CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 16 Vooronderzoek conventionele explosieven.pdf

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan Port of Urk - binnendijks bedrijventerrein13.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Er is in de meidagen van 1940 geen sprake geweest van grondgevechten in het analysegebied. Voorafgaand aan de bevrijding door de geallieerden was er geen sprake van grondgevechten in het analysegebied. In het analysegebied waren geen militaire objecten aanwezig. Er zijn geen militaire vliegtuigen in het analysegebied gecrasht. Ter plaatse van het analysegebied is sprake geweest van een noodafworp. Het analysegebied heeft geleden onder gevechtshandelingen. Er zijn in het verleden mogelijk CE in het analysegebied geruimd. Het gaat om een 25 ponder brisantgranaat. Het is echter onduidelijk op welke locatie aan de Zuidmeerdijk de granaat geruimd is. Er is na de Tweede Wereldoorlog geen sprake geweest van naoorlogse bodemingrepen in het analysegebied (contra-indicaties). CE zijn ten gevolge van deze bodemingrepen niet verwijderd c.q. binnen het onderzoeksgebied verplaatst.

      

Op basis van de beschikbare feiten zijn er voldoende indicaties beschikbaar waaruit blijkt dat er mogelijk CE in het analysegebied aanwezig zijn.

4.2

Leemten in kennis bronnenmateriaal

Bij een historisch onderzoek kan nooit een volledig overzicht van alle bronnen worden verkregen. Er is bij dit onderzoek gebruik gemaakt van een bronnenselectie. Getuigen die meer kunnen vertellen over munitiedumpingen, vliegtuigcrashes en bombardementen kunnen ondertussen zijn overleden. Luchtfoto’s van de Royal Air Force geven doorgaans een betrouwbare indicatie betreffende de vraag of er mogelijk CE in het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Luchtfoto’s geven altijd een momentopname weer. Er kunnen voor, na en tussen verschillende opnamedata CE in het onderzoeksgebied zijn terechtgekomen. Het is, vanwege getroffen camouflagemaatregelen, maar zeer de vraag of alle geschutopstellingen etc. op luchtfoto’s kunnen worden teruggevonden. Omdat er nog inpolderingswerkzaamheden plaatsvonden gedurende de oorlog was het onderzoeksgebied nog niet in zijn geheel ingepolderd. De ruimrapporten van de EOD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de CE werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd. Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen, zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven. Er kan alleen een CE verdacht gebied worden afgebakend met behulp van concrete locatiebeschrijvingen.

Niet bekend is welk type projectiel er op de kavelkaart is ingetekend.

4.3

Soort en verschijningsvorm van explosieven

In de lijst van gebeurtenissen (hoofdstuk 3) worden de volgende gevechtshandelingen genoemd: 

Het neerkomen van projectielen (vermoedelijk noodafworp)

Voor de genoemde handelingen is beoordeeld of – als gevolg van de handeling – CE in het onderzoeksgebied kunnen worden aangetroffen. Zo ja, dan is tevens beoordeeld welke van de zestien hoofdsoorten CE uit de WSCS-OCE in de bodem aanwezig kunnen zijn.

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 35 van 80

4.3.1 Noodafworp De geraadpleegde bronnen maken melding gemaakt van de volgende gevechtshandelingen: 

Het neerkomen van projectielen

Het gaat vermoedelijk om Britse vliegtuigbommen. Het betrof naar alle waarschijnlijkheid een noodafworp. De volgende soorten CE zijn als gevolg van de bovengenoemde gevechtshandelingen mogelijk in de bodem aanwezig: Soort explosief

Nationaliteit

Gewicht / kaliber

Verschijningsvorm

Afwerpmunitie

Geallieerd

1000 lb.

Afgeworpen

Brandbommen

Geallieerd

30 lb.

