CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20220113 Conceptverslag Commissie Ruimtelijke ontwikkeling Grondzaken en Vastgoed.docx

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 10 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslag 13 januari 202232.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt dat bijvoorbeeld Nieuwegein wel bepaalde ideeën heeft over Rijnenburg. Spreker stelt dat Utrecht best een grote broek aantrekt met betrekking tot het toevoegen van kantoorruimte, terwijl ook andere gemeenten de behoefte kunnen hebben om werkgelegenheid te creëren en vraagt hoe D66 die samenwerking voor zich ziet. Mevrouw Dekker- Abdulaziz (D66) Stelt dat geconstateerd is dat er in Utrecht een tekort is aan werklocaties. Het toevoegen van werklocaties is dan ook niet onlogisch, temeer omdat Utrecht ook beter ontsloten is dan bijvoorbeeld de gemeente Bunnik. Spreker ziet dit als een opgave voor Utrecht als grote stad binnen de regio. Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt dat dat juist het punt is. Er wordt gesproken over een polycentrisch geheel met betrekking tot de samenwerking maar de stad Utrecht wordt wel weer als het hart van dat systeem gezien. Als je wilt samenwerken zul je volgens spreker ook moeten kijken hoe je een ander iets kunt gunnen. Zo kunnen met duurzame mobiliteitsmaatregelen andere gemeenten als Odijk versterkt worden zodat zij beter bereikbaar worden en ook een kans maken Pagina 17 van 52

om een goede werklocatie te worden. Spreker meent dat te gemakkelijk de trek naar de stad wordt ingeluid en vraagt of de partners daarmee niet tekort worden gedaan. 5

Mevrouw Dekker- Abdulaziz (D66) antwoordt dat D66 dat niet zo ziet. De fractie heeft altijd aangegeven dat omdat Utrecht goed ontsloten is, er kansen liggen voor verdichting en meer werkgelegenheid en dat daar op aangestuurd zou moeten worden. Andere gemeenten worden gegund om dat ook te doen maar als alle gemeenten dat doen dan past het niet. Spreker meent dat het heel goed is om bepaalde zaken juist te concentreren.

10

Mevrouw Zwinkels (CDA) deelt dat niet alle gemeenten alles zouden moeten doen en vraagt waar met betrekking tot de stad Utrecht de prioriteit voor D66 ligt, en of dat ligt in het toevoegen van kantoorruimte of woonruimte. Spreker stelt dat de ruimte in Utrecht ook beperkt is en dat de stad ook niet alles kan doen.

15

Mevrouw Dekker- Abdulaziz (D66) geeft aan dat D66 een stad voor zich ziet waar je kunt wonen én werken. Niet alles is mogelijk maar D66 ziet wel kansen voor werkgelegenheid, ook voor de Utrechters. Spreker vervolgt en geeft aan te sluiten bij de vraag over de 373.000 euro met betrekking tot de financiën. Gevraagd wordt of dit als knelpunt wordt gezien voor de Voorjaarsnota. Spreker vraagt ook wat er eigenlijk met dat geld gaat gebeuren, hoeveel fte er hier voor de afdeling Ruimte in gaan zitten, een afdeling die toch al in de knel zit, en hoe dit er structureel uit gaat zien omdat dit alleen over 2022 gaat.

20

25

De heer Te Hoonte (VVD) stelt iets te missen in de bijdrage van D66. De partij heeft in heer verkiezingsprogramma staan dat ze willen bouwen in Rijnenburg en dat zit hier niet in. Spreker vraagt mevrouw Dekker hoe zij denkt dat het proces er uit gaat zien als er verkiezingen zijn geweest en er een meerderheid is geweest om wel te bouwen in Rijnenburg en wat er dan met dit document wordt gedaan.

30

Mevrouw Dekker- Abdulaziz (D66) antwoordt dat de VVD zelf heeft aangegeven dat in de tekst staat dat Rijnenburg nog steeds een woningbouwlocatie is. D66 vindt dat voor nu voldoende en in een volgende fase zou een en ander verder uitgewerkt kunnen worden. Spreker geeft aan de keuzes hierin graag aan een volgende coalitie te laten.

35

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat het bezwaar zou zijn om dat dan ook in de tekst op te nemen als het ook in de kaartbeelden staat.

40

Mevrouw Dekker- Abdulaziz (D66) vraagt wat het bezwaar zou zijn als het wel in de tekst staat en niet op de tekeningen. Spreker meent dat het niet uitmaakt, er staat gewoon dat het een woningbouwlocatie gaat worden.

45

De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat het bezwaar daartegen is dat iemand op basis van dit plan naar de Raad van State gaat en dat de Raad van State aangeeft te moeten kiezen tussen een tekst en een kaartbeeld omdat die twee niet met elkaar in balans zijn. Spreker meent dat het daarom verstandig is om deze zaken wel met elkaar in balans te brengen.

50

55

60

Mevrouw Dekker- Abdulaziz (D66) antwoordt het met de heer Te Hoonte eens te zijn als dit een bestemmingsplan zou betreffen. Het is echter een visiedocument dat nog niet eens is uitgewerkt. Spreker stelt vooral in de volgende fase hier oplossingen voor te zien. De heer Koppelaar (Student&Starter) geeft aan bij de voorbereiding op dit debat de bijdrage van Student&Starter op de eerdere zienswijzen te hebben teruggelezen. Niet alle punten die Student&Starter toen heeft gemaakt zijn terug te vinden in het voorstel. Student&Starter kan zich wel goed vinden in de overkoepelende ambities van het IRP. Juist op het gebied van groen, recreatie, woningbouw, economie en bereikbaarheid kan de stad de uitdagingen niet alleen te lijf gaan. De stad Utrecht kan niet in haar eentje de wooncrisis oplossen en Nieuwegein kan niet alleen de klimaatcrisis aanpakken. Deze uitdagingen zullen samen het hoofd geboden moeten worden. het is dan ook goed om te zien dat het IRP concreter is geworden met betrekking tot het opwekken en het opslaan van duurzame energie. Bij de vorige editie miste Student&Starter een duidelijke ambitie met betrekking tot hoe en waar er gezocht zou worden naar ruimte om energie Pagina 18 van 52

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

op te wekken en deze ook op te slaan. Het is ook goed om te zien dat er meer aandacht is voor de klimaatcrisis. Daar houdt het echter ook wel weer mee op. Student&Starter droeg bij de zienswijzen nog een flink aantal andere punten aan die de fractie nu onvoldoende terugziet in het IRP. Spreker vraagt waar de aandacht is voor sport en evenementen. Deze thema’s betrokken bij de verdere uitwerking in fase 4. Spreker vraagt wat dat concreet betekent als het er nu nog niet in staat en of het een gezamenlijke ambitie is om hier werk van te maken. Dat geldt ook voor het bouwen van nieuwe woningen. Er wordt erkend dat er gebouwd moet worden, maar hoe, waar, wanneer en wat er gebouwd moet worden, wordt niet duidelijk. De fractie snapt dat dit een document is waarin niet alles tot op detailniveau uitgewerkt kan worden, echter de ambities zijn wel erg vrijblijvend geformuleerd. Spreker vraagt of de raad enige reden heeft om aan te nemen dat de problemen op de woningmarkt gezamenlijk zullen worden aangepakt of dat het er op uit zal lopen dat de stad Utrecht de grote klap zal moeten opvangen omdat andere gemeente niet willen of kunnen. Spreker vraagt hoe de 16 gemeenten elkaar aan de gemaakte afspraken en doelstellingen gaan houden. Ook wordt gevraagd wat de consequenties zijn als de raad tegen dit voorstel stemt. De fractie zit dus nog met wat gemengde gevoelens.

