J-2020 uitgebreide versie d.d. 24 juni 2021 Gemeenteraad definitief.pdf
Tekst van het document
Procesverloop
Procesverloop
Toelichting procesverloop (oranje / rood) 01/02. Samenwerking binnen Flevoland en Regio Zwolle krijgt steeds meer vorm. Samen met NOP en Dronten werken we aan een gezamenlijk strategisch document. Ook met provincie Flevoland komen we stapjes verder in het werken aan een gezamenlijke agenda. De op 10 november geplande bestuursconferentie binnen Flevoland heeft vanwege Corona geen doorgang gekregen. Binnen de regio Zwolle is Urk in alle gremia vertegenwoordigd. Samen met Dronten en Noordoostpolder wordt gewerkt aan een gezamenlijke insteek binnen dit samenwerkingsverband om daarmee sterker te staan binnen het geheel van de 22 gemeenten. 05. De ontwikkeling van de organisatie is een continue proces. De kwaliteit van de dienstverlening blijft uitgangspunt. Dit is een continu proces en vindt zijn weerslag in het organisatie ontwikkelingsplan “Op weg naar 2030”. 06. Het strategisch personeelsplan is de verzamelnaam waaronder allerlei deelprojecten, instrumenten en beleidsdocumenten vallen. De uitvoering daarvan vordert gestaag. Dit is feitelijk een continue proces. 07. Vanuit de omgevingsvisie wordt en een participatieplan geschreven. De hoofdlijnen hiervan zijn klaar (kaders die de raad meegeeft voor participatie in de omgevingsvisie). Volgende stap is een plan met concrete (digitale) uitvoering. Organisatiebrede visie t.o.v.
participatie (hoe inwoners en bedrijven betrekken bij beheer en onderhoud leefomgeving) wordt doorgeschoven. 08. De ZZL gelden voor gemeente Urk zijn volledig beschikt. De Parel is afgerond (financiële afronding moet nog plaatsvinden). De aanleg van de 2e aansluiting van het binnendijkse bedrijventerrein is opgenomen in de Regio Deal / plan BDBT. 09. Inmiddels zijn de 2 projecten Ürker Vishuusien en beleeftuin TalmaHaven goedgekeurd en zitten die in de realisatiefase. Er is nog ruimte voor nieuwe projecten. 10. Het informatiebeleidsplan 2020-2024 (incl. uitvoeringsplan 2020/2021) is in afgelopen juni door de raad vastgesteld. 11. Het inbedden van zaakgericht werken in de Urker organisatie verloopt langzamer dan gepland. Verbeteringen in het zaaksysteem lopen achter als gevolg van corona en inzet en wijzigingen in de bezetting. In de loop van het 1 e kwartaal van 2021 zal de bezetting weer op orde zijn en kunnen de verbeteringen in het zaaksysteem alsnog worden doorgevoerd. De bewerking en overbrenging van het papierenarchief aan het HFA is nagenoeg afgerond. De competenties ten aanzien van zaakgericht werken binnen het team Informatie zijn in ontwikkeling.
Met team Vergunningen wordt gewerkt aan de realisatie van een koppeling per 28 januari 2021 met het digitale archief (koppeling Squit-iDocumenten) waardoor digitale informatie leidend wordt en geautomatiseerd wordt gearchiveerd. Kansen voor klantgedreven dienstverlening worden uitgebreid na vervanging van de telefooncentrale waardoor het KCC/TIC het centrale contactpunt wordt richting inwoners en bedrijven. Via het projecten “Digitale communicatie naar burgers” en “Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer”, benoemd in het uitvoeringsplan IBP, zijn er meer mogelijkheden de dienstverlening te verbeteren. Denk aan het digitaal ontvangen van aanvragen via Eformulieren of het communiceren met inwoners en bedrijven via Mijn Overheid en de Persoonlijke Internet Pagina.
d.d. 24 juni 2021 33
► BELEIDSINDICATOREN Urk Indicator
NL
< 2018
2019
2020
< 2020
Beschrijving
Bron
Formatie < 20K / 20-5K inw.
6,0
7,0
7,4
11,5/6,7
Het aantal vastgestelde fte per 1.000 inwoners
Urk
Bezetting < 20K / 20-50K inw.
5,7
6,2
6,9
10,5/6,4
Het aantal ingevulde fte per 1.000 inwoners
Urk/Pers.m.
Apparaatskosten
€ 647
€ 761
€ 781
n.n.b.
De apparaatskosten per inwoner (per 1-1)
Urk
Externe inhuur (*2019)
29,1%
31,0%
25,8%
18%*
Urk
Overhead
11,7%
7,9%
8,6%
n.n.b.
Woonlasten éénpersoonshuishouden
€ 847
€ 910
€ 909
€ 700
Woonlasten meerpersoonshuishouden
€ 963
€ 1.039
€ 1.039
€ 773
WOZ-waarde woningen
€ 210
€ 223
€ 240
€ 270
De verhouding kosten inhuur externen ten opzichte van de totale loonsom + totale kosten inhuur externen De verhouding overheadkosten ten opzichte de totale lasten Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuis-houden betaalt aan woonlasten. Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. De gemiddelde WOZ waarde van woningen (x € 1.000).
Urk
Urk/COELO
Urk/COELO
Urk/COELO
d.d. 24 juni 2021 34
PARAGRAFEN
a. Weerstandsvermogen en risicobeheersing b. Onderhoud kapitaalgoederen c. Treasury d. Bedrijfsvoering e. Verbonden partijen f. Grondbeleid g. Lokale heffingen h. Sociaal domein i. Interbestuurlijk Toezicht Flevoland j. Informatievoorziening en automatisering k. Duurzaamheid l. Omgevingswet m. Covid-19
d.d. 24 juni 2021 35
3A
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt als volgt gedefinieerd: ‘Het vermogen van de gemeente Urk om (onverwachte) verliezen en incidentele financiële tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat de continuïteit of de dienstverlening van de organisatie direct in gevaar komt of financiële noodmaatregelen nodig zijn.’ De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als: ‘Het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen.’ Een risico kan worden ervaren als: ‘Een fenomeen dat latent aanwezig is en dat met een bepaalde kans tot (negatieve) gevolgen voor ons dagelijks functioneren kan leiden.’ De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend aan de hand van het totaal van de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. Nota beleidskaders risicomanagement en weerstandsvermogen In de raadsvergadering van 13 december 2012 heeft uw raad de Nota beleidskaders risicomanagement en weerstandsvermogen 2013 vastgesteld. In deze paragraaf weerstandsvermogen wordt aan de door uw raad vastgestelde beleidskaders invulling gegeven (voor zover in dit kader van toepassing). Het weerstandsvermogen wordt vertaald in een ratio waarbij de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald. Weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Om de ratio voor het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel. Deze ratio moet in ieder geval hoger zijn dan 1,0 (waarderingscode C). Waarderingscode A B C D E F
Ratio > 2,0 1,4 tot 2,0 1,0 tot 1,4 0,8 tot 1,0 0,6 tot 0,8 < 0,6
Inventarisatieschema
Omschrijving
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
act. begroting 2020 Beschikbare weerstands capaciteit
rekening 2020
Benodigde weerstands capaciteit
Ratio
Beschikbare weerstands capaciteit
Benodigde weerstands capaciteit
Ratio
Incidenteel weerstandsvermogen weerstandsvermogen algemene dienst
11.634
2.681
4,3
13.117
3.207
4,1
weerstandsvermogen grondexploitatie
3.527
5.032
0,7
6.199
3.945
1,6
Totaal
15.160
7.713
2,0
19.315
7.152
2,7
159
0
1,0
159
0
1,0
Structureel weerstandsvermogen weerstandsvermogen algemene dienst
d.d. 24 juni 2021 36
Het incidentele weerstandsvermogen van de algemene dienst is met een ratio van 4,1 uitstekend. Het incidentele weerstandsvermogen van de grondexploitatie is met 1,6 ruim voldoende. Het is verdedigbaar om als ‘de nood aan de man is’ de beschikbare weerstandscapaciteit van beide onderdelen bij elkaar te voegen. Wanneer beide ratio’s worden samengevoegd komt de totale ratio uit op 2,7; hetgeen uitstekend is om de niet gekwantificeerde incidentele risico’s van de gehele organisatie op te vangen. Het structurele weerstandsvermogen is met een ratio van 1,0 eveneens voldoende, waardoor de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit volledig benut kan worden. Het structurele weerstandsvermogen blijft de komende tijd de nodige aandacht en prioriteit krijgen. Gelet op het bovenstaande en er tevens van uitgaande dat niet alle risico’s zich gelijktijdig voordoen wordt het totale weerstandsvermogen (incidenteel en structureel) op uitstekend geschat. Dit neemt echter niet weg dat het huidige vermogen wel (in voldoende mate) intact en beschikbaar moet blijven. Ervan uitgaande dat de bezuinigingsmaatregelen grotendeels zijn gerealiseerd is er sprake van ruim voldoende structureel weerstandsvermogen. Beschikbare weerstandscapaciteit De omvang van de weerstandscapaciteit is van belang voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente.
