09 - Bijlage 2 - Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
De regels bevatten allereerst een bestemmingsomschrijving. Per bestemming wordt
uitgewerkt voor welke doelen of functies de gronden mogen worden benut. Naast de
bestemmingsomschrijving zijn in de regels bouw- en gebruiksregels en regels voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden opgenomen. In de
bouwregels zijn - gerelateerd aan de toegelaten gebruiksfuncties - eisen gesteld aan de
hoogte, aard, situering, aantal bouwlagen enzovoorts van gebouwen en bouwwerken. Bij een aantal bestemmingen is de mogelijkheid opgenomen om af te wijken van bepaalde
bouwregels. Bij sommige bestemmingen zijn regels opgenomen die betrekking hebben op
het uitvoeren van werken of werkzaamheden, bijvoorbeeld het dempen van waterlopen, het verwijderen van houtsingels of dykswâlen. De gebruiksregels verbieden bepaalde vormen van gebruik binnen een bestemming (specifieke gebruiksregels) dan wel alle gebruik in strijd met de gegeven bestemming (algemene gebruiksregels).
Tenslotte bevatten de meeste bestemmingen regels om het bestemmingsplan te wijzigen.
Die wijzigingen kunnen betrekking hebben op een functiewijziging en/of op het veranderen van bouw- en/of gebruiksregels.
5.3.1 Bestemmingen -Agrarisch - CultuurgrondDeze bestemming is toegekend aan de gronden met een agrarische functie of een semi-
agrarische of daarmee te vergelijken hobbymatige functie (weiland, moestuin, erf e.d.). Het beleid is er op gericht de landschappelijke en natuur waarden van de betreffende gronden
zoveel mogelijk in stand te houden. Deze doelstelling is juridisch verankerd door middel van regels voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden. Dit houdt in dat in bepaalde situaties een vergunning aangevraagd dient te worden voor activiteiten die van negatieve invloed kunnen zijn op de landschappelijke en/of
natuurwaarden. Te denken valt aan activiteiten, zoals het aanbrengen van verhardingen of van voorzieningen voor recreatief medegebruik. De bestemming kan worden gewijzigd in een bestemming ‘Agrarisch – Bedrijf grondgebonden’. De bestemming kan ook worden
gewijzigd in een bestemming ‘Agrarisch – Aanverwant bedrijf’, ‘Agrarisch – Dienstverlenend bedrijf’, Bedrijf -2’ of ‘Bedrijf – 3’ om een bestaand niet-agrarisch bedrijf te kunnen
vergroten. Verder is wijziging mogelijk naar een woonbestemming (erfvergroting), de
bestemming ‘Natuur’ of ‘Bos’. Tenslotte kan – onder voorwaarden – een kampeerterrein mogelijk worden gemaakt of een gebruik als ijsbaan of volkstuinen. Voor de diverse wijzigingsmogelijkheden gelden specifieke en algemene toetsingscriteria. - Bedrijf – Agrarisch hulpbedrijf De bestemming ‘Bedrijf – Agrarisch hulpbedrijf’ is toegekend aan de gronden teneinde de
vestiging van een agrarisch hulpbedrijf mogelijk te maken. In de regels behorende bij deze bestemming wordt verwezen naar de bedrijvenlijst, welke is gebaseerd op de
"Basiszoneringslijst" van de VNG (bijlage 1 van de regels). De bestemming ‘Bedrijf –
Agrarisch hulpbedrijf’ staat bedrijven uit de milieucategorie 2 en 3 toe. Het bedrijfsgebouw en de bedrijfswoning moeten binnen een bouwvlak worden gerealiseerd. Voor
bedrijfswoningen geldt een aparte regeling. Met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid kunnen de bouwmogelijkheden worden verruimd. De bedrijfsbestemming kan in een woonbestemming worden gewijzigd. - Tuin -
Om het onbebouwde karakter van voortuinen en bepaalde zijtuinen te beschermen, is
daarvoor de afzonderlijke bestemming ‘Tuin’ opgenomen. Dit dient zowel het ruimtelijk beeld als het belang van omwonenden. Bebouwing is binnen deze bestemming niet
toegestaan. Dat sluit aan op de gegroeide praktijk. Ter wille van een zekere flexibiliteit mag een woonhuis binnen de bestemming overigens wel met een erker uitgebouwd worden. Bij grote, diepe voortuinen kan afgeweken worden van het bouwverbod.
Onder voorwaarden kan worden toegestaan dat een tuinprieel o.i.d. van geringe omvang
wordt gebouwd. Ook de erfafscheidingen zijn binnen de tuinbestemming lager: maximaal 1,00 m voor de voorbouwgrens, en achter die grens maximaal 2,00 m.
5.3.2 Dubbelbestemming - Waarde – Landschap (woudenlandschap) Deze dubbelbestemming wordt gelegd op het coulisselandschap in het oostelijke en
centrale deel van de gemeente en in de Trynwâlden. De begrenzing valt grotendeels samen
met die van het Nationaal Landschap ‘Noardlike Fryske Wâlden’. Ook het coulisselandschap bij Suwâld is voorzien van deze dubbelbestemming. De kenmerkende waarden van het woudenlandschap zoals houtsingels, dykswâlen en verkavelingstructuren worden door
middel van een vergunningenstelsel beschermd. Op basis van een inventarisatie van o.a.
singels en dykswâlen is een zgn. houtsingelkaart gemaakt. Hierop wordt aangegeven welke
singels en dykswâlen in stand moeten blijven en welke eventueel kunnen worden verwijderd (mits gecompenseerd). De houtsingelkaart is als bijlage bij de planregels gevoegd. De in
stand te houden dykswâlen en houtsingels zijn ook op de planverbeelding zelf weergeven
door middel van een aanduiding. In het plan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een dergelijke aanduiding te verwijderen of aan te brengen.
5.3.3 Gebiedsaanduiding - geluidzone – industrie Rondom de bedrijventerreinen en bedrijfslocatie, waarop zgn. ‘grote’ lawaaimakers zijn
gevestigd, liggen wettelijke geluidszones. Deze zones moeten worden opgenomen in de
bestemmingsplannen, waarover ze zich uitstrekken. Bedrijventerrein Skûlenboarch heeft een zone, die geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied van bestemmingsplan "Skûlenboargerwei 10, Eastermar" valt.
Het oprichten van geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone is verboden (tenzij
voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde of aan een vastgestelde hogere waarde), ook al zou de andere van toepassing zijnde bestemming dat wel toelaten.
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.
De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat het bestemmingsplan maatschappelijk draagvlak heeft.
6.1 Economisch De benodigde grond is in eigendom van de aanvrager. Tussen de aanvrager en gemeente zal, met inachtneming van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening, een overeenkomst
worden gesloten met betrekking tot verhaal van eventuele planschade. Hiermee is het kostenverhaal verzekerd en hoeft geen exploitatieplan, als bedoeld in artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening te worden vastgesteld.
6.2 Maatschappelijk Het herzieningsplan wordt, overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Er is wel/geen zienswijze ingediend.