CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bopa Hurdegaryp - It Súd Fase 3 - Deel 1 (geanonimiseerd)

RAAD IEPEN POADIUM (RAADZAAL) 12 september 2024, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Advies Bopa Hurdegaryp It Súd Fase 3 (ynhâldlik, presintaasje)24.888 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hurdegaryp

Motivering 30 augustus 2024

-

voor

It Súd Fase 3

de fysieke leefomgeving

Hurdegaryp Motivering

-

It Súd

voor

Fase 3

de

fysieke leefomgeving

COLOFON

Opdrachtgever

:

Auteur

Gemeente

Tytsjerksteradiel

(geanonimiseerd)

Rapportnummer

:

23-856-1

Versie

:

Rev 3.1

Datum

:

30 augutustus

2024

INHOUDSOPGAVE 1 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4

Inleiding Aanleiding Projectgebied Het omgevingsplan Leeswijzer

1 1 1 2 3

2

Beschrijving huidige situatie

5

3 3. 1 3. 2

Voorgenomen ontwikkeling Beschrijving van de nieuwe situatie Beschrijving strijdigheid

6 6 11

4 4. 1 4. 2 4. 3

Beleidskader Rijksbeleid en rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Gemeentelijk beleid

13 13 14 15

5 Fysieke leefomgeving 5. 1 Beschermen van de gezondheid 5. 2 Milieubelastende activiteiten 5. 3 Ladder voor duurzame verstedelijking 5. 4 Geluid 5. 5 Kwaliteit van de buitenlucht 5. 6 Geur 5. 7 Bodemkwaliteit 5. 8 Wegen, verkeer en parkeren 5. 9 Omgevingsveiligheid 5. 10 Water en watersystemen 5. 11 Bedrijfsmatige activiteiten 5. 12 Toetsing Besluit m. e. r. /m. e. r. -beoordeling

19 19 19 20 20 22 23 23 24 25 25 26 27

6 6. 1 6. 2 6. 3

Beperkingsgebieden Cultuurhistorische waarden Natuur Kabels en leidingen

28 28 30 32

7 7. 1 7. 2

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

33 33 33

8 8. 1 8. 2 8. 3

Belangenafweging en conclusie Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Voorstel voor het opnemen in het omgevingsplan Conclusie

35 35 35 35

9 9. 1 9. 2 9. 3

Ruimtelijk kader Algemeen Werkingsgebied Regels

36 36 36 36

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

REGELS

Verkennend bodemonderzoek Verkennend waterbodemonderzoek Uitgangspunten watertoets Archeologisch onderzoek Archeologisch onderzoek karterende fase Stikstofonderzoek Ecologische quickscan Participatieverslag

1

Inleiding

1. 1

Aanleiding In het oosten van Hurdegaryp wordt het nieuwe woongebied It Súd ontwikkeld. Deze dorpsuitbreiding wordt gefaseerd uitgevoerd. Voor het deel ten oosten van de Easter Omwei en ten noorden van het onlangs gerealiseerde woongebied aan It Waarlamke, ligt een locatie van ongeveer twee hectare, die in het geldende bestemmingsplan is bestemd voor de ontwikkeling 50 woningen. Hiervoor geldt een uit te werken woonbestemming, wat betekend dat het college verplicht is dit gebied uit werken op basis van een inrichtingsplan. Sinds het voorjaar van 2023 heeft hiervoor een intensief participatietraject plaatsgebonden, waaruit een variant is gekozen. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft het bestemmingsplan als ‘tijdelijk deel’ van het Omgevingsplan van de gemeente Tytsjerksteradiel rechtskracht (zie paragraaf 1. 3) en kan geen gebruik worden gemaakt van de uitwerkingsplicht. Daarmee is het initiatief nu strijdig met het omgevingsplan en is voor de ontwikkeling een omgevingsvergunning Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa) aangevraagd. Voor de overgangsfase voor het omgevingsplan bevat artikel 12. 27a Bkl een beoordelingsregel voor opvolgende Bopa-vergunningverlening. Dit artikel bepaalt dat bij het toepassen van artikel 8.

0a, lid 2 Bkl, in ieder geval sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor zover de activiteit niet in strijd is met een eerder verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Dit maakt het mogelijk om eerst een 'planologisch' basisbesluit te nemen in de vorm van een omgevingsvergunning voor een Bopa. Om een duidelijk en concreet kader te kunnen bieden, is gekozen voor om binnen het werkingsgebied (beoordelings)regels te stellen aan de gebruiksfuncties en bouwactiviteiten. Bij de aanvraag is een dergelijke set regels ingediend, die in combinatie met de situatietekeningen waarop de verschillende werkingsgebieden zijn aangegeven, als voorschriften worden opgenomen bij de omgevingsvergunning. Er wordt hiervoor aangesloten bij werkwijze zoals de gemeente Tytsjerksteradiel hanteert voor het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. Er wordt dus alleen een omgevingsvergunning voor het afwijken aangevraagd. Omgevingvergunningen voor bijvoorbeeld de activiteit ‘bouwen’ volgen hierop en worden in eerste plaats getoetst aan het bij de aanvraag opgenomen toetsingskader, bestaande uit een situatietekening en daarbij voorgestelde voorschriften.

1. 2

Projectgebied Het plangebied betreft het grootste deel van twee agrarische kavels die aan de Easter Omwei zijn gelegen. De begrenzing is afgestemd op de uit te werken bestemming, zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. 1.

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

1

Figuur 1. 1 1. 3

De ligging van het plangebied

Het omgevingsplan Het projectgebied is geregeld in het Omgevingsplan gemeente Tytsjerksteradiel. Het gaat op moment van schrijven om het ‘tijdelijk omgevingsplan’, dat automatisch op 1 januari 2024 in werking is getreden en waarin primair de verschillende (ontwerp)bestemmingsplannen en de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving en de ‘Bruidsschat’, zijn opgenomen.

1. 3. 1

Bestemmingsplannen Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Hurdegaryp, woonuitbreiding It Súd fase II en III c. a. dat is vastgesteld op 19 december 2008. Het heeft hierin grotendeels de bestemming ‘Woondoeleinden, uit te werken’ en gedeeltelijk ‘verkeers- en verblijfsdoeleinden’ en ‘groenvoorzieningen’. Binnen uit te werken woondoeleinden zijn de gronden bestemd voor woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, met daaraan onderschikt allerlei openbare voorzieningen (groen, parkeren, verkeer etc. ). ,

Het college werkt de bestemming uit, met in achtneming van een aantal regels. Zo wordt er vanuit 2016 uitgewerkt en zal het aantal woonhuizen maximaal 50 bedragen. Verder gelden voorwaarden voor de inrichting van het gebied (minimaal 4 meter tussen woonhuizen en wegen en aansluiting bij het omringende woongebied). Bij de toepassing van de uitwerking zullen de regels van de bestemmingen ‘Groenvoorzieningen’, ‘Tuin’, ‘Verkeers- en verblijfsdoeleinden’ en/of de verschillende woonbestemmingen voor vrijstaande woningen, tweekappers en bouwstroken van toepassing worden verklaard.

