CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

06 - Bijlage 2 - Motivering BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp + Bijlagen

RAAD IT BESLUT 11 juni 2026, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Aanvraag omgevingsvergunning (BOPA) woningbouw 7 woningen Hurdegaryp (hammerstik)23.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp 29-04-2026

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1 Aanleiding en doel 1.1 Aanleiding 1.2 Projectgebied 1.3 Het omgevingsplan 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 10

Hoofdstuk 2

Beschrijving huidige situatie

11

Hoofdstuk 3 Voorgenomen ontwikkeling 3.1 Beschrijving van de nieuwe situatie 3.2 Beschrijving strijdigheid

13 13 15

Hoofdstuk 4 Beleid en regelgeving 4.1 Rijksbeleid en Rijksregels 4.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 4.3 Regionaal beleid 4.4 Waterschap 4.5 Gemeentelijk beleid

17 17 18 24 24 25

Hoofdstuk 5 Fysieke leefomgeving 5.1 Beschermen van de gezondheid 5.2 Milieubelastende activiteiten 5.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.4 Geluid door wegen 5.5 Luchtkwaliteit 5.6 Bodem 5.7 Wegen, verkeer en parkeren 5.8 Omgevingsveiligheid 5.9 Water 5.10 Geluid door (bedrijfsmatige) activiteiten 5.11 Mer-beoordeling

27 27 27 29 30 30 31 32 33 33 35 36

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

37

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Participatie 7.2 Vaststellingsprocedure 7.3 Bezwaar/Beroep

39 39 39 39

Hoofdstuk 8 Belangenafweging en conclusie 8.1 Wettelijk kader 8.2 Voorstel voor het opnemen in het omgevingsplan 8.3 Afweging en conclusie

41 41 41 41

Bijlagen

43

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

45

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek

57

Bijlage 3

Archeologische beoordeling

85

3

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Bijlage 4

Nader ecologisch onderzoek

89

Bijlage 5

AERIUS-berekening

101

Bijlage 6

Onderzoek geluidbelasting wegverkeerslawaai

127

Bijlage 7

Bodemonderzoek

179

Bijlage 8

Watertoets

253

Bijlage 9

Onderzoek geluidbelasting van MFC It Maskelyn

261

Bijlage 10

Participatieverslag

383

Bijlage 11

Verbeelding

403

4

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Motivering

5

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

6

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Hoofdstuk 1 1.1

Aanleiding en doel

Aanleiding

Op de voormalige locatie van het Tjalling Koopmans College is de gemeente Tytsjerksteradiel voornemens zeven rijwoningen in een parkachtige setting mogelijk te maken aan de Easter Omwei in Hurdegaryp. Het project maakt deel uit van een integrale gebiedsontwikkeling rondom het multifunctioneel centrum It Maskelyn en is door middel van een uitgebreid participatietraject tot stand gekomen in samenwerking met de inwoners van Hurdegaryp. Het omgevingsplan van de gemeente Tytsjerksteradiel staat deze ontwikkeling niet toe. Door middel van het verlenen van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) kan het voornemen wel worden toegestaan (zie ook paragraaf 1.3). Een motivering moet aantonen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze motivering voorziet daarin.

1.2

Projectgebied

Het projectgebied betreft de locatie van de voormalige basisschool, later een V.O. school Tjalling Koopmans College, gesitueerd ten oosten van multifunctioneel centrum (MFC) ‘It Maskelyn’. Het projectgebied is gelegen aan de Easter Omwei in de bebouwde kom van het dorp Hurdegaryp. Ten noorden van het projectgebied ligt het MFC en aan de westzijde het winkelcentrum Fuormanderij waar het projectgebied wordt begrensd door het parkeerterrein voor bezoekers van It Maskelyn. Aan de oost- en zuidzijde van het projectgebied bevinden zich bestaande woningen. Het projectgebied staat kadastraal bekend als 'HDG00-A-8027' (sectie A, perceelnummer 8027 van de kadastrale gemeente Hardegarijp).

7

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Afbeelding 1.1. Luchtfoto ligging plangebied (bron: Google maps, 2025)

1.3

Het omgevingsplan

Het bestemmingsplan 'Hurdegaryp 2010' (onherroepelijk 22 juli 2010) van de gemeente Tytsjerksteradiel is als onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Tytsjerksteradiel op het projectgebied van toepassing. Onderstaande figuur laat een fragment van de bestemmingsplankaart behorend bij dit plan zien.

8

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Afbeelding 1.2. Weergave van de verbeelding van het bestemmingsplan Hurdegaryp (bron: regels op de kaart, 2025) Het projectgebied is bestemd als 'Maatschappelijk - Onderwijs'. De als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor educatieve en informatieve voorzieningen en voor kinderopvang. Daarnaast zijn de gronden ook bestemd voor restauratieve voorzieningen, groen-, parkeer- en speelvoorzieningen, wegen, straten en paden, water, openbare nutsvoorzieningen en sociaal-medische of medische voorzieningen. Tevens heeft het perceel een aangeduid bouwvlak en gelden er verschillende bebouwingsaanduidingen, te weten: maximum goothoogte: 6 m maximum bouwhoogte: 6 m maximum bebouwingspercentage terrein: 80% Het planvoornemen voor woningbouw is zowel wat betreft het toegestane gebruik als wat betreft de bouwregels (m.b.t. de toegestane maximum bouwhoogte) niet mogelijk. De gemeente wil het planvoornemen mogelijk maken door middel van het verlenen van een gefaseerde omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). In eerste instantie wordt een omgevingsvergunning (planologisch basisbesluit) verleend die de beoogde activiteiten (het gebruik) planologisch mogelijk maakt en de kaders schept voor de later aan te vragen omgevingsvergunningen (voor het bouwen).

Vermeldenswaardig is tot slot dat in 2012 een omgevingsvergunning is afgegeven voor het westelijke deel van het projectgebied met betrekking tot het huidige parkeerterrein van de sporthal aan de noordzijde om MFC It Maskelyn mogelijk te maken. Met het nu voorliggende planvoornemen voor woningbouw vinden ook enige aanpassingen aan de terreininrichting van het bijbehorende parkeerterrein plaats.

9

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

1.4

Leeswijzer

Deze motivering is als volgt opgesteld: hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk-functionele situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt het Rijksbeleid, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. Tot slot is in hoofdstuk 7 een belangenafweging opgenomen.