Student&Starter onderschrijft de ambities, die de stad niet alleen aan kan, maar het is ook belangrijk om te weten wat er gedaan gaat worden en hoe dat wordt gedaan. Juist die zaken worden niet duidelijk in het IRP. Spreker geeft aan uit te kijken naar de beantwoording maar verwacht ook dat Student&Starter met een aantal moties of amendementen zal komen tijdens de raadsbehandeling om in fase 4 toch wat meer uitwerking, sturing en concrete acties mee te geven. De heer Van Heuven (PvdD) geeft aan dat in de voorbereidingen op dit plan te veel nadruk heeft gelegen op groei en economische versterking. Daarnaast is er gelukkig wel ook veel goeds bijgekomen. Zo wordt er meer gesproken over het belang van groen, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Op het gebied van duurzaamheid komt er groen bij, ook in de vorm van recreatieve en ecologische verbindingen. De fractie ontkomt echter niet aan het idee dat de nadruk ligt op mensgerichte oplossingen in plaats van ecologische en diergerichte oplossingen. Zo ziet de fractie dat ecologie en recreatie te veel samen gaat terwijl uit de praktijk blijkt dat dat niet altijd goed is. De fractie ziet ook dat er aandacht is voor natuurinclusieve landbouw, waar de PvdD ook altijd aandacht voor heeft gevraagd.

De fractie leest echter ook dat dit in balans moet staan met economische rendabiliteit wat leidt tot de vraag wat er nou belangrijker is; de natuur of de korte termijnbelangen van de mens. Dit zijn problemen die de PvdD blijft houden met dit IRP. Een ander voorbeeld is dat er meer bedrijventerreinen bij moeten komen, zo een 60 hectare in of dicht tegen de stad Utrecht aan. Dat is een uitbreiding waar de PvdD bang voor is omdat niet duidelijk is waar dat dan moet gaan gebeuren. Utrecht heeft al moeite om woningen te bouwen, plekken voor energie-opwekking te vinden en ondertussen is er ook het streven om het groen bij te houden en uit te breiden. Spreker meent dat de wethouder deze spanning ook moet zien en gevraagd wordt wat hij kan doen om de zorgen van de PvdD over bijvoorbeeld de bedrijventerreinen weg te nemen. Het grootste punt van de PvdD zit in de energieneutrale regio. De fractie kan niet leven met een ambitie als ‘op weg naar…’ omdat dat niets zegt. Het gaat spreker om waar je wilt zijn en hoeveel je wilt zijn. Ergens wordt ‘een flink eind’ genoemd en spreker vraagt welk concreet doel de wethouder hier aan wil koppelen. Spreker sluit aan bij de inbreng van de ChristenUnie over de financiën. Een bedrag van 373.000 euro uitgeven aan een vervolg hierop vindt de fractie echter lastig.

Met dat geld zouden heel veel mooie dingen gedaan kunnen worden en dit zou voor de PvdD dan ook een aanleiding kunnen zijn om tegen het plan te stemmen. Mevrouw Zwinkels (CDA) licht toe dat het CDA een motie heeft ingediend over het niet zomaar uitbreiden van grootschalige werk- en winkellocaties. De PvdD staat daar ook onder en spreker vraagt of de PvdD vindt dat deze motie voldoende in dit IRP is vertaald. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt mevrouw Zwinkels om de motie te herhalen.

55

Mevrouw Zwinkels (CDA) citeert: ‘…roept het college op om in haar beoordelingskader op te nemen dat vitale werk- en winkelgebieden gebaat zijn bij voorzichtige prognoses van de economische groei en om de prioriteit te leggen bij het versterken van de bestaande werk- en winkellocaties in plaats van grootschalige nieuwe ontwikkelingen.’

Pagina 19 van 52

De heer Van Heuven (PvdD) meent dat het goed is om te kijken naar bestaande gebieden en dat het nu gaat over 60 hectare aan nieuwe bedrijventerreinen die niet dubbel bruikbaar zijn. Spreker stelt dat dat niet aansluit op de motie die is ingediend. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat er wordt gegaan voor een betaalbare en leefbare regio. Dat moet natuurlijk in samenwerking met de omgeving om de stad heen. Hier zijn al raadsbesluiten en debatten over geweest en de PvdA zal dan ook kijken hoe hun eerder ingebrachte punten in dit plan terugkomen. De fractie deelt de afdronk van de ChristenUnie dat het een lastig stuk is, wat vaker voorkomt bij regionale raadsvoorstellen. Het stuk heeft tegelijkertijd een sterke focus op binnenstedelijke verdichting en spreker stelt dat de PvdA daar anders in zit, er zit een grens aan de groei. De fractie deelt ook wat de VVD aangaf dat hoe explicieter er staat dat er woningbouw in Rijnenburg moet komen, hoe beter het is. De fractie heeft gevraagd om een inclusievere regio en heeft gesproken over het regionaal woonakkoord en de focus op bereikbaarheid en goed OV. Een goed en betaalbaar OV wordt goed in het stuk benoemd en er is ook vermeld dat dat randvoorwaardelijk is voor stedelijke ontwikkeling. De wethouder heeft eerder toegezegd dat de invulling van een regionaal woonakkoord volgt bij de volgende fase. De fractie zal goed in de gaten houden hoe dit zich verder ontwikkelt. In de eerste aanzet is de focus op betaalbaar wonen en het huisvesten van kwetsbare doelgroepen duidelijk terug te lezen en spreker meent dat dat een goede zaak is. De PvdA wil twee aandachtspunten meegeven.

De eerste is de streefnorm van de provincie van 50% betaalbaar. Spreker meent dat dat te laag is om de wooncrisis het hoofd te bieden. De PvdA wenst dat de stad Utrecht daarbij verkondigt dat meer dan dat nodig is en spreker vraagt of de wethouder dit standpunt deelt. Daarnaast moet in het regionaal woonakkoord aandacht zijn voor het tegengaan van grondspeculatie en het weren van beleggers. Spreker meent dat het weinig zinvol is als niet alle gemeenten zich daar hard voor maken. De wethouder wordt gevraagd dit ook in de uitwerking mee te nemen. De heer Essabiri (Denk) geeft aan dat Denk in zijn algemeenheid kan aansluiten bij de woorden van de ChristenUnie, met name het stuk over de kwetsbare doelgroepen. Rijnenburg is een hot topic in de raad en de fractie is zeer benieuwd naar de beantwoording van de wethouder hierover. Denk is net als het CDA benieuwd hoe het participatietraject in de gemeente Utrecht geregeld gaat worden. Omdat de wooncrisis zeer urgent is sluit de fractie van Denk aan bij de vragen van Student&Starter hierover. De fractie sluit ook aan bij de laatste twee punten van de PvdA. De voorzitter stelt vast dat dit de bijdragen waren van de raad in de eerste termijn. De voorzitter schorst de vergadering op verzoek van de wethouder voor tien minuten om 14.45 uur. De voorzitter heropent de vergadering om 14.56 uur.

Wethouder Verschuure licht toe dat er voor de regio vele grote opgaven liggen in het verschiet. Het IRP is een concretisering van de contour-REP die eerder in alle raden is vastgesteld. De regio laat daarmee zijn dat zij gezamenlijk optrekken bij de aanpak van de opgaven op het gebied van woningbouw, energie, werken, mobiliteit en leefbaarheid. Wat er nu voor ligt is een gezamenlijke visie vanuit de verschillende regiogemeenten. Het is niet een juridisch bindend plan. Er is veel overeenstemming bereikt in de regio, maar er zijn ook nog veel discussiepunten waar de komende jaren over gesproken zal worden. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de raad informatie kan krijgen over welke punten nog niet uitgediscussieerd zijn. Wethouder Verschuure antwoordt dat de commissie zelf net al onderling een debat voerde over bijvoorbeeld waar de energieopwekking gaat landen, waar de bedrijventerreinen komen en welke bouwlocatie als eerste aan de beurt komt. Over deze punten zal in de regio nader gesproken moeten worden. Zo zou de stad Utrecht graag zien dat er in de regio andere woningbouwprogramma’s gerealiseerd worden en de regio denkt daar anders over. Er zijn derhalve dus nog voldoende discussiepunten waarbij de komende jaren de punten op de i gezet moeten worden.

