CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

13 - Bijlage 3 - ANNO III Bijlagenboek

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 25 november 2021, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Agenda Netwerk Noordoost III (besluitvormend, bespreekstuk)12.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BIJLAGEN BOEK ANNO III 2022 - 2025

SAMENWERKINGSAGENDA REGIO NOORDOOST FRYSLÂN DECEMBER 2021

Inhoudsopgave Bijlage 1

Bijdrage van prof. dr. Marijn Molema ................................................................................. 3

Bijlage 2

Bijdrage van prof. Caspar van den Berg .............................................................................. 5

Bijlage 3

Toelichting FSP op regionale monitor brede welvaart Noordoost Fryslân ......................... 6

Bijlage 4

Demografische trends en verbondenheid in de regio......................................................... 9

Bijlage 5

Adviezen van de opgaventafels ......................................................................................... 11

Tafel 1.1

Resultaat opgaventafel ‘Wonen en Energie‐ & Warmtetransitie’ .................................... 12

Tafel 2.

Advies Opgaventafel Mobiliteit ............................................................................................. 20

Tafel 3.

A4 uitkomst verkenning en advies ANNO III thema Economie ............................................. 23

Tafel 4.1

Cultuur ............................................................................................................................... 26

Tafel 4.2

Leefbaarheid ...................................................................................................................... 28

Tafel 5.

A4 uitkomst verkenning en advies ANNO III thema Zorglandschap ..................................... 30

Tafel 6.

Oogst ambtelijke Verkenning Grienblau ANNO III ................................................................ 32

Tafel 7.1

ANNO III De ambitie van Noordoost – opgave 7 ............................................................... 37

Tafel 7.2

A4 uitkomst verkenning en advies ANNO III thema Regiomarketing................................ 38

2

Bijlage 1

Bijdrage van prof. dr. Marijn Molema HET VERHAAL VAN NOORDOOST-FRYSLÂN

Bijdrage bestuursbijeenkomst ANNO III d.d. 5-2-2021 prof. dr. Marijn Molema (FSP) 1. ANNO III heeft een verhaal nodig, het verhaal van Noordoost-Fryslân Cijfers, rapportages, analyses liggen voor het grijpen, maar zullen ANNO III niet kunnen begeesteren. Een nieuwe cyclus van regionale samenwerking heeft inspiratie van een onderliggend verhaal: het verhaal van Noordoost-Fryslân. In het verhaal worden de grote uitdagingen van onze tijd vertaald naar de relatief overzichtelijke wereld van de regio. In de verbinding tussen het globale en het lokale ontstaan nieuwe beelden van toekomstige ontwikkeling. Die beelden zijn belangrijk, omdat ze samenhang geven aan de complexe praktijk van lokaal en regionaal beleid. Dat beleid kent zoveel verschijningsvormen dat het soms moeilijk is om de grote lijn te zien. Een verhaal kan die grote lijn aanbrengen. Het verbindt de mensen die, elk in hun eigen gemeente, aan het behoud van welvaart in de toekomst werken. Naast deze interne werking kent het verhaal van Noordoost-Fryslân ook een externe werking. De mate waarin een regio op provinciaal, nationaal of Europees niveau wordt waargenomen, hangt sterk af van het onderscheidende profiel dat een regio heeft. Met gebieden zonder een herkenbaar profiel wordt minder rekening gehouden.

Regio’s met een duidelijke omtrek en identiteit staan wel op het vizier van hogere machten, waardoor er meer rekening wordt gehouden met hun belangen. De aanwijzing van Noordoost-Fryslân als proeftuin in 2016, door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, is een illustratie daarvan. Het was de goede presentatie, voortvloeiend uit ANNO II, waardoor NoordoostFryslân werd gezien als hét voorbeeld van een niet-verstedelijkte regio met een duidelijke ambitie. 2. Kwalitatieve groei als kader voor een raamvertelling Een verhaal heeft altijd een rode draad nodig, een kader waarbinnen de verschillende opgeroepen beelden hun samenhang en betekenis krijgen. Lange tijd fungeerden projecties van kwantitatieve groei als rode draad van het verhaal over onze toekomst, ook in de regio. Een groeiende bevolking moest gehuisvest worden waardoor nieuwe woonwijken nodig waren. Ook moest er werk komen, veel meer dan de agrarische sector bood en daardoor moest er geïndustrialiseerd worden. De groei van de industrie betekende een toekomst voor het individu en het collectief. De 21ste eeuw verlangt andere toekomstprojecties. Tegen de achtergrond van onomkeerbare demografische structuurverandering, en de balansdiscussie tussen economie en ecologie, kan kwantitatieve groei niet langer ons toekomstbaken zijn.

Daarentegen moeten we een veel bredere kijk op ontwikkeling gaan cultiveren en een plek geven in ons toekomstverhaal. We krijgen daarvoor de taal van ‘brede welvaart’ aangereikt. Brede welvaart identificeert thema’s die ons leven de moeite waard maken. Naast materiële welvaart en arbeid wordt de kwaliteit van leven ook bepaald door welzijn, wonen, milieu, sociale binding, een gevoel van veiligheid en onze natuurlijke omgeving. 3. Het onderscheidende karakter van Noordoost-Fryslân in drie verhaallijnen De thema’s van brede welvaart kunnen helpen om een nieuwe rode draad te vinden, gericht op kwalitatieve groei. De taal van brede welvaart is echter een hulpmiddel, het biedt geen kant-en-klaar toekomstverhaal. Om het verhaal over de brede welvaartsontwikkeling van Noordoost-Fryslân te vormen, kunnen we verhaallijnen aanbrengen. Verhaallijnen selecteren kwaliteiten en potenties die de regio kenmerkend maken en onderscheiden van het gemiddelde. Ze helpen om het profiel van de regio te scheppen. We kunnen bijvoorbeeld drie verhaallijnen aanbrengen. Ten eerste zijn er in Noordoost-Fryslân Mensen van Doorpakkers. De mentaliteit van het gebied is geworteld in een agrarische samenleving waarin hard werken vanzelfsprekend was. Dat gold zowel op de keuterboerderijen van de zandgronden als op de grote boerderijen van de kleigronden.

De aanpakmentaliteit is doorgegeven aan volgende generaties, en heeft ook in de 20ste eeuw zijn stempel gedrukt. Waarden als zelfredzaamheid, autonomie en inventiviteit hebben voeding gegeven aan de normen en waarden van de mensen. Ze liggen ook ten grondslag aan de bloei van de bouw- en metaalnijverheid. Maar ook op gebieden als welzijn, wonen, en sociale binding is de mentaliteit van het doorpakken een waardevolle potentie. Een tweede verhaallijn sterkt de identiteit van Noordoost-Fryslân als een Land van Mogelijkheden. Kwantitatieve groeistrategieën van weleer hebben de regio goed geoutilleerd. In nationaal opzicht mag de regio perifeer liggen, maar het wegennet is op hoofdlijnen af met de Centrale As als sluitstuk. Er zijn goede industrieterreinen en stevige centrumplaatsen in zowel het noorden en 3

zuiden van het gebied. Meest onderscheidend is echter de binding tussen de mensen en hun landschap. Zowel aan de Waddenkust als in de Noardlike Fryske Wâlden ervaren de inwoners een sterke band, die ertoe heeft bijgedragen dat de regio een koploper is in natuurinclusieve vormen van landbouw. Als we willen groeien op krimpgebied biedt deze kwaliteit extra mogelijkheden naar de toekomst. Extra mogelijkheden schuilen ook in de regio als een aantrekkelijk gebied om te wonen, te recreëren en duurzame energie op te wekken. De derde verhaallijn schetst een Regio met Organisatiekracht. Samenwerking in het verband van Noordoost-Fryslân begon in 1978 met het gelijknamige actieprogramma. In 2028 kan er dus sprake zijn van 50 jaar Noordoost-Friese samenwerking! Er zijn twee redenen om de organisatiekracht te koesteren. Ten eerste is er de ruimtelijke vorm van de regio. We zouden die als een U kunnen zien, waarin links van de U Leeuwarden ligt, onder de U Drachten en rechts van de U de provincie Groningen. De gebieden links en onder hebben een andere ruimtelijke oriëntatie, omdat Leeuwarden en Drachten zichzelf zien als de belangrijkste stedelijke concentraties van Fryslân die zich moeten manifesteren in (Noord-)Nederlands verband. Ten rechterzijde van de U is de scheiding meer sociaal-cultureel van aard.

