Bijlage A - Planregels herziening Zeeheldenwijk
Tekst van het document
b.
dempen van oppervlaktewater;
c.
aanbrengen terreinverharding;
d.
aanleggen van wegen.
6.5.2 Uitzonderingen Het in 6.5.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a.
het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
b.
op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning.
6.5.3 Toelaatbaarheid a. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder 6.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien: 1. door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogd te beschermen. b. Bij de afweging als bedoeld in artikel 6.5.3 sub a wordt in ieder geval betrokken: 1. de bestemmingsomschrijving van de ter plaatse geldende bestemming, 2. de voorwaarden die eventueel gesteld worden om afbreuk tegemoet te komen.
31
Artikel 7 Verkeer 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
ontsluitingswegen gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer;
b.
bruggen voor langzaam verkeer;
c.
ter plaatse van de aanduiding 'brug', tevens een brug voor gemotoriseerd verkeer;
d.
ter plaatse van de aanduiding 'ecologie' voor het realiseren van natuurcompensatie, waarbij het bepaalde in lid 22.3 van toepassing is;
met daarbij horende: d.
in- en uitvoegstroken;
e.
voet- en fietspaden;
f.
parkeervoorzieningen;
g.
kunstwerken;
h.
groenvoorzieningen, bermen en taluds;
i.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
j.
nutsvoorzieningen, waaronder voorzieningen ten behoeve van het koude- warmtenet;
k.
straatmeubilair.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij:
a.
voldaan dient te worden aan het Stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk en onderhavige themakaarten, zoals deze op het moment van de indiening van de aanvraag gelden, waarbij eveneens wordt voldaan aan de bouwregels als opgenomen in lid 7.2;
b.
bruggen voor langzaam verkeer mogen worden gebouwd, mits de doorvaarthoogte en -breedte hiervan met de desbetreffende vaar- of waterweg beheerder zijn afgestemd;
c.
ter plaatse van de aanduiding 'brug', een brug mag worden gebouwd met: 1.
een bouwhoogte van maximaal 16 meter;
2.
een doorvaarthoogte van minimaal 2,5 meter;
3.
een doorvaartbreedte van minimaal 8,8 meter;
4.
een bouwhoogte voor slagbomen van maximaal 6 meter;
5.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 6 meter mag bedragen;
d.
de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 10 meter mag bedragen;
e.
de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 5 meter mag bedragen.
32
7.2.2 Nutsvoorzieningen a.
de oppervlakte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 15m2;
a.
in afwijking van het bepaalde in artikel 7.2.1 onder e mag de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen niet meer dan 3 meter bedragen.
7.2.3 Criteria voor bouwen, uitbreiden en wijzigen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan:
a.
het niet onevenredig schaden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden;
b.
het bepaalde in artikel 22.2 ten aanzien van het parkeren.
7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de situering en maatvoering van de in lid 7.2 genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor: a.
de verkeersveiligheid;
b.
de sociale veiligheid;
c.
duurzaamheid;
d.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Strijdig gebruik Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met de bestemmingsomschrijving waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik in strijd met het bepaalde in artikel 22.2 ten aanzien van het parkeren.
7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in lid 7.1 genoemde gronden de volgende andere werken uit te voeren:
a.
aanleg watergangen en waterpartijen;
b.
dempen van oppervlaktewater;
c.
aanbrengen terreinverharding;
d.
aanleggen van wegen.
33
7.5.2 Uitzonderingen Het in lid 7.5.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:
a.
het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
b.
op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning.
7.5.3 Toelaatbaarheid a. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder 7.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien: 1. door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogd te beschermen. b. Bij de afweging als bedoeld in artikel 7.5.3 sub a wordt in ieder geval betrokken: 1. de bestemmingsomschrijving van de ter plaatse geldende bestemming, 2. de voorwaarden die eventueel gesteld worden om afbreuk tegemoet te komen.
34
Artikel 8 Verkeer – Verblijfsgebied 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
woonerven;
b.
woonstraten;
c.
parkeervoorzieningen;
met daarbij horende: d.
voet- en fietspaden;
e.
speelplaatsen en buurtgroen;
f.
kunstwerken;
g.
water;
h.
nutsvoorzieningen, waaronder voorzieningen ten behoeve van het koude- warmtenet;
i.
straatmeubilair
8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij geldt dat:
a.
voldaan dient te worden aan het Stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk en onderhavige themakaarten, waarbij eveneens wordt voldaan aan de bouwregels als opgenomen in lid 8.2;
b.
de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 6 meter mag bedragen;
c.
de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 5 meter mag bedragen;
8.2.2 Nutsvoorzieningen
a.
de oppervlakte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m2;
b.
in afwijking van het bepaalde in artikel 8.2.1 lid c mag de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen niet meer dan 3 meter bedragen.
8.2.3 Criteria bouwen, uitbreiden en wijzigen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan: a.
het niet onevenredig schaden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden;
b.
de ruimtelijke kwaliteit, zoals vastgelegd in het Stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk, onderhavige themakaarten, en het Beeldkwaliteitsplan Nieuwe Dorp Veld 1 t/m 6, zoals deze op het moment van de indiening van de aanvraag gelden;
35
c.
het bepaalde in artikel 22.2 ten aanzien van het parkeren.
8.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de situering en maatvoering van de in lid 8.2 genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor:
a.
de verkeersveiligheid;
b.
de sociale veiligheid;
c.
de duurzaamheid;
d.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
8.4 Specifieke gebruiksregels Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik in strijd met het bepaalde in artikel 22.2 ten aanzien van het parkeren.
