Handreiking apv en ondermijning.pdf
Tekst van het document
V1.0 | februari 2020
© Gemeente Leiden en RIEC Den Haag 2020
V1.0 | februari 2020
Handreiking APV en ondermijning
51
Bijlage 2. Bestuurlijke rapportage in aanpak ondermijning (voorbeeld Tilburg inzake autoverhuur)
Vertrouwelijk
Bestuurlijke Rapportage Onderzoek Project Autoverhuur
Vertrouwelijk
Bestuurlijke Rapportage Onderzoek Project Autoverhuur
Onderwerp:
Onderwerp: Bestuurlijke Rapportage 1 burgemeester gemeente Tilburg Bestuurlijke Rapportage burgemeester gemeente Tilburg 1
Auteurs:
XXXXXXXXXXXX, brigadier van politie XXXXXXXXXXXX, hoofdinspecteur van politie
Namens:
Politie Zeeland-West-Brabant, Diensten Regionale Recherche en Staf / Bestuursondersteuning
Auteurs:
XXXXXXXXXXXX, brigadier van politie XXXXXXXXXXXX, hoofdinspecteur van politie
Status: Definitief Datum: 7 februari 2017
Namens:
Politie Zeeland-West-Brabant, Diensten Regionale Recherche en Staf / Bestuursondersteuning
1
Juridische grondslag informatiedeling Op grond van artikel 16 van de Wet Politiegegevens (WPG) kan, met het oog op de handhaving van de openbare orde en veiligheid, in dit geval aan de burgemeester van de gemeente Tilburg, door de politie eenheid Zeeland-West-Brabant de in deze rapportage vermelde informatie worden verstrekt. De WPG stelt de ontvanger van deze informatie verplicht tot geheimhouding van al wat in deze rapportage aan informatie wordt gedeeld. Dit, behoudens voor zover een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift tot verstrekking hiertoe verplicht, of de taak (van de burgemeester) daartoe noodzaakt (art. 7 lid 2 WPG).
Status: Definitief Datum: 7 februari 2017
1
1
Juridische grondslag informatiedeling Op grond van artikel 16 van de Wet Politiegegevens (WPG) kan, met het oog op de handhaving van de openbare orde en veiligheid, in dit geval aan de burgemeester van de gemeente Tilburg, door de politie eenheid Zeeland-West-Brabant de in deze rapportage vermelde informatie worden verstrekt. De WPG stelt de ontvanger van deze informatie verplicht tot geheimhouding van al wat in deze rapportage aan informatie wordt gedeeld. Dit, behoudens voor zover een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift tot verstrekking hiertoe verplicht, of de taak (van de burgemeester) daartoe noodzaakt (art. 7 lid 2 WPG).
1
52
Handreiking APV en ondermijning
Handreiking APV en ondermijning
53
I
Documentinformatie Versiegeschiedenis Versie
Versie datum
Samenvatting van de aanpassing
1.0
December 2016
Samenstelling basisdocument.
2.0
4 januari 2017
Aanpassing tot bestuurlijke rapportage.
3.0
6 januari 2017
Aanpassing naar aanleiding van ingebracht commentaar.
4.0
6 februari 2017
Toevoeging casus 1 t/m 4
Gemarkeerde wijzigingen
Versie
Verzend datum
Naam
Afdeling / Functie
1.0
December 2016
XXXXXXXX
Divisie Regionale Recherche / regionaal coördinator project ʻautoverhuurbedrijvenʼ
2.0
04-01-2017
XXXXXXXX
Staf eenheid / Bestuursondersteuning Beleidsadviseur
3.0
06-01-2017
XXXXXXXX
Divisie Regionale Recherche / regionaal coördinator project ʻautoverhuurbedrijvenʼ
4.0
06-02-2017
XXXXXXXX
Divisie Regionale Recherche / regionaal coördinator project ʻautoverhuurbedrijvenʼ
Review commentaar Versie
Wanneer
Wie
2.0
05-01-2017
XXXXXXXX
Vanwege de rol die autoverhuurbedrijven en de door deze bedrijven verhuurde voertuigen in de georganiseerde criminaliteit in het bijzonder ook in de gemeente Tilburg spelen, is deze bestuurlijke rapportage samengesteld. Dit mede om het voornemen van het gemeentebestuur, de invoering van een vergunningsplicht voor in haar gemeente gevestigde bedrijven in de autoverhuurbranche, nader te onderbouwen. De invoering van een dergelijke vergunning biedt, vanuit het perspectief van de politie, naast een ondersteunende gelegenheid tot bestuurlijke interventie bij de bestrijding van ondermijnende (georganiseerde) criminaliteit, tevens mogelijkheden onderscheid te kunnen maken tussen bonafide en malafide (autoverhuur-)bedrijven. Deze rapportage beoogt, op 2 basis van een presentatie van de resultaten uit het project autoverhuur , zoals dit op drie verschillende niveaus (bedrijf, auto en huurder) binnen de eenheid Zeeland-West-Brabant, in het bijzonder de gemeente Tilburg in 2016 heeft plaatsgevonden, een bijdrage te leveren aan de onderbouwing van deze bestuurlijke intenties.
II
Distributie
Functie Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC), criminoloog
Doel en Conclusie
Begripsomschrijving
Autoverhuurbranche: Deze branche bestaat uit bedrijven die met als bedrijfsactiviteit het verhuren en/of de shortlease van auto’s in de registers van de Kamer van Koophandel staan ingeschreven of waarbij geconstateerd is dat dit bedrijf auto’s verhuurd. De autoverhuurder stelt hierbij tegen betaling van een huurpremie een auto voor een bepaalde periode beschikbaar aan de huurder. De brancheorganisatie die hieraan verbonden is, is de BOVAG. Malafide/ bedrijven: In deze bestuurlijke rapportage worden bedrijven die bewust, ‘als bij politie en justitie bekendstaande personen met criminele antecedenten’ vanuit hun dienstverlening faciliteren, malafide genoemd / als malafide gekwalificeerd. Dit houdt in, dat zowel de opzet in enge zin (zelf strafbare handelingen plegen) als ruim geïnterpreteerd (bewust nalaten van handelingen, waardoor strafbare feiten kunnen plaatsvinden) ertoe kan leiden, dat een bedrijf als malafide kan worden aangemerkt. Een autoverhuurbedrijf kan ook als malafide worden gekwalificeerd, zodra het niet alleen faciliteert, maar ook direct onderdeel uitmaakt van een zogenoemde ‘criminele organisatie’. Hierbij is het van belang te onderkennen, dat een bedrijf ook slachtoffer kan zijn van criminelen en gedwongen of gemanipuleerd kan worden tot de door criminelen gewenste dienstverlening.
