2023.06.01 Conceptverslag commissie EDVW
Tekst van het document
Verslag openbare ochtendvergadering Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 5
10
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
1 juni 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht C. de Bouter (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
15
20
De voorzitter, dhr. B. van Steeg (tot 11.15 uur), dhr. C. Bos (na 11.15 uur), de wethouders mw. L. van Hooijdonk, mw. E. Oosters, dhr. D. De Vries, commissiegriffier mw. M. de Vos, de leden mw. K. Alblas (CU), dhr. H. Bakker (D66), dhr. D. Bosch (PVV), dhr. R. Brouwer (CDA), dhr. J. Cornielje (PvdA), dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), mw. R. Heijne (GL), mw. T. Meerding (VVD), mw. A. Oudejans (Student & Starter), dhr. M. de Pagter (VVD), mw. C. Passier (VOLT), dhr. R. Peters (D66), mw. A. Sasbrink (PvdD), mw. V. Smit (VOLT), dhr. R. Snijder (Student & Starter), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. M. Usta (DENK), dhr. J. Vasters (D66), dhr. J. Vintges (VVD), dhr. P. Zwanenberg (GL), dhr. R. van der Zweth (PvdA), mw. J. Zwinkels (CDA)
Afwezigen -. Verslag ochtendvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen
25
30
35
40
1. Opening.........................................................................................................................................2 2. Vaststellen van de agenda van 1 juni 2023 ..................................................................................3 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen ....................................................................................3 3.1 Agendering Makkelijker maken om warmtepompen en zonnepanelen te plaatsen ...................3 3.2 Initiatiefvoorstel Aanpak houtstook, volgende stap naar schone lucht……………………………4 3.3 Agenderingen ter plaatse op bais van de lijst van ingekomen stukken……………..…………….4 4. Conceptverslag vergadering 20 april 2023…………………………………………………………….5 GEHEIM Conceptverslag besloten gedeelte vergadering 20 april 2023 5. Toezeggingen/moties ....................................................................................................................5 6. Ingekomen stukken .......................................................................................................................5 7. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerp Programmabegroting 2024 Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) ................................................................................................................................5 8.
Raadsvoorstel Coördinatiebesluit windmolenpark energielandschap Rijnenbirg en Reijerscop...8 9.Raadsvoorstel Verordening leegstand gemeente Utrecht ...........................................................14 LIJST VAN TOEZEGGINGEN…………………………………………………………………………….29 Er komt een gele arcering voor op pagina 19 Pagina 1 van 55
1. Opening 5
10
De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur. Hij begint met de mededelingen. De commissie-griffier heeft op 24 april 2023 een update over het werkbezoek aan Wenen rondgestuurd met een toelichting over het programma en de kosten. Vraag is of deze activiteit van de commissie centraal moet worden betaald of vanuit de fractiebudgetten. Het voorstel was om dit te financieren uit de fractiebudgetten. Als de commissie daarmee kan leven, dan wordt dat zo gedaan. Mevrouw Passier (VOLT) heeft begrepen dat de commissie is uitgenodigd. Het advies is nu om woensdag overdag te vertrekken. De meeste commissieleden hebben een baan. Zij vraagt daarom of het bezoek in het weekend kan plaatsvinden.
15
De voorzitter weet niet of dat kan. Hij wil hier het principebesluit nemen over de wijze van financiering en de praktische aspecten op een ander moment te bespreken.
20
Wethouder De Vries geeft aan dat het niet in het weekend kan omdat Wenen aangeeft alleen door de week te kunnen. Er is ook gevraagd of hij als wethouder daarheen wil gaan omdat het in het teken staat van volkshuisvesting en sociale woningbouw. Daarom heeft hij gezegd dat het hem fijn leek om dit gezamenlijk te doen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat de commissie wordt uitgenodigd.
25
De voorzitter stelt dan voor dat het als commissieactiviteit wordt beschouwd en niet wordt gefinancierd door de fracties. De heer Snijder (Student & Starter) sluit zich hierbij aan, ook in het kader van de inclusiviteit.
30
35
40
45
De heer Bosch (PVV) vindt dat in het vervolg duidelijker gecommuniceerd moet worden of het iets van de commissie is of dat het uit de fractiebudgetten moet komen. Het is lood om oud-ijzer, het is immers allebei belastinggeld. De PVV steunt het besluit. De voorzitter merkt op dat de commissie er daarom nu over praat. Hij vraagt of de andere fracties hier een mening over hebben. Voorwaarde is wel dat er vier aanmeldingen moeten zijn. Anders gaat het niet door. De heer Vasters (D66) denkt dat het goed is dat het uit het commissiebudget komt. Hij weet dat er vorig jaar vanuit de commissie Mobiliteit een studiereis naar Berlijn is geweest. Dat ging ook uit het commissiebudget. Hij zou hierin één lijn willen volgen. Mevrouw Heijne (GL) overlegt nog met haar fractie, maar zij meent dat de commissie hierin één lijn moet trekken. Het lijkt haar dus logisch om dit ook zo te doen. De voorzitter concludeert dat dit uit het commissiebudget wordt gefinancierd. Misschien moet die ene lijn ook vast worden gelegd. De commissiegriffier gaat het regelen. Mevrouw De Vos meldt dat zij meegaat.
50
55
60
De voorzitter dat er dan nog maar drie mensen nodig zijn. Hij deelt mee dat op donderdag 15 juni 2023 ’s middags een extra dagdeel is ingepland voor deze commissie op de portefeuille wonen. De agendering rapportage wonen staat er al voor negentig minuten. Vandaag is wonen voor de ochtend en de middag geagendeerd Vanavond wordt wethouder De Vries verwacht bij de commissie Onderwijs en Economie. Er is dus een uitloop naar 15 juni, maar de commissie heeft ook een krappe agenda. Daarom vraagt hij om vanmiddag de agenda voor wethouder De Vries af te ronden. Het voorstel is dus om 13.45 uur te beginnen. Hij ziet dat de commissie instemt. Hij vraagt of er leden zijn die een mededeling willen doen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een punt van orde. Hij ziet wethouder Van Hooijdonk niet. Straks gaat het over het windmolenpark. Hoe zit dat? Pagina 2 van 55
De voorzitter is in blijde afwachting van wethouder Van Hooijdonk. Haar bordje staat er al.
5
Wethouder De Vries geeft aan dat tijdens de behandeling van het Rekenkamerrapport motie 86 over meer midden-huur is aangenomen. Daarin wordt gevraagd om de raad voor de zomer te informeren over de verschillen tussen het lokale actieplan midden-huur en het beleid vanuit het Rijk. Het college stelt voor dit te doen in een technische sessie, nog voor het zomerreces. Hij hoort graag of de commissie hiervoor belangstelling heeft.
10
De voorzitter ziet dat er belangstelling is. Hij hoopt dat het lukt dit op een geschikt moment in te plannen. Onder voorbehoud van agenderingen wordt dat dan 4 juli 2023. De heer De Pagter (VVD) lijkt het wel handig dat, als de raad om informatie heeft gevraagd, die voor de archieven vast te leggen in de vorm van een verslag of een brief.
15
20
De voorzitter ziet dat wethouder De Vries knikt. Het is een goed voorstel. Er wordt in voorzien. Spreker ziet ook een uitnodiging voor een broodje Taskforce. Wethouder De Vries was dat niet van plan, maar het lijkt hem een goed idee. Als dat een vraag vanuit de raad is, dan moet het college dat doen. De voorzitter ziet een verzoek van de heer Van der Zweth om dit te combineren met een technische briefing over locaties en dat in te plannen voor 15 juni 2023. Hij stelt vast dat de commissie instemt.
25
2. Vaststellen van de agenda van 1 juni 2023
30
De voorzitter zal proberen precies te zijn in de regels voor de spreektijd. Bij het eerste inhoudelijke agendapunt (RUD) heeft een aantal fracties een inbreng. Het gaat dus niet als A-punt door naar de raad. Hij ziet dat de commissie hiermee instemt. Bij agendapunt 10 is er behoefte om dit ook in het geheim te bespreken. Daarvoor is een halfuur gepland. Hij ziet dat een aantal fracties daar inderdaad behoefte aan heeft. De tijd is beperkt. Hij ziet dat de commissie met de agenda instemt en stelt deze vast.