Het is echter wel winst dat er op veel punten al wel overeenstemming is bereikt zodat richting aan gegeven kon worden aan gezond stedelijk leven en hoe de grootste opgaven rondom woningbouw en werken gerealiseerd kunnen worden. Er ligt nu een basis waar er in het Pagina 20 van 52

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

verleden jaren zijn geweest waarin de regio het verwijt kreeg dat de stad met de rug naar de gemeenten toe stond en vice versa. Ook in de samenwerking met de provincie liggen er nu eindelijk plannen die, in elk geval op hoofdlijnen, gezamenlijk gedragen worden. Daarmee laat de regio zien welke kant het graag op wil met de ontwikkeling. Dat is ook belangrijk in verband met de lobby richting het Rijk. De VVD vroeg naar Rijnenburg en er werd gesteld dat de kaart niet congruent is met de tekst. Dat geldt soms in dingen, er is een richting aangegeven waarin een en ander ontwikkeld kan worden. De RSU is daar de basis voor geweest als inzet voor de stad Utrecht en deze staat ook bijna een op een in het IRP opgenomen. Er is gevraagd waarom Bunnik Zuid wel is ingetekend en de wethouder licht toe dat er voor het moment van ontwikkeling nog geen complete helderheid is maar de randvoorwaarden zijn echter wel al gereed. Het gebied is ontsloten, er is een station en er is werkgelegenheid. Dat betekent dat je een en ander al zou kunnen ontwikkelen maar het is ook aan de politiek van de raad van Bunnik om te bepalen op welk moment met de ontwikkeling gestart zou kunnen worden. De heer Te Hoonte (VVD) meent dat Bunnik Zuid helemaal niet ontsloten is omdat de provinciale weg er omheen gelegd moet worden en dat is ook opgenomen op de plankaart.

Daarnaast zal er bij het station nog een viaduct nodig zijn. Spreker vraagt daarom nogmaals waarom deze gebieden niet op dezelfde wijze op een plankaart worden opgenomen. Wethouder Verschuure beaamt dat je in dat gebied nog niet alles in een keer kunt doen, maar het college meent wel dat het daar gemakkelijker te realiseren is dan op dit moment in Rijnenburg. Rijnenburg is in de toekomst wellicht wel mogelijk en daarom is het ook in het IRP zo opgenomen. Vanuit de RSU is er echter een andere fasering voorgesteld om Rijnenburg te ontwikkelen. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt waarom in het document dan niet wordt opgenomen dat de gebieden een verschillende status hebben. Wethouder Verschuure antwoordt dat het een plankaart en niet als een bestemmingsplan. Het heeft ook geen juridische doorwerking dus de status ervan is ook lichter dan bijvoorbeeld een POVI of een Omgevingsvisie. De plankaart geeft een ontwikkelrichting aan en de heer Te Hoonte zou er daarom ook niet een al te zwaar punt van moeten maken. Er is aangegeven dat Rijnenburg, net als andere plekken in de regio, een potentiële woningbouwlocatie is waar nog besluitvorming over moet plaatsvinden. Zo is dat ook in de tekst opgenomen. Dat geldt ook voor een aantal andere plekken in de regio die niet allemaal op deze kaart staan.

Bunnik Zuid staat er wel in omdat de gedachte is dat dat gebied mogelijk ontwikkeld zou kunnen worden, al heeft hier ook nog geen besluitvorming over plaatsgevonden. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de wethouder heeft gesteld dat het IRP geen juridische status heeft. Uit uitspraken van de Raad van State blijkt bij beroepsvorming echter vaak dat wordt gesteld dat het in strijd is met de vastgestelde Omgevingsvisie. Spreker meent dat dit stuk, als het wordt vastgesteld wel degelijk status krijgt. Wethouder Verschuure antwoordt te hebben begrepen dat de geldigheid wordt bepaald door de Omgevingsvisie vanuit de stad dan wel de provincie Utrecht. Het is echter wel een visiedocument dat met de regio wordt vastgesteld waarmee de inzet vanuit de regio richting de provincie en andere partners wordt belicht. De wethouder vervolgt en stelt dat het pleiten voor metrolijnen voortkomt uit het goed faciliteren van de tramverbindingen die dan wellicht ook ondergronds gaan. In het kader van U-net en andere trajecten doet de gemeente haar best om deze verbindingen te realiseren. Binnenkort zal de raad weer worden geïnformeerd over U-net. Sport en recreatie in de regio is nog niet zo concreet in het IRP geland. Het doel is om dit in fase 4 nader uit te werken.

De gemeenten zijn in de basis zelf verantwoordelijk voor het laten landen van verschillende locaties voor deze zaken en dat wordt via de Omgevingsvisie gedaan. In fase 4 zal hier nadere invulling aan gegeven worden. De ChristenUnie maakte een opmerking over financiën en de wethouder meent dat dat terecht was. In Q1 of begin Q2 wil de regio het plan van aanpak rondom de uitwerking van fase 4 gereed hebben zodat ook duidelijker is wat er aan financiën nodig is. Richting de Voorjaarsnota kan hier dan ook een voorstel voor gedaan worden zodat de raad in de positie komt om haar budgetrecht te hanteren. Vanuit de regio is wel al een verwachting afgegeven, gebaseerd op het inwonersaantal. Pagina 21 van 52

5

10

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) geeft aan met betrekking tot recreatie en sport te hebben gesteld dat er een regionale norm mist. Spreker vraagt of dat ook bij de uitwerking wordt meegenomen. Wethouder Verschuure licht toe dat de stad Utrecht een stapje voor loopt op de regio. In de stad is namelijk de RSU vastgesteld met een barcode waarbij in kaart is gebracht hoeveel voorzieningen er nodig zijn. De regiogemeenten zijn nog niet zo ver. Dat betekent dat voor de omliggende gemeenten nader uitgewerkt zal moeten worden wat je nodig hebt aan bijvoorbeeld sportvoorzieningen en groen. De heer Koppelaar (Student&Starter) geeft aan het gevoel te hebben dat de wethouder zegt dat er dingen uitgewerkt gaan worden maar dat nog niet duidelijk is wat er uitgewerkt gaat worden.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Wethouder Verschuure stelt dat er specifiek is gevraagd naar de behoefte aan recreatie en sportvoorzieningen. Het college heeft daarbij zelf aangegeven dat dat nog onvoldoende is uitgewerkt. De regio is gevraagd hoe dat kan en het antwoord was dat dit inderdaad een noodzaak is en dat dit nog nader uitgewerkt moet worden. In de RSU is uitgewerkt hoeveel sportvelden de gemeente toto 2040 denkt nodig te hebben. Het zal lastig zijn om die allemaal in de stad Utrecht te realiseren en daarom wil de stad met de regio in gesprek hierover om tot een goede invulling te komen. De andere deelnemende gemeenten zijn nog niet zo ver, zij hebben nog niet een barcode opgesteld. De ruimtelijke claim is derhalve nog niet duidelijk. Mevrouw Dekker- Abdulaziz (D66) vraagt of het niet verstandig is om bij de volgende fase van het IRP te stellen hoeveel sportvelden er nodig zijn en ze daarna pas te verdelen, in plaats van andersom. Wethouder Verschuure stelt dat je eerst zult moeten kijken naar wat de regionale behoefte is aan sportvelden om te kunnen bepalen wat je nog additioneel moet realiseren. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat deze wethouder ook de bestuurlijke opdrachtgever van het IRP is. Vanuit andere gemeente is achtergrondinformatie meegenomen waarin het advies is opgenomen om beslispunt twee toe te voegen aan het raadsbesluit om de dekking van de middelen te regelen voor heel 2022.

Gevraagd wordt hoe de wethouder beoordeelt hoe in de stad Utrecht het raadsbesluit krijgt voorgelegd ten opzichte van wat de bestuurlijke opdrachtgever daarover heeft geadviseerd. Wethouder Verschuure licht toe dat dit voorstel in september in het college is behandeld. Met de kennis van toen is het voorstel ook naar de raad gestuurd. In de tussentijd is gestart met het opstellen van een plan van aanpak. Met de inschatting van een half jaar geleden is op verzoek van de regio aan de deelnemende gemeenten gevraagd er rekening mee te houden dat als fase 3 is afgerond, over wordt gegaan naar fase 4, waar financiële middelen voor nodig zijn. De wethouder voor ruimtelijke ordening heeft gezegd dat het goed is om dit het lopende jaar af te maken. Dat kan binnen bestaande projecten worden gedaan. En ook voor het eerste deel van 2022 kan dit binnen de bestaande budgetten worden gerealiseerd. Voor de tweede helft van 2022 is nadere informatie nodig en daar wil het college bij de Voorjaarsnota met een voorstel voor komen. Dan is er meer helderheid over waar de middelen precies voor nodig zijn. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat de bestuurlijke opdrachtgever in de brief vraagt om commitment, ook financieel, vanuit de regio voor het IRP en daar horen de bedragen die nu gevraagd worden bij.

