08 - Bijlage 2 - Concept jaarrekening 2025 GR SW Fryslân
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Regeling Sociale werkvoorziening ''FRYSLÂN''
JAARSTUKKEN 2025
INHOUDSOPGAVE 1
ALGEMEEN
3
2
VAN DE VOORZITTER
4
3
BERICHT VAN HET BESTUUR
5
4
JAARVERSLAG
7
4.1 Programmaverantwoording 4.1.1 Algemeen 4.1.2 Ontwikkeling van binnen naar buiten 4.1.3 Personele bezetting 4.1.4 Ziekteverzuim
8 8 8 8 9
4.2
Resultaatanalyse 4.2.1 Algemeen 4.2.2 Doorbelasting naar Caparis en Bijdrage GR 4.2.3 Loon- en personeelskosten Sw
9 9 9 10
4.3
Verplichte paragrafen BBV 4.3.1 Weerstandsvermogen, kengetallen en risicobeheersing 4.3.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.3 Financiering 4.3.4 Verbonden partijen 4.3.5 Bedrijfsvoering 4.3.6 Rechtmatigheid 4.3.7 Begrotingsrechtmatigheid
10 10 11 11 11 11 13 14
5
JAARREKENING
16
5.1
Balans per 31 december 2025 (na resultaatbestemming)
17
5.2
Overzicht van baten en lasten 2025
18
5.3
Overzicht van baten en lasten per taakveld 2025
19
5.4
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
20
5.5
Toelichting op de balans
24
5.6
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
27
5.7
Kengetallen
30
6
OPMAAK EN VASTSTELLING
31
7
SAMENSTELLING VAN BESTUUR PER 31 DECEMBER 2025
32
8
RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING BESTUUR
33
9
CONTROLEVERKLARING
34
BIJLAGE (GEEN ONDERDEEL UITMAKEND VAN DE JAARREKENING)
35
1 Algemeen De Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening 'Fryslân' (GR SW ‘FRYSLÂN’) is een samenwerkingsverband van de gemeenten Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel en Weststellingwerf. De GR SW ‘FRYSLÂN’ heeft tot doel de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en daaruit voortvloeiende voorschriften uit te voeren voor de acht aangesloten gemeenten. De uitvoering van de Wsw heeft het bestuur van de GR SW ‘FRYSLÂN’ opgedragen aan Caparis NV. Het bestuur van de GR SW ‘FRYSLÂN’ wordt gevormd door leden van de colleges van B&W van de aangesloten gemeenten. Het bestuur voert de regie op de uitvoering van de Wsw. Er wordt samengewerkt aan de hand van een bedrijfsvoering regeling. De overlegvorm van de GR SW ‘FRYSLÂN’ is hierdoor beperkt tot de momenten van financiële besluitvorming aangaande de bedrijfshuishouding van de GR SW ‘FRYSLÂN’ en eventuele aanverwante onderwerpen. De GR SW ‘FRYSLÂN’ vergadert gemiddeld driemaal per jaar. Hierbij is de bestuurder van Caparis NV aanwezig, als adviseur van het bestuur.
3
2 Van de Voorzitter Voor u ligt de verantwoording en de jaarrekening 2025 van de GR SW ‘FRYSLÂN’. Op 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden. Tegelijkertijd is de Wet sociale werkvoorziening gewijzigd en is instroom in de sociale werkvoorziening niet meer mogelijk. Dit betekent dat de sociale werkvoorziening op termijn zal verdwijnen. Het stoppen van de instroom heeft niet alleen gevolgen voor de GR SW ‘FRYSLÂN’, maar ook voor de uitvoeringsorganisatie, Caparis NV. De opdracht van de GR SW ‘FRYSLÂN’ aan Caparis NV zal immers kleiner worden. Doordat de opdracht van de gezamenlijke gemeenten als gevolg van deze wet afneemt, is voor de continuïteit van de Sociale Werkvoorziening instroom op essentiële plekken binnen Caparis NV van belang. Dit gebeurt buiten het gezichtsveld van de GR SW ‘FRYSLÂN’ en vindt plaats in de verhouding tussen Caparis NV en de individuele gemeenten. Dit heeft ontegenzeggelijk raakvlakken en invloed op de Sw medewerkers binnen de Gemeenschappelijke Regeling. We volgen deze ontwikkeling met meer dan gemiddelde belangstelling. Uit de afspraken tussen ministerie SZW, VNG, Cedris en Divosa vloeit voort dat gemeenten extra middelen ontvangen om de sociale infrastructuur voor hun maatschappelijke opgave opnieuw vorm te geven en de transformatie naar een sociaal ontwikkelbedrijf mogelijk te maken.
In 2025 hebben deelnemende gemeenten elkaar hierover gesproken en zijn gemeenten samen of individueel op zoek naar de best passende manier en plannen om dit vorm te geven. In deze plannen is het van belang dat er aandacht is voor een goed perspectief ten behoeve vanuit de Wsw en participatiewet in relatie tot de sociaal ontwikkelbedrijven. De GR SW ‘FRYSLÂN’ volgt deze ontwikkelingen op de voet, opdat de werknemers in de GR SW ‘FRYSLÂN’ en ook de inwoners van gemeenten zicht hebben op een goed perspectief en een passende werkomgeving. Onomstotelijk staan hierin de borging en aandacht naar onze werknemers centraal. De werknemers van de Gemeenschappelijke Regeling verdienen een goede en veilige werkplek. Daar zetten wij ons vanuit de deelnemende gemeenten voor in en hebben geconstateerd dat dat in 2025 opnieuw het geval was. Drachten,
Abel Reitsma Voorzitter GR SW ‘FRYSLÂN’
4
3 Bericht van het bestuur Bestuur Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling wordt gevormd door leden van colleges van B&W van de aangesloten gemeenten. Het bestuur handelt vanuit het perspectief van de bedrijfsvoering regeling die sinds de fair deal van 2019 de leidraad is. In het kader van de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) is in 2024 het traject opgestart tot herziening van deze bedrijfsvoeringsregeling. Niet alleen de facetten vanwege de wetswijziging zijn ingebracht. Ook de wijzigingen in andere wetten en onvolkomenheden in de ‘oude’ regeling zijn aangepast. In 2025 is de nieuwe regeling aan het bestuur voorgelegd, vastgesteld en gepubliceerd. Daarnaast zijn verordeningen, protocollen geactualiseerd en vastgesteld. Daarmee is de basis voor het besturen van de Gemeenschappelijke Regeling op orde. De dienstverleningsovereenkomsten 2025-2029 Het jaar 2025 is gestart met een hernieuwde samenwerking tussen gemeenten, GR Sw Fryslân en Caparis via zgn. tripartite dienstverleningsovereenkomsten. Een belangrijke ijkmoment voor de betrokken partijen, maar vooral een goed perspectief voor de inwoners van gemeenten die via de GR SW ‘FRYSLÂN’ bij Caparis NV werken. De invulling en uitvoering van deze dienstverleningsovereenkomsten vindt met name plaats tussen de individuele gemeente en Caparis NV.
De toekomst van de sociale werkvoorziening De toekomst van de sociale werkvoorziening is een punt van aandacht voor de GR Sw Fryslan en haar uitvoeringsorganisatie. En daarin staan we niet alleen. De gehele sector staat aan de vooravond van een hervorming. Voor de periode 2025-2034 heeft het Rijk middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten om te komen tot een adequate inrichting van de sociale infrastructuur, inclusief de Sw bedrijven. Deze opgave is niet eenvoudig en vraagt visie op de maatschappelijke opgave die voor ons ligt. Daarin zijn er overeenkomsten en verschillen bij gemeenten binnen de GR SW ‘FRYSLÂN’ en dit komt o.a. tot uiting in de relatie tot het eigenaarschap van de uitvoeringsorganisatie. Deelnemende gemeenten hebben aangegeven zich verantwoordelijk te voelen voor continuïteit en belang van de medewerkers om vanuit maatschappelijk perspectief hen een passende en veilige plek te bieden. Dat in die sociale infrastructuur ook ruimte is voor andere (doelgroepen) is evident. Om tot ontwikkeling op dit vraagstuk te komen heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een Expertteam ingericht om gemeenten te adviseren en ondersteunen. Verschillende gemeenten in de GR SW ‘FRYSLÂN’ maken hier gebruik van.
