20250918 vragenuur
Tekst van het document
2025 Vragenuur 18 september Vragenuur – 18 september 2025
Vragenuur, gehouden op 18 september 2025 te 17:00 uur. Voorzitter: Melody Deldjou Fard
Aanwezig zijn de leden: Gert Dijkstra, Fred Dekkers, Bram Janmaat, Ilse Raaijmakers, Hester Assen, David Bosch, Maarten van Heuven, Margreet Ramaker, Jantine Zwinkels Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Bram Janmaat, Mirac Usta, Hanane Bittich, Noura Oul Fakir Namens het college zijn aanwezig: Eva Oosters, Rachel Streefland, Linda Voortman, Senna Maatoug Griffier: Gijs Corten
Opening van het vragenuur.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:08:55]: Een hele goedemiddag iedereen. Van harte welkom. Mijn naam is Melody Deldjou Fard. Ik heb de eer om vanavond, vandaag, jullie vragenuurvoorzitter te zijn. Ik heet iedereen welkom. Alle commissieleden, raadsleden, wethouders en iedereen op de publieke tribune en mensen die met ons thuis meekijken. We gaan beginnen met deze vragenuur en we hebben negen vragen die we vandaag hopen te behandelen. Dus laten we snel vaart maken en we gaan door naar de eerste vraag. Deze wordt gesteld door collega Margreet Ramaker van VVD en de titel is Voortgang oprichting Utrechtse Fonds voor Film en Beeldcultuur.
Margreet Ramaker (VVD) [00:09:43]: 1
Dank voorzitter. Eind september is het weer zover. Utrecht staat in de spotlight. De gouden coveren worden weer uitgereikt tijdens het Nederlands Filmfestival. De VVD heeft samen met Utrecht Nu en D66 bij de begrotingsbehandeling vorig jaar een meerderheid weten te halen met het voorstel maximaal 150.000 euro beschikbaar te stellen voor de oprichting van een Utrechts filmfonds. En nu, bijna een jaar verder, zijn we benieuwd of dit nieuwe fonds in 2025 het levenslicht ziet. Hoe ver staat het met de oprichting van het filmfonds? Kunnen de makers met ingang van het jaar 2026 gebruik maken van dit fonds? Zo ja, welke makers maken dan aanspraak? Is voldoende draagvlak bij ondernemende Utrechts gevonden die mee willen doen? Vraag 5. Zo ja, welke ondernemende Utrechts dragen ook financieel bij... 6. In hoeverre profiteren de organisaties en festivals die actief zijn in het Utrechts aanbod aan film- en beeldcultuur van het Utrechtse Fonds? En de laatste vraag, nummer 7. In hoeverre is de regio, zoals provincie Utrecht, betrokken bij de oprichting van het Filmfonds? Ingediend samen met D66 en UtrechtNu!.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:10:47]: Hartelijk dank. Ik nodig graag wethouder Eva Oosters uit voor de beantwoording.
Eva Oosters (College) [00:11:05]: Dank u wel voorzitter en ook dank aan de indieners van de vragen. Want voorzitter, soms is het zo dat je ergens hard mee bezig bent, er van alles in concept staat om uit te sturen en dan stelt de raad vragen en kan je het in ieder geval alvast mondeling toelichten. Dus bij deze, we hebben de afgelopen tijd verschillende keren overlegd met het comité van ondernemende Utrechters en ook het Nederlands Filmfestival. Belangrijke conclusie daaruit is dat het oprichten van een fonds structurele tijd en middelen vergt. En dat meer informatie en onderzoek nodig is om in beeld te krijgen hoe en of een fonds voor film- en beeldcultuur een duurzame bijdrage aan het Utrechtse filmklimaat kan leveren. En daarom hebben we ook in overleg met deze partij besloten om een soort twee sporen aanpak te maken. Een deel van het budget zal dan worden ingezet om een kwartiermaker aan de slag te laten gaan met onderzoeken hoe zo'n filmfonds in de stad ook vorm zou kunnen krijgen. En het andere deel, het grootste deel van het budget dat u heeft vrijgemaakt, wordt gebruikt voor directe ondersteuning van makers via een incidentele regeling in samenwerking met het Nederlands Film Festival.
Tijdens het Nederlands Film Festival vindt ook een expertmeeting plaats, waarin we samen met makers, fondsen en partners input ophalen voor beide van deze stappen, dus de structurele en de incidentele stap. En daarna worden beide trajecten opgestart. U ontvangt in Q4 2025 een brief met een update en verdere invulling met betrekking tot dit plan. Dan als antwoord op vraag 2. Na het Nederlands Film Festival wordt het traject opgestart en de kwartiermaker levert eind januari 2026 een advies op. We informeren uw raad zo snel mogelijk daarna over de uitkomsten. En daarnaast gaan we nu al aan de slag met het opzetten van de incidentele regeling om directe ondersteuning aan de makers te bieden. De vorm hiervan wordt samen met het Nederlands Film Festival uitgewerkt. Dan als antwoord op vraag 3. De vorm van de incidentele regeling die wordt dus nog uitgewerkt. En dit geldt dus ook voor de vraag voor welke type makers en de regelingen ook beschikbaar komt. Het comité heeft een voorkeur aangegeven voor een inzet op talentontwikkeling en ondersteuning van Utrechtse makers. En daar kunnen wij ons als gemeente in ieder geval ook 2
wel in vinden. Dan als antwoord op vraag 4, over het draagvlak. We hebben, zoals ik ook al in vraag 1 aangaf, conform de opdracht van uw raad... zijn we ook in gesprek met dat comité van ondernemende partners in gesprek geweest. En daar zitten natuurlijk ook veel ondernemende Utrechters in... Er is ook geconcludeerd dat er flink budget nodig is om een dergelijk fonds van de grond te krijgen en structureel te laten functioneren. Aangezien er enkel incidenteel geld beschikbaar is, zouden deze middelen uit particuliere fondsenwerving moeten komen. En hier wordt ook wel echt een risico gezien natuurlijk. Ook omdat dat best wel overlapt met het doel dat het Nederlands Filmfestival voor zichzelf ook heeft gesteld om fondsen te vinden in de stad. Dus voor dat soort redenen moeten we dus echt nog even goed kijken, samen met die kwartiermaker, hoe een filmfonds wel een bijdrage zou kunnen leveren. Dan is antwoord 5. Is nog niet te zeggen in dit stadium, want we zijn dus echt nog een beetje in de beginnende fase. Op antwoord 6. De incidentele regeling die voorzien is, zal na verwachting ten goede komen aan Utrechtse makers en dus niet direct aan de organisaties en festivals, maar wordt wel in samenwerking met hen gedaan.
En als uit de verkenning van de kwartiermaker een wens voor een structureel fonds naar voren komt, niet alleen van de sector zelf, maar dus ook van meerdere parts in de stad, en het leidt tot een realistisch financieel plaatje, dan heeft een dergelijk fonds kan van slagen. En, voorzitter, in hoeverre is de regio betrokken? In dit stadium is nog niet gesproken met andere overheden en partijen, maar wij zien juist ook echt een rol voor de provincie Utrecht. Bijvoorbeeld in dat onderzoek naar een structureel filmfonds, zeker aanwezig. Dus die gaan we ook in de opdracht van de kwartiermakers zetten. Dat waren de antwoorden.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:14:44]: Dank u wel, wethouder. Ik kijk in de zaal, zijn er partijen die een aanvullende vraag willen stellen? Ik zie niemand. En de indiener heeft toen nog een laatste vraag op opmerking. Gaat uw gang.
Margreet Ramaker (VVD) [00:14:56]: Ja, voorzitter. Ik vroeg me af, wordt er ook nagedacht aan een testperiode voor zo'n fonds? Om te kijken, goh, hoe gaat het lopen?
Eva Oosters (College) [00:15:07]: Ja, het is dus om eigenlijk een soort testperiode te voorkomen dat er niet ook echt iets uit voortkomt, willen we dus eerst even dat onderzoek doen met die kwartiermaker. En ik denk dat het sowieso altijd sprake zal zijn van als we een fonds oprichten, dat dat maar voor een bepaalde tijd is. Dus of je dat een testperiode kan noemen of niet. Het is nog een beetje zoektocht van hoe moet dit landen en waar zit ook de directe behoefte en misschien ook wel de steun vanuit de stad. Dus ik zou zeggen laten we eerst dat onderzoek met de kwartiermaker afwachten voordat we gaan testen.