8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in lid 8.1 genoemde gronden de volgende andere werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
a.
aanleg watergangen en waterpartijen;
b.
dempen van oppervlaktewater;
c.
aanbrengen terreinverharding;
d.
aanleggen van wegen en woonstraten.
8.5.2 Uitzonderingen Het in 8.5.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die: a.
het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
b.
op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning.
8.5.3 Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld onder 8.5.1 onder a zijn slechts toelaatbaar indien:
a.
voldaan wordt aan het gestelde in 22.2
b.
bij de beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt de beleidsregels betrokken zoals die op het moment van de indiening van aanvraag gelden.
36
Artikel 9 Water 9.1 Bestemmingsomschrjiving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
watergangen, waterpartijen, oevers en taluds;
b.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
c.
instandhouding en ontwikkeling van daar voorkomende natuur- en landschapswaarden;
d.
ter plaatse van de aanduiding 'ecologie' voor het realiseren en in stand houden van natuurcompensatie, waarbij het bepaalde in artikel 22.3 van toepassing is;
e.
kunstwerken.
9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen Op de in lid 9.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij geldt dat: a.
voldaan dient te worden aan het zoals deze op het moment van de indiening van de vraag geldt, waarbij eveneens wordt voldaan aan de bouwregels als opgenomen in lid 9.2;
b.
bruggen voor langzaam verkeer mogen worden gebouwd, mits de doorvaarthoogte en -breedte hiervan met de desbetreffende vaar- of waterweg beheerder zijn afgestemd;
c.
de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 6 meter mag bedragen;
d.
de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 5 meter mag bedragen.
9.2.2 Nutsvoorzieningen
a.
de oppervlakte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 15 m2;
b.
in afwijking van het bepaalde in artikel 9.2.1 lid d mag de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen niet meer dan 3 meter bedragen.
9.2.3 Criteria voor bouwen, uitbreiden en wijzigen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan:
a.
het niet onevenredig schaden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden;
b.
het bepaalde in artikel 22.2 ten aanzien van het parkeren.
9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de situering en maatvoering, van de in 9.2 genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor: a.
de (water)verkeersveiligheid;
37
b.
ter bescherming van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden van het omringende gebied;
c.
de landschappelijke inpassing;
d.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
e.
de milieusituatie;
f.
de duurzaamheid;
g.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
h.
de sociale veiligheid.
9.4 Specifieke gebruiksregels 9.4.1 Strijdig gebruik Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met de bestemmingsomschrijving waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik:
a.
van de watergang ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats uitgesloten', is het afmeren en/of doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever niet toegestaan.
b.
van de Urkervaart, ten behoeve van het afmeren en/of het doen of laten liggen van een vaartuig. Aanleggen dient te gebeuren bij de daarvoor ingerichte aanlegplaatsen.
c.
in strijd met het bepaalde in artikel 22.2 ten aanzien van het parkeren.
9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in lid 9.1 genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
a.
het vergraven en egaliseren van gronden;
b.
het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verbreden en dempen van bestaande waterlopen en kolken;
c.
het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur;
d.
het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids-)wallen;
e.
werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tengevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten;
f.
dempen van oppervlaktewater;
g.
ter plaatse van de aanduiding 'ecologie': het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, terrassen en parkeervoorzieningen.
9.5.2 Uitzonderingen Het in 9.5.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a.
het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
38
b.
op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning.
9.5.3 Toelaatbaarheid a. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder 9.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien: 1. door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogd te beschermen. b. Bij de afweging als bedoeld in artikel 9.5.3 sub a wordt in ieder geval betrokken: 1. de bestemmingsomschrijving van de ter plaatse geldende bestemming, 2. de voorwaarden die eventueel gesteld worden om afbreuk tegemoet te komen.
39
Artikel 10 Wonen – Akkers 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Akkers' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
wonen;
b.
maatschappelijke voorzieningen
c.
aan huis verbonden beroep of bedrijf, mits wordt voldaan aan de beleidsregel beroep en bedrijf aan huis;
met daarbij horend(e): d.
bouwwerken;
e.
tuinen;
f.
verhardingen;
g.
woonerven;
h.
woonstraten;
i.
toegangswegen;
j.
parkeervoorzieningen;
k.
voet- en fietspaden;
l.
groenvoorzieningen, waarbij geldt dat het percentage openbare groenvoorzieningen en water gezamenlijk minimaal 10% van de oppervlakte binnen de bestemming Wonen - Akkers dient te bedragen;
m. kunstwerken; n.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
o.
nutsvoorzieningen, waaronder voorzieningen ten behoeve van het koude- warmtenet;
alsmede voor: p.
beheer en onderhoud van gronden gelegen binnen aangrenzende bestemmingen.
10.2 Bouwregels 10.2.1 Algemeen
a.
Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten dienste van de bestemming, waarbij geldt dat voldaan dient te worden aan het Beeldkwaliteitsplan De Akkers en het Stedenbouwkundig plan de Akkers zoals deze op het moment van indienen van e aanvraag gelden, waarbij eveneens wordt voldaan aan de bouwregels als opgenomen in lid 10.2.
b.