Afgeworpen

4.4

Aantal mogelijk aan te treffen explosieven

De volgende aantallen CE kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen. Een en ander is gebaseerd op een inschatting van AVG omdat er in de (historische) bronnen geen exacte aantallen worden genoemd: Soort explosief

Aantal mogelijk aan te treffen explosieven

Afwerpmunitie

Eén t/m enkele

Brandbommen

Eén t/m enkele

4.5

Horizontale en verticale begrenzing verdacht gebied

De verdachte gebieden die in deze paragraaf worden besproken zijn ingetekend op de CE-bodembelastingkaart. In de volgende deelparagraaf wordt de begrenzing van ieder verdacht gebied besproken en gemotiveerd.

4.5.1 Verdachte locaties noodafworp Er wordt na analyse van archiefmateriaal geconcludeerd dat er op een verkavelingskaart van de Noordoostpolder d.d. 6 december 1950 locaties met aanwezige projectielen bij de kavels E.22/E.23 en E.9 staan ingetekend. De kavels E.22 en E.23 bevinden zich binnen de begrenzing van het analysegebied. AVG concludeert het volgende: 

De Noordoostpolder was in de Tweede Wereldoorlog nog (zeer) drassig en op de kavels E.9, E.22/23 bevonden zich derhalve geen (belangrijke) militaire objecten die een geschikt doelwit waren voor tactische luchtaanvallen. Het is, gezien deze omstandigheden ter plaatse, goed te beredeneren dat er op de kavels E.9, E.22/23 sprake was van een noodafworp. Deze noodafworp staat vermoedelijk in verband met de Lancaster (ED333) die in de nacht van 17 op 18 december 1942 op kavel E.14 is gecrasht. Van deze bommenwerper is bekend dat deze zijn bommenlast aan boord had, waaronder ‘fosforbommen’ die daar door de Hulpverleningsdienst werden geruimd. Van dit type bommenwerper is bekend dat zij zowel brand- als brisantbommen aan boord konden hebben. AVG is uitgegaan van een bommenlast van 30 lb. en 1000 lb. De afbakening van het CE-verdachte gebied wordt bemoeilijkt doordat de eerstvolgende luchtfoto van na de Lancaster-crash is gemaakt op 20 december 1943, dus ruim een jaar later. De luchtfotoselectie is gemaakt op basis van de door de Luftbilddatenbank aangeleverde lijst met opnamedata. Op de luchtfoto d.d. 20 december 1943 is de crashlocatie van de Lancaster niet te zien. Dit geldt

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 36 van 80

ook voor het projectiel op de kavel E.9. Hierbij moet worden bedacht dat het gebied toen nog (zeer) drassig was en nog niet in zijn geheel ingepolderd, waardoor sporen van gevechtshandelingen kunnen worden gemaskeerd. Het CE verdachte gebied is situationeel bepaald, omdat de WSCS-OCE geen afbakening voor noodafworpen voorschrijft. De uit literatuur en archiefbronnen bekende locaties van de projectielen zijn door middel van GIS vastgesteld en ingetekend. Er is feitelijk aangetoond dat de Lancaster op de heenweg was en op de projectielenkaart is het vliegtuig ingetekend met bommenlast. Derhalve is vastgesteld dat deze bommenwerper zijn bommenlast nog aan boord had op het moment dat deze boven Urk door een nachtjager werd aangevallen. Het kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog regelmatig voor dat een bommenwerper zich van zijn ballast ontdeed, om zodoende de overlevingskans bij een crash of noodlanding te vergroten. De kans op een detonatie met de bommenlast nog aan boord was zeer groot. Met het oog op de bommenlast die de Lancaster aan boord had (drie duizendponders en elf containers met elk acht stuks 30 lb. fosforrubberbrandbommen) kunnen wij niet uitsluiten dat er binnen het aangeduide CE verdachte gebied geen explosieven aanwezig zijn.

