Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
Tekst van het document
4.4.3
Kansen
De Urker context biedt verschillende aangrijpingspunten om de uitvoering van de Participatiewet verder te versterken. Allereerst is er sprake van een werkgeversklimaat dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in brede zin goedgezind is. Binnen het lokale ondernemersnetwerk is bereidheid aanwezig om diverse doelgroepen, waaronder mensen met lage arbeidscapaciteit, in reguliere werkprocessen te integreren.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
28/53
Daarnaast creëert de landelijke afspraak rond de 10.000 LKS-banen voor de nieuwe doelgroep in het kader van loonkostensubsidie (LKS) extra financiële en beleidsmatige ruimte om op deze ambitie voort te bouwen. Dit biedt kansen om, juist binnen de hechte Urker gemeenschap, nieuwe en duurzame werkplekken te realiseren. Ook de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt werkt in het voordeel van mensen die met de juiste begeleiding en scholing kunnen doorstromen naar werk. Werkgevers zullen sneller openstaan voor het bieden van kansen, zeker met de juiste matching en ondersteuning. Tot slot is er sterk bestuurlijk draagvlak voor de samenwerking met Concern voor Werk (CvW) en de bredere arbeidsmarktregio. Dit houdt de deur open voor het gezamenlijk benutten van de infrastructuur, middelen en kennis, terwijl er tegelijkertijd ruimte blijft om de eigen ‘Urker kleur’ en lokale werkwijze te behouden.
4.4.4
Risico’s
Tegelijkertijd zijn er ook risico’s die de effectiviteit van de uitvoering kunnen beïnvloeden. Een belangrijk aandachtspunt is de ontwikkeling van de doelgroep binnen de Participatiewet en de inrichting van de infrastructuur. In deze ontwikkeling kan onduidelijkheid ontstaan over wie welke regie voert, wat kan leiden tot versnippering, doublures of juist hiaten in dienstverlening. Daarnaast speelt de dynamiek binnen de arbeidsmarktregio een rol. Beleidswijzigingen, financiële ontwikkelingen of veranderingen in de regelgeving rond de nieuwe doelgroep kunnen direct van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van trajecten. Wanneer de regionale keuzes niet aansluiten bij de lokale context of Urker werkwijze, kan dit de effectiviteit en het draagvlak in de gemeenschap onder druk zetten. Ook moet rekening worden gehouden met de risico’s van afhankelijkheid van externe budgetten en kaders. Een plotselinge wijziging in de financiering van landelijke regelingen, zoals de middelen voor de Wsw, kan consequenties hebben voor de continuïteit van de ingezette trajecten en de ontwikkelde infrastructuur.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
29/53
HOOFDSTUK 5
Bestuurlijke visie op dienstverlening Partipatiewet Urk 5.1
De bestuurlijke visie van de gemeente Urk
De gemeente Urk maakt deel uit van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) IJsselmeergroep, een samenwerkingsverband op het gebied van sociaal werk en participatie. Binnen deze samenwerking wil Urk nadrukkelijk de eigen identiteit behouden, maar tegelijk bijdragen aan een gezamenlijke, toekomstbestendige koers. Urk hecht aan een inrichting waarbij de toegang tot werk en ondersteuning voor inwoners primair lokaal wordt georganiseerd en herkenbaar blijft. Urk ziet graag een duidelijke ‘etalage’ naar werk en bijbehorende ondersteuning, die toegankelijk is en past bij de lokale context. Urk is over het algemeen tevreden over de dienstverlening en samenwerking met Concern voor Werk (CvW). De inzet voor inwoners en de initiatieven die CvW neemt richting de toekomst worden gewaardeerd. Tegelijkertijd vindt de gemeente het belangrijk dat CvW zich sterker richt op de arbeidsmarktontwikkeling en het opbouwen van relaties met de werkgevers. Daarbij speelt het creëren van trainbaar en passend werk voor de doelgroep een belangrijke rol, ook wanneer dit minder winstgevend is. Financiële resultaten blijven relevant, maar mogen niet ten koste gaan van de oorspronkelijke maatschappelijke opdracht: het ondersteunen van inwoners bij participatie en betaald werk.
De gestelde randvoorwaarde daarbij is dat CvW zijn dienstverlening organiseert vanuit de behoefte van de lokale situatie en op inhoud gedreven. Waarmee CvW bijdraagt aan de uitvoering van het gemeentelijke beleid. De lokale teams, zoals de medewerkers omtrent Urk Werkt, moeten nadrukkelijk meer onderdeel uitmaken van het gemeentelijk team en verbonden worden met andere beleidsvelden, zoals onderwijs, economie en het sociaal domein. Urk heeft ook oog voor het bestaande stigma rondom CvW. Urk ziet daardoor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van ICT, communicatie en arbeidsmarktbenadering als kansen om het imago van de arbeidsmarktvoorzieningen te verbeteren en de aansluiting met de werkgevers te versterken. De strategische koers van de GR moet ruimte laten voor de eigen accenten per gemeente. Voor Urk betekent dit dat de verbinding tussen het onderwijs, de economie en de arbeidsmarkt centraal moet staan in het beleid en de uitvoering. Deze samenhang ondersteunt de groeiambitie van Urk naar een gemeente van 30.000 inwoners, waarbij de werkgelegenheid, de bedrijventerreinontwikkeling, de havenuitbreiding, de energietransitie en de woningbouw deel uitmaken van één gezamenlijke opgave.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
30/53
Om deze visie in de uitvoering te verankeren, beschouwt Urk de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) met CvW als het belangrijkste instrument. Deze overeenkomst moet aansluiten op de nieuwe wettelijke kaders, zoals de Wet Inburgering 2021, het SUWI-kader en eventuele wijzigingen in de Participatiewet. De DVO moet flexibel zijn, inspelen op veranderingen in de begeleiding, re-integratie en loonwaardebepaling, en ruimte bieden voor samenwerking met lokale werkgevers. Samenvattend: de kern van de Urks opvatting is dat de primaire doelstelling van de GR, namelijk het bevorderen van arbeidsinschakeling voor mensen met een Wsw-indicatie en aanverwante doelgroepen, altijd centraal moet blijven staan. Het uitgangspunt is het organiseren van de doelstellingen op basis van de inhoud in plaats de winstgevendheid. Financieel rendement en zakelijke professionaliteit zijn belangrijk, maar vormen een middel om deze maatschappelijke opdracht te vervullen, niet een doel op zichzelf. Urk kiest hiermee voor een koers waarin lokale kleur en regionale samenwerking hand in hand gaan, met blijvende aandacht voor de kansen en behoeften van de eigen inwoners.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
31/53
HOOFDSTUK 6
Scenario’s voor de toekomstige uitvoering van de Participatiewet We zetten drie mogelijke scenario’s uiteen voor de toekomst. Onderdeel van het tweede en derde scenario is een fysiek werkcentrum. Voordat we de scenario’s behandelen, beschrijven we hoe een fysiek werkcentrum op Urk eruit zou kunnen zien.
6.1
Een fysiek werkcentrum
Visie en uitgangspunten Het fysieke werkcentrum 'Urk Werkt' moet een herkenbare plek zijn waar alle inwoners van Urk terechtkunnen voor vragen en ondersteuning op het gebied van werk. Daaraan ondersteunend zijn ook de disciplines inkomen, inburgering en onderwijs betrokken. Het accent ligt op werk. Het centrum moet niet alleen functioneel zijn, maar het ontwerp en de aanpak moeten goed aansluiten bij de lokale cultuur en behoeften, met een uitstraling die het idee van hulpverlening loslaat. Het gevoel van afstand, zoals dat kan ontstaan door glazen wanden en een formele inrichting, moet volgens de gesprekspartners worden vermeden. De locatie dichtbij of binnen het gemeentehuis zorgt voor toegankelijkheid en zichtbaarheid, terwijl het multidisciplinair samengestelde team een efficiënte en persoonlijke dienstverlening garandeert. Het doel is om inwoners (en werkgevers) te motiveren om, zonder aarzeling, gebruik te maken van deze faciliteiten. Het werkcentrum moet dienen als een plek waar inwoners (en werkgevers) op een laagdrempelige en persoonlijke manier kunnen binnenlopen en vervolgens stappen kunnen zetten richting werk en zelfredzaamheid.
