CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2025

Gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststellen jaarrekening 202532.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het tarief voor 2025 is met 2,2% verhoogd. 1.3 Precariobelasting De gemeente heft een precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden van belaste voorwerpen terrassen, zonneschermen, luifels, lichtreclames en vlaggen. Precariobelasting wordt wel gezien als de fiscale tegenhanger van een privaatrechtelijke vergoeding om de gemeentegrond te kunnen gebruiken. 1.4 Toeristenbelasting Dit betreft een belasting die wordt geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP). Door het heffen van een toeristenbelasting dragen ook niet-inwoners bij in de kosten van de algemene voorzieningen van de gemeente Urk. Het tarief bedraagt € 2,00 per persoon per overnachting. Retributies Rechten, ook wel retributies, bestaan uit bestemmingsheffingen en leges. De gemeente mag hierbij niet meer innen dan de kosten die zij maakt voor de betreffende taak. Rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn bestemmingsheffingen.

Ze vallen formeel onder de belastingen, maar lijken in karakter op rechten omdat ze worden gebruikt voor duidelijke, afgebakende gemeentelijke taken in het algemeen belang. De belangrijkste rechten zijn de leges. Deze dienst levert met name individueel voordeel op. Zo betalen inwoners van de gemeente een bijdrage voor het aanvragen van een paspoort of vergunning. Ook voor de leges geldt dat deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn. 84

Voor de volgende heffingen geldt dat de opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de geraamde kosten, Ze mogen dus maximaal kostendekkend zijn: • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing; • Haven- en kadegelden; • Leges; • Marktgelden; • Begraafrechten. In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de rechten weergegeven. Bij ieder recht ziet u verder een overzicht van de baten en de lasten in 2025. Kostendekking Retributies en Leges (x 1.000)

Gemeentelijke heffing

Rekening 2024

Begroting 2025 lasten

baten

Rekening 2025 dekking

lasten

baten

dekking

2.1 Afvalstoffenheffingen

83%

2.815

2.575

91%

2.816

2.548

90%

2.2 Rioolheffing

100%

2.067

2.359

114%

2.269

2.438

107%

2.3 Haven- en kadegelden

69%

1.809

958

53%

1.433

1.067

74%

2.4 Marktgelden

34%

67

35

52%

89

29

33%

2.5 Begraafrechten

60%

645

400

62%

657

471

72%

2.6 Secretarieleges (Titel 1)

45%

1.078

406

38%

916

451

49%

2.7. Omgevingsvergunningen (Titel 2)

116%

1.529

950

62%

1.382

872

63%

2.8 Leges (Titel 3)

82%

17

14

82%

17

14

82%

2.1 Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt betaald door iedereen die in de gemeente een woning gebruikt waarvoor de gemeente verplicht huishoudelijk afval moet inzamelen. De inzameling op Urk wordt uitgevoerd door ROVA een afvalinzamelaar die gevestigd is in Zwolle. De hoogte van de heffing hangt af van: • de grootte van het huishouden, en • het type container dat wordt gebruikt. In het tarief zitten ook de kosten voor de milieustraat en het straatvegen verwerkt. De opbrengst van de afvalstoffenheffing dient de kosten te dekken. In 2025 is het tarief met 15,2% gestegen ten opzichte van 2024. Dit in verband met het door de gemeenteraad vastgestelde Grondstoffenbeleidsplan en de hieruit voortvloeiende maatregelen. 2.2 Rioolheffing De rioolheffing wordt opgelegd aan:

85

• •

de eigenaar van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op het gemeentelijk riool, en de gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater wordt afgevoerd naar het riool, of die op een andere manier voordeel heeft van de gemeentelijke riooltaken.