Voor de in lid 10.1 bedoelde gronden geldt dat verhardingen zoals bedoeld in 10.1 onder f zijn toegestaan, waarbij geldt dat in het geval van een bouwperceel: 1.
maximaal 80% van de onbebouwde oppervlakte mag worden verhard;
40
2.
het percentage onder 1 mag worden overschreden mits: - de overschrijding in oppervlakte volledig wordt gecompenseerd door een waterbergend dak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel;
10.2.2 Woningen Algemeen Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij geldt dat:
a.
woningen binnen het bouwvlak worden gebouwd;
b.
er grondgebonden en gestapelde woningen gebouwd mogen worden;
c.
het aantal woningen binnen de bestemming niet meer mag bedragen dan 240 met dien verstande dat het totale aantal woningen in het plangebied niet meer mag bedragen dan 1.650.
Maatvoering d.
voldaan dient te worden aan onderstaande maatvoering: Maatvoering Bouwdiepte van een hoofdgebouw
Goothoogte
Bouwhoogte
Afstand voorgevel van het hoofdgebouw tot voorste perceelsgrens
Vrijstaande woningen
≤ 15 meter
≤ 7 meter
≤ 11 meter
≤ 6 meter en ≥ 2 meter
Twee-onderéénkapwoningen
≤ 13 meter
≤ 7 meter
≤ 11 meter
≤ 6 meter en ≥ 2 meter
≥ 2 meter
Hofwoningen
≤ 11 meter
≤ 4,5 meter
≤ 9 meter
≥ 2 meter
≤ 1.5 meter
Patiowoningen
≤ 18 meter
≤ 4,5 meter
≤ 9 meter
≥ 2 meter
≤ 1.5 meter
Herenhuizen
≤ 13 meter
≤ 9 meter
≤ 12,5 meter
≥ 2 meter
X
Woonhofappartementen
≤ 15 meter
≤ 9 meter
≤ 12,5 meter
≥ 2 meter
X
Kopappartementen
X
≤ 12 meter
≤ 16 meter
≥ 2 meter
X
Rijwoning / Overig
≤ 11 meter
≤ 7 meter
≤ 11 meter
≥ 2 meter
≤ 1.5 meter
Type woning
De afstand van de zijgevels van het hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens, aan de niet aangebouwde zijde: ≥ 2 meter
≤ Kleiner of gelijk aan ≥ Groter of gelijk aan X Geen eis
10.2.3 Bijbehorende bouwwerken Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij geldt dat: a.
voldaan dient te worden aan de gestelde in het Beeldkwaliteitsplan de Akkers zoals deze geldt ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning;
41
b.
bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak moeten worden gebouwd;
c.
bijbehorende bouwwerken ten minste 3 meter achter de voorgevel van de woning, dan wel achter het verlengde daarvan, worden gebouwd;
d.
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een woning niet meer dan 100 m 2 mag bedragen, met dien verstande dat: 1.
het bebouwingspercentage van het bouwperceel, na aftrek van de oppervlakte van het hoofdgebouw, niet meer dan 50% bedraagt;
2.
de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 30 m2 bedraagt
e.
bij de toepassing van een kap(-vorm); 1.
de goothoogte en de bouwhoogte voor vrijstaande bouwwerken niet meer dan respectievelijk 3,5 meter en 5 meter bedraagt;
2.
de bouwhoogte voor aangebouwde bouwwerken niet meer dan 6 meter bedraagt;
3.
de dakhelling van het bijbehorend bouwwerk overeenkomt met de dakhelling van het hoofdgebouw;
f.
bij de toepassing van een plat dak de bouwhoogte niet meer dan 3,5 meter bedraagt;
g.
de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens niet minder dan 1 meter bedraagt, tenzij in de zijdelingse bouwperceelsgrens wordt gebouwd;
10.2.4 Nutsgebouwen
a.
nutsgebouwen mogen binnen de gehele bestemming gebouwd worden mits deze de verkeersveiligheid niet in het geding brengen en deze geïntegreerd worden in andere bouwwerken of binnen bouwvelden zoals gedefinieerd in het Beeldkwaliteitsplan de Akkers;
b.
de oppervlakte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 15m² bedragen.
c.
de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen.
10.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij geldt dat:
a.
de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 6 meter mag bedragen;
b.
ten aanzien van erf- en terreinafscheidingen de volgende regels gelden: 1.
voor de voorgevel tot 1 meter achter de voorgevel mag de bouwhoogte niet meer dan 1 meter bedragen;
2.
de bouwhoogte mag, 1 meter achter de voorgevel of in het verlengde hiervan, niet meer dan 2 meter bedragen.
c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen;
d.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de opwek van kleinschalige windenergie, alleen mogen worden geplaatst mits deze voldoen aan de Beleidsregel Kleinschalige Windenergie Urk;
e.
de bouwhoogte ten behoeve van installaties met maximaal 2 meter mag worden overschreden, in afwijking met het gestelde onder artikel 2.3, mits:
42
1. deze op minimaal 3 meter van de dakrand zijn gesitueerd of dermate zijn geïntegreerd in de bouwstijl van het gebouw dat deze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte;; 2. niet zorgen voor een overschrijding van de geluidwaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen van 45 LAr,LT dB overdag en 40 dB(A) LAr,LT nacht.
10.2.6 Aanvaardbaar woon- en leefklimaat
a.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen ten behoeve van milieugevoelige functies die niet reeds positief zijn bestemd wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gesteld in de beleidsregels 'Aanvaardbaar woon- en leefklimaat’, zoals deze op het moment van indiening van de aanvraag gelden.
10.2.7 Criteria voor bouwen, uitbreiden en wijzigen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan:
a.
het niet onevenredig schaden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden;
b.
de ruimtelijke kwaliteit, zoals vastgelegd het Beeldkwaliteitsplan De Akkers zoals deze op het moment van de indiening van de aanvraag geldt;
c.
het bepaalde in artikel 22.2 ten aanzien van het parkeren.
