CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Zeeheldenwijk Regels.pdf

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Zeeheldenwijk19.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bij de aanleg van de parkeergelegenheid is aangetoond, dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering in de beleidsregels 'Parkeren'; b. bij de beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt de beleidsregels betrokken zoals die op het moment van de indiening van aanvraag gelden.

Zeeheldenwijk

31

Artikel 9

Water

9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. watergangen, waterpartijen, oevers en taluds; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. instandhouding en ontwikkeling van daar voorkomende natuur- en landschapswaarden; d. ter plaatse van de aanduiding 'ecologie' voor het realiseren van natuurcompensatie, waarbij het bepaalde in lid 21.3 van toepassing is; met daarbij horende: e. kunstwerken en wegen. 9.2

Bouwregels

9.2.1 Algemeen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen, met dien verstande dat op de in lid 9.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, waarbij geldt dat: a. voldaan dient te worden aan het stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk, waarbij eveneens wordt voldaan aan de bouwregels als opgenomen in lid 9.2; b. bruggen mogen worden gebouwd met: 1. een bouwhoogte van maximaal 7 meter, 2. een doorvaarthoogte van minimaal 2 meter en 3. de doorvaartbreedte van minimaal 3 meter; c. de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 6 meter mag bedragen; d. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 5 meter mag bedragen. 9.2.2 Nutsvoorzieningen a. de inhoud van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 90 m3; b. de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 meter. 9.2.3 Criteria voor bouwen, uitbreiden en wijzigen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan: a. het niet onevenredig schaden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden; b.

de ruimtelijke kwaliteit, zoals vastgelegd in het stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk, zoals deze op het moment van de indiening van de aanvraag geldt; c. het bepaalde in artikel 21.2 ten aanzien van het parkeren. 9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de situering en maatvoering, van de in lid 9.2 genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor: a. de (water)verkeersveiligheid; b. ter bescherming van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden van het omringende gebied; c. de landschappelijke inpassing; d. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; e. de milieusituatie; f. de duurzaamheid; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; h. de sociale veiligheid.

Zeeheldenwijk

32

9.4 Specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats uitgesloten' is het afmeren en/of doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever niet toegestaan. 9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in lid 9.1 genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven en egaliseren van gronden; b. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verbreden en dempen van bestaande waterlopen en kolken; c. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; d. het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids-)wallen; e. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tengevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten; f. aanbrengen terreinverharding; g. aanleggen van wegen; h. dempen van oppervlaktewater; i. ter plaatse van de aanduiding 'ecologie': het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, terrassen en parkeervoorzieningen. 9.5.2 Uitzonderingen Het in 9.5.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b.

op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning. 9.5.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld onder 9.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke het plan beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet wordt gekomen.

Zeeheldenwijk

33

Artikel 10

Wonen - Erfsingel

10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Erfsingel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; met daarbij horende: b. aan huis verbonden beroep of bedrijf; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - erfsingel' de instandhouding en ontwikkeling van de afschermende erfbeplanting met bijbehorende erfsloot op het perceel, direct aansluitend aan de zijdelingse bouwperceelsgrens en de achtergrens van het perceel; d. bouwwerken; e. tuinen; f. verhardingen, waarbij geldt dat in het geval van een bouwperceel: 1. maximaal 80% van de oppervlakte van het bouwperceel mag worden verhard; 2. het percentage onder 1 mag worden overschreden, mits de overschrijding in oppervlakte volledig wordt gecompenseerd door een vegetatiedak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel; g. erven; h. paden; i. parkeervoorzieningen. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Woningen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen, met dien verstande dat op de in lid 10.1 bedoelde gronden uitsluitend gebouwen ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, waarbij geldt dat: a. woningen binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven maximum aantal; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)' mag de inhoud van de woning niet meer bedragen dan aangeduid op de verbeelding; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)' mogen de gooten bouwhoogte van de woningen niet meer bedragen dan aangeduid op de verbeelding; e. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige bouwvorm van het bouwwerk, bepaald door de goothoogte, nokhoogte, nokrichting, dakvorm en dakhelling, alsmede de situering op het perceel, zoals deze was op 26 augustus 2004, gehandhaafd te worden. 10.2.2 Bijbehorende bouwwerken Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen, met dien verstande dat op de in lid 10.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, waarbij geldt dat: a. bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak worden gebouwd; b.

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een woning niet meer dan 120 m2 mag bedragen dan wel de bestaande oppervlakte ten tijde van vaststelling van dit bestemmingsplan; c. de goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen. 10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen, met dien verstande dat op de in lid 10.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, waarbij geldt dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 6 meter mag bedragen.

