15 - Bijlage 1 - Conceptbegroting 2025-2028 werkmaatschappij 8KTD
Tekst van het document
4.131
4.131
-
Veiligheid
1.057
1.057
-
-
-
-
Economie
683
683
-
Onderwijs
566
566
-
Sport, cultuur en recreatie
904
904
-
Sociaal domein
13.279
13.279
-
Volksgezondheid en milieu
1.484
1.484
-
Volkhuisvesting, RO en stedelijke vern
5.257
5.257
-
Overhead
20.887
20.887
-
48.247
48.247
-
Verkeer, vervoer en waterstaat
Mutaties reserves TOTAAL
41
Programmabegroting 2025-2028
4.1.3 Baten en lasten per taakveld
42
Programmabegroting 2025-2028
Geraamde baten en lasten per taakveld Taakveld
Begroting 2025
Begroting 2026
(bedragen x € 1.000)
lasten
baten
saldo
lasten
baten
0. Bestuur en ondersteuning
25.018
25.018
-
21.749
21.749
88
88
-
88
Burgerzaken
2.908
2.908
-
Overhead
20.887
20.887
Overige baten en lasten
272
OZB niet-woningen OZB woningen
Begroting 2027 lasten
baten
lasten
baten
-
21.742
21.742
-
21.760
21.760
-
88
-
88
88
-
88
88
-
2.908
2.908
-
2.908
2.908
-
2.908
2.908
-
-
18.259
18.259
-
18.251
18.251
-
18.270
18.270
-
272
-
- 369
- 369
-
- 369
- 369
-
- 369
- 369
-
406
406
-
406
406
-
406
406
-
406
406
-
453
453
-
453
453
-
453
453
-
453
453
-
4
4
-
4
4
-
4
4
-
4
4
-
1. Veiligheid
1.057
1.057
-
988
988
-
988
988
-
988
988
-
Openbare orde en veiligheid
1.057
1.057
-
988
988
-
988
988
-
988
988
-
3. Economie
683
683
-
683
683
-
683
683
-
683
683
-
Economische ontwikkeling
607
607
-
607
607
-
607
607
-
607
607
-
Economische promotie
76
76
-
76
76
-
76
76
-
76
76
-
4. Onderwijs
566
566
-
545
545
-
545
545
-
545
545
-
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
566
566
-
545
545
-
545
545
-
545
545
-
5. Sport, cultuur en recreatie
904
904
-
844
844
-
844
844
-
844
844
-
Cultuurpresent., -prod. en -participatie
255
255
-
255
255
-
255
255
-
255
255
-
Openb. groen en (openlucht)recreatie
338
338
-
299
299
-
299
299
-
299
299
-
Sportbeleid en activering
311
311
-
290
290
-
290
290
-
290
290
-
Belastingen overig
Treasury
saldo
Begroting 2028
saldo
saldo
43
Programmabegroting 2025-2028 6. Sociaal domein
13.279
13.279
-
12.913
12.913
-
12.913
12.913
-
12.913
12.913
-
Arbeidsparticipatie
2.602
2.602
-
2.513
2.513
-
2.513
2.513
-
2.513
2.513
-
Begeleiding (WMO)
583
583
-
583
583
-
583
583
-
583
583
-
Hulp bij het huishouden (WMO)
874
874
-
874
874
-
874
874
-
874
874
-
Inkomensregelingen
2.862
2.862
-
2.862
2.862
-
2.862
2.862
-
2.862
2.862
-
Maatwerkvoorzieningen (WMO)
1.457
1.457
-
1.457
1.457
-
1.457
1.457
-
1.457
1.457
-
Samenkracht en burgerparticipatie
932
932
-
870
870
-
870
870
-
870
870
-
Wijkteams
3.968
3.968
-
3.755
3.755
-
3.755
3.755
-
3.755
3.755
-
7. Volksgezondheid en milieu
1.484
1.484
-
1.365
1.365
-
1.365
1.365
-
1.365
1.365
-
Milieubeheer
1.474
1.474
-
1.355
1.355
-
1.355
1.355
-
1.355
1.355
-
10
10
-
10
10
-
10
10
-
10
10
-
5.257
5.257
-
5.112
5.112
-
5.112
5.112
-
5.112
5.112
-
569
569
-
569
569
-
569
569
-
569
569
-
Ruimtelijke ordening
2.779
2.779
-
2.791
2.791
-
2.791
2.791
-
2.791
2.791
-
Wonen en bouwen
1.909
1.909
-
1.752
1.752
-
1.752
1.752
-
1.752
1.752
-
Begrotingsresultaat
48.247
48.247
-
44.200
44.200
-
44.192
44.192
-
44.211
44.211
-
Volksgezondheid 8. Vrosh Grondexploitatie (niet bedrijventerr.)
44
Programmabegroting 2025-2028
4.2 Uiteenzetting financiële positie en toelichting 4.2.1 EMU-saldo Volgens het Verdrag van Maastricht mogen landen geen tekort hebben van meer dan 3% van het Bruto Binnenlands Product. Dit
geldt
ook
voor
de
lokale
overheden,
waaronder
de
Werkmaatschappij
als
gemeenschappelijke regeling. Het EMU-saldo wordt bepaald door twee factoren: •
Het overschot of het tekort op de rekening
•
Het saldo van investeringen minus afschrijvingen
Het is dus mogelijk dat een organisatie een sluitende begroting heeft maar dat er in EMUtermen toch sprake is van een tekort. Dat kan als er relatief veel wordt geïnvesteerd (gemeenten en GR-en sturen op de kapitaallasten en niet op het investeringsbedrag als zodanig) of als er veel bestedingen ten laste van de reserves zijn. Maatregelen die de Werkmaatschappij kan nemen om het EMU-tekort terug te brengen, zijn: •
Minder investeren
•
Huren/leasen in plaats van kopen
In de tabel hieronder staat hoeveel EMU-saldo onze Werkmaatschappij verwacht te hebben in de jaren 2024-2026. Omschrijving
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
2024
2025
2026
x € 1.000 Volgens realisatie t/m sept. 2024, aangevuld met raming resterende periode
x € 1.000 Volgens begroting 2025
x € 1.000 Volgens meerjaren raming in begroting 2025
-
-
-
-
-
-
52-
-
-
-
-
-
52-
-
-
(zie BBV, artikel 17c) 2 Mutatie (im)materiële vaste activa 3 Mutatie voorzieningen 4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie 5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop van (im)materiële vaste activa Berekend EMU-saldo
45
Programmabegroting 2025-2028
4.2.2 Investeringen Hieronder
vindt
u
een
overzicht
van
de
geplande
investeringen
voor
2025,
zoals
voorgeschreven door artikel 20.2 van het BBV. Dit zijn investeringen die nodig zijn als vervanging van oude investeringen die al afgeschreven zijn. Elk jaar wordt er gekeken of deze investeringen nog steeds nodig zijn en of er genoeg geld beschikbaar is om ze uit te voeren. Als het nodig is, kunnen de investeringen worden uitgesteld. De bedoeling van deze werkwijze is dat er altijd genoeg geld is om de investeringen te doen wanneer dat nodig is. Investering
Jaar
Bedrag in €
ICT Hardware 2025 infra en werkplek
2025
310.000
ICT Hardware 2025 mobile devices
2025
207.000
Tachymeter Leica - landmeetapparatuur 2025
2025
23.000
Aanschaf GPS-apparaat
2026
23.000
ICT Hardware 2026 infra en werkplek
2026
141.000
ICT Hardware 2026 mobile devices
2026
207.000
ICT Hardware 2027 infra en werkplek
2027
239.000
ICT Hardware 2027 mobile devices
2027
207.000
ICT Hardware 2028 infra en werkplek
2028
310.000
ICT Hardware 2028 mobile devices
2028
207.000
46
Programmabegroting 2025-2028
4.2.3 Financiering Volgens de regels (artikel 20.2.d van het BBV) moeten we in de uitleg over onze financiële situatie vertellen hoe we ons geld krijgen. De Werkmaatschappij heeft geen eigen langlopende financieringsmiddelen aangetrokken. Als uitvoeringsorganisatie voor de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel heeft de Werkmaatschappij vanuit de bijdragen van
deze gemeenten voldoende middelen ter
beschikking om de dagelijkse bedrijfsvoering te kunnen bekostigen. Meer informatie staat in de Paragrafen, bij het onderdeel Financiering.
4.2.4 Reserves Wij informeren u op grond van met Artikel 20.2.c van het BBV over de de stand en het gespecificeerde verloop van de reserves. Volgens de regels moeten we laten zien hoeveel geld we opzij hebben gezet als reserve. De Werkmaatschappij heeft geen reserves.
4.2.5 Voorzieningen We laten op grond van Artikel 20.2.c van de BBV zien hoeveel geld we apart hebben gezet (voorzieningen) voor zaken die we in de toekomst nodig hebben. Dit is volgens de regels die gelden voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. De omvang van de geraamde voorzieningen bedraagt dit begrotingsjaar € 1.000.000. Dit saldo betreft de volgende voorzieningen:
Voorzieningen
Werkelijk
Verwacht
Raming
Raming
Raming
Raming
ultimo 2023
ultimo 2024
2025
2026
2027
2028
∙ Flankerend personeelsbeleid
-
-
-
-
-
-
∙ Voormalig personeel
-
-
-
-
-
-
∙ Spaarverlof
941
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
∙ Herwaardering functies
111
-
-
-
-
-
Totaal voorzieningen
1.052
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
(x € 1.000)
47
Programmabegroting 2025-2028
4.3 Meerjarenbalans Geprognosticeerde meerjarenbalans per 1 januari (x € 1.000) ACTIVA
2025
2026
2027
2028
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
1.100
1.100
1.100
1.100
-
-
-
-
Totaal materiële vaste activa
1.100
1.100
1.100
1.100
TOTAAL VASTE ACTIVA
1.100
1.100
1.100
1.100
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen
4.000
4.000
4.000
4.000
Overige vorderingen
100
100
100
100
Overige uitzettingen
500
500
500
500
Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd >= 1 jaar
4.600
4.600
4.600
4.600
Liquide middelen Kas-, bank- en girosaldo
100
Totaal liquide middelen
100 100
100 100
100 100
100
Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen
300
300
300
300
die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende activa
300
300
300
300
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
5.000
5.000
5.000
5.000
TOTAAL
6.100
6.100
6.100
6.100
48
Programmabegroting 2025-2028 PASSIVA
2025
2026
2027
2028
VASTE PASSIVA
Voorzieningen Voorzieningen
1.000
1.000
1.000
1.000
Totaal voorzieningen
1.000
1.000
1.000
1.000
TOTAAL VASTE PASSIVA
1.000
1.000
1.000
1.000
VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rentetyp. looptijd >= 1 jaar Banksaldi Overige schulden
-
-
-
-
4.000
4.000
4.000
4.000
Totaal netto vlottende schulden met een renteypische
4.000
4.000
4.000
4.000
looptijd >= 1 jaar
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een
1.100
1.100
1.100
1.100
volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v. jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Totaal overlopende passiva
1.100
1.100
1.100
1.100
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
5.100
5.100
5.100
5.100
TOTAAL
6.100
6.100
6.100
6.100
49
Programmabegroting 2025-2028
50