10

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Hoofdstuk 2

Beschrijving huidige situatie

In de bestaande situatie is het grootste deel van het projectgebied braakliggend terrein. De voormalige bebouwing van het Tjalling Koopmans College is inmiddels gesloopt. Het westelijk deel van het projectgebied is in gebruik als parkeerterrein voor het noordelijk gelegen MFC It Maskelyn. In het projectgebied bevinden zich een aantal bomen. Aan de voorzijde van het projectgebied wordt het begrensd door een haag. Navolgende afbeeldingen geven een overzicht van het projectgebied.

Figuur 2.1. Luchtfoto bestaande situatie projectgebied (bron: Nedbrowser 2026)

Figuur 2.2. Zijaanzicht projectgebied vanaf parkeerterrein (bron: Streetsmart 2025)

11

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Figuur 2.3. Zijaanzicht projectgebied, gezien vanaf weg (bron: Streetsmart 2025)

12

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Hoofdstuk 3 3.1

Voorgenomen ontwikkeling

Beschrijving van de nieuwe situatie

Het Tjalling Koopmans College is enkele jaren geleden verhuisd naar een gloednieuw gebouw aan de westkant van Hurdegaryp, vlakbij het treinstation. In een uitgebreid participatietraject is samen met de inwoners van Hurdegaryp een woningbouwontwerp opgesteld. Dit traject vormt tevens de basis voor het beeldkwaliteitsplan voor het projectgebied. Het beeldkwaliteitsplan geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de ruimte (zie Bijlage 1). Het planvoornemen betreft de realisatie van zeven grondgebonden, zorggeschikte seniorenwoningen in een parkachtige setting.

Afbeelding 3.1. Ontwerp (bron: denkmee.t-diel.nl) De woningen zullen bestaan uit twee bouwlagen met een platte afdekking. De woningen hebben een beukmaat van ongeveer 5,5 m per woning. De woningen worden getypeerd als ‘verandawoningen’. Dit betekent dat de woningen een buitenruimte krijgen met een hoogteverschil van minimaal 30-40 cm ten opzichte van het maaiveld. De woningen hebben daarmee géén privétuin. Hiermee wordt voorkomen dat een tuin kan worden voorzien van een schutting of een andere vorm van erfscheiding. Dat is stedenbouwkundig ongewenst vanwege de gewenste ruimtelijke kwaliteit op het plein voor It Maskelyn. Hierdoor blijft het parkachtige, openbare gebied voor MFC It Maskelyn maximaal groen. De bewoners hebben dan wel het zicht op het groen, maar het betreft vooral ‘kijkgroen’ en het is niet in eigendom bij de bewoners.

13

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Afbeelding 3.2. Impressie verandawoning De bouwstrook met de zeven woningen is dusdanig gepositioneerd dat deze een afschermende wand vormt voor de tuinen en woningen aan de oostzijde van het projectgebied. Het gaat dan om (de tuinen van) de bestaande rijwoningen aan De Petten en de Easter Omwei (bouwhoogte is hier twee bouwlagen met een kap). Het voorgestelde ontwerp sluit goed aan bij de bestaande stedenbouwkundige structuur van de naastgelegen woonwijk met rijwoningen De Petten uit de jaren '70 van de vorige eeuw. De entree van de nieuwe woningen bevindt zich aan de oostzijde van de zeven rijwoningen. Aan deze zijde is de ruimte breed, open en groen gemaakt. Dat verhoogt de beleving aan de entreezijde en zorgt ook voor meer sociale veiligheid bij de voordeur. Dit geldt eveneens voor de ‘achterom-situatie’ van de bestaande rijwoningen van De Petten en de Easter Omwei. Aan de voorzijde (oostzijde) van de nieuwe woningen worden ook twee kleinere gebouwen geplaatst, waarin bergingen van de woningen zijn opgenomen. Aanvullend parkeren voor de bewoners zal worden gesitueerd op het Maskelyn-plein (voorzijde MFC) en de oostzijde van It Maskelyn. Hiermee kan ruimschoots worden voldaan aan de normering voor het parkeren ten behoeve van de zeven woningen (bewoners en bezoekers).

Het projectgebied wordt verder vergroend waarbij het huidige WOII-herdenkingsmonument aan de voorzijde van het MFC wordt verplaatst en daardoor ook beter tot zijn recht komt.

14

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Afbeelding 3.3. Referentiebeelden (bron: Mix architectuur B.V.)

3.2

Beschrijving strijdigheid

Op grond van het bestemmingsplan 'Hurdegaryp' heeft het projectgebied de bestemming 'Maatschappelijk - Onderwijs'. Binnen deze bestemming is de realisatie van woningen niet toegestaan. In de bestemming 'Maatschappelijk - Onderwijs' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Hierin is opgenomen dat de bestemming kan worden gewijzigd in een woonfunctie, mits: 1.

2. 3.

de te bouwen woningen in overeenstemming zijn met het, op moment van wijziging, vigerende gemeentelijk en provinciaal woningbouwbeleid met in achtneming van de aanwezige, juridisch geregelde woningbouwcapaciteit in Hurdegaryp; de geluidbelasting van de geluidgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde; rekening wordt gehouden met de structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of landelijk gebied) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen.

Deze wijzigingsbevoegdheid toont aan dat de realisatie van woningen op deze locatie eerder al beoogd werd. Ook zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen om de goothoogte te verhogen tot maximaal 10 m en de bouwhoogte van een gebouw tot ten hoogste 15 m. Met de komst van de Omgevingswet is het toepassen van wijzigingsbevoegdheden echter komen te vervallen. Hiervan kan dus geen gebruik meer worden gemaakt voor het onderhavige project. Om deze reden wordt dan ook met een BOPA afgeweken van het omgevingsplan om zo de woningbouw in het projectgebied mogelijk te maken.

15

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

16

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Hoofdstuk 4

Beleid en regelgeving

Er moet worden voldaan aan de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân. Ook mag het plan niet in strijd zijn met de waterschapsverordening van Wetterskip Fryslân. Tot slot moet het plan passen binnen het gemeentelijke beleid. In dit hoofdstuk worden deze aspecten afgewogen en waar nodig gemotiveerd.

