2022 02 17 Conceptverslag openbare ochtendvergadering commissie Onderwijs, Werk en Economie.pdf
Tekst van het document
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Onderwijs, Werk en Economie 5 Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag 10
15
17 februari 2022 Raadzaal, stadhuis mw. I.B. Koren (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen De voorzitter, dhr. D. Gilissen, de wethouder, dhr. E. Eerenberg, de leden, mw. T. Meerding (VVD), dhr. R. van der Zweth (PvdA), mw. H. Assen (PvdA), mw. A. Sasbrink (PvdD), mw. J. Admiraal (ChristenUnie), mw. E. Kendir (Student&Starter), mw. J. Kleinrensink (GroenLinks), dhr. R. Wiegant (SP), dhr. H. Bakker (D66), dhr. B. van Steeg (CDA), mw. B. Chirino (ChristenUnie), dhr. M. van Heuven (PvdD), dhr. D. Harris (SP), dhr. I. Simşek (DENK), mw. T. Sturkenboom (Student&Starter), de commissiegriffier, mw. W. Kok.
Afwezigen Er zijn geen afwezigen gemeld. 20
25
Inhoud 1. Opening en mededelingen ........................................................................................................... 1 2. Vaststellen agenda 17 februari 2022 ............................................................................................ 1 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen.................................................................................... 2 4. Openbare verslagen 20 en 25 januari 2022 ................................................................................. 2 5. Toezeggingen/Moties ................................................................................................................... 2 6. Initiatiefvoorstel Ongelijk investeren voor Gelijke kansen ............................................................ 2 7. Gezonde voeding op school....................................................................................................... 10 LIJST VAN TOEZEGGINGEN ........................................................................................................ 14
1. Opening en mededelingen 30
35
De voorzitter opent de vergadering om 9.30 uur en heet iedereen van harte welkom. Namens de raad heeft hij een petitie in ontvangst genomen van de ouders van de Internationale school Utrecht. De petitie is meer dan vierhonderd keer ondertekend en roept de raad op tot het stellen van deadlines en het geven van duidelijkheid over zowel een permanente en tijdelijke locatie voor de internationale school. De petitie zal worden doorgeleid. Op dit moment loopt er een wensen- en bedenkingenprocedure. De commissie zal waarschijnlijk dinsdagavond spreken over dit onderwerp.
2. Vaststellen agenda 17 februari 2022 De voorzitter concludeert dat de agenda ongewijzigd is vastgesteld. Pagina 1 van 23
3. Vaststellen van ingekomen agenderingen De voorzitter loopt het lijstje langs. 5
3.1. Rekenkameronderzoek: ‘De balans opmaken. Een onderzoek naar de effectiviteit van het economisch beleid van de gemeente Utrecht’ De voorzitter concludeert dat een behandeltijd van 90 minuten wordt gereserveerd. 3.2. Benoeming lid Raad van Toezicht SPO Utrecht De voorzitter concludeert dat dit agendapunt als A-punt naar de raad van 10 maart gaat.
10 3.3. Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De voorzitter concludeert dat er geen agenderingen zijn binnengekomen en dat de commissieleden op dit moment ook geen agenderingen hebben.
4. Openbare verslagen 20 en 25 januari 2022 15
De voorzitter concludeert dat de verslagen zijn vastgesteld.
5. Toezeggingen/Moties De voorzitter concludeert dat de fracties hier geen opmerkingen over hebben. De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten. 20
6. Initiatiefvoorstel Ongelijk investeren voor Gelijke kansen
25
De voorzitter heet mevrouw Assen van harte welkom. Zij heeft het initiatiefvoorstel ‘Ongelijk investeren voor gelijke kansen’ ingediend en stelt de raad voor om de uitgangspuntennotitie vast te stellen en leidend te laten zijn binnen alle beleidsterreinen en verzoekt het college om een uitvoeringsplan op te stellen. Vervolgens bespreekt hij het proces rondom dit initiatiefvoorstel. Het voorstel zal in twee termijn behandeld worden en mevrouw Assen begint met een inleiding.
30
35
40
45
50
Mevrouw Assen (PvdA) dankt het college voor de reactie. Zij geeft aan gehoopt te hebben op een meer positieve reactie met name omdat de thema’s kansengelijkheid en ongelijk investeren om gelijke kansen te bieden al vaker zijn behandeld. Zij is gekomen tot dit initiatiefvoorstel omdat gelijke kansen enorm belangrijk zijn en het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen de afgelopen jaren steeds vaker naar voren kwam, ook mede door corona. Een en ander hieromtrent was alleen niet heel concreet. Zij zaken meer concreet willen maken. Bij het opstellen van dit voorstel is rekening gehouden met de samenstelling in de raad en met het moment. Het huidige moment bevindt zich namelijk vlak voor de verkiezingen. Er is daardoor nog geen volledige uitwerking opgenomen. Het college noemt in de brief een aantal voorbeelden waarvan gezegd wordt, dat een en ander hierbij al in de praktijk wordt gebracht. Dit deelt zij voor een deel. Als raadslid heeft zij ervaren dat op veel punten zaken nog niet vanzelfsprekend zijn. De groene schoolpleinen zijn hiervan een voorbeeld en het opstellen van een Utrechts kind centrum. Hiervan wordt gezegd dat partijen zelf zaken moeten oppakken. Dit zijn gemiste kansen als het gaat om ongelijk investeren voor gelijke kansen. Door het vaststellen van vier concrete uitgangspunten is het de bedoeling een en ander voor het college makkelijker te maken.
Deze dienen gezien te worden als opmaat en kunnen, indien nodig, worden aangepast. Tot slot vraagt beslispunt 4 om een vertaling naar een concreet uitvoeringsplan. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) geeft mevrouw Assen een compliment voor dit voorstel en geeft aan dat zij de heer Vonk vervangt. Vervolgens zegt zij aan dat er continue aandacht dient te zijn voor ongelijk investeren voor gelijke kansen. GroenLinks is het eens met het uitgangspunt van het voorstel maar merkt op dat de uitgangspunten die in het voorstel staan, niet heel anders zijn dan hetgeen al wordt gedaan. Al jarenlang wordt de afweging gemaakt hoe het geld verdeeld moet worden. Wat verandert er nu concreet als het voorstel wordt aangenomen? De fractie pleit daarom voor een nog scherper en ambitieuzer plan. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of het niet zou helpen als de uitgangspunten worden verankerd en erin stukken op terug wordt gekomen.
55 Pagina 2 van 23
5
10
15
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) antwoordt een paragraaf over ongelijk investeren een goed idee te vinden. Met betrekking tot de uitgangspunten merkt zij op, graag veel verder te willen kijken. Deze zijn nu vrij breed geformuleerd. Zij vervolgt haar bijdrage. GroenLinks wil het voorstel scherper en fundamenteler maken zodat de discussie over ongelijk investeren een stap verder wordt gebracht. Hoe kijkt mevrouw Assen hier tegenaan? En hoe ziet het college voor zich hoe dit er procesmatig uit kan zien? Graag een reactie. Verder roept het voorstel een aantal vragen op. De politiek gaat uiteindelijk over middelenverdeling. De vraag is alleen waar en hoe dit gedaan moet worden. De eerste vraag die opkomt is, hoe wordt ongelijk geïnvesteerd? Dient per persoon geïnvesteerd te worden, per school, per straat, per buurt of wijk of dient er een mix te zijn? Daarbij wordt, als ongelijk wordt geïnvesteerd, in bepaalde zaken niet meer geïnvesteerd. Er dient nagedacht te worden over wat voor uitgangspunten hiervoor gehanteerd moeten worden. Verder gaat het in het voorstel vooral over het sociale domein maar dient niet verbreed te worden? Dan een aantal voorbeelden om aan te geven hoe het ambitieuzer zou kunnen.
GroenLinks denkt aan natuur- en cultuureducatie, aan investeren in mensen die het langst in de bijstand zitten, de gezonde schoollunches en aan investeren in een wijkaanpak zoals bij Overvecht en het inzetten van het sportbudget in wijken waar dit nodig is. Het voorstel biedt dus nog niet voldoende handvatten. GroenLinks wil met de PvdA en andere partijen verder kijken naar hoe een en ander verder gebracht kan worden. Wil het college tegelijkertijd wel van start gaan met de maatschappelijke discussie?