3. Vaststellen van ingekomen agenderingen 35
40
45
50
55
3.1 Agendering Makkelijker maken om warmtepompen en zonnepanelen te plaatsen De heer Peters (D66) brengt naar voren dat bij de bespreking over het gemakkelijker maken van het plaatsen van warmtepompen en zonnepanelen in de whatsapp-groep de wens is geuit om hierover een technische sessie of een RIB te organiseren. D66 en een aantal andere fracties willen dit oppakken. Om de vaart erin te houden wil hij dit onderwerp nu agenderen voor de commissie. De commissie zou zich dan eerst kunnen onderdompelen in alle technische details van het onderwerp. Vermoedelijk zal dan meer dan een fractie bedenken dat hier wel iets aan veranderd zou kunnen worden. De voorzitter geeft aan dat het voorstel dan is om op de RIB-avond van 4 juli 2023, dus voor de zomer, voor dit onderwerp een uur uit te trekken en het op 7 september 2023 in de commissie te behandelen. Hij vraagt of andere fracties deze RIB samen met de heer Peters willen organiseren. Mevrouw Heijne (GL) heeft al eerder aangegeven dat GL die RIB mee wil organiseren. Zij wil afwachten wat uit die RIB komt, alvorens te besluiten of zij het onderwerp mee wil agenderen voor de commissie. De heer De Pagter (VVD) deelt mee dat in de appgroep de heer Te Hoonte heeft aangegeven mee te willen denken. De voorzitter begrijpt dat de VVD mee-agendeert. Hij ziet dat ook de CU, VOLT, EenUtrecht en PvdA mee willen agenderen.
De bespreektijd in de commissie is ook afhankelijk van de RIB. Hij stelt voor hiervoor voorlopig zestig minuten te reserveren. Pagina 3 van 55
Mevrouw Heijne (GL) denkt dat, als de commissie na de RIB denkt dat het besproken moet worden, de fracties alle dezelfde punten zullen hebben. Zij hoopt dat zij op elkaar aansluiten. 5
10
15
20
De voorzitter concludeert dat het, ook afhankelijk van de RIB, zestig minuten wordt. Na de zomer is er ruimte om dit aan te passen, als het anders wordt. De heer Bosch (PVV) wil, als dit in de commissie komt, daarover wel het woord voeren, maar hij wil het niet agenderen met deze titel. Hij wil voorkomen dat hij geen bijdrage mag leveren omdat hij geen agenderende fractie is. De voorzitter denkt dat het goed is dat de heer Bosch dit nu zegt. De heer Bosch kan een andere agendering doen en met andere commissieleden bespreken hoe hij dat in de agendering zet. Hij gaat niet over de titel van de RIB. De heer Bosch (PVV) gaat het niet om de RIB, maar om de commissie. De voorzitter stelt dat dit eerst wordt geagendeerd voor de RIB. Daarna is er nog een moment om dit voor de commissie te agenderen. De heer Peters (D66) meent dat het de heer Bosch vrijstaat om een stukje aanvullend te agenderen. Misschien kan er in de titel nog een komma of iets anders worden gezet.
3.2 Initiatiefvoorstel Aanpak houtstook, volgende stap naar schone lucht 25
30
Mevrouw Heijne (GL) beperkt zich tot het aankondigen van dit voorstel. Het is een initiatief van GL en PvdD. Zij hopen het stuk vandaag naar de griffie te sturen. Zij zouden het voorstel graag zo snel mogelijk na het reces willen behandelen, dus op 7 september 2023. De twee fracties schatten dat hiervoor twee uur nodig is omdat zij verwachten dat de commissie er wel wat van zal vinden. Zij denken dat een RIB niet nodig is, maar als de leden het voorstel hebben gezien, zien zij dat misschien anders.
35
De heer De Pagter (VVD) doet een ordevoorstel. Zijn fractie heeft het stuk nog niet kunnen lezen en nog niet kunnen bepalen hoeveel behandeltijd nodig is. Het stuk wordt vandaag opgestuurd. Er is over twee weken ook nog een commissieagenda. Kan niet dan worden beslist hoeveel tijd nodig is? De voorzitter denkt dat dit een goed voorstel is. Hij ziet dat ook mevrouw Heijne knikt
40
Volgens mevrouw Heijne (GL) is het een grove inschatting. Als fracties een andere inschatting maken, hoort zij dat graag. De voorzitter concludeert dat het op 15 juni 2023 een kort proceduredeel punt wordt. Het wordt een volle agenda.
45
50
55
3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De heer Vasters (D66) zou graag de herontwikkeling van het Thomas à Kempisplein agenderen. Daar speelt een onderzoek met Jacobs/Douwe Egberts. Hij begrijpt dat er voor de zomer een raadsbrief komt. In verband met de vertraging die dreigt bij dit project wil D66 in de eerste commissievergadering na het reces op een debat op de agenda zetten over dat onderzoek en over hoe die vertraging kan worden beperkt. Ook GL ondertekent deze agendering. De heer De Pagter (VVD) merkt op dat zijn fractie wat moeite heeft met theoretische agenderingen voor het geval dat er in een brief iets staat. Dan kan de commissie bijna alles wel gaan agenderen. Misschien staat er in die brief iets waar iedereen blij mee is. Dan is er geen debat meer nodig. Als die brief er is, kan de commissie bepalen of een debat nodig is. Nu heeft de commissie geen idee hoeveel ruimte nodig is en of een RIB nodig is. Hij roept de commissie op om dit nu niet te agenderen, maar pas wanneer die brief er is. Pagina 4 van 55
Mevrouw Sasbrink (PvdD) sluit zich hierbij aan. Zonder die brief kan zij niet zeggen of zij wel of niet wil mee-agenderen. 5
10
15
De heer Vasters (D66) stelt dat het uitgangspunt van zijn fractie is vertraging te voorkomen. Als de commissie het procedurele deel pas in september gaat bespreken, komt het in oktober op de agenda. Daarom wil D66 het nu vast op de agenda zetten. De commissie kan ook afspreken om, zodra die brief er is en daaruit blijkt dat het niet nodig is, het punt weer van de agenda te halen. De voorzitter wijst erop dat er in juni nog een proceduremoment is. Hij weet niet of de brief er dan al is, maar dan kan dit bekeken worden. De normale afspraak is dat, als er tijdens het reces brieven binnenkomen, de voorzitters kunnen bekijken of zij die alsnog op de agenda zetten. Het lijkt hem de juiste procedure om het nu niet op de agenda te zetten, maar ervoor te zorgen dat, als die brief er ligt en er inderdaad behoefte aan is, die brief op de agenda komt. De heer Vasters (D66) kan daarmee leven. Hoe vindt dan het overleg hierover plaats? De voorzitter wil dit via de app doen. Er is in elk geval overleg over de behoefte aan agendering, als die brief er ligt. Dan kan dit alsnog op de agenda worden gezet.
20
25
De heer De Pagter (VVD) dacht dat kort na de zomer de commissies allemaal bijeenkomsten hebben en dat er dan ook korte, procedurele momenten zijn. Misschien is het iets om door de commissiegriffier te laten uitzoeken. De voorzitter zegt dit niet zoveel. Hij weet wel van vorige recessen dat, als er brieven zijn met politieke urgentie, die op de eerste agenda komen die in het algemeen relatief leeg is. De heer Vasters (D66) gaat akkoord met dit voorstel. De voorzitter besluit het zo te doen.
30
35
4. Conceptverslag commissie Energie(transitie), duurzaamheid en wonen d.d. 20 april 2023 GEHEIM conceptverslag besloten gedeelte vergadering 20 april 2023 De voorzitter deelt mee dat er geen tekstuele opmerkingen zijn ontvangen. Hij ziet dat iedereen akkoord gaat en stelt de verslagen vast.
