Beleidsregels Ruimtelijke Kwaliteit
Tekst van het document
Prettig wonen in een omgeving met karakter
Beleidsregels
Ruimtelijke kwaliteit 1 JANUARI 2025
Beleidsregels ruimtelijke kwaliteit Urk
Introductie De gemeente Urk heeft een uniek en eigen karakter. Het Oude Dorp is natuurlijk een blikvanger, maar daarnaast is het ook prettig wonen en werken in de diverse gebieden die de gemeente rijk is. Een goed begrip van de stedenbouwkundige kenmerken en bijbehorende bebouwing helpt bij het maken van goede plannen. Ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan belangrijke waarden zoals cultuur, welzijn en economie. Kortom; het draagt bij aan een prettige leefomgeving. Deze beleidsregels voor ruimtelijke kwaliteit vormen een actualisatie van het huidige welstandbeleid (2004), maar kijkt daarnaast breder en speelt beter in op de wensen van deze tijd. De afgelopen periode zijn grote delen van de gemeente welstandsvrij geweest. Op sommige plekken heeft dit weinig effect gehad, maar op andere plekken zijn er ontwikkelingen die minder
bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit op Urk. De gemeente heeft daarom besloten dat er nieuw beleid moet komen dat meer sturing geeft aan de kwaliteit van de omgeving en inspeelt op de diversiteit van de gemeente. Daarom zijn er verschillende ambitie niveaus toegepast op basis van de kenmerken van de verschillende gebieden. Kennis van het gebied voor betere plannen Elk gebied is kort geschetst in de vorm van gebiedskenmerken, gevolgd door de relevante criteria. Boven elke set criteria staat een ambitieniveau. Hiermee geeft de gemeente aan in welke mate de ruimtelijke kwaliteit per gebied een rol speelt. In de gebieden met een hogere ambitie zullen ontwerpen van situering tot detail kritisch beoordeeld worden. In basisgebieden zijn details minder belangrijk. Tips voor ruimtelijke kwaliteit Een bouwproject kan complexer zijn dan vooraf gedacht. Het is raadzaam om dit goed voor te bereiden. Kijk voor tips over ruimtelijke kwaliteit naar het stappenplan ruimtelijke kwaliteit in Bijlage III. .
Willem Foppen Wethouder Ruimtelijke Ordening
2 van 113
Introductie 02
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
03
Hoe werkt het beleid? 04 Gebiedskaart (kenmerken) 07 Ambities 08 Hoe werkt het beleid: beeldkwaliteitsplannen en monumentenbeleid
11
DEEL I Gebiedsgerichte criteria 12 DEEL II Thematische criteria 50
Thematische criteria (leeswijzer) Sneltoets criteria Criteria reclame Criteria zonnepanelen in veldopstelling Algemene criteria en excessenregeling
51 52 58 59 61
Bijlagen 65
I II III
Beeldkwaliteitsplan Urk 2004 Algemene criteria (uitgebreid) Diversen -Stappenplan ruimtelijke kwaliteit -Natuurinclusieve aanbevelingen -Aanbevelingen zonnepanelen op het dak -Begrippenlijst
3 van 113
Hoe werkt het beleid?
De status van dit beleid De beleidsregels ruimtelijke kwaliteit vormen onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Urk. Sinds 1 januari 2024 heeft de gemeente Urk een tijdelijk omgevingsplan. Onderdeel hiervan is de bruidsschat. Dit zijn rijksregels die over zijn gegaan naar de gemeente. De regels voor de welstandstoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat. Artikel 4.19 Omgevingswet schrijft voor dat de gemeenteraad beleidsregels vaststelt wanneer regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg behoeven. Deze beleidsregels vervangen de Welstandsnota Urk 2004. Gebieden waar de beleidsregels niet gelden In principe zijn de beleidsregels in de hele gemeente Urk van toepassing, met een aantal uitzonderingen. Dit zijn vaak nieuwe ontwikkelgebieden waar in de ontwikkelfase een beeldkwaliteitsplan van toepassing is. Dit betreft de volgende gebieden en beeldkwaliteitsplannen: - Zeeheldenwijk - Port of Urk - Groene clusters In enkele gevallen voorzien deze beeldkwaliteitsplannen niet op alle aspecten van de toetsing. Op pagina 11 worden deze situaties beschreven.
Verschillende type criteria Dit beleid speelt in op verschillende situaties op diverse plekken. Er is daarom gekozen om met verschillende type criteria te werken. Soms zijn criteria voor een specifiek gebied handig en soms is het beter om criteria voor de hele gemeente toe te passen. Het beleid gaat op hoofdlijnen uit van een aantal type criteria: gebiedsgericht, themagericht, sneltoets, algemeen en excessen (bij bijzondere situaties). Hier volgt een uitleg per type criteria. Gebiedsgericht Bouwplannen hebben impact op hun omgeving en de aansluiting op de omgeving is voor deze plannen van groot belang. Per gebiedstype gelden daarom gebiedsgerichte criteria die uitgaan van de bestaande kenmerken en kwaliteiten van het betreffende (deel) gebied. Themagericht Deze criteria gaan over een specifiek thema die voor het
Sneltoetscriteria Een groot deel van de bouwaanvragen in de gemeente Urk betreft veel voorkomende kleine bouwwerken, zoals dakkapellen, erfafscheidingen en aanbouwen. Deze criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe bouwwerken er uit dienen te zien. Algemeen De algemene criteria worden toegepast als de overige criteria niet volstaan of als een bouwplan daar niet aan voldoet, maar wel ruimtelijke kwaliteit heeft. Daarnaast is er een aantal situaties waarvan is bepaald dat de algemene criteria van toepassing zijn om hogere eisen aan de ruimtelijke kwaliteit te kunnen stellen. Excessen In de nota zijn criteria voor excessen opgenomen, bedoeld voor situaties waarbij sprake is van ernstige strijd met de ruimtelijke kwaliteit. Dit kan voorkomen bij vergunningsvrije bouwwerken waar geen toetsing vooraf plaats vindt.
hele grondgebied van de gemeente gelden. Dit zijn criteria voor energiebesparende maatregelen zoals zonnepanelen in veldopstelling. Daarnaast zijn er themagerichte criteria die in de hele gemeente gelden voor specifieke onderwerpen. Een aantal daarvan worden nader toegelicht .
4 van 113
Hoe werkt het beleid?
Gebiedsgerichte criteria: vijf niveaus Alhoewel de gemeente waarde hecht aan alle bebouwing is het niet nodig overal de hoogste eisen te stellen. De kwaliteit van een plan moet op zijn minst aansluiten op de gemiddelde beeldkwaliteit van een gebied en daar geen afbreuk aan doen, maar niet overal ligt de lat even hoog. In de nota is daarom gewerkt met verschillende niveaus. Afhankelijk van de ruimtelijke kwaliteit en/of de ambitie van een gebied zijn de criteria meer of minder streng of is de toetsing meer of minder zwaar. Toetsing vindt plaats op aspecten zoals situering, context,
Niveau Bijzonder • Het beschermd dorpsgezicht (oude dorp en de contour van het oude eiland)
vormgeving, schaal- en maatverhoudingen, materiaal, textuur, kleur en detaillering. In de hoge niveaus zijn er op al deze aspecten strenge criteria. Voor de lagere niveau’s zullen er niet voor alle aspecten criteria zijn en is het toetsingsniveau globaler. Hier volgt een beknopte toelichting per niveau. Een uitgebreidere toelichting op de keuze voor de verschillende ambities staan op pagina 8 t/m 10.
•
Niveau Basis • Woonwijken en Urkerbos Ambitie: bestaande kwaliteit respecteren.
Ambitie: In het Oude Dorp en bij monumenten (en karakteristieke panden) dienen de monumentale en cultuurhistorische waarden gerespecteerd en versterkt te worden.
Niveau Vrij (geen criteria) • Alle achtererfgebieden • Bedrijventerreinen (middengebied)
Niveau Hoog • Haven, dijk en water
Ambitie: ruimte geven door een criteria (regels) voor ruimtelijke kwaliteit op te stellen (welstandsvrij).