20 De heer Wiegant (SP) begrijpt niet goed waarom GroenLinks het initiatiefvoorstel niet omarmt. Moet er een amendement geschreven worden om een en ander meer concreet te maken? 25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat de fractie vindt, dat er fundamentele keuzes in zitten die verder moeten gaan. Daarnaast vraagt zij zich af wat het voorstel toevoegt aan datgene wat nu al wordt gedaan en of dit niet al de bestaande praktijk is. GroenLinks deelt de uitgangspunten, vindt de paragraaf een toevoeging maar vindt dat er nu nog veel open deuren in staan. De heer Van der Zweth (PvdA) benadrukt dat dit voorstel voor het eerst expliciet maakt dat ongelijk investeren voor gelijke kansen uitgangspunt wordt. Waarom is dit met de paragraaf en de uitgangspunten niet voldoende om de eerste stap te zetten? Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) geeft aan dat de eerste stap al is gezet. Er worden al dingen gedaan. De heer Bakker (D66) zegt dat het vergroten van kansengelijkheid een kernwaarde is van het sociaal liberalisme. Om kansengelijkheid uit te bannen moet de gemeente het lef hebben om ongelijk te investeren. Bij D66 is er dan ook sprake van erkenning en herkenning als het gaat om dit initiatiefvoorstel. Vervolgens enige reflecties op het initiatiefvoorstel. De fractie deelt de ambitie en deelt op hoofdlijnen de uitgangspunten. De ambitie van het college was de afgelopen vier jaar het scheppen van ruimte en kansen voor iedereen. De praktijk is weerbarstig en de coronapandemie betekende wind tegen maar er gebeurt al wel veel in de stad.
Dit kwam ook uit de reactie van het college naar voren. De onderkenning hiervan, is in het initiatiefvoorstel mager. D66 denkt dat er veel moois en goeds is om op voort te bouwen en dit mag ook nog een plek krijgen in het voorstel. Ten tweede lijkt het principe van ongelijk investeren overal en altijd leidend te moeten zijn. Kan de indiener scherper aangeven waar zij het precies over heeft? Waar ligt de afbakening? Ten derde wordt de ‘hete aardappel’ vooruitgeschoven naar het college. Hoe wordt een en ander geoperationaliseerd, welke kaders worden precies veranderd en waar gaat het pijn doen? Waar zitten volgens mevrouw Assen de dilemma’s en wanneer is zij tevreden als het gaat om de uitwerking? En ziet de indiener net als D66 een wens om de raad nauwer te betrekken bij de uitwerking van de uitgangspunten? Ten vierde de evaluatie en monitoring. Wanneer wordt genoeg gedaan en wanneer wordt het goed gedaan? Hoe ziet het succes eruit en hoe wordt dit gemeten? Ten slotte twee praktische punten. Met betrekking tot de verplichte paragraaf bij iedere raadsbrief en -voorstel merkt D66 op, dat het college en de ambtenaren hier niet mee geholpen worden. Hier dient dan ook niet op focust te worden. Er dient gekeken te worden naar wat wel werkt. Ten slotte worden de onderwerpen onderwijs, jeugd, volksgezondheid en werk en inkomen genoemd.
D66 meent dat sport en bewegen en digitale geletterdheid relevante onderwerpen zijn om ook mee te nemen.
60 Pagina 3 van 23
Mevrouw Kendir (Student&Starter) vindt dat een paragraaf kan zorgen voor een bepaalde ‘mindset’. Daarbij is het onderwerp een domein overstijgend onderwerp. 5
De heer Bakker (D66) doet de suggestie om dan heel scherp te zijn. Het dient dan te gaan over onderwerpen die in het voorstel worden genoemd en het dient relevant en belangrijk te zijn. De heer Van der Zweth (PvdA) begrijpt dat D66 geen heil ziet in een verplichte paragraaf. Heeft D66 dan niet juist wel behoefte aan uitgangspunten zodat hier dan op gevaren kan worden?
10
De heer Bakker (D66) merkt op dat vijf belangrijkste onderwerpen bepaald kunnen worden. De komende twee jaar zou dan in de belangrijke beleidsrijke documenten bekeken kunnen worden hoe dit principe heeft uitgewerkt. Dit vindt D66 prima maar extra rapportagedruk geven aan een ambtelijke organisatie die het al ongelofelijk druk heeft vindt de partij niet goed.
15
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de heer Bakker bedoelt, dat de uitgangspunten wel vastgelegd zouden moeten worden als leidend principe.
20
De heer Bakker (D66) denkt dat het goed is om uitgangspunten vast te stellen. Het is wel even de vraag of de uitgangspunten die geformuleerd zijn, de juiste zijn. Daarna dient een doorvertaling te worden gemaakt in een uitvoeringsplan. Een paragraaf moet alleen niet bij elk voorstel verplicht worden.
25
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) denkt dat een paragraaf handig kan zijn bij meer omvangrijke stukken en bij voorstellen. Voorstellen op gebied van werk en inkomen en zorg maar ook op het gebied van het ruimtelijk domein.
30
De heer Bakker (D66) vindt dat teruggegaan moet worden naar waar het beleid wordt gemaakt. Er dienen scherpe uitgangspunten vastgesteld te worden. Verder gelooft D66 in een samenleving waarin gelijke gevallen gelijk behandeld worden en waarin mensen die op achterstand staan extra kansen krijgen. De partij kijkt uit naar de beantwoording.
35
40
45
50
55
Mevrouw Sasbrink (PvdD) geeft allereerst complimenten aan mevrouw Assen en aan mensen binnen en buiten haar fractie die aan het initiatiefvoorstel hebben bijgedragen. Zij kan de PvdD aan haar zijde vinden als het gaat om het strijden voor een eerlijkere verdeling van de brede welvaart. De PvdD ziet als aanleiding voor dit voorstel, dat het onduidelijk is wanneer het principe van ongelijk investeren toegepast wordt, op welke manier en hoe de raad dit kan controleren. De PvdD deelt de behoefte aan die informatie maar heeft nog twee bedenkingen. Wordt nu echt iets anders gekozen of gedaan of is het de bedoeling dat nu alleen de stap tot beter informeren en bewuster vastleggen wordt genomen? Het was fijn geweest als er een overzicht was van wat de gemeente überhaupt investeert in gelijke kansen en wanneer. Stel dat een en ander wordt vastgelegd zoals voorgesteld, heeft het college hier dan genoeg aan en wat wordt er dan vervolgens anders gedaan? Of dient een en ander aangescherpt en concreter te worden gemaakt? Verder vindt de PvdD het overdreven om in elk beleidsdocument en elke raadsbrief een aparte paragraaf toe te voegen. Ongelijk investeren is niet op elk onderwerp van toepassing. Kan beslispunt 3 verder toegelicht worden? Misschien kan gespecificeerd worden tot bepaalde werkvelden.
Mevrouw Admiraal (ChristenUnie) geeft allereerst complimenten aan mevrouw Assen voor het samenstellen van deze initiatiefnota. De probleemstelling in het voorstel is duidelijk. De verschillen tussen Nederlanders en Utrechters worden steeds groter en hier moet iets aan worden gedaan. De fractie onderschrijft de definiëring van de kansenongelijkheid en de basisvoorwaarden en de noodzaak van meer concrete kaders en richtlijnen op basis waarvan ongelijke investeringen voor gelijke kansen worden gedaan. Ongelijke investeringen zijn moeilijk uit te leggen en kunnen leiden tot verdeeldheid. Het is onverstandig om er geen blauwdruk voor te zoeken in wijzen waarop andere gemeente hiermee omgaan. Hoe de gemeente investeert in haar inwoners dient zorgvuldig te worden beargumenteerd. De tien punten die worden voorgesteld zijn mooie uitgangspunten. Toch ziet de fractie meer vragen dan antwoorden in deze notitie. De heer Bakker (D66) vraagt wat van andere gemeenten geleerd kan worden.