Op basis van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de kans zeer groot is dat de twee projectielen die in het vooronderzoek zijn aangegeven twee van de drie stuks 1000 lb. bommen zijn. Echter: wij kunnen niet achterhalen of het hier gaat om gedetoneerde projectielen, om blindgangers (die mogelijk al geruimd kunnen zijn) of wellicht om een van de 11 containers met 30 lb. fosforbrandbommen. Er is op basis van de beschikbare feiten situationeel vastgesteld binnen welke zone de brand/brisantbommen moeten zijn gevallen (inclusief een veiligheidsmarge). Een visualisatie van deze toelichting is weergeven op de hierop volgende pagina. Het CE-verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de CE-bodembelastingkaart. De verticale indringingsdiepte is bepaald aan de hand van verschillende factoren, waaronder de vlieghoogte en de massa van de afwerpmunitie. De Lancaster werd door een nachtjager aangevallen en vloog in een dalende lijn boven het onderzoeksgebied. Op basis van de berekening van AVG is er sprake van een maximale indringingsdiepte van 4,50 meter. De bovengrens is het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog. Brandbommen kunnen tot op een diepte van 2,00 meter worden aangetroffen. De bovengrens is het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog.

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 37 van 80

TOELICHTING AFBAKENING 30 LB BRANDBOMMEN EN 1000 LB BRISANTBOMMEN

Esri Nederland, Community Map Contributors LEGENDA

Onderzoeksgebied Analysegebied

C C

Melding van een neergestort vliegtuig Melding m.b.t. munitie/explosief

Vliegrichting

Afbakening, incl. marge

0

125 250

500

750

1.000 Meter

±

5 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 5.1

Conclusie

AVG heeft in opdracht van de gemeente Urk een vooronderzoek CE uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Urk Domineesweg Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE. De volgende gevechtshandelingen / CE gerelateerde handelingen hebben in en nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: 

Het neerkomen van afwerpmunitie en brandbommen

De volgende CE kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen:  

Afwerpmunitie, 1000 lb. Brandbommen, 30 lb.

Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op CE. Het CE verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de CE-bodembelastingkaart (zie bijlage 6.5). De horizontale en verticale afbakening van de CE verdachte gebieden wordt besproken in hoofdstuk 4.5.

5.2

Advies vervolgtraject

De door AVG voor de gemeente Urk geadviseerde vervolgstap wordt in de hierop volgende paragrafen besproken.

5.2.1 Opsporing CE Het CE onderzoek maakt onderdeel uit van de opsporingsfase die in paragraaf 6.6 van de WSCS-OCE is beschreven. De opsporingsfase omvat het geheel van organisatie en uitvoering, achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detecteren, interpreteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie tot aan overdracht aan de EOD en proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en Bevoegd Gezag. Binnen het gehele CE verdachte gebied dient oppervlaktedetectie te worden uitgevoerd. Een oppervlaktedetectie reikt tot maximaal 4,50 meter –mv. Dit is voldoende om de mogelijk aan te treffen munitiesoorten, 1000 lb. brisantbommen, 30 lb. fosforbrandbommen of de hierbij behorende containers, aan te treffen (dit is verder toegelicht in paragraaf 4.5.1). Om een gedegen detectieonderzoek te kunnen uitvoeren dient het opsporingsgebied goed beloopbaar en vrij van obstakels te zijn. Dat wil zeggen dat alle bovengrondse obstakels, zoals begroeiing en gewas voor aanvang van de detectie moet zijn verwijderd. Na het verwijderen van de bovengrondse obstakels kan de locatie worden gedetecteerd.

Indien een analoge detectie wordt uitgevoerd dienen alle verdachte objecten die worden gedetecteerd en waarvan de meetwaardenovereenkomsten vertonen met mogelijk aanwezige CE in kaart te worden gebracht door de locatie door middel van GPS in te meten. Bij deze vastlegging dient tevens de vermoedelijke diepte te worden vastgelegd. Bij het uitvoeren van een computerondersteunde detectie wordt de data vastgelegd in een datalogger. De data wordt na de detectie uitgelezen in een speciaal hiervoor ontworpen softwareprogramma.

