CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Motivering BOPA

RAAD IEPEN POADIUM (RAADZAAL) 4 september 2025, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor woningbouw te Suwâld – de Wjukken (prosedureel)23.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

omgevingsvergunning

BOPA - Suwâld de Wjukken woningbouw Tytsjerksteradiel

DATUM IMRO IDN

NL.IMRO.0737.20241142-0001

PROJECT PROJECTLEIDER

Suwâld de Wjukken woningbouw M. van Putten

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Tytsjerksteradiel 20241142

AUTEUR STATUS

J. Busscher concept

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging projectgebied

6

1.3

Procedure

7

1.4

Leeswijzer

8

Beschrijving van het project en zijn omgeving

10

2.1

Huidige situatie

10

2.2

Toekomstige situatie

11

2.3

Omgevingsplan - mogelijkheden en strijdigheden

13

Participatie

15

3.1

Wat vindt de omgeving?

15

3.2

Wat vinden andere besturen?

15

Hoofdstuk 4

Beleidskader

17

4.1

Rijksbeleid

17

4.2

Provinciaal beleid

18

4.3

Regionaal beleid

20

4.4

Gemeentelijk beleid

21

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

24

5.1

M.e.r-beoordeling

24

5.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

25

5.3

Verkeer en parkeren

26

5.4

Ecologie: soortenbescherming

27

5.5

Ecologie: gebiedsbescherming

27

5.6

Luchtkwaliteit

30

5.7

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

30

5.8

Geluid door activiteiten

32

5.9

Geur

32

5.10

Omgevingsveiligheid

33

5.11

Trilling

34

5.12

Slagschaduw en windhinder

35

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 5

3/223

5.13

Cultureel erfgoed

35

5.14

Bodem

38

5.15

Water

38

5.16

Welstand

42

5.17

Duurzaamheid

43

5.18

Gezondheid

43

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

44

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

45

Bijlagen

47

Bijlage 1

Participatieverslag woningbouw Suwâld

49

Bijlage 2

M.e.r.-beoordelingsnotitie

61

Bijlage 3

Onderzoek Flora & Fauna

79

Bijlage 4

Stikstofonderzoek

105

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

123

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek

155

4/223

Ruimtelijke onderbouwing

5/223

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens 13 woningen te realiseren aan de Wjukken te Suwâld (Suawoude). Momenteel zijn de gronden voor het realiseren van deze woningen nog onbebouwd en bestemd als agrarische gronden. Het voornemen is om de gronden in te richten voor 13 woningen, inclusief bijbehorende erven. De gronden zijn volledig in eigendom van de gemeente. De beoogde ontwikkeling is niet toegestaan op basis van het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Tytsjerksteradiel op basis waarvan de regels van het bestemmingsplan 'Suwâld Dorp' (onherroepelijk vastgesteld op 9 september juni 2009) van toepassing zijn. Ter plaatse van het projectgebied is de bestemming 'Groen Groenvoorzieningen' van toepassing. Binnen deze bestemming zijn woningen niet toegestaan. De gemeente wil door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) afwijken van de planologische regeling. Een omgevingsplanactiviteit (OPA) is een activiteit die de gemeente in het omgevingsplan heeft aangewezen als vergunningplichtig. Deze aanvraag omgevingsvergunning wordt gedaan voor het toestaan van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit 'wonen'. Aan de omgevingsplanactiviteit voor 'bouwen' zullen toetsingscriteria worden gekoppeld waaraan toekomstige omgevingsvergunningen voor bouwen van de individuele woningen vervolgens zullen worden getoetst.

Er is daarmee sprake van een gefaseerde omgevingsvergunning voor een BOPA. Deze afwijking van het omgevingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke motivering, waarin wordt aangetoond dat er sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties (ETFAL) en dat er wordt voldaan aan de instructieregels van het Rijk en de Provincie Fryslân. Voorliggende onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied ligt in het dorp Suwâld, in de gemeente Tytsjerksteradiel. Figuur 1.1 geeft de ligging van het projectgebied weer ten opzichte van de omgeving. Het projectgebied bevindt zich aan de westelijke dorpsrand van Suwâld. Momenteel betreft het projectgebied agrarische grond. Het projectgebied is gelegen aan de doodlopende straten 'De Stelling' en 'De Wjukken'. Dit betreft twee zijstraten van de Mostermûne. De Mostermûne is op twee plaatsen verbonden met de Kerkbuurt, die het dorp doorsnijdt. Dit is de doorlopende route van het dorp welke in verbinding staat met de zuidoostelijk gelegen kern Burgum. Aan oostkant van het projectgebied bevinden zich woningen. Ten noorden, westen en zuiden van de projectlocatie liggen agrarische percelen.

6/223

Figuur 1.1

1.3

Ligging en begrenzing projectgebied (Bron: PDOK)

Procedure

Een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningsvrij is. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor een BOPA verlenen als de activiteit voldoet aan een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties (ETFAL) en er overeenstemming is met de instructieregels van het Rijk en de provincie. Bij de gemeente is het college van burgemeester en wethouders (B&W) het bevoegd gezag bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Er kan advies of instemming van een ander bestuursorgaan nodig zijn. Voor de voorgenomen ontwikkeling gaat het om bouwactiviteiten en woonactiviteiten. Reguliere procedure Op de aanvraag voor een BOPA is de reguliere procedure van toepassing en moet binnen 8 weken worden beslist door het college van burgemeester en wethouders. In het geval van advies met instemming van een ander bestuursorgaan wordt deze termijn met 4 weken verlengd (artikel 16.16 Omgevingswet). Een eenmalige verlenging van de termijn met 6 weken is ook mogelijk. Bindend advies gemeenteraad De gemeenteraad kan vooraf gevallen aanwijzen waarin een bindend advies nodig is voordat een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt verleend (artikel 16.15a en artikel 16.15b, Omgevingswet). Voor niet-aangewezen gevallen heeft de gemeenteraad geen adviesrecht.

