2025.04.10 Gemeente Utrecht - Conceptverslag Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen
Tekst van het document
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 5
10
15
20
25
30
Datum Locatie Verslag door
10 april 2025 Stadhuishal, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter Bert van Steeg, de wethouder Dennis de Vries, de leden Jan Baijens (Partij voor de Dieren), Cees Bos (Stadsbelang Utrecht), David Bosch (UtrechtNu!), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Meike Hellevoort (GroenLinks), Yvonne Hessel (Utrecht Solidair), Gertjan te Hoonte (VVD), Bram Janmaat (D66), Stevie Nolten (BIJ1), Charlotte Passier (Volt), Youness Raghib (DENK), Lars van Rooij (Student & Starter), Anne Sasbrink (Partij voor de Dieren), Lenno van Straalen (Christen Unie), Mirac Usta (DENK), Jelle Vintges (VVD), Berdien van der Wilt (D66), Pepijn Zwanenberg (Groep Zwanenberg), Rick van der Zweth (PvdA), Jantine Zwinkels (CDA), de commissiegriffier Sjors Heerdink, de commissiesecretaris Tom Monster
Verslag commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 1 Opening ..........................................................................................................................................2 2 Vaststellen van de agenda van 10 april 2025 ................................................................................2 3 Vaststellen van ingekomen agenderingen .....................................................................................2 3.1 Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ .............2 3.2 Technische sessie ontwerp-beleidsnota warmte .....................................................................3 3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven ................................4 4 Verslagen .......................................................................................................................................4 5 Toezeggingen/Moties .....................................................................................................................4 6 Ingekomen stukken ........................................................................................................................5 7 SV 2024 nr.
204 Achterstallig onderhoud Overvecht .....................................................................5 Lijst van toezeggingen .................................................................................................................22 8 Initiatiefvoorstel ‘Geef woningzoekenden een Stem’ ...................................................................22
35
1
1 Opening De voorzitter opent de vergadering. Hij meldt dat er vanmorgen een aanbieding was van een petitie, buiten de vergadering. Dit is meegenomen in de initiatiefnota die op de agenda staat. Er zijn geen mededelingen. 5
2 Vaststellen van de agenda van 10 april 2025 De voorzitter informeert of men kan instemmen met de agenda. Dat is het geval. De agenda wordt vastgesteld..
10
3 Vaststellen van ingekomen agenderingen 3.1 Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ De voorzitter zegt dat is voorgesteld om hiervoor 180 minuten te reserveren.
15
Mevrouw Van der Wilt (D66) verwacht dat meer tijd nodig zal zijn. Er is veel over het onderwerp te zeggen. De voorzitter geeft aan dat 180 minuten in principe de maximale tijd is. De heer Te Hoonte (VVD) zou liever 240 minuten als uitgangspunt nemen, anders is het niet realistisch.
20
25
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat hij gisteren een aanvullend agendavoorstel heeft ingediend dat hier op aansluit. Het voorstel is om alle aspecten die raken aan het beter benutten van bestaande bouw apart, in het verlengde van de beleidsnota Wonen, te agenderen. Dat zal ook een uur vergen. Hij wil dit apart bespreken omdat het raakt aan zaken als dakopbouw, dakuitbouw en overlast. Hij vreest dat dat ondersneeuwt als het in een geheel met de beleidsnota wordt meegenomen.
30
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt 180 minuten genoeg, anders blijft de commissie continu uitlopen. Voor wat betreft het voorstel van EenUtrecht vindt hij dat een heel groot deel van bestaande bouw in de nota Wonen staat. In dit debat zal het ook gaan over splitsen en optoppen. Door het onderwerp te splitsen zal de ene fractie het in ene debat en de andere fractie het in het andere debat ter sprake brengen. Onderwerpen als dakopbouw en dakkapellen zouden wel apart geagendeerd kunnen worden, want die zitten niet in de nota Wonen.
35
De heer Te Hoonte (VVD) zoekt naar een compromis. Hij stelt 240 minuten voor in één agendering. Hij wil voorkomen dat er een situatie ontstaat waarin geshopt wordt in beleidsnota’s en onderwerpen apart worden geagendeerd. Het is juist het mooie om binnen de eigen spreektijd te schuiven met waarover je het wilt hebben. EenUtrecht kan het dan met name over de genoemde onderwerpen hebben. De voorzitter concludeert dat er 240 minuten voor gereserveerd kan worden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt geen steun voor zijn voorstel dus hij sluit zich aan bij de 240 minuten. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) bevestigt dat ze daar mee instemt. 2
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil het nadrukkelijk over dakopbouw en dakuitbouw hebben. Dat valt niet onder wethouder De Vries. Hij verzoekt om ook wethouder Eerenberg voor dit debat uit te nodigen. Verder zal hij het hebben over overlast. Door de aanwezigheid van beide wethouders kan dat goed worden besproken. 5
De voorzitter constateert dat voor het debat vier uur wordt gereserveerd met twee wethouders. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) vraagt of wethouder Eerenberg alleen voor dakopbouw voor vier uur wordt uitgenodigd. Dat vindt zij een beetje heftig. De heer Te Hoonte (VVD) vindt de aanwezigheid van de wethouder ruimtelijke ordening bij het woondebat wel relevant. Er zit een relatie tussen beide dossiers.
10
15
De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat er natuurlijk een relatie zit tussen de dossiers. Dan zouden ook de wethouder zorg en de wethouder dakloosheid kunnen worden uitgenodigd. Er moet een specifieke ro-vraag zijn om de wethouder ro erbij uit te nodigen. Anders wordt hem gevraagd er vier uur geagendeerde tijd, dus vijf à zes uur, bij te zitten. Dat lijkt wat heftig. Dakkapellen en dakopbouw zijn wel losse delen, dat gaat over een ander component in het hele debat. Dat zou apart geagendeerd kunnen worden, met de wethouder dakopbouw erbij. De voorzitter deelt niet dat de geagendeerde tijd automatisch leidt tot twee uur overschrijding. Aan EenUtrecht vraagt hij of het een idee is om hun punt apart te agenderen. Dat is voor de werkwijze wel efficiënt.
20
25
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft daar bezwaar tegen. Nu wordt alles op een grote discussie geveegd. Hij vindt het geen probleem om het op te knippen, want daarmee wordt meer recht gedaan aan de onderliggende vraagstukken. Hij hecht aan een integraal debat over het beter benutten van bestaande bouw. De heer Te Hoonte (VVD) wijst op beslispunt 1.a.1 van de nota, waarin staat dat het tempo van 3000 woningen per jaar op peil wordt gehouden. Daarvoor is wethouder Eerenberg verantwoordelijk. Hij is dan ook logisch dat hij bij het debat aanwezig is. De nota is ook opgesteld door de Ontwikkelorganisatie Ruimte, en daar heeft wethouder Eerenberg ook een relatie mee. Het is een complex en belangrijk dossier. Het getuigt van het onderschrijven van de ernst van de situatie op de woningmarkt als er twee wethouders aanwezig zijn. De voorzitter stelt vast dat een behoorlijke minderheid vindt dat wethouder Eerenberg aanwezig is, en dat er 240 minuten voor moet worden gereserveerd. De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat er een rib komt. Er zijn veel fracties die meedenken met de invulling. Er ligt ook al een agenderingstekst. Hij verzoekt om daar 90 minuten voor te gebruiken in plaats van 60 en vraagt wanneer dit kan plaatsvinden.
35
De voorzitter constateert dat alle partijen daar aan meeagenderen. Er wordt voorgesteld om daar op 13 mei 90 minuten voor te reserveren, vanaf 19.30 uur. 3.2 Technische sessie ontwerp-beleidsnota warmte De voorzitter informeert naar de herkomst van dit tussengekomen stuk.
40
De griffer licht toe dat dit een ontwerpnota betreft. De ambtelijke organisatie en het college verzoeken om daar op 22 mei om 20.00 uur met de commissie over te spreken. De voorzitter informeert of iedereen zich daar in kan vinden. Dat is het geval.