4.1

Rijksbeleid en Rijksregels

4.1.1

Nationale omgevingsvisie

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Relatie met het planvoornemen Het planvoornemen is wat betreft de aard en omvang niet strijdig met de omgevingsvisie. Bovendien draagt het planvoornemen met de realisatie van 7 woningen bij aan het versterken van de woonregio Noordoost Fryslân. Het project draagt daardoor op lokale schaal bij aan de meer overkoepelende doelstellingen uit de NOVI. 4.1.2

Instructieregels Rijk

In hoofdstuk 5 van het Bkl is een groot aantal instructieregels opgenomen. Aan deze instructieregels moet worden voldaan. De meest relevante instructieregel betreft de regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betreft onder meer: het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de waterbelangen; het beschermen van de gezondheid en van het milieu; het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; het behoud van ruimte voor toekomstige functies; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In onderstaande tabel zijn de thema’s waarover in het Bkl instructieregels staan opgenomen. In de tabel is per thema afgewogen of deze relevant is voor de ontwikkeling en in welke paragraaf in deze motivering nader is ingegaan op het thema. Tabel 4.1. Thema's Bkl Thema

Paragraaf BKL

Relevant?

Paragraaf Motivering

Omgevingsveiligheid

5.1.2

Ja

5.8

Waterbelangen

5.1.3

Ja

5.9

Luchtkwaliteit

5.1.4.1

Ja

5.5

17

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Geluid door activiteiten

5.1.4.2

Ja, dit aspect wordt 5.10 in het kader van 'Activiteiten en milieuzonering' nader behandeld.

Geluid van wegen, spoorwegen en 5.1.4.2a industrieterreinen

Ja

5.4

Trillingen

5.1.4.4

Nee

-

Bodemkwaliteit

5.1.4.5

Ja

5.6

Geur

5.1.4.6

Nee

-

Ladder voor duurzame verstedelijking

5.1.5.4

Ja

5.3

Cultureel erfgoed en werelderfgoed

5.1.5.5

Ja

4.2.3

Nee

-

Toegankelijkheid openbare ruimte 5.1.6.2

In Hoofdstuk 5 en een deel van het huidige hoofdstuk van deze motivering zijn de thema's voor zover relevant voor het planvoornemen nader uitgewerkt. 4.1.3

Conclusie

Het project past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk.

4.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

4.2.1

Omgevingsvisie Fryslân

De Omgevingsvisie is een van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoelt de provincie: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Voor het onderhavige plan is met name de ambitie 'vitaal' van belang. De ambitie vitaal richt zich op het leefbaar houden van Friese steden, dorpen en het platteland. Dit betekent dat er voldoende woningen, voorzieningen en bedrijvigheid zijn en dat de bereikbaarheid goed is. De voorgenomen ontwikkeling ziet op het planologisch mogelijk maken van zeven woningen in de kern Hurdegaryp. Dit sluit aan op de doelstelling 'vitaal', die voldoende woningen in de provincie beoogt. Naast de integrale opgaven hanteert de Omgevingsvisie een aantal inhoudelijke principes.

Deze principes staan voor de manier van werken en geven richting aan keuzes, projecten en plannen voor de fysieke leefomgeving. Een inhoudelijk principe dat nauw aansluit op het planvoornemen is 'Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis'. Dit principe richt zich erop dat nieuwe ontwikkelingen voortbouwen op bestaande omgevingskwaliteiten. Daarbij is aandacht voor eigenheid en identiteit. In dit principe vormen omgevingskwaliteiten het vertrekpunt voor de inpassing van ontwikkelingen. Dit betekent dat ontwikkelingen voortbouwen op bestaande kwaliteiten en deze waar mogelijk versterken of doorontwikkelen. Het principe gaat uit van maatwerk. Elke plek is anders en heeft andere kwaliteiten. Op basis van de omgevingskwaliteiten van gebieden wordt gezocht naar juiste plekken. Zo kan, afhankelijk van de aard en schaal van een ontwikkeling bijvoorbeeld sprake zijn van: inpassen, waarbij de kenmerken van een gebied in stand blijven en nieuwe ontwikkelingen zich daarin voegen.

18

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Uit paragraaf 3.1 blijkt dat bij de ruimtelijke/landschappelijke inpassing rekening wordt gehouden met bestaande omgevingskwaliteiten en kenmerken. Deze kwaliteiten zijn als basis voor het stedenbouwkundig ontwerp gebruikt. Het woongebied voegt zich binnen de bestaande gebiedskenmerken en sluit goed aan op de ruimtelijk-functionele structuur van de kern Hurdegaryp. Al met al sluit het plan aan op het inhoudelijke principe 'Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis' uit de Omgevingsvisie Fryslân. Natuurinclusief bouwen In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit betekent dat bij het ontwerp rekening wordt gehouden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. In de inrichting van het plan is hier aandacht aan besteed door de openbare ruimte zo groen mogelijk vorm te geven. Voor de verdere uitwerking van de woningen en de inrichting van de erven worden aanvragers van vergunningen gestimuleerd en geadviseerd om natuurinclusief te bouwen. Dit kan bijvoorbeeld door nestkasten en/of vleermuisvoorzieningen in gevels op te nemen, of door daken te voorzien van nest-/vogelpannen of vogelvides. Daarnaast wordt gestimuleerd dat tuinen groen worden ingericht en erfafscheidingen zoveel mogelijk uit hagen bestaan.

Op deze manier wordt een goed leefklimaat geboden voor vogels, insecten en kleine dieren en wordt bijgedragen aan de biodiversiteit. Conclusie Het planvoornemen past binnen de provinciale ambities en doelstellingen zoals gedefinieerd in de Omgevingsvisie Fryslân.

4.2.2

Omgevingsverordening Fryslân

De Omgevingsverordening Fryslân is op 1 januari 2024, tegelijkertijd met de Omgevingswet, in werking getreden. De omgevingsverordening sluit aan op de Omgevingswet en de werkwijze van de omgevingsvisie. Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De omgevingsverordening van Fryslân bevat (instructie)regels voor het omgevingsplan. Onderstaand zijn de instructieregels opgenomen die van toepassing zijn op dit planvoornemen. In onderstaande tabel is gemotiveerd hoe wordt voldaan aan de instructieregels en waar nodig is aangegeven in welke paragrafen van deze motivering de thema's voor zover relevant voor deze BOPA nader zijn uitgewerkt. Tabel 4.2. Overzicht relevante instructieregels provincie Thema

