CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

06 - Bijlage 1 - Onderzoeksrapport RKC inwonersinitiatieven

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 26 januari 2023, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Onderzoeksrapport rekenkamercommissie over inwonersinitiatieven (besluitvormend, bespreekstuk)27.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Rekenkamercommissies Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

Rekenkameronderzoek 2022 Gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

Inwonersinitiatieven

Colofon De rekenkamercommissies van Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel willen met hun werkzaamheden bijdragen aan de kwaliteit van het lokale bestuur in de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel, aan de transparantie van het gemeentelijke handelen en de versterking van de publieke verantwoording daarover. De commissies doen dat door de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het door de gemeenten gevoerde of te voeren beleid en bestuur te onderzoeken en de gemeenteraden hierover te rapporteren en te adviseren. De commissies hebben een onafhankelijke positie binnen de gemeenten. Zij bestaan uit externe leden, die geen binding hebben met het gemeentelijke apparaat en een ambtelijk secretaris. Sinds 1 januari 2015 vormen de beide rekenkamercommissies een personele unie met dezelfde leden. Nadere informatie vindt u op de websites van de gemeenteraden van de beide gemeenten: ✓ raad-achtkarspelen.nl ✓ raad.t-diel.nl Samenstelling ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

G.S.H. (Guus) Janssen, voorzitter E.A.M. (Erik) de Swart, lid en vicevoorzitter H.S. (Hayo) Halbersma, lid J.P.M. (Hanneke) Vervoort, lid R. (Renny) de Vries-Mulder, ambtelijk secretaris rekenkamercommissie Achtkarspelen ✓ H. (Hillie) de Koe, ambtelijk secretaris rekenkamercommissie Tytsjerksteradiel

Contact ________________________________ Rekenkamercommissie Achtkarspelen Postbus 2 9285 ZV Buitenpost raadsgriffie@achtkarspelen.nl 0511 - 54 86 98

Rekenkamercommissie Tytsjerksteradiel Postbus 3 9250 AA Burgum griffie@t-diel.nl 0511 - 46 09 32

Rekenkamercommissies Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

Aan de gemeenteraden van Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen Postbus 3 / Postbus 2 9250 AA Burgum / 9285 ZV Buitenpost

Burgum/Buitenpost, 15 augustus 2022

behandeld door: telefoonnummer: uw brief van: uw kenmerk: onderwerp:

Anna Dam / Renny de Vries-Mulder 0511-460932 / 0511-548698 Rekenkameronderzoek 2022 naar inwonersinitiatieven Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

Geachte raadsleden,

Enigszins later dan gepland bieden de rekenkamercommissies u hierbij aan het eindrapport ’Onderzoek naar inwonersinitiatieven‘. Bij het aantreden van beide vorige raden is erg ingezet op het bevorderen van inwonersinitiatieven. Ten tijde van het verstrijken van deze raadsperiode werd vanuit de raad van Tytsjerksteradiel gevraagd te onderzoeken hoe het is vergaan rond de genomen initiatieven. De bevindingen zijn over het algemeen zeer positief. In deze aanbiedingsbrief presenteren wij u graag de hoofdconclusies en doen nog enkele aanbevelingen. Het onderzoek is uitgevoerd door het bureau Partners+Pröpper. Voor de aanpak van het onderzoek en de inhoudelijke bevindingen per initiatief verwijzen wij u naar het onderzoeksrapport. In deze aanbiedingsbrief gaan we in op de hoofdconclusies die we uit dit rapport kunnen trekken en doen u enkele aanbevelingen. De belangrijkste conclusies zijn: 1. Beide gemeenten stimuleren dat inwoners zich inzetten om een bijdrage te leveren aan de lokale samenleving en de kwaliteit van hun eigen leefomgeving. De bijdrage van de gemeenten heeft daarbij allerlei vormen. Zij stellen financiële middelen ter beschikking zoals subsidies maar ook materiële en immateriële middelen. Daarin verschillen de gemeenten niet van elkaar. De werkwijze van de gemeenten is wel verschillend:

•

De werkwijze van de gemeente Tytsjerksteradiel is voor inwoners met een initiatief voorspelbaar en navolgbaar. Ook biedt de gemeente hulp aan inwoners om een idee voor een initiatief uit te werken en de kans op samenwerking met de gemeente te vergroten. • De gemeente Achtkarspelen werkt vooral pragmatisch. Inwoners kunnen bij de gemeente aankloppen voor hulp, maar hebben vooraf geen zicht op hoe de gemeente hun idee zal behandelen. Ondanks deze verschillen in aanpak concluderen we dat in beide gemeenten een aanzienlijk aantal initiatieven is ontstaan en succesvol is afgerond. 2. Beide gemeenten stellen inwoners in staat om initiatieven te ontplooien en de doelen van initiatiefnemers te realiseren. Hoewel de gemeenten dat met een verschillende werkwijze doen (zie conclusie 1), ervaren initiatiefnemers van beide gemeenten dat hier de juiste voorwaarden voor worden ingevuld. Tegelijkertijd geven initiatiefnemers en de gemeenten aan dat er nog ruimte is voor verbetering. Zij benoemen hierbij de volgende punten: • •

Het is moeilijk om complexe en langlopende initiatieven ook langdurig permanent vanuit de gemeente te ondersteunen. De gemeente is niet de enige samenwerkingsspeler voor initiatiefnemers. Zij vragen ook aan andere spelers om een bijdrage te leveren, maar krijgen daarbij niet altijd gehoor omdat de prioriteiten van deze spelers dan anders liggen.

Op grond van de bevindingen en conclusies willen we beide raden eerst één identieke aanbeveling doen. Aanbeveling algemeen: Maak in de afweging om wel of niet een bijdrage te leveren aan een initiatief, in welke vorm dan ook, een onderscheid tussen inwonersinitiatieven waarbij de initiatiefnemers voor een substantieel deel zelf de realisatie ter hand kunnen nemen en inwonersinitiatieven waarbij in feite de gemeente de realisatie op zich neemt. In het eerste geval is er sprake van een ondersteunende rol van de gemeente, in het tweede geval heeft de gemeente veel meer een sturende en verantwoordelijke rol. De samenwerking tussen de gemeente en initiatiefnemers verschilt en het is belangrijk, met oog op heldere verwachtingen over en weer, dat vooraf helder te hebben. Naast bovenstaande voor beide gemeenten gelijkluidende aanbeveling, zouden we de raad van de gemeente Achtkarspelen nog twee andere aanbevelingen willen meegeven. 1. Vraag het college het beleid en afwegingskader nader uit te werken en voor een ieder transparant te maken. Dit om elke schijn van willekeur in geboden steun in de toekomst te voorkomen, de besluitvorming van het gemeentebestuur voor initiatiefnemers meer voorspelbaar en navolgbaar te maken en de raad te helpen om met een vast afwegingskader besluiten te laten nemen over het wel of niet ondersteunen van een initiatief.

Dit geldt des te meer voor langdurige en complexere initiatieven waarbij initiatiefnemers vragen om een langdurige bijdrage van en samenwerking met de gemeente.

2. Richt een participatieplatform op dat initiatiefnemers en de gemeente helpt om een oproep te plaatsen voor hulp. Denk aan het vragen om een bijdrage van andere instellingen, maar ook om een oproep voor vrijwilligers. De gemeente Tytsjerksteradiel biedt al een dergelijk platform aan, zelfs online. Wellicht dat een vergelijkbare (of identieke) opzet kan worden ingezet.