Indien er sprake is van bindend adviesrecht

7/223

van de raad wijzigt de beslistermijn niet. De gemeenteraad van Tytsjerksteradiel heeft in zijn besluit van 17 januari 2022 activiteiten aangewezen waarin voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht advies van de raad nodig is. Het projectgebied is gelegen buiten de bebouwde kom. De aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt gedaan voor de gebruiksactiviteiten en de bouwactiviteiten voor 13 woningen en het gebruik van de gronden voor wonen. Het voornemen valt hiermee onder onderdeel 12 van de lijst, namelijk: "Het oprichten van een nieuw hoofdgebouw of één of meerdere woningen in strijd met de gebruiksbepalingen van het omgevingsplan, niet zijnde een vergroting en of herbouw van bestaande (bedrijfs)woningen". Volgens de lijst met activiteiten van de gemeente Tytsjerksteradiel is een advies van de gemeenteraad dus verplicht. Gefaseerde BOPA Voor de ontwikkeling van de woningen wordt gebruik gemaakt van een gefaseerde aanvraag omgevingsvergunning voor een BOPA. Deze motivering hoort bij de eerste aanvraag voor het ruimtelijk/planologisch basisbesluit voor de activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan Tytsjerksteradiel. Daarbij wordt (in dit geval) toestemming gegeven voor de activiteit 'wonen', met daarbij vastgelegd de plaatsing van de bijbehorende bouwvlakken, de beoogde woningtypen en bouwmaten.

Als de initiatiefnemer op een later moment een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het feitelijk verrichten van de bouwactiviteit aanvraagt, die in strijd is met het omgevingsplan, kan het bevoegd gezag een BOPA-omgevingsvergunning verlenen voor deze (nader uitgewerkte) bouwactiviteit. Wanneer de eerste BOPA-vergunning uitdrukkelijk bepaalde activiteiten (in dit geval wonen) toestaat, dan hoeft bij de opvolgende aanvraag voor de (ruimtelijke) bouwactviteiten niet opnieuw afgewogen te worden of wordt voldaan aan een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties. Voor elke ruimtelijke ingreep in het projectgebied moet na het verlenen van een omgevingsvergunning voor een BOPA voor de eerste (planologische) fase opnieuw een BOPA worden aangevraagd. Deze wordt getoetst en moet voldoen aan de voorschriften die zijn gesteld bij de omgevingsvergunning voor de BOPA voor de eerste fase. In de eerste fase van de BOPA worden de bouw- en woonactiviteiten voor het projectgebied vastgelegd.

1.4

Leeswijzer

Deze ruimtelijke motivering is onderdeel van de omgevingsvergunning voor de ontwikkeling van 13 woningen. De opbouw van deze motivering is als volgt: In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van het bestaande gebruik en aanwezige bebouwing in het projectgebied. De toekomstige situatie beschrijft het initiatief voor het projectgebied, ook wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de strijdigheden met het omgevingsplan. In hoofdstuk wordt 3 ingegaan op hoe participatie heeft plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan het ontwerp van de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan het relevante beleid. In hoofdstuk 5 wordt de ontwikkeling getoetst aan de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving.

8/223

In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 beoordeeld of er bij de beoogde ontwikkeling sprake is van een Evenwichtige Toedeling Van Functies Aan Locaties.

9/223

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het project en zijn omgeving

De voorgenomen ontwikkeling is aanleiding voor deze ruimtelijke motivering en wordt in dit hoofdstuk beschreven. De ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in de omgeving. Daarnaast dienen de gewenste activiteiten in kaart te worden gebracht. Een beschrijving van de voormalige en huidige situatie is daarom ook in dit hoofdstuk opgenomen.

2.1

Huidige situatie

2.1.1 Situatie projectgebied Het projectgebied is gelegen aan de westelijke dorpsrand van Suwâld. Figuur 2.1 geeft de kadastrale aanduiding van het projectgebied weer. Het betreft kadastraal perceel Hardegarijp, sectie I, nummer 1722. Het projectgebied wordt aan de noord-, west- en zuidzijde begrenst door de kadastrale grenzen en aan de oostzijde door de percelen van de bestaande woningen. Het projectgebied heeft een agrarische bestemming. Op dit moment wordt de grond hobbymatig gebruikt en betreft het grasland en in het noorden een kleine moestuin (zie figuur 1.1). De gronden liggen buiten bestaand stedelijk gebied zoals opgenomen in de Omgevingsverordening provincie Fryslân. Het projectgebied is planologisch geregeld in het voormalige bestemmingsplan Suwâld Dorp (zie paragraaf 2.3). De gronden binnen het projectgebied zijn in eigendom van de gemeente.

Figuur 2.1

10/223

Begrenzing projectgebied en kadastrale percelen (Bron: Kadaster)

2.1.2 Omgeving projectgebied De omgeving van Suwâld wordt gedomineerd door open weidelandschappen en ligt vlak bij Nationaal Park De Alde Feanen, een uitgestrekt laagveengebied dat bekendstaat om zijn biodiversiteit en recreatiemogelijkheden. Het dorp Suwâld heeft een voornamelijk agrarisch karakter en beschikt over enkele basisvoorzieningen, zoals een dorpshuis en een kleine jachthaven. Ten noorden, westen en zuiden van het projectgebied bevinden zich agrarische gronden. Op circa een kilometer afstand is het Schalkediep ('Skalkedjip') gelegen, een onderdeel van het Prinses Margrietkanaal. Dit is een verbinding tussen Leeuwarden en het meer 'Wijde Ee' ('Wide le') richting Burgum. Ten oosten van het projectgebied bevindt zich een woonwijk. Ten westen van het projectgebied, op circa 500 meter, bevind zich het Nieuwe Diep ('Nijdjip').

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Gewenste ontwikkeling Het voornemen van de initiatiefnemer bestaat uit de bouw van totaal 13 woningen op binnen het projectgebied. Het voornemen bestaat uit twee bouwblokken van elk 4 aaneengeschakelde woningen, één twee-onder-een-kapwoning en 3 vrijstaande woningen. De rest van het projectgebied wordt ingericht met bestrating, parkeerkoffers en groen. Figuur 2.2. geeft het verkavelingsplan weer. In de figuur is de indeling van het projectgebied te zien met de parkeerkoffers te zien en de oppervlaktes van elke kavel. De uiteinden van de momenteel doodlopende straten De Wjukken en De Stelling worden door middel van een wegverbinding via het projectgebied aan elkaar gekoppeld.

11/223

Figuur 2.1

Verkavelingsschets projectgebied (bron: gemeente Tytsjerksteradiel)

2.2.2 Stedenbouwkundige inpassing De woningbouw vindt plaats direct tegen de bestaande woonwijk aan. Het plan bestaan uit twee blokken van vier rijenwoningen, een twee-onder-één kapwoning en drie vrijstaande woningen. Op het perceel is vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaar om meerdere woningen te bouwen. Het initiatief gaat uit van 13 woningen op kavels van verschillende groottes. Met de beoogde ontwikkeling wordt de landschappelijke structuur gehandhaafd en wordt de bestaande bebouwing van het dorp afgerond.

