12e raadsvergadering 18 december 2025 (transcriptie)
Tekst van het document
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:26:43]: Chirino.
Bina Chirino (ChristenUnie) [04:26:44]: Dat is fijn om te horen. Ik heb er zelf echter nog nooit van gehoord. Ik denk heel veel andere mensen ook niet. Kan de gemeente dan wel een rol spelen in het communiceren daarover? Want dat doen we bij andere veilige routes ook.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:26:54]: Wethouder.
Susanne Schilderman (College) [04:26:56]: Zeker, zullen we doen. Dan ben ik bij motie 682.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:27:02]: Excuus, ik krijg ook nog een vraag van GroenLinks. Maartje Vermeulen (GroenLinks) [04:27:04]: Ja, want we hebben hier eerder ook over gesproken en wat juist de universiteit aangeeft, dat het heel erg zou helpen als wij hierover communiceren. En zij willen weer een trekkende rol in spelen. Dus ik vraag me af waarom de wethouder dan niet hier in ieder geval in mee wil werken.
Susanne Schilderman (College) [04:27:22]: Als er sprake is van communicatie die via gemeentewegen kan gebeuren hierover, dan zullen we dat niet nalaten. Dat gaf ik net ook richting mevrouw Chirino aan. Motie 682, een licht kunstwerk op het viaduct Utrecht Science Park. Er is vorige week door de initiatiefnemers vanuit het gebied, dus eigenlijk door de bewoners daar, is een voorstel hiervoor gepresenteerd. Veiligheid Wijk Oost is hierover benaderd. Het is volgens mij een mooi initiatief waar de student council ook heel actief in betrokken is vanuit de universiteit is al een financiële bijdrage toegezegd. Wij zullen samen kijken hoe we dat 76
verder kunnen brengen en daarmee een positief advies over deze motie. GroenLinks vroeg ook nog over een toezegging over het voedselbos. Ja, we hebben inderdaad in de commissie aangegeven dat wij dit als onderzoeksonderwerp meenemen in het planproces met de UU. We verwachten dat wij u daarover terug communiceren in het vierde kwartaal. Dan de VVD, die vraagt herkennen wij signalen over brandjes en vuurwerk? Ja, die vraag hebben we eerder gehad, ook in de commissie. En we herkennen dit beeld soms wel en soms niet. Daarbij zeg ik ook wel dat het een burgemeestersbevoegdheid is. En die is er op dit moment niet. Maar op basis van wat wij eerder in de commissie hebben besproken, hebben wij een aantal zaken natuurlijk eerder benoemd. We hebben het ook over meldingen gehad die er waren. Dus degene die ik toen heb genoemd herkennen wij. Maar als u het heeft over andere signalen, nou niet altijd per definitie. Horizon vraagt over de openingstijden van USP. Wij verwachten dat wij, volgens mij hadden wij niet toegezegd om daarover te communiceren maar hebben wij wat anders toegezegd om over de supermarkt terug te komen. En dat zullen wij in ieder geval nog even doen naar verwachting in het eerste kwartaal. Maar er bestaat inderdaad een wens om zaken uit te breiden. Er zijn al een aantal zaken uitgebreid. De Cambridge Bar heeft nieuwe openingstijden.
Dat ze vanaf maandag tot en met donderdag ook open zijn. Vanaf 9 tot 1. En in ruil daarvoor zijn ze wel op vrijdag dicht. Ik heb die van Olympus en Grand Café Living hier ook nog. Als u daar prijs op stelt dan voeg ik die nog even toe aan de volgende brief.
Victor Paalman (Horizon) [04:29:41]: Ja, dank voorzitter. Maar ik moet het opzoeken, geloof ik was er nog wel een specifieke toezegging dat ook de openingstijden van de horeca op de Uithof meegenomen zouden worden in de brief die over de Uithof gestuurd zou worden.
Susanne Schilderman (College) [04:29:54]: Nou, ik heb u net of we het eerder hadden toegezegd, dat vraag ik me af. Maar goed, maakt niet uit. We zullen het alsnog meenemen in de volgende brief.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:30:01]: U krijgt ook nog een vraag, maar dat ging over het vorige punt. Meerding, VVD.
Tess Meerding (VVD) [04:30:07]: Ja, want de wethouder zegt alleen, ja, bij het commissiedebat hebben we het al over gehad. Maar wij hebben juist in de afgelopen weken na het commissiedebat ook nog heel veel signalen ontvangen. Dus mijn vraag is, zijn die bekend? En ik heb ook op een toezegging gevraagd, daar heb ik de wethouder nog niet op gehoord, over de aanpak hiervan.
77
Susanne Schilderman (College) [04:30:23]: Ja, daarbij wreekt zich dat u geen debat over veiligheid met de burgemeester hebt georganiseerd. Dus de wethouder er al kan daar echt geen antwoord op geven.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:30:34]: Meerding?
Tess Meerding (VVD) [04:30:37]: Laat maar.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:30:37]: Oké, prima. Dank, wethouder, voor beantwoording. Dit was agenda punt 24. Later vanavond gaan we natuurlijk stemmen over de moties. Wij zijn aangekomen bij agenda punt 25, afrondende besluitvorming na debat over jeugdbescherming. Ik geef als eerst het woord aan D66. Dada-Anthonij.
Venita Dada-Anthonij (D66) [04:31:03]: Dank, voorzitter. De inspecties zijn glashelder. De veiligheid van kinderen is niet geborgd. Risico's worden te laat gezien. Hulp komt te laat op gang. En ook ondanks alles wat we hier in Utrecht doen, zien we daarvan de signalen en de gevolgen. De casus van Nora heeft ons pijnlijk duidelijk gemaakt dat het systeem kinderen niet beschermt zoals het zou moeten. Zoals de wethouder zelf zei: het systeem is kapot en het college erkent terecht en gelukkig ook dat de gemeente verantwoordelijkheid draagt. Wachten op het Rijk is geen optie en zeker niet nu het toekomstscenario stil ligt. Juist omdat wij onderdeel zijn van dit systeem moeten wij nu handelen. En daarom dien ik mede namens meerdere partijen de volgende twee moties in. Eerst is dictum draagt het college op het voortouw te nemen en in VNG-verband samen te werken met andere gemeenten om een betere samenwerking en monitoring van de jeugdbeschermingsorganisaties te bewerkstelligen. En met deze gemeenten de handen ineen te slaan om ook richting Den Haag te lobbyen voor systeemverbetering en financiële middelen om toezicht aan te scherpen. En het stevige signaal af te geven dat het toekomstscenario binnen de huidige kaders niet uitvoerbaar is. Mede namens GroenLinks, Student & Starter, de PvdA, Een Utrecht, LINK, ChristenUnie en Utrecht Nu!.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:32:06]: Motie 683. 78
Venita Dada-Anthonij (D66) [04:32:21]: Tweede dictum luidt draagt het college op de aanbeveling van de inspecties om de gemeentelijke regie structureel te versterken over te nemen voor zover dat nog niet het geval is. En de jaarlijkse voortgangsrapportage om te zetten naar een halfjaarlijkse rapportage voor een periode van twee jaar. Om daarna te evalueren en te bepalen welke acties er dan eventueel nog nodig zijn. En deze is ingediend mede namens GroenLinks, Student & Starter, PvdA, Een Utrecht, LINK, VVD, CDA, ChristenUnie en Utrecht Nu!.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:32:50]: Dat is een hele zwik. Motie 684. Dank voor uw bijdrage. We gaan verder met de Partij van de Arbeid.