5. Toezeggingen/moties De voorzitter ziet dat er geen opmerkingen zijn en stelt de lijst vast. 40
45
50
55
6. Ingekomen stukken De voorzitter deelt mee dat één stuk op de lijst is geplaatst, petitie Toekomststoel. Het afdoeningsvoorstel staat conform de APG achter een slotje. Voorgesteld wordt om het stuk in handen van het college te stellen ter verdere afdoening. De raad ontvangt dan een afschrift van het antwoord van het college aan de afzender. Hij ziet dat de commissie akkoord gaat en stelt de lijst vast.
7. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerp Programmabegroting 2024 Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht De voorzitter zet uiteen dat de raad de zienswijze ontwerpbegroting 2024 van de RUD heeft ontvangen. De behandeltijd is vijftien minuten. De RUD stelt de raad in de gelegenheid hierop voor 30 juni 2023 te reageren met een zienswijze. Hij stelt voor het punt in twee termijnen te behandelen.
Pagina 5 van 55
5
10
15
De heer Cornielje (PvdA) stelt dat een goed functionerende milieudienst nodig is, maar dat ook fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden belangrijk zijn. Daar wringt de schoen. De gemeente meent dat de gestegen salariskosten voor een deel door de RUD zelf moeten worden opgevangen. Voor de RUD is het nu al een flinke uitdaging om voldoende personeel te krijgen. De gemeente hoort bereid te zijn om mee te betalen aan fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Gebeurt dit niet, dan riskeert deze gemeente een slechter functionerende milieudienst, een minder schoon milieu of slechtere arbeidsvoorwaarden. Mevrouw Heijne (GL) vraagt de heer Cornielje wat zijn concrete voorstel is voor deze zienswijze. De heer Cornielje (PvdA) wil dat de passage dat de gestegen kosten voor salaris voor een deel door de organisatie zelf moeten worden opgevangen wordt geschrapt. Mevrouw Heijne (GL) begrijpt dat de heer Cornielje dus voorstelt dat de gemeente Utrecht een hogere bijdrage geeft aan de RUD. De heer Cornielje (PvdA) bevestigt dat dat dan de consequentie is.
20
25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Heijne (GL) vraagt waaruit de PvdA dan denkt dit te dekken. De heer Cornielje (PvdA) denkt dat het hier begint met een principepunt. Dat is dat de raad erkent dat er fatsoenlijke salarissen moeten worden betaald en dat redelijke arbeidsvoorwaarden worden gegarandeerd. De volgende discussie is dan hoe de gemeente dat moet betalen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) brengt naar voren dat normaal de Kadernota het uitgangspunt is voor de begroting. Op die Kadernota heeft de raad een paar maanden geleden een zienswijze vastgesteld. Nu ziet zij dat in de programmabegroting de uitgangspunten die de commissie heeft meegegeven nog niet allemaal zijn opgenomen. In de zienswijzebrief van het college wordt daarover gezegd dat het vertrouwen er is dat de reactie van de raad op de Kadernota nog komt en tegelijkertijd geeft het college toch een aantal aandachtspunten van die vorige keer opnieuw mee. Van die vier of vijf aandachtspunten worden er drie herhaald. Zij vraagt aan de wethouder waarom een aantal punten uit de zienswijze van de raad van de vorige keer wel wordt herhaald, maar b.v. het aanpakken van milieucriminaliteit niet. Het lijkt er dan immers op dat de gemeente het minder belangrijk vindt om die punten opnieuw te benadrukken.
Zij vraagt dan ook aan de wethouder om de zienswijze op de Kadernota en deze naast elkaar te leggen en alle punten die de raad toen had, dus ook milieucriminaliteit, te herhalen. De heer Brouwer (CDA) ziet in de zienswijze dat de stijging van de post ‘Ónvoorzien’ met 100.000 euro niet noodzakelijk is. Hoe weegt de wethouder de argumenten van de RU voor deze stijging, zoals de vele onzekerheden, de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de benodigde doorontwikkelingen? In de Voorjaarsnota is een bedrag van 160.000 euro opgenomen voor de overdracht van taken aan de RUD per 1 januari 2023. Het is hem niet duidelijk over welke taken dit precies gaat. Hij haalt dit ook niet uit de programmabegroting of de zienswijze van het college. Zijn vraag is of Utrecht deze taken over moet dragen of dat de gemeente nog expertise in huis heeft. Zijn derde vraag is hoe de wethouder kijkt naar de veranderde en meer inhoudelijke rol van de RUD. De RUD richt zich nu voornamelijk op beleidsarme processen, maar dit kan veranderen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de meer adviserende rol voor de omgevingsdienst. Zijn vierde punt is dat er wat spelfoutjes in stonden, maar daar komt hij via de mail op terug. Mevrouw Heijne (GL) sluit zich aan bij de punten van de PvdD. Zij sluit zich aan bij de PvdA voor wat betreft de goede arbeidsvoorwaarden.
Haar fractie trekt daar echter een andere conclusie uit. GL vindt namelijk wel dat Utrecht de RUD kan vragen om een deel van de kostenstijgingen zelf op te vangen omdat de gemeente daar zelf ook mee te maken heeft. Tenslotte gaat zij in op een brief die de commissie eerder kreeg over de verkenning van het samengaan van de twee omgevingsdiensten RUD en ODRI (Omgevingsdienst Rivierenland). GL Dit sluit ook aan bij de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen. GL wil graag op de hoogte blijven van deze ontwikkelingen en vraagt of de oplossingsrichtingen die eind 2023 worden gepresenteerd ook naar de commissie kunnen komen. In de brief stond ook een aanbod om de directeuren van de Pagina 6 van 55
omgevingsdiensten uit te nodigen voor een toelichting. Zij zou graag met de wethouder afstemmen wat een goede timing is om daarop in te gaan. 5
10
15
De heer Vasters (D66) ziet dat in de programmabegroting van de RU de bijdrage met 1, 9 miljoen euro wordt verhoogd. Dat is 8 à 9% bij gelijkblijvende productie. Alles wordt volledig doorberekend aan de deelnemende overheden. Daar komen nog bedragen bij voor doorontwikkeling, arbeidsmarktcommunicatie en een extra budget voor de post ‘Onvoorzien’. De raad heeft onlangs de Voorjaarsnota voor de gemeente zelf ontvangen met ook een flinke uitdaging om de verwachte tekorten op te vangen. Dat vereist harde maatregelen waarover de raad vaak zal spreken. D66 verwacht dan ook dat de RUD eerst bij zichzelf te rade gaat over besparingen in plaats van dat zij de volledige rekening direct bij de deelnemers neerlegt. Hetzelfde ziet zijn fractie bij de GGD Utrecht waarover vandaag in een andere commissie wordt gesproken. Ook hier zijn er veel extra uitgaven en de gemeente krijgt de rekening voor haar kiezen. Spreker vraagt dan ook aan de wethouder wat hier allemaal gebeurt. In de zienswijze worden vragen gesteld over de hier genoemde punten, maar heeft de wethouder er vertrouwen in dat de RUD hiermee aan de slag gaat? Mevrouw Alblas (CU) deelt mee dat de CU zich aansluit bij de PvdD.
20
25
30
35
De voorzitter schorst de vergadering om 10.30 uur en heropent deze om 10.35 uur. Wethouder Oosters gaat ervanuit dat de commissie in de zienswijze heeft gelezen dat de RUD op geen enkel inhoudelijk punt heeft gereageerd op de zienswijze van de raad op de Kadernota. Wel heeft zij aangegeven dat zij de onderwerpen die de gemeente Utrecht noemt eigenlijk voor alle partijen van belang zijn en met elkaar wil uitwerken. Spreekster heeft er echt vertrouwen in dat de RUD dat wil doen. In het Algemeen Bestuur en in het Dagelijks Bestuur draagt zij vaak aan dat het nodig is om dat op die manier met alle partijen te bespreken. Maar de commissieleden hebben gelijk: op hun zienswijze is nog niet inhoudelijk gereageerd. Daarom stelt het college voor om dat in deze zienswijze te herhalen. Het is mogelijk dat naast de zienswijze op de Kadernota te leggen om het compleet te maken. Een ander voorstel zou zijn om te refereren aan de Kadernota en te vragen het goed uit te werken. Zij zegt toe die aanpassing te leveren. Mevrouw Heijne (GL) denkt dat de wethouder graag wil horen of de commissie er de voorkeur aan geeft om alle punten te herhalen of dat integraal naar de eerdere zienswijze wordt verwezen. Het maakt haar niet uit. Mevrouw Sasbrink (PvdD) hoort dat de wethouder iets toezegt, maar het is niet duidelijk welke van de twee smaken het wordt.