CLIËNTENRAAD (Sw-raad) In 2025 heeft de Sw-Raad richting het management van Caparis haar rol als adviesorgaan verder vormgegeven in een jaar dat gekenmerkt werd door organisatorische veranderingen en toenemende druk op de positie van medewerkers. De Raad kwam vijf keer bijeen en voerde twee overleggen met de Raad van Bestuur. De relatie met de Gemeenschappelijke Regeling veranderde doordat de GR SW ‘FRYSLÂN’ zich meer op financiële taken is gaan richten, waardoor beleidsvorming nu vooral tussen Caparis en de gemeenten plaatsvindt. Belangrijke thema’s die dit jaar aan bod kwamen, waren schuldhulpverlening, brandveiligheid, de bereikbaarheid van de vertrouwenspersoon, onrust op afdelingen en de gevolgen van loonstijgingen voor toeslagen. De Raad benadrukte herhaaldelijk het belang van duidelijke en begrijpelijke communicatie richting medewerkers. Tegelijkertijd werd zichtbaar dat Caparis een steeds grotere rol speelt in de uitvoering van de Participatiewet, wat leidt tot meer focus op toeleiding naar de arbeidsmarkt. Dit heeft merkbare gevolgen voor de eigen medewerkers, die zich in een veranderende werkomgeving bevinden.
5
De zichtbaarheid van de SW-Raad is vergroot door ledenwerving op locaties en het versturen van een nieuwsbrief, maar het werven van nieuwe leden blijft een groot knelpunt. Ondanks inspanningen leverde de ledenwerfbrief geen nieuwe aanmeldingen op, terwijl de doelgroep kleiner wordt. Dit vormt een risico voor de continuïteit van de Raad. Ook de vertegenwoordiging van gedetacheerde medewerkers blijft een aandachtspunt, omdat de verbinding tussen deze groep en Caparis niet vanzelfsprekend is. In de overleggen met de Raad van Bestuur kwamen onder meer de sluiting van Batavus, werkgelegenheidsvraagstukken, looncommunicatie en CAO-ontwikkelingen aan bod. De Raad drong erop aan dat loonwijzigingen schriftelijk worden gecommuniceerd vanwege de impact op toeslagen. Landelijk bleef de Raad actief via Ieder(in), waarmee signalen vanuit Caparis ook op nationaal niveau onder de aandacht worden gebracht. Terugkijkend was 2025 een actief jaar waarin de Raad haar positie verder heeft proberen te versterken. Voorzitter mw. Rommie Haarsma heeft zich hiervoor afgelopen jaren ingezet. We zijn haar veel dank verschuldigd. Vooruitkijkend naar 2026 ligt de nadruk op het verder uitbouwen van de relatie met de directie en het versterken van de eigen organisatie. Dit doen we met onze een nieuwe voorzitter, mw. Janienke Knol, die deze ontwikkeling graag ondersteunt.
6
4 Jaarverslag
▪
Programmaverantwoording
▪
Resultaatanalyse
▪
Verplichte paragrafen BBV
7
4.1 Programmaverantwoording 4.1.1 Algemeen Het bestuur van de GR SW ‘FRYSLÂN’ is verantwoordelijk voor één programma binnen de hoofdfunctie van de ‘Sociale Voorzieningen en Maatschappelijke Dienstverlening’ t.w. de Sociale Werkvoorziening (Wsw). Deze activiteit wordt aangeduid als het taakveld Begeleide Participatie binnen het Sociaal Domein. De GR SW ‘FRYSLÂN’ heeft de uitvoering van de Wsw voor de acht aangesloten gemeenten opgedragen aan Caparis NV. In dit hoofdstuk wordt de omvang van die opdracht tot uitdrukking gebracht en de mate waarin Caparis NV die opdracht heeft kunnen realiseren. Met ingang van 1 januari 2015 is instroom in de Wsw niet meer mogelijk. Dit heeft er onder andere toe geleid dat er met ingang van 2015 geen sprake meer is van een taakstelling.
4.1.2 Ontwikkeling van binnen naar buiten Met ingang van 2025 zijn de DVO’s (dienstverleningsovereenkomsten) tussen gemeente, GR SW ‘FRYSLÂN’ en Caparis NV met vijf jaar verlengd. De invulling van deze DVO wordt voornamelijk gedaan tussen de gemeente en Caparis NV. Middels een kwartaalrapportage brengt Caparis NV verslag uit over onder andere bezetting, individuele ontwikkel-gesprekken en ziekteverzuim.
4.1.3 Personele bezetting In de onderstaande tabel is de bezetting van de medewerkers weergegeven. Personele bezetting
Realisatie 2025
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2025
Realisatie 2024
SW medewerkers in dienst Aantal begeleid werken Totaal
Fte Fte
1.045 97 1.142
1.044 98 1.142
1.074 96 1.170
1.140 102 1.242
SW medewerkers in dienst Aantal begeleid werken Totaal
Se Se
1.125 107 1.232
1.124 109 1.233
1.155 106 1.261
1.229 111 1.340
De gemiddelde bezetting voor 2025 komt uit op 1.142 fte. Ten opzichte van 2024 (1.242 fte) is zowel bij de bezetting van de medewerkers in dienst als het aantal begeleid werken, sprake van een duidelijke daling. De daling in het aantal medewerkers binnen de Wsw is een direct gevolg van de wetswijzigingen die op 1 januari 2015 zijn ingevoerd. Sinds dat moment vindt er geen nieuwe instroom in de Wsw meer plaats, terwijl er tegelijkertijd wel sprake is van natuurlijk verloop, zoals pensionering, ontslag en overlijden. Hierdoor neemt de formatie jaarlijks verder af. Daarnaast speelt ook de cao SW een belangrijke rol in de daling van de bezetting. Deze cao biedt medewerkers de mogelijkheid om eerder en met behoud van salarisrechten minder te gaan werken, of om gebruik te maken van uittredingsregelingen. Deze faciliteiten worden in toenemende mate benut en zorgen voor een verdere afname van het aantal beschikbare fte’s. Samen leiden deze ontwikkelingen tot een structurele daling van de personele bezetting.
8
4.1.4 Ziekteverzuim In onderstaande tabel is het ziekteverzuim Sw in percentages weergegeven. In deze tabel is onderscheid gemaakt tussen lang en kort ziekteverzuim.
Ziekteverzuim SW Kort Lang Totaal
Realisatie 2025 3,8% 12,1% 15,9%
Begroting Realisatie 2025 2024 3,1% 4,3% 13,0% 11,5% 16,1% 15,8%
Het totale ziekteverzuim komt in 2025 uit op 15,9%. Hiermee blijft het verzuim iets onder de begroting van 16,1%, maar ligt het fractioneel hoger dan de realisatie in 2024 (15,8%). Het kortdurend verzuim bedraagt in 2025 3,8%. Hoewel het kortdurend verzuim nog boven de verwachting ligt, is er een lichte verbetering zichtbaar ten opzichte van vorig jaar. Het langdurend verzuim komt uit op 12,1%. Dit is lager dan begroot, maar een stijging ten opzichte van de realisatie van 2024. Een belangrijke verklaring voor het structureel hoge verzuim is dat de groep medewerkers steeds ouder wordt. Sinds er vanaf 2015 geen instroom in de Wsw meer plaatsvindt, schuift de leeftijdsopbouw jaarlijks op. Een ouder wordende medewerkersgroep kent vaker langdurige gezondheidsklachten, waardoor met name het langdurend verzuim stijgt. Dit patroon zien we ook terug in de cijfers over 2025. Dit is niet alleen binnen onze organisatie zichtbaar: het hogere langdurige verzuim onder een vergrijzende werknemerspopulatie is een breed brancheverschijnsel binnen de SW-sector blijkt uit de rapportage van Cedris.