Multidisciplinaire samenstelling Het werkcentrum brengt verschillende disciplines samen onder één dak, zodat de inwoners bij één loket terechtkunnen. Dit vergroot volgens de gesprekspartners de efficiëntie en voorkomt versnippering. De disciplines binnen het werkcentrum zijn: Vast: •
Klantmanager werk
•
Klantmanager inkomen
•
Klantmanager inburgering
•
Coördinator Werk en Inkomen
Positie in ontwikkeling - van flexplek naar vast: •
De accountmanagers van het Werkgeversservicepunt (WSP)
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
32/53
Flexibel/flexplekken: •
Een doorstroomcoach werk/onderwijs
•
Accountmanager Economische Zaken
•
Gids Werkcentrum arbeidsmarktregio
Samen vormen zij een team dat maatwerk levert aan de specifieke behoeften van de Urkers. Daarnaast moet het centrum nauwe banden onderhouden met lokale onderwijsinstellingen en werkgevers, bijvoorbeeld door evenementen te organiseren die door zowel (potentiële) werknemers als werkgevers worden bezocht. Dit vergroot de impact van het centrum en stimuleert de samenwerking op het gebied van werk en ontwikkeling.
Vormgeving: toegankelijkheid en herkenbaarheid De locatie, bij voorkeur dichtbij of in het gemeentehuis, moet toegankelijk en zichtbaar zijn. Daarbij kan worden gekeken naar het benutten van de bestaande ruimtes in de nabijheid van het gemeentehuis, of in het gebouw van het gemeentehuis. Om inwoners op een natuurlijke manier naar het werkcentrum te trekken, moet het zo worden vormgegeven dat bezoekers zich welkom voelen en het niet als een plek voor ‘het oplossen van de problemen’ zien, maar eerder als een logische stap in hun ontwikkeling. De uitstraling moet vergelijkbaar zijn met die van een plek waar je eenvoudig zaken regelt, zoals het ophalen van een paspoort, gecombineerd met de sfeer van een moderne ontmoetingsplek. Warme kleuren, comfortabele ruimtes en een transparante inrichting zijn hierbij belangrijk. Het gevoel van hulpbehoevendheid moet zoveel mogelijk achterwege blijven. Je moet het gevoel krijgen dat je als werkzoekende of werkgever wordt gezien; er is reuring en een open en uitnodigende sfeer is van belang, met praktische elementen zoals een centrale koffietafel in de front-office waar bezoekers en medewerkers in een informele setting gesprekken kunnen voeren. De indeling moet flexibel zijn, zodat de verschillende functies gemakkelijk gecombineerd kunnen worden.
In een ‘back-office’ moet genoeg ruimte zijn voor bijvoorbeeld de klantmanagers om hun dagelijkse werk uit te voeren. Op die manier zijn zij fysiek ook dichtbij de ‘front office’. Daarnaast biedt het werkcentrum ook ruimte voor lokale seminars gericht op werk of werkgeversbijeenkomsten. Dit maakt het werkcentrum niet alleen praktisch in gebruik maar ook toekomstbestendig en makkelijk aanpasbaar aan veranderende behoeften. Naast de focus op de functionaliteit is er ook aandacht nodig voor de veiligheid van het werkcentrum. Zowel voor de medewerkers als bezoekers moet de inrichting praktisch en veilig zijn vormgegeven. Er dienen duidelijke scheidingen te zijn tussen de publieke front-office en de private back-office, zodat klantcontacten gecontroleerd en professioneel verlopen. Veiligheid is van belang bij complexe klantgesprekken. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat de inrichting een onpersoonlijk gevoel geeft. Eén ding is helder, alles binnen het werkcentrum draait om WERK; qua uitstraling, en ook op het gebied van de hulp- en informatievoorziening.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
33/53
Voor wie is het werkcentrum Urk? Het fysieke werkcentrum is bedoeld voor alle inwoners én werkgevers op Urk met een vraag over inkomen of werk. Het werkcentrum vormt een brede lokale toegang om ook de problematiek op andere levensgebieden tijdig in beeld te krijgen, en zo mogelijk te kunnen doorverwijzen naar de lokale toegangsorganisatie. Het hanteren van korte lijnen en de samenwerking met Caritas (het welzijnsloket van Urk) en team Jeugd zijn dan ook belangrijk aandachtspunten. Beide loketten moeten elkaar aanvullen, zonder dat hun taken overlappen. Deze samenhang bevordert een gezamenlijke en multidisciplinaire inzet voor inwoners die dit nodig hebben, maar het werkcentrum blijft hiermee primair gefocust op werk. Het werkcentrum kan zich daarnaast in het bijzonder richten op specifieke doelgroepen en voorzieningen bieden die aansluiten bij hun behoeften. De volgende doelgroepen vallen hieronder: •
Inwoners met vragen over werk en inkomen: naast de werkgerelateerde vragen staat de praktische ondersteuning op het gebied van het inkomen centraal. Dit kan gaan om informatie over regelingen, begeleiding bij schulden of doorverwijzing naar Caritas voor passende hulp.
•
Jongeren: het werkcentrum moet aansluiten bij hun taal en belevingswereld, met frisse en moderne communicatie. Denk hierbij aan de sociale media, workshops en participatieprojecten. Het centrum moet een ‘niet stoffige’ uitstraling hebben en kan informatiesessies of lessen verzorgen op scholen.
•
Statushouders en inburgeraars: voor deze groep is speciale aandacht nodig om taaltrajecten aan te bieden die eenvoudiger aansluiten bij de arbeidsmarkt. Via directe plaatsing bij lokale werkgevers kan men hen sneller betrekken in de samenleving.
•
Werkgevers: de werkgevers missen soms een laagdrempelige, directe manier om (in levenden lijve) informatie of hulp te verkrijgen. Dit werkcentrum kan een manier zijn om hierbij aan te sluiten. Een werkgever kan op die manier hulp krijgen bij bijvoorbeeld administratieve of begeleidingsvraagstukken?
•
Onderwijsinstellingen: onderwijsinstellingen moeten er terechtkunnen voor advies en de mogelijkheid krijgen om hun leerlingen te laten aansluiten bij evenementen die ze samen met het werkcentrum organiseren, of die het werkcentrum alleen organiseert. Ook kunnen zij met de ouders van leerlingen terecht bij het werkcentrum voor vragen.
Aandachtspunten Hoewel het werkcentrum op veel manieren voordelen biedt, zijn er enkele belangrijke aandachtspunten die bij de invulling en vormgeving kunnen spelen. Zo kan de indeling van de verschillende disciplines op één plek voordelen bieden doordat de klantmanagers van verschillende afdelingen elkaar direct kunnen spreken en met elkaar in contact staan. Een belangrijk aandachtspunt is dat er door de coördinator wordt gestuurd op een goede en passende inrichting, zodat iedereen elkaar weet te vinden. Vooral in het beginstadium van het werkcentrum is het van belang om de focus te richten op deze samenwerking. Zo kan het voordeel van de korte lijnen en aaneensluitende dienstverlening die leiden tot een soepele route naar werk optimaal benut worden. Gezien de relatief kleine doelgroep op Urk bestaat het risico dat het werkcentrum niet (altijd) volledig benut wordt, wat kan leiden tot een minder efficiënte inzet van tijd en middelen. Tegelijkertijd biedt het werkcentrum kansen; er zal personeel werkzaam zijn dat al in dienst is van of voor de gemeente, waarbij ook is geconstateerd dat er behoefte bestaat aan extra toegespitste werkplekken. Bovendien creëert het werkcentrum ruimte voor samenwerking met externe partners, wat de maatschappelijke meerwaarde vergroot en de benutting van de faciliteiten kan verbeteren.
