CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022 d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD.pdf

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Programmabegroting 2022 en meerjarenbegroting 2023-202542.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Om de burgers betrouwbaar te kunnen bedienen is langdurige stabiliteit in de gemeentefinanciën noodzakelijk (en) om maatschappelijke opgaven met de juiste democratische afweging op te kunnen pakken, is financiële armslag noodzakelijk. Een sluitende begroting voorzien van een meerjarenraming die in evenwicht is. Ook de jaarrekening behoort in evenwicht te zijn. Daarbij voldoen we aan de richtlijnen van de begrotingscirculaire van de provincie Flevoland. Verder is het streven om de woonlasten nabij het landelijke gemiddelde te brengen. Dit vraagt samenwerking met en inzet van onze burgers.

► WETTELIJKE ONTWIKKELINGEN Burgers en bedrijven moeten gemakkelijker online zaken kunnen doen met de overheid. Uitbreiding van het digitale dienstenpakket verhoogt de efficiency en vermindert de regeldruk. Daarbij staat bij de overheid één ding voorop: gegevens van burgers moeten goed beschermd zijn. In de praktijk betekent dit dat kosten zullen toenemen. In 2022 zal de Omgevingswet vermoedelijk in werking treden. Met de Omgevingswet wordt het huidige stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. En regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving. Het vraagt om een heel andere werk- en denkwijze van overheden, burgers en bedrijven. Open, samenhangend, flexibel, uitnodigend en innovatief zijn daarbij de kernwoorden. Door minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk en het geven en vragen van vertrouwen. Daarbij moet het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’. Al deze veranderingen zullen invloed hebben op de rol van de gemeenteraad, de rol van het college en de ambtelijke organisatie van de gemeente Urk. In 2022 en verder wordt doorgewerkt aan de transformatie naar een organisatie die is toegesneden op de nieuwe wet. Dit vraagt een forse inspanning.

In het spoorboekje Omgevingswet zijn voor 2021 en 2022 concrete doelen benoemd.

► MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN Interbestuurlijk Programma

Gemeente Urk

•

•

• •

Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving (opgave 8) Passende financiële verhoudingen (opgave 9) Overkoepelde thema’s (opgave 10)

• • •

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

Goed schaken op twee borden: groei accommoderen én verbeteren (opgave 1) Het bestrijden van ondermijning (opgave 4) Versnellingen en intensiveringen in de duurzaamheidstransitie (opgave 5) Samenhang en samenwerking in de regio versterken (opgave 6)

25

► WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE ERVOOR DOEN? Maatschappelijke effecten

Beleidsuitvoering

Looptijd

Fase (jaar 2022)

B/K

Sterk bestuur

1. Samenwerking binnen Flevoland 2. Samenwerking regio Zwolle

2022 (doorl.) 2022 (doorl.)

Realisatie Realisatie

B B

3. Interbestuurlijk Toezicht

2022 (doorl.)

Realisatie

B

4. Planning- en controlcyclus

2022 (doorl.)

Realisatie

B

5. Het doorontwikkelen organisatie

2022-2024

Realisatie

B

6. Strategisch personeelsplan

2022-2023

Realisatie

B

7. Burgerparticipatie (Omgevingsvisie)

2022-2023

Realisatie

B

8. ZZL subsidies en projecten (aanvraag ontsluitingsweg)

2022-2023

Realisatie

B

Participerende samenleving

9. Leader-projecten (2 projecten)

2022-2023

Realisatie

B

Klantgedreven dienstverlening

10. Uitvoeringsplan 2022/2023 Informatiebeleid

2022-2023

Initiatief

B

(samen, slim, snel en soepel)

11. Informatievoorziening (zaakgericht werken/archief)

2022-2024

Realisatie

B/K

► BELEIDSINDICATOREN

6,9

Urk 2021 7,6

6,2

6,7

7,0

Apparaatskosten

€ 622

€ 733

€ 769

n.n.b. De apparaatskosten per inwoner (per 11).

Externe inhuur

25,8%

23,2%

16,1%

18,0% De verhouding kosten inhuur externen ten Urk opzichte van de totale loonsom + totale kosten inhuur externen.

Overhead

9,9%

12,0%

11,3%

n.n.b. De verhouding overheadkosten ten opzichte de totale lasten.

Woonlasten éénpersoonshuishouden

€ 909

€ 892

€ 897

€ 733 Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per Urk/COELO jaar dat een éénpersoonshuis-houden betaalt aan woonlasten.

Woonlasten meerpersoonshuishouden

€ 1.039

€ 1.015

€ 1.016

€ 810 Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per Urk/COELO jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.

WOZ-waarde woningen

€ 240

€ 260

€ 291

Indicator Formatie < 20K / 20-50K inw. Bezetting < 20K / 20-50K inw.

2020

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

2022 7,5

NL 2020 Beschrijving 11,5/6,7 Het aantal vastgestelde fte per 1.000 inwoners. 10,5/6,4 Het aantal ingevulde fte per 1.000 inwoners.

€ 271 De gemiddelde WOZ waarde van woningen (x € 1.000).

Bron Urk Urk/Per.m. Urk

Urk

Urk/COELO

26

PARAGRAFEN

A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing B. Onderhoud kapitaalgoederen C. Treasury D. Bedrijfsvoering E. Verbonden partijen F. Grondbeleid G. Lokale heffingen H. Decentralisatie Rijkstaken I.

Interbestuurlijk Toezicht Flevoland

J. Informatievoorziening en automatisering K. Omgevingswet

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

27

2A

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers c.q. risico's op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Het weerstandsvermogen wordt als volgt gedefinieerd: ‘Het vermogen van de gemeente Urk om (onverwachte) verliezen en incidentele financiële tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat de continuïteit of de dienstverlening van de organisatie direct in gevaar komt of financiële noodmaatregelen nodig zijn.’ De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als: ‘Het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen.’ Een risico kan worden ervaren als: ‘Een fenomeen dat latent aanwezig is en dat met een bepaalde kans tot (negatieve) gevolgen voor ons dagelijks functioneren kan leiden.’ De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend aan de hand van het totaal van de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. Nota beleidskaders risicomanagement en weerstandsvermogen In de raadsvergadering van 13 december 2012 heeft uw raad de Nota beleidskaders risicomanagement en weerstandsvermogen 2013 vastgesteld. In deze paragraaf weerstandsvermogen wordt aan de door uw raad vastgestelde beleidskaders invulling gegeven (voor zover in dit kader van toepassing).

Het weerstandsvermogen wordt vertaald in een ratio waarbij de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald. Weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

Om de ratio voor het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel. Deze ratio moet in ieder geval hoger zijn dan 1,0 (waarderingscode C). Waarderingscode A B C D E F

Inventarisatieschema

Omschrijving

Ratio > 2,0 1,4 tot 2,0 1,0 tot 1,4 0,8 tot 1,0 0,6 tot 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

act. begroting 2021 Beschikbare weerstands capaciteit

Benodigde weerstands capaciteit

begroting 2022

Ratio

Beschikbare weerstands capaciteit

Benodigde weerstands capaciteit

Ratio

Incidenteel weerstandsvermogen weerstandsvermogen algemene dienst

11.540

2.705

4,3

11.397

2.797

4,1

weerstandsvermogen grondexploitatie

6.369

7.487

0,9

6.671

8.054

0,8

Totaal

17.909

10.192

1,8

18.068

10.851

1,7

Structureel weerstandsvermogen weerstandsvermogen algemene dienst

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

0

159

28

Het incidentele weerstandsvermogen van de algemene dienst is met een ratio van 4,1 uitstekend. Het incidentele weerstandsvermogen van de grondexploitatie is met momenteel 0,8 matig. De gemeente Urk bestaat uit één juridische en economische entiteit dus is het logisch de beschikbare weerstandscapaciteit in samenhang met elkaar te beschouwen en te beoordelen. Zodoende is de totale ratio 1,7. Dat is ruim voldoende om de niet-gekwantificeerde incidentele risico’s van de gehele organisatie op te vangen. Het structurele weerstandsvermogen is voldoende. Er is geen bezuinigingstaakstelling in de begroting opgenomen. Gelet op het bovenstaande en er van uitgaande dat niet alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, wordt het totale weerstandsvermogen (incidenteel en structureel) als ruim voldoende beoordeeld. Beschikbare weerstandscapaciteit De omvang van de weerstandscapaciteit is van belang voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De weerstandscapaciteit omvat de mogelijkheden voor een gemeente om financiële tegenvallers (risico’s) op te kunnen vangen en bestaat (indien aan de orde) uit de volgende onderdelen: a. De Algemene reserve (algemene weerstandsreserve algemene dienst); b.

