CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

13e raadsvergadering 7 december 2023

Gemeenteraad 18 januari 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergadering 7 december 202334.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

het effect op de uitbreiding van betaald parkeren. Er is toen ook gesproken over het analoge alter-

natief en is zij door verschillende doelgroepen geïnformeerd. Een en ander is in de brief van december 2022 opgenomen. In 2023 is extra effort gezet op het analoge alternatief. Voor de zomer was

het beeld dat het systeem een positieve uitwerking zou hebben. Eind augustus heeft zij mondeling vernomen dat er klachten waren, dat er schriftelijke vragen waren en dat er een petitie lag. Medio

september is de beantwoording van de schriftelijke vragen besproken en die is begin oktober naar de raad verstuurd. Toen is aan het licht gekomen dat er bij heel veel gebruikers problemen waren.

Daarna kwamen de raadsbrief in oktober, een motie bij de Programmabegroting en een raadsbrief in november.

De heer De Pagter (VVD) meent dat de wethouder vorige week heel duidelijk 13 oktober heeft genoemd.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat op 13 oktober jl. bleek dat er in de implementatie veel meer misging dan tot op dat moment werd gedacht.

De heer De Pagter (VVD) begrijpt dat de wethouder pas op 13 oktober de impact heeft beseft en daarnaar heeft gehandeld.

Raadsvergadering van 7 december 2023

24

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert dat dat in toenemende mate het geval was. Op 13 oktober was duidelijk dat er echt moest worden ingegrepen.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft gevraagd of er niet gehandhaafd wordt in wijken en buurten waar de parkeerapp is ingevoerd, zolang het college aan een beter systeem werkt.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat restitutie wordt aangeboden aan iedereen die te veel heeft betaald of het niet heeft kunnen regelen. Zij kan niet toezeggen dat de handhaving in de hele stad stopt. Het gaat immers alleen om de bezoekerskorting.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wijst dat juist de digibeten hiermee worden geconfronteerd. Hij vindt het ongepast dat zij dan in een administratief traject restitutie moeten aanvragen.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zegt dat mensen gewoon de gemeente kunnen bellen en dan iemand aan de lijn krijgen. Als je te veel betaalt, kun je dat op een makkelijke manier terughalen.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) concludeert dat de wethouder het probleem bij de bewoners blijft leggen. Zolang het systeem niet goed is, moet het college besluiten om niet te handhaven.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zegt dat handhaving nodig is om ervoor te zorgen dat mensen zich aan de parkeerregels houden. De gemeente maakt het zo makkelijk mogelijk voor mensen die denken dat ze te veel betaald hebben.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) denkt dat het een goede geste zou zijn om met kerst en nieuwjaarsdag het parkeren vrij te maken.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) herhaalt dat mensen die te veel hebben betaald, kunnen bellen, waarna het geregeld wordt.

De heer Sungur (DENK) sluit aan bij het voorstel van mevrouw Hessel, omdat op die momenten

mensen bij elkaar op bezoek gaan. Als die dagen niet wordt gehandhaafd, helpt dat bij het voorkomen van problemen rond restitutie.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) blijft bij haar antwoord. De heer Sungur (DENK) vraagt de wethouder om na te denken over de mogelijkheden op dit punt en de raad per brief hierover te informeren.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vindt dat een goede suggestie. Mevrouw Passier (Volt) is blij met de woorden van de wethouder en de reflectie op de gang van

zaken. Met het oog op de toekomst is zij benieuwd hoe de wethouder ervoor zorgt dat er niet weer zoiets gebeurt.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat dat precies is wat zij wil laten onderzoeken.

Lerend van de ervaringen, moet duidelijk worden hoe dingen beter kunnen worden georganiseerd

Raadsvergadering van 7 december 2023

25

voor mensen die digitaal niet mee kunnen. De noodzaak van het analoge alternatief was bekend,

maar het is onvoldoende gelukt om het voor elkaar te krijgen. Daar wordt onderzoek naar gedaan. Mevrouw Passier (Volt) wijst ook op het participatietraject. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vindt het een goede suggestie om het gebruikersperspectief in het onderzoek mee te nemen en eerder in beeld te hebben.

De heer De Pagter (VVD) heeft de wethouder horen zeggen dat het haar spijt, maar zij heeft geen excuses aangeboden aan de bewoners.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vindt het vervelend dat mensen in de stad hier last van hebben

gehad. Zorgverleners hadden extra gedoe, terwijl zij zich willen concentreren op de te verlenen zorg. Mensen die niet digitaal vaardig zijn, hebben een extra drempel ervaren, terwijl de wereld voor die groepen toch al heel ingewikkeld is. Daar voelt zij in mee.

De heer De Pagter (VVD) krijgt er geen gevoel bij en vraagt meer toelichting. Het spijt mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) dat het voor die mensen heel vervelend is. Het gaat hier echter niet om een toeslagenaffaire of doorgeslagen fraudebestrijding met gedupeerden.

Mensen hebben overlast ervaren van het feit dat de publieksdienstverlening onvoldoende is. Zij erkent dat en betreurt dat.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt hoe het kan dat de wethouder niet eerder het gevoel vanuit de stad kreeg dat dit helemaal misging.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zegt dat de echt prangende signalen pas kwamen bij de uitvoering. Daarvoor waren er gemengde signalen, ook van belangenorganisaties.

De heer Van Steeg (CDA) denkt dat het beter was geweest om de stad eerder te betrekken, juist bij zo’n groot ICT-project dat alle Utrechters aangaat.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) is het daarmee eens. De betrokkenheid had eerder en intensiever gemoeten.

De heer Van Steeg (CDA) ziet in meer dossiers, met name op mobiliteit, een patroon dat geluiden uit de stad onvoldoende overkomen in het beleid dat de wethouder voert.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat het uitgangspunt was dat het beleid en het aanbod hetzelfde zouden blijven. Dat was een misvatting.

De heer Sungur (DENK) komt terug op de woorden van de wethouder over de toeslagenaffaire en de fraudebestrijding. Hij concludeert dat dat kennelijk het niveau moet zijn van wat mensen overkomt voordat er bereidheid is om excuses aan te bieden. Daarmee ligt de meetlat voor excuses in deze raad wel erg hoog.

Raadsvergadering van 7 december 2023

26

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft in de commissie gezegd dat mensen in de stad er vooral iets aan hebben als zo snel mogelijk de dienstverlening wordt verbeterd. Daar heeft zij zich de afgelopen maanden op geconcentreerd.

De heer Sungur (DENK) denkt dat het uitspreken van spijt en het maken van excuses voor mensen belangrijk is.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft in allerlei bewoordingen gezegd dat het niet goed is

gegaan en dat zij dat supervervelend vindt voor iedereen die daar last van heeft gehad. Er is een

slechte dienst geleverd en daarvoor krijgt het college een onvoldoende. Het spijt haar dat mensen daar last van hebben gehad. Nu is het belangrijk om zo snel mogelijk de app te verbeteren.

De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of de wethouder bereid is om excuses aan te bieden voor het feit dat zij dit project uit de hand heeft laten lopen en dus voor de fouten die zij heeft gemaakt.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vindt dat dit andere bewoordingen zijn voor wat zij heeft gezegd. Zij heeft haar eigen woorden gekozen en blijft daarbij. Zij heeft eerder gezegd dat zij hiervoor de politieke verantwoordelijkheid draagt.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vindt dat er geen hoop voor de toekomst is als de wethouder geen excuses kan aanbieden. De wethouder doet alles wat zij zegt teniet door de toevoeging dat het niet om een toeslagenaffaire of aardbevingen gaat. Daarmee worden de inwoners zwaar geschoffeerd. Door dit functioneren wordt het vertrouwen in de politiek kapot gemaakt.

Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt zich af waarom een discussie wordt gevoerd over de vraag of de wethouder excuses aanbiedt, terwijl zij haar betoog is begonnen met haar spijt uit te spreken. Dat is volgens haar een manier om excuses aan te bieden.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) wil vooral proportioneel zijn. Het college heeft zijn huiswerk slecht gedaan en zij vindt het heel vervelend voor de mensen die daar last van hebben.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zou graag willen horen dat de wethouder het niet goed heeft gedaan en niet goed heeft gecommuniceerd met de stad.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft bij herhaling gezegd dat zij de verantwoordelijkheid

draagt en dat zij de inschattingen niet goed heeft gemaakt. Zij heeft de impact op de samenleving niet goed voorzien.

De heer Bosch (UtrechtNu!) weet dat een vertegenwoordiger van "U op leeftijd" heeft gezegd dat het

gesprek werd opgeschort omdat men het idee had dat de wethouder de verkeerde prioriteiten stelde. Het welzijn van ouderen zou minder belangrijk zijn dan het terugdringen van autogebruik. Heeft de wethouder daar geen signaal in gezien of klopt die lezing niet?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) kent deze lezing niet. In het voorjaar is overlegd met verschillende belangengroeperingen en daar kwam een gemengd beeld uit.

Raadsvergadering van 7 december 2023

27

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of "U op leeftijd" de gesprekken met de wethouder niet heeft opgeschort.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft daar niets over gehoord. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt waarom het zo moeilijk is om excuses aan te bieden, ook al gaat het om kleinere zaken.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) meent dat het gesprek van de politiek met de samenleving is gebaat bij dosering.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) constateert dat er bij de wethouder geen alarmbellen gingen rinkelen. Erkent zij dat dit te maken kan hebben met het feit dat de wethouder het belang van gebruikersinbreng en participatie regelmatig onderschat?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vindt dat niet het punt. Er waren op dat moment nog geen

alarmbellen, niet in andere steden met hetzelfde systeem en ook niet in grote mate in de gesprekken met de belangenorganisaties. De grootste alarmbellen gingen pas rinkelen bij de invoering, toen mensen er grootschalig mee te maken kregen.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt vast dat de wethouder het belang van participatie niet voldoende ziet. Hij vindt dat jammer.

De heer Sungur (DENK) is ook voor dosering en proportionaliteit. De voorbeelden die de wethouder

heeft genoemd, zijn zaken waarvoor de rijksoverheid verantwoordelijk is. Dit project heeft een grote impact op de Utrechtse samenleving.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) meent dat veel mensen overlast hebben ervaren. Dat vindt zij heel vervelend.

De heer Sungur (DENK) vindt overlast iets anders dan je bezoek niet meer kunnen ontvangen of in je portemonnee geraakt worden.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) denkt dat deze problemen te verhelpen zijn, maar daarvoor

moeten mensen door een vervelend inlogproces of hulp vragen bij de gemeente. Dat wil je niet, want het moet voor mensen makkelijk zijn.

De heer Van Steeg (CDA) denkt dat de wethouder onvoldoende is gaan staan voor de medewerkers en vraagt of zij daarvoor niet haar excuses moet aanbieden.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft gecheckt of men het zo ervaren heeft, maar dat was niet het geval.

De heer Van Steeg (CDA) kan zich voorstellen dat de uitspraak dat er fouten zijn gemaakt in de

organisatie, bij mensen die in de organisatie werken het gevoel oproept dat dat op hen betrekking heeft, terwijl zij zich niet kunnen verdedigen.

Raadsvergadering van 7 december 2023

28

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft afgelopen donderdag en ook vandaag gezegd dat zij

verantwoordelijk is. Zij werkt met de medewerkers constructief samen als een team en heeft niet gehoord dat er een ander gevoel is.

De voorzitter concludeert dat er behoefte is aan een tweede termijn. Zij stelt voor de vergadering te schorsen voor de lunch en daarna te vervolgen met de tweede termijn. De voorzitter schorst daarop de vergadering voor de lunch. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan de heer De Pagter voor de tweede termijn.

De heer De Pagter (VVD) kijkt terug op een stevig debat over de invoering van de parkeerapp. De app heeft heel veel impact gehad op de stad. De wethouder heeft daarvoor vandaag de verantwoordelijkheid duidelijk erkend. In eerste termijn heeft hij aangegeven dat het vertrouwen van de VVD in de

wethouder was geschaad. De VVD kent de wethouder als een gedreven wethouder. Dat is haar kracht maar ook haar valkuil. Het is niet de eerste keer dat de wethouder ter verantwoording wordt

geroepen voor haar sturing op een project. Ook weegt mee dat de wethouder geen excuses maakt,

die naar de mening van de VVD hier zeker op hun plaats zijn. Daarom dient de VVD samen met CDA, DENK, EenUtrecht, Stadsbelang Utrecht, Utrecht Solidair en UtrechtNu! een motie in (motie 439, Motie van wantrouwen).

Mevrouw Kendir (Student & Starter) heeft in een eerdere bijdrage van de VVD gehoord dat de wethouder en het college hun excuses moesten aanbieden en hun verantwoordelijkheid moesten

nemen. Zij heeft dat in de bijdrage van de wethouder gehoord. Waarom vindt de VVD deze motie nu nog nodig?

De heer De Pagter (VVD) vindt het van belang om bij dit soort zaken excuses aan te bieden aan de mensen die zijn geraakt. Het vertrouwen in deze wethouder is opnieuw geschaad en is niet voldoende hersteld.

Mevrouw Kendir (Student & Starter) constateert dat de motie kennelijk sowieso ingediend zou worden en dat de woorden van de wethouder er niet toe doen. Zij vindt het jammer dat het instrument van de motie op deze wijze wordt gebruikt.

De heer De Pagter (VVD) neemt hier met volle kracht afstand van. Hij wil zo’n motie niet indienen, maar op sommige momenten is dat nodig. Het middel wordt niet lichtzinnig gebruikt.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vindt dat mevrouw Kendir met haar ondervraging haar boekje te buiten gaat.

De voorzitter zegt dat alle vragen gesteld mogen worden. Zij verklaart de vragen niet buiten de orde. De heer Van Heuven (PvdD) is blij dat de wethouder heeft gezegd dat dingen mis zijn gelopen, dat zij daarvoor de verantwoordelijkheid neemt en dat er wordt gewerkt aan verbeteringen. Zij biedt echter

Raadsvergadering van 7 december 2023

29

geen excuses aan voor de rol die zij hierin vervulde. Daarom dient hij samen met de volledige oppositie een motie in (motie 440, Motie van afkeuring).

De heer Van Steeg (CDA) heeft bij de start van deze coalitie besloten dat de wethouder met een

schone lei kon beginnen. Helaas blijkt uit het debat van vandaag dat daar geen sprake van is. De

wethouder heeft haar politieke verantwoordelijkheid onvoldoende genomen en heeft daarmee de medewerkers in de kou laten staan. Daarom steunt het CDA de motie van wantrouwen.

De heer Sungur (DENK) vond de inleiding van de wethouder de goede kant opgaan, maar vindt de

toelichting op haar spijtbetuiging niet op zijn plaats. Het referentiekader van de wethouder voor het maken van excuses vindt hij niet gepast. Daarom steunt DENK beide moties.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft de afgelopen jaren meerdere moties van afkeuring en van

wantrouwen ingediend tegen deze wethouder. Zij scoort continu slecht op het nemen van regie op

een proces, op communiceren met de stad, op verantwoording nemen en op excuses aanbieden. De wethouder geeft geen blijk van een lerend vermogen. Daarom steunt zijn fractie beide moties. Hij heeft de wethouder gevraagd om een toezegging om gedurende een bepaalde periode niet te

handhaven, maar heeft die niet gekregen. Hij dient daarom een motie in (M441 Niet handhaven tot eind januari 2024.

Mevrouw Passier (Volt) is niet te spreken over het proces tot dusver en steunt daarom de motie van afkeuring. Wel heeft de wethouder in haar eerste termijn echt een stap naar voren gezet. Bij de

beantwoording van vragen uit de raad mist zij de zelfreflectie die nodig is om het in de toekomst

beter te doen. Daarom vraagt zij nogmaals wat de wethouder persoonlijk anders gaat doen in het contact met inwoners, ambtenaren en de raad om dat te verbeteren.