3
Margreet Ramaker (VVD) [00:15:37]: Ik stel deze vraag ook omdat ik een tijdelijke subsidieregeling hoorde... die in samenspraak met het Nederlands Filmfonds. Hoe tijdelijk is dat dan? Ik zoek even naar de combinatie.
Eva Oosters (College) [00:15:50]: Ja, dat is net zo tijdelijk als dat uw budget is voor het filmfonds. Dus dat is één jaar, het komende jaar, dat kunnen we dus daaraan uitgeven. Een klein deel daarvan dat gebruiken voor het onderzoek van als je er iets structureels van zou willen maken, dat filmfonds. En het grootste deel doen we nu al, bijvoorbeeld in stipendia of prijzen die we aan echt makers kunnen uitreiken, zodat het geld dat u gereserveerd heeft voor die sector ook daadwerkelijk bij de sector meteen terechtkomt.
Margreet Ramaker (VVD) [00:16:14]: En op ons, wanneer zou dat idealiter in de lucht zijn? Dus dat makers daar gebruik van kunnen maken?
Eva Oosters (College) [00:16:23]: Ik zou idealiter morgen zeggen, maar we zijn natuurlijk bezig met het onderzoek. En eind januari hopen we daar een antwoord op te hebben. En dan zou ik heel graag willen dat we misschien datzelfde jaar nog in de lucht kunnen. Maar dat is dus wel echt de vraag. Het ligt ook echt aan de steun uit de stad.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:16:39]: Hartelijk dank, wethouder. Wij gaan door naar de volgende vragenzet, nummer 2. Deze worden gesteld door collega van Denk, Mirac Usta. De titel is Aanhoudende onveiligheid en verkeersdrukte Marnixlaan.
Mirac Usta (DENK) [00:17:09]: Ik zie dat Pasje van Wethouder in zit. Die ga ik vervangen. Dank voorzitter. Ik sta de zoveelste keer voor de Marnixlaan hier. De titel leidt vragen aan houdende onveiligheid en verkeersdrukte Marnixlaan. De problemen aan de Marnixlaan blijven aanhouden. Eerder heb ik mondelingen vragen gesteld. Het college gaf toen aan de situatie te monitoren en de effecten van de wegaanpassingen te volgen. Ondanks deze toezeggingen blijft de verkeerssituatie zorgwekkend. Op 13 september 2025 raakte opnieuw een fietser zwaargewond bij een ongeluk op de Marnixlaan. Bewoners en weggebruikers ervaren dat de verkeersdrukte en de onoverzichtelijke inrichting leiden tot ongelukken en gevaarlijke situaties. Daarom stellen wij de volgende vragen. Vraag 1. Hoe beoordeelt het college de situatie dat ondanks eerdere vragen en aangekondigd 4
monitoren er opnieuw een ernstig ongeluk heeft plaatsgevonden op de Marnixlaan te verbeteren? 2. Kan het college aangeven welke maatregelen na de eerdere vragen concreet zijn genomen om de verkeersveiligheid en doorstroming op de Marnixlaan te verbeteren? 3. Zijn er meetbare resultaten of evaluaties beschikbaar waaruit blijkt dat de eerdere doorgevoerde wegaanpassingen de veiligheid daadwerkelijk hebben vergroot? 4. Hoe verklaart het college dat ondanks deze aanpassingen en monitoring bewoners en weggebruikers nog steeds structureel gevaar en verkeersdruk te ervaren? Vijf, ziet het college in dat het aanpassen van wegen niet per definitie leidt tot meer verkeersveiligheid en een betere doorstroming van het verkeer? Zes, welke aanvullende meer structurele maatregelen overweegt het college nu wel te nemen om herhaling van ernstige ongelukken te voorkomen en op welke termijn? Zeven, tot slot is het collegebreid samen met bewoners, belangorganisaties en verkeersdeskundigen de inrichting van de Manikstaan opnieuw onder loep te nemen en te onderzoeken of herinrichting of intensieve handhaving noodzakelijk is. Dank u wel, voorzitter.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:19:42]: Dank u wel. Ik nodig graag wethouder Senna Maatoug uit voor de beantwoording.
Senna Maatoug (College) [00:20:07]: Dank voorzitter en dank ook aan de Denkfractie voor deze mondelingen vragen. Ik zal ze zoals altijd één voor één beantwoorden. Ten aanzien van vraag 1. U weet, elk slachtoffer van een ernstig verkeersongeluk in onze stad is er één te veel. Het ongeluk waarnaar verwezen werd op de vragen op de kruising van de Marnixlaan en de Kanaustraat gebeurde op donderdagmorgen 11 september. En de politie onderzoekt op dit moment de toedracht van het ongeval. En wij wachten die uitkomsten af. En we weten dat er verschillende... getuigen ter plekke zijn gehoord. We blijven de verkeersveiligheid en doorstroming op de Marnixlaan nauwlettend vervolgen en we blijven contact houden met de politie over het lopende onderzoek. Dan was de tweede vraag over de maatregelen die eerder zijn genomen. Naar aanleiding van de eerdere vraag hebben we al een aantal maatregelen genomen. Bij de kruispunten Marnixlaan van Hoornenkade en de Marnixlaan van Egmondkade hebben we na monitoring de basaltkeien op de voorrangspleinen opgehoogd. Zo wordt het voor auto's lastiger om de bocht af te snijden. Verder houden we alleen als het te druk wordt bij de kruising Eindstein-Dreef-Brijen-Dreef tijdelijk autoverkeer tegen om de doorstroming op de Marnixlaan beter te regelen.
De doseerlichten bij de voorrangspleinen zorgen dat verkeer uit de zijstraten bij drukte makkelijker kan oversteken. De vraag was, zijn er meetbare resultaten? In de raadsbrief toezeggingen verkeersveiligheid, die u op 4 juli jongstleden van het college heeft gekregen, heeft u kunnen lezen dat op een aantal plekken de verkeerssituatie verbeterd is en een aantal locaties waar de weg is aangepast. In die brief staat een overzicht van die locaties. Wat betreft de kruisingen van de Marnixlaan met de Van Egmondkade en de Amsterdamse straatweg zien we na de aanpassingen van de Marnixlaan in 2022 en 2023 een afname van het aantal ongevallen op deze kruisingen. Dus dat gaat over die eerdere ingrepen. Op het kruispunt Marnixlaan van Hoornenkade zien we juist een toename van het aantal geregistreerde verkeersslachtoffers na aanpassing van de weg in 2024. En zoals bij antwoord 2 aangegeven, hebben we hier na monitoring de basaltkaai op het voorrangsplein opgehoud om afsnijden van de bocht door autoverkeer te ontmoedigen. En daarnaast gaan we 5
verder onderzoeken of er aanvullende maatregelen nodig zijn en zijn we nu de meting aan het doen om te kijken wat dat betekent. Het kruispunt Marniklaan-Kanaustraat, waar vorige week het ongeluk plaatsvond, staat bij ons niet bekend als een locatie. Waar eerder veel ongelukken zijn gebeurd en waar we eerder veel meldingen over hebben ontvangen. Maar uiteraard monitoren we dit en moeten we de effecten van de herinrichting nog verder evalueren. Dan was de vraag de verkeersdruchten. De Marnixlaan is en blijft een belangrijke ontsluitingsweg, dat weet u ook. En dat betekent dat er zeker in de spits altijd een zekere mate van verkeersdrukte zal zijn. We werken ondertussen aan het verder verbeteren van het dynamisch verkeersmanagement voor de westelijke stadsboulevard, waar de Marnixlaan onderdeel van is. En daarmee kunnen we het verkeer beter sturen en de druk beter spreiden. En omdat Utrecht de komende jaren sterk blijft groeien met meer inwoners, fietsers en openbaar vervoersgebruikers, moeten we ook... voortdurend blijven bijstellen. Alleen zo kunnen we de Marnixlaan en de hele Westelijke Stadsboulevard nu en in de toekomst veilig en goed bereikbaar houden. En de recente werkzaamheden, bijvoorbeeld op de Amsterdamse Straatweg en de Noordelijke Randweg, hebben tijdelijk voor extra drukte gezorgd en die zijn inmiddels afgerond.