De opbrengst van de rioolheffing mag alleen worden gebruikt ter dekking van de kosten van: • het inzamelen en transporteren van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater en het zuiveren van huishoudelijk afvalwater; • het inzamelen en verwerken van regenwater, en het nemen van maatregelen om problemen door een te hoge of te lage grondwaterstand te voorkomen of te beperken In de landelijke regelgeving is vastgelegd dat de opbrengst van rioolheffing niet hoger mag zijn dan 100% van de kosten. Bij de vaststelling van de begroting wordt de hoogte van de tarieven van de rioolheffing bepaald en houden wij hier rekening mee. Uitgangspunten zijn 100% kostendekkendheid en gedifferentieerde tarieven per huishoudtype, waarbij de huishoudens met vier of meer personen meer betalen, dan huishoudens tot en met drie personen. Bij nietwoningen wordt naast een vast bedrag van de eigenaar, heffing geheven over het waterverbruik van de gebruiker. Door de gemeenteraad is het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan (verder te noemen GWRP) vastgesteld. Uit dit GWRP blijken de verwachte exploitatie en investeringslasten in de uitvoeringsperiode. Verder worden in het GWRP de belangrijkste uitgangspunten voor de rioolheffing vermeld. Uitgangspunt is dat eventuele exploitatieoverschotten ten gunste moeten komen van rioleringsfonds.

Investeringen moeten zo mogelijk direct worden afgeboekt vanuit het rioleringsfonds. Dit onder voorwaarde dat in het rioleringsfonds een bedrag van € 500.000 beschikbaar blijft. De inzet op deze wijze van het rioleringsfonds is bedoeld om onnodige rentekosten op investeringen te vermijden. Op grond van het nieuwe GWRP dienen de tarieven met de jaarlijkse prijsindexatie te stijgen. Voor 2025 was deze stijging voor woningen 2,2%, voor de niet-woningen geldt een stijging van 3,2% 2.3 Havengelden Onder de naam "havengelden" wordt een recht geheven voor het gebruik of genot van de gemeentelijke havens. In 2025 zijn de tarieven voor onder andere de passanten (pleziervaartuigen en andere vaartuigen) met gemiddeld 2,2% verhoogd. Daarnaast is een zomertarief ingevoerd. Boxen die gedurende de zomermaanden niet gebruikt worden kunnen hiermee voor korte periodes verhuurd worden. Diverse tarieven zijn in verband met de inning en de communicatie afgerond op hele bedragen. 2.4 Marktgelden In de gemeente wordt onder de naam "marktgeld" een recht geheven voor het innemen van een standplaats op de voor de markt aangewezen plaats, gedurende de voor de markt geldende tijd. De tarieven zijn opgenomen in de Verordening Marktgelden. De tarieven zijn met 2,2% gestegen.

86

2.5 Begraafrechten Op basis van de verordening op de graf- en begrafenisrechten worden in de gemeente Urk rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Op grond van eerder door de gemeenteraad vastgesteld beleid zijn de tarieven met 1,5% voor de rechten en 1,7% voor de kosten gestegen. 2.6 Legesverordening Onder de naam 'leges' wordt een aantal verschillende rechten geheven voor het genot van door, of vanwege het gemeentebestuur, verstrekte diensten. Het gaat hier vooral om de secretarieleges en de leges omgevingsvergunning. Van sommige leges wordt het tarief vastgesteld door het Rijk. Bij het berekenen van een kostendekkend tarief mogen overigens alleen de kosten van het verlenen van een vergunning of dienst in rekening worden gebracht. Kosten van onder andere toezicht en handhaving mogen niet doorberekend worden. Streven is de leges meer kostendekkend te maken. De tarieven dienen maatschappelijk aanvaardbaar te zijn, wat wil zeggen dat de tarieven die de gemeente Urk hanteert niet buitensporig hoog mogen zijn in vergelijking met die van omliggende gemeenten of het landelijk gemiddelde. Om te komen tot meer kostendekkende tarieven zijn de meeste tarieven met 2,2% gestegen. Andere tarieven zijn begrensd door wettelijke tariefstellingen.

2.7 Omgevingsvergunningen (Titel 2) Voor het verrichten van bepaalde activiteiten in de fysieke leefomgeving is er een omgevingsvergunning nodig (officiële toestemming van een overheidsinstantie). Vergunningplichtige activiteiten zijn vanaf 1 januari 2024 in de Omgevingswet geregeld (daarvoor in de Wabo). Meest bekende activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is zijn: • het bouwen van een bouwwerk; • het wijzigen van een monument; • het kappen van een boom. 2.8 Leges (titel 3) Onder deze categorie leges horen de vergunningen voor de horeca en leges voor het organiseren van evenementen of markten. Kwijtscheldingen Op grond van de Invorderingswet en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid kan een belastingschuldige die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. Bij Ministeriële regeling worden inkomensnormen vastgesteld, die van toepassing zijn voor de eventuele toekenning van kwijtscheldingsaanvragen. De gemeente Urk hanteert ten aanzien van de normbedragen een kwijtscheldingspercentage van 100%.