3
3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De voorzitter informeert naar de agendering van een rib voor de presentatie van de raadstoets Wonen. Dit wordt elk jaar gedaan door een aantal raadsleden. Hij vraagt welke fracties dit agenderen. 5
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat dit door de VVD, GroenLinks en Volt gebeurt. De voorzitter stelt voor om deze rib-avond te agenderen op 10 juni voor 60 minuten. Daar is men mee akkoord. Hij informeert of er nog andere agenderingen zijn.
10
Mevrouw Zwinkels (CDA) wil, samen met D66 en PvdA, de brief van 25 maart over buurt- en wijkgericht werken agenderen voor een commissiedebat. Dit is al aangekondigd in een vorig debat waarbij is aangegeven dat zou worden gewacht op deze brief. Het debat heeft niet veel haast. De voorzitter stelt voor om dit op 13 mei te agenderen. Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat was besproken om meteen door te gaan naar de raad, afhankelijk van de brief. Er is al een commissiedebat over geweest in december.
15
20
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat het nu wat ongericht klinkt. Normaal wordt pas naar de raad gegaan als bekend is wat de fracties gaan voorstellen. Hij stelt voor om het voor de volgende vergadering direct na de behandeling van de nota Wonen te agenderen voor 60 min. Mocht duidelijk worden dat het wel direct naar de raad kan, dan kan het weer van de agenda af gehaald worden. De voorzitter stelt vast dat het voor een uur wordt geagendeerd aan het eind van het debat over de nota Wonen op 13 mei, met het CDA, PvdA, D66, CU, EenUtrecht en Volt als agenderende fracties.
4 Verslagen 25
De voorzitter informeert of er opmerkingen zijn over het verslag van 13 maart 2025, en zegt dat de griffie vooraf geen wijzigingsvoorstellen heeft ontvangen. Er zijn geen opmerkingen. Het verslag wordt vastgesteld.
5 Toezeggingen/Moties De voorzitter vraagt of er opmerkingen zij over de toezeggingen- en motieslijst. 30
35
Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) heeft drie opmerkingen. Ten eerste over toezegging 204, over gft-inzameling in de hele gemeente. Het college heeft toegezegd om de raad over de uitbreiding daarvan in Q1-2025 te informeren. Zij vraagt wanneer deze informatie komt. Ten tweede vraagt zij naar toezegging 756, over de verduurzaming van corporatiewoningen. Daarover zou in het voorjaar van 2024 een update komen. Zij vraagt wanneer deze update komt. Ten derde vraagt zij naar toezegging 675 over de Base Metal fabriek. Die zou in juli 2024 worden aangeleverd, maar dit was nog in afwachting van de provincie. Hierover zou GroenLinks ook graag een update ontvangen. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt naar het Rekenkamerrapport over Overvecht Noord. Dit staat niet op de toezeggingenlijst. Hij vraagt wat daarvan de planning is.
40
De voorzitter antwoordt dat de griffie het zal uitzoeken. De toezeggingenlijst wordt vastgesteld. 4
6 Ingekomen stukken De voorzitter laat weten dat er geen ingekomen stukken zijn. Hij schorst de vergadering voor een wisseling van commissieleden.
5
-
Schorsing –
De voorzitter heropent de vergadering.
7 SV 2024 nr. 204 Achterstallig onderhoud Overvecht 10
15
20
25
De voorzitter laat weten dat de agenderende partijen dieper in willen gaan op de beantwoording van de schriftelijke vragen over achterstallig onderhoud in Overvecht, mogelijk aanvullende vragen te stellen en samen te kijken naar mogelijke actiepunten om de situatie te verbeteren. Dit agendapunt wordt in één termijn behandeld. Hij geeft het woord aan de fractie van DENK. De heer Usta (DENK) zegt dat dit niet alleen over het achterstallig onderhoud, maar ook over de gezondheid van Overvechters en het verloren vertrouwen in de gemeente gaat. Overvechters ervaren al jarenlang ernstige overlast van slecht onderhouden woningen. Mensen leven onder erbarmelijke omstandigheden wat de gezondheid door de jaren heen ernstig heeft aangetast. De heer Usta toont foto’s van schimmel. Er is sprake van slechte isolatie en slechte of helemaal niet functionerende kranen, toiletten enzovoort. Tijdens de rib werden de meldingen die zijn gedaan gepresenteerd. Maar de cijfers in de presentatie komen niet overeen met hoe de heer Usta, als Overvechter, de realiteit ziet. Aanwezige bewoners gaven aan dat de communicatie slecht is en dat de meldingsbereidheid laag ligt. Dat is zorgelijk. Een te hoge drempel om formulieren in te vullen helpt daar niet bij. Ook het feit dat de gemeente niet proactief en periodiek inspecteert draagt bij aan het probleem.
Bovendien worden telefonische meldingen vaak niet als officiële meldingen geregistreerd waardoor de cijfers niet betrouwbaar zijn. Bewoners gaven aan dat ze niet eens wisten dat de gemeente een rol speelt bij achterstallig onderhoud.
30
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat DENK het onderwerp stevig ter tafel brengt. We hebben in het verleden moties ingediend: in 2024 de motie Achterstallig onderhoud mag niet lonen, in 2025 is in de omgevingsvisie van Overvecht opgenomen dat sloop en nieuwbouw in de toekomst niet mag leiden tot verwaarlozing. Daar stond Denk niet onder, maar zij spreken nu opeens hele grote woorden. Aan DENK wordt gevraagd wat er is veranderd, dat zij toen niet thuis gaven en zich er nu opeens zo druk over maken.
35
De heer Usta (DENK) antwoordt dat zij altijd al hebben gepleit voor goed bewoonbare woningen, en daar vaak expliciet Overvecht bij hebben betrokken. Dat zij niet onder moties staan herkent de heer Usta niet. Misschien was hij er toen niet. Er zijn veel moties waar DENK wel onder staat, waaronder die van Stadsbelang Utrecht. Het baart hem zorgen dat, na al die moties, toch niet het gewenste resultaat is behaald.
40
De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat die moties juist wat in gang hebben gezet. Misschien was de heer Usta er niet, maar dan wel een ander van de DENK-fractie. Schimmel speelt inderdaad in Overvecht. Daarover zijn veel schriftelijke vragen gesteld, en er is een motie voor een schimmelexpert geweest. Dat betrof niet alleen Overvecht. Waarom stipt DENK dit nu alleen voor Overvecht aan, en niet voor de rest van de stad?
45
De heer Usta (DENK) zegt dat hij van feiten en harde cijfers houdt. Hij komt uit Overvecht en dit zijn de signalen en beelden die hij heeft gezien. Nu is het voor Overvecht, en als het breder wordt ervaren kan het breder worden getrokken. 5
De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat dat het verschil is tussen DENK en de PvdA. De PvdA heeft het over de hele stad. Schimmel en achterstallig onderhoudt speelt in de hele stad. Daarover zijn voorstellen geweest. Hij roept DENK op om daar een volgende keer bij aan te sluiten en samen op te trekken om het verschil te maken. 5
10
De heer Usta (DENK) vindt het jammer dat de PvdA dingen verdraait en het beeld schetst dat DENK de rest van de stad negeert. Dat is niet zo. Overvecht heeft een duwtje in de rug nodig. De meldingsbereidheid ligt in Overvecht lager. Ook heeft hij vermeld dat het breder getrokken kan worden. DENK is van de hele stad en roept op om werk te maken. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of DENK wel voor de moties heeft gestemd die net genoemd werden. De heer Usta (DENK) verwijst naar wat hij zojuist heeft gezegd. Hij gaat de moties niet nu voor zich leggen en een voor een afgaan. Als DENK er niet onder stond, dan zal daar wel een goede reden voor zijn.