Hester Assen (PvdA) [04:33:16]: Ja, voorzitter, vanwege de tijd alleen de motie die ik indien met de titel Betekenisvol contact en inspraak als norm mede namens D66, GroenLinks, ChristenUnie, Een Utrecht en Stadsbelang verzoekt het college inzichtelijk te maken hoe betekenisvol contact en inspraak van jeugdigen de norm zijn, blijven en of worden binnen de jeugdzorgregio zodat dit niet alleen op papier geborgd is, maar daadwerkelijke praktijk indien het niet haalbaar is, obstakels... Om betekenisvol contact en inspraak de norm te laten zijn in beeld te brengen. En een terugkoppeling te verzorgen in uiterlijk Q2-26.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:33:47]: Motie 685. Dank. Wij gaan verder met Stadsbelang Utrecht. Bos.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:34:53]: Voorzitter, dank u wel. Het werd net al gezegd, maar het systeem is kapot. Dat zei de wethouder hier over zichzelf. En ik hoorde het net ook van D66. En dat is ook wat wij terug gaan horen. Waar mensen bij de jeugdbescherming aankloppen voor hulp, zijn ze nu slechter af als de jeugdbescherming zich met hen bemoeit. Dit moet natuurlijk anders. Dit beaamt de wethouder en dat beamen ook de medewerkers die hun werk zijn gaan doen om kwetsbare kinderen te beschermen. Onlangs is Nederland door de Europese Commissie flink op zijn vingers getikt. Zijn wij op onze vingers getikt. Omdat geweld bij de aanpak van complexe echtscheidingen uit beeld verdwijnt. Utrecht is ook Nederland en we moeten ons dat aantrekken. We beschermen moeders en kinderen niet voldoende. Ook dit beeld zegt de wethouder te herkennen. Alleen weet hij niet in hoeveel vechtscheidingszaken de jeugdbescherming in beeld komt. En hoe effectief de huidige aanpak is. Toch is duidelijk uit de aanbesteding dat er opnieuw wordt ingezet op probleemscheidingen. Het is ongekend dat veilig thuis en de GI's nu zouden moeten 79
inzetten op het voorkomen van hun eigen inzet op probleemsscheidingen, omdat uit onderzoek blijkt dat de huidige inzet van deze instellingen vaak nadelig is. De wethouder betaalt nu de GI's om te stoppen met negatieve beleid. Ja, voorzitter, ik wil ook wel betaald worden om te stoppen met mijn misdragen. Maar ik heb thuis geleerd dat je slecht gedrag moet negeren in plaats van belonen. En dat is wat hier gebeurt. We belonen slecht gedrag. Stadsbelang Utrecht ziet vooral een negatief effect van deze overheidsbemoeienis. Zodra mensen het label vechtscheiding krijgen, wordt er niet meer gekeken naar mogelijk geweld waaraan de kinderen worden blootgesteld. In zeker 50% van de gevallen de echte oorzaak van de problemen. Jeugdbeschermers worden overvraagd door een waterval aan casussen, waarbij om het eigenlijke probleem wordt heen gewerkt. Daarom dienen wij samen met Link, CDA en Volt de motie breng complexe echtscheidingen in beeld. Met als dictum draagt het college op te onderzoeken in hoeveel procent van de gevallen een terechtstelling wordt uitgesproken in het kader van complexe echtscheidingen. Te onderzoeken in hoeveel van deze zaken sprake is van aanwijzingen voor gendergerelateerd geweld. te onderzoeken in hoeveel van deze OTS-maatregelen daadwerkelijk zorgen voor het oplossen van de problematiek binnen twee jaar na aanvraag van de maatregel.
En de raad hierover te rapporteren uiterlijk Q3 2026. En samen met LINK en Volt ook de motie, de complexe echtscheiding, hoort niet bij de justitie.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:38:07]: Ik krijg een vraag en dit was motie 686.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:38:09]: Ik krijg een vraag van wie? Ja, ChristenUnie. Mooi. Was het niet duidelijk?
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:38:13]: Nou, ik heb in elk geval vragen over de motie. Mooi. Dat dacht ik. Het gaat over cijfers en het lijkt me dat een deel van die cijfers op zijn minst toch gewoon bekend zou moeten zijn. Nou, blijkbaar weet het college dat niet. Maar Stadsbelang Utrecht heeft dat zelf ook uitgezocht en dingen nagevraagd. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat helemaal niks van deze cijfers bekend is. Vandaar de vraag.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:38:36]: Heer Bos.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:38:40]:
80
Dat is eigenlijk een vraag aan het college wat u nu stelt. Dus u vraagt of wij de jeugdbescherming kunnen bevragen, SAVE kunnen bevragen. En of zij met die cijfers willen komen. Dat vraagt u. Kent u de cijfers? Heeft u ze gehoord van SAVE?
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:38:57]: Uiteraard vraag ik niet om deze organisaties te bevragen. Maar vaak is er naar dit soort dingen wel onderzoek gedaan. Dus vandaar deze vraag.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:39:04]: De Utrechtse situatie ken ik niet. Ik weet in ieder geval dat het zo zorgelijk is dat de Europese Commissie zich erover uitgesproken heeft. En dat Nederland op zijn vingers is getikt.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:39:18]: Ja, Albalas.
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:39:19]: Ja, dan heb ik toch nog wel ook een vervolgvraag. Want wat zou de gemeente dan volgens Stadsbelang Utrecht vervolgens moeten doen met dit onderzoek? Want als we het alleen in Utrecht doen, volgens mij is dit iets wat landelijk gedaan zou moeten worden. Zodat er landelijk beleid op gemaakt kan worden. Hoe kijkt Stadsbelang Utrecht daarnaar?
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:39:37]: Nou zeker, maar misschien moeten we even afwachten tot we de volgende motie indienen. En wellicht dat het zo'n goed idee is dat we ook uw steun kunnen krijgen. Want wij hebben namelijk een volgende motie op tafel liggen.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:39:49]: Ja, u krijgt nog een vraag. David Bosch (UtrechtNu!) [04:39:53]: Ik heb een punt van orde. Want de heer Bos vindt het altijd heel vervelend als er met u wordt gesproken als hij als voorzitter aan de andere kant van de tafel zit. Dus ik zou u willen verzoeken om daar op te letten, meneer Bos.
81
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:40:07]: Via de voorzitter. Ik zit tussen de twee bossen in.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:40:10]: Ik ga mijn best doen, voorzitter. Maar ik kreeg nog een interruptie van de ChristenUnie, zag ik.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:40:17]: Gaat u verder? O, nee, u had uw vraag al gesteld, toch? Maar geen antwoord gekregen.
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:40:22]: Nee, exact. Dus ik zou toch graag antwoord op mijn vraag willen, want de volgende motie is niet een antwoord op mijn vraag.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:40:28]: Nou, vind ik wel. Dus we gaan door. Voorzitter...
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:40:38]: U gaat over uw eigen antwoorden. Daar heb ik weinig aan te corrigeren. Gaat u verder.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:40:42]: Voorzitter, samen met LINK en Volt dienen we ook de motie de complexe echtscheiding hoort niet bij jeugdzorg met als dictum. Draagt het college op bij aanpak van geweld en dwingende controle veiligheid altijd te prioriteren. Ook bij scheidingen en omgangszaken. De complexe scheidingen op termijn uit het takenpakket van de GI's te halen en dit ook op te nemen in de nieuwe plannen rondom gendergerelateerd geweld. En daarmee sluit ik vooralsnog mijn inbreng af. Maar het zou kunnen dat ik in de tweede termijn nog een inbreng krijg.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:41:20]: Deze motie krijgt 687, krijgt de vraag van de ChristenUnie.
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:41:25]: Ja, voorzitter, als deze motie het antwoord is op mijn vraag over de vorige motie, dan lijkt de vorige motie mij overbodig, want dan hoef je dat onderzoek dus helemaal niet te doen als dit is 82
wat u wil. Daarnaast is mijn vraag, deze motie gaat vooral over de aanpak van geweld en dwingende controle, terwijl niet bij alle complexe scheidingen dat aan de hand is. Wat maakt dan dat Stadsbelang Utrecht vindt dat alle complexe scheidingen bij de GI's weggehaald moeten worden?
