CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie gemeente_Urk 2024-2028

Commissie Wonen, Werken en Veiligheid 29 november 2023, gemeente UrkBij agendapunt: Uitvoerings- en handhavingsstrategie Urk 2024-202821.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5. Zwaar letsel bij meerdere personen en meerdere dodelijke slachtoffers over een groot gebied. Denk hierbij aan meerdere doden verspreid over een wijk of stad. Duurzaamheid In hoeverre tast het probleem het milieu/de natuur aan, welk effect heeft dit op de verstoring, verspilling van grondstoffen en energie alsmede de aantasting van de Groene Wetgeving. De score ziet er als volgt uit: 1. De verstoring/calamiteit leidt niet tot achteruitgang van het milieu/de natuur. 2. De te verwachten afbreuk is gering. Hierbij valt te denken aan beperkte milieuschade als gevolg van (geringe) illegale stort, lozing of emissie van stoffen die slechts tijdelijk schade veroorzaken. Veelal betreft het kleine milieuovertredingen door particulieren of kleine bedrijven. 3. Er is sprake van een duidelijke aantasting van het milieu/de natuur, doch deze is omkeerbaar en heeft geen effecten op de lange termijn. 4. De te verwachten milieuaantasting is evident en heeft permanente gevolgen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing, stort of emissie van sterk vervuilende/giftige stoffen. 5. De te verwachten milieuaantasting is evident en heeft permanente gevolgen en leidt tot grote natuurrampen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing, stort of emissie van sterk vervuilende/giftige stoffen in een kwetsbare omgeving (bijvoorbeeld beschermd natuurgebied).

Gezondheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot een afname van de gezondheid van de mens. De te verwachten schade aan de gezondheid als gevolg van bijvoorbeeld een afname van de luchtkwaliteit, waterkwaliteit, etc. Voorbeelden zijn toename fijnstof of andere luchtvervuiling, afname waterkwaliteit, etc. die de gezondheid van mensen nadelig beïnvloedt. De score ziet er als volgt uit: 1. De verstoring/calamiteit leidt niet tot mogelijke gezondheidsproblemen. 2. Gezondheidsproblemen bij één of enkele personen (niet blijvend). Denk hierbij aan lokale vervuiling / overlast waardoor stank bestaat of die stress oplevert. 3. Algehele (niet blijvende) gezondheidsproblemen. Denk hierbij aan ernstige lucht-, water- of andere vervuiling waardoor long of oogirritaties ontstaan 4. Blijvende gezondheidsproblemen voor meerdere personen, bijvoorbeeld permanente aantasting van luchtwegen, blindheid, langdurige psychische problemen. 5. Zware gezondheidsproblemen met de dood als gevolg, bijvoorbeeld langdurige blootstelling aan radioactieve straling of asbest. Leefbaarheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot afbreuk van het omgevingsmilieu. De te verwachten afbreuk en schade aan de leefomgeving als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak door de overheid. De score ziet er als volgt uit: 1.

Er is geen sprake van een negatief effect op het maatschappelijk welbevinden of het effect is verwaarloosbaar klein.

27

2. De te verwachten afbreuk is minimaal/verwaarloosbaar. Hierbij valt te denken aan beperkte overlast in de vorm van stank, geluid of trillingen (zintuiglijke waarneming). De (beleving van) de veiligheid in de directe woonomgeving is niet in het geding. 3. De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zullen zijn. Hierbij valt te denken aan een geringe afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast of een permanente overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden. 4. De te verwachten afbreuk heeft ernstige gevolgen die echter niet permanent zijn. Hierbij valt te denken aan een afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden. 5. De te verwachten afbreuk is evident en heeft permanente grote gevolgen. Hierbij valt te denken aan een sterke afname van (het gevoel van) veiligheid in de directe omgeving en/of ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden, blijvende gezondheidsklachten veroorzaken, etc. Financieel economisch Wat is de financieel-economische schade voor de gemeente/provincie als gevolg van de calamiteit.

Het gaat hier om schade die door de gemeente/provincie moet worden vergoed dan wel die ten laste komt van de gemeentelijke/provinciale economie. Voorbeelden zijn: Eventuele niet verzekerde kosten die door de gemeente/provincie worden gedragen (tijdelijke opvang, vergoedingen), verlies aan werkgelegenheid, economische achteruitgang, etc. De score ziet er als volgt uit: 1. Er is geen sprake van enige financieel - economische schade. 2. De directe financieel - economische schade is gering en blijft beperkt tot geringe directe kosten (maximaal 10.000,- euro. 3. De financieel - economische schade is aanzienlijk. Denk hierbij aan directe kosten tot maximaal 100.000,- euro en/of een geringe terugloop van economische bedrijvigheid. 4. De financieel - economische schade is hoog. Denk hierbij aan directe kosten tot 1 miljoen en/of terugloop van economische bedrijvigheid. 5. De financieel - economische schade is zeer hoog. Denk hierbij aan directe kosten van meer dan 1 miljoen en/of sterke terugloop van economische bedrijvigheid. Bestuurlijk imago Wat is de imagoschade van een eventuele calamiteit of het in stand houden van een illegale situatie.

De te verwachten afbreuk en/of schade aan het imago, beeld, geloofwaardigheid en vertrouwen van de burger in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Voorbeelden: (al dan niet georganiseerde) protesten, mediacampagnes, open brieven e.d., met als gevolg gezichtsverlies, gevoel van zaakjes niet op orde, etc. De score ziet er als volgt uit: 1. Er is geen sprake van afbreuk aan het bestuurlijk imago. 2. De te verwachten afbreuk is minimaal. Denk hierbij aan enkele brieven aan het bestuur, ingezonden brieven in de krant en/of een enkele klacht. Het algemene vertrouwen in het

28

bestuur wordt niet geschaad. Het idee dat het bestuur haar zaken niet op orde heeft, is niet aan de orde. 3. De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zijn. Denk hierbij aan een tijdelijke stroom klachten, georganiseerde buurtprotesten, enkele juridische procedures en een brede negatieve aandacht in de media. Algemeen ontstaat het beeld dat het bestuur niet alles op orde heeft. 4. De te verwachten afbreuk is evident en heeft grote permanente gevolgen. Denk hierbij aan voortdurende klachten over het onderwerp, brede maatschappelijke protesten en onrust, georganiseerde mediacampagnes, zware juridische procedures (nalatigheid, etc.) en algeheel gezichtsverlies van het bestuur. De positie van bestuurders is in het geding (moties van wantrouwen) en het bestuur wordt door de burgers als incompetent beschouwd. 5. De afbreuk van het bestuurlijk imago is dermate groot dat de positie van het bestuur als geheel per direct onhoudbaar is. Toepassen en invullen van de risicomatrix Voor de toekenning van de scores van 1 tot 5 is het volgende risicoscore overzicht uitgewerkt: Punten Betekenis 5 ZEER GROOT NEGATIEF EFFECT 4

GROOT NEGATIEF EFFECT

3

BEPERKT NEGATIEF EFFECT

2

KLEIN NEGATIEF EFFECT

1

ZEER KLEIN / GEEN NEGATIEF EFFECT

Daarnaast dient in eenzelfde risicomatrix de score ingevuld te worden voor het naleefgedrag. In het afwegingsmodel worden de risicoscores gecorrigeerd voor naleefgedrag. Dit risicomodel hanteert ook voor het naleefgedrag een 5-punts schaalverdeling: Punten Betekenis 5 ZEER LAAG NALEEFNIVEAU: NIET NALEEFGEDRAG IS ZEER HOOG 4

