CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

07 - Bijlage 1 - Bestemmingsplan Hurdegaryp Rijksstraatweg 42

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 21 maart 2024, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Bestemmingsplan Rijksstraatweg 42 Hurdegaryp (beslútfoarmjend, hammerstik)23.477 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5 2.2 Ingreep ................................................................................................................................................................ 8 Resultaten bureaustudie en veldbezoek ............................................................................................................. 9 3.1 Bureaustudie (NDFF) ........................................................................................................................................... 9 3.2 Veldbezoek ....................................................................................................................................................... 10 Effecten en gevolgen ..........................................................................................................................................17 4.1 Overzicht beschermde soorten......................................................................................................................... 17 4.2 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna ...........................................................

18 Vervolgstappen ..................................................................................................................................................19 5.1 Algemene broedvogels ..................................................................................................................................... 19 5.2 Vleermuizen ...................................................................................................................................................... 20 Conclusie............................................................................................................................................................21 Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................................22 Bijlage 1 – Jaarrond beschermde nesten per provincie ................................................................................................ i

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Inleiding 1.1

Aanleiding In opdracht van Adema Architecten heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan soortenbescherming uitgevoerd. De opdrachtgever is voornemens het voormalig bankgebouw te slopen om hier nieuwbouw woningen te plaatsen op dezelfde locatie, aan de Rijksstraatweg 42 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel, provincie Fryslân. Om te onderzoeken hoe de geplande voornemens zich verhouden tot (potentieel) aanwezige beschermde soorten in en nabij het plangebied en of deze negatieve effecten ondervinden van de voorgenomen plannen, is er een QuickScan uitgevoerd.

1.2

Globale ligging Het plangebied is gelegen aan de Rijksstraatweg 42 te Hurdegaryp. Hurdegaryp is gelegen ten westen van Leeuwarden en de grote- en kleine Wielen. Ten noorden van Hurdegaryp is natuurgebied het Bûtenfjild gelegen. De omgeving bestaat uit stedelijk gebied, agrarische percelen met watergangen, de N355 en aan de west kant van Hurdegaryp een meer. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) in Hurdegaryp (bron achtergrond: Esri).

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 1 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

1.3

Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen), maar vindt zijn oorsprong in de Wnb. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. Tot slot bestaan er diverse provinciaal beschermde natuurgebieden. De bescherming van deze gebieden wordt middels provinciaal beleid geregeld en valt derhalve tevens niet onder de Wet natuurbescherming. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis.

Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten.

De meeste provincies en het Rijk hanteren de “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012”. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht. In de provincie Fryslân treedt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten in werking met ingang van de Omgevingswet. De provincie Groningen hanteert geen officiële lijst, maar stelt dat essentiële nesten functioneel niet weggenomen mogen worden.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 2 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten.

In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan, zolang dit niet leidt tot het beschadigen van de functionaliteit van een vaste voortplantings- of rustplaats. Tevens mag de verstoring er niet toe leiden dat de leefomgeving die nodig is om de vaste voortplantings- of rustplaats te laten functioneren, in het geding komt. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen één of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

1.4

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande werkzaamheden en/of wijziging, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, NatuurNetwerk Nederland en overige provinciale gebiedsbescherming) en de bescherming Houtopstanden. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen en rond het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande werkzaamheden en/of wijziging meerdere jaren wordt, of indien de omstandigheden significant wijzigen, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 3 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

1.5

Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecologen John Melis, Jip de Bakker en Wout Smeenk van JM ecologie b.v. op 30 juni 2023. Het bezoek is uitgevoerd van 10:00 tot 11:00 uur, bij 18°C en 2 Bft, op een half bewolkte dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Vervolgens is er op 8 juni 2023 een veldbezoek afgelegd door ecologen Wout Smeenk en Jip de Bakker om de situatie binnen in het gebouw te bekijken. Dit bezoek is uitgevoerd van 9:00 tot 9:30 uur, bij 16°C en 4 Bft, op een zonnige dag. Het doel van dit bezoek is de binnenkant van het pand controleren op eventuele verblijfplaatsen van marterachtigen en andere beschermde soorten. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden.

Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden. Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de werkzaamheden en/of wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatsvinden.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 4 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Beschrijving locatie en ingreep 2.1

Locatie De locatie van het plangebied is gelegen aan de noordkant van Hurdegaryp (zie afbeelding 2.1). De directe omgeving van het plangebied bestaat uit urbaan gebied met onder andere een supermarkt, kerkhof, woningen, een chinees restaurant, een basisschool, een weg en agrarische percelen. Binnen de grenzen van het projectgebied is een voormalig bankgebouw aanwezig waarvan het dak is bekleed met dakpannen, de muren van het voormalig bankgebouw bestaan uit bakstenen muren en aan de zuidkant van het gebouw is een schuur gelegen met een plat dak, bedekt met dakleer en houten muren. Deze schuur is aan de schuur van de naastgelegen woning vast gebouwd. Aan de voorkant van het gebouw is een houten afdak aanwezig. Ook zijn er op het terrein struiken en ruigtes gelegen.