4.2
Resultaatanalyse
4.2.1 Algemeen Het bedrijfseconomische deel van de Wsw is aan Caparis NV uitbesteed. Dat heeft tot gevolg dat een aantal zaken niet in dit jaarverslag opgenomen wordt. Het jaarverslag geeft dus geen beeld van de bedrijfsmatige aspecten van de uitvoering van de Wsw in ons werkgebied; daarvoor is ook kennisname van het jaarverslag van Caparis NV nodig. Na het derde kwartaal was de verwachting dat er op onderdelen sprake zou zijn van een begrotingsoverschrijding hoger dan de norm van 2%. Daarom heeft er een begrotingswijziging plaatsgevonden en deze is door het bestuur van de GR SW ‘FRYSLÂN’ goedgekeurd op 21 november 2025.
4.2.2 Doorbelasting naar Caparis en Bijdrage GR SW ‘FRYSLÂN’ Alle kosten die door de GR SW ‘FRYSLÂN’ worden gemaakt en direct samenhangen met de loon- en personeelskosten voor de medewerkers worden aan Caparis doorbelast. Alleen overige kosten gemaakt in de GR SW ‘FRYSLÂN’, zoals de kosten van het secretariaat, de cliëntenraad en accountants- en (mogelijke) advies- en onderzoekskosten worden doorbelast aan de 8 deelnemende gemeenten.
9
4.2.3 Loon- en personeelskosten De loonkosten zijn in absolute zin ten opzichte van 2024 gedaald met € 240.000. Dit komt door de uitstroom van medewerkers in dienst (95 fte in 2025). De gemiddelde loonkosten per fte zijn echter met bijna 8,5% gestegen. De grootste oorzaken hiervan zijn de eenmalige compensatie in het kader van de cao SW ( € 688.700) en de afschaffing van het Lage Inkomensvoordeel (LIV) per 2025 (2024: € 280.354). De GR SW ‘FRYSLÂN’ is voor het personeel aangesloten bij bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds Werk en Integratie en past samen met andere rechtspersonen dezelfde pensioenregeling toe. Er is geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen, anders dan het voldoen van hogere toekomstige premies, in het geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds.
4.3
Verplichte paragrafen BBV
4.3.1 Weerstandsvermogen, kengetallen en risicobeheersing De vakantiegeld- en vakantiedagenverplichtingen van het personeel met een dienstverband in het kader van de Wsw, zijn niet opgenomen in de jaarrekening van de GR SW ‘FRYSLÂN’. In de balans zijn, in overeenstemming met de regelgeving, geen personele verplichtingen tot uitdrukking gebracht van een jaarlijks gelijkblijvend niveau. Dit is op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) niet toegestaan. Deze paragraaf geeft conform artikel 11 BBV inzicht in de risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de financiële kengetallen Hieronder zijn in een tabel de vanuit de BBV verplichte kengetallen weergegeven. Verloop van de kengetallen Kengetallen: Netto schuldquote
Berekende netto schuldquote
Vaste schulden Vlottende schulden Fin.vaste act. Uitzettingen < 1jr Liquide middelen Saldo baten (A+B+C-D-E-F-G)/H
A B&C D E&G F H
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Berekende netto schuldquote na corr corr. (A+B+C-E-F-G)/H Solvabiliteitsrisico Berekende solvabiliteit
eigen vermogen totaal passiva I/J
Current ratio Vlottende activa / kort vreemd vemogen
(E&G + F)/B&C
I J
Realisatie Begroting Begroting Realisatie 2025 2025 2025 2024 na wijziging 1.887 1.800 0 0 4.136 4.000 4.000 2.088 0 0 0 0 5.998 5.600 3.800 2.063 25 200 200 25 46.760 46.749 44.224 45.175 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0 6.023 0,0%
0 5.800 0,0%
0 4.000 0,0%
0 2.088 0,0%
1,5
1,5
1,0
1,0
Er wordt geen weerstandsvermogen aangehouden omdat jaarlijks een positief of negatief resultaat wordt afgerekend met de (deelnemende) gemeenten. Daarnaast zijn de hiervoor beschreven risico’s van dien aard dat geen eigen weerstandsvermogen noodzakelijk is.
10
Omdat de exploitatie in zijn geheel plaatsvindt bij Caparis NV en de GR SW ‘FRYSLÂN’ in die zin slechts als doorgeefluik functioneert, zijn in feite alleen de kengetallen van belang die iets zeggen over de liquiditeit en solvabiliteit van de GR SW ‘FRYSLÂN’. De liquiditeit laat zien in hoeverre de onderneming in staat is om haar (directe) opeisbare verplichtingen te voldoen en wordt uitgedrukt in de current ratio: vlottende activa / kort vreemd vermogen. Per balansdatum bedraagt deze 1,5 (2024: 1,0). Dit betekent dat er op korte termijn voldoende liquiditeit is om aan de kortlopende verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit biedt inzicht in de mate waarin de onderneming aan haar verplichtingen kan voldoen en laat zien in hoeverre de onderneming afhankelijk is van schuldeisers. Het kengetal voor de solvabiliteit staat in bovenstaande tabel weergegeven, deze bedraagt ultimo 2025 0,0 % (2024: 0,0%). De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de GR SW ‘FRYSLÂN’ ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In 2025 is een vaste schuld opgenomen op de balans. Dit betreft echter geen externe lening, maar de opbouw van twee verplichtingen aan personeel: voorziening spaarverlof en RVU.
Deze verplichtingen worden BBV-technisch gekwalificeerd als vaste schulden, maar zijn intern gedekt en brengen geen financieringsrisico met zich mee. De GR SW ‘FRYSLÂN’ heeft gelijke vorderingen en schulden en tevens zijn de baten in enig jaar zodanig dat de druk van de schuldenlast nagenoeg te verwaarlozen is. Dit blijkt ook uit de berekende netto schuldquote van 0,0 % (waar vanuit de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) een signaalwaarde van 100% wordt gehanteerd).
4.3.2 Onderhoud kapitaalgoederen De GR SW ‘FRYSLÂN’ beschikt niet over kapitaalgoederen, deze behoren toe aan Caparis NV.
4.3.3 Financiering In eerdere jaren trad de GR SW Fryslân op als financier door onder gunstige voorwaarden door te lenen aan Caparis NV. Deze constructie was in 2025 niet van toepassing.
4.3.4 Verbonden partijen De GR SW ‘FRYSLÂN’ heeft als uitvoerend Sw-bedrijf Caparis NV te Drachten aangewezen. Hiermee wordt een contractuele relatie onderhouden. Er is geen bestuurlijke verbondenheid. De aandelen van Caparis NV zijn in handen van vier van de in de GR SW ‘FRYSLÂN’ deelnemende gemeenten, namelijk Heerenveen, Leeuwarden, Opsterland en Smallingerland. De GR SW ‘FRYSLÂN’ heeft derhalve geen verbonden partijen in de zin van het BBV.