De weerstandscapaciteit omvat de mogelijkheden voor een gemeente om financiële tegenvallers (risico’s) op te kunnen vangen en bestaat (indien aan de orde) uit de volgende onderdelen: a. De algemene reserve (algemene weerstandsreserve algemene dienst); b. De bestemmingsreserves die dienen ter egalisatie van de volgende specifieke begrotingsposten: Sociale uitkeringen (WWB), Maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Sociale werkvoorziening (WSW) en Sociaal domein; c. De ruimte op de begroting; d. De onbenutte belastingcapaciteit; e. De reserve Grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie); Hieronder worden deze componenten nader beschouwd: a. De algemene reserve (algemene weerstandsreserve algemene dienst) Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit van de algemene dienst is van belang de hoogte van het vrije deel van de algemene reserve (algemene weerstandsreserve algemene dienst). De geraamde stand per ultimo 2020 van het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve, bedraagt € 4.130.709. b. De bestemmingsreserves die dienen ter egalisatie van de volgende specifieke begrotingsposten: Sociale uitkeringen (WWB), Maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Sociale werkvoorziening (WSW) en Sociaal domein. Deze bestemmingsreserves dienen ter jaarlijkse egalisatie van de geraamde baten en lasten van de betreffende doeleinden.
Vanuit dat oogpunt kunnen deze reserves dan ook worden meegenomen bij de bepaling van de weerstandscapaciteit van de algemene dienst. Het niet beklemde deel van de geraamde stand van deze specifieke bestemmingsreserves bedraagt per ultimo 2020: € 8.985.979 (2019: € 7.632.348). c. De ruimte op de begroting Bij de bepaling van structurele ruimte op de begroting wordt uitgegaan van de opgestelde MJB 2020-2023. De exploitatie geeft alleen structurele vrije ruimte op de volgende post: ▪ Stelpost voor onvoorziene uitgaven; In de begroting is voor dekking van onvoorziene uitgaven een structureel gelijkblijvende stelpost opgenomen van € 159.000 (2016: € 45.000). Er zijn nog wel andere stelposten geraamd binnen de begroting. Deze stelposten zijn echter allemaal aangewezen voor specifieke doeleinden.
d.d. 24 juni 2021 37
Structurele exploitatieruimte (meicirculaire gemeentefonds, 4.) Op basis van BBV dient de structurele exploitatieruimte als volgt te worden weergegeven: Omschrijving (excl. incidenteel)
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Begr.actueel
2016
2017
2018
2019
2020
2020
A. totaal structurele lasten
39.704.369
55.638.587
52.408.592
64.685.681
51.235.866
59.677.592
B. totaal structurele baten
47.755.961
58.403.662
58.653.262
63.085.774
56.940.929
57.974.288
C. totaal structurele toevoeging aan reserves
5.334.439
1.329.995
10.494.188
10.563.383
10.264.406
4.420.380
D. totaal structurele onttrekkingen aan reserves
3.098.902
631.274
8.139.621
16.609.908
6.279.330
6.123.684
E. totaal baten (voor bestemming)
47.776.952
59.790.996
60.040.596
63.963.591
67.728.384
57.974.288
12,17%
3,46%
6,48%
6,95%
2,54%
0,00%
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E*100%
d. De onbenutte belastingcapaciteit OZB Bij het redelijk peil van de eigen inkomsten gaat het om de opbrengst van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. De laatste twee dienen in principe 100% kostendekkend te zijn en het percentage voor het heffen van OZB dient in dat geval minimaal 20% hoger te zijn dan het landelijk gemiddelde ofwel gelijk of hoger dan het “toelatingstarief”. Dit tarief staat jaarlijks vermeld in de mei/junicirculaire. In tabel 1.2 is de berekening van het ´gewogen gemiddelde OZB-tarief´ voor de toelating tot artikel 12 voor de gemeente Urk opgenomen. Eventuele onderdekking bij reiniging of riolering moet worden gecompenseerd door een hoger gewogen gemiddeld OZB-tarief. Tabel 1.2 Berekening werkelijk gewogen gemiddelde OZB-tarief voor toelating tot artikel 12 WOZ-waarde woningen 1,428,500,000 A WOZ-waarde niet woningen, eigenaren en gebruikers samen 755,500,000 B OZB-opbrengst o.b.v. totaal WOZ-waarde 4,447,254 C Onderdekking reiniging/afvalstoffen 0 D Onderdekking riolering 0 E OZB-opbrengst gecorrigeerd voor onderdekking 4,447,254 F = C-D-E Gewogen gemiddelde OZB-tarief 0.2036 = F/(A+B)*100 Het percentage voor toelating tot artikel 12 bedraagt 0,1809 % voor het jaar 2021. Dit is dus 20% hoger dan het landelijk gewogen percentage van de gecorrigeerde Woz-waarde.
In het geval dat de artikel 12-status de gemeente valt te verwijten, blijft het altijd mogelijk om lopende het artikel 12-traject belastingvoorschriften op te leggen. In de regel tot de huidige grens van 140% van het gemiddelde tarief, maar in uitzonderingsgevallen wordt een hogere opslag niet op voorhand uitgesloten. Wanneer het berekende gemiddelde OZB-tarief voor de gemeente lager is dan het percentage voor toelating tot artikel 12 is er in principe sprake van een onbenutte belastingcapaciteit, immers een verhoging van het OZBpercentage zal nodig zijn om voor een aanvullende uitkering in aanmerking te komen. In tabel 1.3 is bij benadering aangegeven welke opbrengst deze verhoging genereert. In dit rapport is ervoor gekozen het verschil in percentage te vermenigvuldigen met de Woz-waarde van de woningen + de Woz-waarde van de nietwoningen. Bij een daadwerkelijke aanvraag zal een meer nauwkeurige berekening aan de orde zijn. Tabel 1.3 Onbenutte belastingcapaciteit t.o.v. “artikel-12 norm” OZB-percentage van de Woz-waarde voor toelating art.12
0.1853%
Werkelijk gewogen % Woz-waarde gemeente
0.2036%
Verschil
-0.0183%
Onbenutte belastingcapaciteit
-400,302
Het is duidelijk er geen sprake is van onbenutte capaciteit inzake OZB, riool- en afvalstoffenheffing.