60 Pagina 4 van 23
5
10
15
20
Mevrouw Admiraal (ChristenUnie) geeft aan hier het antwoord op schuldig te moeten blijven. Zij vervangt haar collega die met coronaklachten thuis zit. Zij vervolgt de bijdrage. Het is onduidelijk tot welk effect het voorstel zal leiden en de financiële gevolgen zijn niet inzichtelijk gemaakt. Een lerende aanpak is verstandig en er dient gemonitord te worden of de aanpak daadwerkelijk leidt tot gelijke kansen. Graag een reactie van de initiatiefnemer. Hoewel de fractie het ermee eens is dat het principe integraal meegenomen dient te worden in alle beleidsterreinen, biedt het voorstel hier geen duidelijke handvatten voor en lijkt het toevoegen van een aparte paragraaf een tegenstrijdigheid. Graag een reactie. De ChristenUnie ziet wel kansen om meer aan te sturen op de oorzaken van kansenongelijkheid. De analyse van oorzaken in de bijlage geeft handvatten voor zaken die prioriteit verdienen. Ziet de wethouder hierin nog hiaten ten opzichte van het huidige gemeentebeleid en worden aanleidingen voor kansenongelijkheid in de huidige aanpak over het hoofd gezien? Mevrouw Meerding (VVD) complimenteert mevrouw Assen voor haar harde werken met betrekking tot dit voorstel. Het bieden van gelijke kansen is een belangrijk onderwerp. Met dit initiatiefvoorstel roept de PvdA op om altijd en op alle beleidsterreinen ongelijk te investeren.
Dit ongelijk investeren wordt in Utrecht eigenlijk al op veel terreinen gedaan. Bijvoorbeeld door middel van sociale huurwoningen, de U-pas en specifieke investeringen in een wijk zoals in Overvecht. Met dit voorstel weet de VVD niet precies waar ‘ja’ tegen wordt gezegd. Waar dient er nog ongelijk geïnvesteerd te worden en wat wordt ergens anders dan niet gedaan? De VVD wil de afweging tot ongelijk investeren per concreet voorstel maken en niet op voorhand een leidend principe kiezen. Het voorstel is te generiek. Verder is de VVD ook geen voorstander van het opnemen van een vaste paragraaf. Dit werkt erg bureaucratisch.
25
De heer Wiegant (SP) ziet het probleem met de paragraaf niet. Als die niet van toepassing is, wordt dit gewoon genoteerd.
30
Mevrouw Meerding (VVD) vindt dat ambtenaren toch gevraagd wordt om weer na te denken en iets op te schrijven. Zij vervolgt haar bijdrage. Extra investeren klinkt leuk en nobel maar mag er niet toe leiden dat er helemaal niet meer geïnvesteerd wordt in de inwoners waar het wel goed mee gaat.
35
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt waarom de VVD vindt dat er geïnvesteerd moet worden in inwoners waar het goed mee gaat. Die partij wil toch graag dat de rol van de overheid zo klein mogelijk is?
40
Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat de VVD vindt, dat bijvoorbeeld bij zorg en sport geld ook ten goede mag komen aan mensen die niet direct in een kwetsbare positie zitten. Zij vervolgt haar bijdrage met een slotopmerking: een en ander kan beter bij het huidige systeem worden gehouden. Mevrouw Kendir (Student&Starter) complimenteert mevrouw Assen voor het initiatiefvoorstel. Investeren in kansengelijkheid is een belangrijk onderwerp maar het is vooral belangrijk dat er stappen worden gezet. Student&Starter ziet graag dat er een concrete uitwerking komt.
45
50
De heer Van Steeg (CDA) complimenteert mevrouw Assen voor het schrijven van het initiatiefvoorstel. De nota roept alleen meer vragen op dan dat deze beantwoordt omdat deze heel globaal is en het hele beleidsveld van de gemeente beslaat. Wat wordt bereikt als dit initiatiefvoorstel wordt aangenomen en wat betekent investeren precies? Gaat het alleen over geld of ook over vormen van beleid? Het CDA noemt bijvoorbeeld de aanpak van harddrugs. Harddrugs is een katalysator voor ongelijkheid in de stad. Vervolgens vraagt de fractie hoe maatschappelijke organisaties worden betrokken. De wethouder heeft aangegeven dat al veel wordt gedaan maar dat hij een en ander wel wil uitwerken. Heeft de wethouder daarvoor voldoende richting?
55
60
De heer Wiegant (SP) uit waardering voor mevrouw Assen en anderen die hebben meegewerkt aan het initiatiefvoorstel. De SP is blij met het voorstel en ziet het als aanzet tot het maken van een invulling. Het is waardevol om vast te leggen dat ongelijk investeren voor gelijke kansen uitgangspunt moet zijn en dat het college gedwongen wordt hierover na te denken door de vaste paragraaf. Pagina 5 van 23
De heer Bakker (D66) zegt dat er in het raadsvoorstel staat, dat er bij alle raadsbrieven en raadsvoorstellen een verplichting komt om een paragraaf op te nemen. 5
10
De heer Wiegant (SP) zegt dat de SP er open voor staat om het voorstel op dit punt te amenderen zodat alleen bij belangrijke stukken een paragraaf wordt opgenomen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt wat volgens de SP de volgende stap moet zijn in de uitwerking. De heer Wiegant (SP) denkt dat er een concrete notitie dient te komen met daarin hoe het college een en ander wil invullen op alle beleidsterreinen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt wat de SP graag in de notitie wil hebben. Een en ander wordt nu erg naar het college doorgeschoven.
15 De heer Wiegant (SP) geeft aan dat over de uitwerking nog goed nagedacht moet worden. Hij heeft geen pasklaar antwoord op dit moment. 20
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat gelijke kansen niet vanzelfsprekend zijn. Met het voorstel wil de PvdA dat een en ander meer concreet ingevuld gaat worden. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat de fracties het eens zijn over het voorstel maar dat wanneer het over de uitwerking gaat, de fracties het niet meer eens zijn. Wat wordt dan vastgesteld als er nu iets ligt waar iedereen het mee eens is?
25 De heer Van der Zweth (PvdA) constateert dat nooit eerder expliciet is vastgesteld dat er overeenstemming is over de uitgangspunten. Het vaststellen van de uitgangspunten vergemakkelijkt de discussie later. 30
35
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) geeft aan dat eerst over de dilemma’s gesproken moet worden. Op die manier kan er een goed voorstel ontstaan. Het is te makkelijk om de invulling alleen bij het college te leggen. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat de PvdA ook bezig zal gaan met de invulling. De partij wil alleen eerst de uitgangspunten vaststellen. De heer Van Steeg (CDA) vraagt wat het voorstel toevoegt en of het niet meer concreet gemaakt moet worden.
40
45
De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat beslispunt 4 gaat over het concreet maken van het voorstel. Daarnaast zal mevrouw Assen straks ingaan op de vraag wat het voorstel toevoegt. De heer Bakker (D66) constateert dat er niet wordt voortgebouwd op hetgeen het college de afgelopen jaren heeft gedaan. Verder zegt het voorstel niets over keuzes die gemaakt zullen moeten worden. De heer Van der Zweth (PvdA) uit erkenning voor de dingen die er al zijn gebeurd.
50
De heer Bakker (D66) zegt dat er scherpe keuzes gemaakt zullen worden en dat die besproken dienen te worden. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt ook dat de discussie daarover gevoerd moet worden. De ijkpunten dienen vastgesteld te worden. Een en ander dient verder uitgewerkt te worden en de discussie dient te worden gevoerd.