Ook kan het werkcentrum zorgen voor een extra schakel in de dienstverlening om mensen te ondersteunen naar werk in de huidige werkprocessen. Zo gaan inwoners nu vaak eerst naar de
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
34/53
klantmanagers, in plaats van naar het Concern voor Werk om zich te ontwikkelen, en daarna worden zij door het WSP Urk Werkt begeleid naar werk door matching. Als het WSP Urk Werkt los komt te staan van CvW, betekent dat een extra ‘knip’ in de dienstverlening. Hier moet zorgvuldig mee om worden gegaan en daar moeten duidelijke afspraken over worden gemaakt. Tot slot vraagt de fysieke inrichting en het onderhoud van het werkcentrum om een investering, in eerste instantie door het organiseren van de loketfunctie en frontoffice. Om de gewenste uitstraling en laagdrempeligheid te realiseren moet het vinden van een balans tussen toegankelijkheid, functionaliteit en kostenbeheersing goed worden gecoördineerd.
6.2
Scenario 1: Houden zoals het is
In het eerste scenario wordt ervoor gekozen om de situatie te behouden zoals deze is. Dat houdt in dat Concern voor Werk de taken, zoals omschreven in de DVO, blijft uitvoeren. Het WSP Urk Werkt blijft bij Concern voor Werk en de ingerichte werkprocessen blijven bestaan. De voordelen van dit scenario zijn de bestuurlijke rust, en de stabiliteit van de relatie met Concern voor Werk. De nadelen van dit scenario zijn dat er geen gerichte actie wordt ondernomen voor de toekomstige behoeften van de doelgroep en de kwetsbaar wordende doelgroep in de Participatiewet. De gemeente blijft op afstand staan als het gaat om de ondersteuning van de inwoners naar werk. Dit scenario kan ook leiden tot uitstel van een duidelijke keuze voor de toekomstige uitvoering van de Participatiewet. Het advies aan de gemeente is om een rol en positie in te nemen om de toekomstige opgave op te vangen. Daarnaast vraagt de lokale Urker context om specifieke aandachtspunten. Binnen het inburgeringstraject wordt een deel van de uitvoering verzorgd door het onderwijs en een deel door CvW. Urk is echter te klein om zelfstandig een volledig aanbod via de reguliere aanbieders te organiseren. Daarom wordt er gebruikgemaakt van wat er regionaal en via CvW beschikbaar is.
Dit vergt dat CvW zich verder blijft doorontwikkelen: wat Urk nodig heeft, moet CvW kunnen leveren, en als dat nu nog niet zo is, moet dat in de samenwerking worden geborgd. In Urk geldt bovendien dat het werkdomein functioneert als één cluster of afdeling, met korte lijnen en voortdurende samenwerking tussen de klantmanagers werk (die de regie over de casussen houden) en de accountmanagers werk (die samen de match met de werkgevers tot stand brengen). De verwachte stijging van het aantal inwoners in de doelgroepregistratie vraagt om flexibiliteit in de inrichting van de dienstverlening. Scenario 1 biedt bestuurlijke rust en continuïteit, maar ook het risico dat de noodzakelijke doorontwikkeling wordt uitgesteld, terwijl de opgave rondom de kwetsbare doelgroepen groeit. Het verdient daarom aanbeveling dat de gemeente, ook in dit scenario, actiever positie kiest om de toekomstige opgaven te kunnen opvangen en de samenwerking met CvW inhoudelijk te blijven sturen op het gebied van de kwaliteit en het passende aanbod.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
35/53
Voordelen
Nadelen
Bestuurlijke rust en stabiliteit in
Geen gerichte doorontwikkeling dienstverlening
samenwerking met CvW.
voor toekomstige behoefte van Participatiewetdoelgroep.
Korte lijntjes tussen klantmanagers,
Toenemende behoefte om de doelgroep
inkomen, Wmo en jeugd; medewerkers
Banenafspraak directer op te pakken met daarbij
vinden elkaar steeds beter.
meer contact met werkgevers en doorstroomcoaches.
Behoud van bestaande werkprocessen en
Geen zichtbaar gezicht van dienstverlening voor
relationele stabiliteit.
P-wet- en inburgerings- en jeugddoelgroepen. Statushouders worden niet vanaf de start betrokken bij (betaald) werk; kansen voor vroegtijdige activering blijven onbenut. Gescheiden uitvoering van werk & inburgering belemmert herkenning en benutting van kansen voor het doelgroepregister. Jongeren met problematiek zonder startkwalificatie komen niet vroegtijdig in beeld; ze missen de doorstroombegeleiding. Verwachting vanuit AMR voor ontwikkeling werkcentrum wordt niet ingevuld. Er is binnen de gemeente geen zichtbaar aanspreekpunt voor SROI.
6.3
Scenario 2: zichtbaar zijn met een fysiek werkcentrum
Een fysiek werkcentrum waarin de huidige disciplines een goede werkplek en een herkenbaar loket krijgen. In dit scenario wordt gekozen voor de realisatie van een fysiek werkcentrum waarin de huidige disciplines een vaste, herkenbare en goed uitgeruste werkplek krijgen, en inwoners één duidelijk loket hebben voor vragen en ondersteuning. Het werkcentrum fungeert daarmee als zichtbaar en laagdrempelig aanspreekpunt in de gemeente. De bestaande disciplines worden aangevuld met expertise die in de huidige samenwerking nog onvoldoende direct aanwezig is, maar binnen de regio reeds beschikbaar is. Dit betreft bijvoorbeeld de doorstroomcoach onderwijs, de accountmanager Economische Zaken, een flexplek voor de gids werkcentrum Arbeidsmarktregio en andere regionale initiatieven. Daarnaast komen er flexibele werkplekken waar ook het UWV gebruik van kan maken, waarmee de samenwerking tussen de betrokken partners verder wordt versterkt.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
36/53
Dienstverlening Uitgangspunt blijft dat Concern voor Werk (CvW) zijn kerntaken uitvoert, zoals de begeleiding van kandidaten, trajectmanagement en jobcoaching. Dat geldt voor de volgende dienstverlening aan de gemeente: ondersteuning bij arbeidsre-integratie (punt 1 uit de DVO), uitvoering van taken binnen de Banenafspraak zoals loonwaardebepaling en jobcoaching (punt 2 uit de DVO), en het verzorgen van de uitvoering van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) in het kader van de Wet Inburgering (punt 4 uit de DVO). Deze onderdelen vragen om voortdurende afstemming en samenwerking, waarbij CvW een verbindende rol speelt tussen kandidaten, gemeente en werkgevers. De accountmanagers (punt 3 in de DVO) blijven in eerste instantie in dienst van CvW, maar zijn, voor zover zij niet bij werkgevers aanwezig moeten zijn, fysiek aanwezig in het loket van Urk Werkt. Op termijn kan de optie worden verkend om deze accountmanagers rechtstreeks in dienst te nemen bij de gemeente Urk. Dit zou betekenen dat het derde punt uit de huidige DVO met CvW op termijn verschuift naar gemeentelijke verantwoordelijkheid. Dit betekent dat de dienstverleningsovereenkomst met CvW moet worden aangepast.