87

Kwijtschelding kan alleen worden aangevraagd als het een aanslag betreft voor onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De overige heffingen zijn in de desbetreffende belastingverordeningen uitgesloten van kwijtschelding. Lokale lastendruk In 2025 zijn 162 bezwaarschriften ingediend tegen de WOZ-waarde. Daarvan waren er 61 van gespecialiseerde WOZ-bureaus, dit is iets lager dan voorgaande jaren. Deze bureaus dienen zogenaamd gratis bezwaar in. Maar de kosten van het behandelen en de vergoeding voor bezwaren van dergelijke bureaus zijn significant hoger dan wanneer burgers zelf bezwaar indienen. De gemeenten moesten deze kosten betalen. De wetgever heeft deze praktijken een halt toegeroepen door de wet aan te passen. Ook zijn er 85 bezwaarschriften ingediend tegen de overige belastingen (OZB, hondenbelasting, rioolheffing, afvalstoffenheffing, toeristenbelasting, precariobelasting en havengelden). In 2025 zijn er zes beroepszaken gevoerd tegen de WOZ-waarde. Gemiddelde woonlasten voor een huishouden van 3 personen voor de periode 2023-2025 Gemiddelde woonlasten voor een huishouden van 3 personen voor de Ontwikkeling periode 2023-2025 2024/2025 in Belastingsoort 2023 2024 2025 % OZB eigenaar 455 480 493 3% Afvalstoffenheffing

251

251

289

15%

Rioolheffing

253

263

269

2%

Totaal

959

994

1.051

6%

In de periode 2023 tot en met 2025 zijn de belastingen van de gemeente Urk met 9,2% gestegen. De ontwikkeling van de lokale lasten is gebaseerd op een gemiddelde. Dit betekent dat de feitelijke lastenontwikkeling voor een individuele burger hiervan kan afwijken. De afwijking wordt onder andere beïnvloed door de feitelijke waardeontwikkeling van de woning. Om een beeld te krijgen hoe de woonlasten op Urk zich verhouden ten opzichte van de gemeenten in Flevoland, treft u hierna de gegevens aan van een aantal gemeenten uit de Atlas van de lokale lasten 2024 van het COELO, zoals gepubliceerd op de website. In de onderstaande vergelijking staat de gemiddelde aanslag 2025 voor een 3-persoonshuishouden. In deze aanslag is inbegrepen de OZB, rioolrechten en de afvalstoffenheffing. 2025 OZB eigenaar

Almere Dronten Lelystad 466 510 486

NOP 431

Urk Zeewolde 493 649

Afvalstoffenheffing

472

418

466

404

289

416

Rioolheffing

249

180

237

191

269

132

1.187

1.108

1.189

1.026

1.051

1.197

Totaal

88

Urk heeft de op één na laagste woonlasten in de provincie Flevoland. Dit als gevolg van relatief lage stijging van de tarieven. Waar andere gemeenten hun afvalstoffenheffing moesten laten stijgen, kon deze bij de gemeente Urk dalen. Daarnaast bleef de andere stijging steeds beperkt. Dit ondanks dat de demografische structuur van de gemeente Urk nadelig uitpakt voor de hoogte van de belastingen, maar ook voor de uitkeringen van het Rijk. Urk heeft meer jeugd en een hoger dan gemiddelde woningbezetting. Een andere gemeente met evenveel inwoners heeft gemiddeld meer woningen en kan de belastingdruk dus beter spreiden. Maar ook verstrekt het Rijk aan kleinere gemeenten in verhouding lagere uitkeringen. Daarnaast heeft Urk als gevolg van het verval in hoogte van circa 15 meter tussen het oude eiland en de Urkervaart en de zettingsgevoeligheid van de ondergrond, hogere kosten om het riool goed te laten functioneren.