55 De voorzitter schorst de vergadering voor vijftien minuten.
60
Wethouder Eerenberg compliment mevrouw Assen voor haar goede initiatiefvoorstel. Kansenongelijkheid is ook in Utrecht overal aanwezig en door de coronacrisis moet helaas geconstateerd worden dat die op sommige plekken is toegenomen. De wethouder geeft aan dat Pagina 6 van 23
5
10
15
20
25
30
35
het college en de raad de afgelopen vier jaar veel initiatieven hebben genomen om de kansenongelijkheid te bestrijden. Er is een rijke traditie zowel bij het stadsbestuur als bij de stad zelf om met dit thema aan de slag te gaan. Het volksgezondheidbeleid gaat bijvoorbeeld over het verkleinen van gezondheidsverschillen en het sturingsmodel in het sociaal domein zorgt voor veel maatwerk. Daarnaast heeft de raad meerdere keren het college aangemoedigd een extra stap te zetten om verschillen in de stad te verkleinen en bij de coronabestrijding is er nadrukkelijk voor gekozen om met gemeentelijke inzet aanvullend op de GGD, op die plekken te zijn waar het niet vanzelfsprekend is dat mensen een prik halen, zich laten testen of alert zijn op de bestrijding van het virus. De wethouder is het tegelijkertijd met de PvdA eens, dat een en ander nog beter kan. Waar zit de ruimte voor verbetering? Die zit aan de kant van de monitoring en de resultaten en dit vraagt verdieping en capaciteit. Daarnaast kunnen de kaders scherper worden gesteld. De wethouder meent dat de raad de kaders scherper dient te stellen. Het college kan dan keuzes maken met een mandaat van de raad. De raad dient het college op pad te sturen. Op basis van het initiatiefvoorstel dient de raad zelf een vervolgstap te zetten en kaders te stellen.
Het politieke debat is nodig om een en ander te duiden en namens het college stelt de wethouder voor, een derde partij te laten reflecteren op waar keuzes op gemaakt worden. Op deze manier wordt een soort foto gemaakt van de kansenongelijkheid in de stad. De vraag is, of het vaststellen van de uitgangspunten voldoende is om de beweging naar meer ongelijk investeren voor gelijke kansen mogelijk te maken. De wethouder wijst erop dat de uitgangspunten altijd beargumenteerd kunnen worden en meent dat verdieping nodig is om goede kaders te kunnen stellen. Verder zijn er concrete vragen gesteld. Sturen langs een paragraaf vindt de wethouder niet effectief. Er mag van het college worden verwacht, dat de raad integraal wordt geadviseerd. Alle aspecten van het beleid dienen beschreven te worden in de stukken. De wethouder meent dat de discussie niet moet gaan over vorm maar over cultuur. Er dient een groep mensen te komen die een beweging in gang zet. Uiteraard vergt dit een investering maar de wethouder gelooft meer in een dergelijk sturingsmechanisme. Een verplichte paragraaf forceert. Als er een beweging moet komen dan moeten mensen worden verleid. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) dankt de wethouder voor zijn toelichting. Zij vraagt of gekeken dient te worden hoe een en ander in de organisatie verder gebracht moet worden of dat naar inhoudelijke thema’s gekeken moet worden.
Wethouder Eerenberg antwoordt dat hij daar nog niet over na heeft gedacht. De vraag over sturingsmogelijkheden kan meegenomen worden in het traject. De heer Bakker (D66) vindt dat de wethouder een mooie suggestie doet. Hoe ziet hij de betrokkenheid van het college en de ambtelijke organisatie in het traject?
40
Wethouder Eerenberg denkt dat er veel werk aan de winkel is op het punt van inzicht. In het traject zal het gaan over inzicht, knoppen, effectiviteit en sturing. De ambtenaren die hij heeft gesproken willen niets liever dan bijdragen aan deze opgave. De heer Bakker (D66) vindt dat er interactie moet zijn in de uitwerking.
45 Wethouder Eerenberg zegt het eens te zijn. Het proces moet zo worden vormgegeven dat interactie zal plaatsvinden. De voorzitter geeft de initiatiefneemster het woord. 50
55
60
Mevrouw Assen (PvdA) denkt dat een goed debat is gevoerd. Zij is blij verrast dat het principe door de aanwezige fracties als leidend wordt gezien. Dit was de afgelopen jaren zeker niet het geval. Vervolgens gaat zij in op de vraag wat dit voorstel toevoegt. Het voorstel is een opstap naar een concrete uitwerking en heeft als doel expliciet het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen vast te stellen. De raad wordt door dit voorstel ook steviger in staat gesteld om geïnformeerd te worden over hoe dit principe wordt toegepast om zo beter te kunnen controleren en sturen. Verder laat de discussie in de commissie zien, dat er geen pasklaar antwoord is op de vraag hoe de uitwerking eruit moet zien. De wethouder zegt dat de raad de kaders moet vaststellen maar dit vindt zij niet reëel. Zij denkt dat dit in gezamenlijkheid dient te gebeuren. Het college heeft ook een mandaat en praktisch meer middelen en ondersteuning dan de raad. Over Pagina 7 van 23
de paragraaf is veel discussie. Dit begrijpt zij wel maar het gaat erom dat het leidend principe een uitgangspunt moet worden. Het middel hiertoe, de paragraaf, is niet leidend. De raad mag ook op een andere manier inzicht en informatie worden gegeven. 5
10
15
20
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt hoe mevrouw Assen aankijkt tegen het voorstel van de wethouder. Mevrouw Assen (PvdA) vindt het voorstel van de wethouder een mooie toevoeging maar wil echt borgen dat het inzicht verschaft wordt. Zij heeft nog niet precies beluisterd wat dan het concrete alternatieve voorstel is. Zij deelt dat een en ander in de cultuur moet zitten. Er is ook gevraagd om welke beleidsterreinen het gaat. De verwarring is begrijpelijk. Een aantal afdelingen wordt expliciet benoemd en tegelijkertijd wordt gesteld dat het onderwerp op alle beleidsterreinen speelt. Vervolgens geeft mevrouw Assen aan dat er een strekt ter vervanging zal komen. Verder is veel gezegd dat een en ander al de praktijk is. Dit voorstel is juist geschreven omdat ongelijk investeren voor gelijke kansen juist niet altijd de praktijk is. Dit principe wordt met het vaststellen van dit voorstel leidend en vervolgens kan onderbouwd worden hoe dit wordt toegepast en waarom wel of niet. Dan het budget en de financiën. Het gaat niet per definitie om meer maar wel om anders, namelijk ongelijker investeren. De PvdA ziet ook graag dat er naar bepaalde terreinen meer geld gaat maar hier wordt op andere momenten over besloten. In dit voorstel gaat het vooral om herverdeling en niet per definitie om meer financiën.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt wat de belangrijkste thema’s zijn waarbij op een andere manier geïnvesteerd moet gaan worden.
25
30
35
40
45
Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat haar motivatie voor het schrijven van dit initiatiefvoorstel is ontstaan vanuit de portefeuille Onderwijs, Zorg en Volksgezondheid. De heer Van Steeg (CDA) constateert dat een en ander geen extra geld kost maar dat meer wordt geïnvesteerd in mensen die minder kansen hebben. Mensen die wel kansen hebben zullen er dus op achteruit gaan. Mevrouw Assen (PvdA) denkt dat hetgeen beoogd wordt met dit initiatiefvoorstel veel voor de samenleving als geheel doet. Doordat er nu geen gelijke kansen worden geboden vloeit er veel kapitaal weg. De PvdA gelooft niet dat andere mensen erop achteruit zouden gaan. Zij vervolgt haar beantwoording. Er is ook gevraagd wanneer de PvdA tevreden is. De PvdA is tevreden als de raad breed uitspreekt dat ongelijk investeren altijd leidend is en dat de raad altijd inzicht dient te krijgen in hoe dit wordt toegepast. De PvdD vroeg welke opdracht wordt gegeven. De opdracht is dus om dit voorstel vast te stellen en met een concrete uitwerking te komen. Als een partij of persoon dan start met een onderzoek of scan waarmee de situatie van dit moment helder wordt, zoals de wethouder voorstelt, is dit uiteraard helpend. Het CDA vroeg hoe de samenleving wordt meegenomen. Als de raad en het college het ongelijk investeren serieus nemen dan leidt dit waarschijnlijk tot een cultuurverandering.
Maatschappelijke partners in de stad zullen het principe dan ook als leidend gaan nemen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) heeft opgemerkt dat naast het sociaal domein een en ander ook speelt in het ruimtelijk domein. Hier liggen misschien grote kansen. Mevrouw Assen (PvdA) deelt dit en vindt dit een van de punten die in de strekt ter vervanging meer expliciet opgenomen moeten worden.
