Bijlage 2 - Motivering BOPA
Tekst van het document
Ook is er op eigen terrein voldoende ruimte om te voorzien in de parkeerbehoefte voor fietsen. Conclusie Gezien de beperkte toename in verkeersgeneratie en de capaciteit van de ontsluitende wegen, zal het verkeer op een goede manier kunnen worden afgewikkeld. Er is voldoende ruimte op eigen terrein om te voorzien in de parkeerbehoefte. Er is vanuit het aspect verkeer en parkeren geen sprake van belangrijke negatieve effecten.
3.2 Geluid Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen De ontwikkeling betreft het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen met een woonfunctie binnen het geluidaandachtsgebied van de geluidbronsoort gemeentewegen. Het gaat om De Stelling en De Wjukken. Op beide wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Ook zijn het beide doodlopende straten die enkel voor bestemmingsverkeer richting de woningen worden gebruikt. In de beoogde situatie worden de nieuwe woningen ontsloten via deze twee wegen. Gezien de aard van beide wegen en het geringe aantal woningen wat in de huidige en toekomstige situatie via deze wegen wordt ontsloten, is het zeer aannemelijk dat wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB. Op basis hiervan wordt ter plaatse een akoestisch aanvaardbare situatie verwacht. In de omgeving van het projectgebied zijn geen andere geluidbronnen (spoor, industrie, luchtvaart) aanwezig die van invloed zijn op de akoestische situatie ter plaatse. Geluid door activiteiten Met de beoogde ontwikkeling worden geluidgevoelige gebouwen, namelijk woningen, mogelijk gemaakt.
11/17
Het projectgebied ligt niet in de nabijheid van een bedrijfsbestemming. Het meest dichtstbijzijnde bedrijf ligt op een afstand van 250 meter en is een melkveehouderij (Dominee Pelstraat 17, 9265 LZ Suwald). Gelet op de afstand en reeds aanwezige woningen op kortere afstand van het bedrijf is het niet aannemelijk dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake is van hinder. Geluideffect beoogde ontwikkeling op de omgeving Als gevolg van de beoogde ontwikkeling is er sprake van een beperkte toename van de verkeersgeneratie. Dit kan effect hebben op de omgeving doordat de geluidbelasting op bestaande woningen langs de ontsluitingsroutes toeneemt. Gelet op de beperkte toename worden geen negatieve effecten op de omgeving verwacht. Conclusie Ten aanzien van het aspect geluid worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.
3.3 Luchtkwaliteit De gemeente Tytsjerksteradiel is geen aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide en/of fijnstof. Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit ter plaatse is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) geraadpleegd. Uit de CIMLK-viewer blijkt dat in 2024 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof in de omgeving van Suwâld ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De luchtkwaliteit ter plaatse is aanvaardbaar. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie en de daarmee gepaarde uitstoot toe. De beoogde ontwikkeling omvat de realisatie van 13 woningen en valt daarmee onder de standaardactiviteiten zoals genoemd in artikel 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze activiteiten dragen ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Gelet hierop is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen. Conclusie Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het milieu verwacht.
3.4 Omgevingsveiligheid Bij een m.e.r.-beoordeling wordt ten aanzien van omgevingsveiligheid naar verschillende risicobronnen gekeken, namelijk bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door leidingen. Met dit project wordt niet voorzien in een nieuwe risicovolle activiteit. Wel worden kwetsbare gebouwen (woningen) mogelijk gemaakt. Aan de hand van de Atlas Leefomgeving is inzicht gegeven in de risicobronnen in de omgeving (zie figuur 3.1). Hieruit blijkt dat er op grotere afstand verschillende risicobronnen aanwezig zijn, maar niet in de directe omgeving van het projectgebied. Het projectgebied ligt dan ook niet binnen de invloedsfeer van risicovolle inrichtingen en/of transportroutes waar sprake is van vervoer van gevaarlijke stoffen.
12/17
Figuur 3.1: Situering risicobronnen nabij de projectlocatie (blauw omkaderd) (Bron: atlasleefomgeving.nl) De locatie van de woningen ligt binnen bestaand stedelijk gebied, waar ingeval van een incident voldoende bluswatervoorzieningen beschikbaar zijn. De infrastructuur rondom de woningen zorgt voor gemakkelijke toegang via nabijgelegen wegen, waarbij ook ruimte is voorzien voor voertuigen zoals brandweerwagens en ambulances. Conclusie Ten aanzien van het aspect omgevingsveiligheid worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor het milieu verwacht.