10.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en/of afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:
a.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
b.
de verkeersveiligheid;
c.
de milieusituatie;
d.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
e.
de sociale veiligheid;
f.
de duurzaamheid;
g.
externe veiligheid.
10.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in: a.
Lid 10.2.1. onder a afwijken van het Beeldkwaliteitsplan Akkers indien: 1.
op advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit de hardheidsclausule kan worden toegepast.
2.
het college besluit dat sprake is van een bijzondere omstandigheid waardoor andere belangen zwaarder wegen dan het welstandsbelang.
43
10.5 Specifieke gebruiksregels 10.5.1. Strijdig gebruik Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik: 1. ten behoeve van een kantoorfunctie, met uitzondering van beroepen of bedrijven aan huis waarvoor de criteria gelden zoals deze zijn opgenomen in de beleidsregel ‘aan huis verbonden beroep of bedrijf’ zoals deze op het moment van de indiening van de aanvraag geldt; 2. in strijd met het bepaalde in artikel 22.2 ten aanzien van het parkeren.
10.5.2. Voorwaardelijke verplichting instandhouding erfafscheidingen De in lid 10.1 genoemde functies zijn slechts toelaatbaar, indien ter plaatse van de in het Stedenbouwkundig plan Akkers opgenomen ‘erfafscheidingen’ een erfafscheiding wordt gerealiseerd en deze duurzaam in stand wordt gehouden.
10.5.3. Voorwaardelijke verplichting instandhouding verhardingspercentage en/of waterbergend dak De in lid 10.1 genoemde functies zijn slechts toelaatbaar, indien in het geval van een bouwperceel:
1.
maximaal 80% van de onbebouwde oppervlakte is verhard;
2.
het percentage onder 1 overschreden is mits: - de overschrijding in oppervlakte volledig is gecompenseerd door een waterbergend dak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel;
10.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in lid 10.1 genoemde gronden de volgende andere werken uit te voeren: 1. aanleg watergangen en waterpartijen 2. dempen van oppervlaktewater;
10.6.2 Uitzonderingen Het in 10.6.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: 1.het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; 2.op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning.
10.6.3 Toelaatbaarheid a. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder 10.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien:
44
1. door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogd te beschermen. b. Bij de afweging als bedoeld in artikel 10.6.3 sub a wordt in ieder geval betrokken: 1. de bestemmingsomschrijving van de ter plaatse geldende bestemming, 2. de voorwaarden die eventueel gesteld worden om afbreuk tegemoet te komen.
10.7 Wijzigingsbevoegdheid 10.7.1 Wijzigingsbevoegdheid aantal woningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening de bestemming van de gronden Wonen Akkers te wijzigen en meer dan 240 woningen toe te staan, mits:
a.
het totaal aantal woningen binnen het plangebied niet meer bedraagt dan 1650;
b.
er als gevolg van een hoger aantal woningen geen belemmeringen optreden voor:
1. de verkeersafwikkeling; 2. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid; 4. de milieusituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 6. de sociale veiligheid; 7. de duurzaamheid; 8. externe veiligheid; 9. ecologie; 10. de parkeervoorzieningen.
45
Artikel 11 Wonen - Nieuwe Dorp 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Nieuwe Dorp' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wonen
met daarbij horende: b.
aan huis verbonden beroep of bedrijf;
c.
bouwwerken;
d.
tuinen;
e.
verhardingen;
f.
woonstraten;
g.
parkeervoorzieningen;
h.
voet- en fietspaden;
i.
groenvoorzieningen;
j.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
k.
nutsvoorzieningen, waaronder voorzieningen ten behoeve van het koude- warmtenet.
11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen
a.
Op de in 11.1 bedoelde gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten dienste van de bestemming, waarbij geldt dat voldaan dient te worden aan het Beeldkwaliteitsplan Het Nieuwe Dorp (veld 1 t/m 6), het Stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk en onderhavige Themakaart Maatvoering Het Nieuwe Dorp zoals deze op het moment van de indiening van de aanvraag geldt, waarbij eveneens wordt voldaan aan de bouwregels als opgenomen in 11.2.
b.
Voor de in lid 11.1 bedoelde gronden geldt dat verhardingen zoals bedoeld in 11.1 onder e zijn toegestaan, waarbij geldt dat in het geval van een bouwperceel waar een maximum bebouwingspercentage op van toepassing is: 1.
maximaal 80% van de onbebouwde oppervlakte van het bouwperceel mag worden verhard;
2.
het percentage onder 1 mag worden overschreden mits: - de overschrijding in oppervlakte volledig wordt gecompenseerd door een waterbergend dak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel;
11.2.2 Woningen Algemeen Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij geldt dat:
a.
woningen binnen het bouwvlak worden gebouwd;
46
b.
er vrijstaande, twee-aaneengebouwde, aaneengebouwde en gestapelde woningen gebouwd mogen worden;
c.
het aantal woningen binnen de bestemming niet meer mag bedragen dan 322 met dien verstande dat het totale aantal woningen in het plangebied niet meer mag bedragen dan 1.650;
Maatvoering
d.
e.
de bouwdiepte van een hoofdgebouw mag bij: 1.
vrijstaande woningen niet meer dan 15 meter bedragen;
2.
twee-aaneengebouwde woningen niet meer dan 13 meter bedragen;
3.
aaneengebouwde woningen niet meer dan 11 meter bedragen;
4.