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:41:51]: Heer Bos.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:41:58]: Omdat ze geld kosten en geen resultaat opleveren.
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:42:08]: Ja, daarmee moet ik helaas de conclusie trekken dat voor al die kinderen waarbij dit niet geldt en die wel onder een GI vallen, om soms hele goede redenen, dat die dus de dupe zullen gaan worden van deze motie.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:42:19]: Dat is nog maar stellig te vragen.
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:42:20]: Dat is zeer spijtig. En hier komt wel degelijk mijn volgende vraag. Stel dit gaat uitgevoerd worden, dus je gaat het weghalen bij de GI's en enkel bij veiligheid onderbrengen. Nou, ik verwacht dat dat dan ook niet echt veilig thuis kan zijn of zo. Want die zijn daar ook niet op ingericht. Krijgen we dan niet hetzelfde als bij mensen die verward gedrag vertonen? Die komen nu vaak in een politiecel terecht. Want veiligheid. Terwijl de politie daar niet voor opgeleid is. En de persoon daar dus ook helemaal niet mee geholpen is. Dus ik zie niet in hoe mensen met deze motie geholpen worden. Kan Stadsbelang Utrecht dat uitleggen?
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:43:00]: Heer Bos.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:43:01]: Ja, voorzitter. Ik ga toch wat uitgebreider antwoord geven kijk het is zo inderdaad dat er dat de presentatie van van eventuele dataverzameling uit gaat het uit dit soort scheidingszaken dat die niet compleet is. Dat we onvoldoende data hebben. Maar tegelijkertijd is het ook zo dat we niet 83
moeten wegkijken. En dat lijkt ons eigenlijk een tweede natuur van het jeugdzorgsysteem, maar ook van de wethouder. En wat we zien is dat er kinderen uit het raam springen waarna ze eindelijk weer even serieus genomen worden t otdat de GI's in hoger beroep gaan om toch te bewijzen dat er echt geen huiselijk geweld speelt. En ze eigenlijk gelijk hebben als ze spreken over de verworpen theorie van oude verstoting. En we stonden erbij en keken ernaar. Veiligheid moet altijd voorop staan. We zien in onderzoeken dat zowel dat van Investico, dat dat gewoon nu niet echt het geval is. Dat verander je niet door hier en daar wat details te veranderen. Het hele systeem moet op de schop. Het kan niet dat geweld tegen kinderen niet wordt aangepakt.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:44:31]: Meneer Bos is er nog steeds een antwoord of niet?
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:44:33]: Zeker, dat klopt. Maar meerdere malen wordt er gevraagd naar een antwoord.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:44:39]: Het zit niet altijd in de lengte natuurlijk, een goed antwoord toch?
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:44:43]: Maar wel in de diepte, voorzitter. En ik hoop dat u dat onderkent. En ik kan niet diep gaan in een korte tijd, want daarvoor is de problematiek te groot. Dus ofwel u staat me toe om de diepte te zoeken, dan wel u zegt het is niet nodig.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:45:01]: Volgens mij vroeg ik gewoon vooral ook of u nog bezig was met uw antwoord. U heeft bevestigend geantwoord, dus ik zou zeggen ga verder met die beantwoording. Maar we proberen natuurlijk wel, nou ja, hier morgen niet nog... Enzovoort.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:45:12]: Ja, voorzitter, u kunt me ook gewoon kort houden. Gewoon zeggen kappen, het is klaar. Want ik wil jouw antwoord niet horen. Dat is goed. Zeg het maar.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:45:23]:
84
Ja, u legt me allemaal woorden in de mond. Dat vind ik best wel onhandig eigenlijk. U bent zelf als mijn beste strenge voorzitter. Zeker. Als u zelf voorzit en als iemand u streng aanspreekt, dan begint u te bokken. Dat vind ik niet prettig.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:45:35]: Voorzitter, ik heb geprobeerd om antwoord te geven. En er worden vervolgvragen gesteld of men wil een andere antwoord. En dat probeer ik nu te geven. En als u zegt van, heeft u die diepte en die lengte nodig? Ja, die diepte en die lengte heb ik nodig. En als u zegt van, nou dat vind ik eigenlijk te veel, dan beperk ik dat.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:45:55]: Van der Wilt.
Berdien van der Wilt (D66) [04:45:56]: Ja? Ja, punt van orde. Ik wil alleen de voorzitter steunen en laten we doorgaan. Dat komt helemaal goed, daar heb ik alle vertrouwen in.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:46:02]: Gaat u door.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:46:03]: Fijn. Het kan niet dat geweld tegen kinderen niet wordt aangepakt. maar plaats maakt voor bemiddeling tussen ouders omdat jeugdzorgmedewerkers denken dat contact met beide ouders belangrijker is dan bescherming bieden tegen mishandeling. Alsof een kind dat contact met zijn of haar mishandelaar heeft stabieler opgegroeid dan een kind dat opgroeit met maar één liefdevolle en steunde ouder. De wethouder moet toch beamen dat het effect van de ontoezichtstel in het kader van de vechtscheiding helemaal niets oplevert behalve een veel te hoge werkdruk bij jeugdschermers. Zonder die 60 à 70 procent aan complexe echtscheidingen komt er toch echt veel meer tijd vrij voor de aanpak van daadwerkelijke kindermishandeling zaken en gaat de werktruc naar beneden. Punt.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:46:48]: Ablas.
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:46:50]: 85
Ja, voorzitter. Ik deel zeker de grote zorgen die ook andere partijen ook in het debat hebben geuit. Ik heb niet het idee, ondanks de pogingen van Stadsbelang Utrecht, dat ik een goed antwoord heb gekregen op mijn vraag. Ik zie ook zeker dat er excessen zijn. Ik heb daarentegen ook wel echt prima samengewerkt in mijn vorige baan met jeugdbeschermers. En ik vind dat Stadsbelang Utrecht nu alle jeugdbeschermers over één kam scheert. En dat vind ik bijzonder pijnlijk, wat ik echt graag even gezegd zou willen hebben hier. Dank u wel.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:47:17]: Dank, dat was geen vraag, maar wel een hartkreet. Volgens mij gaat het verder, meneer Bos.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [04:47:22]: En daar reageer ik dan ook niet op, want wij hebben een andere mening. Voorzitter, ik ben klaar.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:47:28]: Dank voor uw bijdrage. Wij gaan naar Student & Starter. Daarna is Volt en daarna komt DENK. En dan partijen die eventueel nog iets willen zeggen.
Ruben Snijder (Student & Starter) [04:47:54]: In de jeugdbescherming worden beslissingen genomen die diep ingrijpen in het leven van kinderen. Waar zij wonen, wie zij zien en hoe hun toekomst eruit ziet. Toch wordt hun stem nog te vaak onvoldoende gehoord. Juist in complexe trajecten met wisselende professionals is het belangrijk dat een kind iemand heeft die het goed kent, vertrouwt en altijd voor zijn belangen opkomt. De jouw ingebrachte mentoraanpak maakt dat mogelijk. Kinderen kiezen zelf een vertrouwenspersoon uit hun eigen netwerk, waardoor hun stem gehoord wordt en er meer stabiliteit en vertrouwen ontstaat. Maar in de praktijk zien we dat deze aanpak nog te vrijblijvend wordt toegepast.
Student & Starter, D66, partij van de Arbeid, GroenLinks en de VVD, dienen daarom de motie naar een JIM voor ieder kind in, met als dictum verzoekt het college om de uitvoeringspraktijk van de JIM-aanpak in de jeugdbescherming te versterken door de JIM-aanpak actief uit te dragen als duidelijke voorkeursroute in relevante werkprocessen, opdrachtformuleringen en in gesprekken met gecertificeerde instellingen en jeugdaanbieders, te onderzoeken welke randvoorwaarden zoals ondersteuning van professionals nodig zijn om de uitvoering van JIM-aanpak te stimuleren en te faciliteren, op basis van deze inzichten gerichte maatregelen te formuleren om de toepassing van de JIM-aanpak in de praktijk breder te bevorderen, opdat zoveel mogelijk jongeren actief worden ondersteund door een JIM-aanpak, En de raad uiterlijk in Q2 2026 te informeren over de uitkomst van de gesprekken en het onderzoek en de eventuele vervolg stappen.
