05 - Bijlage 1 - Bestemmingsplan
Tekst van het document
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. indien het gebruik, bedoeld in sublid a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. sublid a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Regels bestemmingsplan Aldemiede 10 - Suwâld
38
Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Aldemiede 10 Suwâld'.
Regels bestemmingsplan Aldemiede 10 - Suwâld
39
Toelichting
bestemmingsplan “Aldemiede 10 Suwâld”
Planstatus: ontwerp Datum: 2022-09-07 Plan identificatie: NL.IMRO.0737.00BPXXI-ow01 Auteur: Dantuma Advies
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 6 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 7 1.2 Ligging plangebied ......................................................................................................................... 8 1.3 Geldende bestemmingsplan.......................................................................................................... 9 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................... 10 2 Planbeschrijving.................................................................................................................................. 11 2.1 Huidige situatie............................................................................................................................ 12 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................................... 14 3 Beleid ..................................................................................................................................................
16 3.1 Rijksbeleid.................................................................................................................................... 17 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 20 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 23 4 Omgevingsaspecten ........................................................................................................................... 24 4.1 Algemeen..................................................................................................................................... 25 4.2 Ecologie ....................................................................................................................................... 26 4.3 Archeologie.................................................................................................................................. 27 4.4 Cultuurhistorie............................................................................................................................. 29 4.5 Milieu ...........................................................................................................................................
30 4.6 Waterhuishouding / watertoets .................................................................................................. 34 4.7 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 35 4.8 Geluid .......................................................................................................................................... 37 4.9 Bodem ......................................................................................................................................... 38 4.10 Externe veiligheid ...................................................................................................................... 40 4.11 Verkeer en vervoer .................................................................................................................... 41
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
3
5 Toelichting op de regels ..................................................................................................................... 42 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 43 5.2 Toelichting op de regels .............................................................................................................. 44 6 Uitvoerbaarheid ................................................................................................................................. 46 6.1 Algemeen..................................................................................................................................... 47 6.2 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 48 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................. 49
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
4
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
5
1 Inleiding
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
6
1.1 Aanleiding De initiatiefnemer wil graag op het perceel aan de Aldemiede 10 te Suwâld in de bestaande gebouwen een hondenkennel vestigen. Het voor de gronden in het plangebied geldende bestemmingsplan is het plan Buitengebied 2013. Op grond hiervan zijn de gronden bestemd als 'Agrarisch – Bedrijf grondgebonden'. De vestiging van een hondenkennel is op grond van deze bestemming hier niet mogelijk. Ook zijn in het plan geen afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden opgenomen om dit mogelijk te maken. De vestiging van een hondenkennel in het landelijk gebied past in beginsel binnen het beleid van de gemeente Tytsjerksteradiel. De gemeente staat in beginsel dan ook positief tegenover dit initiatief. Omdat het planvoornemen echter niet past binnen de vigerende bestemming is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. In deze toelichting wordt het beoogde plan omschreven. Ook vindt een toetsing plaats aan wet- en regelgeving op het gebied van de milieu- en omgevingsaspecten.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
7
1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied onder de rook van het dorp Suwâld. Het wordt aan alle zijden begrenst door weilanden. Aan de oostkant, op een afstand van ruim 250 meter, bevindt zich de boerderij Aldemiede 8. In figuur 1 is het plangebied rood omcirkeld.
Figuur 1. Ligging plangebied (bron: google earth).
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
8
1.3 Geldende bestemmingsplan De bestemming van het plangebied is vastgelegd in bestemmingsplan Buitengebied 2013, dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 27 juni 2013. Het plangebied heeft hierin de enkelbestemming 'Agrarisch - Bedrijf grondgebonden' en de dubbelbestemming 'Waarde Landschap (Open landschap)'. Op grond van het geldende bestemmingsplan is een deel van de gronden binnen het plangebied ook aangeduid als bouwvlak. Dit is het rood omlijnd gebied in figuur 2. Binnen dit vlak is de bouw van gebouwen van een agrarisch bedrijf mogelijk. Weliswaar is dit niet in de regels van het plan bepaald maar uit de toelichting bij het plan is af te leiden dat het de bedoeling is dat binnen een bouwvlak de gebouwen van ten hoogste één agrarisch bedrijf worden gebouwd. De woning behorende bij het agrarisch bedrijf heeft de functieaanduiding 'bedrijfswoning'.
Figuur 2: Uitsnede van het geldende bestemmingsplan (bron: gemeente Tytsjerksteradiel).
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
9
1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk van deze toelichting wordt een beschrijving van het plan gegeven. Daarna volgt in hoofdstuk 3 de beleidskaders die relevant zijn voor het plan. Er wordt ingegaan op het landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens volgt in hoofdstuk 4 een toetsing aan de milieuaspecten. In hoofdstuk 5 volgt een toelichting op de werking van het bestemmingsplan en de daarin opgenomen regelingen. Het laatste hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
10
2 Planbeschrijving
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
11
2.1 Huidige situatie Op het perceel Aldemiede 10 te Suwâld staat de voormalige agrarische bebouwing. Deze bestaat uit een woning met een diversiteit aan stenen en houten schuren. Aan de westzijde hiervan bevindt zich een tijdelijke woonunit. Dit in verband met de verbouw van de woning.