De bestemmingsreserves die dienen ter egalisatie van de volgende specifieke begrotingsposten: Sociale uitkeringen (WWB), Maatschappelijke ondersteuning (WMO), Sociale werkvoorziening (WSW) en reserve Sociaal domein; c. De ruimte op de begroting; d. De onbenutte belastingcapaciteit; e. De reserve Grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie); Hieronder worden deze componenten nader beschouwd: a. De algemene reserve (algemene weerstandsreserve algemene dienst) Voor het bepalen van de weerstandscapaciteit van de algemene dienst is de hoogte van het vrije deel van de algemene reserve (algemene weerstandsreserve algemene dienst) van belang. De geraamde stand per ultimo 2022 van het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve bedraagt € 4,7 mln. . b. De bestemmingsreserves die dienen ter egalisatie van de volgende specifieke begrotingsposten: Sociale uitkeringen (WWB), Maatschappelijke ondersteuning (WMO), Sociale werkvoorziening (WSW) en reserve Sociaal domein. Deze bestemmingsreserves dienen tot nu toe ter jaarlijkse egalisatie van de geraamde baten en lasten van de betreffende begrotingsonderdelen. Ze functioneren voor die onderdelen zoals de algemene reserve functioneert voor de rest van de begroting. Om die reden worden deze reserves meegenomen bij het bepalen van de algemene weerstandscapaciteit.

Het niet-beklemde deel bedraagt naar verwachting per ultimo 2022: € 6,5 mln. c. De ruimte op de begroting De structurele ruimte in de meerjarenbegroting 2022-2025 is geraamd op de stelpost voor onvoorziene uitgaven. Er is een structureel gelijkblijvende stelpost opgenomen van € 159.000 (2021: € 159.000). De andere posten die structureel in de begroting zijn opgenomen worden geacht volledig noodzakelijk te zijn voor specifieke doeleinden en geen ruimte te bevatten. Structurele exploitatieruimte Op basis van de gemeentelijke boekhoudvoorschriften (Besluit Begroten en Verantwoorden) wordt de structurele exploitatieruimte als volgt weergegeven: Omschrijving (excl. incidenteel)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

A. totaal structurele lasten

60.627.880

56.773.774

66.179.052

60.698.126

60.201.702

64.239.029

B. totaal structurele baten

66.850.567

55.301.495

67.700.982

60.602.032

60.680.410

65.323.784

C. totaal structurele toevoeging aan reserves

8.271.960

2.953.830

1.691.972

0

0

0

D. totaal structurele onttrekkingen aan reserves

6.152.499

4.810.523

506.637

87.092

0

0

E. totaal baten (voor bestemming)

67.728.384

61.525.918

67.700.982

60.602.032

60.680.410

65.323.784

6,06%

0,62%

0,50%

-0,01%

0,79%

1,66%

Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E*100%

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

29

d. De onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat redelijkerwijs nog aan extra inkomsten kan worden gerealiseerd. Het gaat hierbij met name om de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. Een redelijk peil bestaat uit 100% kostendekkendheid bij de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. Voor wat betreft de ozb wordt de ruimte in aanmerking genomen tussen de eigen tarieven (volgens deze begroting) en het normtarief voor de zgn. artikel 12-gemeenten. Dat tarief ligt algemeen gesproken 20% boven het landelijke gemiddelde. Dit tarief staat jaarlijks vermeld in de meicirculaire van het Gemeentefonds. In tabel 1.2 is de berekening van het ´gewogen gemiddelde OZB-tarief´ voor de toelating tot artikel 12 voor de gemeente Urk opgenomen. Tabel 1.2 Berekening werkelijk gewogen gemiddelde OZB-tarief voor toelating tot artikel 12 WOZ-waarde woningen WOZ-waarde niet woningen, eigenaren en gebruikers samen OZB-opbrengst o.b.v. totaal WOZ-waarde

1.579.000.000 A 916.500.000 B 5.024.796 C

Onderdekking reiniging/afvalstoffen

0 D

Onderdekking riolering

0 E

OZB-opbrengst gecorrigeerd voor onderdekking Gewogen gemiddelde OZB-tarief

5.024.796 F = C-D-E 0,20% = F/(A+B)*100

Wanneer het berekende gemiddelde ozb-tarief voor de gemeente lager is dan het percentage voor toelating tot artikel 12 is er in principe sprake van een onbenutte belastingcapaciteit, immers het verhogen van het ozbtarief is nodig zijn om voor een aanvullende uitkering in aanmerking te komen. In tabel 1.3 is bij benadering aangegeven welke opbrengst deze verhoging genereert. Er is voor gekozen het verschil in het tarief te vermenigvuldigen met de WOZ-waarde van de woningen + de WOZ-waarde van de niet-woningen. Bij een daadwerkelijke aanvraag is een meer nauwkeurige berekening aan de orde. Tabel 1.3 Onbenutte belastingcapaciteit t.o.v. “artikel-12 norm” OZB-percentage van de Woz-waarde voor toelating art.12

0,18%

Werkelijk gewogen % Woz-waarde gemeente

0,20%

Verschil

-0,02%

Onbenutte belastingcapaciteit

-510.437

Het is duidelijk dat er geen sprake is van onbenutte capaciteit hebben inzake OZB, riool- en afvalstoffenheffing. e. De reserve Grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie) Voor het bepalen van de weerstandscapaciteit is van belang de hoogte van het vrije deel van de reserve Grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie). De geraamde stand per ultimo 2022 van het vrij aanwendbare deel van de reserve grondzaken bedraagt € 6,7 mln. (2021: € 6,9 mln.). De stijging van de reserve is voornamelijk te danken aan de winstnames Zeewijk en Oranjewijk en aan het verlagen van de verliesvoorziening Port of Urk in de jaarrekening 2020. Recapitulatie Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit wordt om te beginnen onderscheid gemaakt tussen de “algemene dienst” en de “grondexploitatie”. De eigen aard en de omvang van de grondexploitaties zijn daarvoor de argumenten. Er is echter sprake van slechts één bedrijfseconomische entiteit: de gemeente Urk. Risico's en weerstandscapaciteit moeten dan ook uiteindelijk in z'n totaliteit worden beoordeeld.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

30

Weerstandscapaciteit algemene dienst: - algemene reserve

4.705.300

- bestemmingsreserves, ter egalisatie van begrotingsposten

6.532.600

Totaal

€ 11.237.900 (incidenteel)

- ruimte op de begroting (onvoorzien)

159.000

- onbenutte belastingcapaciteit (OZB)

0

- onbenutte belastingcapaciteit (begraafrechten)

0

Totaal

€ 159.000 (structureel)

De bovengenoemde bedragen (€ 11,2 mln. en € 159.000) geven het vermogen van de gemeente weer om binnen de algemene dienst maatregelen te treffen om tegenvallers op te vangen. Weerstandscapaciteit grondexploitatie: - reserve grondzaken Totaal

6.671.000 € 6.671.000 (incidenteel)

Dit bedrag geeft het vermogen van de gemeente weer om financiële tegenvallers van de in eerste instantie de grondexploitatie op te vangen. Indien gewenst kan de gemeenteraad hier echter ook andersoortige incidentele risico's mee afdekken. Risico-inventarisatie (berekening benodigde weerstandscapaciteit) Een risico is de onzekerheid dat een gebeurtenis met negatieve gevolgen zich voordoet. Pas als een risico, ondanks de inspanningen op het gebied van risicomanagement, toch optreedt en negatieve financiële gevolgen heeft voor de gemeente, komt het weerstandsvermogen in beeld. Het weerstandsvermogen (de beschikbare weerstandscapaciteit) wordt gerelateerd aan de benodigde weerstandscapaciteit die wordt berekend aan de hand van het totaal van de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. In dit hoofdstuk worden de risico’s van de gemeente op een rij gezet en ingedeeld in de volgende risicocategorieën: Algemeen Concreet Specifiek Uitgangspunt bij het bepalen van de risico’s is het gegeven dat ze nooit allemaal tegelijk en met een maximale omvang optreden. In een risicoprofiel van meerdere risico’s is het ondenkbaar dat ze tegelijk in één jaar zullen optreden. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere zich daarentegen in hun maximale omvang manifesteren. In dit hoofdstuk worden allereerst de algemene risico’s zoveel mogelijk in beeld gebracht.