40
Wethouder Oosters zou het liefste verwijzen naar de zienswijze van de Kadernota. Dat is het complete verhaal. De voorzitter ziet knikkende gezichten.
45
50
55
60
Wethouder Oosters vindt het fijn dat de raad daar ook op die manier naar kijkt. Zij gaat in op wat de gemeente allemaal kan doen in de richting van de RUD en wat die voor de gemeente kan doen. De arbeidsvoorwaarden waar de heer Cornielje op inging vallen binnen de cao-provincies. Dit is op een goede manier geregeld. Het college zegt hier dat de RUD ook goed met kijken naar haar eigen reserves en naar wat zij zelf kan besparen en vraagt de RUD wel iets te doen aan plannen die zijzelf opschrijft. Dat sluit ook aan op de bijdrage van de heer Vasters. Het is niet alleen voor de RUD, maar ook voor alle deelnemende gemeenten een ingewikkelde tijd. Het is niet zo dat de RUD de rekening zomaar naar de gemeenten kan sturen en dat die dat dan accepteren. Daarom willen de deelnemende gemeenten laten weten dat zij kritisch kijken naar die begroting en dat de RUD eerst moet kijken naar wat zij zelf kan besparen. Dezelfde reactie heeft het college ten aanzien van de post ‘Onvoorzien’ waar de heer Brouwer op inging. Het college vraagt of die echt zoveel hoger moet. Ook het college voorziet risico’s, maar iedereen heeft het nu niet meer even ruim. Utrecht zegt met de ervaring die de gemeente zelf heeft dat het wel een tandje lager kan. Dit jaar zijn de asbesttaken overgegaan. Vanaf 2024 zullen andere taken overgaan.
Het college hoopt de commissie voor de zomer te laten weten welke dat precies zijn. D66 vroeg of het college erop vertrouwt dat de RUD hiermee aan de slag gaat. Het college heeft Pagina 7 van 55
daarin absoluut vertrouwen, vooral omdat de RUD aangeeft dat het voor verscheidene partijen relevante punten zijn. Als lid van het AB en van het DB zal zij daar goed op letten. 5
10
15
20
25
30
35
40
De heer Vasters (D66) is blij met de reactie van de wethouder. Zij geeft aan dat de RUD dat zelf ook zo vindt. Heeft zij al een reactie gegeven op de voorlopige zienswijze? Het is hem niet helemaal duidelijk waarom de wethouder ervan overtuigd is dat de RUD er iets mee gaat doen. Wethouder Oosters merkt op dat dit het juist is. Er is geen reactie gekomen en daarom komt het college met deze zin in de zienswijze. Met het akkoord op deze conceptbegroting heeft zij wel gezegd dat zij wil dat er in de komende tijd aan die reactie wordt gewerkt. Daarom heeft zij er vertrouwen in dat er op die manier aan zal worden gewerkt. Tenslotte gaat zij in op de vraag van mevrouw Heijne over de samenwerking en het uitnodigen van de directeuren. Eind 2023 hopen de colleges hierover een besluit te hebben. Daarover zullen zij de gemeenteraden ook informeren, wanneer daar duidelijkheid over is. Dat is dus ook een toezegging. Met elkaar moet nog gezocht worden naar een goede timing, maar het lijkt haar het meest verstandig om de directeuren in Q1 2024 uit te nodigen. De heer Brouwer (CDA) heeft twee gemiste vragen. Hij vroeg nog naar het bedrag van 160.000 euro dat is opgenomen in de Voorjaarsnota voor de overdracht van taken aan de RUD per 1 januari 2023.
Ook vroeg hij hoe de wethouder kijkt naar de veranderende, meer inhoudelijke rol van de RUD bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in relatie tot de nu voorliggende zienswijze. Wethouder Oosters had inderdaad niet geantwoord op de laatste vraag. In antwoord op de eerste vraag heeft zij wel gezegd dat Utrecht in 2023 de asbesttaken heeft overgedragen en dat het college de commissie voor de zomer informeert over de rest van de taken. De veranderende, meer inhoudelijke rol van de RUD is zeker een spannend onderwerp. De ene gemeente heeft dat wat meer nodig dan de andere. Het is goed dat er een stevige omgevingsvisie is die dat kan bieden aan partijen. Maar het college zet wel vraagtekens bij hoe goed nu al is onderzocht waar die behoefte precies ligt. Dat punt draagt het college ook constant aan bij vergaderingen, het college vraagt om dat samen met de deelnemende partijen uit te zoeken zonder het meteen op te plussen. Dat is spannend, maar het is evident dat er een stevige omgevingsvisie moet komen en dat dit daaraan bijdraagt. De voorzitter ziet dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De wethouder heeft de volgende toezeggingen gedaan: - er komt een stuk ter vervanging voor de raadsvergadering; - voor de zomer komt er een brief over de andere taken dan de asbesttaken; - er komt een brief en er komt een bijeenkomst met de bestuurders van de RUD in Q1 2024.
Hij heeft nog niet gehoord wanneer die brief komt. Wethouder Oosters vindt dat ingewikkeld. Die brief komt pas nadat een besluit is genomen. Zij kan het niet exact zeggen, maar zij denkt aan Q 4 2023.
45
50
De voorzitter noteert dit voor die periode, met begrip voor de onduidelijkheid. Hij denkt dat dit onderwerp als B-punt naar de raad kan, afhankelijk van de verstrekte vervanging. Er zullen weinig punten worden ingebracht. Hij denkt dat het vijf minuten wordt. Uit de griffie komt dan waarschijnlijk het verzoek of het toch een A-punt kan worden, als de verstrekte vervanging er is. Hij stelt vast dat de commissie hiermee instemt.
8. Raadsvoorstel Coördinatiebesluit windmolenpark energielandschap Rijnenburg en Reijerscop 55
De voorzitter licht toe dat, wanneer de raad besluit tot het van toepassing verklaren van de gemeentelijke coördinatie van art. 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan voor het Windpark Rijnenburg en Reijerscop samen met de genoemde uitvoeringsbesluiten wordt voorbereid en bekendgemaakt. Bij de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking wordt de procedure van het bestemmingsplan toegepast. Hierdoor vindt er een samenhangende, overzichtelijke en snellere procedure plaats, waaronder één mogelijkheid tot beroep voor alle Pagina 8 van 55
gecoördineerde besluiten bij één rechterlijke instantie. Voor dit agendapunt is een halfuur gepland. Windmolens zijn een gevoelig onderwerp, maar hier gaat het alleen over de procedure. Hij verwacht dat de commissie daar ook op in zal gaan. 5
10
15
20
De heer Dijkstra (EenUtrecht) probeert beknopt te zijn, maar dit is een belangwekkend onderwerp en daarom komt hij met een iets uitgebreider reactie. In het coördinatiebesluit komt een viertal besluiten tezamen om vier reuzenwindmolens in dit windmolenpark te plaatsen op nog geen 500 m van geplande nieuwe woningen in Klein Rijnenburg en op 800 m van bestaande woningen in De Meern. Dat is volgens EenUtrecht een heel slecht besluit om drie redenen die ook de procedure raken. In de eerste plaats zet dit opnieuw de bewoners buiten spel. In het voorstel staat ook dat de gang naar de bestuursrechter niet meer mogelijk is en dat beroep of bezwaar alleen nog bij de Raad van State mogelijk is. In het algemeen worden daar inhoudelijke argumenten minder of niet worden meegewogen; de RvS kijkt vooral naar proces en procedure. Bewoners worden dus opnieuw op achterstand gezet, terwijl in het voortraject door de Rekenkamer al was voorgespiegeld dat dit qua participatie het slechtst scorende project is. In een vorig debat over dit onderwerp heeft hij niet kunnen vragen of mensen daadwerkelijk over het wat hebben kunnen participeren. De wethouder betoogde toen dat het alleen over het hoe ging. Hij wil nu bevestigen dat het ook om het wat ging. Aan de bewoners is ook een scenario zonder windmolens voorgelegd.