En we blijven ook een balans zoeken tussen doorstroom, zodat ook bewoners door kunnen rijden naar Overvecht, En afremmen met de maatregelen, bijvoorbeeld met verkeerslichten, in balans bekijken. Dan was de vraag veiligheid en doorstroom van het verkeer. Bij het aanpassen van wegen in onze stad staat het verbeteren van de verkeersveiligheid voorop. We kijken daarbij of het verkeer na de aanpassing goed kan doorstromen. En na elke aanpassing monitoren we de verkeerssituatie goed. Vooral op verkeersveiligheid en oversteekbaarheid. In de meeste gevallen zien we dat deze aanpassingen inderdaad hebben geleid tot meer verkeersveiligheid. Ook op verschillende locaties langs de Marnixlaan zoals bij de eerste vraag aangegeven. Maar ik zei ook Utrecht blijft groeien en het ongeval van afgelopen week precies op dat kruispunt is nieuw voor ons als punt ook in de monitoring. Dan welke aanvullende meer structurele maatregelen overweegt het college? Ik gaf net aan bij vraag 3 wat wij per overkruispunt hebben gedaan en wat wij ook kunnen doen met de doorstroomlichten. En dan was de vraag of we bereid zijn opnieuw te kijken naar de situatie. Voorzitter, we blijven de verkeersveiligheid en de doorstroming op de Marnixlaan en de verschillende oversteekpunten goed monitoren. Daarbij betrekken we ook bewoners, belangenorganisaties en verkeersdeskundigen.
We kijken daarbij naar het aantal ongevallen en meldingen en voeren zelf analyses uit. We zien dat na aanpassingen altijd de gewenningsfase is, maar we trekken geen conclusies voordat we genoeg gegevens hebben. Als de cijfers onze analyses laten zien dat extra maatregelen nodig zijn, onderzoeken we samen welke aanpassingen of vormen van de handhaving het beste werken. We kijken uiteraard ook altijd naar de suggesties van uw raadvoorzitter.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:25:16]: Dank u wel, wethouder. Ik zie gelijk Utrecht nu voor de aanvullende vraag. Sorry, gaat al gang.
David Bosch (UtrechtNu!) [00:25:24]: Ja, als ik zou beantwoorden zou het heel anders gaan. Maar nee, voorzitter, kijk, de juiste Van Hoornenkade en de Egmondkade, als je daar als fietser of scooterrijder, zeg ik uit eigen ervaring, rechtdoor rijdt, word ik eigenlijk 9 van de 10 keer bijna aangereden. En dat is echt niet 6
overdreven. Dus ik vraag me eigenlijk af, we hebben het hier over ongevallen, maar ook het aantal bijna ongevallen is daar enorm. Is het college voornemens of in ieder geval bereid om bijvoorbeeld daar te zorgen dat automobilisten en motoren voornamelijk, dat daar bijvoorbeeld van die knipperende lichten komen? Want het lijkt alsof die totaal verbaasd zijn dat ze daar een fietser of een scooter tegenkomen.
Senna Maatoug (College) [00:26:10]: Het zit er terecht dat Utrecht nu precies dat punt van de Marnixlaan met de Van Egmondkade noemt. Ik gaf ook aan dat wij tussen 22 en 23 een afname van het aantal ongevallen hebben gezien na de aanpassingen die toen hebben plaatsgevonden. En u kent die discussies ook als raad, dus dat is... Een hele bekende. Wij waren ook blij dat we het aantal ongevallen hebben zien afnemen. Maar u heeft gelijk. Wij kijken breder dan alleen maar naar het aantal ongevallen. Want we weten dat het aantal bijna ongelukken, dat is iets wat we niet in de indicator kunnen pakken. Maar juist op die hele drukke punten. Dus ik herken wat gezegd wordt. We merken wel dus dat de aanpassingen die we gedaan hebben in 2022 en 2023 van effect zijn geweest. Dus ik vind dat ook wel belangrijk om hier te zeggen, voorzitter.
David Bosch (UtrechtNu!) [00:27:01]: Ja, mijn concrete vraag werd dan niet beantwoord. De concrete vraag dan nogmaals. Is het college bereid om daar van die knipperende lichten neer te zetten, waardoor duidelijk is dat er voetgangers of scooters aankomen?
Senna Maatoug (College) [00:27:14]: Voorzitter, dat ga ik niet zo doen in het mondelingen vragenuurtje, want dan zeg ik iets toe en dan moet ik ernaar kijken. De discussie die we nu met elkaar hebben naar aanleiding van de vraag van DENK gaat over een aantal kruispunten op de Marnixlaan. Wij zijn daar zeker op, even kijken, wat ik net ook aangaf bij de Marnixlaan van Hornekade, zijn we ook monitoring aan het doen naar aanleiding van de maatregelen die in 2024 zijn genomen. En ik neem deze suggestie mee in ook wat we aanvullend mogelijk gaan doen na die verdere monitoring. Maar ik ga dat niet nu in het mondelijke vraaguur zo toezeggen, voorzitter.
David Bosch (UtrechtNu!) [00:27:49]: Dat is een keuze, voorzitter. Want we hebben het daadwerkelijk gewoon over de kruisingen waar het vragen over gaan. Ik wil het college met Clem dan verzoeken om dit in ieder geval mee te nemen. In ieder geval in de gedachtegang, in de, hoe zeg je dat? In de gedachte te houden dat dit een oplossing zou kunnen zijn. Want het is wel een situatie die niet wenselijk is. En ja, ik hoop niet dat ik dan zelf de volgende keer onder een auto lig daar. Dank u wel.
Senna Maatoug (College) [00:28:19]: 7
Ja, voorzitter, dat doen we zeker. Dus ik dank ook de suggestie en daar eindig ik ook mee met de laatste vraag van DENK. We horen ook graag de suggesties van uw raad, dus zo nemen we hem mee. En die laatste notie, en dat is gewoon een hele serieuze, want iedereen die zich door de stad van A naar B gaat, ziet dat het druk is en dat vraagt veel van ons allemaal. En dat zeg ik er ook de hele tijd bij, blijft ook de hele tijd een balans, want het is niet zo dat de inrichting bepaalt dat er geen ongelukken zijn. En we weten ook dat als wij bijvoorbeeld de verkeerslichten helemaal zo neerzetten, dat je heel lang moet stilstaan in de auto, dat we dat ook niet wenselijk vinden. Dus het is een goede balans tussen doorstroom, maar veiligheid zit uiteindelijk altijd op één, voorzitter.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:28:56]: Dank u wel. Ik zie PVDA met een handje gaat gaan.
Hester Assen (PvdA) [00:28:59]: Ja, ik dacht misschien is het wel een suggestie, want wij zijn natuurlijk allemaal ook geen verkeerskundigen, om met elkaar daar een soort schaalbezoek te doen met ook verkeerskundigen daarbij. Dat zeg ik dan maar even, neem ik de vrijheid als raadslid namens de wijk. Niet op de portefeuille inhoudelijk, maar wellicht ook nog voor de raad in de wijk in november in Noordwesten.
Senna Maatoug (College) [00:29:20]: Voorzitter, dat lijkt me een heel goed idee. Dus als de Raad besluit zo'n activiteit te willen doen, dan ondersteunen we dat heel graag. En u kent de kanalen. Dank u wel.
Jantine Zwinkels (CDA) [00:29:27]: Ik zie CDA met haar vraag gaat toegang. Ja, dank voorzitter. Wij vinden het wel echt heel zorgelijk. Want we hadden juist gedacht, na aanleiding van deze vragen die gesteld zijn door DENK, dat we nu op korte termijn tot een oplossing weten te komen. Dat er nu actie wordt ondernomen. Want we weten gewoon dat het onoverzichtelijke kruispunten zijn. En nu gaan we met elkaar schouwen op locatie. We gaan nog een keertje wat evalueren. Kan de wethouder toezeggen wat er in de komende maand gaat veranderd worden?
