CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

07 - Bijlage 1 - BOPA Burgum, G.W. Navislaan 6

RAAD IT BESLUT 18 december 2025, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) G.W. Navislaan 6 te Burgum (hammerstik)18.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen)

Onderbouwing effecten fysieke leefomgeving 15 juli 2025

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) Onderbouwing effecten fysieke leefomgeving

COLOFON Opdrachtgever

: Procee Vastgoed

Auteur

: E. Venema

Rapportnummer

: 25-175

Versie

: Rev. 2.0

Datum

: 15 juli 2025

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Projectgebied Het omgevingsplan Leeswijzer

1 1 1 2 3

2 2.1 2.2 2.3

Projectbeschrijving Uitgangssituatie Voorgenomen ontwikkeling Inpassing bij omgevingswaarden

4 4 5 6

3 3.1 3.2 3.3

Beleid en regelgeving Rijksbeleid en rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Gemeentelijk beleid

7 7 8 9

4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 Algemeen 4.2 Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand 4.3 M.e.r.-beoordeling 4.4 Cultuurhistorische waarden 4.5 Beschermen van gezondheid 4.6 Bedrijfsactiviteiten en milieuzonering 4.7 Geluidaandachtsgebieden 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Bodemkwaliteit 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Omgevingsveiligheid 4.12 Natuur 4.13 Waterparagraaf 4.14 Kabels, leidingen en beperkingsgebieden

11 11 11 11 12 13 14 16 17 18 18 19 19 20 21

5 5.1 5.2 5.3

Uitvoerbaarheid Algemeen Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

22 22 22 22

6 6.1 6.2 6.3

Afweging en conclusie Algemeen Afweging Conclusie

24 24 24 24

Bijlagen Bijlage 1 Akoestisch onderzoek wegverkeer Bijlage 2 Stikstofberekening Bijlage 3 Participatieverslag

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Op de hoek van de Kon. Julianastraat en de G.W. Navislaan in Burgum staat het voormalig pand van makelaarskantoor Wijmenga. Procee Vastgoed heeft het plan opgevat om dit pand te transformeren tot woongebouw met daarin 8 appartementen. Dit plan is niet geheel in overeenstemming met het omgevingsplan van de Gemeente Tytsjerksteradiel. De gemeente heeft laten weten in principe medewerking te willen verlenen aan het opstarten van een ruimtelijke procedure om dat mogelijk te maken. Hiervoor is een omgevingsvergunning Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa) noodzakelijk en aangevraagd. Deze onderbouwing vormt een toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning en toetst het bouwplan aan de geldende beleidskaders en instructieregels en aan en de, voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten.

1.2

Projectgebied Het projectgebied ligt in het woongebied in het zuidwesten van Burgum. Het betreft het perceel G.W. Navislaan 6, dat aan een parallelweg van de hoofdweg door Burgum ligt. Binnen het projectgebied staat een kantoorpand, dat naast de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente Bergum staat. Verder grens het aan de Kon. Julianalaan en aan woonpercelen. De ligging van het projectgebied is op een topografische kaart weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1

Ligging van het projectgebied

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

1

1.3

Het omgevingsplan Het projectgebied is geregeld in het Omgevingsplan gemeente Tytsjerksteradiel. Het gaat op moment van schrijven om het ‘tijdelijk omgevingsplan’, dat automatisch op 1 januari 2024 in werking is getreden en waarin primair de verschillende (ontwerp)bestemmingsplannen en de gemeentelijke verordening die betrekking hebben op de leefomgeving en de ‘Bruidsschat’, zijn opgenomen.

1.3.1

Bestemmingsplan Het projectgebied valt binnen het op 16 februari 2017 vastgestelde bestemmingsplan Burgum 2016. Het is hierin bestemd als ‘Gemengd’ met de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Binnen deze bestemming wordt voorzien in allerlei functies, waaronder dienstverlening, medische voorzieningen, sociale voorziening, sport en recreatie. En een bedrijfswoning. Een fragment met de verbeelding van het bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2.

Figuur 1.2

Fragment geldend bestemmingsplan

Omdat de bestemming niet voorziet in het wonen op dit perceel, is de transformatie functioneel in strijd met het bestemmingsplan en moet een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan (Bopa) worden aangevraagd. 1.3.2

Andere verordeningen Er zijn voor de locatie nog geen andere verordening opgenomen in het omgevingsplan.

1.3.3

De bruidsschat De bruidsschat bestaat uit ongeveer 600 regels uit het voormalige Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht (Bor). De regels hebben betrekking op een grote diversiteit aan onderwerpen, zoals horeca, detailhandel, recreatie, lozingen, emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven en bouwen. De regels zijn aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet. Dit is beleidsneutraal of beleidsarm gedaan: de essentie van de regels is ongewijzigd. De gemeente heeft de taak om uiterlijk in 2032 alle bruidsschatregels te hebben verwerkt tot eigen regels, of te hebben laten vervallen.

2

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

1.4

Leeswijzer Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het project, dat met de Bopa mogelijk wordt gemaakt. Daar wordt zowel de huidige of uitgangssituatie, als de beoogde situatie beschreven en wordt ingegaan op de inpasbaarheid van dit project bij de zichtbare waarden. Vervolgens toetst hoofdstuk 3 dit project aan de omgevingsvisies en instructieregels van het Rijk en de provincie en aan het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 vormt de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij de omgevingswaarden en milieu- en gezondheidsaspecten centraal staan. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte een beknopte afweging en conclusie voor het verlenen van de Bopa.