Voor algemene risico’s worden in de regel geen afzonderlijke reserves aangehouden. De concrete risico’s zijn in principe zoveel mogelijk gedekt door de aanwezige reserves en voorzieningen. De nadruk komt voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit op de gemeentelijk specifieke risico’s te liggen.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

31

Algemene risico’s Algemene risico’s zijn voor de gemeente aan te merken als normale risico’s. De algemene risico’s worden onderstaand benoemd omdat deze risico’s in de toekomst voor de gemeente Urk specifieke risico’s kunnen worden. Voor specifieke risico’s zal vervolgens weerstandsvermogen moeten worden opgebouwd. Daarbij is het geheel van algemene risico’s aanleiding voor het in standhouden van een minimaal algemeen weerstandsvermogen, los van de hierna te behandelen specifieke risico’s. De volgende algemene risico’s worden gesignaleerd: •

Economische conjunctuur / Coronavirus De economisch conjunctuur was goed tot het moment dat het Coronavirus zijn intrede deed. Het is nog steeds moeilijk te bepalen hoe groot de financiële impact zal zijn. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. Een langdurige recessie lijkt op dit moment niet aan de orde te zijn. Daardoor worden met name aan de opbrengstenkant de risico’s niet hoog ingeschat. Te denken valt aan de opbrengsten wegens grondverkopen, leges bouwactiviteiten, verhuur van gronden en gebouwen, etc.

•

Grondverkopen (grondexploitatie) Met betrekking tot risico inschatting van de grondverkopen is een splitsing gemaakt tussen de werkelijke boekwaarde van de complexen van het voorafgaande jaar en de geplande uitgaven voor het komende jaar. Het eerste onderdeel is een vaststaand gegeven en deze zijn dan ook weergegeven bij de specifieke risico’s. De geplande uitgaven zijn gezien het toekomstige karakter, een onderdeel van de algemene risico’s. De grondexploitaties lopen goed. De exploitaties worden jaarlijks bijgesteld en voor eventueel daarin voorziene verliezen worden verliesvoorzieningen op de balans opgenomen ten laste van de reserve grondzaken.

•

Voor het aan te leggen binnendijks bedrijventerrein Port of Urk is een op uitvoering gericht plan ontwikkeld. In de ratio weerstandsvermogen is uitgegaan van een hoger risicoprofiel voor het bedrijventerrein dan de bestaande complexen. In december 2020 heeft de raad de grondexploitatie voor dit complex geactualiseerd. Het plan sloot toen op een verwacht verlies van ruim € 1,4 mln. Hiervoor is een verliesvoorziening getroffen.

•

Programma Aanpak Stikstof (PAS) Veel bouwplannen sneuvelden de afgelopen periode als gevolg van de uitspraak Raad van State met betrekking tot de Programmatische Aanpak Stikstof. Het stikstofprobleem zien we voorlopig als een risico en niet als een feit. De extra gevolgen brengen wij in beeld. Het mogelijk risico wordt gekwantificeerd en meegenomen in de risicoparagraaf van het project. Dit zal leiden tot het verhogen van het risicoprofiel per project, maar niet direct de financiële waardering van gronden.

•

Renteontwikkelingen Door het beleid van de Europese Centrale Bank kent de rente al langere tijd een historisch laag en stabiel niveau. Daardoor is het risico van stijgende rentes aanwezig. De door ons gehanteerde algemene rekenrente voor investeringen is voor 2022 gesteld op 1,7%. De door te berekenen rente aan de grondexploitaties is vastgesteld op 1,4%. De percentages zijn de laatste jaren behoorlijk gedaald. Dit is een uiting van de daling van de marktrentes in combinatie met de (her-)financieringsbehoefte van gemeente Urk. De werkelijk gewogen gemiddelde rente van het lang vreemd vermogen is voor de gemeente Urk 2,3% (was: 2,4%).

•

Het Gemeentefonds wordt in 2022 en 2023 belangrijk gewijzigd. Er vindt met ingang van 2023 een algehele herijking plaats met ingrijpende herverdeeleffecten. Daarnaast wordt op grond van de arbitrageuitspraak een fors bedrag extra toegevoegd aan het fonds als gevolg van de landelijke ontwikkeling van de kosten van de jeugdhulp. Beide ontwikkelingen betekenen zoals het zich momenteel laat aanzien een positief effect voor de algemene uitkering aan de gemeente Urk. Met name de herijking is echter nog onderwerp van advisering door de Raad voor het Openbare Bestuur. Pas in de meicirculaire 2022 wordt duidelijk welk effect werkelijk in de begroting verwerkt kan worden. De herijking levert (naar huidige inzichten) voor Urk een structureel hogere algemene uitkering op van € 2,9 mln. (€ 141 per inwoner). In de meerjarenbegroting 2022 - 2025 is deze bate niet volledig meegenomen. De herverdeling over de gemeenten kent een ingroeipad van vier jaren waarbij per jaar € 15 per inwoner wordt verwerkt, zowel voor voor- als voor nadeelgemeenten.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

32

In 2025 is een extra bate geraamd van € 45 per inwoner, dus 32% van het totale verwachte effect, volgens het volgende ingroeipad: 2023 2024 2025

€ 15 p/i € 30 p/i € 45 p/i

€ 325.000 € 658.000 € 997.000

Als de herijking in z'n definitieve vorm een geringer effect oplevert voor Urk dan € 45 per inwoner, dan levert dat een nadeel op in de begroting. Ieder effect dat groter is dan € 45 per inwoner betekent een verbetering van het meerjarenperspectief. Overigens vindt in 2026 nog nader onderzoek plaats of de herijking alsnog aanpassingen behoeft. Op dat moment kan de nu verwachte hogere algemene uitkering van € 2,9 mln. nog wijzigen. •

Provinciaal beleid Dit kan met name risico’s met zich meebrengen bij het realiseren van projecten.

•

Organisatierisico’s De gemeente heeft op dit moment de volgende risico’s verzekerd: aansprakelijkheid (wettelijk, bestuurders en werkgever), politiek molest, risico’s bij de bouw, brand en storm (gebouwen en inventaris), het wagenpark, materieel buitendienst, transport kunst, ongevallen, verhaalswet ongevallen ambtenaren, rechtsbijstand, collegebescherming, computers, instrumenten/apparaten en fraude. De financiële gevolgen in het geval van kortstondige ziekte of ontslag van personeel kunnen niet verzekerd worden.

•

Open einde regelingen Door de economische ontwikkelingen kunnen aanspraken op verschillende regelingen toenemen. De uitgaven voor bijstand en minima kunnen daardoor stijgen. Ook bij de Jeugdwet en bij de WMO levert het openeindekarakter risico's op.

•

Deelnemingen Met betrekking tot het rendement uit deelnemingen (dividenduitkeringen) is in de begroting een realistisch saldo opgenomen. Verder kan worden vermeld dat de diverse opbrengsten “voorzichtig” zijn geraamd.

