06 - Bijlage 2 - Motivering BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp + Bijlagen
Tekst van het document
Dat betekent dat met een parkeernorm van 4,8 parkeerplaatsen per 100 leerlingen er eerder een behoefte was aan 4,8 * 1,5 = 7,2 = 8 parkeerplaatsen. Op basis van deze berekening is er dus sprake van een overcapaciteit van 9 parkeerplaatsen (1 extra parkeerplek vanwege de voorliggende woningbouwontwikkeling, en de behoefte van 8 parkeerplekken in de voormalige situatie met de aanwezigheid van de school) . 5.7.3
Onderzoek verkeer
Het planvoornemen genereert extra verkeer. Er moet worden nagegaan wat voor verkeersgeneratie het project veroorzaakt en wat voor invloed dit heeft op het verkeersnetwerk. Voor het bepalen van de extra verkeersbewegingen worden de kencijfers van de hierboven genoemde CROW-publicatie geraadpleegd. Voor een koopwoning tussen/hoek in een niet-stedelijke gemeente moet worden uitgegaan van maximaal 7,2 ritten per woning. Afgerond komt dit neer op 50 extra verkeersbewegingen per weekdaggemiddelde. Naar verwachting is de Easter Omwei goed in staat dit extra aantal aan verkeersbewegingen op te vangen. De ontsluiting vindt plaats via de huidige inrit naar het parkeerterrein van het MFC It Maskelyn. Gezien de geringe aantal verkeersbewegingen kan ervan worden uitgegaan dat het planvoornemen geen onevenredige verkeershinder veroorzaakt. 5.7.4
Conclusie
Het plan is wat betreft verkeer en parkeren niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
32
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
5.8
Omgevingsveiligheid
5.8.1
Toetsingskader
Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De regels voor omgevingsveiligheid zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (paragraaf 5.1.2 Bkl). Het Bkl beschrijft onder welke voorwaarden beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toegelaten zijn. In het Bkl wordt ook gesproken over plaatsgebonden risico en groepsrisico. Hierin worden de grens- en standaardwaarden en aandachtsgebieden rond (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties besproken. Plaatsgebonden risico Grenswaarden voor kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen en locaties worden bij het ruimtelijk besluit in acht genomen. Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij het groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. 5.8.2
Onderzoek
In het kader van het planvoornemen is de signaleringskaart externe veiligheid geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er zich in de direct nabije omgeving van het projectgebied geen risicobronnen bevinden. Het projectgebied bevindt zich dan ook buiten de invloedssfeer van risicobronnen. Daarnaast leidt de realisatie van de nieuwe woningen niet tot de totstandkoming van een nieuwe risicobron waardoor het project niet leidt tot een verhoging van het extern risico voor andere kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. 5.8.3
Conclusie
Het plan is wat betreft externe veiligheid niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
5.9
Water
5.9.1
Toetsingskader
Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening.
33
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
5.9.2
Onderzoek
Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het waterschap is verantwoordelijk voor het watersysteem en het zuiveren van het aangeboden stedelijk afvalwater. Op 18 september 2024 is middels de digitale watertoets advies opgevraagd bij Wetterskip Fryslân. Het advies is als Bijlage 8 te raadplegen. Uit de watertoets blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is op de voorgenomen ontwikkeling. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater.
Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; polder 10%, vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Advies aanbrengen toename verharding Aangezien in het projectgebied reeds bebouwing aanwezig was, is er feitelijk geen sprake van een toename van het verhard oppervlak. Er zijn geen compenserende maatregelen nodig en het aanvragen van een watervergunning is ook niet nodig. Rioolwaterpersleiding Langs de Easter Omwei in Hurdegaryp ligt de oude persleiding vanaf Tytsjerk naar het rioolgemaal van Hurdegaryp op nr. 44A. Deze persleiding is buiten bedrijf. Vanwege de vele kavels/leidingen en bomen is de persleiding blijven liggen. Bij de realisatie van het plan dient hiermee wel rekening te worden gehouden. In een strook van 6 m gelden beperkingen voor het grondgebruik. De voorgenomen plannen blijven buiten de 6 m zone. Indien ingrepen binnen de strook van 6 m plaatsvinden, dient te worden beoordeeld of voor deze werkzaamheden een omgevingsvergunning of watervergunning nodig is. Dit wordt betrokken in de vergunningenstrategie voor de uitvoering. Waterrobuust bouwen Waterrobuust bouwen is gericht op een klimaatbestendige inrichting, waarbij water en bodem sturend zijn in de ruimtelijke ordening.
Dit omvat maatregelen tegen overstromingen en wateroverlast door onder andere peilbeheer, het vergroten van bergend vermogen en het bouwen op verhoogde locaties of met drijvende constructies. Bij nieuwbouw en herinrichting dient rekening te worden gehouden met de grondwaterstand en de kans op overstromingen. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt het oppervlaktewaterpeil in het projectgebied niet gewijzigd. Tevens is in het projectgebied geen sprake van wateroverlast. Er zal afstemming plaatsvinden met het Wetterskip in relatie tot het uiteindelijke bouwplan over de omgang met regenwater (bijvoorbeeld infiltratie, retentie of aansluiting), zodat rekening wordt gehouden met het aspect waterrobuust bouwen. Er zijn geen belemmeringen die het planologisch mogelijk maken van de woonfunctie in de weg staan. Wel
34
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
wordt, in overeenstemming met Wetterskip Fryslân, geadviseerd om in een vroege fase af te stemmen over de omgang met regenwater (bijvoorbeeld infiltratie, retentie of aansluiting), zodat de belangen van de drinkwatervoorziening en grondwaterkwaliteit geborgd blijven. 5.9.3
Conclusie
Het plan is wat betreft water niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
5.10 Geluid door (bedrijfsmatige) activiteiten 5.10.1
Toetsingskader
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over geluid van activiteiten (paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl). Het omgevingsplan of de Bopa moet ervoor zorgen dat het geluid van activiteiten op geluidsgevoelige gebouwen (zoals woningen) aanvaardbaar is. Daartoe moet het omgevingsplan of de Bopa in beginsel hierover regels bevatten. Het gaat om 'gewoon' geluid in een stedelijke omgeving, dat wil zeggen de combinatie wonen met (lichte) bedrijvigheid. De benodigde regels over geluid zijn opgenomen in de bruidsschat (zie paragraaf 22.3.4). 5.10.2
Onderzoek
De instructieregels uit het Bkl hebben uitsluitend betrekking op geluidgevoelige gebouwen. Andere gebouwen en locaties reguleert het Bkl niet. Het Rijk laat de bescherming van overige gebouwen en locaties over aan decentrale overheden. Het project voorziet in het oprichten van geluidgevoelige functies, in dit geval woningen. De realisatie van woningen kan een activiteit zijn die mogelijk leidt tot een situatie die in strijd kan worden geacht met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hiervan is sprake indien het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast of als de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor bedrijven uit de omgeving. Daarom moet worden gekeken naar (geluid)hinderveroorzakende bedrijven en functies in de omgeving. In de directe omgeving van het projectgebied zijn woningen, maar ook diverse bedrijvigheid (bestemming ‘Centrum-B’ betreffende MFC It Maskelyn en winkelcentrum Fuormanderij) en voorzieningen (bestemming ‘Sport’) aanwezig. Het is nodig om mogelijke geluidhinder door activiteiten rondom het projectgebied te onderzoeken. Het gaat concreet om de geluidsuitstraling van het MFC nabij de nieuwe woningen. Door Geluidszaken is een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van MFC It Maskelyn op de nieuwe woonbestemmingen. Dit onderzoek is als Bijlage 9 aan deze motivering toegevoegd.