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 39 van 80

De hoeveelheid te benaderen objecten kan pas worden bepaald na het uitvoeren van de detectie. De uit de detectie aangemerkte verdachte objecten worden uitgezet in het opsporingsgebied met behulp van GPS. Deze punten worden vervolgens handmatig en indien nodig machinaal benaderd. Aangetroffen objecten worden vervolgens geïdentificeerd en indien nodig veiliggesteld.

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 40 van 80

6 BIJLAGEN 6.1

Bronnenlijst

6.1.1 Archieven en overige instanties                

Explosieven Opruimings Dienst Defensie te Soesterberg / Semi-Statisch Informatiebeheer te Rijswijk Bedrijfsarchief AVG Gemeentearchieven Noordoostpolder en Urk / Flevolands Archief te Lelystad Imperial War Museum Kadaster te Zwolle Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage Luftbilddatenbank te Estenfeld Library and Archives Canada Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam Nederlands Instituut voor Militaire Historie te ’s-Gravenhage Provinciaal Archief / Historisch Centrum Overijssel Zwolle Universiteit Wageningen, afdeling Speciale Collecties Urk in oorlogstijd Vrienden van Schokland WarDocs The National Archives te Londen

6.1.2 Literatuur        

     

H. Amersfoort / P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De strijd op Nederlands Grondgebied (’s-Gravenhage 2005) L. Bolle / P. Brands, Urk in Oorlogstijd 1940-1945: De geschiedenis van een vissersdorp tijdens de Tweede Wereldoorlog (Urk 2008) E.H. Brongers, De gebroken vleugel van de Duitse adelaar: inventarisatie van de Duitse verliezen in de luchtoorlog van mei 1940 boven Nederland (Soesterberg 2010) E.H. Brongers, De oorlog in mei ‘40 (Baarn 1969) E.H. Brongers, Opmars naar Rotterdam (Baarn 1982-1985) K. Hoekstra, et al., Urker verhalen van de oorlog (Urk 1996) A. A. Jansen, Sporen aan de hemel: kroniek van een luchtoorlog. Deel 1 t/m 3 (Baarn 1979-1981) A.A. Jansen, Wespennest Leeuwarden: de geschiedenis van de strijd van de Duitse nachtjagers en geallieerde luchtmachten boven Noord-Nederland in de jaren 1940-1945. Deel 1 t/m 3 (Baarn 1977/1978) C. Klep / B. Schoenmaker (red.), De bevrijding van Nederland 1944 – 1945. Oorlog op de flank (Den Haag 1995) A. Korthals Altes, Luchtgevaar: luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 (Amsterdam 1984) A. Meijers, Achtung Minen – Danger Mines. Het ruimen van landmijnen in Nederland 1940-1947 (Soesterberg 2013) F.J. Molenaar, De luchtverdediging in de meidagen van 1940. Deel 1 en deel 2 (’s-Gravenhage 1970) V.E. Nierstrasz, De territoriale verdediging van de noordelijke provinciën ('s-Gravenhage 1952) B.C. de Pater/ B.

Schoenmaker e.a., Grote Atlas van Nederland 1930-1950 (’s-Gravenhage / Utrecht / Zierikzee 2006)

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 41 van 80

   

S.L. Veenstra, In de schaduw van de glorie: overzicht van vliegtuigbergingen in Nederland: 1960-1977 (Zutphen 1992) T. de Vries e.a., Van bezetting en bevrijding. Urk in oorlogtijd 1940-1945 (Urk 1995) J. van Woensel, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers 1944-2004 (Amsterdam 2004) G.J. Zwanenburg, En nooit was het stil….Kroniek van een Luchtoorlog. Deel 1 & 2 (’s-Gravenhage 1990/1992)

6.1.3 Websites      

http://www.avg.eu http://www.explosievenopsporing.nl https://www.flevolanderfgoed.nl/ http://urkinoorlogstijd.nl/onderzoeken/dossier-luchtoorlog/ http://www.vergeltungswaffen.nl http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl

6.1.4 Overig 

T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (2003)

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 42 van 80

6.2

Certificaat WSCS-OCE

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 43 van 80

6.3

Richtlijnen WSCS-OCE afbakening verdachte gebieden Verdacht

Onverdacht

Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied

Indicatie

Algemene omschrijving

Verdedigingswerk

Groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt).