15
De heer Te Hoonte (VVD) wil de ruimte geven aan DENK om te vermelden dat zij wel voor die moties hebben gestemd. Erkent DENK dat de PvdA mede-agendeerder is van dit debat? De heer Usta (DENK) zegt dat DENK onder bijna al de moties staat. Als zij er niet onder staan zal daar wel een reden voor zijn.
20
25
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat de problematiek niet alleen over Overvecht gaat, maar over alle woningen in de stad die slecht onderhouden zijn. Of gaat het voor DENK alleen om Overvecht? De heer Usta (DENK) antwoordt dat hij dit debat heeft geagendeerd om mensen te helpen. Het kan het begin zijn van een domino-effect. Hij roept op om te focussen op wat wel kan in plaats van elkaar uit te maken voor van alles en nog wat. Het gaat nu om Overvecht, DENK is bereid om het breder te trekken maar het moet worden afgekaderd om het scherper te krijgen. Als over de hele stad wordt gesproken kan het niet concreet overkomen, waardoor geen actiepunten per wijk opgesteld kunnen worden. Hij roept op om stapsgewijs te gaan. De heer Bosch (UtrechtNu!) wil DENK steunen. Hij vraagt of het niet zo is dat de PvdA normaliter de mond vol heeft van ongelijk investeren voor gelijke kansen. De voorzitter vraagt de heer Bosch te interrumperen op DENK, niet op de PvdA.
30
De heer Bosch (UtrechtNu!) maakt een punt van orde, en vraagt de voorzitter niet de hele tijd door hem heen te kleppen. Dan had hij het allang kunnen zeggen. De voorzitter zegt dat de heer Bosch interrumpeert op de PvdA en niet op DENK. Dat kan hij bij de inbreng van de PvdA doen.
35
40
De heer Bosch (UtrechtNu!) zegt dat hij dat nu gaat doen. Ongelijk investeren voor gelijke kansen wordt onder andere door de PvdA gepredikt. Nu DENK Overvecht op de agenda zet, is dat toch helemaal in lijn met dat beleid? De heer Usta (DENK) antwoordt dat dat klopt. Hij vindt dat de PvdA zaken aan het verdraaien is. De PvdA weet dat DENK geen slechte bedoelingen heeft, dat zij andere wijken niet willen uitsluiten Hij wil het afkaderen zodat concrete actiepunten kunnen worden geformuleerd. Het kan altijd nog breder worden getrokken. De voorzitter stelt vast dat de PvdA en een aantal andere partijen hier anders inzitten. Hij verzoekt om niet de hele tijd de PvdA te noemen terwijl het om de inbreng van DENK gaat.
45
Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft er moeite mee dat er wordt gesproken over dingen verdraaien. Het is de taak van raadsleden om gewoon te stemmen. Daardoor laat je zien wat je standpunt is in de raad. Daarvoor hoef je niet altijd onder een motie te staan. Is DENK het ermee eens dat het 6
belangrijk is dat een fractie zijn standpunt duidelijk maakt als het voorligt in de raad? En dat het vrij normaal is dat dan wordt verwezen naar eerdere moties? Dat is belangrijk voor het lokale debat. 5
De heer Usta (DENK) vindt het belachelijk dat DENK moet uitspreken dat zij daadwerkelijk menen dat we Overvecht willen helpen tot een betere plek. DENK heeft het nota bene geagendeerd, er een rib over georganiseerd en schriftelijke vragen ingediend. Hoe oprechter kan DENK nog zijn? Als zij een motie hebben gemist of een keer anders hebben gestemd, om wat voor reden dan ook, worden zij in twijfel getrokken terwijl ze juist proactief bezig zijn. De voorzitter geeft aan dat DENK meer steun heeft dan zij in hun reactie laten zien.
10
De heer Te Hoonte (VVD) maakt punt van orde. Hij laat weten dat zijn opmerkingen ter ondersteuning van DENK waren. Dat komt blijkbaar niet goed over. De voorzitter zegt dat een aantal interrupties juist was bedoeld ter ondersteuning van de agendering.
15
De heer Usta (DENK) geeft aan dat dat hem duidelijk was. Het gaat hem om de mensen die een uitspraak hebben gedaan richting DENK. Mevrouw Zwinkels (CDA) meldt dat zij DENK heeft gesteund in de agendering van dit debat. Zij twijfelt ook niet aan zijn oprechtheid. Zij vraagt hem wel mee te denken bij voorliggende voorstellen. Het is dan belangrijk om te laten weten of DENK die wel of niet steunt.
20
25
De heer Usta (DENK) zegt nogmaals dat zijn reactie niet bestemd is voor de mensen die met een goede intentie reageren. Als er moties of raadstukken voorliggen hoort elke partij voor of tegen te stemmen. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) maakt een punt van orde. Het gebeurt haar ook dat zij een onderwerp agendeert waarna men vraagt naar moties uit het verleden die wel of niet gesteund zijn. Volgens haar wordt de boodschap van dit debat uit zijn verband gerukt. Er is altijd wel een partij die vraagt wat er in het verleden gestemd is. Dat verziekt het debat. Als dit het niveau blijft voorziet zij het heel treurig. De voorzitter zegt dat dat onderdeel is van het debat. Hij verzoekt de heer Usta om verder te gaan met zijn inbreng,
30
35
40
45
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of DENK zich kan voorstellen dat, als het thema al zeven jaar intensief loopt, er met verwondering naar zo’n bijdrage wordt geluisterd. Natuurlijk mag dit worden geagendeerd, de PvdA is ook mee-agenderende partij. Maar begrijpt DENK dat dit enige verwondering oproept? De heer Usta (DENK) zegt dat hij net een heel verhaal heeft gehouden over hoe het zit. En dan krijgt hij dezelfde interruptie nogmaals. Hij vindt het vreemd dat dit wordt toegestaan, terwijl commissieleden die hem bijstaan in hun spreektijd worden beperkt. Toen in 2018 een soortgelijke motie over achterstallig onderhoud werd ingediend was de heer Usta er niet. Misschien waren zijn collega’s ziek of was er iets aan de hand, hij weet het niet. Het is wel tijd voor verandering. DENK staat achter oprechte moties waarbij mensen worden geholpen. Hij vervolgt zijn bijdrage. Aan de wethouder wordt gevraagd wat hij gaat doen om het vertrouwen van de Overvechters terug te winnen. Kan de wethouder toezeggen dat de gemeente periodiek en actief inspecties gaat uitvoeren om achterstallig onderhoud structureel aan te pakken? In de presentatie leest DENK dat het Besluit bouwwerken leefomgeving uit 1950 stamt en sindsdien ongewijzigd is. Niet alles dat aanvoelt als achterstallig onderhoud is daarom juridisch gezien een overtreding. Er kan dus niet altijd worden gehandhaafd.
Het is hoog tijd om de norm te herzien en een nieuw kader te ontwikkelen. Kan de wethouder toelichten wat het college hierin kan betekenen en de raad hierbij betrekken? Tot slot zijn er in het verleden diverse moties ingediend en aangenomen. Deze hebben in de praktijk nog onvoldoende effect. Is de wethouder bereid om een meldpunt te laten ontwikkelen waar bewoners rechtstreeks bij de gemeente terecht kunnen met meldingen over achterstallig onderhoud? 7
Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat in de rib naar voren kwam dat het goed is dat ook de gemeente hierin herkenbaar is. Er zijn echter al punten waar inwoners zich kunnen melden. Aan DENK wordt gevraagd of zij niet zouden willen pleiten voor het beter bekend maken van die meldpunten. 5
10
15
De heer Usta (DENK) vindt dat een goed idee. Hij heeft begrepen dat er geen concreet meldingspunt voor achterstallig onderhoud is. Er is wel een algemeen meldingspunt waar ook meldingen over achterstallig onderhoud gedaan kunnen worden. Het is goed om dat bekender te maken. Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat de verhuurder altijd de eerste plek is om klachten te melden. In het kader van Wet goed verhuurderschap heeft de gemeente wel een meldingspunt, en adverteert daar ook mee. Zou dat beter moeten? De heer Usta (DENK) zegt dat het in veel gevallen pas bij escalatie naar de gemeente gaat. Telefonisch een melding maken gebeurt niet heel makkelijk, door gebrekkig Nederlands of om andere redenen. Er wordt verwezen naar formulieren, een site of dergelijke, maar dat blijkt vaak een te grote drempel te zijn. Mensen houden dan op met het doen van meldingen. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of DENK dan een oproep aan de gemeente doet, of aan verhuurders om het doen van een melding makkelijker te maken. De heer Usta (DENK) antwoordt dat beiden aan zet zijn. Met de woningcorporaties die aanwezig zijn wil hij na het debat contact hebben om hiervoor samen een oplossing te bedenken.
