CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

06 - Bijlage 1 - Bestemmingsplan Mooi Burgum

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 12 oktober 2023, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Mooi Burgum (besluitvormend, bespreekstuk)24.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.6 Ecologie

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van Natura 2000-gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Toetsing: gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Natuur Netwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologisch Hoofdstructuur). Het plangebied ligt in stedelijke omgeving en maakt geen deel uit van Natura-2000 gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn De Groote Wielen en de Alde Feanen. Deze liggen op ruim 5 kilometer van het plangebied. Gezien de afstand, aard en de schaal van de ontwikkeling kan gesteld worden dat er geen directe effecten op Natura 2000-gebieden zal plaatsvinden.

Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt niet voor het Natura 2000-gebied De Groote Wielen, maar wel voor De Alde Feanen. Uit het stikstofonderzoek, dat is opgenomen in bijlage 6, blijkt dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Vanuit de gebiedsbescherming bestaan er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van de NNN. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Omdat geen ingrepen in de NNN worden voorgesteld en van toename van depositie van stikstof geen sprake is, is van aantasting geen sprake en zijn er vanuit de NNN geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Toetsing: soortenbescherming De soortenbescherming vindt primair plaats via de Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet mogen geen beschermde planten en dieren (en hun verblijfplaatsen), die in de wet zijn aangewezen, worden verstoord. Voor soorten die vermeld staan op Bijlage IV, zoals vleermuizen, van

26

de Habitatrichtlijn en een aantal Rode-Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen. De verblijfplaatsen van beschermde soorten mogen niet negatief worden beïnvloed door bijvoorbeeld bouwactiviteiten.

Voor algemene broedvogels heeft het de voorkeur om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Indien toch gestart wordt met de werkzaamheden aan het begin of te midden van het vogelbroedseizoen. Het uitgangspunt voor de uitvoering is buiten het broedseizoen aanvangen, zodat vogels niet de gelegenheid krijgen om te gaan nestelen in het plangebied. Voor jaarrond beschermde nesten van huismus, ringmus en gierzwaluw zijn geen vervolgstappen, gezien deze soorten door de werkzaamheden niet extra verstoord zullen worden. Bij de realisatie van nieuwbouw wordt geadviseerd om natuurinclusief te bouwen. Natuurinclusief bouwen is een vorm van duurzaam bouwen, waarbij er meer plek voor verschillende diersoorten gerealiseerd wordt. Hierbij kan worden gedacht aan het aanbrengen van inbouwkasten in de muur of speciale dakpannen voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Vanuit de soortenbescherming bestaan geen belemmeringen voor de uitvoering van de plannen. Wanneer rekening wordt gehouden met de aanbevelingen (mitigerende maatregelen) zoals beschreven in het rapport, is geen ontheffing van de Wnb noodzakelijk.

4.7 Bodemkwaliteit Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing Uit informatie van het Bodemloket is op de locatie geen eerder bodemonderzoek bekend. Er zijn geen historische activiteiten bekend die mogelijk tot bodemverontreiniging hebben geleid. Vóór het gebruik van het plangebied als sportveld was het agrarisch cultuurgrond. De locatie is onverdacht voor bodemverontreiniging. In het onderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van de school is deze verwachting bevestigd. In het kader van de planvorming is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierin is ook de Kingmalocatie onderzocht. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 8.

27

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

In het kader van de ontwikkeling is een ecologische QuickScan uitgevoerd. De Rapportage is opgenomen in bijlage 7. Uit de QuickScan is gebleken dat er mogelijk jaarrond beschermde nesten van huismus, ringmus en gierzwaluw, algemene broedvogels en verblijfplaatsen van vleermuizen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Om overtredingen op de Wet natuurbescherming te voorkomen, dient verstoring door verlichting voor gebouwbewonende vleermuizen voorkomen te worden. Hiervoor zijn tal van vleermuisvriendelijke mogelijkheden, zoals groene bouwverlichting (of geen) en armaturen die niet richting de bosranden uitstralen en/of amberkleurige verlichting. Deze zaken zijn geborgd via de zorgplicht in de Wet natuurbescherming. Hierover worden in het kader van de anterieure overeenkomst afspraken vastgelegd.

Uit het onderzoek blijken enkele lichte verontreinigingen die geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van de locatie met woningbouw of aanleiding geven tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Wel gelden voorwaarden voor het afvoeren van grond.

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

Hoewel niet relevant voor het bodemonderzoek geldt dat de Japanse Duizendknoop is geconstateerd. Dit betreft een sterk woekerende plant van exotische afkomst. Hiervoor geldt, dat verdere verspreiding voorkomen dient te worden. Derhalve wordt aanbevolen om bij eventueel grondverzet rekening met dit gegeven te houden.

4.8 Watertoets Toetsingskader Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor dit plan wordt de uitgebreide watertoetsprocedure doorlopen. De uitgangspuntennotitie voor de watertoets is opgenomen in bijlage 9. Waterafvoer/berging Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Binnen het plan wordt 8.000 m2 bestemd voor verkeer en 14.000 m2 als wonen met tuin. Ervan uitgaande dat de verkeersbestemming voor 95% wordt verhard en de uit te geven grond voor 60%, dan levert dat ongeveer 16.000 m2 aan extra verharding op. Dit moet voor 10% worden gecompenseerd in de vorm van nieuwe waterberging. Dat betekent dat er in het plangebied 1.600 m 2 water moet worden toegevoegd.

Vanwege de hoogteligging is vooral afvoer van water een aandachtspunt. Aanvoer is alleen mogelijk met regenwater. Daarom is gekozen om de compensatie uit te voeren als wadi. Deze wadi zal bijna altijd droog staan behalve bij hevige regenval. Met een oppervlakte van ruim 1.600 m 2 wordt voldaan aan de compensatie-eis. Het regenwater vanaf de verhardingen van het plan worden aangesloten op de omliggende watergangen en de wadi. Dit gebeurd waar mogelijk oppervlakkig, zodat het ook tijd krijgt in de bodem te infiltreren en het zichtbaar blijft welk water naar de sloten wordt afgevoerd. Over de waterafvoer vanuit de wadi vindt nog afstemming plaats met het waterschap. Wanneer water niet goed afgevoerd kan worden via andere sloten, zal de wadi voldoende capaciteit (in m3) moeten hebben om het water van een maatgevende bui op te vangen. Gelet op de bodemopbouw kan water wel

28

infiltreren in de bodem, waarmee een goed functionerend watersysteem wordt bereikt. Dit bestemmingsplan biedt de mogelijkheden voor deze uitwerking.