12/223

Ondergeschikte bouwwerken zoals bijgebouwen en schuurtjes zullen achter de voorgevelrooilijn van de woningen geplaatst moeten worden. De te bebouwen woonpercelen voorzien in een royale perceelsdiepte. Deze percelen sluiten aan op de al bestaande vrijstaande woonpercelen ten westen van het plangebied. Deze beschikken namelijk ook over dezelfde royale perceelsdiepte. De beoogde woningen moeten aansluiten bij de bestaande stedenbouwkundige opzet en woontypes conform de welstandsnota van de gemeente Tytsjerksteradiel. Deze locatie is geschikt voor de uitbreiding van het dorp Suwâld, omdat de ontwikkeling zorgt voor een afronding van de bebouwing in het dorp. Parkeren wordt geregeld in parkeerkoffers die haaks op de nieuwe straat worden gerealiseerd.

2.3

Omgevingsplan - mogelijkheden en strijdigheden

De gewenste ontwikkeling, zoals beschreven in voorgaande paragrafen, is in strijd met de juridisch-planologische mogelijkheden op basis van het omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Tytsjerksteradiel. Het omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke regels die tot 1 januari 2024 waren opgenomen in bestemmingsplannen, beheersverordeningen, inpassingsplannen, exploitatieplannen, voorbereidingsbesluiten, hogere waarde besluiten, vastgestelde veiligheidscontouren, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Tevens bestaat het omgevingsplan uit een aantal regels die voorheen geregeld waren op rijksniveau. Deze regels zijn voor een deel afkomstig uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Wabo. Deze regels vanuit het Rijk worden de Bruidsschat genoemd. Tot slot bestaat het omgevingsplan uit een aantal verordeningen die binnen de gemeente gelden. Bestemmingsplan Suwâld Dorp De regels die op grond van het omgevingsplan voor het projectgebied gelden komen uit het voormalige bestemmingsplan Suwâld Dorp uit 2009 (geheel onherroepelijk in werking 2011). Het perceel is voorzien van de bestemming 'Groen - Groenvoorzieningen 'zoals wordt weergegeven in figuur 2.2. Het projectgebied is hier aangegeven met 'Getekend gebied'. Binnen deze groenbestemming mogen geen gebouwen worden opgericht. De gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden en water.

Hieraan ondergeschikt is toegestaan: recreatief medegebruik, geluidwerende voorzieningen, wegen en straten, tuinen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Daarbij behorende zijn toegestaan: verhardingen, bouwwerken (geen gebouwen zijnde en waaronder kunstobjecten). De realisatie van dertien woningen is strijdig met de bouw- en gebruiksregels omdat het perceel niet voorziet in het toestaan van gebruiksactiviteiten voor wonen. In het bestemmingsplan is ook geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee woningbouw planologisch mogelijk kan worden gemaakt. De aanleg van de (voor)tuinen is toegestaan als aan groenvoorziening ondergeschikte activiteit. De aanleg van de beoogde ontsluitingsweg is ook strijdig met de bouw- en gebruiksregels. In de

13/223

groenbestemming is de aanleg van wegen en straten als aan groen ondergeschikte activiteit toegestaan. Hetzelfde geldt ook voor de beoogde parkeervoorzieningen voor de nieuwe woningen. Hierom is ervoor gekozen om af te wijken van de regels van het omgevingsplan door middel van een BOPA.

Figuur 2.2

14/223

Fragment planologische regeling en projectgebied (Bron: Regels op de kaart)

Hoofdstuk 3 3.1

Participatie

Wat vindt de omgeving?

Voor dit participatietraject is gekozen voor het opstellen van een ontwerpteam. De verslagen van alle participatiebijeenkomsten zijn opgenomen in bijlage 1. In dit verslag is gewerkt volgens het participatiebeleid dat op 18 juli 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. Hieronder volgt een korte samenvatting van het participatieproces en de uitkomsten daarvan. In februari 2023 heeft de dorpenronde in Suwâld plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente de bewoners van Suwâld uitgenodigd voor een inwonersbijeenkomst. Deze vond plaats in juni 2023. Tijdens deze avond werden de plannen van de gemeente voor de woninguitbreiding in Suwâld gepresenteerd. Daarnaast werd het participatietraject toegelicht. Bewoners van Suwâld konden zich na de bijeenkomst aanmelden om deel te nemen aan het ontwerpteam. Dit resulteerde in de oprichting van een gevarieerd ontwerpteam, bestaande uit 10 leden. Een aantal leden van Dorpsbelang, enkele omwonenden en mensen die graag in de nieuwe woonwijk willen komen wonen maakten onderdeel uit van dit team. Er zijn drie ontwerpsessies gehouden met het ontwerpteam. Deze sessies resulteerden in een breed gedragen schetsontwerp (figuur 2.1, paragraaf 2.2.1) Op 28 november 2024 is de definitieve versie van het ontwerp aan het dorp gepresenteerd. Dit is gedaan tijdens een inloopbijeenkomst, hierbij waren ongeveer 50 bewoners van Suwâld aanwezig.

De reacties vanuit het dorp waren positief en men wil graag zo snel mogelijk door met het realiseren van de woningen. Dit is vervolgens ook via een nieuwsbericht in nieuwsblad Actief verspreid. Op basis van bovenstaande is er voldaan aan het participatiebeleid van de gemeente Tytsjerksteradiel. Er is sprake van een breed gedragen steun voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.2

Wat vinden andere besturen?

Gedeputeerde Staten hebben niet bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een BOPA het recht van advies en instemming. Gedeputeerde Staten moeten vooraf aangeven in welke gevallen een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan hen voor advies en instemming moet worden voorgelegd. Ze mogen alleen gevallen aanwijzen waarbij sprake is van een provinciaal belang. Hiertoe heeft de provincie een lijst vastgesteld met gevallen waarvoor bij Bopa's advies en instemming benodigd is. De wettelijke grondslag hiervoor betreffen de artikelen 16.15a (advies) en 16.16 (instemming) van de Omgevingswet. Voor de beoogde ontwikkeling hoeft gezien de relatief kleine ontwikkeling geen vroegtijdig overleg via een omgevingstafel plaats te vinden. Er is wel vroegtijdige afstemming tussen de gemeente en de provincie noodzakelijk, omdat het projectgebied zich buiten bestaand stedelijk gebied bevindt.

