06 - Bijlage 2.3 - Toelichting - Bestemmingsplan Noardburgum - Woudweg 19
Tekst van het document
Toelichting
bestemmingsplan “Noardburgum Woudweg 19”
Planstatus: ontwerp Datum: 18-12-2023 Plan identificatie: NL.IMRO.0737.14BPXVI-OW01 Auteur: Dantuma Advies Driezum
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 6 1.1 Algemeen....................................................................................................................................... 7 1.2 Ligging ............................................................................................................................................ 8 1.3 Vigerende bestemmingsplan ......................................................................................................... 9 1.4 Opzet van de toelichting ............................................................................................................. 10 2 Planbeschrijving.................................................................................................................................. 11 2.1 Huidige situatie plangebied ......................................................................................................... 12 2.2 Toekomstige situatie plangebied ................................................................................................ 17 3 Beleid ..................................................................................................................................................
19 3.1 Rijksbeleid.................................................................................................................................... 20 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 21 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 23 4 Omgevingsaspecten ........................................................................................................................... 24 4.1 Bedrijven en Milieuzonering ....................................................................................................... 25 4.2 Geluid .......................................................................................................................................... 27 4.3 Waterhuishouding / watertoets .................................................................................................. 28 4.4 Cultuurhistorie............................................................................................................................. 31 4.5 Archeologie..................................................................................................................................
33 4.6 Bodem ......................................................................................................................................... 35 4.7 Ecologie ....................................................................................................................................... 38 4.8 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 40 4.9 Externe veiligheid ........................................................................................................................ 41 4.10 Verkeer en parkeren.................................................................................................................. 42 5 Toelichting op de regels ................................................................................................................. 43 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 44 5.2 Nadere toelichting op de regels ..................................................................................................45
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
3
6 Uitvoerbaarheid ................................................................................................................................. 47 6.1 Algemeen..................................................................................................................................... 48 6.2 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 49 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................. 50
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
4
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
5
1 Inleiding
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
6
1.1 Algemeen Op 20 mei 2021 verwoestte een brand een loods met 1641 zonnepanelen en woonhuis bij houthandelbedrijf / houtbewerkingsbedrijf Van der Wal. Dit bedrijf is gevestigd aan de Woudweg 19 te Noardburgum. Naar aanleiding van deze brand zijn er een aantal constructieve gesprekken gevoerd met de gemeente Tytsjerksteradiel. Er is direct na de brand afgesproken om een nieuwe bedrijfshal/winkel middels een tijdelijke omgevingsvergunning te vergunnen. Ook is toen de afspraak gemaakt om een aantal wensen van de familie Van der Wal in een later stadium te concretiseren middels het wijzigen van het bestemmingsplan. Een van die wensen is om het bedrijfsterrein te vergroten. De reden is dat er te weinig ruimte is voor opslag van hout en andere materialen. Daarnaast maakt dit bestemmingsplan de bouw van één bedrijfswoning mogelijk en een wasplek voor materiaal/materieel mogelijk. Ook zullen er zonnepanelen worden gelegd op een gedeelte van een aangrenzend weiland ten westen van het plangebied. De gemeente staat in beginsel positief tegenover dit initiatief. Het plan is echter strijdig met het vigerende bestemmingsplan 'Correctieve herziening bestemmingsplan Buitengebied 2013'. Immers, de gronden waar deze uitbreiding moet plaatsvinden hebben geen bedrijfsbestemming. Het bestemmingsplan kent geen flexibiliteitsbepalingen die het planvoornemen mogelijk zou kunnen maken.
Met betrekking tot het plaatsen van de zonnepanelen is het plan strijdig met het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013'. Dit bestemmingsplan kent geen flexibiliteitsbepalingen die het plaatsen van zonnepanelen mogelijk zouden kunnen maken. Daarom is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. In deze toelichting wordt het beoogde plan omschreven en vindt een toetsing plaats aan het relevante ruimtelijke beleid en aan de wet- en regelgeving op het gebied van de milieu- en omgevingsaspecten.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
7
1.2 Ligging Het plangebied betreft de percelen Hardegarijp, sectie A, nummers 757, 758 (deels) 2196 (deels) en 2198 (deels) en wordt zowel ten westen, ten zuiden als ten noorden grotendeels begrenst door weilanden. Aan de oostzijde het bedrijf van de initiatiefnemer bevindt zich de woning Woudweg 17. Hier werken mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en kunnen gezelschappen van maximaal 20 personen verblijven. Op grote afstand bevindt zich aan de noordoostzijde van het plangebied de woning Woudweg 21. Het plangebied is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1. Plangebied.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
8
1.3 Vigerende bestemmingsplan Het plangebied is juridisch-planologisch geregeld in de bestemmingsplannen 'Buitengebied 2012' en 'Correctieve herziening bestemmingsplan Buitengebied 2013', respectievelijk door de gemeenteraad van Tytsjerksteradiel vastgesteld op 27 juli 2013 en 4 juli 2019. Op de gronden waar de bedrijfsuitbreiding moet plaatsvinden vigeert nu de bestemming ‘Agrarisch – Cultuurgrond’ en de dubbelbestemming Waarde - Landschap (Woudenlandschap). De voor ‘Agrarisch – Cultuurgrond’ aangewezen gronden zijn bestemd voor cultuurgrond met daaraan ondergeschikt o.a. paden en kavelontsluitingswegen, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Omdat er een bouwvlak ontbreekt mogen op deze gronden geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. De gronden met dubbelbestemming 'Waarde - Landschap (Woudenlandschap) zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden van het woudenlandschap met in achtneming van de specifieke kenmerken van de deelgebieden binnen het woudenlandschap.