3.5 Bodem en grondwater Huidige situatie In het kader van de beoogde ontwikkeling is voor het projectgebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage bij de BOPA). Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn er aanwijzingen voor een vermoeden van bodemverontreiniging. Op basis hiervan wordt de locatie deels als verdacht voor bodemverontreiniging beschouwd. De analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn als volgt: - in één mengmonster van de grond (MM9) is voor minerale olie een licht verhoogd gehalte gemeten; - in de overige mengmonsters van de grond zijn geen verhoogde gehalten gemeten; - in het grondwater ter plaatse van peilbuis 3 is voor naftaleen een licht verhoogde concentratie gemeten; - in het grondwater ter plaatse van peilbuis 4 zijn voor koper, zink en naftaleen licht verhoogde concentraties gemeten; - in het grondwater ter plaatse van peilbuis 22 zijn geen verhoogde concentraties gemeten. De concentraties in het grondwater zijn dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Ook het gemeten gehalte minerale olie in de grond is dusdanig beperkt dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouwplannen.
13/17
Effectbeoordeling Ter plaatse van de projectlocatie is de bodem geschikt voor de beoogde functie (wonen). Met de beoogde ontwikkeling worden geen bodemvervuilende activiteiten mogelijk gemaakt. Bij grondverzet dient rekening te worden gehouden met eventuele gebruiksbeperkingen bij hergebruik van de vrijkomende grond op een andere locatie. Conclusie Vanuit het aspect bodem worden er geen belangrijke negatieve effecten voor het milieu verwacht.
3.6 Water Huidige situatie Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. In de huidige situatie is het projectgebied onbebouwd. Op dit moment wordt de grond hobbymatig gebruikt en betreft het grasland en in het noorden een kleine moestuin (zie ook figuur 2.7). Grenzend aan de zuidkant van het projectgebied is een secundaire watergang gelegen (zie figuur 3.2). Binnen en direct grenzend aan het projectgebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Het projectgebied is dan ook niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering.
Figuur 3.2: Ligging watergang nabij projectgebied (blauw gearceerd) (Bron: Legger Wetterskip Fryslân) Effectbeoordeling Toename van verhard oppervlak Als gevolg van de beoogde ontwikkeling neem het verhard oppervlak toe.
14/17
Hemelwaterafvoer Schoon hemelwater moet gescheiden van afvalwater worden afgevoerd. De ontwikkeling wordt aangesloten op het bestaande gescheiden rioleringssysteem. Waterkwaliteit Bij de inrichting, bouw en beheer fase worden zo min mogelijk vervuilende stoffen toegevoegd aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Blootstelling van uitloogbare bouwmaterialen zoals zink, koper en lood aan hemelwater wordt tot een minimum beperkt worden. Ook een gifvrij beheer van de buitenruimte (weg- en groenbeheer) levert een belangrijke positieve bijdrage aan de waterkwaliteit. Daarnaast wordt er ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geen grondwater onttrokken. Voor de voorgenomen ontwikkeling is de digitale watertoets uitgevoerd (zie bijlage bij de BOPA). Op basis van dit Wateradvies geeft het Wetterskip Fryslân een positief wateradvies. Over de voorgestelde maatregelen en het watersysteem wordt nadere afstemming gezocht met het waterschap zodat geen sprake is van negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse, mits aan de uitgangspunten van het waterschap wordt voldaan.
3.7 Natuur Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van natuur zijn de volgende criteria van belang: ● Gebiedsbescherming: aantasting of verstoring van Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland; ● Soortenbescherming: aantasting of verstoring van bestaande natuurwaarden. Gebiedsbescherming Het project is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000-gebieden. De ‘Alde Faenen’ is het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en ligt op circa 3,2 kilometer van het projectgebied. De dichtstbijzijnde onderdelen van Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevinden zich op circa 500 meter ten westen van het projectgebied (zie figuur 2.4 en 2.5). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het projectgebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Indirecte negatieve effecten zoals stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten, omdat effecten op natuurgebieden door stikstofdepositie nog op een grote afstand van een bepaalde ontwikkeling kan plaatsvinden. Om die reden is voor dit project een stikstofberekening uitgevoerd (zie bijlage bij de BOPA).
Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn dan ook niet aan de orde. Daarnaast ligt het projectgebied wel in een Weidevogelkansgebied (zie figuur 2.6). Hoewel het projectgebied is gelegen tegen een bestaande woonwijk aan, kan het projectgebied als geschikt habitat worden gezien voor weidevogels. In de BOPA-onderbouwing staat hoe met het aspect weidevogelkansgebied wordt omgegaan. Soortenbescherming De tijdelijke woningen worden gebouwd op een stuk grond dat momenteel braak ligt. Een gedeelte van het projectgebied is momenteel bedekt door stelcon-platen, waardoor het gebied geen habitat specifieke eigenschappen heeft voor beschermde soorten.