20
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de meldingen zich vooral op sociale huurwoningen richten, op particuliere verhuurders of op eigenaren die onderverhuren. Heeft DENK daar een beeld bij? De heer Usta (DENK) antwoordt dat het sociale huurwoningen zijn. Het probleem is breder dan alleen achterstallig onderhoud, maar DENK beperkt zich tot achterstallig onderhoud.
25
30
De heer Van Straalen (CU) zegt dat de cijfers die tijdens de rib werden gepresenteerd lieten zien dat het merendeel van het aantal meldingen op particuliere verhuurders ziet. Vindt DENK dat dat ook meegenomen moet worden? De heer Usta (DENK) antwoordt dat de cijfers kunnen worden betwist. Hij heeft eerder aangegeven wat de redenen daarvoor kunnen zijn. Er kan inderdaad ook worden gekeken naar particuliere verhuur. Ook die horen aandacht te krijgen. Samen kan worden bekeken hoe de rol van de gemeente het meest optimaal kan worden ingezet. De heer Van Straalen (CU) geeft aan dat de CU bereid is mee te denken met de zoektocht naar het beter onder de aandacht brengen van het bestaande meldpunt en het verlagen van de drempels die er zijn.
35
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat men moet toetsen aan de normen die golden toen het gebouw werd gebouwd. De meldingen gaan vaak over het feit dat men een hoger kwaliteitsniveau verwacht dan gold in de jaren 50. Is het naast het verzoek om wat te doen aan achterstallig onderhoud ook het verzoek van DENK om te bezien of het kwaliteitsniveau van de woningen wat sneller kan worden opgekrikt, om dat als investering in de wijk te doen?
40
De heer Usta (DENK) probeert dat inderdaad voor te stellen. De standaarden zijn vandaag de dag inderdaad hoger. Er wordt bijvoorbeeld niet gehandhaafd op enkel glas waardoor het soms waait in de sociale huurwoningen.
45
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat de eisen wel zijn opgekrikt, maar woningen moeten worden getoetst aan de normen die golden in de bouwtijd. In de jaren 50 was er nog geen dubbel glas. Het verduurzamen en verbeteren van de woningen moet naar een hoger tempo. Aan DENK vraagt hij of we niet af moeten van het woordje ‘achterstallig’ en daarvoor in de plaats aangegeven dat het onderhoudsniveau van die woningen in Overvecht omhoog moet en beter moet aansluiten op deze tijd. 8
5
De heer Usta (DENK) vindt dat een goed punt. Bewoners van sociale huurwoningen in Overvecht hebben een brief ontvangen waarin stond dat er onderhoud zou komen aan de woningen. Dat is een keer of drie uitgesteld. Het is niet duidelijk waarom dat is gebeurd, maar daar moet wel wat mee gebeuren. Als het voorstel van de VVD inhoudt dat het onderhoud sneller gebeurt, dan staat DENK daar achter. De voorzitter geeft het woord aan EenUtrecht.
10
15
20
25
De heer Dijkstra (EenUtrecht) dankt DENK voor het agenderen van dit onderwerp. EenUtrecht focust niet op het melden, het is bekend dat dat gebrekkig is. EenUtrecht focust op het goede onderhoudsniveau. Het is tijd om dat met woningcorporaties te bespreken en een nieuwe ondergrens te bepalen. Aan de wethouder wordt gevraagd of het mogelijk is om dat goed af te spreken. Verder bemerkt EenUtrecht dat investeringen niet vaak naar onderhoud gaan, en soms bewust worden uitgesteld vanwege renovatie of aankomende nieuwbouw. Heeft de wethouder inderdaad de indruk dat de prioriteit voor het oplossen van deze problematiek bij woningcorporaties te weinig aandacht krijgt? De heer Van Straalen (CU) refereert aan de opmerking van EenUtrecht dat meldingen niet zo belangrijk zijn. Het is toch wel cruciaal om in beeld te krijgen waar de problematiek zit, zodat er actie op ondernomen kan worden? De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat het inderdaad goed is om dat beter te doen. Maar het is bekend waar de problematiek speelt. Als één iemand in een flat een melding doet, dan zal het ook bij andere flats gelden. Ook woningcorporaties weten goed waar achterstallig onderhoud aan de orde is. Nu moet naar oplossingen worden gekeken, zodat veel meldingen kunnen worden voorkomen. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat het niet alleen gaat om het in beeld hebben van de problematiek.
De gemeente kan niet handhaven zonder meldingen. Door het signaal te geven dat het doen van meldingen niet zo nodig is, kan de overheid zijn toezichtsrol niet pakken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat het niet via de route van boetes en ingrepen ligt. Er is een nieuwe ondergrens nodig. Dan kan worden afgedwongen dat er andere afwegingen over onderhoud worden gemaakt door woningcorporaties.
30
35
40
De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat het in de praktijk niet alleen in het juridische zit. Juist het signaal is belangrijk, dan kan de overheid ingrijpen en kan het verschil worden gemaakt. Door aan te geven dat het doen van meldingen niet persé nodig is wordt een bewoner op achterstand geplaatst. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft niet gezegd dat het doen van meldingen geen zin heeft, maar dat daar niet de focus op moet liggen. Bij particuliere verhuur is dat zeker belangrijk, maar het achterstallig onderhoud speelt ook in grote mate bij woningcorporaties. De wethouder heeft niet veel meldingen nodig om te weten dat het speelt, waar het speelt en wat er misschien moet gebeuren. Dat gesprek kan nu al plaatsvinden en dan wordt recht gedaan aan alle meldingen die al geweest zijn. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat EenUtrecht impliceert dat bekend is dat het onderhoud niet goed genoeg is. Los daarvan is het van groot belang dat de meldingen plaatsvinden. Door te zeggen dat het wel bekend is doe je mensen tekort. De heer Dijkstra (EenUtrecht) ontkent dat hij heeft gezegd dat melden niet zinvol is. De focus moet liggen op het vinden van een oplossing.
45
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of EenUtrecht het ermee eens is dat het proactiever moet. Inwoners durven het achterstallig onderhoud niet te melden. Moeten de klachten niet proactiever in kaart worden gebracht? De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat een woningcorporatie elk jaar hoort op te nemen wat de stand van zijn woningen is en in welke mate er achterstallig onderhoud is. Proactief ophalen 9
kan altijd. Hij blijft zeggen dat goed in beeld is hoe ernstig de situatie is. Nu moet men daarop handelen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de VVD. 5
10
15
20
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat Overvecht een wijk is met veel woningen waarvan een groot deel sociaal. Het is niet raar dat er meldingen over onderhoud in Overvecht zijn bij sociale huurwoningen. Het is wel slecht dat die meldingen niet worden opgelost. Uit de rib bleek dat er een verschil is tussen wat achterstallig is en wat gewoon onderhouden moet worden. De gemeente moet daarin de regie nemen. Vanwege de omgevingsvisie die over Overvecht heen geknald wordt is er onzekerheid over welke gebouwen blijven staan. Dat zal niet leiden tot investeringen door corporaties. Aan het college wordt gevraagd of er meer regie kan komen over welke complexen veel meldingen over achterstalligheid opleveren, of over een kwaliteitsniveau dat men niet meer accepteert. De heer Usta (DENK) hoort de VVD goede dingen zeggen, waar hij zich bij kan aansluiten. Misschien is er een onduidelijkheid over hoe achterstallig onderhoud wordt geïnterpreteerd. Aan de VVD vraagt hij of de gemeente een rol moet spelen in definiëren van achterstallig onderhoud. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het begrip wel helder. Er is wel een verschil in wat mensen ervaren als achterstallig onderhoud. Uit de rib bleek dat het ook kan zijn dat het kwaliteitsniveau waaraan de woning wordt getoetst anders is dan wat men verwacht. Dat is voor de bewoners naar, maar het is niet achterstallig.