Senna Maatoug (College) [00:30:01]: Ja, voorzitter. Ik heb geprobeerd in de vragen ook aan te geven, want dat was ook heel goed in de vraag van Denk. In het verleden heeft u deze discussie gehad. Wat is er toen gebeurd? Wat zijn de resultaten geweest van de dingen die je hebt gedaan? Die heb ik stap voor stap proberen af te lopen. De laatste maatregelen die we gedaan hebben waren in 2024. En die zijn we nu aan het bekijken, ook voor de volledige stroom. ...kruispunten ook een belangrijke doorvoerfunctie 8
hebben. Die resultaten zijn wel bepalend om te kijken wat kun je dan doen. Dus ik wil hier heel graag spierballentaal uiten. Maar die gegevens heb ik op basis van de laatste maatregelen die we in 2024 genomen hebben we niet. Ik heb net een suggestie gekregen van Utrecht Nu. Die neem ik mee. Ik... Ik weet niet wanneer wij die resultaten hebben. Ik denk niet dat die de aankomende maand zijn. Maar wat ik wel kan toezeggen, zodra we die hebben, zeggen we dit is de situatie, dit doen we extra. Of ik kom bij u terug en zeg op basis van de informatie vind ik niet dat het nodig is om iets extra's te doen. En dat zal ik dan heel duidelijk aangeven. Net zoals dat ik nu probeer heel duidelijk eerlijk antwoord te geven op waar we staan. Op de verschillende kruispunten op de Marnixlaan.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:31:04]: Oké, ik zie geen handen. Dus hartelijk dank, wethouder. U heeft geen tijd, denk ik. U bent zelfs door uw tijd heen. Sorry, dat zijn de spelregels. Dus ik dank wethouder graag voor de beantwoording. En we gaan door naar de volgende set vragen. En dat is vragen set nummer drie. En deze worden gesteld door collega van CDA, Jantine Zwinkels. En de titel is Honden in studentenhuizen.
Jantine Zwinkels (CDA) [00:31:42]: Dank u wel, voorzitter. Deze week ontvingen wij het bericht van iemand die in Utrecht ernstig gebeten is door een hond. Die hond zou in een studentenhuis wonen. In de buurt doen verhalen eronder dat steeds vaker bewoners van studentenhuizen kiezen voor een hond in het huishouden. Vaak betreft het bijvoorbeeld een labrador en het gerucht gaat zelfs dat studentenverenigingen aanmoedigen om een hond in huis te halen. Dat klinkt leuk en gaat vast soms ook goed, maar wij krijgen dus ook bezorgde signalen dat deze honden slecht worden opgevoed en zelfs agressief kunnen zijn op straat richting andere honden en mensen. In een studentenhuis krijgt de hond zeer waarschijnlijk te maken met meerdere baasjes die ook nog eens in de loop van de jaren logischerwijs komen en gaan. Dat terwijl een hond gebaat is bij rust, stabiliteit en een vast baasje. Als CDA's zijn we natuurlijk ook gek op huisdieren. Maar we vragen ons wel af of een studentenhuis nou een geschikte plek is voor een hond om op te groeien. En daarom de volgende vragen. 1. Heeft het college beeld bij op welke schaal honden worden gehouden in studentenhuizen? En zo ja, om welke aantallen gaat het? Zo nee, is het college bereid om dit inzicht te verkrijgen? 2.
Heeft het college meldingen ontvangen van bijtincidenten? En in welke mate, daarin ook, is aangekaart dat er sprake zou zijn van een hond uit een studentenhuis? Zo ja, hoeveel? 3. Deelt het college met het CDA Utrecht dat het in belang is van de hond zelf en de mensen dat we goed nadenken over het verantwoord houden van een huisdier en wil zij hierover in gesprek treden met studentenverenigingen? 4. En tot slot, welke mogelijkheden ziet het college nog meer om maatregelen te nemen om het bewustzijn hierover te vergroten en eventuele incidenten en overlast te voorkomen? Dank u wel.
9
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:33:16]: Dank u wel. Ik nodig graag wethouder Linda Voortman uit voor de beantwoording.
Linda Voortman (College) [00:33:38]: Ja, voorzitter, dank u wel. Wethouder Honden aan het woord. Dank voor de gestelde vragen. Mevrouw Zwinkels vroeg aan mij of ik in beeld heb op welke schaal honden worden gehouden in studentenhuizen. En het antwoord daarop is nee. We hebben daar geen zicht op. De Belastingssamenwerking Gemeente- en Hoogheemraadschap Utrecht, de BGU, die verzamelt de gegevens voor de uitvoering van de hondenbelasting. Maar deze gegevens vallen onder de geheimhoudingsplicht en mogen niet met ons gedeeld worden. En we kunnen dus ook niet achterhalen hoeveel van die honden in Utrecht in studentenhuizen gehouden worden. Ten tweede of wij meldingen hebben ontvangen van bijtincidenten en in welke mate daarin sprake ze zijn van een hond uit het studentenhuis. Ja, de gemeente heeft meldingen ontvangen van bijtincidenten, maar daaruit blijkt niet een direct verband met een hond uit het studentenhuis. Wel zijn er enkele gevallen, namelijk twee, bekend van studentenhuizen met een hond die in de afgelopen periode lawaai heeft gemaakt. En in die gevallen kunnen omwonenden ook zelf contact opnemen met het studentenhuis om in gesprek te gaan of een melding van overlast bij U-Centraal, Buurtbemiddeling Utrecht en de gemeente maken. En in het geval van vermoedelijke dierenmishandeling kan dit natuurlijk ook gemeld worden bij meldpunt 114.
En dan de vragen 3 en 4 over of ik ook vind dat mensen goed moeten nadenken over het verantwoord houden van een huisdier en over of ik in gesprek wil treden met studentenverenigingen. Natuurlijk moet je goed zorgen voor huisdieren. We hebben hier al diverse malen ook debatten gehad over honden. En ik benadruk daar steeds weer dat je echt goed moet nadenken of je wel de zorg kunt bieden die een dier nodig heeft, voordat je dat in huis haalt. Dat geldt natuurlijk voor elk dier, maar zeker ook voor honden, want die hebben gewoon nogal wat nodig. En zeker ook in een grote stad moet je daar extra bewust van zijn. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor studenten. Dus vandaar dat ik deze oproep hier graag nog eens herhaal. De Dierenbescherming en het Landelijk Informatiecentrum voor Gezelschapsdieren geven ook onafhankelijk en deskundig advies over het verantwoord houden van huisdieren. Daar verwijzen wij ook naar op onze website. Dan de vraag of we in gesprek willen gaan met aparte doelgroepen zoals studentenverenigingen. Zoals ik mevrouw Zwinkels goed begrijp is het dan op basis van een gerucht dat daar een verband tussen zou zijn. Dat vind ik niet de primaire taak van een gemeente. Dus dat voor wat betreft het antwoord op die vraag. Dank u wel, voorzitter.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:35:51]: Dank u wel. Ik kijk in de zaal, zijn er partijen met een aanvullende vraag? Ik zie niemand. Heeft u als indiener ook geen verdere vragen? Nou, dan was het heel helder. Hartelijk dank, wethouder Linda Voortman. Wij gaan door naar de volgende set en dat is nummer vier. Deze worden gesteld door collega van D66, Bram Janmaat. En de titel is geen opvang zonder veiligheid, misstanden voorkomen en aanpakken.
10
Bram Janmaat (D66) [00:36:26]: Dankjewel voorzitter. De oorlog in Oekraïne duurt inmiddels al meer dan drie jaar en nog steeds komen er wekelijks ongeveer 300 Oekraïnse vluchtelingen naar ons land om te vluchten voor het geweld van Poetin. Dat maakt dat ook in Utrecht de druk op de opvang hoog is. De wethouder gaf vorige week al aan dat deze druk komende tijd hoog zal blijven en dat er maatregelen van het wijk nodig zijn om dit beheersbaar te houden. Tegelijkertijd berichtte De Telegraaf deze week over ernstige misstanden in overvolle opvanglocaties, waaronder signalen van mishandeling, seksueel geweld en zelfs het aanzetten van kinderen tot prostitutie. Deze berichten zijn ronduit schokkend en laten zien dat het waarborgen van veiligheid en bescherming juist voor vrouwen en kinderen van het grootste belang is. In dat licht hebben de fracties van D66, PvdA, GroenLinks, Stadsbelang Utrecht, CDA, Studentenstarter, Volt en Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college. Vraag 1. Hoe staat het momenteel met de opvangcapaciteit voor Oekraïnse vluchtelingen in Utrecht? Zijn er locaties waar te krap of overvol is? En ziet het college dat deze druk de kans op misstanden zoals geweld of uitbuiting vergroot? Vraag 2.