15/17
Ook is het projectgebied direct aan een twee doodlopende straten (De Stelling en De Wjukken) gelegen, waardoor de aanwezigheid van nesten van (beschermde) diersoorten onwaarschijnlijk zijn. Daarnaast is het projectgebied reeds in gebruik als grasland. Gelet op voorgaande wordt verwacht dat er ter plaatse van het projectgebied geen beschermde soorten voorkomen. Op basis hiervan zijn dan ook geen belangrijke nadelige effecten te verwachten. Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt. Er is dan ook geen sprake van belangrijke nadelige effecten. Conclusie Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn er geen negatieve effecten te verwachten op beschermde gebieden, zoals Natura 2000-gebieden en het NNN. Ook is er geen sprake van negatieve effecten op beschermde soorten.
3.8 Cultuurhistorie en archeologie Archeologie Op basis van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) voor de periode ijzertijd-middeleeuwen blijkt dat voor het projectgebied karterend onderzoek 3 wordt geadviseerd. In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd – middeleeuwen. Op basis hiervan is archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage bij de BOPA). Uit het onderzoek volgt dat er vanwege de grotendeels verloren oorspronkelijk bodemopbouw en het volledig ontbreken van relevante archeologische indicatoren, geen aanleiding is tot nader archeologisch onderzoek. Op basis hiervan is als gevolg van de beoogde ontwikkeling dan ook geen sprake van negatieve effecten. Cultuurhistorie Op de Cultuurhistorische Kaart Fryslân worden cultuurhistorische waarden aangeduid. In en rondom de nabije omgeving van het projectgebied bevinden zich geen cultuurhistorische waarden. Op basis hiervan is als gevolg van de beoogde ontwikkeling dan ook geen sprake van negatieve effecten. Monumenten, karakteristieke panden, beschermde gezichten, monumentale bomen In de nabije omgeving van het projectgebied bevinden zich geen monumenten, karakteristieke panden, beschermde gezichten of monumentale bomen. Het project heeft derhalve geen negatieve invloed op deze aspecten. Landschap Het projectgebied maakt geen deel uit van een beschermd landschap.
Conclusie Vanuit de aspecten archeologie en cultuurhistorie zijn geen belangrijke negatieve effecten te verwachten voor de omgeving.
3.9 Trillingen Effectbeoordeling en conclusie Met de beoogde ontwikkeling worden woningen mogelijk gemaakt. Dit zijn trillingsgevoelige gebouwen. In de directe omgeving zijn er echter geen bronnen aanwezig die trillingshinder veroorzaken ter plaatse van het projectgebied. Er zijn vanuit het aspect trillingen geen belangrijke negatieve effecten te verwachten.
16/17
3.10 Windhinder en bezonning Effectbeoordeling en conclusie Dit milieuaspect speelt vooral bij hoogbouw. Bij deze ontwikkeling is hiervan geen sprake. Gezien de bouwhoogte en de afstand tot de omliggende bebouwing zal het omgevingsaspect schaduwhinder en windhinder geen belemmeringen opleveren. Vanuit het aspect wind is er als gevolg van de ontwikkeling geen sprake van belangrijke negatieve effecten op de omgeving.
3.11 Geur Effectbeoordeling De nieuwe woningen die mogelijk gemaakt worden zijn geurgevoelige objecten. Op circa 250 meter afstand ten zuiden van het projectgebied is een melkveehouderij gevestigd. Op een afstand van minder dan 100 meter tot de melkveehouderij staan al bestaande woningen aan de Dominee Pelstraat. Deze woningen liggen tussen het agrarisch bedrijf en de nieuwe woningen in. Gelet op de ruime afstand en reeds bestaande woningen, worden geen belangrijke nadelige effecten verwacht. Verder zijn er in de omgeving van het projectgebied geen andere geurveroorzakende activiteiten (bedrijven, veehouderijen en dergelijke) met een invloed op het projectgebied aanwezig. Ook voorziet de beoogde ontwikkeling zelf niet in het mogelijk maken van geurveroorzakende activiteiten. Conclusie Vanuit het aspect geur is er als gevolg van de ontwikkeling geen sprake van belangrijke negatieve effecten op de omgeving.