Wapenopstelling

Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi-) automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.

Locatie van de wapenopstelling.

Geschutopstelling (statisch en mobiel)

Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.

x

25 meter rondom het hart van de geschut-opstelling, maar niet verder dan een eventueel aangrenzende watergang.

Munitieopslag in open veld

Locatie van munitievoorraad in het open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk.

x

Locatie van de veldopslaglocatie.

x

Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s.

Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s.

x

Loopgraaf

Militaire loopgraaf.

Tankgracht of –geul

Een diepe (al dan niet droge) gracht of geul met steile wanden, aangebracht om pantservoertuigen tegen te houden.

x

Niet verdacht, tenzij er aanwijzingen zijn dat er mogelijk munitie in gedumpt is.

Landmijnen verdacht gebied

Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen.

x

n.v.t.

Landmijnen verdacht gebied

Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen.

Mijnenveld

Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd.

Mijnenveld

Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist.

1862155-VO-01

De grenzen zoals aangegeven in het ruimrapport.

x

x

x

Urk Domineesweg

n.v.t.

De grenzen zoals aangegeven in het mijnenlegrapport en/of ruimrapport.

Pagina 44 van 80

Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied

Algemene omschrijving

Mijnenveld

Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist.

x

n.v.t.

Versperringen

Versperringen, zoals strand-versperringen en Drakentanden.

x

Tenzij er indicaties zijn dat CE onderdeel uitmaken van de versperring.

Infrastructuur zonder geschutsopstelling of munitievoorraad

Militaire werken zoals woon-onderkomen of werken met een burgerdoel zoals schuilbunker.

x

Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen.

Schuilloopgraaf

Loopgraaf voor burgerbevolking om in te schuilen.

x

n.v.t.

Kampementen

Grondgebied met onderkomens zoals tenten.

x

Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van munitieopslag of nabij-verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen.

Mangat

Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput.

x

n.v.t.

Vernielingslading

Locatie van aangebrachte vernielingslading.

x

Locatie van de vernielingslading.

Artillerie-, mortier- of raketbeschieting

Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem.

x

Situationeel te bepalen.

x

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslag-patroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon.

Raketbeschieting inslagenpatroon bekend

Verdacht

Onverdacht

Indicatie

Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers.

Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom

Vliegtuigbom die niet in werking is getreden.

Crashlocatie vliegtuig

Aanwezigheid van CE vanwege de crash.

Krater van gedetoneerde incidentele luchtafweergranaat

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een incidentele luchtafweergranaat bevindt.

1862155-VO-01

Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoe ver de maximale horizontale verplaatsing is. x

Urk Domineesweg

Situationeel te bepalen.

x

Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft.

Pagina 45 van 80

Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied

Algemene omschrijving

Inslagpunt van een V1 wapen

Gebied dat is getroffen door de inslag van een V-1 wapen.

x

15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond.

Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerd V-1 wapen

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V-1 wapen bevindt.

x

50 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten.

Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerd V-2 wapen

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V-2 wapen bevindt.

x

Situationeel te bepalen.

Dumplocatie van munitie en/of toebehoren

Dumplocatie van CE en/of toebehoren in landbodem of op waterbodem.

x

Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water.

Ongecontroleerde (massa)explosie

(Sympathische) detonatie van een explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitie trein.

Situationeel te bepalen.

Vernietigingslocatie voor CE

Eén of meerdere springputten.

x

De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en).

Vernielingslading (in werking gesteld)

Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en).

x

Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen.

