Begroting 2022 d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1.pdf
Tekst van het document
Om de burgers betrouwbaar te kunnen bedienen is langdurige stabiliteit in de gemeentefinanciën noodzakelijk (en) om maatschappelijke opgaven met de juiste democratische afweging op te kunnen pakken, is financiële armslag noodzakelijk. Een sluitende begroting voorzien van een meerjarenraming die in evenwicht is. Ook de jaarrekening behoort in evenwicht te zijn. Daarbij voldoen we aan de richtlijnen van de begrotingscirculaire van de provincie Flevoland. Verder is het streven om de woonlasten nabij het landelijke gemiddelde te brengen. Dit vraagt samenwerking met en inzet van onze burgers.
► WETTELIJKE ONTWIKKELINGEN Burgers en bedrijven moeten gemakkelijker online zaken kunnen doen met de overheid. Uitbreiding van het digitale dienstenpakket verhoogt de efficiency en vermindert de regeldruk. Daarbij staat bij de overheid één ding voorop: gegevens van burgers moeten goed beschermd zijn. In de praktijk betekent dit dat kosten zullen toenemen. In 2022 zal de Omgevingswet vermoedelijk in werking treden. Met de Omgevingswet wordt het huidige stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. En regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving. Het vraagt om een heel andere werk- en denkwijze van overheden, burgers en bedrijven. Open, samenhangend, flexibel, uitnodigend en innovatief zijn daarbij de kernwoorden. Door minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk en het geven en vragen van vertrouwen. Daarbij moet het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’. Al deze veranderingen zullen invloed hebben op de rol van de gemeenteraad, de rol van het college en de ambtelijke organisatie van de gemeente Urk. In 2022 en verder wordt doorgewerkt aan de transformatie naar een organisatie die is toegesneden op de nieuwe wet. Dit vraagt een forse inspanning.
In het spoorboekje Omgevingswet zijn voor 2021 en 2022 concrete doelen benoemd.
► MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN Interbestuurlijk Programma
Gemeente Urk
•
•
• •
Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving (opgave 8) Passende financiële verhoudingen (opgave 9) Overkoepelde thema’s (opgave 10)
• • •
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
Goed schaken op twee borden: groei accommoderen én verbeteren (opgave 1) Het bestrijden van ondermijning (opgave 4) Versnellingen en intensiveringen in de duurzaamheidstransitie (opgave 5) Samenhang en samenwerking in de regio versterken (opgave 6)
25
► WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE ERVOOR DOEN? Maatschappelijke effecten
Beleidsuitvoering
Looptijd
Fase (jaar 2022)
B/K
Sterk bestuur
1. Samenwerking binnen Flevoland 2. Samenwerking regio Zwolle
2022 (doorl.) 2022 (doorl.)
Realisatie Realisatie
B B
3. Interbestuurlijk Toezicht
2022 (doorl.)
Realisatie
B
4. Planning- en controlcyclus
2022 (doorl.)
Realisatie
B
5. Het doorontwikkelen organisatie
2022-2024
Realisatie
B
6. Strategisch personeelsplan
2022-2023
Realisatie
B
7. Burgerparticipatie (Omgevingsvisie)
2022-2023
Realisatie
B
8. ZZL subsidies en projecten (aanvraag ontsluitingsweg)
2022-2023
Realisatie
B
Participerende samenleving
9. Leader-projecten (2 projecten)
2022-2023
Realisatie
B
Klantgedreven dienstverlening
10. Uitvoeringsplan 2022/2023 Informatiebeleid
2022-2023
Initiatief
B
(samen, slim, snel en soepel)
11. Informatievoorziening (zaakgericht werken/archief)
2022-2024
Realisatie
B/K
► BELEIDSINDICATOREN
6,9
Urk 2021 7,6
6,2
6,7
7,0
Apparaatskosten
€ 622
€ 733
€ 769
n.n.b. De apparaatskosten per inwoner (per 11).
Externe inhuur
25,8%
23,2%
16,1%
18,0% De verhouding kosten inhuur externen ten Urk opzichte van de totale loonsom + totale kosten inhuur externen.
Overhead
9,9%
12,0%
11,3%
n.n.b. De verhouding overheadkosten ten opzichte de totale lasten.
Woonlasten éénpersoonshuishouden
€ 909
€ 892
€ 897
€ 733 Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per Urk/COELO jaar dat een éénpersoonshuis-houden betaalt aan woonlasten.
Woonlasten meerpersoonshuishouden
€ 1.039
€ 1.015
€ 1.016
€ 810 Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per Urk/COELO jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
WOZ-waarde woningen
€ 240
€ 260
€ 291
Indicator Formatie < 20K / 20-50K inw. Bezetting < 20K / 20-50K inw.
2020
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
2022 7,5
NL 2020 Beschrijving 11,5/6,7 Het aantal vastgestelde fte per 1.000 inwoners. 10,5/6,4 Het aantal ingevulde fte per 1.000 inwoners.
€ 271 De gemiddelde WOZ waarde van woningen (x € 1.000).
Bron Urk Urk/Per.m. Urk
Urk
Urk/COELO
26
PARAGRAFEN
A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing B. Onderhoud kapitaalgoederen C. Treasury D. Bedrijfsvoering E. Verbonden partijen F. Grondbeleid G. Lokale heffingen H. Decentralisatie Rijkstaken I.
Interbestuurlijk Toezicht Flevoland
J. Informatievoorziening en automatisering K. Omgevingswet
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
27
2A
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING
Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers c.q. risico's op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Het weerstandsvermogen wordt als volgt gedefinieerd: ‘Het vermogen van de gemeente Urk om (onverwachte) verliezen en incidentele financiële tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat de continuïteit of de dienstverlening van de organisatie direct in gevaar komt of financiële noodmaatregelen nodig zijn.’ De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als: ‘Het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen.’ Een risico kan worden ervaren als: ‘Een fenomeen dat latent aanwezig is en dat met een bepaalde kans tot (negatieve) gevolgen voor ons dagelijks functioneren kan leiden.’ De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend aan de hand van het totaal van de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. Nota beleidskaders risicomanagement en weerstandsvermogen In de raadsvergadering van 13 december 2012 heeft uw raad de Nota beleidskaders risicomanagement en weerstandsvermogen 2013 vastgesteld. In deze paragraaf weerstandsvermogen wordt aan de door uw raad vastgestelde beleidskaders invulling gegeven (voor zover in dit kader van toepassing).
Het weerstandsvermogen wordt vertaald in een ratio waarbij de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald. Weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Om de ratio voor het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel. Deze ratio moet in ieder geval hoger zijn dan 1,0 (waarderingscode C). Waarderingscode A B C D E F
Inventarisatieschema
Omschrijving
Ratio > 2,0 1,4 tot 2,0 1,0 tot 1,4 0,8 tot 1,0 0,6 tot 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
act. begroting 2021 Beschikbare weerstands capaciteit
Benodigde weerstands capaciteit
begroting 2022
Ratio
Beschikbare weerstands capaciteit
Benodigde weerstands capaciteit
Ratio
Incidenteel weerstandsvermogen weerstandsvermogen algemene dienst
11.540
2.705
4,3
11.397
2.797
4,1
weerstandsvermogen grondexploitatie
6.369
7.487
0,9
6.671
8.054
0,8
Totaal
17.909
10.192
1,8
18.068
10.851
1,7
Structureel weerstandsvermogen weerstandsvermogen algemene dienst
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
0
159
28
Het incidentele weerstandsvermogen van de algemene dienst is met een ratio van 4,1 uitstekend. Het incidentele weerstandsvermogen van de grondexploitatie is met momenteel 0,8 matig. De gemeente Urk bestaat uit één juridische en economische entiteit dus is het logisch de beschikbare weerstandscapaciteit in samenhang met elkaar te beschouwen en te beoordelen. Zodoende is de totale ratio 1,7. Dat is ruim voldoende om de niet-gekwantificeerde incidentele risico’s van de gehele organisatie op te vangen. Het structurele weerstandsvermogen is voldoende. Er is geen bezuinigingstaakstelling in de begroting opgenomen. Gelet op het bovenstaande en er van uitgaande dat niet alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, wordt het totale weerstandsvermogen (incidenteel en structureel) als ruim voldoende beoordeeld. Beschikbare weerstandscapaciteit De omvang van de weerstandscapaciteit is van belang voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De weerstandscapaciteit omvat de mogelijkheden voor een gemeente om financiële tegenvallers (risico’s) op te kunnen vangen en bestaat (indien aan de orde) uit de volgende onderdelen: a. De Algemene reserve (algemene weerstandsreserve algemene dienst); b.
