CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

06 - Bijlage 6 - Handboek Kabels en Leidingen

RAAD IT BESLUT 23 januari 2025, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Aanpassen gemeentelijke regels voor ondergrondse kabels en leidingen (hammerstik)22.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Een afschrift en/of een digitale versie van de correspondentie met betrokken instanties en/of de acceptatie- of stortbonnen van het verwerkingsbedrijf moet op het werk aanwezig zijn. Een kopie daarvan dient op verzoek overhandigd of getoond te worden aan de coördinator of toezichthouder. In afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.2, vijfde lid, worden de eventuele kosten voor transport en reiniging van de afgevoerde grond in overleg tussen burgemeester en wethouders en netbeheerder bepaald. 4. De grondroerder zorgt dat de aanvulgrond voor de functie geschikt is en voldoet aan de milieuhygiënische kwaliteitseisen zoals gesteld in de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Tytsjerksteradiel. De grond moet schoon en voor verwerking geschikt zijn conform alle gestelde (wettelijke) eisen. Een afschrift en/of een digitale versie van de leveringsbon en erkende kwaliteitsverklaring moet op het werk aanwezig zijn. Een kopie daarvan dient op verzoek overhandigd of getoond te worden aan de coördinator of toezichthouder.

41

9. Werken aan of nabij groenvoorzieningen Het bepaalde in dit hoofdstuk geldt voor groenvoorzieningen, behoudens bermen en gazons. Daarvoor geldt het bepaalde in artikel 8.4.

9.1. Groenvoorzieningen algemeen 1. In relatie tot werkzaamheden ten behoeve van kabels en/of leidingen kan het noodzakelijk zijn dat er tevens (snoei)werkzaamheden aan groenvoorzieningen moeten worden uitgevoerd. Dit kan voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden van de grondroerder nodig zijn. De grondroerder dient dit tijdig af te stemmen met de toezichthouder. Na toestemming van de toezichthouder dienen (snoei)werkzaamheden aan groenvoorzieningen altijd in opdracht van de grondroerder door een erkend hoveniersbedrijf vakkundig uitgevoerd te worden. Indien er geen toestemming wordt gegeven dragen Burgemeester en wethouders zorg voor de (snoei)werkzaamheden aan groenvoorzieningen en worden de marktconforme kosten in rekening gebracht bij de grondroerder. 2. Als naar oordeel van burgemeester en wethouders groenvoorzieningen te diep teruggesnoeid moeten worden, worden deze als verloren beschouwd en moeten door de grondroerder worden afgevoerd. 3. Groenvoorzieningen die ten behoeve van de werkzaamheden van de grondroerder in de periode tussen 16 april en 30 september moeten worden gerooid, worden als verloren beschouwd en moet door de grondroerder worden afgevoerd. 4. Verloren gegane groenvoorzieningen moeten in het eerstvolgende plantseizoen (tussen 1 oktober en 15 april) door nieuw materiaal worden vervangen, conform het bepaalde in artikel 9.2, vijfde lid. 5.

Het rooien van bomen door de grondroerder is in principe niet toegestaan. Indien het noodzakelijk is dat een boom wordt verwijderd dan mag dat uitdrukkelijk pas geschieden nadat daarvoor schriftelijk toestemming is verleend door burgemeester en wethouders. In sommige gevallen dient hiervoor een omgevingsvergunning kap voor aangevraagd te worden. 6. Indien beschermde groenvoorzieningen (in kader van de Flora en Faunawet) in het tracé voorkomen, dienen hiervoor beschermende maatregelen te worden genomen. Burgemeester en wethouders geven de locaties aan waar beschermende groenvoorzieningen voorkomen, en welke beschermde maatregelen dienen te worden genomen. Tijdens de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met de aanwezige beschermde groenvoorzieningen en dieren. Verstoring of vernietiging hiervan zonder ontheffing van het ministerie van LNV, is strafbaar. 7.

De aannemer dient bij het aantreffen van Aziatische duizendknoop direct contact op te nemen met de gemeente. In grond met Aziatische duizendknoop mag niet worden gegraven om verspreiding te voorkomen. De gemeente geeft bij de instemmingsaanvraag aan waar deze voorkomt. Grond die wordt gebruikt ter aanvulling van de sleuf moet vrij zijn van invasieve exoten zoals Aziatische duizendknoop, Reuzenberenklauw en Reuzenbalsemien.

42

9.2. Opname en (indien van toepassing) herstellen groenvoorzieningen

(waardevolle beplanting) Het bepaalde in dit artikel geldt voor te handhaven groenvoorzieningen, behoudens bermen, gazons en bomen. Daarvoor geldt het bepaalde in artikel 8.4 respectievelijk 9.3.