50 Gemiste vragen De voorzitter concludeert dat er geen antwoorden op vragen worden gemist. 55
Tweede termijn De voorzitter concludeert dat mevrouw Assen met een strekt ter vervanging komt. Hij vraagt mevrouw Assen in te gaan op hoe zij naar de planning en het vervolg kijkt. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt wat de fracties nog graag toegevoegd of anders willen zien in het voorstel. Verder zal de uitwerking explicieter benoemd worden in het vierde beslispunt en zal de Pagina 8 van 23
wethouder gevraagd worden wat hij nog ziet als vervolg. Tot slot dient het voorstel behandeld te worden op de raad van 10 maart. De voorzitter vraagt de fracties punten aan te geven die meegenomen moeten worden. 5 Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt het belangrijk dat de afweging goed terug te vinden is. Het voorstel van de wethouder voor een scan vindt zij mooi. Is mevrouw Assen bereid om de wethouder de opdracht te geven zijn voorstel uit te voeren en op basis daarvan de uitgangspunten vast te stellen? 10 Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of mevrouw Kleinrensink haar vraag wil verduidelijken.
15
20
25
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat de uitgangspunten die er nu liggen mooi zijn maar heel open. Hier is een slag extra op nodig. De scan of foto die de wethouder voorstelt te maken, kan helpen om de uitgangspunten meer concreet te maken en te bepalen hoe een en ander verder gedaan wordt met elkaar. De heer Bakker (D66) dankt de wethouder en mevrouw Assen voor hun reacties. Wensen en bedenkingen heeft hij al gegeven. Verder spelen er drie elementen. Ten eerste is er behoefte aan inzicht. Waar wordt er al een en ander al gedaan en wat is daarvan het succes en de impact? En welke keuzes kunnen gemaakt worden om zaken beter te doen en welke dilemma’s zitten daarachter? Ten tweede is verdieping nodig zodat helder wordt aan welke knoppen gedraaid kan worden en ten derde dienen er kaders te komen ofwel een uitvoeringsplan. De D66-fractie kan steun geven aan het leidend principe en denkt dat het proces zoals zojuist beschreven doorlopen moet worden. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt of er niet jaarlijks een verslag kan komen waarin wordt gerapporteerd wat er is gedaan en wat dit heeft opgeleverd. De uitgangspunten kunnen dan jaarlijks worden bijgesteld. Voorts is de scan een soort nulmeting.
30 Mevrouw Chirino (ChristenUnie) onderschrijft wat andere sprekers hebben gezegd. Verder is concretiseren noodzakelijk. De ChristenUnie onderschrijft het voorstel van de wethouder. 35
Mevrouw Kendir (Student&Starter) geeft aan dat een concrete uitwerking mist. Als hier meer duidelijkheid over komt, dan is de fractie positief. De heer Van Steeg (CDA) vindt ook dat nader geconcretiseerd moet worden en dat iets gezegd moet worden over de financiën in het voorstel.
40
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt wat de wethouder nu concreet voorstelt. Wethouder Eerenberg stelt voor te doorgronden waar een en ander speelt in de stad en de vraag te beantwoorden welke kaders aangepast moeten worden. Hier dient dan wel budget voor vrijgemaakt te worden.
45
50
Mevrouw Assen (PvdA) stelt voor in de strekt ter vervanging iets op te nemen over de nulmeting. In de strekt ter vervanging zal benoemd worden dat inzichtelijk wordt gemaakt wat er al gebeurt en hoe dat gebeurt en wat er in het proces nodig is om meer te gaan doen. Ook wordt opgenomen hoe de raad daarbij in positie wordt gebracht en dat de raad en het college samen een en ander verder moeten brengen.
55
De voorzitter concludeert dat mevrouw Assen uiterlijk een week voor de raadsvergadering van 10 maart met een strekt ter vervanging zal komen. Er zijn door het college geen toezeggingen gedaan. Dit voorstel zal besproken worden tijdens de raadsvergadering van 10 maart en hiervoor zal 45 minuten bespreektijd worden gereserveerd. De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten.
Pagina 9 van 23
7. Gezonde voeding op school 5
10
De voorzitter constateert dat de fracties van D66, PvdA, CDA, Student&Starter, PvdD, DENK en GroenLinks het belangrijk vinden dat een gezonde leefstijl wordt gestimuleerd. In januari vond hier een raadsinformatiebijeenkomst plaats en afgelopen dinsdag ontving de commissie antwoorden op de tweede set schriftelijke vragen over dit onderwerp. De heer Bakker (D66) spreekt allereerst zijn dank uit voor de relevante en leerzame raadsinformatiebijeenkomst. Op basisschool Kindercampus Molenpark in Lombok loopt het initiatief van de lunchmaatjes. D66 ziet graag meer van dit soort initiatieven in Utrecht ontstaan. Gezonde voeding in combinatie met beweging dient de norm te worden en daarmee dient begonnen te worden op plekken waar dit het hardst nodig is. De fractie heeft drie punten. Ten eerste dient met scholen, initiatiefnemers, ouders en leerlingen tot een soort Utrechtse aanpak gezonde schoolvoeding en -beweging te worden komen. Ten tweede dient er gefocust te worden op scholen waar een en ander het hardst nodig is.
15 Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat het veel geld kost om gezonde schoollunches in te voeren. Hoe kijkt D66 hier tegenaan? 20
25
De heer Bakker (D66) antwoordt dat een en ander wel dient te passen. Het is hierom dat er vragen zijn gesteld en hierdoor is inzicht ontstaan. Daarnaast kan gekeken worden waar nog ruimte zit binnen de gemeente en zal er waarschijnlijk ook nog iets komen vanuit het kabinet. Mevrouw Assen (PvdA) vertelt dat in Limburg de provincie samen met gemeenten naar dit onderwerp heeft gekeken omdat er sprake was van gezondheidsverschillen binnen de provincie. Deelt de heer Bakker dat de verantwoordelijkheid gedragen dient te worden door alle overheden samen? De heer Bakker (D66) antwoordt bevestigend.
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) vraagt of heer Bakker ook vindt dat als het gaat om de financiering, dat ook de maatschappelijke baten meegenomen dienen te worden. Op lange termijn worden kosten bespaard. De heer Bakker (D66) antwoordt bevestigend. Preventie is belangrijk maar de gemeente kan dit niet alleen. Hij vervolgt zijn bijdrage. D66 ziet heil in de focus en bij de inventarisatie dient hier de aandacht op gericht te worden. Vervolgens dient bekeken te worden hoe effecten gemeten kunnen worden. Tot slot de lobby richting het kabinet. Kan deze zichtbaar worden gemaakt? Graag reactie. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) zegt dat de Utrechtse aanpak voor gezonde schoollunches goed is. In deze aanpak kunnen de armoedecoalitie en stichting Leergeld mogelijk ook bijdragen. De heer Bakker (D66) vindt dat als partijen een goede bijdrage kunnen leveren, zij dit moeten doen. D66 ziet alleen een risico in het feit dat de gemeente alles samen wil doen met anderen. Het wordt dan belangrijker om een convenant te sluiten dan om daadwerkelijk een impact te maken. Er dient gericht bekeken te worden welke partijen nodig zijn. Mevrouw Assen (PvdA) sluit aan bij hetgeen de heer Bakker heeft gezegd. Ondanks alle inzet zijn de gezondheidsverschillen tussen Utrechters groot.