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:49:22]:
86
Vraag van Alblas, ChristenUnie.
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:49:22]: Ja, dank voorzitter. Ik ken de JIM methode goed en ik ben er ook echt enthousiast over. Dus heel mooi dat Student & Starter daar aandacht voor vraagt middels deze motie. Ik sta er toch niet onder, want dan kon ik hier een vraag stellen. Ik weet dat deze methode heel goed werkt voor tieners en jongeren. Ik kan me wel indenken dat een JIM bij peuters en kleuters op zijn minst anders werkt. En in de motie van Student & Starter zie ik daarin geen onderscheid gemaakt worden. Hoe kijkt Student & Starter hiernaar?
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:49:51]: Snijder.
Ruben Snijder (Student & Starter) [04:49:52]: Een dank voorzitter en ook een terechte vraag. Dus dank sowieso voor die vraag. Wat ons betreft zit die JIM-aanpak niet zozeer in de leeftijd, maar eerder in het idee erachter. En dat is dat we zo goed mogelijk zorg dragen en het perspectief van jonge kinderen, jonge mensen meenemen. En wat ons betreft geldt dat dus ook voor kinderen die net wat jonger zijn. Maar ja, daar heb je dan wel wat meer maatwerk nodig om dat op een goede manier te kunnen doen.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:50:17]: Alblas.
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:50:19]: Ja, ik snap het idee van een motie en daar kan ik denk ik ook ver in meegaan. Alleen nu wordt dat onderscheid dus niet gemaakt. Ik heb vanochtend even snel gezocht of ik een onderzoek kon vinden naar JIM en jonge kinderen. Ik heb er één gevonden bij Level met dubbel V voor de notulen. Dat vond ik niet een heel sterk onderzoek, want ik kwam er niet zo heel snel helemaal uit. Dus vandaar mijn vraag. Ik snap dat je dit ook voor kinderen, jonge kinderen zou willen, maar dan wel als het werkt. Dus hoe zit dat dan in die motie verwerkt?
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:50:52]: Snijder. Ruben Snijder (Student & Starter) [04:50:56]:
87
Ja, voorzitter. Ik zit even goed na te denken over de woorden die net gesproken zijn richting ons. Ja, kijk, wat de motie doet, is dat we inderdaad gericht kijken naar jongeren, naar jong kinderen, waarbij we de JIM-aanpak aanpassen voor hen, of in ieder geval simuleren voor hen. En wat ons betreft is dat ook de juiste inzet die we moeten leveren voor deze jonge mensen. Specifiek het stukje over kinderen die dus jonger zijn dan dat. Ja, daar zullen we dan of een apart voorstel voor moeten indienen, of dan denk ik, ook denkend op basis van wat u net zei, dat we dan ook de wethouder om een toezegging moeten vragen, om er dus ook gericht naar te kijken dat ook dus die jonge kinderen dan op de juiste manier geholpen kunnen worden. Ik hoop dat dat misschien een iets meer bevredigend antwoord is. Want het punt blijft wel dat we echt wel staan voor deze JIM- aanpak. En ook specifiek voor jongeren.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:51:48]: Alblas.
Kirsten Alblas (ChristenUnie) [04:51:49]: Voorzitter, dank voor dit onderscheid. Ik deel nog steeds dat het voor jongeren een hele goede aanpak is. Dus daar ben ik zeker voor. En fijn om de vraag naar de wethouder door te geleiden over jonge kinderen. Hoe daarmee om te gaan.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:52:04]: Gaat u verder. U was klaar. Dan gaan we naar Volt, Maas
Ruud Maas (Volt) [04:52:34]: Ja, dank u wel voorzitter. De jeugd heeft de toekomst en wij hebben daarom als land het kinderrechtenverdrag ondertekend. Wij zien dat de nieuwe jeugdnet naar toegang tot zorg niet altijd even goed aansluit bij het VN-kinderrechtenverdrag. En we willen per se dat dat in Utrecht niet verzaakt wordt. En daarom hebben we de volgende motie gemaakt. Utrecht ook kinderrechtenstad. Mede namens BIJ1, Een Utrecht, Stadsbelang Utrecht. Met als dictum draagt het college op. 1. Te onderzoeken hoe de nieuwe wetgeving rondom beschikbaarheid jeugdzorg binnen de Utrechtse context wordt toegepast. 2. Daarbij te bezien in hoeverre deze toepassing in de praktijk aansluit bij en voldoet aan de uitgangspunten van het kinderrechtenverdrag, waaronder in ieder geval het recht van kinderen om gehoord en betrokken te worden. Het recht op passende zorg en ondersteuning gericht op gezondheid en ontwikkeling. Het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie. 3. In dit onderzoek aandacht te besteden aan signalen uit de praktijk van kinderen, ouderen, professionals en betrokken organisaties.
88
4. De Raad te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek en eventuele handelingsperspectieven voor de gemeente Utrecht. 5. Daarbij expliciet te betrekken hoe de uitkomsten kunnen worden benut in toekomstig beleid rondom jeugd en jeugdbescherming. En gaat over tot de orde van de dag.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:53:58]: Motie 689. Dank voor uw bijdrage. Gaan we verder met DENK.
Mahmut Sungur (DENK) [04:54:18]: Dank u wel, voorzitter. Uit het inspectierapport van de inspectie gezondheidszorg en jeugd blijkt dat kinderen en ouders in de jeugdbescherming structureel onvoldoende worden gehoord en gezien. En hierdoor hulpverlening vaak onvoldoende aansluit op hun leefwereld en context. In een diverse stad als Utrecht vinden wij dat geen detail, maar een fundamenteel probleem. Daarom dienen we samen met de ChristenUnie en LINK de motie Veranker culturele sensitiviteit in het jeugdbeschermingsbeleid in, met het verzoek aan het college om culturele sensitiviteit expliciet en structureel te verankeren in het Utrechtse jeugdbeschermingsbeleid, inclusief taal, geloof, culturele context en opvoednormen als aandachtspunten. Deze elementen mee te nemen in de gesprekken met Samen Veilig Midden-Nederland en andere betrokken aanbieders. En in overleg met de GI's te bevorderen dat cultureel sensitieve deskundigheid, tooling en training onderdeel worden van hun kwaliteitsborging.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:55:12]: Motie 690. Dank voor uw bijdrage. Zijn er andere fracties die nog iets willen zeggen? Ja, GroenLinks, Hornsveld.
Ingeborg Hornsveld (GroenLinks) [04:55:21]: Dank u wel, voorzitter. Ja, er staan goede aanbevelingen in het hier meermaals genoemde rapport. En wij onderschrijven de kern. Pak veel meer de regie als overheid. Hier staan wij als GroenLinks voluit achter. Daarom dienen wij hiertoe vier moties mede in, twee van D66, een van de Partij van Arbeid, een van Studenten en Starters, ze zijn al genoemd. Als laatste wil ik nog opmerken dat GroenLinks zich ook de ernstige zorg deelt met betrekking tot jeugdbescherming. En door alle nare incidenten heeft die sector een slecht imago. Maar we willen ondanks die problemen tevens met nadruk op rechte waardering uitspreken voor alle mensen die dit mooie maar complex werk met veel geduld en liefde doen. Dank u wel.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:56:06]: 89
Dank voor je bijdrage. VVD.
Margreet Ramaker (VVD) [04:56:10]: Ja, zoals de wethouder zei, het systeem is stuk. En de gemeente hoort ook bij het systeem. Die draagt er ook verantwoordelijkheid voor. Alleen de financiële inzet daarvan moet ook beperkt worden. En daarom is het belangrijk dat de gemeente de regie houdt en pakt. En daarom steunt de VVD ook de D66-motie. Naast natuurlijk dat de persoonlijke aanpak, die student- en starterpleit in de motie, die steunen wij ook.
Pepijn Zwanenberg (Voorzitter) [04:56:36]: Dank. Andere fracties? Nee. Dan gaan wij voor beantwoording naar de wethouder. Wethouder de Vries.
Dennis de Vries (College) [04:56:52]: Ja, dank u wel voorzitter. En ook dank aan uw raad voor de betrokkenheid bij dit onderwerp van de jeugdbescherming. We hadden denk ik een goed en stevig commissiedebat. En het is natuurlijk ook een onderwerp wat ons allemaal aan het hart gaat. En dat botst soms ook tegelijkertijd met dat ingewikkelde stelsel waar we mee moeten werken. En in de commissie, en het is al een paar keer herhaald vandaag, heb ik inderdaad gezegd het systeem van de jeugdbescherming, dat is kapot. En tegelijkertijd hoor ik ook vandaag, zie ik veel moties die ook gericht zijn, en dat begrijp ik ook, op wat wij en wat onze partners doen. En ik wil benadrukken dat met dat systeem bedoel ik dus ook echt de wetten en de regels ook vanuit die landelijke Jeugdwet. En dan heb ik het onder andere over de verhoudingen waarin we moeten samenwerken als gemeente, samen veilig Midden-Nederland, de Raad voor de Kinderbescherming en de rechter wat ze ook wel dat Estafette-model noemen. En daar hebben we invloed op, maar dat is ook beperkt. En via de lobby naar het Rijk en ook de VNG doen we wat we kunnen. En binnen deze context doen we ook in Utrecht samen met onze partners alles om dat werk zo goed mogelijk te doen. En we gaan verder natuurlijk met het verbeteren van het toekomstscenario met de buurteams, de eventteams.
En als we willen dat dat systeem van de jeugdbescherming verandert dan moeten we dus ook blijven inzetten op de oorzaken van huiselijk geweld. Namelijk bestaan zekerheid, wonen, psychiatrische problematiek en verslaving en daarom wil ik even vooraf dat ik de moties ga beantwoorden zeggen ik ben het eens met heel veel van de intenties ook die worden besproken in de moties die zijn ingediend bijvoorbeeld over de kinderrechten toets betrokkenheid van kinderen en ook aandacht voor culturele sensitiviteit en we willen als gemeente de schaarse capaciteit van de mensen en de middelen die we hebben inzetten voor de gezinnen en voor het verbeteren van de samenwerking met alle partners in de stad meer monitoren helpt dan niet altijd om ook die kwaliteit te verbeteren. En daarom ben ik daar soms wat kritisch op. En daar zal ik op dat moment in mijn beantwoording even op terugkomen. Wat ze wel van ons nodig hebben, en dat heb ik gelukkig ook net gehoord van mevrouw Hornsveld onder andere, is juist steun ook in die beweging, maar ook een stevige lobby richting het Rijk. Een van de moties gaat daar ook over, van D66. Dan zal ik 90
nu één voor één de moties doorlopen, voorzitter. En dan begin ik met motie 683. Gemeentelijke samenwerking op jeugdbescherming. Het kan wel. We hebben het hier inderdaad in de commissie over gehad. Over de rol die wij hier als gemeente hebben. En ook de rol die wij zouden willen pakken. Ook juist omdat dit inderdaad een landelijk stelsel is. Daar heb je andere gemeentes bij nodig. Dus in die zin zie ik deze motie ook als een aansporing van wat we denk ik met elkaar beogen. Ik zei het ook in de commissie, daar hebben we echt een gezamenlijke opdracht in. Dus laten we daar ook gezamenlijk, ook als het nodig is, via partijleidingen optrekken. Ik laat deze dan ook als een oordeel aan uw raad en ik hoop daarin dan ook een bevestiging te zien van wat er op nodig is. Dan ga ik naar motie 684, Utrecht pakt de regie in de jeugdbescherming. En ook deze motie zou ik met enkele overwegingen aan uw raad willen laten. Dennis de Vries (College) [05:00:00]: Als ik kijk naar de aanbeveling van de inspecties en de inhoud daarvan, want de onderzoeken zijn in eerste instantie niet gericht op onze regio, op andere regio's. En ik zie ook dat veel van die aanbevelingen, die doen wij ook al in de praktijk, dat zien we ook terug in de praktijk. En tegelijkertijd begrijp ik ook echt de wens van de raad om hierop te sturen. En dat is misschien wat frequenter dan één keer per jaar.
Waar ik wel mee worstel, en dat is eigenlijk wat ik net ook benoemde in mijn beantwoording, dat vereist extra capaciteit, het vereist extra ambtelijke inzet. De vraag is ook in hoeverre we echt heel specifiek kunnen terugkoppelen. We hebben drie keer per jaar deze gesprekken ook met de GI. Dus dat is even de afweging die ik gewoon aan uw raad wil meegeven. Dus deze zou ik ook oordeel raad willen laten. Dan kom ik bij de Partij van de Arbeid, motie 685, betekenisvol contact en inspraak als norm. Kijk, en zoals deze nu specifiek is geformuleerd, zal ik hem moeten ontraden. Want hij gaat heel specifiek over betekenisvol contact als norm te monitoren met een rol voor de gemeente. Kijk, en ook dit gesprek, ik verwees net al even naar het landelijk debat, is ook onderwerp van dat landelijk debat. 14 dagen geleden, 4 december, en daar heeft de staatssecretaris gezegd dat de GI's gezamenlijk ook hier een richtlijn op moeten gaan maken. En waar vervolgens de inspectie op moet gaan toetsen. En zolang er dus geen norm is, is het best wel moeilijk om juist die uitkomsten dan van monitoring en om dat op de juiste manier te wegen. En levert dat ook op die manier extra regeldruk op.
En ook is dit een kwalitatief gesprek, dus ja gaan we het monitoren en zeggen we dan elke maand is het dan goed? Of is juist betekenisvol contact misschien eens in de drie maanden, maar is het juist wat dieper gaande contact en vinden we dat dan kwalitatief beter? Wat ik wel zou willen toezeggen, ik heb het in de commissie ook al gezegd we gaan aan een werkbezoek werken, onder andere ook hier in de stad als het gaat om de jeugdbescherming. Ik denk wel dat het goed is om dit met elkaar te bespreken ook in het werkbezoek wat we gaan doen. Juist ook met de professionals die dit gaan ontwikkelen, die hierover gaan. En ik kan me ook voorstellen dat we dat een stukje naar aanleiding van het werkbezoek, dus wat daar dan weer uitkomt en de eventuele gevolgen en misschien ook wel in relatie tot juist dat landelijk kader, dat we dat even meenemen in uw raadsbrief om uw raad daar ook weer op die manier op mee te nemen. Dan komen we bij motie...
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:02:19]: Mevrouw Assen.
91
Hester Assen (PvdA) [05:02:20]: Ik ben niet getrouwd met de manier waarop, maar hoe krijgen we hier dan nu meer inzicht in?
Dennis de Vries (College) [05:02:25]: Nou ja, in eerste instantie, en dat is eigenlijk wat ik net benoemde, is laten we eerst even de landelijke lijn uitlopen voordat wij zelf hier dat wiel gaan uitvinden. Dat is ook in lijn met wat de staatssecretaris hierop heeft gezegd. Het is namelijk niet alleen een kwantitatief verhaal, maar ook een kwalitatief verhaal. En die richtlijnen, die moeten professionals eerst zelf opstellen. Dus ik begrijp uw vraag, ik denk alleen dat die hier nog wat te vroeg is.
Hester Assen (PvdA) [05:02:51]: Maar kwalitatieve terugkoppeling kan toch ook?
Dennis de Vries (College) [05:02:55]: Ja, en daarom zeg ik ook mijn voorstel is eigenlijk om te zeggen laten we dit nou met elkaar meenemen in het werkbezoek wat we gaan organiseren dat is juist ook samen met die professionals ik vind het belangrijk dat zij hier ook een stem in hebben. En dat we vervolgens samen kijken hoe gaan we dat dan en dat kan ook inderdaad kwalitatief zijn terug koppelen richting de raad. Ja, dan voorzitter ben ik bij Stadsbelang motie 686 breng de complexe echtscheiding beter in beeld. Laat ik eerst even beginnen. Ik ben positief op de intentie van de motie, alleen niet op de specifieke opdracht in de motie. En daarmee betekent dat ook dat we hem in totaal dus ontraden. De behoefte om een beter monitoren van de samenloop van scheiding en huiselijk geweld, die hebben wij natuurlijk ook. En hierover zijn we ook in gesprek met de GI's en andere partners in de stad. En we weten natuurlijk wel wat, want daar ging het debat net even over. We weten helemaal niks. Nee, we weten wel wat. We weten vanuit buitenlands onderzoek dat ongeveer de helft van de complexe echtscheidingen, dat daar ook beschuldigingen of soms ook huiselijk geweld in speelt. En uit gesprekken blijkt dat het heel lastig is om met de nu beschikbare data en capaciteit ook een echt zinvol beeld te krijgen. En ja, dat betekent dus veel inzet.
Dus hoe we dat precies gaan verzamelen en zinvol monitoren, dat willen we ook zeker onderzoeken. We willen organisaties namelijk ook niet opzadelen met vervolgens extra administratieve belasting. Of met het monitoren van zaken die soms nauwelijks te monitoren blijken. Of waar, en ik zei het net al, waar soms eerder kwalitatief onderzoek van toepassing is. En het is niet altijd precies aan te wijzen of een OTS zorgt voor het oplossen van de problematiek. Tijdens een OTS zijn er verschillende interventies die worden erin gezet, zoals hulpverlening of therapie. En het is juist ook dat geheel wat vervolgens ook voor verandering zorgt.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:04:43]: Dan kom ik bij motie 600... De heer Bos, Stadsbelang. 92
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [05:04:48]: Ja, voorzitter, ik hoor mooie woorden van het college met betrekking tot onderzoek en kwantitatieve kwalitatieve cijfers en dergelijke maar waarom heeft het college dat niet in de aanbesteding gezet dat gewoon die cijfers moeten worden geleverd want zonder cijfers kunnen we niet sturen en als we nu uitgaan van van de cijfers die er liggen ja dan Net dat discussietje wat ik had met de ChristenUnie, die zegt hoe vaker geen geweld speelt en hoe vaker wel geweld speelt. Ik vind dat wel van essentieel belang, want we zetten er ontzettend veel geld op in. Ontzettend veel geld. En ik zie geen verbetering. En ik denk, als de wethouder zegt het systeem is kapot, dat de wethouder die verbetering ook niet ziet. Hoe gaan we die getallen op tafel krijgen? Zonder de discussie over capaciteit en over van alles en nog wat. We hadden dat gewoon in de aanbesteding moeten zetten.
Dennis de Vries (College) [05:05:57]: Ten eerste de discussie over capaciteit, dat lijkt me een hele valide. Je kan je uren en je mensen maar één keer inzetten en dat wil je zo goed mogelijk doen. Daarnaast zou ik ook willen zeggen, een discussie over cijfers, niet onbelangrijk, maar vervolgens is het wel belangrijk wat we daarmee doen en hoe we dat systeem willen verbeteren. En mijn opmerking over dat systeem, voorzitter, die gaat veel verder dan dit ene vraagstuk. Dus dat heb ik ook toegelicht in het commissiedebat. Dat gaat over het systeem van partijen die daar samen mee optrekken en dat ouders vervolgens elke keer bij elke partij opnieuw hun verhaal moeten doen. En dan tenslotte misschien even in relatie tot dit vraagstuk, en dat heb ik eigenlijk net al even benoemd. Het is ook niet altijd één op één heel erg duidelijk aan te tonen. Dus specifiek ook de oorzaak, maar ook bijvoorbeeld het huiselijk geweld. Dus u vraagt ook om iets wat soms kwalitatief is en wat niet altijd kwantitatief zo direct aan te tonen is. Dan ga ik door naar mijn volgende motie van Stadsbelang. Want dat is namelijk motie 687. De complexe echtscheiding hoort niet bij jeugdzorg. En deze wil ik ontraden. En dat heeft met name te maken met het tweede punt. Kijk, wij kunnen de complexe scheidingen niet uit het takenpakket van de GI halen.
Als de rechter namelijk een kinderbeschermingsmaatregel uitspreekt dan moet de jeugdbeschermer deze uitvoeren. En dat is landelijke wetgeving. Dus... Dus in die zin kan het niet en over het eerste punt dat geweld van dwingende controle geprioriteerd moet worden, er wordt met het toekomstscenario landelijk gewerkt aan een handelingskader voor professionals waarvan we verwachten dat het gaat helpen om juist ook die dwingende controle beter te herkennen en ook goed te kunnen handelen. En misschien nog even ten slotte een opmerking, en dat is misschien een beetje over het debat wat er net gevoerd werd. Ik wilde toch waken, er worden dingen gezegd als medewerkers met tunnelvisie naar gevallen waarin complexe scheidingen spelen. Kijk, en ik wil er echt voor waken dat we generaliserend gaan praten over een organisatie en haar medewerkers. En dat wil ik dan ook ontkennen. Kijk, medewerkers kijken breed. En we weten in dit soort zaken helaas ook dat dat ontzettend ingewikkeld is. Dus ik wil toch hierbij bestrijden dat medewerkers rigide zouden handelen in gevallen van complexe scheidingen. Dus dat wil ik toch nog even gezegd hebben, voorzitter. Dan kom ik bij de motie van Student & Starter, motie 688, naar een JIM voor ieder kind. Ja, en eigenlijk kwam het net al even naar voren in het debat wat er was.
Dus wat hier eigenlijk wordt gezegd is, doe dit als voorkeursmethode eigenlijk voor alle jongeren. En dat maakt hem ook dat ik hem zo specifiek moet ontraden zoals hij nu is. Voor 93
de uitvoeringspraktijk is het niet haalbaar om JIM dus als duidelijke voorkeursmethode voor steunfiguren voor te schrijven voor alle kinderen. Het voorbeeld van jonge kinderen werd net al even genoemd. Hiermee gaan wij ook op de stoel van professionals zitten. Het inzetten van steunfiguren uit het eigen netwerk, dat kan nodig zijn. En het kan ook op verschillende manieren. Wat ik wel zou willen toezeggen, is dat ik in het eerstvolgende gesprek met de bestuurders en dat is het voorjaar van 26, dat ik dat betrekken van steunfiguren als Jim op de agenda zet. En weet ook dat in de jeugdwet is het recht op een onafhankelijke vertrouwenspersoon ook vastgelegd. Dus iedereen die gebruik maakt van jeugdhulp en jeugdbescherming, die kan ook een vertrouwenspersoon meenemen. Dan, voorzitter, kom ik bij Volt.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:09:21]: Eerst nog even bij de heer Snijder.
Ruben Snijder (Student & Starter) [05:09:24]: Ik val dan toch echt wel over de woorden dat we dan op de stoel zouden gaan zitten van. Volgens mij staat er in de motie vrij specifiek dat we moeten stimuleren, actief moeten uitdragen, randvoorwaarden moeten onderzoeken en professionals moeten faciliteren. Dat is volgens mij helemaal geen verplichting. Dus ik snap eerlijk gezegd niet zo goed hoe de wethouder daarop komt.
Dennis de Vries (College) [05:09:43]: Ja, dan kan ik hem ook terugkaatsen, voorzitter. Want op dit moment is de mogelijkheid er al. En dan is het ook aan professionals om samen met cliënten dit op deze manier in te zetten. Dus dan zou ik ook bijna zeggen, dan is hij overbodig als u hem zo stelt.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:09:58]: De heer Snijder.
Ruben Snijder (Student & Starter) [05:09:59]: Voorzitter, volgens mij niet. Want uit het onderzoek is gebleken en de mogelijkheden zijn er ook echt om er meer op te doen. Dus volgens mij moeten we die kans juist aangrijpen. En is het wel degelijk iets anders dan hetgeen wat we nu aan het doen zijn. Dus volgens mij is dat ook niet helemaal de realiteit. Dennis de Vries (College) [05:10:11]: Ja, en dan kom ik weer terug op mijn eerdere antwoord. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Dit is daar één van. En laten we dat niet met een voorkeurs of hoe je dat dan formuleert scenario voorleggen aan professionals. Het is aan de professional in 94
samenwerking met ouders en met kinderen om te kijken wat het beste is. En dat daar iets op nodig is, dat is geborgd in de wet. Dus dat is eigenlijk hoe het nu is, voorzitter. Dan kom ik bij Volt. En ik heb even het motienummer niet bij de hand. Utrecht, ook kinderrechtenstad? Ja, deze moet ik ontraden, voorzitter. Nogmaals, het gaat hem in die zin eigenlijk niet eens op de inhoud. Maar als we kijken naar de nieuwe wetgeving rondom beschikbaarheid van de jeugdzorg. Ja, dat is in die zin verantwoordelijkheid van het Rijk. En daarmee ligt ook de verantwoordelijkheid voor uitvoering van die kinderrechten toets bij het Rijk en niet bij de gemeente. Deze wet moet ervoor zorgen dat gespecialiseerde jeugdzorg beter beschikbaar wordt voor de kinderen en gezinnen die dat het hardst nodig hebben. En deze zorg moet vervolgens regionaal beschikbaar zijn. En het gaat vooral om inkopen samenwerking in de regio. En Utrecht is, en dat is anders dan andere gemeenten, een regio op zich. En op hoofdlijnen brengt deze wet ook voor Utrecht overigens daardoor dus niks nieuws. En daarom zie ik dus geen aanleiding specifiek in relatie tot deze nieuwe wet en het onderzoek. Overigens geven wij in Utrecht natuurlijk wel handen en voeten aan de kinderrechten. Door dat juist op te nemen in het uitvoeringsprogramma de stem van jonge Utrechters. En die heeft de raad op 11 november jongstleden ontvangen.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:11:43]: Oké, de heer Maas.
Ruud Maas (Volt) [05:11:45]: Dank u wel voorzitter. Dat hadden wij ons natuurlijk gerealiseerd dat dat landelijke wetgeving is. Waar het over gaat is wat landelijke wetgeving betekent voor het lokale beleid. Wat wij met deze motie willen afdwingen is dat Utrecht zich verplicht dat kinderrechtenverdrag te betrekken bij de uitvoering van de motie in het Utrechtse beleid. Hoe staat de wethouder daar tegenover?
Dennis de Vries (College) [05:12:10]: Ja daar heb ik net al iets over gezegd. In relatie tot Utrechts beleid. Dus het uitvoeringsprogramma wat we ook hebben. De stem van jonge Utrechters. En dat doen we op verschillende plekken. Dus denk bijvoorbeeld aan medewerkers van de gemeente. Die worden ook geschoold in de kinderrechten toets. Intern sturen we ook op het toepassen van deze toets. Ook bij nieuwe beleidsvoorstellen. Dus op die manier hebben we dat geborgd, voorzitter. Dan kom ik bij motie 690 van DENK. En dat is culturele sensitiviteit in het jeugdbeschermingsbeleid. Nou, in die zin zou ik zeggen een aanmoediging, ik zie het ook wel, moet ik erbij zeggen, als staand beleid de culturele sensitiviteit in het jeugdbeschermingsbeleid, ja, dat is, zou ik ook zeggen, een terecht aandachtspunt vanwege het maatschappelijk belang om dit thema. En we hebben daar dus ook echt extra aandacht voor, wil ik hierbij zeggen. We hebben culturele sensitiviteit als thema 95
benoemd in de nieuwe opdracht voor Samen Veilig Midden-Nederland en ook de landelijke werkende GI's. En in een leerbijeenkomst die we met de GI's in Veilig Thuis organiseren is cultuursensitief werken ook expliciet een onderwerp. En ook in het lopende contract hebben we aandacht gevraagd voor dit thema. En we zien dat het personeelsbestand van Samen Veilig Midden-Nederland divers is. En daarnaast is cultuursensitief werken ook al onderdeel van het bredere thema bejegening in leren en ontwikkelen van medewerkers. Dus ik zou zeggen, de motie is ook echt een bevestiging wat we doen. En dan was ik er, voorzitter.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:13:32]: De heer Sungur.
Mahmut Sungur (DENK) [05:13:34]: Ja, voorzitter, dat is goed om te horen. Tegelijkertijd zien wij het niet terugkomen in de eerdere beantwoording of schriftelijk vragen of in het beleidsdocument hierover. Ik geloof de wethouder heel erg in wat hij zegt, hoor. Alleen ook in de raadsbrief die we twee dagen geleden hebben ontvangen, staat daar niet iets over cultuursensitief werken. Dus in dat opzicht denk ik wel dat het goed is dat we als raad ook dit op een positieve manier uitdragen. Wellicht dat de wethouder daar ook mee eens is.
Dennis de Vries (College) [05:14:01]: In de woorden van mijn collega Voortman kan ik hem hooguit aan uw raad laten, dan laat ik hem aan uw raad. Maar dat zal in die zin niets veranderen aan de uitvoering of de waarde die wij hier ook als college aangeven. Dan was ik er, voorzitter.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:14:16]: Juist, ik kijk even. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? De heer Bos, Stadsbelang.
Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) [05:14:25]: Ja, voorzitter. In principe heb ik onvoldoende tijd om nog een motie uit te gaan voeren. Of in ieder geval in te gaan dienen. En die zal ik ook niet indienen. Maar laat ik hierbij mondeling wel even mijn treurnis uitspreken. Over de manier waarop hier handen en voeten aangegeven wordt. Wij zijn echt zeer teleurgesteld.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:15:03]:
96
Oké, ik kijk even verder. Want dan zijn we daarmee gekomen bij de afronding van agenda punt 25. En op voorspraak van de heer Te Hoonte gaan we agendapunten 26 en 27 voegen. Dus dat betekent dat u over beide agendapunten kunt spreken en ook voorstellen kunt indienen. En dan kijk ik even wie kan ik als eerste het woord geven. Ik denk de heer Te Hoonte. Ja, dus het zijn de agendering van... Nee, het is Student & Starter . Ja, het is een beetje ingewikkeld nu. Toch Te Hoonte.
Gertjan te Hoonte (VVD) [05:17:02]: Ja voorzitter, fijn dat deze twee agendapunten samen kunnen. Want het gaat over studentenhuisvesting en daar heb ik oplossingen in die in het splitsen zitten wat weer in een andere brief zat. Dus ik denk dan doen we het mooi bij elkaar. Ik heb twee moties. De eerste motie is het verzoek om toch nog met meer personen samen te kunnen wonen. Maar dan vooral in de wijken die in de beleidsnota wonen zijn aangeduid als dat daar ook wel ruimte is om dat soort dingen te doen. En die draagt het college op in de wijken en buurten die genoemd in de beleidsnota wonen benoemd zijn. Voor een verruiming van woningsplitsing te weten Leidsche Rijn, Vleuten de Meern en Noordoost de grens voor woningdelen op te trekken naar vier personen voor koopwoningen die buiten het segment betaalbaar vallen.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:17:41]: Motie krijgt nummer 691.
Gertjan te Hoonte (VVD) [05:17:48]: En dan heb ik een tweede motie. Bij het eerste debat met de wethouder hadden wij gevraagd om in Leidsche Rijn in het Finex-gedeelte splitsen, nou eens wat makkelijker te maken. En we zitten in een traject, ik heb het beschreven in de constateringen, van ondertussen bijna vier jaar, waarin eigenlijk nog steeds die stap niet gezet is, terwijl we hem in de beleidsnota wonen nu ook al vast hebben gelegd. En dat kan eigenlijk heel simpel opgelost worden door, en daar komt het dictum van de motie, Het college op te dragen zo snel als procedureel mogelijk de nadere regel huisvestingsverordening Utrecht aan te passen aan de door de raad reeds vastgestelde beleidsnota wonen. Zodat splitsen van woningen kleiner dan 140 vierkante meter daadwerkelijk mogelijk wordt. En gaat over tot de orde van de dag.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:18:36]: Motie 692.
Gertjan te Hoonte (VVD) [05:18:38]: 97
En ik zou toch wel iets duiding willen geven aan zo snel als mogelijk. Want wij hebben begrepen dat dat in Q1 zou moeten kunnen. Nou dan hoop ik voor de verkiezingen. Omdat dit een collegebevoegdheid is die zij op basis van de huisvestingsverordening hebben. En wij hun niet meer hoeven te geven.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:18:54]: Dank u wel. Ik heb op mijn lijstje Student & Starter . De heer Snijder.
Ruben Snijder (Student & Starter) [05:19:23]: Dank voorzitter. De kamernood onder studenten is nog altijd enorm. Terwijl duizenden studenten geen kamer kunnen vinden, zijn er landelijke maatregelen waardoor afgelopen jaar meer dan 800 Utrechtse studentenwoningen zijn verkocht. Dat vinden we zeer zorgelijk. We waarderen de inzet van dit college op het flink bijbouwen. Echt dank daarvoor. En tegelijkertijd, voorzitter, de problemen blijven bestaan. Daarom doen we vandaag voorstellen om het tekort actief tegen te gaan. Door sneller te bouwen, behouden wat je hebt en te zorgen voor goed verhuurderschap. Om te beginnen met sneller bouwen. Te vaak leidt bureaucratie ertoe dat projecten onnodig langzaam van de grond komen. De fracties van Student & Starters, D66 en de VVD dienen daarom de motie Fast Track voor studentenhuisvesting in. Met als dictum verzoekt het college om de Fast Track vanaf nu toe te passen bij projecten met studentenhuisvesting. En daarbij niet te wachten op de lopende evaluatie naar de vestwerkbenadering. Om hiervoor samen met corporaties en andere betrokkenen partijen zo snel mogelijk concrete projecten te selecteren. En de raad in Q2026 te informeren welke studentenhuisvestingsprojecten via de vestwerk worden opgepakt.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:20:27]: Motie 693.
Ruben Snijder (Student & Starter) [05:20:30]: Daarnaast moeten we ambities laten zien en kijken wat nu goed werkt. Daarom dienden wij de motie IBB keer 2 in met als dictum. Spreekt uit dat Utrecht een tweede IBB verdient. Een grootschalig studentencomplex met betaalbare onzelfstandige kamers, gedeelde voorzieningen en ruimte voor ontmoeting en gemeenschap. En te onderzoeken op welke locatie in Utrecht een tweede grootschalig studentencomplex naar het voorbeeld van de IBB gerealiseerd kan worden. Daarbij als uitgangspunt te hanteren dat het gaat om onzelfstandige studentenhuisvesting met gedeelde voorzieningen en ruimte voor ontmoeting en gemeenschap. Te verkennen wat nodig is om een dergelijk project zo snel mogelijk te realiseren. En de raad uit de Q4 2026 te informeren over de uitkomsten van het onderzoek en de vervolgstappen. 98
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:21:05]: Motie 694.
Gertjan te Hoonte (VVD) [05:21:06]: Voorzitter, met permissie. Want wij vroegen ons bij deze motie wel af of Student & Starter dan zelf ook plekken in gedachten heeft waar IBB 2 kan komen. Want ik denk dat het zou prachtig zijn, maar waar dan?
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:21:22]: Voor de luisteraars, dat was de heer Te Hoonte van de VVD.
Ruben Snijder (Student & Starter) [05:21:27]: Ja, dank voorzitter. We vragen uiteraard in de motie dus om te kijken naar verschillende plekken. We hebben erg veel vertrouwen ook in het Stadskantoor dat zij met mooie locaties zouden kunnen komen, ook in samenspraak met ontwikkelaars. Wij hebben zelf ook wel een idee en dat zullen we ook later dit najaar gaan pitchen en naar uw raad toe brengen. En wat ons betreft maken we een IBB 2.0 met de kenmerken die we daar zien, met de saamhorigheid die we daar zien in Rijnenburg.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:21:54]: Oké, gaat u verder.
Ruben Snijder (Student & Starter) [05:21:59]: Maar naast nieuwbouw moeten we ook beschermen wat we al hebben. Daarom dienen we samen met Volt de motie in Bescherm het studentenhuis. Met als dictum te onderzoeken welke juridische en beleidsmatige instrumenten beschikbaar zijn om het behoud van studentenhuis te stimuleren. Daarbij ook de haalbaarheid van een beschermingsstatus of label te verkennen. En de raad uiterlijk in Q4 2026 te informeren over de uitkomsten en het voorstel voor besluitvorming.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:22:20]: Motie 695. Ruben Snijder (Student & Starter) [05:22:26]:
99
Voorzitter, de tijd loopt wel door terwijl ik wel mijn microfoon uitzet. Maar goed, dan gaan we gewoon maar even verder met het betoog. In het bijzonder willen we de Sterren behouden. Omdat we hier afhankelijk zijn van een derde partij, willen we bewoners zekerheid bieden dat zij niet op straat komen te staan. Als de Sterren in de toekomst gesloopt zouden worden. En we willen niet dat het grote aantal studentenkamers en de mooie plek om daar te wonen verloren gaat. Daarom dienen we samen met de VVD de motie Laat de Sterren niet vallen in met als dictum de beëindiging van het contract voor de Sterren te zorgen voor vervangende woonruimte voor de huidige bewoners. Bij eventuele sloop van de Sterren met SSH gesprek te gaan over de realisatie van nieuwe studentenhuisvesting in Rijnsweerd-Noord. Waarbij wordt gestreefd naar minimaal het aantal studentenkamers zoals bij de Sterren. Zolang de Sterren blijven staan hebben we bestuurlijk overleg met de eigenaar en SSH te voeren over verbetering van onderhoud, leefbaarheid en veiligheid. Uiterlijk Q4 2026 te informeren over belangrijke ontwikkelingen rond het contract, de toekomst van de Sterren en tussentijds verbeteringen.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:23:18]: Dank u wel. Dat is motie 696 en u bent door uw tijd.
Ruben Snijder (Student & Starter) [05:23:23]: Oké, dan ga ik nu door met het voorlezen van alleen het dictum.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:23:27]: Dat is dan het laatste dictum? Ja, oké. Gaat uw gang.
Ruben Snijder (Student & Starter) [05:23:30]: Dan dien ik dus graag de motie in. Goed verhuurderschap ook voor studenten in. Met als dictum actief en laagdrempelig signalen op te halen over onderhoud, veiligheid en leefbaarheid bij studentenwoningen. Daarbij specifiek aandacht te besteden voor grote studentencomplexen. Te zorgen dat deze signalen structureel worden meegenomen in toezicht, handhaving en gesprekken met verhuurders. En de raad de Q4 2026 te informeren over de opzet, de eerste uitkomst en de opvolging daarvan.
Sharon Dijksma (Voorzitter) [05:23:53]: Dank u wel. Dat is motie 697. De heer Stellinga.
Hessel Stellinga (CDA) [05:23:58]:
100