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

3

2

Projectbeschrijving

2.1

Uitgangssituatie De aanvraag heeft betrekking op het voormalig kantoorpand van een makelaar, gelegen in het zuidwestelijk deel van Burgum. Het pand staat op de hoek van de Kon. Julianalaan en de G.W. Navislaan, wat een parallelweg langs de hoofdweg door Burgum is (H.W.K Ridder Huyssen van Kattendijkeweg). Het is hier gelegen ten noorden van een woongebied met hoofdzakelijk vrijstaande woningen en ten oosten van een kerkgebouw. Deze bebouwing maakt deel uit van een planmatige ontwikkeling van eind jaren ’50, begin jaren ’60 van de vorige eeuw. Het kantoorpand is daarmee ook qua uitstraling sterk verwant aan de omliggende gebouwen. Wel is ten behoeve van de functie enkele aanpassingen gedaan, waaronder de toevoeging van een metalen constructie met reclameuiting. Het gebouw bestaat uit een bouwdeel van twee bouwlagen met flauwe kap aan de G.W. Navislaan en een zijbeuk uit één bouwlaag met kap aan de zijde van de Kon. Julianalaan. Het omliggende terrein is volledig verhard en grotendeels ingericht als parkeerterrein. Een luchtfoto van de locatie is weergegeven in figuur 2.1. Een aanzicht vanaf de hoek Kon. Julianalaan/G.W. Navislaan is weergegeven in figuur 2.2.

Figuur 2.1

4

Luchtfoto projectgebied

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

Figuur 2.2

2.2

Aanzicht op het projectgebied (oktober 2024)

Voorgenomen ontwikkeling De aanvraag omvat de verbouw van het pand tot woongebouw met daarin 8 appartementen, waarvan 4 op de begane grond. De appartementen op de begane grond krijgen allemaal toegang tot een buitenruimte van 30 tot 50 m², wat aansluit bij de wens van de oudere doelgroep om levensloopbestendig te kunnen wonen. De oppervlaktes van de begane grond-appartementen varieren tussen de circa 48 en 74 m². Op de bovenverdieping komen ook 4 appartementen, die geschikt zijn voor diverse doelgroepen, maar zijn met name gericht op starters. Elk appartement krijgt een eigen buitenruimte. De afmetingen van deze appartementen liggen tussen de 49 en 77 m². Op het omliggende terrein is ruimte 12 parkeerplaatsen (1,5 per woning). Een deel van de verharding wordt verwijderd en vervangen door groene buitenruimte. De beoogde inrichting van het perceel is weergegeven in figuur 2.3.

Figuur 2.3

Beoogde situatie nieuwe woning

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

5

De uiterlijke verschijningsvorm van het gebouw blijft grotendeels ongewijzigd. De metalen constructie wordt verwijderd en de portalen worden open gemaakt en aan de noord- zuidzijde worden balkons geplaatst. Enkele gevelaanzichten van de nieuwbouw zijn weergeven in figuur 2.4

Figuur 2.4

2.3

Gevelaanzichten nieuwe woning

Inpassing bij omgevingswaarden Voor het projectgebied en de directe omgeving zijn geen specifieke (zichtbare) omgevingswaarden aangewezen. De structuren en bebouwingskarakteristiek van de omgeving kunnen, vanuit de ontstaansgeschiedenis van dit deel van Burgum, van historische betekenis worden aangemerkt. De transformatie van het pand en de inrichting van het perceel voegen zich in de karakteristiek van de omgeving.

6

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijksbeleid en rijksregels

3.1.1

Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken. Het doel is te kiezen voor slimme combinaties van functies, uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 16 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVEX-gebieden. Het projectgebied valt niet in één van deze gebieden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI, heeft het NOVI geen directe implicaties voor de ontwikkeling en kan de voorgenomen ontwikkeling in algemene zin bijdragen aan de belangen uit het NOVI. Het NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s) Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal besluiten in werking getreden. Het gaat om het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit. Het Bal stelt rijksregels aan (milieu)activiteiten, het Bkl gaat voornamelijk over omgevingswaarden en beperkingengebieden (onder andere natuur en water) en het Bbl stelt regels aan veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het DSO. Het project wordt aan deze regels getoetst in hoofdstuk 4. Voortbouwend op de hiervoor genoemde AMvB’s, stelt de Omgevingsregeling eisen aan omgevingsplannen in aangewezen gebieden. Het gaat dan om beperkingengebieden van nationaal belang. Deze regeling volgt de voormalige Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) op. Voor het projectgebied gelden geen specifieke beperkingsgebieden die relevant zijn voor het project.

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

7

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid en voorkomt leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. De provincie bevordert verder het natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt onder andere ingezet op het versterken van de natuur in het stedelijk gebied. Het gaat dan om uitvoeringszaken, zoals speciale stenen toe te passen met invliegmogelijkheden voor vleermuizen of een tuininrichting die biodiversiteit stimuleert. De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging heeft een checklist opgesteld met 40 punten waarmee bij stedelijke ontwikkeling rekening gehouden kan worden. Voor de ontwikkeling worden geen aanvullende eisen gesteld op dit vlak. De checklist is bij de initiatiefnemer kenbaar gemaakt als inspiratiekader.

Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkeling een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar ‘waterrobuust bouwen’. Dit houdt in dat gebouwen en straten op voldoende hoogte worden aangelegd en dat er voldoende ruimte is voor water in het plan. Paragraaf 4.13 gaat hier verder op in.

3.2.2

Instructieregels provincie Het projectgebied valt binnen het werkingsgebied van de Omgevingsverordening provincie Fryslân. Deze onderbouwing beperkt zich tot hoofdstuk 2, ruimtelijk omgevingsbeleid, voor zover relevant: Artikel 2.1 De omgevingsverordening gaat uit van het principe ‘Omgevingskwaliteiten als basis’. In een omgevingsplan (of afwijking daarvan) wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden, waarbij gebruik wordt gemaakt van FAMKE. Paragraaf 4.4 gaat hierop in. Artikel 2.5 Ook vraagt de Omgevingsverordening de effecten op gezondheid en veiligheid af te wegen, wateroverlast of overstroming vanuit de Friese Boezem te voorkomen en te borgen dat waterrobuust wordt gebouwd. Hoofdstuk 4 beschrijft deze onderwerpen. Artikel 2.6 De Omgevingsverordening gaat verder uit van het bundelen van stedelijke functies in het bestaand stedelijk gebied. Het projectgebied ligt binnen de gebiedsaanwijzing ‘bestaande stedelijk gebied’, waarmee nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden kunnen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies. Artikel 2.7 Voor het toevoegen van woningen geldt dat deze moeten passen binnen de regionale woningbouwafspraken. Hierop wordt in paragraaf 3.3 getoetst. Het project is hiermee in overeenstemming met de instructieregels.