LAAG NALEEFNIVEAU: NIET NALEEFGEDRAG IS HOOG

3

VOLDOENDE NALEEFNIVEAU: NALEEFGEDRAG IS GEMIDDELD

29

2

RUIM VOLDOENDE NALEEFNIVEAU: NALEEFGEDRAG IS HOOG

1

GOED NALEEFNIVEAU: NALEEFGEDRAG IS ZEER HOOG

De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van….”. Als het naleefgedrag niet bekend is of er is een onvoldoende eenduidig beeld is, dan wordt het naleefgedrag op 3 (gemiddeld) gezet. Dit is conform één van de uitgangspunten opgenomen in de eerder vermelde uitgangspuntentabel van deze handleiding. Voorbeeld ingevulde risicomatrix Hieronder staat een voorbeeld risicoanalyse met betrekking op het domein Groen. Het is een fictief voorbeeld, deze problemen en de toegekende scores zijn niet direct van toepassing op de situatie bij de gemeente Urk. Code Beschrijving van de problemen Domein GROEN (o.a. overtredingsoorten) G1 Crossen met m.n. motoren en ATB fietsen in natuurgebieden, individueel en in groepsverband G2 Houden van bijen G3 Illegale dumping drugsafval in natuurgebied

Naleving Veilighei Kans dat het d Probleem zich voordoet NALEEFNIVE AU

Duurzaa mheid

Gezon Leefbaa Financi Bestuurli dheid rheid eel jk econom isch

5

2

4

3

3

4

3

2

2

1

1

1

1

2

2

2

4

3

4

3

4

Toelichting op ingevulde tabel Bovenstaande tabel is een gedeeltelijke uitwerking van de risicomatrix met betrekking tot domein Groen. In de eerste kolom geeft de code aan op welke Vergunningverlening of Toezicht- en handhavingsovertreding de beschrijving betrekking heeft binnen het domein Groen (G1, G2 etc.). Bijvoorbeeld onder “G1” wordt verstaan “crossen in natuurgebied”. In de tweede kolom staat de uitgebreide omschrijving van de overtreding. In de derde kolom volgt een beoordeling van het Naleefniveau (een goed naleefniveau kleurt groen met een onderliggende score van ‘1’, een zeer laag naleefniveau kleurt rood met een onderliggende score van ‘5’, zie voorbeeld het roodgekleurde vak). Vanaf kolom 4 (Veiligheid) tot en met 9 (Bestuurlijk Imago) wordt het Negatief 30

effect op de zes beoordelingscriteria toegekend. Als voorbeeld de middelste rij (gerelateerd aan G2 “houden van bijen” kleuren alle vlakken volledig groen. Dat wil zeggen dat er ‘een (zeer) klein/geen negatief effect’ is op de zes beoordelingsaspecten en het naleefgedrag is hoog. Indien alle risicomatrices voor de betreffende taken zijn ingevuld volgt hieronder een voorbeeld hoe de totale risicoscore tot stand komt: Code Beschrijving van Kans de problemen Kans dat het (o.a. probleem overtredingen) zich voordoet (kans op het niet naleven van…) G1 Crossen met m.n. 5 motorenen ATB fietsen in natuurgebieden, individueel en in groepsverband G2 Houden van bijen 2 G3 Illegale dumping 2 drugsafval in natuurgebied

Effect Gemiddel de van de thema’s

RISICO = Kans x Effect

3,1

15,5

1,3 3,3

2,6 6,6

De resultaten van de risicoscores zijn gebaseerd op onderstaande schaalverdeling met betrekking tot de (minimale en maximale) totaaluitkomsten (is RISICO = Kans x Negatief Effect):

GROTER DAN OF GELIJK AAN 7

>7

GEMIDDELD RISICO

KLEINER DAN 7 EN GROTER DAN 4

> 4 -7

LAAG RISICO

KLEINER DAN OF GELIJK AAN 4

<4

HOOG RISICO

31

Bijlage 4 Uitkomsten risicoanalyse Domein

Problemen / Overtredingssoorten

Subtotaa l effecten Kans Scha al 15

Effecten

Veiligheid

Gezondheid

Leefbaarheid

Financieel economisch

Bestuurlijk imago

Kans x Effect

Duurzaamheid

Schaal 1-5

Risico

2

2

3

3

1

3

2,333

3

7,000

3 4 4 4 4

2 3 4 3 2

4 4 4 3 1

2 2 4 3 3

2 3 2 2 4

3 4 2 2 3

2,667 3,333 3,333 2,833 2,833

3 2 2 2 2

8,000 6,667 6,667 5,667 5,667

3

2

2

1

1

1

1,667

3

5,000

4

2

4

3

1

2

2,667

1

2,667

3

2

2

1

1

1

1,667

3

5,000

4 2

1 3

4 3

4 3

1 1

3 1

2,833 2,167

5 4

14,16 7 8,667

3

2

3

3

1

1

2,167

2

4,333

3 1

1 2

3 2

3 2

1 2

1 2

2,000 1,833

3 2

6,000 3,667

1

2

2

2

2

2

1,833

2

3,667

1

2

2

2

2

2

1,833

1

1,833

1

2

2

2

2

2

1,833

1

1,833

4

2

4

4

2

4

3,333

4

2

3

3

3

2

3

2,833

4

BOUWE N nieuwbouw/ verbouw

Handelen zonder of in strijd met een tijdelijke omgevingsvergunning activiteit bouw (oa. Mantelzorg) Handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning activiteit bouw: bedrijf, kantoor, winkel, horeca maatschappelijke gebouwen, kinderdagverblijven, scholen, zorg, sport in het kader van brandveiligheid utiliteitsbouw (m.n. grote bedrijfsopslag, loodsen, e.d.) infrastructurele bouwwerken (bruggen, viaducten, tunnels, e.d.) kleine bouwwerken (1-laags), bouwwerken geen gebouw zijnde, dakkappelen, tuinhuisjes woongebouwen, appartementen, logiesgebouwen In strijd met Besluit Bouwwerken Leefomgeving bij vergunningsvrije bouwwerken

bestaande bouw

Handelen in strijd met: kamer verhuur, woningsplitsing Stookoverlast Constructie, fundering

SLOPEN

ERFGOE D

RO

Handelen zonder of in strijd met: sloopmelding: zonder asbest sloopvergunning (in relatie tot monumenten) Aantasting uiterlijk aanzien / omkeerbare beschadiging cultuurhistorische waarden Handelen zonder of in strijd met vergunning(voorschriften) activiteit bouw veranderen van een monument Instandhoudingsplicht / onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden Activiteit 'strijdig gebruik': jeugdhonken bedrijfsmatige activiteiten waar niet is toegestaan (woonwijken óf winkelcentra/industrieterrein)

13,33 3 10,66 7

32

4 4 4

2 2 2

4 4 2

4 2 4

4 2 2

3 4 4

3,167 3,000 3,000

3 3 3

10,50 0 9,000 9,000

1 1

3 3

1 2

3 3

1 1

3 2

2,000 2,000

3 3

6,000 6,000

2

2

2

3

1

3

2,167

3

6,500

4

2

3

4

3

4

3,333

4

13,33 3

parkeerexcessen (parkeren op de stoep/plantsoenen) handel en gebruik van (soft)drugs (waaronder lachgas) woonoverlast (burenruzies) verrommeling van de openbare ruimte (controle reclame, terrassen, verloren en verlaten (brom)fietsen, aanhangers/caravan) loslopende honden en hondenpoep Handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning voor kappen afval illegale stort Bijtincidenten

4 3 2

1 3 2

4 4 3

4 4 4

1 2 1

3 3 2

2,833 3,167 2,333

4 3 3

11,33 3 9,500 7,000

1 1 1 1 3

1 1 3 3 1

2 2 2 2 2

3 3 3 3 3

2 1 1 2 1

2 3 2 3 1

1,833 1,833 2,000 2,333 1,833

3 3 2 2 2

5,500 5,500 4,000 4,667 3,667

verkoop/wederverstrekking alcohol minderjarigen

3

1

4

4

1

4

2,833

4

11,33 3

overtreden vergunningsvoorwaarden (bv terrassen, geen leidinggevende aanwezig/actuele vergunning, sluitingstijden) besloten feest bij een paracommerciële instelling

3 3

1 1

3 4

4 3

1 1

2 2

2,333 2,333

4 3

9,333 7,000

handelen zonder of in afwijking van evenementenvergunning/melding

4

2

3

3

2

3

2,833

3

8,500

verkoop alcohol bij evenementen (artikel 35 alcoholwet)

3

1

3

2

1

3

2,167

3

6,500

opslaan van vuurwerk in de woning permanente bewoning recreatieve inrichtingen ondermijning aanleggen waar niet is toegestaan overige strijd omgevingsplan: zoals bouwen buiten bouwvlak, overschrijden bebouwingsoppervlakte en gebruik in strijd met de doeleindenomschrijving Handelen zonder of in strijd met een tijdelijke omgevingsvergunning activiteit handelen in strijd met omgevingsplan

Verorden ing Fysieke Leefomg eving

Alcoholw et

Eveneme nten

overlast jongeren (meldingen op overlast jeugd, leefbaarheid op straat, vuurwerkoverlast)

GROTER DAN OF GELIJK AAN 7 HOOG RISICO GEMIDDE KLEINER DAN 7 EN GROTER DAN 4 LD RISICO LAAG KLEINER DAN OF GELIJK AAN 4 RISICO

>7 >4 -7 <4

33

Bijlage 5 Strategieën In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven, waarbij onderscheid is gemaakt tussen de uitvoerings- en nalevingstrategieën.