gestapelde woningen niet meer dan 15 meter bedragen;
de goothoogte van: 1.
aaneengebouwde, twee-aaneen gebouwde en vrijstaande woningen mag niet meer dan 7 meter bedragen;
2. f.
gestapelde woningen mag niet meer dan 11 meter bedragen;
de bouwhoogte van: 1.
aaneengebouwde, twee-aaneen gebouwde en vrijstaande woningen mag niet meer dan 11 meter bedragen;
2. g.
gestapelde woningen mag niet meer dan 11 meter bedragen;
in afwijking van het bepaalde in lid e en f mogen de goothoogte en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)' niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding;
h.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' in de Themakaart Maatvoering dient een hoogte-accent te worden gerealiseerd, waarbij de bouwhoogte ten minste 0,5 meter hoger moet zijn dan de bouwhoogte van aangrenzende woningen buiten die aanduiding;
i.
de afstand van de voorgevels van het hoofdgebouw tot de voorste perceelgrens bij: 1.
vrijstaande woningen en twee-aaneen gebouwde woningen mag niet meer dan 6 meter en niet minder dan 3 meter bedragen;
2.
aaneengebouwde woningen mag niet meer dan 5 meter en niet minder dan 1 meter bedragen;
3.
bij de situering van de onder 1 en 2 onderscheiden voorgevels geldt dat:
▪
niet meer dan twee aansluitende woningen in dezelfde gevellijn gebouwd mogen worden, waarbij het verschil in voorgevels tussen deze twee woningen en de andere woningen tenminste 0,1 meter bedraagt en;
▪
vanaf 5 of meer aaneengebouwde woningen niet meer dan 3 aaneensluitende woningen in dezelfde voorgevellijn gebouwd mogen worden;
j.
de afstand van de zijgevels van het hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens mag, aan de niet aangebouwde zijde, niet minder dan 2 meter bedragen.
11.2.3 Bijbehorende bouwwerken Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij geldt dat:
47
a.
bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak moeten worden gebouwd;
b.
bijbehorende bouwwerken ten minste 1 meter achter de voorgevel van de woning, dan wel achter het verlengde daarvan, zullen worden gebouwd;
c.
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een woning niet meer dan 100 m 2 mag bedragen, met dien verstande dat: 1.
het bebouwingspercentage van het bouwperceel, na aftrek van de oppervlakte van het hoofdgebouw, niet meer dan 50% bedraagt;
2.
de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 30 m2 bedraagt
d.
bij de toepassing van een kap(-vorm); 1.
de goothoogte en de bouwhoogte voor vrijstaande bouwwerken niet meer dan respectievelijk 3,5 meter en 5 meter bedraagt;
2.
de bouwhoogte voor aangebouwde bouwwerken niet meer dan 6 meter bedraagt;
3.
de dakhelling van het bijbehorend bouwwerk overeenkomt met de dakhelling van het hoofdgebouw;
e.
bij de toepassing van een plat dak de bouwhoogte niet meer dan 3,5 meter bedraagt;
f.
de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens niet minder dan 1 meter bedraagt, tenzij in de zijdelingse bouwperceelsgrens wordt gebouwd;
g.
aan de voorzijde van de woning een erker mag worden gebouwd, met dien verstande dat deze: 1.
geen grotere bouwdiepte mag hebben dan 1 meter;
2.
geen grotere goothoogte mag hebben dan 3 meter;
3.
geen grotere breedte mag hebben dan 75% van de breedte van de gevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw waartoe hij behoort;
4.
toegepast bij aaneengebouwde woningen niet tot gevolg mag hebben dat de afstand van de woning tot de aan de weg/woonstraat gelegen bouwperceelsgrens minder dan 3 meter bedraagt.
11.2.4 Nutsgebouwen
a.
nutsgebouwen mogen binnen de gehele bestemming gebouwd worden mits deze de verkeersveiligheid niet in het geding brengen;
b.
de oppervlakte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 15m² bedragen.
c.
In afwijking van het gestelde onder 11.2.2. b, mag de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen niet meer dan 3 meter bedragen.
11.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarbij geldt dat:
a.
de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 6 meter mag bedragen;
b.
ten aanzien van erf- en terreinafscheidingen de volgende regels gelden:
48
1.
voor de voorgevel tot 1 meter achter de voorgevel mag de bouwhoogte niet meer dan 1 meter bedragen;
2.
de bouwhoogte mag, 1 meter achter de voorgevel of in het verlengde hiervan, niet meer dan 2 meter bedragen.
c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen;
d.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de opwek van kleinschalige windenergie, alleen mogen worden geplaatst mits deze voldoen aan de Beleidsregel Kleinschalige Windenergie Urk;
e.
de bouwhoogte ten behoeve van installaties met maximaal 2 meter mag worden overschreden, in afwijking met het gestelde onder artikel 2.3, mits: 1. deze op minimaal 3 meter van de dakrand zijn gesitueerd; 2. niet zorgen voor een overschrijding van de geluidwaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen van 45 LAr,LT dB overdag en 40 dB(A) LAr,LT nacht.
11.2.6 Aanvaardbaar woon- en leefklimaat
a.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen ten behoeve van milieugevoelige functies die niet reeds positief zijn bestemd wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gesteld in de beleidsregels 'Aanvaardbaar woon- en leefklimaat’, zoals deze op het moment van indiening van de aanvraag gelden.