Door deze markeringen ontstaat een gebied met vergelijkbare ruimtelijk-economische, sociale en culturele kenmerken. Een gemeenschappelijk schrikbeeld als zou het gebied van de economische ontwikkelingskaart vallen, dreef de gemeenten in de jaren 1990 samen. Gezamenlijke plannen monden uit in oprichting van het NOFA-verband in 2002 en tot ANNO in de jaren 2010. De tweede reden voor het koesteren van dit regionale verband schuilt precies in die historische ontwikkeling. Promotieonderzoek van Bart Hoogeboom wijst uit dat Noordoost-Fryslân het in vergelijking met andere regio’s goed doet als het gaat om regionale ontwikkelingsplanning, juist omdat de structuren van samenwerking niet elke vijf jaar volledig worden omgegooid. Continuïteit is dus een afzonderlijke factor in de organisatiekracht van regio’s. In het verhaal van Noordoost-Fryslan kan deze bestuurlijke samenwerking benadrukt worden, waarbij verder vorm gegeven kan worden aan samenwerking tussen overheden en de Mienskip. 4. Focus van ANNO III moet in het verlengde van het verhaal en de verhaallijnen liggen De potentiële opgaven voor ANNO III liggen voor het grijpen en zijn mooi samen gebracht in een groslijst die aandacht besteed aan onder andere wonen, onderwijs, zorg, bereikbaarheid, gebiedspromotie en economie. Tezamen zijn ze teveel om allemaal in een nieuw bestuursprogramma op te nemen.

Maar welke opgaven ook geselecteerd worden, hun legitimatie en inspiratie moeten ze ontlenen aan het verhaal van Noordoost-Fryslân. Dit verhaal geeft een beeldende toekomstvisie die zorgt voor interne samenhang en verbinding. De externe werking is minstens zo belangrijk en zorgt ervoor dat NoordoostFryslân blijvend waargenomen wordt als een gebied met onderscheidende potenties, die ondersteuning in hun brede welvaartsontwikkeling verdient. ***

4

Bijlage 2

Bijdrage van prof. Caspar van den Berg

Noordoost Fryslân heeft goud in handen door Prof. Caspar van den Berg, hoogleraar global and local governance Rijksuniversiteit Groningen / campus Fryslân, uitgesproken tijdens de informerende bijeenkomst over de regionale samenwerking in Noordoost Fryslân op 3 maart 2021 Noordoost Fryslan heeft goud in handen. Waarom zeg ik dit? Omdat de randvoorwaarden om gezamenlijk meters te maken voorhanden zijn: (1) hoge kwaliteit van samenleving en leefomgeving en (2) een sterk bestuurlijke regionaal ecosysteem. De eerste randvoorwaarde heeft te maken met de kracht van het gebied. Er is een tijd geweest dat we de kracht van regio’s puur en alleen in termen van regionaal BBP bezagen. Nou die tijd is voorbij. Op dit moment is het denken in termen van brede welvaart ook breed ingedaald, niet alleen bij regionale bestuurders (Geluk op 1), maar ook bij de werkgeversorganisaties en de politieke partijen (zie verkiezingsprogramma’s). En zo bezien is Noordoost Fryslân een regio met hele sterke punten als het gaat om sociale cohesie, welzijn, wonen, veiligheid en milieu. De uitdagingen liggen op het vlak van de economische ontwikkeling en het voorzieningenniveau. De antwoorden die daarop gevonden gaan worden, moeten niet dezelfde antwoorden zijn die in de dichtbevolkte gebieden van Nederland gevonden zijn.

Want daar betalen mensen de prijs voor hogere economische welvaart in de vorm van lage woontevredenheid, minder goede gezondheid, lagere sociale cohesie en welzijn, en minder veiligheid. Er moet dus een gericht en eigen strategie komen voor de ontwikkeling van deze regio, die de plussen behoudt en de minnen doet bijtrekken. Dat is een mooie opgave om je tanden in te zetten, maar persoonlijk denk ik dat het een te grote en te brede opgave is voor gemeenten om afzonderlijk te tackelen. Daarvoor moet je de handen ineen slaan. En dat brengt mij bij mijn tweede punt, de wil en het vermogen om in de regio samen te werken. Jullie regio heeft de afgelopen jaren zien dat de wil en het vermogen om goed samen te werken, er is. Jullie waren als regio bij de eersten die een regio‐deal binnen wisten te halen, met een goed doordacht plan. Als ik voor ons onderzoek mensen in Den Haag spreek over de regio‐deals, dan wordt altijd gezegd dat het belangrijkste criterium is dat de regio zijn onderlinge samenwerking goed op poten moeten hebben en dat de doelen kraakhelder en doordacht moeten zijn. Dat was bij jullie het geval. En een scepticus kan zeggen: het binnenhalen van een regiodeal is nog geen resultaat, dat draagt bij aan de middelen om in de toekomst resultaat te boeken.

Ik vind het binnenhalen van een regio‐deal wel een wapenfeit op zichzelf, omdat het niet gemakkelijk is om er één binnen te halen. En bovendien kent tegenwoordig bijna iedereen in Nederland het idee van Holwerd aan Zee, het is een posterboy van visionair denken op de regionale schaal en bottom up regionale ontwikkeling geworden. Daarom is het volgens mij heel logisch om samen verdere stappen te zetten. Het platform voor samenwerking en afstemming ligt er. Het gebied zit logisch in elkaar, als groep plattelandsgemeenten tussen Leeuwarden, Groningen en drachten in. De samenwerking staat bij de provincie en bij het rijk op de kaart, en daar liggen ook straks met een nieuwe kabinet kansen. De partijen waar jullie het van moeten hebben, zien jullie niet meer als Calimero, dus het is goed om dat zelfbeeld, voor zover het bestaat, ook van je af te werpen. Zelfbewust kansen creëren en benutten, en ook verantwoordelijkheid nemen voor de eigen toekomst. Ik kom in heel veel regio’s in het land die jaloers kunnen zijn op de gebiedsanalyse en de samenwerking die er bij jullie ligt. Het heeft goed onderbouwde prioriteiten en een heldere afbakening van onderwerpen. Dat biedt kansen om de volgende stap te zetten naar een nog sterkere regio in 2040.

5

Bijlage 3 Toelichting FSP op regionale monitor brede welvaart Noordoost Fryslân

6

Factsheet MEI 2021

REGIONALE MONITOR BREDE WELVAART NOORDOOST FRYSLÂN

BREDE WELVAART BETREFT DE KWALITEIT VAN LEVEN IN HET HIER EN NU EN DE MATE WAARIN DEZE TEN KOSTE GAAT VAN DIE VAN LATERE GENERATIES OF VAN DIE VAN MENSEN ELDERS IN DE WERELD.

NOORDOOST FRYSLÂN IN VERGELIJKING MET NEDERLAND De vier gemeenten in Noordoost Fryslân (Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Tytsjerksteradiel) hebben een Regio Deal gesloten om de brede welvaart in de regio te verbeteren. Het achterliggende idee is om met een brede blik naar ontwikkeling en groei te kijken, en niet alleen in economische zin. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft een regionale Monitor Brede Welvaart ontwikkeld. Deze bevat drie dimensies. De eerste dimensie, hier en nu, bevat 8 thema’s die belangrijk zijn voor de kwaliteit van leven: welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu. Het Fries Sociaal Planbureau heeft de cijfers uit deze CBS-monitor voor de regio Noordoost Fryslân op een rij gezet met een eerste duiding. De regio Noordoost Fryslân wordt hierbij steeds vergeleken met Nederland.

Brede welvaart Noordoost Fryslân vergeleken met Nederland

Milieu

Welzijn

Veiligheid

Materiële welvaart

Samenleving

Gezondheid

NOORDOOST-FRIESE PARADOX De algemene uitkomsten uit de analyse van de indicatoren van de regionale Monitor Brede Welvaart in Noordoost Fryslân bevestigen conclusies uit eerder FSP-onderzoek, die duiden op een ‘Friese paradox’. Net als de provincie Fryslân doet ook de regio Noordoost Fryslân het relatief goed op de thema’s ‘welzijn’, ‘samenleving’ en ‘veiligheid’. Dit ondanks een lagere materiële welvaart, die meestal als een belangrijke voorwaarde wordt gezien voor het welzijn en de sociale samenhang.

Wonen

Arbeid en vrije tijd

Gunstig Ongunstig Gelijk Geen data

RESULTATEN NOORDOOST FRYSLÂN

EEN VITALE EN KRACHTIGE REGIO

De resultaten voor de regio Noordoost Fryslân laten dus een variant op de Friese paradox zien. Inwoners van Noordoost Fryslân zijn vergeleken met heel Nederland tevredener over het leven en de ervaren gezondheid. Ook doen ze in verhouding veel vrijwilligerswerk. Ten slotte vinden er in deze regio veel minder misdrijven plaats dan gemiddeld in Nederland. Daar staat tegenover dat het bruto binnenlands product (bbp) per inwoner en het besteedbaar inkomen lager ligt dan landelijk. Ook zijn er minder hoogopgeleiden vergeleken met de rest van Nederland. Bij het thema gezondheid valt op dat inwoners van de regio Noordoost Fryslân vaker overgewicht hebben.