Uitvoeringsstrategie • Preventiestrategie • Toetstrategie • Toezichtstrategie vergunning

Nalevingstrategie • Communicatiestrategie • Toezichtstrategie • Sanctiestrategie

Uitvoeringsstrategieën Deze bijlage beschrijft de uitvoeringsstrategieën die wij toepassen om VTH taken uit te voeren en valt grofweg uiteen in 2 delen: 1. preventiestrategie 2. toetsing- en toezichtstrategie

1. Uitvoering: Preventie De preventiestrategie richt zich enerzijds op het vergroten van kennis en bewustwording bij inwoners, bedrijven en instanties over welke regelgeving van toepassing is en voor welke activiteiten een melding of vergunning nodig is. Om (spontaan) aan deze regels te kunnen voldoen, moet immers bekend zijn welke regels van toepassing zijn. Anderzijds richt de preventiestrategie zich op het stimuleren van betrokkenen om aan de geldende regels te voldoen. Inzet van de preventiestrategie vindt doorlopend plaats en gaat veelal vooraf aan potentiële aanvragen of meldingen. Door inzet in het voortraject willen wij zoveel mogelijk voorkomen dat wij achteraf tot actie moeten overgegaan. Bij de preventiestrategie onderscheiden wij een aantal trajecten: ➢ ➢ ➢ ➢

Communicatie en voorlichting Participatie Omgevingsoverleg Interne en externe afstemming & samenwerking

Communicatie en voorlichting Uit ervaring blijkt dat onvolledige en/of onjuiste aanvragen dan wel overtredingen bij burgers en bedrijven regelmatig voortkomen uit het gebrek aan kennis over de geldende wet- en regelgeving. Door dit gebrek aan kennis ontbreekt het besef dat er niet volgens de regels wordt gehandeld. De gemeente stimuleert potentiële aanvragers actief na te gaan of aanvragen/meldingen nodig zijn. Hiertoe passen wij de preventiestrategie op de onderstaande manieren toe: 34

1. Voorlichting en informatievoorziening vindt deels plaats door de frontoffice waar potentiële aanvragers een afspraak kunnen maken en zowel algemene als voor een specifieke locatie geldende informatie kunnen opvragen. 2. Daarnaast maken wij gebruik van (publicaties in) de (lokale) media, de gemeentelijke website en/of nieuwsbrief. Op de gemeentelijke website en via de frontoffice bieden wij (doorlopend) informatie aan over vergunningverlening en/of onderwerpen die wij een hoge prioriteit toekennen, bijvoorbeeld in de vorm van brochures. 3. Tevens informeren wij burgers en bedrijven met name via de toezichthouders, die “buiten” veelal het eerste aanspreekpunt zijn. Omgevingswetproof werken De inwerkingtreding van de Omgevingswet zorgt voor de volgende wijzigingen: • de Omgevingswet stimuleert participatie en voor sommige aanvragen is er een participatieverplichting voor initiatiefnemers; • veel vergunningprocedures dienen afgehandeld te worden in 8 weken; • het in een vroegtijdig stadium betrekken van de initiatiefnemers, belanghebbende(n) en ketenpartners is daarbij cruciaal; • en er dient een integrale afweging in samenwerking met de ketenpartners mogelijk zijn gemaakt om de termijnen te kunnen halen.

Participatie De Omgevingswet stimuleert participatie. Bij een omgevingsvergunning is er sprake van een initiatiefnemer. In de Omgevingswet staat dat initiatiefnemers moeten aangeven of er bij bepaalde initiatieven geparticipeerd is. Hoe zij dit vormgeven is door de wetgever bewust opengelaten. Dit om ruimte te laten voor participatievormen die aansluiten bij de opgave en bij onze visie erop. Omgevingsoverleg Wij bieden potentiële aanvragers een omgevingsoverleg aan. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Dit vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. Een proces dat (ruimschoots) start voordat een aanvraag om omgevingsvergunning formeel ingediend wordt bij de gemeente. Dit alles krijgt vorm in het omgevingsoverleg. Het doel van het omgevingsoverleg is om na te gaan of een voorgenomen activiteit wenselijk en mogelijk is. Om erachter te komen of een initiatief wenselijk is, wordt indien nodig een intake en/of omgevingstafel georganiseerd.

Bij strijdigheid met de (wettelijke) toetsingskaders kan vroegtijdig onderzocht worden of het plan zodanig is aan te passen dat het past binnen de kaders óf dat er een mogelijkheid is om het initiatief passend te maken zonder veel kosten te maken en het plan al tot in detail uit te hoeven werken. Voor onze basiswerkwijze sluiten wij aan bij de regionale werkafspraken, te weten: Intaketafel (digitaal) / afstemming met ketenpartners Omschrijving: Het bevoegd gezag organiseert een externe digitale intaketafel. Deze intaketafel is een korte inventarisatie bij alle ketenpartners over het initiatief. De intaketafel geschied digitaal. Aan de hand van een korte casusbeschrijving en middels een quickscan beoordeelt de ketenpartner of hij het initiatief kansrijk acht en of hij betrokken wil worden bij een eventuele omgevingstafel. Er is ruimte voor een korte toelichting/opmerkingen die het bevoegd gezag al kan 35

meegeven aan de initiatiefnemer. Het initiatief wordt echter nog niet uitgebreid inhoudelijk beoordeeld. Doel: Bij ketenpartners ophalen hoe kansrijk een initiatief is en ophalen of de partner betrokken wil worden bij een eventuele omgevingstafel. Uitgangspunten: Laagdrempelig, makkelijk en breed ingezet. Van belang is dat de casemanager vóór het uitzetten van het initiatief, zorg draagt dat de aangeleverde informatie bij het initiatief voldoende om te kunnen beoordelen. Ook dient het initiatief voldoende concreet (rijp) te zijn om besproken te worden. Hoe: Digitaal via een makkelijk en snel in te vullen formulier. Bijvoorbeeld middels een stoplicht/puntensysteem kunnen ketenpartners aangeven hoe kansrijk zij het initiatief vinden en of ze betrokken willen worden bij een eventuele omgevingstafel. Dit formulier is zoveel mogelijk uniform bij alle bevoegd gezagen. Ook hier wordt bij voorkeur samengewerkt via het DSO. In ieder geval zal de benodigde informatie naar een algemeen adres van de ketenpartners toegestuurd worden. De ketenpartners kunnen de gegeven informatie op deze manier zelf doorspelen naar de relevante medewerkers. Doorlooptijd: Ketenpartners hebben één week om te reageren. Opmerkingen: •

• • • • •

Ook als de leidraad doet vermoeden dat ketenpartners hier mogelijk geen belang bij hebben, krijgen ze de kans deel te nemen aan de intaketafel. De leidraad is namelijk alleen bedoeld om het bevoegd gezag te helpen om een beslissing te nemen of de omgevingstafel al of niet wordt ingezet. In overleg met de ketenpartners is het wenselijk om voor de zekerheid alle adviseurs te betrekken. Bij deze stap vindt nog geen uitgebreide inhoudelijke beoordeling plaats. Deze stap dient slechts ter inventarisatie om te bepalen hoe kansrijk een initiatief is en welke ketenpartners bij een omgevingstafel betrokken zouden willen worden. Het is de wens om de aanvraagformulieren voor de initiatiefnemers op elkaar af te stemmen. Bij voorkeur wordt er een kaart toegevoegd, dit ter verduidelijking van de locatie van het initiatief. Ketenpartners kunnen opmerkingen aan het bevoegd gezag meegeven. Bevoegd gezag kan deze doorgeven aan de initiatiefnemer. Bij voorkeur brengt de casemanager iedereen op de hoogte van de beoordeling van alle partijen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door gezamenlijk in één document alle beoordelingen vast te leggen.