Figuur 2. Fragment bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' en 'Correctieve herziening bestemmingsplan Buitengebied 2013'.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
9
1.4 Opzet van de toelichting De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgezet: • • • • •
In hoofdstuk 2 volgt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie; Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de relevante beleidskaders; In hoofdstuk 4 vindt een toetsing plaats aan de wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten; Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling van het plan; In hoofdstuk 6 wordt tenslotte de economische - en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan de orde gesteld.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
10
2 Planbeschrijving
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
11
2.1 Huidige situatie plangebied Op het voorterrein van het bedrijf is een grote loods met winkel en stellingen gesitueerd. Aan de noorzijde van het plangebied bevinden zich twee tijdelijke bedrijfswoningen en washok voor materiaal en materieel. Door ruimtegebrek is het westelijk deel van het plangebied momenteel al illegaal in gebruik als opslag voor hout, houtsnippers, houten bouwmaterialen en grond worden opgeslagen. Dit deel van het plangebied is grotendeels verhard met klinkers, asfalt en betonplaten. Tot ongeveer 2005 was het gehele terrein agrarisch gebied. Daarnaast is een deel van het plangebied gebruikt voor de opslag van boomstammen. Het overige deel is tot 2020 als weiland gebruikt. Vanaf circa 2010 ligt een gronddepot op deze locatie. Momenteel is het noordwestelijke deel van het plangebied ingericht voor de opslag van houtsnippers. Ten zuiden hiervan worden houten bouwmaterialen opgeslagen. Het zuidwestelijk deel van het plangebied is ingericht voor grondopslag. Het plangebied wordt middels een boomwal gescheiden van het achterliggend weiland. De huidige situatie is weergegeven in de figuren 3 tot en met 11.
Figuur 3. Het voorterrein met de nieuwe winkel en bedrijfsloods.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
12
Figuur 4. Het voorterrein met een deel van de stellingen.
Figuur 5. De eerste tijdelijke bedrijfswoning met op de achtergrond het washok voor materiaal/materieel.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
13
Figuur 6. De tweede tijdelijke bedrijfswoning.
Figuur 7. De houtzagerij die zich in de noordwestzijde van de bedrijfsloods zich bevindt.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
14
Figuur 8. Westelijk deel van het plangebied.
Figuur 9. Het westelijk deel van het plangebied (links) met laadgebouw voor elektrisch materieel.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
15
Figuur 10. Het westelijk deel van het plangebied waar o.a. houtsnippers worden opgeslagen.
Figuur 11. Het noordwestelijk deel van het plangebied waar hout wordt opgeslagen.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
16
2.2 Toekomstige situatie plangebied In de toekomstige situatie is er sprake van legaliseren van de bestaande situatie, maar ook om de vergunde bedrijfsloods en stellingen in één allesomvattend bestemmingsplan op te nemen. Op de westelijke gronden zullen met name hout, houtsnippers, houten bouwmaterialen en grond worden opgeslagen. Ook wil de initiatiefnemer hier een bouwvlak aan dit bestemmingsplan toevoegen voor een toekomstige overkapping c.q. bedrijfsloods. Hiermee worden twee aanwezige gebouwen gelegaliseerd, namelijk een gebouw waar materieel elektrisch wordt geladen en een overkapping/gebouw waar houtsnippers drogen. In het onderhavige bestemmingsplan worden ook de nieuwe bedrijfsloods met winkel, de stellingen, het washok en één bedrijfswoning opgenomen. Het bureau Apuls cijfers & advies heeft een investerings- en financieringsbegroting opgesteld m.b.t. de aanschaf van de elektrische machines en - vervoermiddelen voor de jaren 2024 tot en met 2026. De investerings- en financieringsbegroting is onderdeel van de financiële meerjarenplanning van Van der Wal Rondhouthandel VOF. De investeringsbegroting is bijgevoegd: zie bijlagen bij toelichting bijlage 1. Het huidige jaarverbruik ligt op basis van de laatste twee jaren op een verbruik tussen 100.000 en 110.000 Kwh. Het totale verbruik van stroom na investeren bedraagt dan rond de 400.000 Kwh per jaar.
Desondanks is besloten om het opwekvermogen van de zonnepanelen voor eigen gebruik in eerste instantie te maximaliseren tot 150.000 kwh. Bij toename van het opwekvermogen van de zonnepanelen voor eigen gebruik boven 150.000 kwh moet dit worden aangetoond aan de hand van energiefacturen. Het bureau Snoek Puur Groen is gevraagd om de toekomstige situatie landschappelijk op een verantwoorde wijze in te passen: zie figuur 12. Hierbij is rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische elementen en het verhogen van de biodiversiteit. Belangrijk is ook dat het zicht vanuit de Centrale As aan de noord- en westzijde wordt weggenomen. Daarom zal de bestaande elzensingel van het aangrenzende agrarisch perceel aan de westzijde worden verdicht. De dubbele elzensingel die het plangebied nu scheidt van dit agrarische perceel zal worden gedund door deze periodiek aan één zijde af te zetten. De bestaande sloot aan de noordzijde, gelegen op een afstand van ongeveer 50 meter van het plangebied zal worden verbreed. Aan de noordkant hiervan komt een flauwe oever voor meer biodiversiteit zorgt. Ook zal op het naastgelegen perceel waar de zonnepanelen worden gelegd een nieuwe elzensingel worden aangelegd en een nieuwe sloot van 3 meter breed worden gegraven met een natuurlijke flauwe oever.
Ook het huidige bedrijfsterrein zal met name aan de wegzijde opnieuw landschappelijke worden ingepast. Hier zullen bomen van de eerste orde, knotwilgen en een gemengde haag worden geplant en tevens een fruitgaard bij de bedrijfswoning worden aangelegd.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
17
Figuur 12. Landschappelijke inrichting zonnepanelen en bedrijf.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
18
3 Beleid
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
19
3.1 Rijksbeleid Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze visie vormt het (integrale) kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau in Nederland. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: • • •
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland (concurrerend); het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat (bereikbaar); het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke cultuurhistorische waarden behouden zijn (leefbaar en veilig).