•

Verbonden partijen (subsidies o.b.v. gemeenschappelijk regelingen) In dit kader kan met name de werkvoorzieningstaak worden genoemd. Het Concern voor Werk is werkzaam op dit terrein. Als er tekorten ontstaan, wordt de gemeente daarvoor aangesproken worden. Om deze op te kunnen vangen is een egalisatiereserve gevormd. Deze reserve heeft per ultimo 2022 een geraamd saldo van € 822.000.

•

Verbonden partijen (verstrekte geldleningen uit hoofde van de publieke taak) Het gaat met name de leningen aan de Stichting Sportaccommodatie Urk. De rente- en aflossingstermijnen worden automatisch geïncasseerd en daarbij is nog nooit sprake geweest van een betalingsachterstand. Als zekerheid is het recht van eerste hypotheek verstrekt op de twee sporthallen.

•

Majeure investeringen Opgaven en uitdagingen liggen de komende jaren zowel op het terrein van wonen als werken. Om antwoord te kunnen geven op de blijvende en toenemende vraag naar woningen (Zeeheldenwijk), moet Urk fors investeren. Daarnaast wordt Urk gevraagd haar bijdrage te doen in de economische ontwikkeling van Noordelijk Flevoland (Buitendijkse haven en bedrijventerrein). Met een bijdrage in de uitbreiding en verbetering van de infrastructuur buiten de gemeentegrenzen met name de Randweg is in deze begroting geen rekening gehouden.

•

Beheerplannen Voor een aantal onderdelen van de exploitatie zijn de afgelopen jaren beheerplannen gemaakt. De kosten die opgenomen zijn in deze beheerplannen zijn gedekt in de (meerjaren-)begroting. De inhoud van de beheerplannen worden voor een groot gedeelte bepaald door het Beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte. Dit plan wordt momenteel geactualiseerd. De actualisatie van dat plan, de beleidskeuzes die daar worden gemaakt, en de kwaliteit van de beheerplannen kunnen financiële consequenties hebben voor de begroting.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

33

In onderstaande tabel is een kwantificering van de algemene risico’s weergegeven. Omdat deze moeilijk individueel zijn te bepalen, wordt daarbij uitgegaan van de jaarlijkse begrotingsomvang. Op basis van de uitgangspunten wordt uitgegaan van een incidenteel risicoprofiel van 5%. Uitgaande van de begrotingsomvang is van beide onderdelen (algemene dienst en grondexploitatie) de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Dit kan als volgt worden weergegeven: Omschrijving

Grondslag Financieel risico

Risico Benodigde Eventuele opmerkingen profiel weerstandscapaciteit

Begrotingsomvang 2022 van Algemene dienst

€ 48.154.900

5%

Begrotingsomvang 2022 van Grondexploitatie

€ 18.024.100

5%

Totaal incidenteel algemene dienst

€ 48.154.900

€ 2.407.700

Totaal incidenteel grondexploitatie

€ 18.024.100

€ 901.200

€ 2.407.700 Het is gewenst, gezien de geïnventariseerde algemene risico’s (zoals hierboven gespecificeerd en toegelicht), € 901.200 om een deel van de beschikbare algemene weerstandscapaciteit hiervoor in te zetten. Conform de vastgestelde beleidskaders wordt een richtlijn gehanteerd, waarbij 5% van de ‘omzet’ als risicobedrag wordt opgevoerd.

Concrete risico’s Tot concrete risico’s worden risico’s gerekend waarvan de omvang van de te verwachten verplichtingen redelijkerwijs zijn in te schatten. Voor concrete risico’s worden bestemmingsreserves en voorzieningen ingesteld. De gemeente heeft bijvoorbeeld een reserve/voorziening voor wethouders-pensioenen en – wachtgelden gevormd. De hoogte van de voorzieningen en bestemmingsreserves dekken de gesignaleerde concrete risico’s in voldoende mate af. Er hoeven derhalve geen aanvullende voorzieningen te worden getroffen, waarvoor eventueel de weerstandscapaciteit moet worden aangesproken.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

34

Specifieke risico’s Tot de specifieke risico’s worden risico’s gerekend welke gelden voor de specifieke omstandigheden waarin de gemeente opereert. In de onderstaande tabel worden genoemde risico’s, voor zover mogelijk, gekwantificeerd. Deze risico’s kunnen zich eventueel op zowel de korte als de lange termijn voordoen. Omschrijving

Grondslag Risico Financieel risico profiel

Benodigde Eventuele opmerkingen weerstandscapaciteit

€0

5%

€ 0 Deze garantie is nog gebaseerd op een inmiddels stopgezette (verplichte) rijksregeling. Er is sprake van een klein risico omdat het Rijk voor 50% deelneemt in de risico’s. Verder komen er geen nieuwe garanties bij, waardoor het risico jaarlijks afneemt (sterfhuis constructie).

Stichting De Rots (publiek belang)

€ 208.700

5%

€ 10.400 Aan Stichting De Rots is, inzake de jeugdvoorziening, een garantie afgegeven tot een bedrag van € 273.400 (er is sprake van recht van 1e hypotheek).

Garantie geldlening Stichting Ons Sporthuis

€ 47.500

5%

€ 2.400 Aan Stichting Ons Sporthuis is een garantie afgegeven tot een bedrag van € 80.000.

Huisvuil Centrale (publiek belang)

€ 5.761.800

5%

€ 288.100 Aan deze verbonden partij zijn, o.b.v. de gemeenschappelijke regeling, garanties afgegeven tot een totaalbedrag van € 670 mln. (totaal van de garanties).

€0

5%

€ 0 M.i.v. 1 januari 2012 worden er garantiestelling afgegeven i.p.v. verstrekkingen.

Berechja College

€ 625.000

10%

€ 62.500 Aan Berechja College is een garantie afgegeven voor een lening van € 1,5 miljoen. De lening wordt jaarlijks met € 125.000 afgelost.

Concern voor Werk (publiek belang)

€ 255.700

10%

€ 25.600 Aan deze verbonden partij zijn, o.b.v. de gemeenschappelijke regeling, garanties afgegeven tot een totaalbedrag van € 8,5 miljoen. Jaarlijkse aflossing bedraagt € 400.000. (Urk heeft een aandeel van 11,98% in de realisatie van een kassencomplex).

Totaal incidenteel algemene dienst

€ 6.898.700

Omschrijving

Grondslag Risico Financieel profiel risico

Overige voorraden

€ 500.000

Garantie geldleningen woningen particulieren

Borgstellingen BBZ-kredieten

€ 389.000

Benodigde Eventuele opmerkingen weerstandscapaciteit

10%

€ 50.000 Dit betreft de geraamde boekwaarde van de overige voorraden per ultimo 2022.

Boekwaarde grexen woningbouw

€ 46.461.400 10,0%

€ 4.646.100 Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen woningbouw per ultimo 2022.

Boekwaarde grexen bedrijfsterrein(en)

€ 12.282.700 20,0%

€ 2.456.500 Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen bedrijventerreinen per ultimo 2022.

€ 59.244.100

€ 7.152.600

Totaal incidenteel grondexploitatie

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

35

Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit is aangegeven dat door de eigen aard en de omvang van de grondexploitaties de weerstandscapaciteit grondexploitatie en algemene dienst afzonderlijk in beeld worden gehouden. Ook ten aanzien van de gemeente specifieke risico’s wordt dit stramien gevolgd. Nadere toelichting op deze beide onderdelen: Algemene dienst De grondslag voor de berekening van de totaal gekwantificeerde incidentele risico’s vormt een bedrag van € 55.053.600. Voor de structurele risico’s betreft dit een bedrag van € nihil. De gekwantificeerde risico’s zijn gebaseerd op het maximum te betalen bedrag. Het risicoprofiel geeft aan in welke mate het risico wordt meegenomen voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Het totale kwantificeerbare risico bedraagt € 2.796.700 (incidenteel) en € nihil (structureel). Grondexploitatie De grondslag voor de berekening van het totaal aan gekwantificeerde risico’s voor de grondexploitatie bedraagt € 59.244.100 (dit betreft de geraamde boekwaarde van alle grondexploitatiecomplexen en overige voorraden per ultimo 2022). Het totale kwantificeerbare risico bedraagt € 8.053.800 (incidenteel). Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit van de gemeente Urk is bepaald en is opgebouwd uit 3 onderdelen: 1.

