CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

J-2020 uitgebreide versie d.d. 24 juni 2021 Gemeenteraad.pdf

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Jaarstukken 202038.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

612.828 -10.755 5.001 597.072

Ad 7a. en 7b. Grex Westgat De grondexploitatie Westgat is voor het laatst op 10 december 2020 door de raad vastgesteld. Het plan sluit met een negatief resultaat van € 470.246. Hiermee is het verlies gelijk gebleven met de in 2019 vastgestelde grondexploitatie. Voor het verwacht verlies is een voorziening getroffen. Naar verwachting zal in 2021 een bestemmingsplan ter vaststelling aan de raad worden aangeboden. In 2022 kunnen vervolgens de civiele werkzaamheden worden uitgevoerd en kunnen gronden in 2023 worden verkocht. Grondvoorraad per 1 januari 2020 Verkocht Grondvoorraad per 31 december 2020

3.018 0 3.018

Totaaloverzicht verkochte m2 bouwgrond in 2020 Oppervlakte nog te verkopen bouwgrond

Per 31 december 2019 Aanpassing m2 Verkocht Per 31 december 2020

Zeewijk

Oranjewijk afronding

Zeeheldenwijk (woningen en overig)

Zeeheldenwijk (bedrijven)

1.013

32.325 3.135 18.602 16.858

400.117 -5.268

51.235 -2.342

394.849

1.013 0

Aantal m2 ondertekende ovk-en Aantal m2 in optie Nog te verkopen

0 0 0

8.390 8.468

0 0 394.849

Geprognosticeerde verkochte m2

1.013

21.155

0

Zwolse H. fase 5

Port of Urk

Westgat

Staartweg

Totaal

48.893

6.774 612.828 -10.755 5.001 6.774 597.072

0 3.018 0 3.018

0 1.104.292 4.056 -8.156 24.616 4.056 1.071.520

0 0 48.893

0 0 2.005 0 4.769 597.072

0 0 3.018

0 8.390 0 2.005 4.056 1.061.125

0

6.774

0

0

0

28.942

NB: de aangegeven verkochte m2 gronden, zijn gronden die bij de notaris zijn gepasseerd. Tot en met 31 december 2020 zijn er tevens verkoopovereenkomsten aangegaan. Het totaal aan verplichtingen bedraagt 10.395 m2. De verwachting is dat deze gronden in 2021 grotendeels zijn gepasseerd.

d.d. 24 juni 2021 77

Grondprijzen De gemeente Urk kiest er voor om bij de vaststelling van de grondwaarde uit te gaan van de marktwaarde van de grond. De grondprijzen genoemd in de grondprijzennota worden jaarlijks geactualiseerd per 1 januari. Uit onderstaande tabellen blijken de grondprijzen 2019 en 2020, deze prijzen zijn exclusief B.T.W. Woningbouw en bijzondere voorzieningen Prijzen exclusief B.T.W. Rijenwoningen, huur Rijenwoningen, koop Patiowoningen Twee onder één kap woningen (geschakeld) Twee onder één kap woningen Vrijstaande woningen Maatschappelijke voorzieningen Nutsvoorzieningen Appartementen (koop) Sociale huur, grondwaarde per appartement

Grondprijs 2019 22.193,48 222,58 229,54 229,54 244,46 274,75 160,00 260,00 354,57 22.193,48

Grondprijs 2020 22.777,17 232,48 238,41 238,41 254,24 285,74 164,21 266,84 368,76 22.777,17

Bedrijventerrein (per locatie) Prijzen exclusief B.T.W. Zwolse Hoek, fase 4 Zwolse Hoek, fase 5

Grondprijs 2019 verkocht 145,00 maatwerk

Grondprijs 2020 verkocht 148,00 Maatwerk

Overige locaties Zichtlocatie ‘Domineesweg’ Overige locaties

Debiteuren grondexploitatie De grond aan- en verkopen worden verantwoord in het jaar waarin de akte is gepasseerd bij de notaris. Van het verkoopcontract wordt een vordering geboekt (debiteuren) met als tegenrekening nog te passeren gronden woningbouw en bedrijfsterreinen. Dit betekent dat tot het moment dat de akte definitief wordt gepasseerd bij de notaris de openstaande vordering op de balanspost debiteuren staat. Zolang de akte niet is gepasseerd is bij deze categorie sprake van een bepaald risico. In het verleden (in de crisis) heeft dit risico zich slechts een enkele keer vertaald door teruggaaf van de eerder aangekochte gronden. De koper is in dit geval 1% van de aankoopnota verschuldigd en bovendien is deze de rente verschuldigd over de openstaande vordering. Hieronder treft u een overzicht aan van de openstaande posten in verband met grondverkopen tot en met 2020 naar de stand per 11 maart 2021. Openstaande vorderingen Bedrijventerreinen Woongebieden 1) Totaal vorderingen

31-12-2020 0 2.412.681 2.412.681

11-3-2021 0 1.144.871 1.144.871

1) Dit betreft met name vorderingen uit abc-constructies

Planning woningbouw (op te leveren woningen) Urk 2017- 2025

Grondcomplex Zeewijk Oranjewijk 1e fase Oranjewijk 2e fase Oranjewijk 3e fase Wilhelminaschoollocatie Zeeheldenwijk Vuurbaakschoollocatie Overig Totaal aantal woningen

Opgeleverd

Prognose 2021-2025

2017

2018

2019

2020

2021

2022

13 52

30 32 83

16 1 41 36

2 0 21 52

0 5 14 76 0

0 55 14 1 32

1 66

22 2 169

94

75

95

4 106

2023

2024

2025

20 32 32 96

96

96

180

96

96

d.d. 24 juni 2021 78

►OVERIGE VOORRAAD (overgeheveld naar MVA) Overzicht boekwaarden overige voorraad 2020

Activiteit Bedrijfspanden Oost Gronden Indu Oud Voorbereidingskrediet Lemsterhoek Voorbereidingskrediet Noorderzand Locatie Vuurbaak Totaal

Boekwaarde 31-12-2019

Vermeerdering

Vermindering

231.827 0 0 0 0 231.827

103.271 110.280 73.282 455 1.468 288.756

335.098 110.280 11 1.468 446.857

Boekwaarde 31-12-2020

0 0 73.271 455 0 73.726

Toelichting overige voorraad: Overige voorraad

Toelichting

Bedrijfspanden Oost

Per 31 december 2019 had deze voorraad een boekwaarde van € 231.827. In 2020 zijn de panden verkocht. Het verkoopresultaat is na aftrek van kosten en boekwaarde toegevoegd aan de reserve grondzaken. Deze voorraad had ultimo 2019 geen boekwaarde. In eerdere jaren is deze boekwaarde op grond van de BBV regels (ten laste van de reserve grondzaken) verlaagd tot € nihil. In 2020 zijn de gronden verkocht en is de opbrengst ten gunste gebracht van de reserve grondzaken. In de raadsvergadering van 10 december 2020 heeft de raad een voorbereidingskrediet van € 221.500 beschikbaar gesteld. In 2020 zijn hierop uitgaven gedaan tot een bedrag van € 73.271 (per saldo). In de raadsvergadering van 10 december 2020 heeft de raad een voorbereidingskrediet van € 95.000 beschikbaar gesteld. In 2020 zijn hierop uitgaven gedaan tot een bedrag van € 455. Bij de afsluiting van dit complex in 2018 is besloten dat voor de laatste werken uit dit plan een bedrag van € 50.000 beschikbaar blijft in de reserve grondzaken. In 2020 is een bedrag uitgegeven van € 1.468. Dit bedrag is gedekt ten laste van voornoemde beklemming in de reserve grondzaken.