Figuur 3: Huidige situatie, voorzijde perceel (bron: A.J. Schievink).
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
12
Figuur 4: Huidige situatie, achterzijde perceel (bron: A.J. Schievink).
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
13
2.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemer willen bedrijfsmatig een hondenkennel starten en daarbij gebruik maken van de bestaande bebouwing. De hondenkennel moet ruimte bieden aan 14 honden, inclusief puppy's. Het betreft alleen Labrador retrievers. De initiatiefnemer is gecertificeerd om honden en katten te houden: zie bijlagen bij toelichting bijlage 1. De kennels bestaan uit een inpandig deel, af te sluiten met een schuifluik, en een uitpandig gedeelte. Daaraan grenst een plaats die wordt omgeven door een muur van 2,4 m hoogte. Buiten deze muur is een speelweide waar de honden overdag kunnen verblijven (zie figuur 5). Op het terrein zijn overigens vrij hoge bestaande gebouwen aanwezig. Dierenverblijven De honden zitten tussen 20.00 uur en 07.00 uur in de binnenkennels. Met een schuifluik gaan de honden ’s ochtends rond 7 uur naar buiten (in het weekend rond 9 uur) en worden rond 20:00 uur weer naar binnen gelaten en gaat het schuifluik naar beneden. Speelweiden Noordelijk van de kennels bevindt zich een gebied dat zal worden ingericht als speelweide. Overdag zit een deel van de honden vanaf 10:30 uur in de speelweide en dit wordt rond 14:00 uur omgewisseld. Daarna zitten er honden tot 19 uur (in de zomer tot 20 uur) in de speelweide.
Verhard terrein Het terrein van de buitenplaats en de buitenkennels alsmede het terrein rondom de loodsen en de inrit is grotendeels verhard. De meest gebruikte inrit is die aan de westzijde van het perceel alwaar parkeerplaatsen zijn aangelegd. Bezoekers zijn er vooral wanneer er puppymiddagen (14 tot 16 uur) worden georganiseerd in het weekend. Hier komen zo’n 10 personen op af. Ruimtelijke kwaliteit Er is louter sprake van hergebruik van bestaande bebouwing. Het agrarisch perceel is al op een verantwoorde wijze in het landschap ingepast. De huidige situatie is voldoende om de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied te handhaven. Ook zal het agrarisch bouwvlak ten oosten van het bouwperceel Aldemiede 10, kadastraal bekend gemeente Hardegarijp, sectie E, nummer 825, worden verwijderd. Dit geeft een positieve lading aan de ruimtelijke kwaliteit. De toekomstige situatie is weergegeven in figuur 5.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
14
Figuur 5: toekomstige situatie
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
15
3 Beleid
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
16
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • • • •
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •
•
•
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Het realiseren van de hondenkennel in bestaande bebouwing is passend binnen de algemene uitgangspunten van deze NOVI. De ontwikkeling is dermate kleinschalig dat alleen de afweging op provinciaal en gemeentelijk niveau dient plaats te vinden. Door hergebruik van bestaande bebouwing is er sprake van efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
17
3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Om de rechtspraktijk houvast te bieden, zet de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 de hoofdlijnen van de rechtspraak over de Ladder uiteen. Blijkens deze uitspraak wordt een dergelijke kleinschalige ontwikkeling als het voorliggende project, niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Bro. Immers als er enkel sprake is van een planologische functiewijziging dan is in beginsel geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (tenzij het een functiewijziging van zodanige aard en omvang betreft) (ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075).
Bovendien wordt de hondenkennel ook in de bestaande gebouwen gerealiseerd. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet noodzakelijk. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) regelt de doorwerking van 13 nationale belangen op ruimtelijk gebied in gemeentelijke bestemmingsplannen door het stellen van de juridische kaders. Het Barro is ook wel bekend als de AMvB Ruimte. Het besluit is per 17 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn opgenomen: • • • • • •
het Project Mainportontwikkeling Rotterdam; militaire terreinen en -objecten; de Wadden; de kust (inclusief primaire kering); de grote rivieren; de Werelderfgoederen
Per 1 oktober 2012 is een wijziging van het Barro in werking getreden. In deze wijziging zijn de volgende onderwerpen toegevoegd: • • • • • • •
reserveringen uitbreidingen weg en spoor; veiligheid vaarwegen; het netwerk voor elektriciteitsvoorziening; de buitendijkse uitbreidingsruimte in het IJsselmeer; bescherming van de (overige) primaire waterkeringen; reservering voor rivierverruiming Maas; de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Het onderhavige plan is dermate kleinschalig en ligt niet in een van de aangewezen gebieden zodat het passend is binnen het Barro.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
18
3.1.4 Conclusie Gezien voorgaande is het niet nodig om de ladder voor duurzame verstedelijking te doorlopen. Daarnaast worden door het onderhavige bestemmingsplan geen nationale belangen geraakt. Het Rijksbeleid zorgt niet voor belemmering voor de ontwikkeling van een hondenkennel op het perceel Aldemiede 10 te Suwâld.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
19
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale omgevingsvisie De provinciale Omgevingsvisie, De Romte Diele, is op 23 september 2020 door Provinciale Staten vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie het beleid zoals zij dat voor ogen ziet als de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treedt. De provincie heeft een viertal doelstellingen die ze als speerpunt wil behandelen. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoeld de provincie: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Fryslân is van alle mensen die er wonen, werken of te gast zijn. Op deze gronden is al een agrarisch bedrijf is toegestaan. Geconstateerd wordt dat de provincie een hondenkennel hier dan ook als acceptabel acht. Temeer omdat het agrarisch bouwvlak ten oosten van het bouwperceel Aldemiede 10, kadastraal bekend gemeente Hardegarijp, sectie E, nummer 825, zal worden verwijderd. Vitaal Door hergebruik van de agrarische gebouwen wordt leegstand en verpaupering voorkomen. Tevens levert dit planvoornemen een positieve bijdrage aan de leefbaarheid van het platteland door het toevoegen van bedrijvigheid (hondenkennel). Veerkrachtig Het planvoornemen levert een bescheiden bijdrage aan de veerkracht van Fryslân omdat er sprake is van de bouw van een nieuwe woning.
