CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

GWRP_versie 9 november

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente UrkBij agendapunt: Gemeentelijk Water- en Rioleringprogramma Urk 2023-202824.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1 – Context

2 – Beleidskaders vanuit de Omgevingsvisie

3 – Beleid gemeentelijke watertaken

4 – Beheer

5 – Programmering

6 – Organisatie, samenwerking en communicatie

7 – Kosten en rioolheffing

35

7.2 – Exploitatiekosten Het dagelijks beheer en onderhoud van de riolering is van groot belang voor goed functioneren van het systeem. De totale exploitatiekosten van de riolering op Urk worden in het kader Exploitatiekosten weergegeven en zijn begroot op € 1.810.000 per jaar (prijspeil 2022). Deze raming is gebaseerd op ervaring van de gemeentelijke organisatie. Na jaren van stabiele inflatie hebben we nu te maken met forse prijsstijgingen. In het kader trendmatige verhoging is beschreven hoe hiermee wordt omgegaan.

7.1 – Kostentoerekening aan de rioolbelasting Rioleringsbeheer wordt bekostigd uit de middelen die worden geïnd via de rioolbelasting. Dit is ook bekend als de rioolheffing. In het model ‘Kostenonderbouwing rioolheffing’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt de checkvraag geformuleerd: ‘Worden de activiteiten verricht ter nakoming van de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater?’ Het antwoord bepaalt de manier waarop beheerkosten worden toegerekend aan de rioolheffing.

Activiteiten die enkel en alleen worden uitgevoerd voor het rioleringsbeheer, bijvoorbeeld inspecteren en reinigen, worden volledig betaald vanuit de rioolbelasting. Bij gezamenlijke activiteiten en gemengde activiteiten (zie bijgaande kaders) gelden aangepaste regels. Hiervoor wordt in de begroting aangegeven welk deel van de kosten onderdeel van de rioolheffing is. Het beleid uit het GWRP is hiervoor de basis.

De jaarlijks terugkerende vervangingskosten worden in dit GWRP voor een bedrag van € 165.000 (exclusief btw) als exploitatielast doorberekend. Dit is een wijziging ten opzichte van het vorige GRP, waarin deze kosten in de tarieven als investeringslast werden doorberekend. De btw uit deze exploitatielasten wordt jaarlijks als afzonderlijke exploitatielast in rekening gebracht. Voor het basisjaar 2022 is deze last begroot op € 130.000. Daarnaast wordt de btw uit investeringen vanaf 2022 via de exploitatielasten doorberekend. Deze last is begroot op een bedrag van € 140.000 per jaar. Dit geldt als de gemiddelde langjarige investerings-btw. Voor de btw uit investeringen tot 2022 gold dat deze samen met de investeringslasten op het krediet in rekening werd gebracht. Verder bestaan de exploitatielasten uit kapitaallasten van investeringen in het riool. Het verschil tussen de aldus berekende exploitatielasten en de opbrengst van dat jaar uit de rioolheffing wordt gestort in de spaarvoorziening riolering. In het GWRP wordt vooruit gekeken over de gehele planperiode 2023-2028 en voor veel onderwerpen zelfs voor veel langere termijnen. In de begrotingscyclus wordt jaarlijks nauwkeuriger naar de stand van zaken gekeken. Zie bijgaand kader voor meer informatie over de relatie tussen het GWRP en de begrotingscyclus.

1 – Context

2 – Beleidskaders vanuit de Omgevingsvisie

3 – Beleid gemeentelijke watertaken

4 – Beheer

5 – Programmering

6 – Organisatie, samenwerking en communicatie

7 – Kosten en rioolheffing

36

7.3 – Kosten voor renovatie van bestaande riolering

7.4 – Vermogensbeheer

Het vervangen of repareren van verouderde riolering is een van de grootste uitgavenposten van het rioleringsbeheer. Het vooraf inschatten van de kosten is daarom een belangrijke opgave voor het GWRP. Deze berekening is van invloed op de noodzakelijke hoogte van de rioolbelasting. In bijgaand kader staat een raming van de vervangingswaarde van de riolering. Voor het totale rioolstelsel van Urk wordt de vervangingswaarde berekend op € 140.000.000 inclusief btw.

De opgenomen maatregelen bestaan uit verbeter- en vervangingsmaatregelen. De eerste jaren zijn de vervangingsmaatregelen goed te benoemen, voor de jaren vanaf 2027 wordt hiervoor een vast bedrag gehanteerd. Dit is tot stand gekomen uit de Rasmariant-analyse, waarbij de vervangingskosten op basis van inspecties, kwaliteit en risico’s in beeld zijn gebracht. Het jaarlijks terugkerend deel (€ 165.000 excl. btw) is in tegenstelling tot het vorige GRP opgenomen in de jaarexploitatie. De geplande investeringen staan samengevat weergegeven in het kader Investeringen 2023-2028. Deze investeringen worden betrokken bij de berekening van de benodigde rioolheffing.

1 – Context

2 – Beleidskaders vanuit de Omgevingsvisie

3 – Beleid gemeentelijke watertaken

4 – Beheer

Het berekenen van de benodigde rioolheffing is in essentie het in balans brengen van de inkomsten en uitgaven behorend bij het onderdeel riolering. Hiertussen staat een demper ofwel tariefs-egalisatie. De bedoeling van de egalisatie is dat de heffing niet van jaar tot jaar varieert, afhankelijk van de projecten van dat jaar en van eventuele mee- of tegenvallers. De egalisatie bestaat uit meerjarige afschrijving van de investeringen en een eventuele spaarvoorziening. Zie bijgaand kader voor meer informatie over egalisatie van de hoogte van de rioolheffing. Een belangrijke rol spelen oude kapitaalslasten. Dit zijn de lasten voor komende jaren als gevolg van investeringen uit de afgelopen jaren. Het gaat hier om werken als het vervangen van oude riolen, de aanleg van randvoorzieningen bij de overstorten van het gemengde stelsel en de aanleg van drukriolering in het buitengebied. De oude kapitaalslasten bedragen in het jaar 2022 circa € 400.000. Dit betekent dat in de huidige rioolheffing op Urk een bedrag van bijna € 50 per aansluiting is opgenomen om investeringen uit het verleden af te betalen. Het nu geldende beleid op Urk is om kleine investeringen tot € 50.000 niet te activeren. Bij hogere bedragen wordt de afschrijvingstermijn bepaald door de verwachte economische levensduur. Voor riolen en betonconstructies is deze 50 jaar en voor elektromechanische voorzieningen 15 jaar.

Bijgaande grafiek toont de stand van de reserve en de boekwaarde van de activa. Het gaat om een reserve van ruim 2 miljoen euro en een boekwaarde van bijna 8 miljoen euro, beide waarden per 1 januari 2022.