Artikel POV

Verwijzing paragraaf

Omgevingskwaliteiten als basis

2.1

4.2.3 en 3.1

Op grond van artikel 2.1, lid 1 van de verordening wordt in een omgevingsplan aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Friese archeologische monumentenkaart extra (FAMKE) of van een met de provincie afgestemde gemeentelijke verdiepingsslag. In paragraaf 4.2.3 wordt in het kader van erfgoed nader ingegaan op de archeologische verwachtingswaarden. Water-robuust bouwen

2.5

5.9

Een omgevingsplan stelt regels met het oog op het borgen van water-robuust bouwen indien door de lage ligging van gronden een risico bestaat op overstroming of wateroverlast.In het kader van het voornemen is de digitale watertoets doorlopen en in paragraaf 5.9 wordt nader ingegaan op het aspect water. Gezond en veilig

2.5

19

5.1

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

In paragraaf 5.1 is uiteengezet en waar nodig onderzocht wat de effecten zijn op de gezondheid van veiligheid van het plan op de omgeving. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de criteria zoals gesteld in paragraaf 2.5 van de omgevingsverordening. Programmering woningbouw

2.7

Een omgevingsplan kan nieuwe woningen bevatten, wanneer deze passen binnen de regionale woningbouwafspraken. De woonregio Noordoost-Fryslân heeft in de Regionale Woondeal 2022-2030 Regio NoordOost Fryslân afspraken gemaakt over woningbouw in de regio. In 2025 zijn de woondeals voor de periode tot en met 2030 herijkt. Zo ook voor Tytsjerksteradiel. Uit paragraaf 4.3.1 blijkt dat het planvoornemen met de ontwikkeling van zeven woningen binnen de regionale afspraken past. Het planvoornemen voldoet daarmee aan paragraaf 2.7 van de omgevingsverordening. 4.2.3

Archeologie

In het Bkl zijn ten aanzien van de bescherming van archeologie een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. De provincie Fryslân heeft het initiatief genomen om, zoveel mogelijk in samenwerking met het Rijk en de gemeenten, het bodemarchief zo goed mogelijk in kaart te brengen. Dit gebeurt op de FAMKE: Friese Archeologische Monumentenkaart Extra. De FAMKE biedt informatie over in de provincie bekende of te verwachten archeologische waarden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee onderzoeksperiodes: de steentijd-bronstijd en de ijzertijd-middeleeuwen. De Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) geeft informatie over in de provincie bekende cultuurhistorisch waardevolle objecten/elementen. De cultuurhistorische kaart is informatief: de kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren op provinciale schaal van betekenis zijn. 4.2.3.1 Onderzoek Volgens de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) is het projectgebied aangewezen als steentijd - bronstijd. Voor deze gronden adviseert de provincie onderzoek uit te voeren bij ingrepen van meer dan 2.500 m2 .

Deze vrijstellingsgrens wordt overschreden en daarom dient voor het projectgebied een karterend onderzoek 2 te worden uitgevoerd (6 boringen per ha). In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen uit de steentijd bevinden, die zijn afgedekt door een veen- of kleidek. Mochten zich hier archeologisch resten bevinden, dan zijn deze waarschijnlijk goed van kwaliteit. In november 2023 is door onderzoeksbureau RAAP binnen het projectgebied een karterend booronderzoek uitgevoerd met als doel de archeologische verwachting voor het gebied te toetsen door de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw en eventuele bodemverstoringen in kaart te brengen. Hieruit is gebleken dat in het projectgebied mogelijk archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen. Op basis hiervan is geadviseerd om aanvullend onderzoek middels megaboringen uit te voeren. Tijdens het onderzoek in 2023 was de bebouwing van het voormalige Tjalling Koopmancollege nog aanwezig. Dit is inmiddels gesloopt. Het voormalig bebouwde deel van het plangebied dient in het grid van de guts-/megaboringen te worden meegenomen, zodat de intactheid van het dekzand onder de bebouwing kan worden vastgesteld en ook hier kan worden bepaald of er archeologische indicatoren aanwezig zijn. Door archeologisch adviesbureau RAAP is daarom in november 2025 een karterend booronderzoek uitgevoerd.

De resultaten van het booronderzoek middels megaboringen is hierin meegenomen. De onderzoeksrapportage is als Bijlage 2 aan het plan toegevoegd. Uit de resultaten van het booronderzoek is gebleken dat de bodem binnen een deel van het plangebied, rondom de voormalige bebouwing van het schoolgebouw, nog deels intact is. In die delen is op veel locaties nog een restant van het oorspronkelijk veenpakket met daaronder intact dekzand aanwezig. Hier resteert zowel het potentiële steentijd vondst- als sporenniveau (de top van het dekzand) nog. In de noordwesthoek van het projectgebied is de uiterste top van het dekzand verdwenen, maar resteert het grootste deel van het vondstniveau (en het onderliggende sporenniveau) nog. Ter plaatse (en in de directe nabijheid) van de voormalige bebouwing van het Tjalling Koopmanscollege is de bodem diep verstoord en zijn zowel het vondst- als sporenniveau niet meer aanwezig. Het voormalige mogelijk noodgebouw aan de zuidzijde van

20

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

het projectgebied heeft geen diepe verstoringen veroorzaakt, getuige het hier aangetroffen veenrestant met onderliggend intact dekzand. Tijdens het booronderzoek zijn geen eenduidige archeologische indicatoren aangetroffen. In twee boringen (boringen 1 en 6) aan de zuidkant van het projectgebied zijn in de top van het dekzand houtskoolfragmenten aangetroffen. Houtskool kan zowel het resultaat zijn van antropogeen handelen (bijvoorbeeld een mesolithische haardkuil) als een natuurlijke oorzaak hebben (bijvoorbeeld een bosbrand). Hoewel niet geheel kan worden uitgesloten dat zich binnen het projectgebied (resten van) een archeologische vindplaats bevindt, wordt gezien het ontbreken van overige eenduidige archeologische indicatoren en het feit dat het een klein projectgebied betreft waarbinnen de bodem in een relatief grote zone diep is verstoord, de kans klein geacht dat tijdens de geplande werkzaamheden archeologisch relevante resten worden verstoord. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat de kans klein is dat er archeologisch relevante resten worden bedreigd door de geplande ingrepen. Archeologisch vervolgonderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden alsnog onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Steunpunt Monumentenzorg Fryslan heeft in december 2025 een beoordeling afgegeven voor het uitgevoerde archeologisch onderzoek (Bijlage 3). Monumentenzorg geeft aan dat er op dit moment onvoldoende concrete aanwijzingen voor archeologische indicatoren of een vindplaats aanwezig zijn. Ook zij adviseren dat geen vervolgonderzoek nodig is. 4.2.3.2 Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek is de conclusie dat het plan in het kader van archeologie niet evident onuitvoerbaar is en op aanvaardbare wijze kan worden gerealiseerd. 4.2.4

Natuur

Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). 4.2.4.1 Onderzoek Door JM Ecologie is een ecologische beoordeling uitgevoerd om duidelijkheid te verschaffen of de geplande werkzaamheden al dan niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Uit de ecologische beoordeling is naar voren gekomen dat de aanwezigheid van beschermde waarden van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger en een potentiële jaarrond beschermd nest van de ransuil, buizerd en boomvalk niet konden worden uitgesloten zonder nader onderzoek. In oktober 2023 is door Successie Natuurzaken een nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen en het potentieel jaarrond beschermde nest van ransuil, buizerd en boomvalk. Dit nader onderzoek is als Bijlage 4 aan het plan toegevoegd.