d.d. 24 juni 2021 38
e. De reserve Grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie) Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit is van belang de hoogte van het vrije deel van de reserve grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie). De geraamde stand per ultimo 2020 van het vrij aanwendbare deel van de reserve grondzaken, bedraagt € 6.198.800 (2019: 3.518.000). Recapitulatie Bij bepaling van de weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt tussen de “algemene dienst” en de “grondexploitatie”. Door de naamgeving van de reserves ligt dit ook voor de hand. Daarbij zij niet gezegd dat tegenvallers onderling niet gecompenseerd zouden kunnen worden. Formeel is er immers sprake van één gemeente. Weerstandscapaciteit algemene dienst: - algemene reserve - bestemmingsreserves, ter egalisatie van begrotingsposten Totaal - ruimte op de begroting (onvoorzien) - onbenutte belastingcapaciteit (OZB) - onbenutte belastingcapaciteit (begraafrechten)
4.130.700 8.986.000 € 13.116.700 (incidenteel) 159.000 0 0
Totaal
€ 159.000 (structureel)
Weerstandscapaciteit grondexploitatie: - reserve grondzaken
6.198.800
Totaal
€ 6.198.800 (incidenteel)
Dit bedrag geeft het vermogen van de gemeente weer om eventueel in “slechte tijden” de financiële tegenvallers van de grondexploitatie op te kunnen vangen. Risico-inventarisatie (berekening benodigde weerstandscapaciteit) Een risico is de onzekerheid (kans) dat een gebeurtenis met (negatieve) gevolgen zich voordoet. Risicomanagement komt dus op de eerste plaats. Pas als een risico, ondanks de inspanningen op het gebied van risicomanagement, toch optreedt en negatieve financiële gevolgen heeft voor de gemeente, dan komt het weerstandsvermogen in beeld. Het weerstandsvermogen (beschikbare weerstands-capaciteit) wordt gerelateerd aan de benodigde weerstandscapaciteit welke wordt berekend aan de hand van het totaal van de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. In dit hoofdstuk worden de risico’s van de gemeente op een rij gezet en ingedeeld in de volgende risicocategorieën: • Algemeen • Concreet • Specifiek Uitgangspunt bij het bepalen van de risico’s is het gegeven dat ze nooit allemaal tegelijk en met een maximale omvang zullen optreden. In een risicoprofiel van meerdere risico’s is het ondenkbaar dat ze tegelijk in één jaar zullen optreden. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere zich daarentegen in hun maximale omvang manifesteren. In dit hoofdstuk worden allereerst de algemene risico’s zoveel mogelijk in beeld gebracht.
Voor algemene risico’s worden in de regel geen afzonderlijke reserves aangehouden. De concrete risico’s zijn in principe zoveel mogelijk gedekt door de aanwezige reserves en voorzieningen. De nadruk zal voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit op de gemeentelijk specifieke risico’s komen te liggen.
d.d. 24 juni 2021 39
Algemene risico’s Algemene risico’s zijn voor de gemeente aan te merken als normale risico’s. De algemene risico’s worden onderstaand benoemd omdat deze risico’s in de toekomst voor de gemeente Urk specifieke risico’s kunnen worden. Voor specifieke risico’s zal vervolgens weerstandsvermogen moeten worden opgebouwd. Daarbij zou het geheel van algemene risico’s bij de gemeente Urk aanleiding kunnen zijn voor het vormen of in standhouden van een minimaal algemeen weerstandsvermogen, los van de hierna te behandelen specifieke risico’s. De volgende algemene risico’s worden gesignaleerd: ▪ Economische conjunctuur / Coronavirus De economisch conjunctuur leek goed tot het moment Coronavirus zijn intrede deed. Het is op dit moment moeilijk te bepalen hoe groot de financiële impact zal zijn. Wij monitoren onze risico’s en die van onze stakeholders voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. Voorzichtigheid blijft geboden. Een langdurige recessie heeft gevolgen voor de gemeentebegroting. Met name aan de opbrengstenkant brengt dit risico’s met zich mee. Te denken valt aan de lagere opbrengsten wegens: grondverkopen, leges bouwactiviteiten, verhuur van gronden en gebouwen, etc.
▪ Grondverkopen (grondexploitatie) Met betrekking tot risico inschatting van de grondverkopen in het kader van de grondexploitatie is een splitsing gemaakt tussen de werkelijke boekwaarde van de complexen van het voorafgaande jaar en de geplande uitgaven voor het komende jaar. Het eerste onderdeel is een vaststaand gegeven. Op basis hiervan is dit dan ook weergegeven bij de specifieke risico’s. Het tweede onderdeel is een nog niet geheel vaststaand gegeven. De jaarschijf van de begroting is, op basis daarvan, dan ook weergegeven bij de algemene risico’s (wordt beschouwd als een algemeen begrotingsrisico). Met betrekking tot de grondexploitatie kan worden meegedeeld dat deze goed loopt. Het bouwrijpmaken en infrastructurele werken in het complex Zeeheldenwijk zijn met een jaar uitgesteld. Verder kan nog worden meegedeeld dat alle exploitaties jaarlijks worden bijgesteld en dat eventuele verwachte verliezen op dat moment worden genomen (ten laste van de reserve grondzaken wordt een voorziening ingesteld). ▪ Voor het (aan te leggen) binnendijks bedrijventerrein moet een op uitvoering gericht plan worden ontwikkeld. Het planproces dat wordt voorgesteld is gericht op daadwerkelijke realisatie van een gethematiseerd maritiem bedrijventerrein. In de ratio weerstandsvermogen is uitgegaan van een hoger risicoprofiel voor het bedrijventerrein dan de bestaande complexen.
In april 2021 heeft de raad een grondexploitatie voor dit complex (Port of Urk) vastgesteld. Dit plan sloot toen op een verwacht verlies van ruim € 1.362.962. Hiervoor is een verliesvoorziening getroffen. ▪ Programma Aanpak Stikstof (PAS) Veel bouwplannen sneuvelden de afgelopen periode als gevolg van de uitspraak Raad van State met betrekking tot de Programmatische Aanpak Stikstof. Het stikstofprobleem zien we voorlopig als een risico en niet als een feit. De extra gevolgen brengen wij in beeld. Het mogelijk risico wordt gekwantificeerd en meegenomen in de risicoparagraaf van het project. Dit zal leiden tot het verhogen van het risicoprofiel per project, maar niet direct de financiële waardering van gronden. ▪ Renteontwikkelingen Door de recessie en onrust op de financiële markten schommelen de rentetarieven nogal. De gemeente loopt hier risico. De door ons gehanteerde algemene rekenrente voor investeringen is voor 2021 gesteld op 1,7%. De door te berekenen rente aan de grondexploitaties is vastgesteld op 1,4%. De percentages zijn de laatste jaren behoorlijk verlaagd. Dit is enerzijds ingegeven door opmerkingen van de toezichthouder (provincie Flevoland) en anderzijds natuurlijk de nieuwe BBV richtlijnen op dit gebied. Wat betreft de grondexploitatie hebben de richtlijnen in het kader van de VPB een belangrijke rol gespeeld.
De werkelijk gewogen gemiddelde rente van het lang vreemd vermogen is op Urk 2,3% (was: 2,4%). ▪ Jongstleden is het advies rond de uitkomst van de herijking gemeentefonds gepubliceerd. De Raad van Bestuur zal hierover nog advies uitbrengen. De uitkomsten zijn voor onze gemeente in ieder geval positief. Toch zijn we sterk afhankelijk van hoe de nieuw te vormen regering de uitkomst zal beoordelen. Wel is de herverdeling van het gemeentefonds vrijwel zeker uitgesteld naar 2023. Bij de kadernota 2022 zal verder ingegaan worden op de uitkomsten van de verdeling. In de laatst ontvangen decembercirculaire is het 3 e coronacompensatiepakket verwerkt. Verder zijn er geen veranderingen te melden. ▪ 3Provinciaal beleid Dit kan met name risico’s met zich meebrengen bij het realiseren van projecten.
d.d. 24 juni 2021 40
▪ EMU-norm Bij overschrijding van de norm van 3% kan de minister boetes opleggen. Dit is gebaseerd op het voorstel inzake de Wet HOF. Op basis van het voorstel is de maatregel in 2015 ingevoerd. Een boete bij overschrijding van het plafond van het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten behoort tot de mogelijkheden. ▪ Organisatierisico’s De gemeente heeft op dit moment de volgende risico’s verzekerd: aansprakelijkheid (wettelijk, bestuurders en werkgever), politiek molest, risico’s bij de bouw, brand en storm (gebouwen en inventaris), het wagenpark, materieel buitendienst, transport kunst, ongevallen, verhaalswet ongevallen ambtenaren, rechtsbijstand, collegebescherming, computers, instrumenten/apparaten en fraude. De financiële gevolgen in het geval van kortstondige ziekte of ontslag van personeel kunnen niet verzekerd worden. ▪ Open einde regelingen Door de economische ontwikkelingen kunnen aanspraken op verschillende regelingen toenemen. De uitgaven voor bijstand en minima kunnen daardoor stijgen. Bij de WMO blijkt het ook moeilijk te zijn om de uitgaven ‘in toom’ te houden. De gemeente loopt hier financiële risico’s. Voor de Sociale uitkeringsregelingen (voorheen WWB), WMO en de WSW zijn inmiddels egalisatiereserves gevormd. Deze reserves kunnen tegenvallende resultaten gedurende een aantal jaren opvangen.