De Witte Zandvlakte (algemene criteria van toepassing)
Ambitie: aanwezige kwaliteit behouden en waar mogelijk de kwaliteit versterken. Niveau Midden • Het buitengebied • De invalswegen en belangrijke randen • •
Voorzieningen clusters , kerken en scholen Recente woonwijken en herstructureringsgebieden
Ambitie: bestaande kwaliteit behouden.
5 van 113
Hoe werkt de hetnota: beleid: geen criteria in het achtererfgebied Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht enen Beeldkwaliteitplannen monumenten monumentenbeleid Geen criteria: achtererfgebied Dit beleid regelt dat wat er toe doet en laat los waar het kan. Ruimtelijke kwaliteit beleef je met name vanuit de openbare ruimte. Achterkanten van woningen of bedrijven zijn vaak niet zichtbaar voor anderen, alleen voor de eigenaren zelf. Daarom zijn in principe alle activiteiten vrij van regels over ruimtelijke kwaliteit, voor het gebied dat niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, dit noemen we het achtererfgebied. Dit geldt in de gehele gemeente met uitzondering van hoofdstuk 1. Namelijk het beschermde dorpsgezicht (h1) waar er vaker sprake is van een vergunningplicht.
Voorbeeld 1
Wat is het achtererfgebied? De grond gelegen achter de woning is het achtererfgebied. Voor twee onder één kap woningen, vrijstaande woningen en woningen in een hoeksituaties moet voor het aan de zijkant van een woning gelegen erf, goed de ligging van het achter erfgebied worden bepaald. Bij twijfel neem contact op met de gemeente om te bepalen wat het achtererfgebied is.
6 van 113
Gebiedskaart (kenmerken) Verschillende gebieden Op deze kaart is de diversiteit aan gebieden binnen de gemeente te zien. Op de ambitiekaart op pagina 9 is het amibitieniveau aan de gebieden toegekend. Soms komt dit overeen met de gebiedsgrenzen, maar soms is er gekozen om verschil te maken tussen randen en middengebieden.
Legenda Oude Dorp (beschermd dorpsgezicht) Wederopbouw buurten Publieke zones
Woonwijken (na-oorlogs) Woonwijken (post vinex)
Beeldkwaliteitsplannen Agrarisch gebied Groen/Urkerbos Haven Water Bedrijventerreinen 7 van 113
Ambities Hoe zijn de ambities tot stand gekomen? De gemeente werkt op diverse aspecten aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Dit komt tot uiting in bestaande beleidsdocumenten zoals o.a. de omgevingsvisie en de structuurvisie. Belangrijke elementen voor de gemeente zijn de beleefbaarheid van Urk vanaf zowel het water, als het land. In de structuurvisie van de gemeente zijn deze belangrijke structuurelementen en zichtlijnen weergegeven zichtbaar op de afbeelding hiernaast. Deze lijnen en invalswegen vormen belangrijke elementen voor het verschil in ambitieniveau’s voor ruimtelijke kwaliteit. Op de volgende pagina is de kaart te zien waarop deze verschillende ambitieniveau’s zijn waar te nemen. Deze ambities zijn tevens bepaald in overleg met diverse partijen in het participatietraject en bedoeld om niet overal even zwaar te sturen op ruimtelijke kwaliteit maar alleen op de plekken die belangrijk zijn voor de gemeente.
Beeld uit structuurvisie ‘Geactualiseerde Structuurvisie Urk 2035+ ‘met daarop aangegeven belangrijke dorpsentrees en gezichten.
8 van 113
Ambitiekaart Legenda Bijzonder
Hoog
Midden
Basis Vrij
3
Beeldkwaliteitsplannen 1
Port of Urk
2
Zeeheldenwijk
3
Groene clusters
4
Buitendijkse haven (nog in ontwikkeling)
2
3
3
4
1 4
9 van 113
Esri Nederland, Community Map
Toelichting op de ambities
Toelichting op de ambities De opbouw van ambitieniveaus is bepaald op basis van de mate waarin gebieden een publieke impact hebben, of dat er meer sprake is van een individueel belang. Bijzonder hoge ambities zijn er voor het ‘oude dorp’ inclusief het palenscherm en hoge ambities voor de haven en de kustlijn. Dit bouwt voort op de structuurvisie, waarin de belevenis van Urk vanaf het water en het zicht op het water een zeer belangrijk element vormt vanuit cultuurhistorisch en toeristisch perspectief en ook voor de inwoners van Urk van blijvend belang is. Om dit bijzondere gebied te bereiken zijn er diverse belangrijke invalswegen en randen van gebieden die bezoeker en inwoners ervaren als zij door de gemeente rijden. Daarom is er voor enkele invalswegen, belangrijke randen en dorspentree ’s gekozen voor het ambitieniveau midden. Naast deze belangrijke structuren in de gemeente zijn er plekken in de gemeente met publieke voorzieningen (clusters) zoals winkelcentra of grotere publieke gebouwen zoals een school, waar het openbaar belang en gebruik groter is dan bij een individuele woning. Daarom is hier ook gekozen voor het ambitieniveau midden.
Tot slot is er ook voor het buitengebied gekozen voor het ambitieniveau midden. Enerzijds omdat dit gebied van landschappelijke en cultuurhistorische waarde is, anderzijds omdat ingrepen op een erf, vaak een grotere impact hebben op de omgeving. Naast deze specifiekere gebieden kent de gemeente veel woongebieden. Hier is soms alleen sprake van een individueel belang, zoals bij vrijstaande woningen en soms een collectief belang zoals bij rijwoningen. Omdat deze woongebieden vaak in een periode tegelijk zijn gebouwd is er vanaf de start van de woonwijk al de nodige samenhang in stijl en vorm te zien. Alleen als er veel individuele uitbreidingen komen, kan deze samenhang onder druk komen te staan. Voor deze gebieden is er een basis ambitie gekozen. Voor veel voorkomende bouwaanvragen voor kleine uitbreidingen zoals dakkapellen en aanbouwen zijn er sneltoetscriteria ontwikkeld. Hier kan via een
zijn er nog weinig toevoegingen waar te nemen en is de samenhang nog groot van zowel de bebouwing als de openbare ruimte. Voor de bedrijventerreinen zijn met name de randen van belang. De binnengebieden van het bedrijventerrein zijn vrij van criteria omdat deze een geringe impact op de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente hebben.
eenvoudige check een aanvraag worden bekeken. Omdat de gemeente bij de ontwikkeling van de meer recente uitbreidingen gewerkt heeft met beeldkwaliteitsplannen hebben enkele woonwijken het ambitieniveau midden gekregen. In deze gebieden 10 van 113
Hoe werkt de nota: Hoe werkt het beleid: beeldkwaliteitsplannen en monumentenbeleid Beeldkwaliteitplannen en monumentenbeleid Beeldkwaliteitsplannen Voor nieuwe projectlocaties, waar een bepaalde specifieke sfeer, uitstraling en ruimtelijke kwaliteit gewenst is, is het beleid (voornamelijk gericht op beheer van de bestaande situatie) niet altijd toereikend. Een aantal projectlocaties zijn nog niet volledig afgerond. Dit betreft de Zeeheldenwijk, Port of Urk en groene clusters. Daar waar deze specifieke beeldkwaliteitsplannen, gekoppeld aan geldende omgevingsplannen van kracht zijn, zijn de (gebiedsgerichte) criteria uit de beeldkwaliteitsplannen leidend en fungeert dit betreffende beeldkwaliteitsplan als toetsingskader voor de beoordeling. Slechts in die gevallen waarin het betreffende beeldkwaliteitsplan niet in alles voorziet voor een goede toetsing, (zoals de thematische criteria voor o.a. duurzame ontwikkelingen, reclamecriteria, algemene criteria en de excessenregeling) dan geldt deze nota als aanvullend toetsingskader.
