2e raadsvergadering 9 maart 2023.docx
Tekst van het document
Volt vroeg hoe de wethouder naar het veiligheidsadvies kijkt. Hier heeft de wethouder al het een en
ander over gezegd. De bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten is inderdaad niet ideaal, maar de politie zal er sowieso altijd op tijd zijn. Dat betekent ook dat de locatie in de reguliere fietsronde
wordt meegenomen. Dat is nu ook al het geval. Het hangen wordt ontmoedigd. Op de bult verwacht de gemeente weinig overlast, omdat hier feitelijk weinig verandert.
De wethouder meent hiermee ook de vragen van andere fracties, onder andere de PvdD en EenUtrecht, te hebben beantwoord.
Mevrouw Zwinkels (CDA) had nog een vraag gesteld over het moment waarop de informatie werd
gedeeld. Ze gaf aan dat de brief met het advies werd gedateerd op 6 december. Ze begrijpt dus niet waarom de raad dit niet eerder heeft gekregen. Kan de wethouder hierop reflecteren?
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat dit een ambtelijk advies is. Het college heeft
bijvoorbeeld ook een ambtelijk advies over bodem gekregen en allerlei andere aspecten. Al die
Raadsvergadering van 9 maart 2023
23
adviezen heeft het college gewogen en dit heeft uiteindelijk tot het besluit geleid. Daarom heeft de wethouder dit ene advies er niet apart uitgetrokken en met de raad gedeeld.
Mevrouw Zwinkels (CDA) is benieuwd waarom de wethouder de inschatting heeft gemaakt om die
stukken niet te delen. Er waren schriftelijke vragen gesteld over eventuele zorgen en criteria. De raad heeft bijvoorbeeld de scoretabel uiteindelijk niet gezien. De raad heeft geen overzicht gekregen van die afweging. Hoe kijkt de wethouder daarop terug?
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat zij wel degelijk de punten uit het Integraal
Veiligheidsadvies met de raad heeft gedeeld. In de commissie is zij wel ingegaan op bijvoorbeeld de verlichting en een verbodsbord. Dit was een advies dat ambtenaren vanuit hun expertise gaven aan de ambtenaren die hiermee bezig zijn. Uiteindelijk komt dat met de afweging van alle belangen bij de wethouder terecht en zij neemt daar dan een besluit over.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de wethouder vindt dat zij de raad voldoende heeft meegenomen in de afweging.
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat zij vindt van wel. Zij heeft de punten uit het Integraal Veiligheidsadvies wel degelijk genoemd, ook in de commissie. Als mevrouw Zwinkels vindt dat dit
apart had moeten worden benoemd, hadden ook alle andere adviezen gedeeld moeten worden. De
raad heeft het college ook aangenomen om goede afwegingen te maken en ervoor te zorgen dat er uiteindelijk een integraal stuk ligt. Dat heeft het college hier gedaan.
De heer Bosch (PVV) vraagt waarom het college eigenlijk niet alle adviezen gewoon deelt. Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat er heel veel stukken in zo’n traject gedeeld worden.
Dan krijgt de raad een enorme stapel en de wethouder vraagt zich af of de raad dat moet willen. Dit zijn ambtelijke interne stukken die het college gebruikt om een besluit te nemen.
De heer Bosch (PVV) vraagt waarom het college dat niet zou doen. De raadsleden kunnen zelf wel
bepalen wat ze wel en niet willen lezen. Er is een informatierecht naar raadsleden toe. De heer Bosch verzoekt de wethouder om dat voortaan wel te doen.
Mevrouw Voortman (wethouder) merkt, met betrekking tot het informatierecht, op dat mevrouw Zwinkels vroeg naar het Integraal Veiligheidsadvies. De wethouder heeft zich geen moment
afgevraagd of dat wel kon en heeft toen meteen in de commissie gezegd dat zij dit zou krijgen. De heer Bosch (PVV) merkt op dat de politie niet zomaar ambtenaren zijn. Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat het inderdaad een belangrijk advies is. Daarom is dit ook serieus genomen. In de uitwerking van het monument is dit ook serieus opgepakt.
De heer De Pagter (VVD) stelt dat deze wethouder in het verleden heel actief is geweest met de Wet
open overheid. Is dit geen voorbeeld van een stuk dat actief openbaar had kunnen worden gemaakt met alle adviezen die eronder hangen?
Raadsvergadering van 9 maart 2023
24
Mevrouw Voortman (wethouder) stelt de wedervraag of dan ook een stuk over bodem of ecologie
openbaar had moeten worden gemaakt. Waar begint en waar eindigt dit dan? De wethouder denkt niet dat dit per definitie actief openbaar gemaakt had moeten worden.
De heer De Pagter (VVD) stelt dat het er juist om gaat dat de overheid dit niet bepaalt bij een open overheid. Raadsleden en mensen in de stad kunnen dan zien hoe alle besluitvorming precies heeft plaatsgevonden. Dit wil de heer De Pagter aan de wethouder meegeven.
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat het college dan altijd bij alles alle onderliggende stukken openbaar zou moeten maken.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) merkt op dat er geen specifieke vragen aan haar zijn gesteld. De wethouder is inhoudelijk ingegaan op het Integraal Veiligheidsadvies en hoe dit gewogen is. De burgemeester wil twee dingen zeggen.
Allereerst wil zij iets zeggen over de aard van het debat. Daar wordt nu niet over gesproken en soms is het goed om dingen met elkaar beet te pakken. De burgemeester ziet dat de inbreng van de raad
er niet op gericht is dit monument er niet te laten komen. Het is belangrijk om dit te beseffen bij hoe de raadsleden naar elkaar kijken. Een raadslid kan ook zorgen hebben en die uiten, juist omdat je
het belangrijk vindt dat iets wel goed terechtkomt. Daarom is het belangrijk om over en weer begrip te tonen voor de emotie. Tegelijkertijd hebben sommige mensen al heel lang gewacht op dit
monument. Sommigen van hen zitten nu in de zaal. Zij hebben hier heel veel betrokkenheid bij en geloven heel erg in dit idee. Zij vragen zich bij kritische vragen af het monument er dan wel komt. Die twee emoties zijn allebei waar. De burgemeester hoopt van harte dat het lukt, misschien niet vanavond, maar wel in de loop van de komende dagen en weken, om elkaar een beetje beet te
pakken. Iedereen vindt het belangrijk dat dit monument tot stand komt. Het is oké om vragen te
hebben over het proces, over de adviezen, over de weging en of dit betekent dat het uiteindelijk ook goed komt. Dit monument is namelijk niet voor even. Dit monument is voor altijd. Er gebeuren allerlei dingen rondom die niet per se leuk zijn. Er zal op gezeten worden, ook al is aan de
kunstenaar gevraagd dit niet zo aantrekkelijk te maken. Er wordt nu in de buurt al rondgehangen
door jongeren, maar dat doen ze ook op andere plekken binnen en buiten het park. Voor de nood-
en hulpdiensten is het niet altijd even makkelijk bereikbaar, maar dat geldt eigenlijk voor elke plek in elk park. Al die issues in dat advies zijn stuk voor stuk gewogen. De wethouder hoopt dat de raad ondanks de kritische inbreng over de aanloop en het proces ook ziet dat de wethouder en het
college al die elementen wegen. Dit moet de raad blijven volgen. Dat zal de burgemeester ook doen vanuit haar verantwoordelijkheid. Er is geen signaal gekomen dat het hier absoluut niet mag. Normaal wordt er nooit een integraal veiligheidsadvies gevraagd over kunstwerken. Daar is
nauwelijks ervaring mee. Hier is het gebeurd omdat het college bij dit ontwerp en de locatiekeuze dacht dat dit wel goed geregeld moest worden. Dat wordt vervolgens dan ook belegd. Het is
belangrijk om dat te zeggen. De burgemeester heeft veel contact met de politie, maar die gaat niet over een locatiekeuze. De politie geeft adviezen over hoe een monument op zo’n plek eruitziet en wat eventuele risicoscenario’s zijn. De afweging is uiteindelijk aan de raad. De veiligheid is
belangrijk. Die moet goed gewogen worden. De raad heeft er recht op om te horen hoe dat gebeurd is. Het college heeft dat gewetensvol gedaan, maar de raad heeft er recht op kritiek te hebben. De
burgemeester hoopt ook dat men begrijpt dat de komst van zo’n monument van grote betekenis is
en dat de mensen die daar vragen bij stellen niet per definitie de mensen zijn die het monument niet willen. Je kunt ook vragen stellen vanuit betrokkenheid, dat je het wel wilt, maar op een goede plek.