4.3.5 Bedrijfsvoering De GR SW ‘FRYSLÂN’ heeft geen zelfstandige inhoudelijke bedrijfsvoering, maar is formeel werkgever van de SW medewerkers. Caparis NV is materieel werkgever van de inwoners van de aangesloten gemeenten. De feitelijke bedrijfsvoering vindt plaats binnen Caparis NV. De personeels-en salaris administratie, HR activiteiten en de daaraan gekoppelde processen en systemen worden via Caparis NV geregeld. Feitelijk is van bedrijfsvoering binnen de GR SW ‘FRYSLÂN’ geen sprake, behalve het beheersen van personele en financiële processen. Deze processen worden extern getoetst door de accountant van Caparis NV. De activiteiten die gedaan worden vanuit Caparis NV voor de GR SW ‘FRYSLÂN’ zijn zoals hiervoor beschreven. Bij de dienstverleningsovereenkomsten tussen Caparis en de GR SW ‘FRYSLÂN’ 2025-2029 is een beschrijving van deze activiteiten toegevoegd als addendum. Met de provincie Fryslân is goed contact in verband met het financieel toezichtkader voor gemeenschappelijke regelingen. De richtlijnen die daarvoor worden afgegeven zijn onderdeel van de systematiek van begroting en jaarrekening van de GR SW ‘FRYSLÂN’.
11
Wet open overheid De openbaarheidsparagraaf is een nieuwe verplichte paragraaf in het jaarverslag. De verplichting komt voort uit het besluit tot actieve openbaarmaking van informatie, de plannen ter verbetering van de informatiehuishouding bij de overheid op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) dat bepaalt dat een bestuursorgaan in de jaarlijkse begroting en verantwoording aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. Nadat de GR SW ‘FRYSLÂN’ begin 2022 door het ministerie is geïnformeerd over de invoering van de Woo is een inventarisatie gemaakt wat de nieuwe wetgeving betekent voor de GR SW ‘FRYSLÂN’. Hieruit zijn een aantal thema’s benoemd die gerealiseerd moeten worden. De informatiehuishouding Actieve openbaarmaking Passieve openbaarmaking. Contactpersoon Woo Openbaarheidsparagraaf Deze thema’s worden in de praktijk ook toegepast en uitgevoerd. De informatiehuishouding Voor het realiseren van een transparante informatiehuishouding t.a.v. bestuurlijke aangelegenheden worden een aantal maatregelen genomen. Informatie wordt overzichtelijk gearchiveerd, is toegankelijk en beschikbaar voor actieve en passieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking Informatie m.b.t. bestuursaangelegenheden worden, voor zover deze openbaar gemaakt mogen worden, gepubliceerd op de website van de gemeente Smallingerland. De website zal hiervoor ingericht worden.
Het volgende wordt gepubliceerd: Openbaarmaking Documenten
AB
Vergaderstukken
X
Verslagen
X
Agenda
X
Besluitenlijst
X
Passieve openbaarmaking Onder passieve openbaarmaking wordt verstaan het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek (Woo-verzoek) uit de samenleving. Voor het indienen van een Woo-verzoek wordt de mogelijkheid geboden op de website. Een Woo-verzoek kan digitaal of per post ingediend worden. Een Woo-verzoek wordt in behandeling genomen en afgehandeld door de contactpersoon. Contactpersoon Woo De Woo schrijft voor dat ieder bestuursorgaan één of meer contactpersonen heeft om vragen van burgers te beantwoorden over beschikbaarheid van publieke informatie. Bij de GR SW ‘FRYSLÂN’ is de ambtelijk secretaris de contactpersoon. De contactpersoon is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Woo en verzorgt de afhandeling van de Woo verzoeken.
12
4.3.6 Rechtmatigheid Wijziging regelgeving De regelgeving over de rechtmatigheid in de jaarrekening vraagt om een scherpe afbakening van het rechtmatigheidsbegrip bij gemeenschappelijke regelingen (GR). Rechtmatigheid is een juridische term, die aangeeft dat een (voorgenomen) handelwijze in overeenstemming is met de geldende regels en besluiten. Het begrip rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording is echter een minder omvattend begrip. Bij rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverant-woording bestaat er een duidelijke relatie met het financiële beheer en de vaststelling of deze in overeenstemming met de wet- en regelgeving zijn. Het gaat hierbij zowel om externe regelgeving als de eigen regels en verordeningen. Er moet immers worden verantwoord dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit betekent dat het noodzakelijk is om te komen tot vastlegging van een normenkader en deze ook ter kennis te brengen aan het bestuur van de GR SW ‘FRYSLÂN’. In de bijlage 'Normenkader Rechtmatigheid' wordt een overzicht gegeven van de thans bekende, op de GR SW ‘FRYSLÂN’ van toepassing zijnde, wet- en regelgeving. Omdat de uitvoering van de activiteiten is opgedragen aan Caparis NV, blijkt het normenkader van de in de GR SW ‘FRYSLÂN’ blijvende activiteiten beperkt.
Vanaf begrotingsjaar 2023 heeft er een verandering plaatsgevonden in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening van gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving wordt gehandeld, maar is het bestuur aan zet. In het jaarverslag is een rechtmatigheidsverant-woording opgenomen, afgegeven door het bestuur. Hiervoor is het verplichte model gehanteerd, zoals deze in de wetgeving is voorgeschreven.
Kaderstelling De commissie BBV heeft een Kadernota Rechtmatigheid 2025 uitgebracht, waarin het belang van de rechtmatigheid en de onderlinge verantwoordelijkheden nader zijn uitgelegd. Tevens bevat deze kadernota stellige uitspraken en aanbevelingen. Met stellige uitspraken geeft de commissie een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Dit betekent dat stellige uitspraken gevolgd worden. Indien de GR SW ‘FRYSLÂN’ toch een afwijkende interpretatie heeft gekozen, dan hebben we dit expliciet gemotiveerd en is dit kenbaar gemaakt in de jaarstukken. Het bestuur krijgt de bevoegdheid om de grenzen vast te stellen waarboven er in de rechtmatigheidsverantwoording melding moet worden gemaakt van intern geconstateerde onrechtmatigheden en onduidelijkheden. Het bestuur van de GR SW ‘FRYSLÂN’ heeft besloten een verantwoordingsgrens te hanteren van 2% van de totale omvang van de lasten exclusief toevoegingen aan reserves. Dit is in overeenstemming met de maximale grens die de Kadernota Rechtmatigheid voorschrijft (In de Kadernota Rechtmatigheid 2024 was dit 3%). Voor 2025 bedraagt deze grens € 938.320. Verder heeft het bestuur besloten voor wat betreft de rapporteringsgrens ten aanzien van de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) aan te sluiten bij het drempelbedrag voor Europees aanbesteden bij levering en diensten voor decentrale overheden (€216.000).
Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording, waarbij het verantwoorden en toelichten centraal staat, is het mogelijk om vooraf afspraken te maken met het bestuur van de GR SW ‘FRYSLÂN’ welke begrotingsonrechtmatigheden als gevolg van overschrijding van lasten en/of investeringen als acceptabel (passend in het beleid) worden beschouwd (dus wel onrechtmatig, maar acceptabel). Deze afspraken zijn in de financiële verordening ex art. 212 Gemeentewet Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening Fryslân 2024 vastgelegd. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.
13
Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a) Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b) Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c) De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. d) Gerealiseerde inhoudelijke prestaties die in de begroting taakstellend zijn opgenomen minder dan 20% afwijken van de betreffende doel/taakstelling.