Een vitale en krachtige regio, waar het goed wonen, werken, leren en recreëren is. Dat is het doel van de regio Noordoost Fryslân. Eén conclusie op basis van deze eerste regionale Monitor Brede Welvaart is dat de regio met de speerpunten in de Regiodeal inzet op de juiste thema’s. Aandachtsgebieden als ambitie in het onderwijs, aansluiting bij de arbeidsmarkt, innovatievermogen en regiobranding kunnen bijdragen aan brede welvaart in de regio, mits die niet ten koste gaan van sociale en landschappelijke waarde en leefbaarheid. Het FSP helpt de regio om de beleidsmaatregelen te koppelen aan brede welvaart.

GUNSTIG IN NOORDOOST FRYSLÂN IN VERGELIJKING MET NEDERLAND

ONGUNSTIG IN NOORDOOST FRYSLÂN IN VERGELIJKING MET NEDERLAND

De eerste analyse en duiding van de regionale monitor Noordoost Fryslân geeft een breed, integraal beeld van de stand van zaken op dit moment in vergelijking met de rest van het land. In de komende jaren zal het FSP de monitor doorontwikkelen. Met aanvullende cijfers wordt de regionale monitor verder passend gemaakt voor de regio.

TEVREDENHEID MET HET LEVEN Nederland 87% Achtkarspelen 88% Dantumadiel -* Noardeast-Fryslân 90% Tytsjerksteradiel 91%

DEELNAME AAN VRIJWILLIGERSWERK Nederland 47% Achtkarspelen 53% Dantumadiel -* Noardeast-Fryslân 50% Tytsjerksteradiel 52%

GEREGISTREERDE MISDRIJVEN Nederland 47% Achtkarspelen 25% Dantumadiel 22% Noardeast-Fryslân -* Tytsjerksteradiel 21%

MEDIAAN BESTEEDBAAR INKOMEN PER HUISHOUDEN

PERCENTAGE HOOGOPGELEIDE BEVOLKING Nederland 33% Achtkarspelen 21% Dantumadiel 19% Noardeast-Fryslân 21% Tytsjerksteradiel 28%

OVERGEWICHT 49% Achtkarspelen 58% Dantumadiel 54% Noardeast-Fryslân -* Tytsjerksteradiel 28%

Nederland Achtkarspelen Dantumadiel Noardeast-Fryslân Tytsjerksteradiel

€ 25.600 € 23.400 € 23.400 € 23.700 € 25.900

Nederland

* Geen CBS-data beschikbaar

Fries Sociaal Planbureau Doelestraat 8a 8911 DX Leeuwarden (058) 234 85 00 info@fsp.nl www.fsp.nl Het Fries Sociaal Planbureau wordt gesubsidieerd door de provincie Fryslân.

MEER WETEN OVER DIT ONDERZOEK? Meer weten over brede welvaart in Noordoost Fryslân? Lees hier het uitgebreide rapport. Daarin staat ook meer over de verschillen tussen de gemeenten in Noordoost Fryslân. Contactpersoon: Wouter Marchand, onderzoeker FSP, wmarchand@fsp.nl.

Bijlage 4

Demografische trends en verbondenheid in de regio

In Noordoost Fryslân hebben we te maken met een aantal demografische veranderingen. Alhoewel het aantal inwoners sinds 2006 jaarlijks afneemt in de regio, stijgt het aantal huishoudens nog tot 2030 is de verwachting. Dit zegt iets over het aantal woningen dat nodig is op korte en lange termijn. De afname van het aantal inwoners verschilt per prognose, maar duidelijk is wel dat het proces voortgaat. Dit is niet gelijkmatig verdeeld over de regio: naast dorpen waar het aantal inwoners afneemt zijn er ook groeikernen. De regio krijgt te maken met zowel vergrijzing als ontgroening. Dat betekent dat een groter aandeel van de inwoners 65 jaar en ouder is, en dat juist het aandeel jongeren kleiner wordt. Het demografisch dividend neemt daardoor af. De groep die de economie draaiende houdt en min of meer voor de andere groepen zorgt, ruwweg de mensen in de leeftijd tussen de 20 en 65, neemt relatief af. Dus minder schouders om het werk te doen en de lasten te dragen.

Omvang leeftijdsgroepen Regio Noordoost, prognose 70 60 50 40 30 20 10 0 2020

2030

0‐20

2035

2040

20‐65

2045

2050

65+

bron: Provincie Fryslân, Bevolkingsprognose 2020

Bevolkingsomvang Regio Noordoost, prognose 125000 120000 115000 110000 105000 100000 95000 90000 2020

2025

2030

2035

2040

2045

bron: Provincie Fryslân, Bevolkingsprognose 2020

9

2050

Aantal huishoudens Regio Noordoost, prognose 54000 53000 52000 51000 50000 49000 48000 47000 46000 45000 2020

2025

2030

2035

2040

2045

2050

bron: Provincie Fryslân, Bevolkingsprognose 2020

Verbondenheid in de regio De verbondenheid in de regio is relatief groot, zo blijkt uit de Vitaliteitsscan 2020. Voortgezet onderwijs en dagelijkse boodschappen vinden bijna geheel in eigen regio plaats. Ruim veertig procent van de beroepsbevolking werkt in de eigen gemeente en twintig procent in een naburige gemeente binnen de regio. De uitgaande pendel gaat voor een groot deel naar Leeuwarden (20%) of Drachten en overig Fryslân (samen ook 20%). De Noordoost Friezen zijn honkvast. Wanneer ze wel verhuizen is dit vaak binnen de regio. Bedrijven doen veertig procent van hun eigen inkopen in de regio, afnemers van producten en diensten bevinden zich voor 52 procent van de omzet in eigen regio. Ook de bestuurlijke verbondenheid is groot. De samenwerking tussen de overheden gaat terug naar 1978, waar het begon met het actieprogramma Samenwerking in het verband van Noordoost Fryslân. Sindsdien weten overheden elkaar structureel te vinden om de regio verder te brengen.

10

Bijlage 5

Adviezen van de opgaventafels

De opgaven voor ANNO III zijn geformuleerd aan zogenaamde Opgaventafels in gecombineerde sessies van bestuurders en ambtenaren, soms ook met maatschappelijke partners erbij. De inbreng van de gemeenteraden eind maart 2021, is daarin meegewogen. De Opgaventafels hebben per opgave een advies opgeleverd om een opgave al dan niet op deze agenda te zetten. Vervolgens is door bestuurders integraal afgewogen welke opgaven gezamenlijk opgepakt worden. Deze zijn ter verdieping in dit bijlagenboek opgenomen, en dienen als basis voor de op te stellen uitvoeringsplannen. 1.1

Resultaat opgaventafel ‘Wonen en Energie- & Warmtetransitie’

1.2

Opgaven Wonen Energie- en Warmtetransitie matrix – bijlage bij A4

2.

Advies Opgavetafel Mobiliteit ANNO III

3.

Einddocument economie ANNO III

4.1

A4 Cultuur

4.2

A4 Leefbaarheid (over DOM’s en bloeizone)

5.

A4 opbrengst en advies thema Zorglandschap ANNO III

6.

Oogst ambtelijke Verkenning Grienblau ANNO III

7.1

ANNO III De ambitie van Noordoost – opgave 7

7.2

A4 advies gebiedspromotie ANNO III

De nummering is gelijk aan die van de opgaventafels.

11

Tafel 1.1 Resultaat opgaventafel ‘Wonen en Energie‐ & Warmtetransitie’ De opgaventafel ‘Wonen en Energie‐ en Warmtetransitie’ is tweemaal bijeengeweest. In de eerste bijeenkomst op 30 april 2021 is aan de hand van ‘bestuurlijke dromen’ geïnventariseerd waar wij in 2040 met de Top regio willen staan. Naast vertegenwoordigers van de partners in Anno verband, waren daarbij ook vertegenwoordigers van de woningbouwverenigingen en makelaars uit ons gebied uitgenodigd. De ‘dromen’ zijn vervolgens ambtelijk concreet vertaald in projecten en onderwerpen. Daarbij is met zoveel mogelijk relevante aspecten rekening gehouden (zie matrix in bijlage). Met behulp van de on‐ line tool Miro is tijdens een interactieve sessie op 21 mei 2021 door bestuurders en een aantal ambtelijke adviseurs bepaald hoe de Anno III agenda op het gebied van deze opgavetafel vorm gegeven zou kunnen worden. De opbrengst van deze sessie is nu vertaald in dit document Decentraal energienetwerk inclusief smartgrid Een Top regio zorgt er voor dat energie die nodig is voor de energie‐ en warmtetransitie zo veel mogelijk lokaal wordt opgewekt en op een slimme manier wordt gedistibrueerd. Dat zorgt voor zo weinig mogelijk verlies bij transport, draagvlak in de Mienskip en een zo laag mogelijke belasting van het netwerk. Smart grids ‐ ook wel ‘intelligente netten’ genoemd ‐ zijn volop in ontwikkeling.

Het is eigenlijk de communicatie‐infrastructuur die het mogelijk maakt om netten en aansluitingen flexibeler te maken en vraag en aanbod van elektriciteit beter op elkaar af te stemmen. Door als regio in te zetten op een decentraal energienetwerk inclusief smartgrid, kan een aantal in de matrix benoemde opgaven (energie vanuit landschap, gezamenlijke aanpak Warmte Uitvoering Programma, koppeling DOM/SOM met duurzaamheid, energie voor MKB) gekoppeld worden. Verder kan gezamenlijk ingezet worden op innovatie op dit gebied, zoals bijvoorbeeld de opslag van energie en experimenteren met circulaire economie en duurzame bouwmethoden in samenwerking met het (lokale) bedrijfsleven. Juist in deze regio zit heel veel kennis en innovatiekracht bij grote en kleinere bedrijven die we kunnen en moeten benutten om onze doelstelling om een Top regio te worden, waar te kunnen maken. Onderzoek naar de mogelijkheden van eigen opwek en koppeling van lokale initiatieven, inc. mogelijkheden als groen gas, waterstof, aquathermie etc., past hier bij. Regionale woningbouwprogrammering We gaan als regio gezamenlijk verder met de woningbouwprogrammering, zoals wij dat gewend zijn. Op deze manier kunnen we zowel kwalitatief als kwantitatief inzetten op een Top regio waar het goed wonen is voor alle doelgroepen.

Er zal met name ook aandacht zijn voor de specifieke woonwensen van onze jeugd die we graag voor de regio willen behouden. Als vanzelfsprekend nemen we de opgave die wij hebben voor herstructurering van de bestaande voorraad, de ontwikkelingen rond het Deltaplan en de mogelijkheden die dit onze regio biedt mee in de verdere uitwerking van de programmering. Gezamenlijk energieloket De gemeenten beschikken over hun eigen Energieloket c.q. Bouwloket waar de inwoners van een gebied individueel en laagdrempelig geholpen worden bij hun eigen duurzaamheidsopgave. De afstand is letterlijk en figuurlijk klein en dat werkt goed. Een belangrijke ‘+’ kan wel bereikt worden door kennis te bundelen in een gezamenlijk kennsicentrum. Ook de coördinatie en inzet van energiecoaches, via de lokale loketten, zou hierin afgestemd kunnen worden. Dit draagt bij aan kennisdeling, een eficiënte inzet van middelen en innovatie binnen de regio en sluit daarmee goed aan bij de doelstellingen van een Topregio. Fondsenverwerving

12

Alle opgaven waar wij voor staan en komen te staan, kosten geld. Geld dat niet alleen bij de samenwerkende partners vandaan kan komen. Op Rijks en zeker ook Europees niveau, zoals de Green Deal, liggen mogelijkheden die wij niet altijd even goed in beeld hebben. Willen wij een Top regio zijn, dan is het goed hier specifiek werk van te maken en inzet op te plegen (aanstelling ‘subsidioloog’). Dit is overigens niet alleen voor deze opgaventafel van belang, maar geldt ANNO breed.

13

1.2

Opgaven Wonen Energie‐ en Warmtetransitie matrix – bijlage bij A4 tafel 1

Rode draad uit de dromen van de eerste opgavetafel

Wat doen we al op dit gebied?

Concrete nieuwe / aanvullende projecten?

Meetlat

- Energiecoöperaties ondersteunen - DOM/SOM - Vouchers provincie voor energie coöperaties - Provinciaal uitvoering fonds

- Verbetering ondersteuning lokale initiatieven - DOM/SOM combineren met verduurzamen

In principe wel, (draagvlak), maar kan ook individueel door gemeente worden opgepakt

- Bowinn - Driezum enerzyneutraal

‐ Experimenten die de energie transitie versnellen

- Verduurzamen woningen en wijken - Experimen‐ teren

inclusief inbreng raden

Gehele opgaventafel - Opgave vormgeven met mienskip

- Innovatie / experimenteren met duurzame bouwmethoden en circulaire economie (wellicht ook bij cultuur / evenementen?)

- Is het goed voor afzonderlijke partijen - Is het goed voor de regio - Draagt bij aan NEF Topregio

15

Wordt het ergens anders opgepakt c.q. zou dit ergens anders opgepakt kunnen worden? Nee

Wie moeten we nog betrekken bij de uitvoering (naast overheden en Anno partners)?

Extern - Energiecoöperaties - Dorpsbelangen - Participatie coalitie - Us Kooperaazje - Freonen Fosielfrij Fryslan - ‐PAW - Projectontwikkelaar s/ marktpartijen Intern - Sociaal Domein - Openbare werken / Beheer - Dorpen coördinatoren - Communicatie Opgaventafel Extern ‐ Onderwijs: Stenden, Gebieds‐ Hanzehogeschool, promotie & RUG, TU Twente Economie + versnellings‐ Intern - Sociaal Domein agenda.

Middelen

Gemeentelijke budgetten; Provinciale budgetten (DOM/SOM/ vouchers); Fûns Skjinne Fryske Enerzjy; Rijks- en Europese budgetten, zoals The European Green Deal

Rijk, provincie, Green Deal EU

- Landschap / natuur zichtbaar houden. Tegenhanger van de stad - Verdere versterking van natuur en het landschap

- Zon op grote daken stimuleren - Landschapsbiografie

- Volkshuisvestingsfonds - Doelstelling duurzaam bouwloket / energieloket verbreden - Circulair bouwen

- Volkshuisvestingsfonds is/wordt aangevraagd - Woningbouwimpuls is/wordt aangevraagd - Energieloketten zijn ingericht - Projecten Energie coaching - Circulair bouwen: voorbeeldprojecten in de regio

Opgaventafel Extern Grien&Blau + - Liander (waar kan het elektriciteitsnet versnellings‐ opwek DE op daken agenda aan)

- Projecten verduurzamen bestaande bouw in aanvulling op de aanvraag woningbouw impuls (onderkant markt). Volgende doelgroep benaderen voor isolatie en woning verbetering. - Gezamenlijk Energie(k)loket - Gezamenlijke aanpak Energie coaching - Aanvullende eisen voor inkoop‐ en aanbesteding

Ja; praktische ondersteuning, éénduidigheid en voorbeeld gedrag. Concrete doelstelling benoemen, b.v. 5200 woningen energieneutraal in 10 jaar (10% van het woningbezit).

- Deltaplan betrekken bij herijking

Ja; woningbouw programmering wordt al

Nee, niet direct. Maar mogelijk versnellings‐ agenda

Extern - Woningbouw corporaties - Makelaars - Bedrijfsleven Intern - Inkoop & aanbesteding - Dienstverlening - Openbare Werken / Beheer

Volkshuisves‐ tingsfonds (Rijk), Woningbouw impuls (Rijk), Klimaat middelen voor de Energie loketten (Rijk), gemeentelijke budgetten

Nee

Extern

Volkshuisves‐ tingsfonds (Rijk),

Mix met ondersteuning mienskipsinitiatieven

Wonen - Woningbouw die aansluit bij doelgroepen, kwaliteit boven kwantiteit (deltaplan biedt mogelijk wel kansen

- Regionale Woningbouw programmering

16

- Woningbouw corporaties - Makelaars

om meer te kunnen bouwen)

- aandacht voor de leefbaarheid en de voorzieningen (ook over regionale grenzen heen kijken)

- Gemeentelijke woonvisies

- Gemeentelijk accommodatiebeleid - Voor sport accommodaties inmiddels project uitgevoerd (ANNO I) incl. een veegactie (ANNO II)

regionaal opgepakt en betrekken Delta plan bij geplande herijkingen is dan ook logisch.

woningbouw programmering - Onderzoek mogelijkheden sloop / nieuw‐ bouw regeling bestaande particuliere voorraad. - Gemeentelijk accommodatie beleid regionaal afstemmen - Onderzoek of we gezamenlijk het maatschap‐ pelijk vastgoed kunnen onderbrengen in een Energy Service Company (ESCO)

Ja; afstemming accommodatie beleid leiden tot betere, duurzamere en betaalbaardere voorzieningen