15/223

Digitaal overleg tussen gemeente en provincie De gemeente heeft een digitaal overleg met de provincie gehad. Hierin zijn een aantal onderwerpen aan de orde gekomen en uitkomsten hiervan zijn verwerkt in deze onderbouwing. Woningbouwafspraken De gemeente is via een digitaal spreekuur met de provincie in overleg geweest over het planvoornemen. Hierin is het voornamelijk gegaan over de woningbouwafspraken (zie ook Hoofdstuk 4). Archeologie De aanduiding op de CHK 'boerderijplaats' is ook besproken alsmede onderzoek archeologie op grond van het advies FAMKE. Hier zal in de uitwerking van deze motivering rekening mee worden gehouden. Zie hiervoor paragraaf 5.13. Weidevogelkansgebied In overleg met de provincie kwam naar voren dat het gebied in weidevogelkansgebied ligt. Er zal een eerste check uitgevoerd worden of compensatie nodig is. Ook zal er sprake moeten zijn van een goede motivering op grond van art. 2.53 van de omgevingsverordening. Paragraaf 5.4 gaat hier verder op in.

16/223

Hoofdstuk 4

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan het relevante beleid op de diverse overheidsniveaus.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle projecten met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vijf opgaven: 1.

de bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen; 2. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 3. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 4. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 5. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: De Omgevingsagenda Momenteel wordt voor Noord-Nederland gewerkt aan een omgevingsagenda. Als voorloper is er gewerkt aan een Contour Omgevingsagenda waarin acht omgevingsopgaven zijn benoemd: a. druk op de ruimte in het landelijk gebied vraagt om gezamenlijke keuzes; b. benutten van de brede effecten van de energietransitie; c. economisch perspectief ten aanzien van kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw; d. toekomstgerichte bereikbaarheid van Noord-Nederland; e. versterken Stedelijk Netwerk Noord-Nederland;

17/223

f. toekomstkracht voor gebieden met bevolkingsdaling en sociaaleconomische achterstand; g. water als verbindende schakel in klimaatadaptieve maatregelen; h. waarborgen van de omgevingskwaliteit. NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De regio waarvan de gemeente Tytsjerksteradiel deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. Het beleid uit de NOVI is niet van invloed op de ontwikkeling in het projectgebied. 4.1.2 Conclusies Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale belangen als opgenomen in de NOVI. Er wordt richting gegeven aan de opgaven voor 'De bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen' en om 'Steden en regio's sterker en leefbaarder maken'. De ontwikkeling past daarmee binnen de kaders van het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele

Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030-2050 is uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met negen principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud. Als uitgangspunt geldt dat veranderingen niet tegen moeten worden gehouden, maar dat ambities worden gerealiseerd door gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. Toetsing Éen van de principes die de provincie hanteert in de omgevingsvisie is 'zuinig ruimtegebruik'. De beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd tegen bestaand stedelijk gebied aan, omdat er geen binnenstedelijke optie is voor uitbreiding van Suwâld. De voorgenomen uitbreiding zorgt voor een uitbreiding aan de rand van het dorp. Op deze manier wordt de rand van het dorp afgerond. Hierdoor wordt er zuinig omgegaan met de ruimte rondom het dorp Suwâld. Zo wordt aangesloten bij het principe zuinig ruimtegebruik uit de provinciale omgevingsvergunning. De voorgenomen ontwikkeling faciliteert in de uitbreiding van het dorp Suwâld.

De toekomstige woningen kunnen bijdragen aan de dynamiek en leefbaarheid van het dorp. Daarnaast voorziet de voorgenomen ontwikkeling in de afronding van het dorp met een doorgaande weg. Met de ontwikkeling wordt zo aangesloten bij de opgave om Fryslân leefbaar, vitaal en bereikbaar te houden. Zo ontstaat er een samenhangend netwerk van steden en dorpen binnen de provincie.

18/223

Daarnaast wordt in de omgevingsvisie ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk als in het ontwerp rekening wordt gehouden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. In paragraaf 5.4 ecologie wordt hier nader op ingegaan. 4.2.2 Omgevingsverorderning Provincie Fryslân Op 8 februari 2024 is de Omgevingsverordening in werking getreden. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De volgende artikelen zijn van toepassing op de woningbouwontwikkeling in Suwâld: Artikel 2.1 Omgevingskwaliteiten als basis Het projectgebied is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied. In lid 2 is aangegeven dat moet worden gemotiveerd op welke wijze het project rekening houdt met de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals omschreven in Grutsk op 'e Romte. De kernkwaliteiten moeten zoveel mogelijk behouden blijven en waar mogelijk versterkt. Toetsing Kernkwaliteiten zijn ruimtelijke eigenschappen die typisch zijn voor het Friese landschap, dat zij tezamen de ruimtelijke identiteit van Fryslân vormen. Met de beoogde ontwikkeling wordt de landschappelijke structuur gehandhaafd en wordt de bestaande bebouwing van het dorp afgerond. De projectlocatie betreft een afronding van het dorp Suwâld.

Door invulling te geven aan dit aangrenzende perceel worden de agrarische kernkwaliteiten rondom het gebied niet aangetast. Artikel 2.3 Zuinig en meervoudig ruimtegebruik In lid 1 is aangegeven dat een ruimtelijk initiatief dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied moet voorzien in een onderbouwing van het principe van zuinigen meervoudig ruimtegebruik waaruit ten minste blijkt dat: a. de nieuwe functie voorziet in een behoefte; b. dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om gebruik te maken van een bestaand bouwperceel, en c. dat de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en indien mogelijk worden benut. In lid 2 is aangegeven dat indien een nieuwe stedelijke functie wordt toegedeeld buiten het bestaand stedelijk gebied, moet worden onderbouwd waarom die functie redelijkerwijs niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Toetsing De locatie is opgenomen in het woningbouwprogramma van de gemeente Tytsjerksteradiel. Vanwege de directe ligging aansluitend op het bestaand stedelijk gebied is de woningbouwlocatie logisch. In de kern van het dorp is redelijkerwijs geen ruimte om 13 woningen te realiseren, waardoor de beoogde locatie voor de hand liggend is.

