CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Stoppelsoal

RAAD IEPEN POADIUM (RAADZAAL) 16 november 2023, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Realiseren van een zonnepark Stoppelsoal (inhoudelijk)13.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 25

5 Onderzoek In dit hoofdstuk wordt beschreven welke relevante milieu- en omgevingseffecten te verwachten zijn als gevolg van de realisatie van het zonnepark. Dit wordt per aspect beschreven, op basis van de wet- en regelgeving die van toepassing is op zonneparken.

5.1

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” (2009). Een richtafstand is de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten.

Onderzoek Een zonnepark is niet in de VNG-publicatie opgenomen. Van zonnepanelen is geen milieuhinder te verwachten. Dat geldt mogelijk wel voor de bijbehorende transformatoren, die overdag (enig) geluid produceren. Voor de bijbehorende transformatoren kan een vergelijking worden gemaakt met de in de VNG-publicatie vermelde categorie ‘elektriciteitsdistributiebedrijven van <10 MVA’. Het betreft hier een milieucategorie 2-inrichting met een grootste aan te houden richtafstand van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk, vanwege het milieuaspect geluid. Voor andere milieuaspecten is de grootste aan te houden afstand korter. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich als ‘gemengd gebied’ waardoor kortere aan te houden richtafstanden acceptabel zijn in vergelijking met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Figuur 5.1 Plangebied voor zonnevelden en nabijgelegen geluidsgevoelige en -kwetsbare objecten.

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 26

Op basis van de planlocaties van de transformatoren kan bepaald worden dat transformatoren in ieder geval ten minste op 265 meter vanaf de woningen geplaatst worden (zijnde de kortste afstand van woningen tot de dichtstbijzijnde transformator), zie Figuur 5.1. Het zonnepark is daardoor vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering ruimschoots in te passen. Nader onderzoek ten aanzien van geluid of andere relevante milieuaspecten is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie Bedrijven en milieuzonering Vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

5.2

Natuur Toetsingskader De (wettelijke) bescherming van natuur verloopt op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb) via drie sporen: gebiedsbescherming, soortenbescherming en de bescherming van houtopstanden. De drie sporen staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. Gebiedsbescherming Bij gebiedsbescherming is onderscheid te maken in planologische- en wettelijke bescherming. De wettelijke bescherming is verankerd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit betreft de zogenaamde Natura 2000-gebieden. De planologische bescherming is verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de omgevingsverordening van de provincie. Dit betreft het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming Relevante wetgeving op het gebied van de soortenbescherming is uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de Wnb. De bescherming van flora en faunasoorten is in de Wnb opgedeeld in twee beschermingscategorieën: •

Strikt beschermde soorten: soorten van de Vogelrichtlijn (art. 3.1) en soorten van de Habitatrichtlijn (art. 3.5).

•

Overige beschermde soorten: nationaal beschermde soorten (art. 3.10).

Onderzoek Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 7 km afstand. Natura 2000-gebieden kennen echter een externe werking, waardoor ook activiteiten buiten Natura 2000 van invloed kunnen zijn op de aangewezen soorten. Effecten van zonneparken op ecologie zijn, indien aan de orde, altijd lokaal van aard. Effecten op voor Natura 2000-gebieden aangewezen soorten zijn om die reden niet te verwachten. De locatie is eveneens niet gelegen in NNN gebied. NNN kent in tegenstelling tot Natura 2000-gebieden geen externe werking. Het voornemen is dan ook niet van invloed op de kwaliteiten van Natuurnetwerk Nederland.

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 27

Stikstofdepositie Tijdens de aanleg van het zonnepark kunnen er door de benodigde werkzaamheden stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) worden uitgestoten, de zogenaamde stikstofuitstoot. De emissies van stikstof die vrij komen met de bouw kunnen neerslaan (stikstofdepositie) in de ruime omgeving. Voor het aspect stikstof is een AERIUS berekening (zie bijlage) opgesteld waarin de emissie van Nox en NH3 is bepaald die vrijkomt bij de inzet van transport- en werktuigen voor de bouw van het zonnepark. Het betreft eenmalig een emissie van 402,3 kg NOx en 0,7 kg NH3 per jaar. De AERIUS-berekening toont aan dat er geen stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ontstaat en de aanleg van het zonnepark daardoor geen negatieve invloed op Natura 2000-gebieden heeft. Soortenbescherming Op basis van ecologische QuickScans (Eelerwoude 2021 & 2022) is in beeld gebracht welke soorten in het gebied aanwezig zijn, dan wel gebruik maken van het gebied. Daaruit komt naar voren dat het voornemen, hoofdzakelijk in de aanlegfase, van invloed kan zijn op verschillende soorten. Zie hiervoor het overzicht in de natuuranalyse van het landschapsplan in de bijlage. Voor de meeste van deze soorten kan middels mitigerende maatregelen voorkomen worden dat er effecten optreden.

Hiervoor zal te zijner tijd een ecologische werkprotocol worden opgesteld in lijn met de maatregelen die in de QuickScan worden voorgesteld, waardoor geborgd wordt dat effecten op de betreffende soorten worden uitgesloten. Voor een aantal soorten geldt dat niet is uitgesloten dat deze van het gebied gebruik maken en dat voorafgaand aan de bouwfase onderzocht moet worden of deze soorten daadwerkelijk in het gebied aanwezig zijn. Indien deze soorten aanwezig zijn, zal bepaald moeten worden of er mitigerende maatregelen mogelijk zijn om effecten te voorkomen en zullen deze geborgd worden in het ecologische werkprotocol. Mogelijk dat voor deze soorten, tijdens de bouw, een ontheffing nodig is. Indien nodig, zal dat voorafgaand aan de bouwfase op basis van onderzoek worden aangevraagd. Aangezien de potentiële effecten op deze soorten slechts tijdelijk van aard zijn, is dit niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. In de gebruiksfase van het zonnepark is er geen sprake van effecten op soorten. Aanvullend wordt opgemerkt dat er verschillende maatregelen worden genomen om het gebied aantrekkelijk te houden en te maken voor verschillende soorten, met als doel de biodiversiteit in het gebied te versterken. Hiervoor wordt verwezen naar het landschapsplan die als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing is opgenomen.

Conclusie Natuur Voor het voornemen wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect natuur sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

5.3

Cultuurhistorie en archeologie Toetsingskader Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag voor de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. De Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 de Monumentenwet 1988 heeft vervangen, vormt het kader voor de bescherming van het cultureel erfgoed.

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 28

Onder cultuurhistorie worden aanwezige archeologische waarden verstaan, maar ook overige cultuurhistorische waarden zoals historisch landschap, beschermende stads- en dorpsgezichten en monumenten.

Onderzoek Ter plaatse van het plangebied is geen dubbelbestemming voor archeologie opgenomen in het bestemmingsplan. Over het algemeen betekent dit dat er geen hoge verwachtingswaarde op de locatie rust. Aanvullend zijn er hieronder verschillende bronnen geraadpleegd en beschreven wat dit voor het plangebied betekent. De bronnen bestaan uit algemeen beschikbare informatie en specifiekere onderzoeken. Bij de beschouwing van de bronnen wordt begonnen met een eerste algemene blik op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (2008). Vervolgens worden enkele kaarten met betrekking tot archeologische trefkansen gericht op de provincie Fryslân beschouwd. Indicatieve Kaart Archeologische Waarden Op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden11 (IKAW) is het plangebied gekarakteriseerd als gebied met een lage trefkans. Deze trefkans is op basis van computermodellen tot stand gekomen. De kaart toont de situatie uit 2008. In Figuur 5.2 is het plangebied globaal aangegeven met een rode contour. Een lage trefkans betekent dat de kans op de aanwezigheid van archeologisch waardevolle objecten laag is. Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) De Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE), deels gebaseerd op de IKAW en de Archeologische Monumentenkaart (AMK) heeft als doel het Friese bodemarchief in kaart te brengen.

De kaart is geen statisch product; het wordt continu geüpdatet met de laatste inzichten uit veldonderzoeken. De FAMKE is opgedeeld in twee delen; een kaart voor archeologische waarde van de steentijd tot de bronstijd (300.000 tot 800 v. Chr.) en de periode ijzertijd-middeleeuwen (800 v. Chr. – 1500 n. Chr.). Figuur 5.3 toont de FAMKE voor de periode ijzertijd – middeleeuwen. Volgens deze kaart is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk, gezien de (zeer) lage trefkans van vondsten uit deze tijd. Figuur 5.4 toont de FAMKE voor de periode steentijd – bronstijd. Uit deze kaart blijkt dat in het plangebied reeds archeologische vondsten uit deze periode zijn gedaan. Het magenta-gearceerde gebied (zie Figuur 5.5) indiceert een bekende vuursteenvindplaats. De provincie geeft hierbij aan dat een gedeelte van het gebied mogelijk al verstoord is. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 50m² deze vindplaatsen middels een waarderend archeologisch onderzoek te onderzoeken. Voor het voornemen geldt dat de ingreep in de grond in oppervlakte en diepte zeer beperkt van aard is. Daarnaast is er mogelijk al verstoord gebied. Een effect op archeologische waardevolle objecten is dan ook niet te verwachten.

De geel- en oranje-gearceerde gebieden (zie Figuur 5.4) indiceren gebieden waar zich op enige diepte mogelijk archeologische waarden uit de steentijd bevinden en die zijn afgedekt door veen- of kleidekken. Bij ingrepen van meer dan 2.500 m2 (oranje) of meer dan 5.000 m2 (geel) adviseert de Provincie Fryslân om een karterend (boor)onderzoek te laten uitvoeren, met minimaal zes (oranje) of drie (geel) boringen per hectare. Voor het voornemen geldt dat de ingreep in de grond in oppervlakte en diepte zeer beperkt van aard is. Daarnaast is er mogelijk al verstoord gebied. Een effect op archeologische waardevolle objecten is dan ook niet te verwachten. Voor de donkergroen-gearceerde gebieden in Figuur 5.4 geldt dat

11

Indicatieve Kaart Archeologische Waarden, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2008. Geraadpleegd via: https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Archeologie%2Din%2DNederland# Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 29

mogelijke vondsten reeds ernstig verstoord zijn en dus verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Figuur 5.2 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden. Het plangebied is globaal met een rode contour aangegeven.

Figuur 5.3 FAMKE voor de periode ijzertijd-middeleeuwen12. Het plangebied is globaal met een rood contour aangegeven.

12

Bron: FAMKE, geraadpleegd naar https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer. Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 30

Figuur 5.4 FAMKE voor de periode steentijd – bronstijd13. Het plangebied is globaal met een rode contour aangegeven.

Overige cultuurhistorische waarden De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft alle rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten in kaart gebracht14. In de wijde omgeving van het plangebied liggen geen rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten; het dichtstbijzijnde is dat van Veenklooster op ruim 7 kilometer afstand. Gezien de grote afstand van het plangebied tot het beschermde stadsgezicht, en de beperkte verdragende uitstaling van een zonnepark op de omgeving, is er geen effect op het beschermde gezicht. Binnen het plangebied bevinden zich geen objecten die als cultureel erfgoed zijn aangemerkt15. Het dichtstbijzijnde Rijksmonument is gekenmerkt als ‘Kop-hals-rompboerderij met zesruitsvensters’, gelegen aan de Rijksstraatweg 62 in Noardburgum, op ongeveer 800 meter tot het dichtstbijzijnde punt in het plangebied. De bescherming van Rijksmonumenten heeft geen externe werking waardoor er geen effect op het Rijksmonument is met de aanleg van het zonnepark.

13

Bron: FAMKE, geraadpleegd naar https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer. Kaart met stads- en dorpsgezichten, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2019. Geraadpleegd via: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/kaart-van-beschermde-stads--endorpsgezichten 15 Flevoland Erfgoed. Geraadpleegd via https://www.flevolanderfgoed.nl/ 14

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 31

Conclusie cultuurhistorie en archeologie Het gehele plangebied is aangemerkt als gebied met lage trefkans van archeologische vondsten. De provinciale kaart van archeologische waarde bevestigt dat er een (zeer) lage trefkans is van archeologische vondsten uit de periode ijzertijd – middeleeuwen. Wel is er op basis van de provinciale waardenkaart een verwachtingswaarde voor de periode steentijd – bronstijd. De provincie Fryslân adviseert bij grote projecten (>2.500 / > 5.000 m2) in het gebied, waar het voornemen onder valt, archeologisch onderzoek uit te voeren. Ondanks dat daar met het voornemen sprake van is, is de ingreep van het voornemen zowel qua oppervlakte als diepte beperkt, waardoor het voornemen niet tot nauwelijks van invloed zal zijn op eventuele aanwezige waarden. Mochten er tijdens de uitvoering alsnog vondsten naar voren komen zal middels een Programma van Eisen worden geborgd dat de vondst wordt opgegraven en daarmee behouden blijft. Het zonnepark heeft geen effect op de bescherming van Rijksmonumenten of rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Voor het voornemen wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van de aspecten archeologie en cultuurhistorie sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

5.4

Waterhuishouding Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de ordenende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc. te voorkomen. De verplichte watertoets is geregeld in de artikelen 3.1.1 en 3.16 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen van de Europese Unie. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Nationaal Waterprogramma 2022-2027. Op provinciaal niveau zijn de omgevingsvisie en de bijbehorende omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. De Keur van Wetterskip Fryslan is een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.

Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Het Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem.

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 32

Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem het uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.

Toekomstige situatie Voor het zonnepark geldt dat er slechts beperkt verhard oppervlak wordt toegevoegd. Vanwege de lage ligging van het plangebied wordt drainage aangebracht om overtollig (hemel)water af te voeren naar oppervlaktewater en derhalve overstroming te voorkomen. Voor de beperkte aanvullende verharding ten behoeve van parkwegen en de bijbehorende elektrische infrastructurele werken geldt eveneens dat regenwater in het nabijgelegen maaiveld kan infiltreren. Er zijn verschillende schouwwateren in het gebied aanwezig. Daarnaast is er een hoofdwater in het plangebied gelegen. Inclusief verscheidene onderhoudsdammen. Voor de hoofdwateren geldt een beschermingszone van 5 meter vanaf de insteek. Bij het ontwerp van het voornemen is hier rekening mee gehouden. Deze zullen dus niet worden beïnvloed. In nadere afstemming met het waterschap wordt eventuele raakvlakken op bijvoorbeeld onderhoud van watergangen en overige elementen binnen het plangebied nader afgestemd. Aan de zuidoostzijde van het plangebied is een regionale waterkering gelegen. Regionale keringen hebben een kernzone van 10 meter en een beschermingszone van 5 meter vanaf de kernzone. Ook hiermee is in het ontwerp rekening gehouden door deze zone vrij te houden. Daarmee is het voornemen niet van invloed op het waterkerend vermogen van de kering of op het onderhoud ervan.

Conclusie Waterhuishouding Het voornemen is niet van invloed op het watersysteem of op waterkeringen in of nabij het plangebied. Het plan voldoet daarmee aan een goede ruimtelijke ordening voor het aspect waterhuishouding.

5.5

Overige aspecten Geluid Een zonnepark is een type A-inrichting volgens het Besluit omgevingsrecht (Bor). De inrichting valt daarmee onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit, maar er is geen vergunning voor het onderdeel milieu nodig. Zonnepanelen zijn geen geluidsbron. Op voorhand kan derhalve worden gesteld dat deze elementen geen relevante geluidbelasting veroorzaakt. Specifiek geluidsonderzoek is dan ook

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 33

niet noodzakelijk. Het zonnepark is tevens geen geluidgevoelig object, waardoor onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder ook achterwege kan blijven. Uit het oogpunt van geluid zijn dan ook geen belemmeringen en is het plan uitvoerbaar. Voor de transformatoren geldt dat deze overdag (enig) geluid kunnen produceren. Voor de transformatoren kan een vergelijking worden gemaakt met de in de VNG-publicatie vermelde categorie ‘elektriciteitsdistributiebedrijven van <10 MVA’. Het betreft hier een milieucategorie 2-inrichting met een grootste aan te houden richtafstand van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk, vanwege het milieuaspect geluid. Voor de transformatoren geldt dat de minimale afstand tot een woning meer dan 200 meter betreft. Er zal daardoor geen geluidsbelasting ter hoogte van geluidgevoelige objecten optreden als gevolg van de geluidsproductie van de transformatoren. Overigens zal de bestaande situatie met het onderstation van Tennet en de hoogspanningsleidingen in het gebied bepalend zijn voor de geluidsbelasting in de omgeving.

Conclusie geluid Uit het oogpunt van geluid zijn er geen belemmeringen en is het plan uitvoerbaar. Het zonnepark voldoet vanuit het aspect geluid aan een goede ruimtelijke ordening.

Externe veiligheid Zonnepark Het zonnepark is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het zonnepark is eveneens geen risicovol object. Risico’s voor de omgeving zijn dan ook niet aan de orde. Ten aanzien van de bestaande hoogspanningsverbindingen in het gebied heeft uitvoerig afstemming met Tennet plaatsgevonden. Op basis van die afstemming is het ontwerp op punten aangepast in het proces. Zo is onder meer rekening gehouden met een vrije zone van minimaal 20 meter rondom een hoogspanningsmast waarbinnen geen zonnepanelen of overige infrastructurele of elektrische werken worden gerealiseerd.

Conclusie externe veiligheid Het voornemen voldoet vanuit het aspect externe veiligheid aan een goede ruimtelijke ordening.

Bodemkwaliteit Zonnepark Gelet op de huidige bestemming van de gronden en het feit dat het voornemen geen gevoelige bestemming is waar mensen verblijven, mag worden aangenomen dat de bodem voor het voornemen geschikt is. Te meer omdat de grond in gebruik is als landbouwgrond. Daarnaast geldt dat op basis van het bodemloket er geen bodemverontreiniging in het gebied bekend is. In Figuur 5.1 is te zien dat er geen melding gemaakt is geen van een verontreiniging op de locatie van het plangebied. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat er sprake is van bodemeffecten bij grondroering in het gebied. Overigens is de ingreep in de bodem bij de realisatie van het voornemen beperkt. Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 34

Figuur 5.1: Bodeminformatie rondom plangebied

Conclusie bodem Het plan voldoet voor het aspect bodemkwaliteit aan een goede ruimtelijke ordening. Indien er grond wordt aan- of afgevoerd, dient dit volgens de door de overheid gestelde regels plaats te vinden, in het bijzonder het Besluit bodemkwaliteit. Voorafgaand aan de uitvoering zal een 0meting worden uitgevoerd om de kwaliteit van de bodem en grond vast te stellen.

Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is een wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. De hoofdlijnen van deze regelgeving zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet Milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien deze voldoet aan één van deze voorwaarden: •

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;

•

een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

•

een project 'in niet betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;

•

een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in

werking treedt nadat de EU derogatie (toestemming) heeft verleend. Van een verslechtering van de luchtkwaliteit ‘in betekenende mate’ is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet:

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 35

•

woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen;

•

infrastructuur: minimaal 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie);

•

kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen.

Conclusie luchtkwaliteit Onderhavig plan maakt een ontwikkeling mogelijk dat niet onder één van bovenstaande categorieën onder te brengen is en het is ook geen project dat beschreven staat in het NSL. Geconcludeerd kan worden dat de luchtkwaliteit niet ‘in betekenende mate’ zal verslechteren. Daarom hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan.

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 36

6 Uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Krachtens de Wet ruimtelijke ordening, waarin in afdeling 6.4 bepalingen zijn opgenomen betreffende de grondexploitatie, geldt de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is kostenverhaal verplicht in geval van: •

De bouw van één of meer woningen en hoofdgebouwen;

•

Uitbreidingen van gebouwen met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen;

•

De verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;

•

Eén of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren bij ingebruikname voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte ten minste 1.500 m2 bedraagt;

•

De bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2.

De voorliggende goede ruimtelijke onderbouwing voorziet in de realisatie van een zonnepark en de daarbij behorende voorzieningen. Aangezien hiermee geen sprake is van de bouw van een hoofdgebouw zoals bedoeld in artikel 6.2.1. sub b van het Besluit ruimtelijke ordening, is kostenverhaal niet verplicht.

Planschade Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan planschade ontstaan. De Wro voorziet in een regeling voor vergoeding van planschade. Op basis van artikel 6.1 Wro wordt aan degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van de afwijking van het bestemmingsplan, tegemoetgekomen, wanneer de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet anderszins is verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemers willen dat het zonnepark Stoppelsoal niet alleen een bijdrage levert aan de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening, maar dat de realisatie van het project in goede harmonie met de omgeving en met een positieve impact voor de betrokkenen plaatsvindt.

Participatie De doelstelling van de initiatiefnemers van het project is om het bevoegd gezag en de betrokken omwonenden in de omgeving van het zonnepark zoveel mogelijk te betrekken in het proces en de keuzes die worden gemaakt ten aanzien locatie en inrichting van het voornemen. Hiertoe is een proces doorlopen waarin dat verder vorm is gegeven, onder meer door Sinnetafels en persoonlijke gesprekken. Het participatieverslag is opgenomen als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing.

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 37

Het participatieverslag geeft inzicht in op welke wijze draagvlak is gecreëerd, inspraak wordt geboden, hoe de omgeving is geïnformeerd en betrokken bij de planvorming en hoe de omgeving financieel kan meeprofiteren. Het participatieverslag richt zich op inwoners in de directe omgeving, in de buurt gelegen bedrijven en lokale overheden (gemeente Tytsjerksteradiel, provincie Fryslân). De direct omwonenden zijn al in een vroeg stadium (oktober 20202) geïnformeerd over de plannen van het zonnepark. Ook is in een vroeg stadium met de gemeente gesproken, mede ten aanzien van het vaststellen van een duurzaamheidsagenda waarbinnen richtlijnen voor de realisatie van zonneparken worden gesteld. Ook de provincie wordt betrokken en ook zij zijn bezig met het opstellen van beleid ten aanzien van zonneparken. Hieruit volgt een stappenplan en een Sinnetafel, waarmee de omgeving verder betrokken wordt. Voor de Sinnetafel is een externe onafhankelijke voorzitter aangewezen. Met de input uit de Sinnetafels is opnieuw gekeken naar de opgave (mede vanuit beleid 50% zon op dak / 50% grondgebonden) en de mogelijkheden voor de invulling daarvan. Op basis daarvan is het plangebied uitgebreid en zijn omwonenden in de zomer van 2022 opnieuw betrokken om input te geven aan de invulling van het plangebied.

In deze fase is, in overleg met de provincie en gemeente ook contact gezocht met Noardburgum om ook hen te betrekken bij het plan. De daaropvolgende maanden zijn verschillende gesprekken gevoerd met omwonenden. Daarnaast zijn ontwerpsessies gestart met verschillende stakeholders om een invulling van het plangebied te kunnen geven. Dit kreeg vorm aan de hand van de vier thema’s ‘Landschap, natuur, recreatie en educatie’. Dit heeft geleid tot het ontwerp wat door alle bovenstaande partijen wordt onderschreven en waarvoor complimenten zijn uitgedeeld door de extern betrokken partijen.

Naast procesparticipatie is financiële participatie een belangrijk doelstelling. Zo heeft de lokale energiecoöperatie uit Burgum de mogelijkheid tot 50 % toe te treden tot het plan en zij zet zich hier voor in. Ook de inwoners van Noardburgum (nabijgelegen kern) zijn uitgenodigd om tot deze coöperatie toe te treden en daarmee inspraak te hebben in het besteden van de opbrengsten uit het zonnepark.

Ter visie legging De aanvraag, de bijlagen en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing zijn allen onderdeel van de omgevingsvergunning. De ontwerpversie hiervan wordt gedurende een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze termijn wordt aan eenieder de gelegenheid geboden een zienswijze in te dienen. Het college van burgemeester en wethouders neemt vervolgens een definitief besluit over het afgeven van de omgevingsvergunning.

Beroep/hoger beroep Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Na deze periode wordt aan belanghebbenden de gelegenheid geboden om beroep instellen tegen de omgevingsvergunning bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wanneer besloten wordt tot het toepassen van de coördinatieregeling. Indien niet wordt besloten tot het toepassen van de coördinatieregeling staat er eerst beroep open bij de bestuursrechter en daarna bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroepstermijn geen beroep wordt ingesteld, is de omgevingsvergunning na het verstrijken van de beroepstermijn onherroepelijk.

Ruimtelijke onderbouwing 722220 Zonnepark Stoppelsoal | Definitief V3.0 | 20-6-2023 Pagina 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=dfb978fa-b485-4164-a22e-82d809b8f0f9