Spreker stelt dat verwacht wordt dat andere mogelijkheden al commitment tonen en de stad Utrecht zelf nog niet. Toch heeft de raad bij de Voorjaarsnota de mogelijkheid om te zeggen dat het college het geld niet krijgt en spreker vraagt wat er dan gebeurt. Wethouder Verschuure antwoordt dat er dan een probleem ontstaat waar Utrecht met de regio over in gesprek moet gaan. Voor ‘nieuw geld’ is het een goed gebruik om de raad in de positie te zetten om het budgetrecht te hanteren. Voor het gene waarvoor nog geen dekking is, is nu de vooraankondiging gedaan dat er bij de Voorjaarsnota een voorstel komt. De raad kan dan altijd nog nee zeggen, al zou het college dat wel onverstandig vinden.

Pagina 22 van 52

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt de wethouder toe te zeggen om voortaan bij dit soort regionale stukken alle bijlagen die in U10- of U16-verband worden verstrekt integraal door te zetten naar de gemeenteraad. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Verschuure geeft aan wel te willen toezeggen dat alle stukken worden doorgestuurd. De heer Te Hoonte lijkt echter te impliceren dat het college niet aan haar informatieplicht heeft voldaan. Via het Utrechtse is deze manier van planvorming gedaan en er wordt nu geen extra geld gevraagd, zoals afgesproken, maar dit wordt bij de integrale afweging gedaan. Dat is de reden waarom sommige stukken nu nog niet bij het voorstel zijn meegenomen. De voorzitter stelt dat de vraag is of de stukken die in andere raden zijn gedeeld ook in deze raad gedeeld kunnen worden en meent dat dat een terechte vraag is voor volgende besluitvormingsmomenten. Wethouder Verschuure beaamt dat en licht toe dat andere colleges blijkbaar in die zin een ander traject hebben gekozen. De wethouder geeft aan dat hij de raad deze stukken kan doen toekomen maar dat dat juist wel de reden is waarom er nu niet om extra geld wordt gevraagd maar pas bij de Voorjaarsnota. Mevrouw De Koning vond de aandacht voor energie onder de maat en de wethouder kan zich dat voorstellen. De wethouder heeft al aangegeven dat er nog wat discussiepunten met de regio zijn en energie is zo een discussiepunt. Het idee is dat de RES 2.0 in 2023 klaar moet zijn. De RES loopt tot 2030 terwijl het IRP tot 2040 loopt.

Hetzelfde geldt voor ‘klimaatneutraal op weg naar…’, ook dat zou het college van Utrecht graag wat steviger willen zien. Bij de RES 1.0 tot 2030 wordt een zesde deel van de energiebehoefte gerealiseerd en op weg naar 2050 zou dat 100% moeten zijn. Betaalbaar wonen en inzetten op klimaatadaptatie zijn punten die door het college worden meegegeven. Het college wil daar op in blijven zetten maar het Utrechtse woonprogramma is niet het programma dat in de rest van de regio een op een gedeeld wordt. Hier wordt wel over gesproken, bijvoorbeeld aan de hand van het Woonakkoord. De provincie hanteert een verhouding van 50%, 25%, 50% als richting. De wethouder kan zich echter voorstellen dat de woningbouwbehoefte in de regio net iets anders in dan in de stad. Zo neemt de stad meer sociaal voor haar rekening dan dat de regio dat doet, en de regio neemt weer meer energie voor hun rekening. Er is gevraagd om een jaarlijkse rapportage en de wethouder stelt voor om te gaan werken aan fase vier en om na twee jaar met een actualisatie te komen. Het idee is dat het IRP een levend document wordt wat geüpdatet wordt wanneer er meer informatie is en om de raad tussentijds te blijven informeren zoals dat ook met U-net wordt gedaan. Wanneer de raad wordt bijgepraat over U-net kan oom meegenomen worden welke consequenties dat heeft voor het IRP.

Omdat er zoveel overlap tussen deze twee zaken is lijkt het logisch om hier op één moment op terug te komen. Richting mevrouw Zwinkels merkt de wethouder op dat de druk op de ruimte enorm is en dat daarom ambities soms botsen. Dat is de reden waarom geprobeerd wordt om al deze zaken wat meer met elkaar in lijn te brengen, en daarom is dit plan gemaakt. Nog niet alles is rond maar er wordt geprobeerd de ruimtelijke ambitie in de visiekaart in te tekenen. De komende jaren zal gekeken worden waar het botst en waar verdere uitwerking nodig is. Er is ook gevraagd naar recreatie en groen en de wethouder licht toe dat hier in fase 4 verder op doorgegaan zal moeten worden. Utrecht is afhankelijk van de regio met betrekking tot recreatiemogelijkheden en daarom is de regionale samenwerking zo belangrijk. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dit voorbeeld te kunnen volgen en daarom zo veel nadruk te hebben gelegd omdat dat voor de inwoners van Utrecht heel interessant is. Met betrekking tot de botsingen heeft spreker echter het gevoel dat het stuk mooi weer speelt. Spreker volgt wat de wethouder zojuist uitlegde, maar zo staat dit niet in het stuk. In het stuk staat dat er geen botsingen meer zijn tussen de verschillende thema's. Spreker vraagt wat de volgende uitwerking de raad weer gaat beloven.

Spreker heeft het gevoel dat dit een eindeloze oefening is waarbij er steeds weer opnieuw geïnvesteerd moet worden in een nieuw plan en vraagt wat de raad in de volgende uitwerking krijgt. Wethouder Verschuure stelt dat je het liefst nu alles al zou willen weten zodat je een plan tot en met 2040, tot in alle details, zou kunnen omschrijven. Dat lukt echter niet omdat de komende jaren bijvoorbeeld zal moeten worden bezien hoe snel de woningbouw gaat, of er financiën van het Rijk Pagina 23 van 52

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

komen en of er door innovatie meer plekken gevonden kunnen worden om energie op te wekken. Daarom zijn er stippen op de horizon gezet waarbij met de kennis die er is, de behoefte in kaart is gebracht. Zo is de gedachte dat er tussen de 104.000 en 125.000 woningen nodig zullen zijn en ongeveer 80.000 arbeidsplaatsen. Er is geprobeerd om dit goed uit te rekenen en vervolgens in te passen op de regionale kaart. Zo zijn er in de plancapaciteit ook reserveruimtes maar de randvoorwaarden die daar voor nodig zijn, zijn nog niet bekend. Dit moet de komende jaren verder uitgewerkt worden. Dit kan negatief beschouwd worden maar je kunt het ook als een leuke ontdekkingsreis zien waarbij de regio sterker moet samenwerken om al die opgaven te kunnen realiseren. Er zijn veel zaken die hier invloed op hebben en daarom is het belangrijk om het document geregeld te actualiseren. De participatie zal via de lopende projecten worden gedaan zoals Omgevingsvisies en de gebiedsstudies van U Ned. D66 vroeg naar verdere concretisering rondom het wiel met spaken en OV-voorzieningen. Dit wordt onder andere gedaan via U Ned waar binnen met het Rijk en de provincie samengewerkt gaat worden om dit soort ambities te realiseren. Er loopt al nader onderzoek en er zijn al aanvragen. Samenwerking met deelgebieden aan de rand van de stad en de Alliantie Utrecht als stad zit in alle allianties in de regio.

