05 - Bijlage 1 - Bestemmingsplan
Tekst van het document
Die bescherming vindt plaats door middel van een vergunningstelsel voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, zoals het veranderen van de verkavelingstructuur en het aanbrengen van grotere oppervlakten met opgaande beplanting.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
45
6 Uitvoerbaarheid
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
46
6.1 Algemeen Wettelijk moet inzicht worden gegeven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
47
6.2 Economische uitvoerbaarheid Exploitatieplan Op grond van het bepaalde in Afdeling 6.4 Wro is de gemeente verplicht om ten behoeve van de economische uitvoerbaarheid de kosten voor het in exploitatie brengen van de gronden te verhalen op de ondernemer en daartoe op basis van artikel 6.12 eerste lid Wro in beginsel een exploitatieplan vast te stellen. In dit geval behoeft de gemeente geen exploitatieplan vast te stellen, omdat het plan een particulier initiatief is. Dit betekent, dat de kosten volledig door de initiatiefnemer worden gedragen. Er kan met voldoende zekerheid worden gesteld, dat de initiatiefnemer over de financiële middelen beschikt om het plan te realiseren. De economische uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd. Planschade Een bestemmingsplan is één van de oorzaken waardoor schade als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan ontstaan. Door deze planschade kan de economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in het geding komen. Om de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan te waarborgen, zal daarom door de gemeente Tytsjerksteradiel een planschadeovereenkomst worden afgesloten met de initiatiefnemer. Op basis hiervan komt de eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
48
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie De Omgevingswet die waarschijnlijk op 1 januari 2023 in werking zal treden stimuleert vroegtijdige participatie. Daarmee kunnen overheden namelijk op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen. De wet zegt over participatie: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. Anticiperend op de Omgevingswet heeft de initiatiefnemer zijn voornemen om een hondenkennel te realiseren op het perceel Aldemiede 10 te Suwâld voorgelegd aan de bewoners die op het perceel Aldemiede 8 wonen. Zij kunnen instemmen met de bestemmingsplanwijziging die het realiseren van een hondenkennel mogelijk maakt. Overleg Volgens artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening pleegt de gemeente m.b.t. dit bestemmingsplan overleg met de besturen van betrokken gemeenten, waterschappen en diensten van provincie en Rijk. Versnelling van besluitvormingsprocedures is één van de doelstellingen van de Wet ruimtelijke ordening. Als mogelijke vertrager in de procedure is het vooroverleg genoemd. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is.
Het plan is voor het overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening verzonden aan provincie Fryslân, Brandweer Fryslân, FUMO en Wetterskip Fryslân. Ontwerp bestemmingsplan In het kader van de bestemmingsplanprocedure, zoals bepaald in de Wet ruimtelijke ordening, heeft het bestemmingsplan zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn kan eenieder zijn/haar zienswijze over het bestemmingsplan geven. Dan zal duidelijk worden hoe men tegen het plan aankijkt. Bestemmingsplan Indien noodzakelijk wordt het bestemmingsplan aangepast aan de zienswijzen. Vervolgens neemt het college van burgermeester en wethouder een besluit over het wel of niet vaststellen van het plan. Ook kan het bestemmingsplan gewijzigd worden vastgesteld. Na de vaststelling wordt het bestemmingsplan nogmaals zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de Raad van State.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
49
BIJLAGE 1 Lijst met beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis BEROEPS- EN BEDRIJFSACTIVITEITEN AAN HUIS Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder: individuele praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, lichaamsverzorging, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, dierenarts, alternatieve geneeswijzen enz. Stoffeerderijbedrijven, waaronder: (maat)kledingmakerij, kledingverstelbedrijf, meubelstoffeerderij, woningstoffeerderij, waarbij detailhandel in stoffen en stofferingen in ieder geval is uitgesloten. Kantoorfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals: schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook voor bijvoorbeeld een detail- of groothandelsbedrijf of een aannemersbedrijf. Reparatiebedrijfjes, waaronder: schoen-/lederwarenreparatiebedrijf, uurwerkreparatiebedrijf, gouden zilverwerkreparatiebedrijf, reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen, reparatie van muziekinstrumenten, computerservice- en informatietechnologiebedrijf, enz.
In ieder geval zijn autoreparatiebedrijven uitgezonderd.
Horeca: logiesverstrekking in de vorm van bêd en brôchje (bieden logies- en ontbijtgelegenheid). Advies- en ontwerpbureaus, waaronder: reclameontwerp, grafisch ontwerp, tuinontwerp- en advies, (binnenhuis)architect, (steden)bouwkundig ontwerp, juridisch advies, financieel advies, milieukundig advies, enz. (Zakelijke) dienstverlening, waaronder: notaris, advocaat, accountant, assurantie-/ verzekeringsbemiddeling, administratiekantoor, vertaalbureau, exploitatie en handel in onroerende zaken, enz. Overige dienstverlening, waaronder: kappersbedrijf, schoonheidssalon, fotograaf, foto– en filmontwikkelbedrijf, kinderopvang (i.c. gastouder of kindercentrum met een capaciteit van < 10 kinderen), enz. Onderwijs, waaronder: autorijschool, onderwijs, niet in te delen naar specificatie, mits zonder werkplaats of laboratorium.
Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013
Kaart ontwikkelingsruimte gebruiksgerichte paardenhouderijen
Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 199
Bijlage 3 bij de Plantoelichting Bestemmingsplan Buitengebied 2013 Kaart met voor weidevogels geschikte gebieden
De gebieden zijn in groen aangegeven.
BIJLAGE 4 Landschappelijke waarden open landschap
Landschappelijke waarden Het landschapstype dat zich in algemene zin kenmerkt door de volgende landschappelijke waarden: − grootschalig open (weide)landschap; − verspreid voorkomende bebouwing met erfbeplanting; − perceelsscheidingen in de vorm van sloten en andere waterlopen; − verspreid voorkomende bosschages van beperkte omvang (v.m. eendenkooien, moerasbosjes), rietvelden; − relatief grofmazig netwerk van soms hoger gelegen wegen en paden, incidenteel met laanbeplanting; − grofmazig netwerk van kanalen, vaarten en andere, vaak structuur bepalende waterlopen, alsmede meren. In sommige deelgebieden ontbreken bepaalde als kenmerkend voor het open landschap genoemde landschappelijke waarden en/of zijn andere en/of bijzondere vormen van de als kenmerkend voor het open landschap genoemde landschappelijke waarden aanwezig. Daarom worden in Tytsjerksteradiel binnen het open landschap de volgende landschappelijk deelgebieden onderscheiden: het klei op veen landschap, het meren- en kanalenlandschap en het veenweidelandschap.
klei op veen landschap Het klei op veen landschap wordt gekenmerkt door de volgende landschappelijke waarden: − zeer grootschalig open (weide)landschap − regelmatige en onregelmatige blokverkaveling; − onregelmatige of ontbrekende verkavelingsrichting; − perceelsscheidingen in de vorm van sloten en andere waterlopen; − verspreid voorkomende bebouwing met erfbeplanting; − kwelderwal langs de Dokkumer Ie en verspreid voorkomende terpen en terprestanten; − grofmazig netwerk van hoofdzakelijk oost – west lopende wegen en paden; − grofmazig netwerk van kanalen, vaarten en andere, vaak structuur bepalende waterlopen. Meren- en kanalenlandschap Het meren- en kanalenlandschap wordt gekenmerkt door de volgende landschappelijke waarden: − meer met oeverbegroeiing in de vorm van rietkragen en moerasbosjes; − grootschalige openheid, weinig opgaande beplanting; − opstrekkende verkaveling of onregelmatige verkavelingsrichting; − perceelsgrenzen worden gevormd door sloten en door singels of dykswâlen in de overgang naar het woudenlandschap; − incidenteel voorkomende bebouwing.
Veenweidelandschap Het veenweidelandschap wordt gekenmerkt door de volgende landschappelijke waarden: − grootschalig open (weide)landschap; − hoofdzakelijk rationele verkaveling en plaatselijk opstrekkende verkaveling; − perceelsscheidingen in de vorm van sloten en andere waterlopen; − verspreid voorkomende bebouwing met erfbeplanting; − enkele terprestanten en een droogmakerij met ringvaart en kade; − verspreid voorkomende bosschages en plassen / poelen van beperkte omvang (onder andere vm. eendenkooien, moerasbosjes), rietvelden; − relatief grofmazig netwerk van wegen en paden, incidenteel met laanbeplanting; − grofmazig netwerk van kanalen, vaarten en andere, vaak structuur bepalende waterlopen, alsmede meren. Op de kaart met landschappelijke waarden open landschap zijn de landschappelijke deelgebieden weergegeven.
Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013
BIJLAGE 5 Toe te passen regels bij toepassing wijzigingsbevoegdheden
Artikel 61 Horeca - 1
61.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Horeca – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van horecabedrijven categorie 1; b. een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. bij de bedrijfswoning behorende gebouwen en overkappingen; waarbij, ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”, de bestaande karakteristieke hoofdvorm zoveel mogelijk in stand wordt gehouden; met daaraan ondergeschikt: d. groenvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. wegen, straten en paden; h. water; i. openbare nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: j. tuinen, erven en terreinen; k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 61.2 Bouwregels
61.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van de in lid 61.1 onder a. en onder c. genoemde bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. een gebouw en een overkapping zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen. 61.2.2 Bedrijfswoning Voor het bouwen van de in lid 61.1 onder b. genoemde bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. een bedrijfswoning zal binnen een bouwvlak worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”; b. voor inpandige bedrijfswoningen zijn de regels van lid 61.2.1 van overeenkomstige toepassing; c. voor niet-inpandige bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. de goothoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 4 m bedragen; 2. de bouwhoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 9 m bedragen. Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 208
61.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van de in lid 61.1 onder k. genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5 m bedragen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoogste 10 m zal bedragen; 2. de bouwhoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal bedragen. 61.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 61.2.1 onder a. en toestaan dat bij de bedrijfswoningen behorende gebouwen en overkappingen geheel of gedeeltelijk buiten een bouwvlak worden gebouwd, mits: a. de oppervlakte van deze buiten het bouwvlak gebouwde gebouwen en overkappingen ten hoogste 60 m² zal bedragen; b. de goothoogte ten hoogste 3 m zal bedragen; c. de bouwhoogte ten hoogste 6 m zal bedragen; 2. lid 61.2.2 onder c. en toestaan dat van een bedrijfswoning de goothoogte ten hoogste 8 m en de bouwhoogte ten hoogste 12 m zal bedragen.
61.3.1 Algemene criteria afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan toepassing geven aan de in lid 61.3 bedoelde mogelijkheden tot afwijking van bouwregels indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de woonsituatie; 4. de landschappelijke waarden; 5. de cultuurhistorische waarden; 6. de archeologische waarden; 7. de natuurwaarden; 8. de verkeersveiligheid; 9. de ontsluitingssituatie; 10. de parkeersituatie; 11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 61.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de in lid 61.1 onder a. genoemde bedrijfsgebouwen voor bewoning, tenzij de gronden zijn aangeduid als “bedrijfswoning” in welk geval een bedrijfswoning is toegestaan; b. het gebruik van de in lid 61.1 onder c. genoemde gebouwen voor zelfstandige bewoning; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden, anders dan als horecabedrijven categorie 1; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing met de aanduiding "bedrijfswoning" op het bouwperceel, of 50 m²;
Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 209
e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel. 61.5 Wijzigingsbevoegdheid
61.5.1 Wijzigen Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: a. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) ‘Tuin’, ‘Verkeer – Verblijf’, ‘Wonen - A1’, ‘Wonen – A2’, ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen – A5’, ‘Wonen - A7’, alsmede de ligging van het (de) bouwvlak(ken) wordt gewijzigd, mits: 1. ter plaatse geen horecabedrijf meer wordt uitgeoefend; 2. ten hoogste 1 woning is toegestaan; 3. de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde; b. de oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits: 1. de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen; 2. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 meter zal bedragen; c. in een bouwvlak in een aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” een andere goothoogte en/of andere bouwhoogte en/of ander bebouwingspercentage wordt aangegeven, mits: 1. het bebouwingspercentage van het bouwperceel ten hoogste 80 zal bedragen; 2. de goothoogte van een gebouw ten hoogste 10 m zal bedragen; 3. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 15 m zal bedragen; d.
de oppervlakte van de aanduiding “bedrijfswoning” wordt vergroot dan wel de ligging van de aanduiding “bedrijfswoning” wordt gewijzigd, mits: 1. de oppervlakte van de aanduiding ten hoogste 150 m² zal bedragen; 2. de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde; e. de aanduiding “bedrijfswoning” wordt verwijderd; f. in een aanduiding “maximale bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits: de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 10 m zal bedragen; g. de aanduiding “karakteristiek” wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek wordt; h. de aanduiding “karakteristiek” geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits: 1. de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld; 2. de karakteristieke hoofdvorm in zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in relatie tot de functie die het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen.