1. Behalve voor het rooien van te handhaven groenvoorzieningen mag binnen de wortelzone van groenvoorzieningen niet worden gegraven. 2. Te handhaven groenvoorzieningen die in het kabel- of leidingtracé voorkomen mogen in de periode tussen 1 oktober en 15 april ruim worden uitgestoken en moeten, gescheiden van te ontgraven grond, ingekuild en tegen uitdroging beschermd worden. 3. De ontgraving ten behoeve van het rooien van groenvoorzieningen moet zo snel mogelijk, in ieder geval dezelfde dag, weer worden aangevuld. De groenvoorzieningen moeten na maximaal een dag weer worden teruggebracht, zo nodig ingekort worden en direct daarna voldoende met schoon water bewaterd worden. Herplanten kan en mag alleen na goedkeuring van de toezichthouder. 4. Door de toezichthouder afgekeurde en/of teruggezette groenvoorzieningen die niet meer aanslaan dienen in het eerstvolgende plantseizoen (tussen 1 oktober en 15 april) door nieuw materiaal te worden vervangen. 5. Al het te gebruiken nieuwe materiaal dient van dezelfde soort en minimaal van eenzelfde kwaliteit en afmeting te zijn als het aanwezige materiaal. Het sortiment en de maten wordt daarbij door burgemeester en wethouders voorgeschreven. Het materiaal dient door burgemeester en wethouders goedgekeurd te zijn. 6.

Nadat de (nieuwe) groenvoorzieningen zijn aangebracht geldt voor de grondroerder een garantietermijn van een jaar of een volledig groeiseizoen (week 13 t/m 45) na eerste oplevering.

9.3. Werken nabij bomen (tevens rooi en herplant) 1. Bij het passeren van bomen moeten door de grondroerder voorzorgsmaatregelen worden getroffen die schade aan de bomen voorkomt. De maatregelen en aanwijzingen zijn (onder andere) aangegeven op de Bomen poster (zie bijlage 2). Wanneer er toch een boom wordt beschadigd dient dit direct gemeld te worden bij de toezichthouder. 2. Indien de afstand van te leggen kabels en/of leidingen tot de bomen minder is dan bepaald in artikel 7.2.1, vierde lid, dienen er in ieder geval beschermende maatregelen toegepast te worden of er moeten (gestuurde) boringen worden gemaakt. Ditzelfde geldt voor locaties (op te vragen bij de toezichthouder) waar speciale bomengrond of constructies waarin bomen wortelen aanwezig zijn. 3. Binnen de kroonprojectie van bomen (een strook rond de boom met een straal die gelijk is aan 10 keer de doorsnede van de stam op 1,30 m hoogte boven de grond) mag slechts bij hoge uitzondering worden gegraven en in dat geval alleen handmatig, dit is echter alleen toegestaan met goedkeuring van de toezichthouder. De eventuele ontgraving dient zo snel mogelijke te worden aangevuld. Wortels dikker dan 0,025 m in diameter mogen nooit worden verwijderd of beschadigd. Wortels kleiner dan 0,025 m in diameter mogen verwijderd worden door middel van zagen zonder de wortels te breken of eraan te trekken.

Ontgraven wortels dienen te worden beschermd tegen uitdrogen, vorst en andere beschadigingen.

43

4. Als ten gevolge van de werkzaamheden een boom zoveel schade oploopt dat deze gerooid moet worden dient de grondroerder dit direct te melden bij de toezichthouder. Er dient dan (indien vereist) alsnog een omgevingsvergunning kap aangevraagd te worden. Het planten van nieuwe bomen wordt verzorgd door burgemeester en wethouders. 5. Indien de grondroerder toestemming krijgt van burgemeester en wethouders om een boom te rooien dient de grondroerder tevens de stobben te verwijderen en af te voeren en het ontstane gat laagsgewijs met grond aan te vullen en te verdichten. Tenslotte dient er een laag teelaarde te worden aangebracht. De grond dient op een zodanige wijze te worden afgewerkt dat er na inklinking sprake is van een vlakke overgang naar de ongeroerde grond. Reservering voor inklinking mag max. 0,10 m bedragen. In overleg met de toezichthouder dient het eventuele inzaaien te geschieden conform artikel 8.4, vijfde lid.

44

DEEL C: Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen 10. Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen 10.1. Algemeen Ten gevolge van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in en op openbare gronden ontstaat schade aan straatwerk, overige verhardingen of groenvoorzieningen. Die schade moet worden hersteld en de herstelkosten komen altijd voor rekening van de netbeheerder. In deze Schaderegeling ingravingen zijn (onder andere) de voorwaarden en tarieven vastgelegd met betrekking tot de wijze van verrekening van de herstelkosten van straatwerk, asfaltherstel, herstel van natuursteenverhardingen, groenvoorzieningen, beheers- en degeneratiekosten. De begripsbepalingen zoals genoemd in artikel 2.1 zijn op deze Schaderegeling ingravingen van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken. De Schaderegeling ingravingen is vastgesteld door burgemeester en wethouders als nadere regel ter uitwerking van de Verordening. Alle technische en procedurele aspecten die verband houden met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen zijn opgenomen in Deel A en Deel B van het Handboek.

10.2. Toepasselijkheid Deze regeling is van toepassing op alle werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in of op de openbare grond van de gemeente Tytsjerksteradiel. Deze regeling is niet van toepassing op het gemeentelijke kabels en/of leidingen. Deze regeling is van toepassing op werken en werkzaamheden waarover op het moment van in werking treden geen andere overeenkomsten zijn aangegaan tussen burgemeester en wethouders en belanghebbende(n).