De PvdA vindt dat er een integraal plan van aanpak dient te komen met een dekking om gezonde voeding voor ieder Utrechts kind te bevorderen. De voeding op school is hier een onderdeel van en hierbij dient een visie te komen op de rol en betrokkenheid van het consultatiebureau, het onderwijs, de voor- en naschoolse opvang, sporten en bewegen, de buurtteams en partners als de bibliotheek. Graag een toezegging. In de praktijk blijkt vaak dat scholen waar geen grote uitdagingen spelen de tijd hebben om zich met dit onderwerp bezig te houden. Dit zorgt voor een nog grotere ongelijkheid. Wat is de wethouder van plan hieraan te doen? De heer Van Steeg (CDA) zegt dat het CDA in een eerder stadium de oproep heeft gedaan om werk te gaan maken van gezonde schoollunches. Dit dient overigens gezien te worden als start Pagina 10 van 23
om gezondheid breder te markeren op scholen. Hoe kan gezorgd worden voor een breder effect? Verder dient begonnen te worden met scholen die hier graag mee willen beginnen en waar dit een probleem is. 5
10
15
20
25
30
De heer Bakker (D66) merkt op dat de scholen die graag willen, vaak de scholen zijn waar een en ander goed voor elkaar is. Er dient juist op die plekken te worden gekomen waar een en ander het hardst nodig is. De heer Van Steeg (CDA) zegt het niet oneens te zijn maar wijst erop dat een en ander zonder de wil van scholen niet gaat. Vervolgens is de betrokkenheid van ouders erg belangrijk. Hoe kan deze zo maximaal mogelijk worden? Dan de kosten. Die zijn hoog. Er dient daarom bekeken te worden welke scholen willen en waar gezonde voeding het hardst nodig is. Ten slotte kan de gezonde lunch ook een lokale lunch zijn. Hij heeft daarom van de lokale landwinkel appels meegenomen. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) sluit aan bij de bijdragen van andere fracties en denkt ook dat een brede, integrale aanpak nodig is. Daarnaast dient niet alleen naar gezonde voeding en beweging gekeken te worden. Er dient meer holistisch gekeken te worden. Goed slapen en ontspanning zijn bijvoorbeeld ook belangrijk. Verder is belangrijk te kijken naar wat echt voedzaam is en dient lokaal, eerlijk en duurzaam met voeding omgegaan te worden. Hoe wordt ervoor gezorgd dat scholen hier ook kennis en kunde over krijgen en hoe worden deze zaken geïncorporeerd? Ten derde vraagt zij hoe om wordt gegaan met trends zoals de Food on the move beweging.
Ten slotte vraagt zij aandacht voor bepaalde stoornissen die bij gezonde voeding kunnen komen kijken. De heer Van Heuven (PvdD) zegt dat de PvdD ook een groot voorstander is van het georganiseerd aanbieden van gezonde voeding op school. Door gezonde voeding op scholen verbetert de sfeer in de klas en wordt er minder gepest. De PvdD vindt dat begonnen moet worden in buurten waar de ongezondheid het grootst is en er iets van enthousiasme is. Er dient dekking te worden gevonden en snel van start gegaan te worden met een of enkele pilots die als goede voorbeelden kunnen dienen. Verder dient een koppeling gelegd te worden met duurzame voeding. Kan de wethouder toezeggen dat als dierlijke producten worden geserveerd, deze biologisch zijn? De PvdD ziet een en ander hieromtrent graag terug in een plan van aanpak.
35
Mevrouw Assen (PvdA) uit haar zorg dat het doel voorbij wordt geschoten als alles biologisch moet zijn. Welk doel staat bovenaan voor de PvdD?
40
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat gezond en duurzaam hand in hand moet gaan. Voorts geeft hij aan dat op sommige scholen automaten staan met snoep, koekjes en frisdrank. Kan in het plan van aanpak meegenomen worden dat het gebruik van dit soort automaten wordt afgebouwd? De heer Simşek (DENK) merkt op dat uit de volksgezondheidmonitor blijkt dat slechts 38% van de jongeren in Utrecht dagelijks fruit eet. DENK is blij met de aandacht voor gezonde voeding en vindt dat begonnen moet worden met scholen in Overvecht en Kanaleneiland.
45 Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of niet beter op buurt- of schoolniveau bekeken kan worden waar gezonde voeding het meest nodig is. 50
De heer Simşek (DENK) antwoordt dat in Kanaleneiland en Overvecht de gezondheidsverschillen het grootst zijn. Mevrouw Assen (PvdA) deelt dat dit in generiek zo is maar dat er scholen zijn met hetzelfde of zelfs een groter gezondheidsverschil dan scholen binnen de wijken die DENK noemt.
55
60
De heer Simşek (DENK) herhaalt dat in Kanaleneiland en Overvecht de meeste scholen zijn met de grootste gezondheidsverschillen en achterstanden. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat gezonde voeding belangrijk is voor lichaam en geest. In de vragen komt een aantal scenario’s naar voren die uiteenlopen van op alle scholen gezonde voeding tot aan ongelijk investeren. GroenLinks pleit ervoor de investering inderdaad Pagina 11 van 23
5
10
15
20
25
30
ongelijk te maken. Er wordt dan begonnen met 33 scholen. Is de wethouder bereid om deze keuze uit te werken en voor het nieuwe schooljaar hierop terug te komen? Verder is het belangrijk dat scholen ondersteund worden. Kan de wethouder toezeggen om bij het uitwerken van het scenario actief te kijken naar het creëren van stageplekken? Als gekozen wordt voor het scenario van gezond eten en bewegen betekent dit niet dat er geen ruimte is voor andere initiatieven. Kan de wethouder toezeggen dat initiatieven ondersteuning krijgen waar nodig? Misschien kan daar de bestaande subsidie Gezonde leefstijl voor worden ingezet. De heer Harris (SP) sluit aan bij de woorden van D66 en de PvdD en roept het college op om te kijken naar mogelijkheden voor het aanbieden van een gezonde schoollunch zonder ouderlijke bijdrage. Verder dienen private belangen geen inspraak te hebben bij het creëren van de richtlijnen. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) merkt op dat uit onderzoek is gebleken, dat het in het kader van schoollunches een keuze is tussen structureel aanbieden of niet aanbieden en dat voor het sorteren van effect aangeboden moet worden in een doorgaande lijn. Daarnaast heeft meer bewegen evenveel impact.
Deelt de wethouder de analyse dat bewegen evenveel impact heeft en vindt hij dit mogelijk een betere structurele investering? De ChristenUnie steunt het idee om te beginnen met de 33 scholen waar kinderen in kwetsbare posities oververtegenwoordigd zijn maar vraagt ook of gezinnen niet op een directe manier bereikt kunnen worden dus niet via de school. Zijn er mogelijkheden om via voedselbanken en de GGD meer te doen om de ouders te bereiken en scholen te ontzorgen? Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat de VVD zich kan vinden in de ingezette lijn van het college waarbij wordt verkend of en zo ja, hoe gezonde schoollunches ingevoerd kunnen worden in Utrecht. Belangrijk hierbij zijn de exacte kosten en baten van dit voorstel en hoeveel het Rijk gaat bijdragen. Als deze informatie er is, kan een keuze worden gemaakt of een en ander wordt uitgerold of niet. De resultaten van het experiment zullen hierbij ook meewegen.
40
Wethouder Eerenberg dankt de commissie voor het agenderen van dit onderwerp. Hij gaat in op de vraag of het aanbieden van gezonde schoollunches gaat helpen voor het verkleinen van gezondheidsverschillen. De wethouder geeft aan dat dit zo is maar dat dit het beste werkt als dit wordt gecombineerd met beweegonderwijs, educatie over waar ons voedsel vandaan komt en wat gezond voedsel eigenlijk is en informatie aan ouders over niet alleen gezondheid maar ook over opvoeden. Interventies eruit halen en los doen, laat de effectiviteit hard naar beneden gaan. Dit blijkt uit onderzoek dat is gedaan in Limburg. Daarnaast moet een en ander niet incidenteel worden gedaan. Er dient volgehouden te worden. Verder is er een sociaal component. Een klas beleeft de gezonde schoollunch met elkaar. Het invoeren van dit alles is niet gemakkelijk. Het betreft een dure investering, 6,8 miljoen euro structureel, en dit vraagt om een politieke afweging. Op 33 scholen is sprake van een achterstand op het gebied van gezondheid.
45
Mevrouw Assen (PvdA) vindt niet dat scholen en ouders per definitie met de kosten opgezadeld moeten worden. Tegelijkertijd zijn er solidariteitsfondsen in het onderwijs. Kan het college het gesprek voeren met schoolbesturen over of zij manieren zien om tegemoet te komen in de kosten?