▪ Deelnemingen Met betrekking tot het rendement uit deelnemingen (dividenduitkeringen) is in de begroting een realistisch saldo opgenomen. Verder kan nog worden vermeld dat de diverse opbrengsten “voorzichtig” zijn geraamd. ▪ Verbonden partijen (subsidies o.b.v. gemeenschappelijk regelingen) In dit kader kan met name de werkvoorzieningstaak worden genoemd. Het Concern voor Werk is werkzaam op dit terrein. De werkvoorziening is de komende jaren geconfronteerd met grote rijkskortingen en ook de toekomst is niet rooskleurig. Als er tekorten gaan ontstaan, zal de gemeente daarvoor aangesproken worden. Om deze eventueel op te kunnen vangen is echter een egalisatiereserve gevormd. Deze reserve heeft per heden een saldo van € 996.900. Risico’s die van invloed kunnen zijn: de extra financiële risico’s bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst bij invoering van de Wet Werk en Zekerheid. Onzekerheden als gevolg van bezuinigingen op de uitvoering van gemeentelijke opdrachten. Teruglopende marges ten gevolge van businessactiviteiten in markten die onder druk staan. In de meerjarenraming is rekening gehouden met een afname van de huisvestingskosten. Het vormgeven van de transitie tot een social firm waar nieuwe revenuen worden beoogd. Het verwacht nettoresultaat over de jaren 2021 tot en met 2024 bedraagt respectievelijk € -88K, € -75K, € -71K en € -69K.
▪ Verbonden partijen (verstrekte geldleningen uit hoofde van de publieke taak) In dit kader kunnen worden genoemd de verstrekte geldleningen aan de Stichting Sportaccommodatie Urk. M.b.t. de betalingsverplichtingen die voortvloeien uit langdurige overeenkomsten kan worden meegedeeld dat de termijnen automatisch worden geïncasseerd; daarbij is nog nooit sprake geweest van een betalingsachterstand. Verder kan nog worden meegedeeld dat er, ter meerdere zekerheid, het recht van eerste hypotheek is verstrekt op complexen woningen en de betreffende twee sporthallen. Bovendien wordt de financiële situatie van deze instellingen (zoals ook bij andere verbonden partijen het geval is) jaarlijks beoordeeld aan de hand van de financiële jaarstukken. ▪ Majeure investeringen Opgaven en uitdagingen liggen de komende jaren zowel op het terrein van wonen als werken. Om antwoord te kunnen geven op de blijvende en toenemende vraag naar woningen (Zeeheldenwijk), moet Urk fors investeren. Daarnaast wordt Urk gevraagd haar bijdrage te doen in de economische ontwikkeling van Noordelijk Flevoland (Buitendijkse haven en bedrijventerrein). Bijdragen in de uitbreiding en verbeteringen van de infrastructuur (o.a. randweg) is in deze kadernota geen rekening gehouden. ▪ Beheerplannen Op alle mogelijke gebieden zijn de afgelopen jaren beheerplannen gevormd.
De dekking van de diverse beheerplannen is structureel afgedekt binnen de begroting. Op die gebieden is dus vrijwel geen risico meer te verwachten. Het laatste beheerplan betrof het beheersplan “gemeentelijke gebouwen”. ▪ Sociaal domein De budgetten binnen het sociale domein staan onder druk. Er is een toename van (dure) zorgvraag waar te nemen. Bij een dergelijke tendens dreigen daarom in meerjarenperspectief forse overschrijdingen. Incidenteel kunnen tekorten vanuit de reserve Sociaal Domein gedekt worden. Dat de reserve dan blijvend over voldoende middelen moet beschikken mag als vanzelfsprekend worden beschouwd. Structurele dekking vanuit de reserve is echter niet mogelijk en ook niet toegestaan.
d.d. 24 juni 2021 41
▪ Vennootschapsbelasting Gemeenten en andere overheden betalen vennootschapsbelasting (Vpb) over de winst die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. Gemeente Urk is nagegaan in hoeverre zij belastingplichtig is. Met medewerking van een adviesbureau zijn alle activiteiten doorgelopen en beoordeeld. Omdat er bij het grondbedrijf Urk winst wordt gemaakt is gemeente Urk belastingplicht bij dit onderdeel. Met de belastingdienst is er medio 2021 een vaststellingsovereenkomst aangegaan, die ook voor 2022 en volgende jaren geldt. De eerder ingediende aangiften zullen worden herzien. ▪ Claims Op 28 april 2021 heeft Rechtbank Rotterdam het vonnis uitgesproken over de aansprakelijkheid voor de schade die op 3 januari 2018 is ontstaan door het losslaan van de ‘VerhalenArk’. Rechtbank stelt vast dat gemeente Urk ten tijde van bijzondere weersomstandigheden als toezichthouder tekort is geschoten en een ondeugdelijke ligplaats heeft aangeboden. De aansprakelijkheid is voor 70% aan de gemeente Urk toe te rekenen en voor 30% voor de eigenaar van de Ark. Tegen het vonnis kan hoger beroep worden ingesteld. Op dit moment is nog niet te bepalen welk bedrag voor rekening van de gemeente Urk komt. Indien beide partijen instemmen met het vonnis zal het afwikkelingsproces van ingediende claims naar verwachting een periode van 1 tot 2 jaar in beslag nemen.
In onderstaande tabel is een kwantificering van de algemene risico’s weergegeven. Omdat deze moeilijk individueel zijn te bepalen, wordt daarbij uitgegaan van de jaarlijkse begrotingsomvang. Op basis van de uitgangspunten wordt uitgegaan van een incidenteel risicoprofiel van 5%. Uitgaande van de begrotingsomvang is van beide onderdelen (algemene dienst en grondexploitatie) de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Dit kan als volgt worden weergegeven:
Omschrijving
Grondslag Financieel risico
Risico profiel
Benodigde weerstandscapaciteit
Begrotingsomvang 2020 van Algemene dienst
€ 56.685.600
5%
Begrotingsomvang 2020 van Grondexploitatie
€ 6.818.500
5%
Totaal incidenteel algemene dienst
€ 56.685.600
€ 2.834.300
Totaal incidenteel grondexploitatie
€ 6.818.500
€ 340.900
Eventuele opmerkingen
€ 2.834.300 Het is gewenst, gezien de geïnventariseerde algemene risico’s (zoals hierboven gespecificeerd en € 340.900 toegelicht), om een deel van de beschikbare algemene weerstandscapaciteit hiervoor in te zetten. Conform de vastgestelde beleidskaders wordt een richtlijn gehanteerd, waarbij 5% van de ‘omzet’ als risicobedrag wordt opgevoerd.
Concrete risico’s Tot concrete risico’s worden risico’s gerekend waarvan de omvang van de te verwachten verplichtingen redelijkerwijs zijn in te schatten. Voor concrete risico’s worden bestemmingsreserves en voorzieningen ingesteld. De gemeente heeft bijvoorbeeld een reserve/voorziening ingesteld voor wethouders-pensioenen en -wachtgelden. De hoogte van de voorzieningen en bestemmingsreserves dekken de gesignaleerde concrete risico’s in voldoende mate af. Er hoeven derhalve geen aanvullende voorzieningen te worden getroffen, waarvoor eventueel de weerstandscapaciteit moet worden aangesproken.
d.d. 24 juni 2021 42
Specifieke risico’s Tot de specifieke risico’s worden risico’s gerekend welke gelden voor de specifieke omstandigheden waarin de gemeente opereert. In de onderstaande tabel worden genoemde risico’s, voor zover mogelijk, gekwantificeerd. Deze risico’s kunnen zich eventueel op zowel de korte als de lange termijn voordoen. Omschrijving
Grondslag Financieel risico
Risico profiel
Garantie geldleningen woningen particulieren
€ 92.300
5%
€ 4.600 Deze garantie is nog gebaseerd op een inmiddels stopgezette (verplichte) rijksregeling. Er is sprake van een klein risico omdat het Rijk voor 50% deelneemt in de risico’s. Verder komen er geen nieuwe garanties bij, waardoor het risico jaarlijks afneemt (sterfhuis constructie).
Stichting De Rots (publiek belang)
€ 230.800
5%
€ 11.500 Aan Stichting De Rots is, inzake de jeugdvoorziening, een garantie afgegeven tot een bedrag van € 273.400 (er is sprake van recht van 1e hypotheek).
