CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - RKC-rapport Raad weten met energie.PDF

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 18 februari 2021, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Duurzaamheidsagenda, transitievisie warmte, RKC-rapport: Raad weten met Energie (besluitvormend)11.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rekenkamercommissies Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

Rekenkameronderzoek 2020 Gemeente Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

Raad weten met energie Safier springe as de lingte fan 'e pols it talit

2

Rekenkameronderzoek 2020 naar de stand van zaken rond de energietransitie en de rol die de raden kunnen spelen.

Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

Raad weten met energie

Eindrapport Datum vastgesteld: 18 juni 2020

3

Colofon De rekenkamercommissies van Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel willen met hun werkzaamheden bijdragen aan de kwaliteit van het lokale bestuur in de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel, aan de transparantie van het gemeentelijke handelen en de versterking van de publieke verantwoording daarover. De commissies doen dat door de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het door de gemeenten gevoerde of te voeren beleid en bestuur te onderzoeken en de gemeenteraden hierover te rapporteren en te adviseren. De commissies hebben een onafhankelijke positie binnen de gemeenten. Zij bestaan uit externe leden, die geen binding hebben met het gemeentelijke apparaat en een ambtelijk secretaris. Sinds 1 januari 2015 vormen de beide rekenkamercommissies een personele unie met dezelfde leden. Nadere informatie vindt u op de websites van de gemeenteraden van de beide gemeenten: ✓ www.raad-achtkarspelen.nl ✓ www.raad.t-diel.nl

Samenstelling rekenkamercommissie ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

A. (Andries) Visser, voorzitter J. (Jacoba) Westinga, lid en vicevoorzitter H.S. (Hayo) Halbersma, lid J.P.M. (Hanneke) Vervoort, lid R. (Renny) de Vries-Mulder, ambtelijk secretaris rekenkamercommissie Achtkarspelen ✓ A. (Anna) Dam, ambtelijk secretaris rekenkamercommissie Tytsjerksteradiel

Contact? ________________________________ Rekenkamercommissie Achtkarspelen Postbus 2 9285 ZV Buitenpost raadsgriffie@achtkarspelen.nl 0511 - 54 86 98

Rekenkamercommissie Tytsjerksteradiel Postbus 3 9250 AA Burgum griffie@t-diel.nl 0511 - 46 09 32

4

Inhoud Bestuurlijk rapport 1

Inleiding............................................................................................................................. 11 1.1 Aanleiding: Wie weet raad met de energie? ........................................................................... 11 1.2 Probleemstelling: Hoe krijgen de raden voldoende zicht om te sturen? ................................. 12 1.3 Achtergrond/toegevoegde waarde van het onderzoek ........................................................... 12

2

Doelstelling, reikwijdte en onderzoeksvragen.................................................................. 15 2.1 Doelstelling .............................................................................................................................. 15 2.2 Reikwijdte (afbakening) van het onderzoek ............................................................................ 15 2.3 De onderzoeksvragen .............................................................................................................. 15 2.4 De deelvragen.......................................................................................................................... 16 2.5 Normenkader .......................................................................................................................... 16

3

Aanpak van het onderzoek ............................................................................................... 17

4

Samenvatting en conclusies .............................................................................................. 19 4.1 Inleiding en samenvatting van de bevindingen ....................................................................... 19 4.2 Het antwoord op de centrale onderzoeksvragen .................................................................... 20

5

Aanbevelingen .................................................................................................................. 21

Rapport van bevindingen 6

Verslag van bevindingen ................................................................................................... 25 6.1 Welke ambities hebben de gemeenten vastgelegd? ............................................................... 25 6.2 Wat doen de gemeenten al? ................................................................................................... 26 6.3 Waar staan de gemeenten in de energietransitie? .................................................................. 27 6.4 Wat komt er op de gemeenten af? .......................................................................................... 28 6.5 Gaat het de gemeenten lukken?.............................................................................................. 29 6.6 Kunnen de gemeenten de voortgang in de gaten houden? ..................................................... 30 6.7 Wat kunnen de gemeenten beter doen, met name voor de raden? ....................................... 31 6.8 Samengevat naar de hoofdvragen ........................................................................................... 33

Bijlage 1. Verslagen van de werkconferenties ................................................................................. 37 Bijlage 2. Lijst geraadpleegde stukken en lijst van respondenten ................................................... 41

5

6

Voorwoord Het zal je maar gezegd worden als politicus: ‘How dare you!’ Je vernietigt mijn dromen! Het weer verandert, de lucht wordt warmer, de bodem droger en de zee rijst. Vooral dat laatste is voor Nederland toch een tamelijk alarmerend bericht. Of de mens nu wel of niet de oorzaak is? Doet het ertoe? Feit is dat we hier in schone lucht, met droge voeten en ook in (brede) welvaart willen leven. En dat lukt niet als het zo doorgaat. De boodschap is: we moeten iets doen. Aanpassen. Aanpakken. Zoals we dat altijd bij vroegere transities (hout, turf, kolen, gas) hebben gedaan. Transities die altijd ingrepen in onze levens en onze leefomgeving. En die ingrepen doen pijn, kosten geld, moeite, inspanning en mislukken soms. Maar dat is geen reden om stil te zitten. En er komen vast ook kansen voor de regio. Belangrijk blijft dat het voor iedereen mogelijk is mee te kunnen doen: betaalbaar houden en eerlijk delen van lusten en lasten. Niet voor niets stonden deze begrippen bij de informatieavonden van de gemeenten middenin de ‘wordclouds’ vanuit het publiek! Over bijvoorbeeld die informatieavonden: de beide gemeenten zijn heel actief in en mét de mienskip. Dat vinden we een groot compliment waard. Maar tegelijkertijd een waarschuwing: blijf realistisch en geloofwaardig. Doe wat je kan waarmaken.

“Safier springe as de lingte fan 'e pols it talit.” Zo voorkom je dat je de mienskip kwijtraakt. Hier ligt dan ook een mooie taak voor de raad. Om er op toe te zien dat de burgers in deze transitie ‘gewoon’ mee kunnen doen!

7

8

Bestuurlijk rapport Dit bestuurlijk rapport bestaat uit vijf hoofdstukken, geschreven door en onder de verantwoordelijkheid van de twee rekenkamercommissies. Het adviesbureau BügelHajema Adviseurs heeft de rekenkamercommissies over de aanbevelingen in het bestuurlijke rapport geadviseerd. De rekenkamercommissies hebben zich gebaseerd op de Rapportage van bevindingen van BügelHajema Adviseurs.

Na een voorwoord en een inleiding over de relevantie van het onderwerp wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de doelstelling en vragen die in dit onderzoek centraal staan. In hoofdstuk 3 komt de aanpak van het onderzoek aan de orde. Een samenvatting van de bevindingen en conclusies komt in hoofdstuk 4 aan bod en de aanbevelingen voor de raden in hoofdstuk 5. Diverse figuren zijn opgenomen ter verduidelijking en illustratie.

9

10

1 Inleiding

1.1 Aanleiding: Wie weet raad met de energie? Klimaatverandering en de effecten van het gebruik van fossiele brandstoffen worden overal gezien als een groot maatschappelijk probleem. Al in 2009 werden op Europees niveau afspraken gemaakt over de energietransitie in de Hernieuwbare Energierichtlijn. De ambitie is in Nederland vertaald naar een nationaal Energieakkoord dat onder regie van de Sociaal Economische Raad (SER) in 2013 door vele partijen is ondertekend. Dit energieakkoord is in 2019 opgegaan in het nationale Klimaatakkoord. In 2015 werd in Parijs een klimaatakkoord gesloten met als doel om de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur ruim onder 2 graden Celsius te houden en ernaar te blijven streven de stijging te beperken tot 1,5 graad Celsius. Daarnaast werd afgesproken om snel een eind te maken aan het gebruik van fossiele brandstoffen omdat deze een belangrijke oorzaak zijn van overmatige CO 2-uitstoot. Het akkoord is uitgewerkt in de Overeenkomst van Parijs die op 4 november 2016 in werking is getreden. De Overeenkomst van Parijs volgt vanaf 2020 het Kyotoprotocol uit 1997 op. Nederland zet zich in om in 2050 energieneutraal te zijn en wil af van fossiele brandstoffen. Overheden, bedrijven en burgers bereiden zich voor op de gevolgen van de klimaatverandering.