Monumentenbeleid De cultuurhistorische waardering van een gebied en het monumentenbeleid van de gemeente zijn belangrijke bronnen voor het opstellen van de gebiedsgerichte criteria in dit document. Voor beschermde gebouwen zijn de te beschermen waarden veelal in de zogeheten redengevende beschrijving vastgelegd. Voor gebieden zullen ze o.a. vastliggen in het omgevingsplan voor het beschermde dorpsgezicht. Daarnaast is een uitgebreide beschrijving van het beschermde gezicht te vinden in bijlage 1. De criteria voor plannen in het beschermd gezicht maken onderdeel uit van de beleidsregels en zijn te vinden op pagina 19. Overigens blijft voor wijzigingen aan beschermde gebouwen en voor bouwen in beschermde gebieden een advies van de gemeentelijke adviescommissie verplicht.
11 van 113
DEEL I
GEBIEDSGERICHTE CRITERIA
GEBIEDSGERICHTE CRITERIA (leeswijzer) Hoe pas ik het beleid toe? Gebiedskenmerken In deel I van de nota staan per gebied de belangrijkste kenmerken van de diverse gebieden beschreven in de gebiedskenmerken. Deze gebiedskenmerken zijn bedoeld om de verschillen in structuur en bebouwing per gebied te laten zien. Zij vormen het uitgangspunt waarop de criteria gebaseerd zijn. De criteria zijn bewust ruimer geformuleerd, zodat zij in meerdere situaties toegepast kunnen worden, mits de plannen rekening houden met de gebiedskenmerken. De criteria moeten dan ook in samenhang met de gebiedskenmerken toegepast worden.
Criteria per gebied Na de gebiedskenmerken volgen de criteria die het juridische toetsingskader vormen voor de beoordeling van een aanvraag. Boven elke set criteria staat het ambitieniveau, variërend van bijzonder, hoog, regulier tot basis. Hiermee geeft de gemeente aan in welke mate de ruimtelijke kwaliteit per gebied een rol speelt. In de bijzondere gebieden zullen ontwerpen van situering tot detail kritisch beoordeeld worden. In basisgebieden zijn details minder belangrijk.
Tip voor ruimtelijke kwaliteit Een bouwproject kan complexer zijn dan vooraf gedacht. Het is raadzaam om dit goed voor te bereiden. Kijk voor tips over ruimtelijke kwaliteit naar het stappenplan ruimtelijke kwaliteit in Bijlage III
13 van 113
Gebiedskenmerken
1. Niveau bijzonder: Beschermd dorpsgezicht
1. Het Beschermd dorpsgezicht: Niveau bijzonder
AMBITIE De ambitie is om de kwaliteiten van dit gebied te behouden en waar mogelijk te versterken en te herstellen, zeker in geval van monumentale en cultuurhistorische waarden. Dit betreft de waarden van het oude dorp, inclusief de contour van het eiland. In dit gebied gaat behoud vóór vernieuwing. Bij vernieuwing is het van belang om goed aan te sluiten bij de karakteristiek (kenmerken) van de bestaande, historische bebouwing.
16 van 113
Kenmerken: Beschermd dorpsgezicht Urk (Oude Dorp): Niveau bijzonder De gemeenteraad van de gemeente Urk heeft op 20 februari 2003 het aanwijzingsvoorstel voor bescherming van Urk als beschermd dorpsgezicht vastgesteld. Hiermee is de procedure tot vaststelling van een beschermd dorpsgezicht gestart. De minister van VROM heeft d.d. 30 juni 2007 het aanwijzingsbesluit vastgesteld. De karakteristieken van de gebieden en van de overige beschreven elementen in het Beeldkwaliteitsplan Urk 2004 zijn uitgangspunt voor beoordeling. Zie bijlage 1. Tevens is de TOELICHTING bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Urk gemeente Urk (Flevoland) ex artikel 35 Monumentenwet 1988 een Esri Nederland, Community Map Contributors
belangrijke informatiebron bij de beoordeling van plannen in dit gebied.
17 van 113
Criteria: Beschermd dorpsgezicht Urk (Oude Dorp): Niveau bijzonder
Situatie/algemeen • Het oorspronkelijk stratenpatroon, een fijn netwerk van straten evenwijdig aan de hoogtelijnen, dient te worden gerespecteerd. • Het doolhof van steegjes, pleinen en open ruimten moet worden bewaard en de sterk variërende rooilijn en silhouet van de bebouwing moet als verrassend element worden behouden. • Natuurlijke hoogteverschillen en zichtlijnen, ontstaan door het fijne netwerk van straten en stegen in combinatie met het hoogteverschil, dienen te worden gehandhaafd. • Het individuele karakter van de bebouwing vormt het uitgangspunt. • Het behoud van massa, vorm, korrelgrootte, de oorspronkelijke gevelindeling en de detaillering is uitgangspunt. Massa en vorm • Voor nieuwe ontwikkelingen wordt aansluiting gezocht bij het bestaande (historische) beeld. • Het individuele karakter van de huizen, versterkt door de aanpalende steegjes, moet worden gerespecteerd. • Uitgangspunt is het behouden, herstellen en versterken van de diversiteit van de onderlinge panden. • De richting van de kappen, dwars op de straat, kenmerkt de op zich zelf staande bebouwing. • Het individuele karakter van de kappen en de oorspronkelijke kapvorm (meestal een zadelkap) zijn uitgangspunt voor het ontwerp.
•
•
•
• •
•
Bij wijziging van de kapvorm wordt aangesloten bij de bestaande kapvorm of de traditionele kapvormen in de omgeving. Bij wijziging van de kapvorm in een bouwblok met meerdere woningen is de kapvorm en de dakhelling gelijk aan de bestaande. Bijbehorende bouwwerken (aan, uit- en bijgebouwen) dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw in massa (goot- en nokhoogte) en uitstraling. Vrijstaande bergingen worden bij voorkeur plat afgedekt of voorzien van een lessenaarsdak. Dakkapellen dienen duidelijk ondergeschikt ten opzichte van het dakvlak over te komen (voor wat betreft positie en maatvoering) en dienen afgestemd te zijn op de architectuur-/bouwstijl, het materiaal, de kleur en de detaillering van het betreffende pand. Dit betekent: bij voorkeur plat afgedekt en bij zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte een maximale breedte van eenderde van de gevel, waarbij een afstand tot de einde van het dakvlak cq kopgevel minimaal een halve meter dient te zijn, en de maximale breedte van 2,5 meter en een maximale hoogte van 1,5 m. per dakkapel is toegestaan. Als de dakkapellen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, dan dient alleen de afstand tot de einde van het dakvlak cq kopgevel minimaal een halve meter te zijn.
Gevelcompositie • Voor nieuwe ontwikkelingen wordt aansluiting gezocht bij het bestaande (historische) gevelbeeld. • •
•
Er is sprake van een samenhangende en evenwichtige gevelcompositie. Gevelopeningen moeten een relatie hebben met de karakteristiek van de totale voorgevel van het pand. Naast het behoud van massa en vorm, staat het behoud van de oorspronkelijke gevelindeling en de detaillering voorop. Gevels die grenzen aan openbaar gebied hebben een aantrekkelijke uitstraling, zonder onderscheid in kwaliteit tussen voor- of achtergevel.
Materiaal, kleur en detaillering •
•
•
Materiaal, kleur en detaillering moet passen bij de architectuur van het betreffende pand en de omgeving. Binnen de historische omgeving is het uitgangspunt dat natuurlijke en traditionele materialen worden toegepast. Andere materialen zoals metaal, zijn toegestaan mits dit vanuit historisch perspectief goed is gemotiveerd en wanneer deze qua verschijningsvorm (duidelijk) vergelijkbaar zijn met de gebruikelijke traditionele materialen en fraai verouderen. Dit ter beoordeling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Het uitgangspunt is houten kozijnen. Andere materialen zijn mogelijk wanneer het materiaal, de maatvoering en de profilering passen bij de architectuur- en bouwstijl. 18 van 113
Criteria: Beschermd dorpsgezicht Urk (Oude Dorp): Niveau bijzonder
•
•
Kunstof beplating, aluminium, betonstenen, beton- en geglazuurde dakpannen zijn niet toegestaan. Rode keramische dakpannen zijn kenmerkend voor het Oude Dorp. Bij vervanging zijn rode pannen het uitgangspunt, tenzij er al reeds een andere pankleur aanwezig is, kan deze kleur ook als uitgangspunt dienen.