Zeeheldenwijk

34

10.2.4 Criteria voor bouwen, uitbreiden en wijzigen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan: a. het niet onevenredig schaden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden; b. de ruimtelijke kwaliteit, zoals vastgelegd in het stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk, zoals deze op het moment van de indiening van de aanvraag geldt; c. het bepaalde in artikel 21.2 ten aanzien van het parkeren. 10.3

Specifieke gebruiksregels

10.3.1 Strijdig gebruik Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik: a. ten behoeve van een zelfstandige kantoorfunctie; b. in strijd met het bepaalde in artikel 21.2 ten aanzien van het parkeren. 10.3.2 Voorwaardelijke verplichting erfsingel De in lid 10.1 onder a genoemde functies zijn slechts toelaatbaar, indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - erfsingel' een erfsingel conform de dan geldende beleidsregels 'Beeldkwaliteitplan onderdeel de Groene Clusters', binnen 2 jaren na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan aangeplant en na realisering duurzaam in stand gehouden wordt. 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in lid 10.1 genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters, alsmede het rooien van erfsingels en randbeplanting op erven en groensingels langs hoofdwegen.

10.4.2 Uitzonderingen Het in 10.4.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning. 10.4.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld onder 10.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies welke het plan beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet wordt gekomen. 10.5

Wijzigingsbevoegdheid

10.5.1 wetgevingzone - wijzigingsgebied 2 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening de bestemming van de gronden ter plaatse van de 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 2' te wijzigen en toe te staan dat binnen de bestemming 'Wonen - Erfsingel' eenmalig 3 extra woningen wordt toegevoegd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond wordt dat voldaan wordt aan de beleidsregels 'Beeldkwaliteitplan onderdeel de Groene Clusters'; b. aangetoond wordt dat voldaan wordt aan de beleidsregels 'Goed woon en leefklimaat'; c. in totaal maximaal 4 woningen per erf zijn toegestaan in maximaal 3 bouwvolumes; d. dat woningbouw plaatsvindt aan de hand van een te overleggen en door Burgemeester en

Zeeheldenwijk

35

wethouders goed te keuren beeldkwaliteitsplan dat past binnen en voldoet aan de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan Zeeheldenwijk, zoals dat geldt op het moment van wijzigen; e. de oppervlakte van een nieuw hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 250 m2; f. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 250 m2; g. het kostenverhaal verzekerd is. 10.5.2 wetgevingzone - wijzigingsgebied 4 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening de bestemming van de gronden ter plaatse van de 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 4' te wijzigen in de bestemming 'Maatschappelijk' onder de volgende voorwaarden dat: a. de bouw- en gebruiksregels van artikel 6 'Maatschappelijk'in acht worden genomen; b. ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - woonzorglocatie' mag worden toegevoegd; c. belangen van derden en de waarden van de aangrenzende bestemmingen niet onevenredig worden geschaad of hinder worden toegebracht; d. dit niet op stedenbouwkundige en milieuhygiënische bezwaren stuit; e. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan eventueel aanwezige archeologische en ecologische waarden en dat de bodemgesteldheid van een zodanige kwaliteit is dat deze geschikt is voor woningbouw; f.

er geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de duurzaamheid; g. bij wijziging worden de volgende beleidsregels van toepassing verklaard: 1. beleidsregels 'Parkeren'; 2. beleidsregels 'Goed woon- en leefklimaat'; 3. het stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk; 4. beleidsregels 'Hogere waarde geluid'; 5. beleidsregels 'Internetwinkels'; zoals die op het moment van wijziging gelden.

Zeeheldenwijk

36

Artikel 11

Woongebied

11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; met daarbij horende: b. aan huis verbonden beroep of bedrijf; c. bouwwerken; d. tuinen; e. verhardingen, waarbij geldt dat in het geval van een bouwperceel: 1. maximaal 80% van de oppervlakte van het bouwperceel mag worden verhard; 2. het percentage onder 1 mag worden overschreden, mits de overschrijding in oppervlakte volledig wordt gecompenseerd door een vegetatiedak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel; f. woonerven; g. woonstraten; h. parkeervoorzieningen; i. voet- en fietspaden; j. groenvoorzieningen; k. nutsvoorzieningen. 11.2

Bouwregels

11.2.1 Algemeen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen, met dien verstande dat op de in lid 11.1 bedoelde gronden uitsluitend gebouwd mag worden ten dienste van de bestemming, waarbij geldt dat voldaan dient te worden aan het stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk, waarbij eveneens wordt voldaan aan de bouwregels als opgenomen in lid 11.2. 11.2.2 Woningen Algemeen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen, met dien verstande dat op de in lid 11.1 bedoelde gronden uitsluitend gebouwen ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, waarbij geldt dat: a. woningen binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. er vrijstaande, twee-aaneengebouwde, aaneengebouwde en gestapelde woningen gebouwd mogen worden; c. het aantal woningen binnen de bestemming niet meer mag bedragen dan 315, met dien verstande dat het totale aantal woningen (inclusief bedrijfswoningen) in het plangebied niet meer mag bedragen dan 1.650; Maatvoering d. de bouwdiepte van een hoofdgebouw mag bij: 1. vrijstaande woningen niet meer dan 15 meter bedragen; 2. twee-aaneengebouwde woningen niet meer dan 13 meter bedragen; 3. aaneengebouwde woningen niet meer dan 11 meter bedragen; 4. gestapelde woningen niet meer dan 15 meter bedragen; e. de goothoogte van: 1. aaneengebouwde, twee-aaneen gebouwde en vrijstaande woningen mag niet meer dan 7 meter bedragen; 2.