3.12 Aanlegwerkzaamheden Effectbeoordeling en conclusie Tijdens de werkzaamheden voor de aanleg-/bouwwerkzaamheden van de beoogde ontwikkeling kunnen milieueffecten optreden. Daarbij gaat het met name om geluidhinder, trillingen en verkeer gerelateerde effecten. Zo nodig worden maatregelen getroffen om overlast voor de directe omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit dient bij het uitwerken van de aanpak en fasering van de uitvoeringswerkzaamheden nader te worden geconcretiseerd. Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden op de locatie, aard en omvang van het plan kunnen belangrijke negatieve milieueffecten uitgesloten worden.
4. Conclusie Uit de informatie in deze notitie blijkt dat de kenmerken van het project, de plaats en de kenmerken van de milieueffecten geen aanleiding vormen voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dat wanneer wordt voldaan aan de gestelde eisen en maatregelen, zoals beschreven in hoofdstuk 3, er geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht worden.
17/17
Bijlage 3
79/223
Onderzoek Flora & Fauna
2025 w1
Quickscan Flora & Fauna Omgevingswet Realisatie dertien woningen te Suwâld
++
COLOFON BUREAU FAUNAX B.V. Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden 0683772548 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus
Quickscan Flora & Fauna Omgevingswet Realisatie dertien woningen te Suwâld Leeuwarden, augustus 2025 In opdracht van: Rho Adviseurs Uitvoering: Bureau FaunaX B.V. Veldwerk: Dhr. R. Hiemstra Rapportage: Dhr. J. Groen Autorisatie: Dhr. E.P. de Boer
Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied. © Bureau FaunaX B.V. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX B.V. (2025). Quickscan Flora & Fauna Omgevingswet/ Realisatie dertien woningen te Suwâld. Rapport 24305. Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX B.V. heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX B.V., verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Gegevens die afkomstig zijn uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.
INHOUDSOPGAVE 1.
2
INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1
Aanleiding ..................................................................................................................... 1
1.2
Doel ...............................................................................................................................2
1.3
Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2
1.4
Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3
RESULTATEN QUICKSCAN ...........................................................................................6 2.1
Flora .............................................................................................................................. 6
2.2
Vogels ........................................................................................................................... 6 Jaarrond beschermde vogelnesten .............................................................................. 6
2.3
Zoogdieren ....................................................................................................................7 Vleermuizen ..................................................................................................................7 Overige zoogdieren .......................................................................................................7
2.4
Reptielen....................................................................................................................... 8
2.5
Amfibieën ..................................................................................................................... 8
2.6
Vissen ........................................................................................................................... 8
2.7
Ongewervelden ............................................................................................................ 9
2.8
Gebiedsbescherming ................................................................................................... 10 Stikstofgevoeligheid ..................................................................................................... 11
2.9 3
4
Houtopstanden ........................................................................................................... 12
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ..............................................................................13 3.1
Overzicht beschermde soorten .................................................................................. 13
3.2
Effectbespreking en aanbevelingen ............................................................................ 13
3.3
Overzicht vervolgstappen ........................................................................................... 14
LITERATUUR EN BRONNEN ........................................................................................15
BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Omgevingswet: Soortbescherming ....................................................................................- 1 Omgevingswet: Gebiedsbescherming ............................................................................... - 4 Omgevingswet: Houtopstanden ....................................................................................... - 5 -
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Men is voornemens om in Suwâld dertien woningen te realiseren. Ruimtelijke plannen zoals deze dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000, NatuurNetwerk Nederland, weidevogelgebieden en/of ganzenfoerageergebieden), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische Quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden. Voor meer informatie over de Omgevingswet (hierna Ow) en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I.
Figuur 1.1: Het plangebied (rood omlijnd) te Suwâld.
1
1.2 Doel Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.
Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Omgevingswet beschermde soorten voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden en/of houtopstanden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?
Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.
1.3 Onderzoeksopzet Soorten In opdracht van Rho Adviseurs heeft Bureau FaunaX B.V. het planvoornemen door middel van een ecologische Quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze Quickscan heeft bestaan uit een bureaustudie en een veldbezoek gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische Quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze Quickscan is uitgevoerd op 23 januari 2025 en vond plaats onder frisse weersomstandigheden (6 °C, windkracht 3, licht bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.
Houtopstanden Onder de Ow worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantingsplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Ow zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent het NatuurNetwerk Nederland (NNN), ganzenfoerageergebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief.