Incidentele weerstandscapaciteit algemene dienst:

€ 11.237.900

2.

Incidentele weerstandscapaciteit bouwgrondexploitatie:

€ 6.671.000

3. Structurele weerstandscapaciteit algemene dienst:

€ 159.000

Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s van de gemeente Urk worden eveneens verdeeld in uiteindelijk 3 onderdelen: 1. Incidentele risico's algemene dienst: - algemene risico’s

2.407.700

- specifieke risico’s

389.000 € 2.796.700

2. Incidentele risico's grondexploitatie: - algemene risico’s

901.200

- specifieke risico’s

7.152.600 € 8.053.800

3. Structurele risico's algemene dienst

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

€0

36

FINANCIËLE KENGETALLEN In deze begroting wordt een doorkijk gegeven naar het jaar 2031. Dit is nodig. Urk groeit en blijft groeien. Opgaven en uitdagingen liggen de komende jaren zowel op het terrein van wonen als werken. Er is een blijvende en toenemende vraag naar woningen, dus naar bouwgrond. Daarnaast wordt samen met gemeente Noordoostpolder en provincie Flevoland gewerkt aan het realiseren van de buitendijkse haven. Deze uitdagingen hebben hun weerslag ook op een aantal financiële kengetallen. Kengetallen De kengetallen en analyse daarvan geven op eenvoudige wijze inzicht over de financiële positie van de gemeente Urk. In ogenschouw dient te worden genomen dat de kengetallen een grofmazig instrument zijn om een uitspraak te doen over de financiële positie. Ze vormen ook een belangrijk onderdeel van het Interbestuurlijk Financieel Toezicht door de provincie. De toezichtkengetallen zijn ingedeeld in drie pijlers: begrotings-, schuld- en weerstandspositie. In het overzicht op de volgende pagina zijn de uitkomsten van de kengetallen van iedere pijler over de jaren 2020 tot en met 2031 weergegeven. Met behulp van de stoplichtkleuren groen, oranje en rood wordt respectievelijk de situatie gunstig, neutraal of ongunstig aangegeven waar het kengetal zich in bevindt. De normen zijn veelal afgeleid van de VNG.

De vijf kengetallen BBV worden afzonderlijk toegelicht en beoordeeld over de jaren 2020 tot en met 2031. Pijlers 2020-2031 Gemeente Urk kent een begrotingspositie (pijler 1) die pas met ingang van 2025 weer sluitend is. Ondanks dat de gemeente Urk moeilijke jaren achter de rug heeft, is het haar gelukt haar broze financiële positie in 2016 sterk te verbeteren. De begrotingen 2022 t/m 2024 vertonen echter tekorten die gedekt moeten (en kunnen) worden door uitnames uit de algemene reserve. Aan de hand van 10 financiële regels houdt gemeente Urk haar financiële weerbaarheid op peil. Deze regels worden strak nageleefd en hebben hun waarde inmiddels bewezen. De afgelopen jaren is er fors geïnvesteerd in het voorzieningenniveau. Dit uit zich in een stijging van de woonlasten die boven de VNG-norm uitkomt. De komende jaren liggen de woonlasten fors boven het landelijk gemiddelde. Vanuit het kengetal netto-schuldquote gekeken, is er vanaf het jaar 2022 een sterke toename van de schuldpositie (pijler 2) zichtbaar. Gemeente Urk komt boven de kritische norm. De verwachting is dat er de tot en met het jaar 2025 voor ruim € 60 miljoen wordt geïnvesteerd en in de jaren 2026 tot en met 2031 nog eens € 19 miljoen. Het weerstandsvermogen (pijler 3) is in 2020 in alle opzichten goed te noemen. De ratio van het weerstandsvermogen algemeen (2020: 5,0) is uitstekend.

De ratio weerstandsvermogen grondexploitaties bedraagt per 31 december 2020 1,2. Het algemene weerstandsvermogen van de gemeente als geheel blijft de komende jaren goed. De schuldpositie en het weerstandsvermogen grondexploitaties weerspiegelen de ambities van Urk vooral voor wat betreft het ontwikkelen van de Zeeheldenbuurt en de Port of Urk.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

37

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

38

Toelichting kengetallen BBV Met ingang van de begroting 2016 moet een verplicht basisset van vijf financiële kengetallen worden opgenomen, de zogenaamde kengetallen BBV. De berekeningswijze van de kengetallen is vastgelegd in ministeriële regeling. Met ingang van de begroting 2016 moet een verplicht basisset van vijf financiële kengetallen worden opgenomen, de zogenaamde kengetallen BBV. De berekeningswijze van de kengetallen is vastgelegd in ministeriële regeling. 1. Netto-schuld quote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen woningbouwvereniging). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De netto-schuld quote van de gemeente Urk ligt vanaf het jaar 2016 onder de door VNG gestelde norm (2020: 70%). In het geval de doorleningen worden afgetrokken komt de quote op 65% (2020). 2. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De solvabiliteit komt vanaf het jaar 2016 boven de 30% uit. Het meerjarenperspectief is onveranderd met een tijdelijk dalende solvabiliteit tot 23%. Hierna neemt het weer gestadig toe. 3. Structurele exploitatieruimte Voor het beoordelen van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruime van de gemeente Urk is in meerjarig perspectief positief met als uitzondering 2023 waar we die op nihil schatten. 4. Grondexploitatie Voor het berekenen van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten (ingevolge artikel 17 BBV: exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. De komende jaren is het beeld van het kengetal hetzelfde als in de voorgaande begrotingen: het kengetal stijgt, wat een weergave is van de forse inspanningen in de grondexploitaties.

De verwachting blijft, evenals in de begrotingen 2020 en 2021, dat het kengetal na 2028 door grondverkopen weer daalt onder de 40%. 5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in een gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden (mph) in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 in en uit te drukken in een percentage. In het overzicht op de vorige pagina zijn de woonlasten aangemerkt met de kleur oranje. Urk wijkt af met haar woonbezetting ten opzichte van het gemiddeld Nederlands huishouden (verhouding 3,4:2,4). Bij de berekeningsmethodiek ‘woonlasten per inwoner’ komt gemeente Urk in de buurt de gemiddelde woonlasten per inwoner van Nederland.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

39

2B

ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

Inleiding De gemeente Urk heeft evenals andere gemeenten openbare ruimten in beheer. Veel activiteiten vinden hierin plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Hiervoor zijn wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen nodig. Dit worden kapitaalgoederen genoemd. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het onderhoudsniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. De lasten vormen een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke begroting. Het opstellen van (actuele) beheerplannen op het terrein van de kapitaalgoederen vormt één van de belangrijkste speerpunten. Tevens is het van belang dat bij elke uitbreiding van het areaal de kosten van beheer in beeld gebracht worden, zodat een integrale afweging kan worden gemaakt en bekend is wat de gevolgen zijn van de kosten van beheer en dus de begroting. Beleidsdocumenten Kapitaalgoederen

Beleids- en beheerplan

Vastgesteld

Einde looptijd

Financieel vertaald

Achterstallig onderhoud

Overkoepelend

Beleidsplan IBOR

2017

2021

Ja

Nee

Wegen

Beleidsplan wegen Urk Wegenbeheerplan

2017

Onbepaald

Ja

Nee

Riolering

Gemeentelijk rioleringsplan Operationeel beheerplan

2015

2021 2021

Ja

Nee

Water

Maatwerkovereenkomst

2011

Onbepaald

Ja

Nee

Groen

Groenbeleidsplan Urk Groenbeheerplan

2019

2029

Ja

Ja/nee

Gebouwen

Beheerplan gebouwen

2013

Onbepaald

Ja

Ja/nee

Overig

Vervangingsplan masten en armaturen Speelplekkenbeheerplan Kunstwerken beheerplan

2006

Onbepaald

Ja

Nee

2006

Onbepaald

Ja

Nee

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

OVERIG

KUNSTWERKEN

GROEN

IBOR

WEGEN

RIOOL BEHEERPLAN

GRP

BEHEERPLAN GEBOUWEN

Toelichting op tabel: Het beleidsplan IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) wordt beschouwd als het overkoepelend beleidsdocument voor de openbare ruimte. In 2021 wordt het vigerende IBOR geactualiseerd. Onder het IBOR vallen de verschillende kapitaalgoederen. Het is de intentie om per kapitaalgoed toe te werken naar een beleidsplan en beheerplan. De riolering valt hier wat buiten vanwege de verplichting die voortvloeien uit de wet milieubeheer. Globaal gezien kan het GRP als het koepeldocument gezien worden en het beheerplan als onderliggend document. In het schema hiernaast is de relatie tussen de verschillende plannen weergegeven.