Zijn er binnen Utrecht meldingen bekend van misstanden zoals mishandeling, seksueel geweld of uitbuiting bij de Oekraïnse opvanglocaties? En zo ja, van hoeveel meldingen zijn er gedaan? Vraag 3. Welke preventieve maatregelen kan het college nemen om de kans op eerder genoemde excessen te voorkomen? En als laatste vraag 4. Ziet het college mogelijkheden om Oekraïnse vluchtelingen laagdrempelig en bij voorkeur in hun eigen taal te laten informeren over waar ze incidenten kunnen melden en hoe zij hulp en bescherming kunnen krijgen wanneer zij slachtoffer zijn geworden van dergelijk geweld? Tot zover.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:38:07]: Dank u wel. Ik nodig graag wethouder Rachel Streefland uit voor de beantwoording.
Rachel Streefland (College) [00:38:20]: Ja, dank. Vraag 1. De opvanglocaties in onze gemeente zijn op dit moment inderdaad bezet. Het college zet zich in om zoveel mogelijk mensen onderdak te bieden. Dat betekent dat onder meer dat alleen reizende vrouwen en of mannen die geen bekenden van elkaar zijn, nu wel worden geplaatst bij elkaar op een kamer. Dus vrouwen bij vrouwen, mannen bij mannen, dat we het even weten. Maar wel ook dat we echt nog een beetje erbij en dat we het op die manier moeten doen, omdat we heel graag toch nog voor mensen een plek willen geven. Op grotere locaties is er ook altijd beveiliging aanwezig, maar ook bij alle andere locaties hebben we ook sociaal beheer. Er wordt gewerkt met een vastgesteld incidentprotocol. Daarnaast is het sociaal beheer extra alert op mogelijke signalen van misstanden, zoals geweld en uitbuiting. Misschien even goed te noemen dat bij ons het sociaal beheer wordt gedaan door het Leger des Heils, tussenvoorziening of het Rode Kruis. Dus dat op zich zijn ze hier ook wel goed op geoefend en getraind. En het college staat in nauw contact met het sociaal beheer op de locaties, als antwoord op vraag 2. Over signalen, die kunnen duiden op 11
misstanden. Dus we zijn ook wel echt alert. Er is ook een team met matching die heel veel contact heeft, die ook langs gaat. En naar aanleiding van de recente berichtgeving is hier opnieuw nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. En ook besproken weer extra alert te zijn, dat zien we. Het sociaal beheer op de locaties geeft aan dat er geen misstanden zijn. We hebben er wel één situatie eerder gehad. Maar dat was in de situatie met het gezin. Dan ga je schakelen met politie, Veilig Thuis. Dus we zijn er wel alert op. Maar gelukkig hebben we in Utrecht daar nog minder signalen van. Of in ieder geval, we weten echt wel wat er gebeurt. Wel zijn er incidenten bekend met betrekking tot personen met psychische en of verslavingsproblematiek. Conflicten tussen bewoners en huiselijk geweld. Dus dat zijn wel andere dingen die wij zien in opvanglocaties waar we alert op zijn. En bij de meeste situaties is er sprake van onderliggende zorgvraag. In dergelijke gevallen wordt getracht de betrokkenen zoveel mogelijk naar de goede hulpverlening te brengen. Vraag 3. Ik heb blijvende aandacht voor de veiligheid van Oekraïners om het heemde in de opvang. Sociaal beheerpartijen besteden onder de bewoners structureel aandacht aan het melden van die onveilige situaties. Ik had het al even over het locatiemanagement door wie dat wordt uitgevoerd.
Dan bij vermoedens van geweld of seksueel geweld, verwaarlozing of zorgen over kinderen in Oekraïense gezinnen... Er wordt altijd door het locatiemanagement melding gedaan, onder andere bij Veilig Thuis of de andere locaties of andere zorgorganisaties die daarvoor zijn. Indien school, leerplicht, het buurtteam of andere betrokken instanties reeds bij het gezin betrokken zijn, kan de melding ook door hen worden gedaan. En er wordt altijd contact gelegd met de wijkagent, mocht er plaats van zijn, maar dan gaat het vooral ook over andere situaties die we wel zien, zoals psychiatrisch gedrag enzovoorts. Wanneer het incident uitsluitend volwassenen betreft, wordt melding gedaan bij de politie en in passend contact gelegd met de partners met wie we samenwerken. Dan hebben we ook nog contact met Movira. Daar werken we ook nauw mee samen. Dat is de vrouwenopvang voor vrouwen in geweld in afhankelijkheidsrelaties. Dan vier. Er is informatie over het algemene hulp beschikbaar in de eigen taal. Dus dat hebben we daar ook. En er is Oekraïens sprekend personeel. Dus terwijl de tussenvoorzieningen en andere hebben ook Oekraïense professionals in dienst. Daarnaast is onze Oekraïens sprekende POH GGZ verbonden aan de huisartsenzorg in de stad. Dus die hebben we ook eerder over geïnformeerd dat we die hebben ingezet en aangenomen.
Zowel deze Oekraïense POH GGZ als Stichting Vitania hebben expertise op de onderwerpen. En naar aanleiding van deze berichtgeving zullen we toch weer, dat doen we ook, specifieker inzetten op voorlichting over hulp van seksueel geweld en uitbuiting. En ook de partijen met wie we nou samenwerken hebben we ook weer extra benaderd om deze onderwerpen steeds op de agenda te blijven zetten. Dus dat is wat we op dit moment doen bij de locaties in Utrecht.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:42:23]: Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording. Zijn er partijen die een aanvullende vraag willen stellen? Ik zie niemand. En de indiener, u bent ook content. Hartelijk dank, wethouder. Wij gaan door naar de volgende set vragen. Dat is vragen set nummer vijf. Deze worden gesteld door collega van BIJ1, Noera Olfakir. En de titel is noodhulp bijdragen Palestina.
Noura Oul Fakir (BIJ1) [00:43:00]: 12
Ja, dank u wel voorzitter. Op 11 september 2025 heeft de Tweede Kamer het voorstel afgewezen ernstig gewonden of zieke kinderen uit Gaza voor wie in de regio geen of geen goede zorg is naar Nederlandse ziekenhuizen te halen. Deze beslissing onderschrijft opnieuw de passiviteit van de Nederlandse overheid terwijl de genocide voortduurt. Vanwege deze beslissing is het ook op lokaal niveau niet mogelijk om zieke kinderen op te vangen, ondanks eerdere schriftelijke vragen hierover vanuit onze raad. Tegelijkertijd weten we dat de gemeente Utrecht in het verleden bij grootschalige humanitaire rampen een gemeentelijke noodhulpbijdrage heeft verstrekt aan hulporganisaties. In Palestina voltrekt zich inmiddels al bijna twee jaar een systematische vernietiging van het Palestijnse volk door Israël. De situatie is nijpend. Gebrek aan voedsel, schoon drinkwater, medische zorg en onderdak is structureel. Daarom stellen wij voor om een eenmalige noodhulpbijdrage te verstrekken bij bijvoorbeeld een bedrag per inwoner van Utrecht dat ten goede komt aan hulporganisaties die in de regio humanitaire hulp kunnen bieden. Want als stad die zich nadrukkelijk profileert als mensenrechtenstad kan Utrecht niet stilblijven. De fracties van Bij1, Link en Denk stellen daarom de volgende vraag aan het college. 1.
Is het college bereid om een eenmalige noodhulpbijdrage per inwoner toe te kennen aan hulporganisaties zoals de UNRWA die voedsel, medische hulp en onderdak bieden aan Palestijnse burgers die slachtoffer zijn van de genocide? 2. Is het college bereid om richting het Rijk actief te lobbyen voor de opvang van zieke Palestijnse kinderen in Nederland en om het kabinet op te roepen tot structurele inzet voor humanitaire hulp en bescherming van de Palestijnse burgerbevolking? 3. Is het college bereid om andere gemeenten, zoals bijvoorbeeld in G4 of VNG-verband, op te roepen om hetzelfde te ondernemen? Zo nee, wat zou het college wel kunnen doen? Tot zover.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:44:40]: Dank u wel. Ik nodig graag wethouder Linda Voortman uit voor de beantwoording.