De energietransitie, een circulaire economie en klimaatadaptatie, het zijn belangrijke opgaven van deze tijd. Waar het doel bij de energietransitie op lange termijn helder is (energieneutraal) moet dat nog blijken voor de weg ernaartoe. Hoe en met welke tussenstappen. Er is nog sprake van vele onzekerheden en disruptieve geopolitieke en technologische ontwikkelingen. Er zijn tot nu toe twee pijlers van beleid: besparen op energie en investeren in hernieuwbare energie: de energietransitie in een notendop. Het energievraagstuk is een onderdeel van een brede economische en ecologische heroriëntatie, gekenmerkt door hergebruik van grondstoffen (de circulaire economie). Ook de gemeenten nemen hierin hun verantwoordelijkheid. Samen met de provincies en waterschappen hebben de gemeenten in 2017 de investeringsagenda Naar een duurzaam Nederland opgesteld. Met gezamenlijk uitgesproken doelen en als aanbod gepresenteerd aan het nieuwe kabinet. Dit aanbod heeft mede geleid tot afspraken in het Interbestuurlijk Programma (IBP), een breder programma waarin de energietransitie prominent is opgenomen. Dat dergelijke opgaven samen worden opgepakt en aangepakt valt te prijzen, de omvang van de problematiek is immers groot. Samenwerken werpt echter ook vraagstukken op: rond governance, financiering en democratische legitimiteit.

De klimaatdoelstellingen zijn vastgelegd in de Klimaatwet van juli 2019. Art 2. beschrijft de doelen: ✓ Deze wet biedt een kader voor de ontwikkeling van beleid gericht op het onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de emissies van broeikasgassen in Nederland, tot een niveau dat 95% lager ligt in 2050 dan in 1990, teneinde wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken. ✓ Teneinde deze doelstelling voor 2050 te bereiken het rijk naar een reductie van de emissies van broeikasgassen van 49% in 2030 en een volledige CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050. Het nationale Klimaatakkoord wordt uitgewerkt aan vijf inhoudelijke sectortafels (industrie, transport, landbouw en landgebruik, elektriciteit en gebouwde omgeving). Op basis van taakstellingen wordt gesproken over de te nemen maatregelen. Inmiddels is de inhoud van het akkoord duidelijk en er zijn recent op onderdelen al ex ante doorrekeningen naar haalbaarheid en kosten uitgevoerd door

11

landelijke bureaus als de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Naast vele andere organisaties ondertekenden ook de drie lagere overheden het akkoord. De Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) heeft namens alle gemeenten het Klimaatakkoord ondertekend (november 2019). Een voorwaarde voor VNG was: “Uitvoering moet haalbaar en betaalbaar zijn voor de samenleving, gemeenten moeten voldoende bevoegdheden krijgen en er moet een toereikende tegemoetkoming komen voor de gemeentelijke uitvoeringslasten” (VNG brief aan minister Wiebes, 26 november 2019) Voor de uitvoering van het nationale Klimaatakkoord is Nederland verdeeld in 30 Energieregio’s die ieder een Regionale Energiestrategie (RES) ontwikkelen. De provincie Fryslân is een van de regio’s. Een onderdeel is de uitvoering van de nationale doelstelling voor aardgasvrije gebouwen: 1,5 miljoen woningen in 2030 en in 2050 alle gebouwen aardgasvrij. Een eerste opgave voor de energieregio’s is het schetsen van hun bijdrage aan 35 TWh (terawattuur) aan stroomproductie uit grootschalige projecten van wind op land en zonnevelden in hun eigen gebied. Dit moet samen met het lokale bedrijfsleven, inwoners, netbeheerders en maatschappelijke organisaties gebeuren, om zo ook te werken aan draagvlak voor de maatregelen en aan een eerlijke verdeling van de lasten en lusten.

Gemeenten moeten naast de RES uiterlijk eind 2021 een transitievisie warmte vaststellen. Hoe worden wijken verduurzaamd en gasloos? Dat is geen sinecure, wat betekent bijvoorbeeld de mogelijke inzet van waterstof op het gasnet voor deze aanpak? In de provincie Fryslân heeft een pilot Friese Energiestrategie plaatsgevonden die benut is en wordt voor de huidige RES-aanpak in verschillende regio’s. https://frieseenergiestrategie.nl/

1.2 Probleemstelling: Hoe krijgen de raden voldoende zicht om te sturen? Voor de komende raadsperiode is de energietransitie een zeer relevante ontwikkeling in relatie tot het IBP, het klimaatakkoord, de RES en de warmteplannen. Een ontwikkeling die zich, zoals hiervoor is beschreven, op vele schaakborden manifesteert. Aan allerlei tafels wordt gepraat en afgesproken, worden taken, lusten en lasten verdeeld. In ons huis van Thorbecke is het van belang dat de volksvertegenwoordigers van alle bestuurslagen hierbij hun rol kunnen spelen en kunnen waarmaken. Door geinformeerd te zijn, door betrokken te zijn, door te kaderen en te controleren. Dat was ook een belangrijke vraag in een overleg tussen raadsvertegenwoordigers en de rekenkamercommissie: hoe kunnen we onze rol waarmaken? Van belang is, volgens de rekenkamercommissies, dat raden goed geïnformeerd worden over de landelijke afspraken (en hoe hard ze zijn) en de consequenties daarvan voor het gemeentelijk beleid. Passen de gemeentelijke ambities bij de landelijke afspraken en welke ruimte er is voor eigen beleid? Wat kan een gemeente? Wat kan een gemeenteraad? Ook is het van belang te weten hoe het is gesteld met de haalbaarheid van de gemeentelijke doelen en de doeltreffendheid en doelmatigheid van de daarbij gekozen of nog te kiezen beleidsinstrumenten en -maatregelen. En hoe de effecten gemonitord kunnen worden.

1.3 Achtergrond/toegevoegde waarde van het onderzoek De komende jaren komt het onderwerp vaak op de bestuurlijke agenda en worden gemeenten geconfronteerd met landelijke en/of regionale doelen. Kunnen gemeenten daarmee uit de voeten en kunnen ze ook invloed uitoefenen? Aan de juiste tafel en op het juiste tijdstip, waarbij ook de belangen van burgers (lusten en lasten) een grote rol spelen. Het is voor de raden van belang dat zij op een goede

12

wijze hun rol kunnen vervullen in een zeer ver-netwerkte omgeving van lokale duurzaamheidsinitiatieven, (inter)nationale investeerders, energie- en netwerkbedrijven, aanbieders van diverse energietechnieken etc. in een beleidsgebied dat sterk in ontwikkeling is.

13

14

2 Doelstelling, reikwijdte en onderzoeksvragen

2.1 Doelstelling Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de passendheid van het gemeentelijk beleid, de doelstellingen, beleidsinstrumenten en maatregelen en de raden te laten zien hoe zij hun rol goed in kunnen vullen. Als kadersteller, als controlerend orgaan en ook op dit dossier zichtbaar als volksvertegenwoordiger. Het onderzoek heeft kenmerken van een ex durante-onderzoek. Het verkent de toekomstige werking van maatregelen en instrumenten, die ook nog deels in ontwikkeling zijn. Een nevendoel is dat de rekenkamercommissies ervaring willen opdoen met dit type onderzoek, immers rekenkameronderzoeken zijn meestal ex post evaluaties van reeds gevoerd beleid.

2.2 Reikwijdte (afbakening) van het onderzoek Het onderzoek richt zich op de gemeentelijke ambities, het beleid en de beleidsuitvoering rond de energietransitie in relatie tot de landelijke en regionale klimaatafspraken. Het dossier is complex en dynamisch, de invloed van gemeenten is in dit mondiale probleem begrensd. Het onderzoek beperkt zich daarom, voor wat betreft de reikwijdte, tot datgene waar de gemeente en in het bijzonder de gemeenteraad, invloed op heeft en heeft betrekking op een periode van 5 jaar voor wat betreft de vraag of de doelen haalbaar zijn met het beschikbare instrumentarium.

