CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Regionale woondeal Noordoost 2022-2030

RAAD IEPEN POADIUM (RAADZAAL) 17 mei 2023, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Ingekomen stuk – Woondeal Noordoost (inhoudelijk)14.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Harde plannen zijn: Onherroepelijk bestemmingsplan of inpassings­

7

Onder het betaalbare segment vallen de sociale huurwoningen, huur­woningen vanaf

plan, Onherroepelijk bestemmingsplan met uitwerkings­plicht,

de sociale huurgrens tot een max van €1000 per maand en koopwoningen onder de

Vastgesteld bestemmingsplan of inpassingsplan, Vastgesteld

€355.000. Gemeenten en provincie zullen nader onderzoek doen om in kaart te brengen

bestemmingsplan met uitwerkingsplicht.

wat betaalbaar is voor de inwoners van Fryslân en voor specifieke doelgroepen.

Regionale woondeals 2022-2030

29

8

Aantal van de bruto nieuwbouw.

Regio Noordoost Fryslân

In tabel 2 staat aangegeven wat dit betekent per gemeente (op totale aantallen, niet uitgesplitst naar soort). Tabel 2: Woonopgave per gemeente Gemeente Achtkarspelen zet zich in voor de realisatie van

600 woningen

Gemeente Dantumadiel zet zich in voor de realisatie van

195 woningen

Gemeente Noardeast-Fryslân zet zich in voor de realisatie van

1175 woningen

Gemeente Tytsjerksteradiel zet zich in voor de realisatie van

690 woningen

Totaal regionale opgave

2660 woningen

Regionale woondeals 2022-2030

30

Regio Noordoost Fryslân

Bijlage 3: Sleutelprojecten (inclusief kleinschalige projecten) en kritische succesfactoren 9

Voor de gemeenten in Noordoost zijn naast de grote projecten (in de voorzieningenkernen) ook de projecten in de kleine kernen van wezenlijk belang. Bij de inzet van middelen en een mogelijke aanvraag in het kader van de WBI wordt de onderstaande verdeling gehanteerd: Tabel 3: locaties, kenmerken en kritische succesfactoren Projectkenmerken

Kritische succesfactoren

Locatie

Gemeente

Project Dokkum

Noardeast Fryslan

ntb

Project kleine dorpen

Noardeast Fryslan

ntb

Project voorzieningen kernen (Damwâld, De Westereen, Feanwâlden)

Dantumadiel

ntb

Project overige kernen (Wâlterswâld/ Driezum, Broeksterwâld, Rinsumageast)

Dantumadiel

ntb

Project grote kernen (Buitenpost, Surhuisterveen)

Achtkarspelen

ntb

Project kleine dorpen

Achtkarspelen

ntb

Project grote kernen (Burgum Hurdegaryp)

Tytsjerksteradiel

ntb

Project kleine dorpen

Tytsjerksteradiel

ntb

Nadere duiding op de projecten volgt uit de

Woningen

Mobiliteit

Kennis en capaciteit

Stikstof

√

Regio specifiek √

√ √

√ √

√ √

√ √

√ √

√ √

√

√

√

9

Sleutelprojecten zijn projecten die een bijdrage leveren aan de volkshuisvestelijke doelen

knelpuntenanalyse die op dit moment wordt

(voldoende betaalbare woningen, corporatiewoningen en wonen en zorg voor ouderen)

uitgevoerd. Dit wordt meegenomen in de herijking

in relatie tot de autonome behoefte waarvan partijen vinden dat we daar gezamenlijke

van deze regionale woondeal.

energie, tijd en financiële middelen op moeten inzetten.

Regionale woondeals 2022-2030

Programmering

31

Regio Noordoost Fryslân

Bijlage 4: Generieke ondersteuning woningbouw

Het Rijk ondersteunt door:

•

Het verstrekken van kennis en expertise wanneer

De provincie ondersteunt door:

projecten vastlopen. Het kan hierbij zowel gaan •

Het verstrekken van financiële middelen via

om concrete- als generieke vragen.