4.3.7 Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidsverantwoording vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting. Als blijkt dat de gerealiseerde bedragen hoger zijn dan de, ook na de laatste begrotingswijziging, geraamde bedragen dan kan er sprake zijn van onrechtmatige uitgaven (begrotingsonrechtmatigheid) aangezien deze lasten buiten het budgetrecht van het bestuur tot stand zijn gekomen. De GR heeft voor de afweging hiervan onderstaande stappenplan begrotingsrechtmatigheid gevolgd zoals deze is opgenomen in de Kadernota Rechtmatigheid 2025. •
•
Stap 1: omdat strikt genomen alle afwijkingen van de begroting, begrotingsonrechtmatigheden zijn, deze verzamelen ten behoeve van de rechtmatigheidsverantwoording door het bestuur. Bijvoorbeeld alle bestedingen boven het begrotingsbedrag zijn strikt genomen onrechtmatig; Stap 2: beoordelen of het totaal aan afwijkingen, fouten en onduidelijkheden (ieder afzonderlijk) ten aanzien van het begrotings-, voorwaarden- en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium boven de door het bestuur van de GR vastgesteld verantwoordingsgrens komen.
Bij ja: • •
•
•
Stap 3: totaal van alle begrotingsonrechtmatigheden vermelden in de rechtmatigheidsverantwoording. Stap 4: vaststellen en aangeven welke begrotingsonrechtmatigheden passen binnen het door het bestuur van de GR vastgestelde beleid. Deze begrotingsonrechtmatigheden moeten bij de toelichting op de baten en lasten in de jaarrekening en bij de programma’s en investeringen meer uitgebreid worden toegelicht. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt daarnaar verwezen. Stap 5: resultaat: resterende begrotingsonrechtmatigheden in de rechtmatigheidsverantwoording toelichten. Hierover legt het bestuur in de rechtmatigheidsverantwoording verantwoording af en kan dit bij het besluit over het vaststellen van de jaarrekening worden betrokken. Stap 6: overeenkomstig de afspraken met het bestuur van de GR aanvullende informatie opnemen in de paragraaf bedrijfsvoering
Bij nee: Stap 3: overeenkomstig de afspraken met het bestuur van de GR aanvullende informatie opnemen in de paragraaf bedrijfsvoering Op 21 november 2025 is een begrotingswijziging aan het bestuur voorgelegd. Aanleiding hiervoor was de verwachting dat op meerdere onderdelen sprake zou zijn van een begrotingsoverschrijding
14
die uitkwam boven de door het bestuur vastgestelde norm van 2%. Om te voorkomen dat de begroting formeel zou worden overschreden, is voorgesteld om zowel de totale lasten als de totale baten te verhogen. Hieronder worden de belangrijkste oorzaken toegelicht. Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) Vanuit de regelgeving van de BVV werd het noodzakelijk om een voorziening te treffen voor de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Deze regeling biedt medewerkers de mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan, waarbij de GR SW ‘FRYSLÂN’ een maandelijkse uitkering verstrekt totdat de medewerker de AOW-leeftijd bereikt. Omdat voor deze verplichtingen in eerdere jaren geen voorziening was opgenomen, moest de totale last in één keer worden verantwoord in 2025. Dit leidde tot een aanvullende last van € 892.000, waarvoor in de oorspronkelijke begroting geen ruimte was gereserveerd; in de gewijzigde begroting was hiervoor € 1.000.000 opgenomen. Eenmalige compensatie Bij het opstellen van de begroting voor 2025 (begin 2024) was rekening gehouden met reguliere cao-verhogingen. Later in het traject werd echter een eenmalige compensatie toegekend aan medewerkers. Deze had een forse impact op de personeelslasten. De extra kosten die hiermee gemoeid waren, werden geraamd op € 800.000 (realisatie € 689.000), bovenop de reeds begrote personeelslasten.
Omdat deze compensatie niet was voorzien, ontstond een structurele afwijking ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Spaarverlof Medewerkers hebben de mogelijkheid om langdurig verlof op te bouwen. In voorgaande jaren werd hiervoor geen voorziening getroffen, maar in 2025 werd dit wel noodzakelijk geacht in verband met de oplopende verplichtingen. Hierdoor moest in 2025 een bedrag van € 996.000 ineens ten laste van het resultaat worden gebracht. Ook hiervoor was in de oorspronkelijke begroting geen ruimte opgenomen; in de gewijzigde begroting was hiervoor € 800.000 opgenomen. In de gewijzigde begroting waren per abuis de bijbehorende sociale lasten niet meegenomen (€230.000). Besluitvorming en effect op de begroting Het bestuur heeft in november ingestemd met het voorstel om een begrotingswijziging door te voeren. Hiermee zijn de totale lasten én de totale baten verhoogd van € 44.324.000 naar € 46.749.000. Uit de interne controle zijn een lastenoverschrijding en een (daar rechtstreeks aan gerelateerde) batenoverschrijding van € 167.000 geconstateerd. Deze overschrijding van € 167.000 valt echter binnen de verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan reserves, waardoor deze constatering geen gevolgen heeft voor de rechtmatigheidsverantwoording.
15
5 Jaarrekening
▪
Balans
▪
Overzicht van baten en lasten
▪
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
▪
Toelichting op de balans
▪
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
▪
Kengetallen
16
5.1 Balans per 31 december 2025 (na resultaatbestemming) Balans per 31 december (na resultaatbestemming) x € 1.000 2025 ACTIVA Vaste activa Financiële vaste activa - overige langlopende leningen Totaal vaste activa Vlottende activa Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar: Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist (< 1 jaar) Overige vorderingen Totaal vlottende activa Liquide middelen: Banksaldi Totaal liquide middelen
2024
0 0
0 0
0
0
5.998
2.063
148 4.481 1.369
560 1.387 116 5.998
2.063
25
25
25
25 25
25
Totaal Activa
6.023
2.088
PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Voorzieningen
0 1.887
0 0
Totaal vaste passiva
1.887
0
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar: Overige schulden Totaal vlottende passiva
4.136
2.088
Totaal Passiva
4.136
2.088 4.136
2.088
6.023
2.088
17
5.2 Overzicht van baten en lasten 2025 x € 1.000
Realisatie Begroting 2025 2025 na wijziging
Begroting 2025
Realisatie 2024
Baten Bijdrage GR-gemeenten Doorbelasting aan Caparis Totaal baten
26 46.734 46.760
28 46.721 46.749
30 44.194 44.224
56 45.119 45.175
Lasten Lonen en sociale lasten Sw Vervoerskosten Sw Overige CAO gerelateerde kosten Overige kosten GR Totaal lasten
44.046 659 2.185 26 46.916
43.968 686 2.067 28 46.749
42.822 1.228 244 30 44.324
44.286 748 263 56 45.353
Financieringsfunctie Rentebaten
-156
0
-100
-178
Totaal financieringsfunctie
-156
0
-100
-178
Resultaat baten, lasten en financiering
0
0
0
0
Resultaatbestemming Gerealiseerd resultaat
0 0
0 0
0 0
0 0
18
5.3 Overzicht van baten en lasten per taakveld 2025
x € 1.000 Taakveld 0. BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 Overhead Inkomensoverdrachten - overige overheden Inkomensoverdrachten - gemeenten totaal baten
Realisatie Begroting Begroting 2025 2025 2025 na wijziging
Realisatie 2024
0 26 26
0 28 28
0 30 30
0 56 56
Salarissen en sociale lasten Overige goederen en diensten totaal lasten
0 26 26
0 28 28
0 30 30
0 56 56
Totaal overhead
0
0
0
0
Treasury Inkomensoverdrachten - overige overheden totaal baten
0 0
0 0
0 0
0 0
Toegerekende reële en bespaarde rente totaal lasten
0 0
0 0
0 0
0 0
Totaal treasury
0
0
0
0
onttrekkingen stortingen
0 0
0 0
0 0
0 0
Totaal mutaties reserves
0
0
0
0
0
0
0
0
Taakveld 6. SOCIAAL DOMEIN 6.4 Begeleide participatie Inkomensoverdrachten - overige overheden Inkomensoverdrachten - gemeenten totaal baten
46.734 0 46.734
46.721 0 46.721
44.194 0 44.194
45.119 0 45.119
Salarissen en sociale lasten Inkomensoverdrachten - overige overheden totaal lasten
46.890 -156 46.734
46.721 0 46.721
44.294 -100 44.194
45.297 -178 45.119
0
0
0
0
0.5
0.10
Mutaties reserves
Totaal taakveld 0. BESTUUR EN ONDERSTEUNING
Totaal taakveld 6 SOCIAAL DOMEIN
19
5.4
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Algemeen Het bestuur van het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam GR SW ‘FRYSLÂN’ heeft in zijn aanwijzingsbesluit van 27 februari 2002 Caparis NV aangewezen als rechtspersoon ten behoeve van de uitvoering van de Wsw in de zin van artikel 2 lid 3 van deze wet. De kosten die door de GR SW ‘FRYSLÂN’ worden gemaakt en direct samenhangen met de loonkosten voor medewerkers worden aan Caparis NV doorbelast. Zoals in de fair deal afgesproken worden alleen de overige kosten gemaakt door de GR SW ‘FRYSLÂN’ evenredig naar de 8 deelnemende gemeenten doorbelast. De jaarrekening is opgesteld in duizenden euro's. In hoofdstuk 6, bij de vaststelling van de jaarrekening, wordt het voorstel tot resultaatbestemming weergegeven. De begroting 2025 is in het overzicht van baten en lasten weergegeven. Op 21 november 2025 is een begrotingswijziging voorgelegd aan het bestuur omdat de verwachting was dat er op onderdelen sprake zou zijn van een begrotingsoverschrijding hoger dan de norm van 2% die was vastgesteld door het bestuur in de vergadering van 4 juli 2024
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 1. Continuïteitsveronderstelling De jaarrekening is opgesteld onder de veronderstelling van continuïteit van de organisatie en diens activiteiten. De uitvoering van de Wsw wordt door Caparis rechtstreeks met de gemeenten, die in de GR SW ‘FRYSLÂN’ verenigd zijn, geregeld. Hiervoor zijn zgn. dienstverleningsovereenkomsten afgesloten. Afgesproken is dat Caparis alle lasten van de GR SW ‘FRYSLÂN’ gaat betalen, voor personeel uit de gemeenten waarmee een DVO is afgesloten. Hierdoor ontstaat er geen tekort binnen de GR SW ‘FRYSLÂN’ en is de continuïteit gewaarborgd. In 2025 zijn er met de gemeenten nieuwe dienstverleningsovereenkomsten gesloten voor de periode 2025-2029. 2. Schattingen Om de grondslagen en de regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de gemeenschappelijke regeling over verschillende zaken zich een oordeel vormt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.
20
3. Vergelijking met voorgaand jaar: De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaand jaar. 4. Stelsel en toerekening De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het bestuur op 4 juli 2024 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Aansluitend op dit aanwijzingsbesluit is de bedrijfsvoeringsregeling d.d. 21.08.2019 van toepassing. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, voor zover het BBV niet anders voorschrijft. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. 5. Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: •
• -
-
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, las ten, balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader; Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
21
•
-
-
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: Een verantwoordingsgrens van 2 % (zijnde € 938.320) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 216.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Balans Financiële vaste activa Waardering vindt plaats op basis van de verkrijgingsprijs verminderd met eventuele duurzame waardeverminderingen en aflossingen. Vlottende activa De uitzettingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. De uitzettingen hebben een rente typische looptijd van één jaar of korter. Onder de vlottende activa zijn ook de uitzettingen opgenomen die betrekking hebben op het schatkistbankieren. Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen. Vaste schulden De vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de reeds gedane aflossingen. Vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Netto vlottende schulden De vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
22
Overzicht van baten en lasten Bijdrage GR-Gemeenten Deze post omvat de doorberekende overige kosten aan de 8 deelnemende gemeenten. Doorbelasting aan Caparis Deze post omvat het saldo van alle integraal aan Caparis NV doorberekende loonkosten van het personeel. Lonen Wsw Onder de lonen worden de loonkosten van de medewerkers verantwoord. Onder loonkosten wordt verstaan het brutobedrag van de aan het boekjaar toe te rekenen lonen, waarvan het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering onderdeel uitmaken. Sociale lasten en pensioenpremies De sociale lasten betreffen de ter zake van de werknemersverzekeringen verschuldigde werkgeverslasten, alsmede het werkgeversaandeel in de pensioenvoorziening. Eveneens worden de aan het boekjaar toe te rekenen ziekengelden, WAO-uitkeringen e.d. hieronder tot uitdrukking gebracht. Vervoerskosten Vervoerskosten Sw betreft de woon-werkvergoeding die uit hoofde van de cao moet worden betaald aan de medewerkers. Deze kosten worden doorbelast aan Caparis NV. CAO gerelateerde kosten De overige cao-gerelateerde kosten Sw betreffen kosten die direct uit de cao Sw voortvloeien en hebben betrekking op onder andere spaarverlof, reservering regeling vervroegd uittreden (RVU), jubilea en de vergoeding vakbondscontributie.
Overige kosten GR SW ‘FRYSLÂN’ De kosten voor het secretariaat, de cliëntenraad, de accountant en de advieskosten, zijn onder de overige kosten GR opgenomen en behoren tot de overhead. Rente- en overige kosten De rentekosten worden berekend op basis van werkelijke kosten. Vennootschapsbelasting Door de GR SW ‘FRYSLÂN’ is bij de belastingdienst aangegeven dat met geen van de activiteiten structurele overschotten worden behaald en dat er derhalve geen sprake is van winststreven. Op grond daarvan vormt de GR SW ‘FRYSLÂN’ met geen van de activiteiten een onderneming in de zin van de Wet op de Vennootschapsbelasting. De belastingdienst heeft aangegeven zich met dit standpunt te kunnen vereniging en heeft daarbij verder aangegeven dat de ondernemingstoets, waaronder de toets aan het winststreven, jaarlijks dient plaats te vinden.
23
5.5
Toelichting op de balans
Vaste activa In 2025 zijn geen (financiële) vaste activa aanwezig. De aan Caparis NV verstrekte langlopende lening was in 2023 volledig afgelost en er hebben in het verslagjaar geen nieuwe verstrekkingen van leningen plaatsgevonden. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar x € 1.000 Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist (< 1 jaar) Overige vorderingen Totaal
2025 148 4.481 1.369 5.998
2024 560 1.387 116 2.063
De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit: • Het van de gemeenten te vorderen bedrag over 2025 ad. € 26.167 (2024: € 56.045) • Nog te ontvangen ziekengeld ad. €121.821 (2024: € 223.665) De uitzettingen in ’s Rijks schatkist ad. € 4.481.000 (2024: € 1.387.000) hebben betrekking op de verplichte deelname van de GR SW ‘FRYSLÂN’ aan het zogeheten ‘schatkistbankieren’. Hierbij worden de (tijdelijk) overtollige liquide middelen dagelijks ‘gestald’ in een rekening-courantfaciliteit met de Rijksoverheid. De Bank Nederlandse Gemeenten biedt de faciliteit dat het saldo dagelijks automatisch wordt afgeroomd. De belangrijkste geldstromen van de GR SW ‘FRYSLÂN’ lopen dan ook via deze bank. Vanuit financieel beheer zijn eerder en hogere voorschotten vanuit de NV betaald aan de GR. Het aanhouden van liquide middelen bij schatkistbankieren levert hogere rentebaten op. Het is toegestaan om een drempelbedrag aan overtollige middelen buiten de rekening-courantfaciliteit aan te houden. De hoogte van dit drempelbedrag is afhankelijk van de begrotingsomvang van de GR SW ‘FRYSLÂN’. De drempel is voor 2025 berekend op € 884.480 (2,0% van € 44.224.000). De drempel is 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt.