2.3 De onderzoeksvragen Raad weten met de energietransitie: zijn er haalbare doelen, plausibele instrumenten en heldere rollen en wat kan de raad in dit speelveld? Dat zijn de belangrijkste vragen die als volgt geformuleerd zijn: (1) In hoeverre dragen de ambities uit het coalitieakkoord, collegeprogramma, programmabegroting en het beleid van de gemeente bij aan de gezamenlijke doelstellingen die landelijk en regionaal zijn of worden geformuleerd voor de energietransitie? (1a) Wat is de huidige stand van zaken van de energietransitie in de gemeente, zowel in de beleidsvoorbereiding als in de beleidsuitvoering? (1b) Zijn de huidige geformuleerde ambities en (concept)doelen haalbaar, (meerjarig) meet baar en zijn de instrumenten en maatregelen van de gemeente voldoende plausibel om de doelen te halen? (2) Welke rol kan de raad spelen in een beleidsterrein waar veel turbulentie heerst en aan veel ‘tafels’ met verschillende belanghouders en overheden wordt gesproken? Deze vragen zijn van toepassing op beide gemeenten.

15

2.4 De deelvragen Om het onderzoek te richten is een aantal deelvragen geformuleerd waar het Rapport van Bevindingen antwoord op moet geven. De deelvragen vormen de basis en onderbouwing voor de beantwoording van de centrale onderzoeksvragen en de conclusies en aanbevelingen. Deze deelvragen luiden als volgt: 1.

Welke ambities hebben de gemeenten vastgelegd? Wat hebben de gemeenten voor ambities uitgesproken (gemeentebestuur en/of gemeenteraad)? Aan welke (harde en minder harde) afspraken hebben de gemeenten zich gecommitteerd?

2.

Wat doen de gemeenten al? Wat hebben de gemeenten voor beleid om de energietransitie te bespoedigen en vorm te geven, onder te verdelen naar eigen vastgoed en mobiliteit en beleid voor initiatieven uit de samenleving. Hoe lang is dit beleid al van kracht? Hierin worden de afspraken die in ANNO-verband zijn gemaakt ook meegenomen.

3.

Waar staan de gemeenten in de energietransitie? Waar staan de gemeenten als je dat vergelijkt met de uitgesproken ambities? Zijn ze op koers?

4.

Wat komt er op de gemeenten af? Wat zijn de te verwachten ontwikkelingen op rijksniveau en provinciaal/regionaal niveau die van invloed zijn op de vraagstelling in dit onderzoek?

5.

Gaat het de gemeenten lukken? Hoe plausibel is het dat ambities met het ingezette beleid in de komende 5 jaar in evenredigheid tot de doelstellingen tot stand worden gebracht?

6.

Kunnen de gemeenten de voortgang in de gaten houden? Welke vorm van monitoring is wenselijk en doenlijk? En wat heeft de raad aan informatie nodig?

7.

Wat kan er beter worden gedaan, met name voor de raden? Wat is de rol van de raad? Waar kan de raad invloed uitoefenen, welke middelen worden gebruikt en waar liggen nog verbetermogelijkheden of onbenutte mogelijkheden? Hoe kan de raadsleden het comfort worden geboden dat ze goed zijn toegerust als ze moeten besluiten, adviseren en controleren?

2.5 Normenkader Het is lastig om in een aan turbulentie onderhevig beleidsterrein (nu al) een hard normenkader te formuleren. Getoetst is in hoeverre het beleid van de gemeente bijdraagt aan de gezamenlijke doelstellingen die landelijk en regionaal zijn overeengekomen, waarbij aangetekend moet worden dat die ook nog voor een deel op de onderhandelingstafel liggen. Daarbij is ook gekeken naar de plausibiliteit van de maatregelen op de eigen ambities en doelstellingen van de gemeente. De manier waarop dit is gedaan is als volgt. Bij iedere ambitie is nagegaan of deze realiseerbaar is en meetbaar is gemaakt. Daarbij is onder meer gekeken of er middelen zijn vrijgespeeld. Ook zijn de ambities vertaald naar overzichtelijke eenheden waaraan afgelezen kan worden of het bereiken van de beoogde doelen aannemelijk is. Een voorbeeld: als het beleidsdoel is dat alle woningen in 2040 van het gas af zijn, betekent dat er vanaf nu xx huizen per week van het gas af moeten. Door de doorvertaling naar aantallen of euro’s per korte tijdperiode ontstaat inzicht in de plausibiliteit en begrip voor de conclusies op dit punt.

16

3 Aanpak van het onderzoek De onderzoeksmethode was geënt op twee uitgangspunten ‘onderzoeken wat zinvol is’ en ‘terugblikken om vooruit te komen’. Het is een eigentijdse combinatie van een vrij lichte vorm van onderzoek met interviews en interactieve workshops waar raadsleden en ambtenaren en directbetrokkenen in participeren. De feiten worden objectief op een rij gezet, met de cijfers op hoofdlijnen en de verhalen van alle relevante partijen als basis. Relevante partijen zijn de raad, de ambtenaren, de bestuurders en belangrijke compagnons: de lokale energiecoöperaties. Het samen komen tot gedragen aanbevelingen voor de toekomst was in de gehele aanpak het belangrijkste doel. Bij interviews zijn partijen bevraagd, waarbij volgens het protocol de informatie als vertrouwelijk wordt behandeld en niet tot de persoon te herleiden is. Bij de workshops is juist gekozen voor een gemêleerd gezelschap met het oog op het doel om samen verder komen en naar de toekomst te kijken en samen te komen tot gedragen aanbevelingen voor de toekomst. Met de zeven deelvragen als leidraad is het volgende stappenplan doorlopen: Stap 1. Oktober 2019; Bespreken Plan van Aanpak (RKC, projectleider/onderzoekers onderzoeksbureau en ambtelijke/bestuurlijke delegatie). Stap 2. Start van het bureauonderzoek en presentatie aanpak, door RKC’s in de raden. Stap 3.

Bureauonderzoek en interviews wethouders, ambtenaren en energiecoöperaties en eerste werkconferentie (deelvragen 1 en 2). We bespraken in de eerste werkconferentie (januari 2020) de ambities van de gemeenten, het kennisniveau over de ontwikkelingen, de landelijke afspraken, de harde cijfers en blikten vooruit op de behoefte van de raad over de inhoud van de tweede conferentie: wat heeft de raad nodig? Stap 4. In een tweede werkconferentie (maart 2020) kwamen de voorlopige bevindingen tot dan toe aan de orde, alsmede de vraag: waar kan en wil de raad invloed op uitoefenen en waar niet, welke instrumenten worden benut en wat zijn verbetermogelijkheden of nog onbenutte mogelijkheden? Stap 5. Uitwerking van deelvraag 7 in een rapportage van feiten en bevindingen. Verificatie (hoor wederhoor) op de feiten en bevindingen (april 2020). Stap 6. Publicatie van het Eindrapport. Stap 7. Presentatie en behandeling van het Eindrapport.

Het onderzoek is uitgevoerd in de periode oktober 2019 tot en met maart 2020. De verificatie en publicatie vonden daarna plaats.