Ontwikkelopties Het werkcentrum biedt bovendien ruimte voor groei en doorontwikkeling. Denk hierbij aan de toekomstige toevoeging van spreekkamers, backofficefuncties en andere voorzieningen. De veiligheid en goede werkomgeving voor klantmanagers wordt al in de opstartfase geborgd. Een verdere ontwikkeloptie binnen dit scenario is om mensen met een indicatie beschut werk direct te plaatsen bij werkgevers die opereren als sociale onderneming. Voorwaarde hiervoor is dat in het gemeentelijk beleid duidelijk wordt vastgelegd wat onder een sociale onderneming wordt verstaan, en welke begeleidingskosten daarmee gemoeid zijn. Dit biedt perspectief op een meer directe koppeling tussen inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en duurzame, maatschappelijk betrokken werkplekken in de regio. Daarnaast wordt er intensievere samenwerking gezocht met klantmanagers en omliggende gemeenten, waaronder de DUN-gemeenten (Dronten, Urk en Noordoostpolder). Deze samenwerking richt zich vooral op het delen van expertise, informatie en gezamenlijk initiatief rondom werk en participatie.
Voordelen
Nadelen
Sterk en herkenbaar merk Urk Werkt, met
Creëert een knip in de ontwikkelingsketen naar
eigen ‘Urker kleur’.
werk.
Eén fysiek, herkenbaar loket voor inwoners
Onrust bij accountmanagers door optie
en werkgevers.
overheveling naar gemeente; aanpassing in DVO noodzakelijk.
Financiële ruimte: € 100.000 gereserveerd
Organisatieverandering met bijbehorende
voor opstart/ontwikkeling in 2026.
implementatie-uitdagingen.
Maatwerk mogelijk door bundeling
Behoud van kwetsbaarheid in relatie met CvW.
expertise in werkcentrum.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
Voordelen
37/53
Nadelen
Ruimte voor groei (spreekkamers, backoffice, veilige werkplek klantmanagers). Betere zichtbaarheid voor werkgevers en inwoners; laagdrempeliger dan CvW. Nauwere samenwerking met bedrijvenkring en organisaties als Caritas. Korte lijnen tussen sociaal domeindisciplines (inkomen, minimabeleid) binnen het loket. Snellere informatie-uitwisseling over inwoners en trajecten. Betrokkenheid onderwijs via doorstroomcoaches (school naar werk). De nadelen van scenario 1 zijn grotendeels voordelen in scenario 2.
6.4
Scenario 3: 'Urk Werkt' als fysiek werkcentrum
Het Werkcentrum Urk Werkt voert taken uit op het gebied van werk en inkomen, werkgeversbenadering en combineert dit met inburgering. In dit scenario krijgt het fysieke werkcentrum, genaamd ‘Urk Werkt’, een centrale rol in de werkgeversbenadering. In dit scenario wordt de positie en zichtbaarheid van Urk Werkt verder versterkt door de inrichting van een fysiek werkcentrum waarin alle relevante disciplines samenkomen. Inwoners hebben hiermee één herkenbaar loket waar zij terechtkunnen voor begeleiding naar werk, participatie en aanvullende ondersteuning. Net als in scenario 2 wordt de samenwerking binnen het werkcentrum versterkt door de inzet van aanvullende expertise die flexibel en doelgericht kan worden ingezet. Dit betreft een doorstroomcoach onderwijs, een accountmanager Economische Zaken en een flexplek voor de gids werkcentrum Arbeidsmarktregio. Ook andere regionale initiatieven kunnen op deze manier worden ingebed in de lokale structuur. Daarnaast worden er flexibele werkplekken ingericht waar onder andere het UWV gebruik van kan maken. Dit draagt bij aan het verder versterken van de samenwerking tussen de betrokken partners en vergroot de toegankelijkheid van het werkcentrum voor de diverse disciplines. Voor de inzet van gidsen, zoals de voormalige RMT-functies en de leerwerkcoaches, wordt bewust gekozen voor het benutten van regionale capaciteit.
Vanwege de afhankelijkheid van de bredere arbeidsmarktregio, waarin Almere een grote speler is, wordt dit beperkt tot het reserveren van een flexplek in plaats van een vaste werkplek. Hiermee blijft de samenwerking schaalbaar en wendbaar, terwijl de verbinding met regionale expertise behouden blijft.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
38/53
Dienstverlening Het uitgangspunt is dat Concern voor Werk (CvW) de vele kerntaken behoudt en doet waar zijn kracht ligt, namelijk het begeleiden van mensen naar een passende werkplek. De kerntaken binnen dit scenario betreffen het uitvoeren van beschut werk, de Wsw, het werkfit maken van kandidaten (punt 1 in de DVO) en het uitvoeren van de MAP (punt 4 in de DVO). Deze taken blijven uitgevoerd worden door CvW. Trajecten vanuit de Banenafspraak (punt 2 in de DVO) worden vanuit het werkcentrum georganiseerd en ingekocht bij CvW. Indien CvW een benodigde voorziening of traject niet kan leveren, kan dit bij een andere aanbieder worden ingekocht, zodat altijd maatwerk geboden kan worden. Dit sluit aan bij de huidige dienstverlening. Er is ruimte om in de toekomst bepaalde onderdelen van de Banenafspraak binnen de uitvoering van het werkcentrum te beleggen. Zo kan het werkcentrum uitgroeien tot een belangrijke spil in de lokale arbeidsmarktinfrastructuur, met behoud van de samenwerking met CvW voor de taken waar zij aantoonbaar het sterkst in zijn. Denk daarbij aan het op termijn rechtstreeks aanbieden van jobcoaching voor bemiddeling naar werk door het werkcentrum. Ook kan de loonwaardebepaling op termijn onder de verantwoordelijkheid van het werkcentrum vallen. In dit scenario wordt het WSP Urk Werkt (punt 3 in de DVO) ondergebracht bij de gemeente.
Accountmanagers en klantmanagers werk kunnen vanuit het werkcentrum gezamenlijk zorgdragen voor plaatsingen bij werkgevers. De klantmanager houdt daarbij de regie over de casus, terwijl de accountmanagers de match met de werkgevers realiseren. Hierbij gelden strakke werkafspraken over onder meer de duur van trajecten en de verdeling van verantwoordelijkheden: een accountmanager die de loonwaardemeting uitvoert, vervult niet tegelijkertijd de rol van jobcoach, om rolconflicten te voorkomen. Dit sluit aan bij huidige afspraken. Ook inburgering krijgt een plek in dit scenario. Het werkcentrum kan een rol vervullen in inburgeringstrajecten en ondersteunende modules, zoals de MAP voor inburgeraars in de B1-route. Omdat klantmanagers inburgering fysiek aanwezig zijn in het werkcentrum, kan op een efficiënte manier de koppeling worden gemaakt met onderwijs, trajecten en werktoeleiding.
Doorontwikkeling Voor specifieke taken is doorontwikkeling en professionalisering noodzakelijk. Het betreft onder meer het verder aanscherpen van de DVO en het daarbij behorende addendum om rolduidelijkheid te borgen, evenals het gezamenlijk blijven investeren in de ontwikkeling van jobcoaches, zodat hun kwaliteit en professionaliteit blijvend aansluiten bij de (veranderende) behoeften van kandidaten en werkgevers. Ook kan het werkcentrum op termijn jobcoaching rechtstreeks aanbieden voor kandidaten die naar werk worden bemiddeld, en kan de loonwaardebepaling op termijn binnen het werkcentrum zelf worden uitgevoerd.
Regie en werkgeversbenadering In dit scenario houdt de klantmanager in het Werkcentrum regie en stippelt een plan voor een traject uit. Dit kan een traject zijn bij Concern voor Werk maar ook dit kan ook een traject zijn bij een aanbieder. Een andere optie is dat mensen die een korte afstand hebben tot de Urker arbeidsmarkt een kortdurend traject volgen bij de accountmanager, en zo mogelijk direct bij een werkgever uit het netwerk van de accountmanager. De accountmanager behoudt de dubbele rol van het begeleiden van trajecten en het benaderen van de werkgevers alleen voor de ‘snel bemiddelbare’ kandidaten (afspraken over wat ‘snel bemiddelbaar is’ kunnen later nader vastgesteld worden).