Met deze structuurvisie brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts dertien nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In het Barro staan die regels, die als nationaal belang in de SVIR worden herbevestigd en die instemming van de Tweede Kamer heeft gekregen. De overige in de SVIR opgenomen nationale belangen die juridische borging vragen, zijn neergelegd in een aanvulling van het Barro. In de SVIR is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het bieden van ontwikkelingsruimte aan één bedrijf wordt in dit kader niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Conclusie Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro. Ook is hier de Ladder Duurzame Verstedelijking niet van toepassing.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
20
3.2 Provinciaal beleid Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de ‘Omgevingsvisie Fryslân – de romte diele’. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. De provincie heeft een viertal doelstellingen die ze als speerpunt wil behandelen. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoelt de provincie: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Fryslân is van alle mensen die er wonen, werken of te gast zijn. Voor dit bestemmingsplan is het onderwerp Vitaal daarbij van belang. Dit betekent dat de Friese steden, dorpen en het platteland leefbaar zijn en blijven. Dat er voldoende woningen, voorzieningen en bedrijvigheid zijn, en dat de bereikbaarheid goed is. Een sterke economie ligt hieraan ten grondslag. De onderhavige bedrijfsuitbreiding voldoet aan de volgende onderdelen die een vitale en veerkrachtige fysieke leefomgeving bevorderen: 1. Vitale en leefbare dorpen met florerende bedrijvigheid; 2. Optimale interne en externe bereikbaarheid, over weg; 3. Ruimtelijke kwaliteit van openbare ruimte en bebouwing. Ad 1. De gemeente wil dit florerend bedrijf graag behouden. Het zorgt voor werkgelegenheid in de regio.
Zeker niet te onderschatten is de bijdrage die dit bedrijf levert aan de leefbaarheid van omliggende dorpen in de vorm sponsoring van activiteiten. De bestaande winkel voorziet daarnaast in een grote behoefte van de inwoners van deze dorpen. Ad. 2. Dit bedrijf leent zich qua grootte en omvang niet voor een industrieterrein midden in een dorp. Door haar ligging ten opzichte van de Centrale As is dit bedrijf nu optimaal zowel intern als extern over de weg bereikbaarheid. Ad 3. Voor de ruimtelijk kwaliteit kan verwezen worden naar de toelichting paragraaf 2.2. Op 25 juni 2014 stelde het college van gedeputeerde staten van Fryslân de Verordening Romte Fryslân 2014 vast. Deze verordening betreft een integrale herziening van de eerdere provinciale verordening uit 2011 en is op 1 augustus 2014 in werking getreden. Met de verordening zijn concrete beleidsregels vastgelegd die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen (uit het streekplan) doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Als een (gemeentelijk) plan daaraan niet voldoet, zal de provincie een zienswijze indienen en eventueel een aanwijzing geven als daaraan onvoldoende tegemoet is gekomen. In de verordening is onderscheid gemaakt tussen het begrip bestaand stedelijk gebied en het begrip landelijk gebied.
Voor bestaand stedelijk gebied geldt een grotere mate van beleidsvrijheid voor het realiseren van stedelijke functies. Het plangebied ligt echter in het niet-stedelijk gebied. Desondanks biedt de verordening Romte in artikel 4.3.1 in combinatie met artikel 4.3.2 onder 2 een mogelijkheid voor het onderhavige initiatief. Op grond van artikel 4.3.1 van de verordening Romte kan in een ruimtelijk plan voor landelijk gebied uitbreiding worden toegestaan van een bestaand, niet aan het beheer, onderhoud of productievermogen van het
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
21
landelijk gebied gebonden bedrijf tot maximaal 50% van het bestaande bebouwde oppervlak en maximaal 50% van het bestaande bestemmingsvlak, indien in de plantoelichting is onderbouwd dat het bedrijf milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar is in de omgeving en het plan voorziet in een goede inpassing binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. De bestaande oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Bedrijf -2' bedraagt ongeveer 12.870 m². De oppervlakte van het toekomstig bestemmingsvlak bedraagt 19.990 m². Echter omdat de provincie adviseert om ook het perceel waarop de zonnepanelen worden geplaatst te bestemmen als 'bedrijf - 2' i.p.v. 'agrarisch' neemt het bestemmingsvlak toe tot 25.932 m². Daarmee wordt geanticipeerd op artikel 2.9 van de Omgevingsverordening Fryslân. Hierin staat dat de uitbreiding van het bestaande bedrijf meer dan 50% mag bedragen, mits de ontwikkeling een bijdrage levert aan andere opgaven en ambities, zoals herstel van biodiversiteit, energietransitie, klimaatadaptie of landschapsversterking. De bestaande oppervlakte van het bebouwd oppervlak bedraagt ongeveer 4.350 m². De oppervlakte van het toekomstig bebouwd oppervlak bedraagt 5.652 m². Daarmee blijft de uitbreiding binnen de 50% norm van het bestaand bestemmingsvlak en het bebouwd oppervlak.