Hierna is een korte samenvatting van onderzoek weergegeven. De grote zaal van het MFC is aan de zuid- en westzijde omgeven door een bar en foyer. Aan de oostzijde grenst de grote zaal aan een kleedkamer. In de oostvleugel van het gebouw bevindt zich de soos. Boven de soos bevindt zich de Schalmij die wordt gebruikt als vergader- en muziekruimte. De grote zaal en de soos zijn respectievelijk regelmatig en wekelijks in gebruik vanaf het begin van de avond tot 01.00 uur en de Schalmij wordt enkele keren per jaar gebruikt voor het maken van onversterkte muziek met een orgel of door een koor van 30 personen. Voor MFC It Maskelyn bevinden zich 52 parkeerplaatsen. De parkeercapaciteit wordt volledig benut. Dit is de representatieve bedrijfssituatie (RBS) waarmee in het onderzoek rekening is gehouden. De berekende maximale geluidsniveaus voldoen aan de geluidwaarden van de VNG-publicatie. Uit de rekenresultaten blijkt dat wel dat op alle beoogde nieuwe woningen de grenswaarden van het Omgevingsplan van de gemeente Tytsjerksteradiel in de avond- en nachtperiode worden overschreden. De overschrijdingen op de meest noordelijke woning worden met name veroorzaakt door de luchtbehandelingsinstallaties en de ramen van de soos. Op de meer zuidelijke woningen speelt het parkeren eveneens een relevante rol.
De overschrijding ten gevolge van het dichtslaan van autoportieren is met maatwerkvoorschriften toelaatbaar. Voor de overschrijding door de luchtbehandelingsinstallaties en de ramen van de soos zijn geluidbeperkende maatregelen nodig.
35
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
Voor het planvoornemen kunnen ruimere grenswaarden door de gemeente worden opgenomen in het omgevingsplan (5 dB). In geval de binnenniveaus in de soos en grote zaal verder meevallen en het gebruik van de soos als regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie (RBS) wordt aangemerkt, is het planvoornemen niet bij voorbaat onmogelijk. Van gemeentewege wordt vervolgonderzoek (en de benodigde aanpassingen) voor het Maskelyn-gebouw in gang gezet, aangezien gemeente Tytsjerksteradiel zelf ook eigenaar en verantwoordelijk voor het gebouw is. Externe werking Bij externe werking gaat het voornamelijk om de vraag of het planvoornemen leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar gezien, in strijd kan worden geacht met etfal. Hiervan is sprake indien het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor bedrijven uit de omgeving. Het planvoornemen ziet niet op de realisatie van een milieubelastende functie waardoor er, vanuit oogpunt van externe werking, geen sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende functies. 5.10.3
Conclusie
Het plan is wat betreft geluid door (bedrijfsmatige)activiteiten niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.
5.11 Mer-beoordeling 5.11.1
Toetsingskader
Onderdeel van de motivering is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit houdt in dat moet worden nagegaan of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. Op grond van bijlage V Omgevingsbesluit dient er nu in veel gevallen van ruimtelijke ontwikkeling een mer-beoordeling plaats te vinden. 5.11.2
Onderzoek
In bijlage V van het Omgevingsbesluit is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is (J11). In de jurisprudentie is een lijn gezet over wat wel en niet als stedelijk ontwikkelingsproject wordt gezien. Uit een afspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:729) wordt duidelijk dat een bestemmingsplan dat voorziet in de bouw van zeven woningen, gelet op de aard en omvang ervan, niet wordt gezien als stedelijk ontwikkelingsproject. Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van zeven woningen niet onder de reikwijdte van bijlage V van het Omgevingsbesluit valt. Bovendien kan op basis van dit hoofdstuk gesteld worden dat er geen sprake is van negatieve milieueffecten als gevolg van het planvoornemen. 5.11.3
Conclusie
Uit de toetsing is gebleken dat de gevolgen van het planvoornemen geen aanleiding geeft tot het opstellen van een mer-beoordeling of milieueffectrapportage. Daarnaast zijn relevante milieu- en omgevingsaspecten in voorgaande paragrafen aan de orde geweest.
36
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden. Kostenverhaal is aan de orde, indien het planvoornemen nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt. Onderstaande activiteiten zijn kostenverhaalplichtig: a. b. c. d. e. f.
de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.
Maakt het planvoornemen nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk? Dan dient het kostenverhaal via één van onderstaande opties te zijn verzekerd: a.
b.
anderszins, via een overeenkomst, bijvoorbeeld: 1. een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van de kostenverhaalplichtige activiteit of 2. via de gronduitgifte overeenkomst tussen gemeente en een toekomstige eigenaar, indien de gemeente het volledige ontwikkelingsgebied in eigendom heeft; via kostenverhaalsvoorschriften waarbij alleen gekozen kan worden voor het systeem met tijdvak. Dit systeem met tijdvak is vergelijkbaar met het systeem uit de Wro, waarbij plannen een zodanig duidelijk eindbeeld, een fasering en een einddatum hebben, zodat kosten en opbrengsten goed te berekenen zijn. Hierdoor kan op basis van de kostenverhaalvoorschriften de kostenverhaalbijdrage (indicatief) worden berekend. De daadwerkelijke kostenverhaalbijdrage wordt berekend op basis van de kostenverhaalsbeschikking die de initiatiefnemer dient aan te vragen bij het bevoegd gezag. Naast kostenverhaalvoorschriften kan het omgevingsplan tevens voorschriften bevatten met betrekking tot fasering, koppelingen, locatie-eisen en woningbouwcategorieën.