Het project scoorde zo laag bij de Rekenkamer omdat mensen terecht het gevoel hadden dat het ook zou kunnen gaan over wel of geen windmolens. In het voortraject is er ongelofelijk veel misgegaan en daarom zou de gemeente nu wel maximaal ruimte moeten geven. Maar dat gebeurt weer niet. EenUtrecht houdt overigens een keurige participatiemeetlat bij. Daarop zakt wethouder Van Hooijdonk nu van 3 naar 2.
25
Mevrouw Heijne (GL) wil het alleen over het coördinatiebesluit hebben. Zij hoort dat EenUtrecht toch weer probeert de procedure aan te grijpen om de inhoudelijke bezwaren naar voren te brengen. Zij vindt dat jammer. Het komt ook de bewoners ten goede, als er een duidelijke procedure wordt gevolgd. Deelt de heer Dijkstra die opvatting?
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat de procedure volstrekt duidelijk is. Dat is zijn punt ook niet. Het punt is dat nu de gang naar de bestuursrechter wordt afgesneden en mensen alleen nog naar de Raad van State kunnen en dat is niet goed.
35
Mevrouw Heijne (GL) vraagt de heer Dijkstra of hij de mening deelt dat het fijn is dat mensen één gerichte zienswijze in kunnen dienen op alle nu voorliggende voorstellen en dat meer niet altijd beter is.
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat soms meer wel beter is. De mensen die EenUtrecht spreekt delen de opvatting van zijn fractie volledig. Die vinden dit ook een beperking van het inhoudelijk bezwaar maken op wat hier voorligt omdat dit in het voortraject niet of onvoldoende heeft kunnen plaatsvinden en de bestuursrechter er niet over heeft kunnen oordelen.
45
Mevrouw Heijne (GL) stelt dat het duidelijk is dat EenUtrecht en GL het helemaal niet met elkaar eens zijn. GL vindt het goed dat dit gebeurt. Het is een zeer gebruikelijke procedure bij dit soort projecten. De voorzitter merkt op dat dit geen vraag is.
50
Mevrouw Smit (VOLT) brengt naar voren dat haar fractie coördinatie juist heel handig vindt voor inwoners. Dan ligt alles tegelijkertijd ter inzage en alles is gelijk bij bezwaar en beroep. Kan de heer Dijkstra toelichten waarom participatie slechter wordt door dit coördinatiebesluit? De voorzitter geeft aan dat de heer Dijkstra dit nog één keer mag toelichten.
55
60
De heer Dijkstra (EenUtrecht) doet dat graag. Dit is slechter omdat de gang naar de bestuursrechter niet meer mogelijk is waar iemand inhoudelijk kan onderbouwen waarom dit een verkeerd besluit is. Door het coördinatiebesluit kan iemand alleen nog bij de Raad van State terecht. Er zijn uitzonderingen, maar in de regel kan iemand daar alleen iets beargumenteren op grond van procedures, op het volgen van de goede routes. Dat beperkt de bewoners enorm in de mogelijkheden om er iets aan te doen. Pagina 9 van 55
5
10
15
20
Mevrouw Smit (VOLT) merkt op dat de heer Dijkstra het altijd over procedures heeft omdat windenergie van belang is en omdat het proces verkeerd doorlopen is. Dan zou de Raad van State toch juist het orgaan zijn om dit te doen? De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat dat de laatste instantie is. Normaal gesproken wil de overheid mensen de ruimte geven om een punt inhoudelijk bij een rechter aanhangig te maken. Uiteindelijk kan er in de procedure ook iets mis zijn gegaan. Dan kan iemand in hoger beroep gaan bij de Raad van State. Maar nu is er uitsluitend de stap naar de Raad van State. Dat beperkt mensen om op inhoudelijke gronden hun zaak goed neer te zetten. Hij ziet wel een efficiëntievoordeel, maar het beperkt mensen om in beroep te gaan op inhoudelijke gronden. Dat wijst EenUtrecht af. Spreker vraagt de wethouder of zij kan erkennen dat belanghebbenden nu minder in beroep kunnen gaan. Kan de wethouder ook toegeven dat het in het debat ging over het wat en dat dit is genegeerd hetgeen leidde tot een slechte beoordeling van het informatietraject? Is de wethouder mede om die reden bereid alsnog ruimte te bieden voor beroepsprocedures bij de bestuursrechter? Het tweede punt is dat zijn fractie dit windmolenpark een ramp vindt. Het kan schadelijk zijn voor de gezondheid van duizenden mensen.
Het is onbegrijpelijk dat dit college niet wacht op adviezen over nadere normeringen van de WHO (World Health Organisation) en ook over landelijke normen. De kans is groot dat er binnenkort op basis van deze adviezen nieuwe normeringen komen omdat de kans toch te groot is dat er gezondheidsschade is voor mensen die te dicht bij een windmolen wonen. Daarom vraagt hij of de wethouder vandaag de zekerheid durft te geven aan alle mensen die daar wonen of gaan wonen op een afstand van minder dan 800 m of 500 m dat zij geen enkele gezondheidsschade op zullen lopen.
25
De voorzitter wijst erop dat afgesproken is dat de commissie het over de procedure zou hebben en niet een inhoudelijk debat zou voeren over de windmolens zelf. De heer Dijkstra stelt nu toch weer vragen over de positie van omwonenden. Hij verzoekt de heer Dijkstra echt om zich tot de procedure te beperken. Spreker wil het debat op tijd afronden.
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een punt van orde. Hij vond dit echt wel een procedurepunt. De voorzitter meent dat het echt niet over de procedure die voorligt ging.
35
Mevrouw Heijne (GL) wil de voorzitter bijvallen. Zij vraagt om het alleen te hebben over het punt dat nu voorligt en verder niet.
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) denkt dat zijn laatste punt ook een procedurepunt is. Dit gaat over het risico dat de gemeente nu één procedure start en de volgende procedure niet kunt starten. Dat is die van de woningbouw. Als de raad hiertoe besluit, kan de gemeente straks bij de besluiten over Klein Rijnenburg geen kant meer op en moet zij vaststellen dat die woningen toch niet op die 500 m afstand kunnen. Dan wordt het een mini-Rijnenburg. Spreker vraagt aan D66 en de PvdA of zij dit risico ook zien en of zij bereid zijn daar alsnog eens goed naar te kijken. Straks loopt het klem en dan hebben zij geen Klein Rijnenburg.
45
De voorzitter vraagt de heer Dijkstra of dit het einde van zijn betoog is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) bevestigt dit.
50
Mevrouw Heijne (GL) heeft een punt van orde. De voorzitter en zij moeten nog preciezer zijn. De commissie gaat niet alle procedures bespreken, maar uitsluitend de procedure die hier voorligt, het coördinatiebesluit. Zij vraagt de wethouder uitsluitend in te gaan op de vragen die daar betrekking op hebben.
55
De voorzitter beaamt dat de commissie het heeft over het procedurebesluit. De heer Dijkstra heeft geprobeerd het bij de procedure te houden, in elk geval bij zijn eerste en zijn derde vraag. Daar kan de wethouder op ingaan en hij kan zich voorstellen dat het echt daartoe beperkt blijft. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een punt van orde. Dat laatste punt is echt een procedurepunt. Bij het tweede kan erover worden gediscussieerd, maar het derde punt is het Pagina 10 van 55
absoluut wel omdat, als deze procedure wordt ingezet, die andere niet kan gaan lopen. Hij wil graag dat de wethouder daar ook op reflecteert. 5
10
15
De voorzitter meent dat het aan de wethouder is om dit te beoordelen. De heer Bosch (PVV) vindt het een beetje gek dat raadsleden doen alsof zij ook de agenda in de gaten moeten houden. Volgens hem kan de voorzitter dat prima zelf doen. Anders kan de commissie hier eindeloos over doorgaan. Bovendien gaan fracties zelf over wat zij zeggen. Of daar antwoord op wordt gegeven, is een tweede. De voorzitter dankt voor het vertrouwen. Aan de andere kant is het zo dat de commissie hier dertig minuten voor heeft gereserveerd. Als de leden de behoefte hebben om daar uitgebreid over te praten, moeten zij dat echt van tevoren aangeven. Anders komt de commissie in de knoop met haar agenda, zeker in de middag. In die zin begrijpt hij de opmerkingen van leden.