Duurzame maatregelen • Ingrepen ten behoeven van energiebesparing zoals muur- en raamisolatie, plaatsing van airco’s en warmtepompen, etc. zijn mogelijk mits deze geen geen grove inbreuk hebben op de kenmerken van het beschermd dorpsgezicht. Het advies is om deze elementen ondergschikt te positioneren en geen sterk contrasterende materialen en kleuren toe te passen. Erfafscheidingen • Voor wat betreft situering, vormgeving, materiaal, kleur en detaillering dient aangesloten te worden bij de historische, traditionele gebiedskenmerken (bouwstijlen) en de (vergunde) erfafscheidingen in de omgeving. • Gebouwde erfafscheidingen zijn overwegend transparant/open en uitgevoerd in traditionele materialen en kleuren, passend in de historische context. Transparante (stalen) hekwerken en hagen zijn het meest passend.
•
Beton, staalplaat en dichte houten erfafscheidingen zijn niet toegestaan.
Inrichting openbare ruimte: • De openbare ruimte is in dit gebied van groot belang. Het uitgangspunt is een zo natuurlijk mogelijk ingerichte openbare ruimte met ruimte voor wateropvang, met behoud van het historische karakter. • Meer begroeiing in de openbare ruimte en collectieve afvalinzameling is wenselijk en wordt gestimuleerd. Dit kan bijdragen aan een aantrekkelijker beeld voor de openbare ruimte. Utilitaire bouwwerken • Situering, vorm, detaillering, kleur- en materiaalgebruik van utilitaire bouwwerkenmoeten reageren op de overige bebouwing en bebouwingsstructuur op de locatie. Ze komen ondergeschikt •
Aanvullende criteria winkelgebied • De massa- en kapvorm en de architectuur van winkelpanden dient zich te conformeren aan de hoofdkarakteristiek van het oude dorp. • Er dient sprake te zijn van samenhang in de totale gevel en tussen begane grond en verdieping(en) voor wat betreft (vorm en verhoudingen van) raam- en deurkozijnen, materialen, kleuren en detaillering. Behoud en herstel van de oorspronkelijke en/of historische gevelarchitectuur staat daarbij voorop • Reclamevoering aan winkelpanden moet passen binnen de historische omgeving, waarbij historische (gevel) reclamevoeringen prevaleren. Knipperende en verlichte reclame is niet toegestaan. • Aanvullend zijn de reclame criteria van pagina 58 van toepassing. e historische • omgeving.rische (gevel) reclamevoeringen • prevalere
en onopvallend over in het straatbeeld. De situering en inpassing van utilitaire bouwwerken zoals NUTS- voorzieningen mogen geen afbreuk doen aan de bebouwing en de gebiedskarakteristieken. Dit betekent een ondergeschikte positie en een afstemming op het materiaal- en kleurgebruik van de bebouwing in de omgeving.
19 van 113
Criteria voor zonnepanelen in het beschermd dorpsgezicht en bij monumenten: Niveau bijzonder Zonnepanelen in het beschermd dorpsgezicht en bij monumenten De gemeente wil het opwekken van duurzame energie stimuleren. In veel situaties zijn zonnepanelen
•
vergunningsvrij, maar niet in alle gevallen, zoals in het beschermde dorpsgezicht en op monumenten. Het uitgangspunt is daar om de panelen zo onopvallend mogelijk te plaatsen zodat deze het kenmerkende beeld van het beschermd dorpsgezicht of monumenten
•
niet onnodig aantasten. • Criteria • Algemeen: zonnepanelen zijn ondergeschikt aan het bebouwingsbeeld en zijn toegestaan mits deze geen geen grove inbreuk hebben op de kenmerken van het beschermd dorpsgezicht. Kortom zoveeel mogelijk uit het zicht positioneren, waarbij maatwerk per situatie nodig blijft. • Uitgangspunt is dat de dakstructuur intact blijft en helder afleesbaar moet blijven. Zonnepanelen op hellende daken zijn vanaf de achtergevel naar voren geordend en beperkt zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Als richtlijn wordt aangehouden een afstand van min. 1 meter vanaf de gevel, aan zowel de voor- als achterzijde van de woning, bij tussenwoningen minimaal 0,5 meter uit de grens. • Zonnepanelen op hellende (schild) daken liggen binnen het dakvlak onder de projectie van de nok. • De panelen worden geplaatst per dakvlak, in aaneengesloten vlakken, in eenvoudige geometrische
•
vormen (rechthoek/vierkant/strook). Panelen niet in 2 richtingen op het dak en bij voorkeur verticaal plaatsen. Toepassen ‘all-black’ panelen is het uitgangspunt. Dit betekent panelen geheel zwart (geen aluminium lijsten of andere kleur) of in de kleur als dakbedekking (bij twijfel type in overleg met de commissie ruimtelijke kwaliteit Urk). Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan wanneer ze beperkt zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Bij nieuwbouw zonnepanelen bij voorkeur geïntegreerd in het ontwerp. Daknok en gootlijn moet zichtbaar blijven. De zonnepanelen dienen minimaal op 1 panhoogte tot de goot- en noklijn geplaatst te worden.
20 van 113
2. Haven, dijk en water: Niveau hoog
Kenmerken haven, dijk en water: Niveau hoog
AMBITIE
Bebouwing en omgeving (kustlijn)
De ambitie is om de cultuurhistorische waarden
•
Oorspronkelijke ‘entree’ vanaf de Zuiderzee, waarbij
van het havengebied, de kustlijn en de historische
de keileembult omringd door kleine vissershuisjes
relatie tot het oude dorp te versterken en verder
het beeld bepaalde.
te ontwikkellen waarbij er een verbetering van de
•
beeldkwaliteit ontstaat.
Het zicht op Urk vanaf het water is een zeer belangrijk en beeldbepalend element in de beleving van Urk.
•
De vuurtoren en de werfkraan van Hoekman zijn historische landmarks.
•
Tegenwoordig wordt de kustlijn beleefd als een laagte, waarbij Urk als opening in het IJsselmeer, tussen velden van windmolens fungeert.
22 van 113
Kwaliteiten haven, dijk en water: Niveau hoog
Bebouwing en omgeving (haven) •
Het gebied vormt één van de de hoofdentree’s van Urk en vormt een ruimtelijk contrast met het Oude Dorp.
•
Kenmerkend is het contrast tussen de compacte bebouwing van het oude dorp en de openheid in het havengebied. Zichtlijnen van en naar het Oude Dorp en het water vormen hier belangrijke elementen.
•
Onderscheid wordt aangebracht in een recreatief havengebied (inclusief wonen) en een gebied waar industrie gevestigd is (omgeving Werkhaven). Hierdoor wordt ook ruimtelijk goed zichtbaar dat de Werkhaven met bijbehorende kades en bebouwing anders is dan bijvoorbeeld de Handels- en Burgemeester Schipperkade.
•
De bebouwing heeft een sobere en functionele uitstraling, is meestal plat afgedekt en bestaat uit eigentijdse eenvoudige architectuur en bijbehorende materialen, passend bij het stoere karakter van het gebied.
•
In het havengebied komt her en der grootschalige bebouwing voor.
23 van 113
Criteria haven, dijk en water: Niveau hoog Situatie/algemeen
kozijnen, (schuifroeden) ramen, deuren, goten
stimuleren we deze initiatieven met behoud van
•
De bestaande situering, rooilijnen en (nok)
en daklijsten en materialisering behouden bij
kwaliteit.
richting van de bebouwing zijn maatgevend.
bestaande karakteristieke bebouwing.
•
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene
Massa en vorm
Materiaal en kleurgebruik
•
•
Bouwmassa’s (hoofd) gebouwen overwegend eenvoudig en robuust vormgeven, afgestemd op de bouwmassa’s in de omgeving.