De heer Bosch (UtrechtNu!) wijst op eerdere fouten van deze wethouder: het Uithoflijnproject,

gebruik van privémail voor officiële zaken, tekortkoming financiële planning Noordelijke Randweg

Utrecht, participatieprojecten in het algemeen, onvoldoende onderbouwde aanvraag bij het Nationaal Groeifonds, algemene behandeling van participatietrajecten zoals Ledig Erf of Maliebaan,

implementatie betaald parkeren, negeren van bewonersbezwaren bij de aanleg van asfalt of de

bussluis in Overvecht, Rijnenburg en Reijerscop, het als locoburgemeester uit de hand laten lopen

van rellen in Kanaleneiland, nalatigheid bij de bomenkap aan de Ivoordreef, blunder budgetteren bij herinrichting Gooilaan en tot slot de parkeerapp. Het gaat dus niet alleen over de parkeerapp. Daarom steunt hij beide moties.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) steunt beide moties, met als extra reden dat de wethouder structureel geen oog heeft voor de participatie van gebruikers en burgers en daarmee niet geschikt is voor het ambt van wethouder.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) sluit aan bij de vorige spreker. Zij doet een beroep op de coalitiepartijen om vandaag een stap te zetten. Dit project beschadigt het vertrouwen in de Utrechtse gemeenteraad.

De heer Talhaoui (PvdA) wilde graag van de wethouder horen dat zij de fouten uiterst serieus neemt

en zich die aantrekt, en dat zij daarna hard aan de slag gaat om het te verbeteren. Hij heeft dit in de

Raadsvergadering van 7 december 2023

30

eerste termijn van de wethouder gehoord, gevoeld en gemerkt. De excuses zijn zeker ook gericht

aan de bewoners van Utrecht. De wethouder heeft nogmaals toegezegd dat snel wordt gewerkt aan een omkering van de betaling, zodat de bezoeker kan betalen.

De heer Dekkers (GroenLinks) heeft de wethouder vol overtuiging spijt horen betuigen en verant-

woordelijkheid zien nemen. Zij is heel gemotiveerd om een goed werkbare regeling uit te werken.

GroenLinks heeft het volste vertrouwen dat de wethouder de juiste persoon is om die oplossingen te realiseren.

Mevrouw Alblas (ChristenUnie) is blij met de spijtbetuiging van de wethouder, met de toezegging voor een onderzoek en met de lijst van zaken die al zijn verbeterd of op korte termijn verbeterd worden. De nadruk moet blijven liggen op daden.

De heer Vasters (D66) vindt dat het project geen schoonheidsprijs verdient. Een motie van wantrouwen of van afkeuring is echter buitenproportioneel. De wethouder heeft duidelijk haar spijt

betuigd. D66 vertrouwt erop dat de wethouder de lessen uit dit project meeneemt naar de toekomst. De voorzitter geeft het woord aan wethouder Van Hooijdonk voor de beantwoording. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert op de vraag van mevrouw Passier. Dit project is een stevige wake-up call geweest. Het is van belang om meer mee te ervaren hoe een dergelijke app

werkt. Het project is te veel aangevlogen als een technisch project. De volgende keer moet bij zo’n project bij haar eerder een lampje gaan branden dat mensen er wel degelijk iets van gaan merken. In reactie op motie 441 zegt zij dat er problemen in de stad ontstaan als de komende maand niet

gehandhaafd wordt. Het is bovendien niet proportioneel, omdat het alleen om de bezoekerskorting gaat. Zij ontraadt deze motie.

Bij de moties 439 en 440 laat zij het oordeel aan de raad. De voorzitter zegt dat over de moties 439 en 440 meteen wordt gestemd en dat motie 441 aan het einde van de vergadering in stemming zal worden gebracht.

De heer Bosch (UtrechtNu!) verzoekt om een hoofdelijke stemming. Mevrouw Passier (Volt) verzoekt om een korte schorsing. De voorzitter schorst hierop de vergadering. De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde de stemming over de moties 439 en 440. Zij stelt vast dat mevrouw Nolten van BIJ1 afwezig is.

Aan de orde is de stemming over motie 439 (Motie van wantrouwen). Mevrouw Passier (Volt) wil een stemverklaring afleggen. Volt steunt de motie van afkeuring, maar de motie van wantrouwen op dit moment niet. Als iets dergelijks nog een keer gebeurt, zal Volt wel het vertrouwen in de wethouder verliezen.

Raadsvergadering van 7 december 2023

31

Hierna wordt hoofdelijk gestemd over motie 439, waarna de voorzitter constateert dat de motie is verworpen 14 tegen 30 stemmen.

Voor de motie hebben gestemd de leden Bosch, Dijkstra, De Pagter, Meerding, Hessel, Al-Saqaff, Ramaker, Te Hoonte, Maas, Zwinkels, Van Steeg, Stellinga, Bos en Sungur.

Tegen de motie hebben gestemd de leden Dekkers, Aït Daoua, Van der Wilt, Van der Zweth, Talhaoui, Raaijmakers, Van Heuven, De Vries, Van der Graaf, Alblas, Bode, Snippe, Passier,

Zwanenberg, Oudejans, Kendir, Assen, Deldjou Fard, Bart, Fattal, Heijne, Vermeulen, Koning, Stylianou, Van Vliet, Dada-Anthonij, Vasters, Peters, Kleinrensink en Claasen.

De heer Maas (Volt) merkt op dat hij per ongeluk voor de motie heeft gestemd. Hij had tegen willen stemmen.

De voorzitter merkt op dat in de notulen zal worden opgenomen dat de heer Maas geacht wenst te worden tegen motie 439 te hebben gestemd.

Aan de orde is de stemming over motie 440 (Motie van afkeuring). Over motie 440 wordt bij handopsteken gestemd, waarbij de voorzitter constateert dat de motie is verworpen met 19 tegen 25 stemmen.

De voorzitter schorst hierop de vergadering.

(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 7. Actuele moties De voorzitter meldt dat de actuele motie 436 is ingetrokken. Actuele motie 437 (Houd Terwijde in beweging). De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt aandacht voor de afschaling in het ov in Utrecht. Niet alleen wordt de trein afgeschaald, sinds december 2023 wordt ook het busvervoer afgeschaald, vooral ook op plekken waar er al minder ov beschikbaar is. Hij dient daarom mede namens de ChristenUnie,

GroenLinks, EenUtrecht, Student & Starter, de VVD, Volt, DENK, de PvdA, en D66 motie 437 in (Houd Terwijde in beweging) in, waarin het college wordt opgeroepen om in gesprek te gaan met de NS en

de gedeputeerde van de provincie Utrecht over de voorgenomen afschaling van de sprinterdienst en buslijn in Terwijde. Het college wordt tevens opgeroepen om te pleiten voor het behoud van een

adequate dienstregeling die de mobiliteitsbehoeften van de wijk Terwijde en omliggende gebieden dient en om de raad te informeren over de uitkomsten van deze gesprekken en eventuele vervolgstappen die genomen kunnen worden om de dienstregeling te optimaliseren.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) benadrukt dat het college zowel met de provincie als met NS in

Raadsvergadering van 7 december 2023

32

gesprek is over de afschalingen binnen het ov. Deze afschalingen zijn betreurenswaardig en zijn niet bevorderlijk voor de stad Utrecht. Zij kan motie 437 daarom overnemen.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt aan de wethouder of dit betekent dat het college specifiek met de provincie in gesprek gaat over Lijn 4.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) kan dat bevestigen. Bovendien is niet alleen Terwijde getroffen door de afschaling in het ov; dit geldt ook voor allerlei andere plekken in de stad. Actuele motie 438 (Nachtstembureau). De heer Aït Daoua (D66) merkt op dat de opkomst bij de Europese verkiezingen altijd aanzienlijk

lager is in vergelijking met andere verkiezingen. Het verhogen van de opkomst bij verkiezingen is essentieel voor een levendige democratie, en daarom dient stemmen zo toegankelijk mogelijk te worden gemaakt. Dit versterkt de democratische betrokkenheid. Een nachtstembureau voor de Europese verkiezingen in Utrecht biedt een oplossing voor de mensen die overdag niet in de

gelegenheid zijn om te stemmen en verbetert de toegankelijkheid voor een bredere groep inwoners.

