Begroting 2022 d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1.pdf
Tekst van het document
► Huidige afdracht bovenwijkse voorzieningen Belangrijk onderdeel van de nieuwe grondexploitatiewet is de mogelijkheid kosten van grote bovenwijkse voorzieningen door te berekenen aan de ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie dienen de ontwikkelingslocaties en deze projecten te worden aangeduid en voorzien te worden van een investeringsprogramma voor de bovenwijkse/bovenplanse werken (zogenaamde uitvoerings-programma). Op basis van vigerende wetgeving vindt nog een afdracht plaats per verkochte m2 voor de derde verkeersbrug. Deze opslagen (verantwoord binnen het fonds dorpsuitleg en reserve infrastructuur) voldoen aan de gewijzigde wet- en regelgeving. Op grond van het BBV mogen de afdrachten eerst bij afsluiting van de betreffende grondexploitatie plaatsvinden (resultaatbestemming).
► ALGEMENE RESERVE GRONDEXPLOITATIE Stand per 1 januari 2022 Mutaties 2022 1. Rente Westgat (3 jaar) 2. Voeding reserve strategische aankopen 3. Afdracht VPB (schatting) 4. Geprognosticeerde winstname 2022
6.368.651
40.000 172.500 100.000 -614.608
Stand 31 december 2022 Noodzakelijke stand reserve grondzaken Saldo
-302.108 6.670.759 7.000.000 -329.241
Ad 1. Rente Westgat (3 jaar) Voor dekking en rente (eerste 3 jaar) is een bedrag opgenomen van € 40.000. Ad 2. Voeding Reserve strategische aankopen In de perspectiefnota 2011 is besloten jaarlijks een bedrag van € 172.500 toe te voegen aan de reserve strategische aankopen Ad 3. Afdracht VPB Voor de toekomstige afdracht van vennootschapsbelasting wordt op dit moment rekening gehouden met een bedrag van €100.000 per jaar. Ad 4. Geprognotiseerde winstname Op basis van actuele voorschriften BBV dient (voor zover van toepassing) jaarlijks winst te worden genomen. De verwachte winst 2021 bedraagt € 614.608.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
69
► PROGRAMMA AANPAK STIKSTOF (PAS) Veel bouwplannen sneuvelden de afgelopen periode als gevolg van de uitspraak Raad van State met betrekking tot de Programmatische Aanpak Stikstof. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van state heeft zo bijvoorbeeld eind 2019 het inpassingsplan ‘Maritieme service Noordelijke Flevoland’ Van de provincie Flevoland vernietigd. Gesteld kan worden dat het stikstofvraagstuk ook gevolgen heeft voor de gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente Urk. Heeft dit vraagstuk ook gevolgen voor de grondexploitaties van de gemeente Urk? Binnen het grondbedrijf wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende ontwikkelvromen. In hoeverre de PAS-uitspraak daadwerkelijk impact heeft op een grondexploitatie, verschilt per situatie en project. Bij de financiële vertaling van de stikstofproblematiek moet goed worden nagedacht over er sprake is van een feit of juist een risico. Voorlopig zien we het stikstofprobleem als een risico, waarbij we extra gevolgen in beeld gaan brengen. Het mogelijk risico wordt gekwantificeerd en meegenomen in de risicoparagraaf van het project. Dit zal leiden tot het verhogen van het risicoprofiel per project, maar niet direct de financiële waardering van gronden.
► Corona en grondbeleid De grondverkopen en het grondbeleid worden tot nu toe maar heel beperkt beïnvloed door de Coronacrisis. De landelijke woningprijzen voor bestaande woning zijn dit kwartaal met 4% gestegen. Ook is er nog steeds sprake dat de vraag naar woningen toeneemt, terwijl de vraag afneemt. De bouwkosten worden wel sterk beïnvloed door de Coronacrisis. In het afgelopen kwartaal is de aanbestedingsindex gedaald met 0,6%. Dit betekend dat de bouwopdrachten voor een lagere prijs op de markt worden gezet. De werkelijke effecten van de Coronacrisis op het grondbeleid zullen op de langere termijn moeten blijken. In de komende tijd zal per project een inschatting gemaakt moeten worden van de mogelijke effecten. De mogelijke effecten zullen dan verder worden gekwantificeerd en worden meegenomen in de risicoparagraaf van de projecten.
► TUSSENTIJDS WINST NEMEN BIJ POSITIEVE GRONDEXPLOITATIES Algemeen Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn het toerekeningbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten. Baten en lasten – en het daaruit vloeiende resultaat – moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en ook als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van tussentijdse winst is daarmee geen keuze maar een verplichting die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van de tussentijdse winst is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. Percentage of completion (Poc) Voor het bepalen van de tussentijdse winst is aansluiting gezocht bij een algemeen aanvaardbare methodiek (bedrijfsleven, fiscaal), waarbij rekening is gehouden met de bijzondere kenmerken van gemeentelijke grondexploitaties. De doelstelling van het gemeentelijk grondbeleid is immers niet primair gericht op het behalen van financieel rendement, maar op het bereiken van het gewenste voorzieningenniveau voor inwoners en bedrijven.
De Poc-methode houdt rekening met de fase waarin de grondexploitatie, zowel wat betreft de opbrengsten als de kosten, verkeert. Daarnaast is deze methode eenvoudig toepasbaar en kan eenduidig worden gehanteerd voor alle positieve grondexploitaties die door gemeenten worden uitgevoerd.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
70
Winstnemingen en fondsafdrachten
Complex Oranjewijk afr. Staartweg ZH fase 5 Zeeheldenwijk Port of Urk Westgat
Raming totale kosten (excl. genomen winsten vorige Raming totale jaren) opbrengsten 26.187.989 -32.032.492 904.847 1.079.279 14.181.611 -15.341.704 99.913.581 -105.126.895 61.127.139 -59.839.177 1.317.001 -846.755 203.632.167 -212.107.744
% gereal. kosten 97% 61% 100% 46% 25% 85%
% gereal. opbrengsten 100% 0% 100% 1% 1% 41%
Te nemen winst 2022 -582.862 0 -31.746 0 0 0 -614.608
Te nemen fondsafdrachten 2022 -146.871 0 -24.183 0 0 0 -171.054
De winstnemingen en fondsafdrachten zijn conform verordening 212 naar de desbetreffende reserves geboekt.
Plattegrond grondexploitaties
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
71
LOKALE HEFFINGEN
2G
Inleiding
Het totale pakket van gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat uit verschillende belastingheffingen welke opgelegd worden op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde belastingverordening. De doelstelling van de lokale heffingen is het verwerven van eigen middelen uit belastingen en heffingen ter dekking van de algemene en specifieke uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De uitvoering en de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de heffingswerkzaamheden liggen op grond van artikel 231 van de Gemeentewet bij de heffingsambtenaar. Hierbij valt te denken aan het vaststellen en opleggen van de aanslagen en taxatiewaarden, het doen van uitspraken op bezwaren en het verweer bij beroepszaken. De gemeentelijke heffingen zijn na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten. Bij gemeentelijke heffingen wordt onderscheid gemaakt tussen belastingen en retributies. Belastingen hebben een algemeen karakter. Een directe relatie tussen de belasting en de gemaakte kosten van de gemeente is in het algemeen niet aanwezig. Bij de retributies is er wel sprake van een directe relatie tussen de heffing en de gemeentelijke taak. Bij retributies mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor de uitoefening van de taak.