2
1.4 Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het plangebied (Figuur 1.1) bestaat uit een perceel (Hardegarijp, sectie I, nummer 1722) aan de westkant van Suwâld. Op het perceel is op het moment van schrijven sprake van een agrarische invulling in de vorm van grasland. Het meest noordelijke deel is ingericht als moestuin. Het perceel wordt aan de noord-, west- en zuidkant begrensd door een sloot en agrarisch gebied. Aan de oostkant wordt het begrensd door een woonwijk. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door intensief beheerde graslanden en de bebouwde kom van Suwâld. In het plangebied zijn op een enkele wilg na geen bomen of gebouwen aanwezig. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van dertien woningen, inclusief een toegangsweg en meerdere parkeerplaatsen, zoals weergegeven in Figuur 1.2. Daarnaast is gemeente Tytsjerksteradiel ten tijde van dit schrijven in gesprek met Wetterskip Fryslân over het verdiepen van de sloot aan de westzijde van het plangebied en het vervangen van een duiker aan de westzijde van het plangebied (Figuur 1.3).
Figuur 1.2: Het planvoornemen. Bron: RHO Adviseurs.
3
Figuur 1.3: Impressie van de duiker die vervangen wordt aan de westzijde van het plangebied.
4
Figuur 1.4: Een impressie van het plangebied.
5
2 RESULTATEN QUICKSCAN 2.1 Flora De vegetatie binnen het plangebied wordt gedomineerd door de vegetatie in de moestuin, gecultiveerd raaigras en plantensoorten die wild in het grasland zijn opgekomen, zoals fluitenkruid en smalle weegbree. Beschermde soorten zijn niet aangetroffen en het habitat in het plangebied is hiervoor niet geschikt. De omstandigheden zijn te voedselrijk en te intensief beheerd. Het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. •
De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen.
2.2 Vogels Jaarrond beschermde vogelnesten Roofvogels en uilen Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten en horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels en uilen. Jaarrond beschermde nesten kunnen zich echter ook in boomholten bevinden, bijvoorbeeld in het geval van de zwarte specht. Tijdens het veldbezoek is de enkele boom in het plangebied gecontroleerd op de aanwezigheid van (potentiële) jaarrond beschermde nesten. Hierbij zijn geen nesten aangetroffen. Dit geldt ook voor bomen buiten het plangebied, maar binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Negatieve effecten op jaarrond beschermde boomnesten kunnen daardoor worden uitgesloten. Door de afwezigheid van bebouwing in het plangebied, kan ook de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in bebouwing op voorhand worden uitgesloten. •
Negatieve effecten op jaarrond beschermde nesten van vogels kunnen op voorhand worden uitgesloten.
Overige (broed)vogelsoorten Naast op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Het plangebied en de directe omgeving daarvan biedt broedmogelijkheden voor deze vogelsoorten. Zo kunnen soorten als de meerkoet tot broeden komen in de sloten direct grenzend aan het plangebied. De nesten van deze soorten genieten geen jaarronde bescherming, maar zijn wel beschermd op het moment dat er sprake is van een actief broedgeval. Het broedproces van deze soorten vindt over het algemeen plaats het broedseizoen, welke grofweg loopt van 15 maart tot 15 juli. Deze periode kan echter eerder beginnen of later eindigen, afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden. Wat van belang is, is of er sprake is van een actief broedgeval. Zo ja, dan is deze beschermd. •
6
Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen andere vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces (grofweg 15 maart - 15 juli).
2.3 Zoogdieren Vleermuizen Verblijfplaatsen Vleermuizen verblijven in Nederland over het algemeen in bomen, in gebouwen of in andere kunstmatige bouwwerken. In bomen verblijven vleermuizen vaak in oude spechtengaten of gaten die binnenin een boom zijn doorgerot als het gevolg van bijvoorbeeld het afbreken van takken. De boom in het plangebied werd tijdens het veldbezoek gecontroleerd op holten. Hierbij werden geen voor vleermuizen geschikte holten aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in boomholten in het plangebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Omdat in het plangebied geen bebouwing aanwezig is, kan ook de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in bebouwing op voorhand worden uitgesloten. Foerageergebieden en vliegroutes Vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen kunnen bescherming genieten als deze van essentieel belang zijn voor het in stand houden van een verblijfplaats. Ons inziens is hier in het plangebied geen sprake van. Het plangebied heeft niet de kenmerken van essentieel foerageergebied of een essentiële vliegroute omdat het een kaal weiland betreft. Voor zover de sloten om het plangebied als vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen kunnen dienen, zijn er in de omgeving meer dan genoeg alternatieven aanwezig in de vorm van vergelijkbare sloten. • • •
De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten op essentiële vliegroutes van vleermuizen als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten op een essentieel foerageergebied van vleermuizen als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten.