Het kwaliteitsniveau van de woningen in Overvecht moet in zijn algemeenheid omhoog. Er zijn in Overvecht veel flats opgeknapt en er is in geïnvesteerd. Dat wil niet altijd zeggen dat de naastgelegen flat, waar sinds de jaren zestig niets aan is gedaan, nog aan de verwachtingen van mensen voldoet ook al wordt het netjes onderhouden.
25
De heer Usta (DENK) begrijpt dat verwachtingen op het gebied van kwaliteit anders kunnen liggen. Sommige dingen zijn duidelijk op te merken als achterstallig onderhoud, zoals schimmel en druppende kranen. Dat heeft niet met kwaliteitsniveau te maken, maar echt met achterstallig onderhoud.
30
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat eerst helder moet zijn wie verantwoordelijk is voor dat onderhoud. Moet de huurder zelf de druppende kraan oplossen of doet de corporatie dat voor de huurder? Schimmel is een veelkoppig monster. Er is zelfs in Wonderwoods schimmel geconstateerd, maar daar kan geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Daarvoor is tegenwoordig een schimmelexpert. Dit is een van de onderwerpen waar altijd actie op moet zitten. Daar heeft de PvdA de laatste jaren veel aandacht voor gevraagd.
35
40
45
De heer Usta (DENK) hoort dat het jaren kan duren voordat schimmelproblemen zijn opgelost. In die jaren leiden mensen gezondheidsproblemen. Er moeten afspraken worden gemaakt zodat het per direct wordt aangepakt. Is de VVD het daarmee eens? De heer Te Hoonte (VVD) is het daarmee eens, en stelt de vraag hoe schadelijk schimmel is voor de gezondheid. Als het zo schadelijk is dat de woning niet meer bewoonbaar is, dan moet de gemeente daarop acteren. Maar in deze schaarse woningmarkt is er niet zomaar een andere woning beschikbaar. De mensen die daarbij betrokken zijn maken zorgvuldig de afweging of de woning wordt gesloten, en een gezin misschien op straat wordt gezet, of iets anders doen. Het tempo moet daarin hoog liggen en mensen moeten weten of ze bij de gemeente moeten zijn of bij de corporatie. Hij vervolgt zijn betoog. Aan het college vraagt hij of er wat gedaan kan worden aan het helder maken waarvoor mensen bij de gemeente moeten zijn en waarvoor bij de corporatie. Dan worden mensen altijd naar het goede loket geleid en zijn zij nooit op de verkeerde plek. De heer Van der Zweth (PvdA) deelt die vraag. Deelt de VVD de verbazing dat het zulke hokjes zijn geworden: een melding bij de corporatie is geen melding bij de gemeente, en een melding bij de huurcommissie is geen melding bij de gemeente.
Deelt de VVD dat hierover verwarring ontstaat, en zou er niet meer synergie moeten worden gevonden?
10
5
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat de gemeente geen bestuurder van een corporatie of toezichthouder is. De huurder moet het in eerste instantie melden bij zijn corporatie. Als de huurder een toezichthouder nodig heeft is de gemeente aan zet. Aan het college vraagt hij of in de prestatieafspraken nadrukkelijker aandacht kan worden gegeven aan hoe met meldingen wordt omgegaan. De voorzitter geeft het woord aan CU.
10
15
20
De heer Van Straalen (CU) zegt dat vaak wordt gesproken over het vergroten van de leefbaarheid in Overvecht. Cruciaal daarbij is aandacht voor onderhoud, want achterstallig onderhoud heeft direct invloed op het welzijn van de bewoners en de uitstraling van de wijk. Het is goed dat ook de corporaties hier volop mee bezig zijn. En toch zijn er nog bewoners die te maken hebben met achterstallig onderhoud. Het aantal meldingen bij de gemeente ligt laag, terwijl er volop is ingezet op het verlagen van de drempel en campagne is gevoerd om het aantal meldingen te verhogen. In hoeverre denkt de wethouder dat de bekendheid van het meldpunt, en misschien de taalbarrière, hierin een rol speelt? Welke mogelijkheden zijn er om de campagne een volgende keer ook in andere talen te doen? Verder werd aangegeven dat de gemeente vaak niet kan handhaven omdat de geldende wet- en regelgeving uit 1950 komt. CU sluit zich aan bij de VVD om te kijken of er strengere eisen in de prestatieafspraken kunnen worden opgenomen. Kunnen op een andere plek eisen worden gesteld aan particuliere verhuurders? Het gros van de meldingen heeft daar namelijk betrekking op.
25
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat de informatievoorziening en voorlichting met betrekking tot loketten voor meldingen van achterstallig onderhoud best aardig is. Huurders van sociale huurwoningen worden best aardig door corporaties geïnformeerd over achterstallig onderhoud. Dat verklaart deels dat er weinig meldingen bij de gemeente binnenkomen. Dat verklaart ook dat er meer klachten over particuliere verhuurders worden gemeld. Hoe dan de CU toch tot deze slotsom komen?
30
De heer Van Straalen (CU) antwoordt dat er volop is ingezet om de bekendheid van het meldpunt te vergroten. Toch blijft het aantal meldingen nog achter. Dat er geen meldingen worden gedaan betekent niet dat de problematiek er niet is. Daarom is het goed om in te zetten op een betere vindbaarheid van het meldpunt voor iedereen, dus zowel voor sociale huurders als voor particuliere huurders.. De heer Usta (DENK) zegt dat veel mensen zich er niet bewust van zijn dat de kwaliteit van een aantal woningen onder de standaard is. Daardoor doen ze soms geen melding. Moet er niet actief worden bekeken wat de nieuwe kwaliteitseisen, de nieuwe standaarden zijn waaraan moet worden voldaan, en dat actief aanpakken in plaats van af te wachten?
35
40
45
50
De heer Van Straalen (CU) denkt dat eisen en normen moeten worden opgenomen in wet- en regelgeving of in de prestatieafspraken. Verder moet worden bekeken hoe mensen wel een melding kunnen doen als er sprake is van achterstallig onderhoud. Stap één is om dat te melden bij de verhuurder. Als die het niet oplost kan men naar de gemeente stappen. De heer Usta (DENK) zegt dat dat al gebeurt. Er moet nu worden bekeken hoe de mensen die onbewust lijden geholpen kunnen worden. Dat zijn bijvoorbeeld mensen die hun verwarming hoger moeten zetten of met schimmel moeten leven. We hoeven niet te wachten tot die mensen een melding doen. Moet daar geen verandering in plaatsvinden en actief worden gehandhaafd? De heer Van Straalen (CU) deelt met DENK dat het beter kan. Hij heeft dan ook vragen gesteld over het beter bekend maken van het meldpunt. Het begint met het doen van een melding. Pas dan kan er worden opgetreden. Hij vervolgt met zijn betoog. De gemeente werkt veel samen met het huurteam. Zij gaven aan binnen vijf dagen op meldingen te reageren, maar in de praktijk volgt een reactie soms veel later of helemaal niet. Aan de wethouder wordt gevraagd of de gemeente daar op toeziet of het huurteam kan ondersteunen als zij het aantal meldingen niet kunnen bijhouden. De voorzitter geeft woord aan het CDA. 11
5
10
Mevrouw Zwinkels (CDA) verwijst naar de mail van een inwoner over het verlies van vertrouwen in de gemeentelijke instanties. Er werd een koppeling naar de openbare ruimte gemaakt: het is verkeersonveilig, er is sprake van kapot asfalt waardoor de stoep minder toegankelijk is, ondergrondse afvalcontainers hebben veel bijplaatsingen, zebrapaden ontbreken et cetera. Er wordt nieuwe nachtcultuur toegevoegd aan Overvecht, waarvan Overvechters zich afvragen voor wie dat is bedoeld. En dan komt er ook nog een nieuwe omgevingsvisie bij. Achterstallig onderhoud is op allerlei plekken in de wijk te zien. Het is triest om dat terug te horen. De meldingsbereidheid moet omhoog. Mensen moeten het vertrouwen hebben dat als zij iets melden, dat er ook iets aan wordt gedaan. Dorlooptijden en bureaucratie moeten worden verminderd. Het lijkt erop dat het echt een probleem van Overvecht is dat mensen minder snel bereid zijn om meldingen te doen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Sterrenwijk. Tenslotte merkt zij op dat het bij cijfers altijd lastig is om te bepalen wat de juiste weergave van de werkelijkheid is. De heer Usta (DENK) vraagt wat het CDA concreet voorstelt.