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
39/53
De klantmanager in het Werkcentrum houdt de vinger aan de pols en kan door snel contact te leggen met de accountmanagers komen tot meer aandacht op ontwikkeling naar werk bij werkgevers. Dit vergt een herijking van de functies en rollen van klantmanagers en accountmanagers (die ten dele ook kortdurende trajecten begeleiden). De functie en de rol van de accountmanagers worden in dit scenario naadloos aangesloten op die van de klantmanagers. Een mogelijk risico van het organiseren van de werkgeversbenadering bij de gemeente is dat er een extra overdrachtsmoment ontstaat. Mensen worden door de klantmanager doorverwezen naar een traject (bijvoorbeeld bij Concern voor Werk), en zodra de kandidaat bemiddeld kan worden naar werk, is er weer een overdrachtsmoment naar de klantmanager, die borgt dat de vervolgstappen (zoals bemiddeling door een accountmanager) worden uitgevoerd. Ook kan het een risico zijn dat wanneer een kandidaat is overgedragen om een traject te volgen, er niet duidelijk wordt gesignaleerd wanneer deze aan het werk kan, wat ertoe kan leiden dat deze langer in een traject blijft dan nodig. Wat daarin een oplossing kan zijn is dat de klantmanager nadrukkelijk de regie behoud met duidelijke afspraken vooraf over de duur van een traject.
Deze manier van werken biedt de mogelijkheid om een doelgroep met complexere problematieken te ontwikkelen naar werk, en tegelijkertijd te kunnen ondersteunen op andere levensgebieden. Het Werkcentrum is gericht op werk, maar fungeert als toegang tot het bredere sociale domein als er wordt gesignaleerd dat ondersteuning op het gebied van de Wmo of de Jeugdwet nodig is.
Voordelen
Nadelen
De gemeente neemt de regie over WSP Urk
Complexere implementatie door verschuiving
Werkt; account- en klantmanagers werken
regie naar gemeente.
direct samen aan plaatsingen. CvW behoudt focus op kerntaken: werkfit
Vereist strakke werkafspraken, rolduidelijkheid
maken, Wsw, beschut werk, MAP.
en investeringen in professionalisering (onder andere jobcoaches, DVO-addendum).
Mogelijkheid om inburgering en MAP (B1-
Relatie met Concern voor Werk en
route) te koppelen aan werktoeleiding in het
kwetsbaarheid behoud van vangnet (een plek
werkcentrum.
waar inwoners altijd terug kunnen vallen en in een beschutte omgeving kunnen worden ondersteund)
Jobcoaching en loonwaardebepalingen
Het risico bestaat dat eerdere taken van CvW
kunnen op termijn rechtstreeks vanuit
(zoals de Banenafspraak) versnipperd raken
werkcentrum worden uitgevoerd, dichter bij
tussen de verschillende partijen, wat de
de burger en de werkgevers.
afstemming kan bemoeilijken
Minder afhankelijkheid van CvW voor
Er is een extra ‘knip’ in de begeleiding naar
Banenafspraak en aanvullende
werk, omdat de ontwikkeling bij CvW plaatsvindt
werkprocessen.
maar de werkgeversbenadering door het Werkcentrum. Dit vereist duidelijk ingeregelde werkprocessen.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
Voordelen Direct zichtbaar en bereikbaar voor werkgevers en inwoners; versterking imago en vertrouwen. Dienstverlening dichter bij de werkgevers door een werkcentrum waar werkgevers én werknemers welkom zijn, en waar kortdurende trajecten voor snel bemiddelbare kandidaten direct bij de werkgevers worden georganiseerd. Daarbij is ruimte voor ondersteuning op andere levensgebieden indien nodig.
Nadelen
40/53
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
41/53
HOOFDSTUK 7
Voorkeursvariant We hebben een drietal uitvoeringsscenario’s beschreven. De vraag is wat het voorkeursscenario van de gemeente Urk is. We werken hierna het voorkeursscenario uit waarbij we ons baseren op de uitgevoerde analyses en de wensen en behoeften van de gemeente, die we hebben verkregen uit de interviews.
7.1
Keuze voorkeursscenario
Het voorkeursscenario baseren wij op de weging van relevante beoordelingscriteria. Deze beschrijven we eerst voordat wij het voorkeursscenario in beeld laten komen door de verschillende scenario’s te beoordelen op basis van deze verschillende relevante criteria. Tot slot geven wij advies voor het vervolgproces.
7.2
Beoordelingscriteria
Op basis van de interviews zien wij de volgende relevante beoordelingscriteria voor de uitgewerkte scenario’s, op basis waarvan een keuze gemaakt kan worden. 1. Schaalvoordelen: we gaan per uitvoeringsscenario na hoe in hoeverre kan worden geprofiteerd van de schaalvoordelen. Een schaalvoordeel kan zich vertalen in doelmatigheid (hetzelfde resultaat tegen lagere kosten), in effectiviteit (betere kwaliteit van dienstverlening) en in termen van risico’s (minder risico’s, bijvoorbeeld de kwetsbaarheid). Schaalvoordelen vertalen zich aldus in betere dienstverlening en/of lagere kosten en daarmee lagere belastingen voor de inwoners. 2. Financiële risico's: per scenario gaan we na in hoeverre sprake is van een onzekere financiële uitkomst. We gaan ook na in hoeverre risico’s kunnen worden beheerst of kunnen worden voorkomen door bijvoorbeeld nu al bepaalde investeringen te doen. Lagere financiële risico’s leiden tot minder risico op hogere belastingen die moeten worden opgebracht door de inwoners dan wel bezuinigingen die de kwaliteit van dienstverlening negatief kunnen beïnvloeden. 3. Beleidsrisico's: de belangrijkste doelstelling van de Participatiewet is dat iedereen zo veel mogelijk zelfstandig meedoet aan de samenleving, bij voorkeur via werk. Het streven is gericht op een inclusieve arbeidsmarkt.
Bij het beoordelingscriterium beleidsrisico’s gaan we na in hoeverre het risico bestaat dat doelstellingen van de Participatiewet, niet of onvoldoende worden gerealiseerd. 4. Couleur locale: we gaan voor de verschillende scenario’s na in hoeverre de couleur locale in de uitvoering is gewaarborgd en in hoeverre de gemeente Urk in staat is om couleur locale (‘de Urker kleur’) in het beleid en in de uitvoering te realiseren. De dienstverlening aan de inwoners vertoont daarmee meer samenhang met het beleid en de uitvoering van de gemeente op andere domeinen en is beter afgestemd op de lokale context.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
42/53
5. Afbakeningsproblematiek: In hoeverre is voor de uitvoeringsinstellingen duidelijk voor welke groep zij verantwoordelijk zijn. Worden groepen tijdig doorverwezen? En is het voor kandidaten en werkgevers duidelijk welke uitvoeringsorganisatie verantwoordelijk is en wie hen verder kan helpen? 6. Grip op beleid en uitvoering: in hoeverre kan de gemeente Urk zelf het beleid bepalen en richting geven aan de uitvoering en op die manier beter laten aansluiten op de specifieke wensen en behoeften van de inwoners op Urk? En in hoeverre is Urk afhankelijk van andere gemeenten (in het bijzonder de Noordoostpolder en Lelystad) dan wel het management van de uitvoeringsorganisatie zelf? 7. Toekomstbestendigheid: wat is de toekomstbestendigheid van het uitvoeringsconstruct? Kan de uitvoeringsorganisatie met de beschikbare middelen adequaat reageren op (onverwachte) omstandigheden? En beweegt de dienstverlening in voldoende mate mee met de veranderingen in de omvang en samenstelling van de doelgroep, waardoor ook de inwoners in de toekomst optimaal worden ondersteund? 8. Laagdrempeligheid en vindbaarheid voor de inwoners: direct gezien, aandacht, reuring, juiste hulp en service, één loket. 9. Relatie met de buurgemeenten: wat is het effect van de verschillende uitvoeringsorganisaties op de relatie met de buurgemeenten binnen de Gemeenschappelijke Regeling IJsselmeergroep? 10.
Integraal werken: korte lijntjes en denken vanuit één perspectief. Dat is welke hulp heeft de inwoner en haar omgeving nodig om weer te kunnen werken. De mate waarin er over verschillende domeinen efficiënt samengewerkt wordt. 11. Relatie met Concern voor Werk: de relatie met Concern voor Werk, de regionale afspraken en de bestuurlijke vormgeving.
7.3
Weging van de verschillende scenario’s langs de criteria
Op basis van onze analyse en de gesprekken met de verschillende stakeholders komen wij per scenario tot de volgende weging. We geven per criterium een score op een schaal van – – (twee keer min) tot en met + + (twee keer plus). In de laatst rij tellen we de scores bij elkaar op. De scores baseren we op onze analyse en de gesprekken die we voerden met de verschillende stakeholders. Zie de weging in de bijlage B.1.4.
7.3.1
Conclusie
Op basis van de uitgevoerde analyse en gesprekken, constateren we dat in Urk de voorkeur uitgaat naar scenario 2, de realisatie van een fysiek werkcentrum waarin de bestaande disciplines een vaste, herkenbare en goed uitgeruste werkplek krijgen. Dit scenario biedt een laagdrempelig en zichtbaar loket voor inwoners en werkgevers, versterkt de samenwerking tussen de betrokken partijen en sluit goed aan bij de lokale Urker context. Scenario 2 scoort op aspecten als couleur locale, grip op beleid en uitvoering, en laagdrempeligheid voor inwoners. Het biedt ruimte voor maatwerk, versterkt de relatie met lokale partners zoals Caritas en onderwijsinstellingen, en maakt de dienstverlening toegankelijker en herkenbaarder. Scenario 2 wordt als voorkeursvariant gekozen boven scenario 3, omdat het een stabiele stap biedt waarin de gemeente regie kan nemen over de uitvoering van de Participatiewet, zonder direct de complexiteit van de volledige integratie en de overheveling van taken op zich te nemen. Het biedt ruimte om de bestaande structuren te behouden waar ze goed functioneren (zoals de samenwerking met CvW), terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan de versterking van de lokale dienstverlening en positionering van het werkcentrum.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
43/53
Tegelijkertijd erkennen we dat scenario 3, waarin het werkcentrum tevens een centrale rol krijgt in de werkgeversbenadering en meer taken naar de gemeente worden overgeheveld, op termijn een logische vervolgstap kan zijn. Scenario 3 biedt nog meer regie en integratie van dienstverlening, maar vraagt ook om duidelijke werkafspraken, professionalisering en een zorgvuldige implementatie. Dit werkt ook de andere kant op; de gemeente kan op termijn herzien hoe zij optimaal gebruik kan (blijven) maken van de expertise van een partij als Concern voor Werk. De keuze voor scenario 2 is onderbouwd door de volgende overwegingen: •
Beheersbare implementatie: scenario 2 vraagt om minder ingrijpende organisatieverandering dan scenario 3. Dit maakt het haalbaar om gefaseerd te ontwikkelen, met behoud van stabiliteit in de dienstverlening.
•
Behouden van vangnet en expertise CvW: in scenario 2 blijft CvW verantwoordelijk voor de kerntaken, zoals het werkfit maken en uitvoering geven aan de Banenafspraak en de MAPmodule. Dit borgt continuïteit en kwaliteit voor doelgroepen in een kwetsbare situatie.
•
Laagdrempeligheid en couleur locale: scenario 2 versterkt de Urker kleur door een herkenbaar loket te creëren dat past bij de lokale cultuur en werkwijze voor inwoners en werkgevers, zonder dat de gemeente direct alle uitvoeringsverantwoordelijkheid overneemt.
•
Voorbereiding op scenario 3: scenario 2 biedt de mogelijkheid om onderdelen zoals de werkgeversbenadering en het accountmanagement geleidelijk naar de gemeente over te hevelen. Dit maakt het mogelijk om op termijn door te groeien naar scenario 3, zodra de organisatie en samenwerking voldoende zijn versterkt.
Daarom adviseren wij om scenario 2 als voorkeursvariant te kiezen. Dit scenario biedt een stevige basis voor doorontwikkeling naar scenario 3.
Figuur 3 Dammetje Plankier
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
44/53
Bijlagen B.1.1
Dienstverleningsovereenkomst Concern voor Werk
Deel A bestaat uit: 1.
Dienstverlening vanuit CvW aan de gemeente Urk met betrekking tot arbeidsreintegratie (werkfit): •
Aanleveren van werknemersvaardigheden.
•
Aansluiting bij en bemiddeling tot de reguliere arbeidsmarkt.
•
Voortraject re-integratie voor cliënten vanuit de Banenafspraak.
2.
Dienstverlening vanuit CvW aan de gemeente Urk met betrekking tot de Banenafspraak: •
CvW draagt zorg voor geschoolde loonwaardespecialisten om de loonwaardemeting correct te kunnen uitvoeren.
•
Het programma waarin de loonwaardemetingen worden verricht is Matchcare. De gemeente Urk heeft vanuit het RWF een overeenkomst afgesloten met Matchcare en draagt zorg voor de toegang tot de applicatie.
•
De loonwaardemeting wordt opgenomen in een rapportage loonwaarde bepaling en beschikbaar gesteld aan de klantmanager Werk van de gemeente Urk voor de verdere afhandeling. Deze loonwaarde wordt voorzien van een advies jobcoaching op de werkvloer, conform de regionale afspraken vanuit het RWF.
•
De jobcoaching wordt uitgevoerd door een geschoolde jobcoach.
•
De jobcoaching wordt bij voorkeur uitgevoerd door een jobcoach van CvW, niet zijnde de loonwaardespecialisten.
•
Jobcoaching betreft het coachen van kandidaten die een betaalde baan hebben, maar deze niet zonder begeleiding langdurig vast kunnen houden per 1 januari 2025 (geschat aantal op basis van realisatie 2024).
• 3.
Loonwaardemetingen per 1 januari 2025. Dienstverlening vanuit CvW aan de Gemeente Urk met betrekking tot werkgeversdienstverlening (Werkgeversservicepunt Urk Werkt):
•
Het voordragen en plaatsen van passende kandidaten, inclusief waar nodig het bieden van nazorg na plaatsing.
•
Advies over de instrumenten en voorzieningen bij een plaatsing.
•
Advies over inclusief werkgeverschap, onder andere functiecreatie.
•
Informatie over de relevante wet- en regelgeving.
•
Arbeidsmarktinformatie.
•
Het Werkgeversservicepunt in de arbeidsmarktregio Flevoland.
•
De verwachting is dat CvW als zijnde Werkgeversservicepunt Urk deelneemt aan de ontwikkelingen in de regio. Via de contactpersoon van de gemeente Urk zullen zij op de hoogte worden gebracht van deze ontwikkelingen.
•
Samen met de contactpersoon van de gemeente Urk beoordelen in hoeverre we een bijdrage aan de arbeidsmarktregio kunnen leveren.
•
Het uitvoering geven aan de SROI.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
45/53
Deel B bestaat uit: 4.
Uitvoering MAP (Module Arbeidsmarkt en Participatie) in het kader van de nieuwe Wet Inburgering •
CvW heeft het eigenaarschap van de MAP in de leerroute
•
CvW biedt een curriculum waarin in ieder geval zit:
•
o
een beroepskeuzetest
o
een assessment
o
informatie over arbeidsmarkt, werkomstandigheden, contracten en vereiste diploma's
o
een sollicitatietraining
o
bedrijfsbezoeken.
Het aanbieden van de MAP vereist samenwerking met de Werkgeversservicepunt binnen de arbeidsmarktregio.
•
De MAP moet binnen drie jaar zijn afgerond.
•
Ten minste veertig uren van de MAP zijn gericht op de praktische inzet van de inburgeringsplichtige op de arbeidsmarkt. Uitgangspunt hierbij is dat dit een plek is waar een inburgeringsplichtige werkervaring opdoet, die zo veel als mogelijk aansluit bij de persoonlijke beroepskansen en -wensen
•
De intensiteit van de MAP zal verschillen per inburgeringsplichtige. Hoger opgeleiden hebben mogelijk minder uren nodig voor dit traject. Er wordt geen urennorm opgelegd voor het geheel van de MAP. Daarmee kan er maatwerk worden geboden aan de inburgeringsplichtige
•
Het voorbereiden en toeleiden naar het examen van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) behoren tot de gezamenlijke taken van de gemeente (CvW) en het ROC Friese Poort.
•
Het CBS monitort en evalueert op verzoek of opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De opdrachtgever levert de gemeente kwantitatieve gegevens voor de Statistiek Wet Inburgering.
•
Op basis van schatting is het jaarbedrag voor 2025 vastgesteld. Het aantal te plaatsen statushouders kan wijzigen. CvW dient daarom de gemeente Urk op de hoogte te stellen indien de schatting overschreden wordt en er een nacalculatie kan ontstaan voor de kosten.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
B.1.2
46/53
Bijstandskansen URK
2024 Totaal
Percentage met bijstand
Voorspeld percentage met bijstand
Aantal met bijstand
Voorspeld aantal met bijstand
Afwijking
8.249
1,33%
1,60%
110
132
22
Herkomst Marokko
39
-
-
-
-
-
Herkomst Nederland
7.759
0,73%
0,97%
57
75
18
Herkomst Turkije
17
-
-
-
-
-
Alleenstaande
1.008
3,67%
4,70%
37
47
10
Eenouderhuishouden
247
8,10%
9,01%
20
22
2
Paar met kinderen
3.447
0,64%
0,91%
22
31
9
Paar zonder kinderen
848
-
-
-
-
-
Thuiswonend meerderjarig kind
2.670
0,86%
0,79%
23
21
−2
HCI laag
2.766
2,96%
3,92%
82
108
26
HCI midden/hoog
6.595
0,23%
0,41%
15
27
12
Voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs
227
-
-
-
-
-
Leeftijd 18 tot 20 jaar
712
-
-
-
-
-
Leeftijd 20 tot 25 jaar
1.584
0,95%
0,94%
15
15
0
Leeftijd 25 tot 30 jaar
1.275
0,94%
1,14%
12
15
3
Leeftijd 30 tot 40 jaar
2.135
0,94%
1,38%
20
29
9
Leeftijd 40 tot 50 jaar
1.762
1,93%
2,03%
34
36
2
Leeftijd 50 jaar tot AOW-leeftijd
2.116
1,89%
2,31%
40
49
9
HCI laag en gezondheidsproblemen
931
3,54%
5,00%
33
47
14
Herkomstland met verhoogde bijstandskans en 50 tot AOW-leeftijd
53
35,85%
31,31%
19
17
−2
Herkomstland met verhoogde bijstandskans en gezondheidsproblemen
65
24,62%
25,64%
16
17
1
Voormalig student met psychoproblematiek
34
-
-
-
-
-
747
11,51%
13,18%
86
98
12
Kenmerk: Gehele groep Huishoudens 18 jaar - AOW-leeftijd in gemeente Herkomst
Huishoudenssamenstelling
Human Capital Index (opleiding/werkervaring)
Leeftijdsamenstelling
Stapeling van problematiek
Woonsituatie Corporatiewoning
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
2024
47/53
Totaal
Percentage met bijstand
Voorspeld percentage met bijstand
Aantal met bijstand
Voorspeld aantal met bijstand
Afwijking
Bovengemiddelde huisartskosten
2.747
1,49%
2,11%
41
58
17
Medicijnen tegen depressie
509
2,55%
3,44%
13
17
4
Medicijnen tegen epilepsie en pijn
168
-
-
-
-
-
Medicijnen tegen psychose/bipolaire stoornis
128
-
-
-
-
-
Medicijnen tegen verslaving
19
-
-
-
-
-
Medicijngebruik uit 4 of 5 hoofdgroepen
1.013
1,97%
2,06%
20
21
1
Medicijngebruik uit 6 of 7 hoofdgroepen
274
-
-
-
-
-
Medicijngebruik uit 8 of meer hoofdgroepen
62
-
-
-
-
-
Verleden met GGZ-kosten
1.517
2,50%
2,96%
38
45
7
Ziekenhuiskosten
4.700
1,40%
1,68%
66
79
13
Zorgkosten voor hulpmiddelen
970
1,44%
1,96%
14
19
5
Kenmerk: Zorggebruik
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
B.1.3
48/53
Uitleg Spinnenwebmodel
Hoe worden de referentiegemeenten geselecteerd? Als referentiegemeenten kiezen we voor een tiental gemeenten waarvan de verwachte bijstandsuitgaven in het verdeelmodel dat het ministerie van SZW voor de verdeling van het bijstandsbudget gebruikt, het dichtste bij de verwachte bijstandsuitgaven van Enschede ligt. Iedere gemeente heeft dus weer andere referentiegemeenten. Het verdeelmodel berekent de bijstandsuitgaven op basis van een groot aantal sociaaleconomische factoren, waardoor de sociaaleconomische structuur van een gemeente een belangrijke factor is voor het bepalen van de referentiegemeenten.
Extra uitleg bij de indicatoren Bijstandsdichtheid: we gaan na hoeveel procent van de huishoudens in een gemeente afhankelijk is van een bijstandsuitkering en hoe dat percentage zich verhoudt tot de bijstandsdichtheid in een groep van tien referentiegemeenten. Als een gemeente bijvoorbeeld 30% scoort op bijstandsdichtheid, betekent het dat de gemeente bij de 30% gemeenten zit met de meest ongunstige bijstandsdichtheid (in vergelijking met de referentiegemeenten). Ontwikkeling bijstandsdichtheid: de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid ten opzichte van de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid in de referentiegemeenten. We gaan na met hoeveel de bijstandsdichtheid sinds 2016 (het jaar waarin de bijstandsdichtheid na circa acht jaar van stijging weer structureel ging dalen) is veranderd en wat het verschil is met de gemiddelde verandering in de referentiegemeenten. Als een gemeente bijvoorbeeld 80% scoort op ontwikkeling van de bijstandsdichtheid, betekent het dat de gemeente bij de 20% van de gemeenten zit, die de grootste daling in de bijstandsdichtheid hebben laten zien sinds 2016. Saldo BUIG: het saldo op het BUIG-budget als percentage van het beschikbare BUIG-budget.
We plaatsen de referentiegemeenten op volgorde van het procentuele BUIG-saldo, waarbij de gemeente met het laagste negatieve saldo op de eerste plaats staat en de gemeente met het hoogste positieve saldo op de laatste plaats. LKS-quote: het aantal loonkostensubsidies dat verstrekt is als percentage van de inschrijvingen in het doelgroepregister. Op de eerste plaats staat de gemeente met de laagste LKS-quote. Op de laatste plaats staat de gemeente met de hoogste LKS-quote. De nieuw beschut werk-quote luidt: het aantal beschutte werkplekken dat gerealiseerd is als percentage van de taakstelling. Op de eerste plaats staat de gemeente met de laagste nieuw beschut werk-quote. Deze gemeente krijgt in de grafiek de score 0%. Op de laatste plaats staat de gemeente met de hoogste nieuw beschut werk-quote. Deze gemeente krijgt de score 100%.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
49/53
Wat zegt de grafiek? In het algemeen geven de scores een indicatie van hoe de prestaties zich verhouden tot de prestaties in andere gemeenten. Een hogere score wijst op betere prestaties dan een lagere score. Een score van bijvoorbeeld 75% geeft aan dat de gemeente behoort tot de 25% best presterende gemeenten. Een score van 25% geeft aan dat de gemeente behoort tot de 25% gemeenten met de minst goede prestaties. Naarmate het oppervlak binnen de blauwe lijnen groter is, liggen de prestaties van de gemeenten op een hoger niveau. In het algemeen geven de scores een indicatie van hoe de prestaties zich verhouden tot de prestaties in andere gemeenten. Een hogere score wijst op betere prestaties dan een lagere score. Een score van bijvoorbeeld 75% geeft aan dat de gemeente behoort tot de 25% best presterende gemeenten. Een score van 25% geeft aan dat de gemeente behoort tot de 25% gemeenten met de minst goede prestaties. Naarmate het oppervlak binnen de blauwe lijnen groter is, liggen de prestaties van de gemeenten op een hoger niveau.