Garantie geldlening Stichting Ons Sporthuis
€ 60.500
5%
Huisvuil Centrale (publiek belang)
€ 4.839.000
5%
€ 3.000 Aan Stichting Ons Sporthuis is een garantie afgegeven tot een bedrag van € 80.000. € 242.000 Aan deze verbonden partij zijn, o.b.v. de gemeenschappelijke regeling, garanties afgegeven tot een totaalbedrag van € 670 mln. (totaal van de garanties).
Berechja College
€ 875.000
10%
€ 87.500 Aan Berechja College is een garantie afgegeven voor een lening van € 1,5 miljoen. De lening wordt jaarlijks met € 125.000 afgelost.
Concern voor Werk (publiek belang)
€ 358.900
10%
Totaal incidenteel algemene dienst
€ 6.456.500
€ 35.900 Aan deze verbonden partij zijn, o.b.v. de gemeenschappelijke regeling, garanties afgegeven tot een totaalbedrag van € 8,5 miljoen. Jaarlijkse aflossing bedraagt € 400.000. (Urk heeft een aandeel van 11,96% in de realisatie van een kassencomplex). € 384.500
Omschrijving
Grondslag Risico Financieel profiel risico € 73.700 10%
Benodigde Eventuele opmerkingen weerstandscapaciteit € 7.400 Dit betreft de geraamde boekwaarde van de overige voorraden per ultimo 2020. € 2.764.500 Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen woningbouw per ultimo 2020. € 831.800 Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen bedrijventerreinen per ultimo 2020.
Overige voorraden Boekwaarde grexen woningbouw
€ 27.644.700 10,0%
Boekwaarde grexen bedrijfsterrein(en)
€ 4.158.900 20,0%
Totaal incidenteel grondexploitatie
€ 31.877.300
Benodigde Eventuele opmerkingen weerstandscapaciteit
€ 3.603.700
d.d. 24 juni 2021 43
Bij de bepaling van de weerstandscapaciteit is aangegeven dat in verband met de naamgeving van de reserves de weerstandscapaciteit grondexploitatie en algemene dienst afzonderlijk in beeld worden gebracht. Ook ten aanzien van de gemeente specifieke risico’s wordt dit stramien gevolgd. Nadere toelichting op deze beide onderdelen: Algemene dienst De grondslag voor de berekening van de totaal gekwantificeerde incidentele risico’s vormt een bedrag van € 56.685.600. Voor de structurele risico’s betreft dit een bedrag van nihil. De gekwantificeerde risico’s zijn gebaseerd op het maximum te betalen bedrag. Het risicoprofiel geeft aan in welke mate het risico wordt meegenomen voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Het totale kwantificeerbare risico bedraagt € 2.834.300 (incidenteel) en nihil (structureel). Grondexploitatie De grondslag voor de berekening van het totaal aan gekwantificeerde risico’s voor de grondexploitatie bedraagt € 31.877.400 (dit betreft de geraamde boekwaarde van alle grondexploitatiecomplexen per ultimo 2020). Het totale kwantificeerbare risico bedraagt € 3.603.700 (incidenteel).
Bepaling weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt bepaald uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Dit kan als volgt worden weergegeven. Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit van de gemeente Urk is bepaald en is opgebouwd uit 3 onderdelen: 1. Incidentele weerstandscapaciteit algemene dienst: € 13.116.700 2.
Incidentele weerstandscapaciteit bouwgrondexploitatie:
3. Structurele weerstandscapaciteit algemene dienst:
€ 6.198.800 € 159.000
Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s van de gemeente Urk worden eveneens verdeeld in uiteindelijk 3 onderdelen: 1. Incidentele risico's algemene dienst: - algemene risico’s 2.834.300 - specifieke risico’s 384.500
€ 3.218.800 2. Incidentele risico's grondexploitatie: - algemene risico’s 340.900 - specifieke risico’s 3.603.700
€ 3.944.600 3. Structurele risico's algemene dienst
€0
Financiële kengetallen Met ingang van de begroting 2016 moet een verplicht basisset van vijf financiële kengetallen worden opgenomen, de zogenaamde kengetallen BBV. In deze jaarrekening worden de kengetallen over de jaren 2016 tot en met 2020 gepresenteerd. Er is gekozen om de kengetallen voor het begrotingsjaar 2020 te berekenen met de laatst actuele cijfers over 2020 (begroting 2020). Voornamelijk de forse toename in baten zorgt voor verschillen in uitkomsten van de kengetallen ten opzichte van de primitieve begroting 2020. De berekeningswijze van de kengetallen is vastgelegd in ministeriële regeling. Dit maakt vergelijking van de kengetallen tussen gemeenten mogelijk. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. De kengetallen en beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de gemeenteraad over de financiële positie van de gemeente Urk. In oogschouw dient te worden genomen dat de kengetallen een grofmazig instrument zijn om een uitspraak te doen over de financiële positie.
d.d. 24 juni 2021 44
Kengetallen De kengetallen en analyse geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de gemeenteraad over de financiële positie van de gemeente Urk. In oogschouw dient te worden genomen dat de kengetallen een grofmazig instrument zijn om een uitspraak te doen over de financiële positie. De kengetallen BBV en andere financiële kengetallen vormen een belangrijk onderdeel van het model Interbestuurlijk Toezicht Financieel Toezicht (IBT FT). Het toezichtsdomein Financiën is één van de vijf domeinen waarbij de provincie het toezichthoudende gezag is. De kengetallen zijn in het IBT FT model ingedeeld in drie pijlers c.q. indicatoren: begrotings-, schuld- en weerstandspositie. In het overzicht op de volgende pagina zijn de uitkomsten van de kengetallen van iedere pijler over de jaren 2016 tot en met 2020 weergegeven. Met behulp van de stoplichtkleuren groen, oranje en rood wordt respectievelijk de situatie gunstig, neutraal of ongunstig aangegeven waar het kengetal zich in bevindt. De normen zijn veelal afgeleid van de VNG. De vijf kengetallen BBV worden afzonderlijk toegelicht en beoordeeld over de jaren 2016 tot en met 2020. Pijlers 2016-2020 Gemeente Urk kent een begrotingspositie (pijler 1), die jaarlijks sluitend is. Ondanks dat de gemeente Urk moeilijke jaren achter de rug heeft, is het haar gelukt om haar financiële positie vanaf 2016 sterk te verbeteren.
Aan de hand van 10 financiële regels houdt gemeente Urk haar financiële weerbaarheid op peil. Deze regels worden strak nageleefd en hebben hun waarde inmiddels bewezen. De afgelopen jaren is er fors geïnvesteerd in het voorzieningenniveau. Dit uit zich in een stijging van de woonlasten die boven de VNG-norm uitkomt. De afgelopen jaren bedragen de woonlasten 12 % tot 18% boven het landelijk gemiddeld huishouden. Vanuit het kengetal netto-schuldquote gekeken, is er een sterke verbetering van de schuldpositie (pijler 2) zichtbaar. De investeringen in 2016-2018, in het bijzonder de materiële vaste activa en voorraden, zijn gefinancierd met eigen middelen. Afgelopen drie jaar zijn gronden Zeeheldenwijk en Port of Urk aangekocht voor een bedrag van € 22,6 miljoen. Onder meer de grote omvang van grondverkopen hebben er aan bijgedragen dat de aangetrokken lening in 2018 van € 25 miljoen nog niet ingezet hoefde te worden. De nettoschuldquote (minus verstrekte leningen) is in 2020 gedaald naar 70% (2019: 77%). De verwachting is dat er de tot en met het jaar 2030 voor ruim € 79 miljoen wordt geïnvesteerd. De netto-schuld quote zal de komende jaren (fors) toenemen. De verwachting is dat in 2021 weer leningen zullen worden aangetrokken, afhankelijk van het uitvoeringstempo van investeringen en de renteontwikkeling.