20
De heer Vintges (VVD) deelt mee dat bekend is dat de VVD tegen windmolens in Rijnenburg is en meer ziet in zonnepanelen. Nu gaat het over het coördinatiebesluit. Dat had in 2017 genomen moeten worden, maar toen was het te licht. Toch is zijn fractie blij dat er nu een nieuwe versie ligt. Technisch lijkt het de VVD de meest wenselijke uitwerking, alleen brengt het de windmolens dichterbij die zijn fractie niet wil hebben. Hij sluit zich aan bij de eerste vraag van EenUtrecht. Ook zijn fractie heeft haar twijfels over de mogelijkheid voor burgers om bezwaar aan te tekenen. De VVD heeft ook gehoord van de buren van Rijnenburg dat het hele pakket nu al meer dan vierduizend pagina’s telt. Het lijkt zijn fractie lastig om dat binnen zes weken tot zich te nemen.
25
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de VVD aan deze vaststelling geen politieke consequenties aan verbindt zoals EenUtrecht doet.
30
35
De heer Vintges (VVD) antwoordt dat zijn fractie voornamelijk tegen het coördinatiebesluit is omdat zij geen windmolens wil, maar dat zij zich wel kan vinden in het procedurele gedeelte ervan. De heer Bosch (PVV) heeft negen minuten, maar hij zal de voorzitter ter wille zijn. Hij kan zich voor een groot deel aansluiten bij de opmerkingen van de heer Dijkstra. Het is duidelijk dat de PVV tegen windmolens is in welke vorm dan ook. Over dit coördinatiebesluit heeft de heer Dijkstra een aantal interessante vragen gesteld die hier deels op slaan. Daarom laat hij het hierbij. Wat vindt de voorzitter daarvan? De voorzitter dankt daarvoor. Het is een voorbeeld voor andere fracties.
40
De heer Stellinga (CDA) deelt mee dat het CDA onderschrijft wat de VVD zegt. Zijn fractie is wel voor windenergie, maar niet op deze plek. Het CDA is tegen dit plan, maar wat de procedure betreft kan hij zich deze gang van zaken goed voorstellen, gegeven het feit dat iemand dit plan wel wil.
45
De heer Usta (DENK) deelt mee dat zijn fractie zich aansluit bij EenUtrecht.
50
55
Wethouder Van Hooijdonk zet uiteen dat het college aan de raad voorstelt om een beslissing te nemen in de geest van de beslissing die de raad al in 2017 heeft genomen. Toen is al de afweging gemaakt om alle besluitvorming te coördineren. In dat opzicht is het niets nieuws, maar de jurisprudentie na 2017 maakte dat de formulering van dat besluit waarschijnlijk niet sterk genoeg is. Het gaat dus om de formulering, het is niet een nieuw besluit van de raad. Ook qua procedure is het niet ongebruikelijk. De rechtsgang is die welke de raad kent bij bestemmingsplannen. Ook projecten buiten Utrecht doorlopen deze procedure. Wat de heer Dijkstra zegt klopt, mensen kunnen terecht bij de Raad van State. Maar het klopt niet dat daar geen inhoudelijke beoordeling plaatsvindt. Mensen kunnen daar over de volle breedte zaken aanhangig maken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) brengt naar voren dat de wethouder formeel gelijk heeft, maar dat de praktijk er anders uitziet.
Pagina 11 van 55
Wethouder Van Hooijdonk heeft geen oordeel over allerlei analyses van de heer Dijkstra. Zij constateert alleen dat iemand bij de Raad van State met alle steekhoudende juridische argumenten terecht kan. 5
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat de praktijk bij de Raad van State laat zien dat het vooral om procedures en procesmatige zaken gaat. Dat beperkt toch de mogelijkheden voor mensen?
10
Wethouder Van Hooijdonk meent dat de heer Dijkstra zich hiermee een particuliere mening aanmatigt over het functioneren van de Raad van State. In de Nederlandse rechtsstaat is dat de hoogste rechter. Het oordeel van de Raad van State is het hoogste rechterlijke oordeel, wat de heer Dijkstra er ook van vindt. Zo werkt het.
15
Volgens de heer Dijkstra (EenUtrecht) is dat geen antwoord op zijn vraag. Hij ziet dit wel, maar hij ziet ook dat iemand niet naar de bestuursrechter kan en alleen naar de Raad van State. Ziet de wethouder dat ook? Wethouder Van Hooijdonk heeft daarnet gezegd dat mensen inderdaad terecht kunnen bij de Raad van State, maar dat het niet klopt dat daar geen inhoudelijke beoordeling plaatsvindt.
20
25
30
35
40
45
De heer Stellinga (CDA) wijst erop dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de hoogste bestuursrechter van Nederland is. Het is dus wel een bestuursrechter. Wethouder Van Hooijdonk meent dat de heer Stellinga het preciezer formuleert dan zij. Dat was inderdaad de crux. Er waren ook nog vragen en opmerkingen over het wat en hoe van de participatie. Zij was erbij en het college heeft echt duidelijk aangegeven wat het onderwerp van de participatie was. Er zijn inderdaad allerlei scenario’s uitgewerkt, maar het college is hierin duidelijk geweest. Zij loopt er niet voor weg dat mensen daar niet vrolijk van worden. Er zijn meer gevoelige voorzieningen waar het college een plek voor probeert te vinden. Het is niet altijd prettig, als dat in iemands achtertuin speelt. Dat geldt ook voor de energievoorziening van de toekomst, die wordt meer decentraal en komt dichterbij. Daar zoekt het college ook een plek voor gezien de klimaatverandering, zo ongeveer het grootste probleem van de mensheid, en andere ecologische belangen. De gemeente heeft daarin ook een verantwoordelijkheid en het college probeert het verantwoord en redelijk te doen, ook met dit plan waar de commissie het vandaag overigens niet over heeft. Raad en college kunnen daar dieper op ingaan, wanneer dat binnenkort aan de orde komt. Dan gaat het ongetwijfeld ook over het wegen van de gezondheid.
Zij zou bijna zeggen dat het leven zelf een risico voor de gezondheid is. Eigenlijk zegt het college dat windenergie niet anders is dan allerlei andere bestemmingen in de stad. Ook bij (snel)wegen of industriële activiteit is er altijd een mate van overlast en is er zelfs geen perfecte gezondheid. Als de heer Dijkstra auto rijdt, draagt hij bij aan een slechtere gezondheid van de medemens en van zichzelf. De heer Bosch (PVV) heeft een punt van orde. Als de wethouder blijft grossieren in algemene opmerkingen over het leven en klimaatverandering, dan lokt zij uit dat hij gaat reageren. Daarom verzoekt hij de voorzitter de wethouder te vragen het te houden bij het coördinatiebesluit. De voorzitter denkt dat de wethouder dat nu ook gaat doen. Wethouder Van Hooijdonk staat voor een dilemma: zij kan de raad schofferen door de vragen van de heer Dijkstra niet te beantwoorden en door die wel te beantwoorden.
50
De voorzitter stelt de wethouder voor te proberen het bij het coördinatiebesluit te houden. Wethouder Van Hooijdonk is dan gauw klaar, maar zij denkt dat de heer Dijkstra dat niet vindt.