Afbeelding 2.1 ligging plangebied in Hurdegaryp (rood omlijnd) (bron achtergrond: esri)

In afbeelding 2.1 is het plangebied weergegeven. Zie afbeeldingen 2.2 tot en met 2.17 voor een impressie van het plangebied.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 5 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Afbeelding 2.2. Oostzijde van het gebouw

Afbeelding 2.3. Noordzijde van het gebouw

Afbeelding 2.4. Westzijde van het gebouw

Afbeelding 2.5. Ingang schuurtje oostzijde

Afbeelding 2.6. Deur naar schuurtje

Afbeelding 2.7. Dichtgemetselde schoorsteen

Afbeelding 2.8. Dakgoot

Afbeelding 2.9. Dichtgemetselde nokvorsten

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 6 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Afbeelding 2.10. Begane grond

Afbeelding 2.11. Ingang noordzijde

Afbeelding 2.12. Binnenkant schuurtje

Afbeelding 2.13. Kruipruimte

Afbeelding 2.14. Spouwmuur

Afbeelding 2.15. Ruimte boven het systeemplafond

Afbeelding 2.16. Zolder noordzijde

Afbeelding 2.17. Ondergelopen kelder

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 7 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

2.2

Ingreep De opdrachtgeven is voornemens om het voormalig bankgebouw aan de Rijksstraatweg 42 te slopen. Hierbij vinden sloop en afvoer werkzaamheden plaats. Vervolgens is de opdrachtgever voornemens om op dezelfde locatie woningen te bouwen. Voor de sloopwerkzaamheden zal het oude gebouw en de bijbehorende schuur worden gesloopt. Hoe en wanneer deze sloopwerkzaamheden uitgevoerd worden is tijdens het schrijven van deze quickscan niet bekend. Ook is nog niet bekend hoe de bouwplaats tijdens de werkzaamheden ingericht zal worden. Deze factoren zijn daarom niet meegenomen in dit rapport.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 8 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Resultaten bureaustudie en veldbezoek 3.1

Bureaustudie (NDFF) Om een inzicht te krijgen in de aanwezige beschermde natuurwaarden binnen en in de omgeving van het plangebied, wordt onder andere gekeken naar de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). In deze database staan gevalideerde waarnemingen van zowel beschermde, als niet-beschermde soorten. Om een representatief beeld te krijgen van de mogelijk aanwezige beschermde natuurwaarden is gekeken naar waarnemingen van beschermde soorten in de afgelopen vijf jaar binnen, en in een straal van 2500 meter rondom het plangebied. In onderstaande tabel zijn de bekende beschermde soorten uit de NDFF weergegeven. Tabel 3.1. Uit de bureaustudie bekende vogels met jaarrond beschermde nesten, Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (bron: NDFF). Soortgroep Soortnaam Beschermingsregime (Wnb)

Vogels met jaarrond beschermde nesten

Zoogdieren

Amfibieën

Libellen

Vissen

Boomvalk

Artikel 3.1

Buizerd

Artikel 3.1

Gierzwaluw

Artikel 3.1

Grote gele kwikstaart

Artikel 3.1

Havik

Artikel 3.1

Huismus

Artikel 3.1

Kerkuil

Artikel 3.1

Ooievaar

Artikel 3.1

Ransuil

Artikel 3.1

Roek

Artikel 3.1

Slechtvalk

Artikel 3.1

Sperwer

Artikel 3.1

Wespendief

Artikel 3.1

Boommarter

Artikel 3.10

Otter

Artikel 3.5

Waterspitsmuis

Artikel 3.10

Vleermuizen*

Artikel 3.5

Boomkikker

Artikel 3.5

Heikikker

Artikel 3.5

Rugstreeppad

Artikel 3.5

Gevlekte witsnuitlibel

Artikel 3.5

Groene glazenmaker

Artikel 3.5

Kempense heidelibel

Artikel 3.10

Sierlijke witsnuitlibel

Artikel 3.5

Kwabaal

Artikel 3.10

*baardvleermuis, bosvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige vleermuis, tweekleurige vleermuis & watervleermuis De resultaten van de bureaustudie zijn gedurende het veldbezoek benut als hulpmiddel voor het bepalen welke soorten mogelijk binnen en rond het plangebied voor kunnen komen.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 9 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

3.2

Veldbezoek Gedurende het veldbezoek is, naast het plangebied, een zone rondom het plangebied bezocht om de aanwezige natuurwaarden te inventariseren. Deze zone wordt gehanteerd, omdat werkzaamheden die plaatsvinden binnen het plangebied effecten kunnen hebben op de omgeving. Deze zone wordt door de ter zake kundige ecoloog tijdens het terreinbezoek bepaald. Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep.

3.2.1

Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van een aantal vogelsoorten zijn ook de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen in elke situatie jaarrond beschermd zijn (categorie 1 tot en met 4) en soorten waarvan de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (categorie 5). Alle provincies hanteren een eigen lijst met (potentieel) jaarrond beschermde nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen. Een overzicht van de soorten per provincie is weergegeven in bijlage 1. In de provincie Fryslân zal bij de inwerkingtreding van de omgevingswet een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten in werking treden. In bijlage 1 is tevens de aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten weergegeven. Voor de provincie Fryslân wordt tevens de aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten behandeld indien deze soorten worden verwacht. In onderstaande alinea’s worden de soorten met een jaarrond beschermd nest en vaste rust- en verblijfplaatsen in elke situatie behandeld. Daarnaast worden de soorten met potentieel jaarrond beschermde nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen behandeld die kunnen voorkomen binnen het plangebied of de directe omgeving.

Hierbij wordt afgewogen of er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die de jaarronde bescherming kunnen rechtvaardigen. Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) In de omgeving van het plangebied kunnen diverse soorten vogels met jaarrond beschermde nesten voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn de aanwezige bomen rondom het plangebied gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelnesten van vogels zoals buizerd, boomvalk, havik, sperwer, wespendief, roek, oehoe, zwarte wouw en ransuil. Er zijn echter geen jaarrond beschermde vogelnesten of verblijfplaatsen aangetroffen in, of binnen de verstoringszone van het plangebied. Er zijn in en rond het plangebied geen torens, hoge gebouwen, palen of andere hoge bouwwerken aanwezig, waardoor de aanwezigheid van nesten van de slechtvalk en ooievaar worden uitgesloten. Vanwege de afwezigheid van rustige rommelhoekjes, holtes, nestkasten en boerderijen of woningen met geschikte openingen voor steenuil of kerkuil rond het plangebied, wordt de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van de steenuil en kerkuil uitgesloten. In en direct om het plangebied zijn geen geschikte watergangen gelegen voor de grote gele kwikstaart, gezien dit geen stromend water betreft en er geen boomwortels of nissen aanwezig zijn waar de soort in kan nestelen.

Het dak van het gebouw in het plangebied is niet geschikt bevonden voor huismus of gierzwaluw. De nokvorsten zijn met specie afgedicht en tussen de dakpannen en het dakbeschot is er ,door de tengels en de onderste panlatten, geen ruimte. Ook zijn de ventilatiepannen afgedicht met een rooster. Hierdoor is er geen mogelijkheid voor de huismus of gierzwaluw om onder de dakpannen te komen. De aanwezigheid van nesten van de huismus en gierzwaluw in het plangebied kan hiermee worden uitgesloten.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 10 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Mogelijk jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek is in en rondom het plangebied gezocht naar nesten van vogelsoorten waarvan de nesten mogelijk jaarrond beschermd zijn. Soorten zoals de spreeuw zouden tot broeden kunnen komen in de haagbeuk aan de noordzijde van het plangebied. Echter zijn er genoeg alternatieve of geschiktere nestlocaties in de omgeving. Deze vogelsoorten worden daarom beschouwd als algemene broedvogels. Algemene broedvogels Er kunnen mogelijk algemene broedvogels zoals merel en houtduif tot broeden komen in de haag, bosschage en bomen in en rond het plangebied. Aanwezigheid van algemene broedvogels kan hierdoor niet worden uitgesloten. Consequenties van de ingreep op vogels met jaarrond beschermde nesten en algemene broedvogels staan beschreven in paragraaf 4.2.

3.2.2

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.

Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een plangebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 11 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Verblijven In en rondom het plangebied is gezocht naar mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen. Het gebouw binnen het plangebied is niet geschikt bevonden voor gebouwbewonende vleermuizen. De deklijsten van de dakgoot sluiten naadloos aan op de muren waardoor hier geen mogelijkheid is voor vleermuizen om in de spouwmuur te komen. Ditzelfde geldt voor de boeidelen aan de noordkant van het gebouw. De schoorsteen is dichtgemetseld en hier zijn ook geen openingen voor gebouwbewonende vleermuissoorten aanwezig. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen binnen het plan worden uitgesloten. In de woningen in de directe omgeving van het plangebied kunnen potentieel wel verblijfplaatsen aanwezig zijn van gebouwbewonende vleermuizen, zoals de gewone dwergvleermuis. De bomen in de directe omgeving van het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van holtes. Deze zijn niet aangetroffen waardoor de bomen niet geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen, zoals de rosse vleermuis. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in en in de directe omgeving van het plangebied is uitgesloten. Vliegroutes Het plangebied en de omringende woningen vormen lijnvormige elementen welke diverse soorten vleermuizen mogelijk gebruiken om te navigeren.

Echter zijn er in de omgeving voldoende of zelfs betere alternatieven als vliegroute, waardoor de aanwezigheid van een essentiële vliegroute kan worden uitgesloten. Foerageergebied De tuin van het plangebied kan mogelijk dienen als foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen. Echter zijn er in de omgeving voldoende of zelfs betere alternatieve foerageergebieden aanwezig, waardoor de aanwezigheid van een essentieel foerageergebied in het plangebied kan worden uitgesloten. Veldbezoek Nog voor het uitvoeren van de quickscan op 30 juni 2023 is er een veldbezoek afgelegd door ecologen John Melis en Jip de Bakker van JM ecologie b.v. op 27 juni 2023. Het bezoek is uitgevoerd van 21:00 tot 23:00 uur, bij 24°C en 2 Bft, op een heldere dag. Tijdens dit veldbezoek is er gezocht naar vleermuizen binnen het plangebied. Dit is gedaan door aan beide kanten van het gebouw een ecoloog te plaatsen die let op de mogelijke uitvliegplaatsen van vleermuizen. Ter ondersteuning is er gebruik gemaakt van een Pettersson D240x batdetector en een Tascam R05H opnamenapparaat. Tijdens dit veldbezoek zijn er geen vleermuizen waargenomen die een relatie hadden met het pand. Consequenties van de ingreep op vleermuisverblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten rondom het plangebied staan beschreven in paragraaf 4.2.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 12 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

3.2.3

Overige zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied meerdere waarnemingen bekend zijn van beschermde zoogdiersoorten. Het gaat hier om de boommarter, otter en waterspitsmuis. Boommarter De boommarter is een soort van een bosrijke omgeving. In Nederland komt de boommarter in allerlei typen en leeftijden bos voor. Boommarters kiezen hun rustplaatsen vaak in boomholten, konijnen-, vossen of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Nesten zitten vaak in oude spechten- of eekhoornholen, regelmatig in inrottingsholten en soms in gebouwen die in of aan de rand van het bos staan (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn waarnemingen bekend van boommarter in een bosgebied ten noorden van het plangebied op 2 kilometer afstand. Echter is er in de directe omgeving van het plangebied geen bosrijke omgeving aanwezig en is er een grote mate van verstoring. De aanwezigheid van de boommarter kan daarmee uitgesloten worden. Otter Otters leven in oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Overdag verblijft de otter in een dagrustplaats die zich bevindt op oevers in dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages, maar ook in kunstmatige holten.

De nesten waar de jongen worden geworpen, liggen vaak in overstromingsvrije oeverholtes in een rustig gebied en worden regelmatig door de moeder verplaatst (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn meerdere waarnemingen gedaan van de otter in de omgeving van het plangebied. Echter is het plangebied zelf en de omliggende watergangen geen geschikt leefgebied voor de otter door veel verstoring en de afwezigheid van oevervegetaties, struwelen en bosschages. De aanwezigheid van essentieel leefgebied van de otter in de directe omgeving van het plangebied kan worden uitgesloten. Waterspitsmuis De waterspitsmuis kan in allerlei typen grotere en kleinere wateren leven, zolang het water schoon is. Daarnaast is het belangrijk dat er een goed ontwikkelde onderwatervegetatie aanwezig is en een ruige oevervegetatie met voldoende schuilmogelijkheden (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn meerdere waarnemingen van de waterspitsmuis op ruim 2 kilometer van het plangebied. Echter zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen goed ontwikkelde onderwatervegetaties en watergangen met ruige oevervegetatie met voldoende schuilmogelijkheden aanwezig. Daarmee kan de aanwezigheid van de waterspitsmuis uitgesloten worden.

Overige beschermde zoogdieren In de omgeving van het plangebied zijn geen marine habitats (walvisachtigen, gewone zeehond, grijze zeehond en walrus), grote waterrijke milieus met voldoende dekking en moerasgebieden, watergangen met een rijke oeverbegroeiing en onderwatervegetatie (bever, Noordse woelmuis) aanwezig. Tevens zijn er geen bosrijke gebieden met voldoende voedsel, houtwallen of bosschages met boomholtes, kleinschalig cultuurlandschap met een dichte gras- of kruidlaag of gebieden met structuurrijke vegetatie (eekhoorn, wild zwijn, damhert, das, edelhert, egel, ondergrondse woelmuis, grote bosmuis, wolf, hermelijn, wezel, bunzing en steenmarter) aanwezig. Ten slotte zijn er tevens geen steenstapels, houtmijten, schuren, woningen of boerderijen met openingen (bunzing, steenmarter) of gras- en akkerland (haas, konijn, veldspitsmuis) aanwezig. Tevens valt het bekende verspreidingsgebied van meerdere soorten buiten het plangebied, enkele zoogdiersoorten (gewone hamster, hazelmuis, lynx, wilde kat en eikelmuis) komen van nature alleen in Zuid-Limburg voor, waardoor de aanwezigheid van deze beschermde zoogdiersoorten wordt uitgesloten.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 13 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

3.2.4

Reptielen In de omgeving van het plangebied zijn geen marine habitats (dikkopschildpad, Kemps zeeschildpad, lederschildpad, soepschildpad), heide-, laag- en hoogveen- of duinengebieden met een rijke vegetatiestructuur (gladde slang, zandhagedis, adder, levendbarende hagedis), rijk begroeide watergangen met een natuurlijke oever (ringslang) of bosrijke gebieden en heideterreinen met dichte vegetatie (hazelworm) aanwezig. De muurhagedis komt van nature alleen voor op de oude stadsmuren van Maastricht, maar er zijn op andere locaties uitgezette populaties bekend, welke levensvatbare populaties betreffen. Het plangebied is niet gelegen bij één van deze locaties. De aanwezigheid van deze beschermde reptielensoorten wordt derhalve uitgesloten.

3.2.5

Amfibieën Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied meerdere waarnemingen bekend zijn van beschermde amfibiesoorten. Het gaat hier om de boomkikker, heikikker en rugstreeppad. Echter zijn deze waarnemingen allemaal op 2 kilometer afstand van het plangebied gedaan en zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen watergangen met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie aanwezig (boomkikker, heikikker, knoflookpad, poelkikker). Tevens zijn er geen poelen, vennen of ondiepe watergangen (rugstreeppad) in de omgeving aanwezig, of watergangen in een bosrijke omgeving (kamsalamander), of de watergangen in de omgeving zijn breed, verbonden met andere watergangen en bevatten waarschijnlijk veel vis, waardoor dit ongeschikt habitat is voor overige beschermde amfibieënsoorten. De geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad, vinpootsalamander en vuursalamander komen daarnaast van nature alleen voor in Noord-Brabant en Zuid-Limburg, maar er zijn op andere locaties uitgezette populaties bekend, welke levensvatbare populaties betreffen. Het plangebied is niet gelegen bij één van deze locaties. De aanwezigheid van deze beschermde amfibieënsoorten wordt derhalve uitgesloten.

3.2.6

Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied een waarneming bekend is van een beschermde vissensoort. Het gaat hier om de kwabaal. Kwabaal De kwabaal is nachtactief en overdag verschuilen de dieren zich in oeverholten of tussen stenen. De voortplanting vindt plaats in de maanden januari tot maart en kan met name in riviersystemen voorafgegaan worden door een stroomopwaarts migratie vanaf november. In stromende wateren groeien de larven op in ondiepe overstromingsvlakten, in meren in de bovenste waterlaag en de oeverzone (RAVON, z.d.). Rond het plangebied zijn geen stromende rivieren, beken en meren met zuurstofrijk water aanwezig. Daarmee kan de kwabaal in het plangebied worden uitgesloten. Overige beschermde vissoorten In de omgeving van het plangebied is geen marine habitat (houting, steur) of stromende rivieren, beken en meren met zuurstofrijk water aanwezig (beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver). Tevens zijn er geen ondiepe watergangen aanwezig met een uitbundige waterplantengroei en dikke modderlaag (grote modderkruiper). De aanwezigheid van deze beschermde vissoorten wordt daarmee uitgesloten.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 14 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

3.2.7

Vlinders De meeste vlindersoorten zijn sterk gebonden aan het voorkeurshabitat, vaak in natuurgebieden, en zijn afhankelijk van de aanwezigheid van waardplanten. Tevens zijn er van veel soorten slechts enkele, geïsoleerde populaties bekend, of komen deze alleen voor in een specifieke regio in Nederland, als (Zuid) Limburg (donker pimpernelblauwtje, bruin dikkopje, spiegeldikkopje), de Weerribben (grote vuurvlinder), de Veluwe (bosparelmoervlinder, kleine heivlinder, grote parelmoervlinder), Waddeneilanden (grote parelmoervlinder) of de Moerputten in Noord-Brabant (pimpernelblauwtje). Het plangebied is niet gelegen in of nabij een natuurgebied met hoogveen, vennen en moeras (veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje), kruidenrijke schrale graslanden (veldparelmoervlinder, zilveren maan, kommavlinder, aardbeivlinder), vochtige loofbossen (grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, bruine eikenpage), heide of duinen (duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, aardbeivlinder), waar diverse beschermde vlindersoorten kunnen voorkomen. Van de soorten die tevens buiten natuurgebieden worden waargenomen, zoals sleedoornpage, teunisbloempijlstaart, iepenpage en grote vos, zijn geen waardbomen- en planten waargenomen binnen en rond het plangebied.

Tot slot zijn enkele beschermde vlindersoorten reeds verdwenen uit Nederland (tijmblauwtje, zilverstreephooibeestje en moerasparelmoervlinder), of worden sporadisch waargenomen als dwaalgast (apollovlinder en boszandoog). De aanwezigheid van deze beschermde vlindersoorten wordt daarmee uitgesloten.

3.2.8

Libellen Uit de bureaustudie blijkt dat er in een straal van 2,5 kilometer rond het plangebied waarnemingen bekend zijn van beschermde libellensoort. Het gaat hier om de gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker, Kempense heidelibel en sierlijke witsnuitlibel. Binnen en direct rond het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde libellensoorten. Deze waarnemingen zijn gedaan in het noordelijk gelegen natuurgebied de Bûtenfjilden. Binnen en direct rond het plangebied is geen geschikt habitat voor beschermde libellensoorten aanwezig. De meeste libellensoorten zijn sterk gebonden aan hun voorkeurshabitat, welke voor de meeste beschermde libellensoorten langs rivieren en beken (gaffellibel, rivierrombout, beekrombout, bosbeekjuffer, gewone bronlibel), laagveen en hoogveenmoerassen (hoogveenglanslibel), vennen (gevlekte witsnuitlibel, Noordse winterjuffer, sierlijke witsnuitlibel, gevlekte glanslibel, speerwaterjuffer) en heidevelden (overwintering Noordse winterjuffer) ligt. De groene glazenmaker komt daarnaast alleen voor bij sloten met een dichte krabbenscheervegetatie. In de sloten rondom het plangebied is geen krabbenscheer waargenomen.

Enkele soorten behoeven zeer specifiek habitat, zoals voedselarme tot iets voedselrijkere vennen en bosplasjes met (vaak) waterlelies (oostelijke witsnuitlibel), laagveen en heldere, matig voedselrijke wateren met kniediep water en vegetatie van verticale stengels van lisdodde, riet en holpijp (donkere waterjuffer), begroeide moerassige plaatsen en verlandingszones van matig voedselarme vennen en petgaten (Kempense heidelibel) of zonnige, vaak kalkrijke stroompjes en bronnen met rijke water- en oevervegetatie met bij voorkeur kleine watereppe (mercuurwaterjuffer). Waarnemingen van deze soorten zijn vaak afkomstig uit een specifieke geografische regio, zoals de Catspoele en Dellebuursterheide (oostelijke witsnuitlibel), de Weerribben en voorheen het Naardermeer (donkere waterjuffer) en zeer specifieke locaties in Limburg en voorheen Noord-Brabant en Overijssel (mercuurwaterjuffer). De Kempense heidelibel is van origine alleen bekend in de Kempen, echter heeft het verspreidingsgebied van de soort zich in de afgelopen jaren flink uitgebreid. Vanwege de afwezigheid van genoemde habitattypen in combinatie met de geografische ligging van het plangebied, wordt aanwezigheid van deze beschermde libellensoorten uitgesloten.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 15 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

3.2.9

Kevers De beschermde keversoorten in Nederland zijn afhankelijk van bossen met dood eikenhout (vliegend hert, heldenbok), populierenhout (vermiljoenkever) en holle bomen (juchtleerkever), of sloten en kanalen zonder krooslaag (gestreepte waterroofkever) en grote vennen (brede geelgerande waterroofkever). De verspreiding van een aantal van deze soorten beperkt zich tevens tot zeer specifieke locaties zoals een bos nabij Kerkrade (juchtleerkever), enkele vennen in Drenthe en de kop van Overijssel (brede geelgerande waterroofkever) en enkele eikenbossen bij Zwolle, bij Alkmaar en bij het rivierengebied (heldenbok), hoewel soms oude en nieuwe populaties (her)ontdekt worden. Het plangebied is niet gelegen nabij het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. Vanwege de afwezigheid van genoemde habitattypen in combinatie met de geografische ligging van het plangebied, wordt aanwezigheid van deze beschermde keversoorten uitgesloten.

3.2.10

Haften Er is één haftensoort beschermd vanuit de Wet natuurbescherming. Het betreft hier de oeveraas, welke van nature voorkwam in de rivieren in Nederland, maar echter rond 1900 verdwenen is uit Nederland. De aanwezigheid van de oeveraas wordt daarmee uitgesloten.

3.2.11

Weekdieren Er zijn twee weekdiersoorten beschermd vanuit de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de Bataafse stroommossel en de platte schijfhoren. De Bataafse stroommossel is reeds verdwenen uit Nederland. De platte schijfhoren komt voor in een groot deel van Nederland en leeft in zoete, heldere en schone wateren met een rijke vegetatie. Vanwege de afwezigheid van dergelijke watergangen binnen en rond het plangebied wordt de aanwezigheid van de platte schijfhoren uitgesloten.

3.2.12

Kreeftachtigen De enige beschermde kreeftachtige is de Europese rivierkreeft. Van nature kwam deze soort voor in de stroomgebieden langs de grotere rivieren. Tegenwoordig is er nog één populatie bekend van de Europese rivierkreeft op een landgoed nabij Arnhem. Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van dit landgoed, waardoor de aanwezigheid van beschermde kreeftachtigen kan worden uitgesloten.

3.2.13

Vaatplanten De in Nederland beschermde vaatplanten stellen specifieke eisen aan hun groeiplaats, of komen slechts beperkt voor in Nederland. De meeste soorten groeien op voedselarme bodems en zijn niet te verwachten op stikstofrijke of bemeste bodems zoals landbouwgronden en de meeste wegbermen. Andere beschermde soorten groeien slechts in een specifieke biogeografische regio in Nederland, zoals in het rivierengebied, de duinen langs de westkust, Waddeneilanden of in het heuvelland van ZuidLimburg. Enkele plantensoorten groeien echter wel op stikstofrijke en bemeste bodems (o.a. brave hendrik, kruipend moerasscherm, brede wolfsmelk, dreps, korensla, naakte lathyrus, scherpkruid, smalle raai en wolfskers), maar komen alleen voor op specifieke geografische locaties zoals in ZuidLimburg, of hebben andere eisen zoals een vochtige groeiplaats, specifieke bodemsoort of schaduw. Tevens verspreiden de meeste beschermde plantensoorten zich slecht, waardoor er vaak enkele geïsoleerde populaties bekend zijn. Gezien de aanwezige habitats binnen het plangebied in combinatie met de bekende huidige verspreiding van beschermde plantensoorten, kan uitgesloten worden dat deze soorten aanwezig zijn binnen het plangebied.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 16 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Effecten en gevolgen 4.1

Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het plangebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Onderstaand wordt gebruik gemaakt van de term “verstoringszone”. Deze term heeft betrekking tot de invloedsfeer welke is bepaald op de verwachte maximale verstoring die de onderhavige werkzaamheden mogelijk hebben op aanwezige natuurwaarden. Hierbij is rekening gehouden met tussenliggende elementen, visuele verstoring, verstoring door geluid, en verstoring door trillingen.

De verstoringszone is per mogelijk aanwezige soort op basis van expert judgement bepaald aan de hand van deze verstorende effecten en omgevingselementen, alsmede de gevoeligheid van de betreffende soort op basis van ecologie. Tabel 4.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden. 3.1 = Vogelrichtlijn, 3.5 = Habitatrichtlijn, 3.10 = nationaal beschermd.

Soortgroep Vogels met jaarrond beschermde nesten

Soort(en)

Aanwezig

3.1

Potentieel.

Algemene broedvogels Diverse soorten.

3.1

Potentieel.

Vleermuizen

3.5

Potentieel.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

Huismus en gierzwaluw.

Bescherming

Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten.

blad 17 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

4.2

Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Vogels met jaarrond beschermde nesten In het plangebied is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van huismus en gierzwaluw uitgesloten. Onder de daken van de woningen in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich mogelijk jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw. Er vinden geen werkzaamheden plaats aan die woningen en er zullen geen essentiële onderdelen van het leefgebied van de huismus en gierzwaluw verloren gaan. Daarnaast is deze soort gewend aan verstoring door het broeden in menselijke omgeving. Verwacht wordt dat de werkzaamheden geen extra verstoring zullen geven. Algemene broedvogels In het plangebied en binnen de directe omgeving hiervan kunnen meerdere algemene broedvogels tot broeden komen. Wanneer werkzaamheden in de buurt van in gebruik zijnde nesten worden uitgevoerd, heeft dit mogelijk een verstorende werking op de broedende vogels. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.1 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen. Vleermuizen In het plangebied is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen uitgesloten. In de woningen in de directe omgeving van het plangebied kunnen zich verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten bevinden.

Er vinden geen werkzaamheden plaats aan de woningen. Wanneer er verlichting gebruikt wordt tijdens de werkzaamheden of in de nieuwe situatie kan mogelijk lichtverstoring optreden op verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied. Er wordt niet verwacht dat de toekomstige woningen voor extra lichtverstoring gaan zorgen aangezien er om het plangebied heen al veel lantaarnpalen, welke ook naast de woningen staan. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden kan er wel extra lichtverstoring optreden. Dit is in strijd met de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor de werkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat de in paragraaf 5.2 genoemde vervolgstappen in acht worden genomen.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 18 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Vervolgstappen In dit hoofdstuk worden de vervolgstappen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 4 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgstap kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een specifieke werkwijze worden omschreven waardoor negatieve effecten worden voorkomen en de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Tabel 5.1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is. 3.1 = Vogelrichtlijn, 3.5 = Habitatrichtlijn, 3.10 = nationaal beschermd.

Soortgroep

5.1

Soort(en)

Bescherming Aanwezig

Vervolgactie

Algemene broedvogels

Diverse soorten.

3.1

Potentieel. Specifieke werkwijze.

Zoogdieren

Vleermuizen.

3.1

Potentieel. Specifieke werkwijze.

Algemene broedvogels Algemene broedvogels Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het plangebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel. Indien de werkzaamheden starten aan het begin van het broedseizoen: Broedgevallen binnen het plan- en verstoringsgebied van de werkzaamheden moeten voorkomen worden. Het ongeschikt maken kan preventief gedaan worden door ruim voor het vogelbroedseizoen het gebied te ontdoen van geschikte nestgelegenheden. Dit kan op verschillende manieren.

 Door het verwijderen van de bomen en struiken buiten het broedseizoen, of na vrijgave door een ecoloog;  Door het kort maaien en kort houden van de oevervegetatie (waaronder bijvoorbeeld rietkragen maar ook pitruspollen) is er geen nestgelegenheid voor watervogels zoals meerkoet, waterhoen en wilde eend, en voor rietvogels zoals blauwborst, rietzanger en rietgors. Indien de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen:  Het plan- en verstoringsgebied dient eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels;  Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 19 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Bovengenoemde preventieve maatregelen kunnen alleen worden toegepast indien deze niet van invloed zijn op de andere (mogelijk aanwezige) beschermde natuurwaarden.

5.2

Vleermuizen De omliggende woningen kunnen door vleermuizen in gebruik zijn als verblijfplaats. Het verstoren van verblijfplaatsen is een overtreding van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming. Er moet tijdens de werkzaamheden rekening gehouden worden met het vermijden van extra lichtoverlast op potentiële verblijfplaatsen. Indien er licht gevoerd wordt na zonsondergang en voor zonsopkomst, dan dienen onderstaande mitigerende maatregelen opgevolgd te worden. Mitigerende maatregelen:  Extra lichtoverlast tijdens de werkzaamheden moet worden voorkomen door het licht weg te draaien van gebouwen, waterpartijen en –gangen, en bomen;  Indien verlichting gevoerd moet worden dient er gekozen te worden voor amberkleurige verlichting.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 20 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Conclusie In opdracht van Adema Architecten heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd ten behoeve van het slopen van het huidige gebouw te Rijksstraatweg 42 Hurdegaryp, gemeente Tytsjerkeradiel, provincie Fryslân. De QuickScan is uitgevoerd om eventuele strijdigheden van de beoogde werkzaamheden en de toekomstige situatie met de Wet natuurbescherming op te sporen. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Uit de QuickScan is gebleken dat algemene broedvogels mogelijk aanwezig zijn binnen het plangebied en dat gebouwbewonende vleermuizen mogelijk rondom het plangebied verblijfplaatsen hebben. Voor algemene broedvogels heeft het de voorkeur om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Indien toch gestart wordt met de werkzaamheden aan het begin of te midden van het vogelbroedseizoen, dienen de maatregelen gevolgd te worden zoals beschreven in paragraaf 5.1. Bij de gebouwbewonende vleermuizen dient er bij lichtvoering tijdens de werkzaamheden aan de mitigerende maatregelen die beschreven staan in paragraaf 5.2 gehouden te worden. Als ecologisch adviesbureau raden wij bij bouwprojecten altijd aan om natuurinclusief te bouwen. Dit kan onder andere door geen gebruik te maken van vogelschroot of deze enkele pannen hoger aan te brengen.

Hierdoor blijven pannendaken geschikt als broedlocatie voor huismus. Door ruimte te laten tussen kantpannen en de gevel ontstaat er een ingang voor vleermuizen en gierzwaluwen om toegang tot een verblijf- of nestplaats te verkrijgen. Daarnaast zijn er tal van mogelijkheden om inbouwkasten/stenen en aangepaste dakpannen in te bouwen in de nieuwe situatie waarbij er geschikte nestlocaties en verblijfplaatsen worden gecreëerd voor (beschermde) soorten. Wilt u advies over de mogelijkheden binnen uw project, dan kunnen wij u daarover adviseren.