De bestemmingsreserves die dienen ter egalisatie van de volgende specifieke begrotingsposten: Sociale uitkeringen (WWB), Maatschappelijke ondersteuning (WMO), Sociale werkvoorziening (WSW) en reserve Sociaal domein; c. De ruimte op de begroting; d. De onbenutte belastingcapaciteit; e. De reserve Grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie); Hieronder worden deze componenten nader beschouwd: a. De algemene reserve (algemene weerstandsreserve algemene dienst) Voor het bepalen van de weerstandscapaciteit van de algemene dienst is de hoogte van het vrije deel van de algemene reserve (algemene weerstandsreserve algemene dienst) van belang. De geraamde stand per ultimo 2022 van het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve bedraagt € 4,7 mln. . b. De bestemmingsreserves die dienen ter egalisatie van de volgende specifieke begrotingsposten: Sociale uitkeringen (WWB), Maatschappelijke ondersteuning (WMO), Sociale werkvoorziening (WSW) en reserve Sociaal domein. Deze bestemmingsreserves dienen tot nu toe ter jaarlijkse egalisatie van de geraamde baten en lasten van de betreffende begrotingsonderdelen. Ze functioneren voor die onderdelen zoals de algemene reserve functioneert voor de rest van de begroting. Om die reden worden deze reserves meegenomen bij het bepalen van de algemene weerstandscapaciteit.
Het niet-beklemde deel bedraagt naar verwachting per ultimo 2022: € 6,5 mln. c. De ruimte op de begroting De structurele ruimte in de meerjarenbegroting 2022-2025 is geraamd op de stelpost voor onvoorziene uitgaven. Er is een structureel gelijkblijvende stelpost opgenomen van € 159.000 (2021: € 159.000). De andere posten die structureel in de begroting zijn opgenomen worden geacht volledig noodzakelijk te zijn voor specifieke doeleinden en geen ruimte te bevatten. Structurele exploitatieruimte Op basis van de gemeentelijke boekhoudvoorschriften (Besluit Begroten en Verantwoorden) wordt de structurele exploitatieruimte als volgt weergegeven: Omschrijving (excl. incidenteel)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
A. totaal structurele lasten
60.627.880
56.773.774
66.179.052
60.698.126
60.201.702
64.239.029
B. totaal structurele baten
66.850.567
55.301.495
67.700.982
60.602.032
60.680.410
65.323.784
C. totaal structurele toevoeging aan reserves
8.271.960
2.953.830
1.691.972
0
0
0
D. totaal structurele onttrekkingen aan reserves
6.152.499
4.810.523
506.637
87.092
0
0
E. totaal baten (voor bestemming)
67.728.384
61.525.918
67.700.982
60.602.032
60.680.410
65.323.784
6,06%
0,62%
0,50%
-0,01%
0,79%
1,66%
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E*100%
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
29
d. De onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat redelijkerwijs nog aan extra inkomsten kan worden gerealiseerd. Het gaat hierbij met name om de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. Een redelijk peil bestaat uit 100% kostendekkendheid bij de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. Voor wat betreft de ozb wordt de ruimte in aanmerking genomen tussen de eigen tarieven (volgens deze begroting) en het normtarief voor de zgn. artikel 12-gemeenten. Dat tarief ligt algemeen gesproken 20% boven het landelijke gemiddelde. Dit tarief staat jaarlijks vermeld in de meicirculaire van het Gemeentefonds. In tabel 1.2 is de berekening van het ´gewogen gemiddelde OZB-tarief´ voor de toelating tot artikel 12 voor de gemeente Urk opgenomen. Tabel 1.2 Berekening werkelijk gewogen gemiddelde OZB-tarief voor toelating tot artikel 12 WOZ-waarde woningen WOZ-waarde niet woningen, eigenaren en gebruikers samen OZB-opbrengst o.b.v. totaal WOZ-waarde
1.579.000.000 A 916.500.000 B 5.024.796 C
Onderdekking reiniging/afvalstoffen
0 D
Onderdekking riolering
0 E
OZB-opbrengst gecorrigeerd voor onderdekking Gewogen gemiddelde OZB-tarief
5.024.796 F = C-D-E 0,20% = F/(A+B)*100
Wanneer het berekende gemiddelde ozb-tarief voor de gemeente lager is dan het percentage voor toelating tot artikel 12 is er in principe sprake van een onbenutte belastingcapaciteit, immers het verhogen van het ozbtarief is nodig zijn om voor een aanvullende uitkering in aanmerking te komen. In tabel 1.3 is bij benadering aangegeven welke opbrengst deze verhoging genereert. Er is voor gekozen het verschil in het tarief te vermenigvuldigen met de WOZ-waarde van de woningen + de WOZ-waarde van de niet-woningen. Bij een daadwerkelijke aanvraag is een meer nauwkeurige berekening aan de orde. Tabel 1.3 Onbenutte belastingcapaciteit t.o.v. “artikel-12 norm” OZB-percentage van de Woz-waarde voor toelating art.12
0,18%
Werkelijk gewogen % Woz-waarde gemeente
0,20%
Verschil
-0,02%
Onbenutte belastingcapaciteit
-510.437
Het is duidelijk dat er geen sprake is van onbenutte capaciteit hebben inzake OZB, riool- en afvalstoffenheffing. e. De reserve Grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie) Voor het bepalen van de weerstandscapaciteit is van belang de hoogte van het vrije deel van de reserve Grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie). De geraamde stand per ultimo 2022 van het vrij aanwendbare deel van de reserve grondzaken bedraagt € 6,7 mln. (2021: € 6,9 mln.). De stijging van de reserve is voornamelijk te danken aan de winstnames Zeewijk en Oranjewijk en aan het verlagen van de verliesvoorziening Port of Urk in de jaarrekening 2020. Recapitulatie Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit wordt om te beginnen onderscheid gemaakt tussen de “algemene dienst” en de “grondexploitatie”. De eigen aard en de omvang van de grondexploitaties zijn daarvoor de argumenten. Er is echter sprake van slechts één bedrijfseconomische entiteit: de gemeente Urk. Risico's en weerstandscapaciteit moeten dan ook uiteindelijk in z'n totaliteit worden beoordeeld.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
30
Weerstandscapaciteit algemene dienst: - algemene reserve
4.705.300
- bestemmingsreserves, ter egalisatie van begrotingsposten
6.532.600
Totaal
€ 11.237.900 (incidenteel)
- ruimte op de begroting (onvoorzien)
159.000
- onbenutte belastingcapaciteit (OZB)
0
- onbenutte belastingcapaciteit (begraafrechten)
0
Totaal
€ 159.000 (structureel)
De bovengenoemde bedragen (€ 11,2 mln. en € 159.000) geven het vermogen van de gemeente weer om binnen de algemene dienst maatregelen te treffen om tegenvallers op te vangen. Weerstandscapaciteit grondexploitatie: - reserve grondzaken Totaal
6.671.000 € 6.671.000 (incidenteel)
Dit bedrag geeft het vermogen van de gemeente weer om financiële tegenvallers van de in eerste instantie de grondexploitatie op te vangen. Indien gewenst kan de gemeenteraad hier echter ook andersoortige incidentele risico's mee afdekken. Risico-inventarisatie (berekening benodigde weerstandscapaciteit) Een risico is de onzekerheid dat een gebeurtenis met negatieve gevolgen zich voordoet. Pas als een risico, ondanks de inspanningen op het gebied van risicomanagement, toch optreedt en negatieve financiële gevolgen heeft voor de gemeente, komt het weerstandsvermogen in beeld. Het weerstandsvermogen (de beschikbare weerstandscapaciteit) wordt gerelateerd aan de benodigde weerstandscapaciteit die wordt berekend aan de hand van het totaal van de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. In dit hoofdstuk worden de risico’s van de gemeente op een rij gezet en ingedeeld in de volgende risicocategorieën: Algemeen Concreet Specifiek Uitgangspunt bij het bepalen van de risico’s is het gegeven dat ze nooit allemaal tegelijk en met een maximale omvang optreden. In een risicoprofiel van meerdere risico’s is het ondenkbaar dat ze tegelijk in één jaar zullen optreden. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere zich daarentegen in hun maximale omvang manifesteren. In dit hoofdstuk worden allereerst de algemene risico’s zoveel mogelijk in beeld gebracht.