gestapelde woningen mag niet meer dan 11 meter bedragen; f. de bouwhoogte van: 1. aaneengebouwde, twee-aaneen gebouwde en vrijstaande woningen mag niet meer dan 11 meter bedragen; 2. gestapelde woningen mag niet meer dan 11 meter bedragen;

Zeeheldenwijk

37

g. in afwijking van het bepaalde in lid b en c mogen de goothoogte en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)' niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' dient een hoogte-accent te worden gerealiseerd, waarbij de bouwhoogte ten minste 0,5 meter hoger moet zijn dan de bouwhoogte van aangrenzende woningen buiten die aanduiding; i. de afstand van de voorgevels van het hoofdgebouw tot de voorste perceelgrens bij: 1. vrijstaande woningen en twee-aaneen gebouwde woningen mag niet meer dan 6 meter en niet minder dan 3 meter bedragen; 2. aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 5 meter en niet minder dan 1 meter bedragen; 3. bij de situering van de onder 1 en 2 onderscheiden voorgevels geldt dat: niet meer dan twee aansluitende woningen in dezelfde gevellijn gebouwd mogen worden, waarbij het verschil in voorgevels tussen deze twee woningen en de andere woningen tenminste 0,50 meter bedraagt en; vanaf 5 of meer aaneengebouwde woningen niet meer dan 3 aaneensluitende woningen in dezelfde voorgevellijn gebouwd mogen worden; j. de afstand van de zijgevels van het hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens mag voorzover niet aaneengebouwd, aan de niet aangebouwde zijde niet minder dan 2 meter bedragen.

11.2.3 Bijbehorende bouwwerken Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen, met dien verstande dat op de in lid 11.1 bedoelde gronden uitsluitend bijbehorende bouwwerken ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, waarbij geldt dat: a. bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak moeten worden gebouwd; b. bijbehorende bouwwerken ten minste 1 meter achter de voorgevel, dan wel achter het verlengde daarvan, zullen worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een woning niet meer dan 100 m2 mag bedragen, met dien verstande dat: 1. het bebouwingspercentage van het bouwperceel, na aftrek van de oppervlakte van het hoofdgebouw, niet meer dan 50% bedraagt; 2. de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 30 m2 bedraagt; d. bij de toepassing van een kap(-vorm): 1. de goothoogte en de bouwhoogte voor vrijstaande bouwwerken niet meer dan respectievelijk 3,5 meter en 5 meter bedraagt; 2. de bouwhoogte voor aangebouwde bouwwerken niet meer dan 6 meter bedraagt; 3. de dakhelling van het bijbehorend bouwwerk overeenkomt met de dakhelling van het hoofdgebouw; e. bij de toepassing van een plat dak de bouwhoogte niet meer dan 3,5 meter bedraagt; f. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens niet minder dan 1 meter bedraagt, tenzij in de zijdelingse bouwperceelsgrens wordt gebouwd; g.

aan de voorzijde van de woning een erker mag worden gebouwd, met dien verstande dat deze: 1. geen grotere bouwdiepte mag hebben dan 1 meter; 2. geen grotere goothoogte mag hebben dan 3 meter; 3. geen grotere breedte mag hebben dan 75% van de breedte van de gevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw waartoe hij behoort; 4. toegepast bij aaneengebouwde woningen niet tot gevolg mag hebben dat de afstand van de woning tot de aan de weg/ woonstraat gelegen bouwperceelsgrens minder dan 3 meter bedraagt. 11.2.4 Nutsgebouwen a. nutsgebouwen mogen binnen de gehele bestemming gebouwd worden; b. de inhoud van bouwwerken voor nutsvoorzieningen buiten het bouwvlak mag niet meer dan 90 m3 bedragen; c. de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen.

Zeeheldenwijk

38

11.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het is verboden om zonder omgevingsvergunning te bouwen, met dien verstande dat op de in lid 11.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, waarbij geldt dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 6 meter mag bedragen; c. ten aanzien van erf- en terreinafscheidingen de volgende regels gelden: 1. voor de voorgevel tot 1 meter achter de voorgevel mag de bouwhoogte niet meer dan 1 meter bedragen; 2. de bouwhoogte mag, 1 meter achter de voorgevel of in het verlengde hiervan, niet meer dan 2 meter bedragen. 11.2.6 Goed woon- en leefklimaat a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen ten behoeve van milieugevoelige functies wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat, volgens de regels, zoals deze hiervoor zijn opgenomen in de beleidsregels 'Goed woon- en leefklimaat'; b. Bij de beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld onder a worden de beleidsregels betrokken zoals die op het moment van indiening van de aanvraag gelden.

11.2.7 Criteria voor bouwen, uitbreiden en wijzigen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan: a. het niet onevenredig schaden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden; b. de ruimtelijke kwaliteit, zoals vastgelegd in het stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk, zoals deze op het moment van de indiening van de aanvraag geldt; c. het bepaalde in artikel 21.2 ten aanzien van het parkeren. 11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en/of afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de milieusituatie; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. de sociale veiligheid; f. de duurzaamheid; g. externe veiligheid. 11.4 Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in 11.2.3 onder g voor het bouwen van een erker, waarbij de afstand tot de aan de weg gelegen bouwperceelsgrens minder dan 3 meter bedraagt, mits: 1. de afstand niet minder dan 1 meter wordt; 2. voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 11.2.7. b.

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 11.2.2 bij Maatvoering onder g, ten behoeve van een afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens van minder dan 3 meter, mits: 1. voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 11.2.7. 11.5 Specifieke gebruiksregels Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik: a. ten behoeve van een kantoorfunctie; b. in strijd met het bepaalde in artikel 21.2 ten aanzien van het parkeren.

Zeeheldenwijk

39

11.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in lid 11.1 genoemde gronden de volgende andere werken uit te voeren: a. aanleg watergangen en waterpartijen; b. dempen van oppervlaktewater; c. aanbrengen terreinverharding; d. aanleggen van wegen. 11.6.2 Uitzonderingen Het in 11.6.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning.

Zeeheldenwijk

40

Artikel 12

Gemengd - Uit te werken

12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - Uit te werken’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsmatige activiteiten die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen in Bijlage 2 behorende bij deze regels onder de categorieën 1 tot en met 2; b. maatschappelijke voorzieningen; c. indoor-leisure; d. wonen; e. aan huis verbonden beroep of bedrijf; f. ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' geldt dat: 1. wonen niet is toegestaan en; 2. bedrijfswoningen niet zijn toegestaan; g. perifere detailhandel en grootschalige detailhandel; met daarbij horende: h. ondergeschikte horeca, met dien verstande dat deze niet is toegestaan in bedrijfswoningen; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - erfsingel' de instandhouding en ontwikkeling van de afschermende erfbeplanting met bijbehorende sloot op het perceel, direct aansluitend aan de zijdelingse bouwperceelsgrens en de achtergrens van het perceel; j. bouwwerken; k. verhardingen, waarbij geldt dat in het geval van een bouwperceel: 1. maximaal 80% van de oppervlakte van het onbebouwde deel van het bouwperceel mag worden verhard; 2. het percentage onder 1 mag worden overschreden, mits de overschrijding in oppervlakte volledig wordt gecompenseerd door een vegetatiedak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel; l. parkeervoorzieningen; m. groenvoorzieningen; n. water; o.

nutsvoorzieningen; p. wegen, voet- en fietspaden; alsmede voor: q. beheer en onderhoud van gronden gelegen binnen aangrenzende bestemmingen. 12.2

Uitwerkingsregels

12.2.1 Algemeen Het bevoegd gezag werkt de in artikel 12.1 omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte van bouwpercelen voor indoor-leisure mag, binnen de bestemmingen 'Gemengd - 1' en 'Gemengd - Uit te werken', niet meer dan 15.000 m2 bedragen; b. de oppervlakte van bouwpercelen voor maatschappelijke voorzieningen mag binnen de bestemmingen 'Gemengd - 2' en 'Gemengd - Uit te werken' niet meer dan 10.000 m2 bedragen; c. de oppervlakte van een bouwperceel voor bedrijfsmatige activiteiten zonder bedrijfswoning behorend tot milieucategorie 1 of 2, zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen in Bijlage 2, mag per perceel, niet meer bedragen dan 2.500 m2, met dien verstande dat de totale oppervlakte aan bouwpercelen binnen de bestemmingen 'Gemengd - 1'en 'Gemengd - Uit te werken' niet meer mag bedragen dan 20.000 m2; d. de oppervlakte van een bouwperceel voor bedrijfsmatige activiteiten met bedrijfswoning behorend tot milieucategorie 1 of 2, zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen in Bijlage 2, mag per perceel niet meer bedragen dan 1.000 m2, met dien verstande dat de totale oppervlakte aan bouwpercelen binnen de bestemming 'Gemengd - Uit te werken' niet meer mag bedragen dan 30.000 m²; e. het totale aantal bedrijfswoningen in het plangebied mag niet meer dan 30 bedragen;

Zeeheldenwijk

41

f.

het totale aantal woningen in het plangebied mag niet meer dan 1.650 bedragen, inclusief de bedrijfswoningen; g. het totale brutovloeroppervlak van grootschalige en perifere detailhandel mag binnen de bestemming 'Gemengd - Uit te werken' met nog eens 1.250 m2 worden uitgebreid, mits aangetoond wordt dat voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking; h. de bouwhoogte mag niet meer dan 15 meter bedragen; i. aan het uitwerkingsplan dient een door het college goedgekeurd inrichtingsplan ten grondslag te liggen; j. de inhoud van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 90 m3 bedragen; k. de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen. 12.2.2 Beleidsregels Bij de uitwerking worden de volgende beleidsregels via de regels van het uitwerkingsplan van toepassing verklaard: a. beleidsregels 'Parkeren'; b. beleidsregels 'Goed woon- en leefklimaat'; c. het stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk; d. beleidsregels 'Hogere waarde geluid'; e. beleidsregels 'Internetwinkels', zoals die op het moment van vaststelling van het uitwerkingsplan gelden. 12.3 Bouwregels Zolang en voor zover een hiertoe strekkend uitwerkingsplan nog niet in werking is getreden, mogen geen bouwwerken worden gebouwd. 12.4

Specifieke gebruiksregels

12.4.1 Voorwaardelijke verplichting erfsingel Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 12.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanplant en instandhouding van een erfsingel conform de geldende beleidsregels 'Beeldkwaliteitplan onderdeel de Groene Clusters', ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - erfsingel'. 12.5

Wijzigingsbevoegdheid

12.5.1 Wijzigingsbevoegdheid detailhandel, indoor-leisure en maatschappelijk Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening de bestemming van de gronden te wijzigen en meer detailhandel, indoor-leisure en maatschappelijke functies toe te staan, mits is aangetoond dat: a. er voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking; b. er daardoor geen belemmeringen optreden bij de verkeersafwikkeling op de wegvakken en kruispunten op het aansluitende omliggende wegennet; c. er geen belemmeringen optreden bij de verkeersafwikkeling op basis van een verkeersmonitoring. 12.5.2 wetgevingzone - wijzigingsgebied 3 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 3' te wijzigen met als doel de realisatie van bedrijfswoningen en woningen toe te staan, onder voorwaarden dat: a. het aantal (bedrijfs-)woningen niet meer bedraagt dan 2; b. belangen van derden en de waarden van de aangrenzende bestemmingen niet onevenredig worden geschaad of hinder worden toegebracht; c. dit niet op stedenbouwkundige en milieuhygiënische bezwaren stuit; d. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan eventueel aanwezige archeologische en ecologische waarden en dat de bodemgesteldheid van een zodanige kwaliteit is dat deze geschikt is voor woningbouw; e.

er geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en

Zeeheldenwijk

42

de duurzaamheid; voorafgaand aan de vaststelling van het wijzigingsplan het kostenverhaal van de gemeente met betrekking tot de exploitatiebijdrage overeengekomen en verzekerd is; g. bij wijziging worden de volgende beleidsregels via de regels van het uitwerkingsplan van toepassing verklaard: 1. beleidsregels 'Parkeren'; 2. beleidsregels 'Goed woon- en leefklimaat'; 3. het stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk; 4. beleidsregels 'Hogere waarde geluid'; 5. beleidsregels 'Archeologie'; 6. beleidsregels 'Internetwinkels'; zoals die op het moment van wijziging gelden. f.

Zeeheldenwijk

43

Artikel 13

Woongebied - Uit te werken

13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend in de vorm van onderwijs en, intramurale zorg; c. aan huis verbonden beroep of bedrijf; met daarbij horende: d. bouwwerken; e. tuinen; f. verhardingen, waarbij geldt dat in het geval van een bouwperceel: 1. maximaal 80% van de oppervlakte van het bouwperceel mag worden verhard; 2. het percentage onder 1 mag worden overschreden, mits de overschrijding in oppervlakte volledig wordt gecompenseerd door een vegetatiedak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel; g. woonerven; h. woonstraten; i. parkeervoorzieningen; j. voet- en fietspaden; k. groenvoorzieningen; l. kunstwerken; m. water; n. nutsvoorzieningen; alsmede voor: o. beheer en onderhoud van gronden gelegen binnen aangrenzende bestemmingen. 13.2

Uitwerkingsregels

13.2.1 Algemeen Het bevoegd gezag werkt de in artikel 13.1 omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels: a. het totale aantal woningen (inclusief bedrijfswoningen) in het plangebied mag niet meer dan 1.650 bedragen; b. de goothoogte van grondgebonden woningen mag niet meer dan 6,5 meter bedragen; c. de bouwhoogte van grondgebonden woningen mag niet meer dan 10 meter bedragen; d. de bouwhoogte van woongebouwen mag niet meer dan 11 meter bedragen; e. van de onder b, c en d genoemde hoogtes mag worden afgeweken, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de duurzaamheid; f. de wegen, straten en voet- en fietspaden, de groenvoorzieningen en de sloten, vaarten en waterpartijen dienen zoveel mogelijk aan te sluiten op de infrastructuur van het aangrenzende woon-/werkgebied; g. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de geluidsbelasting mag niet onevenredig toenemen bij de bestaande woningen; h. aan de ontwikkeling dient een door het college goedgekeurd inrichtingsplan ten grondslag te liggen; i.

de oppervlakte van de bouwwerken op een bouwperceel mag niet meer bedragen dan 50% van dat bouwperceel. Dit geldt niet voor bouwpercelen waar gestapelde woningen worden gerealiseerd; j. de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven in de omgeving van het plangebied mogen niet onevenredig worden beïnvloed; k. bij de uitwerking moet een deel van de woningen en bijbehorende voorzieningen op een eiland worden gerealiseerd. De oppervlakte van het aan te leggen water rond het eiland moet ten minste 22.150 m2 bedragen.

Zeeheldenwijk

44

l.

in het verlengde van het eiland in het nieuw aan te leggen water dient een afscherming te worden geplaatst langs de Urkervaart, zodat boten niet vanaf die kant en omgekeerd de Urkervaart op /af kunnen varen; m. de inhoud van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 90 m3 bedragen; n. de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen. 13.2.2 Beleidsregels Bij de uitwerking worden de volgende beleidsregels via de regels van het uitwerkingsplan van toepassing verklaard: a. beleidsregels 'Parkeren'; b. beleidsregels 'Goed woon- en leefklimaat'; c. het stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk; d. beleidsregels 'Hogere waarde geluid'; e. 'Beleidsregel wonen en werken aan huis gemeente Urk 2008'; f. beleidsregels 'Internetwinkels', zoals die op het moment van vaststelling van het uitwerkingsplan gelden. 13.3 Bouwregels Zolang en voor zover een hiertoe strekkend uitwerkingsplan nog niet in werking is getreden, mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

Zeeheldenwijk

45

Artikel 14

Leiding - Gas

14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en de bescherming van gasleidingen met een strook van 5 meter ter weerszijden van de op de verbeelding aangeduide leiding. 14.2 Bouwregels Binnen deze dubbelbestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regel: a. de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen mag niet meer dan 2,5 meter bedragen. 14.3 Specifieke gebruiksregels Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming. 14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Vergunningsplicht a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de lid 14.1 genoemde gronden, de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, die de veiligheid kunnen schaden of de continuïteit van de energievoorziening in gevaar kunnen brengen: 1. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 2. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; 3.

het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen; 4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en of bomen; 5. het vellen of rooien van houtgewas. 14.4.2 Uitzonderingen a. Het in 14.4.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: 1. die het normale onderhoud en beheer van de gasleiding betreffen; 2. die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn; b. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder 14.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de gasleidingen en/of energievoorziening ontstaat of kan ontstaan; c. Advisering: 1. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld onder 14.4 wordt het advies ingewonnen van de bevoegde beheerder van de gasleiding.

14.4.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, als bedoeld in lid 14.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, dan wel door de daarvan, hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/ of functies welke het plan beoogt te beschermen dan wel door hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet wordt gekomen.

Zeeheldenwijk

46

Artikel 15

Leiding - Riool

15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en bescherming van de rioolpersleiding. 15.2 Bouwregels Binnen deze dubbelbestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd. Op de in 15.1 bedoelde gronden mag in afwijking van het bepaalde in de andere bestemmingen niet worden gebouwd met uitzondering van gebouwen ten behoeve van het leidingbeheer, met inachtneming van de volgende regels: a. de inhoud van bouwwerken voor ' Leiding - Riool' mag niet meer dan 90 m3 bedragen; b. de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen. 15.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.2 voor wat betreft het oprichten van bebouwing overeenkomstig de ter plaatse geldende basisbestemming, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de rioolpersleiding, in verband waarmee de bevoegde leidingbeheerder wordt gehoord. 15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Vergunningsplicht a.

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in 15.1 bedoelde gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: 1. het vergraven en egaliseren van gronden; 2. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; 3. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakte verhardingen; 4. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; 5. het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in 15.4.1 onder a mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden hieraan voldoende tegemoet kan worden gekomen; c. Bij de afweging als bedoeld in 15.4.1 onder b wordt in ieder geval betrokken de bestemmingsomschrijving van de ter plaatse geldende bestemming. 15.4.2 Uitzonderingen Het in 15.4.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud en beheer van de rioolleiding betreffen; b.

die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning.