Gronden oud industrieterrein Voorbereidingskrediet Lemsterhoek Voorbereidingskrediet Noorderzand

Locatie Vuurbaak

► ALGEMENE RESERVE GRONDEXPLOITATIE Door de gemeenteraad (Kadernota, grondbeleid) is bepaald dat de reserve grondzaken een stand moet hebben gelijk aan een vastgesteld percentage van de totale boekwaarden. Vanwege het hoge risicoprofiel van het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein is een hoger percentage gehanteerd. Vanuit een financiële doorkijk voor de komende 10 jaar is een reservestand van € 7 miljoen noodzakelijk. Op dit moment is, ten opzichte van de gewenste stand van deze reserve (€ 6.2 miljoen), sprake van een tekort van € 0.8 miljoen. Bij een toekomstige winstneming zal de reserve grondexploitatie worden aangezuiverd in verband met dekking mogelijke toekomstige risico’s. De reservestand heeft zich op onderstaande wijze ontwikkeld in 2020:

d.d. 24 juni 2021 79

Stand per 1 januari 2020

3.518.047

Mutaties 2020

1. Winstname/afwikkeling Zeewijk 2. Winstname Oranjewijk afronding 3. Afwikkeling door verkoop grond indu oud 4. Afwikkeling door verkoop panden Oost 5. Overige dotaties 6. Verliesvoorziening Port of Urk 7. Afdracht VPB (schatting) 8. Bijdrage strategische aankopen 9. Winstname Zwolse Hoek 5 10. Bijdrage Zonne-energieregeling 11. 4-jaarlijkse bijdrage Woonwensenbeleid 12. Overige

-447.563 -748.973 -107.503 -88.525 -2.344 -1.945.719 302.559 172.500 18.721 149.627 15.000 1.468

Stand 31 december 2020 Noodzakelijke stand reserve grondzaken Benodigde aanvulling weerstandvermogen

-2.680.753 6.198.800 7.000.000 801.200

Ad 1. Winstname/afwikkeling Zeewijk In 2020 is de laatste grond uit het complex Zeewijk verkocht. Het plan is afgesloten. De winst bij afwikkeling is gestort in de reserve grondzaken. Ad 2. Winstname Oranjewijk afronding In 2020 is bij het complex Oranjewijk afronding winst genomen tot een bedrag van € 748.973. Dit bedrag is gestort in de reserve grondzaken. Ad 3. Afwikkeling door verkoop grond indu oud Deze voorraad had ultimo 2019 geen boekwaarde. In eerdere jaren is deze boekwaarde op grond van de BBV regels (ten laste van de reserve grondzaken) verlaagd tot € nihil. In 2020 zijn de gronden verkocht en is de opbrengst ten gunste gebracht van de reserve grondzaken. Ad 4. Afwikkeling door verkoop panden Oost Per 31 december 2019 had deze voorraad een boekwaarde van € 231.827. In 2020 zijn de panden verkocht. Het verkoopresultaat is na aftrek van kosten en boekwaarde toegevoegd aan de reserve grondzaken. Ad 5. Overige dotaties In 2020 is een bedrag aan overige dotaties geboekt tot een bedrag van € 2.344. Ad 6. Voorziening verwacht verlies Op basis van de door de raad in december 2020 vastgestelde grondexploitatie Port of Urk moet de verliesvoorziening positief worden bijgesteld. Dit tot een bedrag van € 1.945.719. Deze bijstelling is ten gunste gebracht van de reserve grondzaken. Ad 7.

Afdracht Vpb Op basis van de actuele berekeningen is over 2020 een onttrekking van € 302.559 benodigd Ad 8. Bijdrage strategische aankopen In de perspectiefnota 2011 is besloten jaarlijks een bedrag van € 172.500 toe te voegen aan de reserve strategische aankopen. Ad 9.Winstname Zwolse hoek 5 In 2020 is bij dit complex een negatieve winst genomen tot een bedrag van € 18.721.

d.d. 24 juni 2021 80

Ad 10 Bijdrage Zonne-energieregeling In 2020 is een bijdrage gedaan vanuit de reserve grondzaken tot een bedrag van € 149.627. Ad 11 4-jaarlijkse bijdrage woonwensenbeleid In de kadernota 2019 tot een woonwensenbeleid. Op grond van dit besluit wordt eens per 4 jaar een bijdrage vanuit de reserve grondzaken gedaan ter bekostiging van dit beleid. Ad 12. Overige Bij het opmaken de jaarrekening is een bedrag onttrokken van € 1.468. Dit bedrag heeft betrekking op Vuurbaak.

► TUSSENTIJDS WINST NEMEN BIJ POSITIEVE GRONDEXPLOITATIES Algemeen Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn het toerekeningbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten. Baten en lasten – en het daaruit vloeiende resultaat – moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en ook als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van tussentijdse winst is daarmee geen keuze maar een verplichting die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van de tussentijdse winst is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. Percentage of completion (Poc) Voor het bepalen van de tussentijdse winst is aansluiting gezocht bij een algemeen aanvaardbare methodiek (bedrijfsleven, fiscaal), waarbij rekening is gehouden met de bijzondere kenmerken van gemeentelijke grondexploitaties. De doelstelling van het gemeentelijk grondbeleid is immers niet primair gericht op het behalen van financieel rendement, maar op het bereiken van het gewenste voorzieningenniveau voor inwoners en bedrijven.

De Poc-methode houdt rekening met de fase waarin de grondexploitatie, zowel wat betreft de opbrengsten als de kosten, verkeert. Daarnaast is deze methode eenvoudig toepasbaar en kan eenduidig worden gehanteerd voor alle positieve grondexploitaties die door gemeenten worden uitgevoerd. Winstnemingen en fondsafdrachten Winstnemingen en fondsafdrachten 2020 Raming totale kosten Complex Oranjewijk afr. Zeewijk Staartweg ZH fase 5 Zeeheldenwijk Port of Urk Westgat

(excl. genomen winsten vorige jaren)

26.187.989 8.904.909 904.847 14.181.611 99.913.581 61.127.139 1.317.001 212.537.077

Raming totale opbrengsten -32.032.492 -14.764.226 -1.079.279 -15.341.704 -105.126.895 -59.839.177 -846.755 -229.030.528

% gereal. kosten 89% 100% 59% 95% 27% 9% 85%

% gereal. opbrengsten 84% 100% 0% 95% 1% 1% 41%

Te nemen winst 2020 -748.973 -447.560 0 18.721 0 0 0 -1.177.813

Te nemen fondsafdrachten 2020 -82.756 19.698 0 19.769 0 0 0 -43.289

De winstnemingen en fondsafdrachten zijn conform verordening 212 naar de desbetreffende reserves geboekt.

d.d. 24 juni 2021 81

Plattegrond grondexploitaties

d.d. 24 juni 2021 82

3G

LOKALE HEFFINGEN

Inleiding Het totale pakket van gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat uit verschillende belastingheffingen welke opgelegd worden op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde belastingverordening. De doelstelling van de lokale heffingen is het verwerven van eigen middelen uit belastingen en heffingen ter dekking van de algemene en specifieke uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De uitvoering en de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de heffingswerkzaamheden liggen op grond van artikel 231 van de Gemeentewet bij de heffingsambtenaar. Hierbij valt te denken aan het vaststellen en opleggen van de aanslagen en taxatiewaarden, het doen van uitspraken op bezwaren en het verweer bij beroepszaken.

De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten. Bij gemeentelijke heffingen wordt onderscheid gemaakt tussen algemene belastingen en retributies. Belastingen hebben een algemeen karakter. Een directe relatie tussen de belasting en de gemaakte kosten van de gemeente is in het algemeen niet aanwezig. Bij de retributies is er wel sprake van een directe relatie tussen de heffing en de gemeentelijke taak. Bij retributies mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor de uitoefening van de taak. Tarievenbeleid Voor de hoogte van tarieven gelden de volgende uitgangspunten: De belastingen en heffingen worden trendmatig verhoogd, tenzij op grond van een besluit van de gemeenteraad een andere verhoging is vastgelegd. Voor 2018 was de trendmatige verhoging vastgesteld op 1,6%. Extra verhogingen worden slechts voorgesteld, wanneer daar tegenover de realisering van aanwijsbare voorzieningen ten behoeve van de gemeenschap staan. Dienstverlening door of vanwege de gemeente, behoort kostendekkend te zijn.