Linda Voortman (College) [00:44:54]: Voorzitter, dank u wel. Ik vervang hier de burgemeester. Ten eerste de vraag of wij bereid zijn tot een eenmalige noodhulp bijdrage. En allereerst wil ik aangeven dat ik de oproep heel goed begrijp. Ik voel net als u teleurstelling over de reactie vanuit de Tweede Kamer als het gaat om hulp bieden aan zieke kinderen, gewonden of zieke kinderen uit Gaza. Want de genocide in Palestina is afschuwelijk. Als shelter city en mensenrechtenstad zetten wij ons actief in om mensenrechten te bevorderen en te beschermen. En het college heeft ook grote zorgen over de humanitaire situatie in Palestina. En hij kent ook het belangrijke werk dat hulporganisaties verrichten om burgers in nood te ondersteunen met voedsel, medische hulp en onderdak. Maar het grootste probleem is niet het geld voor voedsel en medische hulp, maar het grootste probleem is dat de toevoer naar het gebied geblokkeerd wordt. En daarnaast is het ondersteunen van internationale hulporganisaties ook primaire verantwoordelijkheid van het Rijk. En daarvoor maakt het kabinet in 2025 25 miljoen euro vrij voor humanitaire medische noden uit Gaza. Nadat eerder ook al 7,5 miljoen beschikbaar is gesteld aan de WHO en Egypte 13
ten behoeve van medische evacuaties. En daarom zien we ook niet een rol voor onszelf om aanvullend een noodhulpbijdrage te leveren. En los daarvan hebben we hier natuurlijk ook te maken met een krappe financiële situatie. Maar zoals gezegd, de beschikbaarheid van voedsel en medische hulp, dat is niet het probleem. Het grootste probleem is de toevoer naar het gebied, dat die geblokkeerd wordt. En dat moet veranderen. Dan vervolgens of wij bereid zijn om actief te lobbyen voor de opvang van zieke Palestijnse kinderen in Nederland. En ja, voorzitter, daar zijn wij zeker toe bereid. Sterker nog, onze burgemeester heeft dat ook in de Buitenhofuitzending van 7 september ook al gedaan. Wij zijn zeer bereid om medische evacuees op te vangen. En we zijn ook bereid om ons daarvoor te blijven inzetten. En dan of we bereid zijn om het andere gemeentes dat te doen. Als gemeente hebben wij goed contact met de gemeente Amsterdam. Die heeft ook aangegeven medische evacuees op te vangen. De gemeente Leiden heeft ook contact met ons gezocht. En we zullen dit verder ook in G4-verband afstemmen. Dank u wel, voorzitter.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:47:01]: Dank, wethouder. Ik kijk in de zaal. Zijn er partijen met een aanvullende vraag? Ik zie niemand. En bij één was het voldoende voor u? Of een laatste opmerking? Gaat u gang.
Noura Oul Fakir (BIJ1) [00:47:13]: Ik begrijp, het is heel fijn dat het college zich wil inzetten met de lobby. En ik hoor ook de bedragen die de wethouder noemt, die landelijk dan gaat inzetten. Toch ben ik op zoek naar, we vinden het allemaal erg en we zitten hier ook met een krap financiële situatie. Maar wat kunnen we nog meer doen, vraag ik me af. Dus daar vraag ik aanvullend.
Linda Voortman (College) [00:47:38]: Voorzitter, dit is natuurlijk iets, ik denk dat we ons allemaal heel erg machteloos voelen en dan ook kijken wat kunnen wij uit onze rol wel doen. Er komt straks nog een set mondelingen vragen aan, wat ik denk vanuit hetzelfde gevoel dezelfde behoefte is geweest. Dus ik wil daar niet veel op vooruit lopen, want dat komt daarin aan de orde. Maar ik ben zelf ook steeds aan het kijken van wat kunnen wij hierop doen. Ook omdat ik zie dat dit ook veel mensen in de stad raakt. Ik blijf daar zelf ook over nadenken. Ook als u suggesties heeft, dan hoor ik dat ook graag. En ik zou zeggen, daar hoeven we ook niet mee te stoppen na vandaag.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:48:11]: Hartelijk dank, wethouder. Wij gaan door naar de volgende set vragen. Nummer zes is het. En de titel is bebouwen binnen tuin Samosdreef. En deze worden gesteld door collega van Ene Utrecht, Gert Dijkstra.
Gert Dijkstra (EenUtrecht) [00:48:30]: 14
Dank voorzitter. Het is ook mede namens Denk, Partij voor de Dieren, CDA, Utrecht Solidair, Link, GroenLinks, D66 hebben ze ook nog toegevoegd. We bouwen op binnentuin Samensdreef. Het plan bestaat al een half jaar, begrijpen wij. Bewoners hebben ons daar uitvoerig over geïnformeerd. We zijn er ook geweest met een aantal raadsleden afgelopen dinsdag. Het gaat om 60 woningen in een hele prettige binnentuin aan de Samensdreef. Bewoners maken zich bardiger van zorgen. Vandaar de volgende vijf vragen. Eén. Waar zitten we nu precies in het planproces en welke afspraken zijn tenminste met het portaal gemaakt? Met name dan over het bebouwen in de binnentuin. Tweede vraag. Is het college met de buurtbewoners en ons eens dat er inderdaad sprake is van een waardevolle recreatieve tuin die een zeer belangrijke functie vervult in het gebied om te zorgen voor een prettige en groene leefomgeving? En de derde vraag. is het college met ons van mening dat het voorliggende plan niet aansluit op de motie om zie de binnenhoven en dat het verdichten van overvechten een goede start verdient en de gemeente daarom niet onnodig ruimte moet geven aan het uitwerken van een plan dat uitgaat van bouwen in de binnentuin, mogen met uitzondering van het uitbuiken bij bestaande woningen, waar de overvechters absoluut op tegen zijn, dat blijkt, en waarvan de haalbaarheid op zijn minst discutabel is.
Het vierde vraag, is het college bereid om met het portaal af te spreken dat de uitwerking van de bouwplan op en om de samenstreef alleen wordt voortgezet zonder het bebouwen van de binnentuin? En tenslotte vijf, is het college bereid om met de uitwerking van de plannen samen met bewoners na te gaan op welke wijze de huidige waarde van de binnentuin verder kan worden versterkt?
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:50:00]: Dank u. Dank u wel. Ik nodig graag wethouder Senna Maatoug uit voor de beantwoording.
Senna Maatoug (College) [00:50:24]: Dank voor de vraag. U bent er vroeg bij. Ik ga ze weer een voor een beantwoorden. Waar zitten we in het planproces? Portaal heeft het idee voor de nieuwbouw voorgelegd aan de gemeente. En even voor de duidelijkheid, die kijken naar optopping, uitbuiking en naar... ...de binnentuin. De bestuurlijke wenselijkheid is hierover nog niet besproken. Dus wij hebben als college nog niet daar een standpunt over ingenomen. Dat komt nog voor. Er is nu alleen ambtelijk gestart met het nieuwe Utrechtse plangebiedsontwikkeling. Dus daar zitten we in... In het proces. Dan was vraag twee over de buurtbewoners. Ja, we weten dat het binnenhof een belangrijke plek is voor groen, recreatie, kinderen om te spelen en buren om elkaar te ontmoeten. Tegelijkertijd, in algemene zin, zien we, en zeker in het geval van de Samelsdreef, zien we ook veel asfalt. Dus zien we echt de optimalisatiemogelijkheid van die binnentuin. Want er is daar ook veel asfalt naast het groen.
15
Dan was de vraag de motie Ontzie de Binnenhoven. De motie Ontzie de Binnenhoven roept op om bij de verdichtingsplannen het groen in de Binnenhoven in de huidige woonblokken zo meel mogelijk te behouden. Deze motie nemen we expliciet mee bij het bepalen van de wenselijkheid voor het voortzetten van het planproces en vraagt om verdere uitwerking. Daar zijn we dus nog niet als college. Dan was de vraag of we bereid zijn om met het portaal af te spreken te uitwerken van de bouwplannen. Alleen wordt voorgezegd zonder het bebouwen van de binnentuin. Zoals ik in het eerste antwoord heb gemeld, we zitten nog echt in de beginfase van het Utrechtse planproces, gebiedsontwikkeling. En om een juiste afweging te maken is meer informatie nodig. En Portaal heeft dus een voorzet gedaan, maar wij als college hebben nog niet gezegd wat de precieze onderzoeksopdracht is. Dus daar zijn we nog niet. En dan vijf. Is het college bereid om de uitwerking van de plannen samen met de bewoners na te gaan? Ook hier is het antwoord dat we nog echt in de initiatiefase zitten. In lijn met ons beleid samen stad maken. Is in het UPG nadrukkelijk ruimte voor bewoners en andere belanghebbenden om hun wensen, ideeën en zorgen in te brengen. En ik begon ermee en ik eindig ermee. U als raad bent er nu ook heel vroeg bij. Want eigenlijk zitten we echt in het aller aller beginproces.
