie.
30. Afrondende besluitvorming na debat over Bereikbare en toegankelijke stad. De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt het onjuist dat invalideparkeerplaatsen op de Mariaplaats worden verwijderd. Dit is immers een plek voor invaliden om de binnenstad te betreden. Daarom dient hij mede namens Volt, Partij voor de Dieren, CDA en PvdA motie 155 (Mariaplaats toegang tot de
Westpoort van de stad, maar niet voor gebruikers van een gehandicaptenparkeerplaats) in, die het college opdraagt om:
het besluit tot verwijderen van de Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen aan de Mariaplaats ongedaan te maken en indien nodig de gehandicaptenparkeerplaatsen te verplaatsen naar de overzijde aan de Mariaplaats en/of naar een andere plek waarover Solgu positief adviseert.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt naar de inzet van UtrechtNu! met deze motie. Het terugdraaien van het besluit tot verwijderen van de Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen aan de Mariaplaats, ligt juridisch ingewikkeld.
De heer Bosch (UtrechtNu!) hoort graag of de wethouder deze juridische ingewikkeldheid kan
beoordelen. UtrechtNu! hecht eraan dat de parkeerplaatsen behouden blijven, zodat mensen met een handicap mee kunnen blijven doen aan de samenleving.
Raadsvergadering van 27 maart 2025
42
De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor een reactie op de moties. Mevrouw Maatoug (wethouder) is hard bezig met de opdracht van de commissie om de binnenstad,
zeker bij de Mariaplaats, goed toegankelijk te maken en houden voor mensen met een beperking en om daarover in gesprek te gaan met Solgu. De raad zal hierover worden geïnformeerd zodra de
opdracht is gerealiseerd. Zij moet motie 155 ontraden, want dit loopt vooruit op de werkzaamheden van het college en sluit niet aan bij het verkeersbesluit.
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of de parkeerplaatsen ook terugkomen op de Mariaplaats en in de directe omgeving.
Mevrouw Maatoug (wethouder) reageert dat hierover ambtelijk contact is geweest. Dit wordt door het college momenteel nog onderzocht.
De heer Bosch (UtrechtNu!) zegt dat aan de opdracht die de wethouder noemt, geen raadsbesluit ten grondslag ligt.
Mevrouw Maatoug (wethouder) heeft in de commissie toegezegd om de binnenstad, zeker bij de
Mariaplaats, goed toegankelijk te maken en houden voor mensen met een beperking en om daarover in gesprek te gaan met Solgu. De verwoording van motie 155 sluit niet aan bij de juridische werkelijkheid van het verkeersbesluit dat eraan ten grondslag ligt.
De heer Bosch (UtrechtNu!) dient mede namens Volt, Partij voor de Dieren, CDA en PvdA als/danmotie 156 (Mariaplaats toegang tot de Westpoort van de stad, maar niet voor gebruikers van een gehandicaptenparkeerplaats versie 2) in, die het college opdraagt om:
twee gehandicaptenparkeerplaatsen te verplaatsen naar de overzijde aan de Mariaplaats en voor de overige plekken op zoek te gaan naar een alternatieve plek in de buurt waarover Solgu positief adviseert.
Mevrouw Maatoug (wethouder) reageert dat motie 156 conform de toezegging is. Zij geeft de motie een positief oordeel.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Vanavond zal gestemd worden over de moties.
31. Afrondende besluitvorming na debat over (Sociale) veiligheid van de Utrechtse Jeugd in de Stad en op School.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) benadrukt dat het belangrijk is om met de jongeren uit de omgeving in gesprek te gaan. De bijeenkomsten hebben laten zien dat hun ervaring waardevol kan zijn voor het oplossen van de problemen, die ook de toekomst van jongeren beïnvloeden. Zij dient mede
namens de VVD, PvdA, ChristenUnie, GroenLinks, EenUtrecht, Volt en Student & Starter motie 157 (Betrek ook de GSA bij beleid over jeugd) in, die het college opdraagt om:
1. Naast de in het commissiedebat genoemde groepen als Young Minds en Speaking Minds extra in te zetten op het actief betrekken van jongeren die deel uitmaken van GSA’s, via het COC, bij de ontwikkeling van beleid over jongeren;