35
Wethouder Eerenberg antwoordt straks iets te gaan zeggen over hoe verkend kan worden hoe met de kosten omgegaan moet worden. En wellicht kan het Rijk bijdragen. 50
55
De heer Van Heuven (PvdD) vindt ook dat een en ander structureel moet zijn maar vraagt of een incidentele financiering reden kan zijn om er niet aan te beginnen. Wethouder Eerenberg zegt deze vraag nog niet te kunnen beantwoorden omdat nog veel dingen uitgewerkt moeten worden. Verder wordt gevarieerd gedacht door scholen over de mate waarin zij bij kunnen dragen aan het organiseren van gezonde schoollunches. Sommige scholen zien het als een toevoeging en sommige scholen vinden het ingewikkeld en geven het niet de hoogste prioriteit. Het ontzorgen van scholen is dus belangrijk bijvoorbeeld met betrekking tot de organisatie. Vervolgens is een terechte vraag waar begonnen moet worden. De wethouder meent dat hierbij naar de populatie kinderen op een school gekeken moet worden.
60 Pagina 12 van 23
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vraagt of niet beter gekeken kan worden naar de gezinnen die gezonde schoollunches het meest nodig hebben. 5
Wethouder Eerenberg antwoordt dat het bereiken van alle kinderen, het gemakkelijkst gaat via scholen. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vraagt of alle kinderen van een school gebruikmaken van de schoollunch.
10
15
Wethouder Eerenberg denkt dat de schoollunch voor de hele school dient te gelden omdat dit praktisch beter uitvoerbaar is. Vervolgens vertelt de wethouder dat het college een verkenning wil doen samen met scholen en aanbieders. Gezamenlijk wordt dan een concept plan van aanpak gemaakt passend bij de stad en bijdragend aan de lokale voedselketens. Vlak voor de zomer kan het debat gehouden worden. Vervolgens geeft hij aan de hartenkreet van Student&Starter te zullen meenemen. GroenLinks stak een helpende hand uit om te kijken naar de subsidie Gezonde leefstijl. Deze is incidenteel en hieruit is al 150.000 euro uitgegeven van de totaal 350.000 euro. D66 vroeg of het college een lobby wil beginnen. De wethouder geeft aan dat die al loopt en dat gekeken zal worden of er een creatieve vorm gevonden kan worden om die zichtbaar te maken.
20
De voorzitter herhaalt de toezegging. Wethouder Eerenberg laat voor de zomer een verkenning uitvoeren waarin samen met het onderwijs antwoord wordt gegeven op veel vragen. De commissie ontvangt voor de zomer de uitkomsten van deze verkenning.
25
De voorzitter vraagt de wethouder ‘voor de zomer’ te specificeren. Wethouder Eerenberg antwoordt dat van juni uitgegaan mag worden.
30
De voorzitter herhaalt de toezegging. Wethouder Eerenberg laat voor de zomer een verkenning uitvoeren waarin samen met het onderwijs antwoord wordt gegeven op veel vragen. De commissie ontvangt in juni de uitkomsten van deze verkenning. De voorzitter schorst de vergadering om 12.55 uur.
35
40
45
50
55
Pagina 13 van 23
LIJST VAN TOEZEGGINGEN 5
Wethouder Eerenberg zal met betrekking tot agendapunt 7, Gezonde voeding op school: voor de zomer een verkenning starten om samen met onderwijs en aanbieders een plan van aanpak te maken dat op de veelheid aan vragen zoals gesteld vandaag een antwoord geeft. De raad ontvangt hierover begin juni 2022 een brief.
10
15
20
25
Pagina 14 van 23
Verslag openbare middagvergadering commissie Onderwijs, Werk en Economie 5 Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag 10
15
17 februari 2022 aanvang 14.00 uur Raadzaal, stadhuis mw. L.A. Vermeer (Notuleerservice Nederland) – online aanwezig
Aanwezigen De voorzitter mw. C. van Dun, de wethouders, mw. A. Klein, dhr. K. Verschuure, de leden, dhr. R. Peters (D66), de heer M. Saiah (D66), mw. J. Admiraal (ChristenUnie), mw. B. Chirino (ChristenUnie), mw. H. Assen (PvdA), dhr. R. van der Zweth (PvdA), dhr. M. van Dalen (VVD), mevr. T. Meerding (VVD), dhr. S. Rood (GroenLinks), dhr. M. van Heuven (PvdD), mevr. L. de Vries (PvdD), dhr. B. van Steeg (CDA), dhr. R. Penders (CDA), mw. E. Kendir (Student&Starter), Mw. J. van Ophem (Student &Starter), de heer D. Harris (SP), en de commissiegriffier.
Afwezigen 20
25
Inhoud 1. Opening en mededelingen 155 8. Aanpak ongewenste omgangsvormen in onderwijsinstellingen 15 9. Raadsvoorstel Wijziging verordeningen precariobelasting, leges en leges omgevingsvergunning 2022 voor tijdelijke terrassen in verband met corona. 19 LIJST VAN TOEZEGGINGEN 23
1. Opening en mededelingen De voorzitter heropent de vergadering om 14.00 uur en heet alle aanwezigen van harte welkom, alsmede wethouder Klein. Voorts deelt zij mee dat er nog altijd wordt vergaderd volgens de coronawerkwijze.
30
8. Aanpak ongewenste omgangsvormen in onderwijsinstellingen
35
De voorzitter constateert dat de fracties van Student&Starter, GroenLinks, PvdA en D66 in debat willen over de aanpak van ongewenste omgangsvormen in onderwijsinstellingen en somt een aantal vragen op die zij willen bespreken. Wat het proces betreft is er eind vorig jaar een raadsinformatiebijeenkomst (RIP) over dit onderwerp gehouden en vanmiddag zal het in één termijn worden besproken.
Pagina 15 van 23
5
10
15
20
Mevrouw Kendir (Student&Starter) memoreert dat de samenleving steeds met sociale onveiligheid wordt geconfronteerd in verschillende omgevingen, maar ook op een plek waar je je juist veilig zou moeten voelen om tot bloei te komen, namelijk op school. Ze vraagt zich af hoe de raad voldoende zicht kan houden op dit onderwerp. Haar fractie wil graag dat het recente gesprek van het college met de Utrechtse onderwijsinstellingen over dit thema, jaarlijks herhaald wordt en daarna geëvolueerd. Om ervoor te zorgen dat het niet alleen bij praten blijft, wil zij het college een achttal punten meegeven, als basis voor de bedoelde gesprekken.
Die komen uit het achtpuntenplan voor sociale veiligheid, opgesteld door de Landelijke Studentenvakbond: (1) aanstelling van een ombudsfunctionaris voor onderwijsinstellingen, (2) het verbinden van de verschillende hulplijnen binnen instellingen, zodat bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon en ombudsfunctionaris elkaar goed weten te vinden om een eventueel patroon beter te kunnen herkennen, (3) de data van het overzicht dat door de onderlinge verbondenheid verkregen is, dient goed te worden bijgehouden, zodat de instellingen ook kunnen reflecteren naar aanleiding van het overzicht en zich daarover verantwoorden door middel van een jaarverslag, of een paragraaf daarin, (4) onderwijsinstellingen moeten ook investeren in preventie van sociale onveiligheid, met aandacht voor de dader en duidelijke kaders over wat een sociaal veilig klimaat is, (5) een sociaal veilig klimaat bevorderen door trainingen voor in ieder geval het leidinggevend personeel, (6) na onderzoek een stappenplan opstellen voor nazorg, wanneer het ongewenst gedrag toch heeft plaatsgevonden, (7) de meldprocedures goed vindbaar en laagdrempelig toegankelijk maken, en (8) diversiteit in gender van vertrouwenspersonen waarbij men misstanden kan melden.
De heer Saiah (D66) vraagt of de gemeente dit vorm geeft door middel van een eisenpakket, of dat het aan de onderwijsinstellingen zelf overgelaten wordt vorm te geven aan genoemde punten.