55
60
De voorzitter vraagt of er gemiste vragen zijn. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft twee gemiste vragen. Dat weet de wethouder heel goed. Zij zegt dat zij die niet beantwoordt. Hij wil ze beantwoord zien. De voorzitter verzoekt de heer Dijkstra kort aan te geven welke twee vragen dat zijn. Pagina 12 van 55
5
10
15
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat dat de ene vraag is of de wethouder 100% zekerheid kan geven dat dit besluit niet zal leiden tot gezondheidsschade. Daar maken mensen zich zorgen over. De andere vraag richtte hij eigenlijk aan D66 en de PvdA, maar die hebben niet gereageerd. Die vraag schuift hij dus door naar de wethouder. Ziet zij ook dat het een groot risico is dat, als dit besluit wordt genomen, straks de woningbouw op het spel staat? De voorzitter meent dat dit wel wat breder is dan een vraag over het bij elkaar voegen van een aantal procedures. Kan de wethouder hier kort op ingaan zodat de heer Dijkstra in de raad het gevoel heeft dat alle vragen beantwoord zijn? Wethouder Van Hooijdonk heeft daarnet geprobeerd de eerste vraag te beantwoorden. Daar houdt zij het maar bij. De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil echt een antwoord op zijn vraag. Hij vroeg of zij voor 100% kan garanderen dat er geen gezondheidsschade zal optreden door deze windmolens op een afstand van 500m of 800 m. Hij heeft geen ja of nee gehoord. Volgens de voorzitter gaat dit niet over de procedure.
20
25
Wethouder Van Hooijdonk heeft dit echt behandeld. Zij heeft gezegd dat, als de heer Dijkstra in de auto stapt, hij die garantie ook niet kan geven. Het college kan die garantie niet geven bij heel veel economische activiteiten en bij mobiliteit. Ook de gascentrale die nu draait is niet neutraal voor de gezondheid. Zij heeft het antwoord gegeven en het is ook buiten de orde. Dit is immers het gesprek dat commissie en college met elkaar gaan voeren bij de bespreking van het plan. De voorzitter concludeert dat dit niet het antwoord dat de heer Dijkstra wil horen, maar dat het wel een antwoord op zijn vraag is.
35
Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de tweede vraag ging over de mogelijkheden voor woningbouw in Rijnenburg. De raad heeft destijds een besluit genomen. Dat is een kader dat staat. Toen is dat gewogen, er was toen nog geen beeld van de verdere ontwikkeling van Rijnenburg. Er is altijd gezegd dat er ruimte blijft voor ontwikkeling. Dat blijft ook zo. Die windmolens staan er ook niet tot in de eeuwigheid. De heer Dijkstra moet dit zelf afwegen bij het voorstel voor het bestemmingsplan. Maar het is al lang vastgesteld dat hier ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn.
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) hoort nu dat de wethouder vaststelt dat er een besluit is genomen. Maar zijn vraag was juist of zij ook het risico ziet dat het nu voorliggende besluit kan maken dat dat andere besluit moet worden aangepast omdat er minder ruimte zou kunnen ontstaan door het besluit door te zetten met deze vier reuzenwindmolens.
30
45
50
55
Wethouder Van Hooijdonk zet uiteen dat dit niet het geval is bij het nu voorliggende voorstel. Dat is een coördinatiebesluit. Het is gewoon het bevestigen van een bestaand raadsbesluit. Pas als de raad hiermee instemt, vervalt dat oude besluit. Het is niet nieuw, het maakt het besluit steviger. De heer Dijkstra (EenUtrecht) hoort dat de wethouder zegt dat het een herhaling is. Dat klopt, het maakt het besluit steviger. Het is als het ware weer een stapje op weg naar meer definitieve besluitvorming over de windmolens. Uiteindelijk spreekt de raad erover bij het bestemmingsplan en dan is het een finaal besluit. Dan is het risico helemaal levensgroot. Ziet de wethouder dat er een reële kans is dat dit kan betekenen dat de gemeente niet al die woningen in Rijnenburg kan bouwen? De voorzitter ziet dit wel als een procedurevraag, maar denkt dat de wethouder het antwoord al heeft gegeven. Wethouder Van Hooijdonk brengt naar voren dat het college er gewoon rekening mee heeft gehouden in het huidige beeld waarvoor overigens nog geen voorstel is uitgewerkt. De heer Dijkstra doet alsof het college daar plannen voor heeft die de raad nu kan beschadigen, maar dat is niet zo. Dit moet nog een heel proces doorlopen. Het huidig oogmerk bestaat uit drie delen. De Pagina 13 van 55
twee onderste delen worden ontwikkeld. Het college denkt dat dit prima verenigbaar is met het voorstel dat de raad later nog krijgt over het ontwikkelen van windenergie in de polder. 5
De voorzitter stelt vast dat er geen gemiste vragen zijn en dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Hij vraagt of dit onderwerp als A-punt naar de raad kan. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zal een motie indienen om dit niet te doen.
10
15
De voorzitter wijst hem erop dat hij ook kan tegenstemmen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat, als hij de enige is die hier iets over zegt, het in feite een A-punt wordt. De voorzitter merkt op dat, als het een A-punt is, de heer Dijkstra altijd een stemverklaring kan afgeven. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt voor er een B-punt van te maken. Met alleen een stemverklaring redt hij het niet.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De voorzitter zet dit onderwerp als B-punt op de raadsagenda voor vijf minuten. Hij schorst de vergadering om 11.15 uur voor een wisseling van de voorzitter en van de wethouder. De nieuwe voorzitter, de heer Bos, heropent de vergadering om 11.18 uur. Hij ziet dat de vergadering iets is uitgelopen en hij wil in volle vaart verder.
9. Raadsvoorstel Verordening Leegstand gemeente Utrecht De voorzitter deelt mee dat de behandeltijd zestig minuten is. De wethouder zal het kort houden. Spreker verzoekt ook de leden het kort te houden. Dan komt alles goed. In het coalitieakkoord is afgesproken de leegstand aan te pakken via een leegstandsverordening. In het raadsvoorstel wordt voorgesteld om een leegstandsverordening in te voeren voor alle woonruimten in deze gemeente. Utrecht gaat hiermee een meldplicht, een leegstandsoverleg en een leegstandbeschikking instellen om de langdurige leegstand van woonruimten te bestrijden. De heer Zwanenberg (GL) deelt mee dat GL in zijn nopjes is met dit raadsvoorstel. Zijn fractie heeft ernaar uitgekeken en heeft er vorig jaar twee keer schriftelijke vragen over gesteld samen met verscheidene fracties. In Utrecht staan er 1590 panden langer dan een jaar leeg. Daarin kunnen heel veel mensen wonen. Hier kan dus een enorme winst worden behaald. Het is de hoogste tijd om hier werk van te maken. Het is mooi dat het raadsvoorstel inzichtelijk maakt hoe het in zijn werk gaat vanaf de eerste leegstandmelding. Het was wel even slikken om te zien dat het in het gunstigste geval vijftien maanden duurt voordat de gemeente die leegstand kan opheffen. Is het niet beter om een leegstandmelding te doen, als een woning vier maanden leegstaat? Hij vraagt een reactie van de wethouder.