De opbrengsten uit de lokale belastingen en heffingen zijn over de afgelopen twee rekeningsjaren als volgt: Gemeentelijke heffing 1.1 Onroerende-zaakbelastingen 1.2 Hondenbelasting 1.3 Precariobelasting 1.4 Toeristenbelasting Totaal Belastingen 2.1 Afvalstoffenheffingen 2.2 Rioolheffing 2.3 Haven- en kadegelden 2.4 Marktgelden 2.5 Begraafrechten 2.6 Secretarieleges (Titel 1) 2.7. Omgevingsvergunningen (Titel 2) 2.8 Leges (Titel 3) 2.9 Overig Totaal Retributies TOTAAL

Rekening 2019 4.677.599 61.872 2.868 75.028 4.817.366 1.669.443 2.377.170 663.504 31.876 268.942 280.395 873.977 13.700 0 6.179.007 10.996.373

Begroting 2020 prim actueel 4.911.973 4.917.415 60.747 62.000 18.694 18.000 67.545 52.024 5.058.960 5.049.439 1.878.394 1.852.394 2.193.565 2.168.565 603.418 642.821 30.004 30.004 286.781 287.936 353.093 211.914 381.600 711.308 13.700 13.700 0 0 5.740.555 5.918.642 10.799.514 10.968.080

Rekening 2020 4.911.973 60.747 18.694 67.545 5.058.960 1.896.026 2.212.597 712.854 34.662 392.782 221.333 766.792 13.700 0 6.250.745 11.309.705

1. BELASTINGEN Belastingen hebben een algemeen karakter. Een directe relatie tussen de belasting en de gemaakte kosten van de gemeente is in het algemeen niet aanwezig. De opbrengsten van de algemene belastingen gaan naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt dus zelf waaraan de gemeente dat geld besteedt. Voorbeelden van algemene belastingen zijn de onroerendezaakbelasting (OZB), precariobelasting en de hondenbelasting. 1.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) d.d. 24 juni 2021 83

Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden over binnen de gemeente gelegen onroerende zaken, drie directe belastingen geheven: - eigenarenbelasting voor woningen; - eigenarenbelasting voor niet-woningen; - gebruikersbelasting voor niet-woningen De peildatum voor de belastingplicht is 1 januari van het belastingjaar. Grondslag is de WOZ-waarde. Elk jaar wordt de onroerend zaak gewaardeerd o.g.v. de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Hiermee volgt de WOZ-waarde jaarlijks de marktontwikkeling. De gemeente Urk heeft delen van de jaarlijkse herwaardering uitbesteed aan het taxatiebureau SMQ. Voor het belastingjaar 2020 geldt de WOZ-waarde naar prijspeil van 1 januari 2019. Waardeontwikkeling Om waardeontwikkelingen van woningen en niet-woningen niet van invloed te laten zijn op de opbrengst, worden de tarieven conform de waardeontwikkelingen aangepast. Dit uitgangspunt is in het verleden altijd bij herwaarderingen gehanteerd. In de huidige markt worden dus de stijgende WOZwaarden gecompenseerd door een gelijke daling van de tarieven. De stijging op de huizenmarkt is fors doorgezet met een gemiddelde waardestijging van 8 %. Met deze stijging is het tarief dan ook verlaagd, zodat de gemiddelde aanslag gelijk was aan 2019. Bij de nietwoningen was sprake van een gemiddelde waardestijging van 1,5 %. De tarieven zijn opgenomen in de Verordening Onroerende-zaakbelastingen.

De totale OZB-inkomsten bedroegen in 2020 € 4,91 miljoen. De opbrengsten 2020 en volgende jaren zijn gebaseerd op de besluitvorming van de raad, de groei van het aantal onroerende zaken en de tariefsaanpassingen op basis van de nieuwe waarden in het kader van de hertaxaties Wet WOZ. Op grond van eerder besluitvorming dienen de tarieven zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten gerealiseerd worden. 1.2 Hondenbelasting Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake het houden van een hond binnen de gemeente. Het is niet nodig dat de gemeente een relatie legt tussen de opbrengst van de hondenbelasting en de kosten die voor de gemeente aan de bevuiling door honden zijn verbonden. Het tarief voor 2020 is met 1,6 % verhoogd. De opbrengst voor deze belasting was in 2020 € 61.000. 1.3 Precariobelasting De gemeente heft een precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden van belaste voorwerpen zijn kabels en leidingen, terrassen, bouwmaterialen, zonneschermen, luifels, lichtreclames en vlaggen. Precariobelasting wordt wel gezien als de fiscale tegenhanger van een privaatrechtelijke vergoeding om de gemeentegrond te kunnen gebruiken.

In 2020 was de opbrengst € 18.694. 1.4 Toeristenbelasting Dit betreft een belasting die wordt geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP). Door het heffen van een toeristenbelasting dragen ook niet-inwoners bij in de kosten van de algemene voorzieningen. Het tarief bedraagt € 1,00 per persoon per overnachting. Als gevolg van een stijging van het aantal arbeidsmigranten is de opbrengst hoger dan geraamd. De opbrengst voor deze belasting bedroeg in 2020 € 67.545.

d.d. 24 juni 2021 84

2. RETRIBUTIES De retributies vallen uiteen in bestemmingsheffingen en leges. Hierbij geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de begrote kosten die gedekt worden met de heffing. Voorbeelden hiervan zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing, die worden gebruikt voor doeleinden met een duidelijk algemeen belang. De belangrijkste retributies zijn de leges. Deze dienst levert met name individueel voordeel op. Zo betalen inwoners van de gemeente een bijdrage voor het aanvragen van een paspoort of vergunning. Ook voor de leges geldt dat deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Voor de navolgende heffingen geldt dat de opbrengsten niet uit mogen gaan boven de geraamde kosten, ofwel geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn: • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing; • Haven- en kadegelden; • Leges; • Marktgelden; • Begraafrechten. In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de retributies weergegeven. Bij iedere retributie ziet u verder een overzicht van de baten en de lasten in 2020. Kostendekking Retributies en Leges (x 1.000) Gemeentelijke heffing

Rek2019

Begroting 2020 primitief

Begroting 2020 actueel

dekking

lasten

lasten

baten

dekking

Rekening 2020

baten

dekking

lasten

baten

dekking

2.1 Afvalstoffenheffingen

99% 1.949 1.931

99% 2.179 2.290

105%

2.252

2.381

106%

2.2 Rioolheffing

101%

101%

102%

2.280

2.236

98%

2.3 Haven- en kadegelden *

62%

796

641

80%

916

725

79%

906

791

87%

2.4 Marktgelden

60%

43

30

70%

43

30

71%

54

35

65%

2.5 Begraafrechten

62%

360

287

80%

377

353

94%

415

393

95%

2.6 Secretarieleges (Titel 1)

45%

726

353

0%

683

212

31%

635

221

35%

2.7. Omgevingsvergunningen (Titel 2)

91%

846

382

0%

874

711

81%

1.172

767

65%

2.8 Leges (Titel 3)

82%

17

14

0%

17

14

82%

17

14

82%

2.177 2.194

2.142 2.192

*) exclusief juridische kosten en reservemutatie

2.1 Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge art. 10.11 van der Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de gezinsgrootte en de soort container. In de tarieven zijn ook de kosten voor de milieustraat en het straatvegen verwerkt. De opbrengst van de afvalstoffenheffing dient de kosten te dekken. Inmiddels mag duidelijk zijn dat door het huidige afvalbeleid de tarieven jaarlijks fors stijgen. Ten eerste heeft dit te maken met het slechte afvalscheidingsgedrag van onze inwoners die door het huidige Gemac-systeem niet geprikkeld worden om te scheiden. Een slecht scheidingsgedrag leidt tot een stijging van de hoeveelheid restafval. Ten tweede zijn in het regeerakkoord maatregelen opgenomen die moeten bijdragen aan een circulaire economie. Eén van die maatregelen is een hogere belasting op verbranden en storten van afval om zo milieuvervuilend gedrag te ontmoedigen. De hogere kosten die gepaard gaan met het verbranden van afval komen uiteindelijk terecht bij onze inwoners. Bij ongewijzigd beleid hadden de tarieven de komende jaren steeds met 10 tot 15 % te stijgen! Om dit te voorkomen zijn voorstellen gedaan om de kosten in te dammen.

Met ingang van 1 april 2020 wordt het PMD tweewekelijks ingezameld en het restafval maandelijks. Deze wijziging heeft ertoe geleid dat het scheiden van afval is toegenomen, waardoor de tarieven in 2020 (en in 2021) niet hoefden te stijgen. De afvalinzameling op Urk is uitbesteed aan de afvalinzamelaar ROVA te Zwolle. 2.2 Rioolheffing d.d. 24 juni 2021 85

Rioolheffing wordt geheven van de eigenaar van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering en van de gebruiker van een perceel waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de gemeentelijke zorgplichten. De opbrengst van de rioolheffing mag alleen worden gebruikt ter dekking van de kosten van: het inzamelen en transporteren van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater en het zuiveren van huishoudelijk afvalwater; het inzamelen van afvloeiend hemelwater en het verwerken hiervan alsmede maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of te beperken. Bij het bepalen van de hoogte van de tarieven van de rioolheffing houden we er rekening mee dat de baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Uitgangspunten zijn 100% kostendekkendheid en gedifferentieerde tarieven per huishoudtype, waarbij de huishoudens met 4 of meer personen meer betalen, dan huishoudens tot en met 3 personen. Bij niet-woningen wordt naast een vast bedrag van de eigenaar, belasting geheven over het waterverbruik van de gebruiker. In 2015 heeft de gemeenteraad van Urk het Gemeentelijk Rioleringsplan (verder te noemen GRP) vastgesteld voor de periode 2016-2021. Uit dit GRP blijken de verwachte exploitatie en investeringslasten in de uitvoeringsperiode.