• • •
•
karakter van dit gebied.
Erfscheidingen
Overwegend gedekte kleuren toepassen
•
passend bij het nautische karakter, van dit
erfscheidingen. Dit komt tot uiting in situering,
passend bij de functie van het gebouw.
gebied.
vormgeving, materiaalgebruik en detaillering
De architectuur refereert naar het nautische
in aansluiting op de gebiedskenmerken. Bij
karakter van de omgeving.
Utilitaire bouwwerken
erfscheidingen zichtbaar vanuit de openbare
Bijgebouwen moeten in uitstraling ondergeschikt
•
Situering, vorm, detaillering, kleur- en
ruimte, wordt de eenheid in bestaande
materiaalgebruik moeten reageren op de overige
zorgvuldige oplossingen gerespecteerd, zoals
bebouwing en bebouwingsstructuur op de
bescheiden hekwerken en hagen.
Gevel (compositie) en detaillering
locatie. Ze komen ondergeschikt en onopvallend
•
over in het straatbeeld.
De voorgevel aan de openbare zijde representatief en uitnodigend vormgeven.
•
Uitgangspunt is zorgvuldige toepassing van
Heldere en eenvoudige vormen toepassen,
zijn aan de hoofdbebouwing op het perceel.
•
criteria op blz. 63 het uitgangspunt.
Materiaalgebruik sluit aan op het nautische
•
De situering en inpassing van utilitaire
Bij vrijstaande gebouwen moeten alle zijden
bouwwerken zoals Nuts-voorzieningen mogen
die grenzen aan openbaar gebied (of zichtbaar
geen afbreuk doen aan de bebouwing en de
zijn vanuit openbaar gebied) representatief
gebiedskarakteristieken. Dit betekent een
vormgegeven worden.
ondergeschikte positie en een afstemming
Er is sprake van een samenhangende en
op het materiaal- en kleurgebruik van de
evenwichtige gevelcompositie, met een
bebouwing in de omgeving.
Openbare ruimte en groen • De openbare ruimte is in dit gebied van groot belang. Het uitgangspunt is een zo natuurlijk mogelijk ingerichte openbare ruimte met ruimte voor wateropvang, dit met behoud van het nautische karakter.
herkenbare entree. • •
Een eenvoudige, maar zorgvuldige, bij de
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
bouwstijl behorende detaillering toepassen.
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties
De bestaande afmetingen, profilering van
voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente 24 van 113
3. Voorzieningenclusters: Niveau midden
Kenmerken voorzieningen(clusters): Niveau midden
AMBITIE De ambitie is om de kwaliteit van de bebouwing op zichzelf in combinatie met de openbare ruimte te behouden en waar mogelijk te versterken.
26 van 113
Kenmerken voorzieningen(clusters): Niveau midden
Bebouwing en omgeving •
De bebouwing in dit gebied betreft scholen, kantoren, winkel(centra) en overige (openbare) gebouwen.
•
Deze gebieden zijn qua inrichting afgestemd op grote aantallen bezoekers. Hierbij is aandacht besteed aan parkeervoorzieningen en de openbare ruimte.
•
De gebouwen oriënteren zich overwegend naar de openbare ruimte. In recent ontwikkelde gebieden is sprake van meer onderlinge samenhang.
•
Sommige winkelcentra zijn ingebed in de stedenbouwkundige structuur en wordt vaak gecombineerd met woningen boven of naast de voorzieningen.
•
De entreepartij van de gebouwen is meestal gericht naar de openbare zijde/ruimte.
• Esri Nederland, Community Map Contributors
De gebouwen zijn representatief vormgegeven naar alle zijden van de openbare ruimte.
•
Bij het ontwerp van de panden ligt meer de nadruk op het individuele gebruik en minder op de onderlingesamenhang.
•
Er is een grote variatie in architectonische vormgeving te zien. Kleur-, materiaalgebruik en detaillering benadrukken het individuele ontwerp van de gebouwen en is afhankelijk van de periode waarin ze zijn gebouwd. De individuele bebouwing speelt voor de herkenbaarheid en identiteit van het gebied een belangrijke rol. 27 van 113
Criteria voorzieningen(clusters): Niveau midden .
Hoofdvorm • De hoofdmassa is helder vormgegeven en passend (qua maat en schaal) bij de bebouwing in de omgeving. • In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. Architectuurstijl en gevel(compositie) • Gevels die grenzen aan de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. • De architectuur reageert op de bebouwing in de omgeving, door hier op aan te sluiten of een zelfstandige kwaliteit als herkenningspunt te vormen. Hierbij is een goede relatie tussen de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte een belangrijke randvoorwaarde voor de kwaliteit. • De gevelcompositie en de plaats, afmetingen en verhoudingen van de gevelopeningen zijn op elkaar afgestemd. • Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detaillering het uitgangspunt. Detaillering / Materialisatie • De detaillering en materialisatie is afgestemd op de architectuur.
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik) Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. • Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria op blz. 63 het uitgangspunt. Utilitaire bouwwerken • De situering en inpassing van utilitaire bouwwerken zoals Nuts-voorzieningen mogen geen afbreuk doen aan de bebouwing en de gebiedskarakteristieken. Dit betekent een ondergeschikte positie en een afstemming op het materiaal- en kleurgebruik van de bebouwing in de omgeving.
•
•
•
Parkeren wordt zorgvuldig opgelost passend bij de wijk- en kavelstructuur en zo groen mogelijk ingepast. Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningsplichtige erfafscheiding dienen aan te sluiten op de architectuur van de hoofdbebouwing of moeten voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open en gesloten delen. De open delen kunnen gecombineerd worden met begroeiing. Bij groenblijvende begroeide erfafscheiding dient er een permanente robuuste (achter) constructie aanwezig te zijn (m.u.v. dichte hagen).
Openbare ruimte en erfafscheidingen • De openbare ruimte is in dit gebied van groot belang. Het uitgangspunt is een zo natuurlijk mogelijk ingerichte openbare ruimte met ruimte voor wateropvang. Elementen gerelateerd aan bedrijven zoals reclamevoering, vlaggemasten, winkelkarretjes, fietsparkeren, afvalcontainers etc, dienen zorgvuldig en ondergeschikt te worden gesitueerd en vormgegeven. • Zie voor reclame criteria pagina 58.
28 van 113
4. Agrarisch gebied: Niveau midden
Kenmerken agrarisch gebied: Niveau midden AMBITIE
Agrarisch gebied
De ambitie is om de kwaliteit
•
van het landschap en bebouwing te behouden en waar mogelijk te versterken.
• •
•
•
•
•
Het gebied is een Belvederegebied: Noordoostpolder-Urk. De standaard agrarische kavel van 300 x 800 meter vormt de primaire bouwsteen van de polder. Kenmerkend voor het gebied zijn de agrarische bouwpercelen die zijn voorzien van karakteristieke erfbeplanting. De agrarische erfbebouwing kenmerkt zich door de eenheid in bebouwingsstijl en de indeling van de erven. In het algemeen zijn de bouwpercelen met twee of vier gegroepeerd langs de wegen omgeven door dichte erfbeplanting en met karakteristieke erfpalen. Arbeiderswoningen staan verspreid in groepjes van twee,drie of vier en hebben ook omringende beplanting. Steeds meer agrarische kavels zijn niet meer als zodanig in gebruik.