Het gemiddelde saldo over alle vier kwartalen van 2025 is met € 231.719 lager dan het gestelde drempelbedrag. De overige vorderingen hebben betrekking op: • Voorschotten met betrekking tot het fietsenplan en FiscFree ad € 93.997 (2024: 103.308) • Vooruitbetaalde kosten voor vervoersabonnementen en overlopende posten per saldo ad € 16.505 (2024: € 9.736) • Rekening-courant NV ultimo 2025 € 1.258.748 (Eind 2024 was dit een schuld) De overige vorderingen zijn tegen nominale waarden opgenomen. Het betreffen actuele (berekende) vorderingen waarvan op het moment van het opmaken en vaststellen van deze vorderingen, geen risico’s bekend zijn over het niet binnenkomen van de bedragen. Bij de waardering van de vlottende activa is derhalve geen risico van oninbaarheid.
24
Liquide middelen Liquide middelen x € 1.000 - banksaldi Totaal
2025
2024 25 25
25 25
De liquide middelen van de GR SW ‘FRYSLÂN’ worden aangehouden bij de BNG (€ 25.000). Vaste passiva Voorzieningen (x € 1.000) Boekwaarde 1-1 Bij: Dotaties Af: Onttrekkingen Af: Vrijval Boekwaarde 31-12
Spaarverlof 0 996 0 0 996
RVU 0 892 0 0 892
Totaal 0 1.887 0 0 1.887
In 2025 zijn twee voorzieningen opgenomen op de balans: voorziening spaarverlof en RVU. Spaarverlof Voor het spaarverlof is een voorziening opgenomen, omdat sprake is van een arbeidsgerelateerde verplichting waarvan de omvang en het moment van afwikkeling niet vaststaan. De commissie BBV heeft toegelicht dat spaarverlof een verplichting betreft met een niet-gelijke en moeilijk voorspelbare opbouw en afbouw, waardoor het vormen van een voorziening verplicht is op grond van artikel 44 BBV. Het gespaarde verlofsaldo kan bovendien in de tijd groeien en niet-verjaarde rechten kunnen op een later moment tot lasten leiden. RVU Daarnaast is een voorziening RVU (Regeling Vervroegd Uittreden) gevormd. Op het moment dat de organisatie een juridische of feitelijke verplichting aangaat richting medewerkers die gebruikmaken van de RVU-regeling, ontstaat een toekomstige betalingsverplichting. De omvang en het tijdstip van deze verplichting zijn onzeker en worden in latere jaren tot uitbetaling gebracht. Daarmee voldoet de RVU aan de BBV-criteria voor het opnemen van een voorziening voor verplichtingen en risico’s. Langlopende schulden Per 31 december 2025 staan er geen langlopende schulden meer op de balans. Alle in voorgaande jaren opgenomen verplichtingen met een looptijd langer dan één jaar waren in 2023 volledig afgelost.
Hierdoor bedraagt de post langlopende schulden ultimo boekjaar € 0. Er zijn tevens geen nieuwe langlopende verplichtingen aangegaan.
25
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar x € 1.000 - overige kasgeldleningen - overige schulden Totaal
2025 0 4.136 4.136
2024 0 2.088 2.088
Bij de overige schulden zijn de volgende bedragen opgenomen: • te betalen loonheffing en pensioenpremies € 1.456.040 (2024: 1.142.000); • te betalen btw € 2.539.861 (eind 2024 was dit een vordering) • op balansdatum te betalen - en vooruit ontvangen posten, waaronder crediteuren ad € 11.428 (2024 € 1.631) en nog te betalen kosten ad. € 104.000 (2024 € 129.000); • Rekening-courant NV is ultimo 2025 opgenomen onder de vorderingen (2024: € 803.400). • Overige inhoudingen personeel ad. € 24.186 (2024: € 12.700) Niet uit de balans blijkende verplichtingen Dienstverleningsovereenkomsten met de aangesloten gemeenten Als gevolg van de gemaakte afspraken in de fairdeal tussen de 8 gemeenten en Caparis NV is de relatie tussen de GR SW ‘FRYSLÂN’ en de 8 gemeenten sterk veranderd. Er heeft een herstructurering van de dienstverlening aan de gemeenten plaats gevonden, deze verloopt nu rechtstreeks vanuit Caparis NV. Sinds 2020 is enkel nog Sw-personeel in dienst van de GR SW ‘FRYSLÂN’. De ambtenaren die nog in dienst waren van de GR SW ‘FRYSLÂN’, zijn per 1 januari 2020 in dienst gekomen bij Caparis NV. Alle kosten die door de GR SW ‘FRYSLÂN’ worden gemaakt en direct samenhangen met de loonkosten voor medewerkers worden aan Caparis NV doorbelast.
Zoals in de fair deal afgesproken worden alleen de overige kosten gemaakt door de GR SW ‘FRYSLÂN’ evenredig naar de 8 deelnemende gemeenten doorbelast. Vakantiegeld en –dagen De opgebouwde rechten met betrekking tot het vakantiegeld bedragen € 1.374.602 (2024: € 1.383.868). De waarde van de niet gepassiveerde verlofrechten bedraagt per einde boekjaar € 2.646.033 (122.919 uren). In 2024 was dit bedrag € 2.511.755 (118.200 uren). Deze stijging hangt samen met het ziekteverzuim: zieke medewerkers bouwen wél verlof op, maar nemen tijdens hun ziekteperiode geen verlof op, waardoor het saldo toeneemt. Bij de bepaling van de reservering voor 2026 is vervolgens rekening gehouden met een gemiddelde loonverhoging (5,4%).
26
5.6 Toelichting op het overzicht van baten en lasten Overige bedrijfsopbrengsten Dit betreffen de loonkosten van het gedetacheerde personeel wat is doorbelast aan Caparis NV en de aan de gemeenten doorberekende overige kosten. Lonen, salarissen en sociale lasten SW Lonen, salarissen en sociale lasten SW x € 1.000
Realisatie 2025
Begroting Begroting Realisatie 2025 2025 2024 na wijziging 35.614 34.686 36.604 6.156 5.995 6.236 3.078 2.998 3.105 -879 -856 -1.660
Loonkosten Sociale lasten Pensioenpremie Ontvangen ziekengeld/WAO/LIV
35.335 6.197 3.117 -603
Totaal
44.046
43.968
42.822
44.286
Sw-medewerkers in dienst in fte Gemiddelde loonkosten per fte
1.045 42.135
1.044 42.100
1.074 39.872
1.140 38.847
Sw-medewerkers in dienst in se Gemiddelde loonkosten per se
1.125 39.143
1.124 39.132
1.155 37.061
1.229 36.020
In 2025 was de gemiddelde bezetting 1.142 fte's, waarvan 97 fte’s begeleid werken (2024: 1.242 fte’s, waarvan 102 fte begeleid werken). De begeleid werken medewerkers staan niet bij de GR op de loonlijst en zijn dan ook niet meegenomen in bovenstaande tabel. In 2025 zijn de totale loonkosten lager uitgevallen dan in 2024. Deze daling wordt voornamelijk verklaard door de uitstroom van medewerkers, waardoor het aantal fte’s is afgenomen ten opzichte van het voorgaande jaar ( -100 fte). Ondanks de lagere totale loonkosten zijn de gemiddelde loonkosten per fte in 2025 juist significant gestegen. Dit komt met name door: • Eenmalige compensatie in het kader van de cao SW, die in 2025 is uitgekeerd ( € 689.000). Deze compensatie is via een begrotingswijziging verwerkt, omdat deze nog niet bekend was ten tijde van het opstellen van de oorspronkelijke begroting; • De afschaffing van het Lage Inkomensvoordeel (LIV) per 2025, waardoor de organisatie minder loonkostenvoordelen heeft kunnen benutten (2024: € 280.000).