5 – Programmering

6 – Organisatie, samenwerking en communicatie

7 – Kosten en rioolheffing

37

Voor de planperiode van dit GWRP worden drie wijzigingen doorgevoerd in het vermogensbeheer: • In de eerste plaats is ten opzichte van het vorig GRP de omslagrente veel lager (van aanvankelijk 4% naar 1,7% met ingang van 2022). • Daarnaast wordt vanaf 2022 lineair afgeschreven in plaats van annuïtair. • Verder wordt de sinds 2016 ingezette koers voortgezet, om nieuwe investeringen zoveel mogelijk direct af te boeken ten laste van de spaarvoorziening riolering. Hiertoe is het saldo in de huidige spaarvoorziening riolering beschikbaar. Vervolgens wordt jaarlijks het verschil tussen de exploitatielasten en de opbrengst uit de rioolheffing gestort in de spaarvoorziening riolering. Het saldo van deze voorziening (tot een minimum van € 250.000) wordt vervolgens ingezet voor afboeking van investeringen in het jaar van investering. Dit is de derde wijziging in het vermogensbeheer. Tot 2022 werden de investeringen tot een minimum bedrag van € 500.000 ten laste van de spaarvoorziening gebracht. Met ingang van 2022 wordt dit bedrag dus gehalveerd. De te activeren investeringslasten nemen door deze maatregel nog verder af, evenals de te betalen rente.

4.000.000 2.000.000 0 -2.000.000 -4.000.000 -6.000.000 -8.000.000

Saldo Voorziening / Reserve Riolering Boekwaarde oude Investeringen

Ten aanzien van investeringen in het riool geldt dat deze worden gedaan exclusief btw. De gemiddelde investerings-btw is berekend op € 140.000. Dit bedrag wordt jaarlijks ten laste gebracht van de exploitatiebegroting riolering.

1 – Context

2 – Beleidskaders vanuit de Omgevingsvisie

3 – Beleid gemeentelijke watertaken

4 – Beheer

5 – Programmering

6 – Organisatie, samenwerking en communicatie

7 – Kosten en rioolheffing

38

7.5 – Vorm van het tariefsysteem van de rioolheffing Gemeenten mogen belasting heffen om de kosten van het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken te financieren. Zie bijgaand kader met de wetstekst. De rioolheffing voor 2022 van gemeente Urk is een gecombineerde heffing voor zowel het afvalwater als de zorgplichten voor grond-, hemel- en oppervlaktewater. De rioolheffing is verschillend vormgegeven voor woningen en niet-woningen. De huidige vorm van de rioolheffing op Urk is enkele jaren geleden tot stand gekomen na een grondige discussie in de gemeenteraad. In de praktijk werkt dit goed en er worden daarom geen veranderingen doorgevoerd. Bijgaand kader schetst enkele wetenswaardigheden rondom de rioolheffing. 1 – Context

2 – Beleidskaders vanuit de Omgevingsvisie

3 – Beleid gemeentelijke watertaken

4 – Beheer

5 – Programmering

6 – Organisatie, samenwerking en communicatie

7 – Kosten en rioolheffing

39

7.6 – Berekening van de hoogte van de rioolheffing In bijgaand kader staan de belangrijkste uitgangspunten voor de berekening van de rioolheffing kort weergegeven. De berekening van de rioolheffing toont aan dat deze voortgezet kan worden zoals in het vorige GRP. Er worden geen tariefstijgingen toegepast, maar uitsluitend de binnen de gemeente gehanteerde trendmatige verhoging van 1.6% voor woningen. De grootste lozers zorgen voor de hoogste kosten binnen het systeem. Vandaar dat voor bedrijven vanuit het ‘vervuiler betaalt’-principe een vaste stijging gehanteerd wordt van 1% plus 1,6% trendmatige verhoging vanaf het jaar 2024. Met deze koers, die is ingezet vanaf 2010, is rust en inzicht gecreëerd. Destijds werd nog uitgegaan van een rioolheffing die zou stijgen naar 600 euro. Door meer inzicht in het stelsel kan op dit moment meer risico genomen worden met de oudere riolen. Dit bespaart aanzienlijk op de uitgaven. De benodigde rioolheffing voor 2023 tot en met 2028 (planperiode van dit GWRP) staat weergegeven in bijgaande tabel.

1 – Context

2 – Beleidskaders vanuit de Omgevingsvisie

Belastingjaar

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Woningen (1-3 personen)

249

253

257

261

265

270

274

Woningen (meer dan 3 personen)

282

286

291

295

300

305

310

Tarief niet-woningen eigenarendeel

67

68

69

70

71

72

74

Tarief niet woningen gebruikersdeel 1-300 m3

251

256

263

269

276

284

291

301-1000 m3

574

583

598

614

630

646

663

1001 - 2.000 m3

1.148

1.166

1.196

1.227

1.259

1.292

1.326

2001 - 5000 m3

1.720

1.747

1.792

1.839

1.887

1.936

1.986

5001 - 10000 m3

2.295

2.332

2.393

2.455

2.519

2.584

2.651

10001 m3 en meer

3.090

3.139

3.221

3.304

3.390

3.478

3.569

In de looptijd van dit GWRP zullen ongetwijfeld afwijkingen optreden in de inkomsten en uitgaven die in dit hoofdstuk zijn begroot. Alleen bij opvallende afwijkingen wordt de rioolheffing opnieuw berekend. Bij kleinere schommelingen verandert de vastgestelde rioolheffing niet. De mee- en tegenvallers worden opgevangen met de spaarvoorziening riolering en de reserve riolering. Deze buffers zijn daarvoor bedoeld en meestal voldoende betrouwbaar. Bij de voorbereiding van het volgende GWRP kan de rioolheffing worden herzien.

3 – Beleid gemeentelijke watertaken

4 – Beheer

5 – Programmering

6 – Organisatie, samenwerking en communicatie

7 – Kosten en rioolheffing

40

Artikel 4.22 Wet milieubeheer: 1. De gemeenteraad stelt telkens voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast. 2. Het plan bevat ten minste: a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 3.5 van de Waterwet, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 3.6 van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;

3. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk rioleringsplan. 4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6 van de Waterwet. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking.

b. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a; c. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b , worden of zullen worden beheerd; d. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten; e. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten.

Terug naar 1.3 – Besluitvormingstraject van het GWRP 41

Artikel 4.23 Wet milieubeheer: 1. Het gemeentelijke rioleringsplan wordt voorbereid door burgemeester en wethouders. Zij betrekken bij de voorbereiding van het plan in elk geval: a. gedeputeerde staten, b. de beheerders van de zuiveringstechnische werken waarnaar het ingezamelde afvalwater wordt getransporteerd, en c. de beheerders van de oppervlaktewateren waarop het ingezamelde water wordt geloosd. 2. Zodra het plan is vastgesteld, doen burgemeester en wethouders hiervan mededeling door toezending van het plan aan de in het eerste lid, onder a tot en met c, genoemde instanties, en Onze Minister. 3. Burgemeester en wethouders maken de vaststelling bekend in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden. Hierbij geven zij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.

Terug naar 1.3 – Besluitvormingstraject van het GWRP 42

Klimaatadaptatie

Kansen / uitgangspunten stedelijk water

De gevolgen van klimaatverandering zijn ook in Nederland merkbaar. Extreme neerslag komt nu al duidelijk meer voor dan in de jaren vijftig en ook hittegolven dienen zich vaker aan. Voor ons laagliggende en dichtbevolkte land kunnen de gevolgen van klimaatveranderingen groot zijn. Nederland moet dan ook inspelen op voortschrijdende inzichten en ontwikkelingen. Vandaar dat het Rijk het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) heeft opgesteld. Hierin staan alle projecten en maatregelen beschreven die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Deze opgaven moeten worden vertaald naar regionale opgaven.

• Bij het inrichten van onze buitenruimte scheiden we schoon (regenwater) en vuil water. Dit versterkt de ontwikkeling van natte natuur en klimaatadaptieve berging.