Verder worden in het GRP de belangrijkste uitgangspunten voor de rioolheffing vermeld. Uitgangspunt is dat eventuele exploitatieoverschotten ten gunste moeten komen van voorziening riolering derden of de bestemmingsreserve riolering. Investeringen moeten zo mogelijk direct worden afgeboekt vanuit de spaarvoorziening riolering. Dit met dien verstande dat in de spaarvoorziening een bedrag van € 500.000 beschikbaar blijft. De inzet op deze wijze van de spaarvoorziening is bedoeld om onnodige rentekosten op investeringen te vermijden. Op grond van het GRP is het tarief voor 2020 met 3,5 % verhoogd. 2.3 Havengelden Onder de naam "havengelden" wordt een recht geheven voor het gebruik of genot van de gemeentelijke havens. De raad heeft in oktober 2001 besloten dat de havengeldtarieven om het jaar met 2 % dienen te stijgen. 2.4 Marktgelden In de gemeente wordt onder de naam "marktgeld" een recht geheven voor het innemen van een standplaats op de voor de markt aangewezen plaats, gedurende de voor de markt geldende tijd. De tarieven zijn opgenomen in de Verordening Marktgelden. De tarieven zijn met 2,5% gestegen. Het tarief voor de eerste vier meter is een vast bedrag. Omdat hierin ook de kosten voor reclameactiviteiten van de markt zelf verwerkt zijn, en deze opbrengsten de kosten niet dekken, is dit tarief verhoogd van € 11,90 naar € 13,15.

2.5 Begraafrechten Op basis van de verordening op de graf- en begrafenisrechten worden in de gemeente Urk rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Voor de begrafenisrechten geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Kruissubsidiëring is mogelijk binnen deze verordening. Dit betekent dat het dekkingspercentage moet worden beoordeeld op basis van de gehele verordening en niet per onderdeel. In onderstaande tabel worden de kosten en opbrengsten begraafplaatsen volgens de rekening 2020 vermeld. Hieruit blijkt dat een dekkingspercentage van 95%.

d.d. 24 juni 2021 86

2.6 Legesverordening Onder de naam "leges" worden een aantal verschillende rechten geheven voor het genot van door, of vanwege het gemeentebestuur, verstrekte diensten. Het gaat hier vooral om de secretarieleges en de leges bouwvergunningen. Van sommige leges wordt het tarief vastgesteld door het Rijk. Bij het berekenen van een kostendekkend tarief mogen overigens alleen de kosten van het verlenen van een vergunning of dienst in rekening worden gebracht. Kosten van onder andere toezicht en handhaving mogen niet doorberekend worden. Voor 2020 zijn de tarieven verhoogd met 1,6 %. Belastbare feit De legestarieventabel vormt een uitwerking van artikel 2 van de Legesverordening. Meestal is gekozen voor het omschrijven van het belastbare feit als ‘het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning’ en niet als ‘het afgeven van een vergunning’. Dit heeft namelijk als voordeel dat de leges al verschuldigd zijn op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag. Hoogte van de tarieven Voor een aantal diensten is de hoogte van het te heffen legesbedrag wettelijk geregeld. Dit geldt onder andere voor de diensten opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Voor een aantal andere diensten is wettelijk geregeld dat de tarieven niet boven een bepaald bedrag uit mogen gaan.

Gemeenten mogen wel een lager bedrag opnemen dan het in de wettelijke regeling genoemde maximum. Het betreft de tarieven van onder andere: 1. onderdeel 1.3.7 (akten burgerlijke stand); 2. hoofdstuk 7 (reisdocumenten) 3. hoofdstuk 8 (rijbewijzen) 4. onderdeel 1.4.7 (papieren verstrekking uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens) 5. onderdeel 1.12.1.2 (verklaring omtrent het gedrag) 6. hoofdstuk 13 (verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens) 7. hoofdstuk 9 (kansspelen) Leges algemeen Streven is de leges meer kostendekkend te maken. De tarieven dienen maatschappelijk aanvaardbaar te zijn, wat wil zeggen dat de tarieven die de gemeente Urk hanteert niet buitensporig hoog mogen zijn in vergelijking met die van omliggende gemeenten of het landelijk gemiddelde. Om te komen tot meer kostendekkende tarieven zijn de meeste tarieven met 1,6 % gestegen. Andere tarieven zijn begrensd door wettelijke tariefstellingen. Overhead De overheadkosten worden volledig omgeslagen naar rato van de op de taakvelden geraamde loonkosten. Dit betekent dat voor alle op taakvelden toerekenbare uren een algemene opslag overhead geldt van 69,5%. Kruissubsidiëring leges Binnen de legesverordening wordt kruissubsidiëring vaak toegepast.

Kruissubsidiëring houdt in dat een overdekking binnen de ene groep diensten wordt gebruikt voor de onderdekking van een andere groep diensten. Over het algemeen is kruissubsidiëring binnen de legesverordening toegestaan, maar bij voorkeur alleen binnen gelijke diensten of groepen van diensten. Op basis van artikel 13, tweede lid, van de Europese Dienstenrichtlijn geldt voor titel 3 dat slechts kruissubsidiëring binnen elk hoofdstuk mogelijk is. Binnen Titel 1 en 2 is kruissubsidiëring mogelijk tussen de verschillende hoofdstukken. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat kruissubsidiëring is toegestaan, ook tussen verschillende Titels 1 en 2 of activiteiten die ogenschijnlijk geen enkele relatie hebben. Voor de toets aan de opbrengstlimiet blijven de totaal geraamde baten en lasten van alle tarieven uit de legesverordening van belang. Onderstaand vindt u per Titel de Baten en de Lasten.

d.d. 24 juni 2021 87

3. KWIJTSCHELDING Op grond van de Invorderingswet en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid kan een belastingschuldige die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. Bij Ministeriële regeling worden inkomensnormen vastgesteld, welke van toepassing zijn voor de eventuele toekenning van kwijtscheldingsaanvragen. De gemeente Urk hanteert ten aanzien van de normbedragen een kwijtscheldingspercentage van 100%. Kwijtschelding kan alleen worden aangevraagd indien het een aanslag betreft voor onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De overige heffingen zijn in de desbetreffende belastingverordeningen uitgesloten van kwijtschelding. 4. LOKALE LASTENDRUK Alle onroerende zaken dienen jaarlijks opnieuw getaxeerd te worden op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken. De uitvoering van deze wet ligt in handen van de heffingsambtenaar van de gemeente. Door de Waarderingskamer wordt op deze uitvoering toezicht gehouden. De gemeente Urk scoort bij deze beoordeling al jaren het predicaat ‘goed’, de hoogste score! In 2020 zijn 155 bezwaarschriften ingediend tegen de WOZ-waarde. Ongeveer 40% van deze bezwaarschriften is (gedeeltelijk) gegrond verklaard.

Verder zijn 108 bezwaarschriften ingediend tegen de overige belastingen (OZB, hondenbelasting, rioolheffing, afvalstoffenheffing, toeristenbelasting, precariobelasting en havengelden). In 2020 zijn er 5 beroepszaken ingediend tegen de belastingen of de WOZwaarde. Lokale belastingen mogen zich altijd al in een grote belangstelling verheugen, vooral landelijk. Diverse instanties berekenen jaarlijks de stijging van de lokale lasten en de uitkomsten hiervan hebben grote aandacht van de landelijke pers. Met name de verschillen tussen de diverse gemeenten krijgen daarbij veel aandacht. Dit terwijl de gemeentelijke belasting ene klein deel uitmaken van de zogenaamde bijkomende woonlasten. Zie de figuur hieronder uit de Atlas van de Lokale lasten (onderzoek Rijksuniversiteit Groningen, COELO)

d.d. 24 juni 2021 88

Gemiddelde woonlasten voor een huishouden van 3 personen voor de periode 2018-2022 Gemiddelde woonlasten voor een huishouden van 3 personen voor de periode 2018-2022 Belastingsoort

2018

2019

2020

2021

2022

Ontwikkeling

Ontwikkeling

2019/2020

2018/2022

in %

in %

OZB eigenaar Rioolrechten Afvalstoffenheffing

€ 384

€ 391

€ 391

€ 397

€ 403

0,00%

4,95%

€ 282

€ 292

€ 263

€ 245

€ 249

-9,93%

-11,70%

€ 224

€ 244

€ 255

€ 250

€ 250

4,51%

11,61%

Korting

€ -16

€ -16

902

-0,22%

3,20%

TOTAAL

€

874

€

911

€

909

€

892

€

In de periode 2018 tot en met 2022 stijgen de belastingen van de gemeente Urk naar verwachting in totaal met slechts 3,2%. Rekening houdend met de inflatiecorrectie (gemiddeld 1,5 % per jaar) zijn de gemeentelijke belastingen op Urk dan ook gedaald. De ontwikkeling van de lokale lasten is gebaseerd op een gemiddelde. Dit betekent dat de feitelijke lastenontwikkeling voor een individuele burger hiervan kan afwijken. De afwijking wordt onder andere beïnvloed door de feitelijke waardeontwikkeling van de woning. Om een beeld te krijgen hoe de woonlasten op Urk zich verhouden ten opzichte van gemeenten in Flevoland, treft u hierna de gegevens aan van een aantal gemeenten uit de Atlas van de lokale lasten 2020 van het COELO, zoals gepubliceerd op de website. In de onderstaande vergelijking staat de gemiddelde aanslag 2020 voor een 3-persoonshuishouden. In deze aanslag is inbegrepen de OZB, afvalstoffenheffing en de rioolheffing. 2020

Urk

NOP

OZB

€

391

€

Afvalstoffenheffing

€

255

Rioolheffing

€

263

Totaal

€

909

Lelystad

Almere

Dronten

Zeewolde

295

€

334

€

303

€

343

€

347

€

286

€

298

€

378

€

264

€

306

€

174

€

179

€

162

€

131

€

129

€

755

€

811

€

843

€

738

€

782

In bovenstaande tabel heeft Urk ten opzichte van de andere gemeenten in Flevoland de hoogste woonlasten. Daar zijn echter diverse verklaringen voor. Zo is de structuur van de gemeente Urk nadelig voor de hoogte van de belastingen, maar ook voor de uitkeringen van het Rijk. Urk heeft meer jeugd en een hogere woningbezetting. Een andere gemeente met evenveel inwoners heeft gemiddeld meer woningen en kan de belastingdruk dus beter spreiden. Maar ook verstrekt het Rijk aan kleinere gemeenten in verhouding lagere uitkeringen. Daarnaast heeft Urk als gevolg van het verval in hoogte van ca. 15 meter tussen het oude eiland en de Urkervaart en de zettingsgevoeligheid van de ondergrond hogere kosten om het riool goed te laten functioneren.

d.d. 24 juni 2021 89

3H

SOCIAAL DOMEIN

Achtergrond Het sociaal beleid van de gemeente Urk is eigentijds en gaat uit van het principe: één gezin, één plan en één integrale en gecoördineerde aanpak waarbij niemand tussen wal en schip valt. De toegang tot ondersteuning kenmerkt zich als integraal en objectief. Belangrijk is dat de ondersteuning die onze inwoners ontvangen, helpt. Hun ervaring telt en is een bron om het beleid zo nodig bij te sturen. De samenwerking met andere gemeenten wordt opgezocht om de expertise te versterken, een meerwaarde te realiseren voor de inwoners en/of om inkoopvoordeel te behalen. Een gezond en positief Urk 2019-2022 Mede aan de hand van een toekomstgericht evaluatieonderzoek van de eerste beleidsperiode heeft de gemeenteraad op 04 juli 2019 het meerjarenbeleidsplan “Een gezond en positief Urk 2019-2022” vastgesteld. De koers die in dit beleidsplan is uiteengezet heeft de volgende uitgangspunten: 1. Op Urk is de basis op orde. 2. We helpen daar waar nodig. 3. We passen op elkaar. 4. We blijven in verbinding. Het meerjarenbeleidsplan, met daarin diverse beoogde maatschappelijke effecten, is geen statisch document maar wordt levend gehouden door jaarlijks een aantal accenten aan te wijzen. Deze accenten worden beschreven in een jaarlijks uitvoeringsprogramma. In de reguliere P&C-cyclus wordt de voortgang van de maatschappelijke effecten beschreven.

Regionale samenwerking Sociaal Domein Flevoland De Jeugdwet en de (nieuwe) Wmo verplicht gemeenten om voor de zwaardere vormen van hulpverlening samen te werken. De samenwerking betreft de inkoop van de meeste zware/complexe vormen van zorg op het terrein van jeugdzorg. De Flevolandse gemeenten hebben deze samenwerkingsafspraken vastgelegd in de Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland. Naast de wettelijke verplichting op de Jeugdzorg was de gemeente Almere in het verleden al door het Rijk aangewezen als centrumgemeente voor Flevoland in het kader van de maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingszorg. Hoewel deze wel invloed hebben op de gemeentelijk exploitatie worden deze kosten verantwoord in de jaarrekening van de gemeente Almere. Aanbesteding Jeugdzorg met lumpsum financiering De verschillende vormen van ‘Jeugdhulp met Verblijf’ zijn na een aanbestedingsronde belegd bij één opdrachtnemer (samenwerkingsverband). Vitree is de penvoerder van dit samenwerkingsverband. Op 4 oktober 2018 is de overeenkomst ondertekend en kent een looptijd van vier jaar en kan twee maal worden verlengd voor een periode van twee jaar. Jeugdhulp met verblijf is gecontracteerd op basis van een vast budget (lumpsum), hierbij is ook rekening gehouden met solidariteit pleegzorg. In de afgelopen jaren is het budget met het samenwerkingsverband diverse keren aangepast.

En ook in 2020 was het contract en de gemaakte afspraken regelmatig gespreksonderwerp op de regionale bestuurstafel. Lange tijd leek het er op dat Totalen 2020 Begroting Afrekening Verschil afscheid genomen zou moeten Jeugdhulp met verblijf 1.789.000 1.599.109 189.891 worden van het Compensatie pleegzorg -400.000 -422.202 22.202 samenwerkingsverband. Eind Jeugdbescherming/-reclassering 621.000 642.645 -21.645 25.000 41.079 -16.079 2020 is op basis van gemaakte Veilig Thuis 20.423 -20.423 afspraken bestuurlijk besloten om Crisisdienst GGD Centraal Essentiele jGGZ (nagekomen) 3.368 -3.368 het contract voort te zetten. Dit 2.035.000 1.884.422 150.578 heeft er wel toe geleid dat het Uitvoerings/projectkosten 16.000 24.800 -8.800 budget aangepast moest worden. 2.051.000 1.909.222 141.778 253.787 -253.787 In de 2e Tussenrapportage 2020 Risicodossier 110.400 -110.400 was hiervoor reeds een stelpost Risicodossier nog in onderzoek 2.051.000 2.273.409 -222.409 opgenomen. Deze cijfers nog niet gecontroleerd door de regio accountant

d.d. 24 juni 2021 90

Inkoop lokaal maatwerk Wmo en Jeugdzorg / samenwerking gemeente Noordoostpolder De hulpsoorten (ondersteuning en dagactiviteiten voor 18- en 18+) welke niet vallen onder de Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland worden gezamenlijk met de gemeente Noordoostpolder ingekocht. Dit is een voor de hand liggende samenwerking omdat ongeveer 95% van de aanbieders die zorg bieden aan de inwoners van Urk ook actief is in de buurgemeente. Samenwerking in de inkoop is ook nodig vanwege het benutten van elkaars inhoudelijke kennis over de nieuwe taken, kennis en kunde van de tarievenstructuur en van inkoopprocessen. Om de monitoring van gegevens verder vorm te geven wordt gewerkt met een administratie-/regiesysteem. Unieke beschikkingen Jeugdzorg Zorgaanbod 2016 2017 Jeugd GGZ 1 161 Behandeling 1829 42 Dagactiviteiten 1849 77 Kinderbehandelcentrum Ondersteuning 1869 86 Vervoer met/zonder rolstoel 18- ZIN 13 15 JeugdzorgPlus Kortdurend verblijf 185 4 Overige zorg (6) 4 4 Totaal 170 389 Waarvan intensieve trajecten 2 7