11.2.7 Criteria voor bouwen, uitbreiden en wijzigen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan:
a.
het niet onevenredig schaden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden;
b.
de ruimtelijke kwaliteit, zoals vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan Het Nieuwe Dorp (veld 1 t/m 6), het Stedenbouwkundig plan Zeeheldenwijk, de onderhavige Themakaart Maartvoering Het Nieuwe Dorp, zoals deze op het moment van de indiening van de aanvraag gelden;
c.
het bepaalde in artikel 22.2 ten aanzien van het parkeren.
11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en/of afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
b.
de verkeersveiligheid;
c.
de milieusituatie;
d.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
e.
de sociale veiligheid;
f.
de duurzaamheid;
g.
externe veiligheid.
49
11.4 Afwijken van de bouwregels a.
burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in 11.2.3 onder g voor het bouwen van een erker, waarbij de afstand tot de aan de weg gelegen bouwperceelsgrens minder dan 3 meter bedraagt, mits:
b.
1.
de afstand niet minder dan 1 meter wordt;
2.
voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 11.2.7.
burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in 11.2.2 bij Maatvoering onder j, ten behoeve van een afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens van minder dan 2 meter, mits: 1.
voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 11.2.7.
11.5 Specifieke gebruiksregels 11.5.1. Strijdig gebruik Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik: a.
ten behoeve van een kantoorfunctie;
b.
in strijd met het bepaalde in artikel 22.2 ten aanzien van het parkeren.
11.5.2. Voorwaardelijke verplichting instandhouding verhardingspercentage en/of waterbergend dak De in lid 11.1 genoemde functies zijn slechts toelaatbaar, indien in het geval van een bouwperceel: 1.
maximaal 80% van de onbebouwde oppervlakte is verhard;
2.
het percentage onder 1 overschreden is mits: - de overschrijding in oppervlakte volledig is gecompenseerd door een waterbergend dak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel;
11.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de in lid 11.1 genoemde gronden de volgende andere werken uit te voeren:
a.
aanleg van watergangen en waterpartijen
b.
dempen van oppervlaktewater;
c.
aanbrengen terreinverharding;
d.
aanleggen van wegen.
11.6.2 Uitzonderingen Het in 11.6.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:
50
a.
het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
b.
op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning.
11.6.3 Toelaatbaarheid a. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder 11.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien: 1. door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogd te beschermen. b. Bij de afweging als bedoeld in artikel 11.6.3 sub a wordt in ieder geval betrokken: 1. de bestemmingsomschrijving van de ter plaatse geldende bestemming, 2. de voorwaarden die eventueel gesteld worden om afbreuk tegemoet te komen.
Artikel 12 Gemengd - Uit te werken 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - Uit te werken’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
bedrijfsmatige activiteiten die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen in Bijlage 2 behorende bij deze regels onder de categorieën 1 tot en met 2;
b.
maatschappelijke voorzieningen;
c.
indoor-leisure;
d.
wonen;
e.
aan huis verbonden beroep of bedrijf;
f.
ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' geldt dat:
g.
1.
wonen niet is toegestaan en;
2.
bedrijfswoningen niet zijn toegestaan;
perifere detailhandel en grootschalige detailhandel;
met daarbij horende:
i.
ondergeschikte horeca
j.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - erfsingel' de instandhouding en ontwikkeling van de afschermende erfbeplanting met bijbehorende sloot op het perceel, direct aansluitend aan de zijdelingse bouwperceelsgrens en de achtergrens van het perceel;
k.
bouwwerken;
l.
verhardingen;
m. parkeervoorzieningen; n.
groenvoorzieningen;
o.
water;
p.
nutsvoorzieningen, waaronder voorzieningen ten behoeve van het koude- warmtenet;
q.
wegen, voet- en fietspaden;
r.
kunstwerken.
51
alsmede voor: s.
beheer en onderhoud van gronden gelegen binnen aangrenzende bestemmingen.
12.2 Uitwerkingsregels a.
Voor de in lid 12.1 bedoelde gronden geldt dat verhardingen zoals bedoeld in 12.1 onder k zijn toegestaan, waarbij geldt dat in het geval van een bouwperceel:
1.
maximaal 80% van de onbebouwde oppervlakte mag worden verhard;
2.
het percentage onder 1 mag worden overschreden mits: - de overschrijding in oppervlakte volledig wordt gecompenseerd door een waterbergend dak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel;
12.2.1 Algemeen Het bevoegd gezag werkt de in lid 12.1 omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels: a.
de oppervlakte van bouwpercelen voor indoor-leisure mag, binnen de bestemmingen 'Gemengd - 1' en 'Gemengd - Uit te werken', niet meer dan 15.000 m2 bedragen;
b.
de oppervlakte van bouwpercelen voor maatschappelijke voorzieningen mag binnen de bestemmingen 'Gemengd - 2' en 'Gemengd - Uit te werken' niet meer dan 10.000 m2 bedragen;
c.
de oppervlakte van een bouwperceel voor bedrijfsmatige activiteiten behorend tot milieucategorie 1 of 2, zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen in Bijlage 2, mag per perceel, niet minder bedragen dan 1.375 m2;
d.
het totale aantal woningen in het plangebied mag niet meer dan 1.650 bedragen;
e.
het totale brutovloeroppervlak van grootschalige en perifere detailhandel mag binnen de bestemming 'Gemengd - Uit te werken' met nog eens 1.250 m2 worden uitgebreid, mits aangetoond wordt dat voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking;
f.
de bouwhoogte mag niet meer dan 15 meter bedragen;
g.
aan het uitwerkingsplan dient een door het college goedgekeurd inrichtingsplan ten grondslag te liggen;
h.
de oppervlakte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 15 m2 bedragen;
i.
de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag, in afwijking van het gestelde onder g, niet meer dan 3 meter bedragen.