Bij een bewuste betrokkenheid van het bedrijf vanuit slachtofferschap wordt een dergelijk bedrijf nadrukkelijk niet als malafide aangemerkt. Schematisch: 1. Onbewuste betrokkenheid 2. Bewuste betrokkenheid a. Verwijtbare betrokkenheid in ruime zin b. Verwijtbare betrokkenheid in enge zin 3. Slachtofferschap
Malafide
Een bedrijf wordt tevens als malafide aangemerkt, als er bedrijfsmatig ook andere criminele activiteiten plaatsvinden, zoals het witwassen van door middel van gepleegde strafbare feiten verkregen financiële middelen en het helen van door misdrijf verkregen goederen. Project Autoverhuur: Het door de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant geïnitieerde project Autoverhuur heeft als doelstelling het verstoren van ondermijnende criminaliteit in het algemeen en criminele mobiliteit in het bijzonder. Coördinatie van dit project is belegd bij de Dienst Regionale Recherche. Via de Taskforce Brabant-Zeeland en het Regionaal Informatie en Expertisecentrum (RIEC) Brabant-Zeeland, zijn de direct betrokken overheidspartners en een aantal branche - gerelateerde organisaties, zoals het verbond van verzekeraars en de BOVAG bij dit project betrokken. In het kader van dit project worden bedrijven in de auto(verhuur)branche bezocht en integraal gecontroleerd op eventuele misstanden. In november 2016 is er vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie een subsidie van € 57.500, - voor de uitvoering van het project Autoverhuur in de Eenheid Zeeland-West-Brabant ter beschikking gesteld. 2
(Voor)Onderzoek project Autoverhuur(bedrijven) politie Zeeland-West-Brabant, 2016.
2
54
Handreiking APV en ondermijning
3
Handreiking APV en ondermijning
55
III
Aanleiding
Vanwege het landelijk uit talloze criminaliteitsonderzoeken blijkend veelvuldige en omvangrijke gebruik van huurauto’s door criminelen is er in 2014, door het nationale Tactisch Afstemmings Overleg (TAO) van politierecherchechefs besloten een project autoverhuur op te zetten. Doelstelling van dit landelijke project was het gebruik van huurauto’s door criminelen terug te dringen. In december 2015 is dit project in de autobranche ook in de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant met het aanwijzen van een eenheidscoördinator autoverhuur van start gegaan. Mei 2016 werd vervolgens een onderzoek naar de aard en omvang van de malafide autoverhuurbranche in de Eenheid Zeeland-West-Brabant gepresenteerd. De belangrijkste conclusie van deze studie is, dat de autoverhuurbranche in de eenheid Zeeland-West-Brabant in belangrijke mate ‘malafide besmetʼ lijkt en dat er op grotere schaal sprake is van bewuste facilitering van de georganiseerde criminaliteit. Opvallend in deze studie was ook, het relatief grote aantal Tilburgse autoverhuurbedrijven. In totaal werden er in deze gemeente 54 auto verhurende bedrijven geïnventariseerd.
Verder werd uit een in juni 2016 uitgevoerd onderzoek door het bureau Toezicht Rechtspersonen, Analyse, Controle en Kennisgeving (TRACK), van de dienst Justis van het Ministerie van Veiligheid en Justitie duidelijk, dat de kans op betrokkenheid van autoverhuurbedrijven bij criminele activiteiten binnen het bewakingsgebied van de politie- eenheid Zeeland-West-Brabant, 8 tot 10 keer groter is dan bij vergelijkbare bedrijven in de rest van Nederland.
IV
Probleem/onderbouwing/knelpunten
Zoals eerder aangegeven zullen de resultaten van het project Autoverhuur op drie niveaus (bedrijven, auto’s en huurders) worden beschreven. Hierna zal specifiek worden ingegaan op de resultaten van dit project voor zover het de gemeente Tilburg betreft. Ze zijn geactualiseerd tot 20 december 2016. Bedrijven: In de hele eenheid Zeeland-West-Brabant zijn tot dusver 43 autoverhuur gerelateerde bedrijven bezocht. Bij al deze bedrijven is er een connectie met criminaliteit aangetoond. Veelal ging het hierbij om het gebruik van huurauto’s door criminelen. 14 bedrijven werden integraal gecontroleerd, vanwege aanwijzingen dat er sprake zou (kunnen) zijn van bewuste facilitering van criminelen. Bij al deze bedrijven werden er tijdens de controles, in meer of mindere mate, diverse, misstanden aangetoond. Daarnaast zijn er 5 bedrijven aangepakt vanwege diverse strafrechtelijke verdenkingen. Het ging hierbij vooral om betrokkenheid bij de handel in verdovende middelen. Op bedrijfslocaties van drie autoverhuurbedrijven werden eveneens hennepkwekerijen aangetroffen. Op twee locaties werden vuurwapens gevonden en in één bedrijf troffen politiemensen zelfs explosieven aan. In ieder geval kunnen drie verhuurbedrijven in verband worden gebracht met strafrechtelijke onderzoeken naar witwassen en/ of de verdenking dat ze onderdeel zijn van een criminele organisatie.
Op dit moment zijn er nog diverse integrale controles (vier) en strafrechtelijke onderzoeken (twee) in voorbereiding bij het RIEC en de politie. Tilburg: In de gemeente Tilburg zijn 13 bedrijven in de auto(verhuur) branche bezocht / gecontroleerd. 10 van deze bedrijven worden vanuit het project autoverhuur aangemerkt als malafide en komen voor in diverse lopende RIEC - en / of lopende strafrechtelijke onderzoeken. Zeven van deze bedrijven zijn integraal gecontroleerd, waarbij bij alle zeven misstanden zijn vastgesteld. Bij alle bedrijven konden er aanmerkingen worden gemaakt op de gevoerde boekhouding. Ten aanzien van één autoverhuurbedrijf is door de politie al eerder een bestuurlijke rapportage aan de gemeente Tilburg verstrekt, vanwege het aantreffen van verdovende middelen en met als doel over te kunnen gaan tot een tijdelijke sluiting van het bedrijfspand. Drie van de gecontroleerde autoverhuurbedrijven zijn onderwerp van een onderzoek naar ‘ witwaspraktijken’ en de heling van gestolen auto-onderdelen. Bij één bedrijf is documentatie aangetroffen die mogelijk in verband kan worden gebracht met activiteiten betreffende een extreme uitingsvorm van de islam. Bij een ander bedrijf zijn op een aan dit bedrijf te relateren locatie twee ondergrondse hennepkwekerijen ontdekt.
Een aantal van deze verhuurbedrijven staan verder bij diverse verzekeraars bekend vanwege mogelijk verzekeringsfraude met schade / gestolen auto’s. Bij acht bedrijven viel verder op, dat de eigenaar / bedrijfsleider vanwege (eerdere) criminele antecedenten bekend was bij de politie. Daarnaast hebben van twee van de gecontroleerde bedrijven de eigenaren toegegeven dat zij wisten dat zij zaken deden met criminelen.