17

Figuur 1 : Van Kyoto, Parijs via Brussel en De Haag naar de gemeente…

18

4 Samenvatting en conclusies

4.1 Inleiding en samenvatting van de bevindingen In de Tweede Kamer was recent een debat met bijdragen van universitair geschoolde transitie-denkers. Wat opviel: professoren zijn het ook niet eens. De een is voor grote klappers (regime change) en de ander voor kleinere stapjes (act small, fail cheap) en samen doen mét inwoners, als in coöperaties. Ze hebben vast beiden gelijk. Voor gemeenten lijkt het beter de lijn ‘act small én met inwoners’ voor de hand te liggen. Geen grootschalige projecten, maar bijvoorbeeld ondersteuning bij energiegebruik in de bebouwde omgeving. Transities zorgen voor onzekerheid. Volksvertegenwoordigers moeten zo’n proces goed kunnen volgen, zonder zelf precies te weten ‘hoe het moet’. Want dat weten zelfs die professoren niet. Rekenkamer(commissie)s ook niet, maar die kunnen helpen stof tot nadenken te leveren. Door te laten zien wat er speelt en welke invloed dat heeft (ook op burgers). Belangrijk is dat de bevindingen en de conclusies gelezen moeten worden binnen de begrenzingen van dit onderzoek. Het onderzoek beperkt zich tot de energietransitie en vooral het deel waar de gemeenten invloed op hebben. Omdat Nederland nu nog ver is verwijderd van het halen van de (in EU-verband afgesproken) doelen is het zeer denkbaar dat in de komende jaren de inspanningen moeten worden verhoogd. Het is goed om die extra inspanningen al te verkennen.

Waar liggen de mogelijkheden en kansen? Hoewel de collegeprogramma’s nog verschillen als het gaat om de aandacht voor de energietransitie, is het onze observatie dat de gemeenten op de duurzaamheidsagenda’s inmiddels samen optrekken. Daarom heeft deze samenvatting betrekking op beide gemeenten. Geconcludeerd kan worden dat de ambities van de gemeenten verder reiken dan de nationale doelen. Gelet op het feit dat de nationale doelen ook nog ver weg lijken te liggen, is dat een riskante strategie als het gaat om de geloofwaardigheid. De haalbaarheid van de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn, is op zijn minst twijfelachtig te noemen. Immers, ondanks die brede inspanningen op het gebied van de energietransitie en duurzaamheid, staat het percentage hernieuwbare energie in de gemeenten nog ver van de uitgesproken ambities. De realisatie wijkt overigens niet veel af van de landelijke realisatie. De breedte van de aanpak beoordelen we als positief. Er wordt met beperkte middelen veel gedaan. De gemeenten zijn goed en actief in het ondersteunen van de mienskip. Met de blik van 2020 is de kwantitatieve kant (wat levert een project nu daadwerkelijk op ten opzichte van het gestelde doel) in de aanpak en onderliggende stukken onderbelicht.

De Noordelijke rekenkamer concludeerde recent (Verdeling onder hoogspanning, maart 2020) dat er weinig wettelijke aanknopingspunten zijn in Nederland (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Denemarken) om te komen tot een eerlijke verdeling van de lusten en lasten tussen initiatiefnemers van zonneparken etc. en burgers in de nabijheid van die projecten. Daardoor is die niet geborgd echter wel beter belegd als het gaat om coöperaties. Daarom is het te waarderen dat de gemeenten daarop zo veel inzet plegen. Garyp wordt in het rekenkameronderzoek gezien als een best practise, ook qua facilitering door de gemeentelijke overheid. Voor het onderwerp energietransitie en de rol van de raad is er de komende periode veel aan de orde. Voor de toekomst is het belangrijk dat de informatievoorziening aan de raad en de monitoring zorgvuldig, compleet en frequent plaatsvinden. De energietransitie leent zich, voor dat deel wat verplicht is, voor een programmatische aanpak, waarbij een doel wordt geformuleerd, indicatoren worden bepaald, een nulmeting wordt gemaakt en monitoring plaatsvindt.

19

Voor het uitoefenen van de taak van de gemeenteraad zijn informatievoorziening en hulpmiddelen bij de verschillende fasen van beleidsvorming wenselijk. Door dwingende kaders, zoals de Klimaatwet, ligt de nadruk naar onze mening meer dan voorheen op de ‘harde’ daadwerkelijke realisatie en minder op inspirerende beleidsdoelen. De raad kan op de voortgang daarvan een goede controlerende rol oppakken.

4.2 Het antwoord op de centrale onderzoeksvragen (1) In hoeverre dragen de ambities uit het coalitieakkoord, collegeprogramma, programmabegroting en het beleid van de gemeente bij aan de gezamenlijke doelstellingen die landelijk en regionaal zijn of worden geformuleerd voor de energietransitie? (1a) Wat is de huidige stand van zaken van de energietransitie in de gemeente, zowel in de beleidsvoorbereiding als in de beleidsuitvoering? (1b) Zijn de huidige geformuleerde ambities en (concept)doelen haalbaar, (meerjarig) meetbaar en zijn de instrumenten en maatregelen van de gemeente voldoende plausibel om de doelen te halen? ✓ De ambities van de beide gemeenten zijn in overeenstemming met de landelijke en regionale doelstellingen. De ambities zijn zelfs verstrekkender dan die op landelijk niveau. ✓ De beleidsvorming zoals geformuleerd in de startnotitie duurzaamheid 2019 is zowel gericht op het halen van de gemeentelijke doelen als op het realiseren van de opgaven die vanuit het rijk zijn geformuleerd. ✓ De huidige stand van zaken laat zien dat er nog een grote opgave ligt. De haalbaarheid qua realisatie van de gestelde doelen is op basis van het expert-oordeel van het onderzoeksbureau in het rapport van bevindingen: ‘twijfelachtig’. In het bijzonder dat de doelen niet altijd aansluiten bij de termijnen die op rijksniveau gelden.

Extra ambities zijn eigenlijk wensbeelden, deze zijn niet altijd zo benoemd. ✓ In de startnotitie duurzaamheid is een goede aanzet gevormd voor meetbaarheid. Er is een definitie van het doel geformuleerd en er is in een nulmeting voorzien. Daarnaast is bij de verdere uitwerking aandacht nodig voor het markeren van indicatoren aan de hand waarvan het mogelijk is om resultaten te meten. Het systeem van monitoring en evaluatie moet verder worden uitgewerkt. ✓ De breedte van de aanpak beoordelen we als positief. Er wordt met beperkte middelen veel gedaan. De gemeenten zijn goed en actief in het ondersteunen van de mienskip.

(2) Welke rol kan de raad spelen in een beleidsterrein waar veel turbulentie heerst en aan veel ‘tafels’ met verschillende belanghouders en overheden wordt gesproken? ✓ De gemeenteraad speelt een belangrijke rol bij de beleidsvorming in de energietransitie en kan die rol ook claimen. Daarbij is het goed om te focussen op datgene waar de raad ook daadwerkelijk invloed op kan hebben, zoals in het fysieke domein en aandacht voor participatie. Voor het uitoefenen van de taak van de gemeenteraad zijn informatievoorziening en hulpmiddelen bij de verschillende fasen van beleidsvorming wenselijk. De rekenkamercommissie reikt in de vorm van een Arkbak informatie en instrumenten aan. Deze Arkbak is onderdeel van deze rapportage maar wordt separaat (digitaal) gepubliceerd. 20

5 Aanbevelingen Aanbeveling 1: Wees realistisch De (mondiale) ambities zijn urgent en hoog en toch het advies: doe eerst wat je moet en kan doen en hanteer daarvoor de afspraken uit het energieakkoord. Stap niet in de valkuil van een (stevige) plus op die ambities. Want dan organiseer je wellicht je eigen teleurstelling en verspeel je draagvlak. Maak ambities realistisch en behapbaar in tijd (met tussendoelen in stapjes van vijf jaar bijvoorbeeld). Vier de bereikte tussendoelen.

Aanbeveling 2: Geef het goede voorbeeld Zorg ervoor dat de gemeenten op de eigen terreinen het goede voorbeeld geven en prioriteer daarop. Denk aan de gemeentelijke organisatie (en haar verbonden partijen), aan vastgoed (isolatie en inkoop energie), duurzame inkoop, het wagenpark, openbare verlichting, publiek vervoer etc.

Aanbeveling 3: Praat mee als raad Neem als raad een positie in. Focus op proces en op participatie. Stel eisen aan betrokkenheid van de raad in de beleidscyclus én de begrotingscyclus. Verken op diverse beleidsterreinen de opties tot duurzame transities. Benut bij uw kaderstellende en controlerende rol de Arkbak voor de gedachtevorming. Specifiek voor de RES: Zorg dat de raad voor de concept RES in het voorjaar een zienswijze in kan dienen, opdat de RES 1.0 eind 2020 geen voldongen feit is. Toets op realisme in de RES. (NB: data RES kunnen afwijken gelet op de Covid-19 crisis).