40

Kerncijfers Geprog. situatie

Kapitaalgoederen

Objecten

Wegen

Weg binnen de bebouwde kom

85,9 km

Weg buiten de bebouwde kom

4,9 km

4.9 km

Wegennet geasfalteerd

98.792 m2

106.895 m2

Wegennet elementenverharding

952.890 m2

934.365 m2

Lichtmasten

3.999 stuks

4.018 stuks

Rioolaansluitingen

Riolering

Situatie 31-12-2021

31-12-2022

83,8 km

7.745 stuks

7.745 stuks

Vrijverval-, druk- en persriolering

164 km

165,76 km

Tussen en eindgemalen

16 stuks

16 stuks

Drukgemalen

9 stuks

9 stuks

Bergbezinksystemen

3 stuks

3 stuks

2.049 are

Water

Oppervlaktewater in beheer bij het waterschap en/of derde, incl. beheer natuurlijk en onbeschoeide oevers

Groen

Plantsoenen

1.861 are

Gras

11.072 are

7.826 are

Bomen

6.183 stuks

6.120 stuks

434 stuks

434 stuks

Gemeentehuis/Bibliotheek

1

1

Monumentale gebouwen (oude Raadhuis en toren Kerkje a\d Zee)

2 1 12 2 2 1

2 1 12 2 2 1

24

24

1 1

1 1

23 stuks

23 stuks

Openbare speelplaatsen en –plekken (speeltoestellen)

Gebouwen

Zwembad Onderwijs gebouwen (basisonderwijs) Onderwijs gebouwen (voortgezet onderwijs) Binnensport accommodaties (gymzalen / sporthallen) Peuterspeelzaal / kinderdagverblijf Gemeentelijke gebouwen algemeen begraafplaats, haven e.a.) Bedrijfsruimten (werf Hoekman) Woningen Overig

Bruggen (auto-, fiets-, voetgangersbrug)

(brandweer,

sportvelden,

Verklaring aanpassing cijfers Als gevolg van onder andere de ontwikkeling Oranjewijk nemen de arealen gestaag toe. Oranjewijk Noord en Zuid worden echter pas na 2021 aan beheer overgedragen en vallen in 2021 nog onder de grondexploitatie. Areaaluitbreidingen De reguliere onderhoudsbudgetten openbare ruimte, inclusief de budgetten ter voeding van onderhoudsvoorzieningen, worden jaarlijks met de reguliere prijsmutatie en areaaltoename verhoogd.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

41

Korte toelichting op de verplichte onderdelen Het BBV schrijft voor dat in elk geval de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen aan de orde moeten komen (BBV art 12). Wegen Bij raadsbesluit 19 september 2002 is het Wegenbeheerplan (rehabilitatie) gemeente Urk vastgesteld en in 2008 geactualiseerd. Op basis van dit plan wordt inzicht verkregen in welke maatregelen er nodig zijn om de kwaliteit van de verhardingen in de gemeente Urk te waarborgen en te verbeteren. Met dit plan zijn de financiële middelen geborgd. Het beleid is vastgelegd in het wegenbeleidsplan Urk (2015), dat integraal is vastgesteld met het IBOR-beleidsplan. In 2021 wordt gestart met het actualiseren van het wegenbeleidsplan en het wegenbeheerplan. Het Urker wegennet wordt conform de CROW-systematiek elke twee jaar geïnspecteerd. De maatregelen die daaruit voortvloeien worden verwerkt in de jaren erna. Op dit moment worden de activiteiten uit het rationele wegbeheerplan 2018-2022 uitgevoerd. De geplande maatregelen worden afgestemd met de andere beheerdisciplines. Riolering Het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan is in 2015 is door de raad vastgesteld en heeft een looptijd tot en met 2021. Hierin is het beleid voor de gemeentelijke riolering beschreven zowel ten aanzien van de inrichtingsopgaven, het beheer en onderhoud en de vervangingsopgave.

In het GRP is een doorkijk gemaakt voor de lange termijn en zijn de maatregelen voor de planperiode concreter beschreven. Om zorg te dragen voor de realisatie van de beheeropgaven op het gebied van de riolering wordt gewerkt met een operationeel beheerplan riolering. Dit is geen vastgesteld document. Met de komst van de Omgevingswet komt de wettelijke verplichting om een GRP te hebben te vervallen. Bij de vertaling van de Omgevingswet voor de gemeente Urk moet beoordeeld worden of de gemeente Urk het GRP als middel wil handhaven of dat er gekozen wordt voor een andere vorm. Gelet op de omvang van dit kapitaalgoed is het van belang dat de functie van het GRP geborgd blijft. Op dit moment wordt er gewerkt aan een GRP dat past binnen de opzet van de Omgevingswet, waarbij wordt verwezen naar de nieuwe terminologie Programma Water en Riolering. Water Op 29 juni 2009 is door de Flevolandse gemeenten en het waterschap Zuiderzeeland een bestuursovereenkomst gesloten waarin het onderhoud van het stedelijke water, beschoeiingen en de stuwen wordt overgedragen aan het Waterschap. Per 1 januari 2011 is deze overeenkomst in werking getreden. Conform hetgeen in de overeenkomst is aangegeven blijft de gemeente Urk verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van duikers, grondkeringen en droogvallende berm sloten e.d. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het GRP.

Groen Vanaf 1 januari 2018 valt het groenbeheer onder het beleidsplan IBOR. Het groenbeleid en beheerplan zijn geactualiseerd. Het beleidsplan is in 2019 door de raad wordt vastgesteld. Jaarlijks wordt het openbaar groen onderhouden conform het beleid. Dit wordt gedaan op basis van beeldkwaliteit. Het grootste deel wordt onderhouden door Concern voor Werk en een klein deel wordt gedaan door het wijkbeheer of externe partijen. Gebouwen De gemeentelijke gebouwen vallen niet onder het beleidsplan IBOR. Voor het onderhoud van de gemeentelijke schoolgebouwen wordt gebruik gemaakt van het in 2013 opgestelde beheerplan.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

42

Beheerplannen

werkelijk 2020

begroting actueel 2021

begroting 2022 1)

2a. Openbare verlichting (vervanging)

149.965

38.002

43.403

2b. Openbare verlichting (jaarlijks onderhoud en energiekosten)

160.862

192.729

197.891

3b. Riolering (regulier)

375.001

499.190

504.019

4b. Waterlossingen (regulier; schouwen/maaien))

35.649

66.772

67.840

6a. Sportvelden (renovatie velden)

120.000

6b. Sportvelden (eigen dienst en derdenbudgetten)

230.122

203.138

180.955

7a. Zwembad (vervanging)

55.780

251.563

24.956

7b. Zwembad (reguliere onderhoudsbudgetten)

489.086

581.808

360.382

8a. Kunstobjecten

93.210

2.295

2.332

9b. Haven periodiek onderhoud

41.474

182.205

58.528

9d. Haven (structureel onderhoud; bedrijfsmatig)

136.286

275.463

133.202

9e. Haven (structureel onderhoud; recreatief)

148.510

191.777

158.955

12a. Gebouwen (periodiek onderhoud)

64.121

55.892

29.177

13. Machines en voertuigen (vervanging materieel)

73.846

60.389

42.954

14. Begraafplaatsen

88.615

50.968

42.893

15. Meubilair (periodieke vervangingen)

7.581

14.595

0

16b. Kunstwerken / bruggen (regulier)

74.288

117.855

128.808

2.224.395

2.904.640

1.976.293

Veiligheid Openbare Ruimte

54.241

11.987

12.179

Onderhoud wegen en pleinen

495.023

542.634

549.930

Openbare Verlichting

87.046

97.854

99.420

Straatvegen

99.021

77.914

80.685

IBOR Kunstw(bruggen)

10.397

53.582

63.507

Schouw,MaaiWatrg

8.471

24.686

25.080

OvVrz.GroenRecr

35.951

100.000

100.000

Openbaar Groen

533.052

370.970

376.730

Ob GroenRei/Rio

125.328

106.515

108.220

Speelt.en weide

16.821

6.374

6.476

Speelt. Meub.