Met vriendelijke groet,

namens de rekenkamercommissies van Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen,

Guus Janssen Voorzitter

Bijlage: Onderzoeksrapport

Eindrapport van bevindingen

Onderzoek naar inwonersinitiatieven

Een onderzoek van de rekenkamercommissies Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel

Noordwijk, 12 juli 2022

Van

Ing. Peter Struik MBA Hilda Sietsema Mirjam van Haeften BSW www.partnersenpropper.nl www.opgavengestuurdwerken.nl

Inhoudsopgave Inleiding ...........................................................................................................1

Deel I

Doel, centrale vraag en aanpak ............................ 3

1

Doel, onderzoeksvragen en reikwijdte ..................................................... 4

2

Aanpak van het onderzoek ...................................................................... 6

Deel II

De Bevindingen .................................................. 8

1

Deelvragen ............................................................................................. 9

2

Inventarisatie van inwonersinitiatieven .................................................. 10

2.1 2.2 2.3 2.4

Aanpak inventarisatie ............................................................................................. 12 Realisatiekracht voor het realiseren van publieke doelen ....................................... 13 Samenwerkingspartners van initiatieven: wie helpen mee, wie stimuleert? ........... 17 Democratisch samenspel....................................................................................... 20

3

Het beleid van de gemeenten ................................................................. 21

3.1 3.2

Het beleid van de gemeente Achtkarspelen .......................................................... 22 Het beleid van de gemeente Tytsjerksteradiel........................................................ 23

4

De praktijk .............................................................................................25

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Inwonersinitiatieven nader bekeken: algemeen beeld ............................................ 27 Beeld in Tytsjerksteradiel ...................................................................................... 28 Beeld in Achtkarspelen ........................................................................................... 31 Maatschappelijke waarden van initiatieven ............................................................ 35 Werkatelier: inventarisatie van de blokkades en suggesties ...................................36

5

Rol van de raad ...................................................................................... 38

5.1 5.2

Verankering van de rol van de raad .........................................................................39 Ervaringen van raadsleden .....................................................................................39

Deel III

De Bijlagen ...................................................... 41

Bijlage 1

Inventarisatie van inwonersinitiatieven ................................................ 42

Bijlage 2

Verdiepende casussen Tytsjerksteradiel .............................................. 48

Bijlage 3

Verdiepende casussen Achtkarspelen .................................................. 61

Bijlage 4

Verslag werkateliers ............................................................................. 74

Bijlage 5

Respondentenlijst en schriftelijke bronnen .......................................... 79

Pagina 1

Inleiding De rekenkamercommissies van Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben een onderzoek gedaan naar inwonersinitiatieven. Het voorliggende rapport bevat het resultaat van het onderzoek. De reden om dit onderzoek uit te voeren is dat het onderwerp leeft bij beide gemeenteraden en het in de coalitieakkoorden van 2018-2022 ook een plek heeft gekregen. Zo wordt in het coalitieakkoord ‘Duorsum oparbeidzje’ van Tytsjerksteradiel de ambitie uitgesproken om ruimte te geven aan initiatieven uit de mienskip: “Co-creatie tussen overheid en mienskip staat centraal.” In het coalitieakkoord ‘Mei-inoar trochpakke’ van Achtkarspelen wil het college het nadrukkelijk ‘mei-inoar’ doen. De gemeente wil open en actief in gesprek te gaan met de mienskip op basis van gelijkwaardigheid en initiatieven van inwoners worden daarbij verwelkomd. Het onderwerp heeft alles te maken met de relatie tussen inwoners en overheid, die door de tijd heen is veranderd. Democratie is immers een levend systeem dat zich aanpast aan maatschappelijke ontwikkelingen en verhoudingen. Dat is ook landelijk aan de orde: > Er is behoefte aan burgerbetrokkenheid. Inwoners van gemeenten willen medeverantwoordelijkheid dragen, en het lokaal bestuur wil dit ook. Gemeentebesturen spelen daar actief op in door de introductie van allerlei nieuwe vormen van inwonersparticipatie.

> In eerste instantie lag het accent op het betrekken van inwoners bij beleids- en planontwikkeling van de overheid (initiatief vanuit de lokale overheid). Gaandeweg is er meer focus gekomen op het inspelen op initiatieven uit de samenleving. In de Troonrede van 2013 wordt dit samengevat als een ontwikkeling van onze welvaarts- en verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving. Dit begrip werd door het kabinet Rutte II nadere invulling gegeven door de nota ‘doe-democratie’ waarin het inwonersinitiatief werd gestimuleerd1. Kabinet Rutte III zette nog een stap verder, door gemeenten te stimuleren het zogenaamde ‘Right tot Challenge’ in te voeren. Het inwonersinitiatief krijgt nadrukkelijk een plek in de nieuwe Omgevingswet. Deze nieuwe wet moet, na herhaaldelijk uitstel, nog ingevoerd worden. De wet beoogt ‘meer ruimte voor initiatieven’, ‘lokaal maatwerk’ en ‘vroegtijdige burgerparticipatie’ te realiseren. Deze ontwikkelingen vragen wat van inwoners maar ook van de werkwijze van de raad, het college en de ambtelijke organisatie. Daarbij is steevast een belangrijk gespreksonderwerp de rol en positie van de gemeente, in het bijzonder die van de raad. Dat komt omdat burgerparticipatie nog in zekere mate stuurbaar is door de gemeente.

Voor inwonersinitiatieven is dat minder het geval, omdat de initiatieven vanuit de inwoners zelf komen en die vervolgens zelf de regie over hun eigen initiatief willen blijven voeren. Een kernpunt is dat de overheid participeert. Dit wordt ook wel overheidsparticipatie genoemd. Dit onderzoek geeft inzicht in de manier waarop de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel dit willen doen en daar in de praktijk vorm aan geven. De rekenkamercommissies van Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel formuleren ‘Inwonersinitiatieven’ als volgt: “Burgerparticipatie is een keuze van de overheid, de overheid nodigt burgers uit om mee te doen en de overheid bepaalt de agenda en blijft eindverantwoordelijk. Inwonersinitiatieven kenmerken zich door de beweging andersom, door meer autonomie, eigen verantwoordelijkheid en zelforganisatie. De overheid participeert in meer of mindere mate.”

1 . Zie Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ‘Veldverkenning Doe-democratie’, 2013

Pagina 2

LEESWIJZER

Deel I Doel, centrale vraagstelling en aanpak

DOEL, CENTRALE VRAAGSTELLING EN AANPAK Dit deel bevat het doel, de centrale vraagstelling en de aanpak van het onderzoek. De conclusies en aanbevelingen, waarmee de centrale vraagstelling is beantwoord, worden gepresenteerd in de bestuurlijke nota van de rekenkamercommissie.

Deel II De Bevindingen

BEANTWOORDING DEELVRAGEN EN ONDERBOUWING Deel II verdiept de conclusies en aanbevelingen met een beantwoording en onderbouwing van de deelvragen. Het is opgebouwd in twee stappen, afhankelijk van de mate van verdieping die de lezer zoekt. Hiervoor worden deelvragen van het onderzoek als volgt in verschillende hoofdstukken behandeld: •

•

Deel III Bijlagen

Ieder hoofdstuk start met een overzicht van de deelvragen die aan de orde komen en direct onder het overzicht worden deze kort beantwoord aan de hand van kernbevindingen. Dit is bedoeld voor de lezer die enkel de beantwoording van een deelvraag tot zich wil nemen; Het antwoord op de deelvragen wordt daarna in paragrafen van het desbetreffende hoofdstuk verder in detail onderbouwd met bevindingen.

Deel III bevat de bijlagen.

Pagina 3

Deel I Doel, centrale vraag en aanpak Dit deel bevat het doel van het onderzoek, de centrale vraagstelling en de aanpak.

Pagina 4

1

Doel, onderzoeksvragen en reikwijdte Doel van het onderzoek Het doel van het onderzoek is inzicht geven in de manier waarop het ‘duorsum oparbeidzjen’ en het ‘mei-inoar trochpakken’ vorm krijgt met betrekking tot inwonersinitiatieven in Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen, en inzichtelijk maken welke ervaringen initiatiefnemende inwoners en de raden, colleges en ambtenaren daarbij hebben. Vraagstelling CENTRALE ONDERZOEKSVRAGEN 1 Hoe stellen de gemeenten Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen hun inwoners in staat om inwonersinitiatieven te ontplooien en de maatschappelijke doelen die initiatiefnemers voor ogen hebben te realiseren? 2 Wat zijn daarbij de ervaringen van inwoners, raadsleden, colleges en ambtenaren en welke lessen zijn daaruit te trekken? 3 Wat is eventueel nog nodig om inwonersinitiatieven succesvol(ler) te maken? DEELVRAGEN De centrale vragen zijn vertaald naar verschillende deelvragen die we in deel 2 van dit rapport verder behandelen.