Via de allianties wordt geprobeerd te kijken waar er overlap is. Het kan echter voorkomen dat er meningsverschillen zijn over wat je waar moet laten landen. Er is gevraagd hoe de partijen elkaar aan de afspraken houden en de wethouder licht toe dat het weliswaar niet een juridisch bindend document is maar dat het wel is opgebouwd uit juridisch bindende documenten als de RSU en Omgevingsvisies. Hier vanuit is de input van de verschillende gemeenten gekomen. Er wordt geprobeerd dit bij elkaar te brengen en dat zal later ook de input zijn richting de provincie voor de POVI die wel weer juridisch bindend is. Er kan tegen het plan worden gestemd maar de wethouder meent dat de input vanuit Utrecht ongeveer een op een is overgenomen en daarnaast het de stad de regio hard nodig, zoals bijvoorbeeld bij de energie-opgave. De wethouder zou dan ook niet adviseren om tegen te stemmen. Er kunnen voor de vervolgfase zaken meegegeven worden zodat de raad kan aangeven wat het belangrijk vindt voor fase 4. De heer Te Hoonte (VVD) meent dat er in dit stuk staat dat er een tramlijn richting Zeist moet komen, terwijl het college heeft aangegeven een tramlijn richting het USP te willen en een tramlijn over de Merwedelijn naar Papendorp. De lijn naar Papendorp komt echter niet voor in het stuk en gevraagd wordt hoe de wethouder dat met elkaar rijmt.

Wethouder Verschuure stelt dat er meer dingen niet in het IRP staan en heeft al aangegeven dat je zult moeten actualiseren. Het document is een half jaar geleden, met de inzichten van toen vastgesteld. Waarschijnlijk is het in de toekomst nog steeds een wens om een tramlijn richting Zeist aan te leggen. Dat is waarom dit als een van de mogelijkheden in het IRP staat. Als je straks keuzes moet gaan maken is de vraag of deze tramlijn als eerste gerealiseerd moet worden. Met betrekking tot Papendorp ziet het college dat dit mogelijk een interessante verbinding zou kunnen zijn. Als de Merwedelijn wordt aangelegd zou later ook de Papendorplijn aangelegd kunnen worden. Deze inzichten zijn echter later pas ontstaan. Het lukt nu niet om alles precies in de actualiteit te maken. De heer Te Hoonte (VVD) meent dat je dan zou verwachten dat de gemeente, net als andere gemeenten, een brief toevoegt waarin wordt toegelicht dat de wereld veranderd is en dat er nu andere zaken beoogd worden, alhoewel dat nog niet met de raad is besproken. Spreker stelt dat de raad niet heeft gezegd dat het iets ander wil, het college heeft dat gedaan. Het stuk over de tramlijnen komt niet vanuit de raad maar vanuit het college. Wethouder Verschuure licht toe dat dit stuk een half jaar geleden naar de raad is gestuurd.

Het betreft een inzet die via U-net nog nader onderzocht wordt en die nog nergens vastgelegd is, het is dus een te onderzoeken optie. Hier zal nog met de raad over gesproken worden en het college denkt dat dit een van de mogelijkheden is die richting Zeist interessant zou kunnen zijn. Daarnaast zou de Papendorp mogelijk ook interessant kunnen zijn. De PvdD vindt het document te veel gericht op groei en de wethouder geeft aan de mening van de PvdD op dat gebied te kennen. Het college meent dat dit een belangrijke opgave is. In de onderzoeken komt naar voren dat de bevolkingsgroei en de behoefte aan werkgelegenheid door zal gaan. Er is ook gevraagd of 60 hectare extra bedrijventerreinen niet te groot is. De wethouder Pagina 24 van 52

5

10

15

20

licht toe dat Utrecht 10.000 hectare groot is en in verhouding daarmee vindt de wethouder 60 hectare niet heel erg veel. De inzet is om zoveel mogelijk bedrijventerreinen te intensiveren maar tegelijkertijd staan er ook bedrijventerreinen op de nominatie om te transformeren naar woongebieden. Dit bij elkaar genomen betekent dat er tot 2040 nog ongeveer 60 hectare extra nodig is. Dat komt ook omdat Utrecht de circulaire economie belangrijk vindt net zoals het dichtbij produceren. De PvdD vindt ook dat het om te veel geld gaat. De wethouder deelt dat niet en licht toe dat er bij de Voorjaarsnota met een definitieve vraag gekomen zal worden. De regio is hard nodig en er zijn ook middelen nodig om zoiets te faciliteren. Bijvoorbeeld op de gebieden energie, recreatie en groen zal er met de regio samengewerkt moeten worden, de stad kan dat onmogelijk alleen. De heer Van der Zweth sprak over kwetsbare doelgroepen en de wethouder geeft aan dat dat ook de inzet van het college is geweest. Ook grondexploitatie en zelfbewoningsplicht wordt met de regio besproken. Denk sprak over zo snel mogelijk bouwen in Rijnenburg en de wethouder meent dat dat in deze raad hét punt van discussie is.

De wethouder snapt de mening van Denk daarover en licht toe dat in de fasering Rijnenburg is opgenomen als een latere mogelijkheid, Gemiste antwoorden Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan gevraagd te hebben naar de blijvende zorg over samenwerking met andere gemeenten in relatie tot het gezamenlijk aanvragen indienen bij het Rijk.

25

Wethouder Verschuure geeft aan dat er volop samengewerkt wordt met gemeenten als het gaat om de lobby richting het Rijk voor de U Ned-gelden, ontsluiting voor OV-systemen, tramlijnen en proposities daarin. Als het gaat om de ontwikkeling van Groot Merwede wordt nadrukkelijk samengewerkt met de gemeenten Zeist, Nieuwegein en Houten. Zo wordt er ook met de provincie samengewerkt.

30

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de raad geïnformeerd kan worden over hoe die samenwerking verloopt.

35

Wethouder Verschuure licht toe dat de regio aan tafel zit via collega Jansen bij de U Nedvooroverleggen. In het verleden is aangegeven dat het er op leek dat regio en stad het niet eens waren over waar de prioriteit zou moeten liggen en dat de stad en de regio wel eens met de ruggen naar elkaar toe staan en dat dat ook met de provincie zo is. Dat is nu niet meer het geval. Met dit IRP en met de gebiedsonderzoeken blijkt steeds meer dat de partijen het er met elkaar over eens zijn wat de prioriteit is. De samenwerking wordt, in ieder geval door de stad Utrecht nu als goed beschouwd.

40

45

50

55

Tweede termijn De heer Van der Graaf (ChristenUnie) geeft aan te hebben gevraagd of de regionale afspraken die worden gemaakt aan de raad worden voorgelegd. De heer Koppelaar (Student&Starter) meent dat de wethouder er voor open staat dat er moties komen om iets meer sturing mee te geven richting de verdere uitwerking en Student&Starter is dan ook van plan om moties in te dienen. Spreker heeft het idee dat andere partijen daar ook voor open staan en spreker zal daarom contact zoeken met andere partijen. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan te zullen gaan kijken of Rijnenburg alsnog op de juiste wijze in het plan kan komen. Spreker geeft aan benieuwd te zijn naar het debat dat gepland is in de commissie MGOR over het regeerakkoord en de inzet van de BEO MIRT-gelden omdat spreker meent dat dit in lijn moet zijn met elkaar. Spreker proeft weinig bereidheid van de wethouder om hier een lijn in te kiezen en meent dat de raad daarom aan zet is. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan met een voorstel te zullen komen op het gebied van recreatie zodat hier op korte termijn een uitwerking voor komt. Spreker gaat kijken of ze een voorstel kan maken over het schrappen van het zinnetje over klimaatadaptatie omdat u de deur dicht lijkt te zijn om hier op regionaal niveau over door te praten.

Spreker wil ook kijken hoe ze Rijnenburg kan toevoegen bij het beslispunt over het toevoegen van compacte stedelijke Pagina 25 van 52

gebieden. Ook zal er een voorstel komen over inwonersparticipatie omdat spreker meent dat zaken integraal aan de inwoners mogen worden voorgelegd en niet alleen per lokaal plan. 5

Wethouder Verschuure vindt het vanzelfsprekend dat als er afspraken komen uit fase 4, deze met de raad besproken zullen worden. De voorzitter stelt voor om dit punt door te geleiden als B-punt naar de raad over drie weken en vraagt hoeveel tijd de commissie wenst.

10

De heer Te Hoonte (VVD) stelt 45 minuten voor. De voorzitter stelt vast dat hier steun voor is.