Aanbeveling 4: Volg de ontwikkelingen met concrete doelen en indicatoren Vraag het college bij beleidsvoornemens en concrete projecten om een goede nulmeting en monitoring op basis van enkele SMART geformuleerde (tussen)doelen en concrete inspanningen die een rechtstreekse relatie hebben met de afspraken uit het energieakkoord, de RES en de duurzaamheidsagenda, neem die tenminste op in de jaarstukken. Indicatoren op die SMART doelen zijn nodig om als raad periodiek vragen te kunnen stellen aan het college en eventueel bij te kunnen sturen. Maak doelen concreet door ambities (percentages, eenheden als T-Joules) te vertalen in herkenbare eenheden: hectares panelen, aantal molens, aantal te isoleren en/of van het gas afgekoppelde woningen.

Aanbeveling 5: Blijf verbonden met de mienskip Kader de voorstellen van het college: neem op dat bij gemeentelijke maatregelen ten aanzien van de energietransitie de financiële gevolgen voor burgers worden doorgerekend, bovenop de gevolgen van het rijksbeleid. Zorg ook dat de huidige -zeer te waarderen- beleidslijn om de mienskip maximaal te benutten, te betrekken en te faciliteren in stand blijft. Monitor op het mogelijk optreden van energiearmoede bij uw burgers en op het terugvloeien van opbrengsten naar de mienskip. Vraag op dit punt om voortgangsrapportages.

21

Aanbeveling 6: Benut uw rol in de fysieke leefomgeving Benut de rol van de gemeenteraad bij de vaststelling van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De RES moet ook vertaald worden in de Omgevingsvisie. Bij vaststelling kan de gemeenteraad bepalen hoe dat gebeurt (met welk tempo bijvoorbeeld en in welke volgorde) en buitenplanse activiteiten aanwijzen waar men (bindend) advies over uit wil brengen. Dit middel kan ook benut worden als de gemeenteraad expliciet sturing wil geven op energiedoelstellingen. Op termijn zal de huidige Milieuwet en het huidige Activiteitenbesluit opgaan in de Omgevingswet. In deze wet- en regelgeving is nu al een verplichting opgenomen voor inrichtingen om energiebesparende maatregelen te nemen. Zie als raad actief toe op communicatie over en handhaving van dergelijke verplichtingen. Overigens is de invoering van de Omgevingswet recent uitgesteld.

Aanbeveling 7: Verken de toekomst Besef dat er later (zie aanbeveling 1) meer nodig zal zijn. Daag de colleges uit een toekomstverkenning uit te voeren met de regiopartners van de gevolgen van landelijke en Europees beleid. En welke transitiekansen er (nog) zijn. De colleges kunnen dit bij voorkeur met de regionale partners oppakken.

Aanbeveling 8: Breng uw belangen voor het voetlicht: investeer in invloed door samenwerking Oefen (als raad en college) via de RES en de VNG invloed uit op de uitvoering van de provinciale (regionale) en landelijke maatregelen. Herinner de partners aan de samenwerkingsintenties uit het Interbestuurlijk Programma en de gesloten akkoorden. Uiteindelijk zullen immers ook de grootschalige maatregelen neerslaan op landschap, in de portemonnee en bij de mienskip in de gemeenten. Het lijdzaam volgen van provincie en rijk is hier geen aanbeveling. Zorg ook dat de belangen van gemeenten zo geborgd worden en dat ook (de som van) kleinschalige maatregelen in uw gemeente bijvoorbeeld mee gaan tellen in de afspraken rond bijvoorbeeld de RES.

Nawoord De rekenkamercommissies hebben met dit onderzoek afgeweken van de gebruikelijke ex post onderzoeksmethode (toetsen van staand beleid), ook om te ervaren wat het is om als rekenkamercommissies midden in een ‘wicked problem’ te zitten. Gaandeweg is daarbij de route gekozen om minder te kijken naar de huidige doelmatigheid en doeltreffendheid van het (deels nog te ontwikkelen) beleid, maar naar de wijze waarop de raad zijn plan kan trekken (hoofdvraag 2). In een transitie of transformatie is veel onzekerheid en je kunt het de spelers (en dus ook de overheden) nauwelijks verwijten dat ze zo nu en dan en achteraf gezien fouten maken. Erger is: niets doen. De gemeenten doen in onze ogen echt hun best. Er zit veel energie bij het onderwerp. We danken de colleges, de betreffende ambtenaren en de geïnterviewden voor hun medewerking aan dit onderzoek. Het was een mooi avontuur. En dank aan de raden die in twee werkbijeenkomsten veel waarde toevoegden. En al die input hebben we in een Arkbak gestopt!

De Arkbak is te vinden via deze link: www.arkbakenergie.frl

22

Rapport van bevindingen De bevindingen waarop het bestuurlijk rapport is gebaseerd vindt u in dit deel: hoofdstuk 6 en de bijbehorende bijlagen. Dit rapport is geschreven door BügelHajema Adviseurs ondersteund door Frans Debets van Debets BV en waar nodig aangepast op basis van de ambtelijke reactie d.d. 9 juni 2020 in het kader van hoor- en wederhoor. In bijlage 1 zijn de verslagen van de werkconferenties van 9 januari 2020 en 5 maart 2020 opgenomen. In bijlage 2 is een lijst met geraadpleegde stukken en geïnterviewde personen opgenomen. Deze vormen de basis voor deze rapportage. Verslagen van de interviews zijn in het bezit van de rekenkamercommissies en maken deel uit van het onderzoeksdossier. Omwille van vertrouwelijkheid zijn de verslagen niet opgenomen in het rapport.

Figuur 2: klimaatakkoord en de opgave voor 2030 in een oogopslag

23

Tabel met beleidsaccenten gemeenten (zie paragraaf 6.1) Beleid Beleidsnota’s 20072009

Achtkarspelen De beleidsnota 2009 zet in op een gemeentelijke organisatie die klimaatneutraal is in 2020, en een gemeente waarin de CO2 uitstoot ten opzichte van 1990 met 30% is gedaald.

Tytsjerksteradiel Ambities zijn themagewijs verwoord. De beleidsnota 2008 omvat onder meer het uitgangspunt; Waar mogelijk streven we binnen een termijn van 10 jaar naar klimaat neutrale nieuwbouw. Dat betekent dat nieuw te realiseren woningbouwprojecten en nieuwe voorzieningen geen CO2 meer mogen uitstoten.

Beleid en uitvoeringsprogramma openbare verlichting

In 2013 heeft de raad de kaders voor de openbare verlichting gewijzigd. Het doel van de wijziging was om te bezuinigen op de kosten voor de openbare verlichting. Uit een tussenevaluatie bleek dat het nodig was om een deel van de bezuinigingen terug te draaien (met name in de kom) en een ander deel definitief te maken (geleidelijk verwijderen van lichtmasten in het buitengebied). Aldus is 5 maart 2015 besloten. In 2015 is tevens een amendement aangenomen om te onderzoeken of via nieuwe verlichtingstechnieken alsnog te bezuinigen valt in de dorpen met behoud van het veiligheidsgevoel.

Het beleid gaat uit van licht waar het moet, donker waar het kan. Dit is onder meer ingegeven door een ambitie om het energieverbruik te verminderen. In het plan wordt aandacht besteed aan het beperken van verlichting, het dimmen van licht in de nachtperiode en de aanschaf van energiezuinige verlichtingssystemen (beleidsnota en uitvoeringsprogramma 2016-2020).

Coalitieakkoord 2018-2022

In 2025 wordt 40% van de energie duurzaam opgewekt in Noordoost-Friesland Uitgangspunt: zo snel mogelijk energieneutraal. Stimuleren van energieneutrale woningen. Nieuwe locaties niet aansluiten op gasnetwerk.

In 2025 wordt 40% van de energie duurzaam opgewekt in Noordoost- Friesland. Uitgangspunt: energieneutraal in 2040. Stimuleren van energieneutrale woningen. Energieneutraal en gasloos verplicht stellen bij nieuwbouw.

