CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

14e vergadering gemeenteraad 7 oktober 2021.doc

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergadering en Stemraad 7 oktober 202125.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2021 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 14e vergadering – 7 oktober 2021 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 7 oktober 2021 te 10.00 uur. Voorzitter: mevrouw Dijksma, burgemeester, afgewisseld door de heer Zwanenberg, de heer Wijmenga en de heer Gilissen.

Aanwezig zijn de leden: El Abassi, Assen, Bakker, Bijsterbosch, De Boer, Bos, Van Corler, Van Dalen, Dekker-Abdulaziz, Dekkers, Deldjou Fard, Van Deún, Van Dun, Gilissen, Heijne, Van Heuven, Te

Hoonte, Kleinrensink, Koning, De Koning, Van der Marel, Meerding, Naphegyi, Oosters, De Pagter, Peters, Raaijmakers, Rood, Saiah, Sasbrink, Schers, Schilderman, Schipper, Schreuder, Van Steeg,

Streefland-Driesprong, Sturkenboom, Sungur, Virginia, Vonk, Wiegant, Wijmenga, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels.

Aanwezig zijn de wethouders: Diepeveen, Eerenberg en Van Hooijdonk. Griffier: mevrouw Van Hall. 1.

Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom, ook de mensen die thuis meekijken. Ze deelt mee dat de stemming over de voorstellen plaatsvindt in een digitale raadsvergadering, een halfuur na deze vergadering.

De heer Zwanenberg (GroenLinks) meldt dat er gisteren ernstige bedreigingen zijn geuit tegen de

burgemeester. De gemeenteraad laat weten gezamenlijk rond de burgemeester te staan en haar te

steunen. Bedreigingen, zeker die naar personen, zijn onacceptabel. De hele raad neemt hier afstand van en spreekt zich stevig uit tegen dreiging in welke vorm dan ook.

(Applaus.)

Mevrouw Dijksma (burgemeester) dankt voor deze steun. Die doet haar heel goed. 2.

Vaststellen agenda. De agenda wordt zonder stemming ongewijzigd vastgesteld.

3.

Ingekomen stukken.

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 Met betrekking tot de ingekomen stukken wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld. 4.

Bekrachtiging geheimhouding. Op voorstel van de voorzitter wordt, conform artikel 25, lid 3 van de Gemeentewet, besloten de door het college opgelegde geheimhouding op de documenten, zoals vermeld in de bij de agenda gevoegde bijlage, te bekrachtigen.

5.

Notulen raadsvergadering en stemraad 16 september 2021. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld.

6.

Notulen vragenuur 2, 9 en 16 september 2021 Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld.

7.

Actuele moties. De voorzitter meldt dat er geen actuele moties zijn ingediend. De heer Sungur (DENK) meent dat er wel een actuele motie is ingediend. Blijkbaar is die niet binnengekomen. Dat moet nog even worden uitgezocht. De voorzitter meldt dat zij hierop zal terugkomen.

8.

Raadsvoorstel benoeming voorzitters en plaatsvervangend voorzitters nieuwe raadscommissies. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt wanneer besloten is de procedure te veranderen en niet meer met gele stembriefjes te werken.

Mevrouw Van Hall (griffier) antwoordt dat de interim-burgemeester die stemprocedure onzin vond als er net zo veel kandidaten als functies waren. Sindsdien worden kandidaten bij acclamatie

benoemd, tenzij er meer kandidaten voor dezelfde plekken zijn. Dat is in dit geval niet aan de orde. Hierna wordt op voorstel van de voorzitter besloten de voorgestelde kandidaten bij acclamatie te benoemen.

De voorzitter wenst de benoemde voorzitters en plaatsvervangend voorzitters veel succes in hun rol en bij het verwezenlijken van de ambitie om meer eigenaarschap te brengen in de commissies voor de eigen agenda en de werkafspraken. 9.

Raadsvoorstel wijziging Verordening op de raadscommissies nieuwe werkwijze commissies. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten.

2

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 10. Raadsvoorstel Opdrachtbevestiging Controlewerkzaamheden 2021 externe accountant. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 11.Raadsvoorstel Technische actualisering Verordening horeca. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 12. Raadsvoorstel Tweede begrotingswijziging 2021. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 13. Aanbieding Initiatiefvoorstel Weer fossiele reclame uit de openbare ruimte. De heer Van Heuven (PvdD) biedt dit voorstel aan. Hij vindt dit een mooi uitvoerbaar voorstel

waarmee een volgende stap in de duurzaamheidsambities kan worden gezet. Immers, fossiele

reclame zet aan tot meer gebruik van fossiele brandstoffen en zorgt voor klimaatopwarming en

lichtvervuiling, en heeft een negatieve invloed op de volksgezondheid. Omdat het weren van reclame op gespannen voet kan staan met de vrijheid van meningsuiting, heeft hij met een consultant van Eiffel bekeken op basis van welke argumenten reclame-uitingen kunnen worden ingeperkt. Dit

onderzoek heeft zich uitgestrekt tot aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Het voorstel heeft dus een goede juridische onderbouwing gekregen. Hij dankt de mensen die eraan hebben

meegewerkt. Aan de raad de taak te kiezen voor onbeperkt reclame maken ongeacht de gevolgen, of weren van fossiele reclame uit de openbare ruimte om daarmee de volksgezondheid te beschermen. De voorzitter dankt voor het initiatief en de toelichting. Conform het reglement van orde zal dit

initiatiefvoorstel in behandeling worden genomen en op de agenda van de commissievergadering

worden geplaatst. Ze nodigt het college uit om voorafgaand aan de commissievergadering middels een raadsbrief te reageren op het initiatiefvoorstel.

14. Aanbieding Initiatiefvoorstel Referendum op raadsinitiatief. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) biedt dit initiatief aan. Hij meldt dat Stadsbelang Utrecht van

mening is dat de raad van Utrecht het recht heeft om referenda uit te schrijven, dat hiervoor geen verordening nodig is en dat dit volgens de Gemeentewet een bevoegdheid van de raad is. De

burgemeester spreekt dit tegen en stelt dat dit in strijd is met de huidige verordening voor het

raadgevend referendum. Om praktische redenen is het wenselijk die verordening aan te passen,

opdat op grond van die verordening referenda op initiatief van een meerderheid van de raad kunnen worden georganiseerd. Daarom doet hij dit initiatiefvoorstel en ziet hij uit naar de reactie van het college en het debat in de commissie.

De voorzitter dankt voor het initiatief en de toelichting. Conform het reglement van orde zal dit

initiatiefvoorstel in behandeling worden genomen en op de agenda van de commissievergadering

worden geplaatst. Ze nodigt het college uit om voorafgaand aan de commissievergadering middels een raadsbrief te reageren op het initiatiefvoorstel.

3

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 De voorzitter stelt daarop gelijktijdig aan de orde: 22. Raadsvoorstel Specifieke (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen Camera Obscuradreef te Overvecht - De Mix. 23. Raadsvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Programma van Eisen Camera Obscuradreef – De Mix. De heer Van Heuven (PvdD) meldt dat zijn fractie voorstander is van vergroening, van het toevoegen van woonruimte en een goede balans in het woonprogramma per wijk, maar niet begrijpt dat het

aantal sociale huurwoningen hier naar nul gaat. Hij vindt het onacceptabel dat de voor het college bekende informatie over de bomen in het gebied alleen na vragen in de raad is gedeeld. Het lijkt

erop dat dit administratief niet klopt. Zijn fractie kan niet instemmen met plannen, omdat die niet op orde zijn en zal tegenstemmen.

De heer Schipper (SP) herinnert eraan dat zijn fractie mordicus tegen het sloopbesluit van de coalitie 2010-2014 was. Die wordt alsnog uitgevoerd in het kader van De Mix, terwijl het idee volgens de

ontwikkelaar ook prima uit te voeren was met aanpassingen aan het bestaande complex, voor de SPfractie veel wenselijker. Er worden kansen gemist wat betreft de toegankelijkheid van de woningen, en of meer dan 16% levensloopbestendig wordt, moet hij nog afwachten. Zijn fractie stemt tegen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt dat men tevreden mag zijn met de betrokkenheid van de

bewoners, met dank aan de ambtenaren die zich hiervoor hebben ingezet. Dit is een mooi cadeautje voor de woongroep die zich sterk heeft ingezet voor de herinrichting van de openbare ruimte. Zijn fractie stemt in.