Voorliggend plan betreft een kostenverhaalplichtige activiteit zoals hierboven omschreven. Het planvoornemen is geïnitieerd door de gemeente Tytsjerksteradiel en verleend als zijnde betrokken lokale overheid ook haar medewerking aan de uitvoering van het project. De grond in het projectgebied is volledig in eigendom van de gemeente Tytsjerksteradiel. De financiële uitvoerbaarheid van de BOPA is aangetoond via de gemeentelijke grondexploitatie. Het kostenverhaal is verzekerd middels de vastgestelde grondexploitatie (11 september 2025). Conclusie Zowel de kosten als de afwenteling van nadeelcompensatie worden door de gemeente Tytsjerksteradiel gedragen. Op basis van deze overweging dient het planvoornemen van deze ontwikkeling economisch als uitvoerbaar te worden geacht.
37
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
38
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie
Voor het planvoornemen is een uitgebreid participatietraject doorlopen. Op 18 april 2023 heeft de gemeente tijdens de algemene ledenvergadering van dorpsbelangen Hurdegaryp gepresenteerd om welk gebied het gaat en hoe het participatietraject eruit gaat zien. Er waren op deze avond ongeveer 200 bewoners van Hurdegaryp aanwezig. In het participatieverslag dat als Bijlage 10 is bijgevoegd, is ingegaan op het doorlopen participatietraject.
7.2
Vaststellingsprocedure
De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken. In sommige gevallen kan het college echter wel bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide procedure op basis van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaren. In deze paragraaf wordt de procedure rondom de omgevingsvergunning toegelicht.
7.3
Bezwaar/Beroep
De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de reguliere procedure voor. Het bezwaar dient ingediend te worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan. In de uitgebreide procedure is bezwaar niet nodig. Daar bestaat namelijk de mogelijkheid om zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In bijlage 2 artikel 2 van de Algemene wet bestuursrecht staan besluiten opgenomen waarbij er geen beroepsmogelijkheid is. Belanghebbenden kunnen eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning.
39
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
40
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
Hoofdstuk 8 8.1
Belangenafweging en conclusie
Wettelijk kader
Voor dit BOPA-besluit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat het omgevingsplan alleen wordt gewijzigd als: er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl. Op grond van artikel 4.2 Ow moet het omgevingsplan er in ieder geval toe leiden dat voor het gehele grondgebied van de gemeentefuncties evenwichtig aan locaties zijn toegedeeld. Deze taak vormt een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wro, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten, impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan.
8.2
Voorstel voor het opnemen in het omgevingsplan
De BOPA moet uiteindelijk worden opgenomen in het omgevingsplan. Met betrekking tot voorliggend planvoornemen is dan ook een verbeelding opgesteld waarmee de aanpassing aan het omgevingsplan inzichtelijk wordt gemaakt. De daarbij gekozen insteek is om aan te sluiten bij de bestemmingen die in het bestemmingsplan 'Hurdegaryp' reeds werden gehanteerd. Dit betekent dat voor delen van het projectgebied de functies 'Verkeer - Verblijf', 'Groen - Groenvoorzieningen' en 'Wonen - C3' met aanduidingen voor het "bouwvlak" en een maatvoeringsaanduiding voor de "maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)" van toepassing worden verklaard.
8.3
Afweging en conclusie
Met het planvoornemen wordt een functiewijziging van maatschappelijke gronden naar wonen, verkeer en groen mogelijk gemaakt. In de voorgaande hoofdstukken is getoetst aan relevant beleid en aan de regels van het Bkl. Op alle onderdelen wordt voldaan aan de standaardwaarden zoals opgenomen in het Bkl en is er geen aanleiding om op onderdelen hiervan af te wijken. Op basis van deze resultaten kan worden geconcludeerd dat voor deze ruimtelijke ontwikkeling wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het voorgenomen projectgebied. Hierbij is voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0 e van het Bkl. Geconcludeerd wordt dat de vergunning voor onderhavige ruimtelijke ontwikkeling verleend kan worden. Het initiatief is passend.
41
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
42
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
Bijlagen
43
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
44
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan
45
Beeldkwaliteitsplan ‘Locatie It Maskelyn (oostzijde)’
Beeldkwaliteitsplan It Maskelyn (oostzijde)
blz. 1
Inhoudsopgave
1. Inleiding
blz. 3
2. Welstandscriteria en omgevingsplan
blz. 3
3. Welstandseisen, Bopa en besluitvorming
blz. 4
4. Ligging projectgebied
blz. 4
5. Het Stedenbouwkundig plan
blz. 5
* Schetsontwerp plangebied It Maskelyn (oostzijde) 6. Welstandscriteria ‘Woongebieden, gerealiseerd na 2020’
blz. 6 blz. 8
* Referentiebeelden
blz. 9
* Welstandscriteria in tabelvorm
blz. 10
Beeldkwaliteitsplan It Maskelyn (oostzijde)
blz. 2
1. Inleiding
2. Welstandscritera en omgevingsplan
Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en de publieke buitenruimte en bevat toetsbare welstandscriteria. Het is een verbindend element tussen landschap, architectuur en stedenbouw. Het plan geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de ruimte.
Volgens de welstandsnota valt de locatie onder welstandsgebied ‘Woongebied gerealiseerd na 1950’. De criteria die hiervoor gelden zijn niet volledig dekkend om toegepast te worden voor het te ontwikkelen gebied. Om te kunnen sturen op de ‘beeldkwaliteit’ is er voor het woningbouwplan binnen het plangebied een beeldkwaliteitsplan opgesteld, waarin het gewenste ‘uiterlijk van de bouwwerken’ omschreven is.