Kadernota inkoop en aanbesteden 2018 Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

Er wordt minimaal aangesloten bij de door de Rijksdienst Ondernemend Nederland ontwikkelde criteria voor duurzaam inkopen.

Er wordt minimaal aangesloten bij de door de Rijksdienst Ondernemend Nederland ontwikkelde criteria voor duurzaam inkopen. De gemeente heeft ook het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen ondertekend. Dit betekent dat de gemeente eigen inkoopdoelstellingen voor MVI vaststelt.

Instemming met ambities Circulair Fryslân (maart 2019)

Gemeenten gaan via het inkoop- en aanbestedingsbeleid het verschil maken en zorgen voor een vliegwielbeweging: − in 2020 kopen wij minimaal 10% van onze fysieke producten circulair in; − bij vervanging binnen ons wagenpark zetten we in op niet-fossiele voertuigen; − voortaan gebruiken we alleen nog circulair geproduceerd straatmeubilair.

Gemeenten gaan via het inkoop- en aanbestedingsbeleid het verschil maken en zorgen voor een vliegwielbeweging: − in 2020 kopen wij minimaal 10% van onze fysieke producten circulair in; − bij vervanging binnen ons wagenpark zetten we in op niet-fossiele voertuigen; − voortaan gebruiken we alleen nog circulair geproduceerd straatmeubilair.

Startnotitie duurzaamheidsagenda (vastgesteld april 2019)

Er wordt toegewerkt naar energieneutraal in 2040.

Er wordt toegewerkt naar energieneutraal in 2040.

24

6 Verslag van bevindingen In dit verslag wordt eerst ingegaan op de zeven deelvragen van het onderzoek. Daarna wordt ingegaan op de centrale onderzoeksvragen. Kort gezegd gaan deze centrale onderzoeksvragen over “in hoeverre dragen de gemeentelijke ambities bij aan de landelijke en regionale doelstellingen?” en “welke rol kan de raad spelen in de energietransitie?”. De antwoorden op de zeven deelvragen leggen de basis voor beantwoording van de centrale onderzoeksvragen.

6.1 Welke ambities hebben de gemeenten vastgelegd? Wat hebben de gemeenten voor ambities uitgesproken (gemeentebestuur en/of gemeenteraad)? Aan welke (harde en minder harde) afspraken hebben de gemeenten zich gecommitteerd?

Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen de twee gemeenten? Uit de bestudering van het bestaande beleid en uit de interviews zijn overeenkomsten en verschillen naar boven gekomen tussen de beide gemeenten. Omdat de gemeenten zich formeel allebei schaarden achter het beleid van ANNO en op dit moment intensief samenwerken aan de duurzaamheidsagenda zijn deze verschillen formeel gezien niet zo heel erg groot. Wel is het zo dat de gemeente Tytsjerksteradiel duurzaamheid meer uitdraagt als leidend principe dan de gemeente Achtkarspelen. Dit klinkt onder meer door in de titel van het coalitieakkoord 2018-2022 “Duorsum oparbeidzje”. Ook is dit af te leiden aan de samenwerking op ambtelijk en collegeniveau rond het thema duurzaamheid. Die is in Tytsjerksteradiel hechter. Er zijn zeker enkele accentverschillen in de beleidskeuzes. In de tabel hiernaast op bladzijde 24 zijn deze geschetst.

Lokaal beleid en beleid in Noordoost-Friesland Vanaf 2008 tot en met 2018 hebben beide gemeenten zelfstandig beleid vastgelegd ten aanzien van duurzaamheid in verschillende beleidsnota’s. Energiebesparing en hernieuwbare opwekking van energie zijn belangrijke onderdelen van deze beleidsnota’s. Beide gemeenten ondersteunden ook het beleid dat ontwikkeld is in het samenwerkingsverband Noordoost-Friesland voor de periode 2012-2016 en 2016-2020. Zonder uitzondering zijn er verstrekkende ambities in de diverse beleidsnota’s opgenomen betreffende de vermindering van de uitstoot van CO2, klimaatneutraliteit, energieneutraliteit of het percentage hernieuwbare energie en het tijdstip waarop de ambities moeten zijn bereikt. De begrippen die worden gebruikt om de ambities in uit te drukken zijn in de beleidsnota’s verschillend en worden niet altijd gedefinieerd. Bij het proces om te komen tot een duurzaamheidsagenda 2019 (startnotitie duurzaamheidsagenda en daarbij horende lijst met begripsbepalingen) gebeurt dit wel, hoewel begrippen nog wel iets scherper kunnen worden gedefinieerd. Voor deze duurzaamheidsagenda is een startnotitie opgesteld. De gemeenten trekken hierin samen op. In de door de beide gemeenteraden vastgestelde startnotitie (april 2019) is aangegeven dat er wordt toegewerkt naar energieneutrale gemeenten in 2040. In het 25

coalitieakkoord van de gemeente Tytsjerksteradiel 2018-2022 is energieneutraal in 2040 uitgangspunt. In het coalitieakkoord van de gemeente Achtkarspelen 2018-2022 is uitgegaan van zo snel mogelijk energieneutraal. In beide coalitieakkoorden wordt aangehaald dat de doelstellingen in ANNO-verband worden ondersteund. Hierin staat dat in Noordoost-Friesland in 2025 40% van de energie duurzaam wordt opgewekt. Tabel met de meest actuele ambities lokaal en binnen Noordoost-Friesland Gemeente Achtkarspelen Achtkarspelen Achtkarspelen Tytsjerksteradiel Tytsjerksteradiel Tytsjerksteradiel

Ambitie Er wordt toegewerkt naar energieneutraal in 2040 In 2025 wordt 40% van de energie duurzaam opgewekt in Noordoost-Friesland Uitgangspunt: zo snel mogelijk energieneutraal Er wordt toegewerkt naar energieneutraal in 2040 In 2025 wordt 40% van de energie duurzaam opgewekt in Noordoost-Friesland Uitgangspunt: energieneutraal in 2040

Bron Startnotitie duurzaamheidsagenda (vastgesteld april 2019) Coalitieakkoord 2018-2022 Coalitieakkoord 2018-2022 Startnotitie duurzaamheidsagenda (vastgesteld april 2019) Coalitieakkoord 2018-2022 Coalitieakkoord 2018-2022

Afspraken op landelijk niveau In het Energieakkoord van 2013 is het doel: 14% duurzame energie in 2020 en 16% in 2023. In het Klimaatakkoord van 2019 worden de beleidsdoelen uitgedrukt in percentages CO2-reductie ten opzichte van 1990: 49% CO2-reductie in 2030. Het Klimaatakkoord is in november 2019 ondertekend door de VNG. In de Klimaatwet (2019) is vastgelegd dat de emissie van broeikasgassen gereduceerd wordt tot een niveau dat 95% lager ligt in 2050 dan in 1990.

Concluderende bevinding op deelvraag 6.1 Hoewel de ambities op verschillende manieren worden uitgedrukt, kan geconcludeerd worden dat de ambities van de gemeenten verder reiken dan de nationale doelen.

6.2 Wat doen de gemeenten al? Wat hebben de gemeenten voor beleid om de energietransitie te bespoedigen en vorm te geven, onder te verdelen naar eigen vastgoed en mobiliteit en beleid voor initiatieven uit de samenleving. Hoe lang is dit beleid al van kracht? Hierin worden de afspraken die in ANNO-verband zijn gemaakt ook meegenomen.

Brede projectmatige aanpak Beide gemeenten zijn vanaf 2008 bezig met duurzaamheidsbeleid, lokaal en in ANNO-verband. In dit beleid wordt met name via projecten aan de duurzaamheidsopgave gewerkt. Projecten zijn divers en betreffen de gemeentelijke organisatie, het gemeentelijke vastgoed, het gemeentelijke wagenpark, de woningvoorraad, bedrijven en voorzieningen (bestaand en nieuw), mobiliteit en hernieuwbare

26

opwekking van energie. Er wordt zowel aandacht besteed aan voorlichting en bewustwording, als hulp, subsidiëring en uitvoering. Er is tevens aandacht voor zaken als verlichting en het inkoopbeleid. Verwachte effecten op het grotere doel worden soms wel en soms niet aangegeven en zijn behoorlijk globaal. Het meest concreet is een berekening van effecten gemaakt voor de projecten in NoordoostFriesland in het basisdocument ANNO 2016.

Best bestede euro’s en uren Op basis van de interviews waren de meest succesvolle projecten (dat wil zeggen de best bestede euro’s en uren naar kwalitatieve beoordeling van de geïnterviewde personen) als volgt: ✓ die projecten waarbij de samenleving werd ondersteund of waarin aan bewustwording werd gewerkt (beide gemeenten); ✓ het energieloket en de duurzaamheidsscans (beide gemeenten); ✓ de projecten met elektrische auto’s en het project Garyp (gemeente Tytsjerksteradiel); ✓ het zonneveld bij Buitenpost (gemeente Achtkarspelen). Opvallend is de tevredenheid over de samenwerking tussen de gemeenten en de mienskip bij zowel de Energiecoöperaties als de ambtelijke organisatie en het bestuur.

Concluderende bevinding op deelvraag 6.2 De breedte van de aanpak beoordelen we als positief. Er wordt met beperkte middelen veel gedaan. De gemeenten zijn goed in het ondersteunen van de mienskip. Met de blik van 2020 is de kwantitatieve kant (wat levert een project, de inspanning, nu daadwerkelijk op ten opzichte van het gestelde doel) onderbelicht.

6.3 Waar staan de gemeenten in de energietransitie? Waar staan de gemeenten als je dat vergelijkt met de uitgesproken ambities? Zijn we op koers?

Percentage hernieuwbare energie Voor het percentage hernieuwbare energie zijn alleen de gegevens van de Klimaatmonitor (2017) beschikbaar. Deze worden ook gebruikt in de eerste nulmeting die in het kader van de duurzaamheidsagenda recent door bureau Overmorgen is gemaakt. Als we de stand van zaken uit de Klimaatmonitor vergelijken met de ambities is nog een lange weg te gaan. Daarin zijn de gemeenten overigens niet uitzonderlijk, ook de landelijke realisatie blijft achter bij de afspraken.

27

Tabel met de ambities en de stand van zaken op basis van de Klimaatmonitor 2017 Gemeente

Ambitie

Klimaatmonitor 2017

Achtkarspelen

Landelijk volgens klimaatmonitor 2017 6,8%

40% hernieuwbare energie 2025 6,4% Zo snel mogelijk energieneutraal Tytsjerksteradiel 40% hernieuwbare energie 2025 5,8% 6,8% Energieneutraal 2040 Notabene: Helaas zijn deze cijfers niet erg recent, terwijl er de laatste jaren diverse versnellingen (als zonneparken) zijn geweest. Ze beschrijven niet de situatie van nu. Overigens een generiek probleem in de transitie.

Concluderende bevinding op deelvraag 6.3 Ondanks de brede inspanningen op het gebied van duurzaamheid staat het percentage hernieuwbare energie in de gemeenten nog ver van de uitgesproken ambities. De realisatie wijkt niet veel af van de landelijke realisatie.

6.4 Wat komt er op de gemeenten af? Wat zijn de te verwachten ontwikkelingen op rijksniveau, provinciaal/regionaal en gemeentelijk niveau die van invloed zijn op de vraagstelling in dit onderzoek?

De Regionale Energie Strategie (hierna RES) en de transitievisie warmte De rijksdoelen voor 2030 (49% CO2-reductie in 2030) zijn doorvertaald naar een opdracht voor de opstelling van grootschalige wind- en zon-projecten op land, goed voor 35 TWh hernieuwbare energieopwekking in Nederland. Dit kan beschouwd worden als een inhaalslag voor Nederland om te voldoen aan eerder gemaakte internationale afspraken die ons land niet waarmaakte. De opdracht is gegeven aan 30 energieregio’s. Er is vooraf geen ambitie per regio bepaald of opgelegd. De beide gemeenten vallen in de regio Fryslân waarin zij samen met de andere Friese gemeenten, de provincie en het wetterskip tot een bod moeten komen. Eerst moet een concept bod worden aangeleverd (juni 2020). De biedingen van alle regio’s worden afgezet tegen de totale taakstelling. In onderling overleg tussen de regio’s en het rijk ontstaat daarna het definitieve bod (RES 1.0 was voorzien in maart 2021, maar vanwege de coronacrisis is de datum enkele maanden verschoven). De RES wordt tweejaarlijks herijkt. In Fryslân is er voor gekozen om van een bestuurlijk concept bod uit te gaan. Dit concept bod gaat uit van plannen die al in de pijplijn (reeds geplande projecten) zitten.

Het lijkt erop dat met deze plannen een aandeel van de 35 TWh kan worden bediend dat correspondeert met het percentage inwoners dat Fryslân heeft ten opzichte van Nederland. Tegelijkertijd wordt er via ontwerpateliers en ondersteund door digitale peilingen bij een groot publiek gestudeerd op een zelfvoorzienend Fryslân op het gebied van energie. Dit moet leiden tot het RES bod 1.0 dat onder meer voorgelegd gaat worden aan de gemeenteraden. De gemeenten moeten daarnaast, eind 2021, een Transitievisie Warmte gereed hebben. Met deze Transitievisie maken gemeenten het tijdspad inzichtelijk over wanneer welke wijken of buurten van het aardgas kunnen worden afgekoppeld. Voor de wijken of buurten die vóór 2030 gepland staan, maakt de gemeente ook al de mogelijke warmte-alternatieven bekend.

28

De Omgevingswet en Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is een van de instrumenten onder de Omgevingswet; een wet die op 1 januari 2021 ingevoerd zou worden maar eerst uitgesteld is. Het opstellen van een Omgevingsvisie is onder deze wet verplicht. De streefdatum voor het gereedkomen van de gemeentelijke Omgevingsvisies is 2024. Ook is het verplicht de RES te vertalen in de gemeentelijke Omgevingsvisie.

Uitwerking gemeentelijke duurzaamheidsagenda In de komende periode wordt op gemeentelijk niveau de duurzaamheidsagenda uitgewerkt. Deze bestaat uit een breed aantal onderwerpen waarvan de thema’s energietransitie (nulmeting, RES en transitievisie warmte), mobiliteit, eigen organisatie en maatschappelijk vastgoed een rechtstreekse relatie hebben met het voorliggende onderzoek.

Concluderende bevinding op deelvraag 6.4 Voor het onderwerp energietransitie en de rol van de raad is er de komende periode veel aan de orde, waarbij voor de onderdelen RES, warmtevisie en in mindere mate de Omgevingsvisie, ook sprake is van strakke tijdpaden.

6.5 Gaat het de gemeenten lukken? Hoe plausibel is het dat ambities met het ingezette beleid in de komende 5 jaar in evenredigheid tot de doelstellingen tot stand worden gebracht?

Op basis van de interviews Aan alle geïnterviewde personen is de vraag voorgelegd of de uitgesproken doelstelling van (het toewerken naar) energieneutraal in 2040 plausibel is. Vrijwel steeds was de eerste reflex “Ja, dat zou gewoon moeten” en “technisch is het haalbaar” waarna in tweede instantie zorg werd uitgesproken over de haalbaarheid uit het oogpunt van draagvlak en betaalbaarheid.

Beeld op basis van een proefberekening Op basis van de eerste nulmeting van adviesbureau Overmorgen in het kader van de duurzaamheidsagenda is een proefberekening gemaakt. Uit een energiemix opgesteld door Overmorgen zijn de opgaves voor zon in veldopstelling en wind op land gehaald. Tevens is gekeken naar het doel om alle woningen in 2040 van het gas af te hebben. De ambitie 2040 energieneutraal is vervolgens terugvertaald naar een begrijpelijke eenheid.

29

Tabel proefberekening voor de haalbaarheid van de ambities Gemeente Achtkarspelen

Opgave op basis van energiemix Overmorgen* 12.000 woningen van het gas af in 2040 17 windmolens van 3 MW** 148 ha zonneveld - 12**

Begrijpelijke eenheid

Circa 12 woningen per week Circa 4 windmolens per periode van 5 jaar 34 ha in vijf jaar, of bijna 3 keer het veld bij Buitenpost Tytsjerksteradiel 13.800 woningen van het gas af in 2040 Circa 13 woningen per week 22 windmolens van 3 MW** Circa 5 windmolens per periode van 5 jaar 202 ha zonneveld – 10,5** 48 ha in vijf jaar, of 4 keer het veld bij Buitenpost * in deze energiemix zitten besparing, wind, zon (op daken en in veld en als zonnecollector), collectieve warmte, individuele warmte, hernieuwbaar gas, biomassa. Deze bronnen moeten samen de totale taakstelling opleveren. ** het gaat hier om de totale opgave, bestaande opstellingen moeten hiervan afgetrokken worden. In Achtkarspelen is een zonneveld van 12 ha aanwezig in Tytsjerksteradiel een zonneveld van 6 ha en 4,5 ha.

De proefberekening laat zien dat er forse stappen moeten worden gemaakt in korte tijd. Daarbij komt dat: ✓ de voorbereiding van dit soort projecten zorgvuldig moet en tijd kost (vooronderzoek, participatie, ruimtelijke procedure); ✓ er op dit moment binnen het provinciale beleid geen ruimte wordt geboden voor nieuwe windturbines (afgezien van enkele specifieke gevallen waarin dorpen zelf al langere tijd een plan voor een dorpsmolen hebben); ✓ het elektriciteitsnetwerk op korte termijn niet op alle plaatsen extra kan worden belast; ✓ de bouwsector te maken heeft met krapte in het personeel gezien het aantrekken van de woningmarkt in combinatie met de benodigde arbeidskracht voor isolatie van woningen aanleggen van warmtepompen en dergelijke; ✓ er in de energiemix al rekening is gehouden met een besparing van 49%. Dit is een hoog percentage gezien het feit dat het energieverbruik in de afgelopen jaren alleen maar is gestegen.

Concluderende bevinding deelvraag 6.5 De haalbaarheid van de ambitie 2040 energieneutraal is op zijn minst twijfelachtig te noemen.

6.6 Kunnen de gemeenten de voortgang in de gaten houden? Welke vorm van monitoring is wenselijk en doenlijk? En wat hebben de raden aan informatie nodig?

Monitoring In het verleden heeft wel een zekere monitoring van de beleidsnota’s plaatsgevonden. Gezien vanuit het huidige perspectief gebeurde dit echter na lange periodes, niet frequent en weinig kwantitatief of aan de hand van vaste indicatoren gekoppeld aan het nagestreefde doel.

30

Informatie voor de raden De raden hebben in de werksessies gemarkeerd welke informatie zij nodig hebben om hun rol in de energietransitie op een goede manier te kunnen vervullen. Het gaat daarbij om kennis, om harde feiten waaruit blijkt wat de wettelijke verplichtingen/verplichtingen op basis van gemaakte afspraken zijn, en wat de gemeenten zelf als doel hebben. Ook willen de raden goed geïnformeerd worden over de stand van zaken; wat is er al gedaan en wat moet er nog gebeuren? Voor de regionale opgave in de RES willen raadsleden weten welk aandeel wordt geleverd aan de landelijke opgave en hoe dat wordt berekend. De raden vinden het belangrijk dat er een duidelijke plek en aandacht is voor Lânskip, Mienskip en Jild. Zij willen dat er op al die punten informatie wordt gegeven en verantwoording wordt afgelegd.

Concluderende bevinding op deelvraag 6.6 Voor de toekomst is het belangrijk dat de informatievoorziening aan de raad en de monitoring zorgvuldig, compleet en frequent plaatsvindt. De energietransitie leent zich, voor dat deel wat verplicht is, voor een programmatische aanpak waarbij een doel SMART wordt geformuleerd, inspanningen en indicatoren worden bepaald, een nulmeting wordt gemaakt en monitoring plaatsvindt.

6.7 Wat kunnen de gemeenten beter doen, met name voor de raden? Wat is de rol van de raad? Waar kan de raad invloed uitoefenen, welke middelen worden gebruikt en waar liggen nog verbetermogelijkheden of onbenutte mogelijkheden? Hoe kunnen we de raadsleden het comfort bieden dat ze goed toegerust zijn als ze moeten besluiten, adviseren en controleren?

De rol van de raden De rol van de gemeenteraad bestaat uit kaderstellen, controleren en vertegenwoordigen. De komende jaren zijn er veel beleidsstukken in ontwikkeling. De drie rollen van de raad zijn aan de orde in alle fasen van beleidsvorming; van de startfase, naar de planvormingsfase, naar de vaststellingsfase en de fase van uitvoering waarin monitoring en evaluatie plaatsvindt. Bij de energietransitie gaat het daarbij om een dusdanig verstrekkend onderwerp dat beleidsdoelen en beleidsvorming niet alleen op lokaal niveau maar ook op Europees, landelijk en regionaal niveau worden bepaald. In de eerste werksessie met de gemeenteraden bleek dat de raadsleden dit als complex ervaren. Op de aard van de beleidsdoelen (opgave van 35 TWh op land) en de planning van beleidsvorming (RES) lijken de gemeenteraden geen invloed te hebben. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat de huidige ambities op gemeentelijk niveau verstrekkender zijn dan die op landelijk niveau. De eigen doelen zijn vergelijkbaar in taakstelling en hebben een kortere of vergelijkbare termijn van realisatie. (Bij die ambitie: “Het toewerken naar energieneutraal zijn in 2040 op gemeentelijk niveau” heeft de gemeente Achtkarspelen een nuancering aangebracht dat men dit doel zo snel mogelijk wil bereiken).

De eigen doelen betreffen het eigen gemeentelijke grondgebied, terwijl de doelen op rijksniveau zijn geformuleerd voor de regio; in dit geval de provincie Fryslân. Ook goed om te markeren is dat de gemeenteraden een belangrijke rol spelen in de democratische legitimatie van de energietransitie. Deze rol kan geclaimd worden in de vaststelling van de RES en de vorm waarin de RES in de gemeentelijke Omgevingsvisie wordt vertaald. Er zijn ook mogelijkheden om tijdens de beleidsvorming en vaststelling, allianties te vormen en in samenwerking met andere

31

gemeenteraden, provinciale staten en/of het waterschapsbestuur een gebundelde invloed uit te oefenen. Tot slot: de RES is een regionale opgave (Fryslân is een van de vier provincies waar de energieregio gelijk is aan het provinciegebied), maar de Transitievisie Warmte is een gemeentelijke opgave.

Drie hoofdlijnen Wat er beter kan laat zich naar onze opvatting vertalen in drie hoofdlijnen: ✓ Richt je op datgene waar je invloed op hebt. Binnen de energietransitie zijn er onderdelen waar je als gemeente relatief veel kan betekenen. Denk aan voorlichting, bewustwording, draagvlakverwerving, de gebouwde omgeving, het goede voorbeeld geven en inkoopbeleid. Bij andere onderdelen zoals transport en mobiliteit is de invloed van de rijks- en provinciale overheid groter. Het rijk beslist over het belastingsysteem op brandstoffen en auto’s, de provincie gaat veelal over de concessies voor het open vervoer en de provincie is leidend in het beleid ten aanzien van windmolens. ✓ Zorg dat je er bovenop zit. Er gebeurt veel in korte tijd. Zorg dat je als raad weet wanneer je in welke rol aan bod bent bij de vorming, vaststelling en uitvoering van beleid. Bereid je voor en maak afspraken over tijdige en heldere informatievoorziening. ✓ Richt je op dat wat het belangrijkste is: Lânskip, Mienskip en Jild. Uit het vooronderzoek blijkt dat Lânskip, Mienskip en Jild voor alle partijen die we gesproken hebben (energiecoöperaties, ambtenaren, bestuurders en raden) belangrijk zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=7a127af9-d508-4a43-acb1-a23ad48d7423