D66 dient daarom samen met de VVD, PvdA, Volt, ChristenUnie, EenUtrecht, Student & Starter en het CDA motie 438 (Nachtstembureau) in, die het college opdraagt om een nachtstembureau vanaf 00.00 uur op tenminste één locatie in Utrecht in te stellen bij de Europese verkiezingen. Mevrouw Streefland (wethouder) laat weten motie 438 positief te kunnen adviseren. Een

nachtstembureau is juridisch haalbaar. De ervaring leert dat dit vooral de jongeren 's nachts bij

elkaar brengt. Verder blijven stembureaus die om 00.00 uur opengaan niet de hele nacht open, maar een aantal uren, om vervolgens in de ochtend opnieuw open te gaan. Het college heeft daarnaast de voorkeur om een nachtelijk stembureau te organiseren op een centraal gelegen locatie in de

binnenstad, in combinatie met een publieksactie. Ten slotte betreft dit een motie zonder dekking, en dus zal dit ten koste gaan van andere zaken.

De heer Sungur (DENK) wijst erop dat volgens de laatste cijfers de opkomst in de binnenstad en de omliggende gebieden 120% bedraagt. Het is daarom wellicht een beter idee om te onderzoeken of nachtelijke stembureaus in andere gebieden, waar de opkomst beduidend lager is, effect hebben. Bepaalde groepen in deze gebieden komen immers minder vaak aan stemmen toe.

Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat deze motie specifiek over het nachtelijk stemmen gaat. Daarentegen is het inderdaad van groot belang dat de opkomst overal in Utrecht wordt

bevorderd. Hierover is intern onderzoek gedaan, alleen kan zij niet aangeven wanneer de raad hierover wordt geïnformeerd.

De voorzitter deelt mee dat aan het eind van de vergadering gestemd zal worden over de actuele moties.

22. Initiatiefvoorstel vermogensgrens kwijtschelding gemeentelijke belastingen. De voorzitter vermeldt dat het initiatiefvoorstel vermogensgrens kwijtschelding gemeentelijke

belastingen is ingediend door mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) en de heer Van der Zweth (PvdA).

Raadsvergadering van 7 december 2023

33

Hij geeft het woord aan mevrouw Kleinrensink voor een kort openingswoord. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat bij weinig inkomen en enig inkomen men geen ontheffing van belasting wordt toegekend. Met dit voorstel willen GroenLinks en de PvdA de

kwijtscheldingsregeling versoepelen en hiervoor dezelfde regels hanteren als die voor de bijstand.

Dit maakt het eerlijker, duidelijker en makkelijker. Ondanks een aantal moties in de Tweede Kamer is dit nog altijd niet geregeld, met als gevolg dat de inwoners niet geholpen zijn. Daarom dienen de twee partijen vandaag dit initiatiefvoorstel in.

De heer Van der Zweth (PvdA) vult aan dat het de bestaanszekerheid van mensen raakt wanneer de

vermogensgrens voor kwijtschelding laag ligt en hulpbehoevende mensen spaargeld kwijtraken. De gemeente Utrecht zou dit beter moeten en kunnen regelen.

De heer Stellinga (CDA) spreekt waardering uit voor het initiatiefvoorstel, maar onderschrijft ook de stelling van de wethouder dat het verhogen van de vermogensgrens juridisch niet mogelijk is.

Mevrouw Ramaker (VVD) breekt een lans voor de ambtenaren die uitvoering zouden moeten geven aan dit initiatiefvoorstel. Zij dient daarom motie 442 (Niet tarten aan integriteit BghU!) in, die het college oproept om bij positieve besluitvorming door de raad de directeur van de BghU per

ommegaande schriftelijk te berichten geen agendering in het bestuur noch bespreking van dit initiatiefvoorstel te doen, zodat de directeur gevrijwaard blijft zich publiekelijk te moeten distantiëren.

De heer Maas (Volt) geeft aan het initiatiefvoorstel van GroenLinks en de PvdA sympathiek te vinden. Volt kan zich vinden in de inhoud van het voorstel, echter heeft de wethouder aangegeven dat het voor haar een groot probleem is wanneer de raad positief besluit over dit voorstel. Volt vindt het lastig om hierover een oordeel te vellen en zal dan ook pas later een besluit nemen.

De heer Vasters (D66) is teleurgesteld over het feit dat het verhogen van de vermogensgrens

landelijk nog niet van de grond is gekomen. Mensen met een kleine portemonnee ondervinden

immers al genoeg stress. D66 hoopt dat dit initiatiefvoorstel een helder signaal uit Utrecht aan Den Haag geeft en dat dit uiteindelijk leidt tot een landelijke maatregel. Uiteindelijk weegt dit signaal zwaarder dan de juridische en praktische bezwaren van invoering.

De heer Stellinga (CDA) constateert dat de Tweede Kamer in 2021 een motie van de leden Peters (CDA) en Bruins (CU) heeft aangenomen waarin de regering verzocht wordt om de nadere regels

kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen voor 1 mei 2021 aan te passen en daarin te bepalen dat de vermogensnorm voor kwijtschelding verruimd kan worden tot maximaal de

vermogensnorm in de Participatiewet. Ook heeft de Tweede Kamer in 2022 een motie van de leden

Van Kent (SP) en Palland (CDA) aangenomen waarin de regering verzocht wordt bij de herziening van de Participatiewet specifiek te kijken naar de mogelijkheden om de vermogensgrenzen voor

kwijtschelding van lokale belastingen op te trekken naar het niveau in de Participatiewet. Hij dient daarom motie 436 (Verhoog de vermogensgrens!) in, die het college opdraagt om er bij de verantwoordelijke ministers op aan te dringen dat de Regeling kwijtschelding belastingen

medeoverheden zo spoedig mogelijk wordt aangepast, waarbij de vermogensgrens wordt verhoogd tot het niveau van de vermogensgrens in de Participatiewet. De raad wenst uiterlijk in Q1 2024

Raadsvergadering van 7 december 2023

34

geïnformeerd te worden over de voortgang van deze motie. Mevrouw Schilderman (wethouder) begint haar beantwoording met een opmerking over het

initiatiefvoorstel van GroenLinks en de PvdA. Dit voorstel brengt het college in een lastige positie.

Het doel van de initiatiefnemers om de vermogensgrens op te trekken is namelijk een belangrijk doel dat het college ten zeerste deelt. Aan de andere kant biedt de wet deze ruimte niet. Bij een positief besluit zal er per direct een schorsing volgen en daarmee wordt het besluit niet uitgevoerd. Het is vervolgens aan de minister om hier een besluit over te nemen.

De heer Claasen (GroenLinks) reageert dat een meerderheid van de nationale

volksvertegenwoordiging van mening is dat deze grens moet zijn conform de mening van Utrecht. Mevrouw Schilderman (wethouder) stelt dat het problematisch is dat er geen wetswijziging is geweest om dit mogelijk te maken.

De heer Claasen (GroenLinks) vraagt aan de wethouder of zij denkt dat dit een belangrijke aanmoediging is aan de minister om met spoed de wijziging alsnog mogelijk te maken.

Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat er veel manieren zijn om de boodschap aan de minister over te brengen. Zo hebben veel partijen dit opgenomen in hun landelijke

verkiezingsprogramma's. Een positief besluit vandaag zou kunnen betekenen dat bewoners denken

recht te hebben op een kwijtschelding, terwijl dit naar alle waarschijnlijkheid in de praktijk niet gaat gebeuren.