- Thuis wonen en zorg combineren - Aandacht voor wensen jeugd

- Gemeentelijke woonvisies

In principe wel, maar is meer toch meer een gemeentelijke taak. Past in andere vorm wel bij andere tafel

17

Opgaventafel maatschap‐ pelijke voor‐ zieningen / onderwijs / leefbaarheid

Opgaventafel zorg Opgaventafel maatschap‐ pelijke voor‐ zieningen / onderwijs / leefbaarheid

- Dorpsbelangen Intern - Ruimtelijke Ordening

Woningbouw impuls (Rijk), gemeentelijke budgetten, Green Deal EU

Extern

Gemeentelijke budgetten, Mienskips fonds, ISDE Subsidie voor sport accommodaties (SPUK, BOSA), Green Deal EU, BNG Klimaatfonds, mogelijk versnellingsagenda

- Sportverenigingen - Dorpshuizen - Dorpsbelangen Intern - Openbare Werken / Beheer - Duurzaamheid - Vastgoed

Versnellings‐ agenda

Energietransitie & warmtetransitie - Decentraal energienetwerk incl. smartgrid - Energie vanuit het landschap in de vorm van bio massa / natuur inclusieve landbouw

- Warmtetransitie (pas gemeentelijk geld voor beschikbaar stellen als landelijk de richting duidelijk is)

- Onderzoek energie uit snoeihout (afgerond) - Project Aldwâld (ANNO II projet; DE lokaal opwekken en lokaal inzetten via warmtenet) - Diverse projecten in de regio

- Gemeentelijke visies (vast te stellen in 2021) en uitvoering daarvan

- Landbouw en Energie (WUR) - Onderzoek eigen opwek en koppeling lokale initiatieven, inclusief mogelijkheden als groen gas, waterstof, aqua thermie etc. - Onderzoek Smart Grid. (eerst op dorp of Wijkniveau) - Aanvullend onderzoek naar energie uit snoeihout - Kennis mbt gemeentelijke projecten actief delen - (Deels) gezamenlijke aanpak op uitvoering (Warmte Uitvoering Programma’s)

Ja; gemeentelijk te grote opgave. Krachten bundelen

Deels binnen OVEF

Extern - Liander / Stedin - Energiecorporaties (lokaal en regionaal) - OVEF - Waadrâne - Versnellingskamer NAM - Diverse landelijke en provinciale instanties Intern

Green deal EU, versnellings‐ agenda

- Openbare Werken / Beheer - Juridische afdeling

Ja; gemeentelijk te grote opgave. Krachten bundelen (ook op het gebied van communicatie)

18

Nee.

Provinciaal wordt ook gekeken of we kunnen samen werken

Extern - Energiecorporaties (lokaal en regionaal) - Dorpsbelangen Intern - Juridische afdeling - Communicatie

Klimaat middelen voor de WTV, Rijksbijdrage opstellen WTV

- Betrekken bedrijfsleven - Ook aandacht voor Kleinere bedrijven en ZZP’ers

- Energie voor MKB - Energieloket (individueel per gemeente) - Ondersteuning naar behoefte bij bv SDE+ projecten, zon op dak, algemene verduurzaming (individueel per gemeente)

- Betrekken onderwijs ivm aandacht voor technische beroepen i.r.t. de opgave warmtetransitie (en duurzaamheidsthema’s in het algemeen)

- Bieden stageplaatsen, concrete opdrachten NHL, Kennislab NOF

- Voortzetten projecten als Energie voor MKB - Scholing en stimuleren kennisdeling tussen bedrijven onderling - Bundeling lokale kennis om op die manier nog betere ondersteuning te kunnen bieden, bv via gezamenlijk Energie(k)loket

Ja; krachten bundelen.

Hoort deels ook thuis bij opgaventafel Gebieds‐ promotie / Economie + versnellings‐ agenda

Opgaventafel Maatschap‐ pelijke voor‐ zieningen / onderwijs / leefbaarheid + versnellings‐ agenda

19

Extern - MKB / bedrijfsleven Intern - Economie

Gemeentelijke budgetten

Tafel 2.

Advies Opgaventafel Mobiliteit

De opgavetafel is tweemaal bijeengeweest: op 12 mei en 26 mei 2021. Auteur: Datum:

Sjoerd Hoekstra | ambtelijk verkenner 26 mei 2021

Advies van de opgavetafel: neem Mobiliteit mee als opgave in ANNO III. Regionale samenwerking is nodig.

Nadere toelichting op dit advies Wat pakken we samen op – afbakenen opgave(n) + doel Een goede bereikbaarheid van onze regio en een goede mobiliteit voor onze inwoners en bezoekers zorgt voor de dynamische plattelandsregio die we willen zijn. Een regio waar het mooi wonen, werken en leven is. Met een gezonde, vlotte, veilige en duurzame mobiliteit, en een regionaal mobiliteitsnetwerk dat daarbij past. Het wordt steeds belangrijker om niet naar de individuele modaliteiten (vervoerwijzen) te kijken, maar naar het geheel, naar mobiliteit. Een samenhangend mobiliteitssysteem verknoopt de bestaande netwerken voor fiets, openbaar vervoer en auto. Zodat iedereen kan kiezen hoe hij wil reizen, en het makkelijk is om over te stappen. De fiets, bus, trein en ook de auto vullen elkaar aan en zorgen samen voor een goede mobiliteit voor onze inwoners en bezoekers. We verbinden de dorpen en voorzieningen in onze regio zo met elkaar en met het stedelijk netwerk om ons heen. Door de analyse van de ontwikkelingen die er allemaal zijn in en om onze regio en hoe ons regionaal netwerk er nu uitziet, hebben we meer inzicht gekregen in de opgaven die er liggen om dit te bereiken.

Na een positief advies van de stuurgroep ANNO op 12 december 2019 hebben alle betrokken colleges van B&W en GS op 21 januari 2020 de mobiliteitsvisie Noordoost Fryslân vastgesteld en ingestemd met zes regionale opgaven als start voor de uitvoering. 1. Overstapgemak bij sneltreinstations en andere HUB’s 2. F‐wegennet: herkenbare, kwalitatief goede en veilige hoofd(snel)fietsroutes en parkeervoorzieningen (elektrische) fiets 3. Bewustwording reismogelijkheden: marketing en educatie 4. Bereikbaarheidsopgave oostflank regio | vanwege sterkere focus op Groningen 5. Leefbaarheidsopgave De Westereen‐Kollumerzwaag & Twijzelerheide 6. Leefbaarheidsopgave Ee‐vallei (Hallum‐Burdaard en omgeving) In de opgavetafel hebben de betrokkenen geconcludeerd dat deze opgaven nog steeds actueel zijn en om regionale samenwerking vragen. Ook is in de opgavetafel geconcludeerd dat naast deze inhoudelijke opgaven er twee aanvullende procesmatige opgaven zijn, waar samenwerking nodig is: 7. Wendbaar inspelen op actualiteiten 8. Bestuurlijke lobby op regionaal niveau Wat levert het op voor onszelf? | Wat levert het op voor de regio en waarom?

Een goede bereikbaarheid zorgt ervoor dat Noordoost Fryslân een dynamische plattelandsregio is waar het mooi wonen, werken en leven is. De regio heeft als ambitie: gezonde, vlotte, veilige en duurzame mobiliteit en een mobiliteitsnetwerk dat de bestaande netwerken voor fiets, openbaar vervoer en auto aan elkaar verknoopt. Zodat iedereen kan kiezen hoe hij wil reizen, en het makkelijk is om over te stappen. Door de opgave Mobiliteit te noemen in plaats van Bereikbaarheid laten we zien dat de focus bij de mens ligt: bij onze inwoner en reiziger. Hoe draagt het bij aan de ambitieuze stip? Dit is afhankelijk van de visie m.b.t. de ambitieuze stip van de regio. Mobiliteit is geen doel op zich, maar een voorwaarde voor andere ambities. De verwachting is wel dat de opgave Mobiliteit een belangrijk rol heeft in het realiseren van een TOP‐regio. Vandaar de keuze, naast de zestal opgaven, een tweetal opgaven aan toe te voegen, Wendbaar inspelen op actualiteiten en een Bestuurlijke lobby op regionaal niveau. Context: wat nog van ANNO II? / Versnellingsagenda / Mienskip / samenhang andere opgaven ANNO III De opgave Mobiliteit is in ANNO I en ANNO II actief verbonden met de overige opgaven zoals bijvoorbeeld Jobinder, PM‐kanaal, economie en recreatie.

In ANNO III wordt deze verbinding wederom actief gezocht met de andere opgaven uit ANNO III en buiten de regio met Groningen, Leeuwarden en Drachten. Wijze van samenwerken: uitvoeren / afstemmen / lobby  Regionaal uitvoeren van de zes regionale opgaven  Wendbaarheid: bestuurlijk afstemmen van de zes regionale opgaven en toekomstige opgaven  Bestuurlijke lobby met regionale ambtelijke ondersteuning Projecten en beoogde projecten ANNO III Inhoudelijk 1. Overstapgemak bij sneltreinstations en andere HUB’s 2. F‐wegennet: herkenbare, kwalitatief goede en veilige hoofd(snel)fietsroutes en parkeervoorzieningen (elektrische) fiets 3. Bewustwording reismogelijkheden: marketing en educatie 4. Bereikbaarheidsopgave oostflank regio 5. Leefbaarheidsopgave De Westereen‐Kollumerzwaag & Twijzelerheide 6. Leefbaarheidsopgave Ee‐vallei (Hallum‐Burdaard en omgeving) Procesmatig 7. Wendbaar inspelen op actualiteiten zoals thuiswerken, Lelylijn (aanvulling op ons mobiliteitsnetwerk en wonen), vraagafhankelijk en openbaar vervoer en de regionale ambities m.b.t TOP‐regio. 8. Bestuurlijk Lobby op regionaal niveau m.b.t de Lelylijn als aanvulling op ons mobiliteitsnetwerk, de bereikbaarheid van de ANNO regio met de regio Groningen, het toekomstige netwerk openbaar vervoer en mobiliteitsdoelen met de ambitie TOP‐regio. Met wie: wie welke rol en welke partijen uit Mienskip? 21

Voor de acht opgaven wordt een stakeholdersanalyse gemaakt. Middelen: zicht op geld en omvang inzet?  Uitgangspunt is dat de regionale opgaven uitgevoerd worden door de eigen medewerkers. (Zie Mobiliteitsvisie, hoofdstuk spelregels).  Voor de coördinatie van de uitvoering is er een Programmateam Mobiliteitsvisie Noordoost. Het Programmateam bewaakt de samenhang tussen de opgaven, en de ambities en speerpunten van de Mobiliteitsvisie. En adviseert hierover aan het bestuur. Het programmateam vergadert 1x per maand. Dit valt onder de reguliere werkzaamheden.  Er is € 180.000 als programmabudget beschikbaar gesteld voor de zes regionale opgaven (de schetsontwerp‐ en definitiefase). € 130.000 in 2020 uit de krimpgelden in combinatie met € 50.000 uit eigen middelen (€ 10.000 per gemeente en provincie).  Aandachtspunt is dat dit programmabudget nadrukkelijk uitgaat van de eerder genoemde afspraak dat de eigen medewerkers de zes regionale opgaven zelf uitvoeren. Het budget is vooral bedoeld als inhoudelijke ondersteuning wanneer nodig.  Aandachtspunt is ook dat dit budget ook niet bedoeld is voor de twee meer procesmatige opgaven toegevoegd door de opgavetafel. De verwachting is dat dit vooralsnog geen budget nodig is en alleen om bestuurlijke en ambtelijke inzet vraagt, die valt onder de reguliere werkzaamheden.

Mei 2021 Bestuurlijke verkenner: Max de Haan Ambtelijke verkenner: Sjoerd Hoekstra

22

Tafel 3. A4 uitkomst verkenning en advies ANNO III thema Economie Algemeen De opgavetafel ‘Economie’ is tweemaal bijeengeweest. De opgavetafel bestaat uit de portefeuillehouders economie van de 4 gemeenten en beleidsmedewerkers economie van de provincie Fryslân en de 4 gemeenten. In de eerste bijeenkomst op 26 mei hebben de bestuurders hun ‘droombeeld’ gepresenteerd. Een droombeeld, oftewel een ambitie, welke vanuit het werkveld economie bijdraagt aan Topregio Noordoost‐Fryslân (2040) en dus regionale samenwerking vraagt. Tijdens de tweede bijeenkomst op 2 juni is een uitwerking van de ambities besproken en een nadere priortering uitgewerkt. Uitgangspunt voor een ‘tûke en beheinde’ ANNO III is dat we geen overlap zoeken met de Versnellingsagenda. Voor ANNO III is de benadering van ‘brede welvaart’ een uitgangspunt. In de onlangs verschenen uitwerking van het Fries Sociaal Planbureau scoort onze regio vanuit het perspectief van de ‘brede welvaart’ in het algemeen positief, maar de regio is economisch kwetsbaar. Volgens prof. Casper van den Berg moet er een gericht en eigen strategie komen voor de ontwikkeling van deze regio, die de plussen behoudt en de minnen doet bijtrekken. Vanuit dat perspectief hechten wij aan continuering van onze inzet op de thema’s arbeidsmarkt en onderwijs, de inclusieve landbouw en de sectoren bouw en metaal in de Versnellingsagenda.

Onze (bestaande) inzet op deze thema’s draagt nu en in de komende jaren bij aan onze Topregio Noordoost Fryslân. De ambities ‘Iedereen aan het werk’, ‘Ruimte voor recreatie & toerisme’ zijn niet als een ANNO‐ speerpunt benoemd, maar regionale afstemming op deze thema’s wordt als waardevol beschouwd. De lobby zien we als de verbinding tussen de speerpunten van onze regio en die van (Noord‐)Nederland en (Noordwest) Europa. Een actueel voorbeeld is de ‘Lelylijn & Deltaplan’ of ‘het Energie‐netwerk’, maar kan ook gaan om binnenhalen van landelijke en/of Europese subsidies. Wat pakken we samen op? De groene kansendriehoek Om onze Topregio inhoud en ‘fjoer’ te geven willen we inzetten op verduurzaming en circulariteit van de regionale economie en ons daarmee profileren. We willen de ‘tripple helix’ benadering van de Versnellingsagenda blijven benutten. Het is een (niet vrijblijvend) samenspel van het onderwijs, ondernemers en overheden in de regio. Ieder met eigen verantwoordelijkheden en een duidelijke agenda om het samen tot een succes te maken. Dat vraagt een verdiepingsslag. In onze regio zijn diverse voorlopers die we willen uitdagen om ons te inspireren en te stimuleren. Datzelfde geldt voor het ter hand nemen van de uitgangspunten voor de circulaire economie; grondstoffen, energie en mensen (iedereen doet mee).

Projecten die daarbij zijn genoemd zijn het voortzetten van projecten als ‘Energie voor MKB’, het verder intensiveren van samenwerking tussen onderwijs en ondernemers op kansrijke beroepen in bijvoorbeeld de energietransitie, verduurzaming van bedrijventerreinen en bedrijven, waarbij circulaire bedrijven als een ‘specialty’ kunnen worden gezien. Een (digitaal) energie(k) loket dat kennis biedt aan ondernemers zien we als een passende verbreding op het loket gericht op de inwoners van de regio. Boeien en Binden Vanaf 2010 werken de gemeenten in de regio op economisch gebied samen. Economie houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Het zwaartepunt van onze economische inzet is de bestaande ondernemers letterlijk en figuurlijk ruimte te bieden om te ondernemen. Dat geldt eveneens voor nieuwe ondernemers welke een onderneming starten. Het gaat om ‘boeien en binden’ van bedrijven aan de regio, waarin zij zich thuis en welkom voelen. Ondernemers bieden niet alleen werkgelegenheid (welvaart), maar dragen ook bij sport en cultuur (welzijn) in de regio. Samen kunnen we meer toegevoegde waarde leveren dan ieder voor zich. Een uitnodigend ondernemersklimaat is ons doel. Goede infrastructuur (fysiek en digitaal) is een randvoorwaarde even als goede vestigingsmogelijkheden. De provincie is daarin een belangrijke partner.

Nu er steeds meer zelfstandigen en Zzp’ers een bedrijf starten zien we ook goede mogelijkheden voor kleinschalige vestigingsmogelijkheden bij de dorpen. Dat komt ten goede aan de leefbaarheid van deze dorpen.

23

Wat levert het voor onszelf op? Groene kansen driehoek: ‐ sneller en efficiënter onze duurzame en circulaire ambities realiseren ‐ ondernemers en (toekomstige) werknemers zijn beter toegerust voor een kansrijke toekomst Boeien en Binden: ‐ behouden van ondernemers in onze gemeenten en daarmee een positieve stimulans aan welvaart (banen en inkomen) en welzijn (gezondheid en cofinanciering sport en cultuur) Wat levert het de Regio op? Groene kansen driehoek: ‐ toekomstbestendige regio ‐ benutten van een grotere groep ondernemers (robuustere kopgroep) ‐ kans op financiële dekking voor capaciteit (Versnellingsagenda) ‐ daardoor meer kwaliteit en daadkracht ‐ versterken van onze regio als kansenregio ‐ ontstaan van groene banen en innovatie Boeien en Binden: ‐ versterken van vestigingsklimaat in de regio (mede door lobbykracht), ook bij kleine kernen ‐ versterken economische profilering Noordoost‐Fryslân ‐ meer ondernemers die verbindingen in de regio kunnen leggen ‐ versterken ondernemersnetwerken ONOF en OMT Hoe draagt het bij aan de ambitieuze stip op de horizon? De genoemde ambities dragen bij aan een regio die haar maatschappelijk verantwoordelijkheid neemt, stappen zet, daarin de kansen ziet voor welvaart en welzijn en zich daarin profileert. De overheden willen ondernemers faciliteren met een optimaal ondernemersklimaat, waarbij wij elkaar kennen en verbinden.

Context We hebben vanaf 2010 op het werkveld van economie en R&T een hechte samenwerking. Dat heeft onder andere geleid tot de Versnellingsagenda. Deze samenwerking willen we voorzetten met nieuw elan en ‘fjoer’ en daarmee ook inspelen op ontwikkelingen als de komst van de Lelylijn en de uitwerking van het Deltaplan. Wijze van samenwerken op ANNO schaal Bestuurlijk en ambtelijk samenwerken voortzetten en nadrukkelijker verbreden met onze partners uit de triple helix en kennispartners. We zoeken de afstemming met de organisatie van de Versnellingsagenda. (Beoogde) projecten en middelen Een aantal projecten zijn hiervoor benoemd, maar de oogst is zeker nog niet volledig en vraagt en verdere verdieping. Om stappen te zetten en onze ambities waar te maken, is het waarschijnlijk nodig om op de ambitie van de ‘Groene kansen driehoek’ capaciteit te organiseren. Een verdere verdieping zal daar zicht op moeten geven. De andere ambitie ‘Boeien en Binden’ kunnen we in belangrijke mate binnen de bestaande formatie oppakken. Wellicht dat er enig middelen nodig zijn om zaken te kunnen organiseren. Met wie (welke rol en welke partijen)? Ondernemersverenigingen, ondernemers, de agrarische sector, onderwijs, ketenpartners zoals de vereniging Circulair Friesland, Ynbusiness, ed. De triple helix benadering willen we waar mogelijk blijven inzetten.

Advies Het advies aan de colleges om de ambities ‘Groene kansendriehoek’ en ‘Boeien en Binden’ op te nemen in het programma ANNO III. De uitwerking van de ‘Groene kansendriehoek’ vraagt een verdere verdieping in de triple helix. Daarvoor kunnen we gebruik maken van de organisatie en netwerk van de Versnellingsagenda.

24

Aanvullende suggesties en opmerkingen vanuit QOP en FSP Het (dubbele) A4tje is ook voorgelegd van Marjan van der Feen, programmamanager QOP en Marijn Molema, programmaleider Leefbaarheid FSP. QOP: Helemaal eens om een nauwe verbinding te houden als het gaat om de opgave Economie. Uit de recente scan van het FSP komt objectief naar voren dat de accenten die de Versnellingsagenda legt in de regio, goed gericht zijn. Het is zaak om daar de verbinding op te houden, om overlap te voorkomen en juist de gerichte verdieping zoeken om zo te versterken. De op gang komende Triple Helix kan daar inderdaad mogelijk voor ingezet worden c.q. een uitstekende werkwijze zijn. Overheden, Onderwijsinstellingen/kennispartners en Ondernemers worden binnen de VA/RD nog nadrukkelijker aan elkaar gekoppeld. Goed om te weten dat er goede contacten zijn met de Regiodeal ‐Dutch Tech Zone Dutch TechZone | De regio van technisch vakmanschap voor de maakindustrie. FSP: Verbinding met circulaire economie past goed bij de ambities rond bouw/metaal en landbouw zoals die zijn ingezet. Je zou ANNO 3 misschien wel kunnen zien als een proces waarin het regionale, zelforganiserende vermogen op economisch gebied geborgd kan worden. Concreet zou je dan, op basis van de structuren als ontwikkeld voor de Versnellingsagenda, een nieuw toekomstplan voor de periode na 2024 kunnen opstellen.

Dat vraag enerzijds om wat pilot‐achtige projecten waarin visie verdiept en verstevigd wordt. Anderzijds onderstreep ik de inzet op lobby. Wisselwerking is cruciaal: NOF kan zich in kringen buiten de regio beter profileren en presenteren (en zoals een voorbeeld van regionale innovatie op circulaire (land)bouw herkend worden, waardoor subsidies makkelijker naar NOF stromen). Maar NOF kan ook leren en geïnspireerd raken door voorbeelden elders: wisselwerking stimuleert hier het regionale innovatievermogen. Ik kan me goed voostellen dat de regio in het kader van ANNO 3 en in samenwerking met QOP een verbindingsofficier aanstelt, die de relaties met de buitenwereld op de speerpunten gaat onderhouden.

25

Tafel 4.1 Cultuur Advies Cultuur: oppakken in ANNO‐verband, maar nog nader uit te werken De opgave Cultuur willen we in ANNO‐verband oppakken, maar hiervoor is nog geen concreet plan; het voorstel is om deze opgave in samenhang met tafel 7 verder uit te werken. Daarbij is het dringende advies om Cultuur niet onder te laten sneeuwen door de andere thema’s van tafel 7, omdat we absoluut de toegevoegde waarde zien van het samen optrekken op dit onderwerp. Inzet op structurele versterking van cultuur in de regio Het advies is om de focus te leggen op structurele versterking van cultuur in topregio in plaats van het eenmalig organiseren van een cultureel evenement. Denk aan brûsplakken of aan ((twee)jaarlijks) terugkerende evenementen (bijv. beeldenroute, atelierroute, Biënnale van het Noorden, taalproject), maar ook onze ‘kroonjuwelen’ kunnen worden ingezet (bijv. landschapsbeleving via vaarroutes). De kracht van cultuur als onderdeel van ANNO is dat we zo in staat zijn om dit thema groots op te pakken, daar waar elke gemeente afzonderlijk de middelen daar niet voor heeft (“1+1=3”). In ANNO‐ verband kunnen we ook afstemmen dat deelnemende gemeenten niet in elkaars vaarwater zitten, qua planning van grotere culturele activiteiten. Of juist het handig laten ‘meeliften’ van kleine initiatieven rondom een groter evenement.

Dit levert voor de gemeenten afzonderlijk en voor de regio als geheel op dat er ruimte is voor culturele ontwikkeling en een bloeiend cultureel klimaat. Cultuur moet hierbij breed worden opgevat; ook als drager van ambitie en leefbaarheid, oftewel als ondersteuning aan de topregio. Het geeft een impuls aan recreatie & toerisme en aan leefbaarheid, omdat we hiermee een aantrekkelijke regio zijn om in te wonen en te werken. Een bloeiende culturele omgeving trekt ook met name jongeren aan en kan daarmee krimp of leegloop van de regio tegengaan. Naast het aantrekken van bezoekers moet de invulling van het thema Cultuur ook zeker ook iets van en voor de inwoner zijn. Er moet een link worden gemaakt naar de lokale gemeenschappen (denk bijvoorbeeld aan het laten deelnemen van bewoners aan een operaproductie). Cultuur: de kracht van ANNO is dat we samen initiatieven kunnen ontplooien die we als afzonderlijke gemeenten niet aankunnen, omdat we elk afzonderlijk er de middelen en/of expertise niet voor hebben. Door het samenwerken en samen financiering kunnen we cultuur naar een hoger plan tillen, dit draagt bij aan de ambitie van topregio. Het is wel van belang dat gemeenten daadwerkelijk bereid zijn (substantieel) mee te betalen aan een cultureel project dat uitgevoerd wordt in een andere gemeente, als dit in ANNO‐verband wordt georganiseerd.

Wat nog nadere uitwerking behoeft: wat is het verhaal, de identiteit van de ANNO‐regio? Wat willen we uitstralen? Wat hebben wij als regio toe te voegen aan het bestaande culturele aanbod in Friesland of het noorden? Daar moeten de activiteiten aan worden verbonden.

1. Wat pakken we samen op – afbakenen opgave(n) + doel ‐Het advies is om de focus te leggen op structurele versterking van cultuur in topregio in plaats van het eenmalig organiseren van een cultureel evenement. Denk aan brûsplakken of aan ((twee)jaarlijks) terugkerende evenementen (bijv. beeldenroute, atelierroute, Biënnale van het Noorden, taalproject), maar ook onze ‘kroonjuwelen’ kunnen worden ingezet (bijv. landschapsbeleving via vaarroutes). ‐Gezamenlijk afstemmen in de regio: bij één grote publiekstrekker kunnen kleinere initiatieven meeliften, maar daarbij niet in elkaars vaarwater gaan zitten. 2. Wat levert het op voor onszelf? Gemeenten waar ruimte is voor culturele ontwikkeling en een goede structurele basis wordt neergezet. Voor een brede doelgroep doordat er een link is naar de lokale gemeenschappen. Dit geeft enerzijds een impuls aan recreatie & toerisme en leefbaarheid: we zijn hiermee een 26

3.

4.

5.

6. 7.

8.

9.

aantrekkelijke regio om te wonen en te werken. Anderzijds gaat het om cultuur op zichzelf, dus niet alleen als drager van verbinding, maar ook om de verdere ontwikkeling van het cultuuraanbod en de cultuurparticipatie. Wat levert het op voor de regio en waarom? Zie punt 2. Voor grote terugkerende publiekstrekkers en een goede basisstructuur komen we verder als we het samen doen. Dat geeft ook regionale uitstraling/effecten. Hoe draagt het bij aan de ambitieuze stip? Hierdoor kunnen we als regio ‘volwassener’ worden op cultureel gebied, wat ook bijdraagt aan de leefbaarheid van de regio. Cultuur moet hierbij breed worden opgevat; ook als drager van ambitie en leefbaarheid, oftewel als ondersteuning aan de topregio. Een bloeiende culturele omgeving trekt ook met name jongeren aan en kan daarmee krimp of leegloop van de regio tegengaan. Context: wat nog van ANNO II? / Versnellingsagenda / Mienskip / samenhang andere opgaven ANNO III Naast het aantrekken van bezoekers moet de invulling van het thema Cultuur ook zeker ook iets van en voor de inwoner zijn. Er moet een link worden gemaakt naar de lokale gemeenschappen (denk bijvoorbeeld aan het laten deelnemen van bewoners aan een operaproductie), wat de Mienskip versterkt. Wijze van samenwerken: uitvoeren / afstemmen / lobby Samen projecten oppakken en uitvoeren. Afstemmen.

Projecten en beoogde projecten Nader te concretiseren: de opgave Cultuur willen we in ANNO‐verband oppakken, maar hiervoor is nog geen concreet plan; het voorstel is om deze opgave in samenhang met tafel 7 verder uit te werken. Met wie: wie welke rol en welke partijen uit Mienskip? Gemeente/regio faciliteert en financiert mee. Het is van belang dat gemeenten daadwerkelijk bereid zijn (substantieel) mee te betalen aan een cultureel project dat uitgevoerd wordt in een andere gemeente, als dit in ANNO‐verband wordt georganiseerd. Initiatieven zijn en blijven van de culturele sector zelf. Verdere rollen en partijen (bijv. Wetterskip, de provincie) nader te bepalen na verder concretisering. Middelen: zicht op geld en omvang inzet? De kracht van ANNO is dat we samen initiatieven kunnen ontplooien die we als afzonderlijke gemeenten niet aankunnen, omdat we elk afzonderlijk er de middelen en/of expertise niet voor hebben, maar samen wel. Maar concreet nog nader te bepalen.

27

Tafel 4.2 Leefbaarheid Advies Leefbaarheid: alleen DOM’s gezamenlijk oppakken in ANNO III Overkoepelend begrip van leefbaarheid Leefbaarheid is zowel een container‐ als een overkoepelend begrip. Het heeft veel te maken met levendigheid en gemeenschappen, en dat kunnen gemeenten prima zelf oppakken. Leefbaarheid is daarmee geen thema voor ANNO. Het ‘overkoepelende’ – hoe zorgen we dat onze dorpen leefbaar zijn en dat mensen er graag willen wonen – hoort bij de ambitie om topregio te worden en wordt ingevuld door verschillende facetten op verscheidene schalen. De Bloeizone komt als doel (of resultaat) voorbij. Het is een concept dat zicht richt op mensen als gezonde en gelukkige inwoners. Het is afgeleid van de zgn. blue zones waarin mensen gelukkig oud worden. En het concept is omarmd door de provincie. De groep denkt dat het concept van de bloei zone goed bij kan dragen aan de ambitie van Noardeast‐Fryslân om een topregio te worden. Het onderwerp wordt daarom naar tafel 7 Fjoer en Ambitie gebracht. Mocht het gedachtengoed passen, dan kan deze leefbaarheidstafel of de tafel Zorg(landschap) er mee aan de slag. Specifieke opgave leefbaarheid tafel 4 De concrete opgave van Leefbaarheid voor tafel 4 is de doorontwikkeling en uitrol van de DOM’s (dorpsontwikkelingsmaatschappijen).

DOM’s dragen bij aan de zelfredzaamheid en sociale structuren van de dorpen, wat een positief effect heeft op de leefbaarheid en de Mienskip. Dorpen in de ANNO‐ regio die nu nog niet bij DOM’s zijn aangesloten, kunnen dat alsnog doen. Advies om dit op te pakken in ANNO‐verband, omdat DOM’s zich ontwikkelen door van elkaar te leren. De methodiek verbetert daardoor. De provinciale schaal is daarvoor te groot; de gemeentelijke te klein. De schaal Noardeast‐Fryslân leent zich hier goed voor. Bovendien worden de DOM’s en de onderliggende methodiek door zowel provincie als gemeente meer en meer gebruikt om zaken in gemeenschappen voor elkaar te krijgen, zoals bij de provinciale erfgoedregeling en GKK en de gemeentelijke uitvoering van projecten gefinancierd door het volkshuisvestingsfonds. Elkaar daarbij vasthouden en van elkaar leren heeft absolute meerwaarde. De uitvoering/uitrol van de DOM’s is vervolgens iets wat de gemeenten afzonderlijk kunnen. We maken in het proces dus een onderscheid tussen kennisdelen en verbetering, en uitrol en toepassing: eerst richten we ons op de doorontwikkeling en afstemming van het grotere geheel (kennisdeling, methodiek verder uitwerken, geldstromen die vanuit de provincie beschikbaar zijn), en wanneer de DOM’s in nieuwe dorpen zijn geland, kan het onderwerp over op de uitvoeringsagenda (afbouwen). 1.

Wat pakken we samen op – afbakenen opgave(n) + doel 1. alles wat we in de samenwerking doen draagt bij aan leefbaarheid en aan de ambitie om topregio te worden. Dit brengen we in bij tafel 7 Fjoer en Ambitie. 2. Biedt het concept bloeizone een kans om de topregio te worden? Inbrengen bij tafel 7. 3. de DOM’s dragen bij aan leefbaarheid in de dorpen. Het is vanuit ANNO II een project dat nog loopt. Tot en met de evaluatie blijft het een ANNO‐project; er is een platform nodig om (bestuurlijk) af te stemmen en te evalueren. Daarna gaan we na of we willen afschalen naar samenwerken‐door‐afstemming, bijv bestuurlijk 1 of 2x per jaar en ambtelijk wat frequenter; afhankelijk van de dynamiek en de bestuurlijke opgave die er dan (nog) is. 2. Wat levert het op voor onszelf? Leefbaarheid in dorpen en kernen, met name door de DOM’s. 3. Wat levert het op voor de regio en waarom? 28

Het zijn van een topregio gaat niet zonder leefbaarheid; de regio bestaat uit leefbare dorpen met gemeenschapszin. Voor het verder ontwikkelen van de methodiek van de DOM’s en/of het vinden van extra financiering (subsidies, lobby) is de gemeentelijke schaal te klein. Advies om dit op te pakken in ANNO‐verband, omdat DOM’s zich ontwikkelen door van elkaar te leren. De methodiek verbetert daardoor. De provinciale schaal is daarvoor te groot; de gemeentelijke te klein. De schaal Noardeast‐Fryslân leent zich hier goed voor. 4. Hoe draagt het bij aan de ambitieuze stip? Zie onder 3. 5. Context: wat nog van ANNO II? / Versnellingsagenda / Mienskip / samenhang andere opgaven ANNO III De DOM’s zijn een ANNO II‐project dat nog niet afgerond is. Ontwikkeling en evaluatie van de methodiek vindt gezamenlijk plaats en financiële middelen worden door één gemeente beheerd. DOM’s zijn bij uitstek een methode om samen te werken met de Mienskip; inwoners merken direct het effect ervan. Leefbaarheid in brede zin is een rode draad door alle ANNO‐opgaven heen (zie onder 3). 6. Wijze van samenwerken: uitvoeren / afstemmen / lobby In de DOM’s: tot en met de evaluatie blijft het een ANNO‐project; er is een platform nodig om te evalueren en (bestuurlijk) af te stemmen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=eb7e732b-b64f-4e91-9232-547bf95e6068