Hierna wordt een korte conclusie gegeven van het nader onderzoek. Vleermuizen Bij het nader onderzoek zijn geen kraam-, zomer-, paar- en winterverblijfplaatsen aangetroffen binnen het plangebied. Wel is er één zomerverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis aangetroffen buiten het plangebied. Omdat de zomerverblijfplaats buiten het plangebied valt en niet wordt aangetast in het planvoornemen, leiden de werkzaamheden niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming omtrent vleermuisverblijfplaatsen. Om deze reden is een ontheffing niet vereist omtrent

21

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

vleermuisverblijfplaatsen. Jaarrond beschermd nest Bij het nader onderzoek is vastgesteld dat het betreffende boomnest niet jaarrond beschermd is. Vanuit de Wet natuurbescherming vindt er geen belemmering plaats voor wat betreft de bescherming van jaarrond beschermde vogelnesten. Hierdoor is een ontheffing niet vereist omtrent dit onderdeel niet vereist. Na uitvoering van de onderzoeken heeft ter plaatse sloop van de bebouwing plaatsgevonden en sindsdien is het terrein continu intensief beheerd, teneinde (her)vestiging van beschermde ecologische soorten/ natuurwaarden te voorkomen. Visuele controle (M. Bosloper, 2026) heeft bevestigd dat geen sprake is geweest van (her)vestiging van beschermde soorten. Daarmee kunnen de uitgevoerde onderzoeken als voldoende actueel worden beschouwd. 4.2.4.2 Conclusie De conclusie luidt dat het plan in het kader van ecologie niet evident onuitvoerbaar is en op aanvaardbare wijze kan worden gerealiseerd. 4.2.5

Ruimtelijke kwaliteit

De Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) geeft informatie over in de provincie bekende cultuurhistorisch waardevolle objecten/elementen. De cultuurhistorische kaart is informatief: de kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren op provinciale schaal van betekenis zijn. 4.2.5.1 Onderzoek Om na te gaan of er van belang zijnde cultuurhistorische waarden in het plangebied aanwezig zijn, is de CHK2 geraadpleegd. Onderstaand fragment geeft een uitsnede van de CHK2 weer.

22

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Afbeelding 4.1. Kaartuitsnede CHK2 (bron: provinsje Fryslân, 2025) Op bovenstaande figuur is te zien dat in het projectgebied een voormalig voetpad in het kader van de provinciale inventarisatie Oude paden, Nieuwe wegen aanwezig was. Dit pad is aangewezen als verdwenen pad. Met het nu voorliggende planvoornemen gaan er dan ook geen cultuurhistorische waarden (meer) verloren. 4.2.5.2 Conclusie Het plan is wat betreft cultuurhistorie niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd. 4.2.6

Stikstof

De Omgevingswet regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat het onderdeel gebiedsbescherming een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige

23

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Het projectgebied aan de Easter Omwei ligt op circa 2,4 km afstand van Natura 2000-gebied Groote Wielen en op circa 6,9 km afstand van het Natura 2000-gebied Alde Feanen. Ten gevolge van de bouw en het gebruik van de ontwikkeling aan de Easter Omwei te Hurdegaryp is op 17 december 2025 de depositie van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden in beeld gebracht. De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf-bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. De berekening en rapportage is als Bijlage 5 aan dit plan toegevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Omgevingswet beschermde Natura 2000-gebieden optreedt. Een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. Conclusie Het plan is wat betreft stikstof niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale Woondeal 2022-2030 Regio Noordoost Fryslân

De samenleving verandert; ook in Fryslân. Zo neemt het aantal huishoudens nog steeds toe. De meeste huishoudens zijn tegenwoordig ook kleiner dan vroeger. Mede daarom zijn er te weinig geschikte woningen. Het gevolg is dat vooral jongeren en ouderen moeite hebben om een woning te vinden die aansluit bij hun situatie. Dat speelt ook in andere situaties. In 2025 is de regionale Woondeal Noordoost Fryslân 2022-2025 herijkt. De woningbouwopgave voor de provincie Fryslân is vergroot naar ruim 22.000 woningen, waarbij betaalbaarheid, beschikbaarheid voor verschillende doelgroepen en behoud van de landschappelijke kwaliteit van belang zijn. De regio Noordoost Fryslân zet zich gezamenlijk in voor de realisatie van 3.346 woningen, waarvan circa 850 woningen in de gemeente Tytsjerksteradiel. Verder blijkt uit het regionale woningbehoefte onderzoek (KAW juni 2025) dat er een ruime behoefte is aan nieuwbouw in Hurdegaryp. Het project voldoet met zeven woningen binnen deze regionale en lokale behoefte aan woningen in Hurdegaryp. Het planvoornemen is derhalve regionaal afgestemd. Aansluitend op het voorgaande is dit project samen met het dorp vorm gegeven. Vanuit de gemeente is gestuurd op woningtypen op basis van de Woningmarktanalyse Noordoost Fryslân 2020-2030.

In de regionale Woondeal is aangegeven, in lijn met de Nationale Bouw- en Woonagenda, dat gestreefd wordt naar een balans in de bestaande voorraad van 30% sociale huurwoningen per gemeente en een nieuwbouwopgave met voor twee derde betaalbare woningen. In dit project wordt 40% sociale huur gerealiseerd en draagt daardoor bij aan het streven naar een balans in de nieuwbouwvoorraad van tweederde betaalbare woningen. Daarnaast zal in ieder geval 60% betaalbaar (de Friese betaalbaarheidsgrens van € 405.000 (2025) zijn. Het plan voorziet in de doelstellingen en ambities op het gebied van betaalbaarheid, woningtype en doelgroepen. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de afspraken en kaders van de herijkte regionale woondeal en in lijn met de uitkomsten van het woningmarktonderzoek van KAW (2025).

4.4

Waterschap

In de waterschapsverordening staan geen (instructie)regels waar in het kader van dit planvoornemen rekening mee moet worden gehouden. In paragraaf 5.9 is nader ingegaan op de wateraspecten in dit plan.

24

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

4.5

Gemeentelijk beleid

4.5.1

Omgevingsvisie Tytsjerksteradiel 2023 - 2040

De Omgevingsvisie Tytsjerksteradiel 2023-2040 streeft naar vitale en leefbare dorpen waar inwoners passend kunnen wonen, werken en ontspannen in een veilige, groene omgeving. Een van de hoofdambities is om voor elke inwoner geschikte woonruimte te realiseren, vooral door in te spelen op demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en het vertrek van jongeren. De gemeente erkent de behoefte aan diverse en betaalbare woningen, ook voor jongere generaties, en ondersteunt daarom nieuwe woningbouw waar deze vraag bestaat. Woningbouwprojecten in dorpen zoals Hurdegaryp passen goed binnen deze visie, omdat ze bijdragen aan de leefbaarheid en het behoud van gemeenschapszin. Woningbouw in Hurdegaryp sluit aan bij de visie om leefbare, toegankelijke en toekomstbestendige dorpen te creëren. Uit paragraaf 4.3.1 blijkt dat er vanuit de regio ook een specifieke behoefte is aan woningen in Hurdegaryp. Bovendien heeft in december 2022 een dorpenronde plaatsgevonden in Hurdegaryp. In dat gesprek werd reeds de behoefte aan levensloopbestendige woningen, dichtbij de voorzieningen genoemd vanwege langer veilig thuis kunnen wonen. De betaalbaarheid van (nieuwbouw) woningen kwam daarbij ook als belangrijk aandachtspunt naar voren. Het planvoornemen voorziet met de ontwikkeling van nieuwe betaalbare, levensloopbestendige woningen vlakbij bestaande voorzieningen in deze behoefte.

Het plan draagt al met al bij aan de woningvoorraad van Hurdegaryp. Daarnaast levert het project een bijdrage ten aanzien van Wonen-Zorg-Welzijn vanwege de behoefte aan levensloopbestendige woningen. Het plan ziet op de realisatie van zeven levensloopbestendige woningen. Dit sluit goed aan op deze doelstelling. Conclusie Het planvoornemen past binnen de gemeentelijke omgevingsvisie. 4.5.2

Woonvisie Gemeente Tytsjerksteradiel

Op 4 juli 2019 is de woonvisie van de gemeente Tytsjerksteradiel vastgesteld. De woonvisie is een visiedocument dat naast de wettelijke basis voor prestatieafspraken ook als basis dient voor o.a. de duurzaamheidsagenda, de woningbouwprogrammering (die separaat wordt vastgesteld door het college) en de Omgevingsvisie. Daarnaast ligt de woonvisie ten grondslag aan het afwegingskader waarmee ruimtelijke initiatieven getoetst worden op behoefte en kwaliteit. De woonvisie geeft vijf speerpunten voor de komende jaren, te weten; 1. 2. 3. 4. 5.

Investeren in onze bestaande voorraad Zorgvuldige inzet op nieuwbouw Voldoende betaalbare en beschikbare sociale huurwoningen Wonen met zorg Streven naar leefbare dorpen

Voor dit plan zijn speerpunten 2, 3 en 5 van belang. De inzet is gericht op de realisatie van woningbouw binnen de kernen of waar dit niet mogelijk is, aansluitend aan de kernen. Het voorliggende woningbouwplan maakt zeven levensloopbestendige woningen binnen de kern Hurdegaryp mogelijk. Hiermee wordt voorzien in de behoefte aan woningbouw in Hurdegaryp, zoals nader onderbouwd in paragraaf 4.3.1. De realisatie van zeven levensloopbestendige woningen draagt tevens bij aan de leefbaarheid van het dorp Hurdegaryp, aangezien het voor senioren mogelijk wordt gemaakt op een aantrekkelijke wijze in het dorp te wonen. Conclusie Het planvoornemen past binnen de gemeentelijke woonvisie.

25

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

4.5.3

Duorsum tegearre dwaan duurzaamheidsagenda Tytsjerksteradiel

De gemeente Tytsjerksteradiel heeft de ambitie om in 2040 energieneutraal te worden. Het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie en duurzame mobiliteit vraagt om een andere manier van denken en doen. De opgave en impact zijn enorm. We moeten keuzes maken op basis van kennis die we nu hebben en die sterk in ontwikkeling is. De gemeente Tytsjerksteradiel heeft daarom de duurzaamheidsagenda Duorsum tegearre dwaan opgesteld. Hierin zijn maatregelen opgenomen om de ambitie te bereiken. De nieuwe woningen zullen gasloos worden gebouwd. Het betreffen levensloopbestendige woningen vlakbij een aantal basisvoorzieningen die op loopafstand te bereiken zijn. Voor de bewoners zorgt dit voor een mindere behoefde aan mobiliteit en indirect een afname van CO2 -uitstoot. Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de duurzaamheidsagenda. Conclusie Het planvoornemen past binnen de duurzaamheidsagenda van Tytsjerksteradiel. 4.5.4

Welstandsnota

De oorspronkelijke dorpskernen in de gemeente Tytsjerksteradiel hebben elk hun eigen identiteit, hun eigen stedenbouwkundig patroon en hun eigen kenmerkende gebouwen, daarom heeft de gemeente Tytsjerksteradiel welstandscriteria opgesteld in de Welstandsnota Tytsjerksteradiel (vastgesteld 25 juni 2019). Volgens de welstandsnota valt de locatie onder welstandsgebied ‘Woongebied gerealiseerd na 1950’. De criteria die hiervoor gelden zijn niet volledig dekkend om toegepast te worden voor het te ontwikkelen gebied. Om te kunnen sturen op de beeldkwaliteit is voor het woningbouwplan binnen het projectgebied een beeldkwaliteitsplan opgesteld, waarin het gewenste ‘uiterlijk van de bouwwerken’ is omschreven. Dit beeldkwaliteitsplan is als Bijlage 1 aan dit plan toegevoegd en dient als aanvulling op de welstandsnota.

26

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Hoofdstuk 5

Fysieke leefomgeving

5.1

Beschermen van de gezondheid

5.1.1

Toetsingskader

Conform artikel 1.3, sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. In artikel 2.1, lid 4 Ow is bepaald dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Voorzorg kan daarbij een rol spelen. Naast de gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag het belang van gezondheidsbevordering meewegen. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. In het omgevingsplan werken deze randvoorwaarden door. 5.1.2

Onderzoek

Bij dit initiatief wordt met name gekeken naar een gezond leefmilieu (aanwezigheid van milieuhinder, waterkwantiteit en -kwaliteit). Ook aspecten zoals biodiversiteit, natuurinclusief bouwen en een schone bodem zijn relevante onderdelen van een gezond leefmilieu. In het plan wordt geanticipeerd op klimaat robuust bouwen. Klimaat robuust bouwen betekent met name: voldoende groen en water in de wijk en een minimale hoeveelheid verharding (of het stimuleren van ‘open verharding’), zodat hittestress in het plangebied wordt geminimaliseerd; Zaken zoals geur, geluid, bodem en water worden in de andere paragrafen van dit hoofdstuk nader behandeld. Met het planvoornemen worden bovenstaande aspecten ook geborgd bij nieuwbouw. Daarmee is er sprake van een toegevoegde waarde wat betreft gezondheid. Als gevolg van dit planvoornemen zal er geen sprake zijn van een wijziging in een gezonde fysieke leefomgeving, in concreto het beschermen van de gezondheid. 5.1.3

Conclusie

Er wordt rekening gehouden met het aspect gezondheid in de planvorming. De conclusie luidt dat het plan in het kader van gezondheid niet evident onuitvoerbaar is en op aanvaardbare wijze kan worden gerealiseerd.

5.2

Milieubelastende activiteiten

Bij een evenwichtige toedeling van functies moet rekening worden gehouden met het handhaven en bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds verstaan. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van

27

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan, afhankelijk van het omgevingstype, worden afgeweken van deze richtafstanden. De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk', maar een 'gemengd gebied'. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg ligt. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met één afstandsstap verkleind worden. Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid. Deze wordt niet verkleind. 5.2.1

Onderzoek

Het plan voorziet in de realisatie van woningen. Een woning leidt van zichzelf niet tot milieuhinder voor omliggende functies, maar zijn andersom als woonfunctie wel gevoelig voor milieuhinder van omliggende bedrijven. Nieuwe woningen kunnen wel een beperkende invloed hebben op de bestaande bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden voor bedrijven. In de omgeving van de locatie is It Maskelyn en zijn diverse winkels aanwezig waarvoor minimale bebouwingsafstanden gelden. Aangetoond moet worden dat het initiatief buiten (de invloedssfeer van) deze bedrijvigheid valt. Tevens dient te worden aangetoond dat het initiatief geen belemmering vormt voor nabijgelegen functies. De winkels liggen op circa 60 m van het projectgebied. Voor detailhandel geldt een afstand van 10 m. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de geldende richtafstand. It Maskelyn kan worden aangemerkt als theater. Hiervoor geldt een afstand van 30 m ten aanzien van geluid. De nieuwe woningen worden op circa 15 m van It Maskelyn gebouwd. De locatie van de nieuwe woningen kan worden gezien als 'gemengd gebied' en daarmee kan de richtafstand met één stap worden verkleind (10 m). Hiermee wordt voldaan aan de geldende richtafstand. Tevens is in het kader van dit project een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarin ook het geluid door bedrijven is meegenomen, zie paragraaf 5.10.

In de nabijheid van het projectgebied zijn verder geen agrarische gronden gelegen waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Er hoeft voor het plan dan ook geen rekening te worden gehouden met spuitzones. Daarnaast ligt het plangebied direct grenzend aan bestaande woonfuncties. Het voorliggende plan leidt niet tot een nieuwe beperking die verder gaat dan de bestaande situatie. Ruimtelijk-functioneel gezien is dan ook sprake van een passende nieuwe functie ter plaatse. 5.2.2

Conclusie

Het plan is wat betreft het aspect milieu niet evident onuitvoerbaar. Er is geen reden om aan te nemen dat het woon- en leefklimaat onvoldoende kan worden gewaarborgd.

28

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

5.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

5.3.1

Toetsingskader

Als een ruimtelijk plan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en (als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied) de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien (artikel 5.219g Bkl). Dit wordt de 'Laddertoets' genoemd. Voor het toetsen aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. 2. 3. 4. 5.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 5.3.2

Onderzoek

De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Er moet beoordeeld worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. Hiertoe dienen de volgende vragen beantwoord te worden? 1.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?

In artikel 5.129g Bkl staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van het Bkl is een stedelijke ontwikkeling als volgt gedefinieerd: "ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is". Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Als een plan met overige functies wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de juridische lijn ten aanzien van de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking uiteengezet (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Uit de uitspraak blijkt dat een plan dat voorziet in minder dan 11 woningen niet voorziet in een stedelijke ontwikkeling zoals deze in het toenmalige Besluit ruimtelijke ordening (Bro) was gedefinieerd. Voor wonen geldt dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De definitie van een stedelijke ontwikkeling uit het Bro is nagenoeg identiek aan de definitie uit het Bkl.

Voor de onderhavige BOPA wordt deze uitspraak daarom gebruikt om te beoordelen of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen ziet op de toevoeging van zeven woningen in het stedelijk gebied en is daarmee geen stedelijke ontwikkeling. Dit maakt dat kan worden geconcludeerd dat sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik bij de voorgenomen ontwikkeling. 5.3.3

Conclusie

Voor de geplande zeven woningen in een dorps woonmilieu op de beoogde locatie is op basis van de vereisten van de Ladder voldoende kwantitatieve en kwalitatieve Ladderruimte aangetoond. Bovendien sluit de beoogde ontwikkeling aan bij het provinciale, regionale en lokale beleid. Daarmee past de ontwikkeling binnen de vereisten van de Ladder. Het plan is niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.