15
20
Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat het CDA de verrommeling van de openbare ruimte wil tegengaan. Als het er op straat goed uitziet zien mensen dat er wordt geïnvesteerd in hun wijk. Er zijn programma’s als Samen voor Overvecht. Er werd al gesuggereerd om dat te stoppen in verduurzamen en het goed onderhoud van woningen. Daardoor zien mensen tastbaar resultaat. Dat soort oproepen deelt het CDA van harte. Verder wil het CDA inzetten op samenwerking met de woningcorporaties. Ieder moet daarin zijn rol pakken. Laten we niet allemaal naar de gemeente kijken maar het samenspel opzoeken tussen wat inwoners zelf kunnen doen, de woningcorporatie et cetera. De heer Usta (DENK) steunt de oproep om de openbare ruimte te verbeteren. Hij kan zich niet voorstellen dat de wethouder geen goede contacten heeft met de woningcorporaties, en het doen van meldingen is al mogelijk. DENK is benieuwd naar een concreet voorstel van het CDA.
25
Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt voor om te zorgen voor nabijheid. De gemeente en de woningcorporatie moeten zichtbaar aanwezig zijn in de wijk. Het wijkbureau moet langer open zijn, ook buiten werktijden. Er moet een vast aanspreekpunt voor wijkbewoners zijn, met een directe lijn met de gemeente als ze merken dat er niets wordt gedaan met een melding. Daar wil het CDA op inzetten.
30
De voorzitter geeft het woord aan Volt.
35
Mevrouw Passier (Volt) zegt dat het achterstallig onderhoud in Overvecht belangrijk is. Het raakt direct aan de leefbaarheid van de wijk, en woningen zijn erg belangrijk voor de kwaliteit van leven van mensen. Volt sluit zich aan bij vragen van CU over de bekendheid van het meldpunt. Het viel Volt tijdens de rib op dat de communicatie tussen corporaties en huurders een verbeterslag nodig heeft. Ook de Klachtencommissie Woningcorporatie Regio Utrecht geeft dat aan. Meldingen worden wel opgepakt maar vervolgens is er radiostilte richting bewoners. Aan de wethouder wordt gevraagd of hij dat wil bespreken met de corporaties. Verder deelt Volt de analyse van de VVD dat de standaard van woningen tegenwoordig anders is dan toen er werd gebouwd. Het is dus goed dat die verouderde woningen versneld worden gerenoveerd.
40
De voorzitter geeft het woord aan de PvdA.
45
De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat slecht onderhoud voor ongezonde leefsituaties voor huurders zorgt. Daarbij valt te denken aan schimmel, maar ook aan onmenselijke woonsituaties. Het is een urgent probleem, en daarom heeft raad er in deze en voorgaande periodes veel over gesproken. Dit debat wordt aangegrepen om daarop voort te bouwen. In 2023 zijn er door de PvdA, samen met D66, schriftelijke vragen gesteld. Toen bleek al dat het best moeilijk is om handhavend te kunnen optreden. Dat mag niet zomaar. Dat komt omdat de wetgeving uit 1950 komt, en dus vijfenzeventig jaar oud is. De PvdA vraagt de wethouder om een lobby te starten voor actualisering van die wet.
50
Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat op de een of andere manier elk debat in de gemeente Utrecht uitdraait op een lobby richting het Rijk. Zij vindt het knap dat dat ook lukt als het gaat om achterstallig onderhoud bij woningen in Overvecht. Zij roept de PvdA op om ook te kijken naar wat 12
er lokaal kan worden gedaan. Er zijn keuzes te maken over waar het geld aan wordt besteed, hoe er wordt samengewerkt met de woningcorporaties. Daar zouden we elkaar op moeten bevragen in plaats van meteen naar het Rijk te wijzen. 5
10
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat de PvdA daar veel over heeft voorgesteld, en dat er inmiddels veel in de praktijk is gebracht. De schimmelexpert was een voorstel van de PvdA en die is er nu. Dat er meer handhavend opgetreden moet worden komt uit de schriftelijke vragen van de PvdA. Dat laat onverlet dat er wetgeving is uit 1950 waar VTH vaak niets mee kan. In dit geval draait het dus wel om lobby. De wetgeving is ingehaald door de tijd. Mevrouw Passier (Volt) zegt regelmatig wordt aangegeven dat voor lobby geen geld is. Er zijn in deze raad gelukkig ook partijen die landelijk actief zijn. Zij stelt voor om samen te bekijken wat zij landelijk anders zouden willen zien om vervolgens contact op te nemen met de landelijke vertegenwoordiging. De heer Van der Zweth (PvdA) geeft Volt hierin gelijk. Hij heeft daar meer vertrouwen in dan in de club die nu landelijk aan het roer zit.
15
De heer Usta (DENK) hoort dat de PvdA ongeveer hetzelfde zegt als DENK. Hij gaat ervan uit dat zij er hetzelfde in staan. Hij vraagt zich wel af waarom de PvdA niet onder motie 160 uit 2018 staat, die over achterstallig onderhoud ging. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat dit zeven jaar geleden was. Sindsdien zijn er vele moties aangenomen, waaronder recent over Overvecht specifiek, over achterstallig onderhoud.
20
De voorzitter stelt voor om dat debat niet nogmaals te voeren. Het debat ging over de lobby bij het Rijk. De heer Usta (DENK) zegt dat bij zijn inbreng wel steeds moties uit het verleden werden aangehaald. Hij vraagt opnieuw waarom PvdA niet onder die motie uit 2018 stond. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat hij vorige maand niet echt het verleden vindt.
25
De heer Usta (DENK) concludeert dat PvdA dingen roept waar ze zichzelf schuldig aan maken. Dat vindt hij jammer. De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat hij het heeft over een motie van eind februari dit jaar. Dat is relevant. Wat hier wordt gezegd doet er toe, maar wat er wordt gestemd doet er nog meer toe.
30
35
40
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt hoe de PvdA aankijkt tegen het Herderplein. In de drie jaar dat de PvdA in het college zit is er niets gebeurd. In de beantwoording staat dat de schimmelexpert er niet is geweest, omdat niet bekend was dat het zo erg was bij het Herderplein. Hoe kan dat? De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat het Herderplein niet in Overvecht ligt. Het Herderplein speelt al 15 of 20 jaar, het is niet normaal. Enkele weken geleden is hij er nog geweest met een Syrisch gezin dat een noodwoning moest krijgen. Het behang en stukken muur kwamen letterlijk naar beneden. Daarvan krijgt hij een knoop in zijn maag. Het punt van Utrecht Solidair is terecht. De schimmelexpert kon niet worden ingezet omdat de meldingen niet bij de gemeente werden gedaan. Dit is wat er gebeurt als de meldingsbereidheid er wel is maar bij het verkeerde loket komt en de gemeente niet kan handhaven. Dat is precies waarom de wet van 1950 niet voldoet. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de PvdA zich erin kan vinden dat de bewoners er niets aan hebben als wordt gezegd dat er zes moties zijn ingediend. Het gaat om de daden.
45
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat het dankzij die daden is dat de schimmelexpert langskomt. De PvdA vraagt daar, vaak met GroenLinks en UtrechtNu!, vaak aandacht voor. Natuurlijk doet het resultaat ertoe, en voor het Herderplein is dat er nog niet. Dat duurt te lang. 13
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de PvdA zich ervan bewust is dat er in de drie jaar met een PvdA-wethouder op wonen heel weinig concreet is gebeurd.
5
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat onzin. Hij noemt de opkoopbescherming, de leegstandsverordening, de corporaties zijn aan zet, alle nieuwbouw heeft 40% sociaal, er is meer doorstroming, er is een schimmelexpert. Er gebeurt ontzettend veel. Mevrouw Passier (Volt) maakt een punt van orde. Zij constateert dat er flink wordt uitgelopen. Zij heeft vanmiddag andere afspraken. Zij wil dit onderwerp afronden en ook tijd hebben voor het initiatiefvoorstel. De voorzitter hoopt dat ook en wil daar samen zijn best voor doen.
10
15
Mevrouw Zwinkels (CDA) maakt een punt van orde. Zij vraagt om een richttijd waarop de commissie kan worden afgerond. De voorzitter antwoordt dat dat aan de commissie ligt. Het plan was om om 13:00 uur klaar te zijn, maar dat wordt waarschijnlijk niet gehaald. Hij stelt voor om dit debat snel af te ronden en dan door te gaan met het initiatiefvoorstel. Dat gaat niet lukken voor de lunch. Ook vanmiddag zal dus nog tijd nodig zijn. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt zich af waarom er zo lang nodig is voor het debat, aangezien de PvdA meeagenderende partij is. Voor wat betreft de landelijke politiek heeft de PvdA blijkbaar de handdoek in de ring gegooid om ooit nog een volkshuisvestelijke minister te leveren..
20
25
30
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat schimmel inderdaad van alle tijd is. Dat kan op verschillende manieren worden aangepakt. Eén van de manieren is handhaven en bestuurlijke boetes opleggen. Daarvoor heeft Stadsbelang Utrecht in 2015 een motie ingediend, die door geen enkele partij werd gesteund. Het is oneerlijk om de PvdA daar nu verwijten over te maken. In 2018 heeft Stadsbelang Utrecht opnieuw een motie ingediend. Een jaar geleden heeft hij de wethouder gevraagd wat daar van terecht is gekomen. Het antwoord bleef schuldig. Waarom heeft de PvdA al die jaren weggekeken en zijn ze pas recent gekomen met een copy-paste of verdraaiing van de motie van Stadsbelang Utrecht uit 2018? De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat de PvdA nooit wat zal copy-pasten van Stadsbelang Utrecht. Zij gaan nu tien jaar terug in de tijd. De PvdA heeft het over voorstellen van afgelopen periode, over grote onderwerpen als de omgevingsvisie en prestatieafspraken. Dat is een logisch debat. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) herhaalt zijn vraag waarom de PvdA heeft weggekeken in die tien jaar, en ook na die motie uit 2018 met betrekking tot het aanschrijven van woningcorporaties. Het college heeft die motie overgenomen maar ook nu nog zien we dat de corporaties niet worden aangeschreven.
35
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat zij niet wegkijken. Zij hebben het in heel veel debatten hierover gehad. Hij heeft geen flauw idee van de motie waar Stadsbelang Utrecht het over heeft, maar hij kan met grote zekerheid zeggen dat zij nog nooit wat van Stadsbelang Utrecht hebben gekopieerd.
40
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt waarom de PvdA nu gaat ‘showbowen’ met een motie met dezelfde lading als in 2018 en 2015.
45
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat dat niet klopt. De motie ‘Achterstallig onderhoud mag niet lonen’ gaat niet over corporaties alleen. Het gaat over de handhaving van VTH, over de wetgeving uit 1950. Het is gewoon iets anders. Hij vervolgt zijn betoog. De wetgeving van 75 jaar oud is inmiddels achterhaald geraakt. Hij wil niet een groot lobbydebat beginnen, en had niet het idee dat hij een groot politiek punt maakte. VTH zegt dat ze vaak niet uit de voeten kunnen met die wet. De PvdA stelt voor om dat signaal landelijk af te geven. Verder refereert hij aan de schriftelijke vragen die zij hebben gesteld. Daarop kwam de motie ‘Achterstallig onderhoud mag niet lonen’. Daar is een update over ontvangen. Er 14
5
gebeurt steeds meer, maar binnen de perken van wat kan. Daarop moet worden voortgeborduurd. Aan de wethouder wordt gevraagd of er binnenkort weer een update op kan komen, bijvoorbeeld jaarlijks of in een andere rapportage. Ook verwijst de PvdA naar de omgevingsvisie voor Overvecht, waarin verwaarlozing van panden wordt voorkomen. Hij stelt voor om dat mee te nemen in die update. De heer Usta (DENK) hoort dat de PvdA al heel lang wist dat schimmelwoningen een probleem zijn, ook in Overvecht. Waarom hebben zij hun schriftelijke vragen alleen gericht op het Herderplein, en niet op heel de stad?
10
De voorzitter geeft aan dat het debat steeds tussen DENK en de PvdA gaat, waarbij telkens dezelfde interrupties worden gedaan. De heer Usta (DENK) maakt een punt van orde. Dezelfde vragen zijn aan hem gesteld, en toen mocht het wel. Hij stelt dezelfde vraag terug.
15
De voorzitter zegt dat DENK zijn reactie daarop al heeft gegeven. Aan het begin van het debat is daar al een half uur bij stil gestaan. Als van elke motie wordt nagegaan wie die wel of niet heeft gesteund loopt de vergadering door tot in de avond. De heer Usta (DENK) vindt het dubbel. Hij stelt dezelfde vragen die aan hem zijn gesteld nu aan een andere partij. De voorzitter wil dat debat niet overdoen.
20
Mevrouw Van der Wilt (D66) meent dat PvdA en DENK het in grote lijnen met elkaar eens zijn. Er ontstaat nu een debat dat voor de aanwezige Overvechters niet waardevol is. Bovendien hebben een paar commissieleden aangegeven na de pauze weg te gaan. Zij verzoekt om of gefocust door te gaan of te schorsen. De voorzitter wil het debat afronden.
25
De heer Te Hoonte (VVD) maakt een punt van orde. Het begin van het debat ging over een aantal moties en waarom sommige partijen daar niet onder stonden. Daarover ontstaan irritaties over en weer. Als men elkaar in debatten zo de maat gaan neemt, dan zal het escaleren. Dat begon in het begin van het debat en niet nu bij de interruptie van DENK. De voorzitter zegt dat dat ook niet zijn suggestie is. Hij wil voorkomen dat iedere motie terugkomt. Het gaat om de inhoud van het debat. Daarover verschillen de fracties niet zoveel van mening.
30
De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat hij juist het punt wilde maken dat het geen nieuw onderwerp is, omdat er in deze periode al veel over is gesproken. De heer Te Hoonte (VVD) maakt een punt van orde. De voorzitter heeft aangegeven dat er moet worden gestopt met het meten van moties, maar vervolgens doet de PvdA dat toch.
35
40
45
De voorzitter verzoekt de commissie op de inhoud verder te gaan. Als dat niet lukt zal hij de vergadering schorsen. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat hij een update van de motie ‘Achterstallig onderhoud mag niet lonen’ wil. Kan de wethouder daarin de motie meenemen die de PvdA bij de omgevingsvisie Overvecht heeft ingediend, evenals de motie over de verhuurvergunning die is aangenomen. Daardoor kan een onderhoudsplan worden geëist bij de verhuurders waarmee een nieuw middel is gecreëerd om daarop te sturen. Tenslotte gaat de PvdA in op het doen van meldingen. Zij zijn het met de VVD eens dat dat eerst bij de corporatie moet worden gedaan, waarna kan worden geëscaleerd als dat nodig is. Een melding bij de huurcommissie is nu geen melding bij de gemeente. Een bewoner kan denken dat hij heeft geëscaleerd, hoewel de gemeente dan van niks weet. De gemeente kan dan ook niks. Kan de wethouder met de huurcommissie kijken of een melding bij de gemeente of bij de huurcommissie één wordt? Dan 15
kan er op worden gehandhaafd. Als laatste zegt de heer Van der Zweth dat de motie van Stadsbelang Utrecht is ingetrokken. Daar kon men dus niet voor of tegen stemmen.