Ontgrondingen Voor het verbreden van een watergang en de aanleg van een nieuwe watergang zullen gronden moeten worden afgevoerd. Hierop is de Ontgrondingenverordening Friesland van toepassing is. Er geldt een vrijstelling voor ontgrondingen, mits niet meer dan 10.000 m³ aan gronden wordt afgevoerd en de diepte van de ontgronding niet meer dan 2 meter bedraagt. De Ontgrondingenverordening Friesland geldt hier niet omdat niet meer dan 10.000 m³ aan grond wordt afgevoerd en de ontgronding niet dieper gaat dan 2 meter. Met dit planvoornemen wordt ongeveer 1185 m³ aan grond afgevoerd en zal er niet dieper dan 2 meter worden gegraven. Conclusie Met het oog op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen binnen het provinciaal beleid past.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
22
3.3 Gemeentelijk beleid In januari 2010 is de Structuurvisie 'Finster op Romte' door de gemeenteraad vastgesteld. De structuurvisie gaf de toekomstvisie weer van Tytsjerksteradiel tot het jaar 2020. Deze Structuurvisie is nog steeds van kracht, nu de nieuwe visie, te weten de Omgevingsvisie Tytsjerksteradiel 2021-2050, nog niet in werking is getreden. De gemeente wil de werkgelegenheid in de gemeente bevorderen door het voeren van een actief economisch beleid. Het beleid is erop gericht om bestaande bedrijven te behouden en voldoende ruimte te bieden aan de bedrijfsvoering. De gemeente stimuleert economische ontwikkeling door bestaande (ruimtelijke) potenties beter te benutten. Dragende elementen zijn o.a. een hoogwaardige infrastructuur en de kwaliteit en diversiteit van de groene omgeving. Bundeling en segmentering De gemeente kiest voor bedrijven die op bedrijventerreinen moeten worden gevestigd voor een bundelingsprincipe en segmentering van type bedrijvigheid. In relatie tot de aanleg van de Centrale As zijn, in overleg met de provincie Fryslân, ruimtelijke keuzes gemaakt voor nieuwe vestigingslocaties. Deze bestaan grotendeels uit de bekende planontwikkelingen. Bij de overige dorpen is alleen ruimte voor kleinschalige bedrijven via maatwerkoplossingen. De uitbreiding van het bedrijf van de initiatiefnemer valt onder de categorie maatwerkoplossingen.
Zorgvuldig ruimtegebruik Op rijksniveau zijn afspraken gemaakt over het toepassen van de zogenaamde SER-ladder bij de aanleg voor nieuwe vestigingslocaties. De gemeente onderschrijft dit afwegingskader. Waar mogelijk (en gewenst) zal herstructurering van bestaande terreinen plaatsvinden. Inzet blijft zorgvuldig ruimtegebruik door intensivering en een kwaliteitsimpuls. Bij aanleg van nieuwe terreinen wil de gemeente op een zorgvuldige wijze met ruimte omgaan. De zogenaamde SER-ladder is hier niet van toepassing. De uitbreiding van dit bedrijf blijft binnen de gestelde normen van de provinciale verordening Romte. Er is sprake van uitbreiden van een bestaand bedrijf. Conclusie Gelet bovenstaande voldoet het onderhavige bestemmingsplan aan het gemeentelijk beleid zoals is verwoord in de structuurvisie 'Finster op Romte'.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
23
4 Omgevingsaspecten
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
24
4.1 Bedrijven en Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden aangetoond dat een planvoornemen buiten de invloedssfeer van eventuele hinderlijke activiteiten in de omgeving valt en daarnaast geen belemmeringen oplevert voor nabijgelegen functies. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. In de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype 'rustige woonwijk of rustig buitengebied' wordt functiescheiding nagestreefd. Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies inhoudt.
Bij het omgevingstype 'gemengd gebied' is sprake van functiemenging. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Hiertoe mogen de aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (de afstandsstap van 100 mag naar 50 meter, van 30 naar 10 en van 10 naar 0.). Het plangebied maakt deel uit van een houthandelbedrijf/houtbewerkingsbedrijf in combinatie met productiegebonden detailhandel, uitsluitend ten behoeve van de uitstalling en verkoop van goederen die ter plaatse door het bedrijf worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces. Er is sprake van een categorie 3.2 bedrijf: houtzagerijen. Voor dit bedrijf geldt op basis van VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering een richtstafstand van 100 meter. Echter, er is hier sprake van een omgevingstype 'gemengd gebied. De minimale richtafstand mag daarom worden teruggebracht naar 50 meter. De VNG-brochure geeft de volgende definitie aan voor een gemengd gebied: 'Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid.' Aan de Woudweg bevinden zich naast woningen ook bedrijven en agrarische (bouw)percelen.
Ook is er sprake van lintbebouwing. Omdat geluidsgevoelige objecten binnen de richtafstand aanwezig zijn heeft het bureau DGMR een onderzoek uitgevoerd met als doel aan te tonen op welke wijze sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geluid in de omgeving van het bedrijf: zie bijlagen bij toelichting bijlage 2. Het beoordelen van het woon- en leefklimaat bij deze geluidgevoelige objecten gebeurd volgens de verdere stappen in de VNG-publicatie. Hierbij gaat het om de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidsniveaus als gevolg van de representatieve invulling van de maximale planmogelijkheden. Uit het onderzoek volgt dat ten aanzien van de representatieve invulling van de maximale planmogelijkheden:
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
25
• •
de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voldoen aan stap 3 uit de VNG-publicatie; de maximale geluidsniveaus voldoen niet aan stap 2 en 3 uit de VNG-publicatie.