Zorgaanbod Dagactiviteiten 18+ Ondersteuning 18+ Ondersteuning speciaal 18+ Huishoudelijke verzorging Vervoer met / zonder rolstoel Verblijf GGZ Kortdurend verblijf Overige zorg (2) Eindtotaal Waarvan intensieve trajecten

Unieke beschikkingen WMO 2016 2017 64 76 103 119 3 83 84 33 38 2 2 8 8 1 2 294 332 3 4

2018 339 28 78 86 14 2 9 7 563 5

2018 67 116 8 97 33 1 8 3 333 2

2019 338 41 57 21 80 12

2020 355 50 56 17 73 8

11 1 561 10

10 569 20

2019 75 118 8 147 35

2020 87 128 9 196 31

11 2 396 2

3 1 455 2

Opmerking: de data van 2015-2017 interpreteren we met een slag om de arm. Vanaf 2018 werkt de gemeente Urk met een nieuw administratiesysteem. Mede dankzij eenduidige administratieve processen is de data makkelijker beschikbaar. De komende jaren zal deze data als een belangrijk sturingsinstrument gaan gelden. Aantallen participatie

Algemene bijstand en IOA Aantal per 31-12 Uitkeringen Personen 2015 114 143 2016 123 158 2017 127 163 2018 116 155 2019 104 138 2020 103 136

Loonkostensubsidies Aantal per 31-12 2015 2016 2017 2018 2019 2020

Bijzondere bijstand en minimaregelingen Aantal 2015 2016 2017 2018 2019 2020

Uitkeringen Personen 301 122 367 154 376 159 348 144 348 157 367 168

Personen 0 10 20 20 30 29

Re-integratie trajecten Aantal gestart 2015 2016 2017 2018 2019 2020

Trajecten 82 54 99 103 75 36

Personen 62 51 82 73 65 32

Financiën d.d. 24 juni 2021 91

Het Sociaal Domein valt in de jaarrekening onder Programma 1 Mit Enkanger en Programma 2 Urk leert. Deze programma’s zijn onderverdeeld in diverse deelprogramma’s.

Sociaal Domein (excl. apparaatskosten) 2020 Reservering Begroting Jaarrekening Verschil Verschil saldo saldo deelprogr. progr Progr. (Deel)programma 1 Urk Mit Enkanger 8.855.694 8.586.527 269.167 1.1 Inkomensvoorziening 1.151.319 433.247 718.072 1.2 Wmo en Jeugdzorg 6.634.902 7.163.999 -529.097 1.3 Gezondheidszorg 762.705 709.612 53.093 1.4 Welzijn 306.770 279.670 27.100 2 Urk leert 2.523.665 2.441.835 81.830 2.1 Onderwijs en educatie 2.523.665 2.441.835 81.830 Vrijval in jaarrekening 350.998 350.997

Begroting

Jaarrek.

77.093 -1.256.538 165.500 165.500 71.405 71.405 1.784 315.782

32.101 -987.532

Doeluitkering Begroting

Jaarrek

8.286.926 9.151.068 2.358.063 2.430.209

1.329.909 1.324.365 11.974.898 12.905.642

De grote verschillen in de deelprogramma’s 1.1 Inkomensvoorzieningen en 1.2 Wmo en Jeugdzorg zijn verwerkt in de reservemutatie op het deelprogramma 1.2. De uiteindelijke vrijval in de jaarrekening ad € 350.997 is o.a. toe te schrijven aan de incidentele overschotten op : Jeugdgezondheidszorg. Hogere doeluitkering woonplaatsbeginsel Voordelig saldo bijzondere bijstand Dit zijn reguliere budgetten die voor de decentralisatie al in de gemeentebegroting verwerkt waren. Vandaar dat deze niet verwerkt zijn in het overschot van het Sociaal Domein. Voordeel Sociaal Domein naar reserve Door incidentele meevallers is er een meevaller behaald op de onderdelen Inkomensvoorzieningen (Participatie), de oude WMO-taken en de nieuwe taken in het Sociaal Domein van in totaal € 1.476.131. Dit bedrag, dat al verwerkt is in bovenstaand overzicht, is op basis van het raadsbesluit aan de reserve Sociaal Domein toegevoegd, zodat hiermee naar de toekomst financiële tegenvallers opgevangen kunnen worden. Dit overschot is met name veroorzaakt door: Doorboeking via reserve naar exploitatie 2021 (€ 175.000). Als gevolg van corona-crisis en andere beleidsprioriteiten zijn diverse (doel)uitkeringen en budgetten via de reserve doorgeboekt naar de exploitatie 2021.

Denk daarbij aan doeluitkering sportakkoord, kinderopvang en compensatie corona, welke in 2021 bij welzijnsorganisaties zichtbaar zullen worden (bij opstellen jaarrekening). Stelposten te hoog ingeschat (€ 450.000). In de 2e Tussenrapportage 2020 zijn er stelposten vrijgemaakt voor de risicodossiers jGGZ en Jeugdhulp met Verblijf. Met name de laatste bleek hoger dan vooraf ingeschat en valt daarom vrij. Tekort oude Wmo-taken (-€ 162.000). Op de oude Wmo-taken, zoals woningaanpassingen en huishoudelijke hulp, blijkt een tekort te ontstaan. Niet geeffectueerd beleid (€ 390.000) In 2020 is er verloop geweest onder de beleidsmedewerkers en hebben aanbestedingen veel tijd gevraagd binnen het Sociaal Domein. Het op stapel staande beleid werd daarmee (nog) niet geeffectueerd. Dat betekent een incidentele vrijval. Tegelijkertijd konden kosten van inhuur, die voor eerst toebedeeld werden aan het Sociaal Domein, ten laste worden gebracht van doeluitkeringen/budgetten. Het budget BUIG is vanwege de nieuwe manier van financieren van Levensonderhoud gevestigde ondernemers (voorheen budget Bbz) fors opgehoogd. Door Covid19 hebben gevestigde ondernemers voornamelijk gebruik gemaakt van de TOZO regeling en niet van de BUIG. Tevens is er rekening gehouden met een verhoogde instroom van personen in de Algemene bijstand door Covid19 maar deze is pas eind 2020 op gang gekomen.

d.d. 24 juni 2021 92

Vinger aan de pols in meerjarenperspectief Sinds de decentralisatie worden de middelen voor WMO en Jeugdhulp ontschot ingezet voor de uitvoering van het sociaal domein. De middelen voor de Participatiewet worden in samenhang daarmee besteed. Mede dankzij een stringente toepassing van de beleidsregels lukt het de gemeente Urk om binnen de beschikbare budgetten te blijven. Wel zijn er diverse zaken die het nodig maken om de financiële vinger aan de pols te houden. Te denken valt o.a.: • Naar het zich naar aanzien is de gemeente Urk een voordeelgemeente als het gaat om de herijking middelen Sociaal Domein. Deze zal naar verwachting fasegewijs ingevoerd worden. • Wijziging woonplaatsbeginsel. Dit heeft ook effect op de regionale afspraken rond jeugdhulp met verblijf. • Diverse aanbestedingen. Er worden / zijn diverse aanbesteding in gang gezet, o In 2021 worden de lokale taken voor Jeugdzorg, Wmo en hulpmiddelen opnieuw aanbesteed. o In 2020 zijn de aanbestedingen leerlingenvervoer en huishoudelijke hulp uitgevoerd. • Doordecentralisatie Beschermd Wonen (BW). De financiële en inhoudelijk impact van deze doordecentralisatie en de regionale solidariteitsafspraak brengt financiële risico’s met zich mee. • Aandacht voor mogelijke regionale tekorten. De decentralisatie BW en de landelijke verdeling van de middelen heeft ook effect op de regionale middelen.