5
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat het gebruikelijk is dat als een motie wordt overgenomen, dat de motie dan wordt ingetrokken. Wat de heer Van der Zweth zegt is dus totale kolder. Verder vraagt hij naar de huurdersvergunning in relatie tot handhaving. Daar kan de gemeente niets mee. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat het twee dingen zijn. Het gesprek is samen met de corporaties. De verhuurvergunning is voor alle andere verhuurders in Utrecht.
10
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat dat niet waar is. De verhuurdersvergunning wordt beperkt ingevoerd in een paar straten en niet in heel Utrecht. Het is een kruimeltje. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat het klopt dat dat nu voor één wijk wordt voorgesteld. De PvdA hoopt dat het gaat uitbreiden. De voorzitter geeft het woord aan UtrechtNu!
15
20
25
De heer Bosch (UtrechtNu!) is het over het algemeen eens met DENK. Het is belangrijk om dit op de kaart te zetten. Op wat het CDA zei kan UtrechtNu! ook bij aansluiten: de rest van de wijk mag ook wat meer aandacht krijgen. Ook de VVD heeft dingen gezegd die UtrechtNu! kan volgen. De PvdA heeft zich hier jaren lang voor ingezet. De heer Van der Zweth heeft zelfs een tijdje in een beschimmelde caravan gewoond. GroenLinks/PvdA heeft motie 85 ingediend. UtrechtNu! heeft daar tegen gestemd. De motie ging over het slopen van grote delen van Overvecht en het volbouwen van Overvecht met enorme hoeveelheden woningen. Daarop voortbordurend is te zien dat de partijen die daar tegen hebben gestemd dezelfde partijen zijn die zich heel druk maken over schimmelwoningen. Een motie heeft een bepaalde inhoud. Daarom wordt soms voor en soms tegen gestemd. De heer Usta (DENK) erkent wat UtrechtNu! zegt over het niet steunen van bepaalde moties. Sommige titels kunnen bedrieglijk zijn. Is UtrechtNu! het ermee eens dat het niet steunen van een motie niet betekent dat je tegen een motie bent. De heer Bosch (UtrechtNu!) is het daarmee eens. De voorzitter informeert of er niet-agenderende fracties zijn die een bijdrage willen leveren. Hij geeft vervolgens het woord aan Utrecht Solidair.
30
35
40
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt de wethouder om te kijken naar de verwaarlozing vanuit de gemeente in Overvecht. Het valt op dat het groen is verwaarloosd en het vuil blijft liggen. Er gaan extra miljoenen naar Overvecht. Kunnen die miljoenen ook echt worden ingezet voor de wijk? De gemeente moet het goede voorbeeld geven. Het verlengen van de openingsuren van het wijkbureau lijkt Utrecht Solidair ook goed. Er zijn 620 zienswijzen ontvangen op de omgevingsvisie Overvecht. Die gingen vooral over woningbouw. Het college praat erg veel over woningbouw maar er is erg slecht gebouwd in de afgelopen drie jaren. De Ivoordreef ligt nog braak, de tijdelijke woningen komen maar niet van de grond. Er zijn veel uitzonderingen op de bescherming tegen de verkoop van woningen. Er kunnen nog steeds woningen worden gekocht door iemand die daar zijn kind in zet, want dan mag het wel. Die goedkopere huizen, die juist voor de mensen zijn met een kleine portemonnee, gaan weer naar beleggers. De voorzitter wijst erop dat dit debat over schimmel en achterstallig onderhoud in Overvecht gaat. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) laat het enorm slechte woningbeleid van de afgelopen drie jaar buiten de discussie. Zij laat het bij haar eerste vraag.
45
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat de bijzondere woningen die worden verkocht door woningcorporaties exoten worden genoemd. Dat zijn woningen met tienduizenden euro’s aan achterstallig onderhoud. Is dat waar Utrecht Solidair op doelt? 16
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) bevestigt dat. Zij vindt dat een groot schandaal. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de oorzaak dan ook niet op tafel moet komen, waarom er zoveel exoten zijn en waarom er zoveel achterstallig onderhoud is bij een deel van de voorraad van corporaties. 5
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vindt dat daar een diepgaand onderzoek naar mag worden gedaan. Na 2012 werd de verhuurdersheffing ingevoerd. Er zijn enorme winsten gemaakt die zijn niet in onderhoud zijn gestoken, want anders waren er nu niet zoveel exoten. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of Utrecht Solidair wil dat het college de toezegging doet om te onderzoeken waar het achterstallig onderhoud van huurwoningen vandaan komt.
10
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) antwoordt dat zij die oproep graag wil doen. Er is veel geld verdiend door corporaties, maar er is geen euro aan onderhoud besteed. Daar moet zeker een onderzoek naar komen. De voorzitter geeft het woord aan de Partij voor de Dieren.
15
20
Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) stelt vast dat alle partijen hetzelfde willen, namelijk dat het achterstallig onderhoud wordt opgelost. Het onderwerp is niet nieuw. De doorlopende aandacht en de agendering van DENK zijn alleen maar goed om er bovenop te blijven zitten. Zij noemt twee concrete verbeterpunten: beter communiceren naar bewoners inclusief het terugwinnen van het vertrouwen dat het de moeite waard is om een melding te doen en dat het bij het goede loket komt, en dat de onderhoudsnormen omhoog gaan. Dat gaat ook over verduurzaming, en dat zou moeten worden vastgelegd in de prestatieafspraken. Dat is ook de toezegging waarover vorig jaar al een update zou worden gegeven en waar de Partij voor de Dieren in het begin van de vergadering naar vroeg. De voorzitter geeft het woord aan D66.
25
Mevrouw Van der Wilt (D66) sluit zich aan bij het betoog van de Partij voor de Dieren op het eerste stuk. Inhoudelijk sluit zij verder aan bij de vragen van de VVD en van de PvdA. De voorzitter geeft het woord aan Stadsbelang Utrecht.
30
35
40
45
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat achterstallig onderhoud al lang speelt, en een van de redenen is dat de Woningwet uiteindelijk op tafel is gelegd. Kijkend naar de laatste decennia constateert Stadsbelang Utrecht dat onder invloed van de verhuurdersheffing en de vennootschapsbelasting heel veel corporaties met sociaal bezit het onderhoud vooruit hebben geschoven omdat ze daar geen geld voor hadden. Het is regelmatig gememoreerd dat ze niet konden investeren omdat de verhuurdersheffing en de vennootschapsbelasting zoveel pijn deden. Nu worden zij geconfronteerd met bewoners die te maken hebben met achterstallig onderhoud en die daaronder lijden. Stadsbelang Utrecht roept op om in deze discussie te kijken naar verantwoordelijkheden. De gemeente is bezig met het bezit van een ander. Particuliere huurders hebben geen samenwerkingsafspraken met gemeenten. Het is logisch dat een melding dan bij de gemeente binnenkomt. Bij corporaties heb je ook te maken met eigenaren. Zij hebben een pot met geld mee gekregen in het verleden, de panden in bezit gekregen en zij moeten daar hun verantwoordelijkheid in nemen. Als ze dat niet doen dan moet dat worden afgedwongen in de vorm van afspraken. Die afspraken zijn gemaakt in landelijke, regionale en lokale prestatieakkoorden. Corporaties investeren ontzettend veel geld in hun voorraad. Dat mag ook wel eens worden gezegd.