Bebouwing • •
•
In dit gebied zijn verschillende boerderijtypen toegepast. De woningen van de boerderijen binnen het agrarisch gebied zijn opgetrokken in traditioneel metselwerk en de schuur vaak in montagebouw. Er zijn vrijstaande woningen met een tussenlid verbonden aan de schuur en aan de wegzijde 30 van 113
Kenmerken agrarisch gebied: Niveau midden
• •
•
•
•
• • Esri Nederland, Community Map Contributors
• •
•
aangebouwde woningen met dezelfde kapvorm als de schuur. De arbeiderswoningen zijn voorzien van langskappen en vaak naar de weg georiënteerd. Door de eenvoudige hoofdmassa en de eenheid in kapvorm is er sprake van een rustig bebouwingsbeeld. De balans in de bouwblokken uit zich in de regelmaat van de gevels die wordt ondersteund door de schoorstenen op het dak. De rood gedekte kappen van de boerderijen en arbeiderswoningen geven door de gelijkvormigheid een karakteristiek beeld. Typerend voor de architectuur is de horizontale massaopbouw. De architectuur en uitstraling van de verschillende panden zijn nagenoeg gelijk. Bij ontwikkelingen is het oorspronkelijke concept uitgangspunt. De oorspronkelijke woningen zijn te herkennen aan de hardgrauwe baksteen en rode dakpannen. Kenmerkend zijn de detailleringen van goot en entree. De bedrijfspanden zijn of in baksteen in combinatie met hout of damwandbeplating, in een donkere tint of montagebouw uitgevoerd. De eigen identiteit speelt daarbij voor de herkenbaarheid een grote rol. Het bestaande kleur-, materiaalgebruik en detaillering is voor deze samenhang bepalend en het uitgangspunt. 31 van 113
Criteria agrarisch gebied: Niveau midden Situatie/algemeen
Architectuurstijl en gevel(compositie)
Utilitaire bouwwerken
•
•
•
De landschappelijke structuur, de positie en oriëntatie van de bebouwing op het erf en in de directe omgeving zijn richtinggevend bij nieuwbouw.
•
•
De verschijningsvorm dient de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing in de directe omgeving te ondersteunen. Dit kan zowel traditioneel als
•
eigentijds.
De architectuur is passend in het gebied en de gevel
materiaalgebruik moeten reageren op de overige
Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke
bebouwing en bebouwingsstructuur op de locatie.
gevelopbouw, compositie, materiaalgebruik,
Ze komen ondergeschikt en onopvallend over in het
kleurgebruik en detaillering het uitgangspunt.
gebied.
Gevels gericht op de openbare ruimte zijn representatief vormgegeven.
Hoofdvorm
Detaillering / Materialisatie
•
•
• •
De hoofdvorm is passend (qua maat en schaal) bij
bebouwingskarakteristieken op het perceel en de
Er dient een eenvoudige hoofdvorm te worden
omgeving, waarbij het gebruik van gedekte kleuren
toegepast.
overheerst.
In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie Aan- en uitbouwen hebben een duidelijk ondergeschikt karakter ten opzichte van de hoofdvorm.
•
Materiaal, kleur en detaillering zijn afgestemd op de
de bebouwing in de omgeving.
wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. •
Situering, vorm, detaillering, kleur- en
is samenhangend en evenwichtig vormgegeven.
Er dient een traditionele kapvorm te worden toegepast zoals een zadelkap of een schildkap, passend bij de bestaande bebouwing op het perceel of in de omgeving.
Erfafscheidingen • Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik) Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. •
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria op blz. 63 het uitgangspunt. 32 van 113
5. Invalswegen, randen en herstructureringsgebieden: Niveau midden
Kenmerken invalswegen, randen en herstructureringsgebieden: Niveau midden Lemsterhoek • Ouder bedrijventerrein van de gemeente Urk. • De ligging op Urk is uniek. Het ligt dicht tegen de haven en in het verlengde daarvan het oude dorp en sluit ook aan bij de woongebieden van Urk. Daarmee vormt het een schanierfunctie tussen de (kleinschalige) centrumfuncties in het oude dorp, de woongebieden en het grootschalige bedrijventerrein Zwolsehoek ten zuiden van de Urkervaart. • Grote contrasten in functie (industrie, dienstverlening, wonen) en in korrelgrootte (vriescel en woonhuis naast elkaar). Invalswegen en randen (algemeen) • De invalswegen van en naar Urk (Urkerweg, Staartweg, Domineesweg) worden opgevat als de dorpsentrees. Het beeld vanaf deze wegen bepaalt grotendeels hoe bewoners en bezoekers het dorp
ervaren. Domineesweg en Urkervaart/Urkerweg • De randzone (domineesweg) wordt deels gekenmerkt door bebouwing waarbij de bedrijven naar binnen zijn georiënteerd achter een massieve groenzone. • Ter plaatse van de jongste uitbreidingen zijn de bedrijven naar buiten gericht. • Bebouwing aan de Urkervaart is met name zichtbaar vanaf het water en deels vanaf de Urkerweg, waarbij de deels (onsamenhangende) bebouwing 34 van 113
Kenmerken invalswegen, randen en herstructureringsgebieden: Niveau midden
•
Esri Nederland, Community Map Contributors
op grotere afstand ervaarbaar is. De Urkervaart betreft een ecologische verbindingszone en is van belang voor de maritieme sector.
Ambitie(s) herstructureringsgebieden • Doorontwikkeling naar gemengd (voorzieningen) gebied met een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit (gebouw en omgeving). • In de maat en schaal dienen deze panden zich in de vormgeving aan te sluiten bij de huidige situatie met representatieve gevels richting de openbare ruimte en invalswegen. • Zorgvuldige erfinrichting met nette transparante erfafscheidingen en een verzorgd openbaar gebied. Ambitie(s) invalswegen en randen • Insteek voor de Domineesweg is om bij vervangende nieuwbouw, bebouwing naar buiten te oriënteren, zodat de bedrijven zich zichtbaar kunnen presenteren. • Verhogen van de landschappelijke inrichting van de invalswegen en beeldkwaliteit van panden langs deze routes.
Esri Nederland, beeldmateriaal.nl
35 van 113
Criteria invalswegen, randen en herstructureringsgebieden: Niveau midden Situatie/algemeen • De woningen en/of bedrijfsgebouwen hebben de representatieve gevel aan de zijde van de invalsweg of rand.
•
• Hoofdvorm • De hoofdmassa is helder vormgegeven en passend (qua maat en schaal) bij de bebouwing in de omgeving. • In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. • Aan - en uitbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdbebouwing. • Bouwmassa’s van bedrijfswoningen kunnen eenvoudig en/of enigzins samengesteld worden ontworpen of bedrijfswoningen kunnen inpandig worden gerealiseerd. • Bouwmassa’s van de bedrijfsgebouwen overwegend eenvoudig vormgeven. • Vormgeving zoveel mogelijk afstemmen op de
Detaillering / Materialisatie • De detaillering en materialisatie is degelijk en afgestemd op de architectuur. • De bedrijfswoningen uitvoeren in traditioneel kleur- en materiaalgebruik. Hier kan van
•
•
•
•
criteria op blz. 63. Voor de bedrijfsgebouwen zijn traditionele bouwmaterialen en moderne, industriële bouwmaterialen, zoals sandwichpanelen of damwandprofielplaten toegestaan. De bedrijfsgebouwen in gedekte kleuren uitvoeren in één (gedekte) hoofdkleur. Toepassen van specifieke bedrijfskleuren beperken tot accenten in een groter geheel. Felle contrasterende kleuren zijn niet toegestaan.
Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria op blz. 63 het uitgangspunt.
Openbare ruimte en erfafscheidingen • De openbare ruimte is in dit gebied van belang. Het uitgangspunt is zo veel mogelijk begroeiing in de openbare ruimte met voldoende ruimte voor wateropvang. •
Uitgangspunt is zorgvuldige toepassing van erfscheidingen. Dit komt tot uiting in situering, vormgeving, materiaalgebruik en detaillering
worden afgeweken op basis van de algemene
omliggende bebouwing. Architectuurstijl en gevel (compositie) • Gevels richting de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. • De architectuur past bij de bebouwing in de omgeving. • De gevelcompositie en de plaats, afmetingen en verhoudingen van de gevelopeningen zijn op
elkaar afgestemd. Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detail het uitgangspunt. Volledig gesloten wanden aan de openbare zijde zijn niet toegestaan.
in aansluiting op de gebiedskenmerken. Bij erfscheidingen zichtbaar vanuit de openbare ruimte, wordt de eenheid in bestaande oplossingen gerespecteerd. Utilitaire bouwwerken • Situering, vorm, detaillering, kleur- en materiaalgebruik moeten reageren op de overige bebouwing en bebouwingsstructuur op de locatie. Ze komen ondergeschikt en onopvallend over in het straatbeeld. •
De situering en inpassing van utilitairebouwwer-
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
ken zoals Nuts-voorzieningen mogen geen af-
Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties
breuk doen aan de bebouwing en de gebiedska-
voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente
rakteristieken. Dit betekent een ondergeschikte
stimuleren we deze initiatieven met behoud van
positie en een afstemming op het materiaal- en
kwaliteit.
kleurgebruik van de bebouwing in de omgeving. 36 van 113
6. Nieuwbouwwijken(De Brug, Natuurwijk, Zeewijk, Polderwijk, Oranjewijk): Niveau midden
Kenmerken nieuwbouwwijken: Niveau midden Ambitie De ambitie is om de samenhang in bebouwing en de openbare ruimte voldoende te behouden en waar mogelijk te versterken met ruimte voor duurzame aanpassingen.
38 van 113
Kenmerken nieuwbouwwijken (De Brug, Natuurwijk, Zeewijk, Polderwijk, Oranjewijk): Niveau midden
Esri Nederland, Community Map Contributors
Bebouwing en omgeving • Planmatig opgezette wijken van eind jaren ’90 en later. • Diverse architectuurstijlen varierend van traditionelere vormen in lichte kleurstellingen tot modernere bebouwing (soms geinspireerd op traditionele architectuur) en meer donkere kleurstelling in de recentere wijken. • Toenemende aandacht voor duurzaamheid in de recentere delen. • Architectonische eenheid herkenbaar door het gebruik van beeldkwaliteitsplannen. In dit gebied zijn er nog relatief weinig aanpassingen in de vorm van uitbreidingen en dakkapellen. • Variatie in bebouwingstypologie waarneembaar in de vorm van vrijstaande woningen, tweekappers, rijen en appartementen. • Het betreft hoofdzakelijk laagbouw met kappen en een enkel grootschaliger appartementengebouw. • Meer aandacht voor de openbare ruimte in relatie tot de bebouwing, dan in de oudere delen van Urk. • De Zeeheldenwijk wordt momenteel ontwikkeld aan de hand van beeldkwaliteitsplannen per deelgebied. Dit beeldkwaliteitsplan blijft van kracht en maakt geen onderdeel uit van deze beleidsregels.
39 van 113
6. Woonwijk Hooiland: Niveau midden
Kenmerken Hooiland: Niveau midden
Ambitie De ambitie is om de samenhang in bebouwing en de openbare ruimte te behouden en te versterken met ruimte voor duurzame aanpassingen.
41 van 113
Kenmerken Hooiland: Niveau midden
Esri Nederland, Community Map Contributors
Esri Nederland, beeldmateriaal.nl
Bebouwing en omgeving • Het plan is ontworpen in de jaren´70 van de vorige eeuw volgens het woonerfidee. • Bij het ontwerp van de wijk is met een knipoog gekeken naar de structuur en het materiaalgebruik van het oude dorp. • De bebouwing en de openbare ruimte zijn als één geheel ontworpen en op de openbare ruimte georiënteerd. • De architectuurstijl is geïnspireerd op de oorspronkelijke bebouwing van het oude dorp, maar bevat niet de letterlijke stijlkenmerken uit het oude dorp. • De bebouwing kent een grote uniformiteit in uitstraling en opbouw. Dit bepaalt in grote mate de belevingswaarde. • De indeling van de gevels is uniform en de verticaliteit komt tot uitdrukking in de verticale houten gevelbeschieting en zelfstandige dwarskappen. • Hoekwoningen met meerdere gevels aan een straat hebben meestal geen meerzijdige oriëntatie, waardoor een gesloten bebouwingsbeeld ontstaat. • De woningen zijn te herkennen aan de donkere gemetselde onderbouw. Soms is deze vervangen door wit stucwerk. • Vanaf de eerste bouwlaag is een verticale houten gevelbeschieting aanwezig in de voor Urk kenmerkende donkergroene kleur. • De boeien en de kozijnen zijn veelal wit. • Kleur-, materiaalgebruik en detaillering is voor deze samenhang bepalend. 42 van 113
Criteria nieuwbouwwijken en Hooiland: Niveau midden Situatie/algemeen • De verschijningsvorm dient de ruimtelijke kwaliteit van de stedenbouwkundige structuur en samenhang van de bebouwing in de directe omgeving te ondersteunen. • Een gebouw of bouwwerk dient bij te dragen aan de specifieke kernkwaliteit (identiteit) van het gebied. Hoofdvorm • De hoofdmassa is helder vormgegeven en passend (qua maat en schaal) bij de bebouwing in de omgeving. Een duidelijke hoofdvorm met kap is het uitgangspunt. • Voor grotere complexen (in het groen) zoals appartementencomplexen of een gebouw met een bijzondere functie (o.a. kerk, school en winkel) is een platte kap mogelijk. • In geval van een uitbreiding, verbouw of renovatie wordt deze afgestemd op het bestaande bouwwerk. Architectuurstijl en gevel(compositie) • Gevels richting de openbare ruimte zijn samenhangend en representatief vormgegeven. • De architectuur past bij de bebouwing in de omgeving. • De gevelcompositie en de plaats, afmetingen en verhoudingen van de gevelopeningen zijn op
•
elkaar afgestemd. Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw, compositie en detaillering het uitgangspunt. •
Materialisatie, kleur en detaillering • De materialen, kleuren en detaillering zijn zorgvuldig en afgestemd op de architectuur. • Het oorspronkelijke, materiaal- en kleurgebruik evenals de detaillering van de bestaande architectuur is het uitgangspunt. Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik) • Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. • Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene
ding dienen aan te sluiten op de architectuur van de hoofdbebouwing en moeten voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open, begroeide delen en gesloten delen. Bij groenblijvende erfafscheiding dient er een permanente robuuste constructie aanwezig te zijn.
Utilitaire bouwwerken • Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving.
criteria op blz. 63 het uitgangspunt. Openbare ruimte en erfafscheidingen • De openbare ruimte is in dit gebied van belang. Het uitgangspunt is een zo veel mogelijk begroeiing in de openbare ruimte met voldoende ruimte voor wateropvang. • Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningsplichtige erfafschei43 van 113
7. Woonwijken (na-oorlogs): Niveau basis
Kenmerken woonwijken (na-oorlogs) Niveau basis
Ambitie De ambitie is om de samenhang in bebouwing en de openbare ruimte te respecteren met ruimte voor uitbreidingen en duurzame aanpassingen. Bij verbouwplannen van woningen die deel uitmaken van een bouwblok, cluster of ensemble is aansluiting bij de bestaande vormgeving, materiaal, kleur en detaillering het uitgangspunt. Bij verbouwplannen van vrijstaande woningen is aansluiting op de bestaande vormgeving van de betreffende woning en de belendingen minder relevant en is het vooral van belang dat sprake is van samenhangend en evenwichtig beeld van de woning op zichzelf. Grootschalige nieuwe ontwikkelingen in dit gebied worden beoordeeld op basis van de algemene criteria op blz 63.
45 van 113
Kenmerken woonwijken (na-oorlogs): Niveau basis Bebouwing en omgeving
Wederopbouwwijken (Urk Noord, Flatten): •
De eerste wijken na de inpoldering. Kleinschalig, eenvoudig, veelvuldig gerenoveerd. Wel kenmerkend, maar minder behoefte aan strenge bescherming op pandniveau.
Groene jaren ’70 wijken (Schelpenhoek, Waaiershoek, Hooiland): •
Esri Nederland, Community Map Contributors
Eenvoudige maar ruim opgezette uitbreidingen die zich hiermee sterk onderscheiden van de rest van Urk. Architectonische eenheid nog intact en hoog gewaardeerd als woonwijk.
Laat 20e eeuwse wijken: •
Organisch stratenpatroon met veel tweekappers. Diversiteit in woningen, veelvuldig aangepast in periodes met beperkt welstandsbeleid. Beperkte eenheid.
46 van 113
Kenmerken Urkerbos en omgeving: Niveau basis
Ambitie De ambitie is dat de bebouwing de natuurwaarden respecteert met ruimte voor uitbreidingen en duurzame aanpassingen. Grootschalige nieuwe ontwikkelingen in dit gebied worden beoordeeld op basis van de algemene criteria op blz 63.
47 van 113
Kenmerken Urkerbos en omgeving: Niveau basis
Bebouwing en omgeving • Aan de noordkant van de Staartweg ligt een bosgebied. In dit gebied komt verspreid bebouwing voor zoals verenigingsgebouwen, camping, sportterreinen,maneges, begraafplaats en (bedrijfs)woningen. • De bebouwing staat in open ruimten die zijn omgeven door hoog opgaand groen dat het zicht op de bebouwing meestal ontneemt. • De aanwezige bebouwing is functioneel en eenvoudig van uitstraling. • De bebouwing bestaat veelal uit één bouwlaag met een plat dak of flauw zadeldak. • De materiaaltoepassing is sober en doelmatig en vaak ondergeschikt aan de omgeving.
48 van 113
Criteria Woonwijken (na-oorlogs) en Urkerbos Niveau basis Vormgeving • Plannen worden beoordeeld op de invloed op het gebouw, bouwblok, cluster of de natuur. • Een nieuw bouwvolume heeft een heldere hoofdvorm en sluit aan bij de omgeving. • De vormgeving van vrijstaande gebouwen of woningen kan afwijkend zijn, maar dient op zichzelf wel (voldoende) samenhangend en evenwichtig te zijn. • Dakvormen en dakhellingen sluiten aan en komen overeen op die van het bouwblok of cluster. • Bij woningen die deel uitmaken van een bouwblok of cluster dient de vormgeving gerelateerd te zijn aan de bestaande vormgeving (situatie). • Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en afgestemd op het bestaande gebouw of bouwblok. • De gevelelementen zijn op elkaar afgestemd voor wat betreft plaats, maatvoering, verhou-
dingen en vormgeving. Materiaal, kleur en detaillering • Bij woningen die deel uit maken van een bouwblok of cluster is afstemming op de bestaande materialen, kleuren en detaillering het uitgangspunt voor wat betreft gevels en daken. • Bij gestapelde woningen is sprake van uniformiteit voor wat betreft materialen, kleuren en
•
detaillering. Bij vrijstaande woningen of gebouwen is de architectuurstijl leidend voor de materialen, kleuren en detaillering. Diverse materialen en kleuren zijn toegestaan.
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik) • Een nieuwe bouwwijze heeft soms consequenties voor materiaalkeuze of detaillering. Als gemeente stimuleren we deze initiatieven met behoud van kwaliteit. • Past de nieuwe bouwwijze niet binnen de gebiedsgerichte criteria dan zijn de algemene criteria op blz. 63 het uitgangspunt.
Utilitaire bouwwerken • Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving.
Openbare ruimte erfafscheiding • De openbare ruimte is in dit gebied van belang. Het uitgangspunt is een zo groen mogelijke openbare ruimte met ruimte voor wateropvang. • Voor erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte vormen beplanting of hagen het uitgangspunt. Vergunningsplichtige erfafscheiding sluiten aan op de hoofdbebouwing of moeten voldoende gevarieerd zijn, door een afwisseling van open en gesloten delen.
49 van 113
DEEL II
THEMATISCHE CRITERIA (in de gehele gemeente toepasbaar)
THEMATISCHE CRITERIA (leeswijzer) Hoe pas ik het beleid toe? Criteria per thema In deel II zijn er aanvullend op de gebiedscriteria, thematische criteria opgenomen, die voor het hele grondgebied van de gemeente gelden. Dit zijn ten eerste sneltoetscriteria voor veel voorkomende aanvragen zoals dakkapellen en uitbouwen. Daarnaast zijn dit criteria voor energiebesparende maatregelen zoals zonnepanelen in veldopstelling en kleine windmolens. Deze criteria zijn toegevoegd om beter in te spelen op actuele ontwikkellingen. Daarnaast zijn er algemene criteria. Deze zijn toepasbaar in uitzonderlijke situaties en de excessenregeling voor buitensporige situaties. Deze staan op pagina 64 en 65.
Tip voor ruimtelijke kwaliteit Een bouwproject kan complexer zijn dan vooraf gedacht. Het is raadzaam om dit goed voor te bereiden. Kijk voor tips over ruimtelijke kwaliteit naar het stappenplan ruimtelijke kwaliteit in Bijlage III.
51 van 113
SNELTOETS CRITERIA
Criteria sneltoets - Uitbouwen (bijbehorende bouwwerken) Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Criteria De criteria voor dit gebied zijn voorschriften voor (veel voorkomende) kleine en/of eenvoudige bouwplannen die omgevingsvergunningplichtig zijn. Deze criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe bouwwerken er uit dienen te zien om niet strijdig te zijn met de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. Het omgevingssplan is maatgevend voor wat betreft afmetingen, voorgevelrooilijnen, et cetera.
Criteria voor bijbehorende bouwwerken aan het hoofdgebouw
Maatvoering:
•
Vormgeving:
• • • •
•
•
De aan- of uitbouw is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw. Geen aan- of uitbouw aan een bestaande aan- of uitbouw, tenzij goed gedetailleerd. Eén bouwlaag met een van het hoofdgebouw afgeleide plattegrond. Plat afgedekt of met een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, dakhelling en nokrichting. Vorm: kozijnen en ramen zijn gelijk aan of afgestemd op die van de kozijnen en ramen van het hoofdgebouw; bij serres een regelmatige verdeling van kozijnstijlen. Van het hoofdgebouw afgeleide detaillering.
•
Afstand van de aan- of uitbouw aan de zijgevel tot de voorgevel is minimaal 1,00 meter tenzij het omgevingsplan een andere plaatsing mogelijk maakt. (Goot) hoogte: niet hoger dan 0,3 meter, tenzij het omgevingsplan anders voorschrijft, boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw en onder de gootlijn van het hoofdgebouw (voorkant en zijkant).
Materiaal, kleur en detaillering
•
Afgestemd op het hoofdgebouw of ondergeschikt donker materiaal- en kleurgebruik waardoor het hoofdgebouw het beeld blijft domineren. Boeiboorden en kozijnen zijn ook in wit mogelijk.
53 van 113
Criteria sneltoets - Dakkapellen Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Criteria voor dakkapellen
Dakkapellen op bijgebouwen
Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de Criteria voor bijbehorenkap, bedoeld om devrijstaande lichttoetreding te verbeteren de bouwwerken en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Het treedt in eerste instantie regelend Dakkapellen zijn, als ze zichtbaar zijn vanuit de op voor wat betreft rooilijnen en maxiopenbare ruimte, voor het straatbeeld bepalend. male afmetingen. Als ze zichtbaar zijn Dakkapellen zijn een ondergeschikte toevoeging vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor aan een het dakvlak. straatbeeld bepalend. Bijbehorende
•
bouwwerken moeten qua uitstraling Plaatsingen volume ondergeschikt zijn aan het • Bij een mansardekap plaatsing in het oorspronkelijke hoofdgebouw enalleen afonderste dakvlak. gestemd worden op het gebiedseigen karakter van het hoofdgebouw de het • Bij een andere kapvorm alleenofop
• •
onderste deel van het dakvlak. Dakkapellen niet boven elkaar plaatsen. Dakkapellen op flauwe kappen met een dakhelling kleiner dan 30° zijn niet toegestaan.
Maatvoering
•
•
Hoogte: voorvlak verticaal gemeten maximaal 1.75 meter gemeten vanaf voet dakkapel tot aan bovenzijde boeiboord of daktrim. Breedte: aan voorgevel en zijgevel die grenst aan de openbare ruimte maximaal 2/3e van de breedte van het dakvlak (midden bouwmuur tot midden bouwmuur).
Ondergeschikt uitvoeren, maximaal 1/3 van de breedte van het dakvlak of integraal opnemen in de kapvorm.