Tapijtbombardement

Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.

x

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon (1) wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon.

Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend

Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.

x

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel. (2/3)

Duikbombardement op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend

Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen.

x

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn. (2/4)

Raketbeschieting op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend

Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.

x

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel. (2/5)

1862155-VO-01

Verdacht

Onverdacht

Indicatie

Urk Domineesweg

Pagina 46 van 80

Indicatie

Algemene omschrijving

Raketbeschieting op zgn. ‘Line Target, inslagenpatroon onbekend

Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn of treinstel op deze spoorlijn te treffen.

1) 2)

3) 4) 5)

6)

Verdacht

x

Onverdacht

Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn. (2/6)

Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement. Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50% van de vliegtuigbommen binnen 119 meter neer is gekomen en de maximaal gemeten afstand t.o.v. het doel 181 meter was. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50 % van de vliegtuigbommen binnen 46 meter neer is gekomen en de maximaal afstand t.o.v. het doel 91 meter was. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel (gebouwen) waarbij opgemerkt moet worden dat de gemiddelde spreiding van de raketten t.o.v. het middelpunt van een salvo 69 meter was, en dat de gemiddelde afstand van het middelpunt van een salvo t.o.v. het doel 39 meter was. De genoemde afstand is de maximale afstand gemeten n.a.v. luchtfoto-interpretatie.

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 47 van 80

6.4

Presentatiekaart verzamelde historische feiten

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 48 van 80

FEITENKAART - URK DOMINEESWEG 519500

© 2009 OpenStreetMap

LEGENDA

E.14

1

C

Melding m.b.t. munitie/explosief

L

Melding m.b.t. een luchtaanval

C

Melding m.b.t. een vliegtuigcrash

M

Inzet van EODD

Kavel + nr (tijdens inpoldering) Onderzoeksgebied

519000

Analysegebied

518500

E.9

2

518000

20030546

2

E.23

517500

E.22

De feiten die op de feitenkaart zijn ingetekend betreffen de feiten uit de rapportage. Feiten die in de archieven zijn aangetroffen, maar overduidelijk niet het onderzoeksgebied betreffen zijn niet allemaal ingetekend. De feiten buiten het onderzoeksgebied zijn daarom niet volledig. 517000

Nummers naast de symbolen op de kaart verwijzen naar de feitentabel in het vooronderzoek.

0

75

150

±

300

Meter

1862155 FK1 A2 C. Hendriks 6 december 2018 Gemeente Urk Menno Abee

516500

PROJECTNUMMER: TEKENINGNUMMER: FORMAAT: GETEKEND DOOR: DATUM: OPDRACHTGEVER: VOOR AKKOORD:

170200

170700

171200

171700

172200

172700

173200

173700

Esri Nederland, 174200 Community Map Contributors

Vestiging Waalwijk: Prof. Asserweg 24 5144 NC Waalwijk 0416-700220

Vestiging Heijen: De Grens 7 6598 DK Heijen 0485-802010

Email: oce@avg.eu Web: www.avg.eu

6.5

CE-bodembelastingkaart

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 50 van 80

BODEMBELASTINGKAART - URK DOMINEESWEG © 2009 OpenStreetMap

LEGENDA

Onderzoeksgebied

518000

Verdacht gebied afwerpmunitie

517500

B1

517000

Nummers naast de symbolen op de kaart verwijzen naar de feitentabel in het vooronderzoek.

0

50

100

PROJECTNUMMER: TEKENINGNUMMER: FORMAAT: GETEKEND DOOR: DATUM: OPDRACHTGEVER: VOOR AKKOORD:

170700

171200

171700

172200

Esri Nederland, Community Map Contributors

Vestiging Waalwijk: Prof. Asserweg 24 5144 NC Waalwijk 0416-700220

200 Meter

±

1862155 BK1 A2 C. Hendriks 6 december 2018 Gemeente Urk Menno Abee

Vestiging Heijen: De Grens 7 6598 DK Heijen 0485-802010

Email: oce@avg.eu Web: www.avg.eu

6.6

Afkortingenlijst

Afkorting

Betekenis

2nd TAF

Second Tactical Air Force

ABTA

All Bombs in Target Area

A/C

Aircraft

D/H

Direct Hit

FO

Flight Officer

Jabo

Jachtbommenwerper

Kkm

Klein kaliber munitie

Lbs.