De heer Claasen (GroenLinks) vraagt aan de wethouder of zij zich kan vinden in de stelling dat

naarmate meer gemeenten een krachtig signaal afgeven, de kans groter wordt dat de minister snel in actie komt en het goede doet.

Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat zij hierop hoopt. Uit het contact met de minister bleek echter dat het toch lastig is om stappen te zetten ten aanzien van de vermogensgrens voor

kwijtschelding voor aanslagen te verhogen naar de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Participatiewet.

Zij reageert op motie 436. Dit is een nuttig signaal richting Den Haag en de wethouder kan deze motie daarom positief adviseren.

Zij reageert op motie 442. Het is goed om aandacht te vragen voor de BghU. De BghU heeft namelijk de verantwoordelijkheid om de belastinginning conform wet- en regelgeving te doen. Daar komt bij dat de BghU op dit moment voor een aantal grote uitdagingen staat. Een besluit van de raad is een

verbindend besluit en dus heeft de wethouder geen bevoegdheid om af te wijken van het besluit dat de raad heeft genomen. Het college zou de BghU kunnen laten weten dat het de doelstelling van de raad is om dit signaal richting Den Haag af te geven. Wellicht dat de motie hieraan kan bijdragen, echter kan de wethouder niet een besluit van de raad buiten werking stellen.

Mevrouw Ramaker (VVD) geeft aan de motie te hebben opgesteld naar aanleiding van het zinsdeel "in

eerste instantie zal het bestuur van de BghU zich over uitvoering van het besluit uit moeten spreken". Het voorstel stelt dat het bestuur gaat over de uitvoerbaarheid; de directeur kan zichzelf niet verdedigen.

Raadsvergadering van 7 december 2023

35

Mevrouw Schilderman (wethouder) ziet dat er sprake is van twee conflicterende signalen. Aan de ene

kant wordt mogelijk het besluit aangenomen, terwijl aan de andere kant roept deze motie op om het bestuur van BghU te verzoeken om geen uitvoering aan het besluit te geven. Wellicht is het handiger om tegen het initiatiefvoorstel te stemmen. Invorderingsambtenaren hebben bovendien een speciale bevoegdheid, waarbij zij zich aan de wet moeten houden en de uitspraken van het bestuur minder zwaar wegen dan de wet.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) verzoekt om een korte schorsing. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan mevrouw Kleinrensink. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) weet dat de verhoging tegen de beleidsregel van het Rijk in zou gaan en dat het aannemen van dit voorstel vooruit zou lopen op de wensen van de Tweede Kamer. Landelijk is hier immers al jaren een meerderheid voor. Daarnaast zijn er vele manieren om het

signaal af te geven aan de landelijke politiek, en het initiatiefvoorstel is hierin een volgende stap. Ook met een eventuele schorsing is er in elk geval een gesprek geweest. Motie 436 versterkt de lobby en ondersteunt het voorstel.

De heer Van der Zweth (PvdA) vult aan dat de minister de uitvoering van het voorstel zou kunnen schorsen of vernietigen, maar dat dit vaststaat. Vervolgens doet het bestuur van de BghU een uitspraak over de zaak, gevolgd door een uitspraak van de directeur, zijnde de

invorderingsambtenaar. Het voorstel wordt pas daadwerkelijk uitgevoerd wanneer al deze stappen doorlopen zijn. Bij een stem voor het voorstel zouden de indieners motie 442 ontraden, want dit

betreft tegengestelde signalen. Ten slotte is de motie niet nodig voor een onafhankelijke uitspraak van de invorderingsambtenaar.

De heer Stellinga (CDA) geeft aan dat de Tweede Kamer na de val van het kabinet in juli 2023 geen verklaring heeft afgelegd over het al dan niet controversieel zijn van dit onderwerp. Hij spreekt

waardering uit voor het feit dat de initiatiefnemers de motie van het CDA steunen, terwijl het CDA het initiatiefvoorstel niet steunt.

De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 23. Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Zuilense Vecht. De heer Stellinga (CDA) memoreert zijn motie uit 2021, mede ingediend door de PvdA en Student & Starter, om een kleinschalige buurtvoorziening te realiseren. Vandaag zal hij deze motie in geactualiseerde vorm opnieuw indienen, want een buurtvoorziening op loopafstand met

zorgwoningen en zorginstellingen is nu nog belangrijker geworden in Zuilense Vecht, en daarom

dient hij motie 443, in geactualiseerde vorm, in (Maak een kleinschalige buurtvoorziening in Zuilense Vecht mogelijk). Deze motie draagt het college op om in het bestemmingsplan de mogelijkheid op te

Raadsvergadering van 7 december 2023

36

nemen van een kleinschalige buurtvoorziening als een bakker, een groenteboer, een koffietentje, een buurtwinkel of een kleinschalige supermarkt.

De heer Van Vliet (D66) merkt op dat het voorstel mogelijk door een inspraakproces moet. Eerder is een meerderheid van de raad hier niet mee akkoord gegaan. Daarnaast gaat het inpassen van dit voorstel mogelijk vertraging opleveren bij het bouwen van de woon- en sportvoorzieningen.

De heer Stellinga (CDA) reageert dat deze punten zij meegewogen, en desondanks wenst het CDA de buurtvoorziening te realiseren. Dit betekent namelijk ontzettend veel voor de lokale cohesie. De heer Van Vliet (D66) wil van het CDA weten of het niet beter zou zijn om wel voor het

bestemmingsplan en niet voor de motie te stemmen, om het vervolgens aan de maatschappij over te laten of iemand zich meldt voor het starten van een dergelijke buurtvoorziening. Dit zou betekenen dat er geen vertraging optreedt bij het bouwen van de woon- en sportvoorzieningen.

De heer Stellinga (CDA) zal dit overwegen, maar constateert ook dat deze motie eerder in de raad aan de orde is geweest. Het handhaven van deze motie zou dus consequent zijn.

De heer Eerenberg (wethouder) reageert op motie 443. Het college ontraadt deze motie om een

aantal redenen en de eerste reden betreft consistentie. In een eerder stadium heeft de raad dit debat ook gehad en is er in meerderheid niet voor de motie gekozen. Daarnaast is het bestemmingsplan

inmiddels verder ontwikkeld, en daarom zou het lastig zijn om dit plan nu opnieuw aan te passen. Dit zou voor een aanzienlijke hoeveelheid tijdverlies zorgen. Ten derde kan een eventuele

supermarkt of bakker zich altijd melden wanneer het bestemmingsplan er eenmaal is met het verzoek om zich te vestigen. Er kan dan altijd een procedure volgen afwijkend van het

bestemmingsplan. Ten slotte wijst de wethouder erop dat er 1.500 km2 aan maatschappelijke functies in het bestemmingsplan is opgenomen en 750 km2 aan sportfuncties.

De heer Stellinga (CDA) vraagt de wethouder om een reflectie op de woonvoorzieningen rondom de zorginstellingen en de zorgwoningen.

De heer Eerenberg (wethouder) verwijst naar de argumenten die zijn genoemd in het

commissiedebat en benadrukt dat een eerdere raadsmeerderheid koos voor een ander besluit. Het aanpassen van het bestemmingsplan zou voor veel vertraging zorgen en maakt een aantal zaken onzeker. Daarnaast zijn er andere winkels in de omgeving om aan voedsel te komen. Bij veel

maatschappelijke instellingen kan men wel degelijk een broodje eten of een bakje koffie drinken. 24. Raadsvoorstel "Vermaakje" openstellen voor meer horecagelegenheden. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) benadrukt dat dit raadsvoorstel voor een heel aantal

horecazaken in de stad de mogelijkheid biedt om bijwijlen iets extra's te organiseren – onder heldere voorwaarden en in overleg met de buurt. De praktijk wijst uit dat er weinig zaken zijn die

gebruikmaken van de mogelijkheid om een "Vermaakje" aan te maken. De ChristenUnie vraagt het college om een toezegging dat zij iets doet aan de communicatie over het "Vermaakje" en om te onderzoeken of een andere naam kan bijdragen aan de bredere bekendheid van dit begrip.

