CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

23 - Bijlage 3 - Procesafspraken bij vermoedens van integriteitsschendingen

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 20 juni 2024, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Actualisatie gedragscode en procesafspraken bij vermoedens van integriteitsschending (beslútfoarmjend, hammerstik)10.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Procesafspraken bij vermoedens van integriteitsschendingen bij politieke ambtsdragers

Raad: vast te stellen op 20 juni 2024 College: vast te stellen op 18 juni 2024 Burgemeester: vast te stellen op 18 juni 2024

Den Haag, november 2023

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................................................3 Inleiding ..............................................................................................................................................4 Vijf basisprincipes ...............................................................................................................................5 Verantwoordelijkheden van de burgemeester .....................................................................................6 Integriteitsprotocol in de basis ............................................................................................................7 Fase 1: Bespreken en melden ............................................................................................................8 Sectie 1: Route voor raadsleden .....................................................................................................9 Sectie 2: Route voor burgemeester...............................................................................................13 Sectie 3: Route voor wethouders ..................................................................................................15 Fase 2: Duiden en onderzoeken

.......................................................................................................18 Stap 1: Duiding en vooronderzoek ................................................................................................18 Stap 2: Integriteitsonderzoek ........................................................................................................20 Fase 3: Oordelen en sanctioneren....................................................................................................21 Fase 4: Evalueren en leren...............................................................................................................24 Samenvatting van rollen en taken.....................................................................................................24

3

4

Inleiding De voorliggende procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur (hierna: Procesafspraken Integriteit) zijn procedurele afspraken die wij – raadsleden, wethouders en burgemeester van de gemeente Tytsjerksteradiel1 – met elkaar hebben gemaakt over een zorgvuldige handelwijze bij mogelijke integriteitsschendingen, zoals beschreven in de gedragscodes van de raad en het college van burgemeester en wethouders. De procesafspraken bieden een routekaart voor alle politieke ambtsdragers wanneer zij twijfelen aan een eigen handeling of die van een ander. Daarnaast bieden de procesafspraken ook het instrumentarium voor de burgemeester om zijn wettelijke taak als ‘hoeder van de integriteit’ uit te oefenen en een zorgvuldige procesgang – rekenschap gevende van alle geldende principes van hoor en wederhoor en proportionaliteit – van melding tot mogelijke sanctionering te garanderen. Met de procesafspraken geven wij, de politieke ambtsdragers van de gemeente van Tytsjerksteradiel, aan dat wij bepaalde principes delen: dat wij hechten aan zorgvuldigheid en goede omgangsvormen en dat wij bij het toezien op de naleving van de gedragscode en onderliggende wetgeving uitstijgen boven de partijpolitiek. Dit ter bescherming van iedere individuele politieke ambtsdrager en de geloofwaardigheid van de lokale politiek in de gemeente.

De Procesafspraken Integriteit zijn van toepassing bij integriteitsvraagstukken rond politieke ambtsdragers en verwijzen voor integriteitsvraagstukken rond de gemeentesecretaris of andere ambtenaren uit de ambtelijke organisatie en leden van de griffie door naar de daarvoor geldende regelingen en processen. Steeds duiden de procesafspraken wie het eerste aanspreekpunt is voor de politieke ambtsdragers en welke vervolgstappen (mogelijk) volgen. Op deze wijze is er steeds duidelijkheid over de te ondernemen stappen en de personen die aan zet zijn bij de verschillende stappen. De gedragscodes van de raadsleden, de wethouders en de burgemeester vormen samen met de voorliggende Procesafspraken Integriteit de basisstructuur van de bestuurlijk integriteit in de gemeente. Beide documenten zijn openbaar en door derden te raadplegen. Raadsleden, wethouders en de burgemeester ontvangen bij aantreden een exemplaar van beiden. Met het oog op de zorgvuldige omgang met vermoedens bij het handelen van de burgemeester zal ook een exemplaar van de Procesafspraken Integriteit aan de Commissaris van de Koning (hierna: CvdK) van de desbetreffende provincie worden aangeboden. Deze Procesafspraken Integriteit zijn geen statisch product. Ze zullen één keer per bestuursperiode tegen het licht worden gehouden, steeds met het oog op het bevorderen van het goed functioneren van het gemeentebestuur.

Vijf basisprincipes 1. Onpartijdige handhaving Onze gedragscodes voor raadsleden, wethouders en de burgemeester (en de wetten waarop ze gebaseerd zijn) definiëren integriteitsschendingen en leggen zo de morele minima vast waaraan hun handelen moet voldoen. Over deze ondergrens zijn alle politieke partijen het eens; de kern is dat de zuiverheid van de besluitvorming erdoor wordt gewaarborgd. Gegeven de brede overeenstemming over de morele minima uit de gedragscodes, is er geen enkele reden om de handhaving ervan inzet te maken van partijpolitiek. Ook het verschil tussen oppositie en coalitie mag in de handhaving geen rol spelen. Gebeurt dat toch, dan is de kans groot dat er onrecht geschiedt. Uit het beginsel van onpartijdige handhaving volgt dat alle 1 Overal waar in de procesafspraken Integriteit ‘raadslid’ staat geschreven, kan ook ‘burgerlid’ worden gelezen.

5

volksvertegenwoordigers en bestuurders de discipline moeten opbrengen om bij de beoordeling van integriteitskwesties boven de partijen te staan. 2. Terughoudend met publiciteit In Nederland wordt de politiek kritisch gevolgd door de media. Dat is een groot goed. Bij vermeende integriteitsschendingen door politici kan het echter voorkomen dat er in de media al een veroordeling plaatsvindt voordat er onderzoek is gedaan – met als gevolg willekeur, schade aan (onschuldige?) individuele ambtsdragers en aantasting van de geloofwaardigheid van de politiek. Daarom is het zaak dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen. Hieruit volgt ook dat in alle stadia van de afhandeling van een kwestie de groep die erbij betrokken wordt zo klein mogelijk moet zijn. Als er uiteindelijk werkelijk sprake blijkt te zijn van een integriteitsschending en er een oordeel is gevormd over de ernst daarvan en over een passende sanctie, mag, en heeft de burger er in principe recht op dat, de kwestie naar buiten worden gebracht. 3. Zorgvuldigheid tegenover de vermeende schender Iedereen die mogelijk een integriteitsschending heeft begaan, heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van de handhaving.

Dat begint al voordat de betreffende handeling is uitgevoerd. Heeft u er weet van dat iemand van plan is om iets te doen wat een integriteitsschending kan opleveren, dan wordt u geacht hem of haar daarvoor te waarschuwen en de weg te wijzen naar advies. Iedere politieke ambtsdrager die twijfelt, heeft recht op vertrouwelijk advies. Komt iemand onder de verdenking te staan van het plegen van een integriteitsschending, dan dient via een vooronderzoek vastgesteld te worden of er überhaupt grond is voor de verdenking. Zijn er gronden, dan moet er een integriteitsonderzoek volgen waarin ook de context wordt meegenomen en waarin de mate van verwijtbaarheid apart wordt beoordeeld. Een eventuele sanctie moet passend zijn en in verhouding staan tot de schending. 4. Bescherming van slachtoffers Iedereen die mogelijk het slachtoffer is geworden van een interpersoonlijke schending – zoals discriminatie, pesten, seksuele intimidatie of seksueel geweld – heeft het recht om gehoord te worden, recht op een interventie om de schending stop te zetten als deze nog gaande is en recht op hulp, voor zover nodig. 5. Verantwoordelijkheid voor alle politieke ambtsdragers Het is de verantwoordelijkheid van alle politieke ambtsdragers om toe te toezien op integer en betrouwbaar gemeentebestuur. Dat is geen taak van de burgemeester of de griffier alleen.

Integriteit is ook niet in de eerste plaats een set normen waar aan moet worden voldaan, maar het voeren van het goede gesprek over wat wijs en zuiver is en over machtsverhoudingen en het bespreekbaar maken van twijfels over eigen handelingen en dat van andere politieke ambtsdragers

Verantwoordelijkheden van de burgemeester Integriteit is een steeds actueler wordend begrip binnen de politiek en het ambt. Om politieke ambtsdragers te beschermen tegen het onbewust niet integer handelen heeft de Wethoudersvereniging een model integriteitsprotocol opgezet waar gemeenten op kunnen terugvallen op de praktische afspraken rondom integriteit2. Onderhavige procesafspraken zijn gebaseerd op dat model. Iedere politieke ambtsdrager, committeert zich aan de basisprincipes en de praktische afspraken die in deze procesafspraken zijn vastgelegd. Zij doen dit omwille van de bescherming van de individuele politieke ambtsdrager en de geloofwaardigheid van de politiek.

2 www.wethoudersvereniging/wat-doen-we/ondersteuning/integriteit

6

Op 1 februari 2016 is er een wetswijziging doorgevoerd in de gemeentewet. Gemeentewet art. 170, lid 2: De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente. De burgemeester is hiermee een grotere rol gaan spelen in de praktijk bij het behoeden van de integriteit binnen een gemeente. Hoe de gemeente hier invulling aan geeft is aan het orgaan zelf, aangezien de gemeente in dit geval het hoogste bestuursorgaan is. Binnen deze procesafspraken krijgt de burgemeester bepaalde bevoegdheden en taken toegewezen. Zijn beslisbevoegdheden zijn op een manier ingedeeld dat het de zorgvuldigheid dient tijdens het proces van een vermeende integriteitsschending. Het hanteren van een zorgvuldige procedure is van groot belang tijdens een gevoelige integriteitskwestie. Als er geen zorgvuldige procedure heerst binnen de gemeenten kan dit leiden tot ‘waar rook is, is vuur’ handelingen. Door op deze manier te handelen tijdens een integriteitsbeschuldiging kan het risico brengen dat een beschuldiging – voordat het tegendeel is bewezen - plaats vindt. Dit kan zwaar wegen voor burgemeesters en bestuurders.

Integriteitsprotocol in de basis Dit integriteitsprotocol biedt handvaten aan gemeenten en politiek ambtsdragers die overwegen om een vermeende integriteitsschending in het gemeentebestuur te melden of bespreekbaar te maken. De route van een integriteitsschending binnen het protocol is eenvoudig. Telkens moet men zichzelf de vraagstellen: Wat doe ik nu? De Basisstructuur begint bij de vertrouwenspersoon (griffier of gemeentesecretaris), daarna wordt de melding beoordeeld door de burgemeester en vervolgens vindt er een eindoordeel van de integriteitskwestie plaats binnen de gemeenteraad.

Griffier/gemeentesec retaris Vraagbaak vertrouwenspersoon Sparren en advies

burgemeester Beoordelen melding

Opdrachtgever integriteitsonderzoek

gemeenteraad Eindoordeel bevindingen

sanctionering

Toelichting: Voor alle politieke ambtsdragers is een vraagbaak/vertrouwenspersoon beschikbaar. Een raadslid dat twijfelt over een handeling of overweegt een melding te doen, overlegt met de griffier. Een wethouder of de burgemeester overlegt in zo’n geval met de gemeentesecretaris. Zij kunnen eventueel ook gebruik maken van een externe vertrouwenspersoon. De route is als volgt: ➢ Is de betreffende handeling nog niet uitgevoerd? Dan is het zaak dat een integriteitsschending wordt voorkomen. De (externe) vertrouwenspersoon staat de twijfelende politieke ambtsdrager terzijde met advies. Zo nodig wordt de burgemeester ingeschakeld; zijn/haar advies is leidend. ➢ Is de betreffende handeling reeds uitgevoerd? En blijkt uit overleg met de vertrouwenspersoon dat het mogelijk om een integriteitsschending gaat? Dan wordt dit vermoeden bij de burgemeester gemeld, die besluit of de zaak een vervolg krijgt. ➢ De burgemeester is verantwoordelijk voor het beoordelen van meldingen (via 7

vooronderzoek) en eventuele opdrachtverstrekking voor integriteitsonderzoek. ➢ Na een integriteitsonderzoek rapporteert de burgemeester over de bevindingen aan de gemeenteraad en presenteert daarbij een eigen oordeel over de ernst van de schending, indien er een is vastgesteld. De gemeenteraad velt het eindoordeel en kan een sanctie opleggen. ➢ Van een traject dat is afgerond, kunnen in gezamenlijkheid lessen worden geleerd. In de volgende vier hoofdstukken wordt de hierboven geschetste basisstructuur nader uitgewerkt in concrete procesafspraken. Elk hoofdstuk bestrijkt één fase: 1) bespreken melden 2) duiden en onderzoeken, 3) oordelen en sanctioneren, 4) evalueren en leren. Om de procesafspraken werkbaar te maken, wordt op punten afgeweken van de basisstructuur. Om een voor de hand liggend voorbeeld te noemen: als het de burgemeester zelf is die onder verdenking komt te staan, kan deze niet de rol van onderzoek verantwoordelijke op zich nemen. Ten slotte zijn in het hoofdstuk Samenvatting van rollen en taken van de verschillende betrokkenen nader toegelicht.

Fase 1: Bespreken en melden Iedere politieke ambtsdrager kan voor de vraag komen te staan of een bepaalde handeling geoorloofd is. Daarom is het nodig dat de weg naar deskundig advies helder is. Het bespreken van twijfels en vragen hoort gemeengoed te zijn. Indien de twijfels een voorgenomen handeling van een ander betreffen, is het belangrijk om tijdig met diegene in gesprek te gaan – dit ter bescherming van zowel de betrokkene zelf als de gemeentelijke bestuursorganen. Zeker als de mogelijk te plegen schending ernstig zou kunnen zijn, is aanspreken en waarschuwen geboden. De vertrouwenspersoon (d.w.z. de griffier of de gemeentesecretaris) en de externe vertrouwenspersonen zijn beschikbaar als vraagbaak en bieden ondersteuning. Indien nodig wordt ook de burgemeester ingeschakeld. Als de vragen een al uitgevoerde handeling van een ander betreffen, vraagt de twijfelende politieke ambtsdrager altijd eerst de vertrouwenspersoon om advies: is deze handeling een schending? Als de twijfels aanhouden, is een melding bij de burgemeester de volgende stap. Eventueel doet degene die mogelijk een schending heeft gepleegd de melding zelf, na een gesprek met degene die de kwestie heeft aangekaart.

8

Aanspreken: wanneer niet? Het kan voorkomen dat er goede redenen zijn om het gesprek met de ander over een al uitgevoerde handeling niet aan te gaan. Voorbeelden zijn: ➢ Het vermoeden betreft een ernstige schending en het risico bestaat dat aanspreken het onderzoeksbelang (en daarmee de waarheidsvinding) schaadt; ➢ De onderlinge verhoudingen zijn zo slecht dat effectief aanspreken niet mogelijk is.

Vastlegging en communicatie De wijze waarop gesprekken en meldingen worden vastgelegd en daarover wordt gecommuniceerd is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bij de afweging hoe te communiceren dienen het belang van transparantie en het belang van de privacy van betrokkene(n) telkens zorgvuldig te worden gewogen ten opzichte van elkaar. De volgende uitgangspunten gelden als richtlijn: ➢

Datgene wat tussen politieke ambtsdragers, vertrouwenspersonen en de burgemeester in persoonlijke gesprekken wordt besproken, wordt in beginsel niet vastgelegd en hierover wordt niet gecommuniceerd.

➢

Als de burgemeester naar aanleiding van een melding advies uitbrengt aan een politieke ambtsdrager, doet de burgemeester dit in beginsel schriftelijk. Adviezen die worden opgevolgd blijven in beginsel geheim.

➢

Meldingen aan de gemeenteraad over niet opgevolgde adviezen of uitgevoerde handelingen worden in beginsel in het openbaar gedaan tijdens de gemeenteraadsvergadering.

Sectie 1: Route voor raadsleden 1.1 Betreft: eigen handelen a) Een raadslid twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling ➢ Het raadslid vraagt de griffier om advies: is deze voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de voorgenomen handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. ➢ Als het raadslid en de griffier er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de voorgenomen handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. De burgemeester formuleert (na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies. ➢ Het raadslid volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het. b) Een raadslid twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling ➢ Het raadslid vraagt de griffier om advies: is deze handeling een schending? Als de 9

gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan. ➢ Als het raadslid en de griffier er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de uitgevoerde handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal het raadslid in ieder geval de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De burgemeester beoordeelt (na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) de zwaarte van de schending en maakt dit zwaarte- oordeel bekend aan de gemeenteraad. De raad velt het eindoordeel en besluit over een eventuele sanctie (zie verder fase 3). ➢ Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan de burgemeester om, na inwinning van advies bij de griffier, te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. 1.2 Betreft: handelen van een collega-raadslid a) Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van een ander raadslid ➢ Het raadslid bespreekt dit met de ander en verwoord zijn/haar twijfels. ➢ Als het gesprek tussen de raadsleden niet leidt tot een gedeelde conclusie, vraagt het twijfelende raadslid de griffier om advies: is de voorgenomen handeling een schending? ➢ Bij aanhoudende twijfel gaat het raadslid naar de burgemeester.

Deze formuleert (na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan het raadslid van wie een voorgenomen handeling vragen heeft opgeroepen. ➢ Dit raadslid volgt het advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het. b) Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een ander raadslid ➢ Het raadslid vraagt de griffier om advies: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan. ➢ Als na dit gesprek de twijfel niet is weggenomen, gaat het raadslid in gesprek met het collega-raadslid, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p. 9). ➢ Als de ander erkent mogelijk een schending te hebben begaan, informeert deze zelfde burgemeester en de gemeenteraad hierover. ➢ Bij aanhoudende twijfel doet het raadslid melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester na inwinning van advies bij de griffier en eventueel interne en/of externe deskundigen, om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.

1.3 Raadslid betreft: handelen van een wethouder a) Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van een wethouder ➢ Het raadslid bespreekt dit met de wethouder en verwoord zijn/haar twijfels. ➢ Als het gesprek tussen het raadslid en de wethouder niet leidt tot een gedeelde conclusie, vraagt het raadslid de griffier om advies: is de voorgenomen handeling een schending? ➢ Bij aanhoudende twijfel gaat het raadslid naar de burgemeester. Deze formuleert (na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan de wethouder. De wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies 10

van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in de collegevergadering en aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het. b) Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een wethouder ➢ Het raadslid vraagt de griffier om advies: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan. ➢ Bij aanhoudende twijfel doet het raadslid melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester na inwinning van advies bij de griffier en interne of externe deskundigen, om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. 1.4 Betreft: handelen van de burgemeester a) Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van de burgemeester ➢ Het raadslid vraagt de griffier om advies: is de voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. ➢ Indien het raadslid en de griffier concluderen dat de handeling een schending kan zijn, gaan zij samen naar de burgemeester. Bij een verschil van inzicht met de griffier, gaat het raadslid zelf naar de burgemeester. ➢ De burgemeester overweegt of advies van de CvdK gewenst is, voordat hij/zij een besluit neemt over de eigen voorgenomen handeling.

➢ Indien de burgemeester afziet van advisering door de CvdK en het raadslid houdt ernstige twijfels over de voorgenomen handeling van de burgemeester, kan het raadslid ervoor kiezen om zelf naar de CvdK te gaan. ➢ De CvdK formuleert (eventueel na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan de burgemeester. ➢ De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester toch van het advies van de CvdK afwijkt, meldt de burgemeester dit zelfaan de gemeenteraad en de collegevergadering. ➢ Indien de burgemeester dit nalaat te doen, dan informeert de CvdK de locoburgemeester hierover. Deze zal vervolgens, eventueel na het informeren van de burgemeester, het college en de gemeenteraadinformeren. b) Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de burgemeester ➢ Het raadslid vraagt de griffier om advies: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. ➢ Als na dit gesprek de twijfel niet is weggenomen, gaat het raadslid in gesprek met de burgemeester, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p. 9). ➢ Als de burgemeester erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf bij de CvdK en informeert het college en de gemeenteraad hierover.

(Zie verder onder 3.1.b.) ➢ Als het gesprek tussen het raadslid en de burgemeester niet leidt tot een gedeelde conclusie, kan het raadslid melding doen bij de CvdK. Het is dan aan de CvdK om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.

11

1.5 Betreft: handelen van de griffier3 a) Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van de griffier ➢ Het raadslid bespreekt dit met de griffier en verwoord zijn/haar twijfels. ➢ Bij aanhoudende twijfel gaat het raadslid naar de burgemeester. Deze formuleert (na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan de griffier. ➢ De griffier volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester afwijkt, meldt de griffier dit zelf aan de werkgeverscommissie. Laat de griffier dit na, dan doet de burgemeester het. b) Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de griffier ➢ Het raadslid bespreekt dit met de griffier en verwoord zijn/haar twijfels, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p. 9). ➢ Als de griffier erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf bij de burgemeester en informeert ook de gemeenteraad hierover. Indien mogelijk zal de griffier de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De werkgeverscommissie beoordeelt of er daarnaast ook een sanctie nodig is (zie verder fase 3). ➢ Bij aanhoudende twijfel doet het raadslid melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester – na raadpleging van interne en/of externe deskundigen om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.

1.6 Betreft: handelen van de gemeentesecretaris of een andere ambtenaar uit de organisatie ➢ Het raadslid bespreekt zijn/haar twijfels met de burgemeester. ➢ Ingeval de twijfels de gemeentesecretaris betreffen: De burgemeester informeert de andere leden van het college en een loco-secretaris. De burgemeester laat zich adviseren door interne en/of externe deskundigen. Het college is het bevoegde gezag over de gemeentesecretaris en past daarbij het gemeentelijke integriteitsbeleid toe4. ➢ Ingeval de twijfels een andere ambtenaar uit de organisatie betreffen: De burgemeester informeert de gemeentesecretaris, die het gemandateerde bevoegd gezag is over alle ambtenaren. De gemeentesecretaris besluit op basis van het gemeentelijke integriteitsbeleid voor ambtenaren hoe te handelen. ➢ Communicatie met de melder verloopt steeds via de burgemeester. Een en ander valt logischerwijs buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit. Kwesties die individuele ambtenaren betreffen komen in de regel niet in de gemeenteraad.

3 Als een raadslid twijfelt over een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van een raadsadviseur of

griffiemedewerker, bespreekt het raadslid dit met de griffier, die hier het gemandateerd bevoegd gezag is. De griffier besluit, in overleg met de burgemeester – bij een uitgevoerde handeling – of een melding doorgezet moet worden naar de gemeentesecretaris in lijn met de geldende interne regeling voor alle ambtenaren. Op deze wijze kan de griffier als direct leidinggevende de zorgfunctie richting vermeende schender, mogelijke melder alsook de rest van de griffie vervullen, terwijl tegelijkertijd de zorgvuldigheid van het (voor)onderzoek geborgd is. Een en ander valt logischerwijs buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit. Aangezien kwesties die individuele ambtenaren betreffen in de regel niet in de gemeenteraad komen is de griffier gemandateerd om over te gaan tot eventuele sanctionering. 4 Op het moment van het vaststellen van deze procesafspraken bestaat het integriteitsbeleid voor ambtenaren uit de volgende regelingen: Regeling vertrouwenspersoon, Gedragscode integriteit, Regeling Melding vermoeden misstand, Integriteitsverklaring (ambtseed of gelofte), Gedragscode “Zo werken wij samen”, Klachtenregeling ongewenst gedrag, Integriteits- en geheimhoudingsverklaring Externe Medewerkers, Regeling registratieformulier integriteitsschendingen, Onderzoeksprotocol

12

Sectie 2: Route voor burgemeester 2.1 Betreft: eigen handelen a) De burgemeester twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling ➢ De burgemeester vraagt om advies in het driehoeksoverleg met de griffier en de gemeentesecretaris: is deze voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de voorgenomen handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. ➢ Bij aanhoudende twijfel gaat de burgemeester naar de CvdK. De CvdK formuleert (eventueel na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies. ➢ De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester toch van het advies van de CvdK afwijkt, meldt deze dit zelf aan de CvdK, in de collegevergadering en aan de gemeenteraad. ➢ Indien de burgemeester dit nalaat te doen, dan informeert de CvdK de locoburgemeester hierover. Deze zal vervolgens, eventueel na het informeren van de burgemeester, het college en de gemeenteraad informeren. b) De burgemeester twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling ➢ De burgemeester vraagt om advies in het driehoeksoverleg met de griffier en de gemeentesecretaris: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan. ➢ Bij aanhoudende twijfel gaat de burgemeester naar de CvdK.

Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal de burgemeester in ieder geval de wethouders en de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties (zie fase 3). ➢ Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan de CvdK om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. 2.2 Betreft: handelen van een raadslid c) De burgemeester twijfelt over een voorgenomen handeling van een raadslid ➢ De burgemeester bespreekt (na overleg met de griffier) zijn/haar twijfels met het raadslid. ➢ Als dit gesprek met het raadslid niet leidt tot een gedeelde conclusie, formuleert de burgemeester (na raadpleging van de griffier en van interne en/of externe deskundigen) een advies aan het betrokken raadslid. ➢ Het raadslid volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het. d) De burgemeester twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een raadslid ➢ De burgemeester bespreekt (na overleg met de griffier) zijn/haar twijfels met het raadslid, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p.10).

➢ Als het raadslid erkent mogelijk een schending te hebben begaan, informeert hij/ zij de gemeenteraad hierover. (Zie verder onder 1.1.b.) ➢ Bij aanhoudende twijfel is het aan de burgemeester, na inwinning van advies bij de griffier en interne of externe deskundigen, om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. 2.3 Betreft: handelen van een wethouder a) De burgemeester twijfelt over een voorgenomen handeling van een wethouder ➢ De burgemeester bespreekt (na overleg met de gemeentesecretaris) zijn/haar 13

twijfels met de wethouder. ➢ Als dit gesprek met de wethouder niet leidt tot een gedeelde conclusie, formuleert de burgemeester (na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan de betrokkenen wethouder. ➢ De wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in de collegevergadering en aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het. b) De burgemeester twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een wethouder ➢ De burgemeester bespreekt (na overleg met de gemeentesecretaris) zijn/haar twijfels met de wethouder, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. ➢ Als de wethouder erkent mogelijk een schending te hebben begaan, informeert deze zijn collega-wethouders en de gemeenteraad hierover. ➢ Bij aanhoudende twijfel, is het aan de burgemeester om – na raadpleging van interne of externe deskundigen - te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. 2.4 Betreft: handelen van de griffier a) De burgemeester twijfelt over een voorgenomen handeling van de griffier ➢ De burgemeester bespreekt dit met de griffier, verwoord zijn/haar twijfels en formuleert (na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies. ➢ De griffier volgt dit advies in beginsel op.

Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de griffier dit zelf aan de werkgeverscommissie. Laat de griffier dit na, dan doet de burgemeester het. b) De burgemeester twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de griffier ➢ De burgemeester bespreekt dit met de griffier en verwoord zijn/haar twijfels, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p. 9). ➢ Als de griffier erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf aan de gemeenteraad. Indien mogelijk zal de griffier de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De werkgeverscommissie beoordeelt of er daarnaast ook een sanctie nodig is (zie verder fase 3). ➢ Bij aanhoudende twijfel is het aan de burgemeester – na raadpleging van interne of externe deskundigen om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. 2.5 Betreft: handelen van de gemeentesecretaris of een andere ambtenaar uit de organisatie ➢ Ingeval de twijfels de gemeentesecretaris betreffen: De burgemeester informeert de andere leden van het college en een loco-secretaris. De burgemeester laat zich adviseren door interne en/of externe deskundigen. Het college is het bevoegde gezag over de gemeentesecretaris en past daarbij het gemeentelijke integriteitsbeleid toe. 5.

➢ Ingeval de twijfels een andere ambtenaar uit de organisatie betreffen: De burgemeester informeert de gemeentesecretaris, die het gemandateerde bevoegd gezag is over alle ambtenaren. De gemeentesecretaris besluit op basis van het 5 Op het moment van het vaststellen van deze procesafspraken bestaat het integriteitsbeleid voor ambtenaren uit

de volgende regelingen: Regeling vertrouwenspersoon, Gedragscode integriteit, Regeling Melding vermoeden misstand, Integriteitsverklaring (ambtseed of gelofte), Gedragscode “Zo werken wij samen”, Klachtenregeling ongewenst gedrag, Integriteits- en geheimhoudingsverklaring Externe Medewerkers, Regeling registratieformulier integriteitsschendingen, Onderzoeksprotocol

14

➢

gemeentelijke integriteitsbeleid voor ambtenaren hoe te handelen. Communicatie met de melder verloopt steeds via de burgemeester. Een en ander valt logischerwijs buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit. Kwesties die individuele ambtenaren betreffen komen in de regel niet in de gemeenteraad.

Sectie 3: Route voor wethouders 3.1 Betreft: eigen handelen a) Een wethouder twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling ➢ De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: Is deze voorgenomen handeling een schending? - Als de gedeelde conclusie is dat de voorgenomen handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. ➢ Als de wethouder en de gemeentesecretaris er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de voorgenomen handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. De burgemeester formuleert (na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies. ➢ De wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in de collegevergadering en aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het. b) Een wethouder twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling ➢ De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan. ➢ Als de wethouder en de gemeentesecretaris er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de uitgevoerde handeling – gaan ze samen naar de burgemeester.

Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal de wethouder in ieder geval het college en de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties, zonder dat de burgemeester eerst een zwaarte-oordeel heeft geveld (zie verder fase 3). ➢ Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan de burgemeester om – na raadpleging van interne of externe deskundigen te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. 3.2 Betreft: handelen van een raadslid a) Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van een raadslid ➢ De wethouder bespreekt dit met het raadslid en verwoord zijn/haar twijfels. ➢ Als het gesprek tussen de wethouder en het raadslid niet leidt tot een gedeelde conclusie, vraagt de wethouder de griffier om advies: is de voorgenomen handeling een schending? ➢ Bij aanhoudende twijfel gaat de wethouder naar de burgemeester. Deze formuleert (na raadpleging van de griffier en van interne en/of externe deskundigen) een advies aan het raadslid. ➢ Het raadslid volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het.

b) Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een raadslid 15

➢ De wethouder vraagt de griffier om advies: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan. ➢ Bij aanhoudende twijfel doet de wethouder melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester, na inwinning van advies bij de griffier en interne en externe deskundigen, om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. 3.3 Betreft: handelen van een collega-wethouder a) Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van collega-wethouder ➢ De wethouder bespreekt dit met de andere wethouder en verwoord zijn/haar twijfels. ➢ Als het gesprek tussen de wethouders niet leidt tot een gedeelde conclusie, vraagt de twijfelende wethouder de gemeentesecretaris om advies: is de voorgenomen handeling een schending? ➢ Bij aanhoudende twijfel gaat de wethouder naar de burgemeester. Deze formuleert (na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan de wethouder van wie een voorgenomen handeling vragen heeft opgeroepen. ➢ De betrokken wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in de collegevergadering en aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het.

b) Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een collegawethouder ➢ De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan. ➢ Als na dit gesprek de twijfel niet is weggenomen, gaat de wethouder in gesprek met de collega-wethouder, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. ➢ Als de ander erkent mogelijk een schending te hebben begaan, informeert deze zelf het college van B&W en de gemeenteraad hierover. ➢ Bij aanhoudende twijfel doet de wethouder melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester om – na raadpleging van interne en externe deskundigen - te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. 3.4 Betreft: handelen van de burgemeester a) Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van de burgemeester ➢ De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: is de voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. ➢ Indien de wethouder en de gemeentesecretaris concluderen dat de handeling een schending kan zijn, gaan zij samen naar de burgemeester. Bij een verschil van inzicht met de gemeentesecretaris, gaat de wethouder, eventueel vergezeld door de gemeentesecretaris, naar de burgemeester.

➢ De burgemeester overweegt of advies van de CvdK gewenst is, voordat hij/zij een besluit neemt over de eigen voorgenomen handeling. ➢ Indien de burgemeester afziet van advisering door de CvdK en de wethouder houdt ernstige twijfels over de voorgenomen handeling van de burgemeester, kan de wethouder ervoor kiezen om zelf naar de CvdK te gaan. ➢ De CvdK formuleert (eventueel na raadpleging van externe deskundigen) een 16

advies aan de burgemeester. ➢ De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester toch van het advies van de CvdK afwijkt, meldt de burgemeester dit zelf aan de gemeenteraad en de collegevergadering. ➢ Indien de burgemeester dit nalaat te doen, dan informeert de CvdK de locoburgemeester hierover. Deze zal vervolgens, eventueel na het informeren van de burgemeester, het college en de gemeenteraad informeren. b) Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de burgemeester ➢ De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. ➢ Als na dit gesprek de twijfel niet is weggenomen, gaat de wethouder in gesprek met de burgemeester, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. ➢ Als de burgemeester erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt de burgemeester dit zelf bij de CvdK en informeert het college en de gemeenteraad hierover. ➢ Als het gesprek tussen de wethouder en de burgemeester niet leidt tot een gedeelde conclusie, kan de wethouder melding doen bij de CvdK. Het is aan de CvdK om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.

3.5 Betreft: handelen van de griffier a) Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van de griffier ➢ De wethouder bespreekt dit met de griffier en verwoord zijn/haar twijfels. ➢ Bij aanhoudende twijfel gaat de wethouder naar de burgemeester. Deze formuleert (na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan de griffier. ➢ De griffier volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de griffier dit zelf aan de werkgeverscommissie. Laat de griffier dit na, dan doet de burgemeester het. b) Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de griffier ➢ De wethouder bespreekt dit met de griffier en verwoord zijn/haar twijfels, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. ➢ Als de griffier erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf bij de burgemeester en informeert ook de gemeenteraad hierover. Indien mogelijk zal de griffier de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De werkgeverscommissie beoordeelt of er daarnaast ook een sanctie nodig is. ➢ Bij aanhoudende twijfel doet de wethouder melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester om – na raadpleging van interne of externe deskundigen - te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.

3.6 Betreft: handelen van de gemeentesecretaris of een andere een ambtenaar uit de organisatie ➢ Ingeval de twijfels de gemeentesecretaris betreffen: De burgemeester informeert de andere leden van het college en een loco-secretaris. De burgemeester laat zich adviseren door interne en/of externe deskundigen. Het college is het bevoegde gezag over de gemeentesecretaris en past daarbij het gemeentelijke integriteitsbeleid toe6. 6 Op het moment van het vaststellen van deze procesafspraken bestaat het integriteitsbeleid voor ambtenaren uit

17

➢ Ingeval de twijfels een andere ambtenaar uit de organisatie betreffen: De burgemeester informeert de gemeentesecretaris, die het gemandateerde bevoegd gezag is over alle ambtenaren. De gemeentesecretaris besluit op basis van het gemeentelijke integriteitsbeleid voor ambtenaren hoe te handelen. ➢ Communicatie met de melder verloopt steeds via de burgemeester. Een en ander valt logischerwijs buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit. Kwesties die individuele ambtenaren betreffen komen in de regel niet in de gemeenteraad.

Fase 2: Duiden en onderzoeken Hieronder wordt beschreven welke stappen worden gezet als in fase 1 gebleken is dat er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending dat mogelijk onderzocht moet worden. De beoordeling van de melding vormt in elk traject een cruciaal moment. Een zorgvuldige afweging is geboden, aangezien tot het instellen van een formeel, persoonsgericht onderzoek niet overhaast mag worden overgegaan. Indien uit het vooronderzoek blijkt dat de melding onderzoek waardig is, volgt er een objectief integriteitsonderzoek.

Stap 1: Duiding en vooronderzoek Betreft: handelen van een wethouder, een raadslid of de griffier Bij een melding van een mogelijke integriteitsschending door een raadslid, een wethouder of een griffierfunctionaris beoordeelt de burgemeester of er sprake is van een onderzoek waardige melding. Dit is het geval als: ➢ De melding een vermoedelijke schending van de gedragscode en/of wetgeving betreft, van een zekere ernst. ➢ De melding voldoende betrouwbaar en concreet is. ➢ De melding in redelijkheid onderzoekbaar is (dat wil zeggen: er zijn voldoende onderzoeksmogelijkheden). Ook burgers, bedrijven of instanties kunnen twijfelen over het handelen van een politieke ambtsdrager. Als zij daarvan melding doen via de gemeentelijke klachtenprocedure of rechtstreeks bij de burgemeester, treedt fase 2 van de Procesafspraken Integriteit in werking. De melder speelt in het traject verder geen rol; wel wordt hij geïnformeerd over wat er met de melding is gedaan. Ambtenaren die een melding over een politieke ambtsdrager overwegen, informeren de gemeentesecretaris voordat zij zich tot de burgemeester wenden.

Als een klacht van een (oud)medewerker gaat over ongewenst gedrag van een politiek ambtsdrager dan heeft de gemeente de mogelijkheid om de klachtencommissie in te schakelen als bedoeld in de Klachtenregeling ongewenst gedrag Om de onderzoekwaardigheid te kunnen bepalen vindt altijd een gesprek met de melder plaats. Daarnaast kan het vooronderzoek onder meer bestaan uit: a) Het in kaart brengen van de feitelijke situatie. b) Het checken van de beschikbaarheid van (administratieve) informatie. c) Het nalopen van relevante wet- en regelgeving. Ook een gesprek met degene op wie de melding betrekking heeft, kan deel uitmaken van het vooronderzoek. Zo’n gesprek vindt niet plaats indien de vermoedelijke schending ernstig is en een eventueel vervolgonderzoek in gevaar kan komen als de betrokkene in dit stadium op de hoogte wordt de volgende regelingen: Regeling vertrouwenspersoon, Gedragscode integriteit, Regeling Melding vermoeden misstand, Integriteitsverklaring (ambtseed of gelofte), Gedragscode “Zo werken wij samen”, Klachtenregeling ongewenst gedrag, Integriteits- en geheimhoudingsverklaring Externe Medewerkers, Regeling registratieformulier integriteitsschendingen, Onderzoeksprotocol

18

gesteld. De burgemeester is eindverantwoordelijk voor het vooronderzoek. Hij laat zich daarbij ondersteunen door een adviesgroep met specialisten die concrete taken uitvoeren. Hiertoe kunnen bijvoorbeeld behoren: ➢ Griffier7, gemeentesecretaris en interne deskundigen; ➢ Externe deskundigen. Adviezen van ondersteuners aan de burgemeester worden bij voorkeur op schrift gesteld. Op basis hiervan brengt de burgemeester advies uit. Er zijn vier mogelijke scenario’s te onderscheiden: 1. De burgemeester concludeert dat er geen grond is voor de verdenking dan wel dat de melding een kleinigheid betreft, onvoldoende betrouwbaar en concreet is en/of niet in redelijkheid onderzoekbaar is. De burgemeester informeert de melder hierover en (indien dat gepast is) ook degene op wie de melding betrekking had. 2. Degene die onder verdenking is komen te staan erkent een schending te hebben begaan, de feiten zijn voldoende bekend en er is geen verder onderzoek nodig (zie Fase 3). 3. De burgemeester concludeert dat er grond is voor de verdenking en dat de melding ook anderszins onderzoek waardig is, maar er is geen sprake van erkenning door de betrokkene. In dit geval gelast de burgemeester een integriteitsonderzoek (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.1). 4.

De burgemeester concludeert dat er grond is voor de verdenking, het vermoeden betreft een ernstige schending en het risico bestaat dat het informeren van de betrokkene het onderzoeksbelang zou schaden. In dit geval gelast de burgemeester een integriteitsonderzoek zonder de betrokkene daar bij aanvang van op de hoogte te stellen (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.1). Blijkt uit het vooronderzoek dat er sprake kan zijn van een strafbaar feit, dan kan de burgemeester hiervan aangifte doen bij de politie. Gaat het om een redelijk vermoeden van een ambtsmisdrijf, dan is de burgemeester hiertoe verplicht. Betreft: handelen van de burgemeester Bij een vermoeden van een integriteitsschending door de burgemeester is de CvdK eindverantwoordelijk voor een deugdelijk vooronderzoek. De CvdK formeert een adviesgroep van ondersteuners die in het kader van het vooronderzoek concrete taken uitvoeren. De adviesgroep van ondersteuners bestaat uit de griffier en de door de gemeentesecretaris aangewezen gemeenteambtenaren. Desgewenst kan de CvdK ook externe deskundigen inschakelen. De CvdK beoordeelt de resultaten van het vooronderzoek. Er zijn dan vier mogelijkheden: 1. De CvdK concludeert dat er geen grond is voor de verdenking dan wel dat de melding een kleinigheid betreft, onvoldoende betrouwbaar en concreet is en/of niet in redelijkheid onderzoekbaar is. Hiermee is de zaak afgedaan.

De CvdK informeert de melder en de burgemeester hierover. 2. De burgemeester erkent een schending te hebben begaan, de feiten zijn voldoende bekend en er is geen verder onderzoek nodig (zie Fase 3). 3. De CvdK concludeert dat er grond is voor de verdenking en dat de melding ook anderszins onderzoekswaardig is, maar er is geen sprake van erkenning door de burgemeester. In dit geval gelast de CvdK een integriteitsonderzoek (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.2). 4. De CvdK concludeert dat er grond is voor de verdenking, het vermoeden betreft een ernstige schending en het risico bestaat dat het informeren van de betrokkene het onderzoeksbelang zou schaden. In dit geval gelast de CvdK een integriteitsonderzoek zonder de betrokkene daar bij aanvang van op de hoogte te stellen (zie stap 2: 7 Als het gaat om situaties waarin het handelen van een raadslid onderzocht wordt is de griffier altijd lid van de

adviesgroep.

19

Integriteitsonderzoek, par 2.2). Indien de verdenking van het plegen van een strafbaar feit de burgemeester betreft, is het de CvdK die aangifte doet. Betreft: handelen van de gemeentesecretaris of een andere ambtenaar van de organisatie Op de gemeentesecretaris en andere ambtenaren is het gemeentelijke integriteitsbeleid van toepassing. De te zetten stappen vallen buiten de reikwijdte van deze procesafspraken. Communicatie Als de conclusie van een vooronderzoek luidt dat de verdenking ongegrond is, blijft het vooronderzoek vertrouwelijk. In dit geval weten alleen de melder, degene over wie is gemeld, de burgemeester (of, als de melding de burgemeester betreft, de CvdK) en eventuele ondersteuners ervan. Een besluit tot het instellen van een integriteitsonderzoek wordt genomen door de burgemeester (dan wel de CvdK, in het geval van een vermoeden van een schending door de burgemeester). Het is belangrijk om de kring van betrokkenen niet groter te maken dan strikt nodig is. De vermeende schender wordt altijd geïnformeerd over het instellen van een integriteitsonderzoek. Hiervan wordt alleen afgezien als dit het vervolgonderzoek in gevaar kan brengen. In dit stadium kan de burgemeester (dan wel de CvdK) er wel voor kiezen om de fractievoorzitters vertrouwelijk te informeren. Als de kwestie onverhoopt al in de openbaarheid is gekomen is dit sowieso raadzaam.

Stap 2: Integriteitsonderzoek Betreft: handelen van een raadslid, een wethouder of de griffier Als het vooronderzoek heeft geleid tot de conclusie dat een melding over een wethouder, een raadslid of een griffier onderzoekswaardig is, geeft de burgemeester – na intern of extern deskundig advies te hebben ingewonnen – opdracht tot het uitvoeren van een integriteitsonderzoek. Tot het moment van openbaarmaking wordt geheimhouding opgelegd op alles wat met het onderzoek te maken heeft. De onderzoeksopdracht wordt zo helder mogelijk geformuleerd en omvat ten minste de volgende zaken: ➢ De onderzoeksvraag (of -vragen); ➢ De wet- en regelgeving waaraan het handelen wordt getoetst; ➢ De termijn waarbinnen het onderzoek dient te zijn afgerond. De burgemeester is eindverantwoordelijk voor het integriteitsonderzoek (in termen van kwaliteit, tijd en kosten). Concrete taken laat hij uitvoeren door: ➢ Door de gemeentesecretaris aangewezen ambtenaren van de gemeente voor ondersteunende taken; ➢ Onderzoekers van een extern bureau voor het uitvoeren van het onderzoek. In dit geval verstrekt het onderzoeksbureau een opdrachtbevestiging met daarin ten minste: een weergave van in te zetten onderzoeksmethoden, een planning en een begroting. In het kader van het onderzoek wordt in ieder geval degene geïnterviewd op wie de melding betrekking heeft.

Daarnaast kan het onderzoek onder meer bestaan uit: ➢ Het interviewen van andere betrokkenen; ➢ Het verzamelen en beoordelen van schriftelijke informatie; ➢ Het toetsen van relevante informatie aan wet- en regelgeving. 20

Het onderzoek mondt uit in een schriftelijk rapport. Nadat de burgemeester de conceptversie heeft gelezen, wordt deze ter inzage voorgelegd aan degene wiens handelen is onderzocht in het kader van hoor en wederhoor. Diens eventuele open aanmerkingen worden schriftelijk vastgelegd en verwerkt binnen het rapport. Als de burgemeester noodzaak ziet om de aanmerkingen niet te verwerken binnen het onderzoek worden zij schriftelijk bijgevoegd in de bijlage. Dat blijft (vooralsnog) geheim.

Betreft: handelen van de burgemeester Als een onderzoek waardige melding de burgemeester betreft, is het de CvdK die opdracht geeft tot het instellen van een integriteitsonderzoek. Het onderzoekstraject voltrekt zich verder analoog aan het proces zoals hierboven geschetst, met twee verschillen: ➢ Eventuele interne professionele onderzoekers komen uit de provinciale ambtelijke organisatie; ➢ Het concept-rapport gaat naar de CvdK voordat dit ter inzage voorgelegd aan de burgemeester Communicatie Interne communicatie Communicatie over het integriteitsonderzoek naar betrokken partijen binnen de gemeente is er op het moment van: -

Het debat dat aanleiding geeft voor het onderzoek of het gesprek dat de burgemeester of de integriteitscommissie in de afweging van het signaal met betrokkene heeft; Kennisgeving aan de betrokkene bij de instelling van het onderzoek; Interview met de betrokkene; Hoor en wederhoor; Het debat naar aanleiding van het onderzoeksrapport; De afloop van het debat.

De burgemeester heeft na afloop van het onderzoek met de betreffende politieke ambtsdragers een gesprek over de melding. Tijdens dit gesprek wordt gereflecteerd op het handelen van de betrokken/gemeente. Externe communicatie Het bestuur van de gemeente treedt met één stem naar buiten en maakt duidelijke afspraken met de media over wanneer informatie wordt verschaft over de stand van zaken en de resultaten van het onderzoek.

Betreft: handelen van de gemeentesecretaris of een andere ambtenaar van de organisatie Op de gemeentesecretaris en andere ambtenaren is het gemeentelijke integriteitsbeleid van toepassing. De te zetten stappen vallen buiten de reikwijdte van deze procesafspraken.

Fase 3: Oordelen en sanctioneren Als is vastgesteld dat een politieke ambtsdrager een integriteitsregel heeft overtreden kan dit tot een sanctie leiden. Deze sanctie moet proportioneel zijn. Een te lichte sanctie bij een ernstige schending kweekt onbegrip en tast de geloofwaardigheid aan van zowel individuele ambtsdragers als bestuursorganen. Hetzelfde geldt voor een te zware sanctie op een lichte schending. In

ons

democratisch

bestel

is

het

aantal 21

formele

sanctiemogelijkheden

voor

volksvertegenwoordigers beperkt. Echter, ook een publiekelijk geuit blijk van afkeuring door (een meerderheid binnen) de gemeenteraad over het feit dat een van de leden een regel heeft overtreden zal als een sanctie worden ervaren. Tegelijkertijd levert dit informatie op voor de burger, die bij volgende verkiezingen zijn stem moet bepalen. Bij het bepalen van een passende sanctie spelen de aard van de schending en de context waarbinnen die heeft plaatsgevonden een belangrijke rol. Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming– zoals daadwerkelijke belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rond het gebruik van informatie – raken aan de kerntaak van de politieke ambtsdrager en zijn dus een vorm van machtsmisbruik. Bij dergelijke schendingen passen in de regel zwaardere sancties. Het onvoldoende voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling of corruptie levert ook een integriteitsschending op, maar een veel lichtere. De zuiverheid van de besluitvorming is hier niet in het geding en machtsmisbruik is niet aan de orde; wel wordt het vertrouwen in de politiek geschaad. Ook interpersoonlijke integriteitsschendingen zijn er in soorten en maten – van incidentele onheuse bejegening tot intimidatie en geweld. Sanctiemogelijkheden Voor (benoemde of gekozen) politieke ambtsdragers en de griffier zijn er verschillende sancties die aan de orde kunnen zijn.

Deze laten zich in drie categorieën verdelen: 1) politieke sancties opgelegd door de gemeenteraad; 2) sancties opgelegd door de eigen fractie/partij; 3) strafrechtelijke sancties. Overzicht van sanctiemogelijkheden: ➢ Binnenskamers corrigerend toespreken; ➢ Publieke excuses; ➢ Motie van treurnis/ afkeuring/ wantrouwen; ➢ Schorsing/ ontslag; ➢ Royement door de eigen politieke partij; ➢ Ontslag uit een bijkomende functie die men als raadslid vervult en waarin men door de raad is benoemd; ➢ Verwijdering uit de raadsfractie; ➢ Raadslidmaatschap houdt op te bestaan of wordt vervallen verklaard (Kieswet); ➢ Strafrechtelijke vervolging en veroordeling.

Nadat de aard van de schending is vastgesteld, moeten zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart worden gebracht. Erkent de betrokkene dat hij/zij een schending heeft gepleegd? Was er sprake van naïviteit, van opzet of recidive? Is de politieke ambtsdrager onder druk gezet door partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker de regel die is overtreden, hoe minder snel een bepaalde omstandigheid als verzachtend kan worden aangenomen. Blijkt uit het integriteitsonderzoek dat er sprake kan zijn van een strafbaar feit, dan kan de burgemeester hiervan aangifte doen bij de politie. Gaat het om een redelijk vermoeden van een ambtsmisdrijf, dan is de burgemeester hiertoe verplicht. Indien de verdenking de burgemeester betreft, is het de CvdK die aangifte doet. Betreft: handelen van een raadslid Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadslid is afgerond, beoordeelt de burgemeester het definitieve onderzoeksrapport. Als de conclusie luidt dat er geen schending is gepleegd, deelt de burgemeester de onderzoeksresultaten in principe alleen met het raadslid dat onder verdenking stond, de melder, de griffier en de fractievoorzitters. Eventueel kan de burgemeester er in overleg met het betrokken raadslid voor kiezen om de onderzoeksresultaten breder bekend te maken.

Als de conclusie luidt dat er wel een schending is begaan, spreekt de burgemeester (na al dan niet intern of extern advies te hebben ingewonnen) zijn oordeel uit over de zwaarte ervan, daarmee voorsorterend op het sanctie-oordeel van de gemeenteraad. In een vertrouwelijk 22

overleg van de burgemeester en de fractievoorzitters wordt gesproken over: ➢ het onderzoek en de resultaten daarvan, ➢ het zwaarte-oordeel van de burgemeester, ➢ de wijze waarop de onderzoeksresultaten en het zwaarte-oordeel van de burgemeester aan de raad zullen worden voorgelegd, 2 Zie Kieswet artikel XI en X8. ➢ de wijze waarop de onderzoeksresultaten, het zwaarte-oordeel van de burgemeester en het raadsbesluit over een eventuele sanctie aan de burger zullen worden gecommuniceerd. Vervolgens legt de burgemeester de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad, met daarbij een gemotiveerd zwaarte-oordeel. De raad vormt zich over dit alles een oordeel en neemt een besluit over een eventuele sanctie. Hierbij vermijdt de raad iedere partijpolitieke bevangenheid. Betreft: handelen van een wethouder Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een wethouder is afgerond, neemt de burgemeester als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt hij/zij het onderzoeksrapport ter beschikking aan de gemeenteraad, met daarbij een gemotiveerd zwaarte-oordeel over een eventueel vastgestelde schending. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties. Betreft: handelen van de burgemeester Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van de burgemeester is afgerond, neemt de CvdK als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=958b3afb-3b28-4051-91ec-5cd66f6e974b