89

Openbaarheid Sinds 1 mei 2022 geldt de Wet open overheid (Woo). De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en bevat de algemene regeling voor de openbaarheid van overheidsinformatie. Onderdeel van de wet is het opnemen van een paragraaf Woo in de begroting en jaarstukken. Hierdoor geeft de gemeente Urk inzicht in de manier waarop ze uitvoering geeft aan de Woo. Veel meer dan de Wob verplicht de Woo tot het actief, uit eigen beweging openbaar maken van documenten. Naast bepalingen over de actieve openbaarmaking van informatie, bevat de Woo ook bepalingen over de openbaarmaking van informatie op verzoek (de zogenaamde passieve openbaarmaking). Door de gemeente Urk is invulling gegeven aan de verplichting om een ‘contactpersoon’-functie (art. 4.7 Woo) in te richten. Via de Woo-coördinator worden de ingekomen Woo-verzoeken doorgeleid naar de afdeling die verzoeken inhoudelijk behandelt. De Woocoördinator bewaakt de termijnen en het proces. De Woo kent verder voor de gemeente een inspanningsverplichting (art. 3.1 Woo) om bij de uitvoering van hun taak uit eigen beweging de informatie neergelegd in documenten geheel of gedeeltelijk openbaar te maken.

Daarom is in de Woo niet alleen een inspanningsverplichting tot actieve openbaarmaking opgenomen, maar wordt ook voorgeschreven dat bestuursorganen bepaalde documenten binnen een voorgeschreven termijn in ieder geval uit eigen beweging openbaar gemaakt moeten maken (artikel 3.3 en 3.3a Woo). Deze verplichting treedt gefaseerd in werking. De informatie die actief openbaar gemaakt moet worden is onderverdeeld in 17 informatiecategorieën. De eerste informatiecategorieën (1e tranche) moeten sinds november 2024 actief openbaar gemaakt te worden. De gemeente Urk voldoet hieraan. Helaas is de verdere inwerkingtreding Woo opnieuw uitgesteld. De oplevering van de Generieke Woo Voorziening (GWV) is vertraagd. Hierdoor zal de planning van de 2e tranche en de volgende tranches moeten worden aangepast. Wel adviseert de VNG aan gemeenten om lokaal verder te werken aan actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën. De gemeente Urk ligt op koers om uitvoering te geven aan de wettelijke verplichting. In 2025 is een start gemaakt met een publicatieplatform voor het publiceren van documenten in het kader van Woo-verzoeken. Op dit platform kunnen ook documenten op basis van andere informatiecategorieën gepubliceerd worden. In 2025 zijn er 12 Woo-verzoeken ontvangen.

We hebben in datzelfde jaar ook aandacht gegeven aan interne training, bewustwording, communicatie en het beschikbaar stellen van tools om Woo-verzoeken binnen de wettelijke termijnen efficiënt af te handelen.

90

Jaarrekening Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening 2025 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Waar mogelijk zijn vergelijkbare cijfers uit de jaarrekening 2024 weergegeven. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd, waarbij wij gebruik maken van de "Poc"-methode. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Hierop zijn uitzonderingen. Er ligt een formeel verbod ligt op het opnemen van voorzieningen c.q.

schulden die een jaarlijks terugkerend karakter hebben en een gelijke omvang hebben. Deze personele lasten worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Denk hierbij aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Verlofsparen is hierop een uitzondering, omdat deze regeling niet voorspelbaar van aard is. Daarom is hier een voorziening voor getroffen. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Als er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden. Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in vijf jaar afgeschreven, tenzij op andere wijze dekking is aangegeven. Het startmoment van de afschrijving vangt aan op 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname van het gerelateerde immateriële vaste actief.

Afsluitkosten van opgenomen geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Bijdragen aan activa van derden worden geactiveerd, conform het bijbehorende raadsbesluit. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd op het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. Het startmoment van de afschrijving vangt aan op 1 januari 91

volgend op het jaar van ingebruikname van het actief, waar de verleende bijdragen voor verstrekt zijn. De afschrijvingstermijn is gelijk aan de afschrijvingstermijn die de derde hanteert. Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn materiële bezittingen van de gemeente die meerjarig gebruikt worden. De gemeente heeft hierbij het economisch eigendom. De materiële vaste activa wordt onderverdeeld in drie categorieën: 1. Investeringen met een economisch nut; 2. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 3. Investeringen met een maatschappelijk nut. Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Slijtende investeringen worden vanaf 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur. Alleen wanneer de restwaarde substantieel is, wordt er een restwaarde gehanteerd. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.

Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Wanneer investeringen grotendeels of volledig worden gedaan voor riolering, het inzamelen van huishoudelijk afval waarvoor op grond van art. 229 lid 1 a en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: de investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Investeringen met een maatschappelijk nut Het BBV schrijft voor dat naar de investeringen met economische nut ook de investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd. Afschrijving vindt plaats over de verwachte levensduur. Het betreft hier onder andere infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals wegen, pleinen, bruggen, viaducten en parken. De gehanteerde afschrijvingstermijnen: In de nota waardering & afschrijving 2022 zijn diverse afschrijvingstermijnen vastgesteld door de raad. In de bijlagen zijn de afschrijvingstermijnen uit deze nota opgenomen. Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

92

Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Als de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Voorraden De als ’onderhanden werken’ opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Bij de grondexploitaties vindt tussentijdse winstneming plaats aan de hand van de algemeen aanvaardbare methodiek Percentage of completion (Pocmethode). Voor verwachte verliezen wordt direct een voorziening gevormd ter hoogte van de verwachte verliezen, waardoor de waarde van de voorraad vermindert. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statistisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. Onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. Voorzieningen oninbaarheid debiteuren wordt direct in mindering gebracht op het debiteurensaldo. Soortgelijk wordt gehandeld met de verliesvoorziening grondexploitaties. Deze wordt direct in mindering gebracht op de voorraad. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

93

Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 2 oktober 2025 door de raad is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde € 1.724.779) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 344.956 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen. Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen. Beleidsregels toepassing WNT De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke-sector (WNT) is met ingang van 1 januari 2013 van kracht en wordt overeenkomstig deze regels in de jaarrekening opgenomen.

94

Balans per 31 december 2025 Activa (x 1.000)

31-12-2024 31-12-2025

Vaste activa

Immateriële vaste activa

316

298

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief

66

60

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

251

238

Materiële vaste activa

90.486

111.996

Investeringen met een economisch nut

69.896

89.505

Investeringen met een economisch nut (kostenheffing)

6.864

6.601

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

13.726

15.890

Financiële vaste activa

8.171

8.577

303

303

Overige langlopende leningen

7.868

8.274

Totaal vaste activa

98.974

120.871

Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen

Vlottende activa

31-12-2024 31-12-2025

Voorraden

57.430

61.858

Onderhanden werk, gronden in exploitatie

57.430

61.858

Uitzettingen met een rente typische looptijd korter 1 jaar

10.197

13.771

Vorderingen op openbare lichamen

4.423

2.883

Uitzettingen in 's Rijks schatkist

3.673

7.434

Overige vorderingen

2.101

3.453

Liquide middelen

344

338

Kas- en banksaldi

344

338

Overlopende activa

2.444

11.596

-

3.980

Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2.444

7.616

Totaal vlottende activa

70.414

87.564

Totaal activa

169.388

208.435

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

95

Passiva (x 1.000)