Wat betreft de aanleghoogte geldt dat het huidige maaiveld op +1,85 m NAP ligt. Volgens de peilenkaart van het waterschap valt het gebied onder het peilgebied van -0,52m NAP. Het waterpeil ligt ongeveer 2,5 meter lager dan het vloerpeil van de woningen. Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat wordt voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat gebouwd wordt met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Dit wordt aan de ontwikkelaar meegegeven, maar valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater volledig gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater aangesloten op het gemeentelijk riool. Schoon hemelwater wordt afgekoppeld en zoveel mogelijk rechtstreeks afgevoerd op het oppervlaktewater, waar nodig via een hemelwaterriool. Dit wordt in overleg met de gemeente vormgegeven. Vervolg Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Het wateraspect wordt gecommuniceerd met de ontwikkelaar en geldt als uitgangspunt voor de uitvoering van het plan.

4.9 Archeologie Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in

29

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het plangebied wordt hierop geanticipeerd door het percentage verhard oppervlak laag te houden (circa 50%) en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Het uitgangspunt is dat onderhavige plan hieraan bijdraagt.

het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is.

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toetsing Om te beoordelen of sprake is van archeologische (verwachtings)waarden in het plangebied is de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) geraadpleegd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, voor de steentijd-bronstijd en de ijzertijd-middeleeuwen. Een fragment van de kaarten is weergegeven in figuur 4.1.

Figuur 4.3

Fragment kaarten FAMKE

Voor het plangebied geldt voor de steentijd-bronstijd sprake is van een vuursteenvindplaats. Deze is in het geldende bestemmingsplan vertaald naar de bestemming ‘Waarde – Archeologie’. Bij ingrepen groter dan 50 m2 is waarderend archeologisch onderzoek nodig. Voor de periode ijzertijdmiddeleeuwen geldt een lagere verwachtingswaarde. Hier wordt bij ingrepen groter dan 5.000 m 2 een verkennend archeologisch onderzoek nodig. Archeologisch onderzoek Voor de sportvelden is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in bijlage 10. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied 35 boringen gezet in een dichtheid van vijf tot 20 boringen per hectare. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied sterk is verstoord tijdens de aanleg van het sportcomplex. Hierbij lijkt een zandkop te zijn afgevlakt die op de zuidelijke helft van het plangebied lag. Er zijn ook geen archeologisch indicatoren aangetroffen. Gelet hierop wordt geadviseerd om de locatie voor wat betreft archeologie vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen.

30

De Kingmalocatie is in het onderzoek niet meegenomen. Deze locatie is namelijk geheel verhard en grotendeels bebouwd. Gelet op de hierdoor ontstane verstoringen, de beperkte verwachtingswaarde op basis van FAMKE en de uitkomsten van het onderzoek op het sportveld, wordt geconcludeerd dat voor deze locatie met zekerheid gesteld kan worden dat hier geen archeologisch resten in het geding zijn. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding moet worden gedaan bij het bevoegd gezag.

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Toetsing Volgens de Cultuur Historische kaart is de Burg. Lohmanlaan en het rijtje woningen aan de noordzijde hiervan, ter plaatse van het plangebied, aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. Deze woningen zijn aangewezen als ‘Delfts Rood’. De woningen waar de ontsluitingsweg wordt aangelegd zijn inmiddels gesloopt. Deze woningen hadden vooral een waarde voor de ruimtelijke context, die bewaard blijft door het behoud van de overige woningen. Het plan doet geen afbreuk aan historische structuren en elementen in de omgeving. Het voegt zich in de oorspronkelijke verkaveling van het landschap, die in de omgeving nog goed zichtbaar is. Op deze manier is in voldoende mate rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden.

4.11 Luchtkwaliteit Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten geldt als grenswaarde bij één ontsluitingsweg 1.500 woningen. Projecten onder dit aantal vallen onder de NIBM-regeling.

31

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

4.10 Cultuurhistorie

Toetsing In Fryslân zijn geen knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Burgum en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Met dit plan maximaal 101 (80+21) woningen gerealiseerd. Daarmee geldt voor dit plan de NIBMregeling. Het plan is van dermate kleine omvang dat niet in betekenende mate wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

4.12 Planologische zones Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig, die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan. Er zijn ook geen andere planologisch relevante zones aanwezig.

32

5 Juridische regeling

5.1 Algemeen

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

5.2 Toelichting op de regels Het plangebied is voorzien van de enkelbestemmingen ‘Groen’, ‘Verkeer - Verblijfsgebied’, ‘Wonen – Rijenbouw 1’, ‘Wonen – Rijenbouw 2’ en 'Wonen – Twee onder één kap 2’. Hierbij is aangesloten bij de gemeentelijke standaard. De regels zijn afgestemd op het geldende bestemmingsplan. De ligging van de bestemmingen en de bouwvlakken is bepaald op het in hoofdstuk 2 beschreven stedenbouwkundig plan. Groen - Groenvoorziening De belangrijkste groenstructuren in het plangebied zijn onder de bestemming ‘Groen - Groenvoorziening’ gebracht. De bestemming richt zich hoofdzakelijk op het behoud en mogelijk maken van de groenvoorziening. Hierbij kan sprake zijn van een combinatie met water(partijen), fiets- en wandelpaden, bijvoorbeeld in parken. Deze functies zijn dan ook bij recht mogelijk in deze bestemming. Naast het groen is ook het oppervlaktewater in deze bestemming ondergebracht. De watergangen en -partijen of watervoorzieningen zoals de wadi, moeten voor meer dan 90% uit water(voorzieningen) bestaan. Deze zijn van een aanduiding voorzien. Binnen deze aanduiding wordt de waterhuishoudkundige functie van het oppervlaktewater gewaarborgd. Dit heeft onder meer tot gevolg dat voor werken en/of werkzaamheden die van invloed zijn op dit water, een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd bij het bevoegd gezag.