Voor algemene risico’s worden in de regel geen afzonderlijke reserves aangehouden. De concrete risico’s zijn in principe zoveel mogelijk gedekt door de aanwezige reserves en voorzieningen. De nadruk komt voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit op de gemeentelijk specifieke risico’s te liggen.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
31
Algemene risico’s Algemene risico’s zijn voor de gemeente aan te merken als normale risico’s. De algemene risico’s worden onderstaand benoemd omdat deze risico’s in de toekomst voor de gemeente Urk specifieke risico’s kunnen worden. Voor specifieke risico’s zal vervolgens weerstandsvermogen moeten worden opgebouwd. Daarbij is het geheel van algemene risico’s aanleiding voor het in standhouden van een minimaal algemeen weerstandsvermogen, los van de hierna te behandelen specifieke risico’s. De volgende algemene risico’s worden gesignaleerd: •
Economische conjunctuur / Coronavirus De economisch conjunctuur was goed tot het moment dat het Coronavirus zijn intrede deed. Het is nog steeds moeilijk te bepalen hoe groot de financiële impact zal zijn. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. Een langdurige recessie lijkt op dit moment niet aan de orde te zijn. Daardoor worden met name aan de opbrengstenkant de risico’s niet hoog ingeschat. Te denken valt aan de opbrengsten wegens grondverkopen, leges bouwactiviteiten, verhuur van gronden en gebouwen, etc.
•
Grondverkopen (grondexploitatie) Met betrekking tot risico inschatting van de grondverkopen is een splitsing gemaakt tussen de werkelijke boekwaarde van de complexen van het voorafgaande jaar en de geplande uitgaven voor het komende jaar. Het eerste onderdeel is een vaststaand gegeven en deze zijn dan ook weergegeven bij de specifieke risico’s. De geplande uitgaven zijn gezien het toekomstige karakter, een onderdeel van de algemene risico’s. De grondexploitaties lopen goed. De exploitaties worden jaarlijks bijgesteld en voor eventueel daarin voorziene verliezen worden verliesvoorzieningen op de balans opgenomen ten laste van de reserve grondzaken.
•
Voor het aan te leggen binnendijks bedrijventerrein Port of Urk is een op uitvoering gericht plan ontwikkeld. In de ratio weerstandsvermogen is uitgegaan van een hoger risicoprofiel voor het bedrijventerrein dan de bestaande complexen. In december 2020 heeft de raad de grondexploitatie voor dit complex geactualiseerd. Het plan sloot toen op een verwacht verlies van ruim € 1,4 mln. Hiervoor is een verliesvoorziening getroffen.
•
Programma Aanpak Stikstof (PAS) Veel bouwplannen sneuvelden de afgelopen periode als gevolg van de uitspraak Raad van State met betrekking tot de Programmatische Aanpak Stikstof. Het stikstofprobleem zien we voorlopig als een risico en niet als een feit. De extra gevolgen brengen wij in beeld. Het mogelijk risico wordt gekwantificeerd en meegenomen in de risicoparagraaf van het project. Dit zal leiden tot het verhogen van het risicoprofiel per project, maar niet direct de financiële waardering van gronden.
•
Renteontwikkelingen Door het beleid van de Europese Centrale Bank kent de rente al langere tijd een historisch laag en stabiel niveau. Daardoor is het risico van stijgende rentes aanwezig. De door ons gehanteerde algemene rekenrente voor investeringen is voor 2022 gesteld op 1,7%. De door te berekenen rente aan de grondexploitaties is vastgesteld op 1,4%. De percentages zijn de laatste jaren behoorlijk gedaald. Dit is een uiting van de daling van de marktrentes in combinatie met de (her-)financieringsbehoefte van gemeente Urk. De werkelijk gewogen gemiddelde rente van het lang vreemd vermogen is voor de gemeente Urk 2,3% (was: 2,4%).
•
Het Gemeentefonds wordt in 2022 en 2023 belangrijk gewijzigd. Er vindt met ingang van 2023 een algehele herijking plaats met ingrijpende herverdeeleffecten. Daarnaast wordt op grond van de arbitrageuitspraak een fors bedrag extra toegevoegd aan het fonds als gevolg van de landelijke ontwikkeling van de kosten van de jeugdhulp. Beide ontwikkelingen betekenen zoals het zich momenteel laat aanzien een positief effect voor de algemene uitkering aan de gemeente Urk. Met name de herijking is echter nog onderwerp van advisering door de Raad voor het Openbare Bestuur. Pas in de meicirculaire 2022 wordt duidelijk welk effect werkelijk in de begroting verwerkt kan worden. De herijking levert (naar huidige inzichten) voor Urk een structureel hogere algemene uitkering op van € 2,9 mln. (€ 141 per inwoner). In de meerjarenbegroting 2022 - 2025 is deze bate niet volledig meegenomen. De herverdeling over de gemeenten kent een ingroeipad van vier jaren waarbij per jaar € 15 per inwoner wordt verwerkt, zowel voor voor- als voor nadeelgemeenten.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
32
In 2025 is een extra bate geraamd van € 45 per inwoner, dus 32% van het totale verwachte effect, volgens het volgende ingroeipad: 2023 2024 2025
€ 15 p/i € 30 p/i € 45 p/i
€ 325.000 € 658.000 € 997.000
Als de herijking in z'n definitieve vorm een geringer effect oplevert voor Urk dan € 45 per inwoner, dan levert dat een nadeel op in de begroting. Ieder effect dat groter is dan € 45 per inwoner betekent een verbetering van het meerjarenperspectief. Overigens vindt in 2026 nog nader onderzoek plaats of de herijking alsnog aanpassingen behoeft. Op dat moment kan de nu verwachte hogere algemene uitkering van € 2,9 mln. nog wijzigen. •
Provinciaal beleid Dit kan met name risico’s met zich meebrengen bij het realiseren van projecten.
•
Organisatierisico’s De gemeente heeft op dit moment de volgende risico’s verzekerd: aansprakelijkheid (wettelijk, bestuurders en werkgever), politiek molest, risico’s bij de bouw, brand en storm (gebouwen en inventaris), het wagenpark, materieel buitendienst, transport kunst, ongevallen, verhaalswet ongevallen ambtenaren, rechtsbijstand, collegebescherming, computers, instrumenten/apparaten en fraude. De financiële gevolgen in het geval van kortstondige ziekte of ontslag van personeel kunnen niet verzekerd worden.
•
Open einde regelingen Door de economische ontwikkelingen kunnen aanspraken op verschillende regelingen toenemen. De uitgaven voor bijstand en minima kunnen daardoor stijgen. Ook bij de Jeugdwet en bij de WMO levert het openeindekarakter risico's op.
•
Deelnemingen Met betrekking tot het rendement uit deelnemingen (dividenduitkeringen) is in de begroting een realistisch saldo opgenomen. Verder kan worden vermeld dat de diverse opbrengsten “voorzichtig” zijn geraamd.