Overschotten vanuit het verleden werden door de regio structureel ingezet. De herverdeling heeft daarom ook effect op andere (regionale) beleidsterreinen. Hoewel een jaarlijks voordeel vanuit de regionale BW geraamd kan worden, zal dus op termijn wel aangepast moeten worden. • Ambtelijke capaciteit. De vele nieuwe wettelijke taken, de doorontwikkeling van lokale zorgtaken (zoals aanbestedingen) en de lopende zaken vraagt veel van de ambtelijke dienst. Het college van B&W wordt regelmatig op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen in meerjarenperspectief. Omdat bovenstaande risico’s vooralsnog niet kwantificeerbaar zijn is intern afgesproken om in meerjarenperspectief de budgetten vooralsnog niet aan te passen. Temeer daar de reserve Sociaal Domein voldoende ruimte biedt om incidentele tegenvallers op te vangen. Hieronder treft u een aangepaste meerjarenbegroting aan. De op handen zijnde wijzigingen (naar aanleiding van de jaarrekening) die formeel verwerkt moeten worden in de 1 e Tussenrapportage 2021 zijn in onderstaande overzichten reeds doorgevoerd. Sociaal domein Jeugdhulp, Wmo Jaarlijkse uitgaven o.b.v.

jaarrekening 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Sociaal Domein nieuwe taken (> 2015) Zorg in Natura Jeugdzorg, Wmo en jGGZ Regionale afspraken Jeugdzorg (aankoopcentrale) Regionale taken WMO overschot BW Persoonsgebonden budget Jeugdzorg en Wmo Maatwerk inkomensdeel Sociaal Domein reguliere taken (< 2015) Woningaanpassing Hulpmiddelen Vervoersvoorziening Eigen bijdrage clienten Huishoudelijke Hulp ZIN Huishoudelijke Hulp PGB

1.321 1.593

1.746 2.177

2.431 2.454

2.981 2.255

3.140 2.233

3.222 2.354

1.074 34

150 46

89 4

56 4

30 4

266 245 87 268 80

104 228 8 -82 165 41

159 235 24 -57 153 147

198 201 6 -50 190 150

4.969

4.582

5.639

5.991

Beschikbaar in begroting 2021 2022 2023 2024

31 4

3.723 2.502 -125 100 25

3.762 2.503 -125 100 25

3.347 2.504 -125 100 25

3.367 2.505 -125 100 25

134 219 9 -40 322 149

323 244 11 -42 421 131

202 306 25 -67 320 158

202 306 25 -67 320 158

202 306 25 -67 320 158

202 306 25 -67 320 158

6.200

6.699

7.168

7.208

6.794

6.815

Sociaal domein Participatie Jaarlijkse uitgaven o.b.v. jaarrekening 2015 2016 2017 2018 2019 2020

Beschikbaar in begroting 2021 2022 2023 2024

Uitvoering algemeen

116

117

150

146

141

246

163

164

165

166

Arbeidsreintegratie

2.093

2.062

1.974

1.954

1.866

1.878

2.030

2.003

1.975

1.950

Gebundelde uitkering

1.393

1.527

1.768

1.914

1.851

-222

72

73

73

74

Bijzondere bijstand

106

131

156

117

102

88

216

217

218

220

Besluit Bijstand Zelfstandigen

249

-522

-61

77

112

100

182

184

186

187

3.957

3.315

3.987

4.209

4.071

2.091

2.664

2.641

2.617

2.597

Totale kosten

d.d. 24 juni 2021 93

INTERBESTUURLIJK TOEZICHT FLEVOLAND

3I

Interbestuurlijk toezicht (IBT) is een wettelijk taak van de provincie, waarbij zij toezicht houdt op de taakuitoefening door de gemeenten. Uw heeft als raad kennisgenomen van de vernieuwde bestuursovereenkomst Interbestuurlijk Toezicht (IBT) Flevoland en het bijbehorende afsprakenkader. In de vernieuwde bestuursovereenkomst zijn de uitgangspunten en de toezichtskaders vastgelegd voor de wijze provincie Flevoland en haar zes gemeenten IBT vormgeven. De overeenkomst is ondertekend op 6 maart 2019, aangegaan voor een duur van vier jaar. En vervangt de vorige bestuursovereenkomst met ingang van 1 april 2019. De wijze waarop de provincie toezicht houdt, is vastgelegd in de Wet Revitalisering Generiek Toezicht, die op 1 oktober 2013 in werking is getreden. Deze wet vereenvoudigt het stelsel van interbestuurlijk toezicht. De verticale toezichtrol van de provincie ligt daarbij in het verlengde van de controlerende rol van de raad. Het uitgangspunt is dat het college van Burgemeester & Wethouders (B&W) informatie verstrekt aan de gemeenteraad. Het college van B&W zorgt ervoor dat deze informatie ook beschikbaar komt voor het college van Gedeputeerde Staten (GS). De bestuursovereenkomst IBT heeft betrekking op de gemeentelijke verplichtingen ten aanzien van financiën, omgevingsrecht, ruimtelijke ordening, archief, huisvesting vergunningenhouders, monumenten en archeologie.

Provincie en Flevolandse gemeenten spreken de intentie uit het interbestuurlijke toezicht te baseren op transparantie, begrip en vertrouwen. Het IBT is verder gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Gebaseerd op de uitgangspunten zoals genoemd in de Agenda Toekomst van het Toezicht zoals deze bij brief van 21 december 2018 aan de Tweede Kamer is voorgelegd. • Het IBT is een onderdeel van het bestuurlijk opereren van de gemeenten en provincie. IBT kan bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van het openbaar bestuur. • Samenwerking tussen provincie en gemeenten in toezicht is essentieel. Goed overleg en laagdrempelig contact tussen de provincie en de gemeente zijn voorwaarden voor het pragmatisch, effectief en efficiënt invullen van de toezichtsrelatie. • De provincie richt zich bij haar toezicht op hierboven aangegeven beleidsterreinen en het financieel toezicht. En beziet deze terreinen afzonderlijk en in samenhang. • De colleges van B&W bevorderen de informatiepositie van de raad met betrekking tot het provinciale toezicht en bevorderen de dialoog tussen college van B&W en de raad over het IBT. • De afspraken zoals opgenomen in het afsprakenkader zijn mede gebaseerd op een inschatting van de maatschappelijke, bestuurlijke en financiële risico’s. • Het IBT gaat uit van proportionaliteit.

Dat wil zeggen dat de provincie scherper toetst of de gemeentelijke taakuitvoering en interne gemeentelijke controle is gewaarborgd, naarmate het risico zoals bedoeld als groter wordt beschouwd. Gemeenten besteden aan de taakuitvoering en interne toezicht meer aandacht naarmate het risico op het betreffende terrein groter is. In het Afsprakenkader is per toezichtsdomein het toezichtregime aangeduid met behulp van een verkeerslichtkleur (groen, oranje, rood). Er is derhalve sprake van een drietal toezichtregimes. Het groene regime staat voor de lichtste vorm van toezicht en rood het zwaarste regime. In het Afsprakenkader is verder beschreven welk regime wanneer van toepassing is en hoe de provincie handelt bij betreffende regime. In het onderstaande overzicht is per toezichtsdomein geprobeerd op ordentelijke wijze inzicht op welke elementen de provincie het toezichtregime toekend. In de een-na-laatste kolom is het toezichtregime aangegeven waar de gemeente Urk eind 2020 zich bevindt. toezichtsdomein wordt naar tevredenheid uitgevoerd toezichtsdomein wordt niet geheel naar tevredenheid uitgevoerd toezichtsdomein wordt niet naar tevredenheid uitgevoerd d.d. 24 juni 2021 94

Toezichtsdomein

Doel

Informatie-arrangement

Criteria voor afweging en beoordeling

Toezichtregime 2020

Welke activiteiten worden ondernomen om de kleur van het verwachte toezichtsregime te handhaven of te behalen?

Huisvesting Vergunninghouders.

Er wordt uitvoering gegeven aan de wettelijke taak om verblijfsgerechtigden tijdig te huisvesten. Het aantal wordt door het Rijk in de halfjaarlijkse taakstelling bepaald. Tijdig betekent binnen 12 weken nadat verblijfsgerechtigde aan een gemeente is verbonden.

• De realisatiecijfers uit het Taakstelling Volg Systeem (TVS) en van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) • Gemeenteraad ontvangt bij het niet halen en/of achterstand in taakstelling een halfjaarlijks verslag van B&W over voortgang uitvoering, met inzicht in maatregelen.

Toetsen aan de hand van onder andere: • De wettelijke halfjaarlijkse taakstelling; • Realisatiecijfers uit het TVD van COA;

Groen / Oranje

De taakstelling voor de tweede helft van 2020 is niet behaald, er zijn twee vergunninghouders te weinig gehuisvest. Dat heeft te maken met de beperkte beschikbaarheid van sociale huurwoningen. Er is in januari 2021 al wel een woning die kan worden vrijgegeven om zo alsnog te voldoen aan de taakstelling, maar in verband met de coronamaatregelen neemt dit meer tijd in beslag dan gebruikelijk. Afhankelijk van hoe de Provincie dit beoordeelt (zij kijken ook altijd naar de huisvestingen in de maand na afloop van de taakstellingsperiode), krijgt de gemeente Urk te maken met het groene of het oranje toezichtsregime.