Artikel 2.3 Zuinig en meervoudig ruimtegebruik Op het perceel is vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaar om meerdere woningen te bouwen. Daarnaast voorziet het project in de bestaande behoefte van woningen zoals opgenomen in de Woonvisie

19/223

2019-2024 welke wordt behandeld in paragraaf 4.4.1. Door aan te sluiten op de bestaande bebouwing van het dorp voorziet het project daarnaast in zuinig ruimtegebruik. Daarmee wordt voldaan aan artikel 2.3 van de omgevingsverordening. In paragraaf 5.2 wordt verder ingegaan op de behoefte van de ontwikkeling in de ladder voor duurzame verstedelijking. Artikel 2.6 Bundeling stedelijke functies In dit artikel is aangegeven dat in ruimtelijke plannen op gronden buiten het bestaand stedelijk gebied nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden mogen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies, indien deze aansluiten op het bestaand stedelijk gebied en wat betreft aard en schaal passen bij de stad of het dorp. Toetsing De ontwikkeling is kleinschalig en sluit qua bebouwingsvorm en gebruik aan op de bestaande aangrenzende bebouwing. Hiermee wordt voldaan aan artikel 2.6 uit de omgevingsverordening. Artikel 2.7 Programmering woningbouw In dit artikel is aangegeven dat een ruimtelijk plan nieuwe woningen kan bevatten, wanneer deze passen binnen de regionale woningbouwafspraken. Toetsing De regio Noordoost Fryslân heeft samen met gemeenten in de provincie Fryslân regionale woningbouwafspraken gemaakt. Meer hierover staat in paragraaf 4.3.2. Er is sprake van woningbouwbehoefte in de gemeente Tytsjerksteradiel.

In het totaal van de woningbouwplannen van de gemeente is de gewenste ontwikkeling passend. Daarmee past de realisatie van 13 woningen ook binnen de bestaande behoefte in het dorp. Daarmee wordt voldaan aan artikel 2.7 uit de omgevingsverordening. 4.2.3 Conclusies provinciaal beleid Bij de realisatie van 13 woningen wordt rekening gehouden met de bestaande omgevingskwaliteiten van het dorp en de omgeving. Hierbij wordt aangesloten bij de Omgevingsvisie van de provincie Fryslân. Daarnaast zijn er vanuit de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening 2024 geen belemmeringen. Er wordt voldoende invulling gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Uit het voorgaande blijkt dat de provinciale belangen voldoende zijn geborgd. De ontwikkeling is passend binnen de beleidskaders van de provincie Fryslân.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Woondeal Noordoost Fryslân Met de ondertekening van 'Woondeals Fryslân' zijn de krachten gebundeld om de woningbouw in de provincie Fryslân te versnellen. Concreet is afgesproken met steun van woningcorporaties, huurdersorganisaties, marktpartijen, zorgpartijen en andere maatschappelijke partners om in totaal 17.500 nieuwe woningen te bouwen in de periode tot en met 2030. Toetsing De gewenste ontwikkeling van de 13 woningen bij Suwâld is onderdeel van de Woondeal Noordoost Fryslân. Voor de Woondeal Noordoost Frieslân geldt dat er totaal 2.660 woningen gerealiseerd moeten worden. Voor de

20/223

gemeente Tytsjerksteradiel geldt dat er minimaal 690 woningen gebouwd moeten worden. De realisatie van 13 woningen draagt bij aan de woningbouwopgave voor de gemeente en draagt daarmee ook bij aan de woningbouwopgave en -afspraken van regio Noordoost Fryslân. 4.3.2 Regionaal Waterprogramma 2022/2027 In de Omgevingswet is aangegeven dat elke provincie verplicht is een Regionaal Waterprogramma op te stellen. Het Regionaal Waterprogramma 2022/2027 is op 30 november 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. In dit programma legt de provincie het beleid voor waterbeheer vast voor deze planperiode. Dit beleid is grotendeels continuering van de koers zoals is verwoord in het Vierde Waterhuishoudingsprogramma 2016-2021 en in programma’s waarin de provincie samenwerkt met Wetterskip Fryslân, Friese gemeenten en Vitens. De principes die worden gehanteerd zijn: meervoudig ruimtegebruik; omgevingskwaliteit als ontwerpbasis; koppelen en verbinden van opgaven; gezond en veilig. Toetsing Het hoofddoel is de provincie Fryslân in 2050 zoveel mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. In het programma zijn programmalijnen voor klimaatadaptatie, waterveiligheid, voldoende water en waterkwaliteit opgenomen. De uitwerking vindt plaats door de waterschappen. In paragraaf 5.15 wordt nader uiteengezet hoe met het aspect water in het projectgebied wordt omgegaan.

4.3.3 Conclusie regionaal beleid Uit het voorgaande blijkt dat de regionale belangen voldoende zijn geborgd. De ontwikkeling is passend binnen de regionale beleidskaders.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Woonvisie 2019-2024 In juli 2019 heeft de gemeenteraad van Tytsjerksteradiel de Woonvisie 2019-2024 vastgesteld. De Woonvisie 2019-2024 van de gemeente Tytsjerksteradiel richt zich op toekomstbestendig wonen, met nadruk op betaalbaarheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Het document stelt vijf speerpunten centraal: Investeren in de bestaande woningvoorraad: Verbetering van energetische kwaliteit en levensloopbestendigheid, inclusief steun voor particuliere woningbezitters en huurders. Zorgvuldige inzet op nieuwbouw: Nieuwbouw moet voldoen aan de vraag en hoge duurzaamheidsnormen. Er wordt aandacht besteed aan woningen voor specifieke doelgroepen zoals ouderen en starters. Voldoende betaalbare sociale huurwoningen: Behouden van het aantal sociale huurwoningen, verlaging van zoektijden en samenwerking met corporaties voor verbetering van de beschikbaarheid en betaalbaarheid. Wonen met zorg: Ondersteuning voor ouderen en andere zorgbehoevenden om langer zelfstandig te blijven wonen en het faciliteren van nieuwe zorg-wonen-initiatieven. Streven naar leefbare dorpen: Behoud van de vitaliteit van kleine dorpen door leefbaarheidsprojecten,