Raadsvergadering van 9 maart 2023
25
Als men zo met elkaar omgaat en op zoek gaat naar het goede in elkaar, dan heeft men toch nog een mooie avond. Daar hoopt de burgemeester op.
De heer Dekkers (GroenLinks) verzoekt om een schorsing van vijf minuten om zich met zijn fractie te beraden over welke conclusies hij wil trekken uit het debat. De voorzitter schorst hierop de vergadering. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een punt van orde. Hij vindt het niet goed wanneer een raadslid
een ander raadslid indirect het verwijt maakt koloniaal te handelen omdat dat raadslid het plaatsen
van het slavernijmonument agendeert en daar kritische vragen over stelt. Daar staat dat monument
zelf niet voor. Dat moet men hier niet doen. Hij zou het het mooiste vinden wanneer dat raadslid dat beeld hier zou willen corrigeren.
De voorzitter vindt het dubieus of dit een ordepunt is. Hij proeft er iets anders in en vindt het geen
goed idee om nu, na het debat, dit soort dingen publiekelijk te doen. Hij vraagt aan de heer Dekkers wat er uit de schorsing is gekomen.
De heer Dekkers (GroenLinks) vindt dat er een goed debat is gevoerd in de commissie en in de raad. Hij wil aansluiten bij de woorden en de toon van de burgemeester. Men vindt het raadsbreed
belangrijk dat er een mooi monument komt op een waardige en veilige plek die recht doet aan wat er moet gebeuren: het herdenken van het slavernijverleden en daarover reflecteren. Tegelijkertijd moet
er recht gedaan worden aan geuite zorgen over veiligheid en overlast. Daarom dient de heer Dekkers motie 45 (Een waardige en veilige plek voor het monument slavernijverleden bij de bult in het
Griftpark) in, mede namens de fracties van BIJ1 en DENK. Hierin wordt uitgesproken dat de raad de
voorkeur voor de locatie bij de bult in het Griftpark ondersteunt en wordt het college opgedragen om samen met andere betrokkenen maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat dit een waardige en veilige plek voor ontmoeting, herinnering en overdenking van het slavernijverleden wordt.
De heer Bosch (PVV) merkt op dat er al een paar keer ‘raadsbreed’ gezegd is, maar dat de PVV het niet steunt dat er überhaupt een slavernijmonument komt.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vertelt dat de beantwoording van de wethouder de fractie van het CDA niet
overtuigd heeft. Ze blijft erbij dat het proces niet goed is verlopen en de raad onvoldoende in positie
is gebracht. Door de grote haast is de raad te laat geïnformeerd. De fractie betreurt het handelen van de wethouder ten zeerste.
Mevrouw Stylianou (D66) steunt de zojuist ingediende motie en had haar ook graag ondertekend. De heer Dekkers (GroenLinks) weet dat er meer partijen zijn die deze motie steunen, maar had net even niet gecheckt wie er allemaal waren.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) steunt de motie van harte, maar onderschrijft ook de zojuist uitgesproken kritische noot van het CDA.
De voorzitter rondt dit agendapunt af en meldt dat er later over de motie gestemd zal worden. Hij
Raadsvergadering van 9 maart 2023
26
geeft het woord aan de heer Sungur voor een ordevoorstel. De heer Sungur (DENK) vraagt of de wethouder niet moet reageren op de motie. De voorzitter antwoordt dat dit inderdaad het geval is en geeft het woord aan de wethouder. Mevrouw Voortman (wethouder) merkt op dat het een spreekt-uit-motie is, waarbij het oordeel aan de raad is. Daarnaast heeft het college de locatie al gekozen. Daarom dacht zij dat het niet nodig
was om te reageren. Ze laat het oordeel aan de raad. Op de maatregelen is zij al uitgebreid ingegaan. Dit zal het college sowieso doen.
De voorzitter stelt voor om nu verder te gaan met de voorstellen met een fatale datum, te weten de
agendapunten 14, 15, 17, 20 na en 21. Mocht er dan nog tijd over zijn, zullen de agendapunten 13, 16 en 18 behandeld worden.
De heer Koning (D66) vindt het belangrijk ook agendapunt 18 te behandelen. De voorzitter antwoordt dat dat niet fataal is, maar dat het wel gewenst is om dat te behandelen.
Verschillende partijen hebben verschillende wensen. Daarom heeft hij deze volgorde voorgesteld. Hij constateert dat de raad daarmee akkoord is en stelt vervolgens aan de orde: 14. Debat Uitspraak rechtbank online gebiedsverbod. De heer Koning (D66) stelt dat hij er in de commissie stevig in is gegaan. D66 heeft een sterke mening over hoe er omgegaan dient te worden met grondrechten. De gemeente heeft die te
respecteren. De fractie vindt dat er te ver is gegaan met de inzet van een middel dat onvoldoende juridisch kon worden onderbouwd. Dat debat is geweest. In dit debat wil de heer Koning
vooruitkijken. Online opruiing is een probleem. Dat is het al lang. Daardoor weten gemeenten en burgemeesters niet waar ze aan toe zijn en grijpen ze uit wanhoop naar middelen die juridisch
onvoldoende solide blijken te zijn. Er is landelijke wetgeving nodig. De minister en de Kamer draaien daar al te lang omheen. Een gebrek aan handelingsperspectief bij dreigende ordeverstoringen is het gezamenlijke probleem dat de raad hier ziet. Tegelijkertijd staan de burgemeesters nu niet
machteloos. In de driehoek werkt de burgemeester van Utrecht samen met het OM en de politie. In
geval van online opruiing met risico op verstoring van de openbare orde moet er sneller geschakeld
worden in de driehoek, zodat de officier van justitie en de rechter-commissaris snel tot de inzet van strafrecht kunnen komen.
D66 ondersteunt de motie die DENK straks indient, omdat de fractie duidelijk wil maken waar ze
staat. Ze pleit ervoor dat het college afziet van een hoger beroep in de zaak die tegen de gemeente
is aangespannen. De gemeente moet niet koste wat kost doorprocederen vanuit de wetenschap dat
een hoger beroep geen oplossing biedt. Daarnaast dient de heer Koning motie 46 (Stevige lobby) in, mede namens de fracties van GroenLinks, DENK, ChristenUnie en PVV. Hierin wordt het college verzocht om een stevige lobby te voeren, samen met andere gemeenten, om de minister en de Tweede Kamer te bewegen tot wetgeving waarmee online opruiing adequaat wordt aangepakt. De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat deze lobby al bezig is en vraagt wat deze motie hieraan toevoegt.
Raadsvergadering van 9 maart 2023
27
De heer Koning (D66) heeft gemeend er goed aan te doen deze motie hier wel op deze wijze neer te leggen, omdat de motie meer is dan alleen de uitspraak in het dictum. Het gaat ook om de
overwegingen en constateringen die erin staan. Het was ook een wens om na het debat te kijken
waar een common ground is. D66 heeft hier een stevige opvattingen over en is er stevig ingegaan, maar denkt ook dat er in de raad een stuk gemeenschappelijke opvatting te vinden is en dit wil de heer Koning tot uitdrukking brengen in deze motie.
De heer Van Heuven (PvdD) constateert dat D66 er met gestrekt been in ging de commissie. Dan
vindt hij deze motie een beetje slap en ook makkelijk, omdat er al een lobby gaande is. Daar moet de burgemeester vooral mee doorgaan. Was deze motie niet sterker geweest als er in plaats van
“verzoekt het college” “de raad spreekt uit” had gestaan? Daarmee zou ook duidelijk worden dat de
raad dit wil in plaats van dat aan de burgemeester wordt verzocht om dit over te nemen. Dit laatste proeft de heer Van Heuven hier namelijk in. Hij is overigens wel enthousiast over deze motie, want wie zou hier niet enthousiast over zijn.