10.3. Uitgangspunten bij verrekening van herstelkosten Burgemeester en wethouders stellen de netbeheerder in de gelegenheid de aangerichte schade ten gevolge van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen zelf voor eigen rekening en risico te (laten) herstellen. De netbeheerder verzorgt daarbij de uitvoering van het tijdelijk en/of definitieve herstel van de elementenverharding, bermen en gazons en/of overige groenvoorzieningen. De beheer- en degeneratiekosten van elementenverharding, bermen en gazons worden berekend volgens de vigerende tarieven, zie artikel 10.5. Indien herstel niet tijdig plaatsvindt, onvoldoende is of uitblijft kunnen burgemeester en wethouders, conform het bepaalde in artikel 5.2.2, vierde lid, het herstel laten verrichten door een door hen geselecteerde aannemer. De marktconforme kosten worden in die gevallen voor 100% aan de netbeheerder doorberekend.

45

Hieronder is per categorie aangegeven wat de uitzonderingen op het bovenstaande zijn: 1. Herstel van elementverhardingen: Geen uitzonderingen. 2. Herstel van natuursteenverharding of sierbestrating: Geen uitzonderingen. 3. Herstel van groenvoorzieningen (excl. bermen en gazons): Herstel bij kan op 2 wijzen (artikel 9.1, eerste lid) worden uitgevoerd, namelijk: na toestemming van burgemeester en wethouders mag de netbeheerder werkzaamheden aan c.q. het herstel van groenvoorzieningen zelf uit laten voeren conform het bepaalde in Hoofdstuk 9. 4. Herstel van gesloten verhardingen: Bij werkzaamheden waar ter plaatse asfaltverharding aanwezig is en de netbeheerder toestemming heeft gekregen van burgemeester en wethouders om het asfalt open te breken, dient de netbeheerder ervoor te zorgen dat nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd de sleuf tijdelijk dicht gestraat wordt. Het opbreken van het asfalt en dichtstraten van de sleuf dient te gebeuren conform de voorschriften uit artikel 8.3. De asfaltverharding wordt tijdens het periodieke asfalt onderhoudsprogramma in opdracht van burgemeester en wethouders hersteld. In geval van betonverharding wordt dit ook in opdracht van burgemeester en wethouders hersteld. Het tarief voor gesloten verhardingen is bepaald in artikel 10.5, tweede lid.

46

10.4. Verhalen van overige schade Niet alle schades die de gemeente als gevolg van kabel en/of leidingwerkzaamheden lijdt kunnen door de vooraf vastgestelde schadehersteltarieven worden gedekt. Dit is het geval bij: 1. Schade aan groenvoorzieningen (excl. bermen en gazons); Met betrekking tot het opnemen van beplanting geldt het bepaalde in artikel 10.3, derde lid. Bij schade van betekenis aan bomen, met inbegrip van wortelschade geldt een minimaal schadebedrag van € 250,-- per geval. Als de schade naar verwachting van de afdeling Groenvoorziening van de gemeente boven dit bedrag uitkomt zal de schade achteraf vastgesteld en berekend worden op basis van de Richtlijnen NVTB (Nederlandse vereniging van taxateurs van bomen, conform de meeste recente rekenmethode NVTB. De aansprakelijkheidsstelling voor de schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht. Het totale schadebedrag bestaat uit de getaxeerde schade inclusief taxatiekosten, beredderingskosten en overige bijkomende kosten zoals voor verhalen van schade. 2. Schade die ontstaat buiten de sleuf Als gevolg van werkzaamheden kan er ook schade ontstaan buiten de sleuf (aan materialen, lichtmasten, verkeerslichten, geparkeerde auto’s, e.d.). Zover het gemeentelijke eigendommen betreft kunnen burgemeester en wethouders deze schade gaan verhalen conform het civiele aansprakelijkheidsrecht. 3.

Verborgen gebreken Indien na oplevering en goedkeuring van hersteld straatwerk een buitenproportionele oneffenheid, zoals bedoeld in artikel 5.2.2, zesde lid, zesde alinea, wordt geconstateerd door burgemeester en wethouders dan zal de netbeheerder in staat gesteld worden om de verharding te (laten) herstellen. Het is inherent dat alleen die schade in ogenschouw wordt genomen die het gevolg is van de door de netbeheerder uitgevoerde werkzaamheden. Indien herstel niet tijdig plaatsvindt, onvoldoende is of uitblijft kunnen burgemeester en wethouders, conform het bepaalde in artikel 5.2.2, vierde lid, het herstel laten verrichten door een door hen geselecteerde aannemer. De marktconforme kosten worden in die gevallen voor 100% aan de netbeheerder doorberekend.

47

10.5. Tarieven 1. Beheer-, onderhouds- en degeneratiekosten: De beheer-, onderhouds- en degeneratiekosten voor elementenverharding, bermen en gazons worden berekend volgens de vigerende VNG richtlijn Tarieven (graaf)werkzaamheden Telecom en de daarbij behorende Tarieven (her)straatwerkzaamheden kabels- en/of leidingwerken (bijlage 8). De genoemde tariefregelingen van de VNG kent voor het herstel van elementenverharding 4 varianten, waarbij burgemeester en wethouders de vrijheid hebben om herstel en onderhoud zelf te doen of te laten doen. De varianten zijn: • A Herstel en onderhoud uitgevoerd door de wegbeheerder; • B1 Herstel en onderhoud door netbeheerder; • B2 Herstel door netbeheerder en onderhoud door wegbeheerder; • C Herstel door wegbeheerder voorafgaand aan algehele herbestrating; Voor variant A geldt dat eerst tijdelijk herstel (artikel 8.2, zevende lid) noodzakelijk kan zijn. Tijdelijk herstel dient door en op kosten van de netbeheerder uitgevoerd te worden. Na 2 maanden vindt vervolgens definitief herstel plaats door de wegbeheerder. Bij variant C wordt herstel uitgevoerd door de wegbeheerder, voorafgaand aan gehele herbestrating.