21/223

herbestemming van leegstaand vastgoed en behoud van voorzieningen. Suwâld, wordt als kleiner dorp binnen de gemeente, indirect geraakt door de speerpunten van de woonvisie. Toetsing Het realiseren van 13 nieuwbouwwoningen in Suwâld past binnen het speerpunt "Streven naar leefbare dorpen" uit de Woonvisie 2019-2024 van de gemeente Tytsjerksteradiel. De bouw van 13 woningen biedt ruimte voor jonge gezinnen, starters en andere doelgroepen, die de bevolkingsopbouw meer divers maken. Dit draagt bij aan de vitaliteit en sociale dynamiek in het dorp. De beoogde ontwikkeling van de 13 woningen bij Suwâld is onderdeel van de Woondeal Noordoost Fryslân. Voor de gemeente Tytsjerksteradiel geldt dat er minimaal 690 woningen gebouwd moeten worden. De realisatie van 13 woningen draagt bij aan de woningbouwopgave en -afspraken van regio Noordoost Fryslân. Daarmee wordt dus ook voorzien in de gemeentelijke woonbehoefte. Zodoende wordt aangesloten bij het principe van bouwen naar aantoonbare behoefte zoals benoemd in de woonvisie 2019 - 2024 van de gemeente Tytsjerksteradiel. 4.4.2 (Ontwerp) Omgevingsvisie Tytsjerksteradiel 2021 - 2040 Ten tijde van het schrijven van deze BOPA-onderbouwing werkt de gemeente aan een nieuwe omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie sorteert de gemeente voor op de nieuwe werkwijze van de Omgevingswet. De ontwerp-omgevingsvisie heeft in totaal acht ambities.

De ambities uit de ontwerp-omgevingsvisie zijn als volgt: 1. Heeft iedere inwoner een passende woonruimte. 2. Heeft iedere inwoner toegang tot werkgelegenheid. 3. Is de economie vitaal en toekomstgericht. 4. Bewegen en ontspannen alle inwoners in een gezonde, veilige en groene omgeving. 5. Zijn er genoeg ontmoetingsplekken en voorzieningen. 6. Is de mobiliteit gezond, vlot en veilig. 7. Is de leefomgeving aangepast aan het veranderende klimaat en de biodiversiteit hersteld. 8. Heeft iedere inwoner toegang tot schone energie Toetsing De beoogde woningen bieden een antwoord op de vraag naar passende woonruimte binnen het dorp Suwâld, vooral voor jongeren, starters en ouderen. Hiermee wordt invulling gegeven aan ambitie 1 uit de (ontwerp) omgevingsvisie. De woningen worden geïntegreerd in een groene en veilige omgeving, met aandacht voor de bestaande landschappelijke kwaliteiten en biodiversiteit van de omgeving van Suwâld. Zo wordt aangesloten bij ambitie 4 uit de (ontwerp) omgevingsvisie. Verder zorgt de overwegende groene inrichting van het projectgebied bij aan de klimaatbestendigheid van het dorp Suwâld. Zo wordt aangesloten bij ambitie 7 uit de visie. De woningen worden duurzaam gebouwd met aandacht voor energiebesparing en schone energie. Er is ook mogelijkheid om de beoogde woningen te voorzien van zonnepanelen, waardoor inwoners toegang hebben tot

22/223

schone energie. Hierdoor wordt bijgedragen aan ambitie 8 uit de visie. Uit voorgaande volgt dat de beoogde ontwikkeling in Suwâld aansluit bij de ambities uit de (ontwerp)omgevingsvisie Tytsjerksteradiel 2021 - 2040. 4.4.3 Conclusies gemeentelijk beleid De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de speerpunten en ambities uit de woonvisie en de (ontwerp) omgevingsvisie van de gemeente. Hieruit volgt dat de voorgenomen ontwikkeling aansluit bij het beleid van de gemeente Tytsjerksteradiel.

23/223

Hoofdstuk 5 5.1

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

M.e.r-beoordeling

Toetsingskader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een BOPA project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de m.e.r.(beoordelings)-plicht geldt. Als hier het omgevingsplan wordt genoemd, wordt hieronder ook de omgevingsvergunning voor een BOPA verstaan. Voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning.

Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 13 woningen. Een dergelijke ontwikkeling valt onder categorie J11 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’. Dit betekent dat het project m.e.r.-beoordelingsplichtig is en in dat kader is deze aanmeldingsnotitie opgesteld. Deze aanmeldingsnotitie is in zijn geheel bijgevoegd als bijlage 2. Tijdens de werkzaamheden voor de aanleg-/bouwwerkzaamheden van de beoogde ontwikkeling kunnen milieueffecten optreden. Daarbij gaat het met name om geluidhinder, trillingen en verkeer gerelateerde effecten. Zo nodig worden maatregelen getroffen om overlast voor de directe omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit dient bij het uitwerken van de aanpak en fasering van de uitvoeringswerkzaamheden nader te worden geconcretiseerd. Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden op de locatie, aard en omvang van het plan kunnen belangrijke negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Conclusie Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden op de locatie, aard en omvang van het plan kunnen belangrijke negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Het is niet nodig om een uitgebreide m.e.r. procedure te doorlopen. Vanuit het aspect m.e.r. zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

24/223

5.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Toetsingskader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een BOPA. Artikel 5.129g van het Bkl bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Naast het aantonen van de behoefte en zorgvuldig ruimtegebruik moet daarbij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden gemotiveerd. Voorliggende onderbouwing voorziet in dit laatste (zie hoofdstuk 7). Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit onder andere de ontwikkeling of uitbreiding van een woningbouwlocatie en die voldoende substantieel is.

In Lid 2 (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) is geregeld dat, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, met nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden wordt met: de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Toetsing Het project ligt niet in stedelijk gebied. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit 13 woningen, waardoor sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat de behoefte naar de woningen en het zorgvuldig gebruik van ruimte moet worden aangetoond. De behoefte naar de bouw van extra woningen is aangetoond in 4.3.1 en 4.4.1. Daarnaast sluit de ontwikkeling van 13 woningen aan de dorpsrand sluit aan op de bestaande bebouwing van het dorp Suwâld. Het omliggende landschap wordt hier zo min mogelijk door aangetast.