•

Cofinanciering regeling Flexpool

diverse regelingen en subsidies waar de regio

•

Inzet expertteams (Expertteam Woningbouw)

•

uitvoeren van de knelpuntenanalyse

aanspraak op kan maken. Het gaat hierbij om

•

Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties

•

middelen kunnen ook worden ingezet voor

middelen die generiek beschikbaar zijn, ook

•

Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting

andere regio’s kunnen hier aanspraak op maken.

•

Landelijke versnellingstafels

•

Regeling herbestemming 2023 (in voorbereiding)

Het Rijk informeert via de woondealtafel over

•

Wet- en regelgeving voor de realisatie van de

•

Regeling herbestemming tijdelijke woningen 2023

•

Onderzoek naar toekomstbestendigheid

nieuwe regelingen en subsidiemogelijkheden.

woningbouwopgave. Voor versterking van

Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele

dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel

onduidelijkheden omtrent de aanvraag van

versterken regie op de volkshuisvesting

financiële middelen.

voorbereid. Datum, tijdspad, welke specifieke

• Procesgeld woondeals • Woningbouwimpuls

bestaande woningvoorraad

BZK coördineert de opgave die samenhangen met woningbouw en fungeert als eerste

• Regeling huisvesting aandachtsgroepen

aanspreekpunt richting andere departementen.

• Volkshuisvestingsfonds

De Minister voor VRO zet zich maximaal in

• Transformatie faciliteit

om samen met de verantwoordelijke collega-

• Tijdelijke huisvesting

ministers kritische succesfactoren als stikstof,

• PM mogelijke ondersteuning

geluid en de aansluiting op nutsvoorzieningen

Regionale woondeals 2022-2030

(in voorbereiding)

maatregelen worden voorzien. •

• Regeling flexpools

verpleegzorgplekken

(gezamenlijke) woonzorgvisie

aan te pakken

32

Regio Noordoost Fryslân

Bijlage 5: Regiobeschrijving Noordoost Fryslân

De regio Noordoost Fryslân bestaande uit de

Bij het realiseren van de woningbouwopgave

bouwprojecten langer kunnen duren en moeilijker

gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-

gaat het ook om landschappelijke kwaliteit. De

‘op te harden’ en te programmeren zijn. Maar

Fryslân en Tytsjerksteradiel, heeft al sinds 2012 een

landschappelijke waarden van onze regio zijn

het verhoogt volgens ons wel de kwaliteit van de

samenwerkingsverband waarbij we ons als regio

belangrijk voor de kwaliteit van wonen die onze

plannen. En worden er woningen gebouwd waar de

inzetten voor goed wonen, werken en recreëren in

inwoners ervaren. Mensen komen in deze regio

inwoners behoefte aan hebben.

de regio. Deze samenwerking is er niet alleen tussen

wonen omdat ze houden van de rust en ruimte

overheden, maar juist ook met belangrijke partners.

en het plattelandskarakter die de omgeving biedt.

Tot slot wordt in de regio door de gemeenten

De samenwerking gebeurde ook in tijden dat het

Nieuwbouw moet daarom zorgvuldig worden

en lokale marktpartijen gewerkt aan de ambitie

minder goed ging met de woningmarkt en waar onze

ingepast en niet ten koste gaan van deze waarde.

om circulair te bouwen. Om deze ambitie te

woningbouwprogramma’s ook op waren afgestemd.

verwezenlijken is het noodzakelijk dat alle partijen Als regio willen wij graag extra woningen bouwen

Afgelopen jaar hebben de colleges vol ingezet op

om aan de vraag te voldoen. Voor onze 90 kernen

een inhaalslag wat betreft het aantal te bouwen

hebben wij een opgave van 2600 nieuwe woningen.

woningen. Wij bieden alle dorpen (weer) de ruimte

Ook in onze regio betekent dat veel kleine plannen.