2

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

Verder ligt door het plangebied de bestemming ‘Leiding – Water’, waarmee de belemmeringenstrook van de waterleiding is beschermd. Een fragment van de verbeelding van het bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1. 2.

Figuur 1. 2

Fragment geldend bestemmingsplan

1. 3. 2

Andere verordeningen Er zijn voor de locatie nog geen andere verordeningen opgenomen in het omgevingsplan.

1. 3. 3

De bruidsschat De bruidsschat bestaat uit ongeveer 600 regels uit het voormalige Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht (Bor). De regels hebben betrekking op een grote diversiteit aan onderwerpen, zoals horeca, detailhandel, recreatie, lozingen, emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven en bouwen. De regels zijn aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet. Dit is beleidsneutraal of beleidsarm gedaan: de essentie van de regels is ongewijzigd. De gemeente heeft de taak om uiterlijk in 2032 alle bruidsschatregels hebben verwerkt tot eigen regels, of hebben laten vervallen.

1. 4

Leeswijzer Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie van het projectgebied. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het project, dat met de Bopa mogelijk wordt gemaakt. Daar wordt zowel de beoogde situatie als de strijdigheid beschreven. Vervolgens toetst hoofdstuk 4 dit project aan de omgevingsvisies en instructieregels van het rijk en de provincie en aan het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 5 vormt de beoordeling van de en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij de omgevingswaarden en milieu- en gezondheidsaspecten centraal Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

3

staan. In hoofdstuk 6 wordt de Bopa getoetst aan de relevante beperkingsgebieden. Vervolgens

worden in hoofdstuk 7 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 8 geeft een beknopte afweging en conclusie voor het verlenen van de Bopa. Tot slot beschrijft Hoofdstuk 9 de ruimtelijke kaders, die voor de opvolgende Bopa’s gehanteerd moeten worden.

4

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

2

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied heeft betrekking op enkele agrarische percelen aan de rand van Hurdegaryp, ten oosten van de Easter Omwei. In dit gebied wordt sinds de jaren ’90 gefaseerd een nieuw woongebied ontwikkeld. Het gebied ten westen van de Easter Omwei is daarin het meest recentelijk ingevuld. Het plangebied, gelegen tussen de woningen aan It Waarlamke en het verlengde van It Sud, vormt op basis van het geldende bestemmingsplan de volgende fase van ontwikkeling. De betreffende kavels worden nog agrarisch gebruik maar zijn al wel bestemd voor wonen. Een luchtfoto van het projectgebied en de directe omgeving is weergegeven in figuur 2. 1.

Figuur 2. 1

Luchtfoto plangebied en omgeving

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

5

3

Voorgenomen ontwikkeling

3. 1

Beschrijving van de nieuwe situatie

3. 1. 1

Het initiatief De aanvraag omvat de invulling van het plangebied met in totaal 55 woningen. Het programma bestaat uit 16 rij-/hoekwoningen in de vorm van (30%) sociale huurwoningen, 18 twee onder één kap woningen, 13 vrijstaande woningen en 8 patiowoningen. Deze worden ontsloten via een nieuwe wegenstructuur die logisch aansluit op de bestaande wegen. Aan de noord- en zuidzijde is ruimte voor een groen- en waterrijke invulling, die aansluit bij de bestaande en toekomstige woningbouwontwikkeling en op de bestaande watergangen. Schuin door het plan loopt een waterleiding. Deze belemmeringenstrook wordt ook gebruikt voor een groene invulling en ontmoetingsplaats. De beoogde invulling van het gebied is weergegeven in figuur 2. 2.

Figuur 2. 2

6

Beoogde situatie plangebied

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

3. 1. 2

Basis voor het ruimtelijk kader De navolgende paragrafen geven richting aan de uitwerking van het stedenbouwkundige plan voor Hurdegaryp Súd fase III, naar bouwplannen en inrichtingsplannen. Deze fungeert in eerste instantie als inspiratiebron en leidraad voor de uitwerking en invulling van zowel de openbare ruimte als de bouwkavels in het plan en vormt de basis voor het in hoofdstuk 9 beschreven toetsingskader voor opvolgende Bopa’s. De beeldkwaliteit voor de nieuwe bebouwing bestaat uit een omschrijving van specifieke beeldkwaliteit per stedenbouwkundige typologie. Deze kwaliteitsrichtlijnen zijn gebaseerd op de systematiek van de huidige welstandsnota met bijbehorende welstandscriteria.

3. 1. 3

Algemene ambitie en uitgangspunten Het stedenbouwkundig plan heeft vanuit het participatieproces als ambitie meegekregen: “de woonuitbreiding Hurdegaryp Súd III is ‘Gezond, groen en dorps wonen, verbonden met de omgeving’. Het ontwerpteam heeft zich ten doel gesteld een woonuitbreiding te ontwerpen waarin een veelzijdig woonprogramma in opgenomen is met voldoende groen in de wijk. Een woongebied waar vooral prioriteit wordt gegeven aan het langzaam verkeer en er voor deze groep verkeersdeelnemers veilige, maar vooral voldoende (langzaam-)verkeersstructuren in het plangebied zijn opgenomen.

Het ontwerpteam dat ontstaan is vanuit het participatieproces heeft rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: • Ligging van een (hogedruk-)waterleiding met de daarbij behorende veiligheidszones aan weerszijden van de waterleiding. Deze (hogedruk-)waterleiding ligt diagonaal door het plangebied Súd III en dient te worden gehandhaafd. Deze zone die als barrière is gedefinieerd zal als ‘gebiedskenmerk’ functioneel worden benut en vorm krijgen als bijzonder ruimtelijk element; • Het nieuwe woongebied krijgt twee aansluitingen voor het autoverkeer op de Easter Omwei. Daarnaast dient er bij het verkeersontwerp een ontsluiting naar de volgende fase (fase IV, ten noorden van het plangebied) gecreëerd te worden. Hierdoor zullen fase Súd III en IV een verbinding met elkaar krijgen; • Voor water en riolering is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) ‘waterzorg’ van toepassing en het door de raad vastgestelde scenario daarbij is ‘scenario C: Klimaat robuust’. Dat houdt in dat er ruimte moet zijn voor water (minimaal de watertoets), maar het liefst robuuster. Dit heeft als doel het voorkomen van wateroverlast, maar ook om (tijdelijke) waterberging te creëren voor periodes van droogte tegen, een groenwateraanvulling.