31-12-2024 31-12-2025

Vaste Passiva

Eigen vermogen

42.216

42.279

Algemene reserve

16.945

16.950

Bestemmingsreserves

24.700

27.038

Gerealiseerd resultaat

570

-1.709

Voorzieningen

5.488

6.722

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s

5.488

6.722

Vaste schulden met rentetypische looptijd van 1 jaar of langer

98.831

110.941

Onderhandse leningen binnenlandse banken en financiële instellingen

49.831

46.024

Onderhandse leningen van openbare lichamen

49.000

64.917

Totaal vaste passiva

146.535

159.942

Vlottende Passiva

31-12-2024 31-12-2025

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan 1 jaar

16.429

31.026

Overige kasgeldleningen

10.000

23.000

Overige schulden

6.429

8.026

Overlopende passiva

6.424

17.467

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

3.638

4.594

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

2.636

12.782

150

90

Totaal vlottende passiva

22.853

48.493

Totaal passiva

169.388

208.435

4.526

4.051

Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

Gewaarborgde geldleningen

96

Toelichting op de balans VASTE ACTIVA Algemene toelichting vaste activa De vaste activa zijn een weergave van de investeringen zoals die in het verleden zijn uitgevoerd en van die welke momenteel in uitvoering zijn. De investeringen hebben in 2025 veelal geleid tot vermeerderingen van vaste activa, tenzij ze direct werden gedekt uit bijdragen van derden. In de bijlage "Investeringsoverzicht" wordt per investering een korte toelichting gegeven op de actuele stand van zaken. Onder andere of de investering inmiddels is afgerond dan wel of de uitvoering doorloopt in 2026. Ook blijkt uit die bijlage welk deel van het investeringsbudget tot en met 2025 is besteed, en welk deel nog te besteden is. Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa

Boekwaarde 31-12-2024

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Naar voorraden

Boekwaarde 31-12-2025

Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief

65.678

53.607

-

-

59.748

59.537

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

250.758

-

-

12.538

-

238.220

Totaal

316.436

53.607

-

12.538

59.748

297.757

Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief Dit onderdeel bestaat uit een drietal projecten: - Revitalisering Lemsterhoek - Noorderzand De ontwikkeling revitalisering Lemsterhoek betreft kosten die uiteindelijk deel gaan uitmaken van de nog in te stellen grondexploitatie revitalisering Lemsterhoek. De gemeenteraad heeft in december 2024 een grondexploitatie voor de Noord vastgesteld. Hierdoor zijn de voorbereidingskosten van de Noord in de grondexploitatie opgenomen en opnieuw geclassificeerd in voorraad. Dit overeenkomstig het BBV.

97

Materiële vaste activa De materiële activa bestaat uit de volgende hoofdonderdelen:

Materiële vaste activa

Boekwaarde 31-12-2024

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Bijdragen van Boekwaarde derden 31-12-2025

Investeringen met een economisch nut

69.896.405

27.157.707

5.221.276

2.262.774

65.160

89.504.902

Investeringen met een economisch nut (kostenheffing)

6.863.881

-21.157

-

241.861

-

6.600.863

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

13.726.161

2.816.926

-

348.324

304.478

15.890.286

Totaal

90.486.446

29.953.477

5.221.276

2.852.959

369.638 111.996.051

Afschrijvingen

Bijdragen van Boekwaarde derden 31-12-2025

Investeringen met een economisch nut

Investeringen met economisch nut Gronden en terreinen

Boekwaarde 31-12-2024

Investeringen

Desinvesteringen

19.292.930

15.497.373

5.220.187

-

-

29.570.116

433.466

-

-

15.481

-

417.985

Bedrijfsgebouwen

38.417.728

10.626.470

-

1.196.957

23.493

47.823.748

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

1.268.861

469.158

-

75.741

41.667

1.620.611

76.022

363.839

-

15.204

-

424.657

Machines, apparaten en installaties

4.336.934

53.025

1.089

615.819

-

3.773.051

Overige materiële vaste activa

6.070.464

147.842

-

343.571

-

5.874.735

Totaal

69.896.405

27.157.707

5.221.276

2.262.774

65.160

89.504.902

Woonruimten

Vervoermiddelen

Investeringen met economisch nut, met kostenheffing Het gaat om investeringen in rioleringswerken incl. wegherstel, die bekostigd worden uit het rioolrecht.

DesInvesteringen met een economisch Boekwaarde Bijdragen van Boekwaarde Investeringen Afschrijvingen nut (kostenheffing) derden 31-12-2024 investeringen 31-12-2025 Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken

6.863.881

-21.157

-

241.861

-

6.600.863

Totaal

6.863.881

-21.157

-

241.861

-

6.600.863

98

Investeringen met uitsluitend maatschappelijk nut (openbare ruimte)

DesInvesteringen in de openbare ruimte Boekwaarde Bijdragen van Boekwaarde Investeringen Afschrijvingen met een maatschappelijk nut derden 31-12-2024 investeringen 31-12-2025 Grond-, weg-, en waterbouwkundige werken Overige materiële vaste activa Totaal

12.821.916

2.816.926

-

311.381

304.478

15.022.984

904.245

-

-

36.943

-

867.302

13.726.161

2.816.926

-

348.324

304.478

15.890.286

Financiële vaste activa Boekwaarde Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan deelnemingen

31-12-2024

DesInvesteringen

Boekwaarde

investeringen

Vermindering/aflossing

31-12-2025

303.190

-

-

-

303.190

Overige langlopende leningen

7.867.613

524.585

-

118.073

8.274.124

Totaal

8.170.802

524.585

-

118.073

8.577.314

Kapitaalverstrekking aan deelnemingen Het betreft deelnemingen in het vermogen van samenwerkingsverbanden zoals de Rova, Vitens, de BNG en het Aandelen Technofonds Flevoland BV. Overige langlopende leningen

Verstrekkingen aan / via

raads-

aantal

schuldrest

Stichting

besluiten

leningen

leningen

Volkshuisvesting Nederland

t/m 2025

31-12-2025

31-12-2025

r.c. bij SVn

totaal uitgeleend aan SVn

31-12-2025

31-12-2025

Stimuleringsleningen monumenten

2.426.000

39

1.180.924

62.337

1.243.261

Startersleningen

4.225.000

200

3.964.157

126.813

4.090.970

Totaal

6.651.000

5.145.081

189.150

5.334.231

Overige verstrekte leningen Stichting Sportaccommodaties Urk Leningen sociale zekerheid Totaal

Boekwaarde 31-12-2024

239

Uitgegeven

Verminderd

Boekwaarde

Aflossingen

31-12-2025

2.694.446

-

-

118.073

2.576.374

363.520

-

-

-

363.520

3.057.967

-

-

118.073

2.939.894

De Stichting SVn verstrekt namens gemeenten leningen aan particulieren in het kader van woningverbetering en restauratie van monumenten. Volgens raadsbesluiten mag het college

99

€ 6,8 miljoen uitlenen via SVn. Er is door SVn voor € 5,1 miljoen aan leningen verstrekt, 239 stuks. Aan SVn is daarenboven nog € 0,2 miljoen werkkapitaal ter beschikking gesteld. Overige verstrekte langlopende leningen Er zijn twee leningen verstrekt aan de Stichting Sportaccommodatie Urk in het kader van de financiering van sporthal De Schelp en de sporthal De Vlechttuinen. In 2025 zijn geen nieuwe leningen verstrekt. Er is geen sprake van achterstanden bij het betalen van de rente en aflossing. Aan de gemeente is het recht van eerste hypotheek verstrekt op de beide sporthallen. Daarnaast betreft deze post leningen die zijn verstrekt in het kader van de sociale zekerheid waaronder de regeling Bijzondere Bijstand Zelfstandigen. VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Op de balans zijn de volgende voorraden opgenomen: Voorraden

Boekwaarde

Boekwaarde

31-12-2024

31-12-2025

Onderhanden werk en gronden in exploitatie

57.429.524

61.858.477

Totaal

57.429.524

61.858.477

Onderhanden werk, gronden in exploitatie Het onderstaande overzicht geeft de boekwaarden van de gronden in exploitatie weer: Onderhanden werk, gronden Boekwaarde Investeringen Opbrengsten Winstneming Voorziening Balanswaarde in exploitatie 31-12-2024

31-12-2025

Woningbouw Oranjewijk afronding

678.859

60.126

2.105

-63.865

-

673.015

39.496.264

4.850.866

1.054.963

-

3.863.710

39.428.457

562.223

10.701

-

-

319.531

253.393

-

59.748

-

-

215.580

-155.832

40.737.347

4.981.440

1.057.068

-63.865

4.398.821

40.199.032

-131.183

299.767

-

66.310

-

234.894

Port of Urk

22.769.638

5.888.265

6.205.607

-

1.395.438

21.056.858

Grex Westgat

847.849

36.154

-

-

516.310

367.693

Subtotaal

23.486.303

6.224.186 6.205.606,91

66.310,00

1.911.748

21.659.445

Totaal

64.223.650

11.205.626

2.445,00

6.310.569

61.858.477

Zeeheldenwijk Staartweg De Noord 11 Subtotaal

Bedrijventerrein Zwolse Hoek fase 5

7.262.675

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=5ef73691-51f3-4a98-9e30-ec2464928da3