Zeeheldenwijk

47

Artikel 16

Waarde - Archeologie 1

16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. 16.2

Bouwregels

16.2.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 1' mede bestemde gronden. 16.2.2 Uitzonderingen Het onder 16.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing als aan onderstaande voorwaarde wordt voldaan: a. bebouwing waarbij de bodem tot maximaal 30 centimeter onder het bestaande maaiveld wordt geroerd (en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst) en die daar kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en). 16.3

Afwijken van de bouwregels

16.3.1 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod in 16.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van deskundig archeologisch onderzoek in voldoende mate blijkt dat: a. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of b. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of c. de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. 16.3.2 Beperkingen Burgemeester en wethouders kunnen de afwijking onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door de burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden, op of in de in lid 16.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a.

het vergraven en egaliseren van gronden; b. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; c. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; d. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen; e. het aanbrengen van leidingen, constructies, installaties en apparatuur; f. het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen; g. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten

Zeeheldenwijk

48

gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten. 16.4.2 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in 16.4.1 mag alleen worden verleend, indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan, hetzij direct hetzij indirect, te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Vooraf dient door aanvrager van de omgevingsvergunning een deskundig archeologisch rapport overgelegd te worden waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat: a. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of b. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of c. de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. 16.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 16.4.1 is vereist voor werken of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c.

werken en werkzaamheden die betrekking hebben op ingrepen die niet dieper dan 30 cm de bodem verstoren. 16.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Zeeheldenwijk

49

Artikel 17

Waarde - Archeologie 2

17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. 17.2

Bouwregels

17.2.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 2' mede bestemde gronden. 17.2.2 Uitzonderingen Het onder 17.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing als aan tenminste één van de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer dan 50 m2 bedraagt en die daar kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en); b. bebouwing waarbij de bodem tot maximaal 30 centimeter onder het bestaande maaiveld wordt geroerd (en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst) en die daar kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en). 17.3

Afwijken van de bouwregels

17.3.1 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod in 17.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van deskundig archeologisch onderzoek in voldoende mate blijkt dat: a. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of b. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of c. de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. 17.3.2 Beperkingen Burgemeester en wethouders kunnen de afwijking onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door de burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden, op of in de in lid 17.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a.

het vergraven en egaliseren van gronden; b. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; c. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; d. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen; e. het aanbrengen van leidingen, constructies, installaties en apparatuur;

Zeeheldenwijk

50

f. het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen; g. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten. 17.4.2 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in 17.4.1 mag alleen worden verleend, indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan, hetzij direct hetzij indirect, te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Vooraf dient door aanvrager van de omgevingsvergunning een deskundig archeologisch rapport overgelegd te worden waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat: a. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of b. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of c. de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. 17.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 17.4.1 is vereist voor werken of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b.

die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c. werken en werkzaamheden die betrekking hebben op plangebieden die niet groter zijn dan 50 m² en ingrepen die niet dieper dan 30 cm de bodem verstoren. 17.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Zeeheldenwijk

51

Artikel 18

Waarde - Archeologie 3

18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. 18.2

Bouwregels

18.2.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 3' mede bestemde gronden. 18.2.2 Uitzonderingen Het onder 18.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing als aan tenminste één van de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer dan 50 m2 bedraagt en die daar kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en); b. bebouwing waarbij de bodem tot maximaal 50 centimeter onder het bestaande maaiveld wordt geroerd (en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst) en die daar kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en). 18.3

Afwijken van de bouwregels

18.3.1 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod in 18.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van deskundig archeologisch onderzoek in voldoende mate blijkt dat: a. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of b. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of c. de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. 18.3.2 Beperkingen Burgemeester en wethouders kunnen de afwijking onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door de burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 18.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden, op of in de in lid 18.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a.

het vergraven en egaliseren van gronden; b. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; c. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; d. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen; e. het aanbrengen van leidingen, constructies, installaties en apparatuur;

Zeeheldenwijk

52

f. het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen; g. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten. 18.4.2 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in 18.4.1 mag alleen worden verleend, indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan, hetzij direct hetzij indirect, te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Vooraf dient door aanvrager van de omgevingsvergunning een deskundig archeologisch rapport overgelegd te worden waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat: a. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of b. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of c. de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. 18.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 18.4.1 is vereist voor werken of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b.

die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c. werken en werkzaamheden die betrekking hebben op plangebieden die niet groter zijn dan 50 m² en ingrepen die niet dieper dan 50 cm de bodem verstoren. 18.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Zeeheldenwijk

53

Zeeheldenwijk

54

Hoofdstuk 3

Artikel 19

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Zeeheldenwijk

55

Artikel 20

Algemene bouwregels

20.1 Bestaande bebouwing Indien de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan afwijkt van de in de planregels gegeven regels, mag in afwijking van deze regels, de bestaande: 1. goot- en bouwhoogte; 2. oppervlakte van een bouwwerk; 3. oppervlakte van een bouwvlak; 4. inhoud; 5. afstanden, als maximaal toelaatbaar worden aangehouden, mits deze afwijkende maatvoering, inhoud of oppervlakte op een legale wijze bij of krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening, Wet ruimtelijke ordening en -voorzover van toepassing- de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen. 20.2 Hogere waarde geluid Wanneer bij uitwerkingsplannen een besluit hogere waarde geluid moet worden vastgesteld, geldt het volgende: a. Bij de beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning gelden de regels zoals opgenomen in de beleidsregels 'Hogere waarde geluid'; b. Bij de beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld onder a worden de beleidsregels betrokken, zoals die op het moment van indiening van de aanvraag gelden.

Zeeheldenwijk

56

Artikel 21

Algemene gebruiksregels

21.1 Gebruik a. Het is verboden de gronden of opstallen te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aan de grond gegeven bestemming; b. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruiken van een bijbehorend bouwwerk bij een woning ten dienste van bewoning door een persoon die vanwege zijn gezondheidstoestand is aangewezen op de niet bedrijfsmatige zorg van een bewoner van de woning; c. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van: 1. gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; 2. gebouwen ten behoeve van een internetwinkel met afhaalpunt; 3. vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woonruimte; 4. gronden als staanplaats voor onderkomens; 5. gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, voor zo ver niet noodzakelijk in verband met het normale beheer en onderhoud van de gronden; d. Tot een met de bestemming strijdig gebruik, waarbij gronden en gebouwen (geheel of deels) zijn aangewezen voor wonen, woning(-en), woondoeleinden en/of woonfuncties, wordt in ieder geval gerekend: 1. woningsplitsing; 2. woningomzetting; 3. kamerverhuur/-bewoning. 21.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheid a.

Bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruik, bouwen of afwijken dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw en/of het terrein daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, motorfietsen, fietsen, of andere voertuigen, op eigen terrein in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op of onder het gebouw, en/of op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw of terrein behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. De parkeergelegenheid bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruik, bouwen of afwijken wordt bepaald aan de hand van de "Beleidsregels parkeren" of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s); b. De onder a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare auto's. Aan deze eis wordt voldaan door vast te houden aan de richtlijnen en maatvoering conform de "Beleidsregels parkeren" of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s); c.

Indien de bestemming van een gebouw of het terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; d. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde onder a, b en c: 1. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; en 2. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien; en 3. dient daarbij te voldoen aan de afwijkingsregels als opgenomen in de “Beleidsregels parkeren” of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s). e. Ruimte(n) voor het bepaalde onder a, b en c dient, voor zover de aanwezigheid van deze ruimten krachtens deze regels nodig is, beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik met de bestemming.

Zeeheldenwijk

57

21.3 Verlichting a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van het op zodanig wijze aanbrengen van openbare verlichting, terreinverlichting, dan wel andere kunstmatige verlichting op gronden en/of aan bouwwerken langs de Urkervaart, niet zijnde vervanging van reeds voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan aanwezige verlichting, waardoor de vliegroute van vleermuizen, zijnde de gronden op de verbeelding aangeduid met de aanduiding 'ecologie' niet meer als zodanig zal worden gebruikt; b. Met het oog hierop dient bij het aanbrengen van nieuwe verlichting langs de Urkervaart uit een door een deskundige opgestelde verklaring of rapport te blijken, dat deze verlichting de vliegroute van vleermuizen niet zodanig zal verstoren, dat het gebruik hiervan afneemt. 21.4

Afwijken van de gebruiksregels

21.4.1 Omgevingsvergunning Van het bepaalde in lid 21.1 onder d kan het college van burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken, mits: a. bij woningsplitsing wordt voldaan aan een minimale gebruiksoppervlakte wonen na splitsing van 60 m2 per woning en/of zelfstandige woonruimte; b. wordt voldaan aan een minimale gebruiksoppervlakte wonen van 25 m2 per onzelfstandige woonruimte bij woningomzetting naar onzelfstandige woonruimte(n); c. bij woningomzetting niet meer dan 4 onzelfstandige woonruimten per woning en/of zelfstandige woonruimte ontstaan; d. vanuit mantelzorg voor de zieke bewoner van het perceel de betreffende bijgebouwen tijdelijk geschikt worden gemaakt voor bewoning tot een oppervlakte van maximaal 100 m2; e. de behoefte ten behoeve van de beoogde doelgroep is onderbouwd en aangetoond; f. het beoogde gebruik niet in strijd is met vastgesteld beleid; g. wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 21.2 ten aanzien van parkeren; h. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=bd200c9c-c719-4318-ac0d-1039b4082bfa