15

20

25

30

35

Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan te hebben gemerkt dat amendementen lastig zijn voor het college bij regionale stukken. Spreker vraagt de wethouder te reflecteren op de vraag of het realistisch is dat de raad met amendementen komt en daarmee het gewenste effect gaat bereiken. Spreker wil namelijk een aantal stukken tekst schrappen of wijzigen en stelt dat dat met een motie ook lastig is. Wethouder Verschuure beaamt dat dat lastig is omdat het een regionaal document is. Dat is ook de reden waarom het proces in heel veel stapjes is gedaan. Eerst zijn de uitgangspunten vastgesteld, vervolgens de zienswijzen en op die momenten heeft de raad haar mening kunnen geven en amendementen kunnen indienen. Nu is het de vraag of de raad vindt dat het ook voldoende is gewijzigd. Wijzigen op het document zelf kan niet maar de raad kan de wethouder wel de opdracht geven om voor fase 4 stappen nader uit te werken of mee te nemen. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of het werkbaar is als er een motie komt om een brief te sturen en daarbij elementen voor die brief aan de wethouder aan te leveren. Dit omdat andere gemeenten ook brieven hebben gestuurd. Wethouder Verschuure antwoordt dat dat mogelijk is. IJsselstein heeft dit gedaan. De voorzitter stelt voor om, als hier nog een technische discussie over is, dit buiten te vergadering op te pakken.

De voorzitter schorst de vergadering voor enkele momenten. Agendapunt 8 is van de agenda geschrapt en na de schorsing zal agendapunt 9 worden behandeld. Toezeggingen Er zijn geen toezeggingen gedaan.

40

9. Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Hoek Papiermoerbeilaan – Monardastraat, Rijnvliet De voorzitter heropent de vergadering van de commissie.

45

50

55

De heer Koppelaar (Student&Starter) meent dat dit punt en het volgende punt waarschijnlijk niet anderhalf uur tijd in beslag zullen nemen en vraagt of het plan is vanmiddag nog te beginnen met het SPvE voor Papendorp Noord. De voorzitter antwoordt dat dit een doorlopende vergadering is. Vooraf heeft alleen de PvdD aangegeven een bijdrage te hebben en roept andere partijen op, als zij toch ook een bijdrage te hebben, dat heel kort en bondig te doen. Eerste termijn De heer Van Heuven (PvdD) geeft aan zich zorgen te maken over de bescherming van de vleermuizen in dit gebied. In de paragraaf over natuurbescherming is te lezen dat er verschillende beschermde dieren in het gebied aanwezig zijn. Op basis van ecologisch onderzoek zijn conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan en voor de meeste van deze dieren worden de aanbevelingen opgevolgd. Ten bate van de aanwezige vleermuizen worden zes conclusies en adviezen gedaan maar de informatie ontbreekt of deze adviezen daadwerkelijk opgevolgd worden Pagina 26 van 52

5

en in actie worden omgezet. Daarmee vindt de PvdD dat de paragraaf natuurbescherming op de pagina’s 40 en 41 rammelt. De wethouder wordt gevraagd of de informatie over de opvolging van de adviezen vergeten is of dat de aanwezige vleermuizen een penibel lot staat te wachten. De wethouder wordt gevraagd toe te zeggen dat de gedane aanbevelingen ook daadwerkelijk opgevolgd worden en of hij bereid is dit te verwerken in het bestemmingsplan. De heer Te Hoonte (VVD) roept op tot: bouwen, bouwen, bouwen.

10

15

20

25

30

35

40

Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt dat het CDA ook graag ziet dat er gebouwd wordt in Rijnvliet, er zijn daar al veel mooie woningen gerealiseerd. Er staat in de stukken dat dit bestemmingsplan een van de laatste planologische wijzigingen is en spreker vraagt waarom hier, voor dit beperkte aantal woningen nog een apart voorstel komt en of hierna nog meer separate voorstellen volgen. Spreker vindt het mooi dat er een overeenkomst is gesloten met het nabij gelegen bedrijf zodat er een prettig klimaat is om te wonen, maar het CDA heeft daar nog wat bedenkingen bij. Mevrouw Dekker- Abdulaziz (D66) geeft aan dat D66 zich zorgen maakt over de drie woningen die niet aan de decibel-richtingswaarden voldoen. Spreker vraagt of extra isolatiemaatregelen mogelijk zijn bij de bouw van deze woningen zodat zij wel aan de decibel-richtingswaarden kunnen voldoen. Wethouder Verschuure licht toe dat de aanbevelingen rondom vleermuizen allemaal zullen worden opgevolgd. Met betrekking tot de oproep tot bouwen, bouwen, bouwen merkt de wethouder op dat dit de laatste negen huizen zijn die in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden. Richting het CDA geeft de wethouder aan dat dit tot voor kort nog niet kon omdat het nabij gelegen bedrijf een kraan had die veel geluid produceerde. Deze kraan is aangepast en daardoor is de geluidsbelasting van deze locatie verminderd.

Het bedrijf zit er nog steeds en dat zal voor drie woningen een extra belasting van 2 decibel opleveren. Dat is echter buiten gemeten en binnen zal dit door goede geluidsisolatie worden opgelost. De heer Van Heuven (PvdD) vindt het fijn dat de adviezen voor de vleermuizen worden opgevolgd maar vraagt ook waarom dit niet in het bestemmingsplan stond en of de wethouder kan toezeggen dat de paragraaf natuurbescherming vanaf nu weer up to date en volledig is. Wethouder Verschuure antwoordt dat dat gedaan zal worden. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan te hebben gevraagd of dit de laatste wijziging is. Dit ook gelet op andere bedrijfsmatige ontwikkelingen op Strijkviertel Wethouder Verschuure antwoordt dat dit de laatste negen woningen die mogelijk gemaakt worden, waarmee bouwen, bouwen, bouwen, waar de Van den Dikkenberg toe opriep invulling krijgt. Bestemmingsplantechnisch is Rijnvliet hiermee af. In het gebied van Leidsche Rijn, De Meern zijn nog wel locaties waar je in de toekomst mogelijk iets kunt toevoegen, maar dat geldt niet voor Rijnvliet sec.

45

De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en stelt voor om dit punt als A-punt door te geleiden naar de volgende raadsvergadering. De voorzitter schorst de vergadering voor een aantal momenten voor een wisseling van de woordvoerders.

50

Toezeggingen Er zijn geen toezeggingen gedaan.

10. Beantwoording SV 2021/177 en 192 Verdichting Park Welgelegen en ontwikkeling Rachmaninoffplantsoen

55

De voorzitter heropent de vergadering. Voor dit agendapunt is naast wethouder Verschuure ook wethouder Diepeveen aangesloten. Het agendapunt is geagendeerd door de PvdA, de SP de PvdD en de PVV geagendeerd. De woordvoerder van Student&Starter is online aanwezig, er is geen interruptie door haar of op haar mogelijk. ` Pagina 27 van 52

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan twee agenderende fracties te missen. De voorzitter merkt op dat het een vergadering met een doorlopende agenda is. 5

10

15

20

25

30

35

De heer Schipper (SP) geeft aan van de heer de heer Bosch (PVV) te hebben begrepen dat hij bij een aantal agendapunten niet aanwezig zou zijn. De voorzitter merkt op dat de PvdD inmiddels ook is aangesloten. De behandeling vindt plaats in een termijn. De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat Utrecht in ontwikkeling is en het is daarom belangrijk dat bewoners daar invloed op uit kunnen oefenen en dat de gemeente de regie pakt ten opzichte van de markt. Welgelegen is het zoveelste voorbeeld waar dit fout gaat en dat geeft genoeg aanleiding voor dit debat. Het begint bij de gronddeal. De gemeente verkocht het parkeerterrein op 2 oktober 2018 aan Rachmaninoffhuis B.V. voor 3 ton. Op 3 oktober 2018 heeft Rachmaninoffhuis het gebied doorverkocht voor 1,3 miljoen euro. Het is dus binnen een dag een miljoen meer waard geworden. De reden lijkt dat er nu opeens bouwplannen zijn. Dit, terwijl er jarenlang is geparticipeerd met bewoners om het parkeerterrein te gaan vergroenen, met het idee dat het een parkeerterrein zou blijven. Dit is een schoffering van de bewoners en de gemeente lijkt weer eens te worden uitgespeeld door de markt en staat er bij en kijkt er naar. De grond is meer waard omdat men allang voornemens was om daar te gaan bouwen.