Raadsvergadering van 7 december 2023

37

Mevrouw Schilderman (wethouder) is tevens van mening dat het goed zou zijn om te onderzoeken hoe het aanvragen van het "Vermaakje" beter onder de aandacht kan worden gebracht. Zij

onderzoekt of er betere methoden zijn om hierover te communiceren. Zij staat verder open voor suggesties voor een nieuwe naam voor het "Vermaakje" of "Vermaackje". 25. Raadsvoorstel Startnotitie Klimaatvisie. De heer Peters (D66) constateert dat indirecte emissies ofwel scope 3-emissies essentieel zijn voor

het begrijpen en verminderen van de totale CO2-voetafdruk van Utrecht en dat het meten en beheren van scope 3-emissies complex en momenteel onvoldoende ontwikkeld is. Bovendien is het huidige onderzoek door CE Delft een eerste stap, maar voor het behalen van de ambitieuze

klimaatdoelstellingen is een meer diepgaand inzicht nodig in deze emissies. D66 dient daarom mede namens de ChristenUnie, EenUtrecht, Partij voor de Dieren, Student & Starter en Volt motie 444 in

(Utrecht pioniert in onderzoek naar scope 3-emissies), waarin het college wordt opgeroepen om - al dan niet aanvullend op de reeds lopende onderzoeken - een onderzoek te starten naar de scope 3 emissies van bedrijven in Utrecht en om hierbij in het bijzonder aandacht te besteden aan het in kaart brengen van:

• De grootste bronnen van uitstoot en de globale mogelijkheden voor reductie binnen de stad.

• De complexiteit en omvang van deze emissies en de uitdagingen in de meting en rapportage van deze emissies.

D66 verzoekt het college daarnaast om op basis van de resultaten van het onderzoek te kijken welke bedrijven in de gemeente Utrecht met relatief hoge scope 3-emissies bereid zijn om samen met de gemeente en andere instellingen, strategieën te ontwikkelen voor het meten, bijhouden en

verminderen van deze emissies en daarmee dit onderzoek te gebruiken als een platform voor innovatie en samenwerking met lokale bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke

organisaties en om de benodigde middelen hiervoor op te nemen in het raadsvoorstel voor de Klimaatvisie.

Hij dient daarnaast mede namens Student & Starter en Volt motie 445 (Betrekken van "unusual

suspects" bij uitwerking van de Klimaatvisie) in. De motie is mede ingediend door Student & Starter, Partij voor de Dieren, EenUtrecht, ChristenUnie en Volt en draagt het college op:

1. Om in het participatieproces voor de ontwikkeling van de Klimaatvisie expliciet aandacht te besteden aan het structureel betrekken van jongeren en groepen die normaal ondervertegenwoordigd zijn.

2. Te onderzoeken hoe bijvoorbeeld met innovatieve en toegankelijke methoden deze groepen actief te betrekken.

3. Te rapporteren aan de raad over de wijze waarop deze groepen worden betrokken en hoe hun inbreng is meegenomen in de uiteindelijke Klimaatvisie.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat in de Startnotitie Klimaatvisie de impact van

klimaatmaatregelen voor de Utrechters wel een uitgangspunt is, maar het draagvlak bij Utrechters

nog niet. De heer Dijkstra dient daarom amendement 109 in (Klimaatvisie heeft baat bij draagvlak), waarin het college wordt gevraagd om "draagvlak" toe te voegen als extra uitgangspunt. Meer draagvlak zorgt namelijk voor het sneller, goedkoper en effectiever invoeren van de

klimaatmaatregelen. Daarnaast worden er zoekgebieden vastgesteld voor het opwekken van

duurzame energie. Het amendement is mede ingediend door UtrechtNu!, de VVD, het CDA en Volt.

Raadsvergadering van 7 december 2023

38

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wil van EenUtrecht weten hoe het college dit draagvlak zou moeten gaan meten.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat een goede vraag en heeft in het amendement niets gezegd

over het draagvlak om te vermijden dat er een discussie volgt over de exacte invulling. EenUtrecht wenst deze invulling over te laten aan het college. Tevens telt het draagvlak niet mee in de

beoordeling van de zoekgebieden en de klimaatmaatregelen. Het gaat de heer Dijkstra expliciet om het principiële punt dat draagvlak een extra criterium wordt bij de beoordeling van klimaatregelen.

De heer Van Heuven (PvdD) is benieuwd hoe de heer Dijkstra erover denkt dat men in het kader van de klimaatcrisis wellicht ook maatregelen moet nemen waar niet altijd voldoende draagvlak voor is, maar die wel noodzakelijk zijn voor het klimaat.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat hij de laatste is om te zeggen dat dat niet zo is.

Draagvlak is nu echter geheel geen onderdeel van de criteria. Draagvlak zou op zijn minst een van de zes of zeven uitgangspunten zijn.

De heer Van Heuven (PvdD) reageert dat er bij draagvlak altijd wordt gekeken naar het

kortetermijnbelang van mensen, terwijl de ecologie geen stem heeft en gebaat is bij een visie voor de lange termijn. Draagvlak hoeft daarom geen leidend principe te zijn.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat ecologie wel als een van de uitgangspunten is benoemd, en draagvlak niet. Die onevenwichtigheid is onwenselijk. Dit amendement pleit ervoor om het draagvlak, zij het niet allesbepalend, wel mee te nemen.

Mevrouw Passier (Volt) merkt op dat er voor de Klimaatvisie verschillende onderwerpen worden

uitgewerkt in transitiepaden. Volt is voor een groot deel tevreden met deze startnotitie, maar wenst voor de verdere uitwerking van de Klimaatvisie nog een aantal zaken mee te geven. Volt wil meer

aandacht voor de rol van voedselsystemen in de strijd tegen de klimaatcrisis. In de beantwoording van de vragen over de Plant Based Treaty gaf het college aan dat het ondertekenen van de Plant

Based Treaty en de verdere uitwerking van voedsel in de Klimaatvisie een van de beleidsinstrumenten kan zijn. Daarom dient Volt motie 446 (Onderteken Plant Based Treaty) in, die het college opdraagt om het ondertekenen van de Plant Based Treaty in te zetten als een van de beleidsinstrumenten en

om de maatregelen die nog geen onderdeel zijn van het Utrechtse beleid, maar wel in de gemeente Utrecht van toepassing zijn, te verwerken in de Klimaatvisie. De motie is mede ingediend door EenUtrecht en de PvdD.

Zij geeft aan dat haar partij zich op Europees, landelijk en gemeentelijk niveau inzet voor een

klimaatneutraal 2040. Met deze startnotitie wordt vastgesteld dat de gemeente Utrecht streeft naar

een zo groot en een zo snel mogelijke reductie van de CO2-uitstoot, maar dit is niet genoeg. Wat dit betekent dit nou concreet? Om als raad te kunnen sturen, zijn er meetbare doelen nodig. Daarom dient Volt motie 447 in (Maak klimaatdoelen meetbaar), die het college opdraagt om aan de

Klimaatvisie meetbare doelstellingen te koppelen, per jaar, met een helder tijdspad naar een klimaatneutraal Utrecht, aan de hand van beoogde interventies van de gemeente en om een

overkoepelend doel op te nemen in de Klimaatvisie en tegelijk bijbehorende concrete doelen en

maatregelen in onderliggende beleidsnota's. De motie wordt mede ingediend namens Partij voor de Dieren, Student & Starter, de ChristenUnie, EenUtrecht en D66.