De heer Koning (D66) vindt het fijn om dat laatste te horen. Als de motie wordt aangenomen, wordt de burgemeester inderdaad ergens om verzocht, maar dit geeft ook aan dat de raad dat vindt. Zo heeft de heer Koning deze motie bedoeld.
De heer Sungur (DENK) dient motie 47 (Geen hoger beroep) in, mede namens de fracties van D66 en BIJ1. Hierin wordt het college opgedragen om niet in hoger beroep te gaan in deze zaak.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat de burgemeester in de stad verantwoordelijk is voor de openbare orde. De raad is in de positie om haar handelen te controleren. In een tijd van digitalisering is
zichtbaar dat online uitingen direct kunnen leiden tot aantasting van de openbare orde in Utrecht. Optreden hiertegen is nu nog pionierswerk waarover rechters zich de komende jaren nog zullen
buigen. Het CDA vindt het goed dat de burgemeester initiatief neemt op dit onderwerp. De fractie
vindt, met een groot aantal andere fracties, dat de burgemeester in positie moet blijven en de raad haar daarop moet kunnen controleren om geloofwaardig de openbare orde te kunnen handhaven.
Daarom dient de heer Van Steeg motie 48 (Blijf zoeken naar mogelijkheden om online in te kunnen grijpen) in, mede namens de fracties van Stadsbelang Utrecht, ChristenUnie, Utrecht Solidair, Partij voor de Dieren, Student & Starter, Volt, VVD en PvdA. Hierin wordt het college opgedragen om te
blijven zoeken naar mogelijkheden voor de burgemeester om lokaal op te kunnen treden waar online uitingen de openbare orde in Utrecht raken en zich sterk te blijven maken voor een helder juridisch kader en lokale regelgeving, in overleg met de raad, waar nodig te wijzigen, zodanig dat deze ook ruimte biedt om in te grijpen bij online uitingen die de openbare orde in Utrecht bedreigen.
De heer Koning (D66) vindt het onduidelijk of de burgemeester volgens deze motie nou ook een poging zou moeten doen om verdere jurisprudentie uit te lokken door opnieuw online gebiedsverboden op te leggen.
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat hierover in de commissie is gesproken en dat de rechter duidelijk is geweest over de stap die de burgemeester nu heeft gezet. Er zijn echter ook andere
burgemeesters die andere opties aan het verkennen zijn. De heer Van Steeg zou de burgemeester
zeker niet willen zeggen dat zij dit niet zou moeten doen. De opties die er zijn moeten, zoals ook in
Raadsvergadering van 9 maart 2023
28
het dictum staat, zeker onderzocht worden. De heer Koning (D66) vraagt of het CDA het met hem eens is dat dit nooit in zou mogen gaan tegen de grondrechten van burgers.
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat het niet in mag gaan tegen de grondrechten van burgers. Aan de andere kant is zichtbaar dat de digitale ontwikkeling leidt tot directe ordeverstoring. De
rechter heeft nu gezegd dat deze APV niet geschikt is. Daar heeft men het mee te doen en dus moet
er gekeken worden hoe het wel gedaan kan worden. Het uitgangspunt is uiteraard dat het niet tegen grondrechten in mag gaan.
De heer Koning (D66) vindt het goed om dit te horen. Hij denkt namelijk dat er dan met de
bestaande wetgeving weinig mogelijk is om iets te doen of iets te proberen. Hiermee complimenteert de heer de Koning het CDA.
De heer Van Steeg (CDA) neemt de complimenten graag aan, maar stelt dat men, juist gezien de
digitale ontwikkelingen, niet bang moet zijn om te kijken wat er wel kan. Men moet niet stilstaan, maar kijken wat er wel kan, ook op gemeentelijk niveau. Dat spreekt deze motie uit.
De heer Sungur (DENK) hoorde de heer Van Steeg zeggen dat de burgemeester kan doen wat andere burgemeesters aan het beproeven zijn. Is het niet verstandiger om af te wachten of dat ook legitiem is?
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat er verschillende opties zijn en dat hij ze niet allemaal kent. Als er nog andere opties zijn, zou hij toch echt willen kijken of dat ook mogelijkheden zijn. Zijn
oproep is om die mogelijkheden te gebruiken en ook landelijk te kijken. De mogelijkheden die er
zijn moeten benut worden. De raad moet in positie blijven om de burgemeester te controleren bij de aanpak van de openbare orde.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de heer Van Steeg het met hem eens is dat de
burgemeester en het college best eens op de fine line mogen blijven lopen om te bekijken wat de grens is van wat toelaatbaar en uitvoerbaar is.
De heer Van Steeg (CDA) ziet digitale ontwikkelingen impact hebben op de openbare orde in Utrecht. Dat betekent dat je moed nodig hebt om te bekijken wat er wel kan. Dat wil hij met deze motie zeggen.
De heer Sungur (DENK) stelt dat er niet alleen moed nodig is, maar dat er ook een gerechtvaardigd
belang moet zijn en dat er ook een beginsel nodig is. Dat zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Is het CDA het daarmee eens?
De heer Van Steeg (CDA) is het daar absoluut mee eens, maar vraagt aan de burgemeester om ook te
zorgen voor de openbare orde. Dat zal ook voor de heer Sungur een argument zijn. De burgemeester moet ingrijpen waar dat nodig is. Digitale ontwikkelingen hebben, zoals de heer Sungur ook zal
erkennen, direct impact op de openbare orde in Utrecht. Daar is op dit moment nog geen kader voor. De uitspraak van de rechter is duidelijk, dus moet er bekeken worden wat er wel kan. De wetgeving
Raadsvergadering van 9 maart 2023
29
is daar niet op toegesneden, dus moet er bekeken worden wat er kan op gemeentelijk en landelijk niveau.
De heer Bosch (PVV) vraagt wat de grens is van verkeerde online uitingen. Hij zag gisteren iemand op Twitter oproepen om het kunstwerk van Maarten Baas op de bibliotheek in de fik te steken. Moet dat ook aangepakt worden wat de heer Van Steeg betreft?
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat het hier echt over de openbare orde gaat. Er is een aantal
voorbeelden geweest dat aanleiding gaf tot ingrijpen. Dit is echter ook een kwestie van zoeken. Wat kan er wel en wat kan er niet? Daarnaast vraagt deze motie niet voor niets om het te bespreken met
de raad. De raad kijkt mee en geeft hier geen vrijbrief. De raad wil weten wat er gaat gebeuren en is er dus ook zelf bij.
De heer Van Heuven (PvdD) wil graag dat de burgemeester, wat betreft online gebiedsverboden,
eigen Utrechtse instrumenten inzet. Daarom heeft hij ook de motie van het CDA ondertekend als
tweede indiener. Hij heeft zich na het commissiedebat wat verder verdiept in het onderwerp. Hij is
niet een enorm voorstander van het in hoger beroep gaan, maar is ook niet per se tegen. De fractie
begrijpt de overwegingen om het wel te doen en is het daarom ook niet eens met de motie van DENK en D66.
De heer De Pagter (VVD) vervangt zijn collega Meerding. Er is een lang debat in de commissie
geweest. De VVD doet al sinds de zomer van 2020 voorstellen om online opruiing tegen te gaan. De fractie vond het van lef getuigen dat de burgemeester dit instrument heeft toegepast. De
burgemeester moet ruimte houden om dit lokaal te blijven proberen. De VVD doet ook landelijk van
alles om wetswijzigingen te bewerkstelligen, maar hier moet de gemeente niet op wachten. Ze moet actief blijven opereren. De burgemeester kan op steun van de VVD rekenen.
De heer Maas (Volt) zal het commissiedebat niet herhalen. Volt steunt de motie van D66, omdat de Tweede Kamer en het ministerie al lang bezig hadden moeten zijn. De fractie steunt ook de motie
van het CDA van harte. Volt steunt de burgemeester van harte in het zoeken naar jurisprudentie in
dezen. In Den Haag is men nog niet begonnen, dus het gaat nog jaren duren voor er een wet komt. Een hoger beroep is dus een uitstekend middel om te proberen hier duidelijkheid in te krijgen.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) maakt zich ook ontzettend zorgen dat op de online omgeving, zeker op het gebied van bestuursrecht, op veel manieren geen toezicht kan worden gehouden. Daarom steunt GroenLinks de motie van D66 om landelijk te gaan lobbyen voor deugdelijke wetgeving. Die
ontbreekt nu. GroenLinks wil nog niet vooruitlopen op zaken en wacht liever het hoger beroep af
voor de gemeente gaat zoeken naar mogelijkheden om het op een andere manier te proberen. De fractie is benieuwd naar de uitspraak van de hogere rechter.
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vindt dat er een goed debat is geweest over de rechtszaak over het online gebiedsverbod. Wat betreft de bevoegdheden van de burgemeester blijft de ChristenUnie bij haar standpunt. De burgemeester is verantwoordelijk voor de orde in de stad, maar kan die verantwoordelijkheid alleen goed uitvoeren als ze daar ook instrumenten voor heeft. In een
veranderende samenleving is het goed als die instrumenten mee veranderen. Dat betekent niet dat het mandaat van de burgemeester vergroot wordt, maar dat het herijkt wordt. Een wijziging in de
Raadsvergadering van 9 maart 2023
30
landelijke wetgeving is hiervoor wenselijk. De ChristenUnie is hierom voorstander van een lobby naar
het Rijk. In afwachting van deze wetgeving moet lokaal handelingsperspectief gecreëerd worden voor de burgemeester. Daarom steunt de fractie de motie van D66 voor het verstevigen van de lobby en de motie van het CDA om te blijven zoeken naar mogelijkheden om online in te kunnen grijpen.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) vond het debat in de commissie inderdaad stevig. Zij heeft daar
toen ook iets over gezegd. Ze waardeert het dat de heer Koning nu op zoek is naar common ground. Dat is inderdaad belangrijk. Men leeft in een tijd van grote veranderingen, waarbij de digitale wereld en de fysieke wereld steeds meer overlap kennen en voor een heleboel mensen al niet meer te
onderscheiden zijn. In die wereld wordt de burgemeester samen met haar collega-burgemeesters geacht de openbare orde en de veiligheid te handhaven. Men is het erover eens dat er landelijke
wetgeving nodig is als basis voor het handelen op dit terrein. Dat kwam in een eerdere uitspraak
naar voren. Dat geeft ook rechtszekerheid, niet alleen voor mensen die te maken krijgen met een burgemeester die orde handhaaft, maar ook voor een burgemeester zelf. Daarom kan de
burgemeester motie 46 aan het oordeel van de raad overlaten. De stevige lobby was al begonnen,
maar de burgemeester is het met de heer Koning eens dat hiermee de raad zelf ook een uitspraak doet over haar positie in dit debat. Dat helpt wanneer de burgemeester straks bij de
rondetafelconferentie, op initiatief van onder anderen mevrouw Rajkowski en mevrouw Dekker, mag verschijnen om hier het een en ander over te zeggen. De burgemeester laat het oordeel dus aan de raad, maar met een positieve ondergrond.
Motie 47, waar de raad uiteraard zelf over moet beslissen, krijgt geen positief advies van de
burgemeester. Ze ziet er namelijk een tegenstrijdigheid in met motie 46. In het commissiedebat
heeft ze proberen uit te leggen dat het ook voor de wetgever van het grootste belang is dat er tot en met de hoogste rechter jurisprudentie ligt. In deze motie wordt opgeroepen om halverwege te
stoppen. Dan komt die jurisprudentie er dus niet op voorhand. Die heeft de wetgever nodig om te
beslissen op welke wijze hij de wet wil wijzigen. De burgemeester vindt het in die zin onlogisch, zegt zij tegen onder andere de heer Sungur, om als voorstander van wetgeving toch een stokje tussen de spaken te steken om daar verder toe te komen.
De heer Sungur (DENK) vindt het niet zo tegenstrijdig, omdat de uitspraak van de rechter zo duidelijk is geweest dat er geen uitspraak van de hogere rechter nodig is om aan een wet te knutselen. De
heer Sungur is er heilig van overtuigd dat de gemeente ook in hoger beroep de rechtszaak niet zal winnen en dat dat niet tot heel nieuwe inzichten zal leiden. Juristen hadden dit aan de voorkant al voorspeld. In de commissie had DENK ook al uitgesproken dit besluit te verwachten. Dit is
toereikend. In die zin ziet de heer Sungur die tegenstrijdigheid niet. Hoe kijkt de burgemeester daartegenaan?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) heeft dat geloof in die zin niet. Ook al is een uitkomst
voorspelbaar aan de voorkant, die uitkomst moet wel als een belangrijk feit worden meegenomen. Zolang die uitkomst er niet is, heb je alleen het oordeel van een lagere rechter. In Almelo is
bijvoorbeeld de APV gewijzigd, voordat op basis daarvan een online gebiedsverbod is vastgesteld. Als dat bij een lagere rechter wel wordt goedgekeurd, dan blijft nog onduidelijk waar precies de
grens ligt. Voor de rechtszekerheid, en daarmee ook voor de wetgever, is het van belang om dat
eindoordeel te hebben. Dat is nou eenmaal hoe jurisprudentie doorgaans gebruikt wordt bij het tot stand komen van wetgeving. Dat is niet de opvatting van de burgemeester, maar dat is hoe het werkt.
Raadsvergadering van 9 maart 2023
31
De heer Sungur (DENK) stelt dat de burgemeester nu doet alsof er onder elke wet die wordt gemaakt altijd een uitspraak ligt van de hogere rechter. Dat is gewoon niet zo. In het geval van Almelo of
welke stad dan ook kan het best zijn dat het in die situatie goed zou zijn om naar de hogere rechter
te gaan. Dat had in het geval van Utrecht ook gekund, maar het is op dit moment zo duidelijk dat dat helemaal geen zin heeft. Daarom zegt de heer Sungur tegen de burgemeester dat er niet altijd een
uitspraak van de hogere rechter nodig is om tot wetgeving te komen. Dat is ook in dit geval niet zo. Mevrouw Dijksma (burgemeester) bevestigt dat dat inderdaad niet altijd nodig is, maar hier is er
onduidelijkheid over hoe het precies zit bij de verschillende kanten van het recht. In deze casus is in
het strafrecht de handeling strafbaar gebleken en bij de bestuursrechter niet. Dat alleen al geeft ruis op de lijn. In deze situatie wil men snel tot wetgeving komen. De heer Koning heeft al laten blijken dat hij trappelt van ongeduld. Dan helpt het om vanuit de rechtspraak, tot en met de hoogste rechter, duidelijkheid te hebben. De burgemeester is het dus niet eens met de heer Sungur.
De heer Sungur (DENK) hoort de burgemeester zeggen dat er in het strafrecht een veroordeling was en dat de gemeente ongelijk kreeg bij de bestuursrechter en dat dit een bepaalde ruis creëert. De heer Sungur denkt dat dit juist de boel verheldert. Dit laat zien dat het strafrecht in dit geval
toereikend was en de gemeente in eerste instantie altijd de weg van het strafrecht moet willen
behandelen. Het had veel meer effect gehad als er een politieagent langs was gegaan en had gezegd: je krijgt een rechtszaak aan je broek en als je het nog een keer doet, ga je misschien wel de cel in. Nu is er een brief gestuurd met: als je het nog een keer doet, krijg je een geldboete.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat de route van het strafrecht doorgaans vrij complex is. De burgemeester heeft direct in de driehoek gehandeld. Op basis daarvan is de hoofdofficier
meteen aan de slag gaan. Dat heeft uiteindelijk ook tot die veroordeling geleid. Dat neemt niet weg dat de route van het strafrecht doorgaans pas achteraf tot effect leidt. Dan ligt de straat al in puin. Dit wilde de burgemeester juist voorkomen. Daar gaat dit over. Daar gaat dit debat ook over. Dat gaat over het voorkomen van geweld.
Het oordeel over motie 48 van de heer Van Steeg cum suis laat de burgemeester aan de raad, maar met een zeer positieve aanbeveling. Ze bedankt de heer Van Steeg dat hij de ruimte wil geven. Als deze motie wordt aangenomen, roept de burgemeester ertoe op om samen op te trekken. Ze zal geen stap verzetten dan nadat zij hier de raad over verwittigt. Het is een fine line, waar je niet te
vaak vanaf moet donderen, maar je plukt wel vaak de mooiste bloemen langs de kant van het ravijn. Tot slot bedankt de burgemeester de raad voor haar inbreng.
De heer Koning (D66) interpreteert de laatste opmerking van de burgemeester als dat er niet nog een keer een online gebiedsverbod wordt opgelegd op juridisch zeer discutabele gronden. Klopt dat?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat het debat hier precies over gaat. Zij interpreteert de motie van de heer Van Steeg net iets anders. De heer Van Steeg heeft in antwoord op een vraag van de heer Koning gezegd dat er niet op voorhand grondrechten aangepast moeten worden.
Tegelijkertijd is dit, zoals ook te zien was in deze casus, een balanceeract tussen het oude en
eventuele nieuwe recht. De heer Koning interpreteert de motie van de heer Van Steeg als: ga toch
maar op je handen zitten. Dit zou de burgemeester niet zo willen uitleggen. Zij interpreteert haar als dat er ruimte moet worden gezocht daar waar er eventuele andere succesvolle opties gloren. Dan
Raadsvergadering van 9 maart 2023
32
komt de burgemeester hiermee naar de raad. Dan mag de raad afwegen of ze dat een verstandige
zet vindt. Dat betekent niet dat de burgemeester nooit meer iets kan voorleggen. De bedoeling van een deel van de raad, dat de motie van de heer Van Steeg indient, is dat de burgemeester wel op zoek blijft. De heer Van Heuven heeft dat ook zo in het commissiedebat gezegd. Verschillende raadsleden hebben dat ook aan de burgemeester gevraagd.
De voorzitter meldt dat er straks over de moties gestemd zal worden. Daarop schorst hij de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft de heer Zwanenberg het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) De voorzitter heropent de vergadering. Zij heeft twee mededelingen. De eerste is dat mevrouw AlSaqaff ziek naar huis is gegaan. De tweede is dat de agenderende partijen hebben laten weten dat agendapunt 13 (Debat Actieplan Straatintimidatie) definitief naar een volgende raadsvergadering gaat.
15. Initiatiefvoorstel Niet versneld betaald parkeren. De voorzitter constateert dat de heer Sungur afziet van een bijdrage en geeft het woord aan de heer De Pagter.
De heer De Pagter (VVD) vindt het altijd te prijzen wanneer iemand een initiatiefvoorstel indient. De VVD zal instemmen met dit initiatiefvoorstel.
De voorzitter deelt mee dat de heer Sungur haar heeft verzocht om over dit initiatiefvoorstel
hoofdelijk te stemmen. Dat betekent dat de griffier straks de namen van alle aanwezigen zal
oplezen. De raadsleden stemmen met de woorden “voor” of “tegen” zonder enige toevoeging. Voor de volgorde wordt gebruikgemaakt van de presentielijst. De stemming begint bij het door loting aangewezen raadslid. De voorzitter geeft het woord aan de heer Bos voor een punt van orde.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zou een welluidende stemverklaring willen laten horen. Hij vraagt aan de voorzitter of daar ruimte voor is.
De voorzitter geeft hem daar nu de ruimte voor. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) is heel blij dat de heer Sungur dit initiatief neemt. Hij kan met veel overtuiging en enthousiasme dit initiatiefvoorstel steunen.
De heer Van der Zweth (PvdA) heeft twee punten van orde. Ten eerste is hij verbaasd dat een
hoofdelijke stemming nog bestaat nu iedereen een apparaat heeft met een naam en een stem
erachter. Eerder mocht hij namelijk geen hoofdelijke stemming aanvragen om die reden. Ten tweede doet hij een collegiaal beroep op de andere raadsleden om niet, zo vlak voor de verkiezingen, heel
flauwe filmpjes te maken met wie ertegen stemmen. Hij kent de heer Sungur als iemand die dat nooit doet.
Raadsvergadering van 9 maart 2023
33
De heer Van Steeg (CDA) heeft een stemverklaring. Hij dankt de heer Sungur voor zijn initiatief. In
het debat heeft hij gezegd dat betaald parkeren een middel kan zijn om tot een stad op mensenmaat te komen. Hij kijkt er dus iets anders tegenaan dan DENK. Desondanks is de fractie zeer tegen de voorstellen van het college en vindt het dit een echt verkeerde stap. Daarom zal het CDA voor dit voorstel stemmen.
De heer Bosch (PVV) heeft ook een stemverklaring. De PVV en DENK zijn niet vaak broeders, maar in dit geval wel. De heer Bosch steunt dit voorstel van harte en dankt de heer Sungur voor zijn inspanningen. De PVV stemt dus van harte voor.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft ook een stemverklaring. Hij vindt het voorstel in principe
sympathiek. Hij snapt de reden en de bedoeling erachter. De bedoeling, om een grote groep
inwoners parkeerkosten te besparen, onderschrijft de heer Dijkstra, maar hij denkt dat dit langs een andere route kan. Dit heeft hij in de commissie ook toegelicht. Daarom zal hij vanavond tegen dit voorstel stemmen.
De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat er altijd al hoofdelijk gestemd wordt en vraagt wat er dan anders gedaan wordt.
De voorzitter geeft het woord aan de griffier voor een toelichting. Mevrouw Van Hall (griffier) is het met de heer Van der Zweth eens. Het verschil is dat de volgorde willekeurig is en de raadsleden het niet met de fractie allemaal tegelijk doen. De hoofdelijke
stemming is niet afgeschaft en ze is aangevraagd. Misschien kan ze later afgeschaft worden, maar dat is formeel nog niet gedaan. De heer Sungur heeft er nu om verzocht.
De voorzitter schorst hierop de vergadering voor enkele ogenblikken. Na heropening stelt de voorzitter aan de orde:
17. Raadsvoorstel Nota van Uitgangspunten Passende Kinderopvang 2024. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) stelt dat goede voorschoolse educatie van groot belang is voor
kansengelijkheid in de stad. Mevrouw Raaijmakers praat er graag en vol passie over, maar zal verder inleidende zinnen achterwege laten. De PvdA-fractie kan zich in grote lijnen vinden in het voorstel.
Ze hoopt wel op meer aanbod voor 2-jarigen en zal dan ook van harte de motie steunen die D66 hier later over indient. Zelf heeft de PvdA twee moties. Als eerste dient mevrouw Raaijmakers motie 49 (Meer inzicht in kwaliteit passende kinderopvang) in, mede namens de fracties van VVD, Utrecht
Solidair, Student & Starter, BIJ1, Partij voor de Dieren, D66 en GroenLinks. Hierin wordt het college
opgedragen om zo snel mogelijk een startmeting uit te voeren om objectief de nu geboden kwaliteit van passende kinderopvang vast te stellen, jaarlijks de kwaliteit te monitoren aan de hand van het UKK en hierover ten minste jaarlijks terug te koppelen aan de raad.
Vervolgens dient mevrouw Raaijmakers motie 50 (Alle kinderen met risico op achterstanden
bereiken) in, mede namens de fracties van Volt, ChristenUnie, Utrecht Solidair, Student & Starter,
BIJ1, Partij voor de Dieren en GroenLinks. Hierin wordt het college opgedragen om in de uitwerking van indiceren op maat niet alleen criteria tussen gemeente en aanbieders te bepalen, maar daarbij ook wetenschappelijke expertise te betrekken, in de te ontwikkelen werkwijze bewezen
Raadsvergadering van 9 maart 2023
34
omgevingsfactoren mee te nemen en hierover terug te koppelen aan de raad. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wil dat alle kinderen in Utrecht een goede start kunnen maken op de basisschool. In de nota zitten veel mooie plannen voor de voorschoolse educatie. Toch maakt
GroenLinks zich nog wel zorgen over het bereiken van de kinderen die het het hardst nodig hebben. Het bereik is momenteel lager dan men wil. Door personeelsschaarste en beperkte ruimte zijn er
wachtlijsten. In de nota staat dat de gemeente naar twee dagdelen opvang gaat voor kinderen zonder indicatie en er een nieuwe indicatie voorschoolse educatie komt. De GroenLinks-fractie kan zich
deze wijzigingen voorstellen, maar wil niet dat hierdoor de toegankelijkheid in het geding komt. Ze
wil graag van de wethouder de toezegging dat kinderen met VE-indicatie voorrang krijgen en dat dit
een leidend principe wordt in de nadere regel. Ook vraagt de fractie aandacht voor prioritering in tijd in de nadere regel. De nota heeft nu bijvoorbeeld geen einddatum en het is nog onduidelijk wat
eerdergenoemde wijzigingen in de praktijk gaan betekenen. Ook lopen er pilots die starten met twee jaar en treedt in 2025 de nieuwe Wet kinderopvang in werking die gevolgen zal hebben voor de
sector en de kinderopvangtoeslag. GroenLinks wil dat het beleid wordt geëvalueerd en zo nodig
aangepast vanuit het kader ongelijk investeren in gelijke kansen. De fractie vraagt dan ook aan de
wethouder om een evaluatiemoment in het eerste kwartaal van 2026 toe te zeggen. Tot slot wil de fractie de toezegging dat de raad in het kwartaaloverzicht onderwijs wordt geïnformeerd over de
uitvoering van de nota. GroenLinks hoort graag of de wethouder dit kan toezeggen. De fractie heeft eventueel een motie achter de hand.
Mevrouw Van der Wilt (D66) is blij met de aanpak. Het is belangrijk dat de gemeente streeft naar
passende kinderopvang voor ieder Utrechts kind. Het is mooi dat met deze nota extra is ingezet op de toeleiding naar de VE en dat de opvang gratis wordt voor ouders met een laag inkomen. Hierin
loopt Utrecht landelijk voorop. Bij vooruitlopen is het belangrijk dat de gemeente de kwaliteit blijft toetsen en deze goed gemonitord wordt. Daarom steunt D66 de motie van de PvdA hierover. Ook
steunt de fractie de oproep van GroenLinks om met name in te zetten op het plaatsen van kinderen met een indicatie. In de afgelopen jaren en ook weer tijdens de raadsinformatiebijeenkomst in
januari is gevraagd naar het mogelijk maken van voorschoolse educatie vanaf twee jaar. In het
voorstel is hiervoor alleen ruimte voor geboden middels één pilot, terwijl de gemeente al jaren
signalen krijgt dat de behoefte breder is. D66 ziet graag dat hier toch grotere stappen in gezet
worden. Daarom dient mevrouw Van der Wilt motie 51 (Ook VE, vanaf twee!) in, mede namens de
fracties van Volt, Student & Starter, BIJ1, PvdA, en GroenLinks. Hierin wordt het college opgedragen om meer kinderen met een verhoogde kans op achterstanden de mogelijkheid te bieden om een
indicatie te krijgen vanaf 2 jaar, hiertoe een voorstel uit te werken samen met het onderwijs en de VE-aanbieders en dat in Q1 2024 aan de raad voor te leggen, hierbij het principe van ongelijk
investeren voor gelijke kansen toe te passen door in te zetten op wijken waar kinderen nu gemiddeld meer ontwikkelachterstanden hebben, hierbij de uitkomsten van de pilot in Overvecht mee te nemen
en in het voorstel inzichtelijk te maken hoeveel kinderen met deze maatregel kunnen worden bereikt binnen het huidige budget en de capaciteit voor de voorschool en hierbij ook te reflecteren hoe zich dit verhoudt tot de ingeschatte potentiële doelgroep.
De heer Te Hoonte (VVD) vertelt dat mevrouw Al-Saqaff iets voorbereid had. Hij zal dit in haar plaats laten horen. Kinderopvang is belangrijk voor de ontwikkeling van het kind, voor het bieden van een kans op een sterke basis voor ieder kind in Utrecht en als ondersteuning van ouders die werken.
Voor ieder kind is een goede start van belang. De VVD ziet een sterke focus op kinderen met een
Raadsvergadering van 9 maart 2023
35
indicatie of met een ondersteuningsbehoefte. Het is uiteraard van belang om voor deze kinderen een geschikte opvang te bieden, maar ook de kinderen zonder speciale behoefte moeten niet worden vergeten. Ook voor hen is een goede start van belang voor de ouders is het van belang dat zij de
ruimte krijgen om te werken. In dat licht wacht de VVD vol belangstelling de brief van de wethouder af over de broer-zus-regeling in het VE.
De heer Eerenberg (wethouder) vindt dat er een mooi debat is geweest in de commissie over wat ook de wethouder het meest drijft, ook privé: kinderen en zij die het nodig hebben bieden wat ze nodig hebben. De gemeente gaat mooie dingen doen met deze nota en de extra financiële ruimte. In dit
debat begint de wethouder op Oprah Winfrey te lijken. Hij kan namelijk alvast vertellen dat hij alle moties en toezeggingen positief adviseert.
Motie 49, Inzicht in kwaliteit, vindt de wethouder heel goed. Die beschouwt hij als een steun in de
rug. Het college ziet het vooral als een instrument om door te ontwikkelen en niet om af te rekenen. Motie 50, Alle kinderen met risico op achterstanden bereiken, is waar men het uiteindelijk allemaal voor doet. Ook die kan de wethouder dus overnemen.
Ook motie 51 kan de wethouder overnemen, maar daar wil hij nog wel twee dingen bij zeggen. De
ruimte is natuurlijk beperkt. Het zou fantastisch zijn als er binnen de ruimte die er is meer kinderen
jonger kunnen starten, maar als de gemeente dat echt als ambitie voor de hele stad wil, als ze grote
groepen kinderen vanaf twee jaar al toegang wil geven tot de VE, dan moet de wethouder zeggen dat hij daar de middelen niet voor heeft. Maar binnen de middelen die er zijn, daar waar het kan, gaat de gemeente het doen. Dat is ook waar de motie om vraagt. Er zal wel doorgewerkt moeten worden om het eerste kwartaal van 2024 te halen. De wethouder wil de raad de moeite besparen om de motie aan te passen, dus hij zal zijn best doen, maar zegt erbij dat het misschien april kan worden.
De heer Te Hoonte (VVD) hoort dat de motie anders overgenomen wordt, maar stelt dat het eerste punt in het raadsvoorstel het aanbieden van twee dagdelen voorschool voor kinderen zonder
indicatie is en dat het tweede punt tweeënhalf jaar is. Met deze motie wordt daar eigenlijk twee jaar van gemaakt. Wat wordt er nu gevolgd, het raadsvoorstel of deze motie?
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat het raadsvoorstel natuurlijk gevolgd wordt. In de
motie wordt gezegd dat er bekeken moet worden of een kind iets eerder kan beginnen, als een kind
dat nodig heeft en alleen wanneer de ruimte er is. De motie roept ertoe op om die ruimte te zoeken.
Dat gaat natuurlijk niet om honderden kinderen, want dat geld is er gewoon niet. Als je het op twee, drie of vier plekken kunt doen voor een klein aantal kinderen dat daar extra mee geholpen is, dan doet de gemeente iets moois. Zo leest de wethouder de motie.
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat er in het raadsvoorstel onder punt a.i. wordt ingezet op het bieden van twee dagdelen voorschool voor kinderen zonder indicatie. Komt dit nu voor of na het bieden van voorschoolse educatie aan kinderen van twee jaar?
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat het raadsvoorstel gaat over het beleid voor de hele
stad. Hiervan wordt al afgeweken in Overvecht met een pilot. Met het aannemen van deze motie zegt de gemeente tegen de mensen die de indicaties doen: als u een kind ziet dat het nodig heeft en er ruimte is, dan kan het kind in dat geval een half jaartje eerder beginnen.