• Het geniet de voorkeur om de afvoer van hemelwater zoveel mogelijk rechtstreeks vanaf de percelen naar het oppervlaktewater en de openbare verharding (bovengronds) af te laten voeren. • Geanticipeerd moet worden op klimaat robuust bouwen. Klimaat robuust bouwen betekent met name: voldoende groen en water in de wijk en een minimale hoeveelheid verharding (of het stimuleren van ‘open verharding’), zodat hittestress in het plangebied wordt geminimaliseerd;

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

7

•

•

• • •

Ook is het door de raad vastgestelde beleid ‘Grondwaterbeleidsplan’ van toepassing voor de woonuitbreiding. Hierin is het een ander opgenomen over ‘ontwateringsdiepte’ bij nieuwbouw. Rekening houden met kabels- en leidingenstrook aan beide zijden van de openbare weg (in openbaar gebied). Vanuit de nutsvoorzieningen moet er twee trafo’s geplaatst worden. Verbindingen maken met omgeving en voorrang geven aan wijk overstijgende, langzaamverkeersroute. Het fietsverkeer en wandelen heeft prioriteit boven auto. Gemeenschappelijke speelplek en/of andere buurtvoorziening ten behoeve van het woongenot, mogelijk maken. Voor het op te stellen ontwerp-verkavelingsplan (stedenbouwkundig plan) is de volgende richtlijn voor het woningbouwprogramma van toepassing: Sociale huurwoning (streven is 30%)

Woningen

2/3 betaalbaar

1/3 sociaal Sociale koopwoning (max. € 260. 000 k. k. )

1/3 middelduur

Huurwoning en € 1. 000

tussen de liberalisatiegrens

Koopwoning tot € 355. 000 k. k. 1/3 vrij

•

•

3. 1. 4

1/3 duur

Huur en koopwoningen zonder grens

Bij het op te stellen stedenbouwkundig plan dient rekening te worden gehouden met een bebouwingsbeeld met een ‘dorpse sfeer’. Het ontwerpteam denkt dan aan een mix van woningtypen en een zekere mate van vrijheid in verkaveling, bebouwingsbeeld en kleurstelling. Meer kleur in het bebouwingsbeeld dan in plan It Súd fase I & II zijn wenselijk; Duurzame gebiedsontwikkeling (energiezuinig, gasloos, duurzame materialen, ruimte voor natuur, gezondheid, klimaat robuust, inclusie

Stedenbouwkundig plan Het stedenbouwkundig plan is door een uitgebreid participatieproces tot stand gekomen. Vanuit dit proces is er een ontwerpteam gevormd dat verantwoordelijk was voor het opstellen van een stedenbouwkundig plan. Naast de hiervoor genoemde uitgangspunten was ook de lokale, landschappelijke situatie, leidend voor het schetsontwerp. Het eindresultaat is op de Algemene Ledenvergadering van Doarpsbelang Hurdegaryp (18 maart 2024) gepresenteerd. Het plan is zeer goed ontvangen door de grote hoeveel aanwezige dorpsbewoners. De hoofdstructuur van het nieuwe woongebied wordt bepaald door twee aansluiting op de Easter Omwei aan de westzijde van het plan en de diagonaal door het plan gelegen (hogedruk-)waterleiding. Deze waterleiding heeft een zonering aan weerszijden van de waterleiding. Binnen deze zone mogen geen bouwwerken worden gerealiseerd. Daarnaast moet het kruisen van deze zone met

8

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

wegenstructuren zoveel mogelijk worden beperkt. De leidingzone is in het stedenbouwkundig ontwerp opgenomen als een groenstructuur die functioneel kan worden gebruikt als recreatieve zone met een belangrijke langzaamverkeersroute.

Het stedenbouwkundig plan voor Súd III heeft een rationele en heldere opzet; een orthogonaal stratenpatroon waar de diagonale structuur van de groenzone (de zone van de waterleiding) doorheen snijdt. Hiermee is er uiteindelijk een beeldbepalende, groene ruimte ontstaan, centraal binnen de woonwijk. In deze ruimte zal aan de noordoostzijde een speellocatie worden gerealiseerd voor jonge kinderen. Aan de noordzijde van de wijk ligt een groenzoom. De groenzoom heeft een waterloop die centraal door de groenzoom, van oost naar west loopt. De bosschages ten noorden van de sloot worden opgenomen in Súd fase IV en vormen daarmee een natuurlijke overgang tussen de beide plangebieden. Het deel ten zuiden van de sloot zal worden opgenomen in een bijzonder woonprogramma met patiowoningen. De patiowoningen beschikken over een zogenaamd ‘mandelig gebied’. Dit ‘mandelig gebied’ kan door de toekomstige, gezamenlijke bewoners c. q. eigenaren als natuurlijk gebied worden ingericht en onderhouden. Aan de zuidzijde van de woonuitbreiding, daar waar de wijk aansluit op de bestaande woonwijk (Súd II) zal de woonuitbreiding een groenblauwe inrichting krijgen. De zone is mede noodzakelijk vanuit de zogenaamde ‘watertoets’ die het Wetterskip Fryslân hanteert bij een toename aan verhard (bebouwd) oppervlak. De zone krijgt naast de functionele eis ook een esthetische betekenis.

Centraal in de wijk zal een royale wadi worden gemaakt. Deze dient eveneens als waterbuffer, maar heeft tevens een belangrijke functie in het groene beeld van de wijk. Het buitengebied aan de oostzijde van het plangebied zal op enkele plekken vanuit de wijk zichtbaar worden gemaakt. In de noordoost- en de zuidoosthoek van het plangebied zijn in het straatbeeld open plekken bedacht om de woonuitbreiding een visuele relatie te geven met het open landschap. 3. 1. 5

Stedenbouwkundige criteria voor de beeldkwaliteit Het plan Súd III bevat een zestal woningtypes die zullen aansluiten bij het dorpse karakter en het bouwkundige beeld van het omliggend gebied: twee-onder-één kapwoningen (2 types), vrijstaande woningen (2 types), strokenbouw en patiowoningen. Op onderstaande afbeelding zijn de woning typologieën aangegeven.

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

9

Figuur 2. 3

Verdeling typologieën

Alle woning typologieën binnen Súd III zullen hierna uitvoerig worden beschreven. Deze omschrijving kan worden beschouwd als een beknopt beeldkwaliteitsplan voor plan Súd III en vormt bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning het toetsingskader voor de welstand. Aangezien met het in werking treden van de omgevingswet meer vrijheid wordt beoogd bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in Nederland, wordt voor Súd III een minder strak kader gehanteerd dan tot nu toe gebruikelijk was binnen de gemeente Tytsjerksteradiel. Een eenvoudig, maar toetsbaar kader, moet meer ruimte en vrijheid geven voor de toekomstige bewoners bij het realiseren van hun woonwensen. Ook met dit bescheiden ruimtelijke kader wordt een goed architectuurbeeld verwacht voor plan Súd III. Het groene gebied krijgt ook een functie als speel- en ontmoetingsgebied. Dit wordt bevorderd de aanleg van een doorlopend wandelpad, dat over de waterleiding het gebied doorkruist. Het parkeren voor de rijwoningen wordt voorzien langs de ringweg, waar insteekparkeerplaatsen en ekele parkeerhaventjes worden aangelegd. De twee onder één kap en vrijstaande woningen krijgen twee parkeerplaatsen op eigen erf.

10

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

Voor het stedenbouwkundig ontwerp van het nieuwe woongebied geldt vanuit de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het gebied een aantal randvoorwaarden. Deze vormen randvoorwaarden en zijn ook een belangrijke basis voor dit project. Het gaat om aspecten die betrekking hebben op de stedenbouwkundige inpassing in het gebied en om de functionele inpassing van woningen nabij bedrijven. Stedenbouwkundige inpassing Voor de stedenbouwkundige inpassing is met name van belang dat het plan zich voegt in de stedelijke structuur van It Súd. Het nieuwe woongebied wordt ‘van nature’ ingepast bij de bestaande stedelijke én landschappelijke structuur van het gebied, met name door het behoud van de bestaande groene en blauwe elementen ten noorden, zuiden en westen van het plan. Functionele inpassing Bij de ontwikkeling van een woongebied moet met name rekening worden gehouden met het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat, zonder dat dit te koste gaat van de (ontwikkelings)mogelijkheden van de aanwezige bedrijven. Aangezien het plan enkel aansluit op bestaande woongebied en bedrijfsfuncties op enige (meer dan 200 meter) afstand liggen, wordt hieraan voldaan. In hoofdstuk 4 is de beoordeling van deze aspecten vanuit de milieuwetgeving en ruimtelijke ordening beschreven. 3. 2

Beschrijving strijdigheid Het aangevraagde woongebied ligt hoofdzakelijk op gronden die zijn ‘bestemd’ voor uit te werken woondoeleinden, een daarmee voor woonhuizen in combinatie met ruimte voor beroepen of bedrijven aan huis, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, wegen, straten en paden, water en openbare nutsvoorzieningen. Het inrichten van het gebied als woongebied is daarmee niet in het strijd met het omgevingsplan. Er geldt echter een bouwverbod voor bovengrondse bouwwerken, zolang er nog geen (ontwerp)uitwerkingsplan is. Dit uitwerkingsplan is er niet en kan er ook niet meer komen, op basis van nieuwe wetgeving. Dat betekent dat het terrein wel bouwrijp gemaakt kan worden en dat ook de openbare ruimte ingericht mag worden, maar dat er nog geen omgevingsvergunningen voor de bouw van de woning verleend kunnen worden. Verder worden 55 woningen aangevraagd, terwijl de uitwerkingsregels stellen dat er ten hoogste 50 woningen gebouw kunnen worden. Bovendien wordt alleen voorzien in vrijstaande woningen W(a) en tweekappers W(b) en bouwstroken W(d), maar niet in rijwoningen W(c). Deze worden nu wel aangevraagd. Tot slot wijkt de begrenzing van het woongebied aan de noordzijde af van de bestemmingsgrens voor uit te werken woondoeleinden.

De patiowoningen en een parkeerterrein zijn hier gedeeltelijk in de bestemmingen ‘verkeers- en verblijfsdoeleinden’ en ‘groenvoorzieningen’ geprojecteerd. Figuur 2. 4 geeft een weergave van de situatietekening over de plankaart van het bestemmingsplan, waaruit afwijkingen van het oorspronkelijk plan duidelijk worden.

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

11

Figuur 2. 4

12

Situatietekening over de plankaart bestemmingsplan

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

4

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de activiteit toegelicht en wordt de activiteit hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). 4. 1

Rijksbeleid en rijksregels

4. 1. 1

Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken. Het doel is te kiezen voor slimme combinaties van functies, uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Het projectgebied valt niet in één van deze gebieden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI, heeft het NOVI geen directe implicaties voor de ontwikkeling en kan de voorgenomen ontwikkeling in algemene zin bijdragen aan de belangen uit het NOVI. Het NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen ontwikkeling.

4. 1. 2

Instructieregels Rijk (AMvB’s) Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal besluiten in werking getreden. Het gaat om het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit. Het Bal stelt rijksregels aan (milieu)activiteiten, het Bkl gaat voornamelijk over omgevingswaarden en beperkingengebieden (onder andere natuur en water) en het Bbl stelt regels aan veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het DSO. Het project wordt aan deze regels getoetst in hoofdstuk 4.

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

13

Voortbouwend op de hiervoor genoemde AMvB’s, stelt de Omgevingsregeling eisen aan omgevingsplannen in aangewezen gebieden. Het gaat dan om beperkingengebieden van nationaal belang. Deze regeling volgt de voormalige Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) op. Daarnaast bevat afdeling 5. 2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. 4. 1. 3

Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk. Hoofdstukken 5 en 6 toetsen inhoudelijk aan de instructieregels van het rijk.

4. 2

Provinciaal beleid en provinciale regels

4. 2. 1

Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid en voorkomt leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. Dit plan voorziet in de herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied. De provincie bevordert verder het natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt onder andere ingezet op het versterken van de natuur in het stedelijk gebied. Het gaat dan om uitvoeringszaken, zoals speciale stenen toe te passen met invliegmogelijkheden voor vleermuizen of een tuininrichting die biodiversiteit stimuleert. De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging heeft een checklist opgesteld met 40 punten waarmee bij stedelijke ontwikkeling rekening gehouden kan worden. Voor de ontwikkeling worden geen aanvullende eisen gesteld op dit vlak.

De checklist is bij de initiatiefnemer kenbaar gemaakt als inspiratiekader. Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkeling een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar ‘waterrobuust bouwen’. Dit houdt in dat gebouwen en straten op voldoende hoogte worden aangelegd en dat er voldoende ruimte is voor water in het plan. Paragraaf 5. 10 gaat hier verder op in.

4. 2. 2

Instructieregels provincie Het projectgebied valt binnen het werkingsgebied van de Omgevingsverordening provincie Fryslân. Deze onderbouwing beperkt zich tot hoofdstuk 2, ruimtelijk omgevingsbeleid, en daaruit volgende artikelen, voor zover relevant:

14

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

Artikel 2. 1 De omgevingsverordening gaat uit van het principe ‘Omgevingskwaliteiten als basis’. In een omgevingsplan (of afwijking daarvan) wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden, waarbij gebruik wordt gemaakt van FAMKE. Paragraaf 4. 4 gaat hierop in. Artikel 2. 5 Ook vraagt de Omgevingsverordening de effecten op gezondheid en veiligheid af te wegen, wateroverlast of overstroming vanuit de Friese Boezem te voorkomen en te borgen dat waterrobuust wordt gebouwd. Hoofdstuk 4 beschrijft deze onderwerpen. Artikel 2. 6 De Omgevingsverordening gaat verder uit van het bundelen van stedelijke functies in het bestaand stedelijk gebied. Het projectgebied ligt binnen de gebiedsaanwijzing ‘bestaande stedelijk gebied’, waarmee nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden kunnen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies. Hoewel het project onderdeel is vanuit een uitbreidingswijk, wordt voldaan aan een binnenstedelijke ontwikkeling, omdat er al stedelijke bestemmingen van toepassing zijn. Artikel 2. 7 Voor het toevoegen van woningen geldt dat deze moeten woningbouwafspraken. Hierop wordt in paragraaf 3. 3 getoetst.

passen

binnen de regionale

Artikel 4. 1 Ontgrondingsactiviteiten Voor het plan is watercompensatie nodig. Dit wordt uitgevoerd door op de situatietekening aangegeven waterpartij. Geen omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit is nodig wanneer deze minder dan 2 meter diep wordt en niet meer dan 10. 000 m 3 grond wordt ontgraven. In het project wordt ongeveer 2. 500 m 2 gegraven ten behoeve van watercompensatie. Deze ontgravingen zijn aangegeven op de situatietekeningen. De diepte wordt hooguit 1,5 meter, waarmee het project ruim onder de vrijstellingsgrens blijft. 4. 2. 3

Conclusie Het project is hiermee in overeenstemming met de instructieregels.

4. 3

Gemeentelijk beleid

4. 3. 1

Woonvisie 2019-2024 De gemeenteraad heeft in 2019 de woonvisie vastgesteld. De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid van de gemeente. In de visie wordt uitgelegd waar de gemeente in 2024 op het gebied van wonen wil staan. In de woonvisie staan 5 speerpunten uitgewerkt: 1. Investeren in onze bestaande voorraad 2. Zorgvuldige inzet op nieuwbouw 3. Voldoende betaalbare en beschikbare sociale huurwoningen 4. Wonen met zorg 5. Streven naar leefbare dorpen De gemeente wil bouwen naar de behoefte die in regionaal verband in kaart is gebracht (uitgedrukt in een hoog en laag scenario). In 2019 moesten hierover nog werkbare afspraken met de Provincie

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

15

worden gemaakt, over het aantal toe te voegen woningen. Partijen lijken het erover eens dat absolute aantallen niet de graadmeter moeten vormen, maar dat bouwen naar behoefte en kwaliteit het uitgangspunt moet zijn. Door de woningbehoefte in de toekomst goed te blijven monitoren houden we continu zicht of we niet teveel of te weinig woningen bouwen. Gelet op de huidige vraagdruk zetten we als gemeente Tytsjerksteradiel in op realisatie van het hoge scenario. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningbouwinitiatieven aansluiten bij de actuele, kwalitatieve woningbehoefte en volkshuisvestelijke ambities, willen regio en Provincie de komende jaren sturen op basis van een gezamenlijke set van criteria. Sinds de vaststelling van de woonvisie is hiervan een uitwerking gemaakt in de vorm van een ‘flexibele woningbouwprogrammering’. Flexibele woningbouwprogrammering De druk op de woningmarkt wordt in Hurdegaryp gevoeld. De dorpen scoren goed op de factoren voorzieningenniveau, bereikbaarheid en ligging. Er is een grote vraag naar woningen, vooral voor betaalbare woningen, maar geen aanbod. De gemeente heeft de ambitie om dit in balans te brengen.

Om dit proces te versnellen is een flexibel woningbouwprogramma en daarbij behorende afstemming met de provincie nodig. Om hierin te ondersteunen is de provincie in 2020 een experiment gestart met de regio Noordoost-Fryslân. Dit experiment loopt tot 2025. Dit houdt in dat de provincie niet actief stuurt op de verdeling van contingenten, maar de regie bij de regio legt. Gemeenten zijn binnen het experiment vrij in het programmeren van zowel binnen- als buitenstedelijke projecten. Gemeenten zijn binnen het experiment verantwoordelijk voor een onderbouwing van de programmering rekening houdend met de geprognosticeerde behoefte. Bij deze verantwoordelijkheid hoort ook de afweging van woningbouwplannen en de onderbouwing daarvan. Daarbij geldt duurzame verstedelijking als belangrijk vertrekpunt. De gemeente geeft deze onderbouwing vorm aan de hand van de woningmarktanalyse, Dorpenatlas en monitoring. Behoefte Uit de woningmarktanalyse blijkt dat het aantal huishoudens de komende jaren nog stijgt en dat dit, samen met het nu al onder druk staande woningaanbod, de komende jaren zal leiden tot een aanhoudende behoefte aan goede, betaalbare en duurzame woningen. Daarbij moet rekening worden gehouden met een vergrijzende regio en grote vraag naar sociale huur in de voorzieningenkernen.

De bepalende factoren voor vestigingskeuzes van mensen zijn het voorzieningenniveau, bereikbaarheid en ligging. Hurdegaryp scoort goed op alle factoren. Het is hiermee een ‘plus-kern’, die een blijvende en sterke positie in de regio heeft en waar ook na 2030 nog groei te verwachten is. Uit de analyse blijkt dat er in Tytsjerksteradiel sprake is van een bijzonder grote vraag naar woningen in het betaalbaar lage en betaalbaar hoge segment. In de gemeente zijn alle producten schaars en de vraag is (veel) groter dan het aanbod. Voor Hurdegaryp wordt aan de hand van de woningmarktanalyse van KAW geconcludeerd dat er sprake is van een woningmarkt onder spanning,

16

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

waarin voor zowel de (sociale) huur als koop sprake is van een bijzonder grote woningbehoefte. Tot slot wordt in de analyse aangegeven dat specifiek voor Hurdegaryp de behoefte aan ‘patiowoningen’ groot is. Hiermee worden grondgebonden, levensloopgeschikte woningen bedoeld. In dit plan wordt voorzien in een mix van betaalbare woningen en vrije sector woningen. Deze zijn levensloopgeschikt te maken. Hiermee wordt naadloos ingespeeld op de beschreven behoefte. Locatie Binnenstedelijk bouwen is zowel vanuit de ladder voor duurzame verstedelijk als binnen de Woonvisie voorkeursoptie. Het KAW rapport benoemd voor Hurdegaryp ook het belang van het omzetten van zachte in harde plannen. Omdat het plangebied al is bestemd voor wonen valt het binnen het bestaand stedelijk gebied, al ligt het plan in een uitbreidingswijk. Een uitbereiding van de omgeving van It Súd kan ook niet via inbreiding of herstructurering worden ingepast. Conclusie Het plan is onderdeel van het flexibele woningbouwprogramma van de gemeente. In het kader van het experiment ‘woningmarkt in balans’ krijgt de gemeente van de provincie ruimte om plannen te faciliteren en te ontwikkelen die aansluiten bij de behoefte van de markt. Het plan is prioritair binnen het woningbouwprogramma van de gemeente op basis van het inspelen op de behoefte op een al daarvoor bestemde (zachte plancapaciteit) locatie.

Ten opzichte van de mogelijkheden uit het geldende planologische kaders worden kwantitatief 5 extra woningen mogelijk gemaakt. Kwalitatief worden er ook rijwoningen geïntroduceerd. Dit sluit aan bij de actuele vraag naar betaalbare gezinswoningen en de wens om ook voor de sociale sector te bouwen. 4. 3. 2

Welstandsnota Tytsjerksteradiel Het welstandsbeleid is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerich. Het plangebied valt in het welstandsgebied 7, Hurdegaryp – It Sud. Voor dit gebied is een beeldkwaliteitsplan gemaakt. Verkaveling van het plangebied is, en de uitwerking wordt, met inachtneming met de uitgangspunten uitwerkt en ontworpen.

4. 3. 3

Natuur en Landschap De gemeente streeft naar behoud en versterking van de bestaande landschappen en de daarbij horende landschapselementen. Daarbij wordt gezocht naar meervoudig ruimtegebruik en koppelkansen. Bij nieuwe ontwikkelingen streeft de gemeente dan ook naar een plus voor bestaande landschappen, door bijvoorbeeld ruimte te bieden aan biodiversiteit en water, klimaatadaptatie en duurzaam energie- en materiaalgebruik. De bestaande ruimtelijke waarden en identiteit vormen de basis voor alle ontwikkelingen.

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

17

De onderhavige ontwikkeling bouwt voort op bestaande kwaliteiten. Hierbij is in het bijzonder ruimte voor de randen, waar wordt ingezet op een groene en waterrijke, natuurinclusieve omgeving. Ook worden bestaande kenmerkende boomsingels en groenstructuren behouden. Hoofdstuk 2 gaat hier nader op in. 4. 3. 4

Duurzaamheid De gemeente Tytsjerksteradiel wil in de top staan van de meest duurzame gemeenten en in 2040 energieneutraal zijn. De duurzaamheidsagenda van de gemeente geeft hier invulling aan en biedt een programma van projecten. In de duurzaamheidsagenda komen de volgende thema’s aan de orde: • energietransitie duurzame mobiliteit • circulaire economie • • biodiversiteit • klimaatbestendigheid • eigen organisatie en maatschappelijk vastgoed Onder andere door het stellen van beleidsregels aan woningbouwlocaties en inrichtingsplannen, wordt bijgedragen aan deze doelstellingen. Deze regels zijn nog niet vastgesteld. In elk geval moeten de woningen voldoen aan de actuele hoge normen voor energieprestaties. Ook wordt ingezet op een waterrobuust en klimaatadaptief plan met veel ruimte voor natuurinclusiviteit. Op die manier draagt het project bij aan de doelen van de duurzaamheidsagenda van de gemeente.

4. 3. 5

Gezondheid In de gemeente is een nota volksgezondheid vastgesteld. Het gaat om gezond wonen, werken, opgroeien en leven. De gemeenten zijn benieuwd wat voor inwoners belangrijk en over hoe hier samen aan gewerkt kan worden. Belangrijk is om de omgeving zó in te richten dat het uitnodigt tot gezond gedrag. En ook om naast een gezonde leefstijl ook te kijken naar onderwerpen als armoede, participatie en leefomgeving, omdat deze van invloed zijn op de gezondheid. Dit project biedt mogelijk heden voor ontmoeting en bewegen in een groene en ruime omgeving, waarin het risico op hittestress is geminimaliseerd.

4. 3. 6

Conclusie Het project is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

18

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

5

Fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal). De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1. 2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen en kan vervolgens in subparagrafen worden onderverdeeld 5. 1

Beschermen van de gezondheid

5. 1. 1

Wettelijk kader Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet (artikel 1. 3 sub a). De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet wordt dit aspect breed gemotiveerd. Van belang is dat de kwaliteit van de leefomgeving door de activiteit verbetert of in elk geval niet (onevenredig) verslechtert. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd. Deze paragraaf beperkt zich tot het beschermen van gezondheid in algemene zin. Dus op de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid.

5. 1. 2

Toetsing en conclusie Met dit project hangen geen bijzondere omstandigheden samen, waardoor het verlenen van de vergunning in potentie leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid.

5. 2

Milieubelastende activiteiten In deze paragraaf worden regels over mba’s bedoeld die op gemeentelijk niveau kunnen worden geregeld. Zie bijvoorbeeld afdeling 2. 3 van de Bruidsschat, die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege in het tijdelijke deel van elk gemeentelijk omgevingsplan wordt opgenomen. Deze afdeling 2. 3 is getiteld “Milieubelastende activiteiten” en bevat gemeentelijke regels over mba’s. Het Bkl bevat in hoofdstuk 5 onder andere instructieregels voor het omgevingsplan over milieu. De Bkl-regels spreken daarbij van “activiteiten”. Uit de NvT van het Bkl blijkt dat daarmee “milieubelastende activiteiten” worden bedoeld.

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

19

5. 2. 1

Toetsing en conclusie In dit project worden geen MBA’s aangevraagd.

5. 3

Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5. 129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8. 0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

5. 3. 1

Toetsing en conclusie De " treden van de ladder” houden in dat bij nieuwe verstedelijking een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling wordt beschreven en, indien een project die ontwikkeling voorstelt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Allereerst is relevant of de ontwikkeling die het project mogelijk maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Dit project maakt de ontwikkeling van 55 woningen mogelijk. Een dergelijke ontwikkeling wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Echter, ten opzichte van de mogelijkheden uit het geldende planologische kaders worden kwantitatief 5 extra woningen mogelijk gemaakt. Kwalitatief worden er ook rijwoningen geïntroduceerd. De behoefte aan het voorgestelde programma van woningen blijkt uit de analyses die zijn gedaan in het kader van het gemeentelijk woonbeleid (zie paragraaf 4. 3. 2). Vanuit de rijksbegrippen voor bestaand stedelijk gebied valt het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied. Ondanks de ligging van het plangebied in een uitbreidingswijk, wordt voldaan aan de tweede trede van de ladder. Het beoogde programma sluit aan bij de actuele vraag naar betaalbare gezinswoningen en de wens om ook voor de sociale sector te bouwen.

5. 4

Geluid

5. 4. 1

Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid in relatie tot een hoge geluidbelasting zijn geluidaandachtsgebieden bepaald. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Dit is aspect is behandeld in paragraaf 4. 6. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet

20

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Voor provinciale- en rijkswegen geldt dat de provincie c. q. het rijk verantwoordelijk is voor geluid langs de wegen. Om de onbeheerste groei aan geluid tegen te gaan, zal het systeem van Geluidproductieplafonds (GPP) worden gebruikt. Voor 2026 moeten de Geluidproductieplafonds worden vastgesteld. Zolang deze niet zijn vastgesteld, blijft de Wet geluidhinder van toepassing. In tabel 5. 78t zijn standaardwaarden voor geluid op geluidsgevoelige gebouwen als gevolg van wegverkeer opgenomen. Voor gemeentewegen is dit 53 dB (etmaalintensiteit). en

5. 4. 2

Toetsing en conclusie Voor gemeentelijke wegen geldt dat er van rechtswege geluidaandachtsgebieden gelden (200 meter bij wegen met 1 of 2 rijstroken). Gemeente moeten hier de basisgeluidemissie van de wegen te bepalen en monitoren. Dit geldt in principe alleen voor wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 1. 000 mvt/etmaal. Het projectgebied ligt op meer dan 250 meter vanaf de Rijksstraatweg, waarmee het niet binnen het geluidaandachtsgebied van deze weg ligt. De Easter Omwei is een belangrijke wijkontsluitingsweg voor Hurdegaryp. In het kader van het geldende bestemmingsplan is voor deze weg een zogenaamde poldercontour bepaald. Dat is een indicatieve 53 dB-contour, op basis van een vrije veld berekening. De woningen komen op bijna twee keer de berekende contour te liggen. Hoewel de onderzoeken zijn gedateerd, is op basis van het voorgaande in voldoende mate aangetoond dat geluid van wegverkeer ter plaatse van het nieuwe woningen niet leidt tot onevenredige geluidhinder. De regionale kaart ‘Geluid van wegverkeer’, zoals opgenomen in de Atlas Leefomgeving geeft een actuele indicatie van de geluidsniveaus in de omgeving. Een fragment van deze kaart is weergeven in figuur 5. 1. Aanvullend hierop wordt opgemerkt dat de Easter Omwei wordt ingericht als 30 km/uur-zone, waarmee de geluidsniveaus naar verwacht nog iets afnemen.

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

21

Figuur 5. 1

Geluidskader wegen Atlas Leefomgeving

Op basis van de functie en inrichting van de omliggende wegen en de informatie uit de Atlas Leefomgeving, kan worden geconcludeerd dat de standaardwaarde van 53 dB niet wordt overschreden. Ter plaatse van de woningen is geen hoge geluidsbelasting te verwachten. Door het voldoen aan de standaardeisen voor de geluidsgevelwering, namelijk minimaal 20 dB, wordt tevens voldaan aan het aanvaardbaar geachte binnenniveau van 33 dB. 40 dB voor warmtepomp of airco bij naast elkaar gelegen woningen Voor een installatie voor warmte- of koudeopwekking (zoals een warmtepomp of airco) die buiten staat bij een woning, geldt een aanvullende regel. Die regel geldt als de woning (met de installatie) direct grenst aan een andere woning. In dat geval mag het geluidsniveau van de installatie maximaal 40 dB zijn. Het berekenen van het geluidsniveau moet plaatsvinden volgens de Omgevingsregeling (artikel 5. 59 en bijlage XVII Omgevingsregeling). Omdat het gaat om woningen op verschillende bouwwerkpercelen geldt dat geluidsniveau op de perceelsgrens (artikel 4. 107, lid 2 Bbl). 5. 5

Kwaliteit van de buitenlucht In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5. 1. 4. 1 Bkl.

22

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

5. 5. 1

Toetsing en conclusie In Fryslân zijn er geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Burgum en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Het plan draagt met de realisatie van 50 woningen niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek naar dit aspect is niet nodig.

5. 6

Geur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. Deze instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg.

5. 6. 1

Toetsing en conclusie In de omgeving van het projectgebied komen geen bedrijven met een grote mate van geurhinder voor. De meest nabijgelegen agrarische bedrijven liggen op meer dan 450 meter afstand. Daarmee kan op voorhand worden uitgesloten dat er in het plan sprake is van geurhinder.

5. 7

Bodemkwaliteit In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5. 1. 4. 5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid.

5. 7. 1

Toetsing en conclusie In het kader van de gebiedsontwikkeling It Súd en het geldende bestemmingsplan zijn verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. Op basis hiervan is geconcludeerd dat de bodem ter plaatse van het plangebied geschikt is voor het voorgenomen gebruik. In het kader van dit project zijn een actueel bodemonderzoek en waterbodemonderzoek uitgevoerd, om deze hypothese te toetsen. De rapportages zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2. Op basis van de uitkomsten van het bodemonderzoek behoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt vermoedelijk geen beperkingen te worden gesteld aan het toekomstige gebruik van de locatie waarbij woningen worden gerealiseerd. Uit het waterbodemonderzoek zijn geen bijzonderheden of asbestverdachte omstandigheden aangetroffen. Vanuit dit aspect bestaan geen belemmeringen voor het project. Bij het toepassen van grond moet rekeningen worden gehouden met beperkingen, die zijn beschreven in de onderzoeken. Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

23

5. 8

Wegen, verkeer en parkeren In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect verkeer en parkeren. De toename aan functies zorgen voor verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn.

5. 8. 1

Onderzoek Verkeersafwikkeling De verkeersafwikkeling is voor dit plan goed geregeld. Het plangebied krijgt een dubbele ontsluiting op de wijkontsluitingsweg Easter Omwei, die met het oog op de onderhavige woningbouwontwikkelingen is aangelegd. Er wordt een parallelweg aangelegd, om de verkeersveiligheid te waarborgen. Op basis van de kentallen uit CROW-publicatie 381 wordt voor grondgebonden woningen uitgegaan van 8,1, 7,7, 7,3 en 5,4 mvt/etmaal voor respectievelijk vrijstaande woningen, tweekappers, patiowoningen en sociale huur. Dit betekent dat de verkeersgeneratie vanuit het woongebied theoretisch 389 mvt/etmaal is. De Easter Omwei is aangelegd als wijkontsluitingsweg en kan dit verkeer goed verwerken. Parkeren Het uitgangspunt voor parkeren is het voorkomen van een onevenredige parkeerdruk in de omgeving. De parkeerbehoefte is op basis van de normering als volgt bepaald: Woningtype Sociale huur Patiowoningen Twee onder een kap Vrijstaande woning

Aantal 16 8 18 13

Gemiddelde norm 1,6 pp/w 2,0 pp/w 2,2 pp/w 2,2 pp/w

Parkeerbehoefte 14,4 pp 16 pp 39,6 pp 28,6 pp

Op basis van deze parkeernormen zijn in het woongebied 99 parkeerplaatsen nodig. Bij alle tweekappers en vrijstaande woningen worden minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen erf aangelegd (totaal 62). De overige 37 parkeerplaatsen worden aangelegd in het openbaar gebied. Het stedenbouwkundig plan voorziet hierin. Hiermee wordt aan de uitgangspunten voor parkeren voldaan en is gewaarborgd dat het plan geen parkeerhinder in de omgeving veroorzaakt.

24

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

5. 9

Omgevingsveiligheid De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5. 1. 2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5. 12 t/m 5. 15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar via de Atlas Leefomgeving.

5. 9. 1

Toetsing en conclusie Uit de kaarten van de Atlas Leefomgeving blijkt dat er in de directe omgeving van het projectgebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Het projectgebied ligt ook niet in het invloedgebied van risicobronnen op grotere afstand. Vanuit dit aspect bestaan dan ook geen belemmeringen voor dit project.

5. 10

Water en watersystemen In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect water en watersystemen. Voor het inventariseren van de wateraspecten van een project wordt vaak een plan voor de waterhuishouding opgesteld of een plan met een andere benaming. In dit plan worden de wateraspecten niet alleen beschreven, maar ook wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project getroffen moeten worden. Hierbij vindt een toets plaats aan de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de Kaderrichtlijn water.

5. 10. 1

Weging van het waterbelang Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het project op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor dit plan wordt de normale watertoetsprocedure doorlopen. De uitgangspuntennotitie voor de watertoets is opgenomen in bijlage 3. Waterafvoer/berging Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Binnen het project wordt in totaal 17. 000 m 2 uitgegeven als woonkavels en krijgt 5. 500 m 2 een verkeersfunctie. Ervan uitgaande dat het verkeersgebied voor 95% wordt verhard en de uit te geven grond voor 50%, dan levert dat ongeveer 14. 000 m 2 aan extra verharding op. Dit moet voor 10% worden gecompenseerd in de vorm van nieuwe waterberging. Er wordt een watergang met een oppervlakte van 450 m 2 gedempt.

Dat betekent dat er in het projectgebied ongeveer 1. 850 m 2 water moet worden toegevoegd. In het projectgebied komt een wadi met een oppervlakte van ruim 400 m.2 Aan de zuidzijde wordt ruim 2. 000 m 2 aan water toegevoegd en aan de noordzijde komt ook extra water. Binnen het project wordt daarmee voldaan aan de compensatie-eis. Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

25

Het regenwater vanaf de verhardingen van het plan worden aangesloten op de waterpartij of wadi. Dit gebeurd waar mogelijk oppervlakkig, zodat het ook tijd krijgt in de bodem te infiltreren en het zichtbaar blijft welk water naar de sloten wordt afgevoerd. Over de waterafvoer vanuit de wadi vindt nog afstemming plaats met het waterschap. Wanneer water niet goed afgevoerd kan worden via andere sloten, zal de wadi voldoende capaciteit (in m)3 moeten hebben om het water van een maatgevende bui op te vangen. Gelet op de bodemopbouw kan water wel infiltreren in de bodem, waarmee een goed functionerend watersysteem wordt bereikt. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het plangebied wordt hierop geanticipeerd door het percentage verhard oppervlak laag te houden (circa 50%) en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen.

Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Het uitgangspunt is dat onderhavige plan hieraan bijdraagt. Wat betreft de aanleghoogte geldt dat het huidige maaiveld op -0,9 tot -1,0 m NAP ligt. De bestaande woonwijk ligt op ongeveer -0,8 m NAP. Voor het plangebied wordt aangesloten bij de hoogteligging van het bestaande woongebied. Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat wordt voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat gebouwd wordt met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Dit wordt aan de ontwikkelaar meegegeven, maar valt buiten de reikwijdte van dit project. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater volledig gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater aangesloten op het gemeentelijk riool. Schoon hemelwater wordt afgekoppeld en zoveel mogelijk rechtstreeks afgevoerd op het oppervlaktewater, waar nodig via een hemelwaterriool. Dit wordt in overleg met de gemeente vormgegeven. 5. 11

Bedrijfsmatige activiteiten Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies, maar ook om te zorgen dat bedrijfsactiviteiten niet worden beperkt. De VNG uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering’ biedt hiervoor een handvat. Deze nieuwe uitgave gaat over activiteiten als bedoeld in de paragrafen 5. 1. 4. 2 (Geluid door activiteiten) en 5. 1. 4. 6 (Geur) van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvoor instructieregels zijn opgesteld.

26

Hurdegaryp - It Súd Fase 3 23-856-1 | Rev 3. 1

In tegenstelling tot de eerdere uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) wordt niet uitgegaan van richtafstanden, maar van de inpasbaarheid van de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur in een bepaald gebied. Omdat de regeling vooral gericht is op het formuleren van regels in het omgevingsplan en deze implementatie nog niet heeft plaatsgebonden, wordt vooralsnog gebruik gemaakt van systematiek uit de VNG uitgave 'Bedrijven en milieuzonering'. Dit is mogelijk omdat de achterliggende richtwaarden (45 dB(A) Lden in een rustige woonomgeving en 50 dB(A) Lden in een gemengd gebied) vergelijkbaar zijn met de waarden die zijn gehanteerd bij het bepalen van de afstanden uit de eerdere systematiek. In het Bkl worden de geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies aangewezen die in ieder geval beschermd moeten worden. Hieronder vallen ook gebouwen met een woonfunctie, gebouwen voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang. In het kader van de afweging van een evenwichtige toedeling van functies, zijn worden ook andere verblijfsobjecten beoordeeld. 5. 11. 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=b6c4c552-710f-40f5-b302-b1761e8c4841