Toch zegt het college in de beantwoording van de vragen dat de waardestijging niet gebaseerd zou zijn op mogelijke ontwikkelkansen voor het parkeerterrein. Spreker vraagt waar het dan wel op is gebaseerd en hoe het mogelijk is dat zo een grote waardestijging zo snel kan plaatsvinden, en dat de gemeente dit bedrag misloopt. De wethouder heeft geantwoord dat het niet onaannemelijk is dat het komt door de zekerheid van levering van het parkeerterrein, maar dan moet een betrouwbare overheid uitzoeken of dat echt zo is. Het college heeft ook aangegeven dat er geen enkele onzekerheid bestaat rondom de levering. Spreker vraagt waarom dat ook zo zou zijn, het parkeerterrein ligt er gewoon. De redeneringen zijn derhalve niet te volgen. De wethouder wordt om een reactie gevraagd. Dit alles is het gevolg van het moeten afbouwen van erfpachtposities. Dat is een heel sterke wens van D66 in deze raad en het gevolg van het voeren van faciliterend beleid in plaats van actief grondbeleid, waardoor Utrecht moet dansen naar de pijpen van de markt. Dis is ook weer een wens van D66 in deze raad. De markt weet zo precies hoe de gemeente uitgespeeld moet worden. De wethouder wordt gevraagd hier op te reflecteren. Gevraagd wordt of de wethouder deelt dat de raad af moet van het dogmatische afbouwen van erfpachtposities.

De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt waar de PvdA de stelling op baseert dat de gemeente af moet van de erfpachtposities.

40

45

De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dit te baseren op de beantwoording van de schriftelijke vragen. Het betreft set vragen 192, antwoord op vraag 5. Het wordt volledig door de markt gedicteerd dat hier mogelijk een woontoren komt. De markt wil op het parkeerterrein bouwen ondanks dat er uitgebreid is geparticipeerd met bewoners over vergroening van het parkeerterrein, ondanks dat het niet past bij de nog geldende visie Welgelegen uit 2014, ondanks de gevolgen voor het naastgelegen Hommelbos en ondanks het feit dat er 100 meter verderop een perfecte kans is om te verdichten en een woontoren neer te zetten op Ravellaan 96.

50

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan de, niet zo heel duidelijke, visie te hebben teruggelezen en vraagt op welke punten dit plan niet aansluit op de visie Welgelegen waarin staat aangegeven dat in de randzone verdichting kan plaatsvinden, mits er geen wandvorming is. Spreker vraagt in hoeverre daar nu wel sprake van zou zijn.

55

De heer Van der Zweth (PvdA) deelt met de VVD dat het stuk inderdaad niet heel duidelijk is. In de visie staat met rondjes aangegeven waar gebouwd kan worden en ook is gemarkeerd waar nu een grote flat is neergezet. Het parkeerterrein wordt niet benoemd als plek om te bebouwen. Het visiestuk ademt ook niet verdere verdichting en de realisatie van veel woningbouw.

60

De heer Te Hoonte (VVD) meent dat de rondjes aangeven waar gebouwen vrijkomen die tot herontwikkeling zouden kunnen komen. Daarnaast is er ook een visiekaart waar in bredere zin Pagina 28 van 52

ruimte wordt gegeven om in Welgelegen woningen toe te voegen. Dit is ook een expliciete wens van de raad. Er was een stuk van de eigen wethouder van de heer Bosch en later van de heer Jansen. Spreker zoekt daarom waar het bezwaar tegen nieuwbouw zit bij de heer Van der Zweth. 5

10

15

20

25

De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat dat niet op die manier in de visie staat. Er zijn plekken geduid waar gebouwd kan worden maar het parkeerterrein is niet omcirkeld. Daarnaast is er de afgelopen jaren intensief geparticipeerd met bewoners over het vergroenen van het parkeerterrein of het uitbreiden van het Hommelbos. Spreker vraagt zich af waarom je dat zou doen als je er vervolgens een flat realiseert. De heer Dekkers (GroenLinks) stelt dat de bewoordingen in de visie wat algemener van aard zijn. Er wordt gesproken over mogelijkheden voor ontwikkeling langs de Weg der Verenigde Naties tot 19 verdiepingen. In het plan is ook vergroening van het parkeerterrein opgenomen maar dat wordt wellicht op een andere manier gedaan dan tot nu toe besproken is. Spreker vraagt derhalve waar dit plan afwijkt van de visie en meent dat de visie nooit bedoeld is om exact plekken aan te wijzen voor bebouwing. De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan de laatste woorden van de heer Dekkers te herkennen en stelt dat de fractie daarom van mening is dat er een nieuwe visie moet komen over wat er gedaan gaat worden in Welgelegen. De PvdA ziet dat er nog veel ruimte is om de woontoren op de Ravellaan 96 en meent dat daar flink verdicht kan worden en de lucht in gebouwd kan worden. Op die manier zou dit stukje groen behouden kunnen worden. De visie die er nu ligt sluit daar niet goed bij aan.

De heer Dekkers (GroenLinks) meent dat de visie heel goed is en stelt dat hij niet staat te springen om een nieuwe visie. Spreker kan zich wel voorstellen dat er uitwerkingen van de uitgangspunten nodig zijn, maar zou niet weer een nieuwe visiediscussie willen beginnen.

30

De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat een bijgewerkte visie ook mogelijk is, zolang het doel, met elkaar bepalen waar te verdichten in Welgelegen als daartoe besloten wordt. De nu voorliggende plek, waar participatie over heeft plaatsgevonden raakt volgens de fractie kant noch wal.

35

De heer Schipper (SP) meent dat in de visie uit 2014 niet exact staat wat waar mag komen in het gebied. Spreker vraagt of het niet zo is dat de gemeente in schrift heeft aangegeven dat er niet op het parkeerterrein gebouwd zou worden.

40

45

50

55

De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat dat juist het punt is. Het participatietraject is niet gedaan met het idee om er een paar jaar later een flat op te gooien. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat de VVD zich vaak druk heeft gemaakt over het parkeren in het gebied dus ook bij de VVD was er verbazing dat dit project er nu uitkwam. Spreker deelt echter niet met de PvdA dat dit plan binnen de visie niet zou kunnen. De heer Van der Zweth (PvdA) vervolgt en vraagt wethouder Verschuure hoe je bewoners zo in de kou kunt zetten door eerst uitgebreide participatie te doen en vervolgens woningbouw kansrijk te achten. Natuurlijk gaat de raad hier nog over bij het SPvE maar als het zo ver is, dan is alles al in gang gezet en daarom zou de gemeente nu regie moeten pakken en sturen op welke ontwikkeling waar plaats gaat vinden in het gebied. De fractie meent dat er een nieuwe visie nodig is voordat er besluiten genomen worden zodat er gestuurd kan worden op een fijne wijk. Deze visie moet veel meer duidelijkheid scheppen over wat er in dit gebied gedaan gaat worden omdat er nog veel meer op stapel staat. De wethouder wordt gevraagd een nieuwe integrale visie of een actualisering te maken voor het gebied. De bewoners hebben een eigen visie gemaakt en naar de gemeente gestuurd. Gevraagd wordt wat de wethouder daar mee gaat doen. De PvdA is kritisch en benieuwd naar de antwoorden.