Overige zoogdieren Het plangebied is tevens gecontroleerd op de aanwezigheid van (geschikt habitat van) overige beschermde soorten zoogdieren. Uit Suwâld en de ruime omgeving hiervan zijn recente (<10 jaar) waarnemingen bekend van de volgende beschermde landzoogdieren (bron: NDFF); boommarter, bunzing, das, hermelijn, otter, waterspitsmuis en wezel. Het voorkomen van verblijfplaatsen van de boommarter kan worden uitgesloten omdat er geen boomholten aanwezig zijn waarin de soort kan verblijven. Voor de waterspitsmuis, wezel, hermelijn en bunzing is in het plangebied te weinig dekking aanwezig. In de regel verblijven deze soorten niet in intensief beheerde weilanden. Ook de oevers van de sloten worden voor deze soorten te intensief beheerd. Op basis van dit laatste kan ook worden uitgesloten dat de otter in of langs het plangebied verblijft. Voor de das geldt dat van deze soort geen sporen, zoals dassenpijpen, zijn aangetroffen. Op basis van bovenstaande kunnen negatieve effecten op verblijfplaatsen en/of essentieel leefgebied van beschermde zoogdieren op voorhand worden uitgesloten. In het plangebied kunnen zoogdiersoorten aanwezig zijn die binnen de Provincie Fryslân ten tijde van dit schrijven zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen. Voor dergelijke soorten dient men zich te houden aan de specifieke zorgplicht voor ruimtelijke ingrepen (Bijlage I).
7
•
Negatieve effecten op (het leefgebied van) overige beschermde zoogdiersoorten, waaronder kleine marterachtigen als gevolg van het planvoornemen kunnen naar ons inzicht op voorhand worden uitgesloten, mits men zich aan de zorgplicht voor ruimtelijke ingrepen houdt (Bijlage 1).
2.4 Reptielen Het plangebied is tevens gecontroleerd op waarden voor beschermde reptielen. Uit Suwâld en de ruime omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde reptielen bekend (bron: NDFF). Hiernaast vormt het plangebied, dat uit een intensief beheerd weiland bestaat, geen geschikt habitat voor deze soorten. Negatieve effecten op beschermde reptielen kunnen op voorhand worden uitgesloten. •
De aanwezigheid van (leefgebied van) beschermde reptielen binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.
2.5 Amfibieën Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor beschermde amfibieën. Het voorkomen van beschermde amfibieën in het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens (bron: NDFF). Uit Suwâld en de ruime omgeving hiervan zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend. Binnen het plangebied komen waarschijnlijk wel andere, lichter beschermde amfibieën voor, zoals de bruine kikker. Hoewel deze soorten zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, dient men zich wel te houden aan de specifieke zorgplicht voor ruimtelijke ingrepen (zie Bijlage I). • •
De aanwezigheid van (leefgebied van) beschermde amfibieën binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. Voor andere, licht beschermde, vrijgestelde soorten geldt de specifieke zorgplicht voor ruimtelijke ingrepen (zie Bijlage I).
2.6 Vissen Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor de in Nederland voorkomende groep beschermde zoetwatervissen. De sloten die om het plangebied lopen worden gevoed door kwel. Ook is in deze sloten een goed ontwikkelde sliblaag aanwezig. De combinatie van deze eigenschappen, alsmede het feit dat de omgeving van Suwâld van oudsher gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van veengrond, duidt erop dat er sprake kan zijn van leefgebied van de grote modderkruiper. De dichtstbijzijnde waarneming is gedaan op ongeveer drie kilometer afstand van het plangebied (bron: NDFF). Deze afstand is relatief groot, maar feitelijk wordt Suwâld omringd door bekende populaties van de soort uit de Âlde Feanen, de omgeving van het Bergumermeer en de Grutte Wielen. De ervaring leert daarbij dat deze soort slecht in kaart is gebracht en makkelijk over het hoofd wordt gezien. Op basis van bovenstaande kan de aanwezigheid van de grote modderkruiper in de sloten om het plangebied niet op voorhand worden uitgesloten. Volgens het planvoornemen (Figuur 1.3) wordt de sloot aan de westkant van het plangebied mogelijk verdiept en wordt in deze sloot mogelijk een duiker vervangen. Hierover is gemeente Tytsjerksteradiel ten tijde van dit schrijven in gesprek met Wetterskip Fryslân. Uit dit gesprek zal blijken of deze werkzaamheden daadwerkelijk zullen plaatsvinden.
Als de sloot verdiept wordt en de duiker vervangen wordt, is het aannemelijk dat de slootkant aan beide zijden van de duiker wordt aangetast. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de grote modderkruiper ten gevolge van het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten als de genoemde duiker wordt vervangen. 8
Figuur 2.6: De sloten om het plangebied heen worden gevoed door kwel.
•
Negatieve effecten op grote modderkruiper kunnen niet op voorhand worden uitgesloten.
2.7 Ongewervelden De meeste onder de Ow beschermde soorten ongewervelden, zoals dagvlinders, libellen, mollusken of (water)kevers hebben zeer specifieke habitateisen die in specifieke biotopen worden aangetroffen. Van dergelijke habitateigenschappen is binnen het plangebied geen sprake. Zo is er geen geschikt habitat voor waardplanten van beschermde vlinders en worden er geen waterpartijen aangetast waarin beschermde libellen zich voort kunnen planten. In de sloten om het plangebied heen zit te weinig watervegetatie voor beschermde libellensoorten. Negatieve effecten op (leefgebied van) beschermde ongewervelden als gevolg van het planvoornemen kunnen op voorhand worden uitgesloten. •
Negatieve effecten op leefgebied van beschermde ongewervelden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten.
9
2.8 Gebiedsbescherming Tijdens de bureaustudie is één vorm van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking heeft op het plangebied. Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000gebied, ganzenfoerageergebied of het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Daarnaast zit er ook voldoende afstand tussen de gebieden: het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 0,6 km afstand, het dichtstbijzijnde ganzenfoerageergebied op circa 2,3 km afstand en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 3 km afstand (Figuur 3). Negatieve effecten op deze gebieden, zoals verstoring, aantasting van kwaliteit en wezenlijke kenmerken en waarden als gevolg van het planvoornemen (anders dan als gevolg van stikstofuitstoot) kunnen op voorhand worden uitgesloten. Wel valt het plangebied binnen de begrenzingen van een door de Provincie Fryslân aangewezen Weidevogelkansgebied (Figuur 4, bron: Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân). Gezien de eigenschappen van het plangebied (open grasland), kan worden gesteld dat als gevolg van het planvoornemen de oppervlakte aan geschikt weidevogelhabitat binnen dit Weidevogelkansgebied afneemt. Het valt daarentegen wel binnen de bufferzone van de laag “Openheid en rust voor weidevogels” (Figuur 5). Echter, er is sprake van meer dan 0,5ha aan weidevogelkansgebied wat verloren gaat. Volgens art.
2.53 Omgevingsverordening wordt dit derhalve door het bevoegd gezag gecompenseerd. We adviseren hierover contact op te nemen met het Team Groene Regelgeving van de Provincie Fryslân.
Figuur 3: Ligging van het plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van omliggende beschermde natuurgebieden (bron: Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân).
10
Figuur 4: Ligging van het plangebied (rood omcirkeld) in verhouding tot weidevogelkansgebieden en openheid en rust voor weidevogels (bron: Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân).
Figuur 5: Contour verstoring woonfunctie buffer rondom toekomstige woningen (bron: Gemeente Tytstjerksteradiel). •
Het plangebied is onderdeel van een Weidevogelkansgebied.
Stikstofgevoeligheid Het plangebied bevindt zich op zo’n drie kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied, de Âlde Feanen (bron: kaartenkijkdoos Friesland). Binnen het planvoornemen worden gebouwen geplaatst. Hierbij komt waarschijnlijk extra stikstof vrij, bijvoorbeeld als gevolg van
11
de inzet van mobiele werktuigen. Gezien de korte afstand tot de Âlde Feanen en andere Natura 2000-gebieden, kan het planvoornemen gepaard gaan met een toename in de lokale stikstofdepositie. De provincie is bevoegd gezag in deze en kan het noodzakelijk achten dat een AERIUS-berekening wordt uitgevoerd voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden. Bij twijfel dient hierover derhalve contact opgenomen te worden met de provincie. •
Mogelijk is een AERIUS-berekening benodigd voor de voortgang van het project. De Provincie Fryslân is hierbij bevoegd gezag.
2.9 Houtopstanden Als er een (deel van een) houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van meer dan 20 bomen buiten de bebouwingscontour houtkap kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. In het plangebied staat maar één boom. Van een melden/of herplantingslicht is derhalve geen sprake. •
12
Er is geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.