•
Verbonden partijen (subsidies o.b.v. gemeenschappelijk regelingen) In dit kader kan met name de werkvoorzieningstaak worden genoemd. Het Concern voor Werk is werkzaam op dit terrein. Als er tekorten ontstaan, wordt de gemeente daarvoor aangesproken worden. Om deze op te kunnen vangen is een egalisatiereserve gevormd. Deze reserve heeft per ultimo 2022 een geraamd saldo van € 822.000.
•
Verbonden partijen (verstrekte geldleningen uit hoofde van de publieke taak) Het gaat met name de leningen aan de Stichting Sportaccommodatie Urk. De rente- en aflossingstermijnen worden automatisch geïncasseerd en daarbij is nog nooit sprake geweest van een betalingsachterstand. Als zekerheid is het recht van eerste hypotheek verstrekt op de twee sporthallen.
•
Majeure investeringen Opgaven en uitdagingen liggen de komende jaren zowel op het terrein van wonen als werken. Om antwoord te kunnen geven op de blijvende en toenemende vraag naar woningen (Zeeheldenwijk), moet Urk fors investeren. Daarnaast wordt Urk gevraagd haar bijdrage te doen in de economische ontwikkeling van Noordelijk Flevoland (Buitendijkse haven en bedrijventerrein). Met een bijdrage in de uitbreiding en verbetering van de infrastructuur buiten de gemeentegrenzen met name de Randweg is in deze begroting geen rekening gehouden.
•
Beheerplannen Voor een aantal onderdelen van de exploitatie zijn de afgelopen jaren beheerplannen gemaakt. De kosten die opgenomen zijn in deze beheerplannen zijn gedekt in de (meerjaren-)begroting. De inhoud van de beheerplannen worden voor een groot gedeelte bepaald door het Beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte. Dit plan wordt momenteel geactualiseerd. De actualisatie van dat plan, de beleidskeuzes die daar worden gemaakt, en de kwaliteit van de beheerplannen kunnen financiële consequenties hebben voor de begroting.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
33
In onderstaande tabel is een kwantificering van de algemene risico’s weergegeven. Omdat deze moeilijk individueel zijn te bepalen, wordt daarbij uitgegaan van de jaarlijkse begrotingsomvang. Op basis van de uitgangspunten wordt uitgegaan van een incidenteel risicoprofiel van 5%. Uitgaande van de begrotingsomvang is van beide onderdelen (algemene dienst en grondexploitatie) de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Dit kan als volgt worden weergegeven: Omschrijving
Grondslag Financieel risico
Risico Benodigde Eventuele opmerkingen profiel weerstandscapaciteit
Begrotingsomvang 2022 van Algemene dienst
€ 48.154.900
5%
Begrotingsomvang 2022 van Grondexploitatie
€ 18.024.100
5%
Totaal incidenteel algemene dienst
€ 48.154.900
€ 2.407.700
Totaal incidenteel grondexploitatie
€ 18.024.100
€ 901.200
€ 2.407.700 Het is gewenst, gezien de geïnventariseerde algemene risico’s (zoals hierboven gespecificeerd en toegelicht), € 901.200 om een deel van de beschikbare algemene weerstandscapaciteit hiervoor in te zetten. Conform de vastgestelde beleidskaders wordt een richtlijn gehanteerd, waarbij 5% van de ‘omzet’ als risicobedrag wordt opgevoerd.
Concrete risico’s Tot concrete risico’s worden risico’s gerekend waarvan de omvang van de te verwachten verplichtingen redelijkerwijs zijn in te schatten. Voor concrete risico’s worden bestemmingsreserves en voorzieningen ingesteld. De gemeente heeft bijvoorbeeld een reserve/voorziening voor wethouders-pensioenen en – wachtgelden gevormd. De hoogte van de voorzieningen en bestemmingsreserves dekken de gesignaleerde concrete risico’s in voldoende mate af. Er hoeven derhalve geen aanvullende voorzieningen te worden getroffen, waarvoor eventueel de weerstandscapaciteit moet worden aangesproken.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
34
Specifieke risico’s Tot de specifieke risico’s worden risico’s gerekend welke gelden voor de specifieke omstandigheden waarin de gemeente opereert. In de onderstaande tabel worden genoemde risico’s, voor zover mogelijk, gekwantificeerd. Deze risico’s kunnen zich eventueel op zowel de korte als de lange termijn voordoen. Omschrijving
Grondslag Risico Financieel risico profiel
Benodigde Eventuele opmerkingen weerstandscapaciteit
€0
5%
€ 0 Deze garantie is nog gebaseerd op een inmiddels stopgezette (verplichte) rijksregeling. Er is sprake van een klein risico omdat het Rijk voor 50% deelneemt in de risico’s. Verder komen er geen nieuwe garanties bij, waardoor het risico jaarlijks afneemt (sterfhuis constructie).
Stichting De Rots (publiek belang)
€ 208.700
5%
€ 10.400 Aan Stichting De Rots is, inzake de jeugdvoorziening, een garantie afgegeven tot een bedrag van € 273.400 (er is sprake van recht van 1e hypotheek).
Garantie geldlening Stichting Ons Sporthuis
€ 47.500
5%
€ 2.400 Aan Stichting Ons Sporthuis is een garantie afgegeven tot een bedrag van € 80.000.
Huisvuil Centrale (publiek belang)
€ 5.761.800
5%
€ 288.100 Aan deze verbonden partij zijn, o.b.v. de gemeenschappelijke regeling, garanties afgegeven tot een totaalbedrag van € 670 mln. (totaal van de garanties).
€0
5%
€ 0 M.i.v. 1 januari 2012 worden er garantiestelling afgegeven i.p.v. verstrekkingen.
Berechja College
€ 625.000
10%
€ 62.500 Aan Berechja College is een garantie afgegeven voor een lening van € 1,5 miljoen. De lening wordt jaarlijks met € 125.000 afgelost.
Concern voor Werk (publiek belang)
€ 255.700
10%
€ 25.600 Aan deze verbonden partij zijn, o.b.v. de gemeenschappelijke regeling, garanties afgegeven tot een totaalbedrag van € 8,5 miljoen. Jaarlijkse aflossing bedraagt € 400.000. (Urk heeft een aandeel van 11,98% in de realisatie van een kassencomplex).
Totaal incidenteel algemene dienst
€ 6.898.700
Omschrijving
Grondslag Risico Financieel profiel risico
Overige voorraden
€ 500.000
Garantie geldleningen woningen particulieren
Borgstellingen BBZ-kredieten
€ 389.000
Benodigde Eventuele opmerkingen weerstandscapaciteit
10%
€ 50.000 Dit betreft de geraamde boekwaarde van de overige voorraden per ultimo 2022.
Boekwaarde grexen woningbouw
€ 46.461.400 10,0%
€ 4.646.100 Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen woningbouw per ultimo 2022.
Boekwaarde grexen bedrijfsterrein(en)
€ 12.282.700 20,0%
€ 2.456.500 Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen bedrijventerreinen per ultimo 2022.
€ 59.244.100
€ 7.152.600
Totaal incidenteel grondexploitatie
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
35
Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit is aangegeven dat door de eigen aard en de omvang van de grondexploitaties de weerstandscapaciteit grondexploitatie en algemene dienst afzonderlijk in beeld worden gehouden. Ook ten aanzien van de gemeente specifieke risico’s wordt dit stramien gevolgd. Nadere toelichting op deze beide onderdelen: Algemene dienst De grondslag voor de berekening van de totaal gekwantificeerde incidentele risico’s vormt een bedrag van € 55.053.600. Voor de structurele risico’s betreft dit een bedrag van € nihil. De gekwantificeerde risico’s zijn gebaseerd op het maximum te betalen bedrag. Het risicoprofiel geeft aan in welke mate het risico wordt meegenomen voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Het totale kwantificeerbare risico bedraagt € 2.796.700 (incidenteel) en € nihil (structureel). Grondexploitatie De grondslag voor de berekening van het totaal aan gekwantificeerde risico’s voor de grondexploitatie bedraagt € 59.244.100 (dit betreft de geraamde boekwaarde van alle grondexploitatiecomplexen en overige voorraden per ultimo 2022). Het totale kwantificeerbare risico bedraagt € 8.053.800 (incidenteel). Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit van de gemeente Urk is bepaald en is opgebouwd uit 3 onderdelen: 1.