Het weerstandsvermogen (pijler 3) is in 2020 in alle opzichten goed te noemen. De ratio van het weerstandsvermogen algemeen (2020: 4,1) is uitstekend. De ratio grondexploitaties is fors gestegen vanwege het verlagen van de gevormde voorziening voor grexen Port of Urk. De ratio van het structurele weerstandsvermogen bedraagt per 31 december 2020 1,0 en de verwachting is dat dit de komende jaren gehandhaafd blijft. Het incidenteel weerstandsvermogen van het concern en de grondexploitatie blijven de komende jaren goed. Beide laten een dalend verloop zien (zie begroting 2021). De verwachting was dat de grondexploitatie vanaf 2020 onder de gestelde norm van 1 komt. Ondanks de perikelen rondom PAS is het streven nog steeds dat de eerste kavels Zeeheldenwijk in 2022 worden verkocht. De solvabiliteit (37%) van de gemeente Urk voldoet binnen de neutrale VNG-norm. Ten opzichte van vorig jaar is de solvabiliteit met 3% toegenomen. Dit is toe te schrijven door toename in reserves. Het kengetal grondexploitatie komt eind 2020 uit op 47%. De forse (toekomstige) investeringen in gronden is de reden dat de komende jaren een ongunstige positie wordt aangenomen.
d.d. 24 juni 2021 45
FINANCIËLE KENGETALLEN rekening
rekening
rekening
rekening
rekening
begroting
gunstig
neutraal
ongunstig
2016
2017
2018
2019
2020
2020
PIJLER1: BEGROTING Woonlasten (mph) / woonlasten (mph) (landelijk gem.) (BBV)
%
< 95 %
> 95 % en < 105 %
> 105 %
112%
118%
121%
123%
118%
118%
Structurele exploitatie ruimte (na inzet reserves) (% baten) (BBV)
%
>0%
=0%
<0%
12,2%
3,5%
6,5%
7,0%
2,5%
0,0%
EMU saldo (werkelijk versus referentiewaarde)
abs
>0
€ 0 - € -1.518
< € - 1.518
6.686
-3.627
1.240
-5.891
3.783
-1.244
Netto-schuld quote (BBV)
%
< 90 %
> 90 % en < 130 %
> 130 %
79%
72%
70%
77%
70%
100%
Netto-schuld quote (minus verstrekte leningen (BBV)
%
< 90 %
> 90 % en < 130 %
> 130 %
72%
66%
64%
72%
65%
95%
Debt ratio (minus verstrekte leningen)
%
< 50 %
> 50 % en < 80 %
> 80 %
57%
52%
58%
58%
56%
63%
Netto schuld (minus verstrekte leningen) per inwoner (2017: gem. € 1.971)
abs
< € 2.000
€ 2.000 - € 2.400
> € 2.400
€ 1.699
€ 1.927
€ 1.861
€ 2.202
€ 2.082
€ 2.581
Weerstandsvermogen algemeen (incidenteel)
abs
> 1,0
=1
< 1,0
4,2
4,1
4,9
3,7
4,1
4,3
Weerstandsvermogen grondexploitatie (incidenteel)
abs
> 1,0
=1
< 1,0
2,1
1,8
2,0
0,8
1,6
0,7
Weerstandsvermogen algemeen (structureel)
abs
> 1,0
=1
< 1,0
0,7
0,8
1,0
1,0
1,0
1,0
Solvabiliteit (BBV)
%
> 50 %
> 20 % en < 50 %
< 20 %
32%
36%
34%
34%
37%
31%
Grondexploitatie (BBV) (NIEGG + IEGG) / totale baten)) (BBV)
%
< 20 %
> 20 % en < 40 %
> 40 %
25%
37%
40%
44%
47%
56%
PIJLER 2: SCHULDPOSITIE
PIJLER 3; WEERSTANDSVERMOGEN
NB: in de kolom begroting 2020 zijn de actuele cijfers gehanteerd.
d.d. 24 juni 2021
46
Toelichting kengetallen BBV 1. Netto-schuld quote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen woningbouwvereniging). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De netto-schuld quote van de gemeente Urk ligt vanaf het jaar 2016 onder de door VNG gestelde norm (2020: 70%). In het geval de doorleningen worden afgetrokken komt de quote op 65 % (2020). Hier dient wel in oogschouw te worden genomen dat de begrotingsomvang vanaf 2016 fors is toegenomen. 2. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
De solvabiliteit komt vanaf het jaar 2016 boven de 30 % uit. De solvabiliteit is in 2020 toegenomen. Voor het jaar 2020 betekent dat 37% van de balans uit eigen middelen bestaat. Volgens de VNG-norm is 50% een gezonde factor. In de berekening volgens de VNG-norm worden naast de reserves ook de voorzieningen tot het eigen vermogen gerekend. De solvabiliteit bedraagt voor de jaren 2016 tot en met 2019 tussen 43 % - 42 % en in 2020 45 % volgens de berekening van de VNG. 3. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. De structurele exploitatieruime van de gemeente Urk is voor de jaren 2016 tot en met 2020 positief. 4.
Grondexploitatie Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17 onderdeel van het BBV = exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. Het kengetal laat in 2017 een negatieve ontwikkeling zien verwerving van nieuwe gronden. De forse toename in grondverkopen en vorming voorziening negatieve exploitatieresultaten heeft ervoor gezorgd dat de geprognosticeerde 56% voor het jaar 2020 lager is uitgevallen (2020: 47%). 5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 in en uit te drukken in een percentage. De gemeente kent reeds jaren en hoger percentage woonlasten dat het gemiddelde. Dit is toe te schrijven aan het hoge voorzieningenniveau.
In het overzicht op de vorige pagina zijn de woonlasten in de jaren 2016 tot en met 2020 aangemerkt met de kleur oranje. Uitgaande van de berekeningswijze woonlasten per inwoner komt gemeente Urk namelijk lager uit de gemiddelde woonlasten per inwoner van Nederland. Urk wijkt af met haar woonbezetting ten opzichte van gemiddeld Nederlands huishouden (verhouding 3,4:2,4).
d.d. 24 juni 2021 47
3B
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN
Inleiding De gemeente Urk heeft openbare ruimten in beheer. Activiteiten zoals wonen, werken en recreëren gebeuren daar. Om de activiteiten uit te voeren zijn kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het onderhoudsniveau en de (jaarlijkse) lasten. De lasten vormen een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke begroting. Het opstellen van (actuele) beheerplannen op het terrein van de kapitaalgoederen is een van de belangrijkste speerpunten. Ook is het belangrijk dat bij elke uitbreiding van het areaal de kosten van beheer in beeld gebracht worden. Dan kan een integrale afweging worden gemaakt inclusief de gevolgen voor de begroting. Beleidsdocumenten Kapitaalgoederen
Beleids- en beheerplan
Vastgesteld
Einde looptijd
Financieel vertaald
Achterstallig onderhoud
Overkoepelend
Beleidsplan IBOR
2017
2021
Ja
Nee
Wegen
Beleidsplan wegen Urk Wegenbeheerplan
2017
Onbepaald
Ja
Nee
Riolering
Gemeentelijk rioleringsplan Operationeel beheerplan
2015
2021 2021
Ja
Nee
Water
Maatwerkovereenkomst
2011
Onbepaald
Ja
Nee
Groen
Groenbeleidsplan Urk Groenbeheerplan
2019
2029
Ja
Ja/nee
Gebouwen
Beheerplan gebouwen
2013
Onbepaald
Ja
Ja/nee
Overig
Vervangingsplan masten en armaturen Speelplekkenbeheerplan Kunstwerken beheerplan
2006
Onbepaald
Ja
Nee
2006
Onbepaald
Ja
Nee
OVERIG
KUNSTWERKEN
GROEN
IBOR
WEGEN
RIOOL BEHEERPLAN
GRP
BEHEERPLAN GEBOUWEN
Toelichting op tabel: Het beleidsplan IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) wordt beschouwd als het overkoepelend beleidsdocument voor de openbare ruimte. In 2021 wordt het vigerende IBOR geactualiseerd. Onder het IBOR vallen de verschillende kapitaalgoederen. Het is de intentie om per kapitaalgoed toe te werken naar een beleidsplan en beheerplan. De riolering valt hier wat buiten vanwege de verplichting die voortvloeien uit de wet milieubeheer. Globaal gezien kan het GRP als het koepeldocument gezien worden en het beheerplan als onderliggend document. In het schema hiernaast is de relatie tussen de verschillende plannen weergegeven.