om te kunnen voorzien in de lokale behoefte. Sinds

Wij willen hierbij benadrukken dat de planning

vorig jaar hebben we daarom in een pilot met de

in hoge mate wordt bepaald door de aanpak van

provincie nieuwe afspraken gemaakt. De inzet van

onderop. De dorpsgemeenschappen hebben een

deze pilot is dat wij als gemeenten de regie voeren

belangrijke rol in de ontwikkeling van hun dorp. Dit

op de balans van de woningmarkt. Dus we gaan niet

vinden wij belangrijk, omdat we op deze manier

meer uit van maximale aantallen, maar we denken

beter aansluiten bij het karakter en de grootte van

vanuit welke kwaliteit we willen toevoegen.

de dorpen. Dit heeft echter wel tot gevolg dat de

Regionale woondeals 2022-2030

33

samenwerken.

Regio Noordoost Fryslân

Bijlage 6: Definities Betaalbaarheid

Zachte plannen zijn:

Sociale huur hiervoor komt in de AMVB van de

Vooralsnog hanteren we de volgende definities

•

Onherroepelijk bestemmingsplan met

Wet Versterking Regie Volkshuisvesting (WVRV)

wijzigingsbevoegdheid

een definitie. In de Memorie van Toelichting bij

Vastgesteld bestemmingsplan met

het voorsel van Wet inzake Versterking Regie

wijzigingsbevoegdheid

Volkshuisvesting (voorstel WVRV) wordt hierover

Bestemmingsplan of inpassingsplan in

het volgende gezegd: Om te zorgen dat sociale huur

voorbereiding

die in het kader van de woningbouwopgave wordt

onder betaalbaar: • •

sociale huurwoningen met een huurprijs tot de

•

huurwoningen vanaf de liberalisatiegrens tot een

liberalisatiegrens

•

•

huur behorende bij maximaal 187 WWS punten

•

Potentieel: Visie

gerealiseerd, ook langjarig beschikbaar is voor de

(€ 1000 prijspeil 2022)

•

Potentieel: Idee (zonder beginselbereidheid B&W)

doelgroep en dat deze bijdraagt aan de opgave om mensen uit aandachtsgroepen te huisvesten, komt er

koopwoningen tot €355.000 (NHG grens 2022)

een nieuwe en eenduidige definitie van sociale huur

Harde plannen zijn: Gemeenten en provincie zullen nader onderzoek

•

doen om in kaart te brengen wat betaalbaar is voor de inwoners van Fryslân en voor specifieke doelgroepen.

•

Onherroepelijk bestemmingsplan of inpassingsplan

Aandachtsgroepen in de Memorie van Toelichting

Onherroepelijk bestemmingsplan met

van de voorstel WVRV wordt hierover gezegd: De

uitwerkingsplicht

huisvestingsopgave van in ieder geval de volgende

Nultredenwoningen zijn woningen waarbij je

•

Vastgesteld bestemmingsplan of inpassingsplan

aandachtsgroepen worden in kaart gebracht:

niet hoeft trap te lopen, zowel binnen het huis

•

Vastgesteld bestemmingsplan met

mantelzorg­verleners- en ontvangers, mensen met een

uitwerkingsplicht

lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of

als om naar binnen te komen. Vaak betreffen het

psychische kwetsbaarheid, uitstromers uit intra­murale

gelijkvloerse woningen/appartementen in de buurt van voorzieningen.

Opharden van plannen is het proces waarbij zachte

zorginstellingen (maatschappelijke opvang, opvang van

ruimtelijke plannen, harde plannen worden.

slachtoffers van geweld in huiselijke kring/ ‘vrouwen­ opvang’, opvang van slacht­offers van mensenhandel,

Geclusterde woonvormen, vaak met ontmoetings­ ruimtes, zijn onder andere hofjeswoningen (zoals

Sleutelprojecten zijn projecten die een bijdrage

beschermd wonen, instellingen voor klinische geestelijke

de Knarrenhof), serviceflats en seniorenflats.

leveren aan de volkshuisvestelijke doelen (voldoende

gezondheids­zorg en forensische zorg, instellingen voor

Geclusterde woonvormen voorzien niet alleen

betaalbare woningen, corporatiewoningen en wonen

jeugd­zorg), woningzoekenden na detentie, (dreigend)

in prettige huisvesting, maar verminderen ook

en zorg voor ouderen) in relatie tot de autonome

dakloze mensen, stoppende sekswerkers, status­

eenzaam­­heid doordat ze het aangaan van

behoefte waarvan partijen vinden dat we daar

houders, ouderen, arbeidsmigranten, studenten,

sociale contacten vergemakkelijken. Woningen in

gezamenlijke energie, tijd en financiële middelen op

woonwagen­bewoners en ouderen. De definitie en wijze

geclusterde woonvormen zijn nultredenwoningen en

moeten inzetten.

van monitoring van deze groepen zal in de Omgevings­ regeling worden opgenomen.

bij voor­keur rollatortoe- en doorgankelijk.

Regionale woondeals 2022-2030

34

Regio Noordoost Fryslân

Bijlage 7: Provinciale woningbouwafspraken 2022-2030 Fryslân

Regionale woondeals 2022-2030

35

Regio Noordoost Fryslân

1SPWJODJBMF XPOJOHCPVX BGTQSBLFO  'SZTMÉO

Bestuurlijke afspraken woningbouw Fryslân 2022-2030 Friezen zijn de gelukkigste inwoners van Nederland en het provinciebestuur van Fryslán zet zich er voor in dat dat de komende jaren ook zo blijft. We zien dat welvaart van de Friezen niet altijd zit in materiële rijkdom. Integendeel: dat is de Friese paradox. Friezen zijn de gelukkigste inwoners van Nederland, ondanks dat het inkomen er lager ligt dan het landelijk gemiddelde. De rijkdom van de inwoners van Fryslân zit in andere waarden. Die waarden wil het provinciebestuur van Fryslân doorgeven aan de kinderen en de generaties daarna. Daarom zet het bestuur van de provincie Fryslân we in op brede welvaart. Die welvaart staat onder druk. Dat heeft sterk te maken met de demografische ontwikkelingen. Fryslán kent een sterke vergrijzing. In Fryslân liggen sterke groei en afname van die groei, en op termijn krimp, dicht bij elkaar. Friezen maken zich zorgen over het behoud van hun waardevolle landschap en de vitaliteit van dorpen en steden. In Fryslán is de druk op de woningmarkt merkbaar. Weliswaar heeft Fryslân kent een relatief laag woningtekort, maar ook hier staat het leven van steeds meer inwoners stil omdat zij geen passende woning kunnen vinden.

Jongeren kunnen niet uitvliegen en een gezin beginnen; ouderen willen graag naar een woning die bij hun levensfase past; doorstromers slagen er niet meer in op de door hen gewenste plek een passende en voor hen betaalbare woning te vinden. De provincie Fryslân omarmt daarom de ambitie van het Rijk om de woningbouw te versnellen. Uit de inventarisatie en de reality check is gebleken dat in Fryslân – onder randvoorwaarden - 17.500 woningen kunnen worden bijgebouwd. Dat doet de provincie als middenbestuur in overleg met de Friese partners in De Friese Aanpak. Dit wordt vertaald in regionale woondeals. Het college van Gedeputeerde Staten van provincie Fryslân (hierna: College van GS) en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening (hierna: Minister voor VRO) bevestigen dat ze gezamenlijk alle inspanningen zullen verrichten zodat de provincie Fryslân en de Friese gemeenten gezamenlijk zorg kunnen dragen voor voldoende betaalbare woningen voor de inwoners van Fryslân en iedereen die in Fryslân wil wonen. Hiertoe heeft de provincie Fryslân een provinciaal bod gedaan. (zie bijlage 1, 2 en 3)1

Bijlage 1 Indicatief aanbod Fryslân kenmerk 02000198 d.d. 31 mei 2022 Bijlage 2 Rapport reality check woningbouw Fryslân kenmerk 02024325 d.d. 13 september 2022 Bijlage 3 Rapportage ‘Reality-check woningbouw in Fryslân’ Companen d.d. 5 september 2022 kenmerk 3800.104 1

Paraaf namens college GS PF

1

Paraaf namens BZK/dWB

1. Woningbouwopgave: van landelijke naar provinciale opgave 1.1 We hebben een gezamenlijke opgave. Om het huidige woningtekort aan te pakken, is het noodzakelijk de komende jaren versneld meer woningen bij te bouwen. Met het programma Woningbouw zet de minister voor VRO nationaal in op de bouw van in totaal 900.000 woningen tot en met 2030. Het streven is dat ten minste twee derde van deze nieuwbouwwoningen betaalbaar is. Voor die betaalbaarheidsdoelstelling is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen, 350.000 woningen in het middensegment (midden huur- en koopwoningen onder de 355.000 euro, waarvan 50.000 corporatiewoningen in de middenhuur. 1.2 Dubbele uitdaging in Fryslân: nieuwbouw en aanpak bestaande voorraad. Naast een opgave in de nieuwbouw is er ook een opgave in de bestaande woningvoorraad. Met name in de particuliere woningvoorraad zien we een grote uitdaging. Woningen moeten worden verduurzaamd en in sommige gebieden zal bij een afnemende vraag naar woningen een deel van het aanbod niet meer aantrekkelijk zijn. In de regionale woondeals worden hierover afspraken gemaakt. 1.3 Provinciaal bod nieuwbouw. College van GS heeft geïnventariseerd welke woningbouwplannen tot en met 2030 in Fryslân kunnen worden gerealiseerd. Dat heeft geresulteerd in onderstaande tabel met het voorbehoud dat aan een aantal randvoorwaarden moet worden voldaan.

Met het provinciaal bod (zie bijlage 1, 2 en 3) draagt het college van GS bij aan realisatie van de nationale nieuwbouwopgave mits wordt voorzien in die randvoorwaarden. Het college van GS en de minister voor VRO zetten zich gezamenlijk in voor de realisatie van de kwantitatieve en kwalitatieve provinciale woningbouwopgave, zoals opgenomen in het provinciaal bod, inclusief de randvoorwaarden, en in onderstaande tabel. 2,3 Aantallen provincie Fryslân Jaartal

Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)

Beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)

Aantal woningen in harde plancapaciteit volgens inventarisatie 13-9-2022 (32%)

Betaalbaarheid 4 (64%)

2022

1.500

1.200

1.500

600

2023

1.900

1.600

1.100

2024

2.400

2.000

2025

2.700

2026

Aantal woningen door woningcorporaties (25%) Koopwoningen Sociale (onder huur€355.000) woningen

Midden huurwoningen5

200

500

500

-

600

200

700

600

-

900

800

200

700

500

-

2.300

600

900

200

900

900

-

1.800

1.600

300

400

100

400

400

-

2027

1.800

1.600

300

400

100

400

400

-

2028

1.800

1.600

300

400

100

400

400

-

2029

1.800

1.600

300

400

100

400

400

-

2030

1.800

1.600

300

400

100

400

400

-

Totaal

17.500

5.600

5.000

1.300

4.900

4.500

-

15.100

Sociale Huurwoningen huurwoningen vanaf de sociale huur(29%) grens tot €1000 per maand

2 Het bod bevat minimaal: de totale bruto bouwproductie 2022-2030 en per jaar tot 2025. De minister voor VRO vraagt het zelfde voor de gegevens over de betaalbaarheidssegmentering (prijssegmentering en aantal corporatiewoningen). 3 Voor een nadere duiding van de in de tabel opgenomen getallen verwijzen we naar de rapportage ‘Reality check woningbouw in Fryslân’ van Companen d.d. 5 september 2022. 4 Ten aanzien van de betaalbaarheid verwijzen we ook naar de opmerkingen zoals gemaakt in de brief ‘Indicatief aanbod Fryslân’ d.d. 31 mei 2022. 5 Het aandeel middenhuurwoningen bij corporaties is nog niet bekend. Dit wordt in de regionale woondeals verder uitgewerkt.

Paraaf namens college GS PF

2

Paraaf namens BZK/dWB

1.4 Het college van GS zet zich - in samenwerking met Rijk, gemeenten, corporaties, de bouwsector en andere relevante partijen op het gebied van wonen - in voor tijdige realisatie van de provinciale woningbouwopgave. 1.5 Realisatie van deze opgave is randvoorwaardelijk. De minister voor VRO zet zich in door (eventuele) verstrekking van financiële middelen en met wet- en regelgeving die gemeenten, provincies en Rijk nodig hebben voor de realisatie van de bouwopgave ook in relatie tot de kritische succesfactoren.

2

Voldoende (harde) plancapaciteit en tijdige vergunningverlening voor realisatie van de provinciale woningbouwopgave

2.1 Voldoende plancapaciteit is cruciaal voor het bouwen van woningen. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeenten. Het college van GS zet zich er - samen met gemeenten in regionaal verband - voor in dat de optelsom van de gemeentelijke plancapaciteit voldoende is voor de realisatie van de afgesproken kwantitatieve en kwalitatieve provinciale woningbouwopgave. 2.2 Het college van GS stimuleert en faciliteert het versneld omzetten van zachte woningbouwplannen naar harde plannen door gemeenten, (onder andere) via afspraken in de regionale woondeals. Hierbij is specifieke aandacht voor het opharden van woningbouwplannen tot en met 2024. 2.3 De minister voor VRO spant zich in om gemeenten en provincie te voorzien van voldoende financiële middelen om voldoende capaciteit in te kunnen huren om omgevingsplannen te kunnen maken, beoordelen en vast te laten stellen. 2.4 Om het woningtekort in te lopen, moet landelijk worden toegewerkt naar de bouw van 100.000 woningen per jaar in 2024. Een sterkere focus op realisatie van harde plannen is nodig voor deze versnelling van de woningbouw. Het college van GS voert daartoe frequent overleg met gemeenten over tijdige vergunningverlening voor de bouw van woningen en stuurt samen met de gemeenten op verhoging van de jaarlijkse woningbouwproductie om daarmee versneld het woningtekort in te lopen.

3

Toewerken naar meer balans in de woningvoorraad

3.1 Het college van GS draagt bij aan het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad in de provincie en een evenwichtige verdeling van de opgave tussen gemeenten. Deze evenwichtige verdeling is gericht op het streven naar voldoende sociale huurwoningen in de bestaande voorraad zowel in regionaal verband als per gemeente. Dit streven is opgenomen in het nationale beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’. Het college van GS doet dit door waar nodig te sturen op voldoende plancapaciteit voor de bouw van de sociale huurwoningen in regionaal verband en in gemeenten die nu een sociale huurvoorraad hebben die onder de 30% van de totale gemeentelijke woonvoorraad ligt. De minister voor VRO zal in de in voorbereiding zijnde Wet versterking regie op de Volkshuisvesting zorgen voor versterking van het instrumentarium dat hiervoor nodig is voor gemeenten, provincies en Rijk. 3.2 Het college van GS zal samen met de Friese gemeenten in kaart brengen wat de werkelijke behoefte aan corporatiewoningen is en hoe tot een eerlijke verdeling van de vraag over de gemeenten kan worden gekomen.

4

Woningbouw voor ouderen

4.1 Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting 1,6 miljoen 80+ers, dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. Het huidige beeld is dat er op landelijk niveau een behoefte is aan 170.000 nultredenwoningen en 80.000 geclusterde woningen.

Paraaf namens college GS PF

3

Paraaf namens BZK/dWB

4.2 Het college van GS onderzoekt samen met de gemeenten de daadwerkelijk behoefte aan woningen en woonvormen voor ouderen, waar deze moeten komen en in welke prijsklassen. Het college van GS zet zich samen met de gemeenten in voor voldoende plancapaciteit van de gemeenten voor de realisatie van de benodigde nultreden woningen en geclusterde woningen.

5

Doorvertaling van de afspraken in de regionale woondeals

5.1 Het college van GS zet zich in om de voorliggende bestuurlijke afspraken in januari 2023 samen met de gemeenten uit te werken naar zes regionale woondeals. 5.2 We werken hierbij samen in de al bestaande regio’s Noordoost, Noordwest, Zuidwest en Zuidoost, met de gemeente Leeuwarden en we sluiten aan bij het samenwerkingsverband van de Friese Waddengemeenten. 5.3 De kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave per regio, die wordt vastgelegd in de regionale woondeals, telt op tot de in het provinciaal bod opgenomen provinciale woningbouwopgave. De betrokken gemeenten, de provincie en de minister voor VRO ondertekenen de regionale woondeals. 5.4 In de woondeals leggen het college van GS en de gemeenten -in regionaal verband- de concrete locaties en afspraken over de uitvoering van de woningbouw vast. Focus ligt hierbij op realisatie en versnelling van bestaande plannen. In de woondeals maken partijen aanvullend afspraken over betaalbaarheid, woningen voor ouderen, bouwen voor aandachtsgroepen, transformatie, tijdelijke woningen, de herstructuringsopgave, ruimtelijke ordeningsaspecten, studentenhuisvesting, verpleegzorgplekken, de doorvertaling naar woonzorgvisies en andere onderwerpen die in het kader van de Volkshuisvesting van belang zijn. Ook maken partijen afspraken die bijdragen aan het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad.

5.5 Onderstaande kritische succesfactoren worden bij de uitwerking in de regionale woondeals (zie 5.4) vertaald naar de regio-specifieke situatie waarover het college van GS en de minister voor VRO in de woondeals wederkerige afspraken zullen maken met gemeenten in regioverband. Partijen maken hierbij afspraken over zowel de Rijksbijdrage als de bijdrage vanuit de provincie.

6

Kritische succesfactoren en ondersteuning

6.1 Realisatie van de woningbouwopgave is complex, met invloed en afhankelijkheid van veel direct en indirect betrokken (markt)partijen en externe factoren waaronder prijsontwikkelingen, de beschikbaarheid van locaties en bouwmaterialen en bouwpersoneel, energie en tijdige beschikbaarheid van energie-infrastructuur, voldoende (ambtelijke) capaciteit, investeringscapaciteit van woningcorporaties, milieuvraagstukken, economische ontwikkelingen, de aanpak van stikstofproblemen, de invoering van de Omgevingswet, ontwikkeling van de rente, voldoende vraag uit de markt en het gebruik van de schaarse ruimte voor andere maatschappelijke doelen. 6.2 Het college van GS constateert dat het realiseren van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave zoals beschreven in paragraaf 1.1 alleen mogelijk is wanneer de Rijksoverheid tegemoet komt aan de randvoorwaarden. De randvoorwaarden staan nader beschreven in de brieven van het college van GS van 31 mei 2022 (Indicatieve bod) en van 13 september 2022 (Rapportage reality check). Over de volgende randvoorwaarden wil het college van GS afspraken maken in de regionale woondeals: 1. De Friese Aanpak: gemeenten zijn de lokale regisseurs op het gebied van woningbouw en gelijkwaardig partners in het proces van het maken van regionale woondeals. We hanteren hierbij de uitgangspunten van De Friese aanpak. 2.

Financiële ondersteuning bij onrendabele woningbouwprojecten – ook bij kleinschalige projecten die passen bij aard en schaal van Fryslân en de dynamiek van projecten op het platteland

Paraaf namens college GS PF

4

Paraaf namens BZK/dWB

3. Perspectief op middelen voor de aanpak van de bestaande woningvoorraad – zowel verduurzaming als herstructurering, waar er ook kansen voor projecten in plattelandsgemeenten en kleinere gemeenten 4. Voldoende financiële middelen voor gemeenten en provincie om capaciteit en expertise op regionaal en lokaal niveau te organiseren 5. Oplossen knelpunt energiecongestie: gerealiseerde woningen moeten wel tijdig kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. 6. Onzekerheid omtrent invoering Omgevingswet moet worden weggenomen. 7. Onzekerheid omtrent aanpak stikstofproblematiek moet worden weggenomen 8. Andere ruimtelijke pakketten moeten voldoende ruimte bieden voor woningbouw 9. Voldoende aandacht voor de specifieke situatie op de Waddeneilanden en het hanteren van de Waddentoets 10. Voldoende financiële ruimte voor de Friese woningcorporaties

7 7.1

7.2

Samenwerking en sturing: governance Een intensievere samenwerking, actieve sturing en monitoring van de uitvoering is noodzakelijk voor de realisatie van de voorliggende bestuurlijke afspraken. Het college van GS en de minister voor VRO maken daarom – naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over een gezamenlijk overleg, over het gezamenlijk volgen van de voortgang via monitoring en rapportage. Ook maken we afspraken over hoe we belemmeringen oplossen en besluiten nemen als de voortgang stokt. Eén overheid: Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet. In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende: 

6

Het College van B&W is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen. Het Dagelijks Bestuur van het waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties. Daarbij geldt onder meer het uitgangspunt van ‘’water en bodem sturend’’. De concrete uitwerking daarvan vindt plaats in het programma water en bodem sturend. De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma6 vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's.

Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de

Omgevingsvisie Fryslân 2020 ‘De Romte Diele’

Paraaf namens college GS PF

5

Paraaf namens BZK/dWB

7.3

woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Daarbij wordt rekening gehouden met gemeenten waarbij toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. Provincies bevorderen door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio’s. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium zal onderdeel uitmaken van de wet regie volkshuisvesting. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door.

Het college van GS en de minister voor VRO werken samen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en zetten gezamenlijk en gecoördineerd hun instrumenten en middelen in om de overeengekomen opgave te realiseren.

A. Monitoring en intensivering overleg over realisatie van de woningbouwopgave 7.4

7.5

7.6

7.7

De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie. De frequentie van het regulier overleg over de voortgang van de woningbouw op ambtelijk niveau tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK en provincie wordt nader bepaald in overleg met provincie en gemeenten.

Bij een aantal woondealregio’s met een zeer complexe opgave geldt dat er een regulier overleg op ambtelijk niveau is tussen het Ministerie van BZK, de provincie en afgevaardigden vanuit de woondealregio. Een overleg tussen de directeur Woningbouw en directeuren en/of opgavemanagers van provincie vindt vier keer per jaar plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio’s waar het Ministerie van BZK op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. Er vindt twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de minister voor VRO en een afvaardiging van het college van GS. De afspraken worden jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte tot en met 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsloten van de woondeals.

Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken.

Paraaf namens college GS PF

6

Paraaf namens BZK/dWB

7.8

Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke, directeuren en bestuurlijke overleggen.

B. Belemmeringen oplossen en besluiten nemen 7.9

Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is dus: ‘’los het op, of schaal het op’. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. 7.10 Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.

Handtekeningen Den Haag, 13 oktober 2022 Namens het College van Gedeputeerde Staten van provincie Fryslân, gedeputeerde Klaas Fokkinga

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening Hugo de Jonge

Bijlage 1: Indicatief aanbod Fryslân kenmerk 02000198 d.d. 31 mei 2022 Bijlage 2: Rapport reality check woningbouw Fryslân kenmerk 02024325 d.d. 13 september 2022 Bijlage 3: Rapportage ‘Reality-check woningbouw in Fryslân’ Companen kenmerk 3800.104 d.d. 5 september 2022

Paraaf namens college GS PF

7

Paraaf namens BZK/dWB

Bijlage 8: Overige documenten en bronnen Brief over Woningbouwafspraak regio Noordoost Friesland experiment tot en met 2025

Regionale woondeals 2022-2030

44

Regio Noordoost Fryslân

Regionale woondeals 2022-2030

52

Regio Noordoost Fryslân

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=0e7b5820-1a5b-4f21-a1a1-2f99b4ca79ca