Resultaten intaketafel Omschrijving: Het bevoegd gezag weegt af, mede aan de hand van de uitkomst bij de uitvraag aan de ketenpartners, of er een Omgevingstafel georganiseerd dient te worden. Het bevoegd gezag stemt af met de initiatiefnemer. Doel: Afwegen door het bevoegd gezag of er een omgevingstafel georganiseerd dient te worden. En zo ja, deze organiseren. Uitgangspunt: Een initiatief heeft soms tijd nodig om te rijpen. Hier moet ruimte voor zijn.

36

Hoe: Doorlooptijd: Dit is maatwerk, dit is afhankelijk van de beoordeling bij de intaketafel. Opmerkingen: Omgevingstafel Omschrijving: Uitvoeren van de omgevingstafel. Doel: Integraal afwegen van het initiatief van uit het ‘ja mits’ principe. Uitgangspunten: • • • •

Ook ketenpartners die niet aan de tafel deelnemen krijgen inzage in de stukken zodat ze zicht hebben op de ontwikkelingen en in kunnen stappen als dat nodig is. De casemanager van het bevoegd gezag is aanspreekpunt voor alle partijen. Partijen ontvangen minimaal twee weken voor aanvang van de tafel de benodigde stukken en worden op de hoogte gebracht van de aard van de tafel. Ook wordt benoemd waar de tafel plaatsvindt. Uitgangspunt is dat de tafel plaatsvindt bij het bevoegd gezag tenzij anders is afgesproken.

Hoe: Bij voorkeur fysieke samenstelling: • •

Voorafgaand aan de omgevingstafel is duidelijk welke vraag centraal staat/moet worden beantwoord aan de omgevingstafel en op welk betrekkingsniveau de tafel plaatsvindt (strategische, conceptontwerp). Tijdens de omgevingstafel wordt met alle aanwezigen besproken hoe er nu verder gegaan wordt en of een eventueel volgende omgevingstafel nodig is. Hetgeen besproken is tijdens de tafel wordt vastgelegd zonder dat dit tot een besluit in de zin van de Awb leidt. Vastlegging dient enkel voor het bieden van een overzicht voor partijen.

Doorlooptijd: Dit is maatwerk en kan per initiatief verschillen. Bij het ene initiatief zal dit snel kunnen terwijl voor andere initiatieven wellicht meerdere tafels vereist zijn. Belangrijk is wel dat er elke keer SMART afspraken gemaakt worden over hoe het vervolg eruitziet. Opmerkingen: Duidelijkheid over het proces en de doelen is in deze stap belangrijk. Hier ligt een belangrijke rol voor de casemanager. Deze dient aan de voorkant duidelijkheid te geven over het doel van een tafel, de vorm van de tafel en wat er van iedereen verwacht wordt. Naast de ketenpartners sluiten bij voorkeur ook de initiatiefnemer en belanghebbenden bij deze stap aan. Uitgangspunt voor de planning van de Omgevingstafels binnen Flevoland is als volgt: • • • • • •

Lelystad: 1s ste donderdag van de maand Urk: 2 de donderdag van de maand (ochtend) Noordoostpolder: 2e dinsdag van de maand (ochtend) Almere: 3 de donderdag van de maand Dronten: 4 de donderdag van de maand (middag) Zeewolde: 4 de donderdag van de maand (ochtend)

37

Indien provincie bevoegd gezag is, zal deze zal deze besproken worden aan de omgevingstafel van de meest logische gemeente. Aanvraag Omschrijving: Na afronding van de omgevingstafel is antwoord gekomen op de vraag of en onder welke voorwaarden het initiatief kan worden voortgezet in een aanvraag voor een omgevingsvergunning of een omgevingsplan. Doel: Het komen tot de daadwerkelijke aanvraag. Uitgangspunt: Hoe: Doorlooptijd: Opmerkingen: Als de omgevingstafel succesvol was kan een aanvraag snel afgehandeld worden. AVG-opmerkingen: •

•

•

Je gaat in eerste instantie als gemeente persoonsgegevens verwerken (het intakeformulier) – die verwerking moet in het verwerkingenregister komen (daarmee maak je inzichtelijk welke gegevens je onder welke grondslag verwerkt en ook met wie je de gegevens gaat delen – onder welke grondslag). Als er geen wettelijke grondslag is, heb je toestemming van de aanvrager nodig. Maar in dit geval is er wel een wettelijke grondslag. Je hebt als gemeente informatieplicht. Dat kan naast het opnemen in het openbare verwerkingenregister natuurlijk ook zijn door informatie op de website of bijvoorbeeld op het intakeformulier. “Uw gegevens worden gedeeld met andere overheden die mogelijk belangen hebben ...etc.” In het kader van proportionaliteit is de vraag of je de persoonsgegevens dan ook al met deze partijen moet delen, of dat je alleen het initiatief verstrekt. De persoonsgegevens zijn op het moment van intake nog niet relevant, dat wordt voor de belanghebbenden pas relevant als het initiatief verder gaat richting Omgevingstafel bijvoorbeeld.

Interne en externe afstemming & samenwerking De toegevoegde waarde van communicatie en voorlichting valt of staat met een eenduidige en uniforme toetsing en optreden naar burgers en bedrijven. Adequate interne en externe afstemming en samenwerking is daarbij noodzakelijk. Het gaat dan om interne afstemming en samenwerking tussen zowel vergunningverleners en andere interne betrokkenen onderling, als ook tussen vergunningverlener(s), toezichthouder(s), handhaver(s) en adviseur(s). Daarnaast omvat dit de relatie met andere organisatieonderdelen, zoals de teams die verantwoordelijk zijn voor ruimtelijke plannen en de uitvoering van projecten. Externe afstemming en samenwerking is van belang om te komen tot een optimaal en integraal resultaat in zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving en is bovendien cruciaal om een vergunning te kunnen afgeven binnen 8 weken. De samenwerkende partners (waterschap, politie, veiligheidsregio, omgevingsdienst, provincie, ministerie enzovoorts) benutten op deze manier de specifieke deskundigheid, ondersteuning, aanvulling en informatie over en weer. Ook het overleg met adviseurs van aanvragers, zoals architecten, milieuadviseurs enzovoorts, is veelal nodig en van betekenis voor het gewenste eindresultaat. Binnen de regio hebben wij met onze ketenpartners samenwerkingsafspraken voor de VTH-ketenprocessen gemaakt.

Voor de ketenpartners is de noodzaak om informatie uit te wisselen en te delen steeds groter geworden. 38

De wijze waarop wij samenwerken en het moment van afstemming liggen vast in specifieke werkprocessen, -instructies en -afspraken. Ook de samenwerkingsafspraken met ketenpartners maken hier onderdeel van uit.

39

2. Uitvoering: Toetsing- en toezichtstrategie Volgens de regelgeving dient de U&HS inzicht te bieden in de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen én de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen (toetsingsstrategie). Ook zijn we verplicht om de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden te beschrijven (toezichtsstrategie). Met het vastleggen van deze strategie voldoen wij hieraan: Hieronder beschrijven wij de uitvoeringsstrategie en lichten de volgende onderdelen toe: • • •

de vormen van uitvoering (2.1) toetsings- en toezichtsstrategie (2.2); toetsingskaders en werkwijze (2.3).