Tarievenbeleid Voor de hoogte van tarieven gelden de volgende uitgangspunten: De belastingen en heffingen worden trendmatig verhoogd, tenzij op grond van een besluit van de gemeenteraad een andere verhoging is vastgelegd. Voor 2022 is de trendmatige verhoging vastgesteld op 1,6%. Extra verhogingen worden slechts voorgesteld, wanneer daar tegenover de realisering van aanwijsbare voorzieningen ten behoeve van de gemeenschap staan. Dienstverlening door of vanwege de gemeente, behoort kostendekkend te zijn. De opbrengsten uit de lokale belastingen en heffingen zijn als volgt begroot: Gemeentelijke heffing
rekening 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
1.1 Onroerende-zaakbelastingen
4.911.973
5.073.277
5.210.439
5.355.062
5.502.142
5.651.724
1.2 Hondenbelasting
60.747
62.000
62.000
62.000
62.000
62.000
1.3 Precariobelasting
18.694
18.000
18.288
18.599
18.915
19.237
1.4 Toeristenbelasting
67.545
42.024
42.696
43.422
44.160
44.911
Totaal Belastingen
5.058.960
5.195.301
5.333.423
5.479.082
5.627.217
5.777.871
2.1 Afvalstoffenheffingen
1.896.026
1.876.634
1.829.367
1.880.127
1.913.444
1.947.487
2.2 Rioolheffing
2.212.597
2.056.991
2.063.537
2.101.424
2.139.956
2.176.820
2.3 Haven- en kadegelden
598.537
645.152
652.314
654.649
657.023
659.608
2.4 Marktgelden
34.662
26.956
30.655
31.176
31.706
32.245
2.5 Begraafrechten
392.782
317.613
314.691
319.655
324.702
330.350
2.6 Secretarieleges (Titel 1)
219.725
259.248
339.578
345.331
351.182
357.152
2.7. Omgevingsvergunningen (Titel 2)
766.792
465.269
427.864
445.395
452.512
459.933
9.844
13.000
13.000
13.000
13.000
13.000
0
0
0
0
0
0
Totaal Retributies
6.130.964
5.660.864
5.671.007
5.790.756
5.883.524
5.976.595
TOTAAL
11.189.924
10.856.164
11.004.430
11.269.839
11.510.741
11.754.466
2.8 Leges (Titel 3) 2.9 Overig
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
72
1. BELASTINGEN Belastingen hebben een algemeen karakter. Een directe relatie tussen de belasting en de gemaakte kosten van de gemeente is in het algemeen niet aanwezig. De opbrengsten van de algemene belastingen gaan naar de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt dus zelf waaraan de gemeente dat geld besteedt. Voorbeelden van algemene belastingen zijn de onroerendezaakbelasting (OZB), precariobelasting en de hondenbelasting. 1.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden over binnen de gemeente gelegen onroerende zaken, drie directe belastingen geheven: • eigenarenbelasting voor woningen; • eigenarenbelasting voor niet-woningen; • gebruikersbelasting voor niet-woningen De peildatum voor de belastingplicht is 1 januari van het belastingjaar. Grondslag voor de OZB is de WOZ-waarde. Elk jaar wordt het onroerend goed gewaardeerd o.g.v. de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Hiermee volgt de WOZ-waarde jaarlijks de marktontwikkeling. De gemeente Urk heeft delen van de jaarlijkse herwaardering uitbesteed aan Exxellence. Voor het belastingjaar 2022 geldt voor de aanslag OZB de naar prijspeil van 1 januari 2021 vastgestelde waarde van het onroerend goed.
Waardeontwikkeling Om waardeontwikkelingen van woningen en niet-woningen niet van invloed te laten zijn op de opbrengst, worden de tarieven conform de waardeontwikkelingen aangepast. Dit uitgangspunt is in het verleden altijd bij herwaarderingen gehanteerd. In de huidige markt worden dus de stijgende WOZwaarden gecompenseerd door een gelijktijdige daling van de tarieven. Momenteel is er nog geen nauwkeurig inzicht in de lokale waardestijgingen voor 2022. De stijging op de huizenmarkt is fors doorgezet. Vooralsnog wordt uitgegaan van een stijging van gemiddeld 12 % van de huizenprijzen. Er zijn nog onvoldoende marktgegevens bekend om een betrouwbaar beeld van de waardeontwikkeling van niet-woningen te ontdekken. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een waardestijging van nietwoningen van 3 %. De daadwerkelijke tarieven, op basis van lokale waardeontwikkelingen worden opgenomen in de Verordening Onroerende-zaakbelastingen 2022. De totale OZB-inkomsten bedragen in de begroting 2022 € 5,21 miljoen. De opbrengsten 2022 en volgende jaren zijn gebaseerd op de besluitvorming van de raad, de groei van het aantal onroerende zaken en de tariefsaanpassingen op basis van de nieuwe waarden in het kader van de hertaxaties Wet WOZ. Op grond van eerder besluitvorming dienen de tarieven zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten gerealiseerd worden.
1.2 Hondenbelasting Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake het houden van een hond binnen de gemeente. Het is niet nodig dat de gemeente een relatie legt tussen de opbrengst van de hondenbelasting en de kosten die voor de gemeente aan de bevuiling door honden zijn verbonden. Het tarief voor 2022 wordt met 1,6 % verhoogd. De opbrengst voor deze belasting wordt in 2022 geraamd op € 62.000. Er is de laatste jaren geïnvesteerd in afvalzakjes (poepzakjes) en bakken. Een burgerinitiatief voor een speel- en losloopplaats wordt momenteel nader uitgewerkt aan de Ransuil en mogelijk ook nog langs de Staartweg (bij park Vuilstort). 1.3 Precariobelasting De gemeente heft een precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond. De precariobelasting wordt specifiek geheven voor het plaatsen van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden van belaste voorwerpen zijn kabels en leidingen, terrassen, bouwmaterialen, zonneschermen, luifels, lichtreclames en vlaggen.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
73
Precariobelasting wordt wel gezien als de fiscale tegenhanger van een privaatrechtelijke vergoeding om de gemeentegrond te kunnen gebruiken. De opbrengst wordt in 2022 geraamd op € 18.000. 1.4 Toeristenbelasting Dit betreft een belasting die wordt geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP). Door het heffen van een toeristenbelasting dragen ook niet-inwoners bij in de kosten van de algemene voorzieningen. Het tarief bedraagt € 1,50 per persoon per overnachting. De opbrengst stijgt jaarlijks iets. De opbrengst voor deze belasting wordt in 2022 geraamd op € 50.000.
2. RETRIBUTIES Onder de naam ‘retributies’ worden tarieven geheven voor diverse typen gemeentelijke dienstverlening. Bij retributies is er in feite sprake van een directe relatie tussen de heffing en de gemeentelijke taak. De geraamde opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor uitoefening van de taak. De aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend, is belastingplichtig. De gemeente moet in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opnemen voor heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De gemeente Urk volgt hierin de handreiking van de VNG. Deze handreiking is gericht op een praktische en eenduidige uitvoering van deze verplichting. De voorgeschreven uniforme taakveldindeling biedt de mogelijkheid om met een standaardindeling te werken. Gelet op de ontwikkelingen in de (uitleg van de) regelgeving en de problemen die de gemeenten bij de invoering tegenkomen, zal er nog enige tijd sprake zijn van een dynamisch document. Uitgangspunt van het nieuwe BBV is dat de integrale kosten via de heffingen in rekening gebracht kunnen worden. Dat zijn de directe kosten vermeerderd met een redelijke opslag voor overhead. De methodiek van de toerekening van de overhead is vastgelegd in de financiële verordening.
Op grond van de financiële verordening dient 76,9% van de overhead toegerekend te worden. Voor de navolgende heffingen geldt dat de opbrengsten niet uit mogen gaan boven de geraamde kosten, ofwel geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn: • Afvalstoffenheffing; • Rioolrecht; • Haven- en kadegelden; • Leges; • Marktgelden; • Begraafrechten. 2.1 Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge art. 10.11 van der Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de gezinsgrootte en de soort container. In de tarieven zijn ook de kosten voor de milieustraat en het straatvegen verwerkt. De opbrengst van de afvalstoffenheffing dient de kosten te dekken. De tarieven stegen de afgelopen jaren als gevolg van het slechte afvalscheidingsgedrag en door veranderend Rijksbeleid. Om het scheiden van afval te stimuleren stijgt de belasting op verbranden en storten van afval jaarlijks fors om zo milieuvervuilend gedrag te ontmoedigen. Deze hogere kosten, die gepaard gaan met het verbranden van afval, komen uiteindelijk terecht bij onze inwoners. De verwachting was dat, bij onveranderd beleid, de tarieven de komende jaren, jaarlijks met minimaal 10% moesten te stijgen.
Een werkgroep is in 2019 daarom aan de slag gegaan om beleid te ontwikkelen om het scheiden van afval te stimuleren en te voorkomen dat de tarieven (te veel) stijgen. Met ingang van 1 april 2020 is het inzamelbeleid gewijzigd. Het restafval en papier wordt iedere maand opgehaald en het GFT-afval en PMD iedere veertien dagen. De resultaten zijn uitermate positief. De recyclebare afvalstromen (GFT, PMD, Papier) zijn in 2020 en 2021 gestegen, terwijl de hoeveelheid restafval is gedaald.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
74
Bij ongewijzigd beleid had het jaarlijks met minstens € 25,00 moeten stijgen en was het tarief ondertussen op tenminste€ 400,00 voor een meerpersoonshuishouden gekomen. Maar nu kan het tarief voor het tweede jaar op rij dalen en vastgesteld worden op € 335,00. Een compliment voor de burger die deze omslag mogelijk gemaakt heeft. Wel dienen er de komende jaren investeringen gedaan te worden om de afvalinzameling verder te verbeteren. De afvalinzameling op Urk is uitbesteed aan de afvalinzamelaar ROVA te Zwolle. In de tabel hieronder treft u de kostenonderbouwing afvalverwijdering en -verwerking aan voor het jaar 2022. Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing LASTEN Omschrijving 0.4 Taakveld overhead 0.5 Taakveld treasury
BATEN bedrag
Omschrijving
121.237 7.3 Taakveld afval 461 7.3 Taakveld afval (bijdrage inzameling kunststof)
0.8 Taakveld overige baten en lasten
82.288 0.10 Taakveld reserves
2.1 Taakveld verkeer en vervoer
80.685
5.7 Taakveld openbaar groen
20.460
6.3 Taakveld inkomensregelingen
39.501
7.3 Taakveld afval
1.566.676
Totale kosten
1.911.308 Totale opbrengsten
Kostendekkendheid (incl reservemut)
bedrag 1.829.367 54.544 3.170
1.887.081
99%
Toelichting op de toegerekende baten en lasten en beleidskeuzes Vanuit het taakveld overhead wordt een bedrag van ruim € 121.237 in rekening gebracht. Hierbij gaat hier niet alleen om de kosten voor de inzet van de medewerkers die aan het beleid invulling geven, maar ook om de inzet van het personeel in de buitendienst. Daarnaast bestaat deze overhead uit kosten van staffuncties zoals personeelszaken, financiën, etcetera. Ook worden de automatiseringskosten die verband houden met deze heffing toegerekend. Vanuit het taakveld treasury wordt een bedrag van € 461 in rekening gebracht als overige kosten waaronder rente voor gedane investeringen. Onder het taakveld 0.8 Taakveld overige baten en lasten wordt een bedrag van € 82.288 als BTW in rekening gebracht. Taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer ziet op de straatreiniging. Straatvegen doet de gemeente om drie redenen. Voor het functioneren van de riolering, vanwege het feit dat mensen hun afval verkeerd aanbieden (weggooien) en voor de verkeersveiligheid. Een exacte verdeling is niet te bepalen. Jaarlijks wordt een deel van de kosten van het straatvegen via de afvalstoffenheffing in rekening gebracht. Voor 2022 is dit bedrag bepaald op € 80.685. Tevens wordt in 2022 een bedrag van € 20.460 doorberekend aan de heffing vanuit de post openbaar groen.
Onder het taakveld 6.3 Taakveld inkomensregelingen worden de kosten doorberekend voor de kwijtschelding op de gemeentelijke belastingen. Voor 2022 wordt de kwijtschelding op de afvalstoffenheffing begroot op € 39.501. Bij het taakveld afval worden de kosten begroot voor de afvalverwijdering en -verwerking. Het gaat op deze plaats met name om de kosten die door de ROVA aan de gemeente Urk in rekening worden gebracht. Samen bedragen deze kosten een bedrag van € 1.566.676. De afvalstoffenheffing voor 2022 is begroot op een bedrag van ruim € 1.829.367. De post 7.3 Taakveld afval (bijdrage inzameling kunststof) ziet op de inkomsten van de deelstromen zoals oud papier, glas en plastic. Voor 2022 is de bijdrage geraamd op € 54.544.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
75
2.2 Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven van de eigenaar van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering en van de gebruiker van een perceel waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de gemeentelijke zorgplichten. De opbrengst van de rioolheffing mag alleen worden gebruikt ter dekking van de kosten van: • het inzamelen en transporteren van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater en het zuiveren van huishoudelijk afvalwater; • het inzamelen van afvloeiend hemelwater en het verwerken hiervan alsmede maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of te beperken. Bij het bepalen van de hoogte van de tarieven van de rioolheffing houden we er rekening mee dat de baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Uitgangspunten zijn 100% kostendekkendheid en gedifferentieerde tarieven per huishoudtype, waarbij de huishoudens met 4 of meer personen meer betalen, dan huishoudens tot en met 3 personen. Bij niet-woningen wordt naast een vast bedrag van de eigenaar, belasting geheven over het waterverbruik van de gebruiker. In 2015 heeft de gemeenteraad van Urk het Gemeentelijk Rioleringsplan (verder te noemen GRP) vastgesteld voor de periode 2016-2021.
Uit dit GRP blijken de verwachte exploitatie en investeringslasten in de uitvoeringsperiode. Verder worden in het GRP de belangrijkste uitgangspunten voor de rioolheffing vermeld. Uitgangspunt is dat eventuele exploitatieoverschotten ten gunste moeten komen van voorziening riolering derden of de bestemmingsreserve riolering. Investeringen moeten zo mogelijk direct worden afgeboekt vanuit de spaarvoorziening riolering. Dit met dien verstande dat in de spaarvoorziening een bedrag van € 500.000 beschikbaar blijft. De inzet op deze wijze van de spaarvoorziening is bedoeld om onnodige rentekosten op investeringen te vermijden. De tarieven voor de rioolheffing worden vastgesteld op grond van het GRP. Maar door de lage rente dalen de rentelasten. Tevens is het egalisatiefonds eerder op niveau en vallen in het algemeen de kosten lager uit. Als gevolg hiervan kunnen de tarieven in 2021 met 7% dalen! Bij het nieuwe GRP 2022 ev. zal bekeken worden hoe de tarieven zich in de komende jaren dienen te ontwikkelen Kostenonderbouwing rioolheffing LASTEN Omschrijving
BATEN bedrag
Omschrijving
0.4 Taakveld overhead
117.386 7.2 Taakveld riolering
0.5 Taakveld treasury
135.988
0.8 Taakveld overige baten en lasten
105.844
0.10 Taakveld reserves
bedrag 2.066.805
0
2.1 Taakveld verkeer en vervoer
143.063
5.7 Taakveld openbaar groen
159.240
7.2 Taakveld riolering
1.451.641
Totale kosten
2.113.162 Totale opbrengsten
Kostendekkendheid
2.066.805
98%
Toelichting op de toegerekende baten en lasten en beleidskeuzes Voor de beleids-, beheers- en onderhoudstaken riolering, alsmede voor de ondersteunende werkzaamheden zijn de kosten op het taakveld overhead voor 2022 begroot op een bedrag van € 117.386. Hierbij gaat hier niet alleen om de kosten voor de inzet van de medewerkers die aan het beleid invulling geven, maar ook om de inzet van het personeel in de buitendienst. Daarnaast bestaat deze overhead uit kosten van staffuncties zoals personeelszaken, financiën, et cetera. Ook worden de automatiseringskosten die verband houden met deze heffing toegerekend.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
76
In het GRP is er voor gekozen een deel van de kosten straatvegen toe te rekenen aan de te verhalen kosten riolering. Voor 2022 is dit bedrag bepaald op € 143.063. Vanuit het taakveld openbaar groen wordt een bedrag van € 159.240 toegerekend. Onder het taakveld 0.8 Taakveld overige baten en lasten wordt een bedrag van € 105.844 als BTW in rekening gebracht. De kosten taakveld treasury bedragen ruim € 135.988. Dit is de rente op 1 januari 2022 voor de gedane investeringen. De rioolheffing voor 2022 is begroot op een bedrag van € 2.066.805.
2.3 Havengelden Onder de naam "havengelden" wordt een recht geheven voor het gebruik of genot van de gemeentelijke havens. Kostenonderbouwing havengelden LASTEN Omschrijving
BATEN bedrag
Omschrijving
bedrag
0.4 Taakveld overhead
213.371 2.3 Recreatieve havens
432.729
0.5 Taakveld treasury
51.587 2.4 Economische havens en waterwegen
293.094
0.10 Taakveld reserves
-47.957
2.3 Recreatieve havens
372.652
2.4 Economische havens en waterwegen
425.694
Totale kosten
1.015.348 Totale opbrengsten
Kostendekkendheid
725.823
71%
Toelichting op de toegerekende baten en lasten en beleidskeuzes Vanuit het taakveld overhead wordt een bedrag van € 213.371 toegerekend. Hierbij geldt dat de kosten van de havenmeester niet volledig toegerekend mogen worden. Werkzaamheden als toezicht en handhaving mogen namelijk niet als lasten ter zake worden beschouwd. De kosten taakveld treasury bedragen ruim € 51.587. Dit zijn de rente en afschrijvingslasten op 1 januari 2022 voor de gedane investeringen. De vanuit het taakveld havens rechtstreeks toegerekende kosten bedragen voor de recreatieve haven € 372.652 en de economische havens en watergangen € 425.694. De totale opbrengsten worden bij het onderdeel havens geraamd op een bedrag van € 725.823. Dit bedrag is opgebouwd uit opbrengsten recreatieve havens € 432.729 en opbrengsten economische havens en watergangen € 293.094. 2.4 Marktgelden In de gemeente wordt onder de naam "marktgeld" een recht geheven voor het innemen van een standplaats op de voor de markt aangewezen plaats, gedurende de voor de markt geldende tijd. De tarieven zijn opgenomen in de Verordening Marktgelden. De tarieven worden doorgaans jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Het tarief voor de eerste vier meter is een vast bedrag. Het gebruik van stroom wordt afzonderlijk in rekening gebracht.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
77
Kostenonderbouwing marktgelden LASTEN
BATEN
Omschrijving
bedrag
0.4 Taakveld overhead
Omschrijving
bedrag
15.923 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
0.5 Taakveld treasury
30.655
0
3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
34.089
Totale kosten
50.012 Totale opbrengsten
30.655
Kostendekkendheid
61%
Toelichting op de toegerekende baten en lasten en beleidskeuzes Vanuit het taakveld overhead wordt een bedrag van € 15.923 in rekening gebracht. Het gaat hier de kosten van staffuncties zoals personeelszaken, financiën, et cetera. Ook worden de automatiseringskosten die verband houden met deze heffing toegerekend. De kosten van de marktmeester niet volledig toegerekend mogen worden. Werkzaamheden als toezicht en handhaving mogen namelijk niet als lasten ter zake worden beschouwd. De rechtstreeks aan het onderdeel bedrijfsloket en bedrijfsregelingen toegerekende bedrag bedraagt € 34.089. 2.5 Begraafrechten Op basis van de verordening op de graf- en begrafenisrechten worden in de gemeente Urk rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. In juli 2017 is er een nieuwe Beheersverordening begraven vastgesteld. Voor de begrafenisrechten geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn. Kruissubsidiëring is mogelijk binnen deze verordening. Dit betekent dat het dekkingspercentage moet worden beoordeeld op basis van de gehele verordening en niet per onderdeel. In onderstaande tabel worden de kosten en opbrengsten begraafplaatsen volgens de begroting 2022 vermeld. Hieruit blijkt dat het dekkingspercentage 79% is. Kostenonderbouwing begraafrechten LASTEN Omschrijving
BATEN bedrag
Omschrijving
0.4 Taakveld overhead
123.150 7.5 Begraafplaatsen
0.5 Taakveld treasury
22.813
7.5 Begraafplaatsen
251.031
Totale kosten
396.994 Totale opbrengsten
bedrag 314.691
314.691
Kostendekkendheid
79%
Toelichting op de toegerekende baten en lasten en beleidskeuzes Vanuit het taakveld overhead wordt een bedrag van € 123.150 toegerekend. Hierbij gaat hier niet alleen om de kosten voor de inzet van de medewerkers begraafplaatsen, maar ook om de inzet van het personeel in de buitendienst. Daarnaast bestaat deze overhead uit kosten van staffuncties zoals personeelszaken, financiën, et cetera. De kosten taakveld treasury bedragen ruim € 22.813. Dit is de rente op 1 januari 2022 voor de gedane investeringen. De vanuit het taakveld begraafplaatsen rechtstreeks toegerekende kosten bedragen € 251.031. Voor 2022 is een raming van € 314.691 opgenomen voor begraafplaatsrechten. Dit bedrag is verantwoord op het taakveld begraafplaatsen.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
78
2.6 Legesverordening Onder de naam "leges" worden een aantal verschillende rechten geheven voor het genot van door, of vanwege het gemeentebestuur, verstrekte diensten. Het gaat hier vooral om de secretarieleges en de leges bouwvergunningen. Van sommige leges wordt het tarief vastgesteld door het Rijk. Bij het berekenen van een kostendekkend tarief mogen overigens alleen de kosten van het verlenen van een vergunning of dienst in rekening worden gebracht. Kosten van onder andere toezicht en handhaving mogen niet doorberekend worden. Voor 2022 worden de tarieven in ieder geval verhoogd met 1,6%. Sommige tarieven kunnen meer stijgen om de kostendekkendheid te bereiken. Belastbare feit De legestarieventabel vormt een uitwerking van artikel 2 van de Legesverordening. Meestal is gekozen voor het omschrijven van het belastbare feit als ‘het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning’ en niet als ‘het afgeven van een vergunning’. Dit heeft namelijk als voordeel dat de leges al verschuldigd zijn op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag. Hoogte van de tarieven Voor een aantal diensten is de hoogte van het te heffen legesbedrag wettelijk geregeld. Dit geldt onder andere voor de diensten opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.
Voor een aantal andere diensten is wettelijk geregeld dat de tarieven niet boven een bepaald bedrag uit mogen gaan. Gemeenten mogen wel een lager bedrag opnemen dan het in de wettelijke regeling genoemde maximum. Het betreft de tarieven van onder andere: 1. onderdeel 1.3.7 (akten burgerlijke stand); 2. hoofdstuk 7 (reisdocumenten) 3. hoofdstuk 8 (rijbewijzen) 4. onderdeel 1.4.7 (papieren verstrekking uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens) 5. onderdeel 1.12.1.2 (verklaring omtrent het gedrag) 6. hoofdstuk 13 (verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens) 7. hoofdstuk 9 (kansspelen) Leges algemeen Streven is de leges kostendekkend te maken. De tarieven dienen wel maatschappelijk aanvaardbaar te zijn, wat wil zeggen dat de tarieven die de gemeente Urk hanteert niet buitensporig hoog mogen zijn in vergelijking met die van omliggende gemeenten of het landelijk gemiddelde. Om te komen tot meer kostendekkende tarieven stijgen de meeste tarieven met 1,6 %. Andere tarieven zijn begrensd door wettelijke tariefstellingen. De daadwerkelijke tarieven kunnen op basis van de werkelijke opbrengsten of kosten afwijken en zullen worden opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2021. Deze wordt in november 2020 aan de raad voorgelegd.
Overhead De overheadkosten worden volledig omgeslagen naar rato van de op de taakvelden geraamde loonkosten. Dit betekent dat voor alle op taakvelden toerekenbare uren een algemene opslag overhead geldt van 75,1%. Kruissubsidiëring leges Binnen de legesverordening wordt kruissubsidiëring vaak toegepast. Kruissubsidiëring houdt in dat een overdekking binnen de ene groep diensten wordt gebruikt voor de onderdekking van een andere groep diensten. Over het algemeen is kruissubsidiëring binnen de legesverordening toegestaan, maar bij voorkeur alleen binnen gelijke diensten of groepen van diensten. Op basis van artikel 13, tweede lid, van de Europese Dienstenrichtlijn geldt voor titel 3 dat slechts kruissubsidiëring binnen elk hoofdstuk mogelijk is. Binnen titel 1 en 2 is kruissubsidiëring mogelijk tussen de verschillende hoofdstukken. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat kruissubsidiëring is toegestaan, ook tussen verschillende titels 1 en 2 of activiteiten die ogenschijnlijk geen enkele relatie hebben. Voor de toets aan de opbrengstlimiet blijven de totaal geraamde baten en lasten van alle tarieven uit de legesverordening van belang.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
79
Titel 1 Algemene dienstverlening Voor 2022 stijgen de (secretarie)leges met 1,6%. De maximumtarieven voor paspoorten en identiteitskaarten worden elk jaar door het Rijk vastgesteld. De verschillende tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel. De totale inkomsten uit Titel 1 bedragen in de begroting 2022 € 346.093. De kosten bedragen € 782.057. Hiermee komt het dekkingspercentage op 44%. Titel 1
Algemene dienstverlening
Hoofdstuk 1 Algemeen Hoofdstuk 2 Bestuurszaken Hoofdstuk 3 Burgerlijke stand Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit BRP Hoofdstuk 5 Gemeentearchief Hoofdstuk 6 Vastgoedinformatie Hoofdstuk 7 Reisdocumenten Hoofdstuk 8 Rijbewijzen Hoofdstuk 9 Wet op Kansspelen Hoofdstuk 10 Verkeer en Vervoer Hoofdstuk 11 Kabels en Leidingen Hoofdstuk 12 Diversen BRP Hoofdstuk 13 Wet bescherming persoonsgegevens Hoofdstuk 14 Overig
baten
lasten
waarvan Kostenoverhead dekkendheid
-55.009 -10.427
471.772 105.285
183.545 39.702
12% 10%
-178.852 -78.974
131.413 51.289
13.349 9.595
136% 154%
-23.035 -346.298
22.297 782.057
5.184 251.376
103% 44%
Toelichting op de toegerekende baten en lasten en beleidskeuzes per hoofdstuk van de tarieventabel Hoofdstuk 1, 2, 5, 6, 9, 10, 11 en 13 Voor deze hoofdstukken geldt dat deze niet of nauwelijks voorkomen, dat ze zijn opgenomen onder andere hoofdstukken of dat ze verantwoord worden onder andere producten. Ze worden genoemd om de opbouw van de modelverordening van de VNG te kunnen blijven volgen en om te voorkomen dat bepaalde diensten om niet moeten worden verstrekt. Voor deze hoofdstukken is geen raming van de kosten en of opbrengsten opgenomen in de begroting onder de leges Titel I. Hoofdstuk 3 De kosten voor gratis huwelijken worden niet toegerekend. Aan dit hoofdstuk wordt het grootste gedeelte van de overhead toegerekend, waardoor de kostendekkendheid op 12 % uitkomt. Dit heeft tot gevolg dat andere hoofdstukken meer dan 100% kostendekkend zijn. De diensten in titel I worden namelijk grotendeels door dezelfde medewerkers verleend. Hoofdstuk 4, 12 en 13 De wettelijke gemaximeerde tarieven worden gehanteerd. De kosten voor de registratie nietingezetenen (RNI) worden niet toegerekend omdat hier ook geen legesinkomsten tegenover staan. Hoofdstuk 7 en 8 Er vindt kruissubsidie binnen de gehele titel plaats, omdat de diensten door dezelfde medewerkers worden verleend.
Zo is de overhead op basis van personeelslasten met name aan hoofdstuk 3 toegerekend, zodat dit hoofdstuk minder dan kostendekkend is. Aan hoofdstuk 7 en 8 is daarentegen minder overhead toegerekend, zodat deze hoofdstukken meer dan kostendekkend zijn. Hoofdstuk 14 Deze kosten en opbrengsten hebben geen betrekking op de weekmarkten, maar op onder andere APVvergunningen inzake losse standplaatsen.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
80
Titel 2 Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning De geraamde opbrengst 2022 van de leges Titel 2 bedraagt € 456.991. De kosten bedragen € 1.056.995. Dit is echter exclusief overhead van 75,1%. Hiermee komt het dekkingspercentage op 43%. Titel 2
Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
baten
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunningen -427.864 Hoofdstuk 3 Teruggaaf Hoofdstuk 4 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag Hoofdstuk 5 Geringe wijziging verleende omgevingsvergunning Hoofdstuk 6 Reclame Hoofdstuk 7 Overig -29.126 -456.991
lasten
waarvan Kostenoverhead dekkendheid
1.056.995
402.033
40%
1.056.995
402.033
43%
Hoofdstuk 2 In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat gemiddelde bouwwerken leiden tot kruissubsidiëring van grote naar kleine bouwwerken. Deze kruissubsidiëring is echter zeer divers. Het is niet mogelijk om cijfermatig de gevolgen te laten zien. Voor alle bouwwerken geldt immers dat dezelfde bouwsom niet automatisch leidt tot dezelfde kosten. Dat is mede afhankelijk van het soort gebouw, de ligging en of er sprake is van een (gemeentelijk) monument. Voor 2022 wordt er van uitgegaan dat er 100 woningen worden gebouwd, verdeeld over vrijstaande woningen, twee onder één kap woningen, geschakelde twee onder één kap woningen, rijen huur, rijen koop, starterswoningen koop, huur, verzorgd wonen, gestapeld koop/huur en patiowoningen. Daarnaast is op basis van de gemiddelde inkomsten uit verbouwplannen de verwachting dat jaarlijks € 150.000 aan leges wordt gegenereerd voor verbouw. Kosten van bijvoorbeeld toezicht, handhaving en administratie mogen niet in de leges berekend worden. Hoofdstuk 3 tot en met 7 Voor deze hoofdstukken geldt dat deze niet of nauwelijks voorkomen, dat ze zijn opgenomen onder andere hoofdstukken of dat ze verantwoord worden onder andere producten. Ze worden genoemd om de opbouw van de modelverordening van de VNG te kunnen blijven volgen en om te voorkomen dat bepaalde diensten om niet moeten worden verstrekt.
Voor deze hoofdstukken is geen raming van de kosten en of opbrengsten opgenomen in de begroting onder de leges Titel II. De meer- of minderopbrengst wordt rechtstreeks verrekend in hoofdstuk 2. Titel 3 Europese dienstenrichtlijn De producten of diensten uit Titel 3 mogen onderling niet worden verrekend (kruissubsidiëring), tenzij er sprake is van een onderling verband. Hiervan is in de huidige legestabel echter geen sprake. Per product of dienst mag geen winst worden gemaakt. Titel 3
Europese dienstenrichtlijn
Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4
Horeca Organiseren evenementen of markten Landelijke Registratie Kinderopvang Splitsing percelen
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
baten
lasten
Kostendekkendheid
-5.200 -8.500
6.200 10.500
84% 81%
-13.700
16.700
82%
81
Toelichting op de toegerekende baten en lasten en beleidskeuzes per hoofdstuk. Hoofdstuk 1 Op basis van de tijdsbesteding is de raming tot stand gekomen. Hierbij wordt uitgegaan van het aantal vergunningen inzake de Drank- en Horecawet, ontheffingen van de sluitingstijd, ontheffingen voor onder andere het verbod van het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank en wijzigingen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a van de Drank- en Horecawet. Dit betreft het doorhalen van de aantekening dat een leidinggevende niet meer werkzaam is bij het horecabedrijf of slijtersbedrijf. Hoofdstuk 2 Voor een evenement waar minder dan 75 bezoekers aanwezig zijn kan een melding volstaan als het aan de vereisten voldoet van artikel 2.25 van de APV. Een evenement wordt als “groot” beschouwd indien er meer dan 600 bezoekers zijn, twee of meer aaneengesloten dagen duurt of ernstige gevolgen kan hebben voor de openbare orde. Een regulier evenement heeft tussen de 75 en 600 bezoekers en duurt maximaal één dag. Op basis van een gemiddelde tijdsbesteding voor een normaal evenement en voor een groot evenement is een raming van de baten en lasten gemaakt. Om de organisatie van evenementen financieel mogelijk te houden is gekozen voor maatschappelijk aanvaardbare tarieven die niet kostendekkend zijn.
Hoofdstuk 3 t/m 4 De activiteiten genoemd in de hoofdstukken 3 t/m 4 komen in de praktijk niet voor. Hiervoor zijn geen baten en lasten opgenomen.
3. KWIJTSCHELDING Op grond van de Invorderingswet 1990 en het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid kan een belastingschuldige die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. Bij Ministeriële regeling worden inkomensnormen vastgesteld, welke van toepassing zijn voor de eventuele toekenning van kwijtscheldingsaanvragen. De gemeente Urk hanteert ten aanzien van de normbedragen een kwijtscheldingspercentage van 100%. Kwijtschelding kan alleen worden aangevraagd indien het een aanslag betreft voor onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolrechten. De overige heffingen zijn in de desbetreffende belastingverordeningen uitgesloten voor kwijtschelding. 4. LOKALE LASTENDRUK Lokale belastingen mogen zich altijd al in een grote belangstelling verheugen, vooral landelijk. Diverse instanties berekenen jaarlijks de stijging van de lokale lasten en de uitkomsten hiervan hebben grote aandacht van de landelijke pers. Met name de verschillen tussen de diverse gemeenten krijgen daarbij veel aandacht. Een landelijk overzicht van de gemiddelde woonlasten laat zien dat het gemeentelijk aandeel daarin meevalt. In 2021 was dit 19%.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
82
Bron: Coelo - Atlas van de lokale lasten 2021
Gemiddelde woonlasten < 3 personen
Gemiddelde woonlasten > 4 personen
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
83
De algehele verwachting is dat de gemiddelde woonlasten per persoonshuishouding (phh) de komende jaren, na inflatiecorrectie, nagenoeg gelijk blijven of zelfs dalen. De geprognosticeerde woonlasten 2022 komen voor een huishouden van 1 t/m 3 personen uit op € 897 (2021: € 892) en voor 4 of meer personen op € 1.016 (2021: € 1.015). Het dalen van de woonlasten staat haaks op de gemiddelde woonlasten van Nederlandse gemeenten. Deze nemen namelijk fors toe. De OZB stijgt in 2022 met 1,6%. Dit is gelijk aan de inflatiecorrecte. Daarnaast stijgt de rioolheffing licht. De toekomstige ontwikkelingen van de rioolheffing zullen in het nieuwe GRP, dat binnenkort aan u aangeboden wordt, zichtbaar worden. Voor het jaar 2022 kan ook de afvalstoffenheffing dalen. Dit is een gevolg van het gewijzigde afvalbeleid. De hoeveelheid restafval blijft dalen, terwijl de hoeveel recyclebare afvalstromen gestijgen. Het nieuwe beleid dat u heeft vastgesteld, is door de inzet van de burger een groot succes geworden. Door haar en zijn inzet kan het tarief voor nu, net als in 2021 dalen, terwijl bij ongewijzigde beleid het tarief met ongeveer € 25,00 per jaar had moeten stijgen. Complimenten richting de burger zijn dan ook zeker op zijn plaats. Wel dienen er de komende jaren investeringen gedaan te worden om de afvalinzameling verder te verbeteren. Woonlasten meerpersoonshuishouden
Gemiddelde grootte huishouden
Heffing per inwoner
2020
2021
Flevoland
€ 816
€ 834
2,5
€ 333
Almere
€ 843
€ 854
2,4
€ 355
Dronten
€ 739
€ 793
2,3
€ 344
Lelystad
€ 811
€ 833
2,3
€ 362
Noordoostpolder
€ 755
€ 755
2,4
€ 314
Urk
€ 909
€ 892
3,3
€ 270
Zeewolde
€ 782
€ 854
2,4
€ 355
CIJFERS COELO 2021: Woonlasten per gemeente (Ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing; woning met gemiddelde waarde; na aftrek van eventuele heffingskorting; euro per jaar per huishouden. Meerpersoonshuishouden is 3 personen)
In bovenstaande tabel heeft Urk ten opzichte van de andere gemeenten in Flevoland de hoogste woonlasten. Daar zijn echter diverse verklaringen voor. Zo is de structuur van de gemeente Urk nadelig voor de hoogte van de belastingen, maar ook voor de uitkeringen van het Rijk. Urk heeft meer jeugd en een hogere woningbezetting. Een andere gemeente met evenveel inwoners heeft gemiddeld meer woningen en kan de belastingdruk dus beter spreiden. Maar ook verstrekt het Rijk aan kleinere gemeenten in verhouding lagere uitkeringen. Daarnaast heeft Urk als gevolg van het verval in hoogte van ca. 15 meter tussen het oude eiland en de Urkervaart en de zettingsgevoeligheid van de ondergrond hogere kosten om het riool goed te laten functioneren..
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
84
2H
SOCIAAL DOMEIN
Alle gemeenten zijn verantwoordelijk voor: • alle vormen van jeugdhulp: van hulp aan huis tot en met een behandeling in een instelling • hulp aan thuiswonende volwassenen met een verstandelijke, lichamelijke of psychische beperking • hulp aan ouderen zodat zij zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen • ondersteuning aan inwoners die niet op eigen kracht werk vinden De drie wetten die dit regelen heten: Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet. In het beleidsplan sociaal domein Urk 2019-2022 ‘Een gezond en positief Urk’ worden de kaders van deze taken vormgeven. Koers Zoals een visserman zijn koers uitzet om er voor te zorgen dat het schip thuiskomt met de gewenste hoeveelheid en soorten vis die op tijd kunnen worden geveild, is het ook op het sociaal gebied belangrijk om te weten wat belangrijk is. Onze koers bestaat uit vier bakens: 1. Op Urk is de basis op orde Op Urk wordt liever voorkomen dan genezen. Er zijn dan ook voldoende mogelijkheden om vroegtijdig drempelloos ondersteuning te ontvangen. Ontmoetingsmogelijkheden en zinvolle activiteiten, ook voor de meest kwetsbare inwoners, maken daar onderdeel vanuit. Daarnaast worden inwoners ondersteund in het zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. Naast de bestaande basis blijft er oog voor de ontwikkelingen en wordt waar nodig het aanbod aangescherpt, verfijnd en of uitgebreid. 2.
We passen op Urk Inwoners en maatschappelijke partners signaleren in de directe omgeving of iemand (jong of oud) een steuntje in de rug nodig heeft. Veiligheid voor iedereen staat hoog in het vaandel net als de mogelijkheden om jezelf te kunnen ontwikkelen. Gaat dat niet vanzelf, dan worden de oplossingen zichtbaar gemaakt en wordt een vinger aan de pols gehouden of het lukt om mee te doen. 3. Helpen waar nodig Als inwoners niet op eigen kracht of met samenkracht voldoende zelfredzaam kunnen zijn, en meedoen niet lukt, is er een vangnet. Er wordt gedaan wat nodig is op het gebied waar het nodig is. De sociale infrastructuur is zo ingericht dat inwoners die ondersteuning nodig hebben, deze ook kunnen ontvangen. Laagdrempelig en toegankelijk op basis van een persoonlijk gesprek. Het pakket aan maatregelen is divers en toereikend, waar mogelijk en nodig gestoeld op de christelijke identiteit. 4. En blijven in verbinding Er gebeurt veel op lokaal, regionaal en landelijk gebied. Het in samenhang uitvoeren van aanpalende wetgeving blijft belangrijk. Daarbij is het noodzakelijk om de vinger aan de pols te houden voor de consequenties voor de eigen gemeente. Naast de verschillende professionele samenwerkingen, in Flevoland en met de Noordoost polder, blijft ook de samenwerking met de inwoners van groot belang.
Het gesprek daarover blijft open, maar met de eigen sociale infrastructuur als uitgangspunt. Jaarlijks Uitvoeringsprogramma sociaal domein Elk jaar vertalen we het meerjarenbeleidsplan ‘Een gezond en positief Urk’ naar een praktisch jaarplan. Zo houden we ons beleid actueel. Ook voor 2022 wordt een Uitvoeringsprogramma gemaakt. Zo ontstaat er wel een overlap en wellicht een verschil met de beleidsuitgangspunten, zoals benoemd in deze begroting. Verordeningen en beleidsregels sociaal domein Bij het beleidsplan horen verschillende verordeningen. Dat zijn de voorwaarden waaraan inwoners die een beroep doen op de gemeente én de gemeente zelf, zich moeten houden. Om de wettelijke taken juist en zorgvuldig uit te voeren is het verplicht om verordeningen en beleidsregels op te stellen. Met ingang van 2022 zal een integrale omgekeerde verordening worden vastgesteld. In deze verordening komen alle wetten en regelgevingen samen. Zij worden beschreven vanuit het perspectief van de inwoner.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
85
► Wetswijzigingen zorgen voor een onzeker financieel beeld De komende jaren verandert er veel in het Sociaal Domein. Diverse wetswijzigingen zorgen er voor dat het niet mogelijk is een concreet financieel beeld in meerjarenperspectief te schetsen in de gemeentebegroting. Belangrijkste externe redenen zijn de invoering van het woonplaatsbeginsel wat zowel effect heeft op de inkomsten als de uitgaven in de gemeentebegroting. Daarnaast moet het nieuwe Kabinet de voor gemeenten gunstige uitspraak van de arbitragezaak tussen het Rijk en de VNG formaliseren. Intern zorgen de diverse aanbestedingen voor budgettaire onzekerheid. Net zoals de invoering van de nieuwe wet Inburgering. Dit alles vraagt veel van de ambtelijke dienst. Bezien moet worden of alle veranderingen gewaarborgd kunnen worden binnen de huidige ambtelijke capaciteit. ►
Financiële onzekerheden Sociaal Domein
Invoering woonplaatsbeginsel De definitie van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet wijzigt per 1 januari 2022. Aan de hand van de woonplaats wordt bepaald welke gemeente verantwoordelijk is voor (betaling van de) jeugdhulp. Nu wordt de verantwoordelijke gemeente nog bepaald op basis van wie het gezag heeft van de jeugdige. Het nieuwe woonplaatsbeginsel gaat uit van de woonplaats waar de jeugdige staat ingeschreven op het moment van de zorgvraag. De wetswijziging is ingrijpend voor alle jeugdigen met de indicatie Jeugdhulp met Verblijf. Dit is de concrete migratiegroep. Voor gemeenten en zorgaanbieders is de implementatie van het nieuwe woonplaatsbeginsel een pittige klus. Gemeenten zoeken uit welke jeugdigen door deze wetswijziging straks ‘administratief verhuizen’ naar een andere gemeente. Onduidelijkheden tussen gemeenten onderling (en ook zorgaanbieders) kunnen nadelige gevolgen hebben voor deze jeugdigen. Vandaar dat er landelijke convenantafspraken zijn vastgelegd, die ook door onze gemeente is ondertekend. De invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel heeft budgettaire consequenties. Landelijk verhuizen ongeveer 12.000 jeugdigen administratief. Hierbij vallen de jeugdhulpkosten onder verantwoordelijkheid van een andere gemeente. De integratie-uitkering van het Rijk is daarom ook herijkt. Voor Urk betekent dit een bijstelling van ± € 2,5 miljoen.
De bijstelling van de inkomsten Deze korting is inmiddels verwerkt in de gemeentelijke Voogdij/Pleegzorg zorgt voor een begroting. Deze verwerking zorgt voor een vertekend vertekend beeld in de begroting omdat de beeld in de begroting van het Sociaal Domein omdat de minderkosten nog niet inzichtelijk minderkosten nog niet helemaal inzichtelijk zijn. Deze gemaakt kunnen worden. bekostiging loopt grotendeels via de regio. Een eerste voorzichtige raming laat zien dat de kosten niet met eenzelfde bedrag zullen dalen. Daarnaast zal in de regio ook nog wel een discussie gevoerd gaan worden over het continueren van het eerder afgesproken solidariteitsbeginsel. Arbitragezaak Rijk en VNG over extra middelen Jeugdzorg In toenemende mate overtreffen de landelijke uitgaven voor de jeugdzorg de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Het Rijk stelde voor de periode 2019 tot en met 2021 daarom extra middelen ter beschikking gesteld aan gemeenten. Rijk en gemeenten hebben in 2019 afspraken gemaakt een onderzoek in te stellen om te bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben voor de jeugdzorg. In dat onderzoek moest onder andere aandacht worden geschonken aan de mogelijkheden om de volumeen uitgavenontwikkeling te beheersen door beleidsmaatregelen op lokaal en nationaal niveau. Indien
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
86
Rijk en gemeenten niet tot overeenstemming zouden komen vanuit de onderzoeksresultaten, zou één en ander voorgelegd worden aan een – gezamenlijk benoemde – Commissie van wijzen die een semibindend oordeel zou geven. In maart 2021 heeft de VNG gebruik gemaakt van deze onafhankelijke toetsing. In mei 2021 heeft commissie uitspraak gedaan: het rijk dient gemeenten te compenseren voor het feitelijke tekort voor de jeugdzorg. Argumentatie van de commissie zijn ‘de principes die voor de interbestuurlijke (financiële) verhoudingen tussen rijk en gemeenten (grond)wettelijk zijn vastgelegd’ (artikel 108, lid 3 Gemeentewet). Dit is ook nodig. Gemeenten zijn niet in staat zijn om hun inwoners goed te helpen, omdat hun dienstverlening en autonomie momenteel worden uitgehold. In de uitspraak geeft de arbitragecommissie verder aan dat bij de financiële compensatie door het rijk met ingang van 2022 het basisbedrag van € 1,9 miljard uitgangspunt moet zijn. Extra middelen voor de Jeugdzorg kunnen eventueel als compensatie gelden voor de gevolgen van het woonplaatsbeginsel. Alleen voor 2022 zijn (indicatieve) bedragen benoemd voor gemeenten. De onzekerheid bestaat er uit dat het nieuw te vormen Kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel.
De VNG blijft er onverkort vanuit gaan dat het nieuwe Kabinet de uitspraak van de Commissie van Wijzen integraal overneemt. Vanuit de VNG is benoemd dat de extra rijksmiddelen voor 75% als stelpost meegenomen kunnen worden in meerjarenperspectief. Dit staat ook vermeld in de septembercirculaire 2021. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft inmiddels een indicatie van de incidentele extra middelen 2022 gegeven. De extra middelen 2022 zijn inmiddels verwerkt in de begroting 2022. De mogelijke structurele middelen zijn nog niet verwerkt in de meerjarenbegroting. Het definitieve Kabinetsbesluit zal worden afgewacht. Extracomptabel is hierin wel inzicht. Landelijke afspraken rond hervormingsagenda Met de extra rijksmiddelen voor de Jeugdzorg gaan Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (o.a. cliënten, aanbieders en professionals), aan de slag met het opstellen van een Hervormingsagenda. Deze agenda bestaat uit de combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Dat zal ongetwijfeld effect hebben op het huidige beleid van de gemeente Urk. Overigens neemt de gemeente hierop al een voorschot in de lopende aanbesteding van de Kinderbehandelcentrum (KBC).
Nieuwe Wet inburgering Ook de komst van de nieuwe inburgeringswet in 2022 brengt veel veranderingen met zich mee voor het Sociaal Domein. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het regelen van inburgering en alles wat er bij participeren en integreren komt kijken. Dat begint al in het asielzoekerscentrum, op het moment dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers beslist in welke gemeente een vluchteling wordt gehuisvest. De gemeente is vanaf dat moment verantwoordelijk voor het verzamelen van alle informatie over de aanstaande inwoner. Nieuwe taken die daarbij komen zijn o.a.: • Een Brede intake • Plan Inburgering en Participatie (PIP • Leerroutes voor inburgering • Financieel ontzorgen: gemeenten nemen de eerste periode financiële taken over van de vluchteling, om financiële problemen te voorkomen. • Voortgangsgesprekken • Module Arbeidsparticipatie (MAP Verder blijven gemeenten verantwoordelijk voor het aanbod Participatieverklaringstraject (PVT) en voor vluchtelingen voor een aanbod maatschappelijke begeleiding.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
87
Er komt met de nieuwe inburgeringswet veel op gemeenten af en de voorbereidingstijd is beperkt. Kunnen we als gemeente Urk werkzaamheden uitbesteden? Moeten we volgens de Europese regelgeving aanbesteden? Werken we samen met andere gemeenten en hoe geven we de nieuwe taken vorm? De antwoorden op al deze vraagstukken moeten uitwijzen of de beschikbaar gestelde middelen toereikend zullen zijn. ►
Regionaal Werkbedrijf Flevoland
Binnen de arbeidsmarktregio neemt Urk deel aan het Regionaal Werkbedrijf Flevoland (RWF). Dat is een actiegericht samenwerkingsverband van werknemers- en werkgeversorganisaties, ROC, VSO en Praktijkonderwijs, UWV en gemeenten in de arbeidsmarktregio Flevoland, inclusief Zeewolde. Onder de noemer ‘Flevoland Werkt!’ wordt vanuit gemeenschappelijke vertrekpunten en een gedeeld gevoel van urgentie een strategische agenda met heldere doelen uitgevoerd om een brede bijdrage te leveren aan de realisatie van de inclusieve arbeidsmarkt in Flevoland. Een arbeidsmarkt waarin iedereen naar vermogen onbeperkt mee kan doen en niemand aan de kant staat. ►
Ontwikkelingen Sociaal Domein
Nieuwe werkwijze van de aanbestedingen In het afgelopen jaar zijn er bergen met werk verzet met diverse aanbestedingen. Zo zijn de volgende taken aanbesteed: • Jeugdhulp – lokaal maatwerk • Wmo – lokaal maatwerk • Huishoudelijke hulp • Hulpmiddelen • Dyslexie (in afrondende fase op moment van schrijven) • Kinderbehandelcentra (in afrondende fase op het moment van schrijven) • Jeugd GGZ (in afrondende fase op moment van schrijven) Dit alles heeft impact gehad op de werkzaamheden van de ambtelijke dienst, omdat niet alleen zorginhoudelijk gekeken moet worden, maar ook rekening gehouden moet worden met de financiële beheersbaarheid. Zo moest ook gekeken worden naar de Algemene Maatregel van Bestuur reële prijs rond de zorg. Deze stelt dat er een goede en uitlegbare verhouding moet zijn tussen de prijs en de gevraagde kwaliteit van een voorziening. En dat terwijl er financiële onzekerheden ontstaan zoals hierboven beschreven. Resultaatgericht werken en bekostigen Vanuit de aanbesteding introduceert de gemeente Urk op een aantal onderdelen een nieuwe manier van werken: het resultaatgericht werken. De gemeente is er zich van bewust dat dit een proces is wat tijd nodig heeft. Temeer omdat dit ook een extra belasting betekent voor de ambtelijke dienst. Bij resultaatgericht werken bespreekt de gemeente samen met de inwoner welke resultaten gewenst zijn.
Zo komen we (nog meer) tegemoet aan de hulpvraag van de inwoner (de wat-vraag). De inwoner en de professional bepalen vervolgens hoe het resultaat behaald gaat worden. Samen bekijken zij welke inzet en wanneer nodig is (de hoe-vraag). De veranderende rol voor de gemeente is gelegen in het feit dat we een stevigere positie innemen in het toekennen van de zorg, maar ook in de controle of het resultaat daadwerkelijk wordt behaald. Door middel van deze manier van werken stellen we de zorg(vraag) van de inwoner centraal en krijgen we (nog) meer inzicht en grip op de zorgverlening, de wachtlijsten en de financiën. Monitoring zal in 2022 daarom een belangrijk item worden. Taakgerichte bekostiging Omdat niet voor alle doelgroepen een resultaatgerichte werkwijze mogelijk is introduceert de gemeente voor belevingsgerichte dagactiviteiten en de dagactiviteiten voor de NAH-doelgroep de taakgerichte bekostiging (lumpsum). De nadruk bij deze activiteiten ligt op het recreatieve. Het ontlasten van de mantelzorger speelt bij deze doelgroepen ook een grote rol.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
88
De aanbieder heeft de verantwoordelijkheid samen te werken met andere aanbieders en te zorgen voor voldoende gevarieerd aanbod. Regiovisie Jeugd op grond van Norm voor Opdrachtgeverschap Gemeenten hebben de taak om voor hun inwoners de zorg en ondersteuning mogelijk te maken die ze nodig hebben. De ambitie daarbij is kwalitatief goede zorg bieden die aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van jeugdigen, ouders en gezin. Zorg die bovendien betaalbaar is. Niet alleen nu, maar ook in de toekomst. Om die ambitie waar te maken, is een duurzame oplossing nodig. Samenwerking en goed opdrachtgeverschap zijn daarbij cruciaal. Deze ambitie wordt door gemeenten in regionaal verband samen met regionale partners vorm gegeven via de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). De NvO is juni 2020 in een resolutie vastgesteld door gemeenten in VNG-verband. Gemeenten erkennen hiermee dat op onderdelen (boven)regionale samenwerking essentieel is voor: • De beschikbaarheid van de benodigde zorgfuncties. • Een zorgvuldige transformatie van het zorglandschap. • Verminderde bureaucratie. Een belangrijk onderdeel van de NvO is het vaststellen van een regiovisie Jeugd. Aanbesteding Jeugdhulp met Verblijf Jeugdhulp met Verblijf wordt regionaal geregeld. Op 4 oktober 2018 is de overeenkomst daarvoor ondertekend.
Deze overeenkomst heeft een looptijd van vier jaar en kan twee maal worden verlengd voor een periode van twee jaar. Het contract geeft ruimte om te kunnen verlengen (met wederzijds goedvinden). Het standpunt van onze contractpartner is inmiddels om niet te verlengen. Dat betekent dat in 2022 Jeugdhulp met Verblijf opnieuw aanbesteed moet worden. Een complexe aangelegenheid omdat in dat jaar immers ook het woonplaatsbeginsel vorm gaat krijgen en juiste (regionale) data niet direct beschikbaar zal zijn. Complex ook omdat de uitvoering van de regionale taken al jaren sterk onder druk staat. Zorglandschap en de doordecentralisatie Beschermd Wonen In 2015 verscheen het rapport Dannenberg ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis.’ In dit rapport stond een nieuwe kijk op psychisch lijden en gezondheid centraal. Mensen met een psychische kwetsbaarheid zijn mensen die, meer dan nu het geval is, de mogelijkheid krijgen om deel uit te maken van de samenleving. Waar mogelijk moet iemand, in plaats van in een instelling en ‘buiten de maatschappij’, in de wijk kunnen wonen. Lokale inbedding is dus belangrijker. Tegelijkertijd is regionale samenwerking nodig en noodzakelijk om gekwalificeerde voorzieningen te behouden en te zorgen voor voldoende spreiding van specifiek zorgaanbod. Dit zorgt voor veel vragen waar gemeenten voor komen te staan.