In onderling overleg tussen de gemeente en de netbeheerder kan dit tarief in incidentele gevallen, los van de onderstaande keuzen, toegepast worden als bijvoorbeeld grootschalige saneringen samenvallen met renovatie of reconstructie door de gemeente. De gemeente Tytsjerksteradiel heeft voor reguliere werkzaamheden gekozen voor variant B2, tijdelijk herstel is hierbij vereist. Voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard of spoedeisende werkzaamheden geldt variant B2 . De gehanteerde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd en vastgesteld door de VNG. Eventuele meerkosten bij herstel en onderhoud door de wegbeheerder Als de verdichting van ondergrond niet voldoet aan het bepaalde in artikel 8.6, zevende lid, worden de meerkosten voor de gemeente die daar uit voortvloeien doorberekend aan de netbeheerder. De meerkosten kunnen bestaan uit: • de wachturen voor personeel, machines en overig materieel van de opdrachtnemer van • de gemeente; • de kosten voor extra verdichting onderzoeken; • de kosten voor extra toezicht en administratie; • de herstelkosten voor de geëiste verdichting.

48

2. Tarief gesloten verhardingen: Het herstel van gesloten verhardingen (waaronder asfalt en beton) valt niet onder de werkingssfeer van lid 1. De reparatieconstructie wordt van geval tot geval op maat bepaald door burgemeester en wethouders. Berekening van hersteltarieven van gesloten verharding vindt plaats op basis van voorcalculatie. Uiterlijk 3 maanden na de werkzaamheden worden de kosten bij de netbeheerder in rekening gebracht. Uitzondering op het bovenstaande zijn die gevallen wanneer de netbeheerders gesloten verharding gedogen boven hun kabels en/of leidingen, met name fietspaden. Bij reparaties van lekkages en dergelijke zullen dan de definitieve herstelkosten van gesloten verharding en fundering voor rekening van de gemeente zijn. 3. Tarief groenvoorzieningen (exclusief bermen en gazons): Verrekening is afhankelijk van de in de gemeente geldende variant (zie artikel 10.3, derde lid). a. de netbeheerder herstelt zelf of laat voor eigen rekening en risico herstellen. b. de werkelijke kosten van herstel worden voor 100% bij de netbeheerder in rekening gebracht. Bovenstaande geldt, tenzij burgemeester en wethouders niet hebben voldaan aan het bepaalde in artikel 7.2.1, eerste lid. In dat geval worden over de verrekening van kosten onderling separate afspraken gemaakt.

10.6. Onderhoud en garantie 1. De onderhoudsperiode is gericht op een zodanig deugdelijk herstel (verdichten en eventueel herstraten) dat gedurende de onderhoudsperiode geen blijvende schades (zoals verzakkingen) ontstaan. Als er schades ontstaan worden die direct door en voor rekening van de netbeheerder hersteld. 2. De onderhoudsperiode van 12 maanden geldt voor de variant B1 (zie artikel 10.5, eerste lid) en gaat in vanaf de datum van ondertekening van het proces-verbaal van oplevering (dit gebeurt in het kader van het toezicht na de uitvoering van de werkzaamheden). Hierbij geldt: • er moet tot onderhoud worden overgegaan wanneer de sleuf zich gaat aftekenen binnen de omliggende bestrating. De netbeheerder moet op aanwijzen van de toezichthouder (afhankelijk van de veiligheid) de gedeeltes van het werk die onderhoud vergen (laten) herstraten. 3. Garantie conform de meest recente Standaard RAW-bepalingen geldt bij excessieve verzakking in het straatwerk ten gevolge van de door de netbeheerder uitgevoerde werkzaamheden. Het gaat daarbij over buitenproportionele oneffenheden van meer dan 0,03 m. Gedurende de onderhoudstermijn, maar ook daarbuiten, kunnen burgemeester en wethouders een beroep doen op de garantie conform de RAW garantiebepaling. 4.

Nadat de (nieuwe) groenvoorzieningen zijn aangebracht geldt voor de grondroerder een garantietermijn van een jaar of een volledig groeiseizoen (week 13 t/m 45) na eerste oplevering.

10.7. Specificaties en facturering De facturering van de van degeneratiekosten en herstelkosten plaats via het programma MOOR. De netbeheerder draagt zorgvoor het indienen van de gegevens in MOOR.

49

DEEL D:

Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen

Nadere regels over nadeelcompensatie als gevolg van het verplaatsen op verzoek van burgemeester en wethouders of het anderszins nemen van maatregelen ten aanzien van in of op (niet-) openbare grond aanwezige kabels en/of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen (met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet).