d.d. 24 juni 2021 48
Beeldkwaliteit 2020 In 2017 is het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld. Daarin maken we met elkaar afspraken hoe het er buiten uit moet zien. Per gebied en per onderdeel zijn de gewenste beheerkwaliteiten afgesproken. In 2018 zijn we gestart met deze nieuwe manier van beheren. Onderdeel van dit traject is ook dat je controleert of we ook nakomen wat afgesproken is. Hiervoor zijn diverse schouwrondes uitgevoerd. Het beheren op kwaliteit wordt als positief ervaren. Door de krappere budgetten en gewijzigd onkruidbeleid door het Rijk is het wel lastig om de openbare ruimte op de gewenste kwaliteit te houden. Dat laten de resultaten van de schouwrondes ook zien. De vastgestelde beeldkwaliteit uit het beleidsplan IBOR voor het beheer van de openbare ruimte wordt in de enkele gebieden ruimschoots gehaald, in andere gebieden ligt de kwaliteit beneden de ambitie. De kwaliteit ligt in een aantal gebieden gelijk aan de ambitie of zelfs daarboven, zoals bij Bedrijventerreinen en de Woongebieden. In andere gebiedstypen ligt de kwaliteit onder de ambitie, zoals het Oude dorp, de Winkelcentra en de Parken. Vooral Groen en Verharding scoren lager dan de ambitie. De huidige kwaliteit van de openbare ruimte ligt op hoofdlijnen gemiddeld op een B niveau.
Incidenten worden vooral veroorzaakt door onkruid in beplanting en boomspiegels en de staat van de asfalt- en elementenverharding (o.a. voegwijdte). Er is daarentegen weinig graffiti en zwerfafval op verharding aangetroffen. De kwaliteitsontwikkeling gedurende het jaar laat zien dat in mei/augustus een ‘dip’ is geconstateerd, waardoor de kwaliteit in augustus gemiddeld naar een C-niveau is gedaald. Deze ‘dip’ wordt veroorzaakt door de lagere kwaliteit in het Groen. Er is in deze periode vooral veel onkruid in beplanting en boomspiegels en de beplanting groeit over. De volgende kaart en tabel geeft per gebied en per beheercategorie de gemiddelde resultaten weer van alle metingen uit 2020.
Betekenis afkortingen Amb. = ambitieniveau uit beleidsplan IBOR Met. = meetresultaten van alle metingen uit 2020 Rood = onder niveau
d.d. 24 juni 2021 49
Groen
= boven niveau
Uit de resultaten blijkt dat zeker in het oude dorp het lastig is om de gewenste A kwaliteit te realiseren. Dit heeft te maken met de authentieke inrichting van het oude dorp. Denk dan bijvoorbeeld aan de smalle straten en beeldbepalende bomen. Deze combinatie zorgt voor wortelopdruk in de straat. Voor het behalen van het ambitieniveau moeten de bomen meer ruimte krijgen, maar die ruimte is er niet. De kwaliteit van het oude dorp wordt wel positief ervaren. Wellicht is de gestelde ambitie te hoog en zijn we tevreden met hoe het er nu uitziet. Als dat het geval is, dan is dat misschien een reden om de gewenste kwaliteit aan te passen. Dit wordt in de actualisatie van het IBOR-beleidsplan meegenomen. Andersom zien we dat de kwaliteit van het groen achteruit loopt en dat dat als negatief wordt ervaren. Dit blijkt onder andere uit klachten en verzoeken tot omvorming van groen. Vanwege alle kosten die daarmee gemoeid zijn ten opzichte van wat wordt bereikt, zal ook hiervan het kwaliteitsniveau in de actualisatie IBOR ter discussie worden gesteld. Resultaat kwaliteit gestuurd beheer 2020: De vastgestelde beeldkwaliteit uit het beleidsplan IBOR voor het beheer van de openbare ruimte voldoet op hoofdlijnen aan de vastgestelde ambitie. Kerncijfers per 31-12-2019 Kapitaalgoederen
Objecten
Wegen
Weg binnen de bebouwde kom
85,9 km
85,9 km
Weg buiten de bebouwde kom
4,9 km
4,9 km
Riolering
Water
Situatie 31-12-2019
Situatie 31-12-2020
Wegennet geasfalteerd
98.792 m2
98.792 m2
Wegennet elementenverharding
952.890 m2
952.890 m2
Lichtmasten
3.977 stuks
3.999 stuks
Rioolaansluitingen
7.745 stuks
7.745 stuks
Vrijverval-, druk- en persriolering
164 km
164 km
Tussen en eindgemalen
16 stuks
16 stuks
Drukgemalen
9 stuks
9 stuks
Bergbezinksystemen
3 stuks
3 stuks
Oppervlaktewater in beheer bij het waterschap en/of derde, incl. beheer natuurlijk en onbeschoeide oevers
d.d. 24 juni 2021 50
Groen
Plantsoenen
1.861 are
1.861 are
Gras
11.072 are
11.072 are
Bomen
6.183 stuks
6.183 stuks
434 stuks
434 stuks
Gemeentehuis/Bibliotheek
1
1
Monumentale gebouwen (oude Raadhuis en toren Kerkje a\d Zee)
2 1 12 2 2 1 24
2 1 12 2 2 1 24
1 1
1 1
23 stuks
23 stuks
Openbare speelplaatsen en –plekken (speeltoestellen) Gebouwen
Zwembad Onderwijs gebouwen ( basisonderwijs) Onderwijs gebouwen (voortgezet onderwijs) Binnensport accommodaties (gymzalen / sporthallen) Peuterspeelzaal / kinderdagverblijf Gemeentelijke gebouwen algemeen begraafplaats, haven e.a.) Bedrijfsruimten (werf Hoekman) Woningen Overig
Bruggen (auto-, fiets-, voetgangersbrug)
(brandweer,
sportvelden,
Verklaring aanpassing cijfers Als gevolg van onder andere de ontwikkeling Oranjewijk nemen de arealen gestaag toe. Oranjewijk Noord en Zuid worden echter pas na 2021 aan beheer overgedragen en vallen in 2021 nog onder de grondexploitatie. Areaaluitbreidingen De reguliere onderhoudsbudgetten openbare ruimte, inclusief de budgetten ter voeding van onderhoudsvoorzieningen, worden jaarlijks met de reguliere prijsmutatie en areaaltoename verhoogd. Korte toelichting op de verplichte onderdelen Het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) schrijft voor dat in elk geval de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen aan de orde moeten komen (BBV art 12). Wegen Bij raadsbesluit 19 september 2002 is het Wegenbeheerplan (rehabilitatie) gemeente Urk vastgesteld en in 2008 geactualiseerd. Op basis van dit plan wordt inzicht verkregen in welke maatregelen er nodig zijn om de kwaliteit van de verhardingen in de gemeente Urk te waarborgen en te verbeteren. Met dit plan zijn de financiële middelen geborgd. Het beleid is vastgelegd in het wegenbeleidsplan Urk (2015), dat integraal is vastgesteld met het IBOR-beleidsplan. In 2021 wordt gestart met het actualiseren van het wegenbeleidsplan en het wegenbeheerplan. Het Urker wegennet wordt conform de CROW-systematiek elke twee jaar geïnspecteerd.