4
56
Handreiking APV en ondermijning
Auto’s Als eerder aangegeven worden huurauto’s veelvuldig gebruikt bij diverse vormen van criminaliteit. Vooral de anonimiteit die het gebruik van een huurauto een crimineel kan verschaffen, lijkt hiervoor het belangrijkste argument. Sinds januari 2016 worden alle politieregistraties waarin huurauto’s voorkomen door de politie Zeeland-West-Brabant met een speciale code gelabeld. Vanaf dat moment zijn er 537 registraties (van allerlei aard) in de politiesystemen vastgelegd waarin huurauto’s een rol spelen. Daarnaast zijn er in de maanden juli, augustus en september van 2016 kentekens van huurvoertuigen van een aantal als malafide aan te merken autoverhuurbedrijven in het zogenoemde Automatic Number Plate Recognition systeem (ANPR) van de Nationale Politie opgenomen. Op basis van signaleringen van dit systeem volgden ook nog eens 437 registraties waarbij deze huurvoertuigen betrokken waren. In 30 gevallen bleek er sprake te zijn van de aanwezigheid van verdovende middelen en / of dat grondstoffen voor het maken van verdovende middelen werden vervoerd. Hierbij was er in zes situaties sprake van in loze ruimtes verstopte verdovende middelen en vier keer van een professionele (op basis van Algemene Douanewet strafbare) ingebouwde verborgen ruimten. Een maal heeft de controle van een huurvoertuig vanuit de ANPR geleid tot de vondst van een actief drugslaboratorium.
Specifiek voor de Tilburgse situatie is opvallend, dat er diverse meldingen van huurauto’s in gebruik bij Tilburgse autoverhuurbedrijven bij de politie binnenkwamen, die betrokken waren bij criminele activiteiten en / of verdachte situaties elders in het land. (o.a. bij het aantreffen van een hennepkwekerij in Lemmer, Friesland) Casus 1 Bij een integrale controle van een autoverhuurbedrijf waren op het moment van controle negen personen aanwezig waarvan er acht diverse criminele antecedenten hadden (met name op het gebied van de Opiumwet). Een van deze personen stond bekend als een prominent lid van de motorclub No Surrender. In de garage van het autoverhuurbedrijf bevond zich ook een Harley Davidson die in gebruik was bij No Surrender. Deze motor is door de belastingdienst vanwege financiële schulden van de eigenaar in beslag genomen. Tijdens de doorzoeking van het pand is daarnaast nog een hoeveelheid hennep aangetroffen waardoor dit pand later door de gemeente bestuurlijk gesloten is. Casus 2 Een autoverhuurbedrijf was lastig toegankelijk omdat deze zich op de vijfde verdieping van een flat, in de woning van de eigenaar, bevond. De eigenaar zelf was op het moment van controle aanwezig in een ander autoverhuurbedrijf waar zich ook een groot deel van zijn administratie bevond. De locatie van zijn huurauto’s was op het moment van de controle onbekend bij de verhuurder.
Wel werd er in een garage onder aan de flat een Mercedes AMG met een cataloguswaarde van minimaal € 100.000,- met tijdelijke Duitse kentekenplaten aangetroffen. De eigenaar verklaarde later deze met contant geld in Duitsland te hebben aangeschaft maar niet te weten wie de huidige eigenaar van deze auto was. Deze auto is door de politie in beslag genomen. Casus 3 Bij een autoverhuurbedrijf kregen we tijdens een integrale controle geen toegang tot een gedeelte van zijn locatie. Op een later moment zijn er op deze locatie die voor ons niet toegankelijk was twee ondergrondse hennepkwekerijen aangetroffen. Casus 4 Bij een integrale controle op een internationaal bekend autoverhuurbedrijf is een momentopname gemaakt van het klantenbestand van huurders op dat moment. Hieruit bleek dat ook bij dit bedrijf een groot deel van de huurders (80%) criminele antecedenten had. Hierbij zaten ook huurders die in de internationale top van de motorclub Satudarah zaten. Ondanks de richtlijn vanuit het hoofdkantoor dat er geen contante betalingen meer geaccepteerd mochten worden was de aanwezige pinautomaat niet geïnstalleerd. Ook bleek dat briefjes van € 500,- als normale betaling werden geaccepteerd. Huurders Van in totaal 12 bedrijven is binnen de eenheid tot dusver de verhuuradministratie geheel of gedeeltelijk meegenomen en onderzocht.
Hierbij viel op, dat gemiddeld 70% tot 100% van de huurders, met criminele antecedenten, in de politiesystemen bleken voor te komen. Deze percentages kwamen overeen met de door de politie gecontroleerde bestuurders in huurauto’s. Van deze bestuurders had ook ongeveer 70% (landelijk) tot 90% (regionaal) criminele antecedenten. Een groot deel van deze personen, zo blijkt uit onderzoek, heeft geen looninkomsten uit reguliere arbeid, maar voorziet, op basis van eigen opgaven, in hun levensonderhoud op basis van enkel een (bijstands-) uitkering. Exacte cijfers op dit punt ontbreken op dit moment nog, maar vergen nader onderzoek.
5
Handreiking APV en ondermijning
57
In de gemeente Tilburg is van zes autoverhuur bedrijven de verhuuradministratie geheel of gedeeltelijk meegenomen en gecontroleerd. Uit de controles van deze administraties blijkt, dat een groot deel van de ‘hurende klanten’ criminele antecedenten heeft. Opvallend is hierbij de verwevenheid met diverse Outlaw Motorcycle Gangs (OMG) (Satudarah, No Surrender en Yellow Snakes). Bij de politie bekende leden van deze OMG’s huren op grote schaal voertuigen bij autoverhuurbedrijven. Ook tijdens controles op huurauto’s worden regelmatig OMG-leden gecontroleerd. Er werden tijdens al deze controles ook huurders zonder criminele antecedenten vastgesteld. Opvallend is dan weer dat er slechts één persoon/ huurder uit de controles naar voren kwam, die aangaf toerist te zijn.
V
Afsluiting
De autoverhuurbranche voldoet aan bijna alle criminogene branchekenmerken. Dit wordt bevestigd door een economische analyse van deze branche. Het blijkt dat de branche enorm kwetsbaar is voor criminele invloeden. Het geleverde product, de huurauto, is dus kennelijk zeer interessant voor ‘crimineel gebruik’. Dit heeft er mogelijk, samen met de criminele mogelijkheden die een autoverhuurbedrijf kan bieden voor wat betreft ‘witwaspraktijken’ en de ‘afscherming’ van ander crimineel gedrag toe geleid dat er in deze branche een sterke verwevenheid tussen onder- en bovenwereld is ontstaan. Gezien bovenstaande resultaten een situatie die ook nadrukkelijk op de gemeente Tilburg van toepassing is.