Door aan te sluiten op de bestaande bebouwing is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en wordt er aan de rand van het bestaand stedelijk gebied invulling gegeven aan de behoefte voor woningbouw. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van 13 woningen geeft invulling aan de bestaande woningbouwbehoefte, zoals aangetoond in 4.3 en 4.4. Daarnaast is er door afronding van het dorp, sprake van zorgvuldig ruimtegebruik rondom Suwâld. Vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking worden daarom geen belemmeringen verwacht

25/223

voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Verkeer en parkeren

Toetsingskader De Omgevingswet en het Bkl stellen geen specifieke regels op het gebied van verkeer en parkeren. Wel dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties inzicht te worden gegeven in de mobiliteitskeuzes en -strategie die zijn afgestemd op de doelgroepen, de kenmerken van de locatie en de te verwachten effecten. Ook dient te worden aangetoond dat het extra verkeer op een goede manier kan worden afgewikkeld en dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. De CROW-richtlijnen worden gebruikt bij de beoordeling van verkeer en parkeren De beoogde ontwikkeling heeft gevolgen voor de parkeersituatie in de omgeving van het projectgebied. Ook verandert het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie. Om deze reden wordt de toegevoegde verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte berekend op basis van kencijfers van het CROW (publicatie 744). Toetsing verkeersgeneratie Door de bouw van 13 woningen ontstaat een verkeersgeneratie van circa 8 motorvoertuigen per etmaal/woning. Dit betekent een toename van 104 verkeersbewegingen per etmaal. Deze zullen zich verdelen over De Wjukken en De Stelling naar Mostermûne in de richting van Kerkbuurt (de doorgaande weg in het dorp). De verkeersbewegingen zullen opgaan in het heersend verkeersbeeld van de Mostermûne. Vanuit verkeer worden er geen belemmeringen verwacht voor de voorgenomen ontwikkeling.

Toetsing parkeren Op basis van de kencijfers van CROW (publicatie 744) zijn per type woning de volgende parkeerplaatsen nodig (niet stedelijk, rest bebouwde kom, gemiddeld, incl. bezoekers) 3 vrijstaand: 2,2 p.p./won. * 3 = 6,6 op eigen terrein 6 parkeerplaatsen 2 twee-onder-1-kap: 2,1 p.p./won. * 2 = 4,2 op eigen terrein 4 parkeerplaatse 8 geschakelde woningen: 1,3 p.p./won. * 8 = 10,4op eigen terrein 4 parkeerplaatsen De totale parkeerbehoefte komt hiermee op: 21,2 = 22 parkeerplaatsen, waarvan er 14 op eigen terrein kunnen parkeren. Met de geplande 8 parkeerplaatsen in het projectebied wordt daarom goed ingespeeld op de parkeerbehoefte. Er zijn op de Wjukken / de Stelling geen problemen te verwachten met de verkeersafwikkeling en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Gezien de grootte van de percelen is daar voldoende ruimte voor. Omdat het parkeren op eigen erf kan worden geregeld zal de behoefte daar worden ingevuld. Hierdoor blijven alle percelen langs de Wjukken / de Stelling goed bereikbaar blijven voor hulpdiensten. Conclusie

26/223

Het voornemen is getoetst op het verkeer en parkeren. Hieruit volgt dat het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.4

Ecologie: soortenbescherming

Toetsingskader De Omgevingswet regelt activiteiten die met natuur te maken hebben. Deze natuuractiviteiten gaan over dieren en planten in het wild en gebieden waarin ze leven. Het doel van de regels is het beschermen van soorten en gebieden. De gebiedsbescherming komt in paragraaf 55.7 aan de orde. Algemene zorgplicht Onder de Omgevingswet geldt, net als voorheen onder de Wet natuurbescherming, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Die zorgplicht houdt in dat de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten in redelijkheid zoveel mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Toetsing Ten behoeve van dit project is een Quickscan Ecologie uitgevoerd waarin onderzoek is gedaan naar de consequenties van de geldende natuurwet- en regelgeving voor het realiseren van de nieuwe woningen. Het complete onderzoek is te raadplegen in bijlage 3. De beoogde ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwet- en regelgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend.

Uit het onderzoek volgt dat de voorgenomen ontwikkeling binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving doorgang kan vinden, mits er rekening wordt gehouden met de volgende vervolgstappen: Algemene broedvogels: werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli) of op basis van een broedvogelcheck. Grote modderkruiper: nader onderzoek indien aantasting sloten. Overige soorten: naleven van de specifieke zorgplicht (Bijlage I). Weidevogelkansgebied: informeren bij Provincie Friesland. AERIUS-berekening: informeren bij Provincie Friesland (indien nodig). Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is getoetst op het aspect ecologie: soortenbescherming. Uit het onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling kan worden voortgezet, mits er rekening wordt gehouden met de bovengenoemde adviezen. Vanuit dit aspect zijn er geen verdere belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.5

Ecologie: gebiedsbescherming

Toetsingskader

27/223

Bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling zal met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal) aangetoond moeten worden wat het effect is op flora & fauna en natuurgebieden (zoals Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000-gebieden en houtopstanden). Dit vergt doorgaans onderzoek, zoals een quickscan ecologie en een stikstofberekening. Het toelaten van een nieuwe ontwikkeling kan immers hinder en schade opleveren voor de natuur. Een woningbouwontwikkeling kan tot gevolg hebben dat planten en dieren op de ontwikkellocatie verdwijnen, bijvoorbeeld door het bouwen van woningen, aanleggen van verharding, het rooien van bomen en het dempen van sloten. De bouw en het gebruik van de woningen kunnen ook gevolgen hebben voor een Natura 2000- of ander natuurgebied. Denk hierbij aan de depositie van stikstof in een Natura 2000-gebied vanwege de bouwfase. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een BOPA voor het toelaten van een nieuwe ontwikkeling speelt ecologie daarom mee bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol.

Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In opdracht van de opdrachtgever is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de sloop-, aanleg- en exploitatiefase. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4. Er is onderzocht of het planvoornemen mogelijk negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden. Met de nieuwste release van rekenmodel AERIUS (1 oktober 2024) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen, daarbij zijn de aanleg- en gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling beschouwd. De sloop-, bouw- en exploitatiefase zijn in één berekening meegenomen voor het jaar 2025. Toetsing Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het projectgebied ligt in buitenstedelijk gebied. Onderstaande afbeelding toont de projectlocatie en de omliggende NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van circa 550 meter van het projectgebied. De ontwikkeling betreft een perceelsgebonden ontwikkeling buiten een NNN-gebied. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten.

Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het projectgebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten.

28/223

Figuur 5.1.

Overzicht Natuurnetwerk Nederland (bron: Atlas leefomgeving)

Stikstof De afstand tot het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Alde Faenen) bedraagt ongeveer 3,2 kilometer. Dit Natura 2000-gebied ligt ten zuiden van het projectgebied en is een natuurgebied met stikstofgevoelige relevante habitattypen. Voor de ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het stikstofonderzoek is terug te vinden in bijlage 4. Door middel van een AERIUS-berekening is inzichtelijk gemaakt of er sprake is van depositie van stikstof op omliggende Natura-2000 gebieden en in welke mate. Uit de berekening voor de aanleg- en gebruiksfase (zonder interne saldering) blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn om die reden niet aan de orde. Voor de uitvoering van dit project geldt geen vergunningplicht voor een Natura 2000-acitiviteit op basis van de Omgevingswet. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn er vanuit stikstof zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Houtopstanden Toetsing van eventuele effecten op beschermde houtopstanden is niet aan de orde, omdat er niet wordt gekapt. Conclusie Vanuit het aspect gebiedsbescherming is er geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

29/223

5.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader Als een BOPA betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen. Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In deze gebieden bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 ìg/m3 of minder. Daarnaast zijn in artikel 5.54 Bkl standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen. Als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering. Daarnaast is er geen verder onderzoek nodig naar het aspect luchtkawliteit als het projectgebied geen deel uitmaakt van een agglomeratie.