61.5.2 Algemene criteria Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 61.5.1 bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de woonsituatie; 4. de landschappelijke waarden; 5. de cultuurhistorische waarden; 6. de archeologische waarden; 7. de natuurwaarden; 8. de verkeersveiligheid; Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 210
9. de ontsluitingssituatie; 10. de parkeersituatie; 11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 211
Artikel 62 Bedrijf - 1
62.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van: 1. bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder categorie 1 en bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven; b. een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. bij de bedrijfswoning behorende gebouwen en overkappingen; waarbij, ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”, de bestaande karakteristieke hoofdvorm zoveel mogelijk in stand wordt gehouden; met daaraan ondergeschikt: d. groenvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. wegen, straten en paden; h. water; i. openbare nutsvoorzieningen; j. productiegebonden detailhandel; met de daarbij behorende: k. tuinen, erven en terreinen; l. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 62.2 Bouwregels
62.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van de in lid 62.1 onder a. en onder c. genoemde bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. een gebouw en een overkapping zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen. 62.2.2 Bedrijfswoning Voor het bouwen van de in lid 62.1 onder b. genoemde bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. een bedrijfswoning zal binnen een bouwvlak worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”; b. voor inpandige bedrijfswoningen zijn de regels van lid 62.2.1 van overeenkomstige toepassing; c. voor niet-inpandige bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. de goothoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 4 m bedragen; 2. de bouwhoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 9 m bedragen. Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 212
62.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van de in lid 62.1 onder l. genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5 m bedragen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoogste 10 m zal bedragen; 2. de bouwhoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal bedragen. 62.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 62.2.1 onder a. en toestaan dat bij de bedrijfswoningen behorende gebouwen en overkappingen geheel of gedeeltelijk buiten een bouwvlak worden gebouwd, mits: a. de oppervlakte van deze buiten het bouwvlak gebouwde gebouwen en overkappingen ten hoogste 60 m² zal bedragen; b. de goothoogte ten hoogste 3 m zal bedragen; c. de bouwhoogte ten hoogste 6 m zal bedragen; 2. lid 62.2.2 onder c. en toestaan dat van een bedrijfswoning de goothoogte ten hoogste 8 m en de bouwhoogte ten hoogste 12 m zal bedragen.
62.3.1 Algemene criteria afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan toepassing geven aan de in lid 62.3 bedoelde mogelijkheden tot afwijking van bouwregels indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de woonsituatie; 4. de landschappelijke waarden; 5. de cultuurhistorische waarden; 6. de archeologische waarden; 7. de natuurwaarden; 8. de verkeersveiligheid; 9. de ontsluitingssituatie; 10. de parkeersituatie; 11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 62.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de in lid 62.1 onder a. genoemde bedrijfsgebouwen voor bewoning, tenzij de gronden zijn aangeduid als “bedrijfswoning” in welk geval een bedrijfswoning is toegestaan; b. het gebruik van de in lid 62.1 onder c. genoemde gebouwen voor zelfstandige bewoning; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in bijlage 1 onder categorie 1 en bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn dan wel, indien de gronden zijn voorzien van een aanduiding met een specifieke bedrijfstypering, het gebruik van deze gronden en bouwwerken ten behoeve van andere dan deze c.q. de in bijlage 1 onder categorie 1 genoemde bedrijven; d.
het gebruik van de gronden en bouwwerken als horecabedrijf;
Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 213
e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, met uitzondering van productiegebonden detailhandel, niet zijnde detailhandel in voedingen genotmiddelen; f. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen. 62.5 Wijzigingsbevoegdheid
62.5.1 Wijzigen Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: a. de oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits: 1. de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen; b. in een bouwvlak in een aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” een andere goothoogte en/of andere bouwhoogte en/of ander bebouwingspercentage wordt aangegeven, mits: 1. de bestaande oppervlakte aan bedrijfsgebouwen met ten hoogste 15% kan worden vergroot; 2. de goothoogte van een gebouw ten hoogste 10 m zal bedragen; 3. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 15 m zal bedragen; c. de oppervlakte van de aanduiding “bedrijfswoning” wordt vergroot dan wel de ligging van de aanduiding “bedrijfswoning” wordt gewijzigd, mits: 1. de oppervlakte van de aanduiding ten hoogste 150 m² zal bedragen; 2. de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde; d. de aanduiding “bedrijfswoning” wordt verwijderd; e. de aanduiding “<specifiek type bedrijvigheid {...}>” wordt verwijderd, mits: de betreffende functie ter plaatse is beëindigd; f.
in een aanduiding “maximale bouwhoogte” een grotere bouwhoogte voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt aangegeven, mits: de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 10 m zal bedragen; g. de aanduiding “karakteristiek” wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderde inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek wordt; h. de aanduiding “karakteristiek” geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits: 1. de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld; 2. de karakteristieke hoofdvorm in zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in relatie tot de functie die het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen; i. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) ‘Wonen - A1’, ‘Wonen – A2’, ‘Wonen – A3’, ‘Wonen – A4’, ‘Wonen – A5’, ‘Wonen - A7’ en/of ‘Tuin’, mits: 1. ter plaatse geen bedrijf meer wordt uitgeoefend; 2. ten hoogste 1 woning is toegestaan; 3. de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. 62.5.2 Algemene criteria Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 62.5.1 bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan 1.
straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de woonsituatie; Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 214