12.2.2 Beleidsregels Bij de uitwerking worden de volgende beleidsregels via de regels van het uitwerkingsplan van toepassing verklaard:
a.
beleidsregels 'Parkeren Urk';
b.
beleidsregels 'Aanvaardbaar woon- en leefklimaat';
c.
beleidsregels 'Internetwinkels',
zoals die op het moment van vaststelling van het uitwerkingsplan gelden.
52
12.3 Bouwregels Zolang en voor zover een hiertoe strekkend uitwerkingsplan nog niet in werking is getreden, mogen geen bouwwerken worden gebouwd.
12.4 Wijzigingsbevoegdheid 12.4.1 Wijzigingsbevoegdheid detailhandel, indoor-leisure en maatschappelijk Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening de bestemming van de gronden te wijzigen en meer detailhandel, indoor-leisure en maatschappelijke functies toe te staan, mits is aangetoond dat:
a.
er voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking;
b.
er daardoor geen belemmeringen optreden bij de verkeersafwikkeling op de wegvakken en kruispunten op het aansluitende omliggende wegennet;
c.
er geen belemmeringen optreden bij de verkeersafwikkeling op basis van een verkeersmonitoring.
53
Artikel 13 Woongebied - Uit te werken 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
wonen;
b.
maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend in de vorm van onderwijs en, intramurale zorg;
c.
aan huis verbonden beroep of bedrijf;
met daarbij horende: d.
bouwwerken;
e.
tuinen;
f.
verhardingen;
g.
woonerven;
h.
woonstraten;
i.
ontsluitingswegen;
j.
parkeervoorzieningen;
k.
voet- en fietspaden;
l.
groenvoorzieningen;
m. kunstwerken; n.
water;
o.
nutsvoorzieningen, waaronder voorzieningen ten behoeve van het koude- warmtenet;
alsmede voor: o.
beheer en onderhoud van gronden gelegen binnen aangrenzende bestemmingen.
13.2 Uitwerkingsregels 13.2.1 Algemeen Het bevoegd gezag werkt de in artikel 13.1 omschreven bestemming uit met inachtneming van de volgende regels:
a.
het totale aantal woningen in het plangebied mag niet meer dan 1.650 bedragen;
b.
bouw- en goothoogten worden opgenomen voor: 1. vrijstaande woningen 2. twee-aaneengebouwde woningen 3. aaneengebouwde woningen 4. gestapelde woningen.
c.
de wegen, straten en voet- en fietspaden, de groenvoorzieningen en de sloten, vaarten en waterpartijen dienen zoveel mogelijk aan te sluiten op de infrastructuur van het aangrenzende woon-/werkgebied;
54
d.
ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van verkeer – Zoekgebied aansluiting Randweg' er een aansluiting wordt gerealiseerd op de Randweg.
e.
ter plaatse van de functieaanduiding 'verkeer' er een ringweg wordt gerealiseerd.
f.
er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de geluidsbelasting mag niet onevenredig toenemen bij de bestaande woningen;
g.
aan de ontwikkeling dient een door het college goedgekeurd inrichtingsplan ten grondslag te liggen;
h.
de oppervlakte van de bouwwerken op een bouwperceel mag niet meer bedragen dan 50% van dat bouwperceel. Dit geldt niet voor bouwpercelen waar gestapelde woningen worden gerealiseerd;
i.
de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven in de omgeving van het plangebied mogen niet onevenredig worden beïnvloed;
j.
bij de uitwerking moet een deel van de woningen en bijbehorende voorzieningen op een eiland worden gerealiseerd.
k.
De oppervlakte van het aan te leggen water rond het eiland, ter plaatse van de oostelijke waterpartij in de Akkers, en in het uit te werken gebied de Oevers, moet ten minste 17.100m2 bedragen.
l.
in het verlengde van het eiland in het nieuw aan te leggen water dient een afscherming te worden geplaatst langs de Urkervaart, zodat boten niet vanaf die kant en omgekeerd de Urkervaart op /af kunnen varen;
m. de oppervlakte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 15m² bedragen; n.
de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen.
o.
voor verhardingen geldt waarbij geldt dat in het geval van een bouwperceel: 1.
maximaal 90% van de oppervlakte mag worden verhard;
2.
het percentage onder 1 mag worden overschreden mits: - de overschrijding in oppervlakte volledig is gecompenseerd door een waterbergend dak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel;
3.
minimaal 10% van het perceel ingericht wordt ten behoeve van groenvoorzieningen.
13.2.2 Beleidsregels Bij de uitwerking worden de volgende beleidsregels via de regels van het uitwerkingsplan van toepassing verklaard: a.
beleidsregels 'Parkeren Urk';
b.
beleidsregels 'Aanvaardbaar woon- en leefklimaat';
c.
'Beleidsregel ‘aan huis verbonden beroep of bedrijf’;
d.
beleidsregels 'Internetwinkels',
zoals die op het moment van vaststelling van het uitwerkingsplan gelden.
13.3 Bouwregels
55
Zolang en voor zover een hiertoe strekkend uitwerkingsplan nog niet in werking is getreden, mogen geen bouwwerken worden gebouwd.
Artikel 14 Waarde - Archeologie 1 ZHW 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1 ZHW' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem.
14.2 Bouwregels 14.2.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 1 ZHW' mede bestemde gronden.
14.3 Afwijken van de bouwregels 14.3.1 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod in 14.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van deskundig archeologisch onderzoek in voldoende mate blijkt dat:
a.
de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of
b.
er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
c.
de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad.
14.3.2 Beperkingen Burgemeester en wethouders kunnen de afwijking onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
b.
de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
c.
de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door de burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden, op of in de in lid 14.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:
56
a.
het vergraven en egaliseren van gronden;
b.
het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;
c.
het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;
d.
het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen;
e.
het aanbrengen van leidingen, constructies, installaties en apparatuur;
f.
het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen;
g.
werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten.
14.4.2 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in 14.4.1 mag alleen worden verleend, indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan, hetzij direct hetzij indirect, te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Vooraf dient door aanvrager van de omgevingsvergunning een deskundig archeologisch rapport overgelegd te worden waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat:
a.
de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of
b.
er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
c.
de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad.
14.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 14.4.1 is vereist voor werken of werkzaamheden:
a.
die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
b.
die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;
14.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie 1 ZHW' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
57
Artikel 15 Waarde - Archeologie 2 ZHW 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2 ZHW' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden.
15.2 Bouwregels 15.2.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 2 ZHW' mede bestemde gronden.
15.2.2 Uitzonderingen Het onder 15.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
a.
de oppervlakte van de bebouwing die daar kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en) niet meer dan 500 m2 bedraagt, en waarbij de bebouwing de bodem niet dieper dan -6,64 m ten opzichte van het NAP roert (en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst).
15.3 Afwijken van de bouwregels 15.3.1 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod in 15.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van deskundig archeologisch onderzoek in voldoende mate blijkt dat: a.
de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of
b.
er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
c.
de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad.
15.3.2 Beperkingen Burgemeester en wethouders kunnen de afwijking onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden:
a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
b.
de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
c.
de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door de burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
58
15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden, op of in de in lid 15.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:
a.
het vergraven en egaliseren van gronden;
b.
het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;
c.
het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;
d.
het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen;
e.
het aanbrengen van leidingen, constructies, installaties en apparatuur;
f.
het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen;
g.
werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten.
15.4.2 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in 15.4.1 mag alleen worden verleend, indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan, hetzij direct hetzij indirect, te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Vooraf dient door aanvrager van de omgevingsvergunning een deskundig archeologisch rapport overgelegd te worden waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat: a.
de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of
b.
er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
c.
de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad.
15.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 15.4.1is vereist voor werken of werkzaamheden:
a.
die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
b.
die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;
c.
werken en werkzaamheden die betrekking hebben op plangebieden die niet groter zijn dan 500 m² en ingrepen die niet dieper dan -6.64 meter ten opzichte van het NAP de bodem verstoren.
59
15.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie 2 ZHW' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
60
Artikel 16 Waarde - Archeologie 3 ZHW 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3 ZHW' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden.
16.2 Bouwregels 16.2.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 3 ZHW' mede bestemde gronden. 16.2.2 Uitzonderingen Het onder 16.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
a.
de oppervlakte van de bebouwing die daar kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en) niet meer dan 5000 m2 bedraagt, en waarbij de bebouwing de bodem niet dieper dan -6,64 m ten opzichte van het NAP roert (en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst).
16.3 Afwijken van de bouwregels 16.3.1 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod in 16.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van deskundig archeologisch onderzoek in voldoende mate blijkt dat: a.
de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of
b.
er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
c.
de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad.
16.3.2 Beperkingen Burgemeester en wethouders kunnen de afwijking onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden:
a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
b.
de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
c.
de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door de burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
61
16.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden, op of in de in lid 16.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:
a.
het vergraven en egaliseren van gronden;
b.
het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;
c.
het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;
d.
het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verruimen en dempen van bestaande waterlopen;
e.
het aanbrengen van leidingen, constructies, installaties en apparatuur;
f.
het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen;
g.
werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten.
16.4.2 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in 16.4.1 mag alleen worden verleend, indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan, hetzij direct hetzij indirect, te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Vooraf dient door aanvrager van de omgevingsvergunning een deskundig archeologisch rapport overgelegd te worden waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat: a.
de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of
b.
er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
c.
de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad.
16.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in 16.4.1 is vereist voor werken of werkzaamheden:
a.
die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
b.
die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;
c.
werken en werkzaamheden die betrekking hebben op plangebieden die niet groter zijn dan 5000 m² en ingrepen die niet dieper dan 6,64 meter ten opzichte van het NAP de bodem verstoren.
16.5 Wijzigingsbevoegdheid
62
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 ZHW' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
63
Artikel 17 Waarde - Archeologie 5 17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden.
17.2 Bouwregels 17.2.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 5' mede bestemde gronden. 17.2.2 Uitzonderingen Het onder 17.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
a.
de oppervlakte van de bebouwing die daar kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en) niet meer dan 5000 m2 bedraagt, en waarbij de bebouwing de bodem niet dieper dan 50 cm verstoort (en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst).
17.3 Afwijken van de bouwregels 17.3.1 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het verbod in 17.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van deskundig archeologisch onderzoek in voldoende mate blijkt dat: a.
de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of
b.
er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
c.
de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad.
17.3.2 Beperkingen Burgemeester en wethouders kunnen de afwijking onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden:
a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
b.
de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
c.
de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door de burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
64
17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Vergunningenplicht Het is verboden, op of in de in lid 17.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:
a.
het vergraven en egaliseren van gronden;
b.
het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;