De maatregelen die daaruit voortvloeien worden verwerkt in de jaren erna. De inspectie heeft in 2018 plaats gevonden. In periode 2019/2022 worden diverse maatregelen die hieruit voortvloeien uitgevoerd. De geplande maatregelen worden afgestemd met de andere beheerdisciplines. Riolering Het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan is in 2015 is door de raad vastgesteld en heeft een looptijd tot en met 2021. Hierin is het beleid voor de gemeentelijke riolering beschreven zowel ten aanzien van de inrichtingsopgaven, het beheer en onderhoud en de vervangingsopgave. In het GRP is een doorkijk gemaakt voor de lange termijn en zijn de maatregelen voor de planperiode concreter beschreven. Om zorg te dragen voor de realisatie van de beheeropgaven op het gebied van de riolering wordt gewerkt met een operationeel beheerplan riolering. Dit is geen vastgesteld document.
d.d. 24 juni 2021 51
Met de komst van de omgevingswet komt de wettelijke verplichting om een GRP te hebben te vervallen. Bij de vertaling van de omgevingswet voor de gemeente Urk moet beoordeeld worden of de gemeente Urk het GRP als middel wil handhaven of dat er gekozen wordt voor een andere vorm. Deze keuze wordt in 2021 gemaakt. Gelet op de omvang van dit kapitaalgoed is het van belang dat de functie van het GRP geborgd blijft. Water Op 29 juni 2009 is door de Flevolandse gemeenten en het waterschap Zuiderzeeland een bestuursovereenkomst gesloten waarin het onderhoud van het stedelijke water, beschoeiingen en de stuwen wordt overgedragen aan het Waterschap. Per 1 januari 2011 is deze overeenkomst in werking getreden. Conform hetgeen in de overeenkomst is aangegeven blijft de gemeente Urk verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van duikers, grondkeringen en droogvallende berm sloten e.d. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het GRP. Groen Vanaf 1 januari 2018 valt het groenbeheer onder het beleidsplan IBOR. Het groenbeleid en beheerplan zijn geactualiseerd. Het beleidsplan is in 2019 door de raad wordt vastgesteld. Jaarlijks wordt het openbaar groen onderhouden conform het beleid. Dit wordt gedaan op basis van beeldkwaliteit. Het grootste deel wordt onderhouden door Concern voor Werk en een klein deel wordt gedaan door het wijkbeheer of externe partijen.
Gebouwen De gemeentelijke gebouwen vallen niet onder het beleidsplan IBOR. Voor het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt gebruik gemaakt van het in 2013 opgestelde beheerplan dat in 2021 zal worden geactualiseerd.
d.d. 24 juni 2021 52
Planning werkzaamheden 2020 Omschrijving werkzaamheden
Geprognosticeerd
Fase
% gerealiseerd
Ad. 1 Wegen Groot onderhoud Vlaak (gedeelte Nagel-Staartweg) Groot onderhoud Singel (gedeelte Jachin Boaz) Herstraten Achterland & Hooiland fase 2 +3 Herstraten Noorderpalen Klein onderhoud asfalt en elementenverharding (diverse locaties)
2020 2020 2020 2020 2020
Afsluiting Initiatief Afsluiting Afsluiting Afsluiting
100% 0% 100% 100% 100%
Ad 2. Openbare verlichting Vervanging verlichting (diverse locaties)
2020
Continu
100%
Ad 3. Riolering Rioolvervanging op basis van inspectie (diverse locaties) Rioolreiniging en inspectie Natuurwijk en Polderwijk Rioleringsmaatregelen Industrieterrein Zwolse Hoek (diverse locaties)
2020 2020 2020/2021
Afsluiting Afsluiting Ontwerp
100% 100% 60%
Ad 4. Waterlossingen Regulier onderhoud (conform maatwerkovereenkomst)
2020
Continu
100%
Ad 5. Openbaar groen Regulier onderhoud
2020
Continu
100%
Ad 6. Sportvelden Regulier onderhoud Vervanging verlichting sportvelden
2020 2020
Continu Realisatie
100% 60%
Ad 7. Zwembad Regulier onderhoudsbudgetten
2020
Continu
100%
Ad 8. Kunstwerken Regulier onderhoudsbudgetten Vervanging Palenscherm Groot onderhoud Arie de Witbrug Groot onderhoud Zwolsebrug
2020 2020 2020 2021
Continu Realisatie Afsluiting To do
100% 60% 100% 0%
Ad 9. Havengebied Regulier onderhoudsbudgetten
2020
Continu
100%
Ad 10. Speelvoorzieningen Regulier onderhoud
2020
Continu
100%
Ad 11. ICT/informatievoorziening Uitvoeringsplannen
2020
Continu
100%
Ad 12. Gebouwen Uitvoeringsplannen
2020
Continu
80%
Ad 13. Machines en voertuigen Regulier onderhoudsbudgetten
2020
Continu
100%
Ad 14. Begraafplaatsen Regulier onderhoudsbudgetten Consolidatie en renovatie Oude begraafplaats
2020 2020
Continu Voorbereiding
100% 40%
Ad 15. Meubilair Geen of mutaties met beperkte omvang.
2020
Continu
100%
Procesverloop
Legenda procesverloop:
d.d. 24 juni 2021 53
d.d. 24 juni 2021
54
Financieel overzicht beheer Beheerplannen
2a.
begroting actueel 2020
werkelijk t/m 31-32020
t/m 30-92020
rekening 2020
50.594
300
2b.
Openbare verlichting (vervanging) Openbare verlichting (jaarlijks onderhoud en energiekosten)
300
0
113.081
24.982
81.196
83.484
3b.
Riolering (regulier)
482.132
88.176
217.595
368.596
4b.
Waterlossingen (regulier; schouwen/maaien)
40.155
34
3.086
28.444
6a.
Sportvelden (renovatie velden)
180.000
0
136.235
136.235
6b.
Sportvelden (eigen dienst en derdenbudgetten)
186.833
53.347
137.018
189.214
7a.
Zwembad (vervanging)
12.572
8.410
8.410
12.572
7b.
Zwembad (reguliere onderhoudsbudgetten)
263.435
126.015
235.398
276.274
8a.
Kunstobjecten
950
0
495
950
9b.
Haven periodiek onderhoud
65.360
44.964
60.733
67.185
9d.
Haven (structureel onderhoud; bedrijfsmatig)
56.046
31.871
40.335
83.381
9e.
Haven (structureel onderhoud; recreatief)
112.503
55.280
122.564
136.320
11a.
ICT (periodieke vervangingen)
61.298
34.676
61.758
64.485
12a.
Gebouwen (periodiek onderhoud)
137.462
55.943
121.509
123.874
13.
Machines en voertuigen (vervanging materieel)
20.008
0
1.718
20.010
14.
Begraafplaatsen
42.056
18.681
40.218
44.965
15.
Meubilair (periodieke vervangingen)
11.747
23.749
11.738
11.738
16b.
Kunstwerken / bruggen (regulier)
140.217
14.481
74.020
140.311
1.976.447
580.909
1.354.327
1.788.041
IBOR Veiligheid Openbare Ruimte
46.613
0
44.896
47.558
Onderhoud wegen en pleinen
336.535
109.030
234.628
312.960
Openbare Verlichting
97.777
31.870
30.509
51.844
Straatvegen
91.958
32.078
75.223
91.362
IBOR Kunstwerken (bruggen)
18.700
1.200
1.200
20.863
Schouw,MaaiWatrg
24.686
0
0
0
OvVrz.GroenRecr
50.000
0
47.123
52.359
Openbaar Groen
494.083
176.038
376.545
510.008
Ob GroenRei/Rio
130.515
21.614
131.228
170.711
Speelt.en weide
27.175
15.772
17.542
32.930
Speelt. Meub.
6.950
2.192
2.192
2.192
Totaal IBOR
1.324.990
389.794
961.085
1.292.787
Toelichting Algemeen: Het overzicht is een weergave uit de administratie van diensten en leveringen door derden.
2a. 3b 4b 6a 7a 8a. 9d. 9e.
Planbudget vervanging is doorgeschoven naar 2020 Reparaties, inspectie en klein onderhoud Incl. doorbelasting van waterschap Renovatie veld 10, 11 en 12; afgerond. Afrekening krediet in 2020 Gebaseerd op geactualiseerd beheerplan Voor 2020 alleen reinigingsonderhoud oorlogsmonument uitgevoerd; overige doorgeschoven naar 2020 Overschrijding betreft juridische kosten Ark 2018. Overschrijding op douche en toiletvoorz., zowel energieverbruik als schoonmaakkosten als gevolg van Werkzaamheden nieuwbouw havenpaviljoen. 11a Conform planbudget
d.d. 24 juni 2021 55
3C
TREASURY Inleiding
Treasury bestaat in hoofdlijnen uit de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Het heeft tot doel te voorzien in vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en ook te beschermen tegen financiële risico’s. Het wettelijke kader voor treasury ligt in de Wet Fido en het Treasurystatuut van de gemeente Urk. De benodigde middelen voor de uitvoering van de diverse programma's worden beheerd door de treasuryfunctie. De uitvoering hiervan eist vaak snelle beslissingen in een complexe geld- en kapitaalmarkt. Onder de treasuryfunctie valt niet het garanderen van rente en aflossing van geldleningen van derden; deze worden per verzoek aan het bestuur voorgelegd.