33

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

Verkeer - Verblijf De verkeersstructuur inclusief de (semi)openbare parkeerterreinen zijn bestemd als ‘Verkeer – Verblijf’. De gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor straten, paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Het verblijfsgebied duidt op gebieden die naast een verkeersfunctie ook een nadrukkelijke verblijfsfunctie hebben. Hieronder vallen onder meer voetgangersgebieden en pleinen. Ook reguliere woonstraten (erfontsluitingswegen) hebben deze bestemming. De wegen in deze bestemming hebben maximumsnelheid van 30 km/uur. Voor de verblijfsfunctie zijn ook speelvoorzieningen toegestaan binnen de bestemming. Wonen - Rijenbouw 1 en 2 en Wonen – Twee onder één kap 2 In aansluiting op het geldende bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt in verschillende woonbestemmingen op basis van de typen woningen en de goothoogte. Daarbij geldt dat volgnummer 1 duidt op één bouwlaag met kap, waarbij een goot- en bouwhoogte van 4 en 10 meter hoort. Onder volgnummer twee vallen twee bouwlagen met kap, met een goot- en bouwhoogte van 8 en 12 meter. Qua bouwregels is aangesloten op de geldende regeling, waarbij de hoofdgebouwen zijn vastgelegd in het bouwvlak. Er is hierbij onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken. Hoofdgebouwen (de woonhuizen) moeten in een bouwvlak worden gebouwd.

Voor bijbehorende bouwwerken geldt de standaardregeling van de gemeente Tytsjerksteradiel. Het maximum aantal woningen is per bouwvlak aangegeven, waarmee ook richting wordt gegeven aan de type woningen. Voor de locatie Kingma is de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijking’ opgenomen. Hier geldt dat het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken in beginsel is uitgesloten. Via een afwijking mag onder voorwaarden een woongebouw met maximaal 21 woningen en met een maximum bouwhoogte van 6 meter worden gebouwd. Hiervoor gelden nadere criteria gelden die een goede ruimtelijke ordening waarborgen. Vrijstaande woningen Op de verbeelding zijn één uitzondering opgenomen. De twee vrijstaande woningen zijn aangeduid als ‘vrijstaand’ binnen de bestemming ‘Wonen – Twee onder één kap’. Hierdoor bestaat de flexibiliteit op langs de noordelijke rand zes tweekapper of vier tweekappers en twee vrijstaande woningen te bouwen. Werken vanuit huis Binnen de woonbestemming zijn ook aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mogelijk.

Voorwaardelijke verplichting Specifiek voor het noordelijk bouwblok en voor de locatie Kingma is een regeling opgenomen waarmee is bepaald dat deze woningen slechts in gebruik genomen kunnen worden wanneer de afschermende maatregelen bij de houtzagerij zijn gerealiseerd conform de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek. Dit moet dan in het milieuspoor worden vastgelegd. Hiermee is een goed woon- en leefklimaat bij deze woningen gewaarborgd. 34

6 Uitvoerbaarheid

6.1 Algemeen Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

Participatie Over de plannen op de sportvelden en de daarop aanvullende ontwikkelingen op de locatie Kingma heeft een uitvoerig participatietraject plaatsgevonden. Vanaf december 2021 tot april 2023 zijn er diverse communicatiemomenten geweest waarbij omwonenden, belendende bedrijven en andere belanghebbenden geïnformeerd en informatie is opgehaald. Een overzicht van dit participatieproces is opgenomen in bijlage 11. Gelet op het intensieve voortraject met participatie wordt het plan niet voor inspraak ter inzage gelegd. Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht is het verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De plannen zijn overlegd met Wetterskip Fryslân en worden gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan Provincie Fryslân en Brandweer Fryslân voor een overlegreactie. De ingekomen schriftelijke reacties van de provincie en de brandweer zijn opgenomen in bijlage 12. Het Wetterskip heeft per mail gereageerd. Provincie Fryslân De provincie geeft aan in te kunnen stemmen met het plan.

Wel geven zijn als advies mee dat, hoewel akkoord te zijn met het achterwege laten van archeologisch onderzoek op de Kingmalocatie, wel een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ op de gronden te leggen. Daarnaast hebben zijn de AERIUS-berekening ter beoordeling gekregen, waarop per mail nog een reactie wordt gegeven. Hierop is later per mail meegedeeld dat de berekening akkoord is. Antwoord (archeologie): Het bestemmingsplan staat op de Kingmalocatie slechts via afwijking het bouwen van een woongebouw toe. Eén van de voorwaarden voor het toepassen van deze afwijking is dat er geen archeologische waarden worden geschaad. Op die manier vindt nadere toetsing van de archeologie plaats. Bovendien heeft de Kingmalocatie een oppervlakte van ongeveer 2.500 m 2, waarmee ingrepen groter dan de vrijstellingsgrens van FAMKE (5.000 m 2) nooit overschreden kan worden. Het plan voldoet op deze wijze aan uitgangspunten van FAMKE, geregeld via de Verordening Romte en de archeologische verwachtingswaarde is voldoende beschermd. Het opnemen van een dubbelbestemming op deze plek wordt daarmee niet doelmatig of noodzakelijk geacht.

35

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Brandweer Fryslân Brandweer Fryslân adviseert op grond van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) in relatie tot omgevingsveiligheid en de brandweerzorg. Zij voorzien voor het plangebied een aandachtspunt met betrekking tot de bereikbaarheid en het bluswater en geven met daarvoor enkele adviezen voor de uitvoering. Het gaat om de vormgeving van de wegen en het aanbrengen van brandkranen.

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

Antwoord: De adviezen worden bij de verdere uitwerking van het plan als uitgangspunt gehanteerd. De brandweer wordt betrokken bij de verdere planvorming. Wetterskip Fryslân Het Wetterskip zit graag de volgende punten worden opgenomen in het onderdeel ‘Water’: • Toelichting: In de waterparagraaf staat dat er schouwwatergangen (of secundaire wateren) in en/of rond het plangebied liggen. Wat hiervan de gevolgen zijn en hoe hier in de planvorming rekening mee is gehouden; • Verbeelding: Geen bouwvlakken nabij de schouwwatergang. In stedelijk gebied liefst een strook die openbaar is langs de schouwwatergang, zodat deze goed bereikbaar is en ook blijft, bijvoorbeeld Groen; • Regels: De bestemming van de gronden waarin de schouwwatergang ligt, mag de functie Water niet uitsluiten. Antwoord: Het grootste deel van de schouwsloten is openbaar toegankelijk. Alleen achter de woonpercelen aan de oostzijde van het plan grenst deze aan beide zijden aan woonpercelen. De sloot is hier bestemd als ‘Groen’ met de aanduiding ‘water’, waar water in stand gehouden moet worden Bovendien is met een kettingbeding vastgelegd dat de eigenaren de watergang zelf moeten onderhouden. Waar de schouwsloten grenzen aan het openbaar (voor 75% het geval) gebied is de bestemming ‘Groen’ of ‘Verkeer’ van toepassing. Overal is ruimte tussen de bouwvlakken en de schouwsloten in acht genomen.