3 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 3.1 Overzicht beschermde soorten In onderstaand overzicht worden de aangetroffen en potentieel aanwezige beschermde soorten en hun beschermingsstatus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden samengevat. In de Omgevingswet (Ow), onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies, etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die vaste verblijfplaatsen in stand houdt. In dit overzicht zijn alleen die soorten opgenomen, waarvoor het plangebied onderdeel vormt van hun leefgebied en/of levenscyclus en waarop eventueel in de toekomst geplande werkzaamheden van negatieve invloed kunnen zijn. Tabel 3.1: Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna in en rond het plangebied. Soortgroep
Soort
Aanwezigheid Art 11.37 Bal Art. 11.46 Bal
Vogels
Algemene Broedvogels
Ja
Vissen
Grote modderkruiper Mogelijk
Overige soortgroepen
Overige soorten
Ja
Gebiedsbescherming
Weidevogelkansgebied
Ja
Gebiedsbescherming
(extra) Stikstofuitstoot
Ja
Art. 11.54 Bal
Vrijgesteld Advies Werken buiten broedseizoen of onder begeleiding van een ecoloog. Als de sloot aan de westzijde van het plangebied wordt verdiept en de duiker aan de westzijde van het plangebied wordt vervangen → Nader onderzoek
X
X
X
Specifieke zorgplicht. Informeer bij het TGR of compensatie dient plaats te vinden. Informeren bij de Provincie Fryslân.
3.2 Effectbespreking en aanbevelingen Algemene broedvogels Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces. We adviseren om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart - 15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Grote modderkruiper De sloten die grenzen aan het plangebied kunnen onderdeel zijn van het leefgebied van de grote modderkruiper. Afhankelijk van de uitkomst van het gesprek tussen gemeente Tytsjerksteradiel en Wetterskip Fryslân, wordt mogelijk de sloot aan de westzijde van het plangebied verdiept en wordt er een duiker aan de westzijde van het plangebied vervangen. Hierbij is het aannemelijk dat aan beide zijden van de duiker de sloot wordt aangetast. Als deze werkzaamheden aan de sloot plaatsvinden, adviseren we om op basis van nader onderzoek de aanwezigheid van grote modderkruiper vast te laten stellen of uit te laten sluiten. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd aan de hand van eDNA-onderzoek.
Indien de grote modderkruiper inderdaad in de sloten om het plangebied voorkomt, dient er een vergunning aan de Ow in het kader van soortbescherming te worden aangevraagd.
13
Specifieke zorgplicht Er kunnen soorten in het plangebied voorkomen waarvoor een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen. Voor deze en andere soorten geldt een specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Deze specifieke zorgplicht schrijft voor dat men bijvoorbeeld verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan onder andere tot uiting worden gebracht door altijd zo te werken dat dieren kunnen ontsnappen. De specifieke zorgplicht geldt voor de fysieke leefomgeving, inclusief elke soort en elk individu in Nederland. Voor de voorwaarden waaraan de vrijstellingen moeten voldoen in het kader van de soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt verwezen naar Bijlage I. Weidevogelkansgebied Het plangebied valt binnen een Weidevogelkansgebied, aangewezen door de Provincie Fryslân. Het plangebied, alhoewel gelegen tegen een woonwijk aan, kan worden bestempeld als geschikt habitat voor weidevogels. De hoeveelheid geschikt habitat binnen dit Weidevogelkansgebied gaat in dat geval derhalve in oppervlakte achteruit. We adviseren hierover contact op te nemen met het Team Groene Regelgeving en na te gaan of in dit plangebied compensatie dient plaats te vinden. Zie de Verordening Romte Fryslân (2014) voor meer informatie over dit aspect.
(extra)Stikstofuitstoot Voor de voortgang van de voorgenomen werkzaamheden is mogelijk een AERIUS-berekening benodigd. We adviseren hierover, indien nodig, contact op te nemen met het bevoegd gezag: de Provincie Fryslân.
3.3 Overzicht vervolgstappen Om het planvoornemen binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving doorgang te laten vinden, adviseren we de volgende vervolgstappen te ondernemen: • • • • •
14
Algemene broedvogels: werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart - 15 juli) of op basis van een broedvogelcheck. Grote modderkruiper: nader onderzoek bij verdieping sloot en vervanging duiker. Overige soorten: naleven van de specifieke zorgplicht (Bijlage I). Weidevogelkansgebied: informeren bij Provincie Fryslân. AERIUS-berekening: informeren bij Provincie Fryslân (indien nodig).
4 LITERATUUR EN BRONNEN Bronnen internet AERIUS-calculator https://calculator.aerius.nl/ DSO Kadaster https://viewer.dso.kadaster.nl/viewer?regelsandere=regels Google Maps https://www.google.com/maps Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân https://www.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=14fdb7eae5844c479140f89c88abdd d3 NDFF https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/ Omgevingsverordening Provincie Fryslân https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR703647/10 Ravon http://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Sovon https://www.sovon.nl/nl Verspreidingsatlas planten FLORON http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Waarneming.nl https://waarneming.nl Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl
15