WABO

Bescherming van mens en natuur tegen schade en gevaar. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering van toezicht en handhaving (milieu, bouwen) en een deugdelijke kwaliteit van het nalevingstoezicht

De hoofddocumenten van de beleidscyclus: • Beleidsplan Vergunningsverlening, toezicht en handhaving • Jaarlijks uitvoeringsprogramma • Jaarlijks evaluatieverslag • Periode beleidsrapportage • VTH-kwaliteitsverordening

• Aan de hand van de criteria uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Besluit Omgevingsrecht (Bor) en de Regeling omgevingsrecht (Mor) • Het hebben van de hoofddocumenten (uitvoerings- en handhavingsbeleid).

Groen

Op 26 maart 2019 is de beleidsnota ingetreden. Toezicht door de provincie wordt niet opgeschaald. In 2020 heeft de gemeente Urk weer adequaat (groen) gescoord.

(Ruimtelijke ordening, bouwen, wonen en milieu)

d.d. 7 juni 2021 Auditcommissie

95

Toezichtsdomein

Doel

Informatie-arrangement

Criteria voor afweging en beoordeling

Toezichtregime 2020

Welke activiteiten worden ondernomen om de kleur van het verwachte toezichtsregime te handhaven of te behalen?

Wet ruimtelijke ordening

De gemeenteraad stelt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer structuurvisies en bestemmingsplannen vast (art. 2.1 en 3.1 Wet ruimtelijke ordening).

Toezichtsinformatie wordt in een jaarverslag door college van B&W aan de raad gestuurd en in een brief naar GS (provincie) (voor 15 juli).

Wettelijke plicht: • aanwezigheid bestemmingsplannen (art. 3.1 Wro) • actualisatieverplichting bestemmingsplannen (art. 3.1 Wro) • aanwezigheid structuurvisie(s) (art. 2.1Wro)

Groen

Gemeente Urk voldoet aan de wettelijke plicht en het geldende toezichtregime is derhalve ‘groen’.

Monumenten en archeologie

Rijksmonumenten (beschermd stads/dorpsgezicht): • toezicht op gemeentelijke ruimtelijke plannen. • op de vergunningverlening en handhaving.

Toezichtsinformatie die tweejaarlijks voor de provincie (Gedeputeerde Staten) beschikbaar wordt gesteld. De toezichtsinformatie is primair bedoeld om de gemeenteraad in staat te stellen zijn toezichthoudende rol te vervullen.

Wat zijn de risico’s die we willen voorkomen? (o.b.v. Monumentenwet en Wabo)

Oranje/Groen

De Erfgoedcommissie is nog niet geactualiseerd, wel zijn er in het proces een aantal stappen gezet (memo en conceptrapportage). De uitbreiding van de commissie is gerelateerd aan het Welstandsbeleid, binnenkort wordt het Welstandsbeleid besproken in het LO en komt er een Collegevoorstel om nieuwe leden te werven voor de Welstands- en Erfgoedcommissie.

Archeologie: • toezicht op gemeentelijke ruimtelijke plannen de vergunningverlening en handhaving.

d.d. 7 juni 2021 Auditcommissie

Ongecontroleerd schade aanbrengen aan monumenten en onzorgvuldige omgang met archeologie. De indicatoren daarvoor zijn: • gebrek aan (kwaliteit van) toezicht en handhaving • onzorgvuldige vergunningverlening ontbreken van een gemeentelijke monumentencommissie (indien monumenten aanwezig in gemeente)

In 2020 is de Cultuurnota Urk vastgesteld, er komt nog meer aandacht voor de Cultuurhistorie van Urk, er zijn doelstellingen geformuleerd, krachten worden gebundeld in de vorm van een overlegplatform. Ook wordt er geld vrijgemaakt voor een ½ fte Monumentenzorg.

96

Toezichtsdomein

Doel

Informatie-arrangement

Criteria voor afweging en beoordeling

Toezichtregime 2020

Welke activiteiten worden ondernomen om de kleur van het verwachte toezichtsregime te handhaven of te behalen?

Financiën

Het bevorderen van financieel gezonde gemeenten om taken (zowel autonoom als medebewind) te kunnen uitvoeren zonder dat (onnodig) financiële problemen op de collectiviteit van gemeenten (Gemeentefonds) worden afgewenteld.

Toezichtsmodel IBT FT De provincie neemt samen met de gemeente, door middel van onderzoeksvragen en de indicatoren, het toezichtsmodel door.

1e lijn toezicht De gemeenteraad volgt via de toezichtsinformatie minimaal tweemaal per jaar de ontwikkeling van de indicatoren en beoordeelt zichzelf op het vlak van financieel toezicht.

Oranje / groen• •

Gemeente Urk voldoet in 2020 aan de drie gestelde criteria. De schuldpositie (incl. doorleningen) komt in jaar 2020 onder signaleringswaarde van de BBV. Het incidentele weerstandsvermogen is zeer goed (2020: 4,1; 2019: 3,7). De solvabiliteit is 37 %.

De indicatoren zijn (waar mogelijk) door de raad genormeerd en worden zowel ex-post als ex-ante gevolgd. En verder vergeleken met gemiddelde(n) en/of benchmarks.

• •

Actualisatie De gemeente actualiseert de toezicht informatie tweemaal per jaar bij de (meerjaren)begroting en jaarstukken (conform afgesproken manier). De gemeenteraad stelt de toezicht informatie als onderdeel van de (meerjaren)begroting en jaarstukken vast. B&W stuurt voor 15 juli en 15 november de bijgewerkte toezicht informatie naar GS (incl. eventueel besluit/opmerking gemeenteraad). Informatiebronnen • (Meerjaren)begroting • Begrotingswijzigingen • Jaarstukken • Raadstukken • Verorderingen 212, 213 en 213a • Overige beleidsinformatie

2e lijn toezicht De provincie beoordeelt op haar beurt het uitgeoefende horizontale toezicht door de gemeenteraad. De provincie bepaalt jaarlijks welk toezichtsregime op de gemeente van toepassing is en geeft evt. aandachtspunten aan.

• •

•

De begroting 2020 in meerjarenperspectief is structureel sluitend. De schuldpositie (incl. doorleningen) komt in de jaren 2021 en verder boven de signaleringswaarde van de BBV. De verklaring hiervoor is de verwerving van de gronden Zeeheldenwijk en Port of Urk. Op langere termijn is er sprake van een gunstige schuldpositie. Het incidentele weerstandsvermogen is ruim voldoende. In structureel opzicht ligt de kwetsbaarheid in de solvabiliteit en de al relatief hoge OZB.

De indicatoren zijn onderverdeeld in 3 pijlers: 1.Structureel/reëel sluitende begroting 2.Weerstandsvermogen 3.Schuldpositie Daarnaast wordt gekeken bij de jaarrekening of er een goedkeuring van de accountant is afgegeven.

d.d. 7 juni 2021 Auditcommissie

97

Toezichtsdomein

Doel

Informatie-arrangement

Criteria voor afweging en beoordeling

Toezichtregime 2020

Welke activiteiten worden ondernomen om de kleur van de verwachte toezichtsregime te handhaven of te behalen?

Archieftoezicht

Het doel van het toezicht op archief- en informatiebeheer is om bij gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen te komen tot een betrouwbare informatievoorziening.

Toezichtsinformatie die in een jaarverslag voor 15 juli aan de provincie (Gedeputeerde Staten) wordt aangeboden. Deze informatie is primair bedoeld om interne verantwoording af te leggen. Dient tegelijkertijd als IBTtoezichtsinformatie.

Oranje

De gemeente Urk maakt de omslag van een analoge naar een zaakgerichte digitale informatievoorziening. De functionaliteiten zijn geïmplementeerd en ruim 300 met de gebruikersorganisatie afgestemde werkprocessen ingericht.

Toegankelijke en betrouwbare informatievoorziening is essentieel voor goed bestuur. Het op orde zijn van de digitale en papieren informatiehuishouding en archivering is een voorwaarde om alle andere overheidstaken goed uit te kunnen voeren.

In het jaarverslag zijn in ieder geval drie onderdelen opgenomen. • Periodieke ingevulde Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). • Aanvullende informatie zoals bijvoorbeeld thema/risico onderzoeken. • Het verklaren van eventuele onverwachte omstandigheden en hoe de gemeente daarmee is omgegaan. • Archiefverordeningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=93c249ef-db62-4ea6-9665-cda1a3349fd0