En we spreken er nu al meteen over. Dus bewoners zijn volgens mij heel goed scherp erop. En u als raad ook. Dus fijn.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:52:53]: Dank u wel voor de beantwoording. Ik zie een aantal partijen met aanvullende vragen. Partij voor de Dirigatengang.
Maarten van Heuven (PvdD) [00:52:59]: Dank voorzitter. Ook wij zijn op locatie geweest. We vonden bebouwing in de binnentuin ook geen goed idee. Waarom onderzoekt het college überhaupt die mogelijkheid? En waarom zegt het college niet nu al, dit is voor ons geen optie en we zoeken dus ook niet naar meer informatie?
Senna Maatoug (College) [00:53:15]: Even voor de duidelijkheid. Het gaat om een plan dat gaat over optopping uitbuiking. Dat is onderdeel van dat plan. En een optimalisatie van de binnentuin. Wij hebben als college nog helemaal niks besloten. Een van de optimalisaties van de binnentuin is ook meer groen. En een van de vragen zou kunnen zijn, wil je kijken of je daar iets kan doen? We hebben op andere plekken in Overvecht, is er bijvoorbeeld... ...experimenteerwoonruimte geweest. Heel laag voor specifieke doelgroepen. Wij moeten als college nog kijken of we dat onderdeel laten zijn van de opdracht. Maar ook onderdeel van hetgene wat Portaal uitwerkt. Want dat valt nu even weg in de vragen. Het gaat over de optopping en de uitbuiking. Dat is eigenlijk het allergrootste onderdeel van wat wij tot nu toe gezien hebben van Portaal. Maar ik herhaal... Dat voorstel is ingediend. We zitten nu in de eerste fase van het Utrechtse planproces. Dat betekent dat er alleen nog maar ambtelijk contact is geweest. En wij als college hebben daar nog geen wenselijkheidsoordeel 16
over uitgesproken. Dus in die zin sta ik hier ook heel open. Zou ik ook tegen de raad zeggen, geef mij wat dingen mee. Want dan kunt u wellicht het standpunt van de raad, van het college beïnvloeden. Want wij hebben oprecht dat nog niet gedaan, voorzitter.
Maarten van Heuven (PvdD) [00:54:22]: Ik wil niet het gras misschien van de voeten van de heer Dijkstra wegmaaien. Maar volgens mij hebben we een motie aangenomen. En dat is het kader dat we graag aan het college zouden willen meegeven. En waar ook omwonenden terecht naar verwijzen dat dit door de wens van de raad is. En dus zou... Nou, dat is eigenlijk het kader dat we al hebben meegegeven.
Senna Maatoug (College) [00:54:41]: Ja, zeker weten. En wij vinden het daarin ook belangrijk. En dan zeker hier op de Samelsdreef zien wij ook een kans om groen toe te voegen. Gezien het asfalt wat daar is in... In de binnentuin.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:54:58]: Volgens mij is Partij voor de Dieren hiermee klaar met de interruptie. Dan zag ik ook GroenLinks. Gaat uw gang.
Fred Dekkers (GroenLinks) [00:55:05]: Ja, bedankt voorzitter. Sluit ik even aan bij de laatste opmerking van de wethouder. Het klopt, daar is best wel veel asfalt. En dat is ook wel veel om te leren fietsen. Dat soort dingen. Maar is dat niet aanleiding om inderdaad... meer groen te doen, zoals in de laatste vraag ook staat, en weinig aanleiding om dan als het ware op het asfalt woningen te zetten?
Senna Maatoug (College) [00:55:29]: Ja, voorzitter, wat ik lastig vind, wij als college hebben nog geen wenselijkheidsuitspraak gedaan. Dus u ziet ook in mijn beantwoording, ik zou heel graag antwoord willen geven, maar er zit een soort aanname in de vraag dat wij al gezegd hebben dat is een goed idee. Dat is niet zo. Wat ik wel daarbij zeg, in de fase waarin we nu zitten, Portaal heeft wel een voorstel gedaan. Dus even de vragen die u stelt, die volgens mij ook terecht de zorgen van bewoners in zich hebben, die zijn gebaseerd op het verzoek wat Portaal gedaan heeft in wat zij nu voorleggen in die fase van het planproces. Daar is onderdeel, dat zei ik al, uitbuiken, optoppen en verkennen wat er mogelijk is in die binnentuin. Ik hoor uw raad heel goed, dus ik neem dat mee ook in de discussie die wij in het college gaan hebben over die wenselijkheid. Maar meer dan dat kan ik er nu niet over zeggen, want het mandaat heb ik ook helemaal niet. Wij als college hebben daar nog geen standpunt over ingenomen, voorzitter.
17
Fred Dekkers (GroenLinks) [00:56:23]: In ieder geval zijn wij ook voorstander van wel daar kijken naar mogelijkheden voor optoppen of uitbuiken. Minder enthousiast over dat bouwen in de binnentuin. Bewoners zijn vooral ook wel bang dat zij in een fuik getrokken worden. Dat ze straks geconfronteerd worden met een soort conclusie. Ja, maar het is niet anders, want we hebben dat al eerder besloten. Kunt u in ieder geval... helderheid geven aan bewoners dat ze niet in zo'n fuik getrokken worden.
Senna Maatoug (College) [00:57:01]: Ja, voorzitter, ik vind dit een belangrijke vraag. Maar ik vind hem ook lastig, want u heeft net de hele middag volgens mij een lang debat gehad over een ander onderwerp, over overvecht. En we creëren met elkaar ook een, als we niet uitkijken, een klimaat waarin de woorden leiden tot het gevoel van een fuik en dat die het versterken. Wat ik heel belangrijk vind, dat heb ik vandaag in de beantwoording proberen te doen, is heel duidelijk uitleggen waar zijn we in het planproces. En daar heel helder over zijn. Wat is wel gekozen en wat is niet gekozen. Zodra wij een wenselijkheid hebben uitgesproken, ga ik hier ook staan, ook als u dat niet een goed idee vindt, om uit te leggen waarom we daarvoor gekozen hebben. En er komen daarna dan ook weer stappen. En ik hoop, en ook voor u als raad, mochten daar onderliggende vragen over zijn, ook naar de bezoeken die u heeft gehad. Als er vaagheid is over het proces waarin we zitten, kom alsjeblieft op de lijn, want we geven heel graag die informatie. Want we vinden het heel vervelend als daar onzekerheid over is. En hetzelfde geldt voor bewoners die nu kijken. Want ik vind het heel goed dat mensen zich direct bemoeien met hoe hun directe omgeving eruit ziet. En dat moedigen we aan. Net zoals dat ik het fijn vind dat u als raad meteen dit signaal heeft opgepakt, voorzitter.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [00:58:07]: Dank u wel, wethouder. En dan kijk ik naar 1 Utrecht. Heeft u een aanvullende vraag? Gaat u gaan.
Gert Dijkstra (EenUtrecht) [00:58:15]: Het college zal toch ook het groen waarderen daar. Dat doen de bewoners ook. Ziet het college dat er nu onnodig mogelijk onrust ontstaat, enorm onrust bij bewoners door dit plan?
Senna Maatoug (College) [00:58:29]: Voorzitter, ik vind het moeilijk te beoordelen, want ik heb mensen ook niet gesproken. Dus ik neem het signaal mee en daar ga ik ook iets mee doen. Maar ik ga niet op basis van dit debat nu meteen tot een conclusie komen. Ik heb zelf niemand gesproken. Maar een van de dingen die ik naar aanleiding van deze mondelingenvraag ga doen, is zelf ook even kijken wat er aan de hand is en zelf met de mensen spreken, voorzitter. Dus dank voor die aanmoediging ook.
18
Gert Dijkstra (EenUtrecht) [00:58:52]: Tegelijkertijd is Portaal bezig om 10.000 euro's te investeren. Ook in het onderdeel van bebouwen van een complete prachtige tuin. Ziet de wethouder ook dat je niet onnodig Portaal geld moet laten investeren?
Senna Maatoug (College) [00:59:05]: Dan vind ik het echt belangrijk om bij de feiten te blijven. Portaal heeft een plan voorgelegd. Dat heb ik duidelijk ook gezegd. Dus dat klopt dat zij dat voornemen hebben. Het grootste gedeelte van de kosten gaat over uitbuiken en optoppen. En daarnaast ook nog de binnentuin. Dus dat bestaat uit meerdere onderdelen. Ik vind het wel belangrijk dat we dat geheel ook benoemen.
Gert Dijkstra (EenUtrecht) [00:59:27]: Met alle respect, maar dat plannetje betekent toch echt iets meer. Het is echt het complete bebouwen bijna van de hele tuin. Is de wethouder tenslotte bereid om met bewoners en portaal... op korte termijn even te kijken of dit überhaupt een zoekrichting is... en ons daarover als raad te informeren?
Senna Maatoug (College) [00:59:43]: Dit vind ik echt de omgekeerde wereld. We hebben een heel uitgebreid Utrechtplanproces. De stap is... Een initiatiefnemer zegt, dit zou ik willen doen. Wij als college moeten nog naar de wenselijkheid kijken. En daar zou een opdracht uit kunnen komen. Verken deze drie varianten. Of verken dit wel. Of onderzoek dit. Dus het idee dat hier een plan ligt waar een college al van heeft gezegd dat het goed is. Het is goed dat een corporatie daar ideeën over heeft. En u weet precies, ook als lid van de commissie ruimtelijke ordening, wat het Utrechtse planproces is. En daar hebben we gewoon hele duidelijke afspraken mee. Waarom? Omdat uw rol als raad in dat planproces essentieel is. We bouwen niks in deze stad zonder dat we dat stap voor stap met u doen. En u kent dat planproces ook. Dus ik ga daar geen toezegging over doen. Want wij weten, we hebben daar hele heldere afspraken over. Gelukkig maar, voorzitter.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [01:00:32]: Dank u wel, Raadhouder. Wij gaan door naar de volgende set vragen. Deze worden gesteld door collega Ilse Raaijmakers van PvdA. Dat is vraag set nummer 7 trouwens. En het heet, hoe sociaal is onze dementiezorg?
Ilse Raaijmakers (PvdA) [01:00:46]: Dank. Aanstaande zondag is het wereldoudzijndag. Dit is ook een goed moment om stil te staan bij de vraag wat wij in Utrecht doen voor deze groeiende groep inwoners. Afgelopen week 19
verscheen een trouwenartikel over een succesvolle pilot in Den Bosch, waar wordt gewerkt met een zogeheten sociale benadering van dementie. Deze aanpak kijkt niet alleen naar de medische kant van de ziekte, maar vooral naar de mens achter de diagnose. Omwille van de tijd zal ik de rest hier niet voor de inleiding gebruiken, maar daarover heeft het PvdA, GroenLinks, CDA, Utrecht Nu en VVD de volgende vragen. 1. Is het college bekend met een pilot in Den Bosch waarin de sociale benadering van dementie wordt toegepast? En zo ja, hoe kijkt het college naar deze aanpak en de resultaten daarvan? 2. Wordt er in Utrecht momenteel al gewerkt met elementen van deze sociale benadering? Zo ja, op welke manier? 3. Is het college bereid om in contact te treden met de initiatiefnemers van de Bosche pilot om te onderzoeken of deze aanpak kan worden toegepast of opgeschaald in Utrecht? 4. Hoe wordt in Utrecht in het kader van Wereld Alzheimerdag aandacht besteed aan dementie, zowel in beleid als richting inwoners, mantelzorgers en zorgprofessionals?
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [01:01:52]: Dank u wel. Ik nodig graag wethouder Linda Voortman uit voor de beantwoording.
Linda Voortman (College) [01:02:03]: Ja, voorzitter, dank u wel. En om maar meteen de eerste vraag te beantwoorden... of wij bekend zijn met die pilot in Den Bosch. We zijn wel bekend met de sociale benadering van dementie... maar niet specifiek met die pilot uit Den Bosch. Of we op dit moment al werken met elementen van de sociale benadering... ja, vorig jaar zijn wij in samenwerking met U-Centraal, Mantelzorg Utrecht... het Odensehuis en Rijnhoven het ZON-MW-project... daginvulling voor thuiswonende mensen met dementie in Utrecht gestart. De sociale benadering is daarin een belangrijk onderdeel van. De resultaten van dat project zullen ook worden gedeeld op het mini-symposium Samen Sterk Rond Dementie op 24 november. Ook nemen we de resultaten mee binnen onze aanbesteding WMO Aanvullende Zorg en herziening van de subsidieregeling Sociale Basis. In het uitvoeringsprogramma Vitaal en Krachtig Ouder Worden staan ook acties rond dit thema, bijvoorbeeld de uitvoering van de dementiescan. Of we bereid zijn om in contract te treden met de initiatiefnemers van de Bosse Pilot? Ja, voorzitter. Wij zijn zeker bereid om contact op te nemen met de initiatiefnemers van de Bosse Pilot. En ook om over en weer ervaringen uit te wisselen. En dan hoe wij in het kader van Wereld Alzheimerdag aandacht besteden aan dimensie. Er zijn in Utrecht komende zondag diverse activiteiten rondom dimensie.
Bijvoorbeeld samen muziek maken in de Schakel in de Meren, in Hart van Noord, in Kanadeiland en in Podium Oost. En zoals gezegd is er op 24 november het symposium Samen Sterker rond Dementie georganiseerd door U-Centraal in samenwerking met de gemeente Utrecht. En resultaten van het genoemde ZON-MW-project worden daar gedeeld. En er is een terugblik op de wijkcampagne in Kanaleiland. Wij zijn zelf het medicijn over hersengezondheid en preventie van dementie. En de voorlichtingsfilm Amina heeft dementie wordt dan ook gelanceerd. En bij deze wil ik ook aangeven dat u daar allen van harte voor bent uitgenodigd. Want dit is een
20
ontzettend belangrijk onderwerp. En ik denk dat dat iets is waar kennisvergroting ook nog zeer dienstig in kan zijn. Dank u wel, voorzitter.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [01:03:57]: Dank u wel. Ik kijk in de zaal. Zijn er partijen met een aanvullende vraag aan de voorzitter? Ik zie niemand. En de indiener heeft u nog een laatste opmerking. Gaat u gaan.
Ilse Raaijmakers (PvdA) [01:04:06]: Dank voorzitter. Fijn om te horen dat er al dingen gebeuren. En dat er ook contact wordt opgenomen met Den Bosch. Er was wel nog een aspect dat hier wel bij het goed is als gemeenten samen optrekken. En ik ben benieuwd hoe Utrecht er naar kijkt. Dat gaat over de schotten tussen WMO en WLZ. En mensen die dementie hebben en in een verpleeghuis terechtkomen. Dan valt het onder WLZ. En de gemeente gaat over de WMO. Maar daar zit natuurlijk al een kostenaspect, hoe langer mensen thuis kunnen wonen. Daar hebben wij allemaal baat bij, maar de kosten worden bespaard op de WLZ, niet op de WMO. U voelt me aankomen, dat is een belangrijk lobbypunt. Gaat de gemeente Utrecht dit ook landelijk inbrengen?
Linda Voortman (College) [01:04:42]: Ja, voorzitter. Inderdaad, het wegnemen van schotten tussen verschillende soorten zorg is een belangrijk punt. Dus dit lijkt me wel iets waar we inderdaad ook naar kijken. Het is wel, we hebben een brede lobbyagenda en we moeten natuurlijk ook prioriteiten daarin stellen. Dus laat ik gewoon zeggen dat we, ja, dit is iets waar we aan werken. En laat ik zeggen dat we bijvoorbeeld in de volgende stand van zaken, briefzorg en welzijn ook iets vertellen over wat wij doen op dit vlak.
Melody Deldjou Fard (Voorzitter) [01:05:11]: Dank u wel, wethouder. Wij gaan door naar de volgende set vragen, nummer 8. En deze is van collega's van LINK en wordt gesteld door Hanane Bittich. En de titel is Utrecht in solidariteit in het oog, in het hart.