Deze moet namelijk voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Karakteristiek De herkenbaar van het omliggende gebied zal niet worden aangetast door dit bestemmingsplan. Gezond Stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) zijn schadelijk voor de natuur als er te veel van in de bodem of het water terechtkomt. Planten als bramen, brandnetels en gras gaan er harder door groeien en overwoekeren andere planten. Daardoor verdwijnen ook insecten, vlinders en vogels. Stikstofdeeltjes inademen kan bovendien slecht zijn voor de gezondheid van de mens. Ammoniak (NH3) komt vooral vrij uit de mest en urine van dieren. Nu de agrarische bestemming verdwijnt leidt dit tot een gezondere leefomgeving. 3.2.2 Verordening Romte (2014) In de Verordening Romte Fryslân (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. Voor dit plan zijn de volgende artikelen uit de verordening relevant: Hergebruik vrijkomende (niet-)agrarische bebouwing (artikelen 1.2.1) Het plangebied ligt volgens de kaarten bij de verordening buiten het 'bestaand stedelijk gebied'. Binnen dit gebied mogen in beginsel geen bouw- en gebruiksmogelijkheden voor stedelijke functies, zoals bijvoorbeeld hondenkennels, worden geboden.
Wel biedt de verordening ruimte voor nieuwe stedelijke functies als er sprake is van hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen. Hier vallen ook niet-industriële bedrijven behorende tot de miliecategorieën 1, 2 en 3 onder, mits ruimtelijke en functioneel passend in
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
20
de karakteristiek van de omgeving’. Zoals opgemerkt is er in het plangebied sprake van vrijgekomen agrarische gebouwen. Daarbij is een hondenkennel een bedrijf in milieucategorie 3. Een hondenkennel is een bedrijf voor het fokken en houden van (huis)dieren. In die zin is een hondenkennel ook te vergelijken met andere veehouderijbedrijven in het landelijk gebied. Op basis hiervan past een hondenkennel ook 'ruimtelijk en functioneel in de karakteristiek van de omgeving'. Opgemerkt dient te worden dat in het ontwerp van de Omgevingsverordening Fryslân 2021 – die de Verordening Romte Fryslân 2014 zal vervangen – overeenkomstige regels zijn opgenomen. Ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.1.1) Hoofdstuk 2 van de verordening houdt regels ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit. Hierin is opgenomen dat in een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf opgenomen moet worden. De ruimtelijke kwaliteitsparagraaf is verwoord in paragraaf toelichting paragraaf 2.2. Het plan voldoet hiermee aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2 van de verordening. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.3.1) De toelichting bij een ruimtelijk plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied moet een verantwoording bevatten. Hieruit moet blijken dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.
Hieruit blijkt in ieder geval waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Met dit project wordt een hondenkennel toegevoegd in het landelijk gebied. Het is niet wenselijk, gelet op geluidsoverlast, om een hondenkennel binnenstedelijk te realiseren. Omdat er sprake is van hergebruik van bestaande bebouwing, is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Weidevogelkansgebied (artikel 7.2.2) Het plangebied ligt op grond van de Verordening Romte Fryslân 2014 in een gebied dat is aangeduid als 'Weidevogelkansgebieden'. Op grond van de verordening moet in een bestemmingsplan (of ander ruimtelijk instrument) voor de hiermee aangeduide gronden een regel worden opgenomen op grond waarvan 'voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd'. Om deze vraag te beantwoorden is contact gezocht met de plaatselijke vogelwacht. Die verklaart dat gemiddeld rond de 10 broedparen per jaar over de laatste 5 jaar in dit gebied zijn waargenomen. Wel nemen de aantallen broedgevallen elk jaar iets toe. Op grond van deze informatie is contact gezocht met de provincie, afdeling Natuerbeheer. De provincie concludeert dat, gezien de mogelijkheden binnen het bestemmingsplan en de al aanwezige verstoringsbronnen, de verstoring op het weidevogelkansgebied niet zal toenemen.