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
Weging drie scenario’s Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Houden zoals het is
Zichtbaar zijn met een fysiek werkcentrum
'Urk Werkt' als fysiek werkcentrum
Een fysiek werkcentrum waarin de huidige disciplines een goede werkplek en een herkenbaar loket krijgen.
Werkcentrum Urk Werkt doet (taken) werk & inkomen, werkgeversbenadering plus combinatie met Inburgering.
Door het samenvoegen van taken CvW met de taken Werkcentrum Urk Werkt, worden schaalvoordelen binnen Urk gerealiseerd. Personeel werkt meer samen.
Er is meer schaalvoordeel doordat taken, werkzaamheden en functionarissen direct onder één leidinggevende samenwerken. Dit vergt tijd en een juiste timing tot realisatie.
Score: +
Score: +
Het risico wordt gedempt doordat taken meer bij elkaar worden gebracht. Efficiëntere en effectievere uitvoering PW kan positief bijdragen aan financiën.
Uitbreiding van taken betekent meer uitgaven. Synergie zal gezocht moeten worden met bestaande taken.
CvW en Urk werken op schaal van Urk samen door. CvW heeft een groter bedieningsgebied. Score: -
Inzet op betaalde banen en re-integratiestappen daarnaartoe, blijft onder DVO. Je weet wat je betaalt. Geen sprake van huisvestingskosten. Score: -
2.
Financiële risico's
1.
Schaalvoordelen
B.1.4
Beperkt gebruikmaken van capaciteit en middelen kan wel leiden tot onnodige kosten. Huisvestingskosten. Score: +
Verschillende uitvoeringsorganisaties (3) die werken aan één doel, leiden vaak tot suboptimalisatie.
Beleidsrisico's
Score: -
3.
50/53
Dit scenario vergroot de beleidsvrijheid doordat de werkzaamheden rondom werk grotendeels centraal zijn georganiseerd met een duidelijke plek binnen het brede sociale domein van de gemeente. Er is een risico op dubbelingen en overdrachtsmomenten. Score: +
Beperkt gebruikmaken van capaciteit en middelen kan wel leiden tot onnodige kosten. Huisvestingskosten. Score: -
Een deel van de dienstverlening PW, inclusief begeleiding en trajecten, nu ook in eigen huis uitvoeren betreft een grote verandering en heeft als risico minder variatie in de dienstverlening waaronder wellicht minder mogelijkheden tot individueel maatwerk. Mogelijke verschraling voorzieningenniveau voor inwoners. Wel meer beleidsvrijheid en ruimte. Afhankelijk van hoe die vrijheid wordt benut is dit een risico of juist een kans. Er is een risico voor dubbelingen en overdrachtsmomenten. Expertise van uitvoeringsorganisatie wordt niet voor alle inwoners benut als zij direct vanuit het Werkcentrum geholpen worden. Score: 0
51/53
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Couleur locale is minder geborgd binnen huidige aanpak.
Stimulans voor couleur locale doordat er duidelijkere positionering uitvoering PW is binnen Urk met de focus op Werk en toegankelijkheid vanuit ondernemers en onderwijs.
Stimulans voor couleur locale doordat er duidelijke positionering uitvoering PW binnen Urk is met nadruk op laagdrempelige toegang tot werkgeversdienstverlening, in relatie met economische (ondernemers), maatschappelijke organisaties en onderwijs.
Score: -
Score: +
4.
Couleur locale
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
Drie organisaties actief (CvW, W&I, sociaal domein). Betekent dat er zes afbakeningsmomenten zijn.
Drie organisaties actief maar vanuit één duidelijke regie vanuit één werkcentrum. Score: +
Score: -
5.
Afbakening
Score: ++ Er is één organisatie die integraal verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Participatiewet. Binnen deze variant is afstemming met het breder sociaal domein en andere partijen binnen de Participatiewet gemakkelijker te organiseren.
Er wordt nu samengewerkt met CvW. Zowel op het gebied van werkgeverdienstverlening als andere uitvoeringstaken Wsw en PW.
Gemeente heeft direct grip op het beleid en de uitvoering van een belangrijk deel van de Participatiewet die integraal door de gemeente wordt uitgevoerd.
Gemeente heeft direct grip op het beleid en de uitvoering van een belangrijk deel van de Participatiewet die integraal door de gemeente wordt uitgevoerd.
Score: -
Score: ++
Score: ++
Risico op veranderende verhouding met de GR blijft. Regionale en landelijke ontwikkelingen moeilijker samen toekomstbestendig te organiseren. Met uitzondering van specifieke werkgeverstaken als Wsw, Vangnetbanen e.d.
Met één werkcentrum onder regie van de gemeente Urk is de gemeente goed voorbereid op toekomstige instroom van complex wordende doelgroep.
Met één werkcentrum onder regie van de gemeente Urk is de gemeente goed voorbereid op toekomstige instroom van complex wordende doelgroep.
Score: +
Op den duur vormt dit scenario de ambitie voor scenario 2. Dat is mogelijk voor later, eerst de basis neerleggen met de juiste timing.
Score: -
Er is geen fysiek werkcentrum. Score: -
Score: ++ Er is een fysiek werkcentrum.
Er is een fysiek werkcentrum.
Score: ++
Score: ++
Urk kiest zijn eigen koers en maakt dit bespreekbaar binnen de GR. Kans dat andere gemeenten volgen is anno 2025 en doorkijkend naar de komende tien jaar nadrukkelijk aanwezig.
Urk kiest voor een zelfstandige koers betreffende uitvoering Participatiewet en neemt één dienst volledig (WSP) en een andere dienst deels (Banenafspraak) nadrukkelijk niet meer van CvW binnen de GR af. Kan overeenkomen met andere deelnemende gemeenten binnen de GR.
9.
Relatie met buurgemeenten
8.
Laagdrem peligheid
7.
Toekomstbestendigheid
6.
Grip
Score: +
Urk verhoudt zich op soortgelijke manier tot CvW (GR) als Lelystad. Gemeente NOP heeft haar DVO anders ingericht. Transitie CvW en koersen richting eigen Werkcentrum kan leiden tot spanningen. Score: 0
Score: +
Score: 0
Totaal
11. Relatie met CvW
10. Integraal werken
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
52/53
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Integrale samenwerking gebeurt niet gestroomlijnd of standaard op dezelfde locatie.
Mogelijkheid tot integraal werken met verbindingen binnen het brede sociaal domein en regionale ontwikkelingen binnen het werkcentrum.
Mogelijkheid tot integraal werken met verbindingen binnen het brede sociaal domein en regionale ontwikkelingen binnen het werkcentrum.
Score: +
Score: +
Door veranderingen kan de verhouding een andere vorm krijgen. Onduidelijkheden moeten worden voorkomen en de afbakening moet duidelijk worden gecommuniceerd.
Door veranderingen kan de verhouding een andere vorm krijgen. Onduidelijkheden moeten worden voorkomen en de afbakening moet duidelijk worden gecommuniceerd.
Score: 0
Score: -
Score: -
De relatie blijft consistent. Score: +
-6
+12
+10
Toekomstige uitvoering van de Participatiewet op Urk
53/53
WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al ruim 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.
Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl