2023.09.07 Conceptverslag commissie EDVW
Tekst van het document
5
10
15
De heer Peters (D66) stelt dat het belangrijk is om over informatie te beschikken en meldt dat er monitoringssystemen bestaan in de stad. Mogelijk dat deze daarin een rol kunnen spelen. Vervolgens wordt er aangegeven dat veel inwoners niet op de hoogte zijn van noodzakelijk vergunningen. Dit kan tot geschillen met buren leiden. Hoe kijkt de wethouder naar deze ontwikkeling en welke stappen kunnen hiertegen worden genomen. Er wordt gewezen op de plicht van de gemeente met betrekking tot voorlichting. De gemeente dient burgers actief te informeren. Gevraagd wordt welke initiatieven hiervoor worden ontwikkeld. Er wordt gerefereerd aan “Jouw Huis Slimmer”, maar informatie is volgens de fractie te beperkt. Een overig punt van zorg is het bestemmingsplan. Met versoepeling kan innovatie gestimuleerd worden. Verder wordt aan de wethouder gevraagd of er informatie kan worden verschaft over de beste plekken voor een warmtepomp om met name geluidsoverlast te beperken. Ten aanzien van overlast wordt gesteld dat de gemeente nog niet handhaaft. Gelet op het toenemend aantal warmtepompen is dit een potentieel probleem. De vraag is of het college deze zorg deelt. De heer Vintges (VVD) merkt op dat het voor inwoners vaak lastig is een warmtepomp te plaatsen. Onlangs kwam naar voren dat de nodige warmtepompen op basis van RO-wetgeving niet geplaatst hadden mogen worden.
Bestaande regelgeving zit hiervoor in de weg. De vraag aan het college is om dit in het omgevingsplan op te lossen. Verder wordt gevraagd wat er nog gedaan kan worden aan het makkelijker maken van het plaatsen van warmtepompen.
20 Mevrouw Alblas (ChristenUnie) sluit aan bij de vraag van D66 over informatie voor benodigde vergunningen en voorlichting over de beste installatieplaatsen. Dit om overlastklachten zo veel mogelijk te voorkomen. 25
Mevrouw Smit (Volt) is benieuwd naar wat de gemeente naast de plannen voor collectieve warmte op buurtniveau kan doen met bijvoorbeeld subsidies op warmtepompen. Verder wordt de wethouder gevraagd of er gelet op de gevallen van overlast op een andere manier gehandhaafd gaat worden.
30
De heer Usta (Denk) wijst op een lange behandeltijd voor de aanvraag van een vergunning. Dit loopt uiteen van weken tot maanden. Soms gaat het dan om een beschermd aangezicht van een pand.
35
De heer Peters (D66) vraagt in een interruptie of de fractie van Denk dan ook benieuwd is hoe het proces van de vergunningen versneld kan worden voor panden met een beschermd stadsgezicht. De heer Usta (Denk) is hier inderdaad ook benieuwd naar. De verplichte afstand tot de erfgrens van 3 meter vormt vaak een probleem. De hiervoor vereiste behuizing is kostbaar. Goede voorlichting hierover is belangrijk.
40 Mevrouw Oudejans (Student & Starter) wijst de voorzitter op de verkeerde tijdsregistratie.
45
De heer Usta (Denk) vervolgt zijn betoog voor goede voorlichting. Ook met oog op de verplichting in 2026 en het feit dat er subsidies zijn. Verder merkt hij op dat er met name in de winter gedacht wordt aan een warmtepomp. Met betere communicatie kan aan een meer geleidelijke spreiding van de plaatsing van de warmtepompen worden gewerkt.
Pagina 33 van 36
De voorzitter geeft na de inbreng van de fracties het woord aan het college.
5
10
15
20
25
Wethouder Van Hooijdonk stelt dat uit cijfers van de RVO, voor wat betreft subsidietoekenningen, er de laatste jaren circa 1.000 warmtepompen zijn geplaatst. De meeste mensen vragen overigens de subsidie aan. Hiertegenover staan 14 vergunningaanvragen. Hieruit kan niet worden opgemaakt dat de vergunningen een obstakel vormen en de verduurzaming vertragen. De heer Peters (D66) meent dat op basis van deze gegevens er mogelijk warmtepompen zijn geplaatst die vergunningsplichtig zijn. Dit kan in overlast situaties leiden tot geschillen en extra kosten. Wethouder Van Hooijdonk onderschrijft dat dit het geval kan zijn, maar is niet van mening dat dit in de gemeente Utrecht tot substantieel grotere problemen leidt dan elders In het land. Hoeveel warmtepompen er vergunningsplichtig zijn, is momenteel niet bekend. De gemeente Utrecht heeft nu voor de vergunningen geen aanvullende eisen ten opzichte van het landelijke beleid. Gelet op de nieuwe Omgevingswet ligt het nu nog tussentijds aanpassen van de regels niet voor de hand. Wel is het belangrijk om er nog beter over te gaan communiceren. Ook de wethouder onderkent dat het ingewikkelde materie is. De regels zijn overigens landelijk opgesteld en de gemeente dient zich hieraan te conformeren. In de nieuwe Omgevingswet worden de regels voor het plaatsen van warmtepompen verruimd.
De vraag is of de Omgevingswet aan gemeenten nog ruimte biedt om zelf regels te bepalen. Over de regeling onder de nieuwe Omgevingswet zal voor de raad een voorstel worden gemaakt. Uiteraard wordt ook overlast hierin meegenomen. Naar verwachting zal dit voorstel In het tweede kwartaal van volgend jaar aan de raad voorgelegd kunnen worden. De heer Usta (Denk) Vraagt of er in dit voorstel ook gekeken kan worden naar de behandeltijd van een vergunningaanvraag.
30
Wethouder Van Hooijdonk zal dit meenemen, maar refereert aan het tot nu toe zeer geringe aantal aanvragen voor vergunningen. Het doel is een maximale doorlooptijd van 8 weken. In de wet kwaliteitsborging bouw en de Omgevingswet zullen een aantal zaken gaan veranderen. Waarschijnlijk heeft dit gevolgen voor de aanvraag van een vergunning.
35
De heer Peters (D66) geeft aan dat overlastsituaties terughoudendheid kan veroorzaken bij inwoners met plannen voor een warmtepomp.
40
Wethouder Van Hooijdonk vindt dit vooralsnog speculatief. Het belang van betere informatie wordt aan de hand van voorbeelden nogmaals benadrukt. Dit is een taak van de gemeente, maar in de branche ligt hiervoor ook nog ruimte voor verbetering.
45
De heer Peters (D66) vraagt de wethouder op welke manier de communicatie verbeterd gaat worden. Wethouder Van Hooijdonk merkt op dat ze die zojuist genoemd heeft en herhaalt dat het gaat om alle financiële instrumenten, alle websites en via de branche. Actieve voorlichting over de beste plaats voor een warmtepomp is een goed idee. Hierin kan ook de adviserende rol van de Pagina 34 van 36
5
gemeente onder de aandacht worden gebracht. De beste bronnen om de plaatsing van warmtepompen te monitoren zijn de subsidies en de vragen in de bewonersenquête. Over welke warmtepompen een vergunning zouden moeten hebben, is geen informatie. Wellicht dat een meldingsplicht hiervoor een instrument kan zijn. Inwoners van de gemeente zijn vrij in hun keuze. Dat is iets anders dan het actief promoten en stimuleren. Hiervan is geen sprake. De inkoopactie voor hybride warmtepompen is gericht op tranche twee en drie. Verder wordt er in het beleid voor warmtepompen gekeken naar de kwaliteit van een woning die doorgaans goed moet zijn voor het kunnen plaatsen van een warmtepomp. Aan individuele verzoeken wordt medewerking verleend, maar op plekken waar collectieve warmte de beste optie is, wordt de warmtepomp niet gepromoot.
10 Mevrouw Smit (Volt) vraagt of warmtepompen voor een buurt soms beter kunnen zijn dan collectieve warmte.
15
20
Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat dit momenteel voor de hele stad nog niet te stellen is. Er wordt verwezen naar de transitievisie warmte die volgens drie tranches gaat verlopen. In dit langdurige proces wordt onderzocht wat de beste opties zijn. Dit wordt zorgvuldig per wijk onderzocht. De heer Peters (D66) vraagt waarom de wethouder stelt dat als er een bewoner kiest voor een warmtepomp en de rest van de straat voor collectieve warmte deze bewoner de kosten voor collectieve warmte per inwoner doet oplopen. Wethouder Van Hooijdonk antwoord dat het collectieve systeem duurder wordt aangezien het dan door minder bewoners wordt opgebracht.
25 De heer Peters (D66) is van mening dat hiermee een verkeerd beeld wordt geschetst.
30
35
Wethouder Van Hooijdonk is het hier niet mee eens omdat er gekeken moet worden naar beleid en daarin wil de gemeente inwoners zo voordelig mogelijk over laten stappen. Voor collectieve oplossingen is dit het geval als er zoveel mogelijk inwoners aan meedoen. Het gaat de wethouder niet om een moreel oordeel over individuele keuzes. De heer Peters (D66) vindt dit een betere toelichting van de wethouder. Het lid herhaalt, echter dat het beeld niet zo kan zijn dat als iemand in een straat voor een warmtepomp kiest de rest in de straat meer betaald voor de collectieve voorziening. Wethouder Van Hooijdonk constateert dat de fractie van D66 geen vraag heeft gesteld en legt uit dat deze situatie bij elkaar opgeteld toch ten koste gaan van collectieve oplossingen. Zoals eerder aangegeven worden individuele initiateven gewoon gefaciliteerd.
40 De voorzitter constateert dat er geen vragen meer zijn. De heer Usta (Denk) heeft geen vraag, maar wil benadrukken dat het gelet op de duur van de transitie goed is als er ondertussen wel warmtepompen worden blijven geplaatst. 45 Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat er voor de tranches twee en drie wel actief hybride warmtepompen worden aangeboden. Er blijven met het oog op de duur van de transitie dus mogelijkheden om een warmtepomp te installeren. In overgangssituaties probeert de gemeente zo goed mogelijk met de bewoners mee te werken. Pagina 35 van 36
De heer Peters (D66) vraagt of de data van de collectieve inkoopacties in de voorlichting kunnen worden opgenomen. 5
Wethouder Van Hooijdonk vindt dit een goede suggestie en stelt voor hier in het vierde kwartaal mee aan de slag te gaan. De voorzitter stelt vast dat er nu echt geen vragen meer zijn en informeert bij de griffier naar gedane toezeggingen.
10 De voorzitter rond de commissievergadering af.
Pagina 36 van 36