Gorredijk, augustus 2023 JM ecologie b.v. Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 21 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Geraadpleegde bronnen         

Nationale Database Flora- en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 26 juni 2023. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina libellen. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/libellen Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina vlinders. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders FLORON (z.d.). Verspreidingsatlas vaatplanten. Geraadpleegd van https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten RAVON (z.d.). Informatiepagina soorten. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina soorten. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 22 van 22

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Bijlage 1 – Jaarrond beschermde nesten per provincie Provincie Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland, Drenthe, Utrecht en Groningen* Tabel 1. Jaarrond beschermde nesten in de provincies Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland, Drenthe, Utrecht en Groningen*. Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

Categorie 4 4 2 3 4 2 3 3 3 4 2 3 4 1 4 4

Soort Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Hop

Categorie 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Soort IJsvogel Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart

Categorie 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Huiszwaluw

5

Zwarte specht

5

Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten (steenuil). Categorie 2: zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk van bebouwing. Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen kolonie). Categorie 4: vogels die ieder jaar terug keren naar specifiek nest. Categorie 5: honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Vogels met een categorie 5 jaarrond beschermd nest worden alleen als jaarrond beschermd beschouwd wanneer hier een ecologisch zwaarwegende reden voor geldt. *De provincie Groningen heeft met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming in 2017 gesteld dat er geen vaste lijst met jaarrond beschermde nesten wordt gehanteerd in de provincie Groningen, maar dat jaarronde bescherming afhankelijk is van de essentie van een nest. Wel erkent de provincie Groningen de lijsten van andere bevoegde gezagen. Om deze reden wordt de meest frequent gebruikte lijst jaarronde beschermde nesten gehanteerd en worden overige soorten met een essentieel nest toegevoegd indien van toepassing.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 1 van 5

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Provincie Limburg Tabel 2. Jaarrond beschermde nesten in de provincie Limburg. Soort Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Oehoe Ooievaar Raaf Ransuil Rode wouw Roek Slechtvalk Steenuil Torenvalk Wespendief Zwarte wouw

Categorie 2 3 2 2 2 3 2 2 1 1 2 3 3 3 1 2 1 3 3 3

Soort Bijeneter Blauwe reiger Buizerd Draaihals Grauwe klauwier Grutto IJsvogel Kramsvogel Kwartelkoning Oeverzwaluw Paapje Ringmus Roerdomp Sperwer Spotvogel Visdief Wulp Zomertortel Zwarte specht

Categorie 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten Categorie 2: zeer plaatsgetrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing. Categorie 3: zeer plaatsgetrouwe broedvogel of ieder jaar terugkeert naar specifiek nest. Categorie 4: vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar voldoende flexibel is om elders een nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig kwetsbaar dat functionaliteit van leefgebied niet in het geding mag komen.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 2 van 5

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Provincie Overijssel Tabel 3. Jaarrond beschermde nesten in de provincie Overijssel. Soort Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Oehoe Ooievaar Raaf Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte wouw

Categorie 3 4 3 4 2 3 4 2 2 3 3 3 4 4 2 3 4 1 4 4 4 3 4

Soort Blauwe reiger Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Draaihals Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grutto IJsvogel Kleine bonte specht Kortsnavelboomkruiper Middelste bonte specht Oeverzwaluw Ringmus Spreeuw Tapuit Tureluur Veldleeuwerik Wulp Zomertortel Zwarte mees Zwarte roodstaart

Categorie 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Categorie 1: jaarrond gebruikte nesten. Categorie 2: zeer plaatsgetrouwe koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats of afhankelijk van bebouwing of biotoop. Categorie 3: zeer plaatsgetrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar specifiek nest of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4: vogels die jaarlijks terug keren naar specifiek nest en die niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Categorie 5: nesten van vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen.

Datum: 17 augustus 2023 rapport: R23.142, versie 0.3

blad 3 van 5

Adema Architecten QuickScan Hurdegaryp, Rijksstraatweg 42

Provincie Flevoland Tabel 4. Jaarrond beschermde nesten in de provincie Flevoland. Soort Boerenzwaluw Bosuil Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Huismus Kerkuil 2 Ransuil Roek Slechtvalk Steenuil Torenvalk

Categorie 3 4 2 3 2 1 4 2 3 1 3

Soort Blauwe reiger Boomvalk Buizerd Draaihals Groene specht Grote bonte specht Havik Huiszwaluw IJsvogel Kleine bonte specht Middelste bonte specht Oehoe

Categorie 5b 5a 5a 5b 5b 5b 5a 5b 5b 5b 5b 5a

Soort Oeverzwaluw Ooievaar 1 Raaf Rode wouw Sperwer Spreeuw Tapuit Wespendief Zeearend Zwarte specht Zwarte wouw

Categorie 5b 5a 5a 5a 5a 5b 5b 5a 5a 5b 5a

1) Wanneer een ooievaarsnest in een hoogspanningsmast vanwege werkzaamheden moet worden weggehaald of verplaatst, dan

kan dat buiten de periode dat er eieren/jongen aanwezig zijn, zonder ontheffing. Er dient na uitvoering van de werkzaamheden een gelijk aantal vervangende nesten in de hoogspanningsmast te worden aangeboden binnen hetzelfde territorium. 2) In het geval dat een kerkuilenkast binnen een erf wordt verplaatst buiten de periode dat er jongen aanwezig zijn, dan hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd, mits onder begeleiding van een deskundige. Categorie 1: nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Categorie 2: nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor nestplaatsen zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 3: nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor nestplaatsen zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 4: vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=4f681fae-4014-4851-80a6-31481d68050b