13 - Bijlage 3 - ANNO III Bijlagenboek
Tekst van het document
Daarna gaan we na of we willen afschalen naar samenwerken‐door‐afstemming, bijv bestuurlijk 1 of 2x per jaar en ambtelijk wat frequenter; afhankelijk van de dynamiek en de bestuurlijke opgave die er dan (nog) is. De uitvoering/uitrol van de DOM’s is iets wat de gemeenten afzonderlijk kunnen. 7. Projecten en beoogde projecten DOM’s 8. Met wie: wie welke rol en welke partijen uit Mienskip? nader te bepalen 9. Middelen: zicht op geld en omvang inzet? Middelen voor de DOM’s worden gezamenlijk beheerd. Doordat de provincie van plan is meer en meer via de DOM’s te (laten) organiseren, zoals de erfgoeddeal of GKK, is de verwachting dat de DOM’s meer middelen tot hun besteding krijgen; dit moet georganiseerd worden. Doordat de DOM’s ook in andere regio’s in Fryslân uitgerold worden en de methodiek zich doorontwikkeld, wordt de kans op additionele financiering uit bijvoorbeeld Brussel groter. Vanuit de provincie zijn in ieder geval geldstromen beschikbaar.
29
Tafel 5. A4 uitkomst verkenning en advies ANNO III thema Zorglandschap Algemeen Een tweetal verkennende sessies hebben plaatsgevonden, met bestuurders en ambtenaren van de vier ANNO – gemeenten, Provincie en Ameland en Schiermonnikoog. Tijdens deze bijeenkomsten zijn de beelden en ervaringen vanuit ANNO II besproken, onder het mom van ‘lessons learned’ en die input van waarde te laten zijn voor ANNO III. Nadrukkelijk aan de orde is geweest, op welke onderwerpen en (schaal)niveau (binnen het thema Zorglandschap) is er een meerwaarde om in ANNO verband + de twee eilandgemeenten samen te werken. En op welke onderdelen (denk aan pilots en projecten) kunnen de individuele gemeenten het prima alleen af en is kennis delen op ambtelijk niveau en onderling commitment een belangrijk doel. Een stakeholdersanalyse en het concretiseren van de opgave maakten deel uit van de agenda in de tweede bijeenkomst. Wat pakken we samen op? Alle gemeenten hebben de behoefte om een regionale Wonen‐Zorg visie op te stellen. Met als doel een regionaal dekkend zorgaanbod voor ouderen (waar een bredere doelgroep op mee kan liften). Samen, omdat A. inwoners zich niet aan geografische grenzen houden en B. door wetten heen ‘trekken’/bewegen. Dat geldt ook voor het gecontracteerde aanbod (zorgaanbieders).
In deze visie zal dan ook aandacht moeten zijn voor ontschotting (zowel financieel – als vanuit clientniveau/perspectief), schaalvergroting van de inkoop van zorg en het ontwikkelen van sturing en grip op het aanbod. Er is consensus om dit gezamenlijk op te pakken en er een regionale visie van te maken, die door de Raden vastgesteld wordt. Waarbij in de volgorde een omgekeerde trechteraanpak de voorkeur heeft: gemeenten stellen samen met de andere financiers van zorg (Zorgverzekeraar en Zorgkantoor) een conceptvisie (startnotitie) op en betrekken bij de verdere uitwerking ervan andere relevante stakeholders. Bij het opstellen van de startnotitie (en de visie) is het logische advies om zoveel mogelijk gebruik te maken van – en partijen te betrekken die informatie (onderzoeksresultaten, publicaties en expertise) kunnen leveren. De Taskforce Wonen kan mogelijk een inhoudelijke bijdrage en inzet leveren bij het opstellen van een startnotitie (conceptvisie). Tot slot, het is een open deur, maar samenwerking op deze schaal (krachtige regio) is zinvol als lobbyen nodig is om zaken gedaan te krijgen. Wat levert het voor onszelf op? Voor onszelf (lees individuele gemeente) levert het concreet een (regionale) Woon‐Zorg visie op.