Incidentele weerstandscapaciteit algemene dienst:
€ 11.237.900
2.
Incidentele weerstandscapaciteit bouwgrondexploitatie:
€ 6.671.000
3. Structurele weerstandscapaciteit algemene dienst:
€ 159.000
Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s van de gemeente Urk worden eveneens verdeeld in uiteindelijk 3 onderdelen: 1. Incidentele risico's algemene dienst: - algemene risico’s
2.407.700
- specifieke risico’s
389.000 € 2.796.700
2. Incidentele risico's grondexploitatie: - algemene risico’s
901.200
- specifieke risico’s
7.152.600 € 8.053.800
3. Structurele risico's algemene dienst
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
€0
36
FINANCIËLE KENGETALLEN In deze begroting wordt een doorkijk gegeven naar het jaar 2031. Dit is nodig. Urk groeit en blijft groeien. Opgaven en uitdagingen liggen de komende jaren zowel op het terrein van wonen als werken. Er is een blijvende en toenemende vraag naar woningen, dus naar bouwgrond. Daarnaast wordt samen met gemeente Noordoostpolder en provincie Flevoland gewerkt aan het realiseren van de buitendijkse haven. Deze uitdagingen hebben hun weerslag ook op een aantal financiële kengetallen. Kengetallen De kengetallen en analyse daarvan geven op eenvoudige wijze inzicht over de financiële positie van de gemeente Urk. In ogenschouw dient te worden genomen dat de kengetallen een grofmazig instrument zijn om een uitspraak te doen over de financiële positie. Ze vormen ook een belangrijk onderdeel van het Interbestuurlijk Financieel Toezicht door de provincie. De toezichtkengetallen zijn ingedeeld in drie pijlers: begrotings-, schuld- en weerstandspositie. In het overzicht op de volgende pagina zijn de uitkomsten van de kengetallen van iedere pijler over de jaren 2020 tot en met 2031 weergegeven. Met behulp van de stoplichtkleuren groen, oranje en rood wordt respectievelijk de situatie gunstig, neutraal of ongunstig aangegeven waar het kengetal zich in bevindt. De normen zijn veelal afgeleid van de VNG.
De vijf kengetallen BBV worden afzonderlijk toegelicht en beoordeeld over de jaren 2020 tot en met 2031. Pijlers 2020-2031 Gemeente Urk kent een begrotingspositie (pijler 1) die pas met ingang van 2025 weer sluitend is. Ondanks dat de gemeente Urk moeilijke jaren achter de rug heeft, is het haar gelukt haar broze financiële positie in 2016 sterk te verbeteren. De begrotingen 2022 t/m 2024 vertonen echter tekorten die gedekt moeten (en kunnen) worden door uitnames uit de algemene reserve. Aan de hand van 10 financiële regels houdt gemeente Urk haar financiële weerbaarheid op peil. Deze regels worden strak nageleefd en hebben hun waarde inmiddels bewezen. De afgelopen jaren is er fors geïnvesteerd in het voorzieningenniveau. Dit uit zich in een stijging van de woonlasten die boven de VNG-norm uitkomt. De komende jaren liggen de woonlasten fors boven het landelijk gemiddelde. Vanuit het kengetal netto-schuldquote gekeken, is er vanaf het jaar 2022 een sterke toename van de schuldpositie (pijler 2) zichtbaar. Gemeente Urk komt boven de kritische norm. De verwachting is dat er de tot en met het jaar 2025 voor ruim € 60 miljoen wordt geïnvesteerd en in de jaren 2026 tot en met 2031 nog eens € 19 miljoen. Het weerstandsvermogen (pijler 3) is in 2020 in alle opzichten goed te noemen. De ratio van het weerstandsvermogen algemeen (2020: 5,0) is uitstekend.
De ratio weerstandsvermogen grondexploitaties bedraagt per 31 december 2020 1,2. Het algemene weerstandsvermogen van de gemeente als geheel blijft de komende jaren goed. De schuldpositie en het weerstandsvermogen grondexploitaties weerspiegelen de ambities van Urk vooral voor wat betreft het ontwikkelen van de Zeeheldenbuurt en de Port of Urk.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
37
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
38
Toelichting kengetallen BBV Met ingang van de begroting 2016 moet een verplicht basisset van vijf financiële kengetallen worden opgenomen, de zogenaamde kengetallen BBV. De berekeningswijze van de kengetallen is vastgelegd in ministeriële regeling. Met ingang van de begroting 2016 moet een verplicht basisset van vijf financiële kengetallen worden opgenomen, de zogenaamde kengetallen BBV. De berekeningswijze van de kengetallen is vastgelegd in ministeriële regeling. 1. Netto-schuld quote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen woningbouwvereniging). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De netto-schuld quote van de gemeente Urk ligt vanaf het jaar 2016 onder de door VNG gestelde norm (2020: 70%). In het geval de doorleningen worden afgetrokken komt de quote op 65% (2020). 2. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De solvabiliteit komt vanaf het jaar 2016 boven de 30% uit. Het meerjarenperspectief is onveranderd met een tijdelijk dalende solvabiliteit tot 23%. Hierna neemt het weer gestadig toe. 3. Structurele exploitatieruimte Voor het beoordelen van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruime van de gemeente Urk is in meerjarig perspectief positief met als uitzondering 2023 waar we die op nihil schatten. 4. Grondexploitatie Voor het berekenen van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten (ingevolge artikel 17 BBV: exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. De komende jaren is het beeld van het kengetal hetzelfde als in de voorgaande begrotingen: het kengetal stijgt, wat een weergave is van de forse inspanningen in de grondexploitaties.
De verwachting blijft, evenals in de begrotingen 2020 en 2021, dat het kengetal na 2028 door grondverkopen weer daalt onder de 40%. 5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in een gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden (mph) in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 in en uit te drukken in een percentage. In het overzicht op de vorige pagina zijn de woonlasten aangemerkt met de kleur oranje. Urk wijkt af met haar woonbezetting ten opzichte van het gemiddeld Nederlands huishouden (verhouding 3,4:2,4). Bij de berekeningsmethodiek ‘woonlasten per inwoner’ komt gemeente Urk in de buurt de gemiddelde woonlasten per inwoner van Nederland.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
39
2B
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN
Inleiding De gemeente Urk heeft evenals andere gemeenten openbare ruimten in beheer. Veel activiteiten vinden hierin plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Hiervoor zijn wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen nodig. Dit worden kapitaalgoederen genoemd. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het onderhoudsniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. De lasten vormen een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke begroting. Het opstellen van (actuele) beheerplannen op het terrein van de kapitaalgoederen vormt één van de belangrijkste speerpunten. Tevens is het van belang dat bij elke uitbreiding van het areaal de kosten van beheer in beeld gebracht worden, zodat een integrale afweging kan worden gemaakt en bekend is wat de gevolgen zijn van de kosten van beheer en dus de begroting. Beleidsdocumenten Kapitaalgoederen
Beleids- en beheerplan
Vastgesteld
Einde looptijd
Financieel vertaald
Achterstallig onderhoud
Overkoepelend
Beleidsplan IBOR
2017
2021
Ja
Nee
Wegen
Beleidsplan wegen Urk Wegenbeheerplan
2017
Onbepaald
Ja
Nee
Riolering
Gemeentelijk rioleringsplan Operationeel beheerplan
2015
2021 2021
Ja
Nee
Water
Maatwerkovereenkomst
2011
Onbepaald
Ja
Nee
Groen
Groenbeleidsplan Urk Groenbeheerplan
2019
2029
Ja
Ja/nee
Gebouwen
Beheerplan gebouwen
2013
Onbepaald
Ja
Ja/nee
Overig
Vervangingsplan masten en armaturen Speelplekkenbeheerplan Kunstwerken beheerplan
2006
Onbepaald
Ja
Nee
2006
Onbepaald
Ja
Nee
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
OVERIG
KUNSTWERKEN
GROEN
IBOR
WEGEN
RIOOL BEHEERPLAN
GRP
BEHEERPLAN GEBOUWEN
Toelichting op tabel: Het beleidsplan IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) wordt beschouwd als het overkoepelend beleidsdocument voor de openbare ruimte. In 2021 wordt het vigerende IBOR geactualiseerd. Onder het IBOR vallen de verschillende kapitaalgoederen. Het is de intentie om per kapitaalgoed toe te werken naar een beleidsplan en beheerplan. De riolering valt hier wat buiten vanwege de verplichting die voortvloeien uit de wet milieubeheer. Globaal gezien kan het GRP als het koepeldocument gezien worden en het beheerplan als onderliggend document. In het schema hiernaast is de relatie tussen de verschillende plannen weergegeven.