29

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

5.4

Geluid door wegen

5.4.1

Toetsingskader

Het Bkl regelt verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving, waaronder ook omgevingsgeluid, met inbegrip van geluidsoverlast door wegverkeer. In het Bkl zijn normen en regels opgenomen die van toepassing zijn op geluidsoverlast veroorzaakt door wegverkeer. Bij gemeentewegen met een grotere verkeersbelasting zijn geluidsmetingen en -berekeningen benodigd om de geluidsbelasting op de omgeving vast te stellen. 5.4.2

Onderzoek

De nieuwe woningen zijn voorzien binnen de geluidsaandachtsgebied van wegen van gemeente en provincie. In dat geval moet geluidsonderzoek worden uitgevoerd naar elk van deze geluidsbronnen. De nieuwe woningen liggen niet binnen andere geluidsaandachtsgebieden. Door Geluidszaken is een onderzoek naar de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het geluidonderzoek is als Bijlage 6 aan deze motivering toegevoegd. Onderstaand zijn de resultaten van dit onderzoek kort weergegeven. Het projectgebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van gemeentewegen, in dit geval de Easter Omwei, en niet binnen andere geluidaandachtsgebieden. Het onderzoek beperkt zich derhalve tot gemeentelijke wegen. De maximumsnelheid op het onderzochte deel van de Easter Omwei bedraagt 50 km/uur. Er is in het onderzoek uitgegaan van de wettelijke snelheid op de beschouwde wegdelen. Het wegdektype is eveneens van invloed op de geluiduitstraling van een weg. Het onderzochte deel van de weg is verhard met geluidneutraal wegdek met uitzondering van de kruising met de Burgemeester Drijberweg waar klinkers in keperverband liggen. Op basis van een groei van 0,5 á 1,0% worden in 2035 1.750 motorvoertuigen per weekdagetmaal verwacht op de Easter Omwei.

Uit het onderzoek komt naar voren dat de geluidbelasting vanwege gemeentelwegen op de beoogde woningen ten hoogte 53 dB bedraagt en voldoet daarmee aan de standaardwaarde. Er is geen sprake van cumulatie van geluid en er hoeven geen verdere geluidbeperkende maatregelen te worden overwogen. Er bestaan plannen om de snelheid binnen 10 jaar te verlagen naar 30 km/uur. In het uitgevoerde onderzoek is dit ook doorgerekend. De geluidbelasting in de situatie met een maximumsnelheid van 30 km/uur en een verharding van klinkers in keperverband is 3 á 4 dB lager dan in de huidige situatie. 5.4.3

Conclusie

Het planvoornemen is wat betreft het aspect geluid niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.

5.5

Luchtkwaliteit

5.5.1

Toetsingskader

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over de kwaliteit van de buitenlucht (paragraaf 5.1.4.1 Bkl). Als een plan betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen (artikel 8.17 Bkl). Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2 Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden.

30

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 µg/m3 of minder. Daarnaast zijn in artikel 5.54 Bkl standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen. Als een activiteit niet in betekenende mate (nibm) bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering. 5.5.2

Onderzoek

Het planvoornemen voorziet in de realisatie van zeven woningen. De gevolgen van woningbouw voor de luchtkwaliteit zijn in veel gevallen klein. Voor de categorie woningbouwlocaties geldt een getalsmatige grens van: circa 1.500 woningen (netto) bij minimaal één ontsluitingsweg; circa 3.000 woningen (netto) bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Het planvoornemen blijft ruimschoots onder de hiervoor genoemde grenzen. Het planvoornemen kan als NIBM worden beschouwd. Daarnaast is de gemeente Tytsjerksteradiel en omstreken geen aandachtsgebied in het kader van luchtkwaliteit. 5.5.3

Conclusie

Het project is 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed op de luchtkwaliteit en daarmee niet evident onuitvoerbaar en kan op aanvaardbare wijze worden gerealiseerd.

5.6

Bodem

5.6.1

Toetsingskader

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl). Bodemkwaliteit is van belang voor elk omgevingsplan dat verblijfsgebouwen toelaat. Voor zulke situaties moet het omgevingsplan regels bevatten. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). 5.6.2

Onderzoek

Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen aan te kunnen tonen, is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 7 bijgevoegd. In het navolgende wordt ingegaan op de resultaten en conclusies van het onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem overwegend schoon is. In de bovengrond zijn slechts lichte verhogingen van enkele metalen aangetroffen, die ruim onder de interventiewaarden blijven. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verontreinigingen van betekenis vastgesteld. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van asbest of andere verontreinigde materialen. Uit milieuhygiënisch oogpunt bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen realisatie van de woonwijk in het plangebied. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het onderliggende bodemonderzoek mogelijk niet. Om definitief vast te stellen of de grond buiten de locatie kan worden hergebruikt, kan het bevoegd gezag (gemeente waar de grond zal worden toegepast) verzoeken om een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit.

31

BOPA 7 woningen Easter Omwei te Hurdegaryp

5.6.3

Conclusie

De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Grondverzet dient plaats te vinden volgens het Besluit bodemkwaliteit.

5.7

Wegen, verkeer en parkeren

5.7.1

Toetsingskader

Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). 5.7.2

Onderzoek parkeren

In relatie tot het aspect parkeren dient te worden bepaald hoeveel parkeerplaatsen er moeten worden gerealiseerd ten behoeve van de nieuwe woningen. In het gemeentelijk mobiliteitsprogramma is aangegeven dat bij het toetsen van nieuwe ontwikkelingen wordt aangesloten bij de meest recente gemiddelde parkeernormen van het CROW. Het CROW hanteert daarbij een bandbreedte met een minimum en maximum waarde. Op grond van het gemeentelijk beleid is voor dit project uitgegaan van de gemiddelde waarde. Daarbij wordt uitgegaan van een ‘niet stedelijke’ gemeente. Voor het bepalen van de parkeernormen is CROW-publicatie 744 - Parkeerkencijfers 2024 gehanteerd. Op het terrein van het voormalige Tjalling Koopmanscollege worden 7 woningen gebouwd. Deze worden getypeerd als "koop, huis, tussen/hoek" bij de parkeernormen van de genoemde CROW-publicatie. De parkeernorm die daarbij hoort is 1,8 * 7 = 12,6 = 13. Binnen het plan zijn 14 parkeerplaatsen toegevoegd. Dat is in de basis toereikend voor deze ontwikkeling. Voor een zuivere beoordeling is ook de impact van de voormalige functie van het terrein van belang. De school had een bruto vloeroppervlakte van circa 1.200 m2 . Op basis van gemiddelde hoeveelheden vierkante meters per leerling, bood de school plaats aan circa 150 leerlingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=3fcea6be-992f-4a11-93df-67dce951fa9d