Toetsing Het project maakt de realisatie van 13 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het project draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Daarnaast maakt het projectgebied niet deel uit van een agglomeratie, waardoor verder toetsing op het aspect luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Conclusie Nader onderzoek is niet nodig, aangezien de ontwikkeling niet in betekende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit en geen deel uitmaakt van een agglomeratie. Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.7

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

Toetsingskader In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op nieuwe geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied en voorziet erin dat het geluid aanvaardbaar is. Het geluid is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de standaardwaarden volgens onderstaande tabel 5.1. In een aantal gevallen kan een waarde hoger dan de grenswaarde aanvaardbaar worden geacht: bij vervangende nieuwbouw maximaal 5 dB hoger dan de grenswaarde en het aantal geluidgevoelige

30/223

gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde mag niet wezenlijk toenemen; bij functiewijziging maximaal 5 dB hoger dan de grenswaarde (transformatie) bij zeehavengebonden activiteiten maximaal 5 dB hoger dan de grenswaarde; bij een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen; bij een niet-geluidgevoelige gevel; Een overschrijding van de grenswaarden is alleen mogelijk als er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de grenswaarden te voldoen en de overschrijding zoveel mogelijk wordt beperkt. Geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. Verder wordt rekening gehouden met het belang van een geluidluwe gevel. Bij het overschrijden van de standaard- of grenswaarden wordt het gecumuleerde geluid beoordeeld en het gezamenlijk geluid bepaald en vastgelegd in het omgevingsplan (bij een BOPA mag dit in een later stadium).

Tabel 5.1: Standaardwaarden en grenswaarden geluid per geluidbronsoort Geluidbronsoort Standaard Grenswaarde Lden[dB] waarde Lden [dB] Vaststellen geluidproductieplafonds Aanleg/wijziging wegen/lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds Provinciale wegen 50 651 Rijkswegen Gemeentewegen 53 70 Waterschapswegen Lokale spoorwegen 55 70 Hoofdspoorwegen Industrieterreinen 50 Lden/40 Lnight 60 Lden/50 Lnight

Grenswaarde Lden[dB]

Nieuw geluidgevoelig gebouw

60 70 65 55 Lden/45 Lnigh

Toetsing In de nabijheid van het projectgebied bevinden zich geen spoorwegen of industrieterrein. Het projectgebied bevindt zich wel binnen het geluidaandachtsgebied van de gemeentewegen De Stelling en De Wjukken. Op beide wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Beide zijn doodlopende straten die enkel wordt gebruikt voor bestemmingsverkeer richting de woningen. In de gewenste situatie zullen de 13 woningen eveneens worden ontsloten via deze twee wegen. Op basis van het overgangsrecht geldt voor beide wegen een geluidaandachtsgebied van 100 meter. Gezien de aard van de Stelling en de Wjukken en het geringe aantal woningen wat in de huidige en toekomstige situatie gevestigd is aan deze weg, is het zeer aannemelijk dat wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB en dat de

31/223

grenswaarde van 70 dB niet wordt overschreden. Conclusie Vanuit het aspect geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen, is er geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.8

Geluid door activiteiten

Toetsingskader In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en voorziet erin dat het geluid door een activiteit aanvaardbaar is (opnemen van waarden in het omgevingsplan). Dit is het geval als wordt voldaan aan de waarden als aangegeven in tabel 5.2 en 5.3. Tabel 5.2:

Standaardwaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) LAmax door aandrijfgeluid van -70 dB(A) transportmiddelen LAmax door andere piekgeluiden -65 dB(A) Standaardwaarden toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) LAmax door aandrijfgeluid van -55 dB(A) transportmiddelen LAmax door andere piekgeluiden

23.00-07.00 uur 40 dB(A) 70 dB(A) 65 dB(A)

Tabel 5.3:

23.00-07.00 uur 25 dB(A) 55 dB(A)

Toetsing Het projectgebied ligt niet in de nabijheid van een bedrijfsbestemming. Het meest dichtbijzijnde bedrijf ligt op een afstand van 250 meter en is een melkveehouderij (Dominee Pelstraat 17, 9265 LZ Suwald). Als gevolg van de gewenste ontwikkeling zal het bedrijf niet verder in haar mogelijkheden worden beperkt. Daarnaast is het niet aannemelijk dat de nieuwe ontwikkeling hinder zal ondervinden als gevolg van de activiteiten bij het agrarisch bedrijf. Ook zijn er op kortere afstand al woningen gesitueerd van het agrarisch bedrijf welke de mogelijkheden van het agrarisch bedrijf reeds beperken. Hierdoor wordt verwacht dat ter hoogte van de nieuw te realiseren woningen kan worden voldaan aan de standaardwaarden voor geluid van activiteiten. Conclusie Vanuit het aspect geluid door activiteiten zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.9

Geur

Toetsingskader De gemeente moet in het omgevingsplan rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit is een invulling van een

32/223

plicht die al geldt vanuit de Omgevingswet. In de Omgevingswet staat dat de overheid bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening moet houden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Hierbij moet de gemeente rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en de gevolgen van de activiteiten voor de gezondheid van haar burgers. Rekening houden met geur werkt twee kanten op: bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven. Het Rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels in het Bkl. Deze instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder bij bedrijven nog aanvaardbaar is. In het omgevingsplan wordt vastgelegd welke gebouwen en locaties beschermd zijn tegen onaanvaardbare geurhinder. De mate van geurbescherming wordt door de gemeente bepaald. Toetsing De ontwikkeling betreft het realiseren van 13 woningen. Woningen zijn geurgevoelige gebouwen. Bij voorgenomen ontwikkeling worden er dus geurgevoelige gebouwen mogelijk gemaakt. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente, bepaalt in welke mate geurhinder op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=8dcba49f-099e-47f1-8ef2-7e1b05648b84