Bijlage 1 - Uitvoeringsprogramma 2023 Toezicht en Handhaving
Tekst van het document
UITVOERINGSPROGRAMMA TOEZICHT en HANDHAVING 2023 Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel
Versie
: […] februari 2023
Datum TD
: mei 2023
Datum 8K
: mei 2023
Auteur
:
Inhoud 1.
INLEIDING ................................................................................................... 4
2.
KADERS ...................................................................................................... 5 2.1.
Samenwerking tussen Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel ...................................... 5
2.2.
Landelijke en Provinciale Prioriteiten ..................................................................... 5
2.3.
Handhavingsbeleid............................................................................................... 5
2.3.1. Beleidsplan Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 2017. ................................................................................................... 5 2.3.2.
Het bestaand handhavingsbeleid in een notendop. .......................................... 6
2.3.3.
Strafrechtelijk optreden .................................................................................... 8
2.3.4.
Privaatrechtelijk optreden ................................................................................. 9
2.3.5.
Leerpunten uit het jaarverslag 2022 ............................................................... 10
2.4.
Regionale Uitvoeringsdienst FUMO ..................................................................... 10
2.5.
Besluit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Besluit VTH) .................... 11
2.6.
Omgevingswet ................................................................................................... 11
3.
UITVOERINGSPROGRAMMA ........................................................................ 13 3.1.
O RGANISATIE ........................................................................................................ 13
3.1.1.
Handboek Toezicht en Handhaving ................................................................ 13
3.1.2.
Opleidingen .................................................................................................... 13
3.1.3.
Implementatie Wabo-kwaliteitscriteria ........................................................... 14
3.2.
Beleid ................................................................................................................ 14
3.2.1.
Uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid basistaken ................................. 14
3.2.2.
Provinciale en regionale BOA-structuur .......................................................... 15
3.3.
Opzet Toezicht .................................................................................................. 15
3.3.1.
Vergunning-/meldinggericht toezicht. ........................................................... 15
3.3.2.
Controlefrequentie ......................................................................................... 16
3.3.3. Inzet drone ......................................................................................................... 16 3.4.
Toezicht ............................................................................................................ 16
3.4.1.
Evenementenvergunning ................................................................................ 16
3.4.2.
Brandveiligheid evenementen/kermissen ....................................................... 17
3.4.3.
Omgevingsvergunning onderdeel Kap/kapmeldingen .................................... 17 Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 2
3.4.4.
Ontheffing verbranden snoeihout ................................................................... 17
3.4.5.
Omgevingsvergunning, onderdeel Aanleg ...................................................... 18
3.4.6.
Omgevingsvergunning, onderdeel Bouwen ..................................................... 18
3.4.7.
Erfgoed ........................................................................................................... 19
3.4.8. Brandveilig gebruik............................................................................................ 19 3.4.9.
Milieutoezicht ................................................................................................. 19
3.4.10 Wet Kinderopvang ............................................................................................. 20 3.4.11 Horeca ............................................................................................................... 21 3.4.12. Registerplicht handelaren tweedehands goederen ............................................ 21 3.4.13. Verkeer ............................................................................................................. 22 3.5.
Projecten ........................................................................................................... 22
3.5.1. Zwemgebieden ................................................................................................... 22 3.5.2. Middelengebruik evenementen ........................................................................... 23 3.5.3. Onderzoek inzet portofoons BOA’s .................................................................... 24 3.5.4. Toezicht Informatieplicht energiebesparing ....................................................... 24 3.5.5. Handhaving op Grondstoffenbeleidsplan ............................................................ 25 3.5.6. BTP Omgevingswet dossiers samenstellen .......................................................... 25 3.5.7. Snippergronden .................................................................................................. 25
4.
3.6.
Meldingen leefomgeving (klachten) ..................................................................... 26
3.7.
Toezicht eigen inrichtingen/gebouwen/werkzaamheden ..................................... 26
3.8.
Handhaving met externe partners ....................................................................... 27
BORGING ..................................................................................................... 28 4.1.
Beschikbare Formatie ......................................................................................... 28
4.2.
Financiën ........................................................................................................... 28
BIJLAGEN ........................................................................................................... 30 Handhavingsprioriteiten 2023 ............................................................................ 31 Interventiematrix Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel ........................................... 33
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 3
1. INLEIDING Sinds 1 januari 2016 is het team Toezicht, Handhaving en Veiligheid Achtkarspelen & Tytsjerksteradiel operationeel. Vanuit dit team wordt het toezicht op en de handhaving van regels in de fysieke leefomgeving voor de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel uitgevoerd. Dit programma beschrijft de beoogde werkzaamheden van de Eenheid Toezicht en Handhaving in 2023 voor Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen. In dit uitvoeringsprogramma staat beschreven wat de taak van de Eenheid T&H is en welke handhavingsactiviteiten in Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen worden uitgevoerd. Het programma is opgesteld op basis van gestelde prioriteiten en beschikbare formatie. Hoofdstuk 2 geeft de kaders aan waarbinnen de werkzaamheden plaats (moeten) vinden. Wat zijn de externe invloeden, wat zijn de gevolgen van de samenwerking en welk beleid wordt gehanteerd? Hoofdstuk 3 is het feitelijke uitvoeringsdeel. Wat gaan we in 2023 doen? Zowel op beleidsmatig als organisatorisch en uitvoerend niveau. In hoofdstuk 4 worden de personele en financiële consequenties van het programma beschreven. Door borging in de begroting kan de taak worden uitgevoerd. In Bijlage 1 staat waar in 2023 prioriteit wordt gegeven. Deze prioritering geldt zowel bij geconstateerde overtredingen tijdens het toezicht als voor binnenkomende klachten en meldingen. In Bijlage 2 is de interventiematrix opgenomen.
Welke aanpak wordt gekozen bij overtredingen.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 4
2. KADERS Hieronder wordt genoemd binnen welke kaders de werkzaamheden plaats vinden.
2.1. Samenwerking tussen Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel De Eenheid Toezicht en Handhaving is sinds 1 januari 2013 werkzaam voor beide gemeenten. Het team maakt vanaf 2016 deel uit van de Werkmaatschappij 8KTD. De samenwerking heeft als voordeel dat: 1. Meer kwaliteit kan worden geleverd; 2. Kosten kunnen worden gedeeld; 3. Er klantgerichter kan worden gewerkt; 4. De organisatie minder kwetsbaar is.
2.2. Landelijke en Provinciale Prioriteiten In dit uitvoeringsplan zijn geen onderwerpen geïmplementeerd welke voortvloeien uit Landelijke of Provinciale prioriteiten en of programma’s.
2.3. Handhavingsbeleid
2.3.1. Beleidsplan Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 2017. Het handhavingsbeleid van beide gemeenten is beschreven in het in 2017 vastgestelde “Beleidsplan Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 2017” (hierna Beleidsplan Handhaving). In 2021 is er gestart met het opstellen van een nieuw VTH Beleidsplan waarin risicogericht werken centraal zal staan. Door de ontwikkelingen met betrekking tot de omgevingswet is het handhavingsbeleid niet van de grond gekomen. De verwachting is dat het nieuwe handhavingsbeleid in 2023 afgerond kan worden.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 5
2.3.2. Het bestaand handhavingsbeleid in een notendop. Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen willen een veilige, leefbare en duurzame omgeving behouden en daar waar nodig versterken. Goed toezicht op naleving van regels en zo nodig handhavend optreden is een instrument om dit doel te bereiken.
Het doel van handhaving is te bevorderen dat regels worden nageleefd, maar ook om geconstateerde overtredingen te laten stoppen en de gevolgen hiervan ongedaan te (laten) maken. Preventie Er wordt vooral ingezet op het voorkomen dat regels worden overtreden. Dit wordt gedaan door: . Heldere regelgeving; . Goede voorlichting; . Consequent toezicht; . Consequent optreden. Er wordt bij het laten stoppen van overtredingen oplossingsgericht gewerkt. Als het nodig is wordt handhavend opgetreden. Meetbare doelen Gestreefd moet worden naar meetbare en realistische doelen. Het streven naar een veilige, leefbare en duurzame omgeving is een subjectief doel. Wanneer is dit doel bereikt; als 100% van de bevolking dat vindt? En hoe meet je dat? Bovendien zijn er meer factoren die invloed hebben op de omgeving en op de veiligheid en leefbaarheid daarvan. De aandacht wordt vooral gericht op het toezicht op de naleving van voorschriften op potentiële overtreders (de grootste naleefrisico’s). Zo zal er bij vergunningen c.q. bedrijven waar een slecht naleefgedrag wordt gemeten vaker en meer controles plaatsvinden dan bij die waar de regels wel goed worden nageleefd. Goed naleefgedrag wordt daarmee “beloond”. Deze werkwijze
stimuleert
goed
naleefgedrag,
bovendien
wordt
de
beschikbare
handhavingscapaciteit efficiënter ingezet. Omdat de aandacht voornamelijk uitgaat naar potentiële overtreders is het niet naleven in verhouding tot wel naleven niet in absolute cijfers uit te drukken. Wel is een trend te meten. Een eerdere overtreder die bij een volgende controle wel aan alle voorschriften voldoet kan worden gezien als “winst”. Ook zal een verbetering van het naleefgedrag logischerwijs leiden tot minder klachten en meldingen. Om inzicht te krijgen in het naleefgedrag wordt nauwkeurig geregistreerd waarop toezicht wordt uitgeoefend en welke handhavingsacties zijn gevoerd. De verhouding naleving/niet naleving wordt uitgedrukt in een naleefscore. (Meetbaar) doel is deze naleefscore te laten Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 6
stijgen en hier de aandacht te verleggen naar die onderdelen waar de naleefscore niet stijgt of zelfs daalt. Een logisch doel van dit handhavingsprogramma is dat alle hierin genoemde activiteiten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dit wordt gemeten en verantwoord in het jaarverslag 2023 (begin 2024). Prioriteiten (WAT) Overal op controleren is niet reëel. Er moeten keuzes worden gemaakt waarvoor de beschikbare capaciteit wordt ingezet. De activiteiten/overtredingen die een bedreiging vormen voor het algemene doel een veilige, leefbare en duurzame omgeving te willen behouden of te creëren, worden met voorrang behandeld ten opzichte van activiteiten/overtredingen die hier minder invloed op hebben. Ook het doel het naleefgedrag te verbeteren lijdt tot een verschuiving van aandacht. Zoals hiervoor genoemd worden bij bedrijfscontroles eerdere overtreders vaker bezocht dan bedrijven die de zaken goed op orde hebben. In het Beleidsplan Handhaving worden prioriteitsaspecten genoemd die, als deze van toepassing zijn, extra risico’s vormen om de handhavingsdoelen te halen. Prioriteitsaspecten: 1. Veiligheid 2. Schade 3. Onomkeerbaarheid 4. Ernstige overlast 5. Externe verplichting
6. Geloofwaardigheid gemeente
Alle mogelijke overtredingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, “hoog”, midden” en “laag”. Activiteiten en overtredingen die in de categorie “hoog” vallen, worden met de hoogste prioriteit opgepakt. Activiteiten vallend in de categorieën “midden ”en “laag” worden opgepakt op het moment dat hier binnen het team tijd voor is, waarbij de categorie middenovertredingen voorrang hebben op Categorie laag-overtredingen. Een eenvoudige maar (zo is gebleken) doeltreffende risicoanalyse. In Bijlage 1 worden de prioriteiten voor 2023 weergegeven.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 7
Er wordt opgetreden: 1. Als een of meer van de prioriteitsaspecten aan de orde is; 2. Als niet optreden leidt of kan leiden tot een of meer prioriteitsaspecten; 3. Bij overige overtredingen op het moment dat daar tijd voor beschikbaar is, volgens de prioritering in Bijlage 1; 4. Bij overtredingen geconstateerd bij handhavingsprojecten genoemd in dit programma.
Handhavingsstrategie (HOE) Als een overtreding wordt geconstateerd, dan moet deze worden beëindigd. In de aanpak van overtredingen wordt door de toezichthouders oplossingsgericht te werk gegaan. Is, om wat voor reden dan ook, een milde oplossing niet mogelijk/gewenst dan wordt binnen de gestelde prioriteiten handhavend opgetreden. Om willekeur te voorkomen wordt volgens een vaste handhavingsstrategie opgetreden. Deze is verwoord in hoofdstuk 6 van het Beleidsplan Handhaving. De keuze van welk handhavingsmiddel wordt ingezet en welke strategie wordt toegepast, is verwoord in een matrix. Deze interventiematrix is opgenomen in Bijlage 2. Deze
interventiestrategie
is
in
zijn
algemeenheid
overeenkomstig
de
Landelijke
Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Op een paar punten is de LHSO aan de lokale situatie aangepast. Naleefscore Per onderdeel (zoals bijvoorbeeld kapvergunningen, sloopvergunningen en milieucontroles bij bedrijven) wordt bijgehouden wat het percentage goede naleving is. Is dit percentage gedurende 2 achtereenvolgende jaren hoger dan 85 % dan wordt de controle-intensiteit (hoe vaak en hoe veel controleer je) in principe naar beneden gebracht. De controlefrequentie mag nooit onder de 10 % liggen. Andersom, als de naleefscore 2 jaren achtereen onder de 50 % ligt dan wordt de controle-intensiteit indien mogelijk verhoogd. In paragraaf 3.4. wordt per onderdeel rekening gehouden met deze regel. Als de controlefrequentie wijzigt ten opzichte van vorig jaar/voorgaande jaren, dan wordt dit hier benoemd.
2.3.3. Strafrechtelijk optreden Met het vaststellen van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHSO) door alle bevoegde gezagen in Fryslân (Gemeenten, Provincie en Wetterskip) wordt strafrecht meer en meer een middel dat toegepast wordt door de gemeente om overtredingen tegen te gaan. In de handhavingsmatrix als onderdeel van de LHSO (Bijlage 2) wordt aangegeven bij welk soort overtreding strafrechtelijk optreden moet worden overwogen. Om strafrechtelijk op te kunnen treden wijst de gemeente Bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) aan. Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 8
Er zijn in het fysieke domein twee soorten BOA’s. -
BOA’s domein I, (BOA I). Deze treden op in het publieke domein (algemene overlast APV), Verkeer (zoals parkeren) en de Alcoholwet (voorheen D&H Wet);
-
BOA’s domein II (BOA II), ook wel Milieu-Boa’s genaamd treden op in het WABOdomein. Dit betreft niet alleen Milieu, maar ook Bouwen, Slopen, RO en Kappen.
In het VTH-overleg1 is besloten dat er een provincie dekkende BOA II-structuur moest worden opgezet. In gemeente Noardeast-Fryslân is de samenwerking gezocht en gevonden. Er is een samenwerkingsverband opgezet voor de BOA domein II. Hiermee wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria. Ook ten aanzien van domein I wordt ingezet op een samenwerkingsverband met de gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel. Deze gemeenten zijn op dit moment bezig met een ontvlechting, waardoor zij op dit moment nog geen medewerking kunnen verlenen aan een samenwerkingsverband. In de loop van dit jaar wordt opnieuw toenadering gezocht om te kijken of het mogelijk is een samenwerkingsverband op te zetten ten aanzien van domein I. Ten behoeve van de overweging om wel of niet strafrechtelijk op te treden is door beide gemeenten een afwegingskader vastgesteld. Dit kader 2 is richtinggevend voor de BOA’s in hun keuze wel of niet strafrechtelijk op te treden bij een concrete zaak. Binnen het team VTH-V zijn in totaal vijf medewerkers aangewezen als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA); drie voor Domein I, één voor Domein II en een medewerker fungeert als toezichthouder/BOA in het groendomein. Ten tijde van het schrijven van dit programma zijn nog niet alle functies vervuld.
2.3.4. Privaatrechtelijk optreden Dit programma gaat hoofdzakelijk over bestuursrechtelijk en strafrechtelijk (zie § 2.3.3.) optreden tegen overtredingen. Hierop is de formatie berekend. Een ander instrument is privaatrechtelijk optreden. Dit is aan de orde als de gemeente zelf partij is. Bijvoorbeeld wanneer voorwaarden uit een contract tussen de gemeente en een derde niet worden nagekomen. Of wanneer burgers illegaal grond van de gemeente in gebruik nemen. Hier tegen optreden is ook (sinds 2019) een taak van team VTH-V. In 2021 is er bij de handhavingsjuristen structureel formatie (0,25 fte per gemeente) toegevoegd t.b.v. privaatrechtelijke handhaving.
1 Een formeel bestuurlijk overleg tussen alle instanties die betrekking hebben op Vergunningverlening, Toezicht en
Handhaving in het fysiek domein. Deelnemers zijn: Provincie Fryslân, Friese gemeenten, Wetterskip Fryslân, FUMO, Openbaar Ministerie, Politie, It Fryske Gea, Staatbosbeheer en Hengelsport Fryslân. 2
Zie hiervoor de notitie “Toepassen gemeentelijk strafrecht in de Landelijke Handhavingsstrategie.”
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 9
2.3.5. Leerpunten uit het jaarverslag 2022 Het Jaarverslag Toezicht en Handhaving 2022 leert dat het doel, verbetering van het naleefgedrag, is gehaald. Het naleefgedrag is achtereenvolgend 70% (2017) / 72% (2018) / 74% (2019) / 79% (2020) / 83% (2021) / 84% (2022). Het jaar 2022 was, na twee afwijkende jaren als gevolg van de Covid-19-maatregelen, weer relatief normaal te noemen. Dat wil zeggen dat in 2022 een groot deel van de gebruikelijke controles door de eenheid Toezicht en Handhaving zijn uitgevoerd. Uitzondering hierop zijn de schenken-onder-18 controles in de horeca. Deze zijn niet uitgevoerd in 2022. Deze controles zijn voor het laatst uitgevoerd in 2019 en toen was de naleefscore slecht (46%). Door het ontbreken van deze naleefscore is er mogelijk een vertekend beeld ontstaan wat betreft de naleefscore in het horecadomein, waardoor de gemiddelde naleefscore wellicht ook lichtelijk bijgesteld zou moeten worden.
2.4. Regionale Uitvoeringsdienst FUMO Per 1 januari 2014 is de Friese variant op de Regionale Uitvoeringsdienst, de Fryske Útfieringstsjinst
Miljeu
en
Omjouwing
(FUMO)
inhoudelijk
operationeel.
Deze
gemeenschappelijke dienst voor alle Friese gemeenten, de provincie Fryslân en It Wetterskip Fryslân voert voor deze deelnemers werkzaamheden uit op het gebied van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO). Meer specifiek liggen de werkzaamheden vooral op het gebied van Omgevingsvergunningverlening onderdeel Milieu en het toezicht op de naleving van milieuregels bij vergunningplichtige bedrijven en bij nader genoemde bedrijfstakken. De FUMO oefent het milieutoezicht uit bij ca 250 bedrijven in Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen. In
2020
is
het
toezicht
op
asbestmeldingen
toegevoegd
aan
de
basistaken.
Er wordt jaarlijks een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de FUMO gesloten waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden dat jaar door de FUMO worden uitgevoerd en onder welke condities. De FUMO stelt zelf een jaarprogramma en een jaarverslag op ter verantwoording van haar werk. In dit programma wordt niet ingegaan op het werk van de FUMO. In 2021 hebben wij het Uniform Beleidsplan VTH Fryslan vastgesteld. Dit beleidsplan vormt de basis voor de FUMO in de uitvoering van de basistaken. In 2023 werkt de FUMO volgens het uitvoeringsplan welke volledig op dit Uniform Beleidsplan is gebaseerd. Naast het uitvoeren van (milieu)toezicht wordt ook de bereikbaarheid (Milieualarmnummer) en beschikbaarheid buiten kantooruren voor beide gemeenten door de FUMO uitgevoerd.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 10
2.5. Besluit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Besluit VTH) In het Besluit VTH staat welke Wabo-taken de bevoegde gezagen moeten beleggen (basistaken) in de Regionale uitvoeringsdiensten (de FUMO). Dit Besluit wordt momenteel herzien om zo aan te sluiten bij de Omgevingswet en het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL). Het herziene Besluit VTH zorgt voor een flinke uitbreiding van de bedrijven die onder het basistakenpakket vallen. Dit terwijl afgesproken was om e.e.a. beleidsneutraal over te zetten. Een groot aantal gemeenten in Nederland is momenteel tezamen met de VNG in gesprek met het Ministerie om dit te repareren.
2.6. Omgevingswet De ‘nieuwe’ Omgevingswet treedt op 1 Januari 2024 in werking. Bijna alle wetten in het fysieke domein worden in deze nieuwe wet opgenomen. De Omgevingswet is bedoeld om het aanvragen van vergunningen eenvoudiger te maken en bestaande regels en wetten inzichtelijker te maken. Nu is het zo dat een initiatief van een burger niet kan, tenzij dit nadrukkelijk wordt toegestaan (bijvoorbeeld in een bestemmingsplan). Het zogenaamde “Nee, tenzij-principe”. Onder de Omgevingswet is een initiatief mogelijk mits wordt voldaan aan meer algemene uitgangspunten. Het “Ja, mits-principe”. Dit vraagt een andere benadering in de behandeling van wensen en initiatieven van burgers en bedrijven. Iedere gemeente is vrij om meer of minder regels op te leggen Onder de Omgevingswet geldt een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Naast kennis over wet- en regelgeving en uitleg over het digitaal stelsel, vraagt de Omgevingswet om een nieuwe manier van samenwerken. Een andere manier van werken die wensen uit de samenleving begeleidt en uitgaat van samenwerking met alle betrokken partijen. Het gaat om vier bestuurslagen die gaan samenwerken als één overheid. Dit betekent over de muren van eigen taken kijken. Ook het eerder betrekken van experts, belanghebbenden en ervaringsdeskundigen.
Het belangrijkste instrument voor de gemeenten om de regels voor het fysieke domein vast te leggen is het Omgevingsplan. Daarnaast is de gemeente bezig met het opstellen van een omgevingsvisie en programma, waarin aangegeven wordt wat zij (beleidsmatig) willen en hoe ze dat willen bereiken. In de omgevingswet zijn in een aantal Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) gekoppeld. Voor VTH zijn de belangrijkste:
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 11
Wet Kwaliteitsborging (WKB) Met de komst van de Omgevingswet doet ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn intrede. Voor een groot deel van de bouwwerken verdwijnen daarmee onze taken om bouwplannen technisch te toetsen en toezicht te houden op het bouwen. De gedachte is dat de verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit en het voldoen aan de regels nadrukkelijk bij de bouwer ligt. Om de bouwkwaliteit te borgen moet de bouwer een onafhankelijke kwaliteitsborger inhuren voor de toetsing en het toezicht op de bouw. Tijdens de bouw moet er een gebouwdossier worden opgebouwd. Voor de start en bij de oplevering van de bouw moet de bouwer een bouwmelding bij de gemeente indienen. Voor het ruimtelijk deel (welstand en omgevingsplan) bestaat nog gewoon de vergunningplicht. Vanaf 1 januari 2024 geldt dit voor nieuw te bouwen bouwwerken van gevolgklasse 1 (categorie van relatief eenvoudige bouwwerken). Dit zijn voornamelijk woningen (niet in een woongebouw) en industriegebouwen tot 2 bouwlagen. De verbouw gevolgklasse 1 volgt waarschijnlijk op 1 juli 2024 en valt dan ook onder de WKB. Voor bouwwerken met een hogere gevolgklasse zoals een school of een logiesgebouw blijft de gemeente toetser en toezichthouder. Bij Toezicht verdwijnt het technisch toezicht op de bouwwerkzaamheden vallend onder de melding plicht (bouwwerken categorie 1).
Werkzaamheden in deze categorie die blijven zijn: het uitzetten en aangeven van de rooilijn en het toezicht op de omgevingsplanactiviteit. Wat komt ervoor terug: •
toezicht op informatie- en stopmomenten, op basis van risico’s. Uitgangspunt is vertrouwen waarbij het aantal informatie of stopmomenten tot een minimum beperkt zullen worden.
•
handhaving(sverzoek) kwaliteitsborger, TLoKB (Toelatingsorganisatie Kwaliteitsboring Bouw) of anderen of op eigen initiatief
•
handhaving gevolgklasse 0 als op basis van toezicht op omgevingsplanactiviteit strijdigheid BBl wordt geconstateerd
•
beoordeling of er sprake is van gelijkwaardigheid (constructief of brandveiligheid) (dan gevolgklasse 2)
Binnen de Werkmaatschappij 8KTD kennen we 2 verschillende prioriteringen voor bouwtoezicht. In Achtkarspelen ligt de prioriteit bij constructieve veiligheid en op ruimtelijke kwaliteit. In Tytsjerksteradiel vindt er daarnaast ook nog toezicht plaats op het casco. Voor de reguliere bouwplannen (die in 2023 van start zijn gegaan) blijft het huidige Wabo regime bestaan. Zeker in het eerste jaar na de intreding van de Omgevingswet hebben we bij toezicht vooral te maken met plannen vanuit de WABO waarmee we in 2023 vooral nog conform de WABO zullen werken.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 12
3. UITVOERINGSPROGRAMMA In dit hoofdstuk wordt het handhavingsbeleid vertaald in concrete acties. Waar wordt in 2023 de handhavingscapaciteit voor Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel ingezet?
3.1. ORGANISATIE 3.1.1. Handboek Toezicht en Handhaving Ten behoeve van een adequate uitvoering van de handhavingstaak wordt een Handboek handhaving Toezicht en Handhaving opgesteld. In dit handboek worden protocollen en werkwijzen
vastgelegd.
In
voorgaande
jaren
zijn
een
aantal
protocollen
aangepast/geactualiseerd. In 2023 wordt hier een vervolg aan gegeven.
3.1.2. Opleidingen Het op peil houden of brengen van inhoudelijke kennis is noodzakelijk voor professioneel toezicht en handhaving. Daarnaast zijn voor een aantal functies binnen de Eenheid Toezicht kwaliteitscriteria vastgesteld. De medewerkers die deze functies bekleden moeten o.a. voldoen aan bepaalde opleidingseisen. Dit is geborgd bij de medewerker Kwaliteit en Ontwikkeling VTH. Voor het op peil houden van de kennis bij de medewerkers is in de begroting van de Werkmaatschappij 8KTD opleidingsbudget opgenomen. Ten behoeve van de Eenheid Toezicht en Handhaving zijn in ieder geval de volgende opleidingen gepland. Permanente her- en bijscholing BOA’s Alle BOA’s moeten ieder jaar een module volgen in het kader van permanente her- en bijscholing. Alleen bij het voldoen aan deze opleidingseis kunnen de BOA-bevoegdheden worden behouden. Er is met een externe organisatie (NIVOO) een opleidingsovereenkomst afgesloten. NIVOO houdt voor onze gemeente bij wanneer door wie een module gevolgd moet worden. Kwaliteitscriteria Op grond van de Wabo-kwaliteitscriteria (zie 3.1.3.) moeten medewerkers (bij)scholing volgen, om te kunnen voldoen aan deze criteria. Resultaatgericht Werken In 2021 is de organisatie 8KTD gestart met Resultaatgericht Werken. Dit wordt volgens de A3 methode uitgevoerd. Deze manier van werken is nieuw en vraagt om opleiding.
Vanuit de eigen organisatie worden de medewerkers opgeleid. Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 13
Vlieg- en vaardigheidsbewijs drone Met de inzet van de drone worden twee medewerkers opgeleid om te mogen vliegen met een drone. Hiervoor moeten de betrokken medewerkers zowel een vliegbewijs als een vaardigheidsbewijs halen. Overig Voor het overige wordt ad-hoc bijscholingstraject gevolgd, al naar gelang de behoefte.
3.1.3. Implementatie Wabo-kwaliteitscriteria Op grond van het besluit omgevingsrecht (BOR) moet de uitvoering van de Wabo taken 3 voldoen aan kwaliteitscriteria. Er gelden criteria voor de medewerkers (opleiding, frequentie en aantal medewerkers per taak) en voor de organisatie procescriteria (inrichting, beleid, borging). In Fryslân zijn de landelijke kwaliteitscriteria 2.1 vertaald naar een provinciaal model, het zogenaamde Frysk Peil. Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen hebben in een verordening vastgelegd dat de medewerkers en de organisaties moeten voldoen aan dit kwaliteitsniveau. Op Friese schaal is een projectgroep bezig met het doen van voorstellen hoe aan de procescriteria (waaronder een provincie brede omgevings- en risicoanalyse) kan worden voldaan. In 2019 is door de beide colleges een verbeterplan vastgesteld, waarin staat wat er moet worden gedaan om aan de kwaliteitscriteria te voldoen. Met betrekking tot de massacriteria is er nog een opleidingsnoodzaak voor een aantal medewerkers. Volgens het verbeterplan worden deze gevolgd. Per 1 juli 2019 zijn de Kwaliteitscriteria geüpdatet naar een KC 2.2 versie. Om de kwaliteit binnen het Frysk Peil actueel te houden, is de gelijkluidende Friese set VTH-Kwaliteitscriteria aangesloten bij het geüpdatete begrippenkader als gebruikt in de KC 2.2.
Een aangepast verbeterplan is reeds opgesteld en wordt begin 2023 aan beide colleges voorgelegd. Met het inwerking treden van de Omgevingswet zal een derde set (2.3) van kracht worden. Deze set zal in Fryslân omgezet worden in het Frysk Peil F3.
3.2. Beleid 3.2.1. Uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid basistaken Op grond van de Wet VTH moet er voor de basistaken4 uniform (provinciaal) beleid worden opgesteld. Dit beleidsplan is onderhand opgesteld en voorgelegd aan de beide colleges. Wij moeten ons beleid afstemmen op dit beleid (level playing field). 3 Voor dit programma meer concreet toezicht en handhaving Omgevingsvergunningen en -meldingen onderdelen
milieu, bouwen, slopen, RO, reclame, inritten en kappen. 4 Dit zijn de taken die de FUMO, verplicht voor ons uitvoert.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 14
3.2.2. Provinciale en regionale BOA-structuur In § 2.3.3. is beschreven dat strafrechtelijk optreden door de gemeenten een steeds belangrijker middel wordt om de handhavingsdoelen5 te bereiken. Er is in Fryslân een provinciedekkende BOA II-structuur opgezet. Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben we voor gekozen om de BOA II-taak zelf uit te voeren. Er is hierbij de samenwerking gezocht in Noordoost Fryslân (gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel). Niet alleen wordt daarmee voldaan aan de Wabo-kwaliteitscriteria (zie § 3.1.3.), we kunnen elkaar ook versterken en we zijn minder kwetsbaar. Zo mogen de BOA’s van 8KTD controles uitvoeren op grond van de Alcoholwet. Iets waar de BOA’s van Noardeast-Fryslân niet voor zijn opgeleid. De samenwerking is in 2020 gestart. Alle BOA’s in Noordoost Fryslân worden in de samenwerking ingebracht (ca 10 medewerkers). Dit geldt ook voor de BOA’s domein I (waaronder openbare orde en Alcoholwet). Voor de coördinatie wordt een medewerker van Noardeast-Fryslân ingezet. De WM 8KTD heeft vijf BOA’s. Eén van de BOA’s is in de eerste plaats toezichthouder voor eigen vakgebied (groen). Voorts is één medewerker volledig BOA domein II (milieu). De resterende drie BOA’s acteren in domein I (openbare orde en veiligheid en de Alcoholwet). Twee van de domein I BOA’s hebben een taakaccent ‘jeugd’.
Dit betekent dat deze medewerkers, naast dat zij regulier handhaver zijn, ook specialistische kennis hebben van jeugdgroepen. Zij zijn gespecialiseerd in het in contact komen en blijven met jeugdgroepen en het monitoren daarvan. Dit contact wordt gebruikt om jeugdgroepen in kaart te brengen en waar nodig wordt dit ingezet bij de aanpak van problematische jeugdgroepen.
3.3. Opzet Toezicht 3.3.1. Vergunning-/meldinggericht toezicht. Beide gemeentes stellen voorwaarden aan vergunningen die zij verlenen. Van belang is dat de gemeentes er ook op toezien dat deze regels worden nageleefd. Op basis van de naleefscore (zie paragraaf 3.3.2.) worden nieuw verleende vergunningen en meldingen, waaraan voorschriften worden verbonden gecontroleerd op naleving van deze voorschriften. Er zijn verschillende moment waarop een vergunning wordt gecontroleerd: -
nieuwe vergunningen / meldingen Deze worden gecontroleerd bij de uitvoering en daarna niet meer.
-
In de gebruiksfase Deze vergunningen worden zolang ze van kracht zijn periodiek gecontroleerd. Dit zijn: - Omgevingsvergunningen/-meldingen Milieu;
5 Het verbeteren van het naleefgedrag, om bij te dragen aan een veilige, leefbare en duurzame leefomgeving.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 15
- Omgevingsvergunningen/-meldingen Brandveilig gebruik; - Horecavergunningen/-meldingen; - Vergunningen Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
3.3.2. Controlefrequentie Overeenkomstig het handhavingsbeleid worden vergunningen die in voorgaande jaren niet goed werden nageleefd (naleefscore < 85 %) allemaal gecontroleerd. Worden vergunningen wel goed nageleefd (naleefscore > 85 %) dan wordt 10 % van de verleende vergunningen gecontroleerd op naleving van de voorschriften. Bij het toezicht op naleving van sloopmeldingen wordt hiervan afgeweken, omdat hierbij het aspect Veiligheid (handelingen met asbest) aan de orde is. Ondanks een goede naleving worden alle sloopmeldingen gecontroleerd.
3.3.3. Inzet drone Een nieuw middel dat dit jaar zal worden ingezet bij toezicht en handhaving van de regels in het fysieke domein is een drone. De inzet van de drone zal zich specifiek toespitsen op de controles in het groendomein, dat wil zeggen controles van houtsingels, groenstroken en dergelijke in landelijke gebieden. Met de inzet van de drone wordt tijd bespaard en kunnen moeilijk begaanbare gebieden makkelijker gecontroleerd worden. Bovendien kunnen overtredingen doelmatiger worden opgespoord. Dit komt de leefbaarheid van de fysieke omgeving ten goede.
3.4. Toezicht Hierna wordt per cluster weergegeven welke controles er in 2023 uitgevoerd zullen worden.
3.4.1. Evenementenvergunning In 2023 worden ca 640 (gelijk aan aantal evenementen in 2022) aanvragen voor een evenementenvergunning verwacht. Deze evenementen worden niet allemaal gecontroleerd. Veel evenementen zijn zodanig van aard dat toezicht niet altijd nodig is. Controles worden alleen uitgevoerd bij risicovolle evenementen. Hieronder worden evenementen verstaan waarvan op basis van omvang en/of eerdere ervaringen overlast verwacht kan worden, zoals grotere evenementen als het Concours Hippique Buitenpost en de Wielerronde Surhuisterveen. Op basis van ervaring uit voorgaande jaren is ca 10 % van de verleende evenementenvergunningen/meldingen aan te merken als risicovol. Op basis van de impact van grote en risicovolle evenementen is het wenselijk dat bij ieder van dit soort evenementen toezicht wordt uitgeoefend. Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 16
Naleefscore
Controlefrequentie
2021
Beleid (§ 3.3.2.)
nvt
10 %
Opmerkingen
Controles 2023
Grote impact op openbare orde
64
en Veiligheid. Frequentie 100 %
3.4.2. Brandveiligheid evenementen/kermissen De medewerkers Brandpreventie zien toe op brandveiligheidsregels zoals vluchtroutes en brandbaarheid van versieringen bij (grote) evenementen en kermissen. Er zullen 30 tot 60 evenementen/kermissen worden gecontroleerd. Naleefscore
Controlefrequentie
2021
Beleid (§ 3.3.2.)
nvt
5-10%
Opmerkingen
Controles 2023 30-60
3.4.3. Omgevingsvergunning onderdeel Kap/kapmeldingen Niet
alle
omgevingsvergunningen
onderdeel
kap
worden
gecontroleerd.
Aan
veel
vergunningen worden geen voorschriften verbonden. Een kapmelding moet worden gedaan bij onderhoud van houtwallen/-singels. Deze worden wel allemaal op naleving van (algemene) voorschriften gecontroleerd. Op basis van voorgaande jaren wordt geschat dat in dit programmajaar 90 kapvergunningen worden verleend en 160 kapmeldingen worden ontvangen. Alle kapvergunningen met voorwaarden (ca 50 %) en alle kapmeldingen worden gecontroleerd. Naleefscore
Controlefrequentie
2021
Beleid (§ 3.3.2.)
96%
75 %
Opmerkingen
Controles 2023 250
3.4.4. Ontheffing verbranden snoeihout Bij het onderhoud aan het landschap (kap- en snoeiwerk bij houtsingels) wordt aan landeigenaren/-beheerders vaak een ontheffing verleend van de APV om dit hout ter plaatse te verbranden. Jaarlijks worden ongeveer 200 ontheffingen verleend. Deze worden allemaal gecontroleerd.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 17
Naleefscore
Controlefrequentie
2021
Beleid (§ 3.3.2.)
87%
100 %
Opmerkingen
Controles 2023 200
3.4.5. Omgevingsvergunning, onderdeel Aanleg Voor bepaalde activiteiten die van invloed zijn op (o.a. landschappelijke) waarden moet een Omgevingsvergunning, onderdeel Aanleg worden aangevraagd. Een en ander is geregeld in het bestemmingsplan. Voorbeelden van activiteiten zijn het dempen van sloten, het rooien van boomwallen en het ophogen van landerijen. Geschat wordt dat in dit programmajaar 15 tot 20 aanlegvergunningen worden verleend. Naleefscore
Controlefrequentie
2021
Beleid (§ 3.3.2.)
80%
10 %
Opmerkingen
Controles 2023 2
3.4.6. Omgevingsvergunning, onderdeel Bouwen De omgevingsvergunningen onderdeel Bouw worden tijdens verschillende bouwfasen gecontroleerd. De te onderscheiden fasen tijdens de bouw zijn: Bij het uitzetten van het werk, bij het storten van de fundering, tijdens de bouw van de begane grond, tijdens de bouw van het casco en tijdens de afbouw. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het toezichtsprotocol van de Vereniging BWT. In Tytsjerksteradiel richt het toezicht zich op de hoofdstukken Veiligheid, Gezondheid en Energiezuinigheid uit het Bouwbesluit. Het hoofdstuk Bruikbaarheid krijgt niet of minder aandacht. In Achtkarspelen is het toezicht alleen gericht op het onderdeel Veiligheid (Fundering en constructie). Het ontslaat de vergunninghouder overigens niet van het zich houden aan de regels van de overige onderdelen. In beide gemeenten is het uitzetten van een bouwwerk vanwege de onomkeerbaarheid een integraal onderdeel van het toezicht. Naast deze inhoudelijke aspecten worden diensten aan andere afdelingen geleverd ten behoeve van Basisadministratie gebouwen (BAG; verplicht) en de Onroerendzaakbelasting (WOZ; van invloed op de hoogte van de belasting. Concreet betekent dit het afhandelen van Start- en gereedmeldingen en het bijhouden van de vorderingen in de bouw.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 18
Geschat wordt dat er in 2023 ca 820 omgevingsvergunningen, onderdeel Bouw worden verleend. Deze worden allemaal op bovenstaande wijze gecontroleerd. Naleefscore
Controlefrequentie
2021
Beleid (§ 3.3.2.)
92 %
100 %
Opmerkingen
Controles 2023 820
3.4.7. Erfgoed Het toezicht op behoud van cultureel erfgoed is een belangrijke zaak. Ongeoorloofde veranderingen zijn meestal niet terug te draaien. Er zijn in Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 225 rijksmonumenten. Het zonder Monumentenvergunning veranderen, beschadigen of vernielen van een monument is strafbaar (Economisch delict). Er worden per jaar enkele Omgevingsvergunningen onderdeel Monumenten verleend. Er wordt in alle gevallen toegezien op juiste uitvoering van de vergunningen. Verder zijn we alert op illegale activiteiten op dit gebied.
3.4.8. Brandveilig gebruik Brandveiligheid heeft een hoge prioriteit binnen onze organisatie. Het voornaamste doel is het voorkomen van doden en gewonden en het voorkomen van uitbreiding van brand naar andere percelen. Het toezicht bij het onderdeel brandveiligheid richt zich op de vergunning/ meldingsplichtige objecten. Dit zijn bijvoorbeeld scholen, tehuizen en andere plaatsen die voor publiek toegankelijk zijn zoals horeca en sporthallen. Het gebruik van gebouwen en inrichtingen moet voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit en de voorwaarden die bij de verleende vergunningen horen.
Naleefscore
Controlefrequentie
2021
Beleid (§ 3.3.2.)
nvt
100 %
Opmerkingen
Controles 2023 375
3.4.9. Milieutoezicht Al sinds het begin van de 90-er jaren wordt het gericht milieutoezicht bij bedrijven op dezelfde wijze gepland. Alle bedrijven worden verdeeld in 4 categorieën, waarbij de categorie-1 bedrijven de minste potentiële belasting hebben en categorie-4 bedrijven de meeste. Er wordt een vaste controlefrequentie aan de categorisering gehangen. De “zwaardere” bedrijven worden vaker gecontroleerd dan de minder zware. Tytsjerksteradiel heeft daar nog tussencategorieën ingevoegd. Bedrijven die goed naleefgedrag vertonen worden minder vaak Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 19
gecontroleerd dan bedrijven waarbij bij de laatste controle overtredingen zijn geconstateerd. Strikte toepassing van deze systematiek heeft ertoe geleid dat de naleving van de voorschriften is verbeterd. Een stringente toepassing van een meerjarenplanning heeft ook nadelen. Zo zal het niet halen van een jaarplanning, bijvoorbeeld door ziekte, het volgende jaar leiden tot extra druk op de planning. Iets wat met de huidige bezetting moeilijk op te vangen is. Projectmatig werken Om bovenstaande reden en in een poging om het naleefgedrag een boost te geven, wordt gekozen om het milieutoezicht voortaan projectgewijs te organiseren. Er kan nu gericht op aspecten worden gestuurd. Er kan ook beter worden ingespeeld op landelijke en lokale ontwikkelingen en regelgeving. Ieder jaar worden gerichte projecten gepland, waarop de beschikbaar capaciteit deels op in wordt gezet. Deze nieuwe werkwijze past binnen de meer activiteitengerichte benadering van het Activiteitenbesluit. Opleveringscontroles Bedrijven die nieuw zijn of bestaande bedrijven die een belangrijke wijziging/uitbreiding doorvoeren, worden gecontroleerd op het juist melden hiervan bij de gemeente.
Met deze bedrijven wordt ook besproken welke voorschriften op de activiteiten van toepassing zijn en worden indien van toepassing afspraken gemaakt over het voldoen aan deze voorschriften of het indienen van verplichte onderzoeksrapporten. Dit soort controles zijn dus vooral informatief van aard; de inrichtinghouder helpen aan de voorschriften te voldoen. Hierna treedt het toezichtsstraject in werking.
3.4.10 Wet Kinderopvang Het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente (TD of 8K) is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving in de kinderopvang. De toezichthouder van GGD Fryslân voert onderzoek uit naar de kwaliteit van de kinderopvanglocaties en rapporteert dit aan team toezicht
en
handhaving
middels
een
inspectierapport.
Jaarlijks
worden
in
zowel
Tytsjerksteradiel als Achtkarspelen alle kindercentra en gastouderbureaus bezocht door de GGD. Vanaf 1 januari 2023 is het een wettelijke taak om 50% van de voorzieningen voor gastouderopvang te inspecteren (voorheen was dit 10%). Gemeente Tytsjerksteradiel heeft extra budget vrijgegeven om 50% van de betreffende voorzieningen te kunnen controleren. Gemeente Achtkarspelen heeft geen extra budget vrijgemaakt en blijft jaarlijks 10% van de voorzieningen voor gastouderopvang inspecteren. De GGD werkt met name op grond van risicoprofielen. Dit houdt in dat een voorziening voor kinderopvang middels een risicomodel een kleur krijgt toegekend, waarin de mate van zorg bij de locatie kleurgewijs toeneemt. Groen (geen zorg) geel, oranje tot rood (grote zorg). Hoe groter de zorg hoe meer en uitgebreider er toezicht zal worden gehouden. De Wet kinderopvang (Wko) kent verder een aantal handhavingsinstrumenten om af te dwingen dat er aan de kwaliteitseisen uit de Wko wordt voldaan. Indien uit het inspectierapport blijkt dat er Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 20
niet of onvoldoende wordt voldaan aan de kwaliteitseisen zal een handhavingsprocedure worden opgestart. Een handhavingsprocedure zal ingezet worden op basis van de zwaarte van de geconstateerde overtreding(en). Daarnaast draagt de gemeente (TD of 8K) zorg voor de registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en stelt de jaarlijkse verantwoording van haar taken op aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het toezicht op de gemeente bij de uitvoering van haar taken wordt uitgeoefend door de Inspectie van het Onderwijs.
3.4.11 Horeca Vergunningen Er wordt toezicht op de Alcoholwet -vergunningen, de Alcoholverordening, horecaexploitatievergunningen en de Wet op de kansspelen uitgeoefend. Er zijn in totaal ca 110 horecabedrijven in beide gemeenten. Over het algemeen houdt de horeca zich prima aan de regels rondom deze regelingen. Uitzondering is het verbod op verstrekking van alcoholhoudende dank aan personen jonger dan 18 jaar c.q. het vragen om een ID bij jongeren. Toezicht hierop vindt grootschalig tweejaarlijks plaats. In 2023 zullen deze controles weer plaatsvinden. In 2022 heef de Stap (Nederlandse Instituut voor handhavingsbeleid) controles uitgevoerd in Tytsjerksteradiel (17 controles) en in Achtkarspelen (21 controles). Om deze reden wordt ervoor gekozen de door Toezicht en Handhaving uitgevoerde controles in 2023 te halveren. Controle op het verstrekverbod vindt steekproefsgewijs plaats. Naleefscore
Controlefrequentie
Opmerkingen
Controles
2021
Beleid (§ 3.3.2.)
2023
N.V.T.
±30 %
30-40
Horecaconvenant Met de meeste horecabedrijven en paracommerciële horeca-inrichtingen (sportkantines, dorpshuizen e.d.) is een convenant afgesloten. In het convenant staat dat er bij deelnemers aan het convenant minder vaak toezicht zal plaatsvinden (10 %), Dit geldt niet als er sprake is van Er
overtredingen. zijn
ca
180
Niet-deelnemers horeca-
en
worden
minimaal
paracommerciële
éénmaal
gecontroleerd.
horeca-inrichtingen
aanwezig.
Toezicht op de drankverkoop door de slijterijen en supermarkten zal adhoc plaatsvinden. Zeker rond jeugdfeesten, waarbij uit ervaring blijkt dat de jeugd vóór deze feesten drank wil kopen, zal gericht toezicht op de detailhandel plaatsvinden.
3.4.12. Registerplicht handelaren tweedehands goederen Handelaren in tweedehands goederen zijn conform artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht verplicht aantekening te houden van alle gebruikte en ongeregelde goederen die zij verworven hebben in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register. De burgemeester heeft hiervoor het Digitaal Opkopers Register (DOR) gewaarmerkt. Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 21
Het doel is om de afzetmarkt voor gestolen goederen te verstoren en de pakkans van woninginbrekers te vergroten. Het gebruik van het DOR draagt bij aan dit doel, omdat de ingevoerde goederen automatisch worden gecontroleerd in het politiesysteem. Daarmee wordt inzichtelijk of goederen afkomstig zijn van diefstal. Op basis van de Kamer van Koophandel zijn er circa dertig geregistreerde handelaren. Verwacht wordt dat bij iedere handelaar een hercontrole moet worden uitgevoerd, omdat de bestaande wettelijke taak opnieuw bij handelaren onder de aandacht wordt gebracht.
3.4.13. Verkeer In 2020 is een BOA I aangewezen voor verkeerszaken. Deze bevoegdheid wordt beperkt ingezet bij parkeerknelpunten, zoals hinderlijk parkeren in blauwe zones en andere verkeersexcessen.
3.5. Projecten Naar aanleiding van de structurele extra BOA-capaciteit, is er binnen het APV domein meer ruimte om nieuwe activiteiten op te pakken. Daarom wordt het komende jaar ingezet op twee thema’s: zwemgebieden en evenementen. Voor beide thema’s zijn er projecten opgezet die uitgevoerd gaan worden vanaf maart 2023. In het integraal veiligheidsbeleid van 2023-2026 wordt onder het veiligheidsveld sociale veiligheid ook aandacht gegeven aan het onderwerp jeugd en middelengebruik. De projecten die hieronder gepresenteerd worden, sluiten aan op het nieuwe veiligheidsbeleid en dragen bij aan de aanpak binnen dit veiligheidsveld. Naast deze projecten gaat er een onderzoek plaatsvinden naar het uitrusten van de boa’s met taakaccent jeugd met een portofoon. Voorts zullen er in de andere domeinen ook enkele projecten plaatsvinden. De projecten worden hieronder verder toegelicht.
3.5.1. Zwemgebieden Zowel in gemeente Tytsjerksteradiel als in gemeente Achtkarspelen zijn veel zwemgebieden. Hier wordt in de zomer veel gezwommen door voornamelijk jeugd. Om deze reden is er in de zomer regelmatig sprake van overlast door deze groepen. Binnen het project zwemgebieden wordt er ingezet op een substantiële verhoging van toezicht op zwemgebieden binnen de gemeenten. De boa’s acteren op verschillende vormen van overlast rondom de zwemstrandjes, bruggen, meren en kanalen. In samenspraak met de boa’s is er naar aanleiding van het zomerseizoen 2022 een lijst met de zogenoemde hotspotlocaties binnen de gemeente Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen ontworpen. Voornamelijk zal er worden ingezet op deze hotspotlocaties en verdere meldingen die binnen komen gedurende het seizoen. De locaties waar meldingen van binnenkomen, worden vervolgens toegevoegd aan de lijst met hotspotlocaties. Door het verhogen van toezicht in de zwemgebieden willen we overlast Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 22
verminderen. Daarnaast zijn de boa’s met taakaccent jeugd ook zichtbaar in beeld voor de jeugd binnen de gemeenten. Op deze manier kan de band tussen de jeugd en de boa’s ook versterkt worden. Ook gaan we de samenwerking met de havenmeesters in ons gebied verder optimaliseren. Hotspotlocaties Gemeente Tytsjerksteradiel: -
De Blauwhoek, Marwei, 9381 BB Jistrum
-
Earnewâld
-
Wetter en Willepark, Prins Bernhardstraat 1a, 9251 GJ Burgum
Gemeente Achtkarspelen: -
Recreatiestrandje Schuilenburg, Bosweg Drogeham
-
Hossebos, 9289 Drogeham
3.5.2. Middelengebruik evenementen De evenementenkalender van de gemeente Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel is druk in het hoogseizoen. Met een grotere bezetting van boa’s doet de kans zich voor om het toezicht op evenementen substantieel te verhogen en dit met name in te steken op het thema jeugd, dit gaat verhoogd worden van 10 % naar 20%. Om dit mogelijk te maken zijn er, in samenspraak met de boa’s, acties ontworpen om toezicht te houden op jeugd en middelengebruik tijdens evenementen. De acties die uitgevoerd gaan worden zijn de acties: wederverstrekking en blaasacties tijdens evenementen. Hieronder worden deze twee acties verder toegelicht. Tijdens het uitvoeren van deze acties is de samenwerking tussen de gemeente en de organisatie van het evenement belangrijk. Het is van belang dat beide partijen achter deze acties staan. Op die manier zijn de acties zo effectief en efficiënt mogelijk en zal het een bijdrage leveren aan de aanpak van jeugd en middelengebruik. Ons voornaamste doel is om een stuk bewustwording te creëren. Hiermee sluiten we ook aan op ons gezondheidsbeleid. Vanuit verscheidene organisaties van evenementen binnen de gemeenten is er al belangstelling getoond voor deze acties. De acties die uitgevoerd worden tijdens de evenementen worden hieronder nader toegelicht.
Wederverstrekking Bij deze actie wordt er ingezet op het demotiveren van het consumeren van alcohol onder minderjarigen. Bij wederverstrekking wordt er gekeken naar wie er alcohol verstrekt aan de jeugd. Het proces gaat als volgt: De boa’s gaan op een plek staan waar ze overzicht hebben op de vloer en bezoekers. Zij kijken naar wie er meerdere drankjes haalt en aan wie deze persoon de drankjes uitdeelt. Vervolgens lichten zij de beveiliging, die op de vloer staat, in en worden de personen gecontroleerd. In het geval dat het minderjarigen zijn wordt er een waarschuwing gegeven en het glas leeggegooid. Afhankelijk van de afspraken met de organisatie wordt er bij meerdere waarschuwingen verdere actie ondernomen.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 23
Blaasacties De blaasactie wordt opgezet om te voorkomen dat jeugd onder de 18 jaar vooraf alcohol consumeert. Zo wordt er vooraf een weringsbeleid gecommuniceerd. Door het vooraf kenbaar te maken, wordt er wederom ingezet op het demotiveren van alcoholgebruik onder minderjarigen. Bij de blaasactie moet de jeugd bij de ingang van het terrein blazen op de blaasapparatuur die beschikbaar gesteld is. In afstemming met de organisatie en beveiliging van het evenement worden er afspraken gemaakt met betrekking tot het verdere handelen.
3.5.3. Onderzoek inzet portofoons BOA’s Het is van belang dat de boa’s hun werk veilig kunnen doen. Om deze reden gaat er onderzoek gedaan worden naar het uitrusten van de boa’s met een portofoon. Door het verstrekken van portofoons aan de boa’s wordt de communicatie geoptimaliseerd. Dit zorgt voor een betere samenwerking onderling maar ook met onder andere de politie, andere hulpverlening en de beveiliging op evenementen. Daarnaast zorgt het inzetten van portofoons er ook voor dat er sneller geschakeld kan worden richting onze inwoners. Het inzetten van portofoons zou het uitvoeren van de acties op evenementen, zoals hierboven genoemd, ook gemakkelijker laten verlopen. Daarnaast zouden de boa’s met taakaccent jeugd ook ondersteuning kunnen bieden in het werk van de politie. Zo zouden ze dan kunnen acteren op meldingen van jeugdoverlast, indien zij in de buurt zijn.
3.5.4. Toezicht Informatieplicht energiebesparing De informatieplicht energiebesparing voor bedrijven en organisaties is op 1 juli 2019 in werking getreden. Een inrichting met een verbruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000m3 aardgasequivalent per kalenderjaar moet energiebesparende maatregelen treffen met terugverdientijd van 5 jaar of minder. Voor de beide gemeenten samen, gaat het om ongeveer 400 bedrijven. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor toezicht op en handhaving van de wettelijke energiebesparingsplicht en de informatieplicht. In 2023 zullen de binnengekomen gegevens uit 2022 verder worden beoordeeld en verwerkt. Handhaving zal worden opgestart wanneer hier aanleiding toe is. In het kader van versterkte uitvoering Informatieplicht zal in samenwerking met de FUMO en een extern adviesbureau controles worden uitgevoerd. Net als in 2022 zal een nog een nader te bepalen aantal bedrijven worden bezocht, die voldaan hebben aan de informatieplicht, maar nog niet aan de verplichting voldaan hebben, om alle vastgestelde maatregelen uit te voeren. Tevens zullen er bij een aantal bedrijven hercontroles worden uitgevoerd naar aanleiding van eerdere bezoeken. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gaat het toezicht op en handhaving van de wettelijke energiebesparingsplicht over naar de FUMO.
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 24
3.5.5. Handhaving op Grondstoffenbeleidsplan Op 1 januari 2021 is het Grondstoffenbeleidsplan in werking getreden in de Gemeente Tytsjerksteradiel. Het beleidsplan regelt o.a. dat de frequentie van het ledigen van de grijze container wordt verlaagd. Deze maatregel moet bijdragen aan het beter scheiden (o.a. glas, papier, textiel, groen) van afval en zo het verminderen van de kilo’s van het “grijze” afval. Naast een afvalcoach wordt er ook een beroep gedaan op Toezicht en Handhaving. Eén van de BOA I medewerkers wordt ingezet om excessen met afvalafgifte (o.a. afvalbrandjes, afvaldumpingen, onjuiste afvalstromen in de grijze container, grijs afval in groene container) aan te pakken. Hierbij is er regelmatig overleg met de beleidsmedewerkers van beheer en de afvalinzamelaars van de buitendienst.
3.5.6. BTP Omgevingswet dossiers samenstellen Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Separaat gaan meer bedrijven over naar de FUMO. De omvang is reeds in kaart gebracht en dit betreft een kleine 800 bedrijven. De gegevens van deze bedrijven (controlebrieven, actuele milieumelding etc) moeten voorafgaand overgedragen worden. Het samenstellen van dit digitaal dossier kost circa 2 uur per bedrijf. De totale klus kost circa 1600 uur. Om dit in een jaar af te ronden zullen meerdere milieumedewerkers hiervoor ingezet worden. Mogelijk worden voor deze taak medewerkers ingehuurd.
3.5.7. Snippergronden Met regelmaat wordt geconstateerd dat gemeentelijke grond door derden in gebruik is genomen, zonder dat hiervoor een juridische titel aanwezig is in de vorm van een gebruiksovereenkomst of een koopovereenkomst. Grond van de gemeente wordt dus zonder toestemming van de gemeente in gebruik genomen: er is sprake van (illegale) ingebruikname van gemeentegrond. In een enkel geval zal dit gebeuren zonder dat men er erg in heeft. Bijvoorbeeld doordat de perceelsgrenzen niet door het kadaster zijn uitgezet (te goeder trouw), maar vaker gebeurt het opzettelijk: met het oogmerk om gemeentelijke grond, als ware het eigen bezit, in gebruik te nemen (te kwader trouw). Met de ingebruikname van gemeentegrond kunnen door verjaring rechten ontstaan, waardoor de gemeente op termijn haar beschikkingsbevoegdheid over de grond verliest. Op lange termijn kan dit erin resulteren dat de gemeente haar rechten met betrekking tot eigen grond niet meer kan effectueren. Om een beeld te krijgen van de omvang van de problematiek is het noodzakelijk een inventarisatie uit te voeren. Het komende jaar zal gekeken worden hoe dergelijke zaken opgepakt worden in samenwerking met de afdelingen Beheer en Grondzaken.
Er zal een plan van aanpak gemaakt worden, waarin wordt omschreven wanneer team Toezicht en Handhaving in het proces betrokken wordt en op welke wijze dan geacteerd dient te worden. Er dient in Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 25
alle gevallen, net als bij bestuursrechtelijke handhaving, een afweging plaats te vinden of handhaving in de betreffende zaak (volgens de prioriteringsaspecten) opgepakt dient te worden.
3.6. Meldingen leefomgeving (klachten) Aantallen ingediende meldingen zijn niet te plannen. Geschat wordt dat ca 15 % van de beschikbare capaciteit voor de onderdelen groen, milieu en bouwtoezicht en 75 % van de beschikbare capaciteit voor het onderdeel Publiek domein aan de behandeling van klachten en meldingen wordt besteed. Alle meldingen worden getoetst aan rechtmatigheid en bij een overtreding, wat de gevolgen van die overtreding zijn. Meldingen worden inhoudelijk behandeld als één van de prioriteitsaspecten aan de orde is, of kan komen als niet wordt opgetreden. Andere meldingen worden overeenkomstig de prioriteitstelling in het handhavingsbeleid later opgepakt. Zie §2.3.2.
3.7. Toezicht eigen inrichtingen/gebouwen/werkzaamheden De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verplicht de gemeenten inzicht te geven in de wijze waarop zij uitvoering geeft aan het toezicht op eigen inrichtingen, dus daar waar de gemeente bevoegd gezag is als toezichthouder en als vergunninghouder. Naast omgevingsvergunningen onderdeel Milieu betreft dit ook het onderdeel Bouw, Brandveilig gebruik, Kap en toepassing van grond. Handhaving vindt plaats volgens een hiervoor vastgesteld protocol. Voor 2023 worden de volgende controles op eigen inrichtingen/gebouwen/werkzaamheden geraamd: Omgevingsvergunning Onderdeel
Aantal
Bouwen
PM
Brandveilig gebruik
110
Sloop
PM
Kap
PM
Kapmeldingen
PM
Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2023
Blz 26
3.8. Handhaving met externe partners Ten behoeve van de geplande samenwerking met externe partners via het Friese VTH-overleg werd voor het team THV jaarlijks maximaal 100 uren geraamd. Er wordt momenteel gewerkt aan een nieuw provinciaal VTH-programma. In dit programma komen een nieuwe set aan prioriteiten. De verwachting is dat er in 2023 geen uren worden besteed aan projecten met externe partners.