Tot slot is water toegestaan binnen elke bestemming in het bestemmingsplan. Op de voorgaande wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten van Wetterskip Fryslân. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens gedurende zes weken, ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen op het bestemmingsplan kenbaar maken. De zienswijzen worden meegewogen in het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Indieners worden hiervan op de hoogte gesteld. Vaststelling De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.3 Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). 36

Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de realisatie van een woongebied met maximaal 101 woningen. De plan en uitvoeringskosten worden gedragen door de exploitatie van het plan. De ontwikkelaar heeft hiervoor een exploitatieopzet gemaakt.

De gemeente en initiatiefnemer sluiten voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan een anterieure overeenkomst, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de plankosten en eventuele planschade. Hiermee is het kostenverhaal voldoende verzekerd.

37

BESTEMMINGSPLAN MOOI BURGUM – DEEL 1

Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

Bijlage 1

Woningbouw Mooi Burgum 1

Vormvrije mer-beoordeling 17 april 2023

Woningbouw Mooi Burgum 1 Vormvrije mer-beoordeling

COLOFON Opdrachtgever

: Bint Planontwikkeling

Auteur

: E. Venema

Rapportnummer

: 21-729-3

Versie

: 1.0

Datum

: 17 april 2023

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? 1.3 Leeswijzer 2 Kenmerken en plaats van het project 2.1 Kenmerken van het project 2.2 Plaats van het project

1 1 1 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2 2 3

3

Kenmerken van de milieueffecten

4

4

Conclusie

5

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Op een deel van de sportvelden in Burgum en op de locatie van Makelaardij Kingma wordt woningbouw voorzien. In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer deze niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten beoordelen of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit wordt een vormvrije mer-beoordeling genoemd. Daarbij moet wordt getoetst op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling, maar hoort geen formele procedure. De omstandigheden betreffen de kenmerken van de projecten, de plaats van de projecten en de kenmerken van de potentiële effecten. De aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject is in het besluit opgenomen als beoordelingsplichtige activiteit. De drempelwaarden die hierbij horen zijn een oppervlakte van 100 hectare, een aaneengesloten gebied met 2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Het plan omvat de realisatie van 101 woningen op een aaneengesloten gebied van ongeveer 3 hectare. Daarmee is het plan niet direct mer-beoordelingsplichtig. In het Besluit m.e.r.

is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan - ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft - mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft. Dit is een “vormvrije” m.e.r.-beoordeling.

1.2

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: - de plaats van het project; - de kenmerken van het project; - de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag voor de voorbereiding van het bestemmingsplan is ook verantwoordelijk voor het nemen van het mer-beoordelingsbesluit, namelijk het college van burgemeester en wethouders. Dit besluit moet voor de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan worden genomen.

Mer-beoordeling Woningbouw Mooi Burgum 1 21-729-3 | 1.0

1

2

Kenmerken en plaats van het project

2.1

Kenmerken van het project

Algemeen Bij de kenmerken van een project wordt conform Bijlage III van de EU richtlijn in overweging genomen wat de omvang van het project is, in welke mate er sprake kan zijn van cumulatie met andere projecten. Omvang De omvang van het plan is in verhouding tot de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. zeer beperkt. Het project voorziet in de bouw van 101 woningen in een aaneengesloten gebied van ongeveer 3 hectare. Cumulatie In de directe omgeving vinden geen andere stedelijke ontwikkelingen plaats die kunnen leiden tot cumulatie of gezamenlijk de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. overschrijden. Gebruik natuurlijke hulpstoffen Voor de uitvoering hoeft geen gebruik te worden gemaakt van bijzondere en/of schaarse hulpstoffen. Productie van afvalstoffen Bij de uitvoering komen mogelijk afvalstoffen vrij. Dit wordt overeenkomstig de geldende regels afgevoerd en waar mogelijk gerecycled. Er is geen sprake van bijzondere of risicovolle afvalstoffen die in potentie leiden tot belangrijke milieueffecten. Verontreiniging en hinder Het project leidt niet tot een risico op verontreiniging. Verder is er geen sprake van een onaanvaardbare mate van hinder. Risico van ongevallen De uitvoering van het project en het gebruik van de gronden brengen geen verhoogd risico op ongevallen met zich mee. Er is geen sprake van het gebruik van gevaarlijke stoffen en technologieën.

2

Mer-beoordeling Woningbouw Mooi Burgum 1 21-729-3 | 1.0

2.2

Plaats van het project

Algemeen Bij de plaats van het project gaat het met name om de mate van kwetsbaarheid van het gebied waarin het project plaatsvindt. Hierbij wordt conform de EU richtlijn in overweging genomen wat het bestaande grondgebruik is en hoe het is gesteld met het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Bestaand grondgebruik Het plangebied betreft een sportveld en enkele woonkavels en een bedrijfskavel in een gemengde stedelijke omgeving. Regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft opzichzelf geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Opnamevermogen natuurlijk milieu Dit bestemmingsplan maakt een stedelijk ontwikkelingsproject mogelijk. Het plan ligt niet nabij gevoelige gebieden, zoals bedoeld in de EEG-richtlijn. Vanuit de plaats en de kenmerken van het project wordt geen belangrijke milieueffecten verwacht.

Mer-beoordeling Woningbouw Mooi Burgum 1 21-729-3 | 1.0

3

3

Kenmerken van de milieueffecten

Algemeen Conform de EU richtlijn wordt in ieder geval ingegaan op het bereik van het effect, waaronder het grensoverschrijdende karakter daarvan. De waarschijnlijkheid van het effect en de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Aard van de effecten In het plan worden alleen woningen ontwikkeld. Vanuit deze functie wordt geen belangrijke milieubelasting verwacht. Potentiële effecten zijn beperkt tot een toename van verkeer, invloed op de milieuzones van bedrijven en eventuele ecologische en waterhuishoudkundige effecten. Daarnaast zijn er tijdelijke effecten in de realisatiefase mogelijk. In het kader van het bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken naar milieuzonering van omliggende bedrijven uitgevoerd, waaruit is gebleken dat de woningen en de bedrijven elkaar niet in negatieve zin beïnvloeden. Verder is onderzoek gedaan naar wegverkeersgeluid, natuur, bodemkwaliteit en archeologische waarden. Hieruit blijken geen belangrijke negatieve milieueffecten. Bereik van het effect De effecten zijn beperkt tot de ontsluitende wegen en de aangrenzende percelen. Waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect Potentiële milieueffecten als gevolg van woningbouw zijn over het algemeen voorspelbaar en goed op voorhand te onderzoeken. Uit deze onderzoeken blijkt dat er geen belangrijke milieueffecten als gevolg van dit plan te verwachten zijn.