50

1. Algemeen 1.1. Inleidende bepalingen Artikel 1 Werkingssfeer De begripsbepalingen van de Verordening zijn op deze regeling van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken door het bepaalde in artikel 2. Artikel 2 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. vergunning: een vergunning als bedoeld in de Verordening; b. kabels en/of leidingen: kabels en/of leidingen als bedoeld in de Verordening, met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet; c. nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen: het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen, waaronder het verplaatsen; d. aanvraag: een aanvraag voor het nemen van een besluit aangaande nadeelcompensatie; e. belanghebbende: netbeheerder als bedoeld in de Verordening; f. schadebedrag: financieel nadeel dat de belanghebbende lijdt als gevolg van een besluit van burgemeester en wethouders tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen (inclusief eventueel door belanghebbende aan derden verschuldigde BTW); g. financieel nadeel: de totale projectkosten minus de kosten die buiten de initiële noodzakelijke maatregelen vallen; h. nadeelcompensatie: het bedrag dat op basis van deze regeling als schadevergoeding wordt toegekend aan de belanghebbende; i. aanwijzing: aanwijzing ingevolge artikel 10, lid 2, van de Verordening; j.

NKL'99: vigerende nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999). Artikel 3 Instandhouding gemeentelijk eigendom en vrijhouden leidingtracé 1. In geval van voorgenomen vervreemding (verkoop, verhuur of uitgifte in erfpacht) van onroerend goed door burgemeester en wethouders, zullen burgemeester en wethouders onderzoek doen naar de aanwezigheid van kabels en of leidingen. Burgemeester en wethouders kunnen daartoe een oriëntatiemelding doen bij KLIC/Kadaster en informeert de betrokken netbeheerder indien zij tot vervreemding wil overgaan en eventueel de vergunning wil intrekken. 2. Indien er kabels en/of leidingen in grond liggen die verkocht of verhuurd gaat worden of in erfpacht wordt uitgegeven, dan zijn er in beginsel drie keuzemogelijkheden: • verleggen van de kabels en/of leidingen; • vestigen van een zakelijk recht voor de kabels en/of leidingen; • afzien van de voorgenomen vervreemding. 3. Bij verkoop, verhuur of vestiging van erfpacht van gemeentelijke grond aan derden, zijn grofweg twee situaties te onderscheiden: a. uitgifte ten behoeve van stads- of stedelijke ontwikkeling / projectontwikkeling (“nieuwe situaties”). Hierbij is verleggen vaak een reële optie. In dit geval geldt de verleggingsregeling; b.

uitgifte van relatief kleine stukken grond (snippergroen e.d.) aan particulieren (“bestaande situaties”). In bestaande situaties kan verleggen in een afweging van betrokken belangen een te zwaar middel blijken te zijn. In dat geval zal het vestigen van een zakelijk recht eerder voor de hand liggen. Maar ingeval vanuit technische noodzaak een verlegging nodig is, zullen burgemeester en wethouders deze kosten bij de koper neerleggen door dit in de koopovereenkomst op te nemen.

51

4. In eerste instantie wordt de beoordeling of verlegging noodzakelijk is voorgelegd aan de netbeheerder. Burgemeester en wethouders wegen na overleg met de netbeheerder of verleggen een (maatschappelijk) wenselijke keuze is ten opzichte van de andere bovengenoemde keuzemogelijkheden. Het is daarbij aan de netbeheerder om af te wegen of hij voor de ligging uitgaat van de oriëntatie-melding (zie lid 1) of dat hij een proefsleuf wil graven om de werkelijke ligging van de kabels en leidingen vast te stellen. 5. Verhuur van openbare ruimte kan kortlopend of langlopend zijn. In beide gevallen wordt een tijdelijke situatie geschapen. Bij verhuur moeten kabels en leidingen in geval van een calamiteit direct bereikbaar zijn voor de netbeheerder. Ook moet schade aan de ondergrondse infrastructuur voorkomen worden. Bij situaties van jarenlange verhuur moet rekening worden gehouden met noodzakelijk (spoedeisend) onderhoud aan kabels en leidingen. Deze onderwerpen kunnen worden geregeld in een huurovereenkomst of in voorschriften.

52

2.

Nadeelcompensatie

2.1. Nadeelcompensatie algemeen Artikel 4 Nadeelcompensatie Indien een netbeheerder, als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 10, lid 2, van de Verordening, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale maatschappelijke risico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kennen burgemeester en wethouders hem op zijn verzoek een vergoeding toe. Artikel 5 Schadebedrag Het schadebedrag wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 2 van deze regeling. Bij die berekening worden uitsluitend de kosten van uit en in bedrijf stellen, ontwerp & begeleiding, uitvoering en materiaal betrokken.

2.2. Nadeelcompensatie ingeval de kabel en/of leiding van de belanghebbendeligt in de openbare ruimte Artikel 6 Nadeelcompensatie binnen 5 jaar na aanleg Indien de netbeheerder binnen vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van de vergunning maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing, bedraagt de nadeelcompensatie 100% van het schadebedrag. Artikel 7 Nadeelcompensatie met ingang van het 6e jaar tot einde technische levensduur Indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing in de periode gelegen van het 6e jaar tot aan het einde van hun technische levensduur, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van de betrokken vergunning, zullen burgemeester en wethouders het schadebedrag vergoeden conform of analoog aan het "overzicht technische levensduur" bij de vigerende NKL'99, zie bijlage 9. Het schadebedrag bestaat dan uit de kosten van de te nemen maatregelen minus de afschrijving als gevolg van het verlopen van de technische levensduur van de kabels en/of leidingen. Van het resterende schadebedrag wordt door burgemeester en wethouders 75% vergoed.