In dit Beeldkwaliteitsplan worden de specifieke ambities voor de beeldkwaliteit omschreven. Er is een explicite relatie met de beschrijving van de ‘beeldkwaliteit’, zoals deze wordt genoemd in de Bopa voor dit plangebied. De Bopa wordt door het College van B & W vastgesteld. Voor het stedenbouwkundig plan wordt het kader voor de welstandstoetsing geregeld binnen dit beeldkwaliteitsplan en moet besluitvormend worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het ‘beeldkwaliteitsplan’ geldt als een aanvulling op de WelstandsnotaTytsjerksteradiel. Ieder bouwplan (tenzij vergunningsvrij) wordt getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Het gaat dan over ‘vorm, materiaal- en kleurgebruik’ en de manier waarop een gebouw zich voegt in de omgeving (de ‘plaatsing’). Deze richtlijnen gaan niet over de maatvoering (zoals bouwhoogtes) en de functies van de bouwwerken. De bouwregels zijn verankerd in de Bopa.
Beeldkwaliteitsplan It Maskelyn (oostzijde)
blz. 3
3. Welstandseisen, Bopa en besluitvorming
4. Ligging projectgebied
De gemeente Tytsjerksteradiel heeft, gelet op de enorme vraag naar woningen, de wens om een nieuwe woningbouwlocatie te ontwikkelen. Hiermee kan (deels) aan de vraag van haar inwoners worden voldaan. In Hurdegaryp is vanuit het participatieproces, uiteindelijk gekozen voor planontwikkeling van het bestaande voorterrein van het MFC It Maskelyn, waarbij meer groen aan het gebied wordt toegevoegd, evenals de bouw van 7 zogenaamde ‘veranda-woningen’. Het vigerende omgevingsplan van de gemeente Tytsjerksteradiel staat deze ontwikkeling niet toe (bestemming ‘Maatschappelijk - Onderwijs’). Door middel van het verlenen van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) kan het voornemen wel worden toegestaan.
Het plangebied is gelegen aan de Easter Omwei te Hurdegaryp. Het betreft de locatie van de voormalige basisschool, later een V.O. school genaamd het Tjalling Koopmans College, gelegen ten oosten van de multifunctionele accomodatie (MFA) ‘It Maskelyn’. Het plangebied ‘It Maskelyn’, waar de nieuwe ontwikkeling plaats zal vinden, sluit aan bij de laatste projectmatige woonuitbreiding aan de Easter Omwei en de woningbouw van de straat De Petten. De locatie is gelegen in de bebouwde kom van het dorp en is daarmee volgens de provinciale verordening een zogenaamd ‘binnenstedelijk gebied’. Aan de westzijde van het plangebied wordt het plangebied begrensd door het parkeerterrein voor bezoekers van het MFA It Maskelyn.
Onder de Omgevingswet regelt de gemeente welstand in het omgevingsplan. Dit betekent dat de gemeente regels voor het uiterlijk van bouwwerken en de plaatsing van bouwwerken opneemt in het omgevingsplan. Daarnaast kan de gemeenteraad beleidsregels opstellen die door het college van burgemeester en wethouders worden uitgevoerd, en die regels betreffen met name het uiterlijk van bouwwerken (welstand). Zie artikel 4.19 van de Omgevingswet. De Bopa (Bouw- en Plaatsingsvergunning) regelt de plaatsing van bouwwerken en heeft betrekking op de ruimtelijke ordening en de impact op de openbare ruimte. De welstandscriteria kunnen hierbij als advies dienen, maar de Bopa zelf is een vergunningprocedure die door het college van burgemeester en wethouders wordt afgehandeld. De gemeenteraad heeft hierbij een adviserende rol en is dus niet verantwoordelijk voor de beslissing over de Bopa-vergunning. Binnen de Omgevingswet is een beeldkwaliteitsplan vormvrij. Dat wil zeggen dat elke gemeente de vrijheid heeft hier zijn eigen vorm aan te geven. In Tytsjerksteradiel worden de beeldkwaliteitsplannen besluitvormend aan de raad voorgelegd en in een later stadium in een (nog op te stellen) Omgevingsplan, definitief opgenomen. Hiermee wordt volgens artikel 4.19 van de Omgevingswet, een wettelijk kader geboden voor de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwbouw.
Beeldkwaliteitsplan It Maskelyn (oostzijde)
blz. 4
5. Het Stedenbouwkundig plan Het stedenbouwkundig plan is tijdens een intensief participatieproces met een diverse groep bewoners van Hurdegaryp, het zogenaamde ‘ontwerpteam’, tot stand gekomen. Naast het toevoegen van een zevental grondgebonden woningen in het plangebied zal ook het ‘stenige karakter’ worden verzacht met veel, nieuw groen. Hiermee zal de entree van het multifunctionele gebouw ‘It Maskelyn’ aantrekkelijker worden, waarmee de ruimtelijke kwaliteit van het gebied rondom één van de belangrijkste gebouwen in het dorp, enorm zal toenemen. Het gebied heeft vanuit het ontwerpteam als doelstelling meegekregen: ‘realisatie van een meer parkachtige inrichting’. De belangrijkste uitgangspunten voor de beeldkwaliteit van het plangebied, zoals opgesteld door het ontwerpteam vanuit het dorp, zijn: • Bestaand groen moet worden ingepast in het stedenbouwkundig ontwerp; • Aansluiting zoeken bij de vormentaal van het MFC It Maskelyn, waarbij in het architectuurbeeld de mogelijkheid wordt geboden meer hout toe te passen voor de gevels van de woningen (karakter parkachtige omgeving);
• Voor water en riolering is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) ‘waterzorg’ van toepassing en het door de raad vastgestelde scenario daarbij is ‘scenario-C’: Klimaat robuust’. Dat houdt in dat er ruimte moet zijn voor water (minimaal de watertoets), maar het liefst robuuster. Dit heeft als doel het voorkomen van wateroverlast, maar ook om (tijdelijke) waterberging te creëren voor periodes van droogte tegen, een groenwateraanvulling; • Het geniet de voorkeur om de afvoer van hemelwater zoveel mogelijk rechtstreeks vanaf de percelen naar het oppervlaktewater en de openbare verharding (bovengronds) af te laten voeren; • Geanticipeerd moet worden op klimaat robuust bouwen. Klimaat robuust bouwen betekent met name: voldoende groen en water in de wijk en een minimale hoeveelheid verharding (of het stimuleren van ‘open verharding’), zodat hittestress in het plangebied wordt geminimaliseerd; • Het door de raad vastgestelde beleid ‘Grondwaterbeleidsplan’ is van toepassing voor de woonuitbreiding. Hierin is het een ander opgenomen over ‘ontwateringsdiepte’ bij nieuwbouw; • Bij het op te stellen stedenbouwkundig plan dient rekening te worden gehouden met een bebouwingsbeeld met een ‘dorpse sfeer’. Het woonthema is als het ware ‘gast’ in het parkachtige gebied.