2.1 Vormen van uitvoering De verschillende vormen van uitvoering die wij hanteren zijn:

Vorm Meldingen

Omschrijving Een melding Omgevingswet is een verplichting voor initiatiefnemers om voor sommige activiteiten in de leefomgeving een melding te doen of informatie te geven aan de overheid. De melding betreft een mededeling aan het bevoegd gezag en kan niet geweigerd worden. Tegen (de acceptatie van) een melding staan dan ook geen rechtsmiddelen zoals bezwaar open. Aan het bevoegd gezag is het de taak te beoordelen of de activiteit inderdaad meldingsplichtig is en of de melding volledig is ingediend, met als resultaat het al dan niet als melding accepteren. Een inhoudelijke beoordeling is dan ook niet aan de orde. Het accent van de gemeentelijke taken bij meldingen ligt daarom bij het uitvoeren van toezicht. Initiatiefnemers moeten voor sommige activiteiten in de leefomgeving een melding doen of informatie geven (informatieplicht) aan de overheid. Dit moet voor de meeste activiteiten minimaal 4 weken voor de start of de verandering.

Vergunning Reguliere procedure

Het volgen van de reguliere procedure is bij een aanvraag om omgevingsvergunning het uitgangspunt: binnen maximaal 8 weken moet op de aanvraag worden besloten. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd. Als de 40

beslistermijn verstreken is zonder dat er een besluit is genomen, kan de gemeente op grond van de Algemene wet bestuursrecht een dwangsom aan de aanvrager verschuldigd zijn. Bij een gefaseerde aanvraag zijn verschillende termijncombinaties mogelijk. Bij de aanvraag van meervoudige (deel-) activiteiten is de deelactiviteit met de langste beslistermijn bepalend. Vergunning Uitgebreide procedure

Uitzondering op de regel is de uitgebreide procedure, waarbij wij binnen 26 weken op de aanvraag moeten besluiten. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd. Bij een gefaseerde aanvraag zijn verschillende termijncombinaties mogelijk. Bij de aanvraag van meervoudige (deel-)activiteiten is de deelactiviteit met de langste beslistermijn bepalend. Verder kunnen wij de uitgebreide procedure op verzoek óf met instemming van de aanvrager van toepassing verklaren. Ook bij activiteiten die aanzienlijke (maatschappelijke) gevolgen voor de omgeving kunnen hebben en waarvan de verwachting is dat verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben, kunnen wij na het horen van de aanvrager, eenzijdig maar gemotiveerd besluiten dat de uitgebreide procedure van toepassing is. Indien dit zich voordoet, krijgt een initiatiefnemer de gelegenheid om hierover een zienswijze in te dienen.

Maatwerkbesluit Toezicht tijdens Realisatiefase

Het stellen of wijzigen van maatwerkvoorschriften (na een melding) is een besluit in de zin van de Awb. Het gaat hier om het houden van toezicht op het realiseren van een in een omgevingsvergunning omschreven activiteit. Dit traject start met aanvang van realisatie van de vergunde activiteit en eindigt nadat de activiteit gereed is. Met de inwerkingtreding van de Wkb is het (technische) bouwtoezicht voor gevolgklasse I (eenvoudige bouwwerken) geprivatiseerd en maakt dit (technische) bouwtoezicht in beginsel geen onderdeel meer uit van het toezicht dat wij uitvoeren. Het (technische) bouwtoezicht blijft gelden voor de gevolgklasse II en III.

2.2 Uitvoering: Toetsings- en toezichtsstrategie Als overheid hebben we een wettelijke taak om vergunningen te beoordelen en op de afgegeven vergunningen toezicht te houden. De toetsings- en toezichtsstrategie geeft op hoofdlijnen aan op welke wijze vergunningsaanvragen en meldingen beoordeeld en gecontroleerd worden. Wij hebben enige beleidsvrijheid bij intensiteit van toetsing en toezicht. Om transparant te zijn over de invulling van deze beleidsvrijheid geven wij onze inwoners en bedrijven van Urk door het 41

beschrijven van deze strategie hier inzicht in. Onze werkwijze is zoals we bij onze kernwaarden hebben omschreven in hoofdstuk 3 als risicogericht. We hebben hiervoor een risicoanalyse uitgevoerd (zie hoofdstuk 4). Deze risicoanalyse heeft plaatsgevonden door overtredingen (van vergunningvoorschriften) en meldingen in logische categorieën te verdelen en deze te koppelen aan effecten waarop volgens wet- en regelgeving de gemeente moet beoordelen. Per overtreding is nagegaan wat het risico is. Dit risico is vertaald naar de wijze van beoordelen en het uitvoeren van controles. We richten ons bij uitvoering op de meest risicovolle situaties: waar de kans het grootst is dat het naleefgedrag onvoldoende is en dit leidt (of kan leiden) tot schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid, de veiligheid en natuur. Het is namelijk onmogelijk om binnen de beschikbare capaciteit, middelen en tijd alle objecten, activiteiten en locaties op alle punten te controleren. Dit is ook niet nodig, want niet alle situaties zijn even risicovol. Voor de evaluatie van toezicht, registreren we het uitgevoerde toezicht en het naleefbeeld (waarop is toezicht gehouden en de overtredingssoorten). Naast toezicht hebben we ook andere mogelijkheden om het naleefgedrag te verbeteren, bijvoorbeeld via communicatie en voorlichting. Hier staat meer over in de preventiestrategie (zie onder 1).

2.3 Uitvoering: Toetsingskaders en werkwijze Wij hanteren de volgende algemene werkwijze voor de behandeling van een melding: 1. Intake: • Inboeken en zo nodig digitaliseren van de melding, registeren melding in backoffice applicatie(s), toekennen aan vergunningverlener door de administratief medewerker; • Publiceren melding (administratie); 2. Toets volledigheid: • Toets melding aan de indieningsvereisten (volledigheid melding) en mogelijkheid tot aanvulling van een incomplete melding (vergunningverlener); 3. Toets inhoud: • Is voldoende aannemelijk dat de melding overeenkomt met het werkelijk (voorgenomen) gebruik of de (voorgenomen) uitvoering van werken? Het betreft een uiterst globale schouwing op basis van ervaring. • De ingediende gegevens worden verder niet inhoudelijk getoetst, tenzij wettelijk voorgeschreven. Indien wettelijk voorgeschreven: (specialistische) toetsing en advisering door vergunningverlener en/of andere interne en of externe adviseur(s) m.b.t. alle relevante beoordelingskaders. • Globale beoordeling of mogelijk nadere voorwaarden nodig zijn. De wijze waarop wij toezicht voorbereiden en uitvoeren verschilt per casus en is afhankelijk van de fase van het toezicht. Wel is hierbij de onderstaande algemene werkwijze als rode draad te herkennen. De specifieke werkprocessen en -afspraken liggen vast in een digitale omgeving. 1.

Voorbereiding toezicht (afhankelijk van het type controle aan de orde) • Verrichten dossieronderzoek op basis van aanwezig materiaal in digitale systemen of archief waarbij, voor zover het van toepassing is, onder meer het volgende wordt onderzocht: o Wie is de (pand)eigenaar? o Welk bedrijf is in het pand gevestigd/wie is gebruiker van het pand? o Welke personen staan ingeschreven in de BRP? 42

• •

o Wat is de bestemming van het pand? o Welke vergunningen zijn verleend? o Wat is de toezicht- en handhaving historie? o Zijn er overige relevante bijzonderheden? o Welke regelgeving is van toepassing? (o.a. bouw, bestemmingsplan) Bepalen wat het doel van het toezichtbezoek is. Toezicht kan zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. Indien nodig kondigen wij het bezoek aan/ maakt de toezichthouder hiervoor een afspraak.

2. Uitvoering toezicht • Een toezichthouder deelt de reden van zijn komst mede en toont desgevraagd zijn legitimatiebewijs. • De toezichthouder voert het benodigde toezicht uit op betreffende locatie, noteert o.a. eigen waarnemingen en een eventuele toelichting van betrokkenen, neemt indien nodig verklaringen op of vordert inlichtingen en/of bescheiden. Bij de uitvoering van het toezicht maken wij, afhankelijk van het soort toezicht, gebruik van checklists. Wij maken foto’s ter ondersteuning van de bevindingen of wij nemen monsters. • Voor zover mogelijk brengt de toezichthouder de betrokken persoon op de hoogte van de gedane bevindingen. • Indien de consequenties van de bevindingen direct en 100% duidelijk zijn, brengt de toezichthouder de betrokken persoon hiervan direct op de hoogte. • Daar waar nodig geven wij voorlichting (bijvoorbeeld over actuele ontwikkelingen, gevoerd handhavingsbeleid) en advies. 3. Afwerking controle • Van het toezichtsbezoek maken wij een rapportage op, conform de daarvoor vastgestelde format. O.a. de feitelijke bevindingen en overtredingen leggen wij hierin op een eenduidige en uniforme wijze schriftelijk vast, zodat een duidelijke en persoonsonafhankelijke dossiervorming plaats vindt.

• Naar aanleiding van de uitkomsten van zijn bevindingen past de toezichthouder zo nodig het stappenplan behorende bij de sanctiestrategie toe en legt de doorlopen stappen en genomen beslissingen vast. • Tenslotte koppelen wij de betrokkenen het resultaat van de controle terug. Dit kan ook via een eventueel toe te passen sanctie op basis van de sanctiestrategie (zie onder 4).

43

Van de volgende vergunning- en meldingsplichtige activiteiten lichten wij de toetsingskaders (criteria die door ons gebruikt worden voor de beoordeling en het uitvoeren van een controle) en de werkwijze (diepgang van toetsing/toetsniveaus) toe: 1. Bouwactiviteit (omgevingsvergunning activiteit bouw) 2. Omgevingsplanactiviteit 3. Rijksmonumentactiviteit 4. Activiteit brandveilig gebruik 5. Activiteiten uit de verordening fysieke leefomgeving 6. Milieubelastende activiteit 7. Bibob

•

Bouwactiviteit (omgevingsvergunning activiteit bouw)

Toetsingskader In artikel 5. 1 lid 2 onder a. van de Omgevingswet vinden we de activiteit bouwen. In dit lid 2 staat dat voor de bouwactiviteit een vergunning nodig is voor zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. Dit houdt in dat een bouwactiviteit pas vergunningplichtig is als deze dus specifiek is genoemd in deze AMvB. De AMvB waarnaar wordt verwezen, is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In paragraaf 2.3.2 van het Bbl staan de vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit. Een voorbeeld hiervan is artikel 2.25 waar is bepaald dat een bouwwerk met een dak vergunningplichtig is als het aan één van de volgende voorwaarden voldoet; • niet op de grond staat; • hoger is dan 5 meter; • bij meer dan één bouwlaag is voorzien van een verblijfsgebied op die tweede bouwlaag of hoger; • is voorzien van een dakterras balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; of • als gevolg van de bouwactiviteit dit bouwwerk een hoofdgebouw wordt. Met de Omgevingswet is bouwen in een technisch en ruimtelijk deel gescheiden. Dat levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Deze scheiding noemen we 'de knip'.

44

Een initiatiefnemer die een bouwactiviteit wil verrichten dient bij eenvoudige bouwwerken (de zogenaamde gevolgklasse 1) voor het bouwtechnische deel een melding te doen bij de gemeente (de technische bouwactiviteit) en voor complexe bouwwerken dient men een omgevingsvergunning aan te vragen. Technische bouwactiviteit Het gaat hier over de toets van een aanvraag aan de regels voor de technische bouwkwaliteit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bijvoorbeeld de constructieve veiligheid van een bouwwerk. Door de knip zijn er meer technische bouwactiviteiten vergunningvrij, omdat ruimtelijke randvoorwaarden niet langer een rol spelen. Als een vergunning nodig is voor een (technische) bouwactiviteit volgt toetsing aan de technische regels voor bouwactiviteiten in het Bbl (bijvoorbeeld voorschriften met betrekking tot de brandveiligheid, de daglichttoetreding en de energiezuinigheid van bouwwerken). De toets is te vergelijken met de toets die vroeger gedaan werd aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Voor de gevolgklasse 2 en 3 blijft de vergunningsplicht voor de technische bouwactiviteit bestaan en wordt de aanvraag getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Alle bouwwerken moeten aan de technische eisen in dit Besluit voldoen.

Voor meldingsplichtige (technische) bouwactiviteiten wordt de bouwtechnische toets aan het Bouwbesluit niet meer door gemeenten maar door een onafhankelijke kwaliteitsborger uitgevoerd. Landelijk is bepaald of voor een technische bouwactiviteit een vergunning of melding nodig is, dan wel of dit vergunningsvrij is. De (ruimtelijke) toets van “bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk” aan het omgevingsplan noemen we een omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Voorbeelden zijn de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Maar ook regels over het uiterlijk van een bouwwerk (welstand) en de functietoedeling in het omgevingsplan. Wij kunnen in ons omgevingsplan bepalen of een vergunning nodig is voor een (ruimtelijke) omgevingsplanactviteit. Zo kunnen wij bijvoorbeeld in ons omgevingsplan bepalen dat een bouwactiviteit vergunningvrij is of van een meldings- of informatieplicht is voorzien. Onder het ruimtelijk deel vallen alle regels die eerder in

45

het bestemmingsplan, de bouwverordening en/of de welstandsnota opgenomen waren en die allen overgaan naar het omgevingsplan. Werkwijze Door de knip zijn hieronder twee werkwijze omschreven; de bouwmelding en de vergunning activiteit bouw •

Werkwijze melding bouw: De melding bouwactiviteit is een nieuwe processtap voor de organisatie. Deze meldingen worden door de vergunningverleners beoordeeld. We registeren de melding, bevestigen de ontvangst, checken de gevolgklasse, het gekozen instrument en de kwaliteitsborger. Vervolgens maken we een beoordeling van het borgingsplan (inclusief risicobeoordeling) met eventueel afgesproken informatie- en stopmomenten. De vergunningverleners zoeken contact met de initiatiefnemer bij een onvolledige of niet-correcte melding om aan te geven wat er ontbreekt aan de melding.

•

Werkwijze vergunningverlening activiteit bouw: Als een vergunning nodig is voor een technische bouwactiviteit maken wij gebruik van het toetsingsprotocol. In dit toetsingsprotocol is voor het behandelen en beoordelen van aanvragen voor de activiteit bouw een bepaalde mate van diepgang in de bouwtechnische toets aan het Bbl aangebracht. Het is onmogelijk om vooraf aan te tonen dat een bouwwerk 100% zal gaan voldoen aan het Bbl. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving, daarom risicogestuurd. Wij maken bij het toetsen aan het Bbl gebruik van de BRIS-applicatie. Voor de toetsing van Wabo aanvragen wordt gebruikt gemaakt van Bris, een webapplicatie die gebaseerd is op het Landelijk Toetsingsprotocol. De toezichthouders werken met de mobiele app Rx.Mission - Op Pad. Zij kunnen hierbij op hun tablet de bevindingen registreren en beschikken daarnaast over alle informatie over het object dat wordt gecontroleerd. Zij maken hierbij gebruik van landelijke controlelijsten. Door het werken met digitale protocollen die automatisch worden bijgewerkt conform nieuwe wettelijke vereisten zijn de interne risico’s afgedekt. De frequentie en de diepgang van de controle hangen af van het type bouwwerk en de observaties van de toezichthouder gedurende het vergunningen en controleproces.

Urk heeft als uitgangspunt dat elke vergunning in de uitvoering wordt gecontroleerd. De uitvoerder blijft verantwoordelijk voor een juiste uitvoering, het toezicht controleert op hoofdlijnen. Daarbij staat veiligheid (constructieve veiligheid, brandveiligheid, installaties) voorop. Toezicht kan er ook toe leiden dat wij uiteindelijk formeel handhavend (sanctionerend) moeten optreden. In de volgende strategie gaan wij in op de sanctiestrategie die dan van toepassing is.

Werkwijze toezicht tijdens de realisatiefase (bouw) In de realisatiefase controleren wij de realisatie van een verleende omgevingsvergunning. De mate waarin wij toezicht houden en de manier waarop wij dit doen is afhankelijk van de toegekende prioriteit en complexiteit van de vergunde activiteit. Tijdens de realisatiefase kan sprake zijn van de volgende type controles: Type controle Reguliere controle

Administratieve controle

Toelichting Controle ter plaatse tijdens de uitvoering. Het kan hier gaan om controles met en zonder wachtmoment (waarbij de uitvoerder niet verder kan nadat de controle is uitgevoerd). Controle op de naleving van regels/ voorschriften zonder fysiek bezoek. Bijvoorbeeld op basis van gegevens aangeleverd door de vergunninghouder en/of (lucht)foto’s. 46

Eindcontrole

Controle ter plaatse of op basis van gegevens aangeleverd door de uitvoerder of vergunninghouder/ (lucht)foto’s, ter gereedmelding van de realisatiefase.

Hieronder gaan we in op de omgevingsvergunningen waarop wij op specifieke aspecten toezicht houden en/of geen volledig toezicht houden. –

Toezicht bouwtechnische kwaliteit van te bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 Vanaf invoeringsdatum Omgevingswet en daarmee samenhangende Wkb is nieuwbouw onder gevolgklasse 1 gebracht. Vanaf 1 januari 2024 houden wij in basis geen toezicht meer op de bouwtechnische kwaliteit van de te bouwen nieuwbouw bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Indien wij menen dat de risico’s in of rondom een bouwwerk onvoldoende worden geborgd, dan kunnen wij tijdens de uitvoering van (een bepaald onderdeel van) de bouw over gaan tot risicogericht toezicht. Er moet in dat geval sprake zijn van (of een gerede vermoeden zijn) van ontoelaatbare risico’s voor de omgevingsveiligheid, veiligheid van het bouwwerk en/of risico op schade aan de leefomgeving, de volksgezondheid en natuur. Verder vindt vanuit (bouw)toezicht dus geen controle meer plaats op de feitelijke bouwtechnische uitvoering van de bouwwerkzaamheden van deze type bouwwerken. Het toezicht op de regels in het bestemmingsplan/omgevingsplan blijft een gemeentelijke taak. Naast de preventieve toets van het bouwplan aan de technische bouwregelgeving vooraf is ook het bouwtechnische toezicht tijdens en na realisatie van de bouw vervangen door toezicht door private kwaliteitsborgers. Hierdoor verschuift het bouwtechnische toezicht van de voorkant van het proces naar handhaving achteraf.

Bij het vervullen van deze nieuwe rol, biedt de Wkb ruimte aan gemeenten om in beleid specifieke keuzes te maken. De volgende keuzes zijn gemaakt voor het houden van toezicht: Informatiemomenten: De aanvraag analyseren, indien mogelijk standaard risico’s toepassen (circa 80%), indien noodzakelijk maatwerk toepassen (standaard waar mogelijk, maatwerk waar nodig). Na twee jaar kijken of kan worden overgegaan naar een lichtere vorm van toezicht. Toezicht en handhaving: Gemeente toetst en houdt toezicht steekproefsgewijs / risicogestuurd Signaal, melding constatering kwaliteitsborger Afhankelijk van wie de melding doet, moet de gemeente in eerst instantie wel of (nog) geen actie ondernemen. De gemeente kan dit soort signalen en constateringen niet naast zich neerleggen. De gemeente blijft wettelijk belast met het toezicht op de naleving van bouwtechnische eisen van bouwwerken. Dossier bevoegd gezag Controle op volledigheid en bouwtechnische beoordeling op basis van vastgestelde risico’s en opgelegde informatie- en stopmomenten. Gefaseerde oplevering van bouwprojecten 47

Werkwijze toezicht bouwtechnische kwaliteit van te bouwen bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 2 en 3 Gevolgklasse 2 (bv. bibliotheken, onderwijsgebouwen en woongebouwen tot 70 meter hoogte) en 3 (bv. hoogbouw boven 70 meter, ziekenhuizen, tunnels etc.) komen niet eerder dan 5 jaar na inwerkingtreding onder kwaliteitsborging. Hiermee zal de gemeente de technische toetsing en het toezicht op gevolgklasse 2 in ieder geval tot en met 2028 blijven uitvoeren. Het is praktisch onmogelijk en bovendien niet efficiënt om elk bouwwerk op elk moment in de bouw te controleren. Daartoe ontbreken kortweg de mogelijkheden. Wij richten ons toezicht dan ook op de cruciale momenten in het bouwproces. Hiervoor onderscheiden wij tijdens de bouw de onderstaande toezichtmomenten. Per bouwfase kunnen meerdere controles gehouden worden. Bouwfase 1. Aanloop 2. Onderbouw 3. Bovenbouw 4. Gevel/dak 5. Afbouw

Toelichting m.n. oriënteringsgesprek, uitzetten bouw, uitgraven bouwput, fundering op staal, fundering op palen m.n. funderingscontrole, riolering, begane grond m.n. wanden/kolommen, stempels/steigers, vloeren en balken, constructie overige verdiepingen m.n. dakconstructies, dakafwerking, buitenblad gevel, gevelopeningen. Inclusief eindcontrole

Toezichtmomenten tijdens de bouwfase De controle(s) of gebouwd wordt volgens de verleende vergunning vinden –net zoals bij de toetsing van deze activiteit– plaats op basis van aannemelijkheid en aan de hand van lokale toezichtmatrixen. In de matrix maken wij inzichtelijk welke toezichtmomenten aan de orde zijn, wat het gehanteerde minimale toezichtsniveau is én wat wij wanneer en in welke mate controleren. De diepgang van de controle heeft daarbij een directe relatie met de diepgang van de toets van de aanvraag. Onze digitale applicatie is inhoudelijk afgestemd op de matrix bij het landelijk geaccepteerde Integraal Toezicht Protocol.1 Wij werken de toezichtmatrixen uit in (digitale) checklists, die wij als hulpmiddel bij het toezicht van omgevingsvergunningen op het Besluit bouwwerken leefomgeving hanteren. Controle van deelgoedkeuringen ten aanzien van constructieonderdelen en installaties In een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen van een bouwwerk” kunnen voorschriften zijn opgenomen. Veel voorkomende voorschriften hebben betrekking op het op een later tijdstip indienen van tekeningen en berekeningen. Het betreft dan vooral constructieve tekeningen en berekeningen en installatietechnische tekeningen en berekeningen. In de Mor is het op een later tijdstip indienen van dergelijke zaken wettelijk geregeld.

Bij één vergunning kan sprake zijn van meerdere deelgoedkeuringen. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van de stukken. Vaak moeten deze stukken 3 weken voor uitvoering van het desbetreffende onderdeel worden ingediend. De toezichthouder bewaakt de tijdige indiening van de stukken en gaat na of onderdelen niet worden gerealiseerd vóórdat wij de stukken hebben beoordeeld en geaccordeerd. Wanneer deze vergunningvoorschriften niet worden nageleefd, volgen wij de sanctiestrategie in paragraaf 4.4 met doorgaans tot gevolg dat wij de werkzaamheden stilleggen. De in te dienen stukken worden op

1

Het integraal Toezicht Protocol is een door Vereniging BWT Nederland ontwikkeld hulpmiddel bij de uitvoering van het omgevingstoezicht. Het protocol beschrijft met behulp van een toezichtmatrix wat, wanneer en met welke diepgang een inspecteur controleert tijdens bouw/gebruik/sloop.

48

basis van de toetsstrategie door de vergunningverlener beoordeeld of uitgezet bij de daarvoor aangewezen deskundige(n). •

Omgevingsplanactiviteit (omgevingsvergunning planologisch)

Toetsingskader Een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ werd voor de Omgevingswet getoetst aan het bestemmingsplan. Met de Omgevingswet is dit veranderd. We toetsen nu aan het omgevingsplan. Een activiteit die voldoet aan de regels in het omgevingsplan, maar waar toch een vergunningplicht voor geldt, heet dan een binnenplanse omgevingsactiviteit. Er is sprake van buitenplanse omgevingsactiviteit als het plan in strijd is met het omgevingsplan. Indien het gaat om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit toetsen wij de aanvraag aan alle regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en de verordening Fysieke leefomgeving. Indien de aanvraag past binnen de regels geven we de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit af. Werkwijze Indien de aanvraag niet past binnen het omgevingsplan dan is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Dan toetsen wij deze aan de toepasselijke instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de toepasselijke instructieregels in de provinciale verordening én beoordelen wij of de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ volgt het begrip ‘een goede ruimtelijke ordening’ op.

Binnen onze gemeente gebeurt deze evenwichtige toedeling van functies aan locaties via een beoordeling van een team bestaande uit verschillende disciplines dat wekelijks samenkomt. Alle ontwikkelingen die niet passend zijn worden in beginsel door dit team besproken en beoordeeld op haalbaarheid. We leveren hiermee maatwerk per geval. •

Rijksmonumentenactiviteit (omgevingsvergunning activiteit monument)

Toetsingskader We maken bij de toetsing van een vergunningaanvraag gebruik van de Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit Urk. Deze commissie geeft aan B&W integraal advies over de plannen van de initiatiefnemer/aanvrager, op het gebied van welstand, erfgoed, ruimtelijke ordening/stedenbouw en landschap/groen. De gemeente Urk werkt sinds 2022 met deze commissie in de geest van de Omgevingswet. De taken van deze adviescommissie zijn in de Verordening op de adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit Urk omschreven. Rijksmonumenten zijn (archeologische) monumenten die volgens de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. De regels over de rijksmonumentenactiviteit en over cultureel erfgoed staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingsregeling, het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en in het Invoeringsbesluit Omgevingswet waaronder de bruidsschat. Werkwijze We handelen conform artikel 5.22 van de Ow. De adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit Urk toetst aanvragen aan de geldende regelgeving.

49

•

Activiteit brandveilig gebruik van een bouwwerk

Toetsingskader Voor het brandveilig gebruik zijn regels opgenomen in hoofdstuk 6 van het Bbl. Soms moet het gebruik van het bouwwerk gemeld worden bij de gemeente. Met de Omgevingswet is de gebruiksvergunning vervallen, maar geldt voor (bijvoorbeeld een hotel) nog wel een meldingsplicht. In artikel 6.6 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk. Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Dit staat opgesomd in artikel 6.8 Bbl. Als alle informatie compleet is, ontvangt de indiener van de melding een acceptatie. Daarna kan het gebouw in gebruik worden genomen. Werkwijze melding en toezicht Het toezicht op omgevingsvergunningen voor de activiteit “brandveilig gebruik” en meldingen brandveilig gebruik maakt onderdeel uit van het wettelijke takenpakket van de VRF en is vanuit (provinciale) regelgeving verplicht of opgedragen aan de (toezichthouders van de) VRF. Het lokale controlebestand wordt geactualiseerd met de verleende vergunningen, meldingen en nieuwe bedrijven. De VRF controleert of het bouwwerk voldoet aan de vergunning en/of geldende wet- en regelgeving.

De diepgang van het toezicht is bepaald in het toezicht protocol van de VRF en hangt af van de risicoclassificatie, de geschiedenis van het bouwwerk en het soort gebruik. Waar mogelijk worden controles zoveel mogelijk integraal gehouden met c.q. afgestemd op de controles in het kader van de activiteit “bouwen van een bouwwerk”. •

Verordening fysieke leefomgeving vergunningen en ontheffingen

Toetsingskader Door de invoering van de Omgevingswet zijn de vergunningen en ontheffingen uit de APV gebundeld in een nieuwe Verordening fysieke leefomgeving gemeente Urk. In de Verordening fysieke leefomgeving worden activiteiten in de leefomgeving aan regels gebonden. Het gaat dan om activiteiten die sterk plaatsgebonden zijn en niet op een andere wijze zijn gereguleerd, zoals waterafvoer, standplaatsen, markten, bruikbaarheid en aanzien weg en openbaar water, omgevingshinder, erfgoed, parkeerexcessen en stopverbod, bodem en ondergrondse infrastructuur. Werkwijze De vergunningaanvragen en ontheffingen op het gebied van de Verordening fysieke leefomgeving worden volledig getoetst aan de relevante landelijke wet- en regelgeving en aan de lokale regelgeving en lokale beleidskaders. • Milieubelastende activiteit Toetsingskader Op basis van de het Besluit kwaliteit leefomgeving is het voor sommige activiteiten verplicht om een melding, vergunning aan te vragen op het gebied van milieu. Werkwijze vergunningen, meldingen en toezicht tijdens de realisatiefase Het lokale controlebestand wordt geactualiseerd met de verleende vergunningen, meldingen en nieuwe inrichtingen/milieubelastende activiteiten. De omgevingsdienst Flevoland, Gooi- en Vechtstreek (OFGV) controleert of de inrichtingen voldoen aan de vergunningen en/of geldende 50

wet- en regelgeving. De werkwijze en diepgang van het toezicht op deze activiteit vindt plaats overeenkomstig het uniform regionaal beleidskader, waarnaar wij dan ook verwijzen. • Bibob Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vallen alle vergunningplichtige omgevingsplanactiviteiten onder de reikwijdte van de Wet Bibob. Ook gebruikswijzigingen in gebouwen kunnen nu binnen de reikwijdte van de Wet Bibob komen te vallen. Met de Wet Bibob beoogt de wetgever om te voorkomen dat overheidsorganen ongewild criminele activiteiten faciliteren bij het verlenen van bepaalde vergunningen. De Wet Bibob maakt het voor bestuursorganen mogelijk om een aangevraagde beschikking te weigeren of (gedeeltelijk) in te trekken als sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning mede gebruikt zal worden om (i) uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen op geld waardeerbare voordelen te benutten (ook wel de ‘a-grond’ genoemd), of (ii) strafbare feiten te plegen (ook wel de ‘b-grond’ genoemd). Een weigering of intrekking moet goed worden gemotiveerd. Daarom wordt vaak advies gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob, een onafhankelijk expertisebureau dat integriteit screenings uitvoert. Bevoegde gezagen mogen in beginsel uitgaan van de expertise van dit bureau.

Onder de Wet Bibob wordt onder ‘strafbare feiten’ overigens ook verstaan een feit waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Werkwijze De gemeentelijke Bibob-coördinator voert voor de in het gemeentelijke Bibob-beleid aangewezen gevallen de Bibob-toets uit. Dit gebeurt aan de hand van het daarvoor bestemde formulier en conform het beleid. Bij twijfel kan het landelijk bureau Bibob ook geraadpleegd worden.

Nalevingsstrategie De Nalevingsstrategie bestaat uit 4 onderdelen: 1 2 3 4

Communicatiestrategie Vormen bij de handhaving van regelgeving Toezichtstrategie Sanctiestrategie

Communicatiestrategie, ook wel preventiestrategie genoemd, heeft als voornaamste doel om te voorkomen dat overtredingen plaatsvinden. Het toezicht bestaat uit het behandelen van meldingen en verzoeken om handhaving, thema-gericht toezicht en gebiedssurveillance. Vervolgens is er de sanctiestrategie, waarin is opgenomen welke wijze wij optreden in geval een overtreding wordt vastgesteld.

1. Communicatiestrategie Wij verkiezen een communicatiestrategie die goed gedrag stimuleert en overtredingen voorkomt. We richten ons dus bewust op preventie in gesprek met onze inwoners en ondernemers. Natuurlijk neemt dit niet weg dat wij doorpakken daar waar nodig is. Voorlichting Een belangrijk element van elke communicatiestrategie is voorlichting en preventief informeren. Veel overtredingen worden immers begaan door onbekendheid met de regels van bijvoorbeeld het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=34aa4318-f6e5-4d60-a881-fb9118d3fc6b