Begrippen en de reikwijdte van het onderzoek We maken in dit onderzoek een onderscheid tussen de veelgenoemde begrippen ‘burgerparticipatie’ en ‘inwonersinitiatieven’. Het laatste noemen we in dit onderzoek ook wel ‘overheidsparticipatie’. Dit onderzoek richt zich enkel op ‘inwonersinitiatieven c.q. overheidsparticipatie’. >

>

Bij burgerparticipatie ligt het initiatief bij de gemeente. Gemeenten betrekken inwoners in een vroegtijdig stadium bij beleid en plannen die zij voor ogen hebben. Met andere woorden: de inwoners doen mee. Veel gemeenten beschikken hiervoor over een werkwijze en instrumentarium voor het inrichten van trajecten voor burgerparticipatie. Burgerparticipatie is daarmee in zekere mate stuurbaar door de gemeente. Voor inwonersinitiatieven ligt het initiatief bij inwoners in de lokale samenleving. Zij hebben daarbij zelf doelen voor ogen en hanteren een eigen werkwijze die zij gaandeweg ontwikkelen. In bepaalde gevallen vragen zij daarbij aan de gemeente om samen te werken. Met andere woorden: de overheid doet mee. Bij inwonersinitiatieven zitten de initiatiefnemers dus zelf aan het roer, waardoor de initiatieven in mindere mate stuurbaar zijn door gemeenten.

Voor het onderzoek zijn inwonersinitiatieven geïnventariseerd. Hiervoor was het nodig om een kader te hebben dat helpt bij het beoordelen van wat wel of wat niet onder een inwonersinitiatief wordt verstaan. Het hierna volgende kader (tabel 1.1) is als hulpmiddel gebruikt. Het bevat kenmerken waaraan een initiatief moet voldoen om voor dit onderzoek aangemerkt te worden als een inwonersinitiatief. Het kader is ontwikkeld op basis van eerdere onderzoeken van het bestuurskundig onderzoeks- en adviesbureau Partners+Pröpper naar inwonersinitiatieven.

Pagina 5

Inwonersinitiatief © Partners+Pröpper

Een inwonersinitiatief is een initiatief van één of een groep inwoner(s) om zelf deel te nemen en bij te dragen aan de realisatie van het verbeteren van de kwaliteit van de lokale samenleving, zonder oogmerk van privaat gewin. Wat is het wel?

Wat is het niet?

Het initiatief start vanuit de samenleving • Dat kunnen burgers zijn, maar ook bedrijven of maatschappelijke organisaties. • Het kan ook gaan over initiatieven uit de samenleving die starten als gevolg van een (algemene) uitnodiging van de gemeente aan de samenleving, bijvoorbeeld Right to Challenge. Het is onverplicht en vrijwillig

Het initiatief start vanuit de overheid

Het is onbetaald, er is geen vergoeding

Het is betaald, tegen een vergoeding

Het is gericht op de realisatie van publieke doelen In belang van de samenleving, niet commercieel. Het is gericht op doelen van initiatiefnemers De plannen en voorwaarden van de initiatiefnemers staan voorop. Coördinatie-, organisatie- en realisatievermogen liggen in de samenleving. De initiatiefnemers: • Voeren eigen regie en een eigen organisatie. • Zetten eigen capaciteiten, talenten en (financiële) middelen in en die van samenwerkingspartners uit de samenleving. • Werken eventueel op onderdelen met hulp van de (lokale) overheid.

Het is gericht op de realisatie van private doelen In eigen belang, wel commercieel.

Het is verplicht en onvrijwillig

Het is gericht op doelen van de overheid De plannen en voorwaarden van de (lokale) overheid staan voorop. Coördinatie-, organisatie- en realisatievermogen liggen bij de overheid. De (lokale) overheid: • Voert de regie en de organisatie. • Zet capaciteit en talent in van het eigen bestuur en ambtelijke organisatie. • Zet de benodigde (financiële) middelen in.

Tabel Deel I 1.1: Kader als hulpmiddel om inwonersinitiatieven op te sporen.

Pagina 6

2

Aanpak van het onderzoek Stap 1: Inventarisatie van inwonersinitiatieven en het beleid van de gemeenten Er is een ‘foto’ gemaakt om een beeld te krijgen van inwonersinitiatieven in de twee gemeenten. Het doel was om tenminste 10 tot 15 initiatieven per gemeente in beeld te krijgen. De ‘foto’ per gemeente kwam tot stand door een eerste inventarisatie in groepsgesprekken met de colleges, de sleutelpersonen uit de ambtelijke organisaties en een afvaardiging van de raden. Hieruit is een eerste groslijst van initiatieven voortgekomen. De initiatiefnemers zijn gebeld door de onderzoekers voor een korte telefonische enquête, om op hoofdlijnen de belangrijkste kenmerken van de initiatieven in kaart te brengen. Ook is hen gevraagd of zij nog andere interessante initiatieven konden aandragen. Deze initiatiefnemers zijn vervolgens ook telefonisch geënquêteerd. Om een beeld te krijgen van het gemeentelijk beleid ten aanzien van inwonersinitiatieven zijn relevante gemeentelijke beleidsdocumenten bestudeerd, zie bijlage 5 voor de bestudeerde schriftelijke bronnen. Stap 2: Verdiepen van vier concrete casussen per gemeente Per gemeente zijn vier casussen uit stap 1 geselecteerd ter verdieping, zie de onderstaande tabel 2.1. Dit om meer inzicht te krijgen in de daadwerkelijke praktijk. Hiertoe is als eerste stap een online enquête uitgezet onder de initiatiefnemers met verdiepende vragen.

Allen hebben de enquête ingevuld met uitzondering van Sprank Woonzorglocatie. De initiatiefnemer van dit project heeft wel meegedaan aan de eerder genoemde telefonische enquête in stap 1. De resultaten uit de enquête zijn gebruikt in een werkatelier, waaraan raads-, college, ambtenaren en initiatiefnemers hebben deelgenomen. In het werkatelier is een dialoog gevoerd over stimulansen en barrières die zich voordoen rondom de geselecteerde casussen en wat de rol daarin is van de initiatiefnemers en de gemeenten. Stap 3: Rapportage Als laatste is de voorliggende rapportage gemaakt. Dit conform het protocol van de rekenkamercommissies met betrekking tot het feitelijke wederhoor. Geselecteerde casussen ter verdieping Gemeente Tytsjerksteradiel Haven Ryptsjerk De realisatie van een nieuwe haven als vervanger van een oude verloederde haven buiten het dorp. MFC Jistrum Het realiseren van een multifunctionele accommodatie in het dorp. Trynwậlderein Het opzetten van een netwerk van en voor ouderen. Karantêne Het realiseren van een kilometerlange ontdekkingstocht in en rond de volkstuin en het natuur- en cultuurpark Vijversburg met kunst, zang, muziek, dans, gedichten en theater. Gemeente Achtkarspelen Mei Elkoar Yn Droegeham Het stimuleren van positieve gezondheid, ontmoeten, en activiteiten met (MEYD) als kerndoel hoe met elkaar gezond ouder te worden.

Sprank woonzorglocatie Een zoektocht door ouders naar een kleinschalige woonlocatie voor hun volwassen kinderen met een beperking. Leefbaar winkelgebied De zichtbaarheid van het winkelgebied vergroten. Groenonderhoud Spikant Inwoners die zelf het openbaar groen in hun straat onderhouden. Tabel Deel I 2.1: Acht geselecteerde inwonersinitiatieven voor het verdiepende deel van het onderzoek.

Pagina 7

Evaluatiemodel Om verklarende factoren in beeld te krijgen waarom inwonersinitiatieven wel of niet ontplooid worden, is voor het onderzoek is een evaluatiemodel toegepast. Het is een hulpmiddel om systematisch stimulansen en barrières voor inwonersinitiatieven op te sporen en te ordenen, teneinde een oordeel hierover te kunnen vormen. Het evaluatiemodel omvat drie pijlers als fundament voor een succesvol inwonersinitiatief. We noemen de pijlers ook wel ‘succesfactoren’ en deze zijn te beschouwen als hoofdnormen waaraan een inwonersinitiatief zou moeten voldoen én waaraan de gemeente moet voldoen om goed in te kunnen spelen op een inwonersinitiatief. De drie succesfactoren zijn: 1

2

3

Realisatiekracht voor het realiseren van publieke doelen Initiatieven vormen geen doel op zich, het gaat erom dat initiatiefnemers iets concreets willen realiseren, iets willen bijdragen aan de lokale leefomgeving en daartoe ook in staat zijn of in staat worden gesteld. Constructieve samenwerking Doorgaans zijn initiatiefnemers aangewezen op samenwerking met anderen. Dit kan de gemeente zijn, maar het kunnen ook andere inwoners, bedrijven en/of maatschappelijke instellingen zijn. Goed democratisch samenspel Initiatiefnemers hebben ook te maken met verschillende belangen in de samenleving. Zij zullen met die belangen om moeten gaan en kunnen daar zelf mee aan de slag. Zij kunnen de gemeente (raad en/of college) daarbij om hulp vragen.

Iedere succesfactor (hoofdnorm) omvat verder vier voorwaarden (subnormen) die relevant zijn. Er zijn dus in totaal 12 voorwaarden (subnormen). Daarbij opgemerkt dat ieder inwonersinitiatief maatwerk is, dus niet alle voorwaarden zijn voor ieder initiatief even relevant. In figuur 2.1 worden de succesfactoren (hoofdnormen) en onderliggende voorwaarden (subnormen) schematisch weergegeven.

Figuur Deel I.2.1: Evaluatiemodel voor inwonersinitiatieven.

Pagina 8

Deel II De Bevindingen In dit deel worden de verschillende deelvragen van het onderzoek beantwoord. •

•

Ieder hoofdstuk start met een overzicht van de deelvragen die aan de orde komen en direct onder het overzicht worden deze kort beantwoord met kernbevindingen. Dit is bedoeld voor de lezer die enkel de beantwoording van een deelvraag tot zich wil nemen. Het antwoord op de deelvragen wordt daarna in paragrafen van het desbetreffende hoofdstuk verder in detail onderbouwd met bevindingen.

Pagina 9

1

Deelvragen De centrale vragen uit deel 1 zijn vertaald naar de onderstaande deelvragen, die in dit deel 2 van het rapport zullen worden behandeld. INVENTARISATIE 1 Welke soorten inwonersinitiatieven kennen de gemeenten en welke concrete initiatieven lopen er in beide gemeenten? > Hoe zijn de inwoners tot deze initiatieven gekomen: door een oproep van de gemeente of op eigen initiatief? > Welke motiverende factoren zijn er voor inwoners om initiatieven te willen ontplooien? > Aan welke initiatieven hebben de gemeenten wel of geen bijdrage geleverd? BELEID 2 Wat is de ambitie, de visie en het beleid van de gemeenten ten aanzien van inwonersinitiatieven en heeft de raad hierbij kaders gesteld? DE PRAKTIJK: UITVOERING EN RESULTATEN 3 Hebben de gemeenten in de coalitieperiode 2018-2022, overeenkomstig de ambitie in de coalitieakkoorden, inwoners in staat gesteld hun initiatieven te ontplooien? > Zijn initiatiefnemers door de gemeenten gestimuleerd, ondersteund of gefaciliteerd? > Wat verwachten de initiatiefnemers van burgerinitiatieven van de gemeente en worden die verwachtingen volgens de inwoners waargemaakt? > Hoe ervaren het college en de ambtelijke organisatie de inwonersinitiatieven in hun gemeente?

4

Welke maatschappelijke waarde hebben de inwonersinitiatieven die van de grond zijn gekomen?

5

Welke obstakels zijn er in termen van gemeentelijk handelen, beleid, regels, subsidie- en vergunningvoorschriften, financiële of andere (inperkende) kaders? > Welke risico's en praktische vraagstukken doen zich voor bij inwonersinitiatieven?

ROL VAN DE RAAD 6 Hoe ervaren raadsleden de inwonersinitiatieven vanuit hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol? > Welke rol spelen raadsleden en hoe doen ze dat? > Participeren raadsleden in inwonersinitiatieven? LESSEN 7 Welke lessen kunnen worden getrokken?

Pagina 10

2

Inventarisatie van inwonersinitiatieven In dit hoofdstuk beantwoorden we deelvraag 1 van het onderzoek, zie onderstaande kader. Onder het kader beantwoorden we direct de deelvraag met kernbevindingen uit de inventarisatie van inwonersinitiatieven. Voor meer gedetailleerde bevindingen kunnen de navolgende paragrafen in dit hoofdstuk worden geraadpleegd. DEELVRAAG 1 Welke soorten inwonersinitiatieven kennen de gemeenten en welke concrete initiatieven lopen er in beide gemeenten? a Hoe zijn de inwoners tot deze initiatieven gekomen: door een oproep van de gemeente of op eigen initiatief? b Welke motiverende factoren zijn er voor inwoners om initiatieven te willen ontplooien? c Aan welke initiatieven hebben de gemeenten wel of geen bijdrage geleverd?

Beantwoording van de deelvraag met de kernbevindingen 1

In het onderzoek zijn met een telefonische enquête in totaal 34 inwonersinitiatieven in kaart gebracht. In bijlage 1 presenteren we de lijst met concrete initiatieven, waarvan 18 initiatieven in de gemeente Achtkarspelen en 16 initiatieven in de gemeente Tytsjerksteradiel. Ongeveer driekwart van de initiatieven (25 stuks/75%) richten zich op vier beleidsterreinen van de gemeenten: duurzaamheid, leefomgeving in de openbare ruimte, sociaal domein en gezondheid. Daarbij komen initiatieven op het terrein van duurzaamheid meer voor in de gemeente Tytsjerksteradiel. Initiatieven met betrekking tot de leefomgeving in de openbare ruimte, het sociaal domein en gezondheid komen meer voor in Achtkarspelen.

1a/b Bijna 70% van de initiatieven (23 stuks) zijn op eigen initiatief van inwoners gestart en circa 30% (11 stuks) door een oproep vanuit de gemeenten. Deze laatste categorie komt in de gemeente Achtkarspelen relatief vaker voor. Daar waar inwoners op eigen initiatief zijn gestart, is dat gebeurd op basis van een intrinsieke of extrinsieke motivatie. In het geval van een intrinsieke motivatie start de motivatie om iets te doen bij de initiatiefnemer zelf en niet omdat hij/zij van buitenaf daartoe wordt bewogen. Hierbij zien we in dit onderzoek verschillende motieven om dit te doen. Bijvoorbeeld: > Willen zorgen voor anderen vanuit een gedeelde gemeenschapszin; > Vanuit een visie op hoe wij duurzamer kunnen wonen, werken, eten et cetera. Hier zien we initiatieven op het terrein van duurzame energieopwekking, biodiversiteit, lokale voedselvoorziening et cetera; > Zelf kinderen hebben met een beperking waarvoor ouders graag een goede woon- en leefomgeving vorm willen geven; > Zelf ouders hebben die zo lang als mogelijk in het eigen dorp of thuis willen blijven wonen en waarvoor de kinderen willen zorgen.

Pagina 11

In het geval van een extrinsieke motivatie worden initiatiefnemers gedreven door iets van buitenaf. Hierbij zien we in dit onderzoek verschillende motieven om dit te doen. Bijvoorbeeld: > De gemeente bezuinigt op bepaalde voorzieningen, denk aan de kwaliteit en onderhoud van groen in de wijk of activiteiten voor jeugd en jeugdwerk. Inwoners willen de kwaliteit behouden en zich daarvoor ook zelf inspannen. > Inwoners denken iets zelf beter te kunnen doen dan de overheid, of ervaren overlast van iets waaraan de overheid in hun ogen onvoldoende aan doet. Dit speelt bijvoorbeeld bij het opruimen van (zwerf)afval. 1c

Voor het realiseren van hun doelen hebben initiatiefnemers hulp nodig van anderen. Niemand is in staat om individueel de doelen te realiseren. Dat geldt voor de overheid, maar ook voor inwonersinitiatieven. Samenwerking met anderen is een belangrijke succesfactor. Voor de in dit onderzoek geïnventariseerde initiatieven blijken de gemeenten, andere inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven de belangrijkste samenwerkingspartners. In meer dan de helft van de initiatieven wordt met deze partners samengewerkt. Daar waar de gemeente een samenwerkingspartner is, worden verschillende typen bijdragen geleverd. Kort samengevat bestaan die bijdragen uit: > Ondersteuning met financiële, materiële en immateriële middelen; > Steunbetuiging vanuit de raad, bijvoorbeeld door het indienen van moties waarbij de raad het college beweegt hulp te verlenen aan een initiatief; > Samenspel en ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie.

Pagina 12

2.1

Aanpak inventarisatie

In het onderzoek zijn met een telefonische enquête in totaal 34 inwonersinitiatieven in kaart gebracht, zie bijlage 1 voor de volledige lijst. Met de telefonische enquête zijn hoofdkenmerken van elk initiatief in kaart gebracht. Deze zijn gecategoriseerd langs de ‘succesfactoren’ uit het evaluatiemodel zoals besproken in deel I van dit rapport. In de onderstaande tabel 2.1 presenteren we de hoofdkenmerken die in kaart zijn gebracht langs deze ‘succesfactoren’. In de hierna volgende paragrafen worden deze voor de geïnventariseerde initiatieven besproken. Succesfactor Paragraaf 6.2 Realisatiekracht voor het realiseren van publieke doelen Initiatieven vormen geen doel op zich, het gaat erom dat initiatiefnemers iets concreets willen realiseren, iets willen bijdragen aan de lokale leefomgeving.

Hoofdkenmerken in kaart gebracht • Het onderwerp waarop het initiatief zich richt; • De doelgroep waarop het initiatief zich richt: jongeren, ouderen, mensen met een beperking et cetera; • De schaal waarop het initiatief zich richt: op een straat/buurt/wijk, de hele gemeente of de regio; • De tijdsduur van een initiatief: eenmalig of doorlopend; • Aansluiting op gemeentelijke doelen: of het initiatief volgens de initiatiefnemers aansluit op de gemeentelijke beleidsdoelen; • De fase waarin het initiatief zich bevindt: nieuw initiatief, bestaand of afgerond; • De juridische vorm van het initiatief: informeel, stichting, vereniging, coöperatie of anders.

Paragraaf 6.3 Constructieve samenwerking Doorgaans zijn initiatiefnemers aangewezen op samenwerking met anderen. Dit kan de gemeente zijn, maar dat kunnen ook andere inwoners, bedrijven en/of maatschappelijke instellingen zijn.

•

•

Stimulans vanuit eigen beweging of vanuit de overheid; Samenwerkingspartners: de partners waarmee de initiatiefnemers samenwerken: gemeente, provincie, rijksoverheid, bedrijven et cetera; Samenspel met de gemeente: de tevredenheid over de samenwerking met de gemeente; Tips die initiatiefnemers geven aan de gemeente.

Paragraaf 6.4 Democratisch samenspel Initiatiefnemers hebben ook te maken met verschillende belangen in de samenleving. Zij zullen met die belangen om moeten gaan en kunnen daar zelf mee aan de slag. Zij kunnen de gemeente (raad en/of college) daarbij om hulp vragen.

•

Zicht op belangen van anderen.

•

•

Tabel Deel II 2.1: hoofdkenmerken van inwonersinitiatieven die in kaart zijn gebracht.

Pagina 13

2.2

Realisatiekracht voor het realiseren van publieke doelen

Onderwerpen waarop initiatieven zich richten Inwonersinitiatieven richten zich op allerlei maatschappelijke opgaven. Denk aan opgaven op het terrein van duurzaamheid (klimaatdoelen), het sociaal domein (transformatiedoelen), gezondheid, natuur, cultuur, de openbare ruimte, gezondheid et cetera. Inwonersinitiatieven kunnen zich exclusief op één opgave richten, maar ook op meerdere opgaven tegelijkertijd. In dat laatste geval vertrekt het inwonersinitiatief vanuit een primaire opgave als basis, maar dient het tegelijkertijd ook opgaven op andere terreinen. Dit is in dit onderzoek in circa 40% (13 stuks) van de initiatieven expliciet benoemd door de initiatiefnemers, zie ter illustratie het onderstaande kader. In dit voorbeeld richt het initiatief zich in eerste instantie primair op het stimuleren van spelen/bewegen voor kinderen. Tegelijkertijd stimuleert het een goede sociale cohesie in de wijk en een prettige leefomgeving door de inrichting van de openbare ruimte. TER ILLUSTRATIE: REALISEREN VAN OPGAVEN OP MEERDERE TERREINEN TEGELIJKERTIJD Inwoners kwamen met het idee om op een braakliggend veld in hun wijk speeltoestellen te plaatsen. De buurt gaf aan vier speeltoestellen te willen. De gemeente had budget voor twee toestellen. Inwoners hebben vervolgens met een architect de indeling bekeken en zijn gekomen tot een nieuwe indeling binnen het budget van de gemeente.

Er staan nu vier speeltoestellen en het veld is geschikt voor spelende kinderen, maar biedt ook een plek voor een dagelijkse ontmoeting tussen inwoners van de wijk en gezamenlijke bijeenkomsten met een buurtpicknick of -barbecue.

In de figuur hieronder presenteren we een overzicht van de opgaven waar initiatieven zich in eerste instantie primair op richten. Uit de figuur blijkt dat de meeste initiatieven zich richten op opgaven op het terrein van duurzaamheid (8 stuks). Daarna volgen de leefomgeving in de openbare ruimte (7 stuks), het sociaal domein (6 stuks), gezondheid (4 stuks), natuur (3 stuks) et cetera. Daarbij zijn er wel accentverschillen tussen de twee gemeenten. Zo komen initiatieven op het terrein van duurzaamheid meer voor in de gemeente Tytsjerksteradiel (6 stuks) en initiatieven met betrekking tot de leefomgeving in de openbare ruimte, het sociaal domein en gezondheid komen meer voor in Achtkarspelen.

Figuur Deel II 2.1: De primaire opgaven waar initiatieven van inwoners zich op richten binnen de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel.

Pagina 14

Doelgroepen Inwonersinitiatieven richten zich op die doelgroepen waarvoor zij een bepaalde maatschappelijke opgave willen realiseren. Zo richten initiatieven op het terrein van duurzaamheid (energietransitie) zich vaak op alle inwoners van een dorp. Initiatieven binnen het sociaal domein richten zich op specifiekere doelgroepen zoals ouderen, mensen met een beperking of kinderen en jongeren. Het overgrote deel van de initiatieven binnen Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel richt zich op alle inwoners van een dorp, zie de onderstaande tabel. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om initiatieven op het terrein van de energietransitie, opruimen van zwerfafval en gezondheid. Wel zijn er binnen Achtkarspelen meer initiatieven dan in Tytsjerksteradiel die zich richten op kinderen en jongeren Doelgroepen waarop initiatieven zich richten Alle inwoners van het dorp Ouderen en/of mensen met een lichamelijke beperking Kinderen en/of jongeren Mensen met een verstandelijke beperking Recreanten en bezoekers Totaal

Totaal 22 4 5 1 2 34

TD 12 2 1 0 1 16

8K 10 2 4 1 1 18

Tabel Deel II 2.2: Doelgroepen waarop initiatieven zich op richten binnen de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel.

De schaal van het initiatief De meeste initiatieven binnen Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel richten zich op de eigen buurt, wijk of straat. Het gaat om 28 initiatieven. Denk bijvoorbeeld aan een zwerfvuilactie, plaatsing van zonnepanelen of de aanleg van een bijenweide of speeltuin. Daarnaast zijn er twee initiatieven die zich richten op het dorp als geheel, te weten het zonnepark Figuur Deel II 2.2: (Geografische) schaal van initiatieven. De Griene Greide in gemeente Tytserksterdiel, waarbij de opbrengst moet terugvloeien naar de gehele dorpsgemeenschap van Garyp via het Mienskipsfûns Garyp. Het andere initiatief is het Project Zwerfafval dat zich richt op het dorp Buitenpost (gemeente Achtkarspelen). Er zijn ook initiatieven die zich niet beperken tot de gemeentegrenzen; deze hebben een regionaal karakter. Een voorbeeld is het initiatief om het winkelgebied in Surhuisterveen te vitaliseren, dit mede met oog op het aantrekken van bezoekers uit de gehele regio. Een ander voorbeeld is het initiatief van ouders om een locatie te vinden met betrekking tot wonen en zorg voor hun volwassen kinderen met een beperking. Van deze locatie zouden kinderen vanuit de gehele regio gebruik kunnen maken.

Pagina 15

Tijdsduur van het initiatief De vraag die bij gemeenten vaak speelt is of initiatieven ook een duurzaam karakter hebben: lukt het inwoners om een initiatief ook langdurig te ontplooien of heeft het een eenmalig karakter? Deze vraag speelt bijvoorbeeld nogal eens in het geval inwoners het initiatief nemen om zelf het groenonderhoud ter hand te nemen. In de onderstaande tabel is te zien dat het overgrote deel (28 stuks) van de in dit onderzoek onderzochte initiatieven een langdurig karakter heeft en dus om een permanente inspanning van de initiatiefnemers vraagt. Dat rechtvaardigt de vraag of inwoners in staat zijn het initiatief ook langere tijd vol te houden. Er lijkt in ieder geval wel voldoende intrinsieke motivatie om dat te doen want het grootste deel (19 stuks) is ontstaan uit eigen beweging van inwoners om een initiatief te ontplooien. In beide gemeenten is dit de grootste groep initiatieven. Die initiatieven zijn niet ontstaan omdat de overheid daartoe een oproep heeft gedaan en het heeft gestimuleerd, bijvoorbeeld via een subsidieregeling. Dat gaat om een kleinere groep initiatieven (9 stuks). Tijdsduur van een inwonersinitiatief in de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel Permanent Oproep van de overheid (bv. via subsidie) om een initiatief te ontplooien Eigen beweging van inwoners om een initiatief te ontplooien

Projectmatig Oproep van de overheid (bv. via subsidie) om een initiatief te ontplooien Eigen beweging van inwoners om een initiatief te ontplooien

Totaal

Totaal 28

TD 14

8K 14

9 19

3 11

6 8

6

2

4

2 4

0 2

2 2

34

16

18

Tabel Deel II 2.3: De tijdsduur van de initiatieven.

Aansluiting op gemeentelijke doelen In het geval initiatiefnemers willen samenwerken met de gemeente, en ook aan de gemeente vragen een bijdrage te leveren, is het belangrijk dat de doelen die initiatiefnemers nastreven aansluiten op de gemeentelijke beleidsdoelen. Dat is immers een belangrijk fundament voor samenwerking. In de enquête hebben we daarom ook gevraagd of de doelen van de initiatieven aansluiten op die van de gemeente. In nagenoeg alle gevallen geven initiatiefnemers aan dat hun doelen aansluiten op gemeentelijke beleidsdoelen (32 initiatieven). De doelen die worden genoemd gaan veelal over het bevorderen van de gemeenschapszin en het zorg dragen voor elkaar (mienskip), de leefbaarheid van de dorpen vergroten door een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de openbare ruimte (schoon), of doelen rondom duurzaamheid (energietransitie, natuur en biodiversiteit). De doelen van de gemeente zijn niet altijd bekend bij de initiatiefnemers, maar zij vinden het dan evident dat de doelen aansluiten op die van de gemeente of menen dan dat de gemeente een grotere bijdrage van de samenleving verwacht: doelen ken ik niet zo direct, maar het zal echt wel over duurzaamheid gaan” of “Ik ken de doelen niet precies, maar je ziet dat de gemeente steeds meer doorschuift naar de inwoners, die het zelf meer moeten gaan doen. En dat doen wij”.

Pagina 16

Fase van een initiatief Initiatieven kunnen zich in verschillende fasen bevinden. Voor beide gemeenten bevinden de meeste initiatieven zich in de fase van uitvoering. In totaal gaat het 0m 22 initiatieven, waarvan 13 in Achtkarspelen en 9 in Tytsjerksteradiel. Uit de grafiek kan worden geconcludeerd dat het aantal initiatieven in de fase van uitvoering in beide gemeenten zal groeien, want het aantal nieuwe initiatieven is substantieel groter dan het aantal initiatieven dat is afgerond. Dit Figuur Deel II 2.3: Initiatieven in verschillende fasen. weerspiegelt dat het grootste deel van de initiatieven een permanent karakter heeft, zoals hiervoor eerder besproken. Het is om verschillende redenen interessant voor de gemeente om te weten in welke fase een initiatief zich bevindt. Iedere fase vraagt namelijk om een ander type samenspel en de behoeften van initiatiefnemers zijn ook per fase verschillend. Vormgeving De meeste inwonersinitiatieven hebben een privaatrechtelijke vorm (21 stuks): een coöperatie, vereniging of stichting. De overige hebben een informele vorm (13 stuks). De reden om een privaatrechtelijke vorm te kiezen is niet enkel afhankelijk van het wel of niet stimuleren van initiatieven door de overheid, bijvoorbeeld via subsidies. De privaatrechtelijke vorm komt namelijk ook voor in het geval daar geen sprake van is (16 initiatieven).

(Juridische) vorm van het initiatief Informeel Oproep van de overheid (bv. via subsidie) om een initiatief te ontplooien Eigen beweging van inwoners om een initiatief te ontplooien

Privaatrechtelijk Oproep van de overheid (bv. via subsidie) om een initiatief te ontplooien Eigen beweging van inwoners om een initiatief te ontplooien

Totaal Tabel Deel II 2.4: (Juridische) vorm van de initiatieven.

Totaal 13

TD 6

8K 7

6 7

2 4

4 3

21

10

11

5 16

1 9

4 7

34

16

18

Pagina 17

2.3

Samenwerkingspartners van initiatieven: wie helpen mee, wie stimuleert?

Samenwerkingspartners Voor het realiseren van hun doelen hebben initiatiefnemers hulp nodig van anderen. Niemand is in staat om individueel de doelen te realiseren. Dat geldt voor de overheid maar ook voor inwonersinitiatieven. Samenwerking met anderen is een belangrijke succesfactor. Figuur 2.4 hieronder presenteert de samenwerkingspartners van de inwonersinitiatieven die in dit onderzoek in kaart zijn gebracht. De belangrijkste samenwerkingspartners zijn beide gemeenten, andere inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. In meer dan de helft van de initiatieven wordt met deze partners samengewerkt en dat geldt voor beide gemeenten. Ook weten initiatiefnemers in iets minder dan de helft van de initiatieven goede doelen/fondsen te vinden voor medefinanciering van de initiatieven; dat is in Achtkarspelen iets meer het geval dan in Tytsjerksteradiel. Opvallend is verder dat initiatiefnemers in veel mindere mate samenwerken met andere verenigingen, denk bijvoorbeeld aan sport- en cultuurverenigingen.

Figuur Deel II 2.4: Samenwerkingspartners van initiatieven.

Voor 30 inwonersinitiatieven is de gemeente een belangrijke partner. De gemeente levert daarbij op verschillende wijzen een bijdrage aan initiatieven. In tabel 2.5 geven we die bijdragen weer. Deze worden geordend langs de succesfactoren van het evaluatiemodel zoals eerder gepresenteerd in deel I, hoofdstuk 2 van dit rapport. Bijvoorbeeld: op het vlak van realisatiekracht zorgt de gemeente voor middelen en ondersteuning, op het vlak van democratisch samenspel komt de raad in positie en op het vlak van constructief samenspel door te werken met vaste ambtelijk contactpersonen, meedoen met regelmatig overleg en ondersteunen bij het ontwikkelen van een initiatief.

Pagina 18

Bijdrage van de gemeenten aan inwonersinitiatieven Realiseren van opgaven: realisatiekracht ONDERSTEUNEN MET FINANCIËLE EN MATERIËLE MIDDELEN De gemeente ondersteunt met financiële middelen zoals: • Het verstrekken van een opstartsubsidie of reguliere subsidie; • Het vergoeden van onkosten voor het organiseren van informatiebijeenkomsten en PR; • Het verhuren van een gebouw of grond aan de initiatiefnemers; • Het verzorgen van regulier onderhoud; • Het leveren van materieel voor groenonderhoud, voor het opruimen van zwerfafval en het opruimen en afvoeren van afval. IMMATERIËLE ONDERSTEUNING De gemeente ondersteunt ook immaterieel zoals: • Het afgeven van de noodzakelijke vergunningen; • Ambtelijke inzet: vakkennis en het geven van adviezen; • Het geven van publiciteit voor het initiatief, bijvoorbeeld de aanwezigheid van een wethouder zorgt voor aanwezigheid van de pers. Democratisch samenspel • De gemeenteraad zet zich in voor het initiatief, bijvoorbeeld met het indienen van moties; • Ook initiatiefnemers zoeken zelf het draagvlak onder inwoners.

Constructief samenspel • Meerdere keren per jaar een standaard overleg: “dat werkt stimulerend over en weer.”; • Ambtenaren spelen een faciliterende en verbindende rol en denken mee en geven adviezen: “advies rondom corona, ging allemaal heel soepel.”; • De gemeente ondersteunt de initiatiefnemer bij de ontwikkeling van het initiatief; • Vaste aanspraakpunten bij de gemeente: “vaste aanspreekpunten werkt heel goed”. Tabel Deel II 2.5: verschillende typen bijdragen van de gemeente aan inwonersinitiatieven.

Stimulering vanuit de overheid om een initiatief te ontplooien of op eigen beweging Een initiatief kan geheel uit eigen beweging door inwoners tot stand komen, maar ook doordat de overheid inwoners stimuleert om initiatieven te ontplooien. Het laatste bijvoorbeeld omdat de overheid een subsidie ter beschikking stelt. In dit onderzoek vatten we dit op als een oproep van de overheid aan de samenleving om een initiatief te ontplooien. De overheid stimuleert de samenleving om dit te doen via subsidieregelingen, ook wel stimuleringsregelingen genoemd. Zie ter illustratie het onderstaande kader. TER ILLUSTRATIE: ZWERFVUILACTIES Zwerfvuilacties worden geïnitieerd en gecoördineerd door de vereniging Plaatselijk Belang Buitenpost. Aanleiding was het besluit van de gemeente om het opruimen van zwerfafval over te laten aan de dorpsgemeenschap. De centrale overheid heeft met de verpakkingsindustrie afspraken gemaakt, met als resultaat dat de verpakkingsindustrie een opruimvergoeding voor heel Nederland beschikbaar heeft gesteld. Deze vergoeding wordt vanuit het rijk verdeeld over alle gemeenten. Vanuit deze middelen, heeft de gemeente Achtkarspelen in de aanpak van zwerfvuil een subsidie beschikbaar gesteld voor het opruimen van zwerfafval.

Pagina 19

Met betrekking tot de in dit onderzoek in kaart gebrachte initiatieven zijn 11 initiatiefnemers gestart met het ontplooien van hun initiatief omdat de overheid dit heeft gestimuleerd, zie de onderstaande tabel. Uit de tabel blijkt ook dat dit in Achtkarspelen relatief vaker voorkomt dan in Tytsjerksteradiel. Zo zijn inwonersinitiatieven rondom de energietransitie vaak het gevolg van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE), voorheen de zogenaamde ‘Postcoderoosregeling’. Dit is een exploitatiesubsidie voor energiecoöperaties of Verenigingen van Eigenaren waaraan inwoners deelnemen. De overheid keert dan een subsidie uit in de vorm van een bedrag per geproduceerde kWh. Een ander voorbeeld is het project ‘Dorpsontwikkelingsmaatschappij (DOM)’. DOM is een initiatief van Agenda Netwerk Noordoost (ANNO), een samenwerkingsverband tussen de gemeenten in Noordoost Fryslân, Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân. DOM is als project ontstaan in 2014 en is een stimuleringsregeling waaraan de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel ook deelnemen. Een ‘Dorpsontwikkelingsmaatschappij’ bestaat uit een groep inwoners, die een subsidie ontvangt van de gemeente voor het inbrengen en uitwerken van plannen die een bijdrage leveren aan de ‘mienskip’ en de leefbaarheidsplannen die eruit voortvloeien.

Inwonersinitiatieven Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel Oproep van de overheid om een initiatief te ontplooien Eigen beweging van inwoners om een initiatief te ontplooien Totaal

Totaal 11 23 34

TD 3 13 16

8K 8 10 18

Tabel Deel II 2.6: Stimulering vanuit de overheid om initiatieven te ontplooien.

Het overgrote deel van de initiatieven (23 initiatieven/70%) komt echter voort uit eigen beweging van inwoners. In die gevallen is er sprake van een intrinsieke motivatie van de inwoners. In dat geval start de motivatie om iets te doen bij de initiatiefnemer zelf en niet omdat hij/zij van buiten af daartoe wordt bewogen. Hierbij zien we in dit onderzoek verschillende motieven om dit te doen. Bijvoorbeeld: > Willen zorgen voor anderen vanuit een gedeelde gemeenschapszin; > Vanuit een visie op hoe wij duurzamer kunnen wonen, werken, eten, et cetera. Hier zien we initiatieven op het terrein van duurzame energieopwekking, biodiversiteit, lokale voedselvoorziening, et cetera; > Zelf kinderen hebben met een beperking waarvoor ouders graag een goede woon- en leefomgeving vorm willen geven; > Zelf ouders hebben die zo lang als mogelijk in het eigen dorp of thuis willen blijven wonen en waarvoor de kinderen willen zorgen. In het geval van een extrinsieke motivatie worden initiatiefnemers gedreven door iets van buiten af. Hierbij zien we in dit onderzoek verschillende motieven om dit te doen. Bijvoorbeeld: > De gemeente bezuinigt op bepaalde voorzieningen, denk aan de kwaliteit en onderhoud van groen in de wijk of activiteiten voor jeugd en jeugdwerk.

Inwoners willen de kwaliteit behouden en zich daar ook zelf voor inspannen; > Inwoners denken iets zelf beter te kunnen doen dan de overheid of ervaren overlast van iets waar de overheid in hun ogen onvoldoende aan doet. Dit speelt bijvoorbeeld bij het opruimen van (zwerf)afval.

Pagina 20

2.4

Democratisch samenspel

Zowel initiatiefnemers als gemeenten hebben te maken met verschillende belangen in de samenleving. Zij zullen met die belangen om moeten kunnen gaan en/of kunnen de gemeente (raad en/of college) daarbij om hulp vragen. In de enquête is dan ook gevraagd of er verschillende belangen spelen rondom het initiatief. In 14 gevallen geven initiatiefnemers aan dat zij daarmee te maken hebben, zie de onderstaande tabel 2.7. Daarbij hebben initiatiefnemers in Tytsjerksteradiel (10 stuks) meer te maken met verschillende belangen dan initiatiefnemers in Achtkarspelen (4 stuks). Voorbeelden die genoemd worden door initiatiefnemers hebben betrekking op de volgende onderwerpen: > Duurzaamheid - Energietransitie: Kritische opstelling van inwoners met betrekking tot het plaatsen van windturbines of het plaatsen van drijvende zonnepanelen bij een zandwinput; > Duurzaamheid - Klimaatadaptatie: Verschillende beelden bij inwoners over wat wel of niet zinvol is, bijvoorbeeld rondom het vergroenen van tuinen of de tegels behouden; > Duurzaamheid - Biodiversiteit: Een boer die ongerust is of de planten en struiken die er komen wel geschikt zijn voor het vee of in het geval van een manage voor de paarden. Initiatiefnemers hebben hierover met een goede afloop overleg gepleegd met de boer en de manage.

Of senioren van een seniorencomplex die vlak bij de aangelegde bijenweide wonen en vinden dat de weide netjes moet worden gemaaid, wat niet de bedoeling is als het gaat om een bijenweide; > Accommodaties - Ontmoeting: Kritische opstelling over de kosten, bijvoorbeeld de kosten van een muurschildering of het vervangen van een oude bar die in de ogen van anderen nog prima voldoet. Bij omwonenden weerstand over de bouw van een Multifunctionele Accommodatie; > Haven Ryptsjerk: de omliggende bewoners van de nieuwe locatie waren aanvankelijk niet blij met een haven in de 'achtertuin'. Initiatiefnemers zijn met deze bewoners in gesprek gegaan en hebben een oplossing gevonden door middel van de aanleg van een bosschage, waardoor de haven aan het zicht werd onttrokken. Spelen er verschillende belangen?

Totaal

TD

8K

14 20 34

10 6 16

4 14 18

Ja Nee Totaal

Tabel Deel II 2.7: de mate waarin er verschillende belangen spelen bij initiatieven .

Dat er verschillende belangen spelen is helder. Daarbij merken wij wel op dat het voor initiatiefnemers niet altijd vooraf volledig duidelijk is welke belangen er spelen; zij komen daar gaandeweg achter. Zo proberen initiatiefnemers bekendheid te geven aan het initiatief dat zij ontplooien via informatiebijeenkomsten en/of advertenties in de lokale dorpsbladen. Een initiatiefnemer geeft daarbij aan dat hij/zij inwoners heeft uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst. De bijeenkomst werd echter maar door een klein deel van de inwoners bezocht. De initiatiefnemer concludeert hieruit dat de meeste inwoners een afwachtende houding hebben en dat het daarmee vooraf niet altijd helder is welke belangen er spelen.

Pagina 21

3

Het beleid van de gemeenten In dit hoofdstuk wordt deelvraag 2 beantwoord. Het hoofdstuk start direct onder het kader met een beantwoording van de deelvraag. Dit doen we met een kort antwoord en een toelichting daarop. Voor een verdere verdieping en een onderbouwing met bevindingen kunnen de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk worden geraadpleegd. DEELVRAAG 2 Wat is de ambitie, visie en beleid van de gemeenten ten aanzien van inwonersinitiatieven en heeft de raad hierbij kaders gesteld?

Beantwoording van de deelvraag met de kernbevindingen In het algemeen willen beide gemeenten stimuleren dat inwoners ook verantwoordelijkheid en initiatief nemen voor de kwaliteit van hun eigen leefomgeving. De twee gemeenten stimuleren dan ook verschillende vormen van initiatieven die door inwoners worden ondernomen. Beide gemeenten hebben daarbij als doel dat individuele inwoners of groepjes inwoners zich inzetten om een bijdrage te leveren aan de lokale samenleving en de kwaliteit van hun eigen leefomgeving. De werkwijze van beide gemeenten is daarbij verschillend; we lichten dat hieronder kort toe. ACHTKARSPELEN De gemeente Achtkarspelen hanteert momenteel een pragmatische werkwijze zonder vooraf een beleid, een afwegingskader of werkwijze te hebben vastgesteld. Inwoners met een initiatief die willen samenwerken met de gemeente en een bijdrage vragen van de gemeente (in welke vorm dan ook) kunnen direct contact opnemen met de desbetreffende beleids- of vakafdeling. TYTSJERKSTERADIEL De gemeente Tytsjerksteradiel werkt vanuit een door de raad vastgesteld beleid, een afwegingskader voor de raad en een werkwijze en proces dat wordt ondersteund met een ambtelijk coördinator. Er is een specifieke website voor participatie, die initiatiefnemers de helpende hand biedt in het geval zij willen samenwerken met de gemeente.

Het afwegingskader van de gemeente Tytsjerksteradiel biedt de raad hulp om weloverwogen en op een navolgbare wijze beslissingen te nemen om een inwonersinitiatief al dan niet te ondersteunen. Sterk punt daarbij is dat het afwegingskader alle drie de factoren in ogenschouw neemt die het succes van een inwonersinitiatief bepalen. Met het afwegingskader stelt de raad namelijk de volgende kernvragen: > Realisatiekracht en realiseren van publieke doelen: richt het initiatief zich op het realiseren van maatschappelijke opgaven, biedt het meerwaarde en wat is de realisatiekracht van initiatiefnemers? > Constructieve samenwerking: welke samenwerking met de gemeente is nodig en wat kan of wil de gemeente bijdragen? > Democratisch samenspel: is er sprake van verschillende belangen waar rekening mee moet worden gehouden? Daarnaast heeft de gemeente een proces vastgesteld op welke manieren de gemeente met initiatiefnemers kan samenwerken. Hierdoor ontstaat een gedeelde werkwijze, die bijdraagt aan samenwerking en het scheppen van heldere wederzijdse verwachtingen.

Pagina 22

3.1

Het beleid van de gemeente Achtkarspelen

De gemeente Achtkarspelen heeft geen expliciet vastgesteld beleid ten aanzien van inwonersinitiatieven. Dat betekent niet dat de gemeente geen beleid of werkwijze heeft voor inwonersinitiatieven. Het gemeentebestuur (raad en college) vindt het belangrijk dat inwoners actief betrokken zijn en zelf ook een bijdrage leveren aan de kwaliteit van hun leefomgeving2. Daarom is vanaf 2015 een proces in gang gezet om te komen tot een programma voor inwoners- en overheidsparticipatie3. Hieruit volgend is in januari 2019 een uitvoeringsprogramma voor inwoners- en overheidsparticipatie door de raad vastgesteld: ‘Samen werken aan een vitale mienskip, Denk groots, begin klein’. De gemeente hanteert in dit programma de volgende definitie voor het inwonersinitiatief, zie het onderstaande kader. DEFINITIE INWONERSINITIATIEF VAN DE GEMEENTE ACHTKARSPELEN ‘Onder inwonersinitiatieven verstaan we initiatieven van individuele inwoners of groepjes inwoners die zich inzetten om een bijdrage te leveren aan de lokale samenleving. Dat kan te maken hebben met individuele ondersteuning van mede-inwoners, de leefbaarheid van de buurt of de sociale cohesie. Het initiatief kan betrekking hebben op anderen maar ook op de initiatiefnemers zelf. Het gaat om de eigen ideeën en inzet van inwoners’.

Bron: Uitvoeringsprogramma voor inwoners- en overheidsparticipatie ‘Samen werken aan een vitale mienskip, Denk groots, begin klein’.

In het uitvoeringsprogramma zijn doelen en acties geformuleerd. Het doel van de gemeente is dat in 2022 de gemeenschapskracht is gestimuleerd door initiatieven mogelijk te maken, te verbinden en te versterken. Daarvoor vindt samenwerking plaats met alle partners uit de mienskip en vormen het plan en de mogelijkheden van de initiatiefnemers het uitgangspunt. Om dit doel te realiseren omvat het uitvoeringsprogramma een plan met allerlei concrete acties, zoals: > De subsidieregeling Mienskipinitiatieven; > Elk inwonersinitiatief krijgt een persoonlijk aanspreekpunt binnen de gemeente; > Het organiseren van de Dag van het initiatief; > Het oprichten van de Dorpsontwikkelingsmaatschappij en het ANNO-project; > Het instellen van een ideeënmakelaar; > Het ontwikkelen van het meetinstrument maatschappelijk rendement. Tot medio 2020 had de werkmaatschappij 8KTD een programmamanager voor inwoners- en overheidsparticipatie in dienst voor de uitvoering van het programma. Na het vertrek van deze medewerker is de functie voor de gemeente Achtkarspelen, in verband met een bezuiniging van de gemeente, niet opnieuw ingevuld en is het programma beëindigd. De raad heeft dat vastgesteld met het riedsútstel d.d. 8 juni 2021. Het beëindigen van het programma betekende niet dat de gemeente inwonersinitiatieven niet meer ondersteunt.

Er vindt echter geen centrale ambtelijke coördinatie meer plaats en er is geen sprake meer van een vooraf bepaalde en vastgestelde werkwijze4. Inwoners met een initiatief kunnen direct contact opnemen met de desbetreffende beleids- of vakafdeling. Daarnaast bezoeken leden van het college de dorpen met regelmaat en halen zij tijdens deze bezoeken ook informatie op over wat er leeft in het dorp en welke initiatieven worden ondernomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=f06a4dcc-3f11-4ab1-b66c-ba836c7d5b7e