Het ontwerpteam denkt dan aan een oplossing van een verandawoning, waarbij de ‘voetprint van de woning’ globaal de eigendomssituatie zal zijn; • Duurzame gebiedsontwikkeling (energiezuinig, gasloos, duurzame materialen, ruimte voor natuur, gezondheid, klimaat robuust, inclusie); • Het plangebied krijgt een parkachtige inrichting. Binnen dit gewenste, groene sfeerbeeld is er ondergeschikt ruimte voor parkeren en voor wonen; • Het woonprogramma is bescheiden in aantal en krijgt een afschermende werking voor de bestaande privétuinen van de woningbouw Easter Omwei en De Petten; • De nieuwe inrichting van het voorterrein van het Maskelyn krijgt een minder steenachtig karakter. Het gebied zal, daar waar mogelijk, worden omgevormd naar een gebied met een groen karakter. Deze wens zal niet ten koste gaan van de noodzakelijke hoeveelheid parkeren;
Plangebied It Maskelyn anno 2025 vanaf de Easter Omwei
Beeldkwaliteitsplan It Maskelyn (oostzijde)
blz. 5
Schetsontwerp plangebied :
Verklaring bouwwerken: Bergingen ten behoeve van de woonstrook
Beeldkwaliteitsplan It Maskelyn (oostzijde)
woningen
blz. 6
Stedenbouwkundig plan (beschrijving) Het stedenbouwkundig plan is door een uitgebreid participatieproces tot stand gekomen. Binnen het participatieproces is er een ontwerpteam gevormd bestaande uit dorpsbewoners vanuit de woonbuurt Maskelyn en omgeving. Het eindresultaat is op de Algemene Ledenvergadering van Doarpsbelang Hurdegaryp (18 maart 2024) gepresenteerd. Het plan is zeer goed ontvangen door de aanwezige dorpsbewoners. Op hoofdlijnen is de stedenbouwkundige opzet als volgt: Het stedenbouwkundig plan voor de ‘Maskelyn locatie’ heeft een parkachtige opzet gekregen. Het bestaande parkeerterrein wordt meer ‘vergroend’. Dit zal worden gerealiseerd door de hoeveelheid parkeervakken meer te verspreiden voor het Maskelyn-gebouw. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor groen tussen het parkeren en wordt de parkeerfunctie minder ‘stenig’ en draagt de parkeerfunctie ook bij aan het parkachtige beeld dat wordt nagestreefd voor het plangebied.
Aan de westzijde van de woningbouw aan de Petten en de Easter Omwei (dat is aan de oostzijde van het plangebied dat zal worden ontwikkeld) is een woonfunctie bedacht. Deze bouwstrook bevat 7 wooneenheden in maximaal 2 bouwlagen (platte afdekking). De woonstrook heeft daarmee een visueel afschermende werking voor de privétuinen van de bestaande woningbouw. De voetprint van de woningen is globaal de eigendomssituatie. De woningen hebben wel een buitenruimte, maar geen tuin. Ze ‘benutten visueel’ het groen van de parkachtige setting waarin de woningen staan. De bewoners hebben daarmee zicht op een fraai groengebied en hebben niet de beheerfunctie voor dit openbare groen. De ruimte rondom de 7 woningen is openbaar gebied en wordt door de gemeente onderhouden. De woningen worden vormgegeven als zogenaamde ‘verandawoningen’, zie welstandscriteria en referentiebeelden voor een toelichting op het begrip ‘verandawoning’. De woning krijgt een buitenruimte die direct vanuit te woning te gebruiken is. Het vloerpeil van de woning (en van de veranda) ligt ongeveer 30-40 cm verhoogd ten opzichte van het overige maaiveld van het plangebied. Met het aanleggen van een hoogteverschil wordt ‘privé’ en ‘openbaar’ beter zichtbaar gemaakt in de publieke ruimte. Dit voorkomt dat toekomstig bewoners gebruik gaan maken van de parkachtige setting als privégroen.
De woningen krijgen de voordeur aan de oostzijde van de bouwstrook. In deze zogenaamde ‘voorruimte’ nabij de voordeur bevinden zich ook twee kleine gebouwtjes met de individuele bergingen van de 7 woningen (één gebouw met 3 bergingen en één met 4 bergingen). Een royaal groenvak met enkele bomen plus de noodzakelijke verharding om de woningen en de bergingen goed te kunnen ontsluiten, completeren deze ‘voorruimte’. Deze zogenaamde ‘voorruimte’ grenst direct aan het bestaande looppad dat alle privétuinen en bergingen van de woningen aan de Easter Omwei & de Petten ontsluit (de achterom). Woningtypologie Het plan Maskelyn locatie bevat één woningtype dat moet aansluiten bij het dorpse karakter en het bouwkundige beeld van het omliggend gebied. Dat betekent vooral, aandacht voor kleinschaligheid de juiste materiaalkeuzes en detaillering in het architectonische beeld.