De wethouder komt bij de toezeggingen. GroenLinks vroeg of kinderen met een indicatie voorrang krijgen op kinderen zonder indicatie, daar waar ze concurrentie zijn. Het antwoord is ja. Het blijft
Raadsvergadering van 9 maart 2023
36
natuurlijk wel mooi om gemengde groepen te hebben, want kinderen moeten elkaar wel ontmoeten. Ook een evaluatie in 2026 kan de wethouder toezeggen. GroenLinks vroeg hierom.
Tevens kan hij toezeggen dat de raad in de kwartaaloverzichten onderwijs zal worden geïnformeerd over de uitvoering van de nota.
Tot slot kijkt de wethouder ernaar uit om veel jonge kinderen in de stad een goede start te bieden. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) concludeert dat haar moties zijn overgenomen, dus ze trekt moties 49 en 50 in.
Mevrouw Van der Wilt (D66) concludeert dat haar motie ook is overgenomen. Ze trekt motie 51 in. Ze gaat ook akkoord met april 2024.
De voorzitter deelt mee dat later over het raadsvoorstel gestemd zal worden. 20. Raadsvoorstel Zienswijze concept kaderbrief 2024 GGD regio Utrecht. Mevrouw Ramaker (VVD) miste in het debat in de commissie over dit onderwerp de pandemische paraatheid. Daarom dient mevrouw Ramaker amendement 7 (Pandemische paraatheid) in. Hierin
wordt de GGD regio Utrecht een hart onder de riem gestoken bij de lobby bij de verdeling van de middelen en geeft de raad aan graag een gesprek te voeren over de aanpak daarvan.
De heer Van Heuven (PvdD) vindt het voorstel van de VVD een goed idee, al was het maar omdat men op de drempel staat van een nieuwe pandemie, nu de vogelgriep op het punt staat om een grote
bedreiging te worden. Is de VVD het niet met de Partij voor de Dieren eens dat dit natuurlijk in een brief opgenomen moet worden, maar dat er ook veel meer beleid ontwikkeld moet worden om een volgende pandemie te voorkomen, bijvoorbeeld door als gemeente te stoppen met het kopen van producten van de intensieve vogelhouderij?
Mevrouw Ramaker (VVD) heeft in de commissie een punt over infectieziektenbestrijding ingebracht.
Dat is er wel in gekomen. Onder andere schurft is een grote plaag onder studenten in de stad. Er zijn natuurlijk meer plagen die bestreden moeten worden. Daarom is de koppeling gelegd met de
pandemische paraatheid waarvoor extra middelen beschikbaar worden gesteld door het ministerie. De organisatie wordt versterkt.
De heer Van Heuven (PvdD) had een andere vraag gesteld. Men kan natuurlijk wel klaarstaan wanneer een pandemie uitbreekt, maar eigenlijk zou voorkomen moeten worden dat die pandemie uitbreekt. Is de VVD het ermee eens dat er ook vanuit de gemeente veel meer beleid zou kunnen worden
ontwikkeld, al was het maar door bijvoorbeeld andere eieren te kopen? Is de VVD bereid om ook die stap te nemen?
Mevrouw Ramaker (VVD) stelt voor om daar verder over te praten wanneer de nota volksgezondheid in debat komt. Zij houdt het nu bij de scope van deze zienswijze.
De heer Eerenberg (wethouder) adviseert ook dit amendement positief. Hierop is werk te doen,
vooral om de lessen van corona, die heel erg gingen over de paraatheid, te bestendigen, zodat de
GGD er, ongeacht de oorzaak van zo’n nieuwe pandemie, weer klaar voor staat. Het is mooi om dit te
Raadsvergadering van 9 maart 2023
37
doen en mooi om het gesprek hierover te voeren met GGD. De heer Van Heuven (PvdD) stelt dezelfde vraag aan de wethouder. Het is fijn als men klaar staat om een nieuwe pandemie op te vangen, maar is de wethouder het ermee eens dat er beleid ontwikkeld
moet worden om een nieuwe pandemie te voorkomen? Is hij bereid om in de nota volksgezondheid, waaraan gewerkt wordt, daarvoor beleid op te nemen?
De heer Eerenberg (wethouder) constateert dat de heer Van Heuven het gesprek al lang begonnen is. Er moet inderdaad gesproken worden over zoönose en dat soort risico’s. Een deel daarvan zal bij
infectiebestrijding, die de GGD doet, landen. Daarom is het goed om dat gesprek ook met de GGD te voeren. Een gedeelte is beïnvloedbaar in het beleid van het college. Dat zal niet alleen over
volksgezondheid gaan, maar allicht ook over inkoop en vervoersbewegingen en de toezichthouders daarop. Dit gesprek zal dus zeker gevoerd worden, maar het is op zijn minst voortijdig om daar nu al een uitspraak van het college over te verwachten.
De heer Van Heuven (PvdD) begrijpt dat het gesprek nu niet gevoerd gaat worden, maar vroeg
daarom ook of de wethouder bereid is om daar in die nota iets over te schrijven, zodat het goede gesprek gevoerd kan worden.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat het gesprek gevoerd zal worden, maar weet niet of het in de nota moet of dat het moet landen in alles wat de GGD zal doen. De wethouder sluit niet uit dat het ook in de nota volksgezondheid zal landen, maar er moet ook nog wel wat werk gedaan worden voor die af is. Men zal de goede plek met elkaar vinden.
De voorzitter vertelt dat besluitvorming op een later moment vanavond zal plaatsvinden en stelt vervolgens aan de orde:
21. Raadsvoorstel Advies aanwijzing lokale omroep. De heer Van Steeg (CDA) vertelt dat de toegevoegde waarde van lokale media voor de CDA-fractie als een paal boven water staat, zeker in een tijd van desinformatie en nepnieuws. De fractie is blij dat er een nieuwe samenwerking is gevonden tussen een aantal partijen. Wel is zichtbaar dat het door
beperkte financiële middelen piept en kraakt. De plannen waar de raad zelf toe heeft opgeroepen
komen onvoldoende tot wasdom. Om te bekijken of daartoe toch nog mogelijkheden in de toekomst zijn dient de heer Van Steeg motie 52 (Gebruik nieuwe licentieperiode als start voor verdere
ontwikkeling) in, mede namens de fractie van de Partij voor de Dieren. Hierin wordt het college
opgedragen om de start van de nieuwe licentieperiode te zien als begin van verdere ontwikkeling van de Utrechtse lokale media richting het moment van Rijksfinanciering, jaarlijks te kijken of de pijlers wijkjournalistiek, (onderzoeks)journalistiek en het stedelijk mediaplatform voldoende tot
ontwikkeling komen en te kijken waar extra investering nodig is en de raad jaarlijks te informeren over de stand van zaken en mogelijke verdere ontwikkeling.
De heer Van Vliet (D66) vraagt wat het CDA bedoelt met die extra investeringen. Moeten die opnieuw uit de begroting van de gemeente worden gerealiseerd of ziet het CDA dat op een andere manier? De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat dat kan als dat moet. Het debat in de commissie was
Raadsvergadering van 9 maart 2023
38
duidelijk. De raad vindt dat er goede plannen met verschillende pijlers lagen en dat dit daar een
onvoldoende uitvoering van is. De raad is blij dat het gaat lukken, maar eigenlijk is dit het moment, nu de rijksfinanciering straks komt, te bekijken hoe die lokale media verder ontwikkeld kunnen
worden en hoe er volwassen media in Utrecht kunnen komen. Dit is een startpunt. De gemeente moet blijven kijken naar de ontwikkeling. Dat betekent ook dat er gekeken moet worden naar mogelijke financiering. Dat kan via het Rijk, maar wat de heer Van Steeg betreft ook via de gemeente.
De heer Van der Zweth (PvdA) kent het CDA ook als een partij die zegt dat dit moet gebeuren bij de
begroting in de voorjaarsnota. Vindt de heer Van Steeg dat nog steeds en is dit dus geen oproep om daar nu op vooruit te lopen?
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat hier geen concrete oproep tot financiering wordt gedaan, maar er wordt wel opgeroepen om daarnaar te blijven kijken. Dat kan inderdaad in de bestaande
begrotingscyclus. Dat past goed bij de degelijke partij die het CDA is en die de heer Van der Zweth ook kent.