27
Vervoerskosten Vervoerskosten x € 1.000
Realisatie 2025
Vervoerskosten Sw Totaal
Begroting Begroting Realisatie 2025 2025 2024 na wijziging 659 686 1.228 748 659 686 1.228 748
Deze vervoerskosten Sw bestaan uit de vervoerskosten van medewerkers die zijn aangewezen op de woon-werkvergoeding die uit hoofde van de cao moet worden betaald. De kosten van collectief vervoer worden rechtstreeks bij Caparis NV in rekening gebracht. De vervoerskosten zijn in 2025 lager uitgevallen dan in 2024, voornamelijk als gevolg van de uitstroom van medewerkers. In de oorspronkelijke begroting waren de vervoerskosten echter per abuis te hoog geraamd. In de gewijzigde begroting is deze onjuistheid gecorrigeerd en het bedrag aangepast ( €-540.000) aan de actuele inzichten.
CAO gerelateerde kosten Overige CAO gerelateerde kosten x € 1.000 Overige CAO gerelateerde kosten Totaal
Realisatie 2025
Begroting Begroting Realisatie 2025 2025 2024 na wijziging 2.185 2.067 244 263 2.185 2.067 244 263
De cao gerelateerde kosten hebben betrekking op de verplichte uitgaven op basis van de cao. Hieronder vallen onder andere de vergoedingen voor jubilea- en overlijdensuitkeringen. Op grond van een uitspraak van de commissie BBV zijn de eisen met betrekking tot het vormen van verplichtingen voor RVU en spaarverlof gewijzigd. Om die reden zijn deze bedragen apart inzichtelijk gemaakt en is in 2025 sprake van een inhaaleffect. Er zijn een voorziening voor de RVU ( € 892.000) en voor het spaarverlof ( € 996.000) opgenomen. Deze verplichtingen waren ten tijde van het opstellen van de oorspronkelijke begroting nog niet bekend en is daarom later verwerkt in de gewijzigde begroting.
28
Overige kosten GR SW ‘FRYSLÂN’ Overige kosten GR x € 1.000
Realisatie 2025
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2025
Realisatie 2024
26
28
30
56
Overige kosten GR
Onder deze post zijn de direct door de GR SW ‘FRYSLÂN’ gemaakte kosten opgenomen, waaronder de kosten van het secretariaat, de cliëntenraad en de accountants- en (mogelijke) advies- en onderzoekskosten. Deze kosten komen ten laste van het resultaat van de GR SW ‘FRYSLÂN’. In 2024 waren er extra kosten (€ 27.000) gemaakt voor het inwinnen van fiscaal advies en begeleidingskosten in het kader van de nieuwe DVO’s voor 2025-2029 en werkzaamheden in het kader van de wetswijziging gemeenschappelijke regelingen. In 2025 zijn deze extra kosten niet opnieuw gemaakt en waren de overige kosten GR SW ‘FRYSLÂN’ weer terug op het gebruikelijke niveau.
Financieringsfunctie Financieringsfunctie x € 1.000
Rente leningen Rente rekening courant Doorbelaste rentekosten Totaal
Realisatie 2025
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2025
Realisatie 2024
0
0
0
0
0 -156 -156
0 0 0
0 -100 -100
-178 0 -178
De rente rekening-courant heeft betrekking op de rentevergoeding voor schatkistbankieren. Het saldo van de financieringsfunctie over 2025 bedraagt € 156.000 positief (2024: € 178.000 positief).
29
5.7
Kengetallen
Bezetting Gemiddeld aantal Sw-ers: - in fte's - waarvan begeleidwerken (fte's) - in Se's Omrekenfactor fte naar se
Opdracht/realisatie t.b.v. deelnemende gemeenten in Se's Door derden gemeenten geplaatst bij Caparis in Se's Opdracht incl. derden in Se's Ziekteverzuim Sw
2025
2024
2023
2022
2021
1.142
1.242
1.327
1.384
1.466
97
102
105
106
110
1.232 1,08
1.340 1,08
1.430 1,08
1.491 1,08
1.578 1,08
1.188
1.294
1.382
1.442
1.529
44 1.232
46 1.340
48 1.430
49 1.491
49 1.578
15,90%
15,8%
17,11%
18,80%
16,40%
30
6 Opmaak en Vaststelling Bestemming resultaat Conform de uitgangspunten in de afspraken van de fair deal is er geen resultaat en vermogen in de GR SW ‘FRYSLÂN’. Een resultaatbestemming vindt derhalve niet plaats.
Opgemaakt op 28 maart 2026 Namens het Bestuur A.P.W. Reitsma, voorzitter
dhr. J. Nijboer, secretaris
31
7 Samenstelling van bestuur per 31 december 2025 Het bestuur kent per 31 december 2025 de volgende samenstelling: Dhr. E. van Esch - lid - Gem. Achtkarspelen Mw. S. Sijtsma - lid - Gem. Heerenveen Dhr. A. Reitsma - voorzitter/lid - Gem. Leeuwarden Dhr. J. Nijboer - lid - Gem. Ooststellingwerf Dhr. L. de Vries - lid - Gem. Opsterland Dhr. P. van der Zwan - lid - Gem. Smallingerland Dhr. D. Fokkema - lid - Gem. Tytsjerksteradiel Mw. H. den Hartigh - lid - Gem. Weststellingwerf Het bestuur wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. Deze rol werd geheel 2025 vervuld door dhr. G. Luinstra (Leeuwarden).
Tabel inzake de bezoldiging toezichthoudende topfunctionarissen Onderstaand wordt in een tabel een overzicht gegeven van de bezoldiging van de toezichthoudende topfunctionarissen over het jaar 2025. Omdat er geen sprake is van beloningen, vergoedingen en/of uitkeringen aan de toezichthoudende topfunctionarissen, is ter vereenvoudiging niet het voorgeschreven format gehanteerd. De bezoldigingstabel betreft bezoldigingen van € 1.800 of minder.
Functie(s) Voorzitter of lid bestuur vrz/lid bestuur lid bestuur lid bestuur lid bestuur secretaris/lid bestuur lid bestuur lid bestuur lid bestuur lid bestuur lid
Naam Dhr. A. Reitsma Mw. L. van der Tuin-Kuipers Dhr. E. van Esch Mw. S. Sijtsma Dhr. J. Nijboer Dhr. L. de Vries Dhr. P. van de Zwan Mw. C. de Pee Dhr. D. Fokkema Mw. H. den Hartigh
Gemeente Leeuwarden Achtkarspelen Achtkarspelen Heerenveen Ooststellingwerf Opsterland Smallingerland Tytsjerksteradiel Tytsjerksteradiel Weststellingwerf
Belastbare Uitkeringen vaste en Voorziening wegens variable en beloning beëindiging van Ingangsdatum Einddatum onkosten betaalbaar het lid bestuur lid bestuur Beloning vergoeding op temrijn dienstverband jun-22 mrt-26 0 0 0 0 jun-22 mei-25 0 0 0 0 jun-25 mrt-26 0 0 0 0 jul-22 mrt-26 0 0 0 0 jun-22 mrt-26 0 0 0 0 jun-22 mrt-26 0 0 0 0 jun-22 mrt-26 0 0 0 0 jun-22 nov-25 0 0 0 0 dec-26 mrt-26 0 0 0 0 jun-22 mrt-26 0 0 0 0
32
8
Rechtmatigheidsverantwoording bestuur
Verantwoordelijkheid bestuur Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruiken oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het bestuur op 28 maart 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 938.320 .