8

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Woonvisie 2019-2024 De gemeenteraad heeft in 2019 de woonvisie vastgesteld. De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid van de gemeente. In de visie wordt uitgelegd waar de gemeente in 2024 op het gebied van wonen wil staan. In de woonvisie staan 5 speerpunten uitgewerkt: 1. Investeren in onze bestaande voorraad 2. Zorgvuldige inzet op nieuwbouw 3. Voldoende betaalbare en beschikbare sociale huurwoningen 4. Wonen met zorg 5. Streven naar leefbare dorpen De gemeente wil bouwen naar de behoefte die in regionaal verband in kaart is gebracht (uitgedrukt in een hoog en laag scenario). In 2019 moesten hierover nog werkbare afspraken met de Provincie worden gemaakt, over het aantal toe te voegen woningen. Partijen lijken het erover eens dat absolute aantallen niet de graadmeter moeten vormen, maar dat bouwen naar behoefte en kwaliteit het uitgangspunt moet zijn. Door de woningbehoefte in de toekomst goed te blijven monitoren houden we continu zicht of we niet teveel of te weinig woningen bouwen. Gelet op de huidige vraagdruk zet de gemeente Tytsjerksteradiel in op realisatie van het hoge scenario. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningbouwinitiatieven aansluiten bij de actuele, kwalitatieve woningbehoefte en volkshuisvestelijke ambities, willen regio en Provincie de komende jaren sturen op basis van een gezamenlijke set van criteria.

Sinds de vaststelling van de woonvisie is hiervan een uitwerking gemaakt in de vorm van een ‘flexibele woningbouwprogrammering’. Flexibele woningbouwprogrammering De druk op de woningmarkt wordt in Burgum gevoeld. Uit de woningmarktanalyse NoordoostFryslân (KAW, 2020) blijkt zelfs dat in Burgum het aantal huishoudens tussen 2010 en 2015 opvallend genoeg daalde, terwijl uit dezelfde analyse blijkt dat Burgum een gewilde kern is. De daling is vrijwel zeker toe te schrijven aan gebrek aan geschikte locaties. Er is een grote vraag naar woningen, vooral voor betaalbare woningen, maar geen aanbod. De gemeente heeft de ambitie om dit in balans te brengen. Om dit proces te versnellen is een flexibel woningbouwprogramma en daarbij behorende afstemming met de provincie nodig. Om hierin te ondersteunen is de provincie in 2020 een experiment gestart met de regio Noordoost-Fryslân. Dit experiment loopt tot 2025. Dit houdt in dat de provincie niet actief stuurt op de verdeling van contingenten, maar de regie bij de regio legt. Gemeenten zijn binnen het experiment vrij in het programmeren van zowel binnen- als buitenstedelijke projecten. Gemeenten zijn binnen het experiment verantwoordelijk voor een onderbouwing van de programmering rekening houdend met de geprognosticeerde behoefte. Bij deze verantwoordelijkheid hoort ook de afweging van woningbouwplannen en de onderbouwing daarvan.

Daarbij geldt duurzame verstedelijking als belangrijk vertrekpunt. De gemeente geeft deze onderbouwing vorm aan de hand van de woningmarktanalyse, Dorpenatlas en monitoring.

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

9

Uit de woningmarktanalyse blijkt dat het aantal huishoudens de komende jaren nog stijgt en dat dit, samen met het nu al onder druk staande woningaanbod, de komende jaren leidt tot een aanhoudende behoefte is aan goede, betaalbare en duurzame woningen. Daarbij moet rekening worden gehouden met een vergrijzende regio en grote vraag naar sociale huur in de voorzieningenkernen. De bepalende factoren voor vestigingskeuzes van mensen zijn het voorzieningenniveau, bereikbaarheid en ligging. Burgum scoort goed op alle factoren. Het is hiermee een ‘plus-kern’, die een blijvende en sterke positie in de regio heeft en waar ook na 2030 nog groei te verwachten is. Uit de analyse blijkt dat er in Tytsjerksteradiel sprake is van een bijzonder grote vraag naar (sociale) huurwoningen in het betaalbaar lage en betaalbaar hoge segment. De transformatie van een bestaand pand nabij het centrumgebied van Burgum met appartementen die deels zijn gericht op senioren en deels op starters sluit naadloos aan op de ambities uit het woonbeleid. Op basis van de nieuwste prognoses is er nog ruimte in het woningbouwprogramma voor Burgum. Tevens is er nog een grote behoefte voor de periode 2030-2040. Dit project past hiermee binnen het woningbouwprogramma van de gemeente. 3.3.2

Welstandsnota Tytsjerksteradiel Het welstandsbeleid is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur. Het project vindt plaats in het welstandsgebied ‘Woongebieden gerealiseerd voor 1950’. Deze woongebieden kenmerken zich over het algemeen door een eenvoudig bebouwingsbeeld, bestaande uit een regelmatig patroon. Het bouwplan sluit aan op deze beschrijving en kan rekenen op een positief welstandsadvies van welstandscommissie Hûs en Hiem.

10

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

4

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

4.1

Algemeen In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet en de instructieregels uit het Bkl en de provinciale verordeningen (art. 8.0b).