40
Kerncijfers Geprog. situatie
Kapitaalgoederen
Objecten
Wegen
Weg binnen de bebouwde kom
85,9 km
Weg buiten de bebouwde kom
4,9 km
4.9 km
Wegennet geasfalteerd
98.792 m2
106.895 m2
Wegennet elementenverharding
952.890 m2
934.365 m2
Lichtmasten
3.999 stuks
4.018 stuks
Rioolaansluitingen
Riolering
Situatie 31-12-2021
31-12-2022
83,8 km
7.745 stuks
7.745 stuks
Vrijverval-, druk- en persriolering
164 km
165,76 km
Tussen en eindgemalen
16 stuks
16 stuks
Drukgemalen
9 stuks
9 stuks
Bergbezinksystemen
3 stuks
3 stuks
2.049 are
Water
Oppervlaktewater in beheer bij het waterschap en/of derde, incl. beheer natuurlijk en onbeschoeide oevers
Groen
Plantsoenen
1.861 are
Gras
11.072 are
7.826 are
Bomen
6.183 stuks
6.120 stuks
434 stuks
434 stuks
Gemeentehuis/Bibliotheek
1
1
Monumentale gebouwen (oude Raadhuis en toren Kerkje a\d Zee)
2 1 12 2 2 1
2 1 12 2 2 1
24
24
1 1
1 1
23 stuks
23 stuks
Openbare speelplaatsen en –plekken (speeltoestellen)
Gebouwen
Zwembad Onderwijs gebouwen (basisonderwijs) Onderwijs gebouwen (voortgezet onderwijs) Binnensport accommodaties (gymzalen / sporthallen) Peuterspeelzaal / kinderdagverblijf Gemeentelijke gebouwen algemeen begraafplaats, haven e.a.) Bedrijfsruimten (werf Hoekman) Woningen Overig
Bruggen (auto-, fiets-, voetgangersbrug)
(brandweer,
sportvelden,
Verklaring aanpassing cijfers Als gevolg van onder andere de ontwikkeling Oranjewijk nemen de arealen gestaag toe. Oranjewijk Noord en Zuid worden echter pas na 2021 aan beheer overgedragen en vallen in 2021 nog onder de grondexploitatie. Areaaluitbreidingen De reguliere onderhoudsbudgetten openbare ruimte, inclusief de budgetten ter voeding van onderhoudsvoorzieningen, worden jaarlijks met de reguliere prijsmutatie en areaaltoename verhoogd.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
41
Korte toelichting op de verplichte onderdelen Het BBV schrijft voor dat in elk geval de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen aan de orde moeten komen (BBV art 12). Wegen Bij raadsbesluit 19 september 2002 is het Wegenbeheerplan (rehabilitatie) gemeente Urk vastgesteld en in 2008 geactualiseerd. Op basis van dit plan wordt inzicht verkregen in welke maatregelen er nodig zijn om de kwaliteit van de verhardingen in de gemeente Urk te waarborgen en te verbeteren. Met dit plan zijn de financiële middelen geborgd. Het beleid is vastgelegd in het wegenbeleidsplan Urk (2015), dat integraal is vastgesteld met het IBOR-beleidsplan. In 2021 wordt gestart met het actualiseren van het wegenbeleidsplan en het wegenbeheerplan. Het Urker wegennet wordt conform de CROW-systematiek elke twee jaar geïnspecteerd. De maatregelen die daaruit voortvloeien worden verwerkt in de jaren erna. Op dit moment worden de activiteiten uit het rationele wegbeheerplan 2018-2022 uitgevoerd. De geplande maatregelen worden afgestemd met de andere beheerdisciplines. Riolering Het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan is in 2015 is door de raad vastgesteld en heeft een looptijd tot en met 2021. Hierin is het beleid voor de gemeentelijke riolering beschreven zowel ten aanzien van de inrichtingsopgaven, het beheer en onderhoud en de vervangingsopgave.
In het GRP is een doorkijk gemaakt voor de lange termijn en zijn de maatregelen voor de planperiode concreter beschreven. Om zorg te dragen voor de realisatie van de beheeropgaven op het gebied van de riolering wordt gewerkt met een operationeel beheerplan riolering. Dit is geen vastgesteld document. Met de komst van de Omgevingswet komt de wettelijke verplichting om een GRP te hebben te vervallen. Bij de vertaling van de Omgevingswet voor de gemeente Urk moet beoordeeld worden of de gemeente Urk het GRP als middel wil handhaven of dat er gekozen wordt voor een andere vorm. Gelet op de omvang van dit kapitaalgoed is het van belang dat de functie van het GRP geborgd blijft. Op dit moment wordt er gewerkt aan een GRP dat past binnen de opzet van de Omgevingswet, waarbij wordt verwezen naar de nieuwe terminologie Programma Water en Riolering. Water Op 29 juni 2009 is door de Flevolandse gemeenten en het waterschap Zuiderzeeland een bestuursovereenkomst gesloten waarin het onderhoud van het stedelijke water, beschoeiingen en de stuwen wordt overgedragen aan het Waterschap. Per 1 januari 2011 is deze overeenkomst in werking getreden. Conform hetgeen in de overeenkomst is aangegeven blijft de gemeente Urk verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van duikers, grondkeringen en droogvallende berm sloten e.d. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het GRP.
Groen Vanaf 1 januari 2018 valt het groenbeheer onder het beleidsplan IBOR. Het groenbeleid en beheerplan zijn geactualiseerd. Het beleidsplan is in 2019 door de raad wordt vastgesteld. Jaarlijks wordt het openbaar groen onderhouden conform het beleid. Dit wordt gedaan op basis van beeldkwaliteit. Het grootste deel wordt onderhouden door Concern voor Werk en een klein deel wordt gedaan door het wijkbeheer of externe partijen. Gebouwen De gemeentelijke gebouwen vallen niet onder het beleidsplan IBOR. Voor het onderhoud van de gemeentelijke schoolgebouwen wordt gebruik gemaakt van het in 2013 opgestelde beheerplan.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
42
Beheerplannen
werkelijk 2020
begroting actueel 2021
begroting 2022 1)
2a. Openbare verlichting (vervanging)
149.965
38.002
43.403
2b. Openbare verlichting (jaarlijks onderhoud en energiekosten)
160.862
192.729
197.891
3b. Riolering (regulier)
375.001
499.190
504.019
4b. Waterlossingen (regulier; schouwen/maaien))
35.649
66.772
67.840
6a. Sportvelden (renovatie velden)
120.000
6b. Sportvelden (eigen dienst en derdenbudgetten)
230.122
203.138
180.955
7a. Zwembad (vervanging)
55.780
251.563
24.956
7b. Zwembad (reguliere onderhoudsbudgetten)
489.086
581.808
360.382
8a. Kunstobjecten
93.210
2.295
2.332
9b. Haven periodiek onderhoud
41.474
182.205
58.528
9d. Haven (structureel onderhoud; bedrijfsmatig)
136.286
275.463
133.202
9e. Haven (structureel onderhoud; recreatief)
148.510
191.777
158.955
12a. Gebouwen (periodiek onderhoud)
64.121
55.892
29.177
13. Machines en voertuigen (vervanging materieel)
73.846
60.389
42.954
14. Begraafplaatsen
88.615
50.968
42.893
15. Meubilair (periodieke vervangingen)
7.581
14.595
0
16b. Kunstwerken / bruggen (regulier)
74.288
117.855
128.808
2.224.395
2.904.640
1.976.293
Veiligheid Openbare Ruimte
54.241
11.987
12.179
Onderhoud wegen en pleinen
495.023
542.634
549.930
Openbare Verlichting
87.046
97.854
99.420
Straatvegen
99.021
77.914
80.685
IBOR Kunstw(bruggen)
10.397
53.582
63.507
Schouw,MaaiWatrg
8.471
24.686
25.080
OvVrz.GroenRecr
35.951
100.000
100.000
Openbaar Groen
533.052
370.970
376.730
Ob GroenRei/Rio
125.328
106.515
108.220
Speelt.en weide
16.821
6.374
6.476
Speelt. Meub.
2.800
6.950
7.061
1.468.151
1.399.467
1.429.287
1) wordt ieder rapportagemoment aangepast. IBOR
Totaal IBOR
Toelichting 3b 4b 6a 8a. 13.
Reparaties, inspectie en klein onderhoud Uitvoering onderhoud door waterschap Renovatie veld 7 en 8 staan voor 2021 op planning 2020 Renovatie monument 40-45 Betreft in beheerplan opgenomen vervangingen en onderhoud
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
43
Planning werkzaamheden Omschrijving werkzaamheden Ad. 1 Wegen Groot onderhoud Groot onderhoud/Vervanging Vervanging Klein onderhoud asfalt en elementenverharding Ad 2. Openbare verlichting Vervanging verlichting Regulier onderhoud Ad 3. Riolering Rioolvervanging op basis van inspectie Rioolreiniging en inspectie Rioleringsmaatregelen Industrieterrein Zwolse Hoek Rioolvervanging op basis van inspectie
Geprognosticeerd Stortemelk (rijbaan) Singel (start gedeelte Jachin Boaz) Staartweg Diverse locaties
2022-2023 2021-2024 2022-2025 2022
Diverse straten
2022 2022
Diverse locaties De Staart Diverse locaties Programma de Akkers
2022 2022 2021-2023 2022-2023
Ad 4. Waterlossingen Regulier onderhoud
2022
Ad 5. Openbaar groen Regulier onderhoud
2022
Ad 6. Sportvelden Regulier onderhoud
2022
Vervanging verlichting sportvelden Vervanging kunstgras
2022 2021-2022
Ad 7. Zwembad Reguliere onderhoudsbudgetten
2022
Ad 8. Kunstwerken Reguliere onderhoud Groot onderhoud Arie de Witbrug (steigers)
2022 2021-2022
Ad 9. Havengebied Regulier onderhoud
2022
Ad 10. Speelvoorzieningen Regulier onderhoud
2022
Ad 11. ICT/informatievoorziening Uitvoeringsplannen
2022
Ad 12. Gebouwen Regulier onderhoud
2022
Ad 13. Machines en voertuigen Vervanging diverse kleinere machines Vervanging Veegmachine Vervanging Doorzaaimachine (Vredo)
2022 2022 2022
Ad 14. Begraafplaatsen Consolidatie en renovatie Oude begraafplaats Uitbreiding begraafplaats De Vormt Ad 15. Meubilair Geen of mutaties met beperkte omvang.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
(1e fase)
2022 2022
2022
44
TREASURY
2C
Inleiding Treasury bestaat uit financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Het heeft tot doel te voorzien in vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en ook te beschermen tegen financiële risico’s. Het wettelijke kader voor treasury ligt in de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) en het Treasurystatuut van de gemeente Urk. De benodigde financieringsmiddelen worden centraal voor de gehele huishouding van de gemeente georganiseerd. Uit het Treasurystatuut blijkt dat de gemeente Urk heeft gekozen voor een laag risicoprofiel.
Treasurystatuut De Urker treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut vormt het raamwerk waarbinnen de functie wordt uitgeoefend. De treasuryfunctie omvat het beleid inzake de financiering en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering ervan vereist snelle beslissingen in een complexer geworden geld- en kapitaalmarkt. Het beleid van Urk voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut. In het statuut worden de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en informatievoorziening geregeld en vastgelegd. Uit het treasurystatuut blijkt dat de gemeente Urk heeft gekozen voor een laag risicoprofiel.
Algemene ontwikkelingen en externe invloeden Mede als gevolg van het beleid van de Europese Centrale Bank is er nog steeds sprake van een bijzondere geld- en kapitaalmarkt. De rente voor langlopende leningen is nog steeds bijzonder laag en bij het aantrekken van korte financiering is sprake van een negatieve rente. Dat betekent dat het voor de korte termijn geld lenen, rente oplevert. Tegelijkertijd moet betaald worden voor het aanhouden in rekening-courant bij een saldo van meer dan € 500.000. Overigens kan gemeente Urk goed voorzien in onze financieringsbehoefte. Overtollige middelen worden (verplicht) ondergebracht in 's Rijks schatkist.
Financiering lang Bij het aantrekken van financieringsmiddelen voor een periode van één jaar en langer, wordt vrijwel alleen gebruik gemaakt van het instrument “onderhandse leningen”. Bij het aantrekken van een onderhandse lening, wordt doorgaans een tweetal offertes gevraagd bij goed bekend staande, en landelijk opererende bankinstellingen. De financieringspositie van de gemeente Urk kan als volgt in beeld worden gebracht. rekening 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
97.090
114.536
141.969
146.381
141.435
143.256
97.090
114.536
141.969
146.381
141.435
143.256
Eigen vermogen en voorzieningen
55.900
49.028
50.339
50.521
51.742
52.161
Vaste schulden (> 1 jaar)
55.908
69.847
98.481
102.448
97.415
98.415
Fin.middelen(B)
111.808
118.875
148.819
152.968
149.157
150.576
Fin.saldo(A-B)
14.717
4.338
6.850
6.587
7.722
7.320
Bedragen (x € 1.000)
Vaste activa en Grex voorraden Fin.behoefte(A)
Tekort(-); Overschot(+)
De ontwikkeling van het financieringssaldo wordt nauwlettend gevolgd. Afhankelijk van de ontwikkeling van het tekort (c.q. het uitvoeringstempo van de investeringen) en de renteontwikkeling worden gedurende het jaar nieuwe geldleningen aangetrokken. Uitgangspunt daarbij is dat de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden mogen worden.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
45
Het verloop van de geldleningen in 2022 kan als volgt worden weergegeven: Leningen (x € 1.000)
rekening 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
Stand per 1 januari
60.550
55.908
69.847
98.481
102.448
97.415
0
20.000
35.000
15.000
6.000
12.000
-4.642
-6.061
-6.366
-11.033
-11.033
-11.000
Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen
0
Renteaanpassing (oud percentage) Renteaanpassing (nieuw percentage) Gemiddelde rentepercentage
1,70%
1,70%
1,70%
1,70%
1,50%
1,20%
Stand per 31 december
55.908
69.847
98.481
102.448
97.415
98.415
Machtigingsbesluit Om tijdig en slagvaardig in te kunnen spelen op ontwikkelingen die zich voordoen op de financiële markten is het gewenst dat de raad het college machtigt tot het aangaan van langlopende geldleningen. Deze machtiging is aan een maximum gebonden. Bij het vaststellen van de kadernota 2018 op 5 juli 2018 heeft de raad dit maximum bepaald op € 25 miljoen.
Kasgeldlimiet (norm voor korte schuld) Een belangrijk instrument in de regelgeving is de zogenaamde kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet is bedoeld om het renterisico op opgenomen kortlopende geldleningen tot een acceptabel maximum te beperken. Verder is de kasgeldlimiet één van de voornaamste kaders op basis waarvan de treasury haar afwegingen met betrekking tot het tijdelijk opnemen van gelden maakt. Bij een “normale" rentesituatie, kortlopende middelen zijn dan goedkoper dan langlopende middelen, wordt de kasgeldlimiet benut om de lopende financieringsbehoefte te dekken. rekening 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
Grondslag = omvang begroting per 1-1
67.728
61.526
67.701
60.602
60.680
65.324
Toegestane kasgeldlimiet (8,5 %) in bedrag
5.757
5.230
5.755
5.151
5.158
5.553
totaal netto vlottende schuld***
-8.326
390
-1.800
-2.133
-3.009
-2.607
toegestane kasgeldlimiet
5.757
5.230
5.755
5.151
5.158
5.553
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
14.082
4.840
7.554
7.284
8.166
8.159
Bedragen (x € 1.000)
Toets kasgeldlimiet
Renterisiconorm (norm voor lange schuld) Om de effecten van een negatieve rente-ontwikkeling te beperken is in de Wet Fido een renterisiconorm aangegeven. Door de verplichte renterisiconorm wordt de gemeente gedwongen tot spreiding van de opgenomen leningen, looptijden en rente-aanpassingsdata. Deze norm mag niet overschreden worden. De renterisiconorm voor 2022 bedraagt € 13.540.000, te weten 20% van het begrotingstotaal van € 67.701.000. Met betrekking tot de ontwikkeling van de aflossingen van onze leningen, ten opzichte van deze norm, kan het volgende overzicht worden gegeven (bedragen x € 1000).
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
46
rekening 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
67.728
61.526
67.701
60.602
60.680
65.324
Renterisiconorm (20 %)
13.546
12.305
13.540
12.120
12.136
13.065
Renterisico op vaste schuld (aflossingen *)
-4.642
-6.061
-6.366
-11.033
-11.033
-11.000
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
8.904
6.244
7.174
1.087
1.103
2.065
Bedragen (x € 1.000) Grondslag = omvang begroting per 1-1
Toetsing renterisiconorm
Financiering kort (kasbeheer) De lasten minus de baten van de jaarbegroting en ook de investeringen, worden in eerste instantie gefinancierd met kort geld, financieringsmiddelen met een looptijd van één jaar of korter. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de instrumenten “rekening-courantkrediet”, “daggeldleningen” en “kasgeldleningen”. Bij het gebruiken van deze instrumenten wordt er op toegezien dat het kasgeldlimiet niet wordt overschreden. Als het limiet wordt genaderd, vindt consolidatie plaats door het aantrekken van langlopende leningen. Hierbij wordt geanticipeerd op de renteontwikkelingen. De wijze waarop dit gebeurd is vastgelegd in het treasurystatuut.
Ontwikkeling liquiditeit Over de ontwikkeling van de liquiditeitspositie, in relatie tot de kasgeldlimiet, wordt per kwartaal gerapporteerd. Gemeente Urk blijft binnen de kasgeldlimiet.
Kredietrisico Het verstrekken van leningen en het garanderen van de betaling van rente en aflossing van leningen van derden is alleen toegestaan voor zover de te financieren activiteit een publieke taak van de gemeente betreft. De gemeenteraad bepaalt wat tot die publieke taak behoort. Momenteel heeft de gemeente de volgende leningen verstrekt aan derden: rekening 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
Hypothecaire leningen ambtenaren
0
0
0
0
0
0
Leningen Sociale Zaken (o.b.v. 25%)
287
287
287
287
287
287
Stichting Sportaccommodatie Urk
3.137
3.061
2.985
2.909
2.833
2.757
Totaal
3.424
3.348
3.272
3.196
3.120
3.044
Bedragen (x € 1.000)
De gemeente loopt over deze verstrekte geldleningen een zeer beperkt risico. De leningen verstrekt in het kader van Soza-regelingen hebben voornamelijk betrekking op de verstrekking van BBZ-kredieten aan bedrijven. Van deze leningen ligt het grootste deel van het risico bij de rijksoverheid (gemeente 25%, rijksoverheid 75%). Ook bij de leningen verstrekt aan de Stichting Sportaccommodatie Urk is sprake van een beperkt risico. Door SSU zijn de opstallen in onderpand gegeven. Verder wordt jaarlijks aan de hand van de jaarstukken de financiële positie van de stichting beoordeeld.
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
47
Gebruikte rentepercentages De rentekosten worden aan de diverse begrotingsonderdelen toegerekend aan de hand van de boekwaarden van de investeringen die voor die onderdelen zijn gedaan. De rente wordt uitgedrukt in een percentage van die boekwaarden: het omslagpercentage. Voor het financieren van sommige investeringen zijn specifieke leningen aangetrokken: objectfinanciering. De rentekosten van deze leningen blijven buiten de omslag maar worden direct toegerekend aan de specifieke begrotingsonderdelen. Renteschema:
rente
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering * rente langlopende geldleningen
boekw 1jan
1.549.465 1.065.770
* stelpost investeringsrente GREX
143.947
* rente korte financiering
312.450
* bank- en overige financieringskosten
27.298
b. De externe rentebaten
0
* rente financieringsregeling Saldo rentelasten en rentebaten €
1.549.465
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -/- €
-559.281
41.074.650
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- € * Boekwaarden investeringen waaraan geen rente wordt toegerekend * Stichting Sportaccom Urk
0
486.202
-93.270
2.297.278
* Herfinanc.Sporthal 530950/9315
-36.733
721.669
* StimuleringsfdsVNG 821004/0019
-45.650
3.043.335
-965
64.346
* Renovatie Museum Oude Raadhuis 06/?? * Provisie Grexleningen * Starterslening bestaande gebied 13/007
-413
31.026
-58.320
1.740.880 -235.350
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend +/+ € * Starterslening bestaande gebied 13/007
58.320
* Herfinanc.Sporthal 530950/9315
36.733
* StimuleringsfdsVNG 821004/0019
45.650
* Stichting Sportaccom Urk
93.270
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente €
d.d. 26 oktober 2021 COMMISSIE 1
233.972 -560.659
48
d1. Rente over eigen vermogen +/+ €
57.876
d2. Rente over voorzieningen +/+ € Totaal netto aan taakvelden toe te rekenen rente € e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag, afgerond binnen marge van 0,5%) * staat C totaal
1.046.682 1,70%
-1.154.678
67.922.256 117.381.643
* af investeringen niet via omslag
49.459.387
f. Renteresultaat op het taakveld Treasury €
-107.997
Per begrotingsjaar varieert het omslagpercentage en ook in de jaarrekening zal het percentage afwijken van de begroting. Om op het niveau van de specifieke onderdelen van de begroting de kapitaallasten stabiel te houden, is het verstandig (onder meer met het oog op een bestendige lijn bij het berekenen van (kostendekkende) tarieven) het omslagpercentage niet jaarlijks aan te passen. Om die reden staat de BBV-regelgeving toe dat het rekenkundige omslagrentepercentage binnen een marge van 0,5% wordt afgerond. Het in 2022 gehanteerde omslagpercentage is daarom bepaald op 1,7, evenals in 2021. Het rekenkundige omslagpercentage bedraagt in 2022 1,54. Verwezen wordt naar onderstaande berekening. Omslagrenteberekening De aan taakvelden toe te rekenen rente
1.046.682 A
Totale boekwaarde volgens staat van activa
117.381.643
Af: c1. grondexploitatie
41.074.650
c2. projectfinanciering * Renteloze investeringen
486.202
* Stichting Sportaccom Urk
2.297.278
* Herfinanc.Sporthal 530950/9315
721.669
* StimuleringsfdsVNG 821004/0019
3.043.335
* Renovatie Museum Oude Raadhuis 06/??
64.346
* Provisie Grexleningen