Met als logische uitvloeisel de mogelijkheid op termijn voor een lokaal uitvoeringsprogramma, waarin onderdelen kunnen zitten – en ruimte‐ is voor regionale samenwerking. In zijn algemeenheid levert een stevige samenwerking daadkracht, maar ook slagkracht op en (middelen)efficiency. Wat levert het de Regio op? Naast het concrete resultaat van een regionale visie, vooral een fundament om te werken aan een regionaal dekkend en passen woon‐zorg aanbod, dat antwoord biedt op de toekomstige vraag van onze inwoners. Hoe draagt het bij aan de ambitieuze stip op de horizon? Het ontwikkelen/opstellen van een regionale Woon‐Zorgvisie is de start, maar ook voorwaardelijk om te kunnen werken aan: ‐ een regionaal dekkend en passend Woon‐Zorg aanbod voor onze inwoners op de lange termijn; ‐ Grip en sturing op de middelen en het zorglandschap an sich; ‐ Ontschotting van de financiering van Zorg. Context ANNO II was te hoog over, weinig concreet en resultaat, ook al is er een model opgeleverd en is er met pilots en koploperprojecten gewerkt. Het is logisch om die resultaten of koploperprojecten voort te zetten of de uitkomsten te gebruiken in ANNO III. Afsluitend kan gezegd worden dat er te weinig (ambtelijke) capaciteit ingezet is en het aan georganiseerd eigenaarschap ontbrak. Wijze van samenwerken op ANNO + 2 schaal
30
Bestuurlijk en ambtelijk samenwerken t.b.v. de regionale Woon‐Zorgvisie en vooral de lobby om zaken gedaan te krijgen (krachtige regio). Afstemming op uitvoeringsniveau/ projecten vindt logischerwijs op ambtelijk niveau plaats. Dit omdat gemeenten los van elkaar bezig met (bestaande of geplande) initiatieven/projecten die onder de paraplu van de regionale visie kunnen vallen. Elkaar inspireren, commitment op elkaars initiatieven organiseren, kennis uitwisselen en daar waar ‘Quick Wins’ te behalen zijn, intensiever (dan nu) met elkaar samen te werken. Bestuurlijk elkaar één keer per jaar te ontmoeten om deze samenwerking te onderstrepen. (Beoogde) projecten en middelen Concrete projecten zijn (nu) nog niet te benoemen. Thema’s en projecten die aan de orde komen in een mogelijk uitvoeringsprogramma als uitwerking van de regionale visie hebben de focus op ontschotting in financiering en schaalvergroting van inkoop. Concrete eerste stap op de ANNO III agenda is het opstellen van een startnotitie in aanloop naar een regionale Woon‐Zorg visie. Het bepalen van de middelen voor de langere termijn wordt opgenomen in de op te stellen regionale Woon‐ Zorg visie. De middelen voor de korte termijn worden beschreven in de statnotitie. Tijdens de verkenning heeft er geen verdieping plaatsgevonden op dit onderwerp.
Met wie (welke rol en welke partijen)? Gemeenten en stellen samen met de andere financiers van zorg (Zorgverzekeraar en Zorgkantoor) een conceptvisie (startnotitie) op en betrekken bij de verdere uitwerking ervan andere relevante stakeholders. Denk aan Welzijnspartijen, Zorgaanbieders. Advies Het advies aan de Colleges is om in de agenda van ANNO III, m.b.t. het thema Zorglandschap, het opstellen van de Regionale Wonen‐Zorg visie als centraal doel te stellen. Met als concrete eerste stap, het opstellen van een startnotitie waarin o.a. de randvoorwaarden, scope en risico’s worden beschreven. Dit in samenwerking met de twee andere financiers van zorg, te weten de Zorgverzekeraar en het Zorgkantoor. Bijkomend doel op de agenda is een intensievere ambtelijke samenwerking t.b.v. de visie. Ofwel, gemeenten zetten los van elkaar in op bestaande en geplande initiatieven, pilots en projecten en werken daarin samen naar behoefte. De focus daarbij ligt op ontschotting in financiering en schaalvergroting van inkoop.
31
Tafel 6.
Oogst ambtelijke Verkenning Grienblau ANNO III
d.d. 25 mei 2021 Door: Ingrid van Huizen i.a.m. Gerbrich Dijkstra en Froukje Grijpstra Doel: opstellen concept samenwerkingsagenda voor regionale samenwerking in Noordoost‐Friesland op het thema Grienblau, om in 2040 topregio te worden voor wonen, werken en recreëren. Sub‐onderwerpen Grien blau: klimaatadaptatie, nieuwe landbouw en biodiversiteit. (Energie en warmtetransitie vooreerst geclusterd aan wonen). Hoofdvraag: hoe ziet de ambitie eruit? En bij welke projecten en initiatieven kan worden gewerkt aan meer samenhang en samenspel? Kader: ‘regionale meetlat’: is het goed voor de delen, is het goed voor de regio (als geheel) en draagt het bij aan de ambitie. Interbestuurlijke samenwerking Provincie, gemeenten Noardeast Fryslân, Dantumadiel, Achtkarspelen, Tytsjerksteradiel en Wetterskip i.s.m. stakeholders Tijdslijn: (een) verkennend(e) gesprek(en) en eindadvies eind mei/ begin augustus 2021 gereed
Verwachtingen ambtelijke verkenning
32
Advies ‐ Opgave Grienblau ‐ Oogst ambtelijke verkenning 1. Wat pakken we samen op – afbakenen opgave(n) + doel We werken aan concrete maatregelen om doelen voor klimaatadaptatie, nieuwe landbouw en biodiversiteit in het gebied te realiseren, door: A. Interbestuurlijk actief participeren en aansluiten bij de lopende initiatieven ‐ De lopende initiatieven (zie bijlage analyse lopende initiatieven) worden met het gebied aanvullend ‘geïdentificeerd’. ‐ Provincie, WS, Gemeenten verkennen welke rol ze nu vervullen, welke doelen de initiatieven aan bijdragen, welke wet‐ en regelgeving hieraan annex is en welke rol de provincie daar in wil en kan hebben. Daarbij wordt ook gekeken naar beschikbare capaciteit. B. In de regio werken aan meer samenhang ‐ Gebiedscoalitie opnieuw oppakken in de vorm van een netwerkorganisatie. Geen bestuurlijke rol en besluitvorming, maar leggen verbindingen en faciliteren. ‐ Bij de samenhang hoort ook overzicht. Zorg voor een overzicht van de doelstellingen van de verschillende organisaties in de regio. Te denken valt aan de landschaps‐ en biodiversiteitsnota’s van de gemeenten, de visie natuerlik Fryslan 2050 van de terrein beherende organisaties en Fryske Milieu Federatie, de biodiversiteitsnota’s van provincie en wetterskip, de klimaatatlas van de gezamenlijke overheden en de visies van agrarisch collectieven en LTO. C.
Toewerken naar een gebiedscontract met grondeigenaren ‐ in het gebied is al kennis en ervaring opgedaan met een gebiedscontract voor (particulier) natuur‐ en agrarisch natuur‐ en landschapsbeheer. Dit kan worden uitgebreid met doelen op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Deze doelen kunnen worden vertaald naar concrete afspraken met grondeigenaren, zoals de terrein beherende organisaties, particuliere eigenaren en/of boeren. Daarvoor is het van belang om: de doelen (die regionaal moeten worden ingebed) uit te werken en te stapelen voor een integrale aanpak en om een beloningsstructuur (publiek en privaat) daarbij uit te werken voor de grondeigenaren/ gebruikers. Dit is ook een actiepunt van de Provinciale landbouwagenda. Het gebied kan zich ‘aanbieden’ als voorbeeldgebied om vanaf 2024 aanvullende klimaat‐ en biodiversiteit te realiseren. 2. 3.
Wat levert het op voor onszelf? Wat levert het op voor de regio en waarom?
A. de overheden en partners proberen hun doelen (het wat) concreter te verbinden aan de ondernemers en onderzoek (het hoe). Dit helpt effectievere bijdragen vanuit initiatieven aan overheidsopgaven en faciliteert initiatieven meer in de realisaties van hun plannen. B. kennisinstellingen participeren graag in goed georganiseerde "living labs", in een samenspel van toegevoegde waarden van partijen. Een gebiedscoalitie kan bijdragen aan draagvlak, integraliteit en gezamenlijke focus. Dit geeft een voorsprong ten opzichte van andere regio’s: alleen ga je sneller, samen kom je verder. C. Het ministerie van LNV is geïnteresseerd in deze gebiedsgerichte benadering voor de realisatie van wettelijke doelen. Het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) wordt vernieuwd met oa de gebiedsgerichte aanpak Door al toe te werken naar gebiedsafspraken voor klimaat‐ en biodiversiteit kan hierop vooruit worden gewerkt. Het effect zal zijn dat ‐ boeren een goed aansluitende aanvraag voor het GLB in 2023 in kunnen dienen. ‐ gemeenten o.a. hun landschappelijke opgaven kunnen realisteren ‐ provincie o.a. biodiversiteitsdoelstellingen vorm kan geven ‐ wetterskip watersysteemmaatregelen qua klimaatadaptatie kunnen benoemen – TBO’s en FMF uitvoering kunnen geven aan hun visie natuerlik Fryslan 2050 ‐ kennisinstelling bij kunnen dragen met de borging van kennis en resultaten.
33
4. Hoe draagt het bij aan de ambitieuze stip? De kwaliteit van leven (=brede welvaart) is hoog door de rust en de ruimte en de natuurlijke omgeving, waardoor het gebied nog aantrekkelijker wordt voor wonen, werken en recreëren. Grondeigenaren worden toekomstbestendig beloond voor hun ecosysteem diensten. 5. Context: wat nog van ANNO II / Versnellingsagenda / Mienskip / samenhang andere opgaven ANNO III Het bouwt voort op ANNO I en II en sluit aan op de initiatieven die reeds in het gebied in uitvoering zijn. Ook zijn er dwarsverbanden met de opgave warmte‐ en energietransitie (opgaventafel 1). 6. Wijze van samenwerken: uitvoeren / afstemmen / lobby Afstemmen en lobby ten behoeve van het faciliteren van de organisaties met concrete doelstellingen en grond. Uiteindelijk concrete uitvoering van de gebiedsafspraken voor klimaat en biodiversiteit. 7. Projecten en beoogde projecten Gebiedsafspraken voor klimaat en biodiversiteit incl. organisatorisch en juridisch kader, financieringsconstructie en concrete maatregelen. 8. Met wie: wie welke rol en welke partijen uit Mienskip? Rijk, Provincie, Gemeenten, Wetterskip, FMF/ TBO’s, NFW, Waadrâne, WUR, RUG, VHL. 9. Middelen: zicht op geld en omvang inzet? Vervolg Regiodeal EU middelen TKI project Laag Nederland Groeifonds
Achtergrond informatie Redenering voor aangedragen aanpak voor de ambtelijke verkenning, op hoofdlijnen: Er loopt al zoveel (zie hieronder in de bijlage analyse lopende initiatieven). Zijn we daar als overheden overal goed op aangesloten? Kunnen we deze initiatieven meer in samenhang brengen en zo meer middelen uit Europa of andere bronnen halen? Er is gelijkwaardigheid nodig tussen alle partners op strategisch niveau. In de uitvoering zal het zwaartepunt minder bij gemeenten liggen en meer bij de partners in het landelijk gebied Oplossingen in het landelijk gebied vragen om integraliteit. Behandel de drie onderwerpen klimaatadaptatie, nieuwe landbouw en biodiversiteit (en energie) dan ook niet los, maar werkt toe naar een integraal advies Grienblau. Wettelijke opgaven komen vanuit Europa en het Rijk. Het Rijk is actief op zoek naar het samenwerken met regio’s. Bereid de interbestuurlijke samenwerking uit met LNV en I&M, zodat zij onderdeel van de oplossing kunnen zijn. Doe dit in een tweetrapsraket: eerst de agenda regionaal bepalen, dan aansluiting zoeken op andere niveaus. Transities kunnen alleen plaatsvinden als alle O’s participeren, overheid, onderwijs en ondernemers. Hier ligt een rijke historie binnen ANNO I en II. Borduur daar op voort en richt op een publiek‐private agenda.
De strategische samenwerking tussen WUR, gemeente Leeuwarden en Provincie heeft geleid tot een strategisch overleg waar energie zat en welke nu goed zou passen binnen de gevraagde verkenning van ANNO III. Koppel het verslag van deze bijeenkomst terug aan de deelnemers, informeer hen over de verkenning van ANNO III en nodig hen uit om agendabepalende bijeenkomst bij te wonen. Dit sluit aan bij de gemaakte afspraak om een vervolgoverleg op basis van ene doelagenda te organiseren. Nodig hier aanvullend ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeenten, het Wetterskip en het Rijk uit.
34
Voorgestelde inhoudelijke focus/ agendering 1. Periode 2021 – 2023 interbestuurlijk actief participeren en aansluiten bij de lopende initiatieven (daar waar dit actiever/ integraler kan), Regiodeal NIL, Regiodeal NOF, Kenniscluster Verzilting, Better Wetter door te verkennen hoe de eigen doelen ingebed kunnen worden en/of een vliegwiel kunnen krijgen vanuit deze initiatieven. Kortom vanuit de O – van overheid actief als deelnemer participeren om beleidsinstrumenten en wet‐ en regelgeving passend(er) te maken en om maatschappelijke doelen te implementeren. In deze deals wordt gewerkt aan de benoemde thema’s: klimaatadaptatie, transitie van de landbouw en biodiversiteit. Voor deze stap: doelen overheden concretiseren en in beeld brengen. 2. Periode 2021 – 2023 in de regio werken aan meer samenhang en daarvoor extra Europese samenwerking en financiering organiseren in samenwerking met Wur@Fryslân e.a. Veel meer de faciliterende kennis en kunde in zetten om de doelen in het gebied te voorzien van kennis, kunde en financiering. 3. Periode 2021 – 2023 toewerken naar een gebiedscontract met grondeigenaren vanaf 2024. Deze periode benutten voor: a. Het uitwerken van de doelen (die regionaal moeten worden ingebed) en het stapelen van doelen/ integrale aanpak b. Het uitwerken van de beloningsstructuur (publiek en privaat) daarbij voor de grondeigenaren/ gebruikers. 4.
Periode 2024 afsluiten gebiedscontract publiek – privaat
Bijlage
Analyse van lopende initiatieven
Geschiedenis Anno I en Anno II (https://www.noardeast‐fryslan.nl/sites/default/files/2019‐
05/ANNO%20II%20‐%20Agenda%202016‐2020%20Netwerk%20Noordoost‐gecomprimeerd.pdf) . Veel actieve stakeholders en veel projecten in initiatieven in Noordoost Fryslân (zie overzicht projecten en initiatieven oktober 2020). Belangrijke initiatieven: o Regiodeal Noordoost Friesland https://www.noardeast‐fryslan.nl/sites/default/files/2019‐ 04/Versnellingsagenda%20en%20businesscases%20Noordoost%20Frysl%C3%A2n.pdf#:~ :text=Agenda%20Netwerk%20Noordoost%20%28ANNO%20I%20en%20II%29%2C%20de, regio%20is%20om%20te%20wonen%2C%20werken%20en%20recre%C3%ABren. De regio
heeft tot doel om in Noordoost Fryslân een economisch slim en ecologisch verantwoorde agrarische sector te hebben, die als kennislab kan fungeren voor de rest van Nederland (‘van krimp naar kraamkamer’). Hierin is ook de verbinding tussen agri en food, tot een agrifoodcluster van belang. Met het project “Fjildlab Noordoost Fryslân” wordt ingezet op productkennis en kwaliteit en kennis over landbouwgrond, gecombineerd met alle denkbare technologieën en er worden stappen gezet naar uitvoeringsplannen en verdienmodellen. Dit gebeurt op acht thema’s, van gezonde bodem tot duurzame energie, mest, voer en voeding. Daarnaast wordt afstemming en verbinding met andere regionale projecten gezocht, zoals de publiek‐private samenwerking Biobased Economy Friesland en het Brûsplak. Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw https://www.regiodealnatuurinclusievelandbouw.nl/ o Holwerd aan Zee https://www.holwerdaanzee.nl/ o Dijkversterkingsontwikkeling Koehoorn Lauwersmeer o Het Brûsplak is onderdeel van het regionale programma ‘Better Wetter: de proeftuin voor toekomstbestendig waterbeheer, voor ecologie en economie. Een beter, gezonder en duurzamer watersysteem in het veenweidegebied in de regio Noordoost Fryslân. Dat is wat Better Wetter wil.
www.betterwetter.nl Binnen de regio zijn TBO’s en particuliere natuurbeheerders actief met inrichting en beheer van natuur, landschap en biodiversiteit binnen het NNN. Binnen de regio zijn uitvoeringspartners van het Wetterskip actief met inrichting en beheer van waterschap doelen. Binnen de regio zijn agrarische collectieven actief met inrichting en beheer van agrarisch natuurbeheer. Bovenstaand ruimtelijk beheer sluit (in de toekomst steeds beter) aan op basis van een gebiedsvisie en ‐ plan (binnen het kader van het Natuurbeheerplan van de provincie. 35
Er zijn meerdere landschapsvisie(s) ontwikkeld vanuit diverse organisaties. Zo heeft de Provincie haar visie op het biodiversiteitsherstel uitgewerkt, hebben gemeenten landschapsvisies opgesteld en verwoorden de TBO’s in ‘Natuurlijk Fryslân’ hun natuur‐ en landschapsvisie. Deze visies vormen goede bouwstenen om concreet verder aan te werken. Binnen de regio zijn coöperaties actief die collectief duurzame energie opwekking organiseren De provincie heeft vanuit Europa of het Rijk opgelegde specifieke doelen; CO2‐reductie (veenweideprogramma en RES), klimaatakkoord ‐> Friese klimaatatlas, verbeteren van de waterkwaliteit (KRW‐programma), inrichten en beheren van het Natuur Netwerk (Natuer mei de Mienskip) en de structurele aanpak stikstof (gebiedsgerichte aanpak stikstof). De Provinciale landbouwagenda staat eind juni gepland voor behandeling in PS. De Landbouwagenda richt zich op faciliteren, versnellen en versterken van het groene ondernemerschap voor de Agrofoodsector. Provincie Fryslân, gemeente Leeuwarden en de Wageningen Universiteit (WUR) zijn een strategische samenwerking aangegaan in 2020. Er worden kansen gezien om samen met de betrokkenen en partners in Friesland aan de slag te gaan om met elkaar aan de slag te gaan in dit unieke “levende laboratorium”.
Er wordt ingespeeld op vraagstukken die nu blijven liggen op het gebied van duurzame, circulaire en natuurinclusieve landbouw, maar ook op vraagstukken die te maken hebben met economische verdienmodellen naast maatschappelijke thema’s als krimp en leefbaarheid. Aangesloten wordt bij gebieden waar energie zit. NOF is één van die gebieden. Op 26 oktober 2020 heeft hiervoor een strategisch overleg plaatsgevonden, met als doel om met de belangrijke stakeholders in de regio na te denken welke uitdagingen er liggen en hoe we door meer samenhang en samenspel een extra impuls kunnen geven aan bestaande initiatieven dan wel nieuwe initiatieven. Afsluitende afspraak: er komt een vervolgoverleg op basis van een doelagenda.
36
Tafel 7.1 ANNO III De ambitie van Noordoost – opgave 7 De opbrengst van tafel 7 is één op één in de samenwerkingsagenda opgenomen en zit daarom niet in het bijlagenboek.
37
Tafel 7.2 A4 uitkomst verkenning en advies ANNO III thema Regiomarketing Algemeen Het onderwerp regiomarketing had in het proces om de samenwerkingsagenda ANNO III te laden aanvankelijk een plek gekregen binnen opgavetafel 3: Regiomarketing en Economie. Het bleek echter beter om dit onderwerp op te tillen naar een overkoepelend niveau, bij opgavetafel 7: Stip, ambitie topregio. Om een topregio te worden is het natuurlijk belangrijk om aandacht te besteden aan hoe je jezelf dan in de markt of in de etalage zet. Wat pakken we samen op? We gaan samen het verhaal van de regio maken, om het vervolgens ook uit te dragen. Het verhaal van Noordoost Fryslân, moet van ons allemaal worden; bestuurders en ambtenaren, maatschappelijke partners en niet in de laatste plaats onze bedrijven en inwoners, onze Mienskip. Het verhaal van de regio is input voor en onderdeel van een regiomarketingstrategie. Wat levert het voor onszelf op? De winst die een goede regiomarketingcampagne oplevert, zal elke partij winst opleveren. Maar dit is niet per gemeente te specificeren. Een toerist houdt tijdens zijn vakantie per slot van rekening geen rekening met de gemeente‐ of regiogrenzen. Zo gaat het ook met werkgelegenheid of iemand die een plek zoekt om te wonen; bij een goed aanbod profiteren wij daar allemaal van.
Wat levert het de Regio op? Een gezamenlijk verhaal en strategie zorgen ervoor dat we weten wie we zijn en waar we van zijn, we weten hoe we dit uit kunnen dragen en het zorgt ervoor dat we onszelf in de etalage kunnen zetten. We zijn zichtbaar voor onze eigen bewoners en voor mensen van buiten. De strategie voor regiomarketing kan ter ondersteuning dienen bij onze lobby. Hoe draagt het bij aan de ambitieuze stip op de horizon? Regiomarketing is een van de dragers om een topregio te kunnen worden. Het is een belangrijk hulpmiddel om onze ambitie te bereiken. We willen de kwaliteiten van de regio zichtbaar maken. Dit kan uitmonden in een situatie waarin je als regio gevonden wordt, niet alleen door toeristen en nieuwe bewoners, maar ook door nieuw te vestigen bedrijven en partners die met ons willen samenwerken aan bijvoorbeeld innovaties. Context Binnen eerdere agenda’s heeft regiomarketing altijd een rol gehad. Dit was dan vooral gericht op recreatie en toerisme. Binnen ANNO III willen we dit breder trekken en kunnen bijvoorbeeld ook onderwerpen als wonen en werken betrokken worden, zoals bij Dwaande ook de bedoeling was. Wijze van samenwerken op ANNO Bestuurlijk en ambtelijk willen we samen werken aan een regionale marketingstrategie. Hierin wordt nauw verband gezocht met de lobby voor de krachtige regio en alle andere opgaven. We pakken de uitvoering samen op.
(Beoogde) projecten en middelen De regiomarketing is het project dat vraagt om een lange adem en focus. Er zal gestart moeten worden met het opstellen van een regiomarketingstrategie, hieraan zal een uitvoeringsprogramma en communicatiekalender gekoppeld moeten worden die kan leiden tot deelprojecten. Dit alles in nauwe aansluiting bij de andere ANNO‐projecten en opgaven. De uitvoering leggen we neer bij een bedrijf dat gespecialiseerd is in marketingcampagnes, die de opdracht krijgt om na te gaan in 38
hoeverre gebruik gemaakt kan worden van de ouder strategie in het doel om een topregio te worden. Met wie (welke rol en welke partijen)? De regiomarketingstrategie wordt door alle partijen samen geformuleerd onder begeleiding van een extern bureau. De strategie moet aansluiting vinden bij alle andere opgaven, maar met name bij economie, wonen en bereikbaarheid en bij de ambitie/lobby. Daarnaast moet contact gezocht worden met de Stichting Regiomarketing Toerisme. Advies Het advies aan de Colleges is om in de agenda van ANNO III voor het thema Regiomarketing het opstellen van de Regionale Marketingstrategie als resultaat te stellen.
39