De hoop is dat de gemeente bereid is de regie te pakken voordat de trein doordendert. De heer Schipper (SP) geeft aan niets te geloven van de uitleg die de fractie op haar schriftelijke vragen heeft gekregen over de gronddeal. Het moet bekend zijn geweest dat er gebouwd werd en Pagina 29 van 52

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

anders hebben twee departementen van de gemeente enorm langs elkaar heen zitten werken. Spreker geeft aan benieuwd te zijn naar de nadere uitleg van de wethouder hierover. Er is nu twee jaar participatie door het putje gezakt en spreker meent dat er daarom excuses aan de bewoners nodig zijn. Daarnaast zou er serieus gekeken moeten worden naar de plannen die de bewoners hebben gemaakt. Het hoeft niet een heel nieuwe visie te worden, de huidige visie kan afgestoft en geactualiseerd worden. Spreker laat zijn inbreng hierbij, de heer Van der Zweth heeft het verder goed verwoord. Mevrouw Snippe (PvdD) sluit aan bij de woorden van de PvdA en de SP. Spreker geeft aan dat de PvdD het een slecht idee vindt om een hoge flat te bouwen op het Rachmaninoffplantsoen tussen twee andere hoge flats. Dit is onmogelijk te realiseren zonder de groeiplaatsen van de bomen in het Hommelbosje aan te tasten en zonder de bomen op het parkeerterrein te kappen. De enige manier om het Hommelbosje zo goed mogelijk te beschermen is om er niet pal tegenaan te gaan bouwen. Het is maar een klein terreintje en het is nu al redelijk vol en de verwachting is dat de leefbaarheid voor de huidige bewoners en voor de dieren er flink op achteruit zal gaan. De fractie heeft geen hoge verwachtingen van de beoogde compensatie.

Een groen plakje boven op een 70 meter hoog gebouw waar bomen niet diep in kunnen wortelen is geen serieuze vervanging voor de kap van de flinke bomen op of rondom het Rachmaninoffplantsoen. Bij het verbouwen van het gemeentekantoor tot appartementen, tegen het Hommelbosje aan zijn er ook bomen aan de rand gesneuveld en de fractie voorzit dit ook bij dit gebouw. In het Hommelbos staan bomen van 150 jaar oud en de PvdD vindt het erg belangrijk dat de flora en fauna en de cultuurhistorie van dit laatste stukje historisch landgoed wordt beschermd en dat er zuinig wordt omgegaan met het laatste stukje groen van Welgelegen. De PvdD ziet ook graag een integrale visie op de gebiedsontwikkeling in het gebied in plaats van perceelsgewijs zodat de voor- en nadelen van bouwen in het gebied als alternatief voor het Rachmaninoffplantsoen worden afgewogen en kunnen de belangen van flora, fauna en cultuurhistorie worden meegenomen. Wat de fractie betreft gaat de ontwikkeling van het SPvE even op pauze. In plaats van verder te gaan met het SPvE wil de PvdD dat alternatieven voor de verdichting in Welgelegen en Oog in Al wordt onderzocht en dat de raad hiervan op de hoogte wordt gebracht. Volgens de bewoners rondom het Rachmaninoffplantsoen het verzoek om een onafhankelijk ecologisch onderzoek naar de ecologische waarde van het gebied afgewezen.

De wethouder wordt gevraagd toe te lichten waarom dit is afgewezen en om toe te zeggen alsnog opdracht te geven voor dit onderzoek en een integrale gebiedsontwikkeling ter plaatse. De voorzitter constateert dat de PVV als agenderende partij niet aanwezig is. De niet agenderende fracties kunnen nu een korte bijdrage leveren. De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks drie punten wenst mee te geven over de ontwikkeling en de IDOC. GroenLinks denkt dat bebouwing op dit deel van het parkeerterrein goed mogelijk is, maar dan minder hoog. Een gebouw ongeveer even hoog als het gebouw zuidelijk van het Rachmaninoffplantsoen past in de visie Welgelegen die uitgaat van een hoogte van negen tot tien verdiepingen langs de Weg der Verenigde Naties naar lage grondgebonden woningen langs de Leidseweg. De fractie is niet overtuigd door de stedenbouwkundige argumenten in de IDOC voor een gebouw tot 70 meter hoog. Een hoogteaccent van anderhalf maal de direct omliggende bebouwing past niet in de buurt en niet in de visie Welgelegen. De wethouder wordt gevraagd of er een plan uitgewerkt kan worden zonder dit hoogteaccent. Hoogteaccenten moet je per buurt bekijken maar het is goed als er hier snel aan de hand van een nieuwe hoogbouwvisie een algemene discussie over gevoerd kan worden. Het college wordt gevraagd wanneer de hoogbouwvisie komt.

Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt waarom het voor GroenLinks niet bezwaarlijk is dat de bomen op en rondom het Rachmaninoffplantsoen moeten gaan verdwijnen. De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat als daar een parkeergarage gerealiseerd wordt met een forse laag daar bovenop, het daar mogelijk is om het groen te versterken. Er moet dan wel een goede doorgang zijn aan beide zijden van het gebouw richting het Hommelbos. Daarnaast blijven er echter wel zorgen over verstoring van het groen en spreker zal hier later nog op terugkomen in zijn bijdrage. Spreker meent dat met meervoudig grondgebruik het groen daar versterkt kan worden. Pagina 30 van 52

De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat de bewoners de afgelopen jaren uitgebreid hebben meegedacht over het versterken van het groen. Dat wordt nu overboord gegooid en spreker vraagt of dat niet bezwaarlijk is voor GroenLinks, ook met een lagere toren. 5

10

15

20

25

30

35

40

De heer Dekkers (GroenLinks) stelt dat een parkeerterrein een slechtere verbinding is tussen de wijk en het groen dan een stevige vergroening boven op een parkeergarage. Dat past ook in de visie Welgelegen. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat bewoners dat anders zien. Zij steunen een plan van een gebouw met een versterking van het groen niet. Wel hebben ze uitgebreid meegedacht over het vergroenen van het parkeerterrein. Spreker vraagt of het bij GroenLinks niet knaagt dat er zo uitgebreid is geparticipeerd en dat dat nu zomaar overboord wordt gegooid. De heer Dekkers (GroenLinks) ziet de participatie die in Welgelegen heeft plaatsgevonden een groot goed en hecht er daarom aan om de visie Welgelegen niet zomaar overboord te gooien. Spreker ziet dat veel vragen vanuit het BBW en de bewoners verwerkt zijn in het IDOC. Dat houdt in dat de participatie serieus is genomen. Tegelijkertijd kan het zo zijn dat je een discussie hebt over welke ontwikkelingen wel en niet mogelijk zijn. De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat de bewoners hebben meegepraat over het vergroenen van het parkeerterrein en de verbinding naar het Hommelbos. Dat wordt nu helemaal anders. De heer Schipper heeft al aangegeven dat dit zwart op wit is gezet en spreker meent dat het onbetrouwbaar is om daar opeens aan te knagen en dit overboord te gooien als een marktpartij zich meldt.

De heer Dekkers (GroenLinks) beaamt dat dit inderdaad een wijziging is ten opzichte van wat daar gebeurd is. Sommige wijzigingen kunnen echter ook aansluiten op de wensen die al eerder geformuleerd zijn. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het absurd dat GroenLinks op deze manier de schouders ophaalt bij wat GroenLinks een wijziging noemt. Spreker meent dat het veel meer dan dat is, het is heel ingrijpend. Spreker vraagt of GroenLinks daadwerkelijk de impact hiervan niet ziet en evenmin de wens van de mens ziet om openbare ruimte te hebben die in verhouding staat tot al de nieuwbouwplannen die daar al hebben plaatsgevonden. De heer Dekkers (GroenLinks) stelt dat het inhoudelijke punt is dat er een sterke wens is om ook vergroening in het gebied te realiseren. Voor spreker zelf is het een lang gekoesterde wens om ook het andere parkeerterrein te vergroenen. GroenLinks heeft net als Beter Bereikbaar Wageningen bedenkingen ten opzichte van deze ontwikkeling maar ziet ook dat het een kans biedt voor vergroening. Spreker vraagt waarom je de kans voor meervoudig grondgebruik en vergroening zou laten liggen en dat, in gesprek met bewoners uit de buurt.

45

De heer Te Hoonte (VVD) meent dat de hoogbouwvisie is gevraagd bij de RSU 2040. De raad heeft die visie niet gekregen en vooral de coalitiepartijen vonden dat prima. Spreker vraagt of deze visie volgens GroenLinks toch nog snel naar de raad komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=d0ed22ae-ae0f-4b05-910b-30e4e98039fd