Beeldkwaliteitsplan It Maskelyn (oostzijde)
blz. 7
6. Welstandscriteria ‘Woongebieden, gerealiseerd na 2020’ Algemeen De strokenbouw woningen van de Maskelyn locatie kenmerkt zich door een vrije vormgeving binnen enkele duidelijke kaders. Belangrijkste stijlkenmerken zijn de bouwmassa en geveltextuur. In dit deel van het plangebied wordt, als overgang naar het parkachtige gebied uitsluitend gebouwd in twee bouwlagen zonder kap. Kenmerkend voor de woningen is de geringe kavelgrootte; de voetprint vormt globaal de eigendomssituatie (plus bergingen). De woningen krijgen een veranda als buitenruimte. De woningen kenmerken zich door de hogere ligging ten opzichte van het maaiveld rondom de woningen. Met het hoogteverschil van de eigendomssituatie wordt er een duidelijk onderscheid gemaakt in ‘openbaar-privé’ en wordt ook voorkomen dat parkruimte buiten de veranda, oneigenlijk kan worden gebruikt door toekomstige bewoners. Ruimte en plaatsing • Gebouwen dragen met hun uiterlijk bij aan het algemene beeld van de ruimtelijke eenheid waarin ze zich bevinden; •De woningen zijn steeds van de straat gescheiden door voortuinen en/of groenvoorzieningen; • Gericht op de straat, dan wel op andere openbare verblijfsruimtes, zoals pleinen; • Bijzondere gebouwen als scholen en winkels, en andere van het woongebied deel uitmakende bijzondere gebouwen hebben een specifieke, functioneel bepaalde plaatsing;
• Accenten binnen de massa zijn proportioneel afgestemd tot het volume als geheel en worden geïntegreerd opgelost in het hoofdvolume en de daarbij behorende architectuur; • Bijzondere gebouwen als scholen en winkels, en andere van het woongebied deel uitmakende bijzondere gebouwen hebben een specifieke, functioneel bepaalde, hoofdvorm; Aanzichten en opmaak • De woningen hebben een duidelijke gevelritmiek (door gevelopeningen en/of materiaaltoepassingen); • Er is een variatie in gerichtheid van gevel- en gevelopeningen, hetgeen een monotoon straatbeeld voorkomt; • Woningen hebben geen gesloten wanden naar de openbare ruimte; • Gevels zijn van veelal van steenachtig materiaal. Het gebruik van hout in het gevelbeeld is toegestaan; • In het kleurgebruik zijn witte of felle kleuren in de gevels en/of gevelvlakken niet toegestaan, wel een gedekte kleurstelling, afgestemd op de context van de omgeving; • Kozijnen en ramen mogen als grafische elementen wel uitgevoerd worden in een witte kleurstelling; • Het kleurgebruik voor gevels is hoofzakelijk in (gedekte) aardetinten; • Bijzondere gebouwen zoals scholen en winkels, en andere van het woongebied deel uitmakende bijzondere gebouwen hebben een specifieke, functioneel bepaalde, architectonische uitvoering.
Hoofdvorm • De maatvoering is twee bouwlagen met een platte afdekking, waarbij de stedenbouwkundige context bepalend is; • Zowel rijen, als vrijstaande en halfvrijstaande woningen komen voor; •De bouwmassa heeft hoofdzakelijk een kantige hoofdvorm; • Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdbouwmassa en kennen een eenvoudige hoofdvorm;
Beeldkwaliteitsplan It Maskelyn (oostzijde)
blz. 8
Referentiebeelden die ondersteunend zijn bij de omschreven welstandscriteria:
Beeldkwaliteitsplan It Maskelyn (oostzijde)
blz. 9
Beeldkwaliteitsplan It Maskelyn (oostzijde)
blz. 10
BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp
Bijlage 2 Archeologisch onderzoek
57
RAAP-RAPPORT 8172
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)
Colofon Titel: Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel. Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) . Versie: 02-12-2025 Auteur: Projectcode: TYEO2 Bestandsnaam: RAAPrap_8172_TYEO2_20251202 Autorisatie:
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2025 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
Samenvatting In opdracht van de gemeente Tytsjerksteradiel heeft RAAP in november 2025 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp in de gemeente Tytsjerksteradiel. Het plangebied betreft het terrein van het voormalige Tjalling Koopmanscollege en omvat circa 0,4 ha. Binnen het terrein zullen mogelijk woningen worden gerealiseerd. De omvang en diepte van de bodemingrepen die hiermee gepaard zijn, zijn nog niet bekend. Op basis van voorgaand onderzoek kunnen binnen het plangebied archeologische resten worden verwacht. Het zal met name steentijdresten en mogelijk resten uit de vroege bronstijd in de top van het dekzand betreffen. Overige resten, waaronder middeleeuwse ontginningsresten, zijn echter niet uit te sluiten. Uit de resultaten van het booronderzoek is gebleken dat de bodem binnen een deel van het plangebied , rondom de voormalige bebouwing van het schoolgebouw, nog deels intact is. In die delen is op veel locaties nog een restant van het oorspronkelijk veenpakket met daaronder intact dekzand aanwezig. Hier resteert zowel het potentiële steentijd vondst- als sporenniveau (de top van het dekzand) nog.
In de noordwesthoek van het plangebied is de uiterste top van het dekzand verdwenen, maar resteert het grootste deel van het vondstniveau (en het onderliggende sporenniveau) nog. Ter plaatse (en in de directe nabijheid) van de voormalige bebouwing van het Tjalling Koopmanscollege is de bodem diep verstoord en zijn zowel het vondst- als sporenniveau niet meer aanwezig. Het voormalige mogelijk noodgebouw aan de zuidzijde van het plangebied heeft geen diepe verstoringen veroorzaakt, getuige het hier aangetroffen veenrestant met onderliggend intact dekzand . Tijdens het booronderzoek zijn geen eenduidige archeologische indicatoren aangetroffen. In twee boringen (boringen 1 en 6) aan de zuidkant van het plangebied zijn in de top van het dekzand houtskoolfragmenten aangetroffen. Houtskool kan zowel het resulta at zijn van antropogeen handelen (bijvoorbeeld een mesolithische haardkuil) als een natuurlijke oorzaak hebben (bijvoorbeeld een bosbrand). Hoewel niet geheel kan worden uitgesloten dat zich binnen het plangebied (resten van) een archeologische vindplaats bevindt, wordt gezien het ontbreken van overige eenduidige archeologische indicatoren en het feit dat het een klein plangebied betreft waarbinnen de bodem in een relatief grote zone diep is verstoord, de kans klein geacht dat tijdens de geplande werkzaamhe den archeologisch relevante resten worden verstoord.