2.800

6.950

7.061

1.468.151

1.399.467

1.429.287

1) wordt ieder rapportagemoment aangepast. IBOR

Totaal IBOR

Toelichting 3b 4b 6a 8a. 13.

Reparaties, inspectie en klein onderhoud Uitvoering onderhoud door waterschap Renovatie veld 7 en 8 staan voor 2021 op planning 2020 Renovatie monument 40-45 Betreft in beheerplan opgenomen vervangingen en onderhoud

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

43

Planning werkzaamheden Omschrijving werkzaamheden Ad. 1 Wegen Groot onderhoud Groot onderhoud/Vervanging Vervanging Klein onderhoud asfalt en elementenverharding Ad 2. Openbare verlichting Vervanging verlichting Regulier onderhoud Ad 3. Riolering Rioolvervanging op basis van inspectie Rioolreiniging en inspectie Rioleringsmaatregelen Industrieterrein Zwolse Hoek Rioolvervanging op basis van inspectie

Geprognosticeerd Stortemelk (rijbaan) Singel (start gedeelte Jachin Boaz) Staartweg Diverse locaties

2022-2023 2021-2024 2022-2025 2022

Diverse straten

2022 2022

Diverse locaties De Staart Diverse locaties Programma de Akkers

2022 2022 2021-2023 2022-2023

Ad 4. Waterlossingen Regulier onderhoud

2022

Ad 5. Openbaar groen Regulier onderhoud

2022

Ad 6. Sportvelden Regulier onderhoud

2022

Vervanging verlichting sportvelden Vervanging kunstgras

2022 2021-2022

Ad 7. Zwembad Reguliere onderhoudsbudgetten

2022

Ad 8. Kunstwerken Reguliere onderhoud Groot onderhoud Arie de Witbrug (steigers)

2022 2021-2022

Ad 9. Havengebied Regulier onderhoud

2022

Ad 10. Speelvoorzieningen Regulier onderhoud

2022

Ad 11. ICT/informatievoorziening Uitvoeringsplannen

2022

Ad 12. Gebouwen Regulier onderhoud

2022

Ad 13. Machines en voertuigen Vervanging diverse kleinere machines Vervanging Veegmachine Vervanging Doorzaaimachine (Vredo)

2022 2022 2022

Ad 14. Begraafplaatsen Consolidatie en renovatie Oude begraafplaats Uitbreiding begraafplaats De Vormt Ad 15. Meubilair Geen of mutaties met beperkte omvang.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

(1e fase)

2022 2022

2022

44

TREASURY

2C

Inleiding Treasury bestaat uit financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Het heeft tot doel te voorzien in vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en ook te beschermen tegen financiële risico’s. Het wettelijke kader voor treasury ligt in de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) en het Treasurystatuut van de gemeente Urk. De benodigde financieringsmiddelen worden centraal voor de gehele huishouding van de gemeente georganiseerd. Uit het Treasurystatuut blijkt dat de gemeente Urk heeft gekozen voor een laag risicoprofiel.

Treasurystatuut De Urker treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut vormt het raamwerk waarbinnen de functie wordt uitgeoefend. De treasuryfunctie omvat het beleid inzake de financiering en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering ervan vereist snelle beslissingen in een complexer geworden geld- en kapitaalmarkt. Het beleid van Urk voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut. In het statuut worden de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en informatievoorziening geregeld en vastgelegd. Uit het treasurystatuut blijkt dat de gemeente Urk heeft gekozen voor een laag risicoprofiel.

Algemene ontwikkelingen en externe invloeden Mede als gevolg van het beleid van de Europese Centrale Bank is er nog steeds sprake van een bijzondere geld- en kapitaalmarkt. De rente voor langlopende leningen is nog steeds bijzonder laag en bij het aantrekken van korte financiering is sprake van een negatieve rente. Dat betekent dat het voor de korte termijn geld lenen, rente oplevert. Tegelijkertijd moet betaald worden voor het aanhouden in rekening-courant bij een saldo van meer dan € 500.000. Overigens kan gemeente Urk goed voorzien in onze financieringsbehoefte. Overtollige middelen worden (verplicht) ondergebracht in 's Rijks schatkist.

Financiering lang Bij het aantrekken van financieringsmiddelen voor een periode van één jaar en langer, wordt vrijwel alleen gebruik gemaakt van het instrument “onderhandse leningen”. Bij het aantrekken van een onderhandse lening, wordt doorgaans een tweetal offertes gevraagd bij goed bekend staande, en landelijk opererende bankinstellingen. De financieringspositie van de gemeente Urk kan als volgt in beeld worden gebracht. rekening 2020

begroting 2021

begroting 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

97.090

114.536

141.969

146.381

141.435

143.256

97.090

114.536

141.969

146.381

141.435

143.256

Eigen vermogen en voorzieningen

55.900

49.028

50.339

50.521

51.742

52.161

Vaste schulden (> 1 jaar)

55.908

69.847

98.481

102.448

97.415

98.415

Fin.middelen(B)

111.808

118.875

148.819

152.968

149.157

150.576

Fin.saldo(A-B)

14.717

4.338

6.850

6.587

7.722

7.320

Bedragen (x € 1.000)

Vaste activa en Grex voorraden Fin.behoefte(A)

Tekort(-); Overschot(+)

De ontwikkeling van het financieringssaldo wordt nauwlettend gevolgd. Afhankelijk van de ontwikkeling van het tekort (c.q. het uitvoeringstempo van de investeringen) en de renteontwikkeling worden gedurende het jaar nieuwe geldleningen aangetrokken. Uitgangspunt daarbij is dat de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden mogen worden.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

45

Het verloop van de geldleningen in 2022 kan als volgt worden weergegeven: Leningen (x € 1.000)

rekening 2020

begroting 2021

begroting 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

Stand per 1 januari

60.550

55.908

69.847

98.481

102.448

97.415

0

20.000

35.000

15.000

6.000

12.000

-4.642

-6.061

-6.366

-11.033

-11.033

-11.000

Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen

0

Renteaanpassing (oud percentage) Renteaanpassing (nieuw percentage) Gemiddelde rentepercentage

1,70%

1,70%

1,70%

1,70%

1,50%

1,20%

Stand per 31 december

55.908

69.847

98.481

102.448

97.415

98.415

Machtigingsbesluit Om tijdig en slagvaardig in te kunnen spelen op ontwikkelingen die zich voordoen op de financiële markten is het gewenst dat de raad het college machtigt tot het aangaan van langlopende geldleningen. Deze machtiging is aan een maximum gebonden. Bij het vaststellen van de kadernota 2018 op 5 juli 2018 heeft de raad dit maximum bepaald op € 25 miljoen.