Bovenstaande beeld wordt onder andere bevestigd in de navolgende wetenschappelijke onderzoeken en rapporten: • Politieacademie; Onderzoek naar de werkwijze van de facilitator malafide autoverhuurbedrijf (Rosier, 2013) • Vrije Universiteit Amsterdam; Autoverhuurbedrijf als facilitator van criminaliteit (Merwe, 2012) • Vrije Universiteit Amsterdam; De aantrekkelijke autoverhuurbranche “voor boeven goed toeven” (Bell, 2011) • Ondermijningsbeelden RIEC Zeeland-West-Brabant (2013, 2014) • Diverse overige publicaties RIEC Zeeland-West-Brabant (onder andere Integraal Appèl, Autoverhuurbranche (2015)) • Nederlandse School voor Openbaar Bestuur; Ondermijning Ondermijnd, hoe het rijk meer ruimte kan maken voor een (boven) lokale aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit (2016)
Bijlage 3. Artikel 2:36 APV Rotterdam Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat. Artikel 2:36 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.
Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.
6
58
Handreiking APV en ondermijning
3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor
door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. 5. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant.
Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de vol-
Handreiking APV en ondermijning
59
gende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 6. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of
60
Handreiking APV en ondermijning
g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie of i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. 8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 11.
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.
12. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 13. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 14. In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 15. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Artikel 2:36 Tegengaan onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat De aanpak van ondermijnende criminaliteit is één van de top prioriteiten van het Rotterdamse veiligheidsbeleid. Drugshandel, witwassen, (belasting)fraude, illegaal gokken, underground banking en uitbuiting zijn voorbeelden van criminele (economische) activiteiten die de samenleving kunnen ondermijnen. De aanpak van deze vorm van (georganiseerde) criminaliteit is een bijzonder lastige taak.
De verwevenheid van boven- en onderwereld, alsmede de verhulling van de criminaliteit, bemoeilijken de bestrijding daarvan. Deze vormen van criminaliteit zijn niet altijd zichtbaar, maar tasten de fundering van de
wijk aan. Ze bedreigen niet alleen de legale lokale economie maar zorgen ook voor een onveilig, niet leefbaar woon- en ondernemersklimaat. Het risico bestaat dat malafide ondernemers zich vestigen in sectoren waar het toezicht van de overheid beperkter is. Rotterdam kent daarnaast gebieden die fysiek, sociaal en economisch achterblijven. Deze delen van Rotterdam zijn extra vatbaar voor criminele ondermijnende activiteiten. Dit in combinatie met brancheverschraling, leegstand en een hoog verloop van ondernemers maakt dat de leefbaarheid onder druk staat. Om het vestigingsklimaat voor ondernemers te verbeteren en de ondermijnende criminaliteit te bestrijden kent Rotterdam de aanpak ondermijning. Dit betreft een integrale aanpak bestaande uit een combinatie van het stimuleren van positieve ontwikkelingen en het voorkomen, signaleren en terugdringen van ondermijnende criminaliteit. Zo worden kwetsbare straten weer in hun kracht gezet waarbij wordt gestuurd op kwalitatief goed ondernemerschap. Om de aanpak ondermijning te versterken, is in de APV een artikel opgenomen gericht op het stimuleren van een gezond ondernemingsklimaat. Artikel 2:36 geeft de burgemeester de bevoegdheid om via een aanwijzing een vergunningplicht te introduceren voor panden, straten, gebieden of branches om een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemingsklimaat tegen te gaan.
Uit juridisch wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de gemeenteraad bevoegd is op grond van de autonome verordenende bevoegdheid om openbare belangen zoals een veilig, leefbaar en bonafide ondernemersklimaat te reguleren met een vergunningplicht. Het betreft hier geen vergunning in het belang van economische ordening, maar primair in het belang van openbare orde en veiligheid. Om die reden is de bevoegdheid belegd bij de burgemeester. Deze vergunningplicht staat niet op zichzelf, maar
Handreiking APV en ondermijning
61
maakt onderdeel uit van een brede aanpak gericht op het stimuleren van een gezond ondernemingsklimaat, van het Rotterdamse Veiligheidsprogramma #Veilig010 en van de Aanpak Ondermijnende Criminaliteit. De mogelijkheid tot het instellen van een vergunningplicht voor ondernemers is een van de instrumenten voor de bestrijding van malafiditeit in het ondernemerschap. De gemeente kan controle uitoefenen op de naleving van de gestelde voorwaarden en handhaven bij overtreding. Van de mogelijkheid om een vergunningplicht te introduceren gaat bovendien een preventieve werking uit. Dit draagt bij aan het aantrekken van bonafide ondernemers en het weren van malafide ondernemers. Pandeigenaren worden zo gestimuleerd hun verantwoordelijkheid te nemen om bonafide ondernemers in hun panden te vestigen. Ook kan bij de aanvraag voor een vergunning de Wet Bibob worden ingezet. In 2013 is het toepassingsbereik van de Wet Bibob uitgebreid naar alle gemeentelijke vergunningen die worden afgegeven voor een bedrijfsmatige activiteit. Het instrument van een vergunningplicht is overigens niet ongebruikelijk in een gemeente. Zo geldt voor horeca-inrichtingen een vergunningplicht, waarbij aan vergelijkbare voorwaarden wordt getoetst. Het gaat dan ook om voorwaarden waar-van in beginsel van ondernemers kan worden geëist dat zij daar aan voldoen.
Eerste lid De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Voor de definitie van het begrip exploitant is aansluiting gezocht bij hoofdstuk 3. Het ‘voor rekening en risico’ heeft betrekking op de natuurlijke persoon of op de rechtspersoon. Het bestuur van een rechtspersoon kan zelf ook een rechtspersoon zijn, maar gelet op de (persoonlijke) eisen die worden gesteld aan de exploitant dient er uiteindelijk altijd één natuurlijke persoon te zijn die kan worden beschouwd als exploitant in de zin van de APV – al dan niet als vertegenwoor-
62
Handreiking APV en ondermijning
diger van die rechtspersoon. De dagelijkse leiding in het bedrijf kan in plaats van bij de exploitant zelf, bij een beheerder rusten. Er wordt dus in het kader van de vergunningverlening gewerkt met een beheerderslijst. Voor het begrip bedrijf wordt aangesloten bij het algemeen spraakgebruik. Het betreft hier voor het publiek toegankelijke bedrijven, zoals winkels (al dan niet met een horecacomponent) of dienstverlenende bedrijven (zie ook artikel 2:35). Tweede lid De systematiek van artikel 2:36 gaat uit van een pand-, gebieds- of branchegerichte aanpak. Hiermee kan maatwerk in de stad geleverd worden. De burgemeester kan met een aanwijzingsbesluit nieuwe en reeds gevestigde ondernemers onderwerpen aan een systeem van verplichte vergunningen. De noodzaak van een aanwijzing, alsmede de duur van de aanwijzing, wordt zorgvuldig gemotiveerd. De uitgangspunten van proportionaliteit en subsidiariteit gelden. Bij een gebiedsgewijze aanpak wordt de noodzaak van de aanwijzing mede bezien in samenhang met de andere maatregelen in een gebied. De vergunning wordt op grond van artikel 1.7 verleend voor de duur van het aanwijzingsbesluit.
De vergunningplicht kan op pandniveau worden ingezet door deze bijvoorbeeld na concrete incidenten (strafbare feiten) van toepassing te verklaren op het pand of wanneer als gevolg van de wijze van exploitatie in dat pand de leefbaarheid of openbare orde onder druk staat (repressieve aanwijzing). Daar waar strafbare feiten in een pand worden geconstateerd en de pandeigenaar niet intrinsiek gemotiveerd is om mee te werken aan de bestrijding hiervan biedt een pandsgewijze vergunningplicht soelaas. De vergunningplicht is dan direct van toepassing op de nieuwe of zittende ondernemer. Daarmee kan maatwerk worden geboden, en worden andere ondernemers, voor zover dat niet nodig is, niet in de aanwijzing be-
trokken. Een aanwijzing die specifiek op een bepaald pand is gericht, kan dan juist proportioneel en gerechtvaardigd zijn. Indien sprake is van een (ernstige) structurele problematiek in een bepaalde branche of gebied kan op grond van het APV artikel een vergunningplicht voor een branche of gebied worden ingevoerd. Een aanwijzing van een bepaalde branche kan op een bepaalde wijk of straat betrekking hebben, maar het gebied waarvoor een bepaalde branche wordt aangewezen, kan ook de gehele gemeente beslaan. Bij aanwijzing van een branche wordt gemotiveerd waarom de bedrijfsmatige activiteiten met het oog op de openbare orde en veiligheid gereguleerd moeten worden. Tot slot kunnen (op voorhand) straten of gebieden aangewezen worden (preventieve aanwijzing). Bij een dergelijke aanwijzing gelden voor gevestigde en nieuwe ondernemers in die gebieden of straten een vergunningplicht. Dit kan gerechtvaardigd zijn nu de aanwijzing alleen plaatsvindt bij straten of gebieden waar de leefbaarheidsproblemen het grootst zijn en de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Het belang van de verbetering van de situatie in de gehele straat of het gebied kan zo’n aanwijzing rechtvaardigen. Het kan ook van belang zijn om te voorkomen dat het probleem zich onmiddellijk naar een naastgelegen pand verplaatst. Een dergelijke aanwijzing zal doorgaans deel uitmaken van een bredere aanpak.
De burgemeester wijst een pand, gebied of een bedrijfsmatige activiteit uitsluitend aan als in dat gebied dan wel door de wijze van exploitatie van het pand of door de bedrijfsmatige activiteiten naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid onder druk staat dan wel nadelig kan worden beïnvloed. Dit criterium drukt uit dat het voor een aanwijzing niet noodzakelijk is dat zich concrete incidenten hebben voorgedaan. Een aanwijzing kan ook preventief worden gegeven voor een branche of gebied waar extra aandacht nodig is bijvoorbeeld
om de leefbaarheid en openbare orde en veiligheid ten goede te keren. Derde lid In het derde lid is het verbod opgenomen om in een aangewezen gebouw, straat of gebied zonder vergunning van de burgemeester bedrijfsmatige activiteiten te verrichten. In het aanwijzingsbesluit worden de bedrijfsmatige activiteiten genoemd waar de aanwijzing betrekking op heeft. Dat kunnen ook alle bedrijfsmatige activiteiten zijn, zoals detailhandel. De burgemeester kan ook gemeentebreed een branche aanwijzen. Dan geldt een vergunningplicht voor die activiteiten die behoren tot de branche. Vierde en zevende lid De algemene intrekkings- en weigeringsgronden staan vermeld in de artikelen 1:6 en 1:8. In deze leden staan de specifieke weigerings- en intrekkingsgronden vermeld. Toezicht op en handhaving van de vergunningplicht is mogelijk door intrekking van een reeds verstrekte vergunning of door sluiting van het bedrijf. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden (artikel 1:4). Voor de systematiek en uitleg van de specifieke gronden is aangesloten bij hoofdstuk 2, afdeling 8 (exploitatievergunning) en hoofdstuk 3. Voor de reikwijdte van het begrip ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ wordt aangesloten bij de terminologie van de Drank- en Horecawet (zie ook: hoofdstuk 2, afdeling 8).
Indien de exploitant zijn verplichtingen uit het artikel of de vergunningvoorschriften niet nakomt, kan er reden zijn de vergunning in te trekken. Sub i is opgenomen om constructies van schijnbeheer tegen te kunnen gaan indien de praktijk niet in overeenstemming is met de situatie zoals op de vergunning vermeld. Vijfde en zesde lid In dit lid wordt de wijze van indiening van de aanvraag van een vergunning geregeld, alsmede
Handreiking APV en ondermijning
63
welke gegevens en bescheiden moeten worden overgelegd. De vereiste gegevens worden nodig geacht teneinde een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Zo moet er in ieder geval sprake zijn van een geldige inschrijving bij de KvK. Indien dat op enig moment niet meer het geval is, kan dit reden zijn om de vergunning in te trekken (zevende lid, sub h en i). Als het bevoegd bestuursorgaan dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag, kan hij om aanvullende gegevens verzoeken (zesde lid). Uiteraard moeten die gegevens wel in verband staan met de weigeringsgronden van de aangevraagde vergunning. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen. Achtste lid Artikel 2:35 biedt de mogelijkheid overlastgevende voor het publiek openstaande gebouwen te sluiten. Artikel 2:36 bevat een aanvullende sluitingsbevoegdheid wanneer sprake is van een vergunningplicht. Elfde lid Om oog te kunnen houden op relevante veranderingen moet de vergunningverlener daarvan weet hebben. De vergunninghouder is verplicht wijzigingen te melden. Als er met inachtneming van de geldende regels geen bezwaar bestaat tegen een voortgezet bedrijf, wordt een gewijzigde vergunning verleend. Als blijkt dat de wijzigingen niet zijn gemeld, kan dat leiden tot intrekking van de vergunning.
Het is van groot belang om een actueel overzicht te hebben van de in de gemeente actieve exploitanten. Om die reden moet ook worden gemeld dat de exploitatie wordt beëindigd of overgedragen. Ook wanneer slechts een van de exploitanten stopt. Om schijnbeheer te voorkomen en te bestrijden is het van belang dat de beheerders bij de gemeente bekend zijn. Een wijziging in het beheer kan pas plaatsvinden indien de burgemeester de gevraag-
64
Handreiking APV en ondermijning
de wijziging in het beheer heeft bijgeschreven en de exploitant hiervan bericht heeft ontvangen.
Bijlage 4. Beleidsregels aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige gebouwen ter uitvoering van artikel 2.40l APV Schiedam
Veertiende lid De vergunningplicht op grond van het aan wijzingsbesluit en het verbod om zonder vergunning bedrijfsmatige activiteiten te verrichten, geldt voor nieuwe exploitanten onmiddellijk na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit. Onder nieuwe exploitanten worden ook verstaan: exploitanten die een andere bedrijfsmatige activiteit dan voorheen willen uitoefenen, en/of op een andere locatie dan voorheen. Exploitanten kunnen dus niet de inwerkingtreding van het verbod rekken door op een locatie waar zij al actief zijn, over te stappen op een andere bedrijfsmatige activiteit die ook onder de aanwijzing valt. Zij kunnen de inwerkingtreding van het verbod ook niet rekken door naar een locatie verderop in de aangewezen straat uit te wijken. Zij worden dan aangemerkt als nieuwe exploitanten en dienen over een vergunning te beschikken. Voor zittende exploitanten geldt dat zij drie maanden de tijd krijgen om een vergunning aan te vragen en te verkrijgen. Lukt dat niet tijdig, dan handelen zij in strijd met het verbod. Wordt de aanvraag om een vergunning binnen de periode van drie maanden geweigerd of wordt een eventueel reeds verleende vergunning ingetrokken, dan handelen zij vanaf dat moment in strijd met het verbod. De burgemeester kan dan met onmiddellijke ingang tot handhaving van het verbod overgaan.
Voor zover de Dienstenrichtlijn van toepassing is op het vergunningstelsel en de voorwaarden, geldt dat met name gelet op de openbare orde en veiligheid er een dwingende reden van algemeen belang is en de gestelde eisen ook evenredig (geschikt en noodzakelijk) zijn, zodat het stelsel en de voorwaarden gerechtvaardigd zijn. De openbare orde en veiligheid vormt eveneens de reden om van een lex silencio positivo af te zien.
Handreiking APV en ondermijning
65
66
Handreiking APV en ondermijning
Handreiking APV en ondermijning
67
Bijlage 5. Aanwijzingsbesluit autoverhuur op grond van artikel 53a APV Tilburg
68
Handreiking APV en ondermijning
Handreiking APV en ondermijning
69
Bijlage 6. (concept) Aanwijzingsbesluit glazenwassen als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit
De burgemeester van Zaanstad,
Overwegende dat: • ondermijnende criminaliteit het bestaan van de rechtstaat en de samenleving, en daarmee de openbare orde ondergraaft; • de gemeente Zaanstad prioriteit geeft aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit; • uit verschillende rapporten is gebleken is dat de glazenwassersbranche een ernstig gevaar in zich heeft voor (ondermijnende) criminaliteit; • in de gemeente Zaanstad een concentratie van bedrijven aanwezig is die zich bezighouden met de bedrijfsmatige activiteit ‘glazenwassen’; • in de afgelopen jaren er landelijk gezien incidenten zijn geweest waarbij glazenwassers afkomstig uit Zaanstad betrokken zijn geweest; • het daarbij onder andere gaat om in elkaars wijken lappen, ongevraagd lappen en dan op een agressieve wijze betaling eisen, geweld en intimidatie; • in Zaanstad veel bedrijven zijn gevestigd met als bedrijfsmatige activiteit ‘glazenwassen’; • uit analyse van gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat bedrijven veelvuldig worden ingeschreven en weer worden uitgeschreven; • de gemeente Zaanstad en partners geen of niet voldoende zicht hebben op de wijze waarop deze bedrijven hun activiteiten uitoefenen; • deze bedrijven in sommige wijken dominant en zichtbaar aanwezig zijn, omdat de busjes met materialen in groten getale op de openbare weg geparkeerd worden; • door de aanwezigheid van grote aantallen van deze bedrijven de openbare orde en
veiligheid bedreigd wordt door mogelijke ondermijnende activiteiten en de in deze wijken de toch al kwetsbare sociale structuur onder druk komt te
70
Handreiking APV en ondermijning
staan; • in de media geregeld stukken verschijnen over de glazenwassersproblematiek en daarbij de glazenwassers uit Zaanstad worden genoemd; • deze stukken het imago van Zaanstad geen goed doen; • de burgemeester de bevoegdheid heeft om via een aanwijzing een bedrijfsmatige activiteit vergunningplichtig te maken als de leefbaarheid, de openbare orde of veiligheid onder druk staat of aannemelijk is dat deze onder druk kan komen te staan of indien er signalen zijn van ondermijnende activiteiten; Gezien: • het advies van de Raad van State ‘De rol van gemeenten in de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijning’ van maart 2019; • het rapport van het RIEC ‘Verwevenheid van onder- en bovenwereld bij georganiseerde criminaliteit’ van april 2014; • de uitzendingen van Rambam met betrekking tot de glazenwassersproblematiek van januari 2015; • het rapport van de Inspectie SZW ‘Eindrapport Schoonmaakinterventieteams Noord-Nederland, Noord-Holland, Midden-Nederland, Zuid-West-Nederland’ van juli 2013; • • • • -
Handreiking APV en ondermijning
71
Gelet op artikel 2:40b van de Algemene plaatselijke verordening Zaanstad 2013;
Besluit vast te stellen: Aanwijzingsbesluit glazenwassen als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder glazenwassen de activiteit die in ieder geval bestaat uit het bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is wassen van glazen van woningen en gebouwen. Artikel 2 Glazenwassen wordt aangewezen als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit zoals bedoeld in artikel 2:40b van de Algemene plaatselijke verordening Zaanstad 2013.
vastgesteld op drie maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van dit besluit. Artikel 5 Dit besluit treedt in werking op XXX Artikel 6 Dit besluit kan worden aangehaald als Aanwijzingsbesluit glazenwassen.
Zaanstad (datum) De burgemeester, (handtekening)
J. Hamming Artikel 3 1. Bij dit aanwijzingsbesluit behoort een aanvraagformulier. 2. Bij een aanvraag voor een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:40c van de APV Zaanstad moeten de volgende gegevens en documenten worden overlegd: c. een volledig ingevuld aanvraagformulier; d. een op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) vastgesteld en volledig ingevuld vragenformulier met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden; e. een ondernemingsplan met informatie over de aard van het bedrijf, de wijze van exploitatie en financiering van het bedrijf; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. Artikel 4 De overgangstermijn als bedoeld in artikel 2:40h van de APV Zaanstad voor bedrijven die zich voor de vaststelling van dit besluit al bezig houden met de bedrijfsmatige activiteit glazenwassen wordt
72
Handreiking APV en ondermijning
Algemene toelichting Inleiding • Een snelle search op internet laat zien dat de media al op minimaal 15 jaar bericht over problemen in de glazenwasserswereld. Een artikel van Trouw van 13 april 2006 bericht van bedreigingen als glazenwassers is andermans wijk lappen of moeten vele duizenden euro’s moeten betalen om in een bepaalde wijk hun werkzaamheden te mogen uitvoeren. • In meer recente berichten wordt nadrukkelijk gesproken over malafide Zaanse glazenwassers die wijken overnemen en gebruik maken van bedreiging en intimidatie. Uitzendingen van het televisieprogramma Rambam uit 2015 laten zien hoe deze bedreigingen en intimidatie in de praktijk tot resultaat leiden. Nog recenter eind 2017 melden media van malafide Zaanse glazenwassers die wijken in Utrecht dreigen over te nemen. • Vanuit de glazenwassersbranche is getracht om meer zicht te krijgen op bonafide bedrijven door
een glazenwassersregister in te richten. Dit register heeft echter niet tot het gewenste resultaat geleid, omdat het niet mogelijk was om malafide bedrijven uit het register te weren. • Verschillende partners hebben controles uitgevoerd bij bedrijven. Deze controles hebben in verschillende strafrechtelijke en bestuurlijke sancties. De problematiek is echter niet verminderd of verdwenen. Onderzoeken • Verschillende overheidsinstanties hebben onderzoek gedaan naar glazenwassers, soms als onderdeel van een groter onderzoek. • In een rapport van de ISZW uit 2013 wordt geconstateerd dat ‘in de schoonmaakbranche als geheel en de (particuliere) glazenwasserij in het bijzonder dat in toenemende mate sprake is van Turkse en Oost-Europese (Bulgarije) personen die zich op deze markt begeven. Met betrekking tot de glazenwasserij worden hele wijken ‘overgenomen –soms letterlijk met fysiek geweld of bedreigingen- door organisaties die nauwelijks of niet bekend zijn bij de Kamer van Koophandel en/of Belastingdienst’.1 • Meer algemeen wordt in het rapport tevens geconstateerd dat het voor komt ‘dat werknemers van een schoonmaakbedrijf van de ene op de andere dag als zzp’er gaan werken en vervolgens nergens meer geregistreerd staan, dan wel door bepaalde ‘adviseurs’ bij de Kamer van Koophandel worden ingeschreven terwijl de medewerkers zelf van niets weten.
In de schoonmaakwereld komt het ook – net als in de uitzendbranche – regelmatig voor dat bedrijven slechts kort bestaan en/of vaak van eigenaar en/of vestigingsadres wisselen om zo uit het vizier van bijvoorbeeld de Belastingdienst te blijven’.2 • Dit beeld past bij de analyse van de gegevens van de Kamer van Koophandel die in de zomer van 2018 door de gemeente is uitgevoerd. Daaruit blijkt dat er sprake is van ruim 350 inschrijvingen
van bedrijven die zich bezighouden met glazenwassen, waarvan 190 nog actief. •
• In 2014 zijn Zaanse glazenwassers veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, gewoontewitwassen en overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen. Ook was sprake van een verzwegen omzet. Het gerechtshof achtte in 2017 bewezen dat de feiten waren begaan. Ondanks deze veroordelingen lijken de praktijken gelet op de signalen van verschillende partners (mogelijk in een gewijzigde vorm) door te gaan. Aanpak gemeente Zaanstad • De gemeente Zaanstad heeft de aanpak van ondermijning van de rechtstaat als leidend principe. • In 2017 is binnen de gemeente Zaanstad het Programma Ondermijning gestart waarin nadrukkelijk ruimte is ingeruimd voor de aanpak van fenomenen. Bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit werkt de gemeente Zaanstad nauw samen met verschillende partners. Daarbij worden verschillende interventiestrategieën ingezet om ondermijnende processen in beeld te krijgen en barrières op te kunnen werpen. • Hoewel uit meldingen blijkt dat de problematiek zich in heel Nederland voordoet, lijkt Zaanstad een van de broedplaatsen te zijn voor de problematiek in de glazenwasserswereld. Eind 2017
1 Pag. 13 2 Pag. 17
Handreiking APV en ondermijning
73
heeft daarom een barrièremodelsessie plaatsgevonden waarin is getracht het proces van malafide glazenwassers in beeld te brengen met als doel om barrières te benoemen en op te werken. In 2018 is de gemeente Zaanstad begonnen met het opnieuw in beeld brengen van de glazenwassersproblematiek met name gericht op de problematiek binnen de gemeente. Ook heeft de gemeente Zaanstad in 2018 –in samenwerking met de politie en ISZW- de glazenwassersproblematiek aangemeld bij het RIEC Noord-Holland, waar de problematiek is benoemd als een handhavingsknelpunt. In 2019 is een integrale werkgroep gestart met het opstellen van een vervolgaanpak van deze problematiek. De gemeente pakt daarin haar rol door bestuurlijk barrières op te werpen, toezicht te houden en waar mogelijk te handhaven. Aanwijzingsbesluit • In het rapport ‘De rol van gemeenten in de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijning’ van de Raad van State is bevestigd dat onder handhaving van de openbare orde tevens de algemene, bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de samenleving moet worden verstaan. In dit rapport wordt tevens bevestigd dat de gemeenteraad de mogelijkheid heeft om een vergunningenstelsel in het leven te roepen voor activiteiten die raken aan het publieke belang3.
• De gemeenteraad heeft de burgemeester de bevoegdheid gegeven om bedrijfsmatige activiteiten vergunning plichtig te maken als er sprake is dat de leefbaarheid, de openbare orde of veiligheid onder druk staat of aannemelijk is dat deze onder druk kan komen te staan of indien er signalen zijn van ondermijnende activiteiten. • Zoals hiervoor is aangegeven zijn in Zaanstad een groot aantal bedrijven actief in de glazenwasserij. Een deel van deze bedrijven is geconcentreerd in de wijken Poelenburg en Peldersveld. Deze wijken hebben een sociaal kwetsbare 3 Pag. 22 en 23.
74
Handreiking APV en ondermijning
structuur. Binnen de gemeente Zaanstad loopt een programma om de sociale structuur en cohesie in deze wijken te verbeteren. Ondermijnende activiteiten doen deze inspanningen (deels) weer teniet. • De concentratie van glazenwassers Zaanstad, de signalen van ondermijnende activiteiten binnen deze branche en de aantasting van de sociale structuren maken een daadkrachtige interventie noodzakelijk. Het invoeren van een vergunningplicht voor deze bedrijfsmatige activiteit biedt mogelijkheden voor toezicht en handhaving en biedt mogelijkheden om malafide bedrijven te weren. Gelet op het voorgaande voldoet de aanwijzing aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.
Bijlage 7. Afdeling 10c APV Schiedam – Tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling van huurders
Afdeling 10c APV Schiedam Tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling van huurders. De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 april 2019 ( 19VR031) artikel 149 Gemeentewet besluitvast te stellen: Afdeling 10c Tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling huurders Artikel 2:40t Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. woning: woonruimte als bedoeld in artikel 1 onder j van de Huisvestingswet 2014; b. woningverhuur: het, al dan niet bedrijfsmatig tegen een vergoeding beschikbaar stellen dan wel in gebruik geven van ene woning; c. woningbemiddeling: het, al dan niet bedrijfsmatig, tegen een vergoeding bemiddelen bij de totstandkoming van een overeenkomsten tot het tegen een vergoeding beschikbaar stellen dan wel in gebruik geven van een woning; d. verhuurder: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die, al dan niet bedrijfsmatig, een woning tegen een vergoeding beschikbaar stelt dan wel in gebruik geeft; e. bemiddelingsbedrijf: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die, al dan niet bedrijfsmatig, tegen vergoeding bemiddelt bij de totstandkoming van een overeenkomsten tot het tegen een vergoeding beschikbaar stellen dan wel in gebruik geven van een woning. Artikel 2:40u Aanwijzing vergunningplichtige woningverhuur 1. Het college kan woningverhuur aanwijzen
waarop het verbod uit het eerste lid van artikel 2:40w van toepassing is. 2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vindt uitsluitend plaats als naar het oordeel van het college: a. h uurders en/of gebruikers worden uitgebuit en/of onevenredig benadeeld; en/of b. d e leefbaarheid, de volksgezondheid, de openbare orde en/of de veiligheid onder druk staan; en/of c. h et welzijn van huurders en/of gebruikers onder druk staat; en/of d. er zich strafbare feiten voordoen. 3. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan zich beperken tot: a. de woningverhuur van één of meer verhuurders; en/of b. de verhuur van één of meer woningen binnen een straat, wijk of gebied; en/of c. alle woningverhuur binnen een straat, wijk, of gebied; en/of d. een bepaalde vorm van woningverhuur al dan niet beperkt tot een straat, wijk, of gebied; en/of e. één of meer onder verantwoording van of in opdracht van een verhuurder of meerdere verhuurders werkende natuurlijke personen of rechtspersonen. 4. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid welke betrekking heeft op alle woningverhuur binnen een wijk of gebied of op (een) bepaalde vorm(en) van woningverhuur binnen de gehele gemeente geschiedt niet eerder voordat de gemeenteraad hierover vooraf is geïnformeerd.
Artikel 2:40v Aanwijzing vergunningplichtige woningbemiddeling 1. Het college kan woningbemiddeling aanwijzen waarop het verbod uit het eerste lid van artikel 2:40w van toepassing is. 2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid
Handreiking APV en ondermijning
75
vindt uitsluitend plaats als naar het oordeel van het college: a. huurders en/of gebruikers worden uitgebuit en/of onevenredig benadeeld; en/of b. de leefbaarheid, de volksgezondheid, de openbare orde en/of de veiligheid onder druk staan; en/of e. het welzijn van huurders en/of gebruikers onder druk staat; en/of d. er zich strafbare feiten voordoen. 3. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan zich beperken tot: a. de woningbemiddeling van één of meer bemiddelingsbedrijven; en/of b. de woningbemiddeling inzake één of meer woningen binnen een straat, wijk of gebied; en/of c. alle woningbemiddeling binnen een straat, wijk of gebied; en/of d. een bepaalde vorm van woningbemiddeling al dan niet beperkt tot een straat, wijk, of gebied; en/of e. een of meer onder verantwoording van of in opdracht van een bemiddelingsbedrijf of meerdere bemiddelingsbedrijven werkende natuurlijke personen of rechtspersonen. 4. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid welke betrekking heeft op alle woningbemiddeling binnen een wijk of gebied of op (een) bepaalde vorm(en) van woningbemiddeling binnen de gehele gemeente geschiedt niet eerder voordat de gemeenteraad hierover vooraf is geïnformeerd.
Artikel 2:40w Vergunning woningverhuur en/of woningbemiddeling 1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een woning te verhuren als deze woningverhuur valt onder de werking van een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2:40u, lid 1. 2. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een woning te bemiddelen als deze woningbemiddeling valt onder de werking van een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2:40v, lid 1.
76
Handreiking APV en ondermijning
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1 :8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste en tweede lid weigeren: a. ter voorkoming van uitbuiting, onevenredige benadeling en strafbare feiten; b. in het belang van het welzijn van huurders en/of gebruikers; c. in het belang van de leefbaarheid; d. indien de verhuurder en/of het bemiddelingsbedrijf dan wel onder verantwoording van of in opdracht van de verhuurder of het bemiddelingsbedrijf werkende natuurlijke en/of rechtspersonen in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn; e. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; f. indien er aanwijzingen zijn dat voor de verhuurder en/of het bemiddelingsbedrijf personen werkzaam zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1 : 8 weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in de te vergunning activiteit strijdigheden oplevert met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer.
TOELICHTING OP AFDELING 1OC
Artikel 2:40x Intrekking en wijziging van een vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:40w intrekken of wijzigen indien naar het oordeel van de burgemeester: a. de voorschriften verbonden aan de vergunning of de plichten voortvloeiend uit deze afdeling niet worden nageleefd; en/of b. er zich een omstandigheid voordoet op grond waarvan de vergunning op grond artikel 1:8 en van het derde en vierde lid van artikel 2:40w zou zijn geweigerd.
Artikel 2:40w Als college een aanwijzingsbesluit heeft genomen dient er door verhuurders en/of bemiddelaars, die vallen onder de werking van het aanwijzingsbesluit, een vergunning te worden aangevraagd bij de burgemeester. De burgemeester toetst de aanvraag aan de algemene toetsingscriteria uit de APV (openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en milieu) alsmede aan de bijzondere criteria van deze afdeling (onevenredige benadeling, uitbuiting en welzijn van de huurders en gebruikers) en, naar analogie van gerelateerde afdelingen uit de APV, aan leefbaarheid, strafbare feiten en slecht levensgedrag. De toetsing van een aanvraag om
Artikel 2:40t Omwille van de integraliteit is er voor het woonruimtebegrip aansluiting gezocht bij de Huisvestingswet 2014. In Schiedam hebben we te maken met zowel bedrijfsmatige verhuur en bemiddeling als particuliere verhuur en bemiddeling. Beide vormen vallen onder de werking van onderhavige afdeling. Artikel 2:40u Dit artikel geeft het college bevoegdheid om woningverhuur aan te wijzen als vergunningplichtig. Aan een aanwijzing van het college zal te allen tijde een rapportage van toezicht en handhaving, politie dan wel een andere maatschappelijke partner ten grondslag liggen. Er is vanuit het oogpunt van checks and balances gekozen om deze bevoegdheid bij het college neer te leggen en niet bij de burgemeester (die verantwoordelijk is voor de vergunningverlening). Een aanwijzing zal nimmer de gehele woningverhuur binnen de gemeente Schiedam behelzen, maar altijd toegespitst zijn op woningverhuur in een straat, wijk, van een bepaalde vorm etc.
een vergunning zal in beginsel altijd gepaard gaan met een Bibob-toets. In het kader van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000) dient bij vreemdelingen die een vergunning aanvragen een verblijfsrechtelijke toets plaats te vinden voordat tot vergunningverlening kan worden overgegaan. Zie voor overige informatie over dit onderwerp onder het kopje Vreemdelingen onder de Algemene toelichting. Artikel 2:40x In dit artikel in is geregeld wanneer de burgemeester een vergunning in kan trekken dan wel wijzigen. Er wordt daarbij verwezen naar de algemene intrekkings- en wijzigingsgronden uit artikel 1:6 van de APV. Daarnaast zijn er nog extra wijzigings- en intrekkingsgronden die aansluiten bij de weigeringsgronden van een vergunning, als bedoeld in artikel 2:40w. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 22 mei 2019 de griffier, J. W. Scherpenzeel de voorzitter, C.H.J. Lamers