De effecten van de aanleg zijn tijdelijk. Effecten op lange termijn zijn niet aan de orde. Het project is in principe niet omkeerbaar.

4

Mer-beoordeling Woningbouw Mooi Burgum 1 21-729-3 | 1.0

4

Conclusie

Het project is relatief kleinschalig en heeft geen kenmerken die potentieel risico op grote milieueffecten in zich hebben. Verder wordt geconcludeerd dat het project plaatsvindt op een bestaand recreatieterrein, op een locatie zonder bijzondere en/of kwetsbare waarden. Er is geen sprake van belangrijke negatieve effecten als gevolg van het project. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure. Op basis hiervan kan het college van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, besluiten dat voor dit bestemmingsplan geen planMER gemaakt hoeft te worden.

Mer-beoordeling Woningbouw Mooi Burgum 1 21-729-3 | 1.0

5

Bijlage 2

www.noormanadvies.nl

Rapport 22210035.R02c

Nieuwbouwplan ‘Mooi Burgum – deel 1’

- Akoestisch onderzoek industrielawaai -

Akoestiek Bouwfysica Brandveiligheid Geluid Milieu

Rapport 22210035.R02c

Nieuwbouwplan ‘Mooi Burgum – deel 1’

- Akoestisch onderzoek industrielawaai -

Datum:

13 april 2023

Opdrachtgever:

Zwanenburg Projecten B.V. Postbus 400 8440 AK Heerenveen

Auteur:

dhr. J. Dijkstra (projectleider)

Collegiale toets:

mevr. ing. S.H. van de Werfhorst

Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen

Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn

T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl

Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01

Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd

www.noormanadvies.nl

Inhoud

1|

Inleiding

5

2| 2.1 2.2 2.3 2.4

Beoordelingskader VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ Toetsing aan de richtafstanden Bescherming buitenruimte (tuin) Activiteitenbesluit milieubeheer

6 6 9 10 10

3| 3.1 3.2

Bedrijfsactiviteiten Inlands Hout Van Leersum Elingsloane 19

12 12 13

4|

Meet- en rekenvoorschrift

14

5|

Geluidmetingen en meetresultaten

14

6| 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Geluidgegevens Inlands Hout Van Leersum Algemeen Representatieve bedrijfsvoering Werkplaats [bronnen 01 t/m 07] Gebruik kettingzaag [bronnen 08 t/m 11] (Intern) transport [bronnen 12 en 13] Maximale geluidniveaus [bronnen max-01 t/m max04] Samenvatting ingevoerde geluidbronnen

14 14 15 15 16 17 17 17

7| 7.1 7.2

Geluidgegevens Elingsloane 19 Algemeen Geluidbronnen

18 18 19

8| 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

Rekenmodel Algemeen Geluidbronnen Objecten, bodemgebieden en maaiveld Rekenpunten Geluidoverdracht

19 19 20 20 21 21

22210035.R02c

pagina 3 van 30

www.noormanadvies.nl

9| 9.1 9.2 9.3

Resultaten Inlands Hout Van Leersum Bestaande situatie Situatie met nieuwbouwplan Situatie met nieuwbouwplan, na aanvullende maatregel

22 22 23 24

10 | 10.1 10.2

Resultaten Elingsloane 19 Rekenresultaten Beoordeling

28 28 28

11 | 11.1

Conclusie Inlands Hout Van Leersum

29 29

Figuren 1 2 3 4 5 6

Situatie Overzicht van het rekenmodel – bestaande situatie Overzicht van het rekenmodel – situatie met nieuwbouwplan Overzicht van het rekenmodel – situatie met nieuwbouwplan + maatregel Plattegrondtekening loods/houtopslag Aanzicht loods/houtopslag

Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Begrippen Maatwerkvoorschriften Bronsterkteberekeningen Overzicht van de ingevoerde geluidbronnen Overzicht van de ingevoerde objecten en bodemgebieden Berekeningsresultaten Van Leersum – bestaande situatie Berekeningsresultaten Van Leersum – situatie met nieuwbouwplan Berekeningsresultaten Van Leersum – niveaus t.p.v. houtopslag Berekeningsresultaten Van Leersum – situatie met nieuwbouwplan + maatregel Berekeningsresultaten Elingsloane 19 – situatie met nieuwbouwplan

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van Noorman Bouw- en milieu-advies. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij Noorman Bouw- en milieu-advies gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

22210035.R02c

pagina 4 van 30

www.noormanadvies.nl

1 | Inleiding In opdracht van Zwanenburg Projecten B.V. is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd ten behoeve van het nieuwbouwplan ‘Mooi Burgum – deel 1’. Het plangebied omvat de meest oostelijke voetbalvelden van sportpark ‘Het Koningsland’ te Burgum. Daarnaast omvat het plangebied het bedrijfsperceel Elingsloane 17-17A, de zogenoemde ‘Kingmalocatie ’. Het voornemen is de gronden te herbestemmen en in gebruik te nemen ten behoeve van woningbouw (Nieuwbouwplan Mooi Burgum – deel 1). Een overzicht van de te realiseren situatie (plankaart met woningbouwvlakken) is gegeven in figuur 1. Om het bouwplan mogelijk te maken is een wijziging van de bestemming naar ‘wonen’ noodzakelijk. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van te doorlopen ruimtelijke procedures. Van belang is dat enerzijds ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen een in akoestische zin acceptabel woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd en anderzijds de omliggende bedrijven niet in de bedrijfsvoering worden aangetast. Afbeelding 1 geeft een overzicht van de bestaande situatie. In de afbeelding is tevens de situering van de beoogde bouwvlakken (geel omlijnd) weergegeven. Afbeelding 1: Overzicht van de situatie, met geel omlijnd de beoogde ligging van de bouwvlakken binnen het plangebied

Inlands Hout Van Leersum Elingsloane 19 Kingmalocatie

22210035.R02c

pagina 5 van 30

www.noormanadvies.nl

Dit akoestisch onderzoek richt zich met name op de inrichting van Inlands Hout Van Leersum. Deze inrichting ligt aan de Elingsloane 29, direct noordelijk van het plangebied (zie ook afbeelding 1). De hoofdactiviteiten van het bedrijf bestaan uit de in- en verkoop en het verwerken van (rond)hout. Ten behoeve van het onderzoek is de inrichting op 13 januari 2022 en 15 februari 2023 bezocht en zijn geluidmetingen uitgevoerd. Ter plaatse is tevens de bedrijfssituatie geïnventariseerd en besproken. Direct noordelijk van de ‘Kingma-locatie ’ ligt het perceel Elingsloane 19. Dit perceel heeft een lichte bedrijfsbestemming en is daarmee potentieel geluidrelevant. Het betreffende perceel is aanvullend in voorliggend akoestisch onderzoek betrokken. Het plangebied ligt verder binnen de akoestische invloedssfeer van sportcomplex ‘Het Koningsland’. De vanwege de sportactiviteiten ter plaatse van het plangebied te verwachten geluidniveaus zijn separaat onderzocht. De uitgangspunten, resultaten en daaruit te trekken conclusies zijn vastgelegd in ons rapport met kenmerk 22210035.R03b. Zuidwestelijk van het plangebied ligt AZC-school Papilio. In verband met een toename van het aantal leerlingen wordt de school tijdelijk uitgebreid.

De vanwege de school (inclusief uitbreiding) ter plaatse van het plangebied te verwachten geluidniveaus zijn inzichtelijk gemaakt in een door de FUMO uitgevoerd akoestisch onderzoek met kenmerk JD\2022-FUMO-0070614\4607. Bij de uitwerking is verder gebruik gemaakt van door Interra b.v. namens de opdrachtgever ter beschikking gestelde tekeningen. De gehanteerde akoestische begrippen zijn in bijlage 1 toegelicht.

2 | Beoordelingskader 2.1 VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ Een mogelijk toetsingskader voor (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen is vastgelegd in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ (editie 2009). De publicatie wordt gebruikt als hulpmiddel bij planologische ontwikkelingen en geeft o.a. richtafstanden en stappenplannen om te komen tot het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in de directe omgeving van (geluid)gevoelige functies nabij bedrijven (en vice versa).

22210035.R02c

pagina 6 van 30

www.noormanadvies.nl

Richtafstanden In eerste instantie kan worden gekeken naar de richtafstanden op grond van de toelaatbare milieucategorieën en de nabijgelegen (geluid)gevoelige bestemming; hier de nieuw te realiseren woningen. Buiten deze richtafstanden is geen onevenredige hinder te verwachten vanwege de inrichting en is verder (akoestisch) onderzoek in principe niet nodig. De aan te houden richtafstand is onder andere afhankelijk van de maximale toegestane milieucategorie en de gebiedstypering. Voor de milieucategorieën 2, 3.1 en 3.2 is in tabel 1 een overzicht gegeven van de richtafstand per gebiedstype. Tabel 1: Richtafstanden conform de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ Gebiedstype

Milieucategorie

Richtafstand*

Rustige woonwijk

2

30 m

3.1

50 m

3.2

100 m

2

10 m

3.1

30 m

3.2

50 m

Gemengd gebied

*

Als aangegeven in de VNG-brochure heeft de richtafstand betrekking op de aan te houden afstand tussen de grens van de inrichting en de gevels van de gevoelige bestemming c.q. woning.

Aanvullend onderzoek Als niet aan de richtafstanden kan worden voldaan is aanvullend akoestisch onderzoek nodig waarbij in eerste instantie moet worden getoetst aan de in tabel 2 gegeven aanbevolen richt- en grenswaarden conform de VNG-uitgave: Het VNG toetsingskader kent geen standaard uitzonderingsregels voor specifieke geluiden en/of laad- en losactiviteiten zoals het Activiteitenbesluit milieubeheer wel kent. Dit met uitzondering van piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer in een gemengd gebied (zie ook tabel 2).

22210035.R02c

pagina 7 van 30

www.noormanadvies.nl

Tabel 2: Richt- en grenswaarden conform de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ Gebiedstype

Richtwaarde*

Grenswaarde*

Rustige woonwijk

LAr,LT ≤ 45 dB(A)

LAr,LT ≤ 50 dB(A)

LAmax ≤ 65 dB(A)

LAmax ≤ 70 dB(A)

indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)***

indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)***

LAr,LT ≤ 50 dB(A)

LAr,LT ≤ 55 dB(A)

LAmax ≤ 70 dB(A)

LAmax ≤ 70 dB(A) **

indirecte hinder LAeq ≤ 50 dB(A)***

indirecte hinder LAeq ≤ 65 dB(A)***

Gemengd gebied

* ** ***

Als etmaalwaarde Exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer Mogelijk relevante indirecte hinder is niet aan de orde en is daarom buiten beschouwing gelaten in voorliggend onderzoek

Afwijken van het VNG-toetsingskader Als aangegeven in de publicatie dient de VNG-uitgave als hulpmiddel en geeft het een mogelijk toetsingskader. Het bevoegd gezag kan gemotiveerd afwijken. De geldende milieuregelgeving kan daarbij een rol spelen. In de motivatie dient te worden aangegeven waarom het bevoegd gezag in deze concrete situatie de (hogere) geluidbelasting acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Gebiedstypering en wijze van beoordeling Onder het omgevingstype gemengd gebied wordt een gebied verstaan met een matige tot sterke functievermenging. Naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca of kleine bedrijven. Als aangegeven in de VNG-publicatie kan ook (lint)bebouwing in het buitengebied, met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Ten noordwesten, ten noorden en ten noordoosten grenst het plangebied aan gronden die bestemd zijn als bedrijventerrein. Direct westelijk grenst het plangebied aan een sportcomplex. Zuidwestelijk ligt een AZC-school. Verder ligt het plangebied in zijn geheel binnen de wettelijke geluidzone van de Oude Commissieweg (= doorgaande weg door Burgum).

22210035.R02c

pagina 8 van 30

www.noormanadvies.nl

Gelet op de ligging van het plangebied in de nabijheid van verschillende bedrijven, een sportcomplex, een school en de Oude Commissieweg kan, in lijn met vaste jurisprudentie1, in voorliggende situatie worden aangesloten bij de richt- en grenswaarden geldend voor een ‘gemengd gebied’.

2.2 Toetsing aan de richtafstanden In tabel 3 is voor de in de nabijheid van het plangebied gelegen bedrijfsmatige bestemmingen/functies een overzicht gegeven van de milieucategorie met behorende VNG-richtafstand en de afstand van de grens van de inrichting tot aan het dichtstbijzijnde bouwvlak binnen het plangebied. Onder de tabel is een nadere toelichting gegeven. Tabel 3: Toetsing aan de richtafstanden Omschrijving/adres

Elingsloane 19

Milieucategorie

max. 2

Richtaf-

Afstand per-

voldoet/

stand*

ceelsgrens tot

voldoet niet

10 m

bouwvlak 10 m

voldoet

Elingsloane 21, 23a/b, 25-1/9

max. 2

10 m

>35 m

voldoet

Elingsloane 27

max. 3.2

50 m

130 m

voldoet

Elingsloane 29 (Van Leersum)

max. 3.2

50 m

49 m

voldoet niet

sportvelden sportcomplex

3.1

30 m

28 m

voldoet niet

AZC-school (Papilio)

2

10 m

>30 m

voldoet

* Bij een gemende woonomgeving

Uit tabel 3 volgt dat de afstand van de rand van de voetbalvelden tot het dichtstbijzijnde bouwvlak net niet voldoet aan de richtafstand. Een nader akoestisch onderzoek naar het gebruik van deze velden is daarmee nodig. De uitgangspunten, resultaten en daaruit te trekken conclusies zijn, als reeds aangegeven in de inleiding, vastgelegd in een separaat onderzoek. De afstand tussen de perceelsgrens van Inlands Hout Van Leersum en het dichtstbijzijnde bouwvlak voldoet eveneens net niet aan de richtafstand. Een nadere akoestische beoordeling is gegeven in het vervolg van dit rapport. Dit is temeer van belang omdat voor de inrichting in het verleden maatwerkvoorschriften zijn afgegeven. Het maatwerkbesluit is integraal als bijlage 2 bijgevoegd. Het ten opzichte van de inrichting dichtstbijzijnde bouwvlak ligt op enigszins kortere afstand van de inrichting dan het referentiepunt 2, zoals genoemd in het voor de inrichting afgegeven maatwerkvoorschrift.

1

Zie onder meer de Raad van State-uitspraak d.d. 17-06-2020, zaaknummer 201909275/1/R3 (ECLI:NL:RVS:2020:1408).

22210035.R02c

pagina 9 van 30

www.noormanadvies.nl

De afstand van het bouwvlak op de ‘Kingma-locatie ’ tot het perceel Elingsloane 19 voldoet juist aan de richtafstand. Een nader akoestisch onderzoek is daarmee op voorhand niet noodzakelijk. Volledigheidshalve zijn de te verwachten geluidniveaus in voorliggend onderzoek wel inzichtelijk gemaakt en beoordeeld.

2.3 Bescherming buitenruimte (tuin) Voor tuinen/buitenruimten is geen normstelling gedefinieerd in zowel de VNG-uitgave als het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ook is er geen gemeentelijk beleid op dit vlak. Duidelijk is dat een tuin/buitenruimte minder bescherming behoeft dan een geluidgevoelig object (lees woning). Dit is ook in lijn met jurisprudentie (uitspraak Raad van State 201302959/1/R1). Uitgangspunt in voorliggend onderzoek is dat met het ter plaatse van de gevels voldoen aan de richtwaarden als vastgelegd in de VNG-uitgave ook de buitenruimten/tuinen van de binnen het nieuwbouwplan te realiseren woningen voldoende zijn beschermd.

2.4 Activiteitenbesluit milieubeheer Algemene grenswaarden De inrichting aan de Elingsloane 19 en de inrichting van Inlands Hout Van Leersum vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De vanwege de inrichtingen in de omgeving toelaatbare geluidniveaus zijn gegeven in afdeling 2.8 van het besluit2. Op basis van de standaard geluidvoorschriften als verbonden aan het besluit bedraagt het ter plaatse van woningen van derden toelaatbare langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en maximale geluidniveau (LAmax) respectievelijk: • • •

dagperiode, tussen 07.00 en 19.00 uur: LAr,LT = 50 dB(A) en LAmax = 70 dB(A); avondperiode, tussen 19.00 en 23.00 uur: LAr,LT = 45 dB(A) en LAmax = 65 dB(A); nachtperiode, tussen 23.00 en 07.00 uur: LAr,LT = 40 dB(A) en LAmax = 60 dB(A).

Voor bedrijfswoningen die liggen op een als zodanig in het bestemmingsplan aangewezen bedrijventerrein, geldt een 5 dB ruimere normstelling. Maximale geluidniveaus vanwege laad- en losactiviteiten zijn in de dagperiode uitgezonderd van toetsing. 2

Het Activiteitenbesluit milieubeheer is online beschikbaar op www.wetten.overheid.nl en in zijn geheel te downloaden en/of in te zien.

22210035.R02c

pagina 10 van 30

www.noormanadvies.nl

Maatwerkvoorschrift Inlands Hout Van Leersum Voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer van kracht werd viel de inrichting van Inlands Hout Van Leersum onder het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer. In 2006 zijn op basis van dit eerdere besluit nadere geluideisen gesteld door de gemeente Tytsjerksteradiel. Deze nadere eisen zijn gegeven in bijlage 2. Voor een drietal referentiepunten is een geluidgrenswaarde opgenomen. Conform het overgangsrecht als beschreven in artikel 6.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer moeten deze nadere eisen worden gezien als maatwerkvoorschrift in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Met name referentie- c.q. maatwerkpunt 2 is in onderhavige situatie van belang, omdat dit punt ter hoogte ligt van het nieuwbouwplan. Het ter plaatse toelaatbare geluidniveau bedraagt op grond van de nadere eisen c.q. het maatwerkvoorschrift: • • •

dagperiode, tussen 07.00 en 19.00 uur: LAr,LT = 50 dB(A) en LAmax = 65 dB(A); avondperiode, tussen 19.00 en 23.00 uur: LAr,LT = 45 dB(A) en LAmax = 60 dB(A); nachtperiode, tussen 23.00 en 07.00 uur: LAr,LT = 40 dB(A) en LAmax = 55 dB(A).