Artikel 8 Nadeelcompensatie na einde technische levensduur Indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing na einde van de technische levensduur als weergegeven in bijlage 9, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van zijn vergunning, wordt er geen nadeelcompensatie uitgekeerd.

2.3. Nadeelcompensatie ingeval de kabel en/of leiding van de belanghebbende niet ligt in de openbare ruimte Artikel 9 Nadeelcompensatie tot einde technische levensduur Indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing tot aan het einde van hun technische levensduur, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van de betrokken vergunning, zullen burgemeester en wethouders het schadebedrag vergoeden conform of analoog aan het "overzicht technische levensduur" bij de vigerende NKL'99, zie bijlage 9. Het schadebedrag bestaat dan uit de kosten van de te nemen maatregelen minus de afschrijving als gevolg van het verlopen van de technische levensduur van de kabels en/of leidingen. Van het resterende schadebedrag wordt door burgemeester en wethouders 100% vergoed.

53

Artikel 10 Nadeelcompensatie na einde technische levensduur Indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing na einde van de technische levensduur als weergegeven in bijlage 9, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van zijn vergunning, wordt er geen nadeelcompensatie uitgekeerd.

2.4. Algemene bepalingen bij vaststelling van nadeelcompensatie Artikel 11 Schadebeperking Burgemeester en wethouders en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken. Artikel 12 Hardheidsclausule Indien in bijzondere omstandigheden gronden aanwezig zijn om te concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van het schadebedrag ten laste van de netbeheerder moet blijven dan uit de toepassing van de paragrafen 2.2. of 2.3. voortvloeit, kunnen burgemeester en wethouders van de bepalingen van die paragrafen gemotiveerd afwijken. Artikel 13 Meerdere verleggingen op dezelfde locatie 1. Indien vanwege het werk sprake is van meerdere (tijdelijke) maatregelen, ten aanzien van dezelfde kabel en/of leiding, is op de eerste maatregel deze regeling (zoals aangegeven in paragraaf 2.2) van toepassing en komen de kosten van de overige maatregelen ten laste van burgemeester en wethouders. Bedoeld worden meerdere verleggingen op dezelfde locatie van dezelfde kabel en/of leiding binnen een periode van 5 jaar. 2. Lid 1 is niet van toepassing op tijdelijke voorzieningen van fysieke aard, zoals extra kabel- en leidingvoorzieningen die worden opgeheven zodra de definitieve maatregelen zijn gerealiseerd in samenhang met de voortgang van het infrastructuurproject.

Dit wordt niet gezien als (tijdelijke) maatregelen, maar als een noodzakelijke uitvoeringswijze. Artikel 14 Geen nadeelcompensatie 1. Als blijkt dat een kabel of leiding niet in overeenstemming met de daarvoor verleende vergunning is aangelegd, kan worden besloten geen compensatie toe te kennen. 2. Geen nadeelcompensatie vindt plaats als in de vergunning een bepaling is opgenomen dat binnen een periode van vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van de vergunning, het nemen van maatregelen ten aanzien van de desbetreffende kabel en/of leiding is te voorzien in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden in de openbare ruimte waarin, of waarop de kabel en/of leiding is gelegen en in deze periode daadwerkelijk een aanwijzing wordt gegeven. Artikel 15 Aanwijzing Als de aanwijzing niet wordt gegeven binnen de periode bedoeld in artikel 14 dan geldt het toepasselijke vergoedingsregime zoals in de paragrafen 2.2. of 2.3. van deze regeling is opgenomen.

3. Bepalingen van procedurele aard Artikel 16 Vooroverleg Burgemeester en wethouders streven naar overeenstemming met de netbeheerder over het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen (een technisch adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten), uitvoering en planning. Burgemeester en wethouders voeren hiertoe vooroverleg met de netbeheerder. Artikel 17 Nemen van maatregelen Burgemeester en wethouders nemen het besluit tot een schriftelijke aanwijzing voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen, op grond van de Verordening, zo mogelijk op basis 54

van overeenstemming zoals bereikt in het vooroverleg, als bedoeld in artikel 16. In het besluit is een omschrijving van het werk opgenomen met vermelding van het nemen van noodzakelijke maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen. Artikel 18 Termijn indienen verzoek Belanghebbende dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een termijn van vijf jaar nadat hij een aanwijzing heeft gekregen tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen bij burgemeester en wethouders een verzoek in om vaststelling van nadeelcompensatie. Artikel 19 Datum vergunning aanleg kabel en/of leiding voor het bepalen van het moment van aanleg is de datum van de vergunning voor het aanleggen van de kabel of leiding bepalend. Bij gebreke van een vergunning wordt door de netbeheerder opgave gedaan van de vermoedelijke datum van aanleg en wordt door de netbeheerder onderbouwd hoe die datum is vastgesteld. Artikel 20 Verzoek Het verzoek bevat – onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 en artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht – ten minste: a. een verwijzing naar de aanwijzing van burgemeester en wethouders aan de netbeheerder tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen; b. een naar kostensoort gespecificeerde opgave van het schadebedrag aan de hand van het bepaalde in bijlage 10; c.