Klimaatadaptatie heeft voor een belangrijk deel te maken met water, vandaar dat ervoor is gekozen om dit onderwerp te integreren in het GWRP. De maatregelen voor klimaatadaptatie die de gemeente Urk belangrijk vindt, zijn integraal in dit programma opgenomen. Daarnaast wordt binnen Flevoland gewerkt aan een Regionale Adaptatie Strategie Flevoland (RAS Flevoland). Om de opgaven voor Urk scherp te krijgen is het relevant om de RAS Flevoland te verfijnen naar een lokale adaptatiestrategie. Hierdoor wordt helder wat nodig is om in 2050 een klimaatrobuuste omgeving te realiseren.

• We verbeteren de kwaliteit van het bodem- en (grond)watersysteem en houden daarbij rekening met het unieke karakter van de bestaande opbouw en het watererfgoed. • We laten de waterkwaliteit aansluiten op het recreatieve gebruik: zwemwater, vaarwater en viswater. • We willen klimaat-robuust worden. Dit betekent dat bij extreem weer geen schade wordt veroorzaakt aan personen, gebouwen en vitale functies. Zo kunnen we de gezondheidsrisico’s op Urk als gevolg van klimaatverandering tot een minimum beperken. • We voeren stresstesten uit voor bestaande en nieuwe wijken om de knelpunten op het gebied van klimaatadaptatie in beeld te brengen.

Terug naar 2 – Beleidskaders vanuit de Omgevingsvisie 43

Artikel 2.16 Omgevingswet:

Artikel 10.33 Wet milieubeheer:

1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer:

1. De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet.

Lid 1.a.3 - de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, 2. Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: a. op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, b. op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. 3.In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. Terug naar 3.1 – Beleid afvalwater Terug naar 3.2 – Beleid hemelwater

2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een gemeente, waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. 3. Op verzoek van burgemeester en wethouders kunnen gedeputeerde staten in het belang van de bescherming van het milieu ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, voor: a. een gedeelte van het grondgebied van een gemeente, dat gelegen is buiten de bebouwde kom, en b. een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten wordt geloosd. 4. De ontheffing bedoeld in het derde lid kan, indien de ontwikkelingen in het gebied waarvoor de ontheffing is verleend daartoe aanleiding geven, door gedeputeerde staten worden ingetrokken. Bij de intrekking wordt aangegeven binnen welke termijn in inzameling en transport van stedelijk afvalwater wordt voorzien.

Terug naar 3.3 – Beleid grondwater 44

Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom: • Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen binnen de bebouwde kom. Zie artikel 2.16 van de Omgevingswet. • Voor lozers geldt binnen de bebouwde kom een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Dit is geregeld in Artikel 7 en Artikel 10 Blah, het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Onder de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet is dit geregeld in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en bewoonbaarheid. Afvalwater in de leefomgeving kan aanleiding geven tot ziekten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om de Bruidsschat aan te passen. o Het lozingsverbod geldt niet als de riolering op meer dan 40 meter afstand ligt (zie Blah). o Het lozingsverbod kan tijdelijk worden opgeheven met een maatwerkvoorschrift als er sprake is van een aanwezige zuiveringsvoorziening die nog niet is afgeschreven (zie Blah). • Beide bovengenoemde punten leiden samen tot de conclusie dat in de bebouwde kom aansluiting op de riolering feitelijk verplicht is. • Voor woningen met focus op duurzaamheid, circulariteit en/of het zogenaamde off-grid-streven, gelden dezelfde regels. Er geldt een lozingsverbod voor afvalwater naar de bodem en het oppervlaktewater.

Terug naar 3.1 – Kernformulering van het afvalwaterbeleid - Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom.

• Het afzien van een aansluiting op de riolering is mogelijk als uit de woning geen afvalwater vrijkomt. Dit is in de huidige westerse manier van wonen ondenkbaar. Experimenteel kun je denken aan het volgende: o De woning is niet aangesloten op het drinkwaternet. Aansluiting op het drinkwaternet geeft gerede kans op grote hoeveelheden afvalwater. o De woning heeft een droog toilet met separate opvang en verwerking van de droge en de natte fractie. Fecaliën zijn te verwerken in de tuin. Urine heeft potentie voor verwerking. o De woning heeft geen bad- of douchevoorziening. Bad en douche gaan gepaard met grote hoeveelheden afvalwater. Wil je zonder riolering, dan ga je naar een centrale badplaats. o De woning heeft geen wasmachine. Een wasmachine leidt tot een grote hoeveelheid afvalwater met zeepresten. Wil je zonder riolering, dan maak je gebruik van een centrale wasserette. o In de keuken wordt water uit een jerrycan gebruikt. Een klein beetje afvalwater uit de keuken kan worden benut voor plantenbakken in huis of in de tuin.

• Lid 3 van artikel 2.16 van de Omgevingswet geeft een opening voor alternatieve systemen: In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. De gemeente Urk is hierin terughoudend, gelet op de ervaring die is opgedaan bij de ontwikkeling van Oosterwold in Almere.

45

Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom Bedrijven.

Woonboten.

Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater inzamelt dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. De gemeente en het waterschap treden hierin gezamenlijk op en kunnen nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen.

Een woonboot wordt beschouwd als woning. Dit volgt uit het Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens, Artikel 1, lid 1b. Aansluiting op de riolering is verplicht bij een vaste ligplaats. Lozing vanuit de woonboot op het oppervlaktewater is verboden.

Evenementen. Voor evenementen geldt de plicht om afvalwater op verantwoorde wijze in te zamelen. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator. In sommige gevallen kan er direct worden geloosd op putten, maar het kan ook zijn dat het afvalwater per as wordt afgevoerd naar de zuivering. Soms zie je innovaties zoals gescheiden inzameling van urine.

Boten. Een varende boot wordt niet gezien als woning en kan niet worden aangesloten op de riolering. Lozing van afvalwater op oppervlaktewater is echter wel verboden. De bestuurder van de boot moet erop toezien dat afvalwater wordt geloosd op een geschikte locatie. De gemeente ontvangt het afvalwater vanuit een haven net zoals een bedrijfsmatige lozing. De eigenaar/beheerder van een haven is verantwoordelijk voor een inzamelsysteem in de haven.

Gebouwen zonder afvalwater. Diverse gebouwen hebben in principe geen afvalwater, zoals trafohuisjes zonder drinkwater en garageboxen zonder drinkwater. Deze behoeven geen verplichte aansluiting op de riolering.

Terug naar 3.1 – Kernformulering van het afvalwaterbeleid - Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom.

46

Afvalwaterbeleid in het buitengebied Onderstaand het beleid voor afvalwater voor woningen en niet-woningen buiten de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is niet vanzelfsprekend riolering aanwezig. De gemeente bepaalt, veelal in overleg met waterschap en provincie, of in een gebied riolering wordt aangelegd of niet. Deze keuze is doorslaggevend voor de situatie van de lozer: • Als er riolering in de buurt is, dan valt de lozer onder een lozingsverbod. Zie de afstandscriteria hieronder. De lozer zal dan veelal kiezen voor aansluiting op de riolering onder voorwaarden die de gemeente daaraan stelt. Soms is afvoer per as of lozing in de mestkelder een alternatief. • Is er geen riolering in de buurt, dan is een individuele zuivering toegestaan, van waaruit het gezuiverde water wordt geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater. Ook hier kan afvoer per as of de mestkelder een alternatief zijn.