De heer Sungur (DENK) vult de stemverklaring van de heer Schipper aan met de opmerking dat het jammer is dat het aantal vierkante meters per woning afneemt en dit alleen de schijn wekt dat er heel veel sociale huurwoningen bij komen. Zijn fractie stemt tegen.

Mevrouw Assen (PvdA) vindt dat het college met dit voorstel actief bezig is met het verlagen van het

aantal huurwoningen in Overvecht. Ze worden op een andere plek teruggebouwd, waar sowieso al te weinig sociaal wordt gebouwd. Ook zijn deze constructies niet transparant en zorgen ze voor verwarring. Dit zal op den duur kunnen leiden tot grote krantenkoppen dat de ontwikkelaar gigantisch heeft verdiend ten koste van sociale huurwoningen. Haar fractie stemt tegen.

De heer Van Deún (PVV) sluit zich helemaal aan bij de stemverklaring van de SP-fractie. Ook hij vindt dat er te weinig toegankelijke woningen zijn opgenomen en stemt tegen dit plan. Hierna wordt zonder stemming overeenkomstig de beide voorstellen besloten. De leden van de fracties van PvdD, SP, DENK, PvdA en PVV verkrijgen op hun verzoek aantekening in de notulen dat zij geacht wensen te worden tegen het voorstel te hebben gestemd. Daarop schorst de voorzitter de vergadering.

(Bij heropening van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering

4

Raadsvergadering van 7 oktober 2021

overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 15. Raadsvoorstel Deelname experiment Centrale stemopneming (CSO). Mevrouw Van Dun (D66) dankt en complimenteert iedereen namens dat de D66-fractie, inclusief de vrijwilligers die het tijdens de lockdown mogelijk hebben gemaakt om een stem uit te brengen tijdens de Tweede Kamerverkiezingen. Ze vindt dat de burgemeester luchtig reageerde op de

suggestie om de rekening naar Den Haag te sturen voor de extra kosten die hiervoor zijn gemaakt en vraagt haar opnieuw, te proberen deze extra kosten bij het Rijk vergoed te krijgen.

Het college stelt voor, voor de tweede keer mee te doen aan een experiment van het ministerie van BZK. De extra kosten worden eenmalig gedekt uit de Reserve verkiezingen. Spreekster vindt het

beter dit geld te gebruiken voor opkomst bevorderende acties en als een reserve in te zetten. De burgemeester heeft aangekondigd dat eventuele latere CSO's in de voorjaarsnota worden

opgenomen, waarmee ze een voorschot neemt op het permanent worden van de CSO's. Spreekster

dient daarom motie 308 in, Geef de oude verkiezingsprocedure een tweede kans, met de opdracht, de verkiezingen vanaf 2022 volgens de voorheen gebruikte methode te organiseren. In de

overwegingen is belangrijk dat er een scheve verhouding is ontstaan tussen het ministerie en de gemeente Utrecht in de verdeling van de kosten van het CSO-experiment.

De heer Gilissen (VVD) vraagt waarom de D66-fractie niet wacht op de resultaten van de evaluatie van de tweede CSO, om daarna het gesprek te voeren over de mogelijke meerwaarde ervan.

Mevrouw Van Dun (D66) reageert dat er al een evaluatie is verschenen waarin leermomenten zijn opgenomen. Ze gaat ervan uit dat die ter harte worden genomen en goed uitgevoerd. Belangrijk argument voor haar fractie is de scheve verhouding in de financiering.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt hoe mevrouw Van Dun kijkt naar de argumenten met het oog op de nieuwe Kieswet, waarmee een CSO voor een stad als Utrecht noodzakelijk wordt.

Mevrouw Van Dun (D66) leest in de wet dat als er één fout wordt gemaakt, er een hertelling moet

komen. Volgens de evaluaties van de verkiezingen die zijn geweest, wordt sowieso de helft opnieuw geteld. In die zin verandert er niet zo veel. Het voordeel van het tellen op de stembureaus is dat het eigenaarschap bij de vrijwilligers die daar zitten blijft, tot op kandidaatsniveau.

De heer Sungur (DENK) is verbaasd dat vooral het geld bij de D66-fractie het probleem is. Blijkbaar erkent de D66-fractie de voordelen van de CSO.

Mevrouw Van Dun (D66) antwoordt dat de CSO heel nuttig was in verband met de coronapandemie. Dat argument is weggevallen als heel veel mensen zijn gevaccineerd. Voorheen heeft de gemeente geen gebruik gemaakt van de CSO. Waarom niet hetzelfde doen als de gemeente daarvoor heeft gedaan?

Mevrouw Assen (PvdA) herinnert eraan dat de burgemeester heeft gezegd dat er meer redenen zijn om door te gaan met de CSO, los van de pandemie, namelijk de haalbaarheid van de gestelde

5

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 doelen. Heeft de D66-fractie daar een andere analyse bij, of negeert ze dit? Het gaat om de inzet van vrijwilligers en de accuraatheid.

Mevrouw Van Dun (D66) reageert dat ze zicht verheugt op de motie die de ChristenUnie-fractie zal indienen die ervoor pleit flexibeler met die vrijwilligers om te gaan. Ze verwacht dat de vrijwilligers het tellen prima aankunnen als ze flexibeler kunnen worden ingezet.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) heeft moeite met de suggestieve toon in de brief van de

burgemeester, alsof de raad geen andere keuze heeft dan de CSO. Volgens de brief zou bij elk telverschil een hertelling moeten plaatsvinden. In het wetsvoorstel staat echter alleen deze

verplichting als in het proces-verbaal hiervoor geen verklaring is gegeven. Bovendien hoeft dit geen complete hertelling te zijn. De Kiesraad zegt dit ook. De VNG heeft in haar reactie op het

wetsontwerp gezegd dat er geen onderbouwing is voor de suggestie dat de telling bij een CSO betrouwbaarder zou zijn. Daarnaar is geen objectief onderzoek gedaan.

Voor zijn fractie staat voorop dat de verkiezingen zo transparant, betrouwbaar en controleerbaar

mogelijk voor de burgers moeten zijn. Dit leidt tot een sterke voorkeur voor tellen in de buurt, op het lokale stembureau. Ze staat open voor voorstellen die de uitslag betrouwbaarder en

controleerbaarder maken. Een CSO is moeilijk controleerbaar. Met het geld voor de CSO kunnen leukere dingen worden gedaan.

Spreker dient motie 309 in, Deel de dag, om het voor vrijwilligers beter te maken, mede namens de

fracties van PvdD, CDA, Student & Starter en D66. In het verleden was het mogelijk om een halve dag

aanwezig te zijn, dan was alleen de voorzitter er de hele dag. Dat kan niet meer. De motie draagt op, bij verkiezingen de mogelijkheid geven aan vrijwilligers om tijdens de verkiezingsdag in dagdelen te werken, en dit vanaf het begin actief te promoten.

De heer Sungur (DENK) wijst op het wetsvoorstel over een ander experiment met de verkiezingen, het gebruik van twee stembiljetten. Hij neemt aan dat die niet in Utrecht worden ingezet. Kan de burgemeester hier iets over zeggen en toezeggen dit niet te doen?

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of het een verandering van beleid is om het dictum voor te lezen.

Mevrouw Van Hall (griffier) antwoordt dat de raad heeft afgesproken om bij moties altijd het dictum integraal voor te lezen. Bij actuele moties is dit niet het geval, omdat die van tevoren worden

ingediend. Bij amendementen is het voldoende om aan te geven waarin de wijziging zit in het voorgestelde besluit.