Ook was GL aanvankelijk sceptisch over het niet meenemen van corporatiewoningen in deze verordening. Maar na lezing van de antwoorden op de vragen daarover wil zijn fractie de wethouder het voordeel van de twijfel geven en hem de leegstandaanpak bij de corporaties laten uitwerken. In Q 1 2024 kijkt zijn fractie dan wat zij hiervan vindt. De heer Bosch (PVV) neemt aan dat GL het met de PVV eens is dat ook de leegstand of de lengte daarvan in corporatiewoningen drastisch naar beneden moet. De heer Zwanenberg (GL) is het hiermee eens. Het is onacceptabel dat er zoveel corporatiewoningen leegstaan door onderbezetting bij woningcorporaties. De wooncrisis moet worden aangepakt en dan is het niet te verteren dat er zoveel woningen leegstaan. Er werd steeds verwezen naar een leegstandaanpak voor die corporatiewoningen. GL is erg nieuwsgierig naar hoe die eruit gaat zien. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt het belangrijk dat ook hier het principe gelijke monniken, gelijke kappen moet worden aangehouden. Iedereen moet zich er aan houden, dus ook de woningcorporaties. Pagina 14 van 55
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Voor de heer Zwanenberg (GL) is dat heel duidelijk. Daarom heeft GL ook die vragen over de rechtsongelijkheid bij corporatiewoningen gesteld. Hij hoopt wel dat die aanpak voor corporatiewoningen een sneller traject is. Vijftien maanden is erg lang, ook voor corporatiewoningen. Hij hoopt op een instemmende reactie van de wethouder. GL vond het stuk over de boetes wel wat minimalistisch. Hij heeft de antwoorden op de vragen uit 2020 teruggelezen. Daarin stond dat de boete maximaal 9000 euro kon zijn. GL heeft ambtelijk nagevraagd wat nu eigenlijk het idee is voor de boetes waarop wordt gestuurd en hoorde dat dat 2008 euro en 5000 euro zou zijn, het laatste bedrag voor eigenaren met meer panden. Zijn fractie vindt dat wel wat karig. Waarom is in dit stuk niet gekozen voor een maximale beboeting? Verder leest spreker dat het opnemen van kantoren in deze verordening niet leidt tot transformatie van kantoorpanden. Dat begrijpt zijn fractie, maar zij vraagt zich wel af waarom leegstaande winkelruimtes niet zijn meegenomen. Op de voorkant van het RIGO-rapport staat een rijtje panden die berucht zijn omdat zij al bijna tien jaar leegstaan. Het zijn de panden aan de Burgemeester Reigerstraat. Samen met andere fracties heeft GL hierover verscheidene keren vragen gesteld. Deze panden komen volgens GL als eerste in aanmerking voor leegstandoverleg.
Die zes of vier maanden kunnen hier wel worden weggelaten. Hij vraagt de wethouder of dat mogelijk is. De eigenaar van deze panden heeft ze willens en wetens onbewoonbaar gemaakt door vloeren eruit te slopen. De panden moeten dus eerst worden opgeknapt voordat zij weer bewoond kunnen worden. Hij leest helaas niet hoe de leegstandverordening hierin voorziet. Er kunnen meer panden zijn die eerst nog reparatie behoeven. Hij vraagt de wethouder hoe de gemeente dat varkentje gaat wassen. Is het ook mogelijk om panden op last van de gemeente te repareren en de rekening naar de eigenaar te sturen? Als deze panden aan de Reigerstraatweer bewoonbaar zijn, staat GL klaar met champagne. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het echt goed dat deze leegstandverordening er is en dat daartoe is besloten in het coalitieakkoord. Er staan 4300 woningen leeg, 1600 meer dan een jaar geleden. In een tijd van grote woningnood is dat veel te veel. Dankzij het RIGO-rapport is die leegstand nu in beeld. Spreker vraagt de wethouder of de gemeente dit nu periodiek gaat bijhouden zodat de raad inzicht heeft en kan zien dat die leegstand minder wordt. In het coalitieakkoord en in de begroting is ruimte gemaakt voor handhaving. Dat is goed, maar lukt dat met het bedrag van 400.000 euro? Het moet ook efficiënt worden gemaakt met een uitdraai van wie bezit wat en een uitdraai van wie waar woont.
In de gevallen van een mismatch moet de gemeente actief aanschrijven en langsgaan. De gemeente moet gaan voor de maximale impact. De PvdA sluit zich aan bij twee punten van GL. In de eerste plaats hadden de boetes uitgebreider beschreven moeten worden en zij moeten zo hoog mogelijk zijn, zij moeten afschrikken. In de tweede plaats kan die periode korter: zes maanden kan vier maanden worden. Maar ook het geheel van vijftien maande is erg lang. De PvdA steunt deze voorstellen van GL. Over de corporatiewoningen behoudt zijn fractie haar twijfels. Zij wil best die leegstandaanpak afwachten, maar de raad moet een goed beeld hebben van de leegstand bij corporatiewoningen. De corporaties weten dat zelf echt heel goed. In de beantwoording van de vragen krijgt hij te horen dat het college dat inzichtelijk gaat maken. Dat is prima, maar ook dat wil hij periodiek zien, net als bij het RIGO-rapport. Hij weet zeker dat de corporaties dat gewoon uit kunnen draaien. Dat hoeft niet zo ingewikkeld te zijn en het hoeft niet zolang te duren. Een aanvullend punt is dat tweede woningen worden uitgesloten. Er moet een melding worden gedaan en dan mag een tweede woning gewoon leegstaan.
Hij kan zich dat best voorstellen in het geval van een vechtscheiding of van het binnenhalen van een specialist van het UMC die nog ergens anders woont, maar het kan ook een Saoedi zijn die nog een appartement aanhoudt bij Utrecht Centraal. Moet dat generiek hetzelfde zijn? Hij vraagt de wethouder of hierin onderscheid kan worden gemaakt. Nu staat het open, maar in een tijd van grote woningnood moet de gemeente scherp zijn ten aanzien van tweede woningen. Hij is benieuwd om van de wethouder te horen hoe de aanpak hier strenger kan worden gemaakt. Het is jammer dat de leegstand in kantoren hier niet inzit. Daar heeft de gemeente in de toekomst nog een grote slag te slaan. De heer Bakker (D66) heeft een wat andere benadering van die tweede woning. Het lijkt hem wel goed om een bepaalde mate van ondergrens te hebben, maar hij slaat aan op het punt van de handhaafbarheid en het budget. Denkt de heer Van der Zweth niet dat het daarmee wat te complex wordt, als er moet worden gekeken of het een specialist is, een Saoedi of een Saoedische specialist? Pagina 15 van 55
5
10
15
20
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat het nu complex is doordat deze uitzondering wordt gemaakt. Dit komt tevoorschijn bij de uitdraai van de administratieve leegstand en dan moet daar weer een uitzondering worden gemaakt. Die complexiteit zit er al in. Maar volgens hem moet de gemeente sowieso goed checken wie dat meldt. Met het huidige voorstel gaat immers iedereen proberen die tweede woning aan te melden. Ook dan moet de gemeente heel streng controleren en kijken of het een derde of een vierde woning is. Wat de heer Bakker zegt klopt, maar nu is het ook zo. De heer Bakker (D66) denkt dat de heer Van der Zweth en hij dat met elkaar eens zijn. Het gaat hem erom dat hij bij de PvdA proefde dat die er een bepaalde mate van subjectiviteit in wilde aanbrengen door te beoordelen of het voor iets ‘belangrijks’ is of niet. Dat lijkt hem een heel lastige discussie. Het helpt om het heel duidelijk te maken. De heer Van der Zweth (PvdA) meent dat dat juist is. De raad heeft heel weinig toelichting gekregen over wat nu een tweede huis is. Wat is een derde huis? Hoe zit het, als de heer Bakker een huis heeft in Groningen, in Maastricht en ook in Utrecht? Nu wordt een uitzondering gemaakt waarvan hij zich afvraagt of de gemeente dat wel moet doen.
Hij begrijpt dat er urgente situaties zijn waarin het college dat wil doen, maar daarmee ontstaat de mogelijkheid dat mensen de leegstandverordening gaan ontwijken. Dat lijkt hem echt onwenselijk. Daar moet de gemeente iets aan kunnen doen en daarom vraagt hij de wethouder het inzichtelijk te maken.
25
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt wel interessant wat de PvdA zegt over die tweede woningen en of de raad dat wel of niet moet willen. De voorliggende verordening geeft eigenlijk al ruimte om de periode van vijftien maanden of een jaar op te rekken voor gevallen zoals de heer Van der Zweth die schetst, zoals een nieuwe baan, het wel of niet kunnen verkopen van een huis of een ingewikkelde scheiding. Is het niet te overwegen om die hele uitzondering voor tweede woningen eruit te halen omdat die twaalf tot vijftien maanden wel genoeg zijn voor die specifieke situaties?
30
Volgens de heer Van der Zweth (PvdA) klinkt dit logisch, maar hij weet niet of dat zo is. In veel situaties kan die tijdelijkheid al helpen, maar misschien niet in alle gevallen. Misschien brengt de gemeente een groep in verdringing, terwijl zij dat helemaal niet wil. Dat is ook weer een vraag aan de wethouder. Maar voor een deel kan hij zeker volgen wat mevrouw Sasbrink zegt.