4.2

Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand

4.2.1

Wettelijk kader De Ladder duurzame verstedelijking kan hier onderdeel van zijn (schaarse ruimte, zie ook Bkl: is onderdeel van de paragraaf over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (§ 5.1.5 van het Bkl). Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: 1. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en 2. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

4.2.2

Toetsing en conclusie In paragraaf 3.3 is omschreven hoe ook de ontwikkelingen van de woningen passen binnen de woningbehoefte die binnen de gemeente Tytsjerksteradiel geldt. Hiermee is aangetoond dat er behoefte is aan deze woningen. Dit plan stelt een functiewijziging van een bestaand pand binnen het stedelijk gebied voor. Er is daarmee sprake van duurzame verstedelijking.

4.3

M.e.r.-beoordeling

4.3.1

Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een Bopa volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is wordt afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. De lijst bestaat uit vier kolommen, waarbij in kolom 1 de betreffende projecten zijn benoemd, in kolom 2 de mer-plichtige activiteiten zijn opgenomen en in kolom 3 de mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Kolom 4 geeft aan bij welke besluiten de project-mer-(beoordelings)plicht geldt. Waar

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

11

een omgevingsplan wordt genoemd, geldt dat ook een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt bedoeld. 4.3.2

Toetsing en conclusie Het project zou kunnen vallen onder project J11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit (een stedelijk ontwikkelingsproject). Echter, in dit geval is er sprake van een transformatie van een bestaand gebouw met 7 extra woningen (er is al een bedrijfswoning mogelijk). Op basis van vaste jurisprudentie kan dit niet aangemerkt worden als stedelijk ontwikkelingsproject. De locatie is perceelsgebonden, er is een beperkte toename van bebouwing en het project heeft geen bovenregionaal verzorgingsgebied. Daarmee is het project niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Overigens blijkt uit de beoordeling in de navolgende paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.

4.4

Cultuurhistorische waarden

4.4.1

Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

4.4.2

Archeologie In de wet zijn archeologische resten beschermd. Het basisbeginsel van de archeologie is sinds 2007; behoud ‘in situ’ ofwel in de bodem op de plek zelf. Slechts bij hoge uitzondering worden nog archeologische opgravingen uitgevoerd. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische in bepaalde gebieden zijn op basis van landschappelijk, historisch en archeologisch onderzoek archeologische gemeentelijke verwachtingskaarten opgesteld. De gemeente sluit aan bij de provinciale Fryske Monumentenkaart Extra (FAMKE). Uit de FAMKE blijkt dat het projectgebied geen hoge archeologische verwachtingswaarde heeft. Bij ingrepen kleiner dan 5.000 m2 wordt geen archeologisch onderzoek geadviseerd (ijzertijd – middeleeuwen). Voor de oudere periode geldt een lage verwachting. Dit project leidt niet tot bodemingrepen, aangezien het gaat om een functiewijziging. Het is daarom in het kader van dit project niet nodig om een archeologisch onderzoek uit te voeren.

4.4.3

Andere cultuurhistorische waarden Om na te gaan of sprake is van cultuurhistorische waarden in de omgeving, is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Een fragment van deze kaart is weergeven in figuur 4.1. Hieruit blijkt dat het projectgebied in een omgeving met diverse waarden ligt. Het gaat om de historische dorpsstructuur, die nog zichtbaar is in oude routes. Ook zijn er diverse wederopbouwwijken, karakteristieke of monumentale panden en kerken. Het projectgebied ligt op een historische boerderijplaats (rood). Deze is als zodanig niet meer herkenbaar in het gebied. De transformatie van het pand doet geen afbreuk aan de waarden van de omgeving.

12

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

Figuur 4.1

Fragment CHK Fryslân

4.5

Beschermen van gezondheid

4.5.1

Wettelijk kader Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet (artikel 1.3 sub a). De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet wordt dit aspect breed gemotiveerd. Van belang is dat de kwaliteit van de leefomgeving door de activiteit verbetert of in elk geval niet (onevenredig) verslechtert. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd. Deze paragraaf beperkt zich tot het beschermen van gezondheid in algemene zin. Dus op de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid.

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

13

4.5.2

Toetsing en conclusie Met dit project hangen geen bijzondere omstandigheden samen, waardoor het verlenen van de vergunning in potentie zou kunnen leiden tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Met dit project hangen geen bijzondere omstandigheden samen, waardoor het verlenen van de vergunning niet leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Uit de navolgende paragraven blijkt dat er ook vanuit milieuaspecten geen risico’s voor de gezondheid optreden.

4.6

Bedrijfsactiviteiten en milieuzonering

4.6.1

Wettelijk kader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies, maar ook om te zorgen dat bedrijfsactiviteiten niet worden beperkt. De VNG handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ biedt hiervoor een handvat. Deze nieuwe uitgave (oktober 2024) gaat over activiteiten als bedoeld in de paragrafen 5.1.4.2 (Geluid door activiteiten) en 5.1.4.6 (Geur) van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvoor instructieregels zijn opgesteld. In tegenstelling tot de eerdere uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) wordt niet uitgegaan van richtafstanden, maar van de inpasbaarheid van de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur in een bepaald gebied (zones). Omdat de regeling vooral gericht is op het formuleren van regels in het omgevingsplan en deze implementatie nog niet heeft plaatsgebonden, kan gebruik worden gemaakt van een in de handreiking opgenomen transponering (omzetting) van richtafstanden naar posities binnen zones. Hierbij wordt voor geluid onderscheid gemaakt tussen rustige woongebieden en gemengde gebieden. Uiteindelijk moet bij gevoelige gebouwen worden voldaan aan de grenswaarden uit artikel 5.65 Bkl en artikel 22.63 van het Omgevingsplan (onderdeel Bruidsschat).