De heer Van der Zweth (PvdA) begrijpt dat dit ook niet per se betekent dat, wanneer er niks terugkomt in de voorjaarsnota, bullet 2 van deze motie niet is uitgevoerd.
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat er niet staat dat er, wanneer er geen geld is, toch
geïnvesteerd moet worden. Hij vindt wel dat de raad hier serieus naar moet kijken en hij vindt het noodzakelijk om tot volwassen lokale media te komen. Bij deze stad komt men daar onvoldoende toe, zeker gezien het plan-Daalmeijer waar de raad zelf toe had opgeroepen.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) stelt dat de lokale mediavoorziening kan bijdragen aan het bereiken,
betrekken en informeren van zo veel mogelijk doelgroepen. Bloeiende en betrouwbare lokale media
zijn dus ontzettend belangrijk. In de commissie had de Partij voor de Dieren al benadrukt dat er nog niet voldoende budget is om het voorliggende plan voor de komende licentieperiode volledig uit te voeren. De fractie maakt zich daar zorgen over. Vanzelfsprekend is voldoende financiering van
belang. Nu komt er fors minder budget beschikbaar dan er was. Over die bezuinigingen heeft de
Partij voor de Dieren al meerdere malen de afgelopen jaren haar ongenoegen geuit. De wethouder
verwijst steeds weer naar mogelijke aanvullende financiering die vanuit het Rijk zou moeten komen.
De fractie is er nog niet gerust op dat die er daadwerkelijk komt en alle onderdelen van het plan van de samenwerkende media-organisaties nu geheel gerealiseerd kunnen worden. Kan de wethouder
toezeggen om inzichtelijk te maken wat en hoeveel ze van deze aanvullende financiering verwacht en wat zij ervoor doet om dat voor elkaar te krijgen? Kan de wethouder daar bijvoorbeeld voor het
zomerreces een terugkoppeling van geven? Dit zou overigens ook gekoppeld kunnen worden aan de zojuist ingediende motie van het CDA. Daarin wordt het college gevraagd om de raad jaarlijks te informeren over ontwikkelingen en mogelijk benodigde extra investeringen.
Mevrouw Ramaker (VVD) had in het debat aangegeven dat er nog twee vacatures zijn voor het
programmabepalend orgaan. De VVD vindt het wel netjes om dat te melden bij het commissariaat en indirect ook de Omroep Utrecht Stichting hierop te attenderen en te manen dit snel op te lossen. Daarom dient mevrouw Ramaker amendement 8 (Waarborgen kwaliteit en diversiteit in
programmering bij lokale omroep) in, mede namens de fracties van EenUtrecht, Partij voor de Dieren
Raadsvergadering van 9 maart 2023
39
en CDA. De heer Van Vliet (D66) is blij dat de volgende logische stap gezet kan worden in het ontwikkelen
van een gezonde Utrechtse lokale omroep. Het belangrijkste is dat de gemeente scherp blijft op de overheveling van de financiering naar het Rijk. Daarnaast is er ook nog het financiële gat tussen de
aanvraag en de beschikbare financiën. De wethouder heeft al toegezegd via fondsen van het Rijk te onderzoeken hoe dat gat gevuld zou kunnen worden. Kan de wethouder de raad tijdig informeren wanneer het erop lijkt dat dat niet gaat lukken?
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt het op zich goed dat ook D66 dat gat ziet. Stel dat de wethouder zegt dat het vanuit het Rijk toch niet gaat lukken. Is D66 dan toch bereid om alsnog in de gemeentelijke begroting te gaan kijken hoe dat gat gedicht kan worden?
De heer Van Vliet (D66) vindt het belangrijkste dat men op dat moment met elkaar in gesprek gaat om te bekijken wat er georganiseerd kan worden. Er zijn ook nog andere potjes dan alleen die van
het Rijk en van de gemeente. Misschien kan er iets vanuit de provincie komen. Men moet het gesprek dan opnieuw aangaan.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt of D66 bereid is om, wanneer de wethouder zegt dat het vanuit geen enkel potje lukt om dat gat te dichten, alsnog naar de gemeentelijke begroting te kijken.
De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat hij dit niet op voorhand kan toezeggen. Dat hangt er helemaal van af hoe de begroting er dat moment uitziet.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft in de commissie al meerdere malen aangegeven dat wat hem betreft de taak van de gemeente beperkt is tot het faciliteren van een basale infrastructuur waarmee Utrechters bereikt kunnen worden in geval van nood. Helaas heeft de meerderheid van de raad
anders besloten. Formeel wordt vandaag besloten of de raad het Commissariaat voor de Media adviseert om de concessie voor lokale zendgemachtigden van 8 april 2023 tot 8 april 2028 te
verlenen aan Omroep Utrecht Stichting. Aan de wettelijke eisen wordt voldaan, maar aan aanvullende eisen van de raad niet. Daarom kan Stadsbelang Utrecht niet instemmen met het voorstel
Mevrouw Oosters (wethouder) bedankt de raad voor haar bijdrage. Allereerst vindt zij het goed om te horen dat er waardering is, ook al tijdens de commissie, voor de indieners van het voorstel voor de toekomstige licentiehouder. Het is een spannend traject geweest met een beperkte tijd. Daarom is het extra bewonderenswaardig dat partijen, ook in het land, op de troepen vooruitlopen door de handen ineen te slaan.
De heer Van Steeg schetste treffend dat het belangrijk is om de lokale media de komende jaren tot bloei te laten komen. De wethouder heeft in de commissie al aangegeven dat ze dit wil aangaan
richting de nieuwe landelijke mediawet. Daarom kan zij de eerste bullet van motie 52 goed volgen. In de tweede bullet staat echter in de beleving van het college een open cheque. De wethouder wil
graag met de heer Van Steeg meedenken hoe het college deze motie kan overnemen. Hopelijk kan hij nog iets aan deze zin wijzigen, zodat iedereen zich er comfortabel bij voelt. Op dit moment ontraadt de wethouder de motie. Dat zit dus echt in het laatste stuk van de tweede bullet.
De Partij voor de Dieren vroeg om een toezegging. De wethouder hoopt dat het college dit in
dezelfde jaarlijkse brief die ook de heer Van Steeg vroeg kan meenemen. Als de motie niet wordt
Raadsvergadering van 9 maart 2023
40
aangepast, wil de wethouder deze brief wel toezeggen. De heer Van der Zweth (PvdA) hoorde de heer Van Steeg in zijn toelichting aangeven dat hij wil dat
de wethouder blijft kijken. Hij begreep de heer Van Steeg zo dat men moet blijven kijken of er niks fout gaat. Dan moet er misschien naar budgetten gekeken worden. Dat betekent helemaal niet dat
het daadwerkelijk zo ver komt. De wethouder legt de motie veel strenger uit dan de indiener zelf net
deed. Ziet de wethouder dat verschil en kan zij met die interpretatie misschien wel akkoord gaan met de motie?
Mevrouw Oosters (wethouder) vindt het moeilijk om de motie zo te interpreteren, want in de tekst staat zwart-op-wit dat onderzocht moet worden wat nodig is. Daarin wordt te veel gevraagd om daar ook daadwerkelijk een oplossing voor te bieden.
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat vooral het college bezig is met interpreteren. De heer Van
Steeg heeft toegelicht hoe dat wordt ingestoken. Tot twee keer toe zei hij dat dat niet betekent dat er vervolgens een claim komt. Hij wil dat erover nagedacht blijft worden. Dan is toch vooral de wethouder bezig met interpreteren?
Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat zij de tekst letterlijk leest. Zo heeft zij de motie gelezen. Misschien kan er zo tijdens een korte schorsing nog even met elkaar over worden
gesproken. Dat is wellicht een oplossing. Op dit moment staat er dat er gekeken moet worden naar de budgetten die nodig zijn. Dat lijkt te veel op een toezegging dat er ook daadwerkelijk aan tegemoet moet worden gekomen.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat de interpretatie van de heer Van der Zweth de juiste is. Dit is geen directe claim op een begroting. Als daar een kleine wijziging noodzakelijk is, wil hij daar wel naar kijken, maar de interpretatie blijft dezelfde.