Het gebruik van kettingzagen en/of het machinaal bewerken van hout in de open lucht is op basis van het maatwerkvoorschrift alleen toegestaan in de dagperiode, tussen 07.00 en 19.00 uur. In het voorschrift is vastgelegd dat de controle of berekening van de geluidniveaus dient plaats te vinden conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai IL-HR-13-01 van 1981. Inmiddels is deze handleiding vervangen door de vernieuwde Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999 (HMRI ’99). De ligging van de referentie- c.q. maatwerkpunten is weergegeven in afbeelding 2. Uit de afbeelding valt af te leiden dat ter hoogte van het maatwerkpunt 3 inmiddels een nieuw bedrijfspand staat. Dit punt is daarmee feitelijk niet meer relevant.

22210035.R02c

pagina 11 van 30

www.noormanadvies.nl

Afbeelding 2: Overzicht met de ligging van de referentie- c.q. maatwerkpunten (MWP)

3 | Bedrijfsactiviteiten 3.1 Inlands Hout Van Leersum Het terrein van de inrichting van Inlands Hout Van Leersum is grotendeels voorzien van een halfverharding bestaande uit verdicht zand en (asfalt)granulaat. Op het middenterrein en langs de oostelijke en zuidelijke terreingrens zijn in totaal vier overkappingen aanwezig voor de opslag en het op natuurlijke wijze drogen van (voornamelijk gezaagd) hout. Het drogen van hout is een langdurig proces. In de praktijk betekent dit dat de houtopslagen nagenoeg continu gevuld zijn (semi-permanente opslag). De werkplaats c.q. houtzagerij is gesitueerd ter hoogte van de westelijke terreingrens. In de werkplaats is een geautomatiseerde bomenzaag aanwezig, alsmede overige houtbewerkingsinstallaties waaronder een machinale kantrechter, een vandiktebank, een schaafbank, een afkortzaag en een lintzaag. De bomenzaag is rechtstreeks aangesloten op een houtmotafzuiging. Daarnaast is een tweede houtmotafzuiging aanwezig voor de afzuiging van de werkplaats en/of overige machines. De gevels van de werkplaats zijn uitgevoerd met gepotdekseld aangebrachte houten schaaldelen. Het

22210035.R02c

pagina 12 van 30

www.noormanadvies.nl

hellend dak is voorzien van een geprofileerd stalen beplating met lichtdoorlatende kunststof dakplaten. De kopse zijden zijn voorzien van deuren die in verband met de lengte van de te verwerken boomstammen gedurende de werkzaamheden zijn geopend. Deze deuropeningen zijn in belangrijke mate bepalend voor de gebouwuitstraling. Boomstammen worden aangevoerd met vrachtwagens (1 tot 2 per dag). Deze worden op het terrein gelost met de eigen kraan van de vrachtwagen of een meeneemtruck. De stammen worden visueel geïnspecteerd. In de stammen aanwezige metalen voorwerpen als spijkers en schroeven worden met behulp van een kettingzaag uitgezaagd. Ook kunnen op het buitenterrein de stammen met behulp van kettingzagen worden geschild (ontdaan van de bast). Binnen de inrichting zijn afhankelijk van de drukte circa 1 tot 3 personen werkzaam. De (akoestisch relevante) werkzaamheden en houtbewerkingsactiviteiten zijn momenteel beperkt tot de dagperiode, tussen 07.00 en 19.00 uur. In de toekomst kunnen mogelijk ook activiteiten in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) en in de nachtperiode (vóór 07.00 uur) gaan plaatsvinden. Gedacht wordt aan lichte onderhouds- en timmerwerkzaamheden waarbij binnen de werkplaats met name gebruik wordt gemaakt van handgereedschappen. In de avondperiode kunnen ook kortdurend (circa 20 tot 30 minuten) machinale houtbewerkingsactiviteiten plaatsvinden.

Boomstammen worden niet verwerkt. De deuren kunnen om die reden in de avond- en nachtperiode tijdens de werkzaamheden gesloten blijven. Uitgangspunt in het voorliggende onderzoek is een in akoestische zin maximaal representatieve invulling, waarbij binnen de inrichting (akoestische relevante) activiteiten worden uitgevoerd in de periode tussen globaal 06.00 en 23.00 uur.

3.2 Elingsloane 19 Het perceel aan de Elingsloane 19 heeft conform het vigerende bestemmingsplan ‘Burgum 2016’ de enkelbestemming bedrijventerrein – 2, met de specifieke functieaanduiding kantoor. Lawaaiige werkzaamheden en activiteiten zijn binnen de inrichting niet te verwachten. Mogelijk wel geluidrelevant is het bedrijfsverkeer en/of verkeersbewegingen/parkeren op het terrein van de inrichting. Het terrein van de inrichting is in belangrijke mate verhard. Zowel langs de noordelijke perceelsgrens, als oostelijk en westelijk van het (kantoor)pand zijn parkeervakken aanwezig.

22210035.R02c

pagina 13 van 30

www.noormanadvies.nl

4 | Meet- en rekenvoorschrift Toekomstige situatie Voor de toekomstige situatie (inclusief nieuwbouwplan) zijn de metingen en berekeningen van de geluidniveaus vanwege de inrichting uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen als gegeven in de ‘Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai’, uitgegeven in 1999 (HMRI ‘99). In voorliggend akoestisch onderzoek is gebruik gemaakt van Module C / Methode II. Bestaande situatie Voor het in beeld brengen van de geluidniveaus in de bestaande situatie zijn in overeenstemming met het maatwerkvoorschrift de berekeningen uitgevoerd conform de aanwijzingen als opgenomen in de oude handleiding IL-HR-13-01.

5 | Geluidmetingen en meetresultaten Op donderdag 13 januari 2022 en woensdag 15 februari 2023 is de inrichting van Inlands Hout Van Leersum bezocht en zijn ter plaatse geluidmetingen uitgevoerd. Bij de metingen is gebruik gemaakt van klasse 1 meetapparatuur. De metingen zijn uitgevoerd als emissiemeting op korte afstand van de bron. Het meteoraam als gedefinieerd in de handleiding is niet van toepassing. De metingen zijn verder uitgevoerd onder representatieve bedrijfsomstandigheden. Een overzicht van de gemeten geluidniveaus en daaruit bepaalde bronsterkten is gegeven in bijlage 3. Specifiek voor de werkplaats zijn twee dominante bronnen aan te wijzen. Het betreft de vandiktebank, gesitueerd in het zuidelijke deel van de werkplaats (nabij de zuidelijke deur) en de bomenzaag in het noordelijke deel van de werkplaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=32644a25-fcea-40ce-9039-62bdca19eecc