Voor het ruimtelijke plan ziet de provincie ten aanzien van het weidevogelkansgebied geen belemmeringen.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
21
3.2.3 Structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' In Grutsk op 'e Romte worden landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd, gewaardeerd en van een richtinggevend advies voor zien. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, adviseren en inspireren. Op deze wijze verwacht de provincie Fryslân de doorwerking van de provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, rijk en provincie binnen Fryslân te borgen. De bij de structuurvisie behorende kaart geeft aan dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het deelgebied 'Laagveengebied'. In hoofdstuk 12 van Grutsk op e' Romte wordt een beschrijving gegeven van dit landschapstype. In dit deel van het gebied, de zone van klei-op-veen, lagen de boerderijplaatsen onregelmatig in het landschap verspreid. Het plan respecteert de kenmerkende structuren van het gebied. Er kan worden geconcludeerd worden dat de structuurvisie Grutsk op 'e Romte zich niet verzet tegen het plan. 3.2.4 Conclusie Het onderhavige bestemmingsplan voldoet aan het provinciaal beleid zoals deze is verwoord in de provinciale omgevingsvisie en de Verordening Romte.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
22
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Bestemmingsplan Buitengebied 2013 In de toelichting bij het bestemmingsplan Buitengebied 2013 is opgemerkt dat ‘een hondenkennel onder Hurdegaryp is bestemd als ‘Agrarisch – Aanverwant bedrijf’ en de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – dierenpension/-opvangcentrum’ heeft gekregen’. Ook is in de toelichting opgemerkt dat 'vestiging van niet-agrarische bedrijven in voormalige boerderijen in beginsel mogelijk is'. Hierbij is namelijk overwogen dat 'in het landelijk gebied verschillende niet-agrarische bedrijven zijn gevestigd en dat het aantal van deze bedrijven toeneemt, ook omdat vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen vaak geschikt (te maken) zijn voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten’ en dat ‘de niet-agrarische bedrijven bijdragen aan de leefbaarheid van het landelijk gebied’. Op grond van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 kan een hondenkennel als een agrarisch aanverwant bedrijf worden beoordeeld. In de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat dit een bedrijf is 'waarvan de werkzaamheden in hoofdzaak bestaan uit het verlenen van diensten aan derden in de vorm van het houden, verzorgen en/of trainen van dieren zoals [. . .] een dierenpension [. . . of] een hondenkennel'. Hieruit is af te leiden dat de vestiging van een hondenkennel in het landelijk gebied in beginsel binnen het beleid van de gemeente past.
3.3.2 Conclusie Het realiseren van een hondenkennel op het perceel Aldemiede 10 te Suwâld is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
23
4 Omgevingsaspecten
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
24
4.1 Algemeen Bij realisatie van nieuwe ontwikkelingen dient, met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan, te worden onderzocht of in de toekomst sprake is van een goede omgevingssituatie. Daarbij wordt getoetst aan de sectorale wet- en regelgeving op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en water.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
25
4.2 Ecologie De Wet Natuurbescherming regelt de bescherming van wilde dier- en plantensoorten. In deze wet zijn de voormalige Natuurbeschermingsweg 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet opgenomen. De Wet Natuurbescherming staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het voorziet in duidelijke en eenvoudige regels ter bescherming van waardevolle natuur en in minder administratieve lasten. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingsgwet. Het verzoek heeft betrekking op een functiewijziging van een bestaand pand. Met het oog hierop is nader ecologisch onderzoek niet nodig. Stikstof De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (2022). Er treedt bij 50 honden 0.02 depositie op. De grens ligt op zo’n 18 kg NH3 (met 1,26 per hond, betekent dit maximaal 14 honden). Conclusie Onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht omdat er alleen sprake is van een wijziging van het gebruik.
Nu het aantal personen wat op het onderhavige perceel kan verblijven met het gewijzigde gebruik niet zal toenemen, er geen sprake is van bouwactiviteiten (aan- of bijbouwen) en de afstand ten aanzien van de omliggende Natura 2000-gebieden dusdanig groot is (5 kilometer), het aantal honden beperkt blijft tot 14, kan worden gesteld dat het initiatief met betrekking tot het aspect ecologie inpasbaar is.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
26
4.3 Archeologie Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg is het noodzakelijk in ruimtelijke plannen aandacht te besteden aan mogelijk aanwezige archeologische waarden in het betreffende plangebied. De provincie heeft op haar website een kaart (Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra, FAMKE) geplaatst, waarop staat aangegeven in welke gebieden een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd en in welke gevallen dit onderzoek achterwege kan blijven. Op de FAMKE is het plangebied wat betreft mogelijke archeologische waarden uit de steentijd-bronstijd aangeduid als 'geen onderzoek noodzakelijk' (zie figuur 6). Dit advies wordt gegeven als op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting op gefundeerde gronden zeer laag is, en waar eventuele resten uit de steentijd zich vermoedelijk zodanig diep onder het maaiveld bevinden dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is.
Figuur 6. Fragment van de Famke, steentijd-bronstijd (bron: provincie Fryslân).
Wat betreft mogelijke archeologische waarden uit de ijzertijd-middeleeuwen is het plangebied op de FAMKE aangeduid als 'karterend onderzoek 1 (zie figuur 7). In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd middeleeuwen. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 500 m² een karterend archeologisch onderzoek uit te laten voeren.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
27
Figuur 7. Fragment van de Famke, ijzertijd - middeleeuwen (bron: provincie Fryslân).
Conclusie In het onderhavige bestemmingsplan is er alleen sprake van een gewijzigd gebruik van de gebouwen en gronden. Daarbij stellen wij voor om hier ook uitdrukkelijk op te merken dat het voorliggende bestemmingsplan in vergelijking met het geldende bestemmingsplan geen ‘ingrepen’ mogelijk maakt waardoor de kans op verstoring van archeologische waarden groter wordt.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
28
4.4 Cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) kent het plangebied geen bijzondere cultuurhistorische waarden. De structuren en kenmerken van het zogenaamd 'Laag midden’ zijn ter plaatse wel herkenbaar en behoudenswaardig. Er is sprake van een opstrekkende verkaveling. Een verkaveling wordt opstrekkend genoemd als de lengterichting dominant is in de percelering en bovendien sprake is van een grote lengte-breedte verhouding. Conclusie Het plan wordt ingepast binnen de bestaande landschappelijke. Aan de beleefbaarheid van de directe omgeving wordt geen afbreuk gedaan. Het is niet noodzakelijk om regels op te nemen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
29
4.5 Milieu 4.5.1 Bedrijven en milieuzonering Bij het opstellen van een bestemmingsplan dienen in het kader van een goede ruimtelijke ordening alle aspecten en belangen betrokken te worden en zorgvuldig te worden afgewogen. Bij milieuzonering gaat het om de belangenafweging van milieubelastende en milieugevoelige functies. Uitgangspunt hierbij is dat enerzijds ter plaatse van de nieuwe gevoelige functies sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Anderzijds dienen de bestaande bedrijven hun huidige activiteiten binnen de bestaande milieuregelgeving en planologie voor te kunnen zetten en niet te worden beperkt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden aangetoond dat een planvoornemen buiten de invloedssfeer van eventuele hinderlijke activiteiten in de omgeving valt en daarnaast geen belemmeringen oplevert voor nabijgelegen functies. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009).
Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. In de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype 'rustige woonwijk of rustig buitengebied' wordt functiescheiding nagestreefd. Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies inhoudt. Bij het omgevingstype 'gemengd gebied' is sprake van functiemenging. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Hiertoe mogen de aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (de afstandsstap van 100 mag naar 50 meter, van 30 naar 10 en van 10 naar 0.). Het planvoornemen maakt de realisatie van een hondenkennel mogelijk. Onderzocht worden of deze hondenkennel binnen de invloedsfeer komen te liggen van bedrijven en voorzieningen in de directe omgeving.
Een hondenkennel is op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) een bedrijf in milieucategorie 3.1 (SBI-2008-code: 0149-3, fokken en houden van overige dieren: huisdieren). Afhankelijk van wat de activiteiten van het bedrijf precies zijn kan het ook een bedrijf in milieucategorie 3.2 (SBI-2008-code 4623, groothandel in huisdieren) zijn. Op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) moet tussen een bedrijf in milieucategorie 3.1 en een milieugevoelige activiteit zoals wonen in beginsel een richtafstand van 50 meter gewaarborgd worden om onaanvaardbare milieuhinder te voorkomen. Voor een bedrijf in milieucategorie 3.2 is dit 100 meter. De bij het plangebied dichtstbijzijnde milieugevoelige activiteit is het wonen op het perceel aan de Aldemiede 8. Dit perceel ligt op een afstand van ongeveer 250 m (de afstand tussen het
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
30
nieuwe bouwvlak bij het plangebied en het bouwvlak bij het perceel aan de Aldemiede 8). Er is dan ook geen sprake van een onderschrijding van de richtafstanden. Weliswaar is er geen onderschrijding van de richtafstanden maar een hondenkennel heeft in het algemeen een ander effect op de omgeving dan een gebruikelijk (melkrund)veehouderijbedrijf. Vooral het geluid van blaffende honden is een bijzonder effect van een hondenkennel. Dit gaf aanleiding om het Noordelijk Akoestisch Adviesburo (NAA) opdracht te verstrekken om een akoestisch onderzoek uit te laten voeren naar de geluiduitstraling van de hondenkennel aan de Aldemiede 10 te Suwâld naar de omgeving (zie: bijlagen bij toelichting bijlage 3). De belangrijkste uitgangspunten die bij dit onderzoek zijn gehanteerd zijn: • • • •
het houden van ten hoogste 50 honden; de tijden dat de honden maximaal op de buitenspeelweide zullen zijn; het gesloten houden van de deuren van de dierenverblijven; honden buiten de binnenkennels in de dag- en avondperiode;
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bij woningen van derden bedraagt ten hoogste 40 dB(A (Aldemiede 8). De maximale geluidsniveaus bedraagt ten hoogste 53 dB(A) op de zijgevel van de woning Aldemiede 8. Toetsing Handreiking Aan de grenswaarden volgens de Handreiking ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau kan bij de onderzochte woningen worden voldaan. Toetsing goede ruimtelijke ordening Aan de grenswaarden voor een goede ruimtelijke ordening volgens de VNG ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau kan bij de onderzochte woningen worden voldaan. Toetsing Activiteitenbesluit Aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau kan bij de onderzochte woningen worden voldaan. Conclusie Boven aangehaald onderzoek is gebaseerd op het houden van 50 honden. Het planvoornemen kan met betrekking tot de aspecten Milieuzonering en Activiteitenbesluit m.b.t. het houden van 14 honden dan ook zeker als uitvoerbaar worden geacht. 4.5.2 Milieu Effect Rapportage In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het uitwerkingsplan planmerplichtig, projectmerplichtig of merbeoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen.
Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd door het 'Besluit reparatie en modernisering milieueffectrapportage' en is bepaald dat de grenswaarden voor een m.e.r.beoordelingsplicht indicatief zijn. Het bevoegd gezag moet bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). In het kader hiervan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
31
In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden ligt, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: • •
belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of; belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.
In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt opgesteld aan de hand van de volgende criteria uit bijlage III bij de EEG-richtlijn (2011/92/EU) milieueffectbeoordeling: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van het potentiële effect. Toetsing Besluit milieueffectrapportage In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Hiervoor geldt een drempelwaarde van 100 hectare en/of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². In dit geval is er sprake van het realiseren van een hondenkennel op een kavel van 5810 m² met een bedrijfsoppervlakte van 2500 m². Concreet betekent dit dat aan de de bestaande agrarische functie wordt gewijzigd in een agrarisch aanverwant bedrijf. Er hoeven geen andere ontwikkelingen plaats te vinden, zoals de aanleg van nieuwe infrastructuur.
Daarnaast is slechts sprake van een perceelsgebonden ontwikkeling die geen relatie heeft met andere percelen of andere functies in de omgeving, waarbij geen sprake is van een complex project, waar een groot aantal woningen, winkels of bedrijven worden gevestigd dan wel op stedelijke voorzieningen die een betekenis hebben voor het dorp. Op basis hiervan kan het project niet als stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. worden aangemerkt. Een m.e.r.beoordeling is niet aan de orde. Er treden geen belangrijke negatieve milieugevolgen op. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Toetsing EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling Kenmerken van het project Het project bestaat uit de realisatie van een dagbesteding op het perceel Aldemiede 10 te Suwâld. Het plangebied heeft een oppervlakte van 5810 m² en een bedrijfsoppervlakte van 2500 m². Hiermee blijft het project ruim onder de drempelwaarde van een oppervlakte van 100 hectare en/ of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². Voor de ontwikkeling van de hondenkennel wordt geen relevante natuurlijke hulpbronnen
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
32
gebruikt. Er worden geen bouwmaterialen gebruikt. Voor de benodigde energie in de gebruiksfase wordt ingezet op het gebruik van duurzame systemen en het treffen van energiebesparende maatregelen. De bewoners van het plangebied zullen regulier huishoudelijk en bedrijfsafval produceren. Dit afval zal overeenkomstig de geldende lokale regelgeving worden afgevoerd. Het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtkwaliteit en voldoet daarmee aan de wettelijke bepalingen ten aanzien van luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De hondenkennel heeft gelet de aard en schaal een geen verkeerseffect in vergelijking met de nu nog vigerende bestemming, namelijk agrarisch bedrijf. Verkeershinder zal niet aan de orde zijn. In de toelichting van het bestemmingsplan zijn verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit getoetst (zoals milieuzonering, externe veiligheid, luchtkwaliteit, geluid, etc.). Hieruit blijkt dat het plan niet leidt tot een toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. In de directe omgeving van de planlocatie zijn er geen andere projecten waarmee een cumulatie van effecten optreedt. Plaats van het project De planlocatie ligt in het landelijk gebied ongeveer 1,6 kilometer ten oosten van Leeuwarden. Het perceel heeft een directe aansluiting op de Aldemiede.
Het plangebied wordt omringd door weilanden en enkele boerderijen en woningen. Gezien de ligging en het gebruik van de locatie in het verleden heeft de locatie geen rijkdom en kwaliteit aan natuurlijke hulpbronnen. De planlocatie ligt niet in een gevoelig gebied. De locatie ligt namelijk niet in of nabij Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland. Ook maakt de locatie geen deel uit van een landschappelijk waardevol gebied en zijn op de planlocatie geen monumenten, cultuurhistorisch- of archeologische waardevolle elementen of structuren aanwezig. Kenmerken van het potentiële effecten Het project bestaat uit de realisatie van een hondenkennel op het perceel Aldemiede 10 te Suwâld. In hoofdstuk 4 van de toelichting van het bestemmingsplan zijn de resultaten van het onderzoek naar de verscheidene milieueffecten beschreven. Hieruit blijkt dat de effecten als gevolg van het gewijzigd gebruik lokaal van aard zijn. Ook is deze beperkt en niet complex. Er is geen sprake van cumulatie van effecten met andere projecten. Effecten zijn uitsluitend omkeerbaar door het gebruik te beëindigen. Er zijn geen effecten in de aanlegfase (zoals bouwverkeer) omdat er louter sprake is van gewijzigd gebruik. Conclusie Gelet op het bovenstaande hoeft voor het onderhavig plan geen m.e.r.(beoordelings)procedure te worden doorlopen. Het plan is op dit punt uitvoerbaar.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
33
4.6 Waterhuishouding / watertoets In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is uitdrukkelijk bepaald dat in de toelichting bij bestemmingsplannen inzicht verkregen moet worden in de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De waterbeheerder in het plangebied is Wetterskip Fryslân. Voor het overleg op grond van artikel 3.1.1. van het Bro wordt Wetterskip Fryslân gevraagd het voorliggende bestemmingsplan te beoordelen en een advies voor de watertoets te geven. Voor deze beoordeling is als format de digitale watertoets ontwikkeld. Met de digitale watertoets kunnen watertoetsen worden aangevraagd voor alle ruimtelijke plannen. De digitale Watertoets bepaalt welke procedure moet worden doorlopen voor de watertoets. Conclusie Voor dit planvoornemen is op 2 september 2022 een watertoets (zie bijlagen bij toelichting bijlage 2) aangevraagd. Wetterskip Fryslân heeft bepaald dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
34
4.7 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het wel zinvol om inzicht te hebben in de luchtkwaliteit om te beoordelen of de toekomstige gebruikers niet worden blootgesteld aan te hoge concentraties fijnstof. Om dit te toetsen is de luchtkwaliteit gecontroleerd aan de hand van de gegevens van de Atlas voor de Leefomgeving. Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing).
Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die ‘niet in betekenende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvBnibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 μg/m 3 NO2 of PM10) als ‘niet in betekenende mate’ wordt beschouwd. Voor kleinere ruimtelijke plannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft VROM in samenwerking met InfoMil de nibm-tool ontwikkeld.
Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool (zie figuur 8) is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
35
Figuur 8. Nibm-tool
Conclusie Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 μg/m3 NO2 of PM10) niet overschrijdt. Het project moet daarom worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan om deze reden achterwege blijven en het plan voldoet aan het gestelde in de Wet milieubeheer.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
36
4.8 Geluid Ten aanzien van geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) (2012) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder in de toekomst. Het onderhavige plan is niet gelegen op een industrieterrein of binnen de 200 meter van de aanwezige spoorweg. Daarom is alleen geluidshinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. In de wet is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waar aandacht aan geluidshinder moet worden besteed. De Wgh onderscheidt geluidsgevoelige objecten enerzijds en niet-geluidsgevoelige objecten anderzijds. Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. De huidige bedrijfswoning Aldemiede 10 is al een geluidgevoelig object. Aangezien er dus geen nieuw geluidgevoelig object wordt gerealiseerd is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect verkeersgeluid vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
37
4.9 Bodem Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Voor de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Met deze regelgeving streeft men naar een duurzaam gebruik van de bodem. Uit de regelgeving vloeit voort dat indien het gaat om het realiseren van bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (langer dan twee uur per dag) mensen zullen verblijven, bodemonderzoek nodig kan zijn Het bodemloket is geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het plangebied nog nooit is onderzocht/gesaneerd.
Figuur 9. Bodemloket
Het plangebied heeft momenteel de enkelbestemming 'Agrarisch - Bedrijf grondgebonden' en de dubbelbestemming 'Waarde Landschap (Open landschap)'. In voorliggend bestemmingsplan zal het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch – Aanverwant bedrijf’ en aangeduid als 'specifieke vorm van bedrijf - dierenpension / -opvangcentrum' krijgen. Het gebruik in de voor bodemverontreiniging relevante periode is stalling van dieren (koeien) geweest. Ook in de toekomstige situatie zullen hier weer dieren (honden) verblijven. Er is zodoende geen sprake van een verdachte locatie.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
38
Conclusie Omdat in onderhavig geval sprake is van het wijzigen van het gebruik van bestaan de bebouwing waar mensen voorheen ook al langer dan twee uur per dag verbleven, kan een bodemonderzoek achterwege blijven.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
39
4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden).
Het transporteren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Conclusie Ter plekke van de projectlocatie zijn conform de professionele risicokaart geen risicobronnen aanwezig waarvan de risicocontouren of de invloedsgebieden over de projectlocatie liggen. De wet- en regelgeving betreffende de externe veiligheid heeft dan ook geen gevolgen voor dit planvoornemen.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
40
4.11 Verkeer en vervoer Het planvoornemen om een hondenkennel te realiseren op het perceel Aldemiede 10 te Suwâld brengt geen extra verkeersbewegingen met zich mee. Het parkeren kan nog steeds op eigen erf plaatsvinden. In de regels is een bepaling opgenomen op grond waarvan het parkeren op eigen terrein plaats moet vinden.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
41
5 Toelichting op de regels
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
42
5.1 Inleiding Wat is een bestemmingsplan Een bestemmingsplan bepaalt hoe de gronden gebruikt mogen worden, of er ergens gebouwd mag worden en wat voor bebouwing dat mag zijn. Het gaat om het toelaten van bepaalde gebruiksmogelijkheden (toelatingsplanologie). De grondgebruiker (zoals eigenaar, huurder) mag de functie die het bestemmingsplan geeft uitoefenen. De grondgebruiker kan niet worden verplicht om een aangewezen bestemming daadwerkelijk te realiseren, met uitzondering van een kwalitatieve rechterlijke verplichting. De grondgebruiker mag geen andere functies uitoefenen die in strijd zijn met de gegeven bestemming, of in strijd met het bestemmingsplan bouwen. Het is belangrijk om voor de toekomstige en bestaande bebouwing en functies een bestemmingsregeling te ontwerpen die zo veel mogelijk ruimte biedt voor verandering en aanpassing aan veranderende wensen. Het plan dient, met andere woorden, flexibel en doelmatig te zijn, en dient rechtszekerheid te bieden over de ruimte voor verandering. Daar staat tegenover, dat het plan de nodige bescherming moet bieden tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming.