Daarop schorst de voorzitter de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de burgemeester. Mevrouw Dijksma (burgemeester) gaat in op de vraag waarom dit voorstel op tafel ligt. De afgelopen verkiezingen is inderdaad geëxperimenteerd met de CSO, omdat dit noodzakelijk was in verband

met de anderhalvemetermaatregel. Ze vindt de nieuwe Kieswet heel mooi in de zin dat iedere stem

telt, daar waar voorheen foutmarges werden geaccepteerd van maximaal vijf stemmen. De ervaring is dat die vaak onverklaarbaar zijn. Het verschil van één stem kan bijvoorbeeld een optelsom zijn van

6

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 meerdere verschillen. Omdat de Kieswet heel streng wordt en er geen foutmarges mogen zijn, moet

er herteld worden. Deze interpretatie hebben meer gemeenten. In het verleden waren er wellicht niet meer dan tien stembureaus waar dit aan de orde was, omdat het toen nog om vijf stemmen ging, nu wordt dat nul stemmen.

De heer Sungur (DENK) meent dat er ook een optelsom van een fout kan zijn bij een gelijk aantal stemmen.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) bevestigt dat. Het is complex om op voorhand te zeggen dat fouten verklaarbaar zijn, omdat de ervaring leert dat ze meestal onverklaarbaar zijn.

Ze vervolgt dat hertelling door het gemeentelijke stembureau moet worden gedaan, de dag na de verkiezingen, op een of meer centrale locaties. Ze voorziet dat er mogelijk voor honderd

stembureaus een hertelling moet plaatsvinden op een centrale plek. Dit betekent dat er voor alle

stembureaus vervoer moet worden geregeld naar die centrale plaatst. In die zin is het niet onlogisch om te kiezen voor de CSO voor alle stembureaus, omdat het systeem dan beheersbaar is. De telling kan dan op lijstniveau in het stembureau worden gedaan en op kandidaatsniveau op een centrale plek, herleidbaar naar het stembureau.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) begrijpt hieruit dat de CSO meerdere dagen open moet blijven, als de telling in de CSO gebeurt en er herteld moet worden. Dat zit nu niet in het voorstel en in de kosten.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit niet hoeft, omdat dit in het voorstel op dezelfde manier zit als de afgelopen keer: telling op lijstniveau op locatie, vervolgens vervoer naar een

centrale locatie en daarna de telling op stembureauniveau de dag daarop. Het verschil met de vorige keer is dat de herleidbaarheid naar het stembureau in het systeem blijft zitten. Dat was een belangrijk evaluatiepunt.

De heer Sungur (DENK) vraagt of mensen weten wanneer de stemmen van hun stembureau worden geteld, zodat ze erbij kunnen zijn.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat het evident is dat dit inzichtelijk moet worden

gemaakt met een soort schema. Ze vervolgt dat de kosten niet hoger zullen zijn als bij het voorstel van de D66-fractie, omdat er meer hertellingen nodig zullen zijn dan voorheen. Dit moet vooraf georganiseerd worden. Bovendien is dat complexer, omdat afhankelijk van het feit of er fouten

worden gemaakt, een verschillend regiem wordt gebruikt. Spreekster vindt dit onverstandig. Dit betekent dat zij motie 308, geeft de oude verkiezingsprocedure een tweede kans, ontraadt.

Ze heeft toegezegd met de minister van BZK het gesprek aan te gaan over de kosten. Ze is van plan daarbij uit te leggen dat de nieuwe wet heel veel kosten met zich meebrengt en deze uitvoerbaar moet zijn. De NVVB vraagt hier namens alle gemeenten ook aandacht voor en bepleit om de

foutmarge van vijf in stand te houden, omdat het anders een enorme toer wordt met veel potentiële hertellingen.

De heer Gilissen (VVD) begrijpt de reactie op motie 308. De VVD-fractie is in dit geval voor de CSO.

Hij vraagt of de burgemeester kan bevestigen dat er na de verkiezingen in maart een goede evaluatie wordt gedaan.

7

Raadsvergadering van 7 oktober 2021

Mevrouw Dijksma (burgemeester) is het daar hardgrondig mee eens. De vorige evaluatie heeft zaken naar boven gehaald die niet goed zaten, waardoor er hopelijk een betere CSO komt. Dit moet

permanent worden geëvalueerd, om dit democratische proces zo goed mogelijk te doorlopen. De

evaluatie kan helpen in de discussie met het ministerie over de kosten. Die voert ze graag op haar eigen manier en die is anders dan plompverloren de rekening bij BZK neerleggen.

De heer Sungur (DENK) vraagt of het klopt dat de gemeente structureel te weinig geld krijgt voor het organiseren van verkiezingen.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) bevestigt dit. Dat is een principieel punt dat ze graag bij BZK maakt.

Mevrouw Van Dun (D66) vraagt of de raad op korte termijn een verslag krijgt van die besprekingen met de minister.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt: "in geuren en kleuren." Mevrouw Van Dun (D66) valt het op dat de burgemeester opeens een foutmarge wil hanteren van vijf stemmen.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit de huidige wet is. Haar pleidooi op dit punt is: houden zoals het is.

Ze vervolgt met motie 309, Deel de dag. Ze begrijpt de vraag, omdat vrijwilligers flexibiliteit en steun verdienen en er mogelijkheden moeten zijn om een deel van de dag mee te doen. Maar als dit actief wordt gepromoot en veel mensen dit willen doen, moeten er veel meer vrijwilligers worden

geworven. Dat betekent een enorme inspanning. Als ze de motie zo mag uitleggen dat dit mogelijk

wordt gemaakt, maar niet actief gepromoot, wordt dit behapbaarder voor de organisatie, omdat dan niet iedereen zich voor een halve dag zal melden. Er zijn al een paar duizend mensen nodig.

De heer Sungur (DENK) reageert dat dit zijn zorgpunt is, namelijk dat degenen die op dit moment

bereid zijn er de hele dag te gaan staan, de mogelijkheid zullen aangrijpen om nog maar een halve dag te komen.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat de pijn in het antwoord zit. De raad ziet het

probleem voor de vrijwilligers. Daarom wil men de dag korter maken. Door de CSO te introduceren wordt een deel van het werk weggehaald bij de mensen die er die dag zitten, zeker als de

stembiljetten op tijd worden opgehaald. Ze ziet dit liever, dan dat mensen voor een halve dag

intekenen. Omdat een groot deel van de raad deze mogelijkheid belangrijk vindt, heeft ze naar een gulden middenweg gezocht.

De heer Sungur (DENK) vindt de grote meerwaarde van de CSO dat vrijwilligers iets eerder naar huis

kunnen en er wellicht meer zorgvuldigheid in het proces wordt gebouwd. Hij deelt de intentie van de

ChristenUnie-fractie, maar weet niet of de motie zal helpen in het proces, omdat die wellicht afbreuk doet aan wat wordt beoogd.

8

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 De heer Wijmenga (ChristenUnie) ziet het niet zo. Het werk zit in het uitvouwen van de stembiljetten en het sorteren op partij en niet in het tellen. In het verleden was het mogelijk een dagdeel mee te

draaien; dit kan meer mensen motiveren om mee te doen. Hij kan leven met de interpretatie van de burgemeester en is bereid met die interpretatie de motie in te trekken.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) zal de motie op die manier uitvoeren en het mogelijk maken een

deel van de dag op het stembureau te zitten. Met name op dit punt zal ze een evaluatie laten doen, zodat duidelijk wordt of de interpretatie van de heer Wijmenga klopt, of dat het lastiger wordt voldoende mensen te vinden.

Ze vervolgt dat BZK een experiment met de stembiljetten doet in een aantal kleinere gemeenten. Utrecht doet daar niet aan mee en heeft er geen zeggenschap over.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) trekt motie 309 in. Hij vraagt of de burgemeester bereid is geen

voorstel voor het permanent maken van de CSO te doen, voordat de raad de kans heeft gekregen de evaluatie te bespreken.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) denkt dat dit kan, ze doet dit stap voor stap. Daarop schorst de voorzitter de vergadering.

(Bij heropening van de vergadering heeft de heer Zwanenberg het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) 16. Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat de klimaatcrisis vraagt om een snelle, soepele en

doortastende energietransitie. In de commissie is gezegd dat het traject voor de Regionale

Energiestrategie (RES), stroperig en vertraagd is gelopen. Lang is gesproken over het realistische karakter van het bod van de gemeente Utrecht. Het zou immers buitengewoon jammer zijn als

Utrecht haar bod niet haalt. Volgens spreker zal er te veel planuitval zijn en wordt te optimistisch gedacht over het opvangen daarvan.

Helaas zijn zijn twijfels niet weggenomen. Dit komt onder meer door de verwarring die zit in het woord "bod". Het college beschouwt het bod voor de RES als een vrijblijvend einddoel wat vooral

richting geeft, terwijl zijn fractie het ziet als een weloverwogen en onderbouwd bod, zoals bij het uitbrengen van een bod bij het aankopen van een huis. Zijn fractie concludeert dat het bod van

Utrecht en de U16 niet het bod is dat zij wil uitbrengen, omdat het te luchtledig is. Daarom stemt ze niet in met deze RES.

De heer Schreuder (D66) blijft het verbazen dat de PvdD-fractie nu al weet welke projecten zullen uitvallen. Welk bod had zij wel willen zien? Dit bod is namelijk onderbouw met concreet lopende projecten.

De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat als dit bod goed onderbouwd zou zijn en de gemeente

daaraan vastzit, hij het prima zou vinden. Het bod zou onderbouwd moeten zijn met projecten die niet alleen in de pijplijn zitten, maar ook doorgaan. Maar het bod leunt voor een groot deel op Rijnenburg. Daar wordt uitgegaan van de volledige ruimte waarop de initiatiefnemers een bod

9

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 hebben kunnen doen, acht windmolens en 260 ha zonnevelden. Er komen echter maar drie

windmolens en een aantal ha zonnevelden op de weilanden en op de Nedereindse plas. Dat verschil wordt niet opgevangen door andere plannen.

De heer Schreuder (D66) concludeert dat de PvdD-fractie liever een lager bod had gezien. Mevrouw Heijne (GroenLinks) concludeert dat de PvdD-fractie liever een minder ambitieus bod heeft dan het bod er nu ligt en dat wel zou steunen.

De heer Van Heuven (PvdD) heeft liever dat het bod realistisch is. Hij begrijpt dat niet alles met

windmolens en zonnevelden kan worden vol gezet. Daarom zet hij ook in op energiereductie en zal daarover een motie indienen. Hij heeft heel graag een ambitieus bod, maar ook een bod dat goed

wordt onderbouwd. Daarom wil hij dat in het voorstel duidelijk staat hoe het opgevangen wordt als het niet lukt. Hij begrijpt niet dat de coalitiepartijen hem verwijten kritisch te zijn, terwijl ze zelf instemmen met een bod dat niet is onderbouwd en alleen richting geeft.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) vindt dit bod realistisch, omdat er concrete projecten onder liggen. Het gaat hierbij niet alleen om het bod van Utrecht stad, maar om dat van de regio. Ze wijst op de ruimte die er nog zit in zon op dak en in projecten die worden toegevoegd. Dit bod is in de totale regio haalbaar.

De heer Van Heuven (PvdD) interrumpeert dat vandaag twee boden worden vastgesteld, ook een

lokaal Utrechts bod. Mevrouw Heijne zinspeelt erop dat wat in Utrecht stad niet wordt gehaald, in de regio wordt goedgemaakt. Daarvoor zijn de RES en het raadsvoorstel niet bedoeld. In het Utrechtse bod staan nog steeds tien windmolens.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) vindt dat het bod van Utrecht realistisch is. In zon op dak zit nog

ruimte en er wordt alles aan gedaan om het aantal windmolens te halen. Ze vraagt de wethouder of het aantal, specifiek in Rijnenburg, kan worden verhoogd.

De heer Van Heuven (PvdD) vervolgt met energiereductie. Die maakt technisch geen deel uit van de RES, omdat de RES over het opwekken van energie gaat. Hij vindt het logisch om in dat kader het realiseren van energiereductie en het opwekken van energie als communicerende vaten te

beschouwen. Hij dient hierover motie 310 in, Kom met een bod energiereductie, mede namens de

fractie van Student & Starter met de opdracht, een ambitieus bod voor energiereductie te stellen en dit te benoemen en uit te werken in de energievisie, en over opwek en reductie in samenhang te

rapporteren aan de raad om bijsturing mogelijk te maken, en sowieso hier in de RES 2.0 op terug te komen.

Hij vervolgt met motie 311, Inzicht in planuitval, dat hij samen met de fractie van Student & Starter

indient. Immers, het college houdt rekening met planuitval en is op zoek naar alternatieve gebieden. De details zijn nog onduidelijk. Die duidelijkheid komt pas in de RES 2.0. De motie heeft daarom de volgende opdracht: tussen RES 1.0 en RES 2.0 een extra keuzemoment aan de raad te geven waarin

het college inzicht geeft in planuitval enerzijds en scenario’s voor het opvangen ervan anderzijds om het Utrechtse bod van 0,543 TWh wel te halen.

De heer Schreuder (D66) wijst erop dat de raad in Q2 2022 de energievisie krijgt waarin alles wat

10

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 hiermee te maken heeft aan bod komt. De RES 2.0 komt in de zomer 2023. Hoeveel extra werk wil de PvdD-fractie zien?

De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt: "liever geen extra werk." Hij vindt dat deze motie nodig is,

omdat de RES 1.0 onvoldoende inzicht geeft en er onvoldoende inzicht is in de keuzemogelijkheden die de raad heeft.

Hij vervolgt met motie 312, Geen nieuwe biomassacentrales in het kader van RES, die hij indient

mede namens de fracties van Student & Starter en Stadsbelang Utrecht. Immers, het verbranden van houtige biomassa wordt benoemd als een bron van duurzame energie in het kader van de RES,

hoewel als minst favoriete bron van duurzame energie en er worden duurzaamheidscriteria aan

gesteld. Toch gaan steeds meer biomassacentrales open en ontstaat er schaarste aan biomassa die

voldoet aan de duurzaamheidscriteria. Volgens motie 105 van dit jaar zijn nieuwe biomassacentrales in Utrecht niet wenselijk. Die motie moet ook van toepassing zijn in de regionale samenwerking. Daarom deze motie met de opdracht:

1. uit te dragen naar de partners binnen de U16 dat het aantal biomassacentrales niet moet toenemen ten opzichte van de huidige omvang, zonder daarbij terug te vallen op een toenemend gebruik van gas; 2. met de partners binnen de U16 te werken aan wenselijke vormen van duurzame warmte; 3. de raad over de voortgang van beide punten te (blijven) informeren. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt waar de motie op ziet. Is het de bedoeling dat biomassa helemaal verboden wordt in de regio? Overigens is hij geen voorstander van biomassacentrales.

De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat Utrecht die niet kan verbieden in de regio, maar wel kan

uitdragen dat het aantal biomassacentrales niet moet worden uitgebreid. De gemeente De Bildt heeft al een dergelijke motie aangenomen.

De heer Schreuder (D66) vraagt met welke opdracht het college op pad wordt gestuurd. Moet de wethouder andere gemeenten voorschrijven welke manier van energieopwekking zij moeten gebruiken?

De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat het hem zeker niet gaat om voorschrijven. Hij wil dat het college zich binnen de U16 sterk maakt en uitdraagt dat het aantal biomassacentrales niet moet

toenemen. Deze motie is in lijn met de motie die eerder dit jaar is aangenomen. Op de vraag of het alleen om houtige biomassa gaat, antwoordt hij bevestigend. Dit staat in de motie onder de constateringen.

Mevrouw Zwinkels (CDA) dient motie 313 in, Actualiseer het bod. Die sluit aan bij de inbreng van de PvdD-fractie. Ook haar fractie vindt het bod niet een accurate voorstelling van de werkelijkheid

geven. Daarom roept de motie het college op, op korte termijn, vooruitlopend op de RES 2.0, een

actualisatie te maken en het Rijk op transparante wijze via de ambtelijke en bestuurlijke kanalen te

informeren en de gemeenteraad voor het einde van 2021 een actueel beeld te sturen, van zowel de gemeente Utrecht als haar partners.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt de RES op een aantal cruciale vlakken tekortschieten. Hij vindt het Utrechts bod veel te hoog ten opzichte van de beschikbare ruimte in Utrecht en dient

11

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 amendement 105 in, Eerlijke Utrechtse inzet, met de strekking: een lager bod vanuit de gemeente Utrecht.

Omdat in de gemeente geen windmolens thuishoren, dient hij amendement 106 in, Geen

Windmolens in de Gemeente Utrecht. Deze wordt mede ingediend door de VVD-fractie. Bovendien dient hij motie 314, Kernenergie, in met de opdracht: kernenergie als optie in de Regionale

Energiestrategie 1.0 en 2.0 op te nemen in de restmix duurzame energie opwekken, zodat in de energiemix voor de lange termijn nu al nagedacht

kan worden over mogelijkheden van het aanvullen hiervan, waarmee de doelen van het Klimaatakkoord dichterbij komen.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) is benieuwd of de fractie van Stadsbelang Utrecht al een locatie voor die kerncentrale in gedachte heeft.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat hij die nog niet heeft. Hij vindt het goed dat de RES een onderzoeksopdracht krijgt om een mooie locatie uit te zoeken.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt of de heer Bos zich realiseert dat er in de provincie geen locaties zijn om een kerncentrale te realiseren.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt zich dit af. Hij heeft geen zoekopdracht opgenomen als motie of amendement. Hij vervolgt met motie 315, Provincie Utrecht als Mogelijke Locatie

Kerncentrale Communiceren naar het Rijk, met de opdracht: actief naar het Rijk uit te dragen dat de gemeente Utrecht open staat voor een kerncentrale in de provincie Utrecht, mits uit een

draagvlakmeting is gebleken dat hier draagvlak voor is, en hierover terug te rapporteren naar de raad voor Q2 2022.

De heer Te Hoonte (VVD) meldt dat de VVD-fractie zich erin kan vinden dat de stad Utrecht een

energietransitie moet doormaken en ook dat Utrecht daaraan een significante bijdrage wil leveren. Maar ze kan zich niet vinden in de voorwaarden in de RES, omdat die veel te veel leunen op de opbrengst van windmolens in Rijnenburg. Bovendien zijn de doorkijkjes naar Lage Weide en

Haarzuilens niet haar keuze. Daarom steunt ze amendement 106. Spreker dient amendement 107 in, RES schrappen bijlage 1, om bijlage 1 niet vast te stellen, vanwege de discussie die deze bijlage

oplevert. Er staat in het amendement een opdracht in om ervoor te zorgen dat in de gebieden die nu toegevoegd zijn ordentelijke participatie kan plaatsvinden.

De heer Schreuder (D66) merkt op dat het schrappen van de bijlage suggereert dat dit duidelijkheid

geeft. Het schrappen van die bijlage verandert echter niets, omdat dit al in het strekt ter vervanging staat.

De heer Te Hoonte (VVD) denkt dat de heer Schreuder niet kan uitleggen waarom bijlage 1 moet

worden vastgesteld en wat die bijdraagt aan het besluit. De wethouder heeft in de commissie vrij

helder geantwoord dat de gemeente medewerking gaat verlenen als er initiatieven langskomen voor die gebieden, zonder dat er participatie heeft plaatsgevonden. Bij de RSU 20-40 is over deze aanpassing geen participatie geweest, maar inspraak. Dat is echt iets anders.

De heer Schreuder (D66) reageert dat de heer Te Hoonte herschrijft wat er in de commissie is

12

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 gewisseld. Daarin heeft de wethouder bevestigd dat er eerst een besluit wordt genomen in de energievisie, voordat het proces in werking treedt waarover de heer Te Hoonte sprak.

De heer Te Hoonte (VVD) nodigt de heer Schreuder uit het verslag te lezen. Hij heeft hier

herhaaldelijk naar gevraagd. Het voorstel biedt de ruimte voor de gemeente om medewerking te verlenen om het ontwikkeltraject als initiatief te starten. Spreker vindt het van belang dit aan de

voorkant dicht te zetten en eerst met de stad te gaan praten hoe wenselijk dit is. Die behoefte is er in de stad.

Mevrouw Zwinkels (CDA) is benieuwd of de heer Te Hoonte het met haar eens is dat het gesprek over participatie met Lage Weide op een later moment kan worden aangegaan als het bijvoorbeeld gaat over windenergie. Of het is de bedoeling dat er tot in den treure geen windmolens komen in Lage Weide?

De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat dit weliswaar zijn intentie is, maar die conclusie pas kan

worden getrokken na het gesprek met Lage Weide. Hij heeft er moeite mee dat de wethouder per brief meedeelt dat er nieuwe zoekgebieden zijn en dat die vervolgens in de RSU 20-40

terechtkomen, terwijl de raad er te weinig over heeft gesproken. Vervolgens staan ze in een RES en

wordt er over een initiatief van iemand die daar windmolens wil neerzetten, gesproken. Hij vindt het

de taak van de gemeente om eerst met de inwoners te bespreken wat ze willen, zonder dat er al een initiatiefnemer aan tafel zit.

Hij vervolgt met amendement 108, RES Zonnethermie van regionaal belang. Het amendement roept op zonnethermie onderdeel te maken van de RES en op zoek te gaan naar plekken waar met

zonnethermie hoge temperatuur stadsverwarmingswater kan worden opgewekt. Hij vraagt de

toezegging van de wethouder dat ze in gesprek gaat met de leverancier van stadsverwarming om te kijken of het installeren van zonneboilers bij stadsverwarming kan worden vergemakkelijkt, dus technisch verbeterd.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) vindt het goed dat er vaart wordt gemaakt met de energietransitie, er een ambitieus bod wordt neergelegd en men probeert een flink deel van de regionale opgave in de gemeente Utrecht te realiseren, immers, het klimaat verandert. Het is belangrijk om kansrijke

gebieden voor duurzame opwekking te blijven verkennen. Hierover komt de raad nog te spreken bij

de energievisie. De GroenLinks-fractie houdt daarbij de vinger aan de pols, evenals bij de uitwerking van 50% lokaal eigenaarschap, waarover dan ook wordt gesproken. De wethouder zet vol in op zon op grote daken. De lobby voor gunstige voorwaarden wordt voortgezet. Haar fractie steunt het voorstel en steunt mogelijk voorstellen van anderen.

Mevrouw Zwinkels (CDA) is benieuwd hoe de GroenLinks-fractie tegen haar voorstel aankijkt over het actualiseren van het bod, want dat gaat over de actualiteit van anderhalf jaar geleden. Ze wijst erop dat het bod uitgaat van meer windmolens in Rijnenburg dan in de planning staan.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat er een bod ligt dat past bij de huidige actualiteit. Ze

hoort graag hoe de wethouder ernaar kijkt. Haar fractie blijft namelijk inzetten op meer windmolens dan de drie die in de planning staan. Ze heeft de wethouder gevraagd hoe ervoor kan worden gezorgd dat het er toch weer acht worden. Dat is de huidige realiteit.

13

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat niet de realiteit maar een wens. Mevrouw Heijne (GroenLinks) reageert dat men er alles aan doet om acht windmolens te krijgen. De heer Schreuder (D66) merkt op dat voor de D66-fractie inzetten op een goed klimaat en als stad daaraan een bijdrage leveren al jaren een prioriteit is. De grote droogte en heftige regenval

onderstrepen die noodzaak alleen maar meer. Het stedelijk bod is een mooie strik rondom de plannen die al jaren lopen. De D66-fractie stemt in met het bod en wacht met smart op de

energievisie waarin wordt besloten over aanvullende gebieden en de voorwaarden die daaraan worden gesteld.

De heer Van Deún (PVV) vindt dat de RES een van de voorbeelden is van het failliet van de rechtstaat en de democratie. Het standpunt van de PVV-fractie over het arrest Nevele en de uitspraak van het

EU Hof van Justitie is bekend. Het voorstel van het college is volgens hem dus volstrekt illegaal. De provincie is het bevoegd gezag en heeft de RES al vastgesteld. Toch zal zijn fractie proberen dit illegale plan nog te verbeteren in het belang van de miskende Utrechters. Spreker dient daartoe

amendement 109 in, Tiphoogte Windturbines, om het voorzorgsprincipe te hanteren van tienmaal de tiphoogte. Hij pleit ervoor dat de gemeente zich eerst richt op zon op dak en de mogelijkheden van kernenergie.

Ook dient hij motie 316 in, Geen kinderarbeid, met de opdracht, bij initiatiefnemers van

windturbines en zonneparken in de vergunningverlening de voorwaarde op te nemen, dat zij een materialenpaspoort overleggen met daarin de herkomst van de gebruikte materialen en

grondstoffen. Dit om te voorkomen dat er kinderarbeid is gebruikt bij het produceren van in Utrecht gebruikte materialen.

Daarnaast dient hij motie 317 in, Geen windmolens op land, met de opdracht, de plannen voor het plaatsen van de windturbines alleen uit te voeren als blijkt dat er niet voldoende ruimte is om

windturbines op zee te plaatsen en dus eerst de ruimte op zee te gebruiken en als het onafhankelijke onderzoek naar de gezondheidseffecten van windturbines is afgerond.

Volgens spreker leidt de klimaatgekte tot torenhoge energielasten voor de inwoners. Ze merken dat deze weken aan de gas- en elektriciteitsrekeningen.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe de heer Van Deún de analyse duidt dat als alle regio's kiezen voor wind op zee, dit nooit zal bijdragen aan de doelen die landelijk zijn gesteld.

De heer Van Deún (PVV) antwoordt dat het CPB heeft berekend dat wat de gemeente wil, kan met windmolens op zee. Er ligt een duidelijk rapport van het CPB.

Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) vraagt zich af of de RES een papieren tijger is. Ze is niet de enige die twijfels heeft over de realisatiekracht van de RES, maar ze vindt het zwaarder wegen wat de gemeente uitdraagt over de RES naar de rest van de regio. Met een verlaging van de ambities wordt niet het juiste signaal afgegeven. Utrecht is namelijk de grootste stad in de regio die de meeste

energie verbruikt. Waar gaat de rest heen als die stad haar ambities al verlaagt? Dan stopt de RES

wellicht. Om het gat te dichten en van de papieren tijger een echte tijger te maken, is een plek voor het inzetten op energiebesparing in de RES nodig. Ook moet er een concreet plan komen als er

sprake is van planuitval. Daarom is haar fractie mede-indiener van de moties van de PvdD-fractie. Ze hoopt op de bijval van andere fracties.

14

Raadsvergadering van 7 oktober 2021

Mevrouw Assen (PvdA) is benieuwd naar de reactie van de wethouder op de ingediende moties en amendementen. Ze deelt de ambities in de RES, maar is bezorgd over de mogelijke planuitval en bijlage 1. Ze zal een aantal moties en amendementen steunen.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) beantwoordt de moties en amendement op volgorde van binnenkomst.

Ze heeft in de commissie proberen uit te leggen dat het bod een bruto bod is, inclusief planuitval, en niet een netto-bod zoals de heer Van Heuven het behandelt. De gemeente Utrecht committeert zich niet aan een resultaatverplichting, want dat wordt op regionaal niveau gedaan. Zowel spreekster als de PvdD-fractie willen klimaatverandering bestrijden. De vraag is hoe het bestuur het voor elkaar

krijgt en welke interventies daarvoor moeten worden gedaan. Ze hoort graag hoe de PvdD-fractie sommige dingen anders wil doen.

Over motie 310. Er komt een programma energiebesparing in Q1 2022 en er komt een energievisie die overkoepelend is. Daarin komen de energietransitie en het besparingsprogramma bij elkaar en

worden getallen genoemd. Vooralsnog zijn het nog geen communicerende vaten. De komende tien jaar moet op alle gebieden meters worden gemaakt. Het gaat om de vraag hoe de stad kan worden gestimuleerd om energie te besparen en niet om de cijfers te halen. Elk jaar komt er een

voortgangsrapportage waarin in samenhang wordt gerapporteerd aan de raad. Spreekster voert

graag het gesprek over bijsturing, want dat gaat over interventies. Ze laat de motie aan de wijsheid van de raad.

Motie 311, inzicht in planuitval, is overbodig, omdat daarover op allerlei momenten wordt

gerapporteerd. Als de raad dat anders ziet, zal er een extra brief naar de raad worden gestuurd. Motie 312, Geen nieuwe biomassacentrales in kader van RES, is ook overbodig. Er zijn goede

afspraken gemaakt. Als de raad de regio hierover iets wil vertellen, kan dit beter via motie 105,

omdat die meer gebalanceerd is. Immers, de afweging is wat er moet gebeuren als biomassa het

enige alternatief is voor fossiel. Daaraan geeft motie 312 weinig richting. Op de reactie van de heer Van Heuven (PvdD) dat hij motie 312 heeft gebaseerd op motie 105 en heeft geprobeerd dezelfde toon aan te slaan, zegt ze dat het in motie 105 iets anders staat, omdat daarin een tenzij is opgenomen.

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of het volstaat als er een motie komt waarin staat de uitgangspunten uit motie 105 ook regionaal uit te dragen.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat ze met zo'n dictum uit de voeten kan. Daarover adviseert ze van harte positief, maar daarvoor moet ze eerst precies naar de formulering kijken. Ze zegt graag toe dat ze de uitgangspunten uit motie 105 ook regionaal zal uitdragen. De heer Van Heuven (PvdD) is blij met deze toezegging en trekt motie 312 in. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vervolgt dat ze het niet helemaal eens is met het frame in motie 313, actualiseer het bod, omdat dit actueel is. Het is alleen een bruto bod. Het bevat de

planologische ruimte die er is. De voorgangsrapportage is een mooi moment om te actualiseren; dit zal ze doen. Ook vanuit de RES zal er gemonitord worden hoe de ontwikkelingen ervoor staan.

Daarover kan ze de raad informeren. Het Rijk over de Utrechtse inzet informeren is niet aan de orde.

Dat ligt op het niveau van de regio's en daarvoor zijn monitoringssystemen. Met deze duiding kan ze

15

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 de motie overnemen. Mevrouw Zwinkels (CDA) trekt met die duiding motie 313 in, omdat die daarmee is overgenomen. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) ontraadt amendement 105, omdat Utrecht eerlijk is over haar inzet. Ook ontraadt ze amendement 106, daar het op de schaal van Utrecht en Nederland

onverstandig is geen windmolens te plaatsen, omdat de energieproductie en het netwerk dan nog veel meer ruimte gaan kosten ten koste van bijvoorbeeld de agrarische sector.

De moties 314 en 315 gaan over kernenergie. Die is geen onderdeel van de RES, omdat die centrales niet voor 2030 klaar kunnen zijn en er geen locatie voor is in de regio.

Amendement 107 ontraadt ze, omdat niet heel bijlage 1 zou moeten worden geschrapt, maar alleen

het deel van de stad. Bovendien is het amendement overbodig. Er is meermaals geëxpliciteerd dat tot op heden een technische exercitie is gedaan. Die staat in de RSU en de besluitvorming in de raad volgt.

De heer Te Hoonte (VVD) denkt niet dat hij de wethouder zal overtuigen, maar hij zal een gewijzigd amendement 107 indienen met alleen het Utrechtse deel.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vervolgt met amendement 108. Het staat haar bij dat ze al een toezegging heeft gedaan over zonneboilers, namelijk bij de Transitievisie warmte. Het is volgens haar duidelijk dat de heer Te Hoonte voor zonnethermie is. Maar ze verwacht van Eneco nog een

bronnenstrategie, daar komt dit ook in terug, of beredeneerd niet. Voor de duidelijkheid, ze heeft niets tegen zonnethermie; het is een goede techniek. Voor het college is het makkelijker als dit

amendement wordt omgezet in een motie. Het amendement ontraadt ze, een motie laat ze aan de wijsheid van de raad.

De heer Te Hoonte (VVD) zal het amendement intrekken en er een motie van maken. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vervolgt met amendement 109 en zegt dat zeker wordt

onderbouwd wat de afstand tot windmolens moet zijn. De project-MER onderbouwt dit. Ze gaat niet op voorhand van 10 x tiphoogte uit, maar van gezondheid, overlast en noodzaak op een specifieke plek. Ze ontraadt het amendement.

Motie 316 vindt ze zeer sympathiek, maar is helaas nog niet hanteerbaar. Ze hoopt van harte dat dit verandert. Daarvoor zijn er al initiatieven. Er moet namelijk meer inzicht komen in de

productieketens en er moeten keurmerken komen. Die kunnen de gemeente en regio vervolgens hanteren. De motie komt net iets te vroeg.

De heer Van Deún (PVV) reageert dat een materialenpaspoort wel mogelijk is. In de

vergunningverlening kan aan de initiatiefnemers worden gevraagd uit te leggen hoe ze aan hun grondstoffen komen.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vreest dat dit niet mogelijk is, omdat die paspoorten en dat inzicht er nog niet zijn. Dat is betreurenswaardig. Ze vreest dat met een materialenpaspoort een

verplichting wordt opgelegd waaraan geen enkele leverancier kan voldoen. Ze ontraadt de motie.

Ze vervolgt moet motie 317. Wind op zee is nodig om de industrie van energie te voorzien. Voor de

bebouwde omgeving ligt nog een opgave op land. Bovendien wordt het op zee echt druk en strijden

16

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 ook daar belangen om de voorrang. Ze ontraadt de motie. Daarop schorst de voorzitter de vergadering. Na heropening verleent de voorzitter het woord aan de heer Te Hoonte. De heer Te Hoonte (VVD) dient motie 318, Zonnethermie van regionaal belang, en amendement 110 in. Amendement 110, RES schrappen bijlage 1, heeft ongeveer dezelfde strekking als amendement 107, dat hij intrekt. Er staat nu dat het alleen om het Utrechtse deel gaat.

Motie 318 draagt op bij de nadere uitwerking van de RES 1.0 nadrukkelijker de kansen van

zonnethermie mee te nemen en zonnethermie actief in te zetten op plaatsen waar (toekomstige) warmtenetten nabij zijn.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) laat de motie over aan de wijsheid van de raad. Ze is blij met de beweging van de heer Te Hoonte bij amendement 110, maar vindt het nog steeds overbodig en ontraadt het.

Daarop schorst de voorzitter de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde de gelijktijdige behandeling van: 17. Raadsvoorstel Omgevingsvisie Merwedekanaalzone deel 2 uitwerking van de Ruimtelijke Agenda. 18. Raadsvoorstel Invoering betaald parkeren omgeving Merwedekanaalzone. 19. Raadsvoorstel Stedenbouwkundig Plan Merwede. De heer Van Deún (PVV) meldt dat zijn fractie niet het idee heeft dat er echt naar bewoners is

geluisterd. De PVV-fractie wil heel veel betaalbare woningen bouwen voor Utrechters, woningen waar de markt om vraagt, dus ook woningen met een tuintje. Maar binnenstedelijk bouwen in deze

omvang is niet haar keuze. De PVV-fractie wil helemaal geen nieuwe bruggen en dient daartoe

amendement 111 in, Geen nieuwe bruggen, om daarmee alle bruggen uit het plan te schrappen. Ook dient ze amendement 112 in mede namens de fracties van VVD en PvdD, Geen brug door de Waalstraat, om deze uit het stedenbouwkundig plan te halen.

Spreker vervolgt dat zijn fractie een mildere eis wil om starters op de woningmarkt tegemoet te komen. De Student & Starter-fractie zal hierover een motie indienen, mede namens zijn fractie. Hij dient een motie in over de minimale gebruiksoppervlakte, motie 319, Hanteer een hogere ondergrens. 45 m² vindt zijn fractie namelijk een kippenhok, blijkbaar in tegenstelling tot de

GroenLinks-fractie. De motie draagt op aan te dragen bij de marktpartijen de huidige ondergrens (45 m² GO) (gebruiksoppervlakte) te verhogen naar minimaal 55 m² GO en de raad te informeren over de uitkomsten van bovenstaande aanvulling.

Hij vindt dat er driftig stedelijk wordt gebouwd zonder eigen keuze voor mobiliteit; dit lijkt meer op een commune dan op een woonwijk. Hij hoopt dat de andere fracties verstandig zullen stemmen.

Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt dat Utrecht met de Merwedekanaalzone toont dat ze durft te

bouwen aan wijken van de toekomst: centraal, autovrij, kindvriendelijk, groen, duurzaam en met heel

17

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 veel betaalbare woningen. 55% is betaalbaar met een gereguleerde prijs.

In de debatten voorafgaand aan deze besluitvorming was het voor de GroenLinks-fractie van belang

dat er betere waarborgen zouden komen voor betaalbaar wonen en de kwaliteit van de woningen, en

er goed rekening zou worden gehouden met bestaande gebruikers, zoals roeiers en bewoners. Het is belangrijk dat zo'n groot plan steun geniet in de stad en in de raad. Daarom heeft haar fractie veel samengewerkt met andere fracties om de plannen beter te maken.

Ze is blij dat er extra zekerheden in de overeenkomst met de ontwikkelaar staan over de minimale

oppervlakte van betaalbare koop en over de verlaging van inkomenseisen, zodat de huurwoningen in dit gebied ook voor mensen met lagere inkomens te huren zijn. Het is goed daar niet te stoppen.

Daarom is ze mede-indiener van een motie van de Student & Starter-fractie om ervoor te zorgen dat er voor middenhuurwoningen iets lagere inkomenseisen zullen worden gesteld. Ook vindt ze het belangrijk dat er ruimte wordt gemaakt voor tijdelijke huisvesting. Dit wordt in een motie van de Student & Starter-fractie verankerd.

Ze vindt het heel belangrijk een goed bereikbare stad te bouwen. Daarbij zijn bruggen nodig. De

impact van een brug is serieus voor de bewoners in de buurt, het groen en voor de mensen die op het water sporten en spelen. Er is volgens haar nader onderzoek nodig voor de bruggen die in

deelgebied 6 staan gepland. Waarschijnlijk is de burg bij de Jutfasepunt heel belangrijk voor de

stedelijke bereikbaarheid, maar over de andere bruggen kan een goed debat worden gevoerd. Op dit moment is er geen extra woningbouw voorzien in het zuidelijke deel van de Merwedekanaalzone,

daarom vindt ze het goed de bruggen aan de zuidkant nu niet vast te leggen en steunt haar fractie

de voorstellen hierover die de raad zal doen. Ze vindt het belangrijk dat bruggen in goed overleg met degenen die het water gebruiken worden aangelegd. Daarom staat haar fractie onder een motie van de Student & Starter-fractie om goede afspraken met roeiers te maken.

De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat er veel discussie is geweest over de bruggen in

deelgebied 5, waarvan de mensen in de Dichterswijk en Rivierenwijk veel overlast zullen ervaren, en in deelgebied 4. Kan hij erop rekenen dat de GroenLinks-fractie ervoor is om daar bruggen te schrappen?

Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt dat de bruggen in deelgebied 5, de Waalstraat en de

Zijldiepstraat, heel belangrijk zijn om de nieuwe wijk Merwede goed te verbinden. Anders wordt het veel te druk op de bruggen aan de zijkanten van het gebied en is het voor ouderen en mensen die met kinderen fietsen niet meer prettig om zich in de stad te verplaatsen. Ze staat voor een goed

bereikbare stad voor iedereen en daarmee voor het aanleggen van twee bruggen in deelgebied 5. De heer Van der Zweth (PvdA) concludeert daaruit dat de bruggen in deelgebied 6 eruit worden

gehaald, omdat die op termijn nog terug kunnen komen. De mensen in de Rivierenwijk zien daar

niets van terug en krijgen overlast. Steunt de GroenLinks-fractie dat de brug in deelgebied 4 uit de plannen wordt gehaald?

Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt het goed voor de mensen in de Rivierenwijk om in deelgebied 5 twee bruggen aan te leggen, omdat één brug betekent dat alle inwoners via de Waalstraat gaan

fietsen en daar de leefbaarheid extra onder druk komt te staan. Uit alle onderzoeken blijkt dat het

beter is de fietsstromen te spreiden door de wijk. Dan wordt er rekening gehouden met het belang van de bewoners. In de commissie heeft ze gezegd dat de GroenLinks-fractie denkt dat de brug in deelgebied 4 belangrijk is, omdat er 5000 mensen per etmaal overheen zouden fietsen. De

18

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 wethouder heeft gezegd dat er meer afspraken met bewoners moeten worden gemaakt over het

inpassen van die brug in de wijk. De GroenLinks-fractie vindt dat er nader onderzoek moet komen naar hoe die brug moet aanlanden, maar ziet er wel de meerwaarde van.

De heer Van der Zweth (PvdA) concludeert dat de bruggen in deelgebied 4 niet uit de plannen worden geschrapt en hoogstens wordt onderzocht hoe ze er komen en niet dat ze er komen. Mevrouw De Koning (GroenLinks) bevestigt dit. Haar fractie zal welwillend kijken naar de

mogelijkheden die de wethouder aanreikt om die brug te schrappen en de gevolgen daarvan, omdat veel fracties dit willen. Ze hecht eraan dat het plan breed gedragen wordt.

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt waar bij de GroenLinks-fractie de ondergrens ligt. Wanneer vindt ze het nog een goed plan? Is het acceptabel als er geen bruggen in de deelgebieden 4 en 6 komen?

Mevrouw De Koning (GroenLinks) wacht graag de reactie van de wethouder op de amendementen af of de wijk dan nog goed bereikbaar is, of dat er wellicht flankerende maatregelen moeten worden getroffen.

Ze vervolgt dat de GroenLinks-fractie blij is dat er extra waarborgen zijn ingebouwd dat het groen in de wijk openbaar wordt. Voldoende kwalitatief goede buitenruimte is namelijk belangrijk voor het slagen van dit plan.

Ze vindt het belangrijk dat de parkeertarieven voor mensen met een handicap en een laag inkomen worden verlaagd. Ze vraagt een harde toezegging hierop. De vraag is niet of, maar hoe dit wordt geregeld.

(Mevrouw Dijksma draagt daarop het voorzitterschap van de vergadering over aan de heer Zwanenberg.) De heer Schipper (SP) vraagt waarom er niet voor alle mensen met een laag inkomen lage

parkeertarieven moeten komen, want voor hen blijven die garages onbereikbaar. Wie kan er € 200 per maand voor betalen?

Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt het belangrijk dat voorzieningen voor iedereen bereikbaar zijn. Er worden veel P+R-voorzieningen gebouwd waar het veel goedkoper is om een auto te

parkeren. Ook komt er goed openbaar vervoer, dus mensen met een laag of middeninkomen kunnen zich ook goed verplaatsen in de stad. Voor mensen met een handicap is het soms belangrijk een auto te hebben en voor hen vindt ze het belangrijk dat er een lager tarief wordt geregeld.

De heer Schipper (SP) concludeert hieruit dat de GroenLinks-fractie ermee akkoord gaat dat er in de parkeergarages alleen maar dure auto's komen te staan. Dat vindt hij vreemd.

Mevrouw De Koning (GroenLinks) zegt dat het uitgangspunt van de haar fractie is dat de wijk goed bereikbaar moet zijn voor iedereen, met elk inkomen. Dit kan ook met parkeren op afstand en openbaar vervoer.

Ze vervolgt dat er ook ruimte moet worden gegeven aan een bloeiende gemeenschap. Daarom is het goed dat de bestaande bedrijvigheid en levendigheid in het gebied blijven, evenals bestaande

initiatieven als de Boulderhal en pottenbakkerij Mobach. Daarom staat ze onder de motie die de

19

Raadsvergadering van 7 oktober 2021 VVD-fractie hierover zal indienen.

Het investeren in gemeenschapszin vraagt aandacht van eigenaren en ontwikkelaars om ruimte te bieden aan bewoners. Daarover dient ze, mede namens de fracties van Student & Starter, CDA en ChristenUnie motie 320, Gemeenschapszin, in met de opdracht om samen met eigenaars en

ontwikkelaars in het gebied, te investeren in het buurtgevoel in de Merwedekanaalzone en daartoe een actieplan op te stellen, waarin vermeld staat hoe en waar bewoners de ruimte krijgen voor

buurtinitiatieven in de wijk en hoe bestaande buurtinitiatieven daarbij worden betrokken, en het actieplan uiterlijk eind 2022 met de raad te delen.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat het vanmiddag gaat om de vraag op hoeveel woningen wordt ingezet in dit gebied, hoe wordt ingezet op de maatregelen om negatieve

secundaire effecten weg te nemen en hoeveel het mag kosten. Hij noemt het voorbeeld van Calcutta,

met een zeer slechte luchtkwaliteit. Er wonen 24.000 inwoners per vierkante kilometer, in combinatie met een abominabel wegennet, slecht openbaar vervoer en het ontbreken van voorzieningen. Spreker ziet overeenkomsten tussen Calcutta en de plannen van het college voor de

Merwedekanaalzone, omdat het gebied afstevent op dezelfde bewonersdichtheid. Zijn schrikbeeld is Calcutta aan de Merwede, de anus van Nederland. Wil de raad en willen Utrechters dit?

De fractie van Stadsbelang Utrecht heeft in 2018 ingestemd met de uitwerking van de ruimtelijke

agenda betreffende de Merwedekanaalzone en de bijbehorende MER, en daarbij vermeldt dat ze niet meer dan 6000 woningen wil in het plangebied, leunend op die MER, niet meer dan één brug kan steunen en de uitwerking van het maatregelenpakket zou afwachten.

Volgens de MER moet er fors worden geïnvesteerd om de negatieve effecten van de ontwikkeling weg te nemen, in het wegennet, alternatieve, slimme vervoerssystemen en in het voorkomen en

reduceren van geluidsoverlast en luchtverontreiniging, in de leefbaarheid in het gebied, maar ook in de omliggende gebieden en in de gezondheid van de burgers, als Utrecht meer dan 6000 woningen wil realiseren. Hoe gaat het college dat doen?

Er komen 10.000 woningen. Daarom komen er overwegend kleine appartementjes voor sociale

huurders, midden-huurders en eigenaren van betaalbare koopwoningen, onbegrensde prijzen voor koopwoningen, en wordt er samen met onbetrouwbare op winst beluste grondspeculanten een

parkeerbedrijf opgezet, waarbij de stad Utrecht zorgdraagt voor de financiering, en wordt samen met hen een warmtebedrijf neergezet. Utrechters die hun auto willen parkeren moeten instemmen met € 200 extra woonlasten.

Ten koste van woonbootbewoners, recreatieve en sportieve gebruikers van de Merwedekanaalzone, en huidige bewoners worden er heel veel bruggen geplaatst en fietspaden aangelegd in toch al

drukke wijken. Met dit voorstel stemt de raad in met het feit dat de stad zwaar moet investeren in hoogwaardig openbaar vervoer, wegen, kruispunten, opritten et cetera. Dat geld is er niet. Zijn fractie vindt dit onacceptabel en de plannen waardeloos. Het college moet terug naar de

tekentafelmoet en uitgaan van 6000 woningen. Het moet zo snel mogelijk gaan bouwen in Rijnenburg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=80fb926a-14f0-4d38-bb01-5a1d70e344c1