Kasgeldlimiet (norm voor korte schuld) Een belangrijk instrument in de regelgeving is de zogenaamde kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet is bedoeld om het renterisico op opgenomen kortlopende geldleningen tot een acceptabel maximum te beperken. Verder is de kasgeldlimiet één van de voornaamste kaders op basis waarvan de treasury haar afwegingen met betrekking tot het tijdelijk opnemen van gelden maakt. Bij een “normale" rentesituatie, kortlopende middelen zijn dan goedkoper dan langlopende middelen, wordt de kasgeldlimiet benut om de lopende financieringsbehoefte te dekken. rekening 2020

begroting 2021

begroting 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

Grondslag = omvang begroting per 1-1

67.728

61.526

67.701

60.602

60.680

65.324

Toegestane kasgeldlimiet (8,5 %) in bedrag

5.757

5.230

5.755

5.151

5.158

5.553

totaal netto vlottende schuld***

-8.326

390

-1.800

-2.133

-3.009

-2.607

toegestane kasgeldlimiet

5.757

5.230

5.755

5.151

5.158

5.553

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

14.082

4.840

7.554

7.284

8.166

8.159

Bedragen (x € 1.000)

Toets kasgeldlimiet

Renterisiconorm (norm voor lange schuld) Om de effecten van een negatieve rente-ontwikkeling te beperken is in de Wet Fido een renterisiconorm aangegeven. Door de verplichte renterisiconorm wordt de gemeente gedwongen tot spreiding van de opgenomen leningen, looptijden en rente-aanpassingsdata. Deze norm mag niet overschreden worden. De renterisiconorm voor 2022 bedraagt € 13.540.000, te weten 20% van het begrotingstotaal van € 67.701.000. Met betrekking tot de ontwikkeling van de aflossingen van onze leningen, ten opzichte van deze norm, kan het volgende overzicht worden gegeven (bedragen x € 1000).

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

46

rekening 2020

begroting 2021

begroting 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

67.728

61.526

67.701

60.602

60.680

65.324

Renterisiconorm (20 %)

13.546

12.305

13.540

12.120

12.136

13.065

Renterisico op vaste schuld (aflossingen *)

-4.642

-6.061

-6.366

-11.033

-11.033

-11.000

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

8.904

6.244

7.174

1.087

1.103

2.065

Bedragen (x € 1.000) Grondslag = omvang begroting per 1-1

Toetsing renterisiconorm

Financiering kort (kasbeheer) De lasten minus de baten van de jaarbegroting en ook de investeringen, worden in eerste instantie gefinancierd met kort geld, financieringsmiddelen met een looptijd van één jaar of korter. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de instrumenten “rekening-courantkrediet”, “daggeldleningen” en “kasgeldleningen”. Bij het gebruiken van deze instrumenten wordt er op toegezien dat het kasgeldlimiet niet wordt overschreden. Als het limiet wordt genaderd, vindt consolidatie plaats door het aantrekken van langlopende leningen. Hierbij wordt geanticipeerd op de renteontwikkelingen. De wijze waarop dit gebeurd is vastgelegd in het treasurystatuut.

Ontwikkeling liquiditeit Over de ontwikkeling van de liquiditeitspositie, in relatie tot de kasgeldlimiet, wordt per kwartaal gerapporteerd. Gemeente Urk blijft binnen de kasgeldlimiet.

Kredietrisico Het verstrekken van leningen en het garanderen van de betaling van rente en aflossing van leningen van derden is alleen toegestaan voor zover de te financieren activiteit een publieke taak van de gemeente betreft. De gemeenteraad bepaalt wat tot die publieke taak behoort. Momenteel heeft de gemeente de volgende leningen verstrekt aan derden: rekening 2020

begroting 2021

begroting 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

Hypothecaire leningen ambtenaren

0

0

0

0

0

0

Leningen Sociale Zaken (o.b.v. 25%)

287

287

287

287

287

287

Stichting Sportaccommodatie Urk

3.137

3.061

2.985

2.909

2.833

2.757

Totaal

3.424

3.348

3.272

3.196

3.120

3.044

Bedragen (x € 1.000)

De gemeente loopt over deze verstrekte geldleningen een zeer beperkt risico. De leningen verstrekt in het kader van Soza-regelingen hebben voornamelijk betrekking op de verstrekking van BBZ-kredieten aan bedrijven. Van deze leningen ligt het grootste deel van het risico bij de rijksoverheid (gemeente 25%, rijksoverheid 75%). Ook bij de leningen verstrekt aan de Stichting Sportaccommodatie Urk is sprake van een beperkt risico. Door SSU zijn de opstallen in onderpand gegeven. Verder wordt jaarlijks aan de hand van de jaarstukken de financiële positie van de stichting beoordeeld.

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

47

Gebruikte rentepercentages De rentekosten worden aan de diverse begrotingsonderdelen toegerekend aan de hand van de boekwaarden van de investeringen die voor die onderdelen zijn gedaan. De rente wordt uitgedrukt in een percentage van die boekwaarden: het omslagpercentage. Voor het financieren van sommige investeringen zijn specifieke leningen aangetrokken: objectfinanciering. De rentekosten van deze leningen blijven buiten de omslag maar worden direct toegerekend aan de specifieke begrotingsonderdelen. Renteschema:

rente

a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering * rente langlopende geldleningen

boekw 1jan

1.549.465 1.065.770

* stelpost investeringsrente GREX

143.947

* rente korte financiering

312.450

* bank- en overige financieringskosten

27.298

b. De externe rentebaten

0

* rente financieringsregeling Saldo rentelasten en rentebaten €

1.549.465

c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -/- €

-559.281

41.074.650

c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- € * Boekwaarden investeringen waaraan geen rente wordt toegerekend * Stichting Sportaccom Urk

0

486.202

-93.270

2.297.278

* Herfinanc.Sporthal 530950/9315

-36.733

721.669

* StimuleringsfdsVNG 821004/0019

-45.650

3.043.335

-965

64.346

* Renovatie Museum Oude Raadhuis 06/?? * Provisie Grexleningen * Starterslening bestaande gebied 13/007

-413

31.026

-58.320

1.740.880 -235.350

c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend +/+ € * Starterslening bestaande gebied 13/007

58.320

* Herfinanc.Sporthal 530950/9315

36.733

* StimuleringsfdsVNG 821004/0019

45.650

* Stichting Sportaccom Urk

93.270

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente €

d.d. 11 november 2021 GEMEENTERAAD

233.972 -560.659

48

d1. Rente over eigen vermogen +/+ €

57.876

d2. Rente over voorzieningen +/+ € Totaal netto aan taakvelden toe te rekenen rente € e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag, afgerond binnen marge van 0,5%) * staat C totaal

1.046.682 1,70%

-1.154.678

67.922.256 117.381.643

* af investeringen niet via omslag

49.459.387

f. Renteresultaat op het taakveld Treasury €

-107.997

Per begrotingsjaar varieert het omslagpercentage en ook in de jaarrekening zal het percentage afwijken van de begroting. Om op het niveau van de specifieke onderdelen van de begroting de kapitaallasten stabiel te houden, is het verstandig (onder meer met het oog op een bestendige lijn bij het berekenen van (kostendekkende) tarieven) het omslagpercentage niet jaarlijks aan te passen. Om die reden staat de BBV-regelgeving toe dat het rekenkundige omslagrentepercentage binnen een marge van 0,5% wordt afgerond. Het in 2022 gehanteerde omslagpercentage is daarom bepaald op 1,7, evenals in 2021. Het rekenkundige omslagpercentage bedraagt in 2022 1,54. Verwezen wordt naar onderstaande berekening. Omslagrenteberekening De aan taakvelden toe te rekenen rente

1.046.682 A

Totale boekwaarde volgens staat van activa

117.381.643

Af: c1. grondexploitatie

41.074.650

c2. projectfinanciering * Renteloze investeringen

486.202

* Stichting Sportaccom Urk

2.297.278

* Herfinanc.Sporthal 530950/9315

721.669

* StimuleringsfdsVNG 821004/0019

3.043.335

* Renovatie Museum Oude Raadhuis 06/??

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=b7334cb0-54d7-4612-a02a-7bc48d0a49f5