Er wordt bij het onderhavige bestemmingsplan zo veel als mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in het kader van het nieuwe bestemmingsplan De Westereen-kom. Echter het verschil blijft wel dat de bestemmingen in het bestemmingsplan De Westereen-kom iets ruimer zijn opgezet doordat deze zijn afgestemd op een ander schaalniveau. Waaruit bestaat een bestemmingsplan Een bestemmingsplan bestaat uit: • • •
De verbeelding (voorheen plankaart); De regels (voorheen voorschriften); De toelichting.
De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. Hierin staat hoe een plan tot stand is gekomen, een beschrijving van het gebied en wat de bedoelingen van de gemeente zijn in het plangebied. In de toelichting paragraaf 5.2 volgt een toelichting op de regels.
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
43
5.2 Toelichting op de regels Toelichting op regels In het eerste hoofdstuk zijn de inleidende regels opgenomen. De inleidende regels bevatten de begripsbepalingen en de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels. In hoofdstuk 2 zijn de regels van de verschillende bestemmingen opgenomen. Elk artikel kent de volgende opzet: eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels en daarna eventuele wijzigingsbevoegdheden. Hiermee wordt flexibiliteit geboden. In hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het gehele plan, zoals algemene afwijkings- en wijzigingsregels en overige regels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk overgangs- en slotregels opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. Uitleg bestemmingen Hieronder volgt een uitleg van de bestemmingen die het bestemmingsplan kent. Agrarisch – Aanverwant bedrijf Er zijn een paar typen ‘Aanverwant bedrijf’. De verschillende typen worden van elkaar onderscheiden door middel van een 'aanduiding'. Het perceel Aldemiede 10 te Suwâld krijgt de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – dierenpension/ -opvangcentrum'.
De bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen moeten binnen een bouwvlak worden gerealiseerd. Door middel van de aanduiding 'maximale goot-, bouwhoogte en maximum bebouwingspercentage' is aangegeven welke afmetingen de gebouwen mogen hebben. Voor bedrijfswoningen geldt een aparte regeling. Onder ‘ondergeschikte horeca’ wordt verstaan: Een gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair is gericht op het verstrekken van consumptieve goederen, maar slechts ter ondersteuning (ondergeschikt) is van de hoofdactiviteit. Ondergeschikt wil zeggen dat deze vorm van horeca de kwaliteit van de hoofdfunctie vergroot of completeert en dat er duidelijk sprake moet zijn van een waarneembare ondergeschiktheid van de horecafunctie. De consumptieve activiteiten bestaan uit het verstrekken van (klein) eetwaren en dranken voor directe consumptie ter plaatse. In een bijlage bij de plantoelichting is een en ander ‘vertaald’ in een aantal vuistregels voor de exploitatie, waarin het ondergeschikte karakter tot uiting komt. Agrarisch - Cultuurgrond Deze bestemming is toegekend aan gronden met een agrarische functie of een semiagrarische of daarmee te vergelijken hobbymatige functie (weiland, moestuin, erf e.d.). Het beleid is erop gericht de landschappelijke en natuurwaarden van de betreffende gronden zoveel mogelijk in stand te houden.
Deze doelstelling is juridisch verankerd door middel van regels voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden. Dit houdt in dat in bepaalde situaties een vergunning aangevraagd dient te worden voor activiteiten die van negatieve invloed kunnen zijn op de landschappelijke en/of natuurwaarden. Te denken valt aan activiteiten, zoals het aanbrengen van verhardingen of
Toelichting bestemmingsplan Aldemiede 10 Suwâld
44
van voorzieningen voor recreatief medegebruik. De bestemming kan worden gewijzigd in een bestemming ‘Agrarisch – Bedrijf grondgebon den’ of ‘Bedrijf intensieve veehouderij’ met het oog op een vergroting of wijziging van een bestaand agrarisch bouwperceel of de noodzakelijke verplaatsing van een bestaand agrarisch bedrijf. De bestemming kan ook worden gewijzigd in een bestemming ‘Agrarisch – Aanverwant bedrijf’, ‘Agrarisch – Dienstverlenend bedrijf’, Bedrijf -2’ of ‘Bedrijf – 3’ om een bestaand niet-agrarisch bedrijf te kunnen vergroten. Verder is wijziging mogelijk naar een woonbestemming (erfvergroting), de bestemming ‘Natuur’ of ‘Bos’. Tenslotte kan – onder voorwaarden – een kampeerterrein mogelijk worden gemaakt of een gebruik als ijsbaan of volkstuinen. Voor de diverse wijzigingsmogelijkheden gelden specifieke en algemene toetsingscriteria. Waarde Landschap (Open landschap) De dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap (open landschap) is gelegd op de relatief open veenweidegebieden en de kleigebieden in het westelijk deel van de gemeente. Verder is deze bestemming gelegd op het merengebied (Burgumermar en aansluitende gebieden), alsmede enkele open ‘enclaves’ in het woudenlandschap. Deze dubbelbestemming is gericht op de bescherming van het open karakter van deze gebieden en van de kenmerkende verkavelingstructuur.