In het Bkl worden de geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies aangewezen die in ieder geval beschermd moeten worden. Hieronder vallen ook gebouwen met een woonfunctie, gebouwen voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang. In het kader van de afweging van een evenwichtige toedeling van functies, worden ook andere verblijfsobjecten beoordeeld.

4.6.2

Toetsing en conclusie In de huidige situatie is de Navislaan 6 een kantoor waar een bedrijfswoning is toegestaan. De locatie van de bedrijfswoning is niet exact vast gelegd. De afstand tussen de kerk en de woning betreft 8,5 meter. De kerk is niet voorzien van een klokkentoren. Om tot een goede beoordeling van de bedrijfsactiviteiten en milieuzonering te komen kijken we terug naar hoe in het verleden omgegaan werd met afstanden tussen bedrijfsmatige activiteiten en woningen. Daarna beoordelen we dit via de nieuwe systematiek. Prinses Beatrixstraat 18 Burgum betreft een kerkgebouw van de Vrije Evangelische Gemeente Burgum. Het pand is in gebruik als kerk sinds 1960 en heeft het een sociaal-culturele en religieuze functie, het perceel heeft bestemming sociaal-cultureel en religie. Het pand staat direct aan de hoofdstructuur van Burgum. Om dat ook alle andere kenmerken voor gemengd gebied zoals, winkels, kantoren en horeca in de directe omgeving aanwezig zijn is er sprake van gemengd gebied.

14

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

Voor een kerk of religieus gebouw met een sociaal-culturele bestemming gold op basis van de VNGpublicatie "Bedrijven en milieuzonering" in de meeste gevallen vallen SBI-code 9491, kerkgebouwen e.d., Milieucategorie 2, activiteiten met zeer geringe milieubelasting met bijbehorende richtafstand van 30 meter voor geluid. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Deze afstand mag verkort worden naar 10 meter bij omgevingstype gemengd gebied, dat is hier het geval. Hierbij dient opgemerkt te worden dat richtafstanden, richtafstanden zijn en bevoegd gezag hier vanaf mag wijken. Kerken moeten voldoen aan de geluidsvoorschriften:

Als er nevenfuncties zijn (zoals zalenverhuur, horeca of intensief gebruik in de avonduren), kan een hogere milieucategorie van toepassing zijn. Na raadpleging van de website van de kerk blijkt dat er enkel kerk gerelateerde activiteiten plaatsvinden. Omgevingswet Onder Omgevingswet is de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" vervangen door de VNG handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’. In tegenstelling tot de eerdere uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) wordt niet langer uitgegaan van richtafstanden, maar van de inpasbaarheid van de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur in een bepaald gebied (zones). Doel hiervan is om functievermenging beter te kunnen toepassen. In de VNG handreiking activiteiten en milieuzonering zit een transponeringstabel. Van de VNG uitgave bedrijven en milieuzonering naar de VNG handreiking activiteiten en milieuzonering. Onder het oude systeem hebben we bepaald dat de richtafstand voor een kerk met milieucategorie 2, richtafstand van 10 meter tot gevoelige functies zoals woningen. In de transponeringstabel in hoofdstuk 10 van de VNG handreiking Activiteiten en milieuzonering komen we onder richtafstand VNG-2009 uit in de rij van 0 of 10 meter. Dan geeft de tabel VNG 2024 aan FM(functiemening). Er zijn geen beperkende zones voor geluid en geur.

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

15

Als we middels paragraaf 10.1 en 10.1.1 geluidcriteria een inschatting maken van de geluidsruimte die de kerk inneemt dan komen we uit bij kleinschalige activiteiten die geschikt zijn voor functiemening of zone geluid beperkt. Geluid beperkt wordt gekoppeld aan een rustige woonwijk. Dit is niet passend voor het gebied rond de Navislaan 6 te Burgum. Het gebied is te kwalificeren als gemend gebied. De Navislaan 6 ligt aan de hoofdstructuur van Burgum met winkels, kantoren en horeca waardoor het gebied is te kwalificeren als gemengd gebied. Onder een gemengd gebied wordt verstaan een gebied met een matige tot sterke functiemengingen en/of gebieden aan de hoofdinfrastructuur. Gemengd gebied heeft een etmaalwaarde van 50 dB(A) wat ook aansluit bij de geluidvoorschriften die vanuit de milieuwetgeving op de kerk van toepassing zijn. Opgemerkt moet worden dat zowel de VNG brochure bedrijven en milieuzonering als de VNG handreiking Activiteiten en milieuzonering in de basis geschreven zijn voor de beoordeling van nieuwe situaties en niet voor de beoordeling van bestaande situaties. Wel kunnen de handreikingen gebruikt worden als leidraad. Conclusie De transitie van kantoor naar woningen vormt geen belemmering voor de kerk. De transitie van kantoor naar wonen zal niet leiden tot een beperking van de kerkelijke activiteiten.

Een bedrijfswoning is in het kantoorgebouw reeds toegestaan en kan in principe naast de kerk gerealiseerd worden. Op voorhand staat ook vast dat een goed woonklimaat bij de activiteiten van de kerk is gewaarborgd. Op basis van bovenstaande is een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. Warmtepompen Een woongebouw is niet alleen geluidgevoelig maar kan zelf ook geluid produceren, bijvoorbeeld bij het gebruik van warmtepompen en airco’s. Deze installaties mogen op grond van het Bouwbesluit niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Bij de technische bouwaanvraag wordt aangetoond dat aan deze norm wordt voldaan. Het gebouw is niet van zodanige omvang dat er een risico is op hinder door een cumulatieve overschrijding van de norm.

4.7

Geluidaandachtsgebieden

4.7.1

Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid in relatie tot een hoge geluidbelasting zijn geluidaandachtsgebieden bepaald. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Dit aspect is behandeld in paragraaf 4.6. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen ge-

16

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

luidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Voor provinciale- en rijkswegen geldt dat de provincie c.q. het Rijk verantwoordelijk is voor geluid langs de wegen. Om de onbeheerste groei aan geluid tegen te gaan, zal het systeem van Geluidproductieplafonds (GPP) worden gebruikt. Voor 2026 moeten de Geluidproductieplafonds worden vastgesteld. Zolang deze niet zijn vastgesteld, blijft de Wet geluidhinder van toepassing. In tabel 5.78t zijn standaardwaarden voor geluid op geluidsgevoelige gebouwen als gevolg van wegverkeer opgenomen. Voor gemeentewegen is dit 53 dB (etmaalintensiteit). 4.7.2

Toetsing en conclusie Voor gemeentelijke wegen geldt dat er van rechtswege geluidaandachtsgebieden gelden (200 meter bij wegen met 1 of 2 rijstroken). Gemeente moeten hier de basisgeluidemissie van de wegen te bepalen en monitoren. Dit geldt in principe alleen voor wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 mvt/etmaal. Het projectgebied ligt in de geluidsaandachtsgebieden van verschillende wegen. In dit kader is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 1. Het onderzoek leidt tot de volgende conclusies: • Als gevolg van de gemeentewegen wordt de standaardwaarde van 53 dB Lden overschreden, maar de grenswaarde van 70 dB Lden wordt niet overschreden. • Maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen onder de standaardwaarde zijn redelijkerwijs niet mogelijk; • De hoogste gezamenlijke geluidbelasting bedraagt 59 dB. Voor het maatgevende gebouw zijn aanvullende voorzieningen nodig voor de dak- en gevelopbouw. Volgens het Bkl moet ter indicatie een akoestische binnenwaarde van 33 Lden bij weg- en railverkeerslawaai worden gegarandeerd, wat betekent dat een minimale geluidwering van 26 dB moet worden behaald voor het maatgevende gebouw. Op basis van het voorgaande wordt de gemeente verzocht de hogere geluidbelasting te aanvaarden.

De noodzakelijke geluidwering wordt via de technische bouwtoets gewaarborgd, waarmee een goed woonklimaat is gegarandeerd.

4.8

Luchtkwaliteit

4.8.1

Wettelijk kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

17

PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. 4.8.2

Toetsing en conclusie In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de luchtkwaliteitskaart op de Atlas Leefomgeving blijkt dat in Burgum aan de wettelijke normen wordt voldaan. Met dit project worden 8 woningen gerealiseerd. Daarmee geldt voor dit plan de NIBM-regeling. Het plan is van dermate kleine omvang dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.9

Bodemkwaliteit

4.9.1

Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.

4.9.2

Toetsing en conclusie De locatie is al in gebruik als verblijfsgebied voor mensen. Als gevolg van het huidige gebruik worden ook geen verontreinigingen verwacht. Wel is een brandstoftank bekend. In 1993 is door Milfac een bodemonderzoek uitgevoerd en zijn er verspreidt over de locaties boringen geplaatst. Hier zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetroffen. Dit geeft geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Na deze tijd zijn er geen verdere activiteiten bekend op de locatie bekend waardoor een bodemverontreiniging te verwachten is. De tank is niet meer aanwezig. Op basis van de bekende gegevens is er geen aanleiding tot het uitvoeren van een bodemonderzoek. De kwaliteit voldoet indicatief aan de klasse Wonen.

4.10

Verkeer en parkeren

4.10.1

Wettelijk kader Verkeer en parkeren worden gezien als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De toename aan functies zorgen voor verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn.

18

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

4.10.2

Verkeersafwikkeling Op basis van de kentallen van het CROW, zoals bepaald in Publicatie 744, uitgaande van de kentallen voor appartementen in een weinig stedelijke gemeente, rest bebouwde kom, hebben de woningen een verkeersgeneratie van maximaal ongeveer 6 mvt/etmaal. Dit project leidt daarmee tot een verkeersgeneratie van 48 mvt/etmaal. Dit verkeer kan via de bestaande infrastructuur worden afgewikkeld in twee richtingen. De ontsluitende wegen zijn voldoende gedimensioneerd voor de afwikkeling van dit woonverkeer.

4.10.3

Parkeren Voor de woning geldt op basis van de CROW kentallen geldt voor appartementen <75 m2 een parkeernorm van 1,3 parkeerplaats per woning, aangevuld met 0,2 parkeerplaats per woning voor bezoek. Dat betekent een parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per woningen. Voor de 8 woningen zijn 12 parkeerplaatsen nodig. De bestaande 12 parkeerplaatsen op het terrein bieden daarmee voldoende ruimte om in de behoefte te voorzien. De parkeerdruk op de omgeving neemt daarmee niet toe.

4.11

Omgevingsveiligheid

4.11.1

Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar via de Atlas Leefomgeving.

4.11.2

Toetsing en conclusie Uit de kaarten van de Atlas Leefomgeving blijkt dat er in de directe omgeving van het projectgebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Het projectgebied ligt ook niet in het invloedgebied van risicobronnen op grotere afstand. Vanuit dit aspect bestaan dan ook geen belemmeringen voor dit project.

4.12

Natuur

4.12.1

Wettelijk kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).