de hoogte van de nadeelcompensatie waarop belanghebbende aanspraak maakt; d. het rekeningnummer van de netbeheerder ten behoeve van de betaling. Artikel 21 Besluit vaststelling nadeelcompensatie 1. Burgemeester en wethouders nemen binnen acht weken na indiening van het verzoek een besluit: a. om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit is ingediend na de termijn genoemd in artikel 18; b. om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet of onvoldoende is onderbouwd en nadat de netbeheerder in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen binnen een termijn van vier weken nadat het verzuim is kenbaar gemaakt aan netbeheerder; c. om het verzoek om nadeelcompensatie geheel of gedeeltelijk toe te kennen; d. om het verzoek af te wijzen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen deze termijn eenmalig met acht weken verdagen. Artikel 22 Betaling nadeelcompensatie 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het vaststellen van de keuze voor een vaste prijs of op basis van voor- en nacalculatie. 2.

Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van een vaste prijs dient de belanghebbende na gereedkomen van de werkzaamheden en nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op het verzoek om nadeelcompensatie een factuur in ter hoogte van het bedrag aan nadeelcompensatie en vindt uitbetaling plaats binnen 30 dagen nadat de factuur is ingediend. 3. Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van voor- en nacalculatie dient na vaststelling van de definitieve nadeelcompensatie en nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op het verzoek om nadeelcompensatie de belanghebbende een factuur in ter hoogte van het bedrag aan nadeelcompensatie en vindt uitbetaling plaats binnen 30 dagen nadat de factuur is ingediend.

55

4.

Kostentechnische bepalingen

Bij het vaststellen van de omvang van de schade als gevolg van het verleggen van kabels en/of leiding worden de volgende uitgangspunten en berekeningsmethoden gehanteerd. Verleggingen worden gerealiseerd op basis van een technisch adequaat alternatief dat tegen de maatschappelijk laagste kosten gerealiseerd kan worden. Schade betreft de kosten die noodzakelijkerwijs worden gemaakt om de verlegging uit te voeren. De hoogte van de kosten van een verlegging wordt gecorrigeerd indien zich door de verlegging een kwantificeerbare voordeeltoerekening voordoet. Artikel 23 Algemeen De hoogte van de kosten voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen wordt vastgesteld op basis van de hierna volgende bepalingen. De kosten worden vastgesteld aan de hand van en werkelijke kosten voor het nemen van de maatregelen. De kosten worden onderscheiden in: • kosten van ontwerp en begeleiding; • kosten van uit en in bedrijfstellen; • kosten van uitvoering; • kosten van materiaal. Artikel 24 Kosten van ontwerp en begeleiding Onder kosten van ontwerp en begeleiding worden verstaan de kosten van werkzaamheden voorafgaand aan en tijdens de uitvoering.

Het gaat om kosten van: • overleg en correspondentie; • directievoering en toezicht houden; • detailengineering en daaruit voortvloeiende uitvoerende werkzaamheden; • verplichtingen vanuit wet- en regelgeving; • juridisch vrij maken van tracé; • kosten ten behoeve van aanbesteden werk; • kosten van benodigde vergunningen en leges. Artikel 25 Kosten van uit en in bedrijfstellen 1. Onder de kosten van het uit en in bedrijfstellen worden verstaan: • kosten van het spannings- of productloos maken van de kabel en/of leiding alsmede de kosten van het weer in bedrijf stellen van de kabel en/of leiding; • kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van operationele aard rechtstreeks verband houdende met het uit- en in bedrijfstellen. 2. Het eerste lid is alleen van toepassing op de initiële kosten van het uit en in bedrijfstellen. Alle extra kosten die voortkomen uit het uit en in bedrijfstellen, bijvoorbeeld na het afkeuren van een waterleiding, komen voor rekening van de netbeheerder. Artikel 26 Uitvoeringskosten Onder uitvoeringskosten worden verstaan: • kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden; • kosten samenhangend met het verwijderen van verlaten kabels en/of leidingen; • kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen; • kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard.

Artikel 27 Materiaalkosten Onder materiaalkosten worden verstaan de kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de kabel en/of leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies.

56

Artikel 28 Bundeling werkzaamheden Indien sprake is van het bundelen van werkzaamheden van verschillende netbeheerders geeft de belanghebbende burgemeester en wethouders inzicht in de verdeling van het gezamenlijke financiële nadeel.

5. Overige en slotbepalingen Artikel 29 Overgangsregeling en uitsluitingen 1. Deze regeling is van toepassing op werken en werkzaamheden waarover op het moment van in werking treden nog geen overeenkomsten zijn aangegaan tussen burgemeester en wethouders en belanghebbende. 2. Deze regeling is niet van toepassing op gemeentelijke kabels en/of leidingen. 3. Deze regeling is niet van toepassing op het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen in nietopenbare grond van de gemeente door of in verband met haar eigen aansluitingen (als afnemer van elektriciteit of gas). Alsdan geldt het reguliere regime voor afnemers.

57

DEEL E:

Slotbepalingen

Inwerkingtreding Dit Handboek treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Citeertitel Dit Handboek wordt aangehaald als: Handboek kabels en leidingen Tytsjerksteradiel 2023. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel in de collegevergadering van d.d…….. Burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel. De burgemeester, de heer L.J. Gebben

58

DEEL F: 1.