Raadsvergadering van 7 december 2023

39

Zij merkt daarnaast op dat een van de belangrijkste acties die de gemeente moet ondernemen om klimaatneutraal te worden, het overgaan van fossiele energie naar duurzame energie is. De

energietransitie is niet alleen een technisch vraagstuk, maar ook een moreel vraagstuk. De inwoners maken zich wat de energietransitie betreft zorgen over de betaalbaarheid. Ook vragen zij zich af of

de energietransitie wel zin heeft, mede vanwege de uitdagingen omtrent het energienet. De visie van Volt op de energietransitie biedt een oplossing om weer ruimte op het net te krijgen, waardoor er

weer woningen gebouwd kunnen worden en waarmee er gestuurd kan worden op een transitie waar iedereen beter van wordt. Tussen droom een daad staat echter soms de raad. Er waren veel vragen over (de gevolgen van) het voorstel van Volt. Mevrouw Passier dient daarom motie 448

(Raadswerkgroep Energietransitie) in, mede ingediend door Stadsbelang Utrecht, D66, de

ChristenUnie en Student & Starter, waarin wordt gesteld dat een raadswerkgroep ingesteld dient te

worden die bestaat uit een afvaardiging van maximaal vier leden van de gehele gemeenteraad waarin zowel oppositie als coalitie vertegenwoordigd is, met als taak:

a. Mee te denken over de inrichting van het totale besluitvormingsproces voor wat betreft raadsbetrokkenheid en planningen.

b. Voorbereiden van technische bijeenkomsten, werkbezoeken en RIB’s over het onderwerp, waar alle woordvoerders voor worden uitgenodigd.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) benadrukt het belang van de principes klimaatrechtvaardigheid en

gelijke kansen belangrijk zijn, en gelukkig komt dit terug in de startnotitie. Het aanpakken van de klimaatcrisis dient immers hand in hand te gaan met de strijd voor sociale gelijkheid en

bestaanszekerheid. De PvdA vraagt aandacht voor het terugdringen van fossiele energie en dient

daarom motie 449 (Gemeentelijke desinvestering in fossiele bedrijven) in, mede ingediend door Volt, de ChristenUnie en EenUtrecht, waarin het college wordt opgedragen om:

1. In de uitwerking van de Klimaatvisie te onderzoeken welke samenwerkingsverbanden er tussen de gemeente en fossiele bedrijven zijn.

2. En vervolgens te verkennen hoe de gemeente de samenwerking met deze bedrijven gaat uitfaseren.

3. Alleen waar onvermijdelijk (bijvoorbeeld in de strijd tegen klimaatverandering) nog samen te werken met fossiele bedrijven en hier tevens transparant over te zijn.

De heer Peters (D66) vraagt hoeveel CO2 de PvdA met deze motie denkt te kunnen reduceren. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat de PvdA deze onderzoeksvraag bij het college wenst neer te leggen voor de uitwerking van de Klimaatvisie. Er zijn mogelijk meer banden met fossiele energie dan het oog doet vermoeden.

Het lijkt de heer Peters (D66) beter om samen met (fossiele) bedrijven te onderzoeken hoe er aan CO2-reductie kan worden gedaan. Bedrijven houden niet zomaar op met bestaan als er wordt gekozen voor een uitfasering.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wijst op de derde bullet in het dictum van motie 449. Er wordt ruimte geboden om hierover met bedrijven het gesprek te voeren. Tevens roept de motie op om meer inzicht te krijgen in (de uitstoot van) fossiele energie.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wil van de PvdA weten wat er wordt bedoeld met een "fossiel

Raadsvergadering van 7 december 2023

40

bedrijf". Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat dit bedrijven zijn die zich bezighouden met de

exploratie, winning en exploitatie van fossiele brandstoffen, bedrijven die een sterke affiniteit hebben met excessief gebruik van fossiele brandstoffen en bedrijven die sterk leunen op een economie van deze fossiele brandstoffen.

De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat het niet nuttig is om de samenwerking met Eneco op te zeggen en om te stoppen met geothermieprojecten.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) reageert dat deze motie daar niet toe oproept, zeker niet daar waar de

samenwerking onvermijdelijk is. Uiteraard kan de samenwerking met Eneco nog niet worden gestopt. Tegelijkertijd gaat de Klimaatvisie over de toekomst en mag er vooruit worden gekeken.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt de PvdA of de samenwerking op de lange termijn benut zou kunnen worden om de transitie door te maken, in plaats van het te hebben over uitfasering.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wijst nogmaals op de laatste bullet uit het dictum: "Alleen waar

onvermijdelijk (bijvoorbeeld in de strijd tegen klimaatverandering) nog samen te werken met fossiele

bedrijven en hier tevens transparant over te zijn." Uitstoot van en leunen op fossiele energie zal in de toekomst moeten worden teruggedrongen; dit hoort thuis bij de Klimaatvisie.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt naar een concreet voorbeeld waarin uitfasering aan de orde is als gevolg van motie 449.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) noemt de auto-industrie en het uitnodigen van Shell op open dagen. Het college mag nader onderzoek verrichten voor de startnotitie van de Klimaatvisie.

Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vraagt of de PvdA met deze motie ook druk op fossiele bedrijven wenst uit te voeren om sneller te vergroenen.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) hoopt hier inderdaad op. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) is benieuwd of de PvdA ook denkt dat deze motie niets toevoegt. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) is het daar niet mee eens. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft een viertal moties. De startnotie viel tegen, en het CDA wenst nu bij te sturen voor een goede Klimaatvisie voor Utrecht. Ten eerste wil het CDA kiezen voor zinvolle

sectoren (in plaats van bijvoorbeeld landbouw, want er is maar één boer in heel Utrecht) en het CDA dient daarom motie 450 (Kies zinvolle sectoren waarmee we impact maken in Utrecht) in, die het college opdraagt om de gekozen sectoren te herzien en in aanloop naar de Klimaatvisie zinvolle

sectoren te kiezen waarmee we impact maken in Utrecht de gemeenteraad tijdig te informeren over de uiteindelijke keuze voor sectoren en deze ook goed te onderbouwen.

De heer Van den Heuven (PvdD) merkt op dat de Utrechtse industrie 1.524 runderen, 315 geiten en

Raadsvergadering van 7 december 2023

41

1.032 varkens kent. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft deze cijfers niet paraat, maar gelooft de heer Van den Heuven op zijn woord. Het gaat er echter om dat de gemeente Utrecht kijkt waar zij het verschil kan maken. Alleen op die manier kan zij een voorbeeldgemeente worden.

De heer Van den Heuven (PvdD) reageert dat de gemeente Utrecht wel degelijk een verschil kan maken in de landbouwsector.

Mevrouw Zwinkels (CDA) kan zich daarin vinden, maar denkt ook dat er, kijkende naar de gebouwde omgeving, veel meer sectoren zijn die prioriteit van de gemeente verdienen. De voorzitter vraagt aan mevrouw Zwinkels om haar betoog voort te zetten. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt aandacht voor de toon van de Startnotitie Klimaatvisie. Het CDA zou een aantal woorden als "geen middelen schuwen" en "zaaglijn" anders formuleren, en dient daarom

motie 451 in (Bied een hoopvol perspectief voor de toekomst). Deze motie draagt het college op om met de Klimaatvisie een hoopvol perspectief voor de toekomst te schetsen dat ambitieus en tegelijkertijd realistisch is. Deze motie wordt mede ingediend door Student & Starter.

Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vraagt of het CDA voorbeelden kan geven van deze positieve bewoordingen.

Mevrouw Zwinkels (CDA) zij noemt als voorbeeld het bijdragen aan oplossingen voor de

energietransitie en het klimaatvraagstuk. Ook het "uitnodigen van mensen om mee te doen" en "het

benutten van innovaties om een economieomslag te maken" zijn termen die thuishoren in een visie. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) stelt dat negatievere bewoordingen soms wel overeenkomen met de waarheid en dat positievere woorden soms wellicht misleidend zijn.

Mevrouw Zwinkels (CDA) denkt dat zowel positieve als negatieve bewoordingen in de Startnotitie

Klimaatvisie noodzakelijk zijn, want de hele stad met al haar inwoners moet worden meegenomen. Er mag geen weerstand worden gecreëerd en mensen die reeds gemotiveerd zijn, dienen dat te blijven. Zij constateert dat in de Startnotitie op pagina 8 vooral is te lezen dat de Klimaatvisie in moet gaan op de “transitiepaden”, “maatregelen”, “leidende principes” en “monitoring”, maar dat er verder weinig gesproken wordt over andere zaken. Een visie zou ook antwoorden (of op zijn minst overwegingen) moeten geven op zaken als:

a. Trends en ontwikkelingen (technologisch, maatschappelijk, economisch, gedrag,

etc.) die invloed hebben op de manier waarop de stad omgaat met het klimaatvraagstuk en maatregelen omtrent klimaat;

b. De rol van de gemeente, bijvoorbeeld in het eigendom van infrastructuur en de samenwerking met markt en bewonersinitiatieven;

c. De keuzes in wijze van stimulering, bijvoorbeeld waar wij wel of niet subsidies voor willen verstrekken (denk aan de eerdere discussie in de raad over “hardware”);

d. De ruimtelijke claim die volgt (denk aan fysieke infrastructuur zoals bomendepots,

energiebuffering en -opslag, circulaire ambachts- en upcyclecentra, etc.) en hoe de gemeente dit wil

Raadsvergadering van 7 december 2023

42

faciliteren en/of coördineren.

Zij dient daarom motie 452 in (Inhoudelijke onderzoeksvragen waar de Klimaatvisie op in moet

gaan), die het college oproept om de hierboven genoemde, en vergelijkbare, onderzoeksvragen mee te nemen in de Klimaatvisie. Deze motie wordt mede ingediend door de VVD en Student & Starter.

Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft met verbazing kennisgenomen van het feit dat het opstellen van de Klimaatvisie de gemeente € 150.000 à € 200.000 gaat kosten. Zij dient daarom motie 453 in (Een passender budget voor een visie, meer geld voor de uitvoering), die het college oproept om:

1. Een passend budget van zo’n maximaal € 50.000 à € 70.000 vrij te maken voor het opstellen van de visie, zodat er geld overblijft voor de vervolgstappen richting uitvoering;

2. De gemeenteraad te informeren over hoe de resterende middelen worden ingezet voor de

uitvoering van het lokale klimaatbeleid, bij voorkeur op het moment dat het college de visie ter besluitvorming voorlegt aan de gemeenteraad. De motie is mede ingediend door de VVD.

De heer Peters (D66) merkt op dat het CDA eerst drie moties indient om extra onderzoeksvragen toe te voegen en de focus te verleggen, om vervolgens het college op te roepen om dit met minder geld en capaciteit te doen.

Mevrouw Zwinkels (CDA) had graag gezien dat deze onderzoeksvragen reeds in het voorliggende voorstel waren opgenomen. Dit betreft fundamentele vragen die de basis van de visie zouden

moeten vormen. € 250.000 is nu eenmaal niet proportioneel voor het opstellen van de Klimaatvisie. € 70.000 zou genoeg moeten zijn. Wordt het wel € 250.000, dan wenst het CDA graag een uitsplitsing te zien.

De heer Peters (D66) zou in dat geval ook graag een uitsplitsing zien van een bedrag van € 70.000. Het zou mooi zijn als het CDA dit kan onderbouwen.

Mevrouw Zwinkels (CDA) legt uit dat de genoemde € 70.000 om een inschatting gaat. Van

adviesstukken van adviesbureaus is vaker naar de prijs gevraagd, en daaruit is nooit eerder een visie

voortgekomen die een kwart miljoen euro kost. Met een bedrag van € 70.000 wordt er geld bespaard waarmee de effecten deels bereikt kunnen worden.

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat in de planning van het raadsvoorstel reeds verlopen termijnen staan opgenomen. Mag de raad aannemen dat de termijnen zijn opgeschoven en dat de planning nog volledig ingevuld moet worden? Daarnaast worden er veel opties gegeven bij het

participatiegedeelte, terwijl er in de brief van oktober 2023 valt te lezen dat er sprake is van een

verenging hieromtrent. De VVD wil van de wethouder weten waarom dit zo is en waarom er nu over een raadsvoorstel met alle opties wordt gestemd.

De heer Van Heuven (PvdD) memoreert de commissie over de Startnotitie Klimaatvisie. De raad zou niet goed weten waar deze Klimaatvisie voor dient. De visie roept veel vragen op over de

beleidsvorming en de financiële dekking. Onderwerpen als minder dieren in de landbouw en voldoende geld voor een voedselagenda horen wat de PvdD betreft thuis in de Klimaatvisie.

Bovendien wordt het sturen op CO2-opvang middels het aanplanten van bomen en het kappen met

kappen niet genoemd in de Klimaatvisie, ook wanneer hier reeds ander beleid voor is. Verder zal er

Raadsvergadering van 7 december 2023

43

geld moeten komen voor het energieneutraal maken van het eigen vastgoed. Dit alles wordt onvoldoende genoemd in de Startnotitie Klimaatvisie.

Hij dient drie moties in namens mevrouw Nolten van BIJ1, die vandaag afwezig is. Motie 454

(Bescherm inheemse gemeenschappen, mensenrechten en biodiversiteit) roept het college op om in de Klimaatvisie ook te kijken naar de impact van ons beleid buiten onze stadsgrenzen, en hierbij

naast het beperken van uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen ook het in stand houden van de

autonomie van inheemse gemeenschappen en hun leefgebieden, mensenrechten en biodiversiteit als uitgangspunt te nemen. Het college wordt verder opgeroepen om uit te werken hoe de gemeente er in Utrecht ervoor gaan zorgen dat de impact van ons beleid op deze gebieden ten minste niet extra schadelijk is en waar mogelijk juist positief is. De motie is mede ingediend door de Partij voor de Dieren en de ChristenUnie.

De heer Peters (D66) vraagt hoever de heer Van Heuven denkt dat de macht van dit college reikt. De heer Van Heuven (PvdD) reageert dat ook kleine stappen helpen. Door het inkopen van bepaalde

producten draagt men bij aan wereldwijde ontbossing en door het inkopen van vlees draagt men bij aan CO2-uitstoot.

De heer Peters (D66) merkt op dat inkopen gebeurt onder de noemer "maatschappelijk verantwoord inkopen". Het college is hier reeds mee bezig.

De heer Van Heuven (PvdD) reageert dat dit onvoldoende is. Voor het verduurzamen van

gemeentelijk vastgoed heeft het college bijvoorbeeld geen geld vrijgemaakt. Dit betekent dat er

voortdurend gas moet worden ingekocht, terwijl algemeen bekend is dat gaswinning gepaard gaat met milieuvernietiging.

De heer Peters (D66) kan zich vinden in dat standpunt, maar die woorden komen niet overeen met het dictum van motie 454. Die motie gaat namelijk niet over de verduurzaming van vastgoed.

De heer Van Heuven (PvdD) stelt voor om met de Klimaatvisie te kijken naar de impact van Utrechts beleid op verschillende aspecten, waaronder het leefgebied van inheemse gebieden en de biodiversiteit in de rest van de wereld.

De voorzitter verzoekt de heer Van Heuven om zijn betoog voort te zetten. De heer Van Heuven (PvdD) constateert dat er sprake is van een mondiale klimaatcrisis. De

Startnotitie spreekt wat betreft bedrijven nu vooral over het verduurzamen van de eigen huisvesting. Hij dient daarom motie 455 (Geen vervuilende bedrijven in Utrecht) in, die het college opdraagt om

in de Klimaatvisie ook een visie op te nemen op het Utrechtse vestigingsklimaat en wat voor en welke bedrijven zich hier in Utrecht kunnen vestigen met het oog op de klimaatimpact en scope 3-uitstoot van deze bedrijven. De motie is mede ingediend door de Partij voor de Dieren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=2616018c-ddb8-4283-9709-64c2ff804e5a