4.12.2

Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet in een beschermd natuurgebied. Ook is het geen onderdeel van het NNN. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden zijn 'Alde Feanen' en 'Groote Wielen', respectievelijk gelegen op circa 5 en 6 kilometer van het projectgebied. Gelet op de afstand tot beschermde gebieden en de aard van de ontwikkeling en het bouw in een bestaand stedelijk gebied, zullen door Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

19

de geplande werkzaamheden geen negatieve effecten optreden op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden 'Alde Feanen' en 'Groote Wielen'. Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt ook voor het Natura 2000-gebied de Alde Feanen. Aangezien het gebouw gasloos uitgevoerd moet worden, is er geen sprake van gebouwgebonden emissies. Wel heeft de verkeersgeneratie (48 mvt/etmaal) mogelijk een effect. Er wordt uitgegaan van 50% vertrekkend verkeer met koude start. Daarnaast leidt de aanlegfase tijdelijk tot een emissie van stikstof vanuit mobiele werktuigen en transport. Echter, omdat het hier gaat om hoofdzakelijk interne verbouwingen en is de inzet van zwaar materieel verwaarloosbaar. Voor het project wordt veiligheidshalve uitgegaan van een dieselverbruik van 1.000 liter gedurende 100 draaiuren op dit werk. O.b.v. diverse bronnen 5% AdBlue representatief. De berekening voor de aanlegfase en gebruiksfase wordt gecumuleerd, waarmee direct rekening is gehouden met werkverkeer en kleine leveringen. Er wordt 1 mvt/etmaal aangehouden voor zwaar verkeer. De berekening is opgenomen in bijlage 2. Hieruit volgt dat de aanlegfase en gebruiksfase niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/j.

Op basis hiervan wordt concludeert dat er geen sprake is van significante stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelig gebied. 4.12.3

Soortenbescherming Het projectgebied is een volledig verhard terrein met een kantoorgebouw. Het terrein heeft daarmee een lage ecologische potentie. Er kunnen wel gebouwbewonende soorten voorkomen. Het gebouw wordt voornamelijk intern verbouwd, waarbij de dakconstructie en gevels intact blijven. De kans op verstoren van verblijfplaatsen van beschermde soorten is daarmee verwaarloosbaar. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er met de transformatie van het gebouw geen verblijfplaatsen of leefgebied van beschermden soorten wordt aangetast. Er kan daarom in redelijkheid worden uitgesloten dat het project negatieve effecten op verblijfsplaatsen of leefgebied van beschermde soorten heeft. Het project leidt daarmee niet tot conflicten met de regels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving.

4.13

Waterparagraaf

4.13.1

Wettelijk kader Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Voor het inventariseren van de wateraspecten van een project wordt vaak een plan voor de waterhuishouding opgesteld of een plan met een andere benaming. In dit plan worden de wateraspecten niet alleen beschreven, maar ook wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project getroffen moeten worden. Hierbij vindt een toets plaats aan de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de Kaderrichtlijn water. De beschrijving van wateraspecten kan onderverdeeld worden in verschillende subparagrafen. In deze paragrafen wordt achtereenvolgens een beschrijving gegeven van de relevante wetgeving en beleid, het opgestelde plan voor de waterhuishouding en volgens dat plan te treffen maatregelen.

20

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

Hierbij worden de resultaten voorkomend uit het watertoetsproces betrokken. In het kader van de watertoets wordt over het plan advies gevraagd bij de betrokken waterbeheerder. Hoe met dit advies is omgegaan wordt in deze paragraaf toegelicht. Indien het advies niet wordt opgevolgd, dient de afwijking daarvan gemotiveerd te worden. 4.13.2

Weging van het waterbelang De watertoets is het rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. Het project ligt in het beheergebied van het Wetterskip Fryslân. Via de digitale watertoets is het project kenbaar gemaakt bij het wetterskip. Omdat het project slechts een functiewijziging is zonder fysieke aanpassingen van het terrein, geldt de procedure ‘geen waterschapsbelang’. Het is daarom niet nodig Wetterskip Fryslân verder te betrekken bij de plannen. Bovendien voldoet het project aan de uitgangspunten van waterrobuust bouwen, door voldoende aanleghoogte. Daarnaast draagt het project bij aan het oplossen van problemen als droogte en hittestress, door het perceel zoveel mogelijk te vergroenen.

4.14

Kabels, leidingen en beperkingsgebieden

4.14.1

Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden.

4.14.2

Toetsing In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels of leidingen. Ook zijn er geen aangewezen beperkingsgebieden relevant voor het plan.

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

21

5

Uitvoerbaarheid

5.1

Algemeen De bepaling over de uitvoerbaarheid uit het Besluit ruimtelijke ordening komt onder de Omgevingswet niet terug. De gemeente hoeft niet meer aannemelijk te maken dat een toegedeelde functie er ook zal komen. De gemeente geeft in haar omgevingsplan aan dat een functie op een zekere locatie ‘kan’ komen. Dat is minder verstrekkend. Pas als zich een concreet, binnen de toegedeelde functie passend, initiatief aandient wordt onderzocht 'hoe' dat op een aanvaardbare wijze gerealiseerd kan worden. Bij een Bopa die voldoende concreet is, moet dus de uitvoerbaarheid wel worden aangetoond.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Advisering ketenpartners Deze onderbouwing wordt in het kader van het kader van artikel 2.2 Ow ter advisering voorgelegd aan de betrokken ketenpartners.

5.2.2

Advies en instemming Met het vaststellen van het Besluit adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten heeft de raad van gemeente Tytsjerksteradiel gevallen aangewezen waarop deze advisering kan worden ingepast in het besluitvormingsproces bij Bopa’s. Op basis van het artikel 16.15a Omgevingswet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om zichzelf als adviseur aan te wijzen met recht van instemming. Voor woningbouw binnen de bebouwde kom wordt de gemeenteraad om advies gevraagd bij projecten met een toename van maximaal 5 woningen. Dat betekent dat er een advies wordt gevraagd aan de gemeenteraad. Ook is er verplichte participatie.

5.2.3

Participatie Artikel 7.4 Or bevat aanvraagvereisten over participatie. Het aanvraagvereiste participatie geldt voor alle omgevingsvergunningen. De participatie bij omgevingsvergunningen wordt door de aanvrager gedaan voorafgaand aan de aanvraag. In dit kader is een inloopavond georganiseerd voor de directe buren. Een verslag hiervan is opgenomen in bijlage 3. De omgeving wordt op de hoogte gehouden door de initiatiefnemer.

5.2.4

Procedure omgevingsvergunning Voor deze Bopa geldt de reguliere procedure voor de omgevingsvergunning, zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat er na verlenen van de vergunning de mogelijkheid bestaat tot het indienen van bezwaar en daarna beroep bij de rechtbank. Tot slot is er de mogelijkheid tot het indienen van hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

5.3

Economische uitvoerbaarheid

5.3.1

Financieel economische haalbaarheid Het initiatief betreft de transformatie van een gebouw. De gemeente heeft hiermee geen directe financiële bemoeienis.

22

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

5.3.2

Kostenverhaal Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt in het concrete geval niet plaats via de omgevingsvergunning, maar door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Ook wel de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld genoemd. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten, waaronder het toevoegen van woningen. De gemeente en initiatiefnemer hebben een kostenverhaalovereenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de plankosten en eventuele nadeelcompensatie. Hiermee is het kostenverhaal voldoende verzekerd.

5.3.3

Nadeelcompensatie In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV Ob aangewezen als ‘verhaalbare kostensoorten’. In onderdeel A11 staat nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding door rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die een persoon onevenredig zwaar treft. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen directe en indirecte schade. Directe schade ontstaat omdat bestaande rechten worden ingeperkt. Indirecte schade heeft betrekking op toegevoegde activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie.

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

23

6

Afweging en conclusie

6.1

Algemeen Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze onderbouwing beschrijft de afweging die is gemaakt om tot deze conclusie te kunnen komen.

6.2

Afweging De aanvraag heeft betrekking op de transformatie van een kantoorgebouw met bedrijfswoning tot een woongebouw met 8 appartementen. Het ontwerp van het gebouw is met zorg voor de omgeving tot stand gekomen en leidt tot een verduurzaming van het vastgoed en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit. Ook wordt voorzien in de behoefte aan woningen geschikt voor senioren en starters, die op korte afstand van voorzieningen worden gerealiseerd. De afwijking is in overeenstemming met de instructieregels van het rijk en de provincie. Het project is verder met positief resultaat getoetst aan de aspecten voor een fysieke leefomgeving en milieu.

6.3

Conclusie Geconcludeerd wordt dat, gezien de nut/noodzaak gelet op het beleidskader en de effecten op de fysieke leefomgeving, er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

24

Burgum, G.W. Navislaan 6 (8 appartementen) 25-175 | Rev. 2.0

Bijlage 1

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI | NAVISLAAN 6 TE BURGUM

Project: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai | Navislaan 6 te Burgum Projectnummer: 1579-1592 Datum 7 april 2025 Opdrachtgever: P. Procee Vastgoed B.V. Gerniersstrjitte 5 9251 PM Burgum Uitgevoerd door: De Geluidpraktijk Veengang 1 8431 NJ Oosterwolde 0516 211 027 info@degeluidpraktijk.nl Opsteller rapport: Ing. R.F. Smid info@degeluidpraktijk.nl

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................................ 2

2.

Situering ............................................................................................................... 3

3.

Wettelijk kader wegverkeerslawaai..................................................................... 4

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Geluidaandachtsgebieden ...................................................................................................................... 4 Standaardwaarde en grenswaarde ......................................................................................................... 4 Eisen bij meer geluid dan standaardwaarde, tot de grenswaarde ........................................................... 4 Gezamenlijk geluid ................................................................................................................................. 5 Geluidwering gevels ............................................................................................................................... 5 Beleidsregels .......................................................................................................................................... 5

4.

Gehanteerde uitgangspunten ............................................................................. 6

4.1 4.2 4.3

Algemeen ............................................................................................................................................... 6 Verkeersgegevens .................................................................................................................................. 6 Rekenmodel ........................................................................................................................................... 6

5.

Rekenresultaten en beoordeling......................................................................... 7

5.1 5.2

Mogelijkheden voor geluidreducerende maatregelen .............................................................................. 7 Toetsing gemeentelijk beleid .................................................................................................................. 9

6.

Conclusie ........................................................................................................... 10

Bijlagen: 1. invoergegevens rekenmodel 2. rekenresultaten 3. wegverkeersgegevens aangeleverd door gemeente 4. tekening nieuwe situatie

DGP/1578-1592/070425

Pagina 1

1. Inleiding In opdracht van P. Procee Vastgoed B.V. uit Burgum is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai voor een bestaand pand aan de Navislaan 6 in Burgum. In dit bestaande pand zullen acht appartementen worden gerealiseerd. Voor de bouwaanvraag moet de geluidbelasting voor de verschillende appartementen worden bepaald. De berekende geluidbelasting zal worden getoetst aan de standaard- en grenswaarden uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). Het plangebied bevindt zich binnen de geluidaandachtsgebieden van de verschillende wegen.

DGP/1578-1592/070425

Pagina 2

2. Situering Het bestaande pand is gelegen aan Navislaan 6 in Burgum. Aan de noord- en oostzijde zijn de maatgevende wegen gelegen. In afbeelding 2.1 is de situering van het plangebied weergegeven. Afbeelding 2.1: situering onderzochte locatie (blauw kader)

DGP/1578-1592/070425

Pagina 3

3. Wettelijk kader wegverkeerslawaai Het bevoegd gezag houdt bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Het Bkl bevat hiervoor een systematiek met waarden en eisen waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt (artikel 5.78s Bkl). 3.1

Geluidaandachtsgebieden

Een geluidaandachtsgebied is een gebied langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein met GPP waarbinnen de standaardwaarde mogelijk wordt overschreden. Het geluidaandachtsgebied van een gemeenteweg, lokale spoorweg en waterschapsweg is tot een nader te bepalen tijdstip begrenst door vaste afstanden (art. 17.5 omgevingsregeling) als opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1: Breedte van het geluidaandachtsgebied vanaf de rand van de weg of de buitenste spoorstaaf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=14dcd4c0-a61f-4eab-b12c-b4689720c0d1