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat de kans klein is dat er archeologisch rel evante resten worden bedreigd door de geplande ingrepen. Archeologisch vervolgonderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden alsnog onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[3]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7
2 Archeologische verwachting ............................................................................................................. 8 2.1 Landschappelijke ligging ...................................................................................................................... 8 2.2 Historische situatie .............................................................................................................................. 9 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 11 2.4 Archeologische verwachting ............................................................................................................... 13
3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 14 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 14 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 14 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 15
4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 17 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 17 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 17 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 18
Literatuur .......................................................................................................................................... 19 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 20
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[4]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van de gemeente Tytsjerksteradiel heeft RAAP in november 2025 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp in de gemeente Tytsjerksteradiel (figuur 1). Het plangebied betreft het terrein van het voormalige Tjalling Koopmanscollege en omvat circa 0,4 ha. Binnen het terrein zullen mogelijk woningen worden gerealiseerd. De omvang en diepte van de bodemingrepen die hiermee gepaard zijn, zijn nog niet bekend. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Kader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. In november 2023 is door RAAP binnen het plangebied een karterend booronderzoek uitgevoerd met als doel de archeologische verwachting voor het gebied te toetsen door de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw en eventuele bodemverstoringen in kaart te brengen (RAAP-rapport 6810; Boekema, 2023). Hieruit is gebleken dat in het plangebied mog elijk archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen.
Op basis hiervan is geadviseerd om aanvullend onderzoek middels megaboringen uit te voeren indien binnen het plangebied bodemingrepen dieper dan 0,9 m -mv (0,6 m -NAP) zijn gepland. Voorafgaand aan een megaboring dient op iedere boorlocatie ook een gutsboring te worden uitgevoerd om de mate van intactheid van de bodem ter plaatse vast te stellen. Tijdens het voorgaande onderzoek was de bebouwing van het voormalige Tjalling Koopmancollege nog aanwezig. Dit is inmiddels gesloopt. Het voormalig bebouwde deel van het plangebied dient in het grid van de guts-/megaboringen te worden meegenomen, zodat de intactheid van het dekzand onder de bebouwing kan worden vastgesteld en ook hier kan worden bepaald of er archeologische indicatoren aanwezig zijn. Dit advies is overgenomen door de gemeente. De resultaten van het booronderzoek middels megaboringen zijn opgenomen in onderhavig rapport. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, vigerende versie), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm.
RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems).
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[5]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[6]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)
Opdrachtgever
Gemeente Tytsjerksteradiel
Bevoegde overheid
Gemeente Tytsjerksteradiel
Plaats
Hurdegaryp
Gemeente
Tytsjerksteradiel
Provincie
Friesland
Centrumcoördinaten (X/Y)
192184/580919
Oppervlakte plangebied
circa 3800 m²
Afbakening plangebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied onderzocht.
Onderzoeksperiode
november 2025
Uitvoerder
RAAP Noord
Projectleider Projectmedewerkers RAAP-projectcode
TYEO2
Archis-onderzoeksmeldingsnummer
5861577001
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Noord te Drachten en op termijn het provinciaal depot, Archis en e-depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling Het inventariserend veldonderzoek (karterende fase) heeft tot doel de archeologische verwachting voor het gebied te toetsen en eventuele archeologische vindplaatsen in kaart te brengen. Dit doel wordt bereikt door actief te zoeken naar archeologische indicatoren en zicht te krijgen op hun inbedding in het landschap. Deze onderzoeksfase is onderdeel van het traject van archeologisch vooronderzoek dat als einddoel heeft de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats vast te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: •
Zijn de archeologisch relevante niveaus intact?
•
Bevinden zich archeologische indicatoren (zoals houtskool, aardewerk, vuursteen) binnen het
plangebied? •
Heeft dat gevolgen voor de archeologische verwachting?
•
Is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk?
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[7]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
2 Archeologische verwachting Onderstaande gegevens zijn deels overgenomen uit het eerder voor het plangebied uitgevoerde booronderzoek (Boekema, 2023).
2.1 Landschappelijke ligging Volgens de paleogeografische kaart van omstreeks 9000 v.Chr. wordt de ondergrond binnen het plangebied gevormd door relatief hooggelegen pleistoceen (dek)zand (niet afgebeeld). Als gevolg van de snel stijgende zeespiegel in de eerste helft van het Holoceen kwam het grondwaterniveau op een steeds hoger niveau te liggen, dat leidde tot vernatting en veenvorming. Volgens de paleogeografische kaart van omstreeks 2750 v.Chr. heeft het veen in deze periode de lagergelegen delen van het gebied (waaronder de beekdalen) bereikt, het plangebied zelf is dan nog niet overveend. In de eeuwen daarna wordt in het gehele gebied, waaronder het onderhavige plangebied, de pleistocene ondergrond geleidelijk met veen afgedekt. Hieruit blijkt dat bewoning in het gebied tot in het neolithicum en mogelijk ook de vroege bronstijd nog goed mogelijk was, maar dat de omstandigheden daarna te nat werden voor bewoning. In de late middeleeuwen wordt begonnen met grootschali ge ontginning van het veen, waardoor het veen oxideerde en inklonk. Op de kaart van omstreeks 1850 n. Chr. is zichtbaar dat een groot deel van het veen als gevolg daarvan verdwenen is en het pleistocene zand weer aan de oppervlakte ligt. Binnen het plangebied zelf lijkt nog wel een veendek aanwezig te zijn. Wegens ligging binnen de bebouwde kom is de geomorfologie binnen het plangebied niet gekarteerd.
Op basis van eenheden in de nabijheid van het plangebied blijkt echter dat het plangebied zich op de overgang bevindt van een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden (2M53) naar een ontgonnen veenvlakte (code 2M81, figuur 2). Op de bodemkaart is de bodem binnen het plangebied, eveneens vanwege ligging binnen de bebouwde kom, aangeduid als: niet gekarteerd. Op basis van bodemgegevens uit de directe omgeving bevinden zich binnen het plangebied echter waarschijnlijk moerige podzol gronden met een moerige bovengrond (code vWp, niet afgebeeld). Uit het voorgaande onderzoek is gebleken dat de (natuurlijke) bodem binnen het plangebied bestaat uit veen op dekzand waarin podzolering heeft plaatsgevonden (zie paragraaf 2.2). Een intacte podzolbodem bestaat van boven naar beneden uit een A -horizont (accumulatielaag), een E-horizont (uitspoelingslaag), een B-horizont (inspoelingslaag), een BC-horizont (overgangslaag) en een C-horizont (onveranderd moedermateriaal). Dergelijke bodems bevinden zich in hoger en droger gelegen dekzandgebieden. Dit waren in de periode steentijd - vroege bronstijd aantrekkelijke locaties voor bewoning.
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[8]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
Figuur 2. Het plangebied geprojecteerd op een uitsnede van de geomorfologische kaart.
2.2 Historische situatie Op de historische kaarten van Schotanus (1718, niet afgebeeld) en Eekhoff (1847, niet afgebeeld) is zichtbaar dat het plangebied destijds was gelegen ter plaatse van gras-/weiland met perceelsloten. Het terrein is gelegen ten oosten van de Nieuwe Weg en ten westen van de Hardegarijpster Vaart. Binnen het plangebied is destijds nog geen bebouwing aanwezig. Op de Bonnebladen uit 1900 en 1949 is binnen het plangebied een pad zichtbaar (figuur 3). Dit pad is in 1962 verdwenen, ter plaatse resteert nog wel een sloot. Op topografische kaarten vanaf 1984 wordt binnen het plangebied voor het eerst bebouwing weergegeven, het betreft het gebouw van het voormalige Tjalling Koopmanscollege dat in 1972 is gebouwd. Hurdegaryp is inmiddels ook aanzienlijk uitgebreid, rondom het plangebied is dan ook veel bebouwing en infrastructuur aanwezig. Op topografische kaarten vanaf 2017 verschijnt in het zuidelijk deel van het plangebied nog meer
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[9]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
bebouwing. Deze is op kaarten vanaf 2022 verdwenen, mogelijk betrof het een tijdelijk noodgebouw gerelateerd aan de school.
Figuur 3. Het plangebied geprojecteerd op verschillende historische kaarten .
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[10]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
2.3 Archeologische gegevens In de directe omgeving zijn in het verleden verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd (figuur 5). In het onderstaande worden de onderzoeken besproken die zich binnen een straal van 500 m vanaf onderhavig plangebied bevinden. Zoals in voorgaande genoemd is in 2023 binnen het plangebied reeds een booronderzoek uitgevoerd (Archis zaakid: 5477264100; Boekema, 2023, figuur 4). Uit de resultaten van het booronderzoek is gebleken dat zich binnen het plangebied onder een opgebracht zandpakket een veenrestant bevindt met daaronder in het grootste deel van het plangebied een intact dekzandniveau. De top van het intacte dekzand varieert tussen 1,08 en 1,3 m -mv (0,81 en 1,07 m -NAP). In de top van het dekzand kunnen nog resten uit de steentijd (en mogelijk de vroege bronstijd) aanwezig zijn. Ter plaatse van boring 6 ontbreekt het vondstniveau (de top van het dekzand), ter plaatse kunn en echter nog wel sporen worden verwacht. In hoeverre het archeologisch relevante niveau ter plaatse van de destijds nog aanwezige bebouwing nog intact is, kon tijdens het booronderzoek niet worden vastgesteld. Deze bebouwing is inmiddels gesloopt.
Figuur 4. Resultaten voorgaand booronderzoek (Boekema, 2023).
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[11]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
Circa 250 ten noorden van het plangebied, ten noorden van de Bodaanstraat, is in 2007 een booronderzoek uitgevoerd (Archis zaakid: 2151962100). De bodem binnen het onderzocht e terrein bestond uit opgebrachte grond op veen op dekzand. In het dekzand was sprake van (lichte) bodemvorming. Archeologische indicatoren zijn niet waargenomen. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen. Circa 300 m ten oosten van het plangebied, ten oosten van de Easter Omwei, zijn in 2004, als onderdeel van een groter booronderzoek, verkennende en karterende archeologische boringen uitgevoerd (Archis zaakid: 2061339100). De bodem binnen het terrein bestond uit een zandige bouwvoor met daaronder dekzand. In het grootste deel van het terrein is in het dekzand geen bodemvorming waargenomen. Op een zestal locaties, met name aan de noordzijde van het onderzochte terrein, is in het dekzand lichte bodemvorming aanwezig. Archeologische indicatoren zijn niet waargenomen. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen. Circa 475 m ten zuidoosten van het plangebied zijn in 2015, als onderdeel van een groter booronderzoek, boringen uitgevoerd (Archis zaak id: 3300622100). De bodemopbouw ter plaatse bestond uit een zandige bouwvoor met veenresten op al dan niet vernat (dek)zand zonder bodemvorming. Op een aantal locaties was sprake van een venige tussenlaag.
Circa 475 m ten zuidwesten van het plangebied, ten zuiden van de Fûgelweide, is in 2001 een booronderzoek uitgevoerd (Archis zaak id: 2077580100). Uit het booronderzoek is gebleken dat de top van het dekzand binnen het terrein niet of nauwelijks is verstoord. Binnen het terrein zijn houtskool - en bewerkte vuursteenfragmenten aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van ne derzettingsresten uit de steentijd. Geadviseerd is om deze vindplaats in situ te behouden en indien dat niet mogelijk is, de vindplaats op te graven.
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[12]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
Figuur 5. Voorgaand archeologisch onderzoek rondom het plangebied.
2.4 Archeologische verwachting Op basis van voorgaande gegevens kunnen binnen het plangebied archeologische resten worden verwacht. Het zal met name steentijdresten en mogelijk resten uit de vroege bronstijd in de top van het dekzand betreffen. Overige resten, waaronder middeleeuwse ontginningsresten, zijn echter niet uit te sluiten.
RAAP-rapport 8172 / versie 02-12-2025
[13]
Plangebied Easter Omwei 7 te Hurdegaryp, gemeente Tytsjerksteradiel . Inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek).
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een karterend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van het voorgaand booronderzoek (Boekema, 2023). Het veldonderzoek is uitgevoerd op 26 november 2025. In totaal zijn 8 gutsboringen (boringen 1 t/m 8) regelmatig verdeeld over het plangebied uitgevoerd, in een boorgrid van circa 20x25 m. Er is geboord tot maximaal 1,9 m -mv met een gutsboor (2 cm). Daar waar het dekzand intact is aangetroffen, is vervolgens een megaboring uitgevoerd met een 15 cm Edelmanboor. In totaal zijn vijf megaboringen uitgevoerd: ter plaatse van boringen 1, 3, 5, 6 en 8. Van het (met de megaboor) opgeboorde sediment is het relevante traject (de top van het onverstoorde dekzand) gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 mm. Het zeefr esidu is op het oog gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot en verbrande leem). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3) en met behulp van een RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van een RTKGPS.