25
Mevrouw Kendir (Student&Starter) antwoordt dat de gemeente de genoemde punten niet op kan leggen, maar dat die de basis vormen om het gesprek over het onderwerp te voeren. De heer Saiah (D66) informeert wat er gebeurt als de instellingen andere aandachtspunten hanteren dan de acht door mevrouw Kendir genoemde punten.
30 Mevrouw Kendir hoopt jaarlijks door de wethouder geïnformeerd te worden over de betreffende punten en het aantal meldingen. Het gaat haar vooral om een concrete aanpak van dit probleem. 35
40
45
50
55
De heer Saiah (D66) is voorstander van een jaarlijkse terugkoppeling en vraagt of het alleen over het hoger onderwijs gaat. Mevrouw Kendir (Student&Starter) antwoordt dat de gemeente al in gesprek is met mbo, hbo en wo-instellingen, maar dat het ook goed zou zijn dit onderwerp binnen het lager en middelbaar onderwijs bespreekbaar te maken. Zij wil weten of de wethouder kan toezeggen deze punten over te nemen om het jaarlijkse gesprek met de onderwijsinstellingen te voeren en de raad daarover wil informeren. En of de wethouder duidelijkheid wil verstrekken aan de onderwijsinstellingen, over waar zij terechtkunnen als ze ergens mee te maken krijgen, waarvan de bevoegdheid net buiten de onderwijsinstellingen zelf valt. De heer Rood (GroenLinks) vraagt zich af hoe de onderwijsinstellingen samen werken aan de veiligheid van docent en student en hoe de raad hierop kan sturen. Volgens hem ontbreekt een duidelijk stappenplan, en hij wil weten of er ook gesproken wordt over de meldingsbereidheid en de redenen in het geval van een lage bereidheid. Hij is benieuwd of de wethouder vindt dat de Universiteit van Utrecht (UvU) niet alleen een interne, maar ook een extern vertrouwenspersoon zou moeten hebben.
Verder informeert hij of dit gesprek verbreed kan worden naar het primair onderwijs (po), of er zicht is op de online-wereld wat ongewenst gedrag betreft, en zo ja, of er actief beleid op bestaat. Hij onderschrijft het expliciet benoemen van discriminatie en racisme door de UvU bij het thema ongewenst gedrag. Naast een algemeen kwaliteitskader, moet wat hem betreft het thema per instelling aangepakt worden en gekeken worden naar specifieke situaties, zoals die bij de HKU bijvoorbeeld. De heer Saiah (D66) vraagt hoe de gemeente dat aan kan pakken.
Pagina 16 van 23
De heer Rood (GroenLinks) antwoordt dat de raad zicht moet hebben op de problematiek, zodat hij zijn agenderende rol kan benutten, wanneer blijkt dat de onderwijsinstellingen signalen niet goed op- en aanpakken. 5
10
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vraagt of de heer Rood het met haar eens is dat dit onderwerp in de eerste plaats op het terrein van de inspectie ligt. De heer Rood (GroenLinks) beaamt dat de onderwijsinspectie een belangrijke rol speelt, maar dat er situaties kunnen zijn waarin de raad iets oppikt dat de inspectie gemist heeft. De gemeente kan ook mensen naar de inspectie toe geleiden. Als de raad meer zicht heeft op het onderwerp in de breedte, kan het geagendeerd worden om de aanpak te stimuleren. Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat er ook veel winst te behalen valt bij preventie.
15
20
25
De heer Rood (GroenLinks) is het hiermee eens en noemt de aanpak ongewenste intimidatie op straat waar de gemeente als partner een verbindende rol speelt op het gebied van preventie. Met betrekking tot het tegengaan van ongewenst gedrag hebben huurdersvertegenwoordiger BoKS en de studentengemeenschap zelf, huisregels opgesteld. Vidius Studentenunie heeft het initiatief genomen om dit probleem binnen studentenverenigingen op te pakken en een intentieverklaring opgesteld. Spreker ziet deze positieve voorbeelden als leerkans hoe het inzetten op preventie verder versterkt kan worden. Hij informeert hoe de wethouder dat ziet. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt voor behalve de studenten, ook aandacht voor de medewerkers van scholen en onderwijsinstellingen, omdat veiligheid voor hen eveneens belangrijk is. Zij wil weten wat er nu gedaan wordt op dit vlak binnen instellingen en schoolbesturen en zegt dat haar fractie voorstander is van programma’s als ‘Lentekriebels’ in het basisonderwijs. Wellicht zijn er meer handreikingen te doen vanuit de gemeente. Zij stelt voor dit onderwerp vaker en/of hoger op de agenda te zetten. Zij doet de suggestie voor het aanstellen van een ambtenaar voor dit aandachtsgebied.
30
35
40
De heer Saiah (D66) is voorstander van een jaarlijkse duiding met betrekking tot ongewenst gedrag in de breedste zin van het woord. Hij is benieuwd hoe gemakkelijk stagiaires binnen het MBO een melding kunnen doen en informeert of de gemeente daar iets in kan betekenen, eventueel samen met de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB). Hij is van mening dat de gemeente het geluid nog kan versterken, ook al hebben alle studentenverenigingen zelf het initiatief genomen tot het tegengaan van grensoverschrijdend gedrag. Binnen het primair- en voortgezet onderwijs, en de onlinewereld moet het gesprek ook op gang komen. Overigens zijn Stichting JoU en Pretty Woman daarin al actief. De heer Harris (SP) wil meer inzicht in wat de gemeente kan doen en vraagt of instellingen ook gedwongen kunnen worden in plaats van alleen ondersteund. De voorzitter schorst de vergadering om 14.32 uur vanwege een telefoontje in verband met de piketdienst van de wethouder en heropent de vergadering om 14.35 uur.
45 De heer Rood (GroenLinks) zegt dat volgens Amnesty International een op de tien studenten wordt verkracht en informeert of de heer Harris zich daar ook zorgen over maakt en of dat de reden is waarom hij stevige maatregelen wil nemen. 50
55
60
De heer Harris (SP) antwoordt bevestigend. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vindt het opvallend dat weinig Utrechtse onderwijsinstellingen de intentieverklaring van Vidius ondertekend hebben, met als reden dat seksueel ongewenst gedrag meestal buiten de campus plaatsvindt. Zij ziet hier een verbindende rol weggelegd voor de gemeente. Zij adviseert aandacht te besteden aan sociale normen bij de komst van nieuwe studenten en de bekendheid en vindbaarheid van de vertrouwenspersonen te vergroten. Mevrouw Assen (PvdA) constateert dat mevrouw Chirino nu een oproep doet aan de gemeente haar rol te pakken, terwijl zij eerder vooral naar de onderwijsinspectie verwees. Spreekster vraagt hoe zij de relatie precies ziet. Pagina 17 van 23
5
10
15
20
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) antwoordt dat de gemeente een verbindende rol moet spelen tussen de verschillende sectoren en organisaties die belangrijk zijn voor studenten en medewerkers. En de gemeente kan ervoor zorgen dat bekend wordt waar mensen terechtkunnen met vragen of een melding. De gemeente zou de melding niet moeten aannemen en evenmin docenten vertellen hoe ze met hun studenten dienen om te gaan. Mevrouw Meerding (VVD) wil het probleem en de aanpak daarvan serieus nemen, maar vraagt zich evenwel af hoe de gemeente hier een rol in kan spelen. Wellicht zou het beter door de landelijke politiek behandeld kunnen worden. De heer Van Steeg (CDA) stelt dat er een cultuurverandering nodig is, waar de gemeente iets mee moet, al heeft deze er niets over te zeggen. Hij refereert aan de eerder gehouden informatieavond, die hij hoopgevend noemt, omdat de nood werd gezien, en dat geeft hem vertrouwen. Hij is van mening dat de gemeente hierover in gesprek moet blijven met de onderwijsinstellingen en een jaarlijkse regelmaat vindt hij uitstekend. Spreker benadrukt het belang van normering, zodat duidelijk is welk gedrag niet getolereerd wordt. Dat het onderwijs zich verantwoordt in het jaarverslag is een goed idee. Mevrouw Kendir (Student&Starter) vraagt of hij het wel eens is met het feit dat er nog onvoldoende gebeurt en er effectiever gehandeld kan worden.