Bijlagen

Bijlage

Standaarddwarsprofiel

De uitgangspunten en functionele eisen voor de ordening van ondergrondse netwerken die zijn opgenomen in de NEN 7171-1 Criteria en NPR 7171-2 Procesbeschrijving dienen te worden nagestreefd.

59

2.

bijlage

Boombescherming werken rond bomen

60

3.

Bijlage

Straatwerkbon VNG conform Richtlijn Tarievengaaf)werken Tel

61

4.

Bijlage

Overzicht technische levensduur NKL’99

Overzicht technische levensduur Dit overzicht is niet uitputtend zodat de technische levensduur van een kabel of leiding die niet in dit overzicht is opgenomen naar redelijkheid en billijkheid bepaald dient te worden.

Waterleidingen

Materiaal levensduur (jaar)

Diameterrange [mm]

Verwachte technische

> 300 > 300 > 300 > 300 > 300

> 100 > 100 70 > 100 > 100

Transportleidingen Staal Beton Asbestcement Nodulair GIJ Laminair GIJ

Aansluitleidingen Kleinere leidingen (tot 50 mm) niet relevant, grotere conform de distributieleidingen. PVC vóór 1975 PVC van en na 1975 PE GVK

> 315

40

> 315 > 300 > 300

70 70 > 100

80-300 80-300 32-315

70 >100 80 40

32-315 60-300 60-300

70 70 80

Distributieleidingen Asbestcement Nodulair GIJ Laminair GIJ PVC vóór 1975 PVC van en na 1975 PE Staal

50-300

Gasleidingen

Materiaal

Verwachte technische levensduur [jaar]

Transportleidingen (8, 4 en 1 bar) Staal Nodulair GIJ PE 1 e en 2e generatie PE 3e generatie > 100

> 100 > 100 70

62

Distributieleidingen (100 en 30 mbar) Asbestcement 70 Staal Nodulair GIJ Laminair GIJ PE 1 e en 2e generatie PE 3e generatie > 100 Slv PVC > 100 HPVC

80 > 100 > 100 70 70

Elektriciteitskabels

Materiaal

Verwachte technische levensduur [jaar]

Hoogspanningsmasten Stalen masten

> 100

Transportkabels (>30 kV) Oliedruk kabel < 1970 Oliedruk kabel >1970 Gasdrukpijpkabel Gepantserd papier lood kabel (GPLK) (XL)PE kabel, gegrafiteerd, niet waterdicht of voorzien van waterboombestendige solatie (XL)PE kabel, niet gegrafiteerd, Niet waterdicht of voorzien van Waterboombestendige isolatie (XL)PE kabel, waterdicht of voorzien van waterboombestendige isolatie

55 70 70 60 20 40 70

Distributiekabel middenspanning (tot 30 kV) Gepantserd papier lood kabel (GPLK) (XL)PE kabel, gegrafiteerd, niet waterdicht of voorzien van waterboombestendige isolatie (XL)PE kabel, niet gegrafiteerd, niet waterdicht of voorzien van waterboombestendige isolatie (XL)PE kabel, waterdicht of voorzien van waterboombestendige isolatie

60 20

40 70

Distributiekabels laagspanning (0,4 kV) GPLK PVC

100 100

Aardgas. Kl, K2 EN K3 transportleidin-gen ( > 8 bar)

63

Materiaal Diameter [mm] Staal

5.

verwachte technische levensduur (jaar) >100

> 100

Bijlage Rekenvoorbeeld kostenspecificatie

(als bedoeld in de artikelen 20 van onderdeel D Nadeelcompensatie regeling kabels en leidingen Netbeheerder: Leiding (kenmerk): Materiaal, medium, leeftijd, diameter: Prijspeil kostenraming (dd-mm-jjjj): Onnauwkeurigheidsmarge (%): Omschrijving

Eenheid

Prijs per eenheid

Aantal

Geraamd / begroot bedrag

1. materiaalkosten …………………………………… …………………………………… Subtotaal Totaal materiaalkosten 2. kosten van uit en in bedrijf stellen …………………………………… …………………………………… Subtotaal Totaal uit en in bedrijf stellen 3. kosten van ontwerp en begeleiding ………………………………….. ………………………………….. Subtotaal Totaal ontwerp en begeleiding 4. uitvoeringskosten …………………………………. …………………………………. Subtotaal Totaal uitvoeringskosten Totaal raming / begroting

Opmerkingen bij dit tabel: • Indien werkzaamheden voor meerdere leidingen van

netbeheerders worden verricht, moetworden aangegeven welke verdeelsleutel voor de verdeling van kosten naar kostensoorten per leiding wordt gehanteerd. • Ingeval sprake is van gecombineerde werkzaamheden dient de netbeheerder zijn deel vande geraamde kosten weer te geven in de kostenraming. De onderbouwing (verdeelsleuteltussen leidingbeheerders en het totaal geraamde bedrag dient te worden bijgevoegd bij de kostenraming). Indien de gemeente op verzoek van netbeheerder werkzaamheden verricht in het kader vande aanpassing, waarvan de kosten voor rekening van netbeheerder zijn (bijv. mechanisch grondonderzoek), dan dienen deze kosten zichtbaar te zijn verwerkt in deze raming / begroting.

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=9f0fcb67-7852-4a44-a7b2-520ee2767549