Ponden

MET

Mechanical Transport (mechanisch transport)

N/M

Near Miss

NRO

No Results Observed

NYR

Not Yet Returned

Rly.

Railway

TA

Target Area

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 52 van 80

6.7

Wardocs: gegevens crash Avro Lancaster ED333

1862155-VO-01

Urk Domineesweg

Pagina 53 van 80

Gespecialiseerd in het leveren van buitenlands archiefmateriaal voor historisch onderzoek en explosievenopsporing

Archiefmateriaal Crash Lancaster ED333 17/18 december 1942 Opdrachtgever AVG Explosievenopsporing t.a.v. Dhr W. van den Brandhof Professor Asserweg 24 5144 NC Waalwijk Datum oplevering 6 januari 2017

Opdrachtomschrijving Het leveren van aanvullend archiefmateriaal uit The National Archives in Londen inzake de crash van Avro Lancaster ED333 van 97 Squadron op 17/18 december 1942 bij Urk.1 De ED333 crashte om 20.38 uur 5 kilometer ten oosten van Urk.2 De ED33 werd op 500 meter hoogte neergeschoten door Hptm Helmut Lent, Stab/IV/NJG1.3 Selectie archiefmateriaal De rapportages op Command, Group en Squadron niveau kunnen relevante informatie bevatten over het type afwerpmunitie. Uitsneden van de betreffende informatie zijn als bijlagen toegevoegd. Lancaster ED333 In de nacht van 17/18 december 1942 ging Avro Lancaster ED333 van 97 Squadron verloren op een missie naar Neustadt. De genomen route en vervoerde bommenlading staat niet op de Aircraft Loss Card vermeld.4 Zie bijlage 1. De ED333 maakte deel uit van 49 toestellen die uitgezonden waren naar verschillende Duitse doelen en 1 van de 18 verliezen die nacht.5 Zie bijlage 2 Van 97 Squadron waren vanaf 17.00 uur 5 Lancasters uitgezonden voor een storingsaanval op Neustadt. Er werden 2 alternatieve doelen, Lingen en Diepholz, gebombardeerd en 1 Lancaster keerde met de bommenlading terug. De overige 2 Lancasters keerden niet terug, waaronder de ED333. De bommenlading bestond uit 3 x 1.000 lbs brisantbommen en 11 containers brandbommen.

De eerste teruggekeerde Lancaster landde om 21.07 uur, de laatste om 22.18 uur.6 7 Zie bijlage 3 en 4. De bommenlading van de uitgezonden toestellen naar Neustadt bestond uit 1.000 lbs GP 11 sec dly brisantbommen en 30 lbs fosforrubberbrandbommen die vanaf de laagst mogelijke hoogte moest worden afgeworpen, in ieder geval niet boven de 2.000 voet hoogte. De route naar de doelen liep over Nederland via Den Helder-Enkhuizen-Kampen. De route terug liep over Nederland via Emmen-Lauwersmeer-Terschelling.8 Zie bijlage 5. Tussen 18.58 en 19.58 uur werden de doelen door Lancasters van 5 Group aangevallen. De aanvalstijd van het doel Neustadt was niet bekend. Van de 18 niet teruggekeerde toestellen was geen radiobericht opgevangen. Nachtjagers of luchtdoelgeschut waren de meest aannemelijke oorzaken. Tussen de 5 en 11 toestellen zouden slachtoffer zijn van nachtjagers, tussen de 6 en 7 toestellen als meest waarschijnlijke. 1

Opgave per email van Dhr W. van den Brandhof d.d. 13 december 2016 Studiegroep Luchtoorlog, Verliesregister 1939-1945, file T1950, pag 64 3 Boiten T., Nachtjagd War Diaries, pag 138 4 Air Historical Branche RAF Ruislip, Aircraft Loss Cards Bomber Command, 1939-945 5 TNA Londen, AIR14/2675 Night Bomb Raid Sheets, July-December 1942 6 TNA Londen, AIR25/109A Operations Record Book 5 Group, 1939-1945 7 TNA Londen, AIR27/766 Operations Record Book 97 Squadron, 1939-1942 8 TNA Londen, AIR14/3409 Final Report on Operations, October 1942-February 1943 2

WarDocs B.V. / Dom Huybenlaan 12 / 1935 BB Egmond-Binnen +31 6 206 26 540 / hans.nauta@wardocs.nl / www.wardocs.nl kvk 65014960 / btw 855946817B01 / bank NL50 RABO 0308 5062 00

2

Waarnemingen vanuit Engelse toestellen bevestigden dat in het gebied van Meppen en de Zuiderzee toestellen door nachtjagers waren neergeschoten. Onbevestigde waarnemingen meldden 3 neergeschoten toestellen ten oosten van de Zuiderzee. 9 Zie bijlage 6. Om 20.38 uur werd een Halifax neergeschoten door een nachtjager en kwam ten oosten van Urk in het IJsselmeer neer.10 Zie bijlage 7. Noot: er is een discrepantie met betrekking tot vliegtuigtype en locatie. Er wordt foutief een Halifax vermeld in plaats van Lancaster en IJsselmeer in plaats van de op dat moment ontwikkelde Noordoost Polder. Algemene noot: Tussen 9 augustus 1942 en 4 april 1943 werd British Summer Time gehanteerd. Dit kwam overeen met de Central European Time van 2 november 1942 tot 29 maart 1943 in de bezette gebieden, derhalve zijn de gerapporteerde tijden in Engelse en Duitse documenten gelijk.

Disclaimer: WarDocs B.V. kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de compleetheid en accuratesse van de gegevens vermeld in primair bronmateriaal, noch voor de interpretatie daarvan en de daaruit getrokken conclusies door derden. 9

TNA Londen, AIR14/3374 Interception & Tactics Reports, June-December 1942 NARA Washington, RG242 T501 Roll 204 Lageberichte Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden, 1942 10

WarDocs B.V. / Dom Huybenlaan 12 / 1935 BB Egmond-Binnen +31 6 206 26 540 / hans.nauta@wardocs.nl / www.wardocs.nl kvk 65014960 / btw 855946817B01 / bank NL50 RABO 0308 5062 00

3

Bijlage 1: Air Historical Branche RAF Ruislip, Aircraft Loss Cards Bomber Command, 1939-945 Bijlage 2: TNA Londen, AIR14/2675 Night Bomb Raid Sheets, July-December 1942 Bijlage 3: TNA Londen, AIR25/109A Operations Record Book 5 Group, 1939-1945 Bijlage 4: TNA Londen, AIR27/766 Operations Record Book 97 Squadron, 1939-1942 Bijlage 5: TNA Londen, AIR14/3409 Final Report on Operations, October 1942-February 1943 Bijlage 6: TNA Londen, AIR14/3374 Interception & Tactics Reports, June-December 1942 Bijlage 7: NARA Washington, RG242 T501 Roll 204 Lageberichte Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden, 1942

WarDocs B.V. / Dom Huybenlaan 12 / 1935 BB Egmond-Binnen +31 6 206 26 540 / hans.nauta@wardocs.nl / www.wardocs.nl kvk 65014960 / btw 855946817B01 / bank NL50 RABO 0308 5062 00

4

Infra Bouwstoffen Transport Explosieven Opsporing

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=ebeb9417-ac24-4646-9c88-85dac53d2e9d