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de beoordelingspunten bedraagt ten hoogste 46 dB(A) in avondperiode en overschrijdt de toetsingswaarden vanuit stap 2 van de de VNGpublicatie met 1 dB. In paragraaf 5.4.1 van het onderzoeksrapport is de onderbouwing opgenomen waarom de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus geen afbreuk doen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de naastgelegen woning. Maximale geluidsniveaus Het maximale geluidsniveau op de beoordelingspunten bedraagt ten hoogste 66 dB(A) in avondperiode en overschrijdt de toetsingswaarden vanuit de VNG-publicatie met 1 dB. Met het publiceren van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is voor piekgeluiden een nieuwe norm bekendgemaakt. Van der Wal kan aan deze nieuwe norm voldoen, zowel voor de gevel als in gevoelige ruimten. In paragraaf 5.4.2 van het onderzoeksrapport is de onderbouwing opgenomen waarom de optredende maximale geluidsniveaus geen afbreuk doen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de naastgelegen woning. Conclusie Het planvoornemen kan met betrekking tot de aspecten Milieuzonering als uitvoerbaar worden geacht.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
26
4.2 Geluid In 1979 is de Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. De Wgh is erop gericht de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai te voorkomen en te beperken. Deze wet is in de loop van de afgelopen jaren diverse malen gewijzigd. In de Wgh is bepaald dat bij elke weg in beginsel een (geluids)zone aanwezig is. Dit met uitzondering van wegen binnen woonerven en wegen waarop een snelheid van ten hoogste 30 km per uur is toegestaan. Het verrichten van een akoestisch onderzoek is in het voorliggend bestemmingsplan wel noodzakelijk omdat bedrijfswoningen volgens de Wgh geluidsgevoelig objecten zijn. Door het bureau DGMR is een onderzoek (zie bijlagen bij toelichting bijlage 3) uitgevoerd ter vaststelling van de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de bedrijfswoning binnen dit bestemmingsplan. Het doel van dit akoestisch onderzoek is het bepalen van de toekomstige geluidsbelasting op de reeds gerealiseerde bedrijfswoning om aan te tonen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De geluidsbelasting vanwege de Woudweg bedraagt inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh bij de bedrijfswoning ten hoogste 58 dB. De geluidsbelasting van de N356 voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Vastgesteld is dat bron- en overdrachtsmaatregelen op bezwaren stuiten. Hierdoor is het van belang bouwkundige maatregelen toe te passen.
Vervolgens is het voor de realisatie van de woning nodig dat de gemeente een hogere grenswaarde van 58 dB vaststelt voor de bedrijfswoning. Hiervoor is een procedure tot vaststelling hogere waarde nodig. Op basis van de gecumuleerde geluidsbelasting exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh is vastgesteld dat de karakteristieke geluidswering van de bedrijfswoning ten minste de volgende waarden moet behalen om een aanvaardbaar binnenniveau volgens het Bouwbesluit te garanderen 30 dB. Deze geluidswering is, met voldoende aandacht voor de bouwkwaliteit, bouwkundig realiseerbaar. Op basis hiervan concluderen wij dat er in de toekomstige bedrijfswoning bij het toepassen van de juiste gevelconstructie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Deze geluidswering is bouwkundig realiseerbaar. Wel vergt dit de nodige aandacht op de juiste toepassing van materialen en kier- en naaddichting van de gevel. Conclusie Allesomvattend kan worden geconcludeerd, met het bovenstaande in acht genomen, dat het milieuaspect geluid geen belemmering vormt voor de realisatie van de bedrijfswoning en de bijbehorende ruimtelijke procedures.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
27
4.3 Waterhuishouding / watertoets In onder ander de Europese Kaderrichtlijn water, het Nationaal Waterplan en de adviezen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw is het beleid met betrekking tot het water(beheer) vastgelegd. Het beleid is gericht op het duurzaam behandelen van water. Dit betekent onder andere het waarborgen van voldoende veiligheid en het beperken van de kans op hinder vanwege water. In de nota Anders omgaan met water is bepaald dat de gevolgen van (ruimtelijke) ontwikkelingen voor de waterhuishouding uitdrukkelijk in onder andere bestemmingsplannen moeten worden overwogen. Hiervoor moet de zogenoemde watertoets worden uitgevoerd. De watertoets is het vroeg informeren (van de waterbeheerder), het adviseren (door de waterbeheerder), het overwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige belangen in ruimtelijke plannen en besluiten. Op 22 december 2009 is de Waterwet (Wtw) in werking getreden. Uitgangspunt van de Wtw is een volledig beheer van het watersysteem. Op grond van de Wtw is er ook een goede samenhang tussen het waterbeleid en de ruimtelijke ordening. Ook het Bro bepaalt dat een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwingen inzicht moet geven in de gevolgen van het project voor de waterhuishouding en hoe deze gevolgen in planologische ontwikkelingen zijn betrokken. De waterbeheerder in het plangebied is Wetterskip Fryslân.
Voor het overleg op grond van artikel 3.1.1. van het Bro wordt Wetterskip Fryslân gevraagd het voorliggende bestemmingsplan te beoordelen en een advies voor de watertoets te geven. Voor deze beoordeling is als format de digitale watertoets ontwikkeld. Met de digitale watertoets kunnen watertoetsen worden aangevraagd voor alle ruimtelijke plannen. De digitale Watertoets (zie: bijlagen bij toelichting bijlage 4) bepaalt welke procedure moet worden doorlopen voor de watertoets. De watertoets wijst uit dat op dit plan de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee rekening moet worden gehouden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen.
Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de belangrijkste wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
28
Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer 1500 m² in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. De toename van het verhard oppervlak heeft louter betrekking op het verharden (beton) van het terrein en de aanwezigheid van (illegale) gebouwen. In deze situatie neemt de verharding met 6000 m² toe. Hiervan moet 10% van 6000 m² gecompenseerd worden, oftewel 600 m². Gekozen is voor de volgende compenserende maatregelen: • •
Aan de noord- en westzijde zullen bestaande sloten met een lengte van 250 meter met 1,80 meter worden verbreed; Het graven van een nieuw sloot in het perceel 759 met een lengte van 50 meter en 3 meter breed.
In figuur 13 is de nieuwe situatie weergegeven.
Figuur 13. Situering nieuw te graven en te verbreden sloten.