Terug naar 3.1 – Kernformulering van het afvalwaterbeleid - Afvalwaterbeleid in het buitengebied.

• Veranderende omstandigheden kunnen voor de gemeente aanleiding geven om extra riolering aan te leggen. Een gebied verandert dan van de status ‘zonder riolering’ naar ‘met riolering’. Aansluiten op de riolering wordt daarmee verplicht. Eventueel wordt een overgangstermijn in acht genomen om bestaande goed functionerende IBA’s eerst af te schrijven. • Riolering in het buitengebied betreft meestal drukriolering, een stelseltype waarmee grote afstanden kunnen worden overbrugd. Daarnaast zijn andere systemen mogelijk zoals vacuüm of lucht-pers. • Het lozen van hemelwater of grondwater of oppervlaktewater op de (druk) riolering is verboden omdat het systeem dan overbelast raakt. Dergelijke overbelasting treedt soms op bij de pompunit op de betreffende locatie, maar soms ook op andere plekken dan de lozingslocatie doordat pompen elkaar wegdrukken.

47

Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering: • Hoofdregel is dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben dat het water zonder nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is af te voeren. Deze bepaling uit het Bouwbesluit 2012 wordt overgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Regels voor de terreinriolering komen terug via artikel 22.12 van de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Met een algemene regel of met een maatwerkvoorschrift wordt bepaald op welke plaats, op welke hoogte en met welke afmeting moet worden aangesloten met de voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. • De gemeente brengt kosten in rekening voor een nieuwe aansluiting op de riolering. Bij de verschillende ontwikkelingen zijn de aansluitkosten in de exploitatie opgenomen. Bij nieuwe aansluitingen in bestaand gebied worden de werkelijke kosten doorberekend aan de aanvrager. De kosten voor de aanpassingen/aanleg op eigen terrein komen voor rekening van de eigenaar van het perceel.

Terug naar 3.1 – Kernformulering van het afvalwaterbeleid - Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering.

• Op Urk treden dikwijls problemen op met afgeknapte huisaansluitleidingen. Dit komt door ongelijkmatige zetting die wordt veroorzaakt door de grillige opbouw van de ondergrond op Urk. De gemeente hanteert het beleid dat bewoners hier niets aan kunnen doen en dat herstel van de vuilwateraaansluiting in zettingsgevoelig gebied wordt uitgevoerd door de gemeente, zonder dat rechtstreeks kosten in rekening gebracht worden bij de burger. • Voor lozingen groter dan 1 m3/dag, dus meer dan een normale huishoudelijke lozing, geldt dat de eventuele kosten die gemaakt worden om het stelsel geschikt te maken voor deze grotere lozing, in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Denk hierbij aan een grotere leiding, rioolgemaal met dubbele pompen en extra elektronica. Dit geldt zowel voor nieuwe lozingen als voor bestaande lozingen die worden uitgebreid.

48

Beleid voor afvalwater bij nieuwe aanleg in uitbreidingswijken In uitbreidingswijken wordt nieuwe riolering aangelegd. Dit gebeurt in overleg met het waterschap, in zijn rol als waterbeheerder en in zijn rol als zuiveringsbeheerder. De hoofdregel is dat de gemeente gaat over de stelselkeuze en zorgt voor de bekostiging van de riolering. Het afvalwater wordt door de gemeente getransporteerd naar een bestaand overnamepunt. Het waterschap is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen vanaf het overnamepunt. Bij grote uitbreidingsplannen kan een nieuw overnamepunt aan de orde zijn. Ook dan vormt het overnamepunt de grens tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en die van het waterschap.

Terug naar 3.1 – Kernformulering van het afvalwaterbeleid - Beleid voor nieuwe aanleg in uitbreidingswijken.

- Uitgangspunt is scheiding van afvalwater en regenwater. - Gemeente en Waterschap bepalen in samenhang met ontwikkelingen in uitbreidingsgebieden waar een overnamepunt komt te liggen van inzamelen naar transport. (Bestaand overnamepunt of nieuw overnamepunt). - Gemeente zorgt voor inzameling tot overnamepunt. - Waterschap zorgt voor transport vanaf overnamepunt, inclusief beheer en inrichting van overnamepunt. - Gemeente en Waterschap maken concrete afspraken over wijze waarop afvalwater kan worden verwerkt en welke partij uiteindelijk verantwoordelijk is voor het beheer.

49

Voor lozingen op de riolering geldt het volgende beleid: • Er geldt een zorgplichtbeginsel voor afvalwaterlozingen, zie artikel 2.1 Activiteitenbesluit: o Het voorkomen van het ontstaan van afvalwater. o Het gescheiden houden van verschillende soorten water. o Het voorkomen of beperken van bodemverontreiniging op het perceel. o Het voorkomen of beperken van oppervlaktewaterverontreiniging vanaf het perceel. o Het beschermen van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer, zoals de riolering en de zuivering. o Geen lozingen zoals olie en vet in het riool. Bij horeca, garages en andere lozers van olie- en vethoudend afvalwater is een olie- en vetafscheider verplicht. o Geen afvalwater lozen in het hemelwaterriool.

• Een uitzondering hierop is het gemengd stelsel. Hemelwater mag bij een gemengd rioolstelsel worden afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater. • Soms wordt hemelwater vanaf een risicovol oppervlak bewust afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater, ook al is er geen gemengd stelsel maar een gescheiden stelsel. Hiermee moet terughoudend worden omgegaan omdat anders het afvalwaterstelsel overbelast raakt en gaat functioneren als gemengd stelsel. • Het beleid is uitgewerkt in specifieke eisen aan lozingen op de riolering. Deze worden via de zogenaamde Bruidsschat opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan. • Voor de meeste lozingen op de riolering is de gemeente bevoegd gezag. De Omgevingsdienst voert taken uit in opdracht van de gemeente. Het waterschap heeft een adviserende rol. Voor lozingen op oppervlaktewater is het waterschap bevoegd gezag.

o Geen hemelwater in het afvalwaterriool.

Terug naar 3.1 – Kernformulering van het afvalwaterbeleid - beleid voor lozingen op de riolering

50

Beleid om discrepantie tegen te gaan Huishoudens en bedrijven worden door Waterschap Zuiderzeeland aangeslagen voor de zuiveringsheffing. Op de AWZI Tollebeek meet het waterschap een grotere hoeveelheid afvalwater en een grotere vuilvracht dan je mag verwachten op basis van de opgelegde aanslagen. Dit verschil wordt discrepantie genoemd. Het leidt tot een hogere heffing voor iedereen. Hierbij speelt het functioneren van de olie- en vetafscheiders een belangrijke rol. De gemeente ondersteunt het waterschap in het opsporen van de oorzaak van discrepantie en in de aanpak ervan. Het is opgenomen als afspraak in het afvalwaterakkoord. Het is van belang dat de gemeente, het waterschap en omgevingsdienst hierin gezamenlijk optrekken.

Terug naar 3.1 – Kernformulering van het afvalwaterbeleid - beleid om discrepantie tegen te gaan

51

Beleid tegen foutaansluitingen Bij gescheiden rioolstelsels liggen aparte buizen in de straat voor afvalwater en hemelwater. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de zuivering en het hemelwater wordt geloosd op oppervlaktewater. Bij dit stelseltype bestaat het risico op foutieve aansluitingen: • Als afvalwater wordt geloosd op het hemelwaterstelsel, dan vindt een ongezuiverde lozing plaats, herkenbaar aan stank en grijzig water bij het lozingspunt. • Als hemelwater wordt geloosd op het afvalwaterstelsel, dan raakt deze overbelast en treedt afvalwater uit bij een nood-overstort, op straat of in een gebouw. Bij het vermoeden van foutaansluitingen wordt de volgende werkwijze gehanteerd: • Eerst inschatten hoe groot de problematiek is, al of niet in overleg met de waterbeheerder en met de zuiveringsbeheerder. Vervolgstappen alleen zetten als een reëel probleem aanwezig is: • Onderzoeken welke opsporingstechniek in de gegeven omstandigheden het beste past. De afgelopen jaren zijn meerdere technieken op de markt gekomen om foutieve aansluitingen op te sporen.

Terug naar 3.1 – Kernformulering van het afvalwaterbeleid - beleid om foutaansluitingen tegen te gaan

• Communicatietraject ingaan waarbij men de eigenaren of bewoners eerst aanspreekt op de ongewenstheid van foutieve aansluitingen en daarbij laat merken dat de gemeente desnoods met juridische middelen kan ingrijpen. Veelal zullen mensen onbewust foutief lozen en meewerken aan opsporing en herstel. • Het feitelijke opsporingsonderzoek. Dit is vaak arbeidsintensief speurwerk. • Herstel van foutieve aansluitingen. Dit gebeurt in principe op kosten van de eigenaar. Soms voelt de gemeente zich betrokken bij het ontstaan van de foutieve aansluitingen. Zij kan er voor kiezen om het te bekostigen vanuit de rioolgelden en het te zien als verbeteringsmaatregel voor de bestaande riolering. • Als een eigenaar of gebruiker niet wil meewerken, dan kan het juridische traject worden bewandeld. Medewerking van de eigenaar en eventuele gebruiker van een pand is veelal vereist. Dit is juridisch afdwingbaar. Juridische aanpak is mogelijk: o via het bouwspoor vanwege een foutieve aansluiting, uitgaande van NEN3215 die is opgenomen in het Bouwbesluit 2012, afdeling 6.4. o via het milieuspoor vanwege een ontoelaatbare lozing, uitgaande van het Besluit lozing afvalwater huishoudens, die lozing of infiltratie van afvalwater verbiedt als een vuilwaterriool in de buurt is.

52

Artikel 3.5 Waterwet: 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuivering technisch werk.

Terug naar 3.2 – Beleid hemelwater 53

Thematische uitwerking met principes voor hemelwaterbeleid Schoonhouden.

Benutten.

Hemelwater is vrijwel schoon als het valt. De opgave is om dit zo te houden. Onderstaande keuzes dragen bij aan het schoonhouden van hemelwater.

Hemelwater is te benutten voor bijvoorbeeld tuinsproeien of toiletspoeling.

o Vermijd het gebruik van uitlogende materialen, zoals on-gecoate metalen. o Houdt hemelwater zoveel mogelijk bovengronds. Zichtbaarheid bevordert een zorgvuldige omgang met het water zonder ongewenste lozingen. o Vermijd activiteiten die afstromend hemelwater verontreinigen. Dergelijke activiteiten moeten plaatsvinden in afgesloten inrichtingen. o Zorg dat er geen afvalwater wordt geloosd op voorzieningen voor hemelwater. Foutieve aansluitingen van afvalwater komen helaas voor in de praktijk.

o Vanwege de lage prijs voor drinkwater in Nederland is het economisch nauwelijks interessant om hemelwater te benutten. o Mensen met oog voor duurzaamheid kunnen zelf kiezen om hemelwater te benutten en zodoende minder drinkwater te verbruiken. o In gebieden met een duurzaamheidsdoelstelling en/of in gebieden met beperkingen op het gebied van de drinkwatervoorziening kan de gemeente het benutten van hemelwater inzetten als instrument.

Vertragen. Zware buien leiden tot piekbelasting. Soms geeft dit problemen in de vorm van overbelasting van riolen of infiltratievoorzieningen, waardoor water op straat blijft staan. Of er ontstaat inundatie vanuit oppervlaktewater. Deze problemen treden minder op als de afstroming van hemelwater wordt vertraagd,iefst zo lokaal mogelijk. Anderzijds is inzet op vertraging niet nodig als het benedenstroomse systeem ruim is gedimensioneerd. o Groene of blauwe daken of berging op eigen perceel geven lokaal vertraging. o Op buurtniveau is vertraging te realiseren door bergingsgebieden, zoals wadi’s. o In het watersysteem is vertraging te realiseren door ruimte voor water.

Terug naar 3.2 – Uitwerking van het hemelwaterbeleid

Volgende 54

Thematische uitwerking met principes voor hemelwaterbeleid Infiltreren.

Direct lozen.

Infiltratie van hemelwater leidt tot aanvulling van het grondwater. Dit is nuttig in droge gebieden en draagt lokaal bij aan de watervoorziening van struiken en bomen. Bovendien kan het bijdrage leveren aan het lokaal bodemdaling afremmen. In gebieden met een kleine onverzadigde zone (o.a. als gevolg van kwel) is infiltreren lastiger. De geohydrologische omstandigheden zijn hierin bepalend.

Directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater klinkt vanzelfsprekend, mits het watersysteem de piekafvoer kan verwerken en de lozing niet verontreinigd is.

o Infiltratie is op particuliere schaal te bereiken met een laagte in de tuin of een ondiep kratje. Bij nieuwbouw kan het direct worden gerealiseerd. Bij bestaande bebouwing kan het worden toegevoegd om het afvoersysteem te ontlasten.

o Directe lozing is mogelijk vanaf daken en/of verharding, mits vlakbij het water en in overleg met de beheerder van het betreffende water.

Inzamelen. De gemeente kan hemelwater inzamelen via een systeem in de openbare ruimte om het verderop te lozen.

o Infiltratie is in de openbare ruimte te realiseren door bijvoorbeeld infiltrerende verharding, door afstroming naar lage groenstroken of door wadi’s.

Terug naar 3.2 – Uitwerking van het hemelwaterbeleid 55

Functie en problematiek van riooloverstorten Riolering is tegenwoordig in de eerste plaats bedoeld voor inzameling en transport van afvalwater. In de vorige eeuw was het gebruikelijk om hemelwater met dezelfde riolering in te zamelen als het afvalwater. Dit betreft het zogenoemde gemengde rioolstelsel. Het brengt in feite al het water waar je vanaf wilt naar de randen van stad of dorp. In de loop van de 20ste eeuw werden aan de stadsranden zuiveringen gebouwd omdat de kwaliteit van het oppervlaktewater door ongezuiverde lozing van afvalwater hard achteruitging De waterkwaliteit is daarna sterk verbeterd. Overigens is de sanering van bedrijfslozingen hierop ook van grote invloed geweest.. In de loop van de jaren werden alle steden en dorpen, en ook veel buitengebied, via riolering aangesloten op de zuiveringen. Het zuiveringsproces is gebaat bij een vrij constante aanvoer van afvalwater en niet bestand tegen de piek van al het hemelwater. Om die reden wordt naast het echte afvalwater slechts een beperkte hoeveelheid extra water vanuit de riolering naar de zuivering geleid. Dit wordt de pompovercapaciteit genoemd. De rest wordt tijdelijk opgeslagen in de

riolering. Dit wordt de berging genoemd. Bij zware buien of langdurige neerslag schiet deze bergingscapaciteit tekort en raakt het stelsel geheel gevuld. Om wateroverlast te voorkomen zijn in speciale putten overstorten aangebracht. Deze lozen dan verdund maar ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Bovendien komt dikwijls rioolslib mee door de hoge stroomsnelheden bij zware buien. Het resulteert tijdens en na de overstorting in stank en visuele overlast. Bij grote overstortingen kan sprake zijn van een verminderde waterkwaliteit. Soms leidt dit tot vissterfte, verarming van ecosystemen en verontreinigde baggerspecie. De riooloverstorten leiden in sommige gevallen dus tot problemen. De riooloverstorten kunnen echter niet worden gemist omdat het gemengde stelsel dan meerdere keren per jaar leidt tot water op straat, inclusief afvalwater. Riooloverstorten zijn dus noodzakelijk vanuit een historisch gegroeide situatie, maar vormen soms een probleem vanuit huidig perspectief. De gemeente Urk streeft ernaar om riooloverstorten zoveel mogelijk op groot ontvangend oppervlaktewater uit te laten komen.

Terug naar 3.2 – Uitwerking van het hemelwaterbeleid 56

Overzicht rioolstelselsel en bijzonder objecten

Overzicht van de overstorten op Urk

Legenda uitlaat drainage regenwateruitlaat schoon regenwateruitlaat uitlaat vuil- of gemengd water interne overstort externe overstort drukrioolgemaal Hoofdrioolgemaal nooduitlaat Duiker Gemengd Droogweerafvoer (vuil) Regenwater Schoon regenwater Grondwater Onbekend Drainage Mechanische Rioolleiding Rioolvoorziening BGT_Urk

Terug naar 3.2 – Uitwerking van het hemelwaterbeleid 57

Voor- en nadelen van afkoppelen hemelwater bij gemengde rioolstelsels Het afkoppelen van hemelwater bij bestaande gemengde rioolstelsels biedt de volgende voordelen: • Minder afvoer van hemelwater naar de zuivering, die daardoor beter of goedkoper werkt. • Minder vaak en minder heftig werken van de riooloverstorten, waardoor er verminderde kans is op waterkwaliteitsproblemen. • Verminderde kans op wateroverlast bij extreme buien. • Mogelijkheid tot gebruik van hemelwater in tuin en/of woning.

Deze medaille heeft ook een keerzijde: • Aanleg van een eventueel extra stelsel voor hemelwater is kostbaar, met name in bestaande gebieden. • Kans op foutieve aansluitingen. • Risico op ontluchtingsproblemen. • In sommige situaties risico op grondwateroverlast of schijnspiegels. • Bij het niet toepassen van een bodemfilter, bestaat het risico van afspoeling van kwik, PAK’s en GBM naar het oppervlaktewater.

• Kans op aanvulling van het grondwater. • Kans op integrale keuzes gericht op klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit.

De afweging van de voor- en nadelen kan per situatie verschillend uitpakken. Het is aan de gemeente om hierin naar maatwerk te zoeken. De nadelen spelen minder een rol als wordt gekozen voor afkoppelen van hemelwater op particuliere schaal, dus per kavel. Ook hier geldt dat de gemeente vaak het beste zicht heeft op de voor- en nadelen. Zowel gemeente als waterschap hebben baat bij afkoppelen en kunnen daarom het beste in samenwerking tot keuzes komen. Keuzes in specifieke projecten en keuzes om bijvoorbeeld particulieren te verleiden tot afkoppelen.

Terug naar 3.2 – Uitwerking van het hemelwaterbeleid 58

Beleid voor wateroverlast bij extreme buien Rioolstelsels zijn veelal ontworpen voor probleemloze afvoer van hemelwater tot een neerslagintensiteit van ongeveer 20 mm/uur. Dit is voldoende voor alle normale dagen en ook voor de meeste zware en/of langdurige neerslag. Af en toe, vooral bij zomerse donderbuien, komen hogere neerslagintensiteiten voor, tot wel 100 mm/uur. Het is erg kostbaar om rioolstelsels daarop te dimensioneren. Als zo’n bui (of hevige cel in een bui) slechts enkele minuten duurt, is er weinig aan de hand. Het wordt een probleem als deze langer aanhoudt. De verwachting is dat door klimaatverandering extreme buien vaker voorkomen. Het is geen wettelijke eis dat de gemeente het systeem zodanig ontwerpt dat zo’n bui probleemloos verwerkt kan worden, maar wel een opgave voor de inrichting van de openbare ruimte om overlast en schade te beperken. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen de impact van hemelwaterstelsels en gemengde stelsels.

Terug naar 3.2 – Uitwerking van het hemelwaterbeleid

Het belangrijkste kenmerk van dergelijke extreme buien is dat het water niet in de riolering past en dus op straat blijft staan en daar gaat stromen richting lage plekken. Op de lokaal laagste plekken komt alles bijeen en ontstaat overlast en soms ook schade. De nieuwe opgave wordt: • Het water overal vasthouden, liefst op elke kavel, zodat het nergens overlast veroorzaakt. • Het water gericht naar geschikte laaggelegen plekken geleiden. • Integratie van hemelwaterbeheer bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen. • Hemelwaterafvoer behandelen als bovengrondse aangelegenheid, met invloed op de inrichting van de particuliere kavel en de openbare ruimte. • Water en klimaatadaptatie beschouwen als leidende principes bij de ontwikkeling van gebieden.

Volgende 59

Beleid voor wateroverlast bij extreme buien Uitwerking van het beleid voor wateroverlast bij extreme buien De gemeente spreekt van ernstige regenwateroverlast wanneer één van onderstaande situaties optreedt: • Het water maakt het functioneren van vitale netwerken en objecten onmogelijk. • Het water stroomt via de straat gebouwen binnen. • Water blokkeert de doorgang in verkeersaders, doorgaande wegen en (fiets)tunnels. • Water levert langer dan vier uur hinder op voor het verkeer, inclusief fietsers of voetgangers. • Hemelwater (anders dan gewone plassen) blijft langer dan vier uur op straat staan.

Naast ernstige overlast kan er sprake zijn van hinderlijke wateroverlast. Voorbeelden hiervan zijn water tussen de trottoirbanden en ondergelopen plantsoenen, achterpaden of tuinen gedurende beperkte tijd. Ernstige hemelwateroverlast vraagt om actie van de gemeente; bij hinderlijke wateroverlast is geen actie vereist. De gemeente neemt de volgende uitgangspunten tot beleid, met de aantekening dat het meerdere jaren kan duren voordat bestaande knelpunten worden opgelost, vanwege de vaak hoge kosten die ermee gepaard gaan: • Bij riolering in bestaand bebouwd gebied wordt bui 8 (20mm in 1 uur tijd, met een piek van 110 l/s/ha), verhoogd met 13% vanwege klimaatverandering, via de riolering afgevoerd zonder water op straat.

• Water afkomstig uit het rioleringssysteem blijft langer dan vier uur in een tuin staan.

• Bij riolering of andere voorzieningen in nieuwe gebieden of na grootschalige vernieuwingen wordt bui 9 (33mm in 1 uur tijd, met een piek van 120 l/s/ ha), verhoogd met 13% vanwege klimaatverandering, verwerkt binnen de voorzieningen, dus zonder hinder.

• Het water op straat stinkt en/of bevat toiletpapier en andere visuele verontreinigingen.

• In alle bebouwde gebieden leidt de stresstest met een bui van 70mm in 1 uur tijd niet tot ernstige wateroverlast.

• Putdeksels komen omhoog en leveren gevaarlijke situaties op.

Terug naar 3.2 – Uitwerking van het hemelwaterbeleid 60

Artikel 3.6 Waterwet: 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater, en het afvoeren naar een zuivering technisch werk.

Terug naar 3.3 – Beleid grondwater 61

Beleid bij meldingen over vocht of grondwateroverlast: 1. Kelders en souterrains horen waterdicht te zijn, zodat ze geen last hebben van hogere grondwaterstanden. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 2. Kruipruimten horen ondiep te zijn. Een redelijke maat is 100 cm vanaf vloerpeil, dus vanaf de bovenzijde van de vloer van de begane grond. Diepe kruipruimten waarin grondwater voorkomt, kunnen beter worden opgevuld. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 3. Woningen horen voorzieningen te hebben waardoor vocht vanuit de fundering niet optrekt in de muren. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 4. Vochtoverlast in de woning wordt soms veroorzaakt door onbewust bewonersgedrag, zoals te weinig ventileren, geen afzuigkap gebruiken of de was drogen in huis. Dit is een verantwoordelijkheid van de bewoner. 5. Eigenaren of gebruikers van percelen kunnen zelf drainage aanleggen op eigen erf en de afvoer hiervan verplicht regelen met de gemeente. Afvoeren richting oppervlaktewater of aansluiten op de eigen hemelwaterafvoer binnen de erfgrens zijn mogelijkheden.

6. Bij bovengenoemde punten kan de gemeente voorlichtingsmateriaal verstrekken. 7. Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies is aan de orde als: o de overlast vrijwel jaarlijks voorkomt, gedurende minstens 4 aaneengesloten weken, en o de overlast blijvend van aard is, dus niet tijdelijk zoals bijvoorbeeld bij nieuwbouw, en o de overlast doorwerking heeft in de woonruimten, en o bouwkundige ingrepen onmogelijk of onredelijk kostbaar zijn. 8. In het geval van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies ligt het voor de hand dat de gemeente maatregelen in de openbare ruimte treft, zoals bijvoorbeeld de aanleg van drainage, en/of afvoer van aangeboden drainagewater mede mogelijk maakt.

Terug naar Uitwerking van het grondwaterbeleid 62

De maatwerkovereenkomst tussen gemeente Urk en Waterschap Zuiderzeeland

De inrichtingseisen voor oppervlaktewater

• In Flevoland is als voortvloeisel van het Nationaal bestuursakkoord Water het beheer en onderhoud van het stedelijk water in 2011 overgedragen aan het waterschap. De afspraken zijn vastgelegd in een maatwerkovereenkomst. De richtlijnen en taken voor Urk ten aanzien van het oppervlaktewater zijn hierin beschreven, inclusief een overzicht van de verschillende functies van het oppervlaktewater. Gedurende de looptijd van dit GWRP wordt deze overeenkomst aangevuld en geactualiseerd.

Bij het inrichten of het beheer van oppervlaktewater in stedelijk gebied gelden zo veel mogelijk onderstaande uitgangspunten:

• De gemeente heeft een wettelijke taak voor hemelwater, het waterschap voor beheer van het watersysteem, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tussen deze taken bestaat een overgangsgebied, waarin lokale keuzes moeten worden gemaakt. In het kader van de overdracht van het beheer en onderhoud van het stedelijke water van de gemeente naar het waterschap zijn in 2011 de afspraken vastgelegd over wie waar het beheer voert van het stedelijk watersysteem. • In de maatwerkovereenkomst zijn onder andere afspraken gemaakt over de verdeling en taken van het maaien en schouwen van watergangen en oevers. Waar in het verleden de watergangen vooral functioneel werden beheerd wordt de beleving bij het beheer van de watergangen steeds belangrijker. Mede daarom wordt de huidige maatwerkovereenkomst in de looptijd van dit GWRP geactualiseerd. Gemeente en waterschap nemen hierin nieuwe en aanvullende voorstellen (functiekaarten) op voor wat betreft het thema beleving (rietbegroeiing).

• De oevers worden ingericht conform de functiekaart, waarbij de nadruk ligt op een natuurvriendelijke inrichting in combinatie met waterbeleving. • Overstorten vanuit gemengde riolen lozen zo mogelijk op groot ontvangend oppervlaktewater. • Er wordt gewerkt met robuuste peilvakken. • Er wordt gestreefd naar verbetering van het de waterkwaliteit. Inname van gebiedsvreemd water, zoals bijvoorbeeld IJsselmeerwater, wordt zoveel mogelijk vermeden. • De capaciteit van het stedelijk water wordt zoveel mogelijk afgestemd op de afkoppelambitie van de gemeente. • Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de belevingswaarde van het water. Hethet recreatief medegebruik wordt gefaciliteerd. • De doelen van niet-KRW waterlichamen Urk worden nagestreefd.

Terug naar 3.4 – Beleid oppervlaktewater 63

Taken/onderdelen in het oppervlaktewater

Taken/onderdelen

Verantwoordelijke

De gemeente heeft een wettelijke taak voor hemelwater, het waterschap voor beheer van het watersysteem, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tussen deze taken bestaat een overgangsgebied, dat is opgenomen in de maatwerkovereenkomst. Hieronder in hoofdlijnen een overzicht:

Constructies ten behoeve van de ruimtelijke ordening met bijbehorende beeldkwaliteit

Gemeente

Waterbodem (slibdikte)

Waterschap

Taken/onderdelen

Verantwoordelijke

Duiker (functionaliteit/ doorstroomprofiel)

Waterschap

Natte bak

Waterschap

Duiker (technische staat)

Gemeente

Waterhuishoudkundig beheerde oever

Waterschap

Peilregulerend kunstwerk

Waterschap

Natuurvriendelijke oever

Waterschap

(stuwen en stuwputten)

Oever ten behoeve van de ruimtelijke ordening met bijbehorende beeldkwaliteit, bijvoorbeeld gazon, beplanting, zichthoeken, visplekken etc.

Gemeente

Zwerf- en drijfvuil

Gemeente

Kadavers (verwijderen)

Waterschap

Kadavers (ontvangen/vernietiging)

Gemeente

Gemengde oever: oever waar zowel delen voorkomen ten behoeve van de ruimtelijke ordening met bijbehorende beeldkwaliteit als delen metwaterhuishoudkundig beheer (bijvoorbeeld oevers met riethorsten, afgewisseld met intensief (gazon)beheer)

Waterschap en gemeente

Constructies voor oeverbescherming t.b.v. het waterhuishoudkundig belang

Waterschap

Terug naar 3.4 – Beleid oppervlaktewater 64

De Europese Kaderrichtlijn Water In de KRW (Kaderrichtlijn Water) is Europees vastgelegd dat uiterlijk in 2027 al het water in Europa schoon en gezond is. Dat is niet vrijblijvend: de KRW is Europese regelgeving die door alle lidstaten wettelijk is verankerd. De KRW is aangenomen in 2000 en kent drie uitvoeringsperioden: 2009-2015; 20162021 en 2022-2027. De KRW gaat over alle aspecten van waterkwaliteit: van chemie (vervuilende stoffen in het water) tot ecologie (goede omstandigheden voor een divers planten- en dierenleven). In hoofdzaak mag de waterkwaliteit niet achteruitgaan. Van het stedelijke oppervlaktewater van Urk behoren de Urkervaart en de Zuidermeertocht tot de KRW-waterlichamen. De overige waterlichamen van het stedelijke watersysteem vallen niet onder de KRW. Voor de kwaliteit van deze waterlichamen worden daarom aparte doelen benoemd.

Terug naar 3.4 – Beleid oppervlaktewater 65

Het areaal Type object:

Hoeveelheid:

Hoofdriolering voor afvalwater (DWA)

36 km

Hoofdriolering voor hemelwater (HWA)

56 km

Gemengde hoofdriolering voor afval- en hemelwater

43 km

IT Riolen

18 km

Inspectieputten

3672 stuks

Kolken

7700

Rioolgemalen

27

Persleidingen

14 km

Drainage

17 km

Wadi’s

2

Water-passerende verharding

25.000 m2

Bergbezinkbassins

3

Interne en externe overstorten, stuwputten, ventielen

24

Terug naar 4.1 - Het areaal 66

Huis- en bedrijfsaansluitingen

Kolken en lijngoten

Woningen en overige panden zijn meestal op de riolering aangesloten met aansluitleidingen. Via deze aansluitleidingen zamelt de gemeente het afvalwater in om het daarna door de riolering te transporteren. Elke aansluiting vormt in feite een beginpunt voor gebruikmaking van het openbare rioolstelsel.

Kolken en lijngoten vormen een essentieel element van de riolering. Op deze plekken kan straatwater in de riolering stromen. Ook dit zijn beginpunten van het openbare rioolstelsel.

Bij gescheiden stelsels is meestal sprake van twee aansluitingen, namelijk een voor afvalwater en een voor hemelwater. Als het hemelwater niet direct is aangesloten met een aansluitleiding, is er sprake van een indirecte aansluiting. Het stroomt dan niet weg via een aansluitleiding, maar stroomt bijvoorbeeld bovengronds af naar de openbare ruimte. Het eigendom van de aansluitleiding(en) ligt op Urk in de meeste gevallen bij de perceeleigenaar, vanaf de woning tot aan het hoofdriool van de gemeente.

Meestromend straatvuil bezinkt grotendeels in de bak van de kolk of de lijngoot. Deze moeten regelmatig worden leeggezogen. Op Urk gebeurt dat eenmaal per jaar, en tweemaal per jaar op vervuilinggevoelige lokaties.. De gemeente besteedt het kolken zuigen en goten reinigen uit aan marktpartijen, die ook zorg dragen voor afvoer en verwerking van het slib, inclusief mogelijk hergebruik. Moeilijk bereikbare kolken worden handmatig door het wijkbeheer leeggezogen. Kolken en goten moeten niet alleen worden onderhouden, soms zijn ook reparaties nodig. Tijdens het reinigen van de kolken worden eventuele gebreken aan de kolken en goten geregistreerd en (jaarlijks) verholpen. Ook de aansluitleidingen van kolken en goten kunnen verstopt raken. Deze verstoppingen herstelt de gemeente zelf.

Terug naar 4.1 - Het areaal 67

Vrij-verval riolen

Gemalen en persleidingen

Vrij-verval riolen vormen het meest omvangrijke, het meest kostbare en het meest bekende onderdeel van gemeentelijke rioleringsvoorzieningen.

Rioolgemalen vormen een essentieel onderdeel van de riolering. Het ingezamelde afvalwater loopt via de riolen, die onder afschot liggen, vanzelf (onder vrij verval) naar het laagste punt. De rioolgemalen pompen het water vanuit de diepste punten van het rioolstelsel omhoog naar een volgend rioleringsgebied of naar de zuivering. Aan de drukzijde van het (eind)gemaal bevindt zich een persleiding, soms kilometers lang.

Riolen raken in de loop der jaren vervuild en kunnen zonder onderhoud zelfs dichtslibben. Dit speelt in Nederland sterk door het geringe afschot van onze riolen en soms door zonken ten gevolge van verzakking bij slappe bodems. Riolen moeten daarom regelmatig worden gereinigd. De frequentie van het reinigen en inspecteren staat beschreven in het beheerplan riolering. De gemeente besteedt het reinigen uit aan marktpartijen, die ook zorg dragen voor afvoer en verwerking (van het slib, inclusief mogelijk hergebruik. Riolering moet met enige regelmaat worden geïnspecteerd om de toestand vast te stellen, inclusief de mate van degradatie. De gemeente besteedt de inspecties uit aan gespecialiseerde marktpartijen. Riolen verouderen in de loop der jaren. Het is vooraf nauwelijks te voorspellen hoelang een riool zal functioneren. Dit is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de buis, de zorgvuldigheid van de aanleg, de toestand van de ondergrond (ongelijkmatige zetting/bodemdaling), eventuele wortelingroei en de aard van het geloosde afvalwater. Daarnaast is van grote invloed of er op het riool wordt geloosd vanuit een persleiding met lange verblijftijden en de daaruit voortvloeiende H2S-vorming (zwavelwaterstof) die leidt tot stank en aantasting nabij het injectiepunt.

Uitval van rioolgemalen door een defect of door stroomstoring kan ertoe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na enkele uren ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu. Gemalen moeten daarom voortdurend in goede staat verkeren en de beheerder hoort te waken voor calamiteiten. Gemeente Urk onderhoudt de rioolgemalen met een eigen ploeg. Complexe werkzaamheden worden uitbesteed aan gespecialiseerde marktpartijen. De gemalen zijn opgenomen in het beheersysteem van de gemeente. Verder zijn ze voorzien van telemetrie, zodat een deel van het beheer 24 uur per dag op afstand wordt uitgevoerd. Naast zogenaamd dagelijks onderhoud hebben de gemalen periodiek groot onderhoud nodig, waarbij de pompen en elektrische aansturing worden gerenoveerd of vervangen. Naast de gemeente beheert het waterschap ook rioolgemalen. Deze eindgemalen voeren het stedelijk afvalwater vanaf de kernen naar de AWZI.

Terug naar 4.1 - Het areaal 68

Riolering buitengebied

Drainage

De drukriolering in het buitengebied vormt een systeem op zichzelf. Langs de weg bij de woningen staan pompunits die het afvalwater onder druk over grote afstanden verpompen. Drukriolering is alleen bedoeld voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, niet voor mest, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.

Drainage is bedoeld om de grondwaterstand te reguleren. In diepe polders, in laaggelegen beekdalen, op sommige sportvelden en speelterreinen en op slecht doorlatende grond is dit een essentiële voorziening. De gemeente zorgt voor het doorspuiten van drainage in openbaar gebied om verstopping te voorkomen.

De pompputten worden periodiek gereinigd en geïnspecteerd door het wijkbeheer. De frequentie is beschreven in het beheerplan riolering. Als een gemaal in storing valt, wordt dat door telemetrie zichtbaar of ter plekke door een rode lamp op het gemaal. Meestal zijn het bewoners die dit melden, omdat ze hun afvalwater niet kwijt kunnen. Een storingsmelding leidt tot directe actie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=2ca6f9cd-3f12-4dfa-bfe1-8614c54a7e51