Het terrein rond de houthandel is variabel in hoogte. Het verdient in dat soort gebieden voorkeur om water zo lang mogelijk vast te houden en zo langzaamaan mogelijk af te voeren. Het aanleggen van berging (compensatie) heeft het meeste nut in de wat lagere delen. Daar waar het water van nature hee wil. In overleg met Wetterskip Fryslân zal worden beoordeeld op welke wijze het water vanaf verhard oppervlak kan worden vastgehouden en vertraagd kan worden afgevoerd. Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
29
Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Meer informatie hierover is te vinden op ‘De Friese klimaatatlas’: www.frieseklimaatatlas.nl Conclusie Omdat er geen aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan en er ook geen sprake is van toename van verharding is het aspect water geen belemmerende factor voor het voorliggende bestemmingsplan.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
30
4.4 Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke plannen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Door de provincie Fryslân is de Cultuurhistorische Kaart (CHK2) gemaakt. Hierop is informatie opgenomen over cultuurhistorische waarden. Uit de CHK 2 blijkt dat in het plangebied slechts één bijzondere cultuurhistorische waarde aanwezig is. Uit de CHK 2 blijkt namelijk dat over het erf van het perceel ooit een ooit een verhard pad in noordelijke richting liep. CHK 2 verschaft verder geen informatie over dit pad dat verdwenen is. Op het gehele perceel ligt wel de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap (Woudenlandschap). De ze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden van het woudenlandschap. De kenmerkende waarden van het woudenlandschap zoals houtsingels, dykswâlen en verkavelingstructuren worden door middel van een vergunningenstelsel beschermd. Op basis van een inventarisatie van o.a.
singels en dykswâlen is een zgn. houtsingelkaart gemaakt. Hierop wordt aangegeven welke singels en dykswâlen in stand moeten blijven en welke eventueel kunnen worden verwijderd (mits gecompenseerd). De houtsingelkaart is als bijlage bij de planregels gevoegd.
Figuur 14. Fragment Cultuurhistorische Kaart Fryslân.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
31
Conclusie Er is in onderhavig bestemmingsplangeen geen sprake van extra bouwmogelijkheden of het slopen gewijzigd. De hierboven aangehaalde bijzondere cultuurhistorische waarde binnen het plangebied in de vorm van een verhard pad is niet meer aanwezig en kan dus ook niet worden aangetast. De kenmerkende waarden van het woudenlandschap zoals houtsingels, dykswâlen en verkavelingstructuren worden door middel van een vergunningenstelsel beschermd. Dit bestemmingsplan past daarom in het beleid met betrekking tot het behoud van cultuurhistorische waarden en het gebouwd erfgoed.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
32
4.5 Archeologie Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg is het noodzakelijk in ruimtelijke plannen aandacht te besteden aan mogelijk aanwezige archeologische waarden in het betreffende plangebied. De provincie heeft op haar website een kaart (Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra, FAMKE) geplaatst, waarop staat aangegeven in welke gebieden een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd en in welke gevallen dit onderzoek achterwege kan blijven. Op de FAMKE is het plangebied wat betreft mogelijke archeologische waarden uit de steentijd-bronstijd aangeduid als 'onderzoek bij grote ingrepen' (zie figuur 15). Van deze gebieden wordt vermoed, op basis van eerder onderzoek dat eventuele aanwezige archeologische resten uit de steentijd al ernstig verstoord zijn. Voor de meeste kleine ingrepen is hier dan ook geen verder onderzoek noodzakelijk. Diepere sporen en vondsten kunnen evenwel nog intact zijn. Een uitzondering wordt gemaakt voor zeer omvangrijke ingrepen van meer dan 2,5 hectare. Voor dergelijke grote ingrepen adviseert de provincie een karterend proefsleuvenonderzoek.
Figuur 15. Fragment van de Famke, steentijd-bronstijd (bron: provincie Fryslân).
Wat betreft mogelijke archeologische waarden uit de ijzertijd-middeleeuwen is het plangebied op de FAMKE aangeduid als 'karterend onderzoek 3 (zie figuur 16). In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg en vol-middeleeuwse veenontginningen. Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het plangebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5000 m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
33
Figuur 16. Fragment van de Famke, ijzertijd - middeleeuwen (bron: provincie Fryslân).
Door het archeologisch bureau De Steekproef is een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd: zie bijlagen bij toelichting bijlage 5. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem van het onderzoeksgebied deels is verstoord door de bouw en sloop van eerdere bebouwing. Hierdoor is een dik pakket puin, opgebrachte en verstoorde grond aanwezig in het plangebied waarin geen archeologisch relevante sporen aanwezig zullen zijn. In het noordoostelijke en zuidwestelijke deel is vanaf 35 centimeter onder maaiveld een (deels) intacte podzolbodem aangetroffen. Omdat het plangebied grotendeels tot grote diepte is verstoord en er bij het zeven van de podzolbodem geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen, achten De Steekproef geen verder archeologisch onderzoek nodig en adviseren zij om het plangebied wat betreft de archeologie vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hier direct melding te doen bij de gemeente Tytsjerksteradiel. Conclusie Op grond van een inventariserend archeologisch veldonderzoek kan gesteld worden dat het planvoornemen niet door archeologische waarden binnen het plangebied wordt belemmerd.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
34
4.6 Bodem In opdracht van Van der Wal Hout is door WMR Rinsumageest bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Woudweg 19 in Noardburgum: zie bijlagen bij toelichting bijlage 6. Aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Ter plaatse van de onderzoekslocatie (oppervlakte circa 3.200 m²) zijn 15 boringen verricht. Boring 1 is afgewerkt met een peilbuis. Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en/of asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. Van de grond zijn drie mengmonsters samengesteld. Van het grondwater is separaat een monster genomen. De monsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het basispakket van de NEN 5740. De analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn als volgt: • • • •
in één mengmonster van de grond (MM1) zijn geen verhoogde gemeten; in één mengmonster van de grond (MM2) is voor minerale olie een licht verhoogd gehalte gemeten; in één mengmonster van de grond (MM3) is voor lood een licht verhoogd gehalte gemeten; in het grondwater (peilbuis 1) zijn voor barium en koper licht verhoogde concentraties gemeten.
Hieronder volgt een beknopte bespreking van de geconstateerde verontreinigingen. Verhoogde gehalten in de grond Een duidelijke oorzaak voor de licht verhoogde gehalten aan minerale olie en lood in de grond is niet aan te geven. De verhoogd gemeten gehalten zijn dusdanig (alleen overschrijdingen van de achtergrondwaarde) dat aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is. Verhoogde concentraties in het grondwater Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk) verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentraties aan barium en koper hebben vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. De gemeten concentraties zijn daarnaast dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
35
Afvoer van grond Bij afvoer van grond vanaf het perceel dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. De mengmonsters zijn indicatief getoetst aan de normen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mengmonsters MM1 en MM3 worden beoordeeld als klasse Achtergrondwaarde (altijd toepasbaar). MM2 wordt beoordeeld als klasse Industrie. In 2022 heeft de WMR een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de nieuw te bouwen bedrijfsloods en een OBAS (olieafscheider) uitgevoerd (zie bijlagen bij toelichting bijlage 7). De analyseresultaten van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek zijn als volgt: NIEUWBOUWLOCATIE • •
•
• •
in het eerste mengmonster van de bovengrond (MMbg1) zijn geen verhoogde gehalten gemeten; in het tweede mengmonster van de bovengrond (MMbg2) is voor molybdeen een licht verhoogd gehalte gemeten. Het zinkgehalte is matig verhoogd en het gehalte aan nikkel is sterk verhoogd; na uitsplitsing van de deelmonsters van het mengmonster van de bovengrond (MMbg2) is ter plaatse van een tweetal boringen voor zink een licht verhoogd gehalte gemeten. Voor nikkel zijn geen verhoogde gehalten gemeten; in het mengmonster van de ondergrond (MMog1) zijn geen verhoogde gehalten gemeten; in het grondwater (peilbuis 1) zijn voor diverse parameters licht verhoogde concentraties gemeten. Voor nikkel is in eerste instantie een sterk verhoogde concentratie gemeten. Na herbemonstering is geen verhoogde concentratie aan nikkel gemeten.
OBAS • •
in het mengmonster van de ondergrond (MMog2) zijn geen verhoogde gehalten gemeten; in het grondwater (peilbuis 4) is voor minerale olie een licht verhoogde concentratie gemeten.
De matig en sterk verhoogde gehalten aan zink en nikkel zijn in het aanvullend onderzoek niet opnieuw aangetoond. Het separaat analyseren van de deelmonsters geeft aan dat er geen matig tot sterk verhoogde gehalten aanwezig zijn. Mogelijk dat in het mengmonster een metaaldeeltje de verhoogde gehalten veroorzaakt heeft. Een duidelijke oorzaak voor de licht verhoogde gehalten aan molybdeen en zink is niet aan te geven. De gemeten gehalten zijn echter dusdanig (alleen overschrijdingen van de achtergrondwaarde) dat een aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is. Van de zware metalen is bekend dat deze in verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat daarvoor een duidelijke oorzaak is aan te wijzen. De licht verhoogde concentraties hebben mogelijk (deels) een natuurlijke oorsprong. De voormalige bedrijfsactiviteiten kunnen ook een oorzaak zijn. Dit geldt mogelijk voor enkele zware metalen en voor de licht verhoogde concentraties aan naftaleen en minerale olie. De gemeten concentraties zijn echter dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat een aanvullend onderzoek naar deze parameters in het kader van de Wet Bodembescherming niet noodzakelijk is.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
36
Bedrijfswoning Het bodemloket is geraadpleegd (zie figuur 17). Hieruit blijkt de activiteiten en/of de onderzoekslocatie m.b.t. de bedrijfswoning in het verleden voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.
Figuur 17. Achtergrond kaart Bodemloket (Bron: bodemloket.nl).
Het plangebied m.b.t. de bedrijfswoning heeft momenteel de enkelbestemming 'Agrarisch Cultuurgrond'. In voorliggend bestemmingsplan krijgt het plangebied m.b.t. de bedrijfswoning de bestemming 'Bedrijf - 2'. Het gebruik in de voor bodemverontreiniging relevante periode is braakliggend terrein geweest. Er is zodoende geen sprake van een verdachte locatie. Conclusie Op basis van de gemeten gehalten in de grond en het grondwater is de gestelde onderzoekshypothese, een verdachte locatie, formeel gezien juist. De gemeten gehalten zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygienisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
37
4.7 Ecologie Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. In opdracht van Jouke Dantuma Advies heeft Vonk Ecologie een ecologische quickscan (zie: bijlagen bij toelichting bijlage 8) uitgevoerd. Het doel van deze quickscan is om te bepalen of het perceel leefgebied is van beschermde soorten en/of soortgroepen en of het gebruik van dit perceel een negatieve invloed heeft op de eventueel aanwezige beschermde soorten op het perceel of dichtbij de locatie. Soortenbescherming Vaatplanten Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Gezien het perceel grotendeels voorzien is van verharding en delen met verruiging op voedselrijke grond zijn er ook geen beschermde soorten in de toekomst te verwachten. Geschikte groeiplaatsen voor beschermde soorten ontbreken op het perceel zoals voedselarme bodems en plasdrasgebieden.
Door de beoogde werkzaamheden worden geen beschermde planten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.5 en 3.10 uit de Wet Natuurbescherming. Jaarrond beschermde vogels met nesten Bijvoorbeeld het nest van de Huismus, Gierzwaluw, roofvogels en uilen is jaarrond beschermd. Deze bescherming is er omdat deze soorten het nest niet alleen tijdens de broedperiode gebruikt, maar mogelijk het hele jaar door als rustplaats of omdat bepaalde vogelsoorten nogal honkvast zijn en dus graag wederkeren naar het nest van het vorige jaar (Gierzwaluw). Het perceel is ongeschikt voor vogels met jaarrond beschermd nest. Ook ontbreekt geschikte bebouwing. Door de beoogde werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming. Alle broedende vogels met nesten Diverse plekken op het terrein zijn geschikt voor broedvogels. In het kader van de algemene zorgplicht dient er altijd voorafgaand aan werkzaamheden (bijvoorbeeld weghalen takkenhopen of stammen) gecheckt te worden of er genesteld wordt. Bij een aangetroffen broedgeval dient gewacht te worden met de werkzaamheden totdat het nest verlaten is. Door de beoogde werkzaamheden worden geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.
Amfibieën, vissen en reptielen In- en rond de watergang kunnen amfibieën en vissen aanwezig zijn. Tijdens werkzaamheden dichtbij de watergang dient in het kader van de algemene zorgplicht rustig en vanuit één richting gewerkt te worden zodat de dieren de kans hebben om te vluchten. Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
38
Vleermuizen De bomen of bouwwerken zijn ongeschikt voor vleermuizen om te verblijven. Wel kan de bomensingel gebruikt worden om langs te navigeren. Bij plannen om de bomensingel te verwijderen zal allereerst nader onderzoek plaats moeten vinden naar de functie van de bomensingel voor vleermuizen. Sporadisch kan het perceel gebruikt worden om te foerageren. Echter is dit geen essentieel foerageergebied gezien het landschap rondom het perceel dat gebruikt zal worden door vleermuizen om te foerageren. Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming. Grondgebonden zoogdieren Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten op het perceel niet te verwachten (alleen algemeen voorkomende soorten waarvoor een vrijstelling geldt). Hiermee dient, in het kader van de Algemene Zorgplicht, tijdens werkzaamheden rekening gehouden te worden door rustig en vanuit één richting te werken zodat de dieren de kans hebben om te vluchten. Echter beschermde soorten zijn in de omgeving aanwezig. Sporadisch kunnen diverse soorten het perceel bezoeken om te foerageren.
Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden, rekening houdende met bovenstaande, geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura2000 In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen (significante aantasting) vanuit natuurwetgeving voor beschermde gebieden. Beschermde gebieden die hieronder vallen zijn: • • •
Natura2000 gebieden Natuurnetwerk Nederland Natuurbeheerplan Fryslan 2022
Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied ligt op circa 5 km afstand. Gezien de aard van de werkzaamheden en afstand zijn negatieve effecten niet te verwachten. Ter verificatie is separaat een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd: zie bijlagen bij toelichting bijlage 9. Hieruit blijkt dat de toegestane grenswaarde van 0,00 mol N/ha/jr niet wordt overschreden. De locatie ligt op ruime afstand van de gebieden vallend onder de NNN-gebieden. Gezien de aard van de werkzaamheden en het gebruik zijn negatieve effecten op het NNN-gebied uitgesloten. Conclusie Met betrekking tot de ecologie is er geen bezwaar om de beoogde plannen uit te voeren. Gezien de aard en omvang van de beoogde plannen zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten of gebieden te verwachten. Ten alle tijden dient rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht. Daarnaast wordt initiatiefnemer - om een steentje bij te dragen aan de natuur en biodiversiteit - in dit onderzoek gewezen op de mogelijkheden van Natuurinclusief bouwen.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
39
4.8 Luchtkwaliteit Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de hiervoor gestelde grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 μg/m3 NO2 of PM10) wordt als ‘niet in betekenende mate’ beschouwd. Het project is ‘in betekende mate’ als de toename voor één of beide stoffen hoger is. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een substantiële toename van het aantal voertuigbewegingen per weekdagetmaal leidt. Het aantal vervoersbewegingen zal maximaal met 50 toenemen. Het aandeel vrachtverkeer hierin is 20%. Aan de hand van de NIBM-tool kan berekend worden wat het effect is van het planvoornemen. Figuur 18 geeft de uitkomsten hiervan weer.
Figuur 18. UItkomst NIMB-tool (bronL infomil.nl).
Conclusie Uit de NIBM-tool blijkt dat de bijdrage van dit extra verkeer niet in betekende mate is. Nader onderzoek is dan ook niet nodig.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
40
4.9 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden).
Het transporteren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Conclusie Ter plekke van de projectlocatie zijn conform de professionele risicokaart geen risicobronnen aanwezig waarvan de risicocontouren of de invloedsgebieden over de projectlocatie liggen. De wet- en regelgeving betreffende de externe veiligheid heeft dan ook geen gevolgen voor dit planvoornemen.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
41
4.10 Verkeer en parkeren Het planvoornemen brengt nauwelijks extra verkeersbewegingen met zich mee. De Woudweg is hierop berekend. Het parkeren kan op eigen erf plaatsvinden.
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
42
5 Toelichting op de regels
Toelichting bestemmingsplan Noardburgum – Woudweg 19
43
5.1 Inleiding |Wat is een bestemmingsplan Een bestemmingsplan bepaalt hoe de gronden gebruikt mogen worden, of er ergens gebouwd mag worden en wat voor bebouwing dat mag zijn. Het gaat om het toelaten van bepaalde gebruiksmogelijkheden (toelatingsplanologie). De grondgebruiker (zoals eigenaar, huurder) mag de functie die het bestemmingsplan geeft uitoefenen. De grondgebruiker kan niet worden verplicht om een aangewezen bestemming daadwerkelijk te realiseren, met uitzondering van een kwalitatieve rechterlijke verplichting. De grondgebruiker mag geen andere functies uitoefenen die in strijd zijn met de gegeven bestemming, of in strijd met het bestemmingsplan bouwen. Het is belangrijk om voor de toekomstige en bestaande bebouwing en functies een bestemmingsregeling te ontwerpen die zo veel mogelijk ruimte biedt voor verandering en aanpassing aan veranderende wensen. Het plan dient, met andere woorden, flexibel en doelmatig te zijn, en dient rechtszekerheid te bieden over